2. CRK Jaarverslag 2021-2022
Tekst van het document
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam
Jaarverslag
2021-2022
2
De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert het gemeentebestuur van Amsterdam gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving vanuit de expertises stedenbouw, architectuur, landschap, openbare ruimte, erfgoed en monumenten.
Haar werkzaamheden en werkwijze zijn omschreven in de Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (2017) en een Huishoudelijk Reglement (2021). Via de website www.crk.amsterdam.nl publiceert de commissie agenda’s, verslagen en welstandscriteria.
De CRK is aangesloten bij de landelijke Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en wisselt in federatieverband kennis, ervaring en expertise uit op het gebied van advisering op ruimtelijke kwaliteit.
Coverfoto: Zicht over de stad vanuit gemeentelijk kantoor Weesperplein 8. De toren van de Nederlandsche Bank is voorzien van nieuwe kozijnen en een nieuwe gevelbekleding. Op de achtergrond de bouwkranen van de Zuidas.
3
Inhoud 1.
Voorwoord
4
2.
Inleiding5 Hout5 Oude en nieuwe voorzitter
5
Vragen aan Robert Winkel
6
Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit
8
Gebiedsgerichte subcommissies 1-3
13
4.1 Subcommissie 1
15
4.2 Subcommissie 2
18
4.3 Subcommissie 3
22
4.4 Overzicht contraire besluiten
27
Subcommissie Aanwijzing Monumenten
28
Welstand op het Water
34
Kwaliteitsteam de Nieuwe Meervaart, zuidoever Sloterplas en omgeving
36
Project Duurzaam Erfgoed
37
Getallen, grafieken en samenstelling van de commissies
39
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Bijlage 1
44
Bijlage 2
45
Colofon47
4
1.
Voorwoord
Met plezier bied ik u het Jaarverslag 2021-2022 van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan. Eerder was de verwachting dat dit het laatste verslag van de ‘Commissie Ruimtelijke Kwaliteit’ zou zijn. De Omgevingswet biedt een nieuw wettelijk kader voor kwaliteitsadvisering in de fysieke leefomgeving. De verordening van de commissie is daarop aangepast en de voorbereidingen daartoe werden al in 2020 in gang gezet. In februari jl. is de verordening op de nieuwe Commissie Omgevingskwaliteit met algemene stemmen in de raad vastgesteld. Maar inmiddels is de inwerkingtreding van de wet uitgesteld (tot 1-1-2024). Ook over 2023 zal dus nog een verslag verschijnen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De afgelopen maanden hebben we gemerkt dat onder invloed van stijgende bouwkosten en een oplopende rente de woningbouw in de metropoolregio Amsterdam flink onder druk is komen te staan. Dat is zorgelijk want veel oude en nieuwe Amsterdammers wachten op een woning en de ambitie van dit college is om daar wat aan te doen door het toevoegen van 7.500 woningen per jaar. Om die reden lanceerde ik het begrip ‘gewoon goed’. Daarmee wordt niet bedoeld dat we in Amsterdam alle ambities op het gebied van mooie gebouwen en duurzaamheid opzijzetten maar wel dat we pragmatisch kijken naar wat haalbaar is en wat niet.
De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is daarbij voor mij een belangrijke adviseur die mede aan het begrip ‘goed’ invulling kan geven. Amsterdam heeft een rijke geschiedenis op het gebied van stedenbouw en architectuur. In dit jaarverslag treft u voorbeelden aan van gebouwen die recent aan deze rijke geschiedenis zijn toegevoegd. Naar mijn overtuiging moet het ook met minder middelen mogelijk zijn om kwalitatief goede gebouwen te maken. Een zorgvuldig en uitgekiend ontwerp en goed vakmanschap zijn daarbij de voorwaarden. Daarom is de rol van de commissie in de voorbereiding en de begeleiding van aanvragen omgevingsvergunning van grote betekenis.
Reinier van Dantzig Wethouder woningbouw en stedelijke ontwikkeling
5
2.
Inleiding
Dit verslag over de jaren 2021-2022 geeft, naast een toelichting op de werkwijze en samenstelling van de commissie, een beeld van de grote diversiteit aan aanvragen die het bureau van de commissie passeerden. Het totale aantal adviezen bedroeg in 2021 en ’22, respectievelijk 9921 en 9950. Er is om die reden niet geprobeerd een volledig overzicht samen te stellen. De getoonde en besproken projecten zijn om verschillende redenen opmerkelijk en illustreren ieder een deelaspect van het werk van de CRK.
Hout Een thema dat de bouwwereld van nu behoorlijk op zijn kop zet, is het bouwen in hout. Langzaam zijn we de afgelopen jaren tot het inzicht gekomen dat beton vanwege de CO2 uitstoot bij de productie en verwerking op termijn moeilijk verenigbaar is met landelijke en Europese klimaatdoelstellingen. In hout wordt daarentegen tijdens de groei CO2 opgeslagen terwijl ook door het geringere gewicht en de snelle
Plantage Middenlaan, uitbreiding Holocaust Museum (Office WinHov). De commissie adviseerde in een vroeg stadium over de architectenselectie en de stedenbouwkundige inpassing van het nieuwe museum.
verwerking tijdens transport en tijdens de bouw nog eens een flinke milieuwinst wordt behaald. Amsterdam is op dit terrein innovatief en vooruitstrevend: in het Convenant Houtbouw is in overleg met marktpartijen de doelstelling geformuleerd dat vanaf 2025 tenminste 20% van de nieuwe woningen in de metropoolregio Amsterdam is uitgevoerd in houtbouw. Gebouwen met een hoofddraagconstructie in hout zullen de komende jaren dus flink in aantal toenemen.
Oude en nieuwe voorzitter Per 1 januari 2023 heeft Eric Luiten afscheid genomen als algemeen voorzitter van de CRK. Bij zijn aantreden in mei 2017 stapte hij naar eigen zeggen in een ‘opgepoetste Rolls Royce’: het project Modernisering Regie Ruimtelijke Kwaliteit was net afgesloten en de commissie was in januari onder een nieuwe naam en samenstelling van start gegaan. Grootste verandering ten opzichte van de oude Commissie voor Welstand en Monumenten was in 2017
6 Vragen aan Robert Winkel Je bent begonnen als algemeen voorzitter op 1 januari 2023. Terwijl zowel door de rijksoverheid als door de gemeente vol wordt ingezet op woningbouw, valt in werkelijkheid de bouw door de combinatie van dure grondstoffen en oplopende rente bijna stil. Wat kunnen we doen om de bouwproductie op peil te houden?
Robert Winkel
de instelling van een aparte subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit. Deze kan vroeg in het proces adviseren (voordat sprake is van formele vergunning verlening) en kent een bredere samenstelling dan de andere subcommissies. Van deze ‘Integrale Commissie’ was Eric Luiten, naast zijn rol als algemeen voorzitter, acterend voorzitter en in de zes jaar van zijn voorzitterschap zagen 125 adviezen over uiteenlopende onderwerpen het licht. De nadruk lag bij hem op de cultuuromslag van toetsen naar adviseren: op welke manier kan het advies van de commissie bijdragen aan het beter maken van het plan? Daarnaast had deze voorzitter door zijn achtergrond als landschapsarchitect altijd een open oog voor de kwaliteit van de natuur en de openbare ruimte. De commissie en de gemeente Amsterdam danken hem voor zijn inzet over de afgelopen zes jaar. Robert Winkel is geboren in Amsterdam en geeft sinds 2003 leiding aan Mei architects and planners, een prijswinnend bureau met een specialisme in herbestemming van cultuurhistorisch erfgoed, complexe stedenbouwkundige opgaven en innovatieve nieuwbouwconcepten met een focus op duurzaamheid en circulariteit.
Hij heeft veel ervaring met kwaliteitsadvies in het publieke domein en was eerder onder meer (eerder) lid van de Amsterdamse Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, voorzitter van het kwaliteitsteam Feyenoord City in Rotterdam en voorzitter van het kwaliteitsteam Merwedekanaalzone in Utrecht. Het gemeentebestuur van Amsterdam ziet in hem een voorzitter die inhoudelijk een stevige bijdrage kan leveren aan het oplossen van de grote vraagstukken waar Amsterdam zich de komende jaren voor gesteld ziet, zoals het versneld en op grote schaal bijbouwen van woningen en de verduurzaming van de bestaande wijken in de stad.
