CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Concept OP NZKG 4_24 okt. '23.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen over het 4e concept, versie 24 oktober van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied (NOVEX-NZKG) (VN2023-024422)25.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

ONTWIKKELPERSPECTIEF NOORDZEEKANAALGEBIED Samen sturen op transities van nationaal belang 4de concept: versie 24 oktober 2023

1

“Als wij met een brede blik voorzichtig doorontwikkelen, dan komt het helemaal goed.” Landschapsarchitect Adriaan Geuze op het NZKG-congres, 30 september 2021

“So the timeline is uncertain, but the sequencing is clear!” Greg Clark (London School of Economics), reactie op de NOVEX-aanpak NZKG, 2021

“We believe by working together, we can overcome our challenges” NZKG-congres, Halfweg SugarCity, 10 november 2023

2

ONTWIKKELPERSPECTIEF NOORDZEEKANAALGEBIED Samen sturen op transities van nationaal belang

In het Bestuursplatform NZKG van 19 december 2023 wordt/is dit koersdocument vastgesteld als leidraad voor toekomstig beleid door: - Het Rijk, namens het Rijk het Ministerie van Economische Zaken - Provincie Noord-Hollland - Gemeente Amsterdam - Gemeente Beverwijk - Gemeente Haarlemmermeer - Gemeente Heemskerk - Gemeente Velsen - Gemeente Zaanstad Deze koers is onderschreven als richting voor toekomstig handelen door de aangesloten partners in het Bestuursplatform NZKG: - Port of Amsterdam - Tata Steel - Zeehaven IJmuiden N.V. En vastgesteld door de Dagelijks Besturen van de Waterschappen: - Waterschap Amsterdam, Gooi en Vecht - Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier - Hoogheemraadschap Rijnland.

3

Inhoud Bestuurlijke opdracht........................................................................................................................... 6 Korte versie van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied...................................................... 7 1 Nieuw perspectief .....................................................................................................................11 1.1 Verschillende transities tegelijk ............................................................................................. 11 1.2 NOVEX-aanpak NZKG ............................................................................................................. 12 1.3 Regionale samenwerking ....................................................................................................... 14 1.4 Een gezamenlijke richting voor verdere ontwikkeling ........................................................... 15 1.5 Leeswijzer .............................................................................................................................. 16 2 Haven- en industriegebieden .....................................................................................................17 2.1 Economische waarde .............................................................................................................

17 2.2 Opgaven ................................................................................................................................. 17 2.3 Ambitie .................................................................................................................................. 18 2.4 Wat is er nodig voor deze ambitie? ....................................................................................... 20 2.4.1. Is er voldoende fysieke ruimte in de havengebieden? .................................................... 20 2.4.2 Is er voldoende milieuruimte voor economische transitie? ............................................ 23 2.4.3 Vitale havenfuncties en betrouwbare achterlandverbindingen ..................................... 24 3 Stedelijke omgeving...................................................................................................................26 3.1 Stedelijke omgeving ............................................................................................................... 26 3.2 Opgaven ................................................................................................................................. 26 3.2.1 Woningbouw ...................................................................................................................

27 3.2.2 Kwaliteit van de leefomgeving ........................................................................................ 27 3.2.3 Gezondere leefomgeving................................................................................................. 28 3.3 Ambitie .................................................................................................................................. 29 3.4 Wat is nodig voor deze ambitie? ........................................................................................... 29 3.4.1 Verbetering van het instrumentarium voor een gezondere leefomgeving .................... 29 3.4.2 Werken aan leefbare wijken en steden ........................................................................... 30 3.4.3 Verduurzaming van industrie / Tata Steel ....................................................................... 31 4 Landschap & watersysteem .......................................................................................................33 4.1 Landschap en watersysteem.................................................................................................. 33 4.2 Opgaven ................................................................................................................................. 34 4.2.1 Opgaven voor een toekomstbestendig watersysteem ...................................................

34 4.2.2 Opgaven voor het landschap ........................................................................................... 37 4.3 Ambitie .................................................................................................................................. 39 4.4 Wat is er nodig voor deze ambitie? ....................................................................................... 39 4.4.1 Water en bodem sturend ................................................................................................ 39 4.4.2 Erfgoedinclusief ontwikkelen .......................................................................................... 42 4.4.3 Een klimaatadaptief landschap met samenhang en identiteit ........................................ 42 5 Onze koers ................................................................................................................................ 44 5.1 Een koers in twaalf punten .................................................................................................... 44 5.1.1 Inpassen energiehoofdstructuur ..................................................................................... 44 5.1.2 Verduurzamen economie en industrie ............................................................................

46 5.1.3 Voldoende milieuruimte .................................................................................................. 46 5.1.4 Ruimte-intensivering haven- en industriegebieden ........................................................ 48 4

5.1.5 Realisatie Energiehaven met ambitie voor doorgroei ..................................................... 50 5.1.6 Afstemming over tempo transformatie voor woningbouw ............................................ 51 5.1.7 Samenwerken vanuit het Schone Lucht Akkoord............................................................ 52 5.1.8 Verbeteren instrumentarium voor een gezondere leefomgeving .................................. 53 5.1.9 Sterker inzetten op stedelijke vernieuwing ..................................................................... 54 5.1.10 Water en bodem als structurerende randvoorwaarde ................................................... 55 5.1.11 Strategische reserveringen voor waterberging ............................................................... 56 5.1.12 Landschappen en ecologie versterken ............................................................................ 58 5.2 Eén koers, één gemeenschappelijke richting ......................................................................... 60 6 Samenwerking ...........................................................................................................................62 Bestuursplatform NZKG.................................................................................................................

