CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Concept OP NZKG 4_24 okt. '23.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen over het 4e concept, versie 24 oktober van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (NOVEX-NZKG) (VN2023-024422)25.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zonder toevoeging van additionele risicoruimte, heeft het haven- en industrieterrein minder fysieke ruimte beschikbaar voor transities. Daardoor zou de vraag naar uitbreiding van haven- en industriegebied opportuun kunnen worden. - Om Westpoort optimaal bij te laten dragen aan deze energietransitie is het belangrijk om milieuruimte die vrijkomt, o.a. door investeringen in schonere technieken, in te zetten voor het inpassen van onderdelen van energietransitie. Dit vraagt om meer flexibiliteit van bestaande milieucontouren in het westelijk deel van het havengebied.51 - De meest risicogevende ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie worden bij voorkeur geconcentreerd aan de westzijde van het havengebied (rond de Afrikahaven en Amerikahaven). - Aan de oostkant vinden belangrijke ontwikkelingen plaats op het gebied van energietransitie bij de bestaande terminals die zich ontwikkelen op hun huidige positie. In dit deel moet er voldoende aandacht zijn voor een gezonde leefomgeving voor de gebruiksfuncties rondom Westpoort. Dit met het oog op de woningbouwontwikkelingen in de Achtersluispolder en Hembrugterrein-Zuid (Zaanstad), en voor de tweede fase van Haven-Stad (Amsterdam).

Om hier op termijn toe te komen wordt de A10 de toekomstige oostelijke grens van Westpoort.52 Port of Amsterdam houdt rekening met de ontwikkeling van Haven-Stad en tevens houden de ontwikkelingen in Zaanstad en Amsterdam rekening met de benodigde milieuruimte van de bedrijvigheid aan de westkant van de A10.53 Hierdoor ontstaat tussen haven en stad een proces van wederzijdse inspanningsverplichtingen waarmee gaandeweg condities voor een gezonde leefomgeving verbeteren aan de randen van het haven- en industriegebied. - Voor geluidsruimte wordt in Westpoort gewerkt vanuit het geluidverdeelplan Westpoort. In het kader van de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie is het belangrijk dat de huidige geluidsruimte voor de industrie in Westpoort beschikbaar blijft. Door middel van het geluidsverdeelplan worden geluidsintensieve bedrijven midden op het bedrijventerrein gepland en minder geluidsintensieve bedrijven aan de randen. Hierdoor wordt de impact van geluid op de leefomgeving zo veel mogelijk tegengegaan. 47

IJmond Voor de waterstofroute van Tata Steel zijn in de toekomst binnen het terrein van Tata Steel mogelijk aanpassingen nodig op het gebied van externe veiligheid (risicoruimte). Dit is nodig voor de transitie van Tata Steel en de bouw van nieuwe installaties. Mogelijk is hiervoor ook tijdelijk extra geluidsruimte nodig.

5.1.4 Ruimte-intensivering haven- en industriegebieden Binnen de regio is de vraag naar haventerreinen en droge terreinen door de jaren constant. Al jaren, in ieder geval vanaf de Visie Noordzeekanaalgebied 2040 (uit 2013), is intensivering van ruimtegebruik in de haven- en industriegebieden van het Noordzeekanaalgebied het uitgangspunt voor terreinen in gebruik en bij uitgifte van terreinen. Daarnaast worden in het havengebied sinds 2008 geen nieuwe olieterminals uitgegeven, worden kolen uitgefaseerd en wordt actief meervoudig ruimtegebruik gestimuleerd daar waar mogelijk. Dankzij de transitie komen op de langere termijn terreinen vrij, maar gedurende de transitieperiode is naar verwachting extra ruimte nodig. Dit komt doordat de ruimtevraag voor nieuwe energie vooruitloopt op de uitfasering van de fossiele brandstoffen, om op die manier energie- en leveringszekerheid te kunnen blijven garanderen. Teneinde de ruimte zo effectief mogelijk te kunnen benutten en ook de ondersteunende nautische en energie-infrastructuur optimaal te gebruiken, focust de Amsterdamse haven zich op havengebonden bedrijvigheid en activiteiten gericht op de energietransitie en circulaire economie. Voor overige activiteiten dient elders in de regio ruimte gevonden te worden. Intensivering vindt niet alleen plaats op het land, maar ook op het water ten aanzien van de nautische ruimte.

Vanuit verduurzaming blijft het altijd de wens om vervoer vanaf de weg te vervangen door vervoer over het spoor en water. Dit draagt bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen, maar levert aanvullende druk op spoor en water. Voor de nautische ruimte betekent dat aanvullende claims voor wacht- en ligplaatsen voor de zee- en binnenvaart. In de IJmond is er voor de opgaven van de offshore (Wind op Zee) veel kaderuimte nodig voor het realiseren van windparken en de ambities voor wind op zee. Kaderuimte is daar zeer schaars. De kades die er wel zijn willen we mede daarom zo efficiënt en effectief mogelijk inzetten. Om meer ruimte te maken op kades in de IJmond kunnen HIRB-subsidies (Herstructurering en intelligent ruimtegebruik bedrijventerreinen) van de provincie Noord-Holland een groot verschil maken om de onrendabele top voor het verwijderen van opstallen van droge bedrijven af te waarderen.

48

In het Noordzeekanaalgebied is er alléén voldoende (milieu-)ruimte in onze haven- en industriegebieden als wij de volgende principes in acht nemen: - Alle beschikbare ruimte in de haven- en industriegebieden wordt optimaal en intensief benut en ongebruikte kades, zoals in de IJmond (Grote Hout en de Pijp), worden hersteld. Daarom blijft deze regio werken aan het ontwikkelprincipe van ruimte-intensivering, zoals in de Visie NZKG 2040 is ingezet, om de bestaande haven- en industriegebieden van Westpoort en IJmond optimaal te benutten voor de benodigde bedrijvigheid. - Vrijkomende ruimte in haven- en industriegebieden wordt op tijd beschikbaar gemaakt. Dit is niet vanzelfsprekend. Vrije ruimte in haven- en industriegebieden inzetten voor gewenste transities vraagt soms om publieke controle over deze vrije ruimte. Met een sterke grondpositie heeft de Port of Amsterdam daar grotendeels controle over. Deze controle is echter niet aanwezig in de IJmond met voornamelijk privaat grondeigendom. Voor het tijdig beschikbaar maken van voldoende ruimte voor de gewenste transities kan publieke sturing een passend instrument zijn. Dit wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 6 ‘Samenwerking’. - Na een ruimtelijk efficiënte transitie van Tata Steel, waarmee de leefomgeving wordt ontlast, kan het Tata Steel-terrein intensiever ingezet en benut worden voor meer dan alleen staalproductie.

Hoe dit vorm gaat krijgen is op dit moment nog niet duidelijk. - Inzet van verdere transformatieplannen van havengebieden voor woningbouw in de regio zijn het resultaat van een gezamenlijke gecoördineerde strategie. De afgelopen 10 jaar is in het Noordzeekanaalgebied stevig ingezet op transformatieplannen voor woningbouw. Een klein deel van al deze ambities voor transformatie wordt nu al gerealiseerd. Als de komende jaren te snel nieuwe delen in realisatie worden genomen, dan verplaatsen te veel havengebonden bedrijven zich naar de beperkte resterende vrije ruimte in de haven- en industriegebieden. Dan komt de energie- en circulaire transitie in het gedrang. De formule die in paragraaf 5.1.6 van dit ontwikkelperspectief verder wordt uitgewerkt, is om in de haven- en industriegebieden eerst de onderdelen in te brengen voor de nieuwe hoofdstructuur voor groene energie (elektra en waterstof) en een heldere strategie te maken voor de circulaire ontwikkeling. Stappen voor verdere transformatie van havengebieden worden om de vier jaar, bij de actualisatie van het ontwikkelperspectief, gezamenlijk gecoördineerd en verder gebracht. - Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is van groot belang. Tijdige realisatie van de energieinfrastructuur is noodzakelijk voor de gewenste transitie. Nu al lopen bedrijven tegen de beperkingen aan van een overbelast elektriciteitsnet.

Zowel op hoogspannings- als middenspanningsniveau is sprake van congestie. De landelijke waterstofinfrastructuur (‘backbone’) dient uiterlijk in 2028 gerealiseerd te zijn. Aanvullend wordt gewerkt aan een lokaal distributienet voor waterstof in de Amsterdamse haven. Ook de infrastructuur voor CO2-afvang en hergebruik (Carbon Capture Storage and Usage – CCS/CCU) is van belang. CO2 is immers een belangrijke bouwsteen voor de circulaire chemie in de regio. Ook de koppeling met het regionale warmtenet zal helpen om industriële restwarmte (bijv. van electrolysers) te benutten.

49

5.1.5 Realisatie Energiehaven met ambitie voor doorgroei Energiehaven De Energiehaven maakt deel uit van onze inzet om bestaand haven- en industrieterrein intensiever te gebruiken. Het baggerdepot in de voormalige Averijhaven en een deel van het Tata Steel-terrein worden, indien haalbaar, ontwikkeld tot Energiehaven. De nieuw te ontwikkelen haven is cruciaal bij de bouw van windparken op de Noordzee. De komende jaren worden steeds meer windparken gebouwd op de Noordzee en de Energiehaven is een belangrijke uitvalsbasis voor de aanleg en het onderhoud daarvan. Zo biedt de nieuwe Energiehaven de mogelijkheid om de bouw van de windparken Hollandse Kust (west) en IJmuiden Ver te ondersteunen. Ook speelt de Energiehaven een belangrijke rol in de gewenste ruimte-intensivering en het versterken van de haveninfrastructuur in de regio. Er is al onderzoek gedaan naar de milieu-impact van de aanleg van de Energiehaven, via een Milieueffectrapportage. Uitgangspunt is dat het binnen de bestaande milieukaders moet passen. Rijk en regio werken de komende jaren samen richting een gezamenlijke investeringsstrategie. Voor de behoefte van de offshore aan geschikte kade- en kavelruimte kunnen ook investeringen in herstel en onderhoud van kades, zoals bij de Pijp (Beverwijk) en Grote Hout (Velsen) een bijdrage leveren.

Energiehaven Plus (tweede fase) De Energiehaven Plus is een groeistrategie voor de langere termijn (een tweede fase), die pas gerealiseerd kan worden na transitie van Tata Steel en het realiseren van de basis-Energiehaven. De Energiehaven-Plus heeft een aantal strategische voordelen die samenhangen met meerdere transitieopgaven. Voor Rijk en regio geven die aanleiding om de Energiehaven Plus, als groeistrategie voor de toekomst, gezamenlijk verder te verkennen: - Ruimte-intensivering. De Energiehaven Plus is een groeistrategie landinwaarts. Uitbreidingsruimte kan deels worden gevonden in de ruimte die nu gebruikt wordt voor steenkoolopslag. Indien deze ruimte vrijkomt, door omschakeling naar gas en waterstof, kan deze ruimte intensiever worden gebruikt voor nautische functies en onderdelen van de energietransitie, zonder inbreuk te maken op ander landschap en zonder groene gebieden te verharden. - Economische synergie. Bij verdere ontwikkeling van de Energiehaven Plus kan worden ingezet op economische synergievoordelen. Staalproductie levert restwarmte. Deze restwarmte kan worden ingezet voor waterstofconversie die nodig is waterstof veilig te transporteren.54 - Maatschappelijk rendement. Met het vergroten op termijn van de ambitie van de Energiehaven naar een Energiehaven Plus kan met de investering in de Energiehaven meer maatschappelijke waarde worden gerealiseerd.

Als onderdeel van de ruimtelijke intensivering dragen de Energiehaven en de Energiehaven Plus bij aan het behoud van landschappen voor toekomstige piekwaterberging die nodig zijn door klimaatverandering. - Klimaatrobuust. De ligging van de Energiehaven Plus, ten westen van de zeesluis in IJmuiden, is vanuit klimaatverandering en logistiek perspectief robuust en van strategisch belang. In tijden van droogte is het belangrijk om een te grote instroom van zout zeewater in het kanaal

50

te voorkomen. Voor de waterkwaliteit in het Noordzeekanaal is dat een groot voordeel van een inzet op deze haven. Al deze mogelijke voordelen van de Energiehaven Plus moeten de komende jaren nader worden verkend, en uiteraard verder worden besproken met bewoners en andere belanghebbenden. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de volgende randvoorwaarden: - Leefomgeving IJmond. Intensiever ruimtegebruik levert ook dilemma’s op ten aanzien van milieubelasting en daarmee voor een gezonde leefomgeving. Voor de Energiehaven Plus zal te zijner tijd de MER-procedure doorlopen worden. De IJmond is nu overbelast door een stapeling van milieueffecten. Toevoegen van functies mag niet leiden tot meer overlast. Inpassing moet gepaard gaan met een verbetering van de leefkwaliteit en een gezondere leefomgeving. - Scheepvaartinfrastructuur. Plannen voor extra havenactiviteiten moeten uiteraard ook getoetst worden aan de scheepvaartinfrastructuur en het waterbeheer. Punten als onderhoud van het kanaal, de schutmogelijkheden, bereikbaarheid van de haven en de veilige en vlotte verkeersafwikkeling op de vaarwegen en het sluizencomplex zijn daarbij randvoorwaarden (die volgen uit Scheepvaartverkeerswet).

5.1.6 Afstemming over tempo transformatie voor woningbouw In deze regio worden de komende jaren veel woningen gebouwd, deels via transformatie van havenen bedrijventerreinen, deels via stedelijke vernieuwing van bestaande wijken. Transformatieplannen van haven- en industriegebieden raken mogelijk andere ambities, zoals de energietransitie en ontwikkeling van circulaire economie. Om te zorgen dat voor alle opgaven voldoende ruimte is, is regionale afstemming nodig over de volgorde en het tempo van transformatieplannen voor woningbouw. Voor stedelijke vernieuwing, een richting die al in de Verstedelijkingsstrategie MRA is ingezet, agendeert dit ontwikkelperspectief voor de IJmond een extra inspanning. Een deel van transformatieplannen voor woningbouw is al in uitvoering. Dit betreft: de eerste fase Haven-Stad55, Hembrug-Noord Zaanstad, en Spoorzone Beverwijk West. De volgende projecten zijn in voorbereiding of worden de komende jaren verwacht: Spoorzone Beverwijk Bazaarterrein en Sluiskwartier Zaanstad (deel van Achtersluispolder). Dit zijn de projecten waar verlies van haven- en bedrijventerrein mogelijk is en zich goed verhoudt tot de andere ruimtelijke ambities. Voor de langere termijn liggen er ook op andere delen van de haven- en industriegebieden plannen voor transformatie naar gemengd-stedelijke gebieden met woningbouw.

Hiervoor is regionale afstemming nodig in relatie tot de mate waarin andere opgaven vorderen, zoals de implementatie van de energietransitie en de ruimtelijke behoefte van de circulaire economie. Bij iedere actualisatie van het ontwikkelperspectief worden verdere stappen voor transformatie van haven- en industriegebieden voor woningbouw gezamenlijk in regionaal verband genomen. Voor verdere transformatie van droge bedrijventerreinen is een beoordeling nodig op een groter schaalniveau, dat van de Metropoolregio Amsterdam. De metropoolregio heeft hiervoor een MRA Bedrijventerreinenstrategie in voorbereiding. 51

Het opofferen van industrieterrein is verantwoord vanuit de woningbouwopgave en ook de nieuwe gemengde woon-werkgebieden zijn van economische waarde. Maar deze ambitie voor verdere transformatie voor woningbouw moet in balans zijn met de bijzondere vestigingsrandvoorwaarden (kades, diep water, hoge milieucategorie) die voor de havenindustrie en de transities nodig zijn, en in de haven- en industriegebieden ten westen van de A10 te vinden zijn. Randvoorwaarde voor verdere transformatie is dat gebiedsontwikkelingen afgestemd worden op bestaande en benodigde milieuruimte van de haven, en dat de fasering past bij de benodigde milieuruimte van bedrijven. Dat vraagt om innovatief ontwerp, (bouw)technische voorzieningen en goede communicatie naar nieuwe bewoners bij de gebiedsontwikkeling. Zoals beschreven in de milieueffectrapportage (MER) bij de Ontwikkelstrategie Haven-Stad hoort daar ook bij dat op sommige milieuaspecten de belasting op de woon- en leefkwaliteit relatief hoog zal zijn en dat daarvoor op andere aspecten compensatie moet worden gezocht.

5.1.7 Samenwerken vanuit het Schone Lucht Akkoord Provincie, gemeenten, partners en omgevingsdiensten werken aan het beperken van uitstoot van vervuilende stoffen in alle relevante sectoren, conform het Schone Lucht Akkoord56, binnen wettelijke mogelijkheden. De energietransitie van fossiele naar niet-fossiele energiebronnen kan de komende jaren een grote bijdrage leveren aan een verbetering van de luchtkwaliteit, zowel in de IJmond als in Westpoort. Inzetten op toepassing van schonere technieken is de richting waaraan partijen, overheden en bedrijfsleven samen kunnen bijdragen. Dat kan enerzijds door innovaties te stimuleren en door samenwerking en afstemming tussen overheden en bedrijfsleven. Anderzijds is aanscherping nodig in normstelling en vergunningverlening om een gezondere leefomgeving voor omwonenden te realiseren.

IJmond Industrie, scheepvaart en mobiliteit zorgen in de IJmond voor economische groei en werkgelegenheid en tegelijk ook voor vervuiling en hinder. Dat heeft gevolgen voor de luchtkwaliteit. In de IJmond voldoet de leefomgeving aan de huidige geldende wettelijke milieunormen voor bijvoorbeeld fijnstof (immissie) en geluid. Toch is het een zwaar belast gebied met negatieve effecten op de gezondheid. Recente onderzoeken van het RIVM tonen aan dat werken aan een gezondere leefomgeving een belangrijke en urgente opgave is.57 Een van de meest urgente opgaven in de IJmond is de transitie van Tata Steel. Hiertoe werken provincie, gemeenten, Tata Steel en omgevingsdiensten samen op basis van het Programma Tata Steel 2020-2050. Realisatie van een snelle transitie van Tata Steel is de gezamenlijke inzet van de maatwerkafspraken die in voorbereiding zijn tussen Rijk en Tata Steel, waarbij ook de provincie NoordHolland en de gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen betrokken zijn. Om tot snelle verbeteringen te komen in de IJmond is het Rijk in gesprek met Tata Steel om tot maatwerkafspraken te komen voor verduurzaming en snelle reductie van belastende emissies. De 52

inzet, een snelle transitie van Tata Steel, is waar bedrijf en regio dezelfde kant op willen. De regio wil hiertoe afspraken maken om de verbouwing en transitie bij Tata Steel tijdig te realiseren. Westpoort De verwachting is dat de luchtkwaliteit rond Westpoort als gevolg van de energietransitie (en daarmee de afname van fossiele verbrandingsprocessen) zal verbeteren. Om Westpoort optimaal bij te laten dragen aan deze energietransitie is het belangrijk om milieuruimte (geluid en risicoruimte) die vrijkomt, onder andere door te investeren in schonere technieken, te benutten voor de energietransitie. Dit vraagt om meer flexibiliteit van bestaande milieucontouren in het westelijk deel van het havengebied (zie hiervoor paragraaf 5.1.3).

5.1.8 Verbeteren instrumentarium voor een gezondere leefomgeving Om bewoners te beschermen tegen schadelijke emissies zetten de omgevingsdiensten in het Noordzeekanaalgebied in op het optimaal benutten van het VTH-instrumentarium (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) binnen de wettelijke mogelijkheden. De provincie en gemeenten zijn bevoegd gezag voor de bedrijven die onder deze richtlijn vallen en verantwoordelijk voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving die door de omgevingsdiensten wordt uitgevoerd. De vergunningverlener heeft ruimte om normen te stellen binnen de emissierange van de ‘best beschikbare technieken’. Om met name de gezondheid zo stevig mogelijk te borgen, benutten de provincie en gemeenten het beschikbare VTH-instrumentarium maximaal. Daarnaast versterken we de handhaving en besteden de provincies en gemeenten extra aandacht aan bedrijven die de grootste impact hebben op de leefomgeving en de gezondheid. Echter, om bewoners voldoende te beschermen tegen schadelijke emissies is het huidige instrumentarium en stelsel onvoldoende toereikend. In het Schone Lucht Akkoord is afgesproken dat partijen toewerken naar de WHO-advieswaarden van 2005. Werken aan een gezondere leefomgeving betekent dat wetten, normen en onze instrumenten daarop zijn toegerust.

De huidige wet- en regelgeving vraagt om verbetering, waarbij gezondheidskundige waarden meer als uitgangpunt worden genomen. Het Rijk wordt gevraagd hieraan bij te dragen door te kijken naar Europese en nationale regelgeving, om het stelsel van wet- en regelgeving de komende jaren te verbeteren en aan te scherpen. Een gelijk Europees speelveld is hierbij belangrijk. Verbetering van het stelsel begint met beter (digitaal) inzicht over milieuemissies in het gebied. Dat inzicht ontbreekt nu. De regio vraagt het Rijk regelgeving te maken om feitelijke emissies digitaal te verzamelen en te registeren. Op dit moment worden niet alle gegevens digitaal aangeleverd en geregistreerd. De feitelijk beschikbare milieuruimte is daardoor niet bekend. Dat maakt het in een zwaarbelaste omgeving als het Noordzeekanaalgebied problematisch om de grote transities in te passen. Er is behoefte aan betere mogelijkheden om bedrijven via vergunningsvoorwaarden te bewegen om schonere technieken in te zetten, het uitfaseren van verouderde installaties en zo door besparing en verduurzaming efficiënter met beschikbare milieuruimte om te gaan. De beschikbare milieuruimte kan onder andere ingezet worden bij de gewenste transities. Daarvoor is beter juridisch instrumentarium 53

nodig, waarbij van belang is dat dit is ingebed in Europese richtlijnen om een internationaal level playing field te behouden. -

Rijk en regio zijn afwachting van een Europese richtlijn industriële emissies, die daarna doorgevoerd wordt in nationale wetgeving. - Naast de Europese richtlijn industriële emissies is de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit relevant. Deze zal gewijzigd worden en meer in lijn worden gebracht met de advieswaarden van de WHO. Hierin is aandacht nodig voor lagere grenswaarden om in de toekomst de luchtkwaliteit te bevorderen. Met behulp van de Europese richtlijnen voor industriële emissies en luchtkwaliteit moet het ook mogelijk worden om de vergunningsvoorwaarden voor bestaande installaties aan te scherpen, om verouderde installaties uit te faseren en te zorgen voor innovatie bij de industrie. Op dit moment biedt het instrumentarium nog geen mogelijkheid om rekening te houden met de cumulatie van emissies van verschillende stoffen. Per stof kan de emissie binnen de normen blijven, maar opgeteld kan alsnog geen sprake zijn van een gezonde leefomgeving. In hoogbelaste gebieden, bijvoorbeeld waar haven- en industriegebieden en woongebieden elkaar raken, is er behoefte aan de mogelijkheid om een gebiedsgerichte aanpak te ontwikkelen waarin de normstelling rekening houdt met deze cumulatie van emissies. Ook dat kan bedrijven stimuleren om te zoeken naar schonere technieken. Bedrijven moeten ook ruimte krijgen om te innoveren.

Het Rijk wordt gevraagd om haast te maken met de uitvoering van eerdere toezeggingen op bepaalde milieuthema’s. Een belangrijk voorbeeld hiervan is het beschikbaar maken van stikstofruimte om de energietransitie te kunnen laten plaatsvinden. Ten slotte, om een gezonde leefomgeving te bewerkstelligen is het noodzakelijk dat bij bouwontwikkelingen in het Noordzeekanaalgebied de interactie tussen de industriële (haven)activiteiten en de stedelijke omgeving wordt meegenomen in het stedenbouwkundig plan. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan het plaatsen van functies met grotere aantallen mensen op ruimere afstand van de industriële activiteiten.

5.1.9 Sterker inzetten op stedelijke vernieuwing Voor het realiseren van een gezondere en veilige leefomgeving is herstructurering / stedelijke vernieuwing een cruciale opgave in de wijken van het Noordzeekanaalgebied waar de kwaliteit van de leefomgeving achter is gebleven. Amsterdam en Zaanstad hebben al een aanpak van integrale gebiedsontwikkeling. In de IJmond ontbreekt deze nog. Amsterdam Nieuw West: Geuzenveld en Slotermeer De gemeente Amsterdam heeft de afgelopen decennia flinke stappen gezet in de stedelijke vernieuwing in Nieuw-West, in het bijzonder in Slotervaart, Osdorp en delen van Geuzenveld. Deze wijken zijn significant verbeterd. Amsterdam zet deze aanpak, mede via het Nationaal Programma Samen Nieuw-West dat in maart 2023 is vastgesteld, nu door in Geuzenveld en Slotermeer. In 2019 heeft stadsdeel Nieuw-West daarvoor het gebiedsplan vastgesteld. 54

Zaandam Oost: Poelenburg en Peldersveld In lijn met het Verstedelijkingsconcept MRA maakt Zaanstad de komende jaren werk van planvorming voor de integrale gebiedsgerichte aanpak in Poelenburg en Peldersveld. Deze wijken in het oosten van Zaandam vragen om een concrete verbetering van de leefbaarheid. Kansen ontstaan door verdichting, verduurzaming, een grotere diversiteit aan functies en een betere aansluiting op het verkeersnetwerk. Deze aanpak voor stedelijke vernieuwing sluit aan bij de Regio Deal ZaanIJ. Rijk en regio werken daarin samen voor meer werk, beter onderwijs en een groene en veilige leefomgeving in Poelenburg en Peldersveld in Zaandam en in Molenwijk en Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord. Stedelijke vernieuwing van Poelenburg en Peldersveld verbindt de gebieds- en knooppuntontwikkeling rond treinstation Kogerveld aan de noordkant met de transformatie van Sluiskwartier aan de zuidkant. Zo ontstaat één corridor voor gebiedsontwikkeling. Met voldoende massa en een samenhangende aanpak ontstaat zicht op een substantiële versterking van het mobiliteitsnetwerk: een hoogwaardige openbaar vervoersverbinding (HOV ZaanIJ). Deze HOV-verbinding kan gaan functioneren als tweede backbone tussen Amsterdam en de Zaanstreek. Verbetering van de leefbaarheid gaat zo samen met versterking van de positie van Zaanstad in de metropoolregio Amsterdam.

IJmond Een vergelijkbare integrale gebiedsaanpak zoals Zaandam Oost en Amsterdam Nieuw West ontbreekt in de IJmond. Juist in de IJmond zou een dergelijke integrale aanpak effectief kunnen zijn. Er komen namelijk meerdere opgaven samen die om een integrale aanpak vragen, gericht op het verbeteren van de leefbaarheid en het bouwen van woningen. Op kleiner schaalniveau wordt er gewerkt aan het project Pont tot Park (IJmuiden), Spoorzone Beverwijk West, Schrijversbuurt Heemskerk en de transformatie van het Bazaarterrein. Daarnaast werken woningcorporaties aan kleinschalige projecten om naoorlogse blokken te verduurzamen, en waar nodig sloop-nieuwbouw toe te passen waardoor woningen kunnen worden toegevoegd. Door deze versnipperde aanpak komen de benodigde randvoorwaarden onvoldoende in beeld en op de agenda van Rijk en regio. Deze randvoorwaarden moeten vanuit een groter schaalniveau worden onderzocht en geagendeerd. Daarbij valt te denken aan punten zoals mobiliteit, groene verbindingen, warmtenetten en landschappelijke versterking, Gemeenschappelijke integrale aanpak voor de IJmond Gezien de omvang van de IJmondgemeenten in relatie tot de omvang van deze opgave, kan zo’n integrale samenhangende aanpak alleen tot een succes worden gemaakt met actieve steun van provincie en Rijk.

Als onderdeel van het uitvoeringafspraken NOVEX-NZKG maken de IJmondgemeenten, provincie en Rijk een plan, vergelijkbaar met het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, voor de verbetering van de fysieke en sociale leefomgeving in de naoorlogse wijken. De gezamenlijke integrale aanpak van Rijk en regio voor de IJmond maakt ook duidelijk hoe Rijk en regio werken aan noodzakelijke bovenplanse investeringen voor de stapeling van stedelijke vernieuwingsen woningbouwprojecten die de komende jaren in de IJmond worden ingezet.

5.1.10 Water en bodem als structurerende randvoorwaarde

55

‘Water en bodem sturend’ geldt in Nederland als een nieuwe randvoorwaarde in de ruimtelijke ordening.58 In het Noordzeekanaalgebied spreken wij af dat nieuwe projecten in het Noordzeekanaalgebied deze richting ondersteunen of hieraan zoveel als mogelijk tegemoet komen. Daarvoor is een viersporenbenadering nodig, waarin ruimte voor water, randvoorwaarden vanuit het water- en bodemsysteem aan andere opgaven, en ruimte voor technische ingrepen in het watersysteem, centraal staan om toe te werken naar een robuust en vitaal water en bodem-systeem. Dat betekent o.a.: -

Anticiperen op zeespiegelstijging: o O.a. door het reserveren van voldoende ruimte voor het versterken van primaire en regionale waterkeringen.

-

Beperken van overstromingsrisico: o Toepassing van de meerlaagsveiligheidsbenadering; o Woningbouw klimaatadaptief ontwikkelen op de juiste locaties; o Energieinfrastructuur klimaatadaptief inpassen in de ruimte.

-

Anticiperen op afname zoetwaterbeschikbaarheid: o Reduceren van zoetwatergebruik; o Inzet op vasthouden, bergen en hergebruiken; o Het gebruik van industriewater registeren en meten, en onderzoeken op welke wijze marktprikkels kunnen bijdragen aan de opgave om water te besparen.59

-

Waterkwaliteit verbeteren: o O.a. door ernaar toe te werken dat in de toekomst minder koel- en afvalwaterlozingen nodig zijn op het oppervlaktewater.

5.1.11 Strategische reserveringen voor waterberging Grootschalige berging voor water zal pas op termijn nodig zijn, zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde van het kanaal. Wel is het belangrijk om daar nu al ruimte voor te reserveren, om in de toekomst voldoende ruimte beschikbaar te hebben. Door hier nu al richting in te geven, ontstaat meer zekerheid over het toekomstperspectief van deze en andere landschappen. Aan de zuidzijde van het Noordzeekanaalgebied is de diepgelegen Houtrakpolder de enige polder waar in de toekomst waterberging georganiseerd kan worden zonder zeer ingrijpende maatregelen en investeringen. Er liggen geen lintdorpen of andere woonkernen, en het is geen Natura 2000-gebied. De Houtrakpolder is wel onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Uitgaande van eerste ramingen van zo’n 10 miljoen m3 kan een reservering van de Houtrakpolder ongeveer 30% van de ruimtelijke opgave opvangen. Eventuele waterberging in de toekomst zal uitgewerkt worden aan de hand van de randvoorwaarden die de natuur hier stelt. Ook aan de noordzijde van het Noordzeekanaalgebied moet de komende jaren een gebied worden aangewezen. Provincie, gemeenten en waterschappen gaan de komende jaren op basis van 56

samenwerking en inzichten van het in oprichting zijnde deelgebied Centraal-Holland in het Deltaprogramma aan de slag om ook hier een keuze voor de toekomst te maken.

Reservering Houtrakpolder In deze paragraaf wordt de Houtrakpolder beschreven als strategische optie voor de toekomst voor waterberging. Deze richting wijkt af van de bestaande reservering van de Houtrakpolder voor ontwikkeling van een havenbekken, maar met dit ontwikkelperspectief is deze nieuwe richting nog niet definitief. Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied draagt bij aan voorwaarden waarin ontwikkeling van de Houtrakpolder als havenbekken in de toekomst niet nodig is. Maar met een koersdocument is de bestaande reservering voor een mogelijk havenbekken in de Houtrakpolder nog niet verdwenen. Het schrappen van deze reservering is een bevoegdheid van de provincie Noord-Holland. De reservering is verankerd in de provinciale Omgevingsvisie (2018) die over een aantal jaren wordt geactualiseerd. Tot die tijd blijft de reservering sowieso vigerend beleid. Op basis van dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied wordt ingezet om de reservering los te laten60 na een succesvolle realisatie van het pakket van onderstaande onderdelen.

Dat betekent dat in 2028 duidelijk moet zijn dat: - er voldoende nautische ruimte is in de haven en voldoende fysieke ruimte in de haven- en industriegebieden (onder andere door ruimte-intensiveringen, dubbel-ruimtegebruik, en door de realisatie van de Energiehaven); - er voldoende milieuruimte (met name risicoruimte) is vrijgemaakt voor de energie- en circulaire transitie; - er voldoende ruimte is voor de inpassing van de energietransitie, en noodzakelijke transformatoren ingepast worden in het landschap, waarbij versterking van het landschap wordt gerealiseerd; - de Energiehaven gerealiseerd is, en de Plus-ambitie voor later in de tijd door Rijk, regio en partners wordt gezien als een realistische ontwikkeling voor de lange termijn. Pas dan is de koers die nu wordt ingezet een zodanig succes dat deze regio gezamenlijk de provincie zal aanbevelen om de reservering voor het havenbekken in de Houtrakpolder te schrappen uit de provinciale Omgevingsvisie. Of deze integrale koers succesvol is, wordt al eerder duidelijk bij de actualisatie van dit ontwikkelperspectief over vier jaar (2027). Let wel: als de reservering voor een havenbekken niet wordt opgegeven, moet er binnen het Noordzeekanaal- en Amsterdam-Rijnkanaalgebied ruimte worden gevonden voor een alternatieve grootschalige waterberging.

57

5.1.12 Landschappen en ecologie versterken

Landschappelijk is er veel nodig om te komen tot sterke, klimaatadaptieve en ecologisch waardevolle landschappen. De grote transitie van het landelijke gebied kan niet overal tegelijk. Het vraagt met name om samenspraak en samenwerking met de beheerders van ons landschap, veelal agrarische ondernemers die grote delen van ons landschap beheren en bewerken. Met hen als rentmeesters van onze groene gebieden zullen Rijk en regio gezamenlijk de komende decennia een model moeten ontwikkelen waarin landbouw, ecologische versterking en landschapsbeheer samen komen. Dit biedt ook kansen voor vergroting en verbreding van het aanbod voor recreatief medegebruik van het landelijk gebied. In de context van een regionaal groenblauw netwerk dat in algemene zin om versterking vraagt, wordt ingezet op versterking van bijzondere landschappen. Agendering van landschappelijke versterking in onderstaande gebieden maakt koppelingen mogelijk met andere opgaven: - Landschappelijke versterking van de Wijkermeerpolder en het noordelijke Oer-IJ draagt bij aan de kwaliteit en de gezondheid van de leefomgeving in de IJmond. Het is onze ambitie om de kwaliteit van deze leefomgeving te verbeteren, ook ten behoeve van de recreatie.

- Het landschap van de Houtrakpolder sluit aan op een toekomst waarin deze polder gaat bijdragen aan toekomstig waterbeheer en een verhoging van de ecologische en recreatieve waarde. Indien de Houtrakpolder hiervoor geschikt is, en aangewezen wordt, kan dit in combinatie met inspanningen die nodig zijn voor het versterken van het elektriciteitsnetwerk. Beide landschappelijke ontwikkelingen kunnen belangrijk bijdragen aan de eerder genoemde groene verbindingen in oostwest-richting, die beide wenselijk zijn om de landschappelijke samenhang in het groenblauwe raamwerk te versterken: tussen Zuid-Kennemerland en Spaarnwoude en tussen het Noord-Hollands Duinreservaat en het landschap van het Oer-IJ. Aan het slot van deze paragraaf wordt ingegaan op de mogelijkheid dat er een impuls voor landschapsontwikkeling uit kan gaan van de inpassing van energievoorzieningen. Wijkermeerpolder en noordelijk Oer-IJ Het landschap versterken in de Wijkermeerpolder, in het bijzonder het verbeteren van groene verbindingen voor langzaam verkeer naar de wijken in de IJmond, is integraal onderdeel van onze aanpak om de kwaliteit van de leefomgeving in de IJmond te verbeteren.

De IJmond beschikt in het westen over een prachtig strand-, duin- en recreatielandschap, maar aan de andere kant van de IJmond wordt toegang tot recreatief groen belemmerd door snelwegen, spoor en een druk haven- en bedrijventerrein. De Wijkermeerpolder heeft goede agrarische grond en is geschikt voor akkerbouw, groenteteelt en fruitteelt. Indien goed verbonden met de stedelijke omgeving draagt het verbeteren van de Wijkermeerpolder bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en bouwt het voort op kansen die in deze polder aanwezig zijn. Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij de geschiedenis van het landschap als deel van het Oer-IJ. Door nabijheid van de IJmond kan de Wijkermeerpolder voorzien in de groeiende behoefte aan recreatief groen als gevolg van de toenemende verstedelijking en woningbouw. Beide functies, de agrarische en de recreatieve, komen bij elkaar in het perspectief van een gemeenschappelijke ‘tuin’ 58

waar ruimte is om te boeren en voor groente- en fruittuinen in een omgeving met rust en geschikt voor recreatief verblijf. Landschappelijke versterking van de Wijkermeerpolder met groene verbindingen moet onderdeel worden van de gezamenlijke integrale uitwerking voor de IJmond. Hiermee kunnen investeringen die nodig zijn onderdeel worden van een samenhangend pakket met fasering om de kwaliteit van de leefomgeving in de IJmond te verbeteren. Houtrakpolder en zuidelijk Oer-IJ Een toekomst waarbij de Houtrakpolder, als diepgelegen polder, ingezet kan worden voor waterbeheer om piekmomenten in ons watersysteem op te vangen, creëert koppelkansen met andere ruimtebehoeftes in het gebied. Daarbij valt te denken aan ecologische versterking, uitbreiding van groen recreatief gebied, en eventueel het versterken van het elektriciteitsnetwerk. Vanwege de nabijheid van de 380 kV-hoogspanningsleiding kan de Houtrakpolder één van de plekken worden waar daar in de toekomst ruimte voor wordt gemaakt. Versterking en herstel van het landschap in de Houtrakpolder begint bij de historie van het Oer-IJ. In de grondstructuur van de Houtrakpolder is deze zeearm nog steeds zichtbaar. De afgelopen jaren heeft Staatsbosbeheer aan de zuidkant van de Houtrakpolder een hoogwaardig verzilt en open landschap met water aangelegd.

De noordzijde van de Houtrakpolder heeft behoefte aan ecologische versterking omdat de bossen te lijden hebben van de hoge grondwaterstand en verzilting. Versterking en vergroting van het zilte landschap past bij de status van de Houtrakpolder als deel van het Natuurnetwerk Nederland, met een ecologie die gebaseerd is op brak water. Energietransitie en landschap Eventuele inpassing van transformatoren die nodig zijn om het elektriciteitsnetwerk te versterken kan de komende jaren ook een impuls geven om het landschap te versterken. Om groene energie van windparken op land te laten aanlanden, en om te voorzien in de elektriciteitsbehoefte die voortkomt uit de opgave om de industrie te verduurzamen en de ambitie om groene brandstoffen te produceren in de Amsterdamse haven, wordt ruimte gezocht voor een aantal zeer grote transformatoren. Dit gaat om inpassingen van elk 20 à 25 hectare groot. Het ministerie van EZK bereidt samen met de regio een regeling voor om gebieden waar windenergie van zee aan land komt te steunen op het gebied van leefbaarheid, fysieke leefomgeving, landschap en economische ontwikkeling. Bij inpassing van zo’n grote transformator kunnen er, als onderdeel van de doorwerking van wind op zee-ambitie, gelden worden vrijgemaakt voor landschappelijke versterking.

Kortom, wanneer de Houtrakpolder na een integrale afweging als vestigingslocatie in beeld komt, dan kan voor de hierboven beschreven landschappelijke versterking, de komende jaren financiering worden gevonden vanuit dit steunfonds.61

59

5.2

Eén koers, één gemeenschappelijke richting

Met deze koers zetten Rijk en regio in op één integraal samenhangend pakket van maatregelen en oplossingsrichtingen om de komende jaren verder uit te werken. Onderdelen die noodzakelijk zijn voor onze ambities krijgen prioriteit, maar deze gezamenlijke koers vraagt ook om eigen belangen op te geven als die in strijd zijn met andere opgaven. Het ontwikkelperspectief biedt voor iedere partij zowel zoet als zuur: - Zo spant Tata Steel zich in tot een grote verbouwing om rond 2030 het eerste deel van de transitie richting verduurzaming en gezondere leefomgeving gerealiseerd te hebben. Tijdens dit proces worden al eerder concrete resultaten verwacht, gericht op een gezondere leefomgeving. - De IJmond wordt gevraagd om samen met provincie en Rijk een integraal plan te maken voor de stedelijke vernieuwing van de naoorlogse sociale woningbouw. Waarmee ook de bovenplanse investeringen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving worden meegenomen. - Het landschap gaat in transitie voor een versterking van water, ecologie en bodem, maar er worden ook offers gevraagd voor inpassingen van de energietransitie in het groene landschap. Deze inpassingen bieden echter wel een kans om op de betreffende locaties met aanvullende budgetten tot concrete landschappelijke versterking te komen.

- Voor de energie- en circulaire transitie in de haven- en industriegebieden zet de regio zich in voor additionele risicoruimte en indien noodzakelijk voor tijdelijke additionele geluidsruimte. 60

-

-

Daarbij werken Rijk en regio gezamenlijk aan de realisatie van de Energiehaven, en wordt de ambitie onderzocht om deze ontwikkeling later op te plussen. Een succesvolle realisatie van het pakket van deze onderdelen, zoals benoemd in de paragraaf 5.1.11, leidt ertoe dat de reservering voor een mogelijk havenbekken in de Houtrakpolder in de toekomst niet meer nodig is. Echter de reservering is nog steeds actief, en kan pas worden opgegeven na realisatie van het pakket van onderdelen van dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied. Alle nieuwe ontwikkelingen houden via het principe van water en bodem sturend rekening met kansen en toekomstige beperkingen van ons water- en bodemsysteem. Aan de noordzijde van het Noordzeekanaalgebied moet er nog aanvullend gebied voor toekomstig waterbeheer worden aangewezen. De hele regio verplicht zich om transformatieprojecten voor woningbouw in onze haven- en industriegebieden pas in te zetten zodra dit past in onze gezamenlijke overweging, regionale samenhang en bestuurlijk overleg.

Met deze koers slaan wij de komende jaren dezelfde richting in, en kan er door onze samenwerking de komende decennia méér maatschappelijke waarde worden gerealiseerd in het Noordzeekanaalgebied.

61

6

Samenwerking

Het succes van dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied valt of staat bij een goede regionale samenwerking en afstemming. Oplossingen voor de diverse opgaven kunnen alleen in samenhang en door samenwerking worden bereikt. De bestuurlijke- en netwerkorganisatie in het NZKG is robuust ingericht. Dat wil zeggen dat de opgaven in deze regio nu en in de toekomst goed en tijdig kunnen worden opgepakt. Het Bestuursplatform NZKG vormt de kern van de regionale bestuurlijke samenwerking. Hierin zijn provincie, gemeenten en partners vertegenwoordigd en zit ook het Rijk aan tafel. En dat is relevant, omdat we zien dat er in de komende jaren hard gewerkt wordt aan diverse transities die niet alleen de regio aangaan, maar waarbij ook nationale opgaven worden opgepakt. Daarnaast vragen we het Rijk om via grondposities een sterkere positie in te nemen in het Noordzeekanaalgebied, om zo gezamenlijk te kunnen sturen op opgaven van nationaal belang.

Bestuursplatform NZKG De regionale samenwerking in het NZKG bestaat al ruim dertig jaar. In het Masterplan van 1995 ging het voornamelijk om de groeikansen voor de haveneconomie. In 2013 is de Visie NZKG 2040 gezamenlijk vastgesteld en werd het perspectief al verbreed naar woningbouw. Het NOVEX-NZKG proces heeft vervolgens een extra impuls gegeven om de scope van het bestuurlijk gesprek nog verder te verbreden. Het Bestuursplatform NZKG heeft twee vakinhoudelijke bestuurscommissies ingericht Energietransitie en Ruimte - om het bestuurlijk gesprek goed te kunnen voeren langs de lijnen van de inhoud. Zo zijn aanvullend op de bestaande samenwerking de waterschappen betrokken in de Bestuurscommissie Ruimte en zitten de netbeheerders, gebruikers en producenten van duurzame energie aan tafel in de Bestuurscommissie Energietransitie. Dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is het resultaat van een intensief samenwerkingsproces. Het Noordzeekanaalgebied is het industriecluster van de Metropoolregio Amsterdam. Er vindt regelmatig afstemming plaats met de NOVEX-MRA, op een groter en abstracter schaalniveau. Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is een nadere invulling van wat er globaal over het Noordzeekanaalgebied is opgenomen in de NOVEX-MRA.

Nationale regie Het Rijk kondigt aan de komende jaren nationale regie te willen voeren op ruimtelijke opgaven van nationaal belang. Ook in het Noordzeekanaalgebied is het Rijk van harte welkom om deze regie gezamenlijk op te pakken. En er is meer nodig. Voor nationale regie op inpassingen en versnelling is een actieve grondpositie van het Rijk van strategisch belang. In het Noordzeekanaalgebied zijn twee havenbedrijven actief. Deze havenbedrijven kunnen bijdragen aan inpassingen van nationale opgaven zoals de energie- en circulaire transitie. Dat kan als er meer publieke sturing is op strategische grondposities in dit haven- en industriegebied van de MRA. Het Rijk heeft op dit moment nauwelijks grondposities in het Noordzeekanaalgebied. Daarmee is een potentieel belangrijk instrument voor nationale regie niet of nauwelijks voorhanden. Deze sturing is onder andere nodig voor het tijdig 62

realiseren van uitbreiding van de energiehoofdstructuur. Investeringen daarin worden uitgevoerd conform het Cluster Energie Strategie NZKG (CES NZKG 2022) en via het nationale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK). Wanneer het Rijk de komende jaren haar strategische positie in dit gebied versterkt, kunnen wij gezamenlijk, als overheden en aangesloten partners, sturen op opgaven van nationaal belang die nodig zijn in het Noordzeekanaalgebied.

63

Proces van totstandkoming Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Bestuursplatform NZKG en het ministerie van EZK. Het is voorbereid in de Bestuurscommissie Ruimte NZKG, waarin alle partners van het Bestuursplatform NZKG vertegenwoordigd zijn, en ook het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het Hoogheemraadschap Rijnland en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn aangesloten.

Rond de zeven thema’s (zie hoofdstuk 1) hebben werkgroepen bouwstenen voorbereid voor het opstellen van dit ontwikkelperspectief. Een aantal van deze bouwstenen wordt als aanvullende onderlegger bijgevoegd.

Dit ontwikkelperspectief kwam tot stand na vele gesprekken en overleggen en dankzij de input van onze partners en anderen. Tijdens het proces waren partijen bereid om zich te verplaatsen in de opgaven van anderen. Hieronder staan een aantal memorabele momenten: 64

- Minister Rob Jetten bezocht de Winddays in IJmuiden op 16 juni 2022. Hij kondigde daar het bestuurlijke trekkerschap van minister Micky Adriaansens aan. - Tijdens het NZKG jaarcongres van 30 september 2022 op Base Camp IJmuiden gingen ruim 200 betrokkenen in het gebied in gesprek over opgaven als waterstof, klimaatverandering, woningbouw, leefbaarheid, milieuruimte en samenwerking in deze regio. - Andere momenten waren onze maandelijkse atelierbijeenkomsten met het Productieteam, dat bestaat uit deskundigen van alle partners, en een atelier waaraan onder anderen de Rijksadviseur voor de Leefomgeving Wouter Veldhuis en andere vertegenwoordigers van het College van Rijksadviseurs aan hebben bijgedragen (4 oktober 2022). - Het integrale gesprek met het Rijk is goed op gang gekomen in het BRON-beraad van 13 december 2022. Daar waren de hoogste ambtenaren van alle ruimtelijke ministeries aanwezig. Op basis van een fysieke schuifpuzzel met alle opgaven die spelen in het gebied, is een gesprek gevoerd over integrale samenhang en toekomstkansen. - Op 30 maart 2023 kwamen bestuurders en partners bij elkaar voor het bestuurlijk atelier bij Afvalzorg in Nauerna. In Nauerna, met uitzicht op Noordzeekanaal, de polders en het westelijk havengebied, werkten de deelnemers samen en dachten mee over de samenhang van alle opgaven in het gebied.

- Op 19 juli 2023 organiseerden we een sessie in de Broedmachine in Beverwijk, waarin natuur- en milieuorganisaties, ondernemersverenigingen, woningcorporaties en een reizigersvereniging deelden wat zij belangrijk vinden in het Noordzeekanaalgebied. - In september en oktober 2023 is de integrale samenhang van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied uitgelegd en besproken in alle betrokken gemeenteraden en Provinciale Staten. - Op 18 oktober 2023 kwamen bestuurders en partners wederom bij elkaar voor een tweede bestuurlijk atelier waarin bestuurlijke samenwerking als centraal stond. - Het NZKG-congres van 10 november 2023 in SugarCity Halfweg stond inhoudelijk in het teken van het nieuwe Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, en werd met een breed publiek van belangstellenden besproken. Door alle gesprekken en de samenwerking tussen Rijk en regio is een proces ontstaan waarin partijen zijn gaan bewegen. Ze hebben het belang van de eigen dossiers onderdeel gemaakt van de integrale samenhang en ambities voor het hele Noordzeekanaalgebied. Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is het resultaat van dit proces. Het is nader afgestemd met het Rijk (onder anderen met de ministers van EZK, BZK en I&W) in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van mei 2023.

In het tweede en derde kwartaal van 2023 is overleg gevoerd met gemeenteraden, Provinciale Staten en het dagelijks bestuur van de waterschappen over het ontwikkelperspectief. Het vastgestelde Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied zal in het voorjaar van 2024 aan raden en Staten worden voorgelegd om het deze gemeenschappelijke strategie voor de komende jaren te onderschrijven.

65

Noten

1 Ministerie van BZK, Nationale Omgevingsvisie (2020), p. 168 2 Ministerie van BZK, Programma NOVEX (2022), p. 13 3 Kamerbrief ‘Programma's Uitvoering NOVEX en Mooi Nederland’ van de minister voor VRO, 6 juli 2022 4 Rijk en Metropoolregio Amsterdam, ‘Verstedelijkingsconcept 2050; Metropool van grote klasse met menselijke maat’

(2021), p. 14 5 Zoals bedoeld in artikel 14 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (na de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024: “Risicogebied”) 6 Alles is landschap: haven- en industrielandschappen, stedelijke landschappen, en groene landschappen. Met de term ‘het groene landschap’ bedoelen wij al het landschap minus de haven- en industrielandschappen en de stedelijke landschappen. 7 Hiervoor is een 380-kv transformator nodig eventueel in combinatie met een aanlanding vanuit wind op zee. 8 Sommige functies gaan gepaard met externe veiligheidsrisico’s. De opslag van benzine of waterstof bijvoorbeeld. Er zijn landelijk risicomaten opgesteld waarin staat opgenomen wat er wel en niet in de nabijheid van deze functies mogelijk is. Dat leidt tot ingetekende risico-contouren op de kaart. Ook in het Noordzeekanaalgebied zijn - aan de hand van deze landelijke risicomaten - risico-contouren bepaald. Met risicoruimte worden deze contouren bedoeld. 9 Beleidsbrief ‘Een nationaal programma voor versnelde verduurzaming van de industrie’ (24 maart 2023), ministerie van EZK, blz. 6. Zie ook de kaart van de nationale hoofdstructuur in de Nationale Omgevingsvisie, blz. 66. De andere vier zijn Noord-Nederland, Rotterdam-Moerdijk, Zeeland-West-Brabant en Chemelot in Limburg. De over het land verspreide industrie wordt wel als zesde cluster aangemerkt.

10 Henri de Groot, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit heeft deze ontwikkeling al vele malen aangekondigd op de ‘State of the Union’ van de Metropoolregio Amsterdam 11 Hiermee leveren we een bijdrage aan de volgende nationale programma’s: Wateroverlast en zeespiegelstijging; Programma Energie Hoofdstructuur; Nationale Woon- en Bouwagenda; Nationaal Programma Circulaire Economie; Programma Infrastructuur Duurzame Industrie; Mooi Nederland; Nationaal waterstof programma; Nationaal werklocaties, ruimte voor economische activiteit; Water en bodem sturend; Nationaal programma verduurzaming industrie; die op hun beurt weer ten dienste staan van Europese programma’s zoals bijvoorbeeld Fit for 55. In de uitvoeringsagenda, zie pararaaf 1.4 voor nadere toelichting, zal aandacht zijn voor de invulling van de nationale doelstellingen en hoe deze vorm krijgen in het NZKG. 12 De econoom Joseph Schumpeter (1883-1950) noemde dit proces ‘creatieve destructie’. 13 Erasmus UPT (2023), De economische en strategische waarde van de havens in het NZKG, conceptversie februari 2023, blz. 11 14 Dat is ongeveer 2,5% van de werkgelegenheid en 3% van de toegevoegde waarde in de Metropoolregio Amsterdam. Zie hiervoor: Erasmus UPT (2023), De economische en strategische waarde van de havens in het NZKG, conceptversie februari 2023, blz.

11 15 Deze ambitie is opgenomen en uitgewerkt in het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030. 16 Havennota 2020-2030 ‘Agenda voor krachtige havens in een duurzame en digitale economie’, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020, blz. 7 17 De aanpak van de energietransitie is onder meer uitgewerkt in de Cluster Energie Strategie (CES 2.0) voor het Noordzeekanaalgebied (2022) en het jaarlijkse Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (MIEK) van het Rijk. 18 Respectievelijk de Cluster Energie Strategie (CES 2.0) voor het Noordzeekanaalgebied (2022) en het jaarlijkse Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat van het Rijk (MIEK) en van de provincie (pMIEK). 19 Voor het bevorderen van de productie en de toepassing van secundaire grondstoffen en biogrondstoffen in de koolstofketen. De aanwezige maakindustrie in het gebied zal moeten verduurzamen, en introduceert nieuwe productieprocessen. Verschillende EU regelgeving voor verpakkingen en producten geven de richting aan onder het Circular Economy Action Plan (onderdeel van de Green Deal). 20 Alle recente onderzoeken (t.w.

Generation Energy (2022) Inventarisatie ruimte en milieucontouren energieprojecten NZKG, Buck, Vestigingsbeleid Noordzeekanaalgebied (2021) Bureau Buiten (2022)) geven aan dat er voldoende fysieke ruimte is in de haven- en industriegebieden van het Noordzeekanaalgebied voor de economische vraag indien de huidige ruimte voor steenkolenopslag die rond 2030 vrijkomt in Westpoort meegerekend wordt.

66

21

De berekening is op hoofdlijnen. Anno 2023 is er 335 hectare aan uitgeefbare ruimte (zie Monitor Ruimte-Intensivering Noordzeekanaalgebied 2023, p.8). Rond 2030 komt daar in Westpoort 108 hectare bij doordat steenkoolopslag beschikbaar komt. Gemiddeld wordt 20 hectare aan ruimte uitgegeven aan diverse functies (zie Buck (2021) en Bureau Buiten (2022)). 335+108= 443 hectare /20 betekent dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor minimaal 22 jaar. Dat betekent dat het NZKG zeker tot 2040 voldoende uitgeefbare ruimte beschikbaar heeft. In deze som is nog niet bijgeteld: de (steenkool)ruimte die na de transitie van Tata Steel beschikbaar kan komen, en ruimte die wel vrij is in het gebied maar niet uitgeefbaar is zoals de ADM-werf van 43 hectare. Indien deze ruimte in de toekomst ingevuld kan worden met nieuwe functies dan is er ruimte beschikbaar voor een nog langere periode. 22 Nationaal Programma Energie Hoofdstructuur (PEH) is nog in ontwikkeling bij het ministerie van EZK. De vraagraming voor energietransitie per gebied wordt verwacht in de zomer van 2023. 23 Ontwerp-Programma Energiehoofdstructuur, Rijksoverheid (2023) p. 72. 24 Voor het versterken van het elektriciteitsnetwerk zijn ook veel extra onderstations nodig, die om ruimtelijke inpassing vragen in en nabij de stedelijke omgeving.

25 Het maximale scenario uit het Ontwerp-Programma Energiehoofdstructuur van 350 hectare is extreem maar zelfs dat zou ruimtelijk kunnen passen in het Noordzeekanaalgebied. Echter het is dan onwenselijk en onmogelijk om al deze onderdelen op Westpoort onder te brengen, omdat er dan ruimtelijke schaarste ontstaat voor nautische functies en circulaire bedrijvigheid. Door deze opgave ruimtelijk te verdelen past deze opgave wel. De eerste transformator op het voormalige Tata-terrein is al in aanbouw en in de toekomst volgen er meer die om inpassing vragen in het landschap. Op Westpoort wordt in maximale scenario 200 hectare benut voor energieinfrastructuur en na de transitie van Tata Steel komt er ruimte vrij die ingezet kan worden voor de energietransitie (75/100 ha). Als dit maximale scenario nodig is vraagt dit wel om ruimtelijk prioriteit te geven aan vestigingen die hier bijdragen aan deze nieuwe energiestructuur. 26 Onzekerheden/ variabelen van onderzoek van Ecorys betreffen: De ontwikkelingen van de wereldhandel en de mate waarin strategische grondstoffen bereikbaar zijn in relatie tot de milieu-impact bij de winning ervan elders; en onzekerheid over de mate waarin er op internationaal consensus wordt bereikt over de ontwikkeling van de circulaire economie en het level playing field. 27 Ecorys (2023) Transitie naar een circulaire economie in het Noordzeekanaalgebied.

Circulair handelsperspectief voor een ruimtelijke inrichting van het NZKG in het kader van NOVEX. 28 Decisio (2023) MKBA Energiehaven. 29 Op 6 april 2023 heeft de Gemeenteraad van Zaanstad het Concept Perspectief Achtersluispolder vastgesteld waarbij onderscheid gemaakt wordt in drie zones. In Achtersluispolder-Zuid/Havenkwartier ligt de nadruk op het versterken en intensiveren van economische functies. In het Concept Perspectief pagina 19 staat over deze zone vermeld: ‘Om investeringen van ondernemers mogelijk te maken zet Zaanstad hier voor een periode van 20 jaar niet in op verdere transformatie’ 30 GE Energy (2022), Inventarisatie ruimte en milieucontouren energieprojecten NZKG, september 2022. P. 45. 31 Een risicogebied kan wel over kwetsbare gebouwen gelegd worden indien deze door bevoegd gezag als noodzakelijk voor het gebied worden beoordeeld. 32 Overleg hierover vindt ook plaats in het BO Industrie en Gezondheid. 33 Nota Zeehavens, provincie Noord-Holland, 2022, blz. 28 34 Cijfers uit Woondeal MRA (2023) 35 RIVM (2021), Blik op leefomgeving en gezondheid voor de Verstedelijkingsstrategie Metropoolregio Amsterdam vanuit beschikbare data en trends.

36 De Leefbaarometer van het ministerie van Binnenlandse Zaken geeft informatie over de leefbaarheid in alle buurten en wijken, waarbij leefbaarheid is gedefinieerd als de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de voorwaarden en behoeften die er door de mens aan worden gesteld. Het geeft de situatie in de wijk weer, maar ook ontwikkelingen en achtergronden van de buurt. Om leefbaarheid in beeld te brengen wordt gebruik gemaakt van 100 indicatoren, onderverdeeld in 5 dimensies. 37 RIVM (2021), Blik op leefomgeving en gezondheid voor de Verstedelijkingsstrategie Metropoolregio Amsterdam vanuit beschikbare data en trends. 38 De stand van zaken m.b.t. de gezondheid is onderwerp van een aantal onderzoeken van RIVM, twee brieven van de provincie Noord-Holland aan de Staatssecretaris van I&W (14 april 2021 en 2 september 2021) en een brief van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied aan de DG Milieu en Internationaal van het ministerie van I&W (1 april 2022) 39 Onderzoeksraad voor Veiligheid (2023), Industrie en Omwonenden p.8 40 Onderzoeksraad voor Veiligheid (2023), p 141. 41 Waarbij ook integraal gekeken wordt naar mobiliteit. Stedelijke vernieuwing/verdichting en gezonde leefomgeving maken integraal onderdeel uit van de opgaven. OV-frequenties van trein, pont en bus, maar ook naar het oplossen van de doorstroming van snelwegen A9/A22/A208 via de velserverbinding.

Een betere pontverbinding (2e pont) en doorstroming van het Pontplein zijn van groot belang voor de hoofdfietsroutes in de IJmond en het bevorderen van duurzame mobiliteit. 42 Kamerbrief ‘water en bodem sturend’ van minister van I&W (25 november 2022) 43 Landschappelijke waarden en structuren zijn benoemd in de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie en het provinciale document ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. 44 Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040 (p.38)

67

45

Algemene uitgangspunten over de relatie tussen het watersysteem en de ruimtelijke inrichting zijn vastgelegd in de kamerbrief ‘Water en bodem sturend’ van de minister van I&W (25 november 2022). Voor het Noordzeekanaalgebied is van bijzonder belang het lopende onderzoek naar een ‘Toekomstbestendig watersysteem AmsterdamRijnkanaal/Noordzeekanaal’. Specifiek voor het Ontwikkelperspectief NZKG is een ambtelijk Werkdocument opgesteld over Water en Klimaatadaptatie (maart 2023). 46 Deze raming komt uit de eerste voorlopige onderzoeken van Toekomstbestendig Watersysteem ARK-NZK. Specialisten geven mee dat deze prognose in de toekomst waarschijnlijk nog hoger zal uitvallen. 47 Lees hiervoor de Historische Wateratlas (2022) p.25 over ‘het Oer-IJ, het raadsel van de zinkgaten en de suikerbieten’. En over het roerei van de Turkse ingenieur Güray die het gebied de naam Oer-IJ heeft gegeven. 48 Bron: Visie schone scheepvaart, Port of Amsterdam 2022. 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13622183/1