‘Een gevaarlijke trend is in mijn ogen om te schrappen in regelgeving en om ter bestrijding van de crisis het sturen op kwaliteit aan banden te leggen. Aan de ene kant zal dat weinig helpen omdat de overheid zowel op de rente als op de bouwkosten geen invloed heeft. Aan de andere kant is de bouwsector sterk onder invloed van conjunctuur. Na een crisis volgt altijd een periode waarin volop gebouwd kan worden. We moeten deze pauze gebruiken om na te denken over andere vormen van woningbouw en project ontwikkeling. De bouw is gewend geraakt aan lage rentes en hoge winstmarges die worden uitgekeerd aan beleggers en aandeelhouders. Het is kosten technisch nog steeds mogelijk om goede woningen te bouwen die betaalbaar zijn. Maar dat kan niet op dezelfde manier als in de jaren ’90 en de eerste twee decennia van de 21ste eeuw. Wat zie je als uitdaging voor de komende tien jaar en op welke manier raakt dat aan het werk van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit? ‘We moeten anders gaan bouwen. Amsterdam maakt zijn voortrekkersrol hierin behoorlijk waar bijvoorbeeld door het Convenant Houtbouw en met voorbeeldprojecten zoals de noordrand van het Nelson Mandelapark.
Dat heeft onherroepelijk consequenties voor hoe de stad er op termijn uit gaat zien; is baksteen nog een verantwoord bouwmateriaal? Zijn houten of met leem gestucte gevels denkbaar in de context van de historische binnenstad of Amsterdam Zuid?’ ‘In januari aanstaande starten we met adviseren onder de Omgevingswet. Een aspect van die wet dat mij enorm aanspreekt is het streven naar transparantie in het traject van advisering en besluitvorming in het ruimtelijke domein. Dat aspect is in het geweld van de juridische en financiële issues die met de inwerkingtreding van de wet zijn verbonden, behoorlijk op de achtergrond geraakt. Ik betreur dat. Inwoners van Amsterdam voelen zich verbonden met hun leefomgeving en moeten in de gelegenheid zijn al in een vroeg stadium van planvorming te weten wat er gaat gebeuren in hun wijk of straat. Vergaderingen van de CRK zijn al decennia openbaar. Ik zal erop toezien dat aan die openbaarheid ook actief en met digitale hulpmiddelen nog meer inhoud wordt gegeven.’
7 Impressie van de noordstrook van het Nelson Mandelapark. Ingezet wordt op de bouw van circa 725 woningen met een hoofddraag constructie en gevelbekleding van hout.
8
Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit
3.
Deze commissie (de ‘Integrale Commissie’) adviseert vroeg in het proces vanuit de disciplines stedenbouw, architectuur, landschap, duurzaamheid, cultuurhistorie en monumenten. Adviezen zijn gericht aan het College van B&W en worden door de initiatiefnemers gebruikt om hun plan te verbeteren, c.q. in een vroeg stadium van uitgangspunten te laten voorzien. De Integrale Commissie kent ambtelijke leden en externe leden. De externe leden zijn de voorzitters van de gebiedsgerichte subcommissies van de CRK en de voorzitter van de subcommissie Aanwijzing Monumenten. Hiermee wordt continuïteit in de advisering tussen de verschillende subcommissies van de CRK geborgd. De ambtelijke leden zijn, net als de externe leden, benoemd door de raad en adviseren vanuit hun persoonlijke expertise ‘zonder last of ruggenspraak’.
De Integrale Commissie werd voorgezeten door de algemeen voorzitter van de CRK, Eric Luiten. Een overzicht van ambtelijke leden die in 2021 en ’22 deel uitmaakten van deze commissie is opgenomen onder hoofdstuk 9. De Integrale Commissie boog zich in 2021-2022 over 33 initiatieven. Het grootste aantal plannen (zes) kwam uit Nieuw-West. Dat is niet onlogisch vanwege de grote druk op dit stadsdeel. Bij plannen voor (soms extreme) verdichting en bij de vaak moeizame afweging tussen sloop/ nieuwbouw of renovatie kan een integrale benadering waarbij ook de waarden van erfgoed en landschap worden betrokken, bij uitstek goed werken. Een voorbeeld van een ver doorgevoerde verdichting binnen de context van de naoorlogse tuinstad, is het
Tennispark Sloterplas (Arons en Gelauff architecten). Overzicht vanaf de zijde van de spoorbaan. De binnen- en buitenbanen worden gestapeld zodat ruimte vrijkomt voor het toevoegen van woongebouwen.
9 plan voor de bebouwing van het tennispark Sloterplas, één van de vier deelgebieden van het project Jan Evertsenstraat-West, dat in de Structuurvisie en in Koers 2025 is aangewezen als verdichtingslocatie. Het plan voorziet in het toevoegen van honderden woningen, een basisschool, een parkeergarage en een geïntegreerd tenniscomplex dat bestaat uit een compacte stapeling van overdekte en openluchtbanen. Het plan kwam in 2019 bij de commissie aan de orde, als meest uitgewerkte onderdeel van het projectgebied Jan Evertsenstraat-West. De commissie was toen positief over het dubbel grondgebruik en het toevoegen van woningen, maar kritisch over de gekozen ruimtelijke structuur, het stenige karakter van de openbare ruimte en het overspannen programma en vroeg zich af hoe deze extreme verdichting zich verhield tot het aangrenzende beschermd stadsgezicht Sloterplas-Noordoever en het door de minister aangewezen Rijksaandachtsgebied voor de Wederopbouw. Het plan is daarna nog tweemaal behandeld bij de Integrale Commissie waarbij steeds is aangedrongen op meer aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte en voor de oriëntatie en bezonning van de individuele woningen. De commissie bleef daarbij kritisch over de uitgangspunten maar zag binnen de door de raad vastgestelde kaders voldoende verbetering om het plan uit te werken tot een aanvraag omgevingsvergunning.
Lodewijk Van Deysselbuurt. Een van de vier stroken met portieketagewoningen die behouden blijft en wordt gerenoveerd.
Lodewijk van Deysselbuurt Dit gedeelte van de zogenaamde Dichtersbuurt bestaat bijna geheel uit corporatiebezit. Een groot gedeelte van de bestaande bebouwing wordt vervangen waarbij de nieuwbouw over het algemeen zorgvuldig wordt ingepast in het karakteristieke stedenbouwkundige patroon van Nieuw West. Onderdeel van het plan is de renovatie van vier bestaande stroken met portiek-etagewoningen, die behouden blijven vanwege hun architectonische kwaliteit. Juist over deze blokken ontstond een verschil van inzicht tussen de commissie en de woningverhuurder. Om de energieprestatie van de woningen te verbeteren van label G naar label A is, naast dubbel glas, het toevoegen van een flink isolatiepakket tegen de buitengevels noodzakelijk. Met de huurders was afgesproken dat de woningen na renovatie exact even groot zouden zijn als ervoor. Dit had tot gevolg dat het isolatiepakket aan de buitenzijde moest worden aangebracht. Het voorstel was om de isolatie daarna te bekleden met minerale steenstrips (kunststof met baksteenprint) zodat het gevelbeeld min of meer gelijk zou blijven. De commissie is zich ten volle bewust van de opgave om de bestaande woningvoorraad te verduurzamen en is niet doof voor belangen van huurders, maar zij had in dit specifieke geval toch moeite met het plan.
10 De reden om deze blokken, temidden van een gebied waarin de meeste bebouwing door nieuwbouw wordt vervangen, te behouden is gelegen in hun architectonische uitstraling. In het beeldkwaliteitplan dat door Rijnboutt Architecten in opdracht van de corporatie werd opgesteld voor de hele wijk wordt het behoud en de renovatie van een kritische hoeveelheid van de bestaande jaren ’50 architectuur genoemd als een essentiële voorwaarde om de gelaagdheid en de identiteit van de wijk in stand te houden. Wanneer die bestaande bebouwing vervolgens aan de buitenzijde wordt ingepakt dan ontstaat het merkwaardige beeld dat de nieuwbouw is voorzien van gemetselde gevels die in hun maatvoering en detaillering zijn afgestemd op de bestaande portiek-etageflats maar dat die flats zelf vervolgens aan de buitenzijde niet meer herkenbaar zijn als historische bebouwing. Daarnaast heeft de commissie grote twijfels over minerale steenstrips als bouwmateriaal. Hiermee wordt over het algemeen niet de beeldwaarde behaald die nodig is, terwijl er ook grote twijfels zijn over de duurzame veroudering en daarmee ook over de bredere milieuprestatie van dit product. Uiteindelijk ging de commissie in dit specifieke geval toch akkoord met buitenisolatie maar dan bekleed met keramische (gebakken) steenstrips. Zij verbond daaraan het advies dat in geval van behoud van bestaande bebouwing
veel eerder in het proces afspraken moeten worden gemaakt over de wijze van isolatie en renovatie. Aan de directie Ruimte en Duurzaamheid stelde zij de vraag in hoeverre het gebruik van polystyreen in combinatie met verlijmde kunststof steenstrips uit oogpunt van duurzaamheid nog verantwoord is. Hendrick de Keyserschool Het advies over de gedeeltelijke sloop van de Hendrick de Keyserschool (1964, Arno Nicolaï) was een vervolg op een eerder advies over de planontwikkeling in het zogenaamde entreegebied Gulden Winckel in West. Deze bestaat uit drie deelgebieden die in handen zijn van drie verschillende corporaties. De commissie keek in 2019 op verzoek van het projectteam naar het hele plangebied en was toen enthousiast over het feit dat drie corporaties de handen ineensloegen om te komen tot een gezamenlijke gebiedsontwikkeling en de kansen voor het opnieuw inrichten van de openbare ruimte. Zij was bezorgd over de kwaliteit van de toegevoegde woningen die (op dat moment) voor een deel eenzijdig georiënteerd waren op de snelweg. Ronduit kritisch was de commissie over het toevoegen van forse volumes in de directe nabijheid van de gemeentelijke monumenten Elseviergebouw en de Hendrick de Keyserschool.
Entreegebied Gulden Winckel, voorm. Hendrick de Keyserschool. De gymzaal van het monumen tale complex maakt in het kader van de gebieds ontwikkeling plaats voor een woongebouw.
11 In 2021 werd een uitgewerkt voorstel gepresenteerd voor restauratie en definitieve herbestemming van de school en het toevoegen van een woongebouw op de plek van de voormalige gymzaal die daarvoor gesloopt moest worden. Ofschoon de commissie gevoelig was voor het argument dat het toevoegen van nieuwbouw niet alleen extra woningen opleverde maar ook de restauratie van het monument mogelijk maakte, adviseerde zij toch de gymzaal te behouden en het toegevoegde volume behoorlijk af te schalen. In dit geval besloot het College van B&W om het belang van het toevoegen van veel woningen zwaarder te wegen dan het integrale behoud van de school zodat bij wijze van uitzondering de gedeeltelijke sloop van een gemeentelijk monument is toegestaan.
zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing noodzakelijk blijft. Ook het ontwerp is in de ogen van de commissie een architectonische opgave. Inmiddels zijn in samenwerking tussen de netbeheerders, de gemeente en de CRK spelregels opgesteld die vooral gericht zijn op tijdbesparing en proceskosten maar wel ruimte laten voor een zorgvuldige inpassing in bestaande en nieuw te bouwen delen van de stad. Een overzicht van alle in 2021 en 2022 uitgebrachte adviezen is opgenomen in bijlage 1 van dit verslag. De adviezen zelf zijn gepubliceerd via de website van de CRK.
Onderstations van Tennet en Liander In het kader van de energietransitie zullen de komende tien jaar door de netwerkbeheerders circa dertig nieuwe onderstations worden bijgebouwd, terwijl twaalf bestaande stations zullen worden uitgebreid. De vraag aan de commissie was of door middel van standaardisatie tijd en kosten konden worden bespaard. Het antwoord daarop was dat een opbouw in modules over het algemeen goed mogelijk is maar dat, vooral in een woongebied, een
Nieuwpoortstraat, ontwerp onderstation Liander (Kampman architecten). Vanwege de inpassing in een woonomgeving is het aanvankelijke standaardontwerp verschoven naar de rooilijn en voorzien van gemetselde gevels.
12
Surinameplein, De Klokkenhof (Rijnboutt architecten). Nadat het hoogbouwelement van het complex door stadsdeel Zuid was aangewezen als gemeentelijk monument, passeerden diverse plannen voor restauratie en nieuwbouw de revue. De commissie adviseerde uiteindelijk positief op een plan waarbij de stedenbouwkundige opzet van het AUP-blok in stand blijft in combinatie met een binnentuin aan de zijde van de Andreas Schelfhoutstraat. De commissie beschouwt dit voorstel, na jaren van impasse, als een kans voor het gebouw en voor de omliggende openbare ruimte.
Martin Luther Kingpark, ‘Fordlocatie’ (Dam & partners architecten). In 2018 adviseerde de commissie negatief op een plan om twee woon torens te bouwen op de plek van een bestaand kantoorgebouw en vroeg om een kleinschaliger ontwikkeling die zich beter zou voegen in het park. Vier jaar later is op hoofdlijnen positief geadviseerd op een nieuw ontwerp voor dit deel van het park met een gedeeltelijk openbaar toegankelijk kantoor van zes lagen, dat gebouwd zal worden met een hoofddraagconstructie in hout.
13
Gebiedsgerichte subcommissies 1-3
4.
Deze drie commissies toetsen in een openbare vergadering aanvragen voor een Omgevingsvergunning aan ‘redelijke eisen van welstand’, aan erfgoedbeleid en aan reclamerichtlijnen. De criteria voor de ‘redelijke eisen’ zijn vastgelegd in de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ en zijn op adres raadpleegbaar via de website van de CRK. Vanwege de omvang van het werk maar ook vanwege de inhoudelijke verschillen in de aard van de aanvragen, is het werk verdeeld onder drie gebiedsgerichte subcommissies. Subcommissie 1 behandelt de aanvragen voor Centrum. Vanwege het grote aantal monumenten en de status van zowel rijksbeschermd stadsgezicht als Unesco Werelderfgoed bestaat deze commissie uit twee architectleden, een architectuurhistoricus en een restauratiearchitect.
Subcommissie 2 behandelt de aanvragen voor de oude wijken binnen de ring: de vooroorlogse delen van West, Zuid en Oost. Het werkterrein van subcommissie 3 beslaat de woon- en industriegebieden buiten de ring, alsmede stadsdeel Noord, de Zuidas, Zeeburg en Weesp. In dit gebied vallen bijna alle grote transformatie- en verdichtingsopgaven zoals Havenstad, Amstel III en Hamerkwartier. Zowel subcommissie 2 als 3 bestaan uit drie architectleden en een architectuur- of cultuurhistoricus.
Overzicht Oostenburg.
14
De Van Gendthallen als fabriek van Werkspoor.
Oostenburg, Van Gendthallen (Braaksma en Roos architecten). Na een lange periode van (gedeel telijke) leegstand is gestart met de restauratie en herbestemming. Het complex krijgt deels een culturele bestemming en bevat straks kantoren en horeca.
15 4.1 Subcommissie 1 De gebiedsontwikkeling Oostenburg nadert haar voltooiing. In de directe nabijheid van de binnenstad is een woongebied ontstaan met een veelheid aan woningtypen in een hoge dichtheid. Er is aansluiting gezocht bij de industriële oorsprong van het gebied door de toepassing van robuuste gevelmaterialen zoals beton, metaal en metselwerk in stalen frames. Verspreid over het eiland zijn voormalige fabriekshallen en bedrijfsgebouwen blijven staan die de herinnering levend houden aan Werkspoor, Stork en de NSM en samen met de nieuwe bebouwing het gebied een eigen identiteit en historische gelaagdheid geven. De belangrijkste daarvan is het rijksmonument de Van Gendthallen.
Winkels Koningsplein (Rappange architecten). Doordat de supermarkt naar de kelder verhuisde, kon het bovenliggende winkelpand hoogwaardig worden hersteld. Bij wijze van uitzondering gaf de commissie goedkeuring aan de volledige recon structie van een Art Nouveaugeveltje dat in de jaren ’70 verloren was gegaan. Voorwaarde was een exacte kopie van het oude ontwerp in combi natie met een ambachtelijke uitvoering.
Na een voorgeschiedenis van twintig jaar, is door de huidige eigenaar de restauratie van dit voor de industriële geschiedenis van Nederland belangrijke monument met kracht ter hand genomen. Het plan voor herbestemming en inbouw is in 2021-2022 in fasen behandeld en leidde in mei 2022 tot een positief advies. Meest controversiële punt was het maken van een forse nieuwe entree in de gevel van hal 1 aan de waterkant, in combinatie met een invaart en een nieuw ontworpen industrieel object op de kade (‘bok en dok’). De commissie vond de interventie op de schaal van het omvangrijke hallencomplex voldoende ondergeschikt en de uitwerking van het ontwerp voldoende hoogwaardig.
16 Fietsenstalling Centraal Station Bij de commissie bestaat grote waardering voor het openmaken van het water en voor de met strakke hand doorgevoerde regie op de inrichting van de openbare ruimte. De inbreng van de commissie beperkte zich in dit geval tot de entree van de fietsenstalling en tot de aanvragen voor voorzieningen voor de diverse rondvaartbedrijven op de nieuw aangelegde steigers. Ten aanzien van de entree is er een oprechte zorg dat het ‘gat in het water’ om redenen van veiligheid moet worden afgedekt waardoor een flink deel van de winst in de openbare ruimte en de riante doorzichten weer teniet wordt gedaan. Hetzelfde geldt voor voorzieningen op de kant: de commissie adviseert vast te houden aan uniformiteit in maat en uitvoering om te voorkomen dat het rustige beeld de komende tijd weer verrommelt.
Entree fietsenstalling Centraal Station (Ruimte & Duurzaamheid Amsterdam en wUrck architecten). De ruime en zorgvuldig ontworpen entree moet in de toekomst om redenen van veiligheid mogelijk worden voorzien van een overkapping.
17 Amsterdam Museum Het pan voor de renovatie van het Amsterdam Museum omvat vervanging van alle installaties, het toegankelijk maken voor mindervaliden van het hele museale parcours en het toevoegen van tentoonstellingsruimte. Tussen 1965 en 1975 werd het oude Burgerweeshuis door middel van een ingrijpende restauratie en verbouwing geschikt gemaakt als museum. Dat gebouw is inmiddels vijftig jaar oud en voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Zo hingen de topstukken van het museum, de collectie schuttersstukken van de stad Amsterdam, geheel naar de geest van de tijd ‘buiten’ in een semi-openbare museumstraat. Toen deze manier van tentoonstellen uit oogpunt van veiligheid en klimaat niet langer verantwoord was, verdwenen de schutterstukken naar depot en zijn ze nu tijdelijk geëxposeerd in de Hermitage aan de Amstel.
Amsterdam Museum (Neutelings Riedijk architecten). Langsdoorsnede over de nieuwe stadshal en de zaal voor de schuttersstukken.
De commissie volgde het principe om een stadshal en een grote expositiezaal in te voegen in het bouwdeel boven de Gedempte Begijnensloot dat voor het grootste gedeelte dateert van de verbouwing door Van Kasteel en Schipper, maar vroeg meer aandacht voor de zorgvuldige inpassing en voor een balans tussen oude en nieuwe delen van het complex. In acht behandelingen werd tussen 2020 en 2022 in nauw overleg met ambtelijke diensten en met het architectenbureau toegewerkt naar een vergunbaar plan. Het voortbestaan van het museum op deze belangrijke plek in de binnenstad is daarmee voor de komende vijftig jaar verzekerd.
18 4.2 Subcommissie 2 Binnen het adviesgebied van subcommissie 2 is Oud Zuid het stadsdeel dat het meeste onder druk staat van investeringen in vastgoed die vooral gericht zijn op het vergroten van gebouwen tot aan de maximale maten die het bestemmingsplan toestaat. En dat terwijl de erfgoed- en architectonische waarden in Zuid groot zijn en de laatste decennia ook steeds meer worden gewaardeerd. Plan Berlage is in april 2018 aangewezen als beschermd stadsgezicht. In december 2022 zijn daar de overige delen van Oud Zuid bijgekomen. De bestaande bestemmingsplannen zijn voor een deel conserverend van aard, maar voor een deel ook niet waardoor het vervangen van bestaande panden door nieuwbouw (ook in de waardevolle gebieden) nog steeds mogelijk is. Dat brengt de commissie vaak in een lastig parket: de commissie kan geen bouwrechten uit het bestemmingsplan inperken (alleen ontmoedigen). Wat rest is aan de hand van de criteria sturen op een zorgvuldige inpassing. Recent tot uitvoering gekomen voorbeelden daarvan zijn de nieuwbouw op de plaats van de Valeriuskliniek en het kantoorgebouw Apollolaan 171. Valeriuskliniek Nadat de oude Valeriuskliniek in 2013 was gesloten en afgebroken, verrees op globaal hetzelfde U-vormige grondplan een complex met 28 luxe seniorenappartementen. Daarbij werd een gedeelte van het oude, uit de hal van de kliniek afkomstige,
dertien meter hoge glas-in-loodraam van de Zwolse glazenier Matthieu Wiegman herplaatst. De gevels van het gebouw zijn opgetrokken in zwarte baksteen met aan de zijde van de binnenhof veel glas en veel voorzieningen voor planten. De gevels van het gebouw die aansluiten op de omliggende straten zijn meer gesloten en zoeken qua indeling en ritmiek aansluiting bij het idioom van omstreeks 1900. Apollolaan 171 Op de plaats van een bankgebouw uit de late jaren ’80 ontworpen door voormalig rijksbouwmeester Wim Quist, verrees een modern ensemble naar ontwerp van het bureau van Rem Koolhaas. De commissie worstelde met het feit dat de locatie deel uitmaakt van het beschermd stadsgezicht Plan Zuid maar dat het ontwerp niet goed te beoordelen was aan de hand van de standaardcriteria voor dit gebied. Ondanks het feit dat het bestaande gebouw van Quist al weinig aansloot op zijn omgeving heeft de commissie in een aantal behandelingen toch gestuurd op meer verfijning in schaal en het toepassen van gemetselde gevels aan de zijden van het gebouw die deel uitmaken van woonstraten. Het gevelkunstwerk van Tracy Emin, een tekst in neonverlichting, is herplaatst in de lobby en is door de glazen plint nog steeds zichtbaar vanuit openbaar gebied.
Valeriusplein (MVSA architecten). Nieuwbouw op de plaats van de voormalige Valeriuskliniek.
19
Apollolaan 171 (OMA architecten). Een bank gebouw van Wim Quist maakte plaats voor een nieuw kantoor naar ontwerp van het bureau van Rem Koolhaas.
Woongebouw Emmaplein (Rijnboutt architecten). Door de ambachtelijke uitvoering van het metsel werk met forse over de hele gevel doorlopende rollagen en erkers reageert het gebouw op zijn omgeving. Het is mede door het motief van het golvende metselwerk toch duidelijk herkenbaar als een ontwerp uit de 21ste eeuw.
20
Ringdijk 25 (HOP architecten). Een eenlaags voormalige wagenstalling met aan de zijde van de straat een gevelbreedte van 2,5 meter wordt vervangen door een woonhuis van twee lagen met een gevel in glas, hout en rvs. ‘Mussenpotten’ zijn toegepast als architecto nisch thema. De commissie was ‘enthousiast over het ingenieuze ontwerp op deze bijzon dere maar ook ingewikkelde locatie’.
Spooronderdoorgang Amstelstroomlaan (A&E architecten). In opdracht van ProRail en de gemeente Amsterdam ontworpen verbinding tussen de nieuwe wijken Amstelkwartier en Bajeskwartier. De doorgang onder twee treinspo ren en zeven metrosporen oogt uitnodigend. De vormgeving en het rijke materiaalgebruik passen bij het hoge ambitieniveau voor deze nieuwe delen van de stad.
21
Kamerlingh Onneslaan 12-32 (Architectureplus). In opdracht van de VVE werd dit voor de Water graafsmeer karakteristieke wederopbouwblok met woningen boven winkels en bedrijven op zorgvul dige wijze voorzien van een extra woonlaag. De uitbreiding ging gepaard met het herstel en energiezuinig maken van de bestaande woningen.
Brediuslocatie, Spaarndammerbuurt (Monadnock architecten). Winnend ontwerp in de gemeente lijke tender voor een bouwblok met 102 woningen en bedrijfsruimte op de begane grond. Zowel in de vorm als in de gemetselde gevels is aansluiting gezocht bij het karakter van de bestaande buurt. Aan de binnenzijde van het blok is een binnentuin die voor een deel toegankelijk is vanuit de openbare ruimte.
22 4.3 Subcommissie 3 Binnen het werkgebied van subcommissie 3 liggen bijna alle nieuwe delen van de stad, zowel de geheel nieuw ontworpen uitbreidingen zoals de Sluisbuurt, Centrumeiland en Strandeiland als de transformatiegebieden waar in bestaand stedelijk gebied, meestal in hoge dichtheden woningen worden toegevoegd: aan de noordwestzijde van de stad Sloterdijk als eerste deel van Havenstad, aan de zuidwestzijde Schinkelkwartier, aan de zuidoostzijde Amstel III en ten noorden van het IJ Hamerkwartier, Overhoeks en Buiksloterham. De commissie signaleert dat vooral in de transformatiegebieden veel kleine woningen worden gerealiseerd, soms met slecht ontworpen plattegronden en weinig buitenruimte. Daarbij wordt onder druk van de stijgende bouwkosten vaak bezuinigd op gevelmaterialen zodat gemetselde gevels in de loop van de planontwikkeling plaatsmaken voor steenstrips of een beplating van metaal of kunststof. Een andere trend is, vooral op renders, de toepassing van overdadig groen als middel om op tekening een gebrek aan architectonische kwaliteit te verhullen. ‘Beplanting’ van gebouwen kan bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving maar het integreren van groen in een architectonisch ontwerp is een vak apart. In de uitvoering en in onderhoud is vervolgens voortdurende aandacht en investering nodig om het beoogde gevelbeeld in stand te houden.
Dat is bijvoorbeeld voor een VVE die een opgeleverd groen gebouw in eigendom overneemt een hele uitdaging. Om die reden vraagt de commissie bij aanvragen voor groene gevels altijd om een onderhoudsplan en kijkt of de achterliggende gevel voldoende kwaliteit heeft eventueel ook zonder beplanting te kunnen blijven voortbestaan. Houtbouw Een woongebouw dat eruit springt door de ambitie in opdrachtgeverschap en architectonische uitwerking is ‘Robin Wood’, op de meest westelijke hoek van Centrumeiland, nabij de entree tot het eiland vanaf de Pampuslaan. Het gebouw bestaat uit vier vleugels gegroepeerd rond een binnentuin (‘tiny forest’) waar een openbare route doorheen loopt. Het gebouw bevat naast 165 woningen in allerlei soorten en maten, veel collectieve voorzieningen voor bewoners, daktuinen, een openbare bibliotheek en kleine kantoren en horeca die zijn ondergebracht in een plint van 7 meter hoog. Ondanks de regelmatige hoofdvorm van de plattegrond is het door een rijke variatie in volumes en hoogtes (tot 36 meter) een afwisselend en levendig gebouw. Vernieuwend is de constructie die bijna geheel bestaat uit hout (CLT-systeem) in combinatie met een gevelbekleding van hout en
gerecycled aluminium. De gevels hebben door de toepassing van een grid van balken en kolommen in combinatie met sterk terugliggende puien, galerijen en naar voren stekende balkons veel reliëf en maken optimaal gebruik van de mogelijkheden van houtbouw. Herbestemming Ook in de nieuwere delen van de stad staan monumenten waarbij op het moment dat zij hun oorspronkelijke bestemming verliezen of wanneer ingrijpend bouwkundig herstel noodzakelijk is, steeds moet worden nagegaan welke mate van interventie mogelijk is zonder dat de erfgoedwaarde en de afleesbaarheid van de geschiedenis onder druk komen te staan. Dat is door de schaal van de gebouwen vaak een moeilijke opgave. De gedeeltelijke overbouwing van gebouw Tripolis van Aldo van Eijck door middel van een glazen kantoorschijf pal aan de A10 (het Venster) heeft een hoog opgevoerd contrast tussen oud en nieuw waarbij de balans duidelijk onder druk staat. In Schinkelkwartier krijgt het oude IBM-kantoor uit 1977 van Lucas & Niemeijer een geheel nieuwe context: parkeerterreinen maken plaats voor een landschappelijke aanleg waarin nieuwe kantoorgebouwen en woningen worden toegevoegd.
De voormalige rechtbank aan de Parnassusweg, in 1969-’75 gebouwd naar ontwerp van Ben Loerakker als een van de eerste kantoorgebouwen in het latere Zuidasgebied, is ontdaan van latere toevoegingen en wordt verbouwd tot internationaal museum voor moderne kunst. Het plan omvat zowel de restauratie van het oude gebouw waarbij zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde veel aandacht uitgaat naar de behandeling van het béton brut, als de toevoeging van een nieuwe vleugel en een dakopbouw. De discussie in de commissie spitste zich toe op het ontwerp voor de nieuwe hoofdingang en op de mate van abstractie (en maakbaarheid) van de zeppelinvormige dakopbouw. In combinatie met de nieuwe rechtbank van Kaan Architecten kan hier een gebouwensemble van buitengewone kwaliteit ontstaan dat een staalkaart biedt aan architectuuropvattingen van de afgelopen vijftig jaar. Weesp Al sinds de ambtelijke samenvoeging van Amsterdam en Weesp wordt de behandeling van bouwplannen in Weesp gedaan door de CRK. Daartoe is subcommissie 3 van de CRK in 2019 door het college van Weesp aangewezen als welstands- en monumentencommissie van Weesp. De commissie hanteert bij de behandeling van bouwplannen de welstandsnota van Weesp die op een aantal punten afwijkt van die van Amsterdam.
23
Centrumeiland, kavel 1 (Marc Koehler architects en Ana architecten). De commissie had veel waardering voor de hoge ambitie en kwaliteit die tot uitdrukking komt in de consequente toepas sing van hout voor een dergelijk groot gebouw ensemble en voor het reliëf in de gevels.
24
Fred. Roeskestraat/ Parnassusweg (OMA architects). Het voormalige kantongerecht van Ben Loerakker wordt door Rem Koolhaas verbouwd tot internationaal museum voor moderne kunst. Maquette van de nieuwe situatie. Het voormalige IBM kantoor ligt centraal in de gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier. Het gebouw wordt opgenomen in een parkachtig landschap met nieuw toegevoegde kantoren en woongebouwen naar ontwerp van Powerhouse Company.
25 De binnenstad van Weesp is grotendeels een rijksbeschermd stadsgezicht en is ruimtelijk, zij het op een kleinere schaal, vergelijkbaar met de binnenstad van Amsterdam. De wijken buiten de vesting kennen, op een enkele uitzondering na, geen preventieve welstandstoets. Het landelijk gebied daaromheen, waarin zich veel monumentale boerderijen bevinden, valt wel onder welstand. Voor de grote nieuwbouwwijk Weespersluis (voorheen Bloemendalerpolder) is er een apart kwaliteitsteam dat zowel bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente als van de ontwikkelende partijen. Dat gedeelte is niet ondergebracht bij de CRK Amsterdam. Op dit moment wordt met het oog op de bestuurlijke samenvoeging en de komst van de Omgevingswet gewerkt aan het digitaal ontsluiten van welstandskaarten, welstandscriteria en erfgoedbeleid. Daarbij blijven de bestaande criteria van Weesp gehandhaafd maar wordt vooral ingezet op een betere vindbaarheid van informatie voor burgers en initiatiefnemers van bouwplannen.
Vooruitlopend op een eventuele uitbreiding van het gebied waarin bouwplannen worden beoordeeld door de commissie, zijn de bestaande wijken van Weesp op de manier van de Amsterdamse welstandsnota ingedeeld in ruimtelijke systemen. Dat heeft voor de beoordeling van aanvragen op dit moment geen gevolgen maar geeft wel meer inzicht in de ruimtelijke structuur van Weesp. De aangepaste kaart is te vinden op maps.amsterdam.nl.
De binnenstad van Weesp.
26
Net als Amsterdam is Weesp opgebouwd uit diverse ruimtelijke systemen. Opvallend is het verhoudingsgewijs grote wederopbouwgebied (AUP en post-AUP) dat op sommige punten grenst aan de van oorsprong middeleeuwse binnenstad.
27 4.4 Overzicht contraire besluiten Op basis van artikel 44 van de Woningwet kan het College van B&W contrair aan een advies van de commissie een omgevingsvergunning verlenen dan wel weigeren. In een dergelijk besluit moet zijn onderbouwd wat de reden is om af te wijken van het advies van de commissie. Naar aanleiding van een verzoek van raadslid Boomsma (CDA) en de toezegging van de wethouder in de raadsvergadering van 24 november 2021, is in dit verslag een overzicht opgenomen van contraire besluiten. In de periode 2021-2022 werd door het college van B&W (op voordracht van de stadsdelen) zesmaal een contrair besluit genomen, éénmaal in Centrum, éénmaal in Noord en viermaal in Oost. In alle gevallen ging het om het alsnog verlenen van een vergunning voor een project waarop door de commissie negatief was geadviseerd. In Centrum had het besluit betrekking op het vervangen van het voormalige waterschip de Dogger aan het Amstelveld door de Hasselter Aak Hermina Jacoba. De commissie was akkoord met het vervangen van het bestaande schip maar had bezwaar tegen een deel van de voorgestelde aanpassingen aan het nieuwe schip.
James Wattstraat 56-58, Christus Koningkerk. Het gebouw uit 1957-’59 werd de afgelopen jaren verbouwd tot hotel, theater en restaurant en uitgebreid met woningen.
In Noord had het besluit betrekking op een plan voor 42 grondgebonden woningen en 186 appartementen verdeeld over zes woontorens in de Bongerd. De conclusie van de CRK was: ‘Het plan heeft op zichzelf wel architectonische kwaliteit maar sluit onvoldoende aan op de eerder gerealiseerde bebouwing om samen een overtuigend ensemble te vormen. Het voldoet daarmee niet aan de uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan. Het totaalbeeld is onvoldoende samenhangend.’ Het college volgde in dit geval het eerdere positieve advies op dit plan van de supervisor. De vier besluiten in Oost hadden betrekking op een geluidsscherm langs de A10, het vervangen van ramen in de Linnaeushof, een gewijzigd uitgevoerd ontwerp van een woonhuis op Centrumeiland en het gemeentelijk monument de Christus Koningkerk aan de James Wattstraat. Van dit laatste gebouw, een ontwerp uit 1955 van H. van Balen en K.P. Tholens, werd na verkoop door het bisdom aan een particuliere eigenaar de herbestemming zorgvuldig voorbereid en begeleid door Monumenten & Archeologie. Tijdens de uitvoering van het project werd op vele punten afgeweken van de verleende vergunning. De commissie adviseerde daarop viermaal negatief omdat naar haar oordeel de monumentwaarde van het gebouw op onderdelen onherstelbaar is aangetast.
28
Subcommissie Aanwijzing Monumenten
5.
Deze commissie adviseert het college van burgemeester en wethouders over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Zij hanteert daarbij de selectiecriteria voor architectonische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde, zeldzaamheid en gaafheid zoals vastgelegd in de gemeentelijke Erfgoedverordening. De bevoegdheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen is door B&W gedelegeerd aan de stadsdelen. Aanwijzing van gemeentelijke beschermde gezichten is een taak van de raad. De Subcommissie Aanwijzing Monumenten adviseert op basis van een uitgebreide beschrijving en waardenstelling van het te beschermen object door Monumenten en Archeologie en is samengesteld uit de architectuurhistorici van de subcommissies 1-3 aangevuld met een bouwhistoricus.
2021
2022
Aantal adviezen
46
29
Aantal positief
33
24
Aantal negatief
13
5
De commissie Aanwijzing Monumenten heeft in 2021 in negen vergaderingen een recordaantal van zesenveertig adviezen uitgebracht. Voor drieëndertig objecten/panden/complexen werd geconstateerd dat er bijzondere stedenbouwkundige, architectonische en/of cultuurhistorische waarden waren en werd het bestuur geadviseerd tot bescherming over te gaan. In dertien gevallen bleken de waarden te gering. Hierbij ging het onder andere om zes van de twaalf aanvragen die het Cuypersgenootschap en de Bond Heemschut indienden vanwege interieurwaarden. Verbouwingen hadden in die zes gevallen zulke grote aantastingen veroorzaakt, dat negatief werd geadviseerd. In 2022 waren er met 29 adviezen aanzienlijk minder aanvragen dan in 2021, maar vergeleken met andere jaren was het aantal gemiddeld.
Stadsdeel Nieuw West was in de afgelopen twee jaar met zesentwintig objecten en vijf bruggen koploper. Deze aanvragen volgen uit een lijst van circa veertig objecten waarvan het stadsdeel heeft verzocht de monumentwaardigheid te onderzoeken. De selectie is tot stand gekomen op basis van eerdere inventarisaties, zoals het boerderij- en scholen onderzoek. Ook zijn de objecten meegenomen die op de waarderingskaarten als orde 1 werden aangemerkt maar (nog) niet beschermd waren als monument. Voor het eerst heeft de commissie ook geadviseerd over aanwijzing tot gemeentelijk monument van panden in Weesp, waaronder de voormalige pastorie en het verenigingsgebouw van de in 1968 door brand beschadigde en in 1990 gesloopte Gereformeerde Kerk aan de Hoogstraat. Beiden zijn ondertussen aangewezen als gemeentelijk monument. De collectie waarover de commissie in 2021-2022 heeft geadviseerd varieert van galerijwoningen tot een boerderij of villa in de oude dorpskern van Sloten en omvat vijf bruggen, het Boezemgemaal aan de Van Essenweg en de watertoren op het voormalige GWLterrein in West. De advisering schuift daarbij op naar panden en complexen uit de periode van na 1950, zoals het woonhuis Oudeschans 3, ontworpen door Herman Zeinstra, de omstreden kantoorgebouwen aan de Weteringschans van Frans van Gool en het kantoorgebouw Aurora van Piet Zanstra aan de Stadhouderskade.
29
Weesp, Hoogstraat. Voormalige pastorie van de Gereformeerde Kerk, in 1929 gebouwd naar ontwerp van Egbert Reitsma. De kerk zelf ging in 1968 door brand verloren.
30
Oudeschans 3, woonhuis en kantoor van de architect Herman Zeinstra. Het pand voegt zich in al zijn eigenheid op een subtiele manier in het historische stadsbeeld.
31
IJpromenade, voormalige Shellkantine. Het in 1975-’76 gebouwde paviljoen Tolhuistuin werd tegelijk met de voetgangersbrug over het Buik sloterkanaal ontworpen door Arthur Staal. Het is beeldbepalend voor de noordelijke IJ-oever en heeft een ruimtelijke en architectonische samenhang met de toren Overhoeks.
Prinses Marijkestraat 5. Villa uit 1958 in functionalistische stijl ontworpen door de ‘scholenbouwer‘ J.B. Ingwersen. Dit is een van de weinige nog bijna oorspronkelijke villa’s in de Prinses Irenebuurt. Opmerkelijk is de oriëntatie op het ruime perceel met zicht op de wijk en op het water vanuit het opgetilde woonvolume.
32
Weesperzijde, woonhuizen van Van Gendt. Doordat de oostelijke Amsteloever in de aanwijzing van Oud Zuid is meegenomen, maken deze rijk gedetailleerde woonhuizen in neorenaissancestijl in samenhang met de groenaanleg langs de Amstel deel uit van het beschermde gezicht.
Beschermde gezichten Naast over individuele gebouwen en objecten adviseerde de commissie over de aanwijzing van vijf gemeentelijke beschermde stadsgezichten. In Noord ‘Het Breed’ of ‘Plan Van Gool’ uit 1968, destijds een vernieuwend stedenbouwkundig concept dat zich sterk onderscheidt van de omliggende bebouwing. Het plan kenmerkt zich door de bijzondere relatie tussen de gekozen bouwhoogte en de aangelegde groen- en waterstructuur die een belangrijk deel van de openbare ruimte bestrijkt.
Het Tuindorp Watergraafsmeer (betondorp) werd tussen 1923 en 1928 gerealiseerd naar een stedenbouwkundig plan van de architecten J. Gratama en G. Versteeg. Het radiale stedenbouwkundige plan en de grote samenhang van dit begrensde tuindorp zijn, ondanks renovaties van de markante beton- en baksteenarchitectuur met haar variatie in volumeopbouw, goed bewaard gebleven. De Admiralenbuurt in Amsterdam West werd tussen 1922 en 1927 ontwikkeld onder supervisie van dezelfde J. Gratama en G. Versteeg in samenwerking
33 met A.R. Hulshoff. Dit onderdeel van Plan West heeft een heldere planmatige opzet met een duidelijke hiërarchie in hoofdwegen en woonstraten. De in samenhang ontworpen pleinen en het groen complementeren de zorgvuldige architectuur van de gevelwanden. De samenhang bleef nagenoeg onaangetast. Oud Zuid, de Overtoom en Vondelbuurt, de Vondelpark-, Concertgebouw- en Museumpleinbuurt en De Pijp inclusief beide Amsteloevers hebben grote waarde als staalkaart van negentiende-eeuwse stadsuitbreidingen en vanwege de grote diversiteit in architectuurstijlen. Ook hier is de relatie tussen bebouwing, groen en water van groot belang. De samenhang van stedenbouwkundige structuren, de diversiteit in profielen, de variatie in bouwhoogte en kapvormen, de pre-stedelijke structuren zijn bepalend voor de hoge waarde. Daartoe horen ook de groenaanleg, voortuinen, binnentuinen, pleinen en parken.
In alle vijf de gevallen adviseerde de commissie positief en deed de aanbeveling om de uiterlijke samenhang van de stedenbouwkundige eenheden met hoge erfgoedwaarden te verankeren in het Omgevingsplan. Een overzicht van alle in 2021 en 2022 uitgebrachte adviezen is opgenomen in bijlage 2 van dit verslag.
Het Breed (Plan Van Gool). De commissie waar deert in dit vooruitstrevende, uit 1963 daterende stedenbouwkundige ontwerp met name de consequent doorgevoerde scheiding van verkeerssoorten, de open en ruime verkaveling en de uitgekiende indelingen met zongerichte woonkamers en balkons in relatie tot de ruim opgezette galerij. De bouwdelen hebben een evenwichtige relatie met elkaar maar ook met de aangelegde groen- en waterstructuur die een belangrijk deel van de openbare ruimte bestrijkt.
34
6.
Welstand op het Water
Sinds 2014 worden woonboten - behalve historische schepen waar nog mee wordt gevaren - bij wet aangemerkt als ‘drijvende bouwwerken’. Dat geldt dus niet alleen voor arken maar ook voor oude bedrijfsvaartuigen die primair gebruikt worden voor bewoning. Deze zijn vooral te vinden langs de hoofdgrachten van de binnenstad, de Oude Houthaven en de 19de-eeuwse delen van het Oostelijk Havengebied. Door de wetswijziging is een groot deel van de procedures die gelden voor gebouwen op de kant en ‘gebouwen in het water’ gelijkgetrokken. Mede om die reden, en om uitvoering te geven aan de door de raad vastgestelde Watervisie 2040, is in 2018 de nota Welstand op het Water gemaakt. Die voorziet in een helder toetsingskader met objectieve criteria voor het verbouwen en vervangen van woonboten. Het adviseren over aanvragen voor verbouwing en vervanging van woonschepen vergt veel specialistische kennis. Daarom laat de commissie zich bijstaan door een aparte adviseur woonboten en een adviseur historische schepen.
Voorbeeld van een nieuwgebouwd woonschip waarvan de maximale breedte-, lengte- en hoogtemaat van het bestemmingsplan als uitgangspunt zijn genomen voor het ontwerp. Omdat het bestemmingsplan verwijst naar ‘van origine varende schepen’ is een historisch passagiersschip als voorbeeld genomen.
In de jaren 2021 en 2022 adviseerde de commissie respectievelijk 183 en 276 maal over de vervanging of verbouwing van een woonboot. Het grootst deel van de advisering had betrekking op schepen langs de kades van het Oostelijk Havengebied, de Levantkade, Borneokade en Panamakade. Daar zijn veel ligplaatsen met goede voorzieningen en vaak riante maatvoering zodat de dynamiek daar groot is: een tendens die de commissie al eerder constateerde is dat met het uitvullen van de ligplaatsen tot de maximale maten grote belangen zijn gemoeid: schepen zijn, net als gebouwen op de kant, een vorm van investering geworden waarop flinke rendementen kunnen worden behaald. Het maximaal uitvullen van de maten in het bestemmingsplan lukt het beste wanneer een nieuw schip wordt gebouwd; dat was nooit de bedoeling van de stedenbouwers die, als contrast met de strak geordende bebouwing op de kant voor de kades een meer nautisch havenbeeld in gedachten hadden. In de praktijk blijkt het moeilijk om nieuwgebouwde ‘historische schepen’ te beoordelen. Het is een fenomeen dat alleen in Amsterdam voorkomt en waarvoor tot nu toe geen eenduidige toetsingskaders bestaan. Ook gaan hierdoor bestaande vaak historische schepen voor Amsterdam verloren, doordat ze worden ingeruild tegen grotere nieuwgebouwde schepen.
35
Woonschepen aan de Amstel. De luikenkap van voormalige bedrijfsvaartuigen biedt over het algemeen een uitgelezen kans voor het leggen van pv-panelen. Mits zorgvuldig uitgevoerd doet deze ingreep nauwelijks afbreuk aan het oorspronkelijke beeld.
36
Kwaliteitsteam de Nieuwe Meervaart, zuidoever Sloterplas en omgeving
7.
Nadat door de gemeenteraad van Amsterdam in juni 2020 was besloten om te starten met de voorbereiding van nieuwbouw voor theater De Meervaart aan de zuidoever van de Sloterplas, werd in januari 2021 door het College van B&W een Kwaliteitsteam Nieuwe Meervaart ingesteld 'voor het intensief begeleiden van het proces van totstandkoming van het nieuwe theater in de context van de Zuidoever van de Sloterplas, Meer en Vaart en Winkelcentrum Osdorpplein’. Opdracht van het Kwaliteitsteam is om het college in alle relevante stappen op weg naar de tot standkoming van een nieuw theater van onafhankelijk advies te voorzien ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming. Naast deze formele taak biedt het kwaliteitsteam een platform voor de uitwisseling van kennis en probeert het een bron van inspiratie te zijn voor iedereen die bij het proces is betrokken. Het kwaliteitsteam bestaat uit Han Michel (voorzitter), Ton Schaap (stedenbouw) Yttje Feddes (landschap en openbare ruimte), Annuska Pronkhorst (cultuurhistorie) en Robert Winkel (architectuur). Abdelkader Benali was lid van januari tot juli 2021 om als theatermaker en bewoner van Nieuw West mee te denken in de
In het boekje ‘Ambities voor de Nieuwe Meervaart’ formuleerde het kwaliteitsteam de voorwaarden waaraan een ontwerp voor een nieuw theater en vooral de inpassing daarvan in de openbare ruimte moet voldoen.
conceptontwikkeling. Theaterdeskundige Jan Versweyveld sloot aan voor de inhoudelijke advisering over het conceptprogramma van eisen. Het kwaliteitsteam kwam in 2021 negenmaal en in 2022 achtmaal bijeen en bracht in het totaal zevenmaal advies uit aan het College van B&W. In het kader van het eindadvies over de locatie belegde het team op 22 november 2022 een openbare vergadering in de Blauwe Zaal van Theater de Meervaart. Deze werd bezocht door circa vijftig belangstellenden waarvan acht gebruik maakten van de mogelijkheid tot inspreken. In september 2022 publiceerde het kwaliteitsteam het boekje ‘Ambities voor de Nieuwe Meervaart’, dat als pdf is te vinden op de site van de CRK. Aan het begin van 2023 is besloten een pauze in te lassen in de advisering, in afwachting van verdere bestuurlijke besluitvorming over de locatie en het verlenen van een ontwerpopdracht. Naar verwachting zal het team in het najaar van 2023 zijn werkzaamheden hervatten. Het kwaliteitsteam functioneert onder verantwoordelijkheid van de CRK.
37
Project Duurzaam Erfgoed
8.
In het voorjaar van 2020 werd een begin gemaakt met het project duurzaam Erfgoed: een samenwerking tussen Bureau Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Monumenten en Archeologie, Ruimte en Duurzaamheid en Vergunningen. Dit was mogelijk doordat aan de CRK een budget ter beschikking werd gesteld vanuit de zogenaamde ‘vliegwielmiddelen’ van het Amsterdamse Klimaatfonds. Het project was erop gericht initiatiefnemers op het gebied van duurzaamheids maatregelen in de bestaande gebouwde omgevingzowel professionele partijen als particuliere eigenaren van gebouwen - te helpen bij het verduurzamen van hun bezit. De bestaande wet- en regelgeving is in de praktijk zo complex dat mensen vaak voortijdig afhaken wanneer voor een ingreep een vergunning noodzakelijk is. Het project was niet alleen gericht op aangewezen monumenten maar ook op zogenaamde orde 2 en 3 panden (van belang voor het stadsbeeld) en gebouwen in de rijksbeschermde stadsgezichten. Inhoudelijk waren er drie sporen: • een (digitaal) loket duurzaam erfgoed voor praktische vragen en hulp bij het aanvragen van een vergunning; • het opstellen van handreikingen bij voorbeeld voor het leggen van pv-panelen; • het onderzoeken van mogelijkheden om bepaalde ingrepen onder de Omgevingswet vergunningvrij te maken.
Het project liep formeel tot 1 juli 2022 en wordt in 2023 in aangepaste vorm voortgezet en doorontwikkeld door Monumenten en Archeologie. De CRK blijft als partner inhoudelijk betrokken.
Een tastbaar resultaat van het project Duurzaam Erfgoed was het maken van een maatwerk advies (met handreiking) voor het leggen van pv-panelen in rijksbeschermd stadsgezicht Amsterdam Noord. Daarin geldt in principe dat panelen aan de achterzijde zijn toegestaan (en onder voorwaarden zelfs vergunningvrij kunnen worden aangebracht), maar aan de voorzijde, vol in het zicht, in principe niet. In de tuindorpen doet zich, doordat de huisjes met de nok van het dak parallel aan de straat staan, de uitzonderlijke situatie voor dat huurders van corporaties aan de ene kant van de straat (achterdakvlak op het zuiden) vergunningvrij panelen kunnen leggen en aan de ander kant van de straat (voordakvlak op het zuiden) panelen niet zijn toegestaan. Deze situatie was bestuurlijk en maatschappelijk niet aanvaardbaar. Vanuit het project zijn speciaal voor de tuindorpen maatwerkrichtlijnen opgesteld die sturen op eenheid in het beeld en per daktype aangeven waar panelen in principe mogelijk zijn. Een bijzonderheid is dat via centrale inkoop voor voordakvlakken met rode pannen rode pv-panelen leverbaar zijn zodat het contrast tussen panelen en dakvlakken wordt verzacht. De resultaten zullen in de loop van 2023 zichtbaar worden.
38
Pagina uit de handreiking voor het aanbrengen van rode pv-panelen op voordakvlakken in de tuindorpen in Noord. In overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd deze extra optie voor het leggen van pv-panelen in rijksbeschermd stadsgezicht bij wijze van proef mogelijk gemaakt. In de handreiking is per type bebouwing aangegeven wat de richtlijnen zijn voor het leggen van pv-panelen die zichtbaar zijn uit de openbare ruimte. Artis, de Volharding. Dit rijksmonument met een zinken dakbedekking is voorzien van pv-panelen in een bijpassende kleur waardoor de panelen in het beeld nauwelijks opvallen.
39
Getallen, grafieken en samenstelling van de commissies
9.
Het totale aantal adviezen op aanvragen voor een omgevingsvergunning liet in 2021 ten opzichte van de twee voorgaande jaren een forse stijging zien tot 9921 adviezen. Dit recordaantal, dat flinke druk zette op zowel de commissieleden als de ambtelijk ondersteuning, lijkt vooral een inhaalslag voor het Coronajaar 2020. Koploper was traditiegetrouw stadsdeel Centrum met 3565 adviesverzoeken, voor een groot deel veroorzaakt door de grote aantallen monumenten en de wijzigingen aan winkelpanden en winkelpuien. Van de andere stadsdelen kwamen de
meeste aanvragen uit Oost, waar in de oude delen (commissie 2) nog steeds flink wordt doorgebouwd in de vorm van dakopbouwen en andere veranderingen aan individuele woonhuizen. In Zeeburg en IJburg zijn nieuwe wijken in ontwikkeling genomen. In 2022 werden door of namens de commissie 9540 adviezen uitgebracht. Die bescheiden afname komt vooral voor rekening van het vierde kwartaal. Of deze trend als gevolg van stijgende bouwkosten en oplopende rente in 2023 doorzet, is op dit moment niet te zeggen.
Aantallen adviezen in 2021 per stadsdeel, verdeeld over gemandateerd, agendaoverleg en commissievergadering.
OVERZICHT TELLINGEN GEMANDATEERD/AGENDAOVERLEG/COMMISSIEVERGADERING 2021
Gemandateerd
Agendaoverleg
Gemandateerd Commissie I
1e kw Centrum Woonboten Centrum Grootstedelijk Totaal
Commissie II
628 9 0 637
Agendaoverleg 3e kw
613 7 0 620
4e kw
718 15 0 733
TOTAAL
2632 40 0 2672
1e kw
215 0 2 217
2e kw
166 0 15 181
Commissie 3e kw
152 0 9 161
4e kw
190 0 8 198
TOTAAL
723 0 34 757
1e kw
35 0 2 37
2e kw
38 0 9 47
3e kw
15 0 1 16
4e kw
31 0 5 36
TOTAAL
119 0 17 136
206 205 290 3 17 721
316 233 250 18 22 839
216 197 212 0 17 642
214 164 241 0 22 641
952 799 993 21 78 2843
63 46 29 11 0 149
60 48 36 13 0 157
43 31 20 9 0 103
38 45 35 7 0 125
204 170 120 40 0 534
11 19 7 4 0 41
10 12 9 2 0 33
10 14 4 4 0 32
8 15 3 4 0 30
39 60 23 14 0 136
Woonboten Totaal
162 89 27 124 21 0 30 23 15 491
168 101 58 136 40 1 26 36 15 581
130 63 30 106 34 0 95 36 14 508
146 70 35 110 44 1 21 38 21 486
606 323 150 476 139 2 172 133 65 2066
43 44 21 43 4 1 8 3 0 167
33 38 18 37 13 0 8 3 0 150
29 34 14 31 18 1 14 7 0 148
42 36 14 36 18 1 13 7 0 167
147 152 67 147 53 3 43 20 0 632
16 5 3 15 2 1 4 1 0 47
9 3 1 13 4 0 5 0 0 35
5 3 1 6 4 1 7 0 0 27
6 2 2 12 6 0 8 0 0 36
36 13 7 46 16 2 24 1 0 145
TOTAAL
1894
2057
1770
1860 7581
533
488
412
490 1923
125
115
75
102
417
Oost Zuid West Grootstedelijk Woonboten Totaal Noord Oost Zuid Commissie III
673 9 0 682
2e kw
Commissie
Nieuw West Zuidoost West Grootstedelijk Weesp
Totaal 2021
9921
40 Aantallen adviezen in 2022 per stadsdeel, verdeeld over gemandateerd, agendaoverleg en commissievergadering. OVERZICHT TELLINGEN GEMANDATEERD/AGENDAOVERLEG/COMMISSIEVERGADERING 2022
Gemandateerd
Agendaoverleg
Gemandateerd Commissie I
1e kw
622 24 3 649
Centrum Woonboten Grootstedelijk Totaal
Commissie II
701 19 0 720
Agendaoverleg 3e kw
676 24 4 704
4e kw
552 13 1 566
TOTAAL
2551 80 8 2639
1e kw
160 0 3 163
Commissie
2e kw
222 0 0 222
3e kw
153 0 7 160
4e kw
176 0 0 176
TOTAAL
711 0 10 721
1e kw
29 0 1 30
2e kw
25 0 1 26
3e kw
19 0 2 21
4e kw
28 0 0 28
TOTAAL
101 0 4 105
229 208 276 6 28 747
245 225 264 4 39 777
161 219 221 1 47 649
113 270 301 4 30 718
748 922 1062 15 144 2891
23 46 25 0 0 94
35 42 31 3 0 111
30 44 24 0 0 98