62 Nationale regie .............................................................................................................................. 62 Proces van totstandkoming ............................................................................................................... 64 Noten 66

5

Bestuurlijke opdracht Dit Ontwikkelperspectief NZKG is opgesteld in het kader van de NOVEX-aanpak NZKG, onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het Bestuursplatform NZKG en het ministerie van EZK. Rijk en regio hebben de afgelopen jaren drie bestuurlijke opdrachten gegeven: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), deze werd nader uitgewerkt in het NOVEX-programma, en het Verstedelijkingsconcept MRA. Nationaal: NOVI en NOVEX (2020-2022) In de Nationale Omgevingsvisie wees het kabinet het Noordzeekanaalgebied aan als ‘NOVI-gebied’. Het bevestigde hiermee het belang van het Noordzeekanaalgebied voor ‘grote en geïntegreerde (transitie)opgaven in de fysieke leefomgeving’, waarbij ‘nationale belangen onmiskenbaar’ zijn.1 De opgaven in deze NOVI-gebieden vragen om een gezamenlijke aanpak van overheden en andere partijen. In 2022 volgde het NOVEX-programma. Hierin legde het kabinet extra nadruk op versnellen van de uitvoering, het versterken van de ruimtelijke regierol van het Rijk en het vernieuwen van de samenwerking in de (uitvoerings)relatie met provincies én in gebieden.2 Het NOVI-gebied werd omgedoopt tot NOVEX-gebied.

‘In dit NOVEX-spoor werken Rijk en regio gezamenlijk aan een ontwikkelperspectief, uitvoeringsagenda en uitvoeringsafspraken per gebied’.3 Regionaal: Verstedelijkingsconcept MRA (2021) In 2021 bereikten het Rijk en de Metropoolregio Amsterdam overeenstemming over het Verstedelijkingsconcept MRA. Daarin komen keuzes op het gebied van leefkwaliteit, woningbouw, werklocaties, mobiliteit, landschap, energie, water, circulaire economie en ecologie bij elkaar.4 Begin 2022 is het verstedelijkingsconcept onderschreven door de gemeenteraden, de twee Provinciale Staten en de waterschapsbesturen in de regio. Voor de complexe opgaven in het Noordzeekanaalgebied was een nadere integrale uitwerking nodig. Hiertoe hebben Rijk en regio bij de vaststelling van het verstedelijkingsconcept de bestuurlijke opdracht gegeven voor een gebiedsgerichte uitwerking voor het Noordzeekanaalgebied. Bij voldoende draagvlak en na regionale vaststelling wordt dit ontwikkelperspectief opgenomen in de Verstedelijkingsstrategie MRA en er onderdeel van gemaakt. Hoe gaan we verder? Na het vaststellen van dit ontwikkelperspectief, worden de bijbehorende uitvoeringsagenda uitgewerkt en een regionale investeringsagenda opgesteld. Het ontwikkelperspectief zelf wordt herijkt in 2027. De partijen die betrokken zijn bij het maken van het ontwikkelperspectief houden contact in het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied.

Van partijen wordt verwacht dat zij hun acties en ingrepen in de ruimte conformeren aan het ontwikkelperspectief, zij kunnen elkaar daarop aanspreken.

6

Korte versie van het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied 150 jaar geleden is het Noordzeekanaal gegraven tussen Amsterdam en de Noordzee. Sindsdien is het Noordzeekanaal de economische drager van deze regio. Rond het Noordzeekanaal zijn grote havenen industriegebieden ontwikkeld met een sterke economie, zijn steden tot groei gekomen, en is een landschap gevormd met een watersysteem dat dit gebied verbindt. De regio bestaat uit drie deelgebieden met elk een eigen karakter: in de IJmond domineert de (offshore)industrie, staal en visserij, in de Zaanstreek voedselindustrie, en de Amsterdamse haven is groot in import, opslag en vervoer van brandstoffen. De komende decennia is het Noordzeekanaalgebied van groot belang voor een aantal grote transities in Nederland: - Onze haven- en industriegebieden voeren een economische transitie door naar groene brandstoffen, een snelle verduurzaming van onze industrie en circulaire economie; - In de regio is een grote behoefte aan woningbouw, in combinatie met een gezondere leefomgeving; - Klimaatverandering agendeert nieuwe uitdagingen voor de toekomst. De gevolgen van klimaatverandering doen zich nu al voor, en de impact voor het Noordzeekanaalgebied is groot, bijvoorbeeld door toenemende verzilting en bij periodes met te veel of te weinig water. De regio moet zich daar op voorbereiden.

Om al deze opgaven en ambities de komende decennia tegelijk en zo optimaal mogelijk in het Noordzeekanaalgebied te realiseren, werkt deze regio samen met het Rijk vanuit één integrale aanpak: het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied. Dit is onze koers, voor verdere uitwerking de komende jaren. Het ontwikkelperspectief begint bij de ontwikkeling van een nieuwe drager voor dit gebied; het Noordzeekanaalgebied wordt deel van de nieuwe groene energiehoofdstructuur van Nederland. Deze nieuwe drager legt de basis voor de verduurzaming van onze industrie, de productie van groene brandstoffen en de ontwikkeling van een circulaire economie. Tegelijk draagt deze transitie bij aan een gezondere leefomgeving in de regio en helpt het om klimaatverandering tegen te gaan. Deze nieuwe drager begint vanuit de Noordzee waar grote windparken worden aangelegd, waarvan delen via zeekabels op het Noordzeekanaalgebied worden aangesloten. De eerste zeekabels worden nu al aangelegd en aangesloten op een nieuwe transformator bij Wijk aan Zee, maar dat is slechts het begin. De komende jaren zijn grote ruimtelijke inpassingen nodig voor de ontwikkeling van deze nieuwe energiehoofdstructuur. Er volgen meer aanlandingen van zeekabels naar het Noordzeekanaalgebied én nieuwe grote transformatoren die nodig zijn om het elektriciteitsnetwerk te versterken.

Dit vraagt om een zorgvuldige inpassing in het landschap. In onze havengebieden komen nieuwe importhavens voor waterstof, worden electrolysers gebouwd voor de productie van waterstof, en worden de haven- en industriegebieden aangesloten op een nieuw ondergronds netwerk voor waterstof. De industrie in deze regio kan hiermee overschakelen van fossiele brandstoffen naar groene elektriciteit en waterstof. Zo wordt de omgeving in het Noordzeekanaalgebied schoner en gezonder. Tata Steel heeft de ambitie om zo snel als mogelijk om te schakelen naar een nieuwe manier van staal maken. 7

Daarmee verbetert de leefomgeving. Tegelijk is de ambitie voor een gezondere leefomgeving meer dan alleen een effect. Overheden hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een gezonde leefomgeving voor omwonenden. Provincie en gemeenten zetten daarom optimaal in op hun verantwoordelijkheid als bevoegd gezag en zoeken samen met het Rijk naar mogelijkheden voor verbetering van wet- en regelgeving. Voor de aanleg van deze nieuwe energiehoofdstructuur is naar schatting 60 tot 350 hectare aan fysieke ruimte nodig. Het inpassen van deze ruimtevraag zal gezien de druk op het gebied een uitdaging worden. Deze opgave past alleen als: -

Fysieke ruimte en milieuruimte in de bestaande haven- en industriegebieden optimaal en intensief wordt ingezet; Transformatoren, nodig voor het versterken van ons elektriciteitsnet, verantwoord in het landschap worden ingepast; Na de transitie van Tata Steel, een deel van de ruimte die vrijkomt ingezet kan worden voor de nieuwe energieinfrastructuur. Maar dit laatste alleen als dat zich goed verhoudt tot de leefomgeving in de IJmond die beter moet.

Energietransitie-ontwikkelingen, zoals het werken met groene brandstoffen, vragen om aandacht voor omgevingsveiligheid. In het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied wordt verruiming van de beschikbare risicoruimte geagendeerd in gebieden waar dat verantwoord mogelijk gemaakt kan worden. De beschikbare risicoruimte kan worden geborgd met vaststelling van een nieuwe veiligheidscontour.5 Daar waar deze veiligheidscontour met haar effecten eventueel gemeentegrenzen overschrijdt, is regionale samenwerking tussen gemeenten nodig. Daarnaast worden met de invoering van de Omgevingswet aandachtsgebieden geïntroduceerd. Deze aandachtsgebieden werken door in de ruimtelijke ordening van de gemeenten, wat een goede communicatie over de verantwoorde acceptatie van risico’s noodzakelijk maakt. Door verruiming van risicoruimte kan het bestaande haven- en industriegebied ruimtelijk intensiever worden gebruikt en kan landschap in de toekomst worden gespaard. Voor woningbouw op en rond haven- en industriegebieden maakt deze regio afspraken om het tempo van transformatie met elkaar af te stemmen. Dat is nodig, omdat bij een te snelle transformatie van haven- en industriegebieden (door verplaatsing van bedrijven) er onvoldoende ruimte blijft voor de inpassing van de energietransitie en circulaire economie.

Voor woningbouw zetten wij in op de transformatieprojecten die al in gang zijn gezet of in voorbereiding genomen kunnen worden. Voor verdere ambities wordt om de vier jaar gezamenlijk afgestemd of verdere transformatie van de havenen industriegebieden mogelijk en gewenst is. Deze regio geeft extra prioriteit aan stedelijke vernieuwing van naoorlogse wijken, waar de leefbaarheid sociaal en fysiek om aandacht vraagt. Verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving vraagt om integrale investeringen in wijken, in combinatie met woningbouw en het versterken van nabijgelegen groene gebieden. Amsterdam en Zaanstad werken hier al aan met de stedelijke vernieuwing van Amsterdam Nieuw-West en plannen voor Zaandam Oost. Voor de IJmond ontbreekt nog een vergelijkbare aanpak. Deze integrale aanpak wordt de komende jaren gezamenlijk opgesteld door de gemeenten in de IJmond, met steun van de provincie en het Rijk. Hierbij kan mogelijk een koppeling gemaakt worden tussen de verduurzaming van de industrie en die van de stedelijke omgeving, door de vrijkomende industriewarmte bij de productie en verbranding van waterstof aan te sluiten op warmtenetten. 8

De effecten van klimaatverandering hebben grote impact op de regio en het watersysteem staat onder druk. Om het watersysteem te ontlasten werken we voor al onze opgaven vanuit het principe van water en bodem sturend. Dat betekent: anticiperen op zeespiegelstijging, verzilting voorkomen, rekening houdend met droge periodes met tekorten aan zoet water en met periodes met te veel water door hevige buien. Bij alle nieuwe opgaven moeten wij rekening houden met de gevolgen voor de waterkwaliteit, ons watergebruik verminderen en bij bouw van vitale functies overstromingsrisico’s beperken. Ook moet er rond het Noordzeekanaal ruimte gemaakt worden in diepe polders om in de toekomst snel overtollig water te bergen. Ook het landelijk gebied gaat in transitie. Deze transitie is gericht op klimaatbestendigheid, een sterk water- en bodemsysteem, biodiversiteit en sociaaleconomische vitaliteit. Bij noodzakelijke ruimtelijke inpassingen, zoals transformatoren voor het elektriciteitssysteem, houden we rekening met het wateren bodemsysteem, een goede landschappelijke inpassing, realisatie van ecologische en recreatieve verbindingszones en het bijdragen aan ecologisch herstel.

Om bij inpassingen in het landschap op een verantwoorde wijze rekening te houden met de cultuurhistorie van het landschap is als onderdeel van deze NOVEX-aanpak NZKG een Landschapsbiografie voor het Noordzeekanaalgebied opgesteld, die als leidraad dient voor toekomstige opgaven. Rijk en regio zetten dit ontwikkelperspectief nadrukkelijk in om het groene landschap6 te versterken. Specifiek voor de Houtrakpolder, waar nog een ruimtelijke reservering ligt voor een mogelijk havenbekken in de toekomst, zet het ontwikkelperspectief een eerste stap in een andere richting waarin een nieuw havenbekken niet meer nodig is. De diepe, verzilte Houtrakpolder is mogelijk een strategische plek voor toekomstige waterberging in combinatie met ecologische versterking en, indien klimaatadaptief ontwikkeld, energie-infrastructuur7 die belangrijk is voor de verduurzaming van de naastgelegen industrie. De reservering voor een havenbekken in de Houtrakpolder kan worden opgegeven, pas na een succesvolle realisatie van het pakket van onderstaande onderdelen: -

-

Er voldoende nautische ruimte is in de havens en voldoende fysieke ruimte in de haven- en industriegebieden; Er voldoende milieuruimte (met name risicoruimte8) is vrijgemaakt voor de energie- en circulaire transitie; Er voldoende ruimte is voor de inpassing van de energietransitie, en noodzakelijke transformatoren ingepast worden in het landschap, waarbij versterking van het landschap wordt gerealiseerd; De energiehaven is gerealiseerd en de Plus-ambitie een realistische ontwikkeling is voor later.

Met deze onderdelen gaat de regio aan de slag. In 2027 actualiseren wij het Ontwikkelperspectief, omdat de dynamiek in het Noordzeekanaalgebied groot is en bijsturen nodig is in een snel veranderende wereld. Alleen door samenwerking en in samenhang kunnen ambities waargemaakt worden. Daarvoor is ook menskracht en kennis nodig. Overheden en bedrijfsleven werken daarom aan talentontwikkeling en innovatiemogelijkheden. Partijen zijn bereid om elkaar te helpen bij deze opgaven die een gemeenschappelijk belang dienen. Door deze samenwerking en coördinatie kan in het Noordzeekanaalgebied meer maatschappelijke waarde worden gerealiseerd in de toekomst. 9

Zo blijft het Noordzeekanaalgebied een gebied van grote economische en maatschappelijke waarde voor de opgaven in Nederland. Daarvoor hebben Rijk en regio één gezamenlijk richting: het integraal Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied. Dat is onze koers voor de komende jaren.

10

1

Nieuw perspectief

1.1

Verschillende transities tegelijk

Het Noordzeekanaalgebied is één van de vijf grote industriële clusters van Nederland.9 De aanwezige havens en industrie leveren jaarlijks miljarden aan toegevoegde waarde op voor de regionale en nationale economie, bieden werkgelegenheid en vormen een belangrijk nautisch en logistiek knooppunt in Nederland en Noordwest-Europa. Gezamenlijk vormen de havengebieden aan het Noordzeekanaal de tweede haven van Nederland en de vierde haven van Europa, traditioneel belangrijk in staal, voedselverwerking, agribulk, bouwgrondstoffen en fossiele brandstoffen. De opening van de grootste zeesluis ter wereld, de Zeesluis IJmuiden, maakte de havens van het Noordzeekanaalgebied klaar voor de toekomst. De afgelopen jaren zijn daar andere grote opgaven bijgekomen die vragen om een integrale aanpak van Rijk en regio samen. Een belangrijke opgave waar Rijk en regio al hard aan werken is de energietransitie. Hiervoor zijn veel investeringen en ruimtelijke inpassingen nodig: omvangrijke windparken in zee, aansluitingen van zeekabels naar dit gebied, forse transformatoren om het elektriciteitsnet te versterken, havens voor waterstofimport, electrolysers voor waterstofproductie, en fabrieken voor groene circulaire brandstoffen. De productie van groene brandstoffen is onderdeel van de ontwikkeling die het bedrijfsleven doormaakt naar een circulaire economie.

De haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied zijn cruciaal voor het realiseren van de Nederlandse energietransitie en in de transitie richting een circulaire economie. Dit vraagt de komende jaren om voldoende fysieke ruimte en milieuruimte. Daarbij is er economisch een andere wind komen waaien. Tijden van snelle economische groei zijn voorbij en structurele tekorten op de arbeidsmarkt beperken onze economische ontwikkeling. Dit maakt economische transitie niet eenvoudiger10, maar de havenfunctie is en blijft wel een unieke en bepalende factor van dit gebied. Vanwege schaarste aan woningen is woningbouw een hoge prioriteit. Delen van de havengebieden en bedrijventerreinen zijn in beeld als locatie voor de bouw van ongeveer 110.000 woningen in transformatiegebieden, zoals Haven-Stad (Amsterdam), de Achtersluispolder en het Hembrugterrein (Zaanstad) en de Spoorzone (Beverwijk). Tegelijkertijd herbergt het Noordzeekanaalgebied ook een aantal kwetsbare wijken waar een verouderde woningvoorraad samenvalt met sociaaleconomische problematiek. Klimaatverandering is een nieuwe urgente opgave, ook in het Noordzeekanaalgebied. De grenzen van ons watersysteem zijn bereikt. Deze worden onder andere zichtbaar bij langdurige droge periodes, bij extreme regenbuien, in verwachtingen over zeespiegelstijging en in de toename van verzilting van bijvoorbeeld het Noordzeekanaal.

De chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater is onvoldoende en is op basis van de Europese Kaderrichtlijn Water een grote opgave. Beschikbaarheid van zoetwater is niet meer vanzelfsprekend, onder meer vanwege een sterker wisselende toevoer van

11

rivierwater naar deze regio. Het groene landschap in het Noordzeekanaalgebied kan een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door meer zoetwater vast te houden in de bodem. In het landelijke gebied is een transitie nodig. Systeemherstel is hier noodzakelijk. Naast klimaatbestendigheid en sociaaleconomische vitaliteit gaat het om het versterken van het water- en bodemsysteem en het vergroten van de biodiversiteit. Terwijl meerdere transities tegelijk aandacht vragen in het Noordzeekanaalgebied, moeten ook grote stappen worden gezet om te komen tot een gezondere leefomgeving in deze regio. Hoge uitstoot van CO2 en schadelijke stoffen, zoals stikstof en fijnstof, moet sterk verminderd worden. Op plaatsen waar industrie en inwoners elkaar raken, doen zich op het gebied van gezonde leefomgeving knelpunten voor. Dit speelt in meer gebieden in Nederland en de IJmond is daar een sprekend voorbeeld van. Door de stapeling van verschillende opgaven en uiteenlopende ambities is het Noordzeekanaalgebied de afgelopen jaren vast komen te zitten in een aantal dilemma’s.

Het dilemma tussen woningbouwambities en de behoefte aan ontwikkelruimte voor de haven; het dilemma tussen landschappelijke waarden (voor onder meer natuur en recreatie) en toekomstige ruimtebehoeften (voor onder meer waterberging, de energietransitie en de circulaire economie); en het dilemma tussen een gezonde leefomgeving en economische ontwikkeling. Met de vele opgaven en transities die de komende decennia op het gebied afkomen, liggen er diverse grote opgaven die vragen om een integrale aanpak. Voor deze integrale aanpak van het Noordzeekanaalgebied zijn partijen de afgelopen periode met elkaar in gesprek gegaan. Ze zijn tijdens het proces van de NOVEX-aanpak NZKG naar elkaar toegegroeid. Het resultaat hiervan is het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied, als product van deze gebiedsgerichte aanpak. Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is een koersdocument dat richting geeft aan een gezamenlijke integrale aanpak van Rijk en regio11, waarin vanuit de kracht van het gebied gezocht wordt naar win-winsituaties waar partijen elkaar kunnen helpen en versterken bij het realiseren van alle opgaven. Dit koersdocument start met een introductie van onze NOVEX-aanpak (paragraaf 1.2). Deze aanpak richt zich op de waarde van regionale samenwerking, met steun van het Rijk voor de komende decennia (paragraaf 1.3). De nadere uitwerking wordt beschreven in paragraaf 1.4.

1.2

NOVEX-aanpak NZKG

Verbreding van de scope De eerste stap van integrale aanpak van de NOVEX-Noordzeekanaalgebied was een radicale scopeverbreding in de samenwerking binnen het Noordzeekanaalgebied. Om de bovengenoemde transitie-opgaven de komende jaren door te voeren is een integrale samenhangende aanpak nodig op tenminste de volgende zeven thema’s: 12

Haven- en industriegebieden 1. Energietransitie 2. Circulaire economie 3. Haven en industrie. Stedelijke leefomgeving 4. Gezonde leefomgeving 5. Woningbouw. Landschap & Watersysteem 6. Landschap en ecologie 7. Water en klimaatadaptatie. De scope-verbreding past in een reeks van bestuurlijke stappen voor meer samenwerking in het Noordzeekanaalgebied. Het eerste Masterplan NZKG (1995) en later het geactualiseerde Masterplan (2001) agendeerden slechts één opgave: het benutten van de kracht van de haven- en industriegebieden voor werkgelegenheidsgroei en het economisch verdienvermogen van Nederland. In de daaropvolgende Visie NZKG 2040 (2013) werd deze scope aangevuld met woningbouw, met name de transformatieplannen in de haven- en industriegebieden. Waar binnen het Bestuursplatform in het verleden de primaire focus lag op de havens en industrie in het gebied, is nu een bredere blik nodig die nadrukkelijk de relatie legt tussen de haven- en industriegebieden, de stedelijke omgeving en het landschap en watersysteem. De opgave mobiliteit & bereikbaarheid is ook van groot belang voor het Noordzeekanaalgebied. Ook hier is sprake van een transitie, voor zowel personen- als goederenvervoer in de MRA en daarbuiten.

Samenhangende keuzes op het gebied van personenvervoer, infrastructuur, duurzame mobiliteit en verstedelijking worden in deze regio gemaakt op het grotere schaalniveau van de MRA, via de NOVEXaanpak MRA (voorheen MRA Verstedelijkingsstrategie), het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) en de MIRT Goederenvervoercorridor Zuid. Essentiële opgaven op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid, zoals de verbinding tussen de A8 en de A9, de aanpak van de A22 en de aanleg van de HOV-verbinding ZaanIJ, worden geagendeerd en in samenhang uitgewerkt in de NOVEX-aanpak MRA. Het goederenvervoer wordt uitgewerkt in deze NOVEX-aanpak Noordzeekanaalgebied, vanwege het belang voor de havenactiviteiten en de wisselwerking tussen gevaarlijke-stoffenroutes en omliggende bebouwing. Multiplayer tetris game Een tweede stap van de NOVEX-aanpak NZKG is ons perspectief op het gebied. In de landelijke NOVEXaanpak wordt vaak gesproken over ‘het leggen van de puzzel’. Maar zo eenvoudig zijn de opgaven in het Noordzeekanaalgebied niet. Door de hoge dynamiek veranderen onze ‘puzzelstukjes’ van plannen, ambities en opgaven zeer snel van vorm. Zo is de ambitie voor waterstofproductie in het gebied in anderhalf jaar vele malen groter geworden, zijn technieken voor waterstof nog in ontwikkeling en 13

werkt klimaatverandering door als een ruimtelijke gamechanger in het gebied. Door de hoge dynamiek in het gebied en een context van grote onzekerheid moeten transitiepaden stap voor stap worden ontwikkeld. Op deze manier wordt duidelijk wanneer welke besluiten mogelijk en nodig zijn om de beoogde doelen te halen. Dat begint met het uitzetten van deze gemeenschappelijke koers. Om de dynamiek en de effecten van inpassingen in het Noordzeekanaalgebied te begrijpen, is ons perspectief op het Noordzeekanaalgebied dat van een spel met verschillende spelers. Rijk, regio en partners spelen in het Noordzeekanaalgebied een soort mega multiplayer tetris game, waarin de spelers op één en hetzelfde bord, het Noordzeekanaalgebied, de eigen opgaven en ambities proberen te realiseren. In deze metafoor zijn zes van de zeven thema’s ruimtevragende opgaven die boven het bord hangen. Deze dynamische opgaven veranderen in de tijd van omvang en concurreren met elkaar om de benodigde ruimte en milieuruimte voor inpassing.

In de loop der tijd komt af en toe ruimte vrij voor nieuwe opgaven, onder andere door economische transities zoals de uitfasering van steenkoolvelden of doordat oude industrieën stoppen en niet meer herinvesteren.12 De zevende opgave, een gezonde leefomgeving, creëert een context van eisen en verwachtingen op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en gezondheid voor alle nieuwe opgaven en is daarmee randvoorwaardelijk voor de invulling van de andere zes opgaven. Het is dus als het ware als een paraplu boven het spel. De metafoor van het Tetris-spel benadrukt de sterke onderlinge afhankelijkheden in het Noordzeekanaalgebied. De ambities van de ene partij kunnen contraproductieve effecten hebben op de handelingsmogelijkheden van andere partijen. Een windmolen die past in de Regionale Energiestrategie kan woningbouw in een nabijgelegen gemeente beperken. Of de milieucontouren rond een nieuw transformatorstation kunnen de omringende gebiedsontwikkeling onmogelijk maken. Een te snelle transformatie van havengebieden voor woningbouw kan leiden tot een cascade van ongewenste effecten in het gebied, waardoor geen enkele transitie succesvol is. Als bedrijven in deze transformatiegebieden verplaatst moeten worden naar de resterende havengebieden, blijft daar onvoldoende fysieke en milieuruimte over voor het inpassen van de energie- en circulaire transitie.

Als hier vervolgens ruimte voor moet worden gevonden buiten de haven- en industriegebieden, ontstaat een conflict met de opgaven voor klimaatadaptatie, water en landschap en het beschermen van natuurwaarden en ruimte voor recreatie.

1.3

Regionale samenwerking

De economie van de speltheorie laat zien dat als partijen een spel met sterke onderlinge afhankelijkheden, zoals in het Noordzeekanaalgebied, spelen vanuit eigenbelang, de uitkomsten voor de maatschappij suboptimaal zijn. Als partijen elkaar vertrouwen en bereid zijn tot samenwerking ontstaan kansen voor een hoger maatschappelijk resultaat. Samenwerking voor een hoger maatschappelijk resultaat vraagt van partijen dat ze zich af en toe inhouden, zelfbindende afspraken maken en zich committeren aan gezamenlijke spelregels. Bestuurlijke samenwerking geeft partijen de kans om voor elkaar betere condities te creëren om in de toekomst meer maatschappelijke waarde in het Noordzeekanaalgebied te realiseren. Dit ontwikkelperspectief voor het Noordzeekanaalgebied is hierin een eerste stap.

14

In dit spel in het Noordzeekanaalgebied, met grote onderlinge afhankelijkheden, staan alle spelers voor de keuze. Spelen zij het spel tegen elkaar en kiezen zij voor eigenbelang? Of spelen zij met elkaar? Ons antwoord is kraakhelder: wij spelen het spel met elkaar en werken samen in deze regio. Deze samenwerking wordt bestuurlijk zichtbaar in Bestuursplatform NZKG en richt zich de komende jaren op het succesvol doorvoeren van meerdere transities tegelijk in het gebied, conform onze missie: ‘We werken samen in het Noordzeekanaalgebied aan een snelle, ambitieuze transitie van omgeving en economie, met als doel een zo groot mogelijke maatschappelijke waarde toe te voegen aan onze regio en aan Nederland’.

1.4

Een gezamenlijke richting voor verdere ontwikkeling

Het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied is een koersdocument. Hierin formuleren Rijk en regio een gezamenlijke integrale aanpak van omgeving en economie in het Noordzeekanaalgebied. Met deze gezamenlijke koers ontstaat focus en draagvlak van Rijk en regio om in te zetten op een aantal cruciale maatregelen en oplossingsrichtingen en deze verder te verkennen en uit te werken. Samen vormen ze een integraal pakket waarmee betekenisvolle stappen worden gezet in de transities. Een koersdocument geeft richting, maar bevat nog geen definitieve besluiten. Afwijken is mogelijk, indien de dynamiek in dit gebied hier aanleiding voor geeft. Onderdelen van dit ontwikkelperspectief worden de komende jaren nader uitgewerkt door partners, op basis van een uitvoeringsprogramma NOVEX-NZKG. Dit wordt ter besluitvorming voorgedragen aan gemeenteraden, Provinciale Staten en de algemene besturen van waterschappen. Het ontwikkelperspectief is daarmee een bouwsteen die raden, staten en algemene besturen van waterschappen kunnen gebruiken als richting bij ruimtelijke planvorming en omgevingsvisies. Gezien de hoge dynamiek in het Noordzeekanaalgebied zijn Rijk en regio voornemens om periodiek, om de vier jaar, het Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied te actualiseren en de ambitie telkens hoger te leggen.

Op deze manier ontstaat een proces waarbij Rijk en regio elkaar kunnen aanspreken op afspraken over de volgorde van inpassingen en belangrijke randvoorwaarden. Door iedere vier jaar de afspraken te actualiseren blijft het ontwikkelperspectief actueel en biedt het een blijvende basis voor de beoogde geïntegreerde transitie van het Noordzeekanaalgebied. Het Bestuursplatform NZKG neemt het initiatief om het ontwikkelperspectief in 2027 te actualiseren. Dit vormt een bouwsteen voor een geactualiseerde provinciale Omgevingsvisie in 2028. Zodra de samenhangende richtingen van dit ontwikkelperspectief succesvol zijn uitgewerkt door Rijk en regio via de uitvoeringsagenda NOVEX-NZKG (2024-2027), kunnen deze via de provinciale Omgevingsvisie worden bekrachtigd. Na vaststelling van dit ontwikkelperspectief worden een uitvoeringsagenda en een regionale investeringsagenda met het Rijk uitgewerkt. De uitvoeringsagenda wordt opgesteld voor de periode 2024-2027, en inventariseert de projecten die in uitvoering worden genomen en welke partijen 15

hiermee aan de slag zijn. Hierbij worden ook relaties gelegd met de NOVEX-MRA en de nieuwe Nota Ruimte. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks geëvalueerd, besproken in het Bestuursplatform NZKG en daarna ter kennisname gestuurd naar Gemeenteraden en Provinciale Staten. De Regionale investeringsagenda brengt in kaart welke financiële stromen kunnen worden aangesproken en biedt een basis voor financiële afspraken voor het realiseren van delen van dit Ontwikkelperspectief Noordzeekanaalgebied.

1.5

Leeswijzer

Het ontwikkelperspectief is als volgt opgebouwd: In hoofdstukken 2, 3 en 4 worden opgaven en transities in het Noordzeekanaalgebied beschreven voor de drie delen waar het Noordzeekanaalgebied uit bestaat: de haven- en industriegebieden, de stedelijke omgeving daaromheen en het landschaps- en watersysteem dat deze gebieden verbindt. Per deel inventariseren wij de opgaven die er spelen en wordt een gezamenlijke ambitie geformuleerd voor de toekomst. De richting die Rijk en regio geven aan deze ambities volgt in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk worden drie ambities omgezet in acties. Dat is onze gezamenlijke koers voor de komende jaren. Hoofdstuk 6 beschrijft wat de komende jaren nodig is op het gebied van samenwerking binnen de regio, en hoe het Rijk hieraan kan bijdragen. Het kaartmateriaal in dit ontwikkelperspectief heeft als doel om onze strategie te verhelderen en te illustreren. Een aantal nieuwe ontwikkelingen worden hierin verbeeld. Hoe ontwikkelingen in de toekomst er precies uit gaan zien en waar grenzen komen te liggen, is onderdeel van toekomstige besluitvorming in raden en Staten.

16

2

Haven- en industriegebieden

2.1

Economische waarde

De zeehavens en het verbindende kanaal naar de zee en het achterland zijn vanouds de dragers voor een sterke industriële ontwikkeling in het Noordzeekanaalgebied. Veel activiteiten in de haven zijn kadegebonden en vragen om een hoge milieucategorie. Elke haven heeft een eigen onderscheidend economisch profiel: de voedingsmiddelen (agribulk, zoals cacao) in de oude havens aan de Zaan, de op- en overslag in het Amsterdamse havengebied met een significante brandstofhaven, en staal in de IJmond. Andere belangrijke economische activiteiten in de haven- en industriegebieden zijn de visserij, de cruisevaart, de offshore (waaronder in toenemende mate de aanleg en het onderhoud van windparken op zee) en de typische havenfuncties van transport, op- en overslag en logistiek.13 De haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied zijn van internationaal belang. De Amsterdamse haven is de vierde haven van Europa wat betreft overslagcapaciteit en speelt een belangrijke rol in zowel de nationale, Europese als intercontinentale handel. Lading komt van over de gehele wereld binnen in de havens en wordt verder het Europese achterland in vervoerd middels het Amsterdam-Rijnkanaal en spoor- en wegverbindingen. De Europese Commissie beschouwt de Amsterdamse haven dan ook als zogenaamde ‘core network port’.

De Amsterdamse haven herbergt daarnaast een deel van de nationale strategische energievoorraad. Een functie die sinds de recente oorlog in Oekraïne verder aan belang is toegenomen. Het Noordzeekanaalgebied heeft naast een handelsfunctie ook een strategische functie op gebied van energieleveringszekerheid. De haven- en industriegebieden vertegenwoordigen een grote economische waarde voor de directe omgeving, de regio en heel Nederland. Berekend is een toegevoegde waarde van 7,2 miljard euro en werkgelegenheid voor 73.000 werkzame personen, als ook indirecte economische effecten worden inbegrepen. De directe werkgelegenheid in de haven- en industriegebieden is al jaren stabiel tussen de 35.000 en 40.000 werknemers, die gezamenlijk een toegevoegde waarde realiseren tussen de 3,8 miljard en 4,6 miljard euro.14 Westpoort is een uniek gebied waar zeevaart, binnenvaart en andere achterlandverbindingen bij elkaar komen. Het gebied heeft een unieke infrastructuur voor kabels en (buis)leidingen. De kavels zijn dusdanig ingericht dat maatschappelijk noodzakelijke bedrijfsactiviteiten met een hoge milieucategorie kunnen worden gefaciliteerd.

2.2

Opgaven

De strategische waarde van de haven- en industriegebieden is groter dan alleen de economische waarde. Maar er is ook een keerzijde aan de grote economische dynamiek. De hoge CO2-uitstoot en het gebruik van grondstoffen gaan het ecologisch plafond te boven. Uitstoot van schadelijke stoffen (onder andere stikstof en fijnstof), waterverontreiniging, geurhinder en geluidsoverlast tasten de leefomgeving aan en hebben negatieve gevolgen voor de biodiversiteit. De economie van haven en 17

industrie is nu nog gebaseerd op fossiele energiebronnen. Dat vraagt een grote economische transitie van bedrijfsleven en industrie. Hier spelen vijf opgaven die aansluiten bij nationaal geformuleerde doelstellingen: - Er zijn Europese afspraken gemaakt over het doorvoeren en versnellen van de energietransitie, waarbij de nationale doelstelling is om de uitstoot van CO2 in 2030 met 55% terug te dringen ten opzichte van 1990 en om in 2050 CO2-neutraal te zijn. - Voor circulaire economie is de nationale ambitie, in navolging van Europese afspraken, dat het grondstoffengebruik voor onze productie en consumptie in 2050 is teruggebracht binnen de planetaire grenzen.15 - Voor de havengebieden is de ambitie van het Rijk dat ‘overheid en de havens er samen voor zorgen dat de Nederlandse (zee)havens hun leidende en krachtige positie kunnen behouden in de economie van de toekomst die duurzaam, digitaal en verbonden is.’16 - Het terugdringen van de schadelijke effecten van de havens en industrie op de directe leefomgeving. Op deze opgave wordt ingegaan in hoofdstuk 3. - Vanuit nationaal perspectief (o.a. NOVI, Nationale energiehoofdstructuur, Nationaal programma Verduurzaming industrie) is het Noordzeekanaalgebied één van de vijf nationale clustergebieden, aangewezen om transitieopgaven te concentreren en te realiseren.

2.3

Ambitie

De eerste drie nationale opgaven leiden voor het Noordzeekanaalgebied tot de volgende ambitie: ‘Wij werken aan een snelle economische transitie, door onze haven- en industriegebieden door te ontwikkelen als drager van de energietransitie en internationaal logistiek knooppunt en door de ontwikkeling van een circulaire economie voor de behoefte van de Metropoolregio Amsterdam en het (internationale) achterland.’ Het Noordzeekanaalgebied heeft hiervoor uitstekende uitgangspunten. Het is één van de vijf aanlandingspunten in Nederland voor windenergie van zee. Het gebied vormt een vitale schakel in het (inter)nationale logistieke- en energienetwerk. Het is het knooppunt voor duurzame energie in de Metropoolregio Amsterdam, vanwege de directe aansluiting op hoofdnetwerken voor energie, de aanwezigheid van grote energiegebruikers en een internationale (nu nog fossiele) brandstoffenhaven.

18

De haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied bieden een kans voor deze regio om een trekkersrol op zich te nemen in de economische transitie richting duurzame energie en circulariteit. De benodigde kennis, infrastructuur en netwerken zijn in het gebied aanwezig. De eerste stappen zijn al gezet, bijvoorbeeld in de vorm van windparken voor de kust, de bouw van een groot transformatorstation (nabij Wijk aan Zee op een voormalig terrein van Tata Steel) waar windenergie van zee aan land komt, de voorgenomen ontwikkeling van de Energiehaven in de IJmond die de bouw en exploitatie van die windparken faciliteert, het groeiende aantal circulair werkende bedrijven, en de keuze van Port of Amsterdam om de steenkolenoverslag in de haven van Amsterdam te sluiten rond 2030. De afbouw van de steenkolenoverslag in de Amsterdamse haven is al ingezet. De eerste steenkolenterminal heeft een nieuwe bestemming gekregen, de tweede terminal is in transitie en de laatste terminal wordt uiterlijk rond 2030 gesloten.

Deze regio werkt al een aantal jaren hard aan de realisatie van deze nieuwe energiehoofdstructuur voor groene brandstoffen via de Cluster Energie Strategie NZKG (2022)17, het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (MIEK), het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie & Klimaat (pMIEK) en de bijbehorende versnellingstafels en regionale roadmaps.18 Belangrijk onderdeel hiervan is het versterken van het elektriciteitsnet dat een basis legt aan de verduurzaming van de industrie, mobiliteit en stedelijke omgeving. Daarnaast zet deze regio in op de transitie richting waterstofeconomie, waarbij in de haven- en industriegebieden sprake is van productie, transport en opslag van deze nieuwe energiedrager. In combinatie met andere stromen 19

zoals extra aanlandingen wind op zee voor elektriciteit (VAWOZ) en waterstof, warmte/stoom, Carbon Capture and Storage / Carbon Capture and Usage (CCS/CCU) voor CO2, en industriële restwarmte vraagt dat om grote investeringen in netwerken, ondergronds en bovengronds. De nieuwe en versterkte netwerken voor elektriciteit en waterstof in deze regio bieden ook een basis voor verdere groei en opschaling van circulaire (industriële) bedrijvigheid. Steeds meer bedrijven maken de omslag richting een circulaire economie. Maar voor een echte omslag is meer nodig dan het scheiden van materialen en het produceren van groene (circulaire) brandstoffen. De bestaande infrastructuur voor fossiele brandstoffen wordt nu al gebruikt voor de op- en overslag van circulaire brandstoffen. Ook de import van waterstof onder andere vanuit zonrijke regio’s is van groot belang voor de regio. Dit zal de komende jaren verder toenemen. Ook de Zaanse voedingsmiddelenindustrie is onmisbaar als drager van de regionale economie. In samenwerking met de industriële vereniging Zaanstad Maakstad leidt dit tot een gezamenlijke aanpak voor de omschakeling naar nieuwe en versterkte energienetwerken. Dit gaat tegelijk gepaard met terugdringing van de uitstoot en verder circulair maken van de voedingsmiddelenproductie.

Sommige Zaanse bedrijven kiezen voor een nieuwe locatie in het Noordzeekanaalgebied en krijgen daarmee een geheel nieuwe bedrijfshuisvesting waar alle transities, state of the art, in de bedrijfsprocessen worden meegenomen. Andere bedrijven vernieuwen op de bestaande locatie. Realisatie van een nieuwe energiehoofdstructuur (voor elektriciteit, CO2 en waterstofmoleculen) is een randvoorwaarde voor een verdere transitie richting circulaire economie en opschaling en groei van circulaire processen. In het Noordzeekanaalgebied liggen met name kansen voor: - de productie van synthetische (groene) brandstoffen,19 - scheiding van materialen die voor hergebruik beschikbaar komen, - de productie van groen circulair staal, - verduurzamen van de bestaande logistieke functies voor agribulk, bouwmaterialen, containeroverslag, en van offshore.

2.4

Wat is er nodig voor deze ambitie?

Om de ambitie om onze haven- en industriegebieden door te ontwikkelen als drager van de energieen circulaire transitie zijn de volgende condities nodig: 1. voldoende fysieke vestigingsruimte in de haven- en industriegebieden; 2. voldoende milieuruimte; 3. de havens moeten goed functioneren, met betrouwbare achterlandverbindingen. Deze drie cruciale vestigingsvoorwaarden voor het doorvoeren van de economische transitie worden hieronder nader beschreven.

2.4.1. Is er voldoende fysieke ruimte in de havengebieden? Diverse ruimtelijke onderzoeken20 geven aan dat zelfs bij hoge economische groei de komende twintig jaar voldoende ruimte beschikbaar is in de haven- en industriegebieden in het Noordzeekanaalgebied21, maar er zijn nog onzekerheden die van invloed zijn op de toekomstige ruimtebehoefte in de regio. Enerzijds komt er fysieke ruimte vrij als gevolg van de transitie van fossiele naar niet-fossiele energiedragers, anderzijds vragen ontwikkelingen op het gebied van energietransitie 20

en circulaire economie om extra fysieke ruimte. Economische transitie betekent een periode van dubbel ruimtegebruik, waarbij fossiele en hernieuwbare economie tijdens de transitieperiode naast elkaar zullen bestaan. Dit vergroot de druk op de ruimte en het bestaande ruimtegebruik. De haven- en industriegebieden zullen de komende twintig jaar naar verwachting door een periode met ruimtelijke én milieuruