CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. conceptbesluit wijziging bijlage 2 en 3 (v 13-7-2022).docx

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 31 augustus 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de vrijgave voor advisering door de stadsdelen en het stadsgebied van het conceptvoorstel tot wijziging van bijlage 2 en 3 behorende bij de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 in voorbereiding op de omgevingswet. (V6.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op:

Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:

Gemeenteblad [zo snel mogelijk / datum (hou rekening met maximaal twee weken verwerkingstijd na vaststelling en kies als datum geen weekenddag of feestdag)] [n.v.t. / datum] [Ja / nee] [n.v.t. / beschrijving gevolgen en titel besluit] [n.v.t. / titel externe informatieve bijlage] […]

Concept besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van bijlage 2 en 3 van de Verordening Stadsdelen en stadsgebied 2022 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 9 van de Verordening Stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022, [gezien, de adviezen van de dagelijks besturen van de bestuurscommissies van stadsdelen [stadsdeelnamen] van [data] en de adviezen van [eventuele adviesorganen noemen] van [datum]],

overwegende dat - de gemeenteraad op 11 november 2021 de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 heeft vastgesteld; - de bijlagen 2 en 3 van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 dienen te worden gewijzigd met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. besluit: Artikel I De Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 als volgt te wijzigen: A. Aan de inhoudsopgave van Bijlage 2: TAKENLIJST wordt na nummer 22. Basis- en kernregistraties toegevoegd: 23. Omgevingswet B Aan bijlage 2 wordt na hoofdstuk en tabel nummer 22. Basis- en kernregistraties (22.2) aan de tabel een nieuw onderdeel toegevoegd: 23. Omgevingswet De Algemene bepalingen en beperkingen en de algemene werkwijze, zoals genoemd boven aan Bijlage 2, zijn onverminderd van toepassing. In aanvulling daarop gelden voor onderdeel 23 de navolgende algemene bepalingen en beperkingen. Algemene bepalingen:

Onder de taken vallen in ieder geval de taken die nodig zijn voor het uitoefenen van de opgedragen of gemandateerde bevoegdheden op grond van de Omgevingswet en alle direct met de gemandateerde bevoegdheden samenhangende handelingen voor zover niet reeds opgenomen in onderdeel 23 van bijlage 2 en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt. Het gaat daarbij om, maar is niet beperkt tot: - Het verrichten van alle (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die nodig zijn voor het doen van een kennisgeving, een melding, een maatwerkvoorschrift of een omgevingsvergunning; - Het verrichten van alle (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die nodig zijn voor het opvragen van gegevens en bescheiden; - Het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie; - Het ondertekenen van de betreffende stukken; - Het voldoen aan publicatieverplichtingen; - Het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen. Algemene beperkingen: De uitvoering van deze taken worden niet overgedragen voor zover het gaat om de uitoefening van taken en bevoegdheden die vallen onder de algemene beperkingen zoals genoemd onder “Algemene beperkingen” in onderdeel 24 van bijlage 3.

Nr.

23.1

Omschrijving taak

Bijzonderheden en beperkingen

Omgevingsplan

Het voorbereiden van een wijziging van het omgevingsplan. Voorbereiding van een (ontwerp)wijziging van het omgevingsplan dat niet is gelegen in gebied dat is aangewezen als stedelijk gebied, vindt plaats door het dagelijks bestuur. Deze voorbereiding ligt bij het dagelijks bestuur tot het besluit tot vrijgave voor terinzagelegging van de ontwerp wijziging van het omgevingsplan. Vanaf het besluit tot kennisgeving van de terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan ligt de voorbereiding centraal. Onder het voorbereiden van een wijziging van het (ontwerp) omgevingsplan vallen alle voorbereidende handelingen die nodig zijn voor het opstellen van een (ontwerp)wijziging van het omgevingsplan. Tot de voorbereiding behoort in ieder geval het uitzetten en beoordelen van de benodigde onderzoeken, het opstellen van de ontwerpregels en de

2

1. 2.

3.

4.

Een wijziging van het omgevingsplan wordt vastgesteld door de raad; Een deel van de taken in het kader van de voorbereiding van een ontwerpwijziging van het omgevingsplan dat niet is gelegen in een stedelijk gebied, wordt door het dagelijks bestuur worden verricht; In de voorbereiding van een stedelijke wijziging van het omgevingsplan wordt het Dagelijks Bestuur over het (voor)ontwerp van de wijziging om advies gevraagd. Het dagelijks bestuur betrekt het advies van de stadsdeelcommissie bij dit advies. Het dagelijks bestuur wordt enkel in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen aan het college over het concept vast te stellen wijziging van het omgevingsplan, wanneer één of meer wijzigingen worden voorgesteld welke zijn aan te merken als wijzigingen van wezenlijke onderdelen of aard ten opzichte van het ontwerp wijziging van het omgevingsplan waarover advies is uitgebracht.

ontwerptoelichting, het voeren van vooroverleg met de betrokken overlegpartners en participatie. Onder de voorbereiding valt ook het inwinnen van kennis en advies over bovenen ondergrondse cultuurhistorische waarden en het betrekken en toepassen van het vastgestelde beleid. 23.2

Taken die behoren bij samenhangende besluiten Als de voorbereiding van de (ontwerp)wijziging van het omgevingsplan bij het dagelijks bestuur ligt en er moeten ten behoeve van de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan samenhangende besluiten worden voorbereid, dan ligt deze voorbereiding ook bij het dagelijks bestuur. Hierbij kan gedacht worden aan het (gecoördineerd) voorbereiden van besluiten m.b.t. tot een milieueffectbeoordeling, het toestaan van een hogere geluidbelasting of het treffen van geluidmaatregelen, kostenverhaal of nadeelcompensatie.

23.3

Omgevingsvergunningen, meldingen en maatwerk Alle taken en feitelijke voorbereidingshandelingen die voortvloeien en nodig zijn voor uitoefenen van de bevoegdheden voor het verlenen, wijzigen of weigeren van omgevingsvergunningen, meldingen en maatwerkvoorschriften.

23.4

Toezicht en handhaving Het uitvoeren van alle taken die verband houden met de toezicht en handhaving van bevoegdheden die aan het dagelijks bestuur zijn gemandateerd.

23.5

Bindend adviesrecht Adviseren door de stadsdeelcommissie, die het aangaat, bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij een bindend advies van de raad benodigd is.

23.6

(Rijks)monumentenactiviteit Het verzamelen van gegevens over omgevingsvergunning voor een (rijks)monumentenactiviteit en deze gegevens opnemen in een register.

3

Deze taken zijn wettelijk vastgelegd in artikel 11.64 en 11.65 van het Bkl

23.7

Het realiseren van watercompensatie Het realiseren van watercompensatie volgt uit (een wijziging van) het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. De realisatie daarvan ligt bij degene die ontwikkelt. Vaak is dat een ontwikkelaar of een projectontwikkeling vanuit de gemeente. Bij gemeentelijke projecten/-gebiedsontwikkelingen dient het project (namens de gemeente) op zoek te gaan naar een compensatielocatie. Bij gebiedsontwikkeling dat onder stadsdeelbevoegdheid uitgevoerd wordt heeft het DB de regie over de realisatie watercompensatie.

C Aan de inhoudsopgave van Bijlage 3: BEVOEGDHEDENREGISTER wordt na nummer 23. Overige gemandateerde bevoegdheden (Z.60) toegevoegd: 24. Omgevingswet D Aan bijlage 3 wordt na hoofdstuk en tabel nummer 23. Overige gemandateerde bevoegdheden (Z.60) aan de tabel een nieuw onderdeel toegevoegd:

24. Omgevingswet

De Algemene bepalingen en beperkingen, zoals genoemd boven aan Bijlage 3 zijn onverminderd van toepassing. In aanvulling daarop gelden voor onderdeel 24 de navolgende algemene bepalingen en beperkingen. Algemene bepalingen: 1. Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid op grond van de Omgevingswet omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid - al dan niet in de Awb opgenomen - samenhangende handelingen en besluiten voor zover niet reeds opgenomen in onderdeel 24 van bijlage 3 en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt. Het gaat daarbij om, maar is niet beperkt tot: - Het verzoeken tot het verstrekken van gegevens en bescheiden als bedoeld in Hoofdstuk 22 van het omgevingsplan1; - Het doen van een kennisgeving van een melding, een maatwerkvoorschrift of een omgevingsvergunning; - Het verzoeken tot het verstrekken van informatie en het opvragen van gegevens en bescheiden; - Het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie; - Het ondertekenen van de betreffende stukken; - Het voldoen aan publicatieverplichtingen;

1 Hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan bevat de zogenaamde Bruidsschat, die door Hoofdstuk 7

Voormalige rijksregels Bruidsschat van het Invoeringsbesluit in het Omgevingsplan is opgenomen.

4

-

Het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt; - het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen. 2. Bij het uitoefenen van het mandaat voor het beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij de raad een bindend adviesrecht heeft, betrekt het dagelijks bestuur het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan alvorens het besluit op die aanvraag. Algemene beperkingen: 1. Het mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals aangegeven op kaart die is opgenomen in bijlage A behorende bij de Verordening Stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022. Deze kaart wordt jaarlijks geactualiseerd en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Een uitzondering hierop vormen de taken en bevoegdheden met betrekking tot woonboten en bedrijfsvaartuigen waar een ligplaatsvergunning voor is vereist. 2. Het mandaat geldt niet: a. voor de gevallen zoals genoemd in bijlage VI bij artikel 13.12 lid 1 van het Omgevingsbesluit (Basistakenpakket omgevingsdienst), welke taken en bevoegdheden aan de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) zijn gemandateerd; b.

voor de bevoegdheden die , in aanvulling op de taken en bevoegdheden uit onderdeel 2a, eveneens aan de ODNZKG zijn gemandateerd, ookwel de plustaken genoemd. c. als het gaat om één of meerdere activiteiten die vallen onder de navolgende categorieën2: - dierentuinen (Artis); - het in de buitenlucht houden van honden of roofvogels of vogels van de families papegaaien, lori’s, kaketoes, pelikanen, kraanvogels, pinguïns, parelhoenders, reigers en roerdompen en het geslacht pauwen; - het kweken van ongewervelde dieren; - het houden van meer dan 100 paarden die geen landbouwhuisdieren zijn; - activiteiten voor sport of recreatie die per jaar meer dan 500.000 bezoekers trekken; - het gebruiken van gemotoriseerde modelvliegtuigen, modelvaartuigen of modelvoertuigen in de open lucht; - het gebruiken van bromfietsen, motorvoertuigen of andere gemotoriseerde voertuigen of vaartuigen in wedstrijdverband of voor recreatieve doeleinden in de open lucht; - het in de buitenlucht beoefenen van wedstrijdsport waar permanente voorzieningen zijn voor de gelijktijdige aanwezigheid van meer dan 6.000 bezoekers; - het geven van muziekuitvoeringen in de buitenlucht waar tegelijk meer dan 5.000 bezoekers aanwezig kunnen zijn; - het schieten in de open lucht met wapens werkend met luchtdruk of gasdruk, met uitzondering van inrichtingen voor het traditioneel schieten. d.

als de vergunningverlening betrekking heeft op tunnels; 2 Het gaat om één of meerdere activiteiten welke activiteiten als geheel voorheen behoorde tot één

inrichting en waar voor 1 januari 2013 een omgevingsvergunning benodigd was op grond van artikel 2.1, lid 1, onder e Wabo. Bij de inwerkingtreding van de Wabo is afgesproken dat deze type bedrijven onder de bevoegdheid van het college blijven. Deze bestaande afspraak wordt voortgezet, waardoor deze beperking is opgenomen.

5

e. als bij een aanvraag die betrekking heeft op meerdere activiteiten de bevoegdheid met betrekking één van die activiteiten niet is gemandateerd. In dat geval kan wel advies worden ingewonnen bij dat andere bevoegde gezag. Een uitzondering hierop vormen de taken en bevoegdheden met betrekking tot activiteiten die zien op horeca en reclame. Nr.

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag

Bevoegd bestuursorgaan

Soort overdracht

Verleend aan

Bijzonderheden en beperkingen

AA0. Hoofdstuk 22 omgevingsplan (Bruidsschat)3 a.

Het besluiten over maatwerkvoorschriften

b.

Het stellen van voorschriften over archeologische monumentenzorg binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Het besluiten over maatwerkvoorschriften voor milieubelastende activiteiten Het verlenen, wijzigen of weigeren van een omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit, bouwen en gebruiken bouwwerken Het verlenen, wijzigen of weigeren van een vangnetvergunning lozen in de bodem Het verlenen, wijzigen of weigeren van een vangnetvergunning lozen in schoonwaterriool Het verlenen, wijzigen of weigeren van een omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit: uitvoeren van werk/werkzaamheid bij beschermd stadsgezicht Het verlenen, wijzigen of weigeren van een omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit:

c.

d.

e.

f.

g.

h.

Artikel 22.4 Omgevingspl an Art. 22.34 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Artikel 22.45 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

Art. 22.26 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

Artikel 22.268 Omgevingspl an Artikel 22.269 Omgevingspl an Artikel 22.278 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Artikel 22.279 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

3 Hoofdstuk 22 van het Omgevingsplan bevat de zogenaamde Bruidsschat, die door Hoofdstuk 7

Voormalige rijksregels Bruidsschat van het Invoeringsbesluit in het Omgevingsplan is opgenomen.

6

Nr.

i.

j.

k.

l.

Omschrijving bevoegdheid omgevingsvergunning slopen van een bouwwerk Het verlenen, wijzigen of weigeren van een omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit: binnenplanse omgevingsvergunning om af te wijken Het verlenen, wijzigen of weigeren van een omgevingsvergunning voor de Omgevingsplanactiviteit: Wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht Het verbinden van voorschriften in het belang van archeologische monumentenzorg Het doen van een mededeling gevaarlijk bouwwerk

Grondslag

Bevoegd bestuursorgaan

Soort overdracht

Verleend aan

Artikel 22.280 en 22.281 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

Artikel 22.282 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

Artikel 22.303 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

Art. 22.21 Omgevingspl an

College

Mandaat

DB

Bijzonderheden en beperkingen

AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift a.

b.

c. d.

e.

f. g.

Het zenden van een ontvangstsbevestiging aanvraag omgevingsvergunning en doen van een mededeling over bevoegd gezag, procedure, beslistermijnen en rechtsmiddelen Het kennisgeven van een aanvraag bij toepassing titel 4.1 of afdeling 3.4 van de Awb Het aanhouden van een omgevingsvergunning Het beslissen op een aanvraag, het verlengen van de beslistermijn en het kennisgeven van het besluit Het kennisgeven dat geen omgevingsvergunning nodig is Het van toepassing verklaren afd. 3.4 Awb Het gelegenheid bieden tot het inzien van milieustukken

art. 16.54, lid 3, 4 en 5 Ow

College

Mandaat

DB

art. 16.57 Ow

College

Mandaat

DB

art. 16.61 Ow

College

Mandaat

DB

Art. 16.64 lid 1 Ow

College

Mandaat

DB

art. 16.64a Ow

College

Mandaat

DB

art. 16.65 Ow

College

Mandaat

DB

art. 16.67 Ow

College

Mandaat

DB

7

Nr.

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag

Soort overdracht Mandaat

Verleend aan DB

Bijzonderheden en beperkingen

art. 2.43 Ow

Bevoegd bestuursorgaan College

Het besluiten betreffende het treffen van geluidwerende maatregelen aan gebouwen i. Het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning j. Het stellen van een termijn in een omgevingsvergunning k. Het bepalen van de normadressaat voor een omgevingsvergunning l. Het (kunnen) intrekken/wijzigen van voorschriften in een omgevingsvergunning m. Het op verzoek van instemmingsorgaan wijzigen of intrekken voorschriften omgevingsvergunning n. Het besluiten tot coördinatie van besluitvorming en rechtsbescherming

Art. 5.34 Ow

College

Mandaat

DB

Koppeling met artt. 5.18 en 5.19 Ow

Art. 5:36 Ow

College

Mandaat

DB

Art. 5.37, derde lid Ow

College

Mandaat

DB

Art. 5.39 en 5.40 Ow

College

Mandaat

DB

Art. 5.41 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 16.8 Ow jo art. 3.21 eerste lid onder b Awb

College

Mandaat

DB

a. aHet verlenen van een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit

Art. 5.1, lid 1, onder a Ow

College

Mandaat

DB

Het weigeren van een omgevingsplanactiviteit o.g.v. Bibob Het stellen van een termijn in een omgevingsvergunning voor omgevingsplanactiviteit seizoensgebonden bouwwerk en drijvende bouwwerken

Art. 5.31 Ow

College

Mandaat

DB

Art. 5.36a Ow

College

Mandaat

DB

h.

AA2. Omgevingsplanactiviteit

b.

c.

AA3. (Rijks)monumentenactiviteit 8

Hier valt volgens de definitiebepaling van de bijlage van de Omgevingswet ook de buitenplanse omgevingsplana ctiviteit onder.

Nr.

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag

Bevoegd bestuursorgaan

Soort overdracht

Verleend aan

a.

Het verlenen van een omgevingsvergunning rijksmonumentactiviteit Het verbinden van voorschriften aan een vergunning voor een rijksmonumentenactiviteit die betrekking heeft op een archeologisch monument Het verbinden van voorschriften aan een vergunning voor een rijksmonumentenactiviteit die het verplaatsen van een monument Het stellen van maatwerkvoorschriften

Art. 5.1, lid 1 onder b Ow jo 8.80 Bkl Art. 8.81 Bkl

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Art. 8.82 Bkl

College

Mandaat

DB

Art. 13.3 en 13.10 Bal

College

Mandaat

DB

Art. 5.1, lid 2 onder a Ow

College

Mandaat

DB

Art. 5.31 Ow

College

Mandaat

DB

Art. 5.36a Ow

College

Mandaat

DB

Art. 2.2 en 2.4 Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 7.7 Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 2.21 Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 3.7 Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 3.86 Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 4.5 Bbl

College

Mandaat

DB

b.

c.

d.

Bijzonderheden en beperkingen

AA4. Technisch bouwen a. aHet verlenen van een .omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit b. bHet weigeren van een .omgevingsvergunning voor bouwactiviteit o.g.v. Bibob c. Het stellen van een termijn in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit voor een seizoensgebonden bouwwerk en drijvende bouwwerken d. Het ontvangen van een melding, het stellen van een maatwerkvoorschrift en beslissen omtrent gelijkwaardigheid e. Het ontvangen van een bouwmelding f. Het ontvangen van en gereedmelding g. Het stellen van maatwerkvoorschriften bij een bestaand bouwwerk h. Het stellen van maatwerkvoorschriften voor energiebesparende maatregelen i. Het stellen van

9

Grondslag voor het stellen van rijksregels (Bbl) artikel 4.3, lid 1 onder a, Ow.

Nr.

Omschrijving bevoegdheid

maatwerkvoorschriften voor nieuwbouw j. Het stellen van maatwerkvoorschriften bij herbouw k. Het stellen van maatwerkvoorschriften bij verbouw l. Het stellen van maatwerkvoorschriften bij gebruik van bouwwerken m. Het ontvangen van een gebruiksmelding n. Het stellen van maatwerkvoorschriften bij bouw- en sloopwerkzaamheden

Grondslag

Bevoegd bestuursorgaan

Soort overdracht

Verleend aan

Art. 4.6 Bbl

College

Mandaat

DB

Art 5.3.a Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 6.5 Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 6.7 Bbl

College

Mandaat

DB

Art. 7.5 Bbl

College

Mandaat

DB

Bijzonderheden en beperkingen

AA5. Milieubelastende activiteit als bedoeld in het Bal die niet tot het basistakenpakket behoort Het basistakenpakket (artikel 13.12 Omgevingsbesluit) wordt niet gemandateerd door het college aan het DB. De onderstaande tabel heeft (dus) alleen betrekking op de milieubelastende activiteiten aangewezen in paragraaf 3.2.1, 3.2.7 of 3.2.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover die niet vergunningplichtig zijn op grond van hoofdstuk 3 van dat besluit, en ook niet onderdeel uitmaken van een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van dat besluit. a. b.

Het stellen van maatwerkvoorschriften Het kennisgeven van meldingen en maatwerkvoorschriften als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving

Art. 2.13 Bal

College

mandaat

DB

art. 10.20 Ob

College

Mandaat

DB

Artikel 16.29 Ow jo art. 10.2 Ob

College

Mandaat

DB

AA6. Omgevingsplan a.

Het kennisgeven van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen incl. aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken

AA7. Gedoogplichten

10

Nr.

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag

a.

Het opleggen van een gedoogplicht in het belang van archeologisch onderzoek Het opleggen van een gedoogplicht voor het verrichten van onderzoek bij stortplaats

Art. 10.11, art. 10.19, lid 2 Ow

b.

Bevoegd bestuursorgaan College

Soort overdracht Mandaat

Verleend aan DB

Art, 10.13a Ow

College

Mandaat

DB

Art. 13.11, 13.14 lid 3, 13.15 jo. 13.18, 13.19, 13.20 Ow Artikel 16.75 en 16.76 Ow

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Art. 16.138 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 8.14 Ob Art. 8.8 Ob

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Art. 8.9 Ob

College

Mandaat

DB

Art. 8.10 Ob

College

Mandaat

DB

Art. 8.11 Ob

College

Mandaat

DB

Art. 15.1, lid 1, d, i, j, k, m, n, o en lid 2 Ow Art. 15.8 Ow

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Art. 15.8 lid 3 Ow

College

Mandaat

DB

AA8. Financiële bepalingen a.

Het verhalen van kosten voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit

b.

Het aanhouden van een kostenverhaalsbeschikking en het doorbreken daarvan Het kennisgeven van een overeenkomst kostenverhaal Het afzien van het verhalen van kosten het verbinden of wijzigen van een voorschrift aan de omgevingsvergunning over het stellen van financiële zekerheid Het vaststellen van de vorm van de financiële zekerheid Het vaststellen van de hoogte van de financiële zekerheid Het vaststellen van de termijn van instandhouding van de financiële zekerheid

c.

d. e.

f. g.

h.

AA9. Schade a.

Het toekennen van nadeelcompensatie

b.

Het toekennen van nadeelcompensatie m.b.t raadsbesluit Het besluiten tot overdracht van de bevoegdheid van een ander bestuursorgaan om te beslissen op verzoek om

c.

11

Bijzonderheden en beperkingen

Nr.

d.

e.

f.

g.

Omschrijving bevoegdheid nadeelcompensatie, dan wel het instemmen met een verzoek daartoe. Het sluiten van een schadeverhaalsovereenkom st Het verhalen van schadevergoeding bij beschikking Het beslissen over een verzoek om nadeelcompensatie Het aanwijzen van adviseurs mbt de aanvraag nadeelcompensatie

h.

Het heffen v/e recht

i.

de bevoegdheid tot het verlenen v/e voorschot op de nadeelcompensatie

Grondslag

Bevoegd bestuursorgaan

Soort overdracht

Verleend aan

Art. 13.3c Ow

College/Burgem eester

Mandaat

DB

Art. 13.3d Ow

College

Mandaat

DB

Art. 4.126 Awb

College

Mandaat

DB

art. 4 Verordening nadeelcompe nsatie Amsterdam 2022 art. 4:128 Awb jo art 2 Verordening nadeelcompe nsatie Amsterdam 2022 Art. 7 Verordening nadeelcompe nsatie Amsterdam

College/Burgem eester

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Artikel 16.43, lid 2

College

Mandaat

DB

Artikel 16.46 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 16.47 Ow Artikel 16.49 lid 4 en 5 Ow

College

Mandaat

DB

College

Mandaat

DB

Artikel 11.1 Ob

College

Mandaat

DB

AA10. Milieueffectrapportage a.

b.

c. d.

e.

Het beoordelen of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten Het op verzoek uitbrengen van advies over reikwijdte en detailniveau Het vragen van advies aan de Commissie mer Het aanhouden of afwijzen van een aanvraag omgevingsvergunning i.v.m met mer Het opnemen van het resultaat van de plan-merbeoordeling in een (ontwerp) plan of programma

12

Bijzonderheden en beperkingen

Nr. f.

Omschrijving bevoegdheid

Grondslag

Bevoegd bestuursorgaan College

Soort overdracht Mandaat

Verleend aan DB

Het monitoren van milieueffecten van plan of programma

Artikel 11.5 Ob

Artikel 18.2, lid 1 en 2 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 18.6, 18.7 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 18.10 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 18.12 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 18.13 Ow

College

Mandaat

DB

Artikel 18.18 Ow

College

Mandaat

DB

Mandaat

DB

Mandaat

DB

AA11. Handhaving en uitvoering a.

b.

c.

d.

e.

f.

Het handhaven naar aanleiding van een melding, maatwerkvoorschrift, het treffen van een gelijkwaardige maatregel of omgevingsvergunning. Het aanwijzen van toezichthouders en toekennen van de bevoegdheid tot binnentreden woning Het intrekken van een begunstigende beschikking, voor zover de bevoegdheid om die beschikking te nemen is gemandateerd Het opleggen van een bestuurlijke boete bij de overtreding van regels over bouwen, slopen, gebruik en in stand houden van bouwwerken Het opleggen van een bestuurlijke boete bij het overtreden van erfgoedregels het verrichten van werkzaamheden voor de uitoefening van bevoegdheden in het kader van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak

AA12. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden a. Het voorkomen van de afdeling 19.1 College nadelige gevolgen van een Ow ongewoon voorval en het verstrekken van gegevens en treffen van maatregelen bij een ongewoon voorval. b. Het verstrekken van Artikel 19.2 College gegevens en treffen van Ow maatregelen bij een archeologische toevalsvondst 13

Bijzonderheden en beperkingen

Artikel II Deze regeling treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. Artikel III Deze wijziging van de verordening wordt aangehaald als: ‘Wijziging van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet’. Aldus vastgesteld in de vergadering van [datum (maand voluit geschreven)]. De burgemeester Femke Halsema De gemeentesecretaris Peter Teesink

14

Toelichting Algemeen deel

De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 heeft gevolgen voor de bestaande taken en bevoegdheden van bestuursorganen. Onder de Omgevingswet komen bepaalde taken en bevoegdheden te vervallen of er vindt een verschuiving plaats in de bevoegdheidsverdeling, sommige taken en bevoegdheden wijzigen of zijn nieuw vanwege de nieuwe systematiek. In ieder geval wijzigen onder de Omgevingswet de huidige wettelijke grondslagen van bestaande taken en bevoegdheden. Een groot aantal van deze taken en bevoegdheden die bij het college van burgemeester en wethouders liggen, zijn via bijlage 2 (taken) en 3 (bevoegdheden) behorende bij de Verordening op de stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 (hierna: de Verordening) aan het dagelijks bestuur van de stadsdeelcommissies opgedragen of gemandateerd. Om te zorgen dat de huidige taken en bevoegdheden die via bijlage 2 en 3 aan de stadsdelen zijn opgedragen ook onder de Omgevingswet kunnen worden uitgeoefend, wijzigen bijlage 2 en 3 behorende bij de Verordening. De Omgevingswet integreert de gebiedsgerichte onderdelen van de huidige wetten in één wet met één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures. De wetgever gaat uit van een integrale benadering van de fysieke leefomgeving in tegenstelling tot de meer sectorale benadering onder de huidige wet- en regelgeving.

Zo komen in het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving en niet meer alleen specifieke regels over ruimtelijke ordening, zoals in het bestemmingsplan. In de huidige bijlage 2 en 3 zijn de taken en bevoegdheden, gebaseerd op de huidige systematiek geclusterd per thema. Aangezien de Omgevingswet uitgaat van nieuwe instrumenten en een nieuwe meer integrale systematiek wordt voorgesteld om nieuwe tabel toe te voegen waarin deze systematiek wordt gevolgd. Het uitsluitend transponeren (omzetten) van de bestaande tabellen in bijlage 2 en 3 sluit niet aan bij de systematiek van de Omgevingswet en bovendien is de kans groot dat nieuwe of gewijzigde bevoegdheden niet volledig (kunnen) worden getransponeerd. Daarom worden de taken en bevoegdheden die voortvloeien uit de Omgevingswet als nieuw onderdeel met een apart nummer onder het kopje “Omgevingswet” toegevoegd aan de bestaande bijlage 2 en 3. Deze nieuwe onderdelen worden aan respectievelijk bijlage 2 en 3 van de Verordening toegevoegd. De huidige bijlage 2 en 3 blijven bestaan omdat hierin ook taken en bevoegdheden zijn opgenomen waarvoor de inwerkingtreding van de Omgevingswet geen gevolgen heeft. Verder blijven de huidige bijlage 2 en 3 relevant voor het overgangsrecht onder de Omgevingswet.

Wanneer het overgangsrecht is uitgewerkt kan beoordeeld worden of bepaalde onderdelen uit bijlage 2 en 3 kunnen worden ingetrokken.

15

Artikelsgewijze toelichting Artikel I

Het wijzigen van bijlage 2 (taken) In dit onderdeel zijn de taken opgenomen die het college van burgemeester en wethouders op grond van de Omgevingswet heeft, en die het college op grond van artikel 9 van de Verordening aan het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie opdraagt. Dit betekent dat het dagelijks bestuur deze taken namens het college uitvoert. Het college kan deze taken ook altijd zelf blijven uitvoeren. Deze tabel is beperkt tot de taken die verband houden met de bevoegdheden die in het kader van de Omgevingswet aan het dagelijks bestuur zijn gemandateerd. Voor zover de taken elders in bijlage 2 is opgenomen en de taak(omschrijving) niet wijzigt onder de Omgevingswet hoeft dit niet te worden aangepast. Algemene bepalingen Onder de algemene bepalingen is in algemene bewoordingen opgenomen dat alle taken en handelingen die direct verband houden met de gemandateerde bevoegdheid ook aan het dagelijks bestuur worden opgedragen. Wel is de algemene bepaling zodanig beperkt dat deze bepaling niet geldt voor taken die behoren bij bevoegdheden die niet zijn gemandateerd (zie onder algemene beperkingen). Algemene beperkingen Onder de algemene beperkingen wordt verwezen naar de beperkingen die voor de bevoegdheden gelden.

Daarin is geregeld dat de uitvoering van deze taken niet gelden voor zover het gaat om de uitoefening van taken en bevoegdheden die vallen onder de algemene beperkingen zoals genoemd onder “Algemene beperkingen” in onderdeel 24 van bijlage 3. Toelichting per taak 23.1 Omgevingsplan De wijziging van het omgevingsplan voor een gebied of locatie dat niet als grootstedelijk gebied is aangewezen wordt door het stadsdeel voorbereid. De voorbereiding loopt totdat het ontwerpbesluit aan het college wordt voorgelegd om vrij te geven voor de terinzagelegging en de zienswijzenprocedure. 23.2 Taken die behoren bij samenhangende besluiten Besluiten die in samenhang met de wijziging van het omgevingsplan moeten worden voorbereid, worden ook door het stadsdeel voorbereid. Hierbij kan gedacht worden aan het (gecoördineerd) voorbereiden van besluiten m.b.t. tot een milieueffectbeoordeling, het toestaan van een hogere geluidbelasting of het treffen van geluidmaatregelen, kostenverhaal of nadeelcompensatie. 23.3 Omgevingsvergunning, meldingen en maatwerk

16

Als de bevoegdheid tot het besluit over de omgevingsvergunning, melding of maatwerkvoorschrift bij het stadsdeel ligt, liggen alle voorbereiden taken en handelingen ook bij het stadsdeel. 23.4 Toezicht en handhaving Het uitvoeren van alle taken die verband houden met de toezicht en handhaving van bevoegdheden die aan het dagelijks bestuur zijn gemandateerd. 23.5 Bindend adviesrecht Voorgesteld wordt om de stadsdeelcommissie om advies te vragen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor een bindend advies van de raad is vereist. De raad moet nog de gevallen aanwijzen waarvoor een bindend advies van de raad nodig is. Voorgesteld wordt dat, voordat het college het bindend advies voor de raad voorbereid, de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit eerst aan de stadsdeelcommissie voor advies wordt voorgelegd. Dit advies kan het college bijvoegen bij de voorbereiding van het bindend advies voor de raad. De raad kan dan vervolgens het advies van de stadsdeelcommissie betrekken bij het bindend advies. Nadat de raad bindend heeft geadviseerd kan het college of het dagelijks bestuur in mandaat de aanvraag voor de omgevingsvergunning verder afhandelen.

23.6 (Rijks)monumentenactiviteit Het is wettelijk voorgeschreven dat de bevoegd gezagen gegevens verzamelen over omgevingsvergunning voor een (rijks)monumentenactiviteit en deze gegevens opnemen in een register. De artikelen 11.64 en 11.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving geven aan welke informatie verzameld moet worden en in het register moet worden opgenomen. 23.7 Het realiseren van watercompensatie Het wijzigen van het omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning kan gevolgen hebben voor het aanwezige water. Als het water als gevolg van hiervan moet worden gecompenseerd en de uitvoering van dat project ligt bij het stadsdeel, liggen de taken voor de watercompensatie ook bij het stadsdeel. Het wijzigen van bijlage 3 (bevoegdheden) In dit onderdeel zijn alle bevoegdheden van het college uit de Omgevingswet opgenomen, die het college op grond van artikel 9 van de Verordening aan het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie mandateert. Dit betekent dat het dagelijks bestuur deze bevoegdheden namens het college uitoefent. De bevoegdheden worden gemandateerd en niet gedelegeerd, zodat het college altijd zelf bevoegd blijft om de bevoegdheid uit te oefenen.

Algemene bepalingen Onder de algemene bepalingen is onder 1 een algemeen mandaat opgenomen die regelt dat alle besluiten en handelingen die direct verband houden met de gemandateerde bevoegdheid ook aan het dagelijks bestuur worden gemandateerd. Dit algemene mandaat is enerzijds opgenomen om te voorkomen dat deze met de 17

bevoegdheid “samenhangende” besluiten en handelingen steeds afzonderlijk in de tabel moeten worden benoemd. Dit neemt niet weg dat in de tabel bij veel onderdelen de specifieke bepaling ook is genoemd, terwijl deze ook onder de algemene bepaling valt. Hiervoor is gekozen om aan te sluiten bij de huidige bevoegdheidsverdeling, waarin ook de bevoegdheidsverdeling ook vrij specifiek is geregeld. Anderzijds kunnen deze algemene bepalingen worden gezien als een soort vangnetbepaling. Indien bepaalde met de gemandateerde bevoegdheid samenhangende besluiten en handelingen niet dan wel niet volledig zijn gemandateerd zorgt deze algemene bepaling er voor dat het dagelijks bestuur deze samenhangende besluiten en handelingen toch kan (blijven) uitoefenen. Het gaat hierbij onder meer om het doen van een kennisgeving, het verstrekken van informatie, het publiceren of bepaalde bevoegdheden die alleen van toepassing zijn op het tijdelijk deel van het omgevingsplan dat is geregeld via de bruidsschat. Wel is de algemene bepaling zodanig beperkt dat deze bepaling niet geldt voor zover de mandatering van de bevoegdheid uitdrukkelijk is uitgesloten of beperkt. Onderdeel 2 voorziet in een algemeen mandaat dat het dagelijks bestuur kan beslissen op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse activiteit waarbij de raad een bindend adviesrecht heeft.

Dit besluit kan pas worden genomen nadat het college de raad heeft verzocht om een bindend advies uit te brengen en de raad dit advies heeft uitgebracht. Het dagelijks bestuur neemt dit bindende advies van de raad in acht bij het nemen van het besluit op de aangevraagde omgevingsvergunning. Algemene beperkingen Onder de algemene beperkingen zijn de beperkingen opgenomen waarvoor het mandaat niet geldt. Wanneer de genoemde beperking van toepassing is geldt het mandaat niet. Bij onderdeel 1 gaat het om de gebieden die zijn aangewezen als een stedelijk gebied, project of belang. Wanneer een gebied is aangewezen als stedelijk gebied ligt de voorbereiding om een deel van het omgevingsplan te wijzigen niet bij het stadsdeel (het dagelijks bestuur), maar bij de centrale stad (het college). Voor zover de bevoegdheid om te beslissen op aanvragen voor een omgevingsvergunningen, meldingen of maatwerkvoorschriften als stedelijk is aangemerkt vormt dit eveneens een beperking op de hoofdregel dat in beginsel alle Vergunning, Toezicht en Handhavingsbevoegdheden (VTH, waaronder ook meldingen en maatwerkvoorschriften vallen) aan het dagelijks bestuur zijn gemandateerd. Bij onderdeel 2 a is een beperking opgenomen voor alle milieu gerelateerde bevoegdheden die onder het zogenoemde basistakenpakket (BTP) vallen.

De taken en bevoegdheden die onder het BTP vallen, zijn verplicht aan de omgevingsdienst gemandateerd. Dit geldt ook voor de zogenoemde plustaken (2b). Het gaat hier om een lijst met taken en bevoegdheden die in aanvulling op het BTP ook aan de ODNZKG zijn gemandateerd. Ook voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet waren de taken en bevoegdheden die wettelijk waren vastgelegd in het BTP en een 18

aantal zogenoemde plustaken aan de ODNZKG gemandateerd. Deze taken en bevoegdheden zien vooral op milieubelastende activiteiten. Het enige verschil met de situatie van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dat wordt voorgesteld om het mandaat van het BTP en de plustaken centraal (bij het college) te houden. De beperking geldt ook voor één of meerdere activiteiten, welke activiteiten als geheel voorheen behoorde tot één inrichting en waarvoor op 1 januari 2013 een omgevingsvergunning benodigd was o.g.v. artikel 2.1, eerste lid onder e van de Wabo (milieuactiviteit) (2c). Voor de duidelijkheid is een lijst met categorieën van activiteiten opgenomen die hieronder vallen. Dit gaat onder meer om activiteiten die een groot publiek trekken, zoals dierentuinen (Artis), het houden of kweken van bepaalde dieren, sport- en recreatie met meer dan 500.000 bezoekers zoals grote musea, theaters, poppodia en muziekevenementen. De bestaande afspraken hierover worden voortgezet, waardoor de bevoegdheden voor deze grote publiekstrekkers net als nu bij het college blijven. Dit geldt ook voor vergunningverlening voor tunnels (2d). Ook deze bestaande bevoegdheidsverdeling wordt beleidsneutraal overgenomen.

Tot slot geldt het mandaat niet als een aanvraag betrekking heeft op meerder activiteiten, waarbij bijvoorbeeld de bevoegdheid om te besluiten over één van de aangevraagde activiteiten (bijv. de milieuactiviteit) niet bij het dagelijks bestuur ligt (2e). In dat geval blijft de bevoegdheid om te besluiten op al deze aangevraagde activiteiten centraal geregeld. Uitzondering hierop zijn de taken en bevoegdheden die te maken hebben met de activiteiten horeca en reclame, deze liggen bij de stadsdelen. Toelichting per onderdeel Bij de indeling van de tabel is gekozen om te beginnen met de bevoegdheden uit de bruidsschat. Daarna komen de algemene bevoegdheden die betrekking kunnen hebben om alle omgevingsvergunningen, meldingen en maatwerkvoorschriften en vervolgens de meer specifieke bevoegdheden per activiteit. Vervolgens is zoveel mogelijk de volgorde van de hoofdstukindeling uit de Omgevingswet gevolgd. AA 0. Bruidsschat In dit onderdeel zijn alleen bevoegdheden opgenomen uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan (hoofdstuk 22) dat van rechtswege van toepassing is, ook wel de bruidsschat genoemd, waarbij het wenselijk is dat de bevoegdheid om op grond hiervan een besluit te kunnen nemen bij het dagelijks bestuur ligt. Dit onderdeel geldt voor de tussenfase waarin er o.m. vergunningplichten gelden op grond van de bruidsschat.

Wanneer deze artikelen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn omgezet in het definitieve omgevingsplan, kan dit onderdeel worden ingetrokken. AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunningen, melding en maatwerkvoorschriften In dit onderdeel worden de algemene en procedurele bevoegdheden opgenomen die op (nagenoeg) alle activiteiten van toepassing zijn waarvoor een besluit wordt genomen over een omgevingsvergunning, melding of maatwerkvoorschrift. Door deze “algemene” bevoegdheden in dit onderdeel bij elkaar op te nemen wordt voorkomen dat de (algemene) bevoegdheden steeds bij de verschillende specifieke onderdelen moeten worden herhaald. Dit is een nadere algemene uitwerking van het 19

algemene mandaat dat onder 1 (algemene bepalingen) is opgenomen. Ook hiervoor geldt dat het mandaat de bevoegdheid voor de vergunningverlening volgt. Voor het college bestaat onder de Omgevingswet de mogelijkheid om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Buitenplanse activiteiten kunnen zodanig complex zijn dat het niet lukt om binnen acht weken een zorgvuldig voorbereid en goed gemotiveerd besluit te nemen. Voor zover de bevoegdheid om te besluiten op de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan het dagelijks bestuur is gemandateerd is de bevoegdheid om afdeling 3.4 van de Awb van toepassing te verklaren ook gemandateerd. Het college – of het dagelijks bestuur in mandaat – kan bij een concrete aanvraag beoordelen of zij van deze bevoegdheid gebruik wil maken. AA2. Omgevingsplanactiviteit In dit onderdeel zijn alleen die bevoegdheden opgenomen die specifiek van toepassing zijn op een omgevingsplanactiviteit. Het gaat daarbij in ieder geval om het verlenen van de vergunning, maar ook het weigeren van de vergunning vanwege de wet Bibob of de bevoegdheid om een termijn te stellen aan de vergunning. Daarnaast kunnen de algemene bevoegdheden als genoemd in onderdeel AA1. Van toepassing zijn bij de besluitvorming over een omgevingsplanactiviteit. AA3.

(Rijks)monumentenactiviteit Hier zijn de bevoegdheden tot het verlenen van een vergunning en het stellen van maatwerkvoorschriften voor een (rijks)monumentenactiviteiten opgenomen. Dit betreft ook de archeologische monumenten en voorbeschermde rijksmonumenten. AA4. Technisch bouwen Onder de Omgevingswet is een zogenoemde “knip” aangebracht tussen het technisch deel (technische bouwactiviteit) en het ruimtelijke deel van de bouwactiviteit (de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk). In dit onderdeel zijn de bevoegdheden voor de technische bouwactiviteit opgenomen. AA5. Milieubelastende activiteit in het Bal die niet tot het BTP behoort In artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit is bepaald welke taken en bevoegdheden op grond van het basistakenpakket (BTP) aan de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) moeten worden gemandateerd. Alleen de bevoegdheden die zien op milieubelastende activiteiten (MBA’s) die niet onder het BTP vallen worden aan het dagelijks bestuur gemandateerd. Veruit de meeste MBA’s vallen onder het BTP. Het gaat slechts om een zeer beperkt aantal gevallen waarin de bevoegdheid bij dagelijks bestuur ligt, te weten § 3.2.1 Stookinstallaties; § 3.2.7 Opslagtank voor gassen; § 3.2.9 Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking. AA6. Omgevingsplan Het wijzigen van (delen van) het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad.

Alleen de voorbereiding van het wijzigen van het omgevingsplan in een gebied dat niet als grootstedelijk is aangewezen ligt bij het dagelijks bestuur. Daarom is in dit 20

onderdeel alleen het kennisgeven van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen aan het dagelijks bestuur gemandateerd. Hieronder valt ook dat wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken. AA7. Gedoogplichten In de Omgevingswet is een aantal specifieke gedoogplichten opgenomen. Zo kan aan een rechthebbende de plicht worden opgelegd om in het belang van een archeologisch onderzoek te gedogen dat zijn of haar terreinen worden betreden voor het daarop verrichten van metingen of het daarin doen van opgravingen. Artikel 10.19, tweede lid van de Ow bepaalt dat het bestuursorgaan dat is belast met de voorbereiding of uitvoering van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit aan een rechthebbende een dergelijke gedoogplicht kan opleggen als bedoeld, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of uitvoering van het omgevingsplan of de omgevingsvergunning. Aangezien de voorbereiding bij het dagelijks bestuur van het stadsdeel kan liggen wordt deze bevoegdheid eveneens gemandateerd. AA8. Financiële bepalingen Deze bevoegdheden zien op het verhalen van kosten. Voor zover de bevoegdheid om de omgevingsvergunning te verlenen aan het dagelijks bestuur is gemandateerd is de bevoegdheid om daarbij ook kosten te verhalen ook aan het dagelijks bestuur gemandateerd.

Dit geldt ook voor de mogelijkheid om voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden over het stellen van financiële zekerheid. AA9. Schade Ook de bevoegdheid om te besluiten over het toekennen van nadeelcompensatie wordt aan het dagelijks bestuur gemandateerd, zodat zij in mandaat kunnen besluiten over nadeelcompensatie als dit verzoek ziet op een schadeveroorzakend besluit dat door het dagelijks bestuur is genomen. AA10. Milieueffectrapportage De bevoegdheden die verband houden met de milieueffectrapportage en zien op de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning worden gemandateerd aan het dagelijks bestuur, voor zover de bevoegdheid over de omgevingsvergunning of de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan bij het dagelijks bestuur ligt. AA11. Handhaving en uitvoering Wanneer de primaire bevoegdheid is gemandateerd aan het dagelijks bestuur is gemandateerd, geldt dit ook voor het toezicht en handhaving ter uitoefening van die bevoegdheid. AA12. Bevoegdheden in bijzondere omstandigheden Hier gaat het om specifieke bevoegdheden in bijzondere omstandigheden die mogelijk ook door het dagelijks bestuur kunnen liggen. Zekerheidshalve is deze bevoegdheid om die reden gemandateerd. 21

Artikel II De wijzigingen van bijlage 2 en bijlage 3 treden tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11735325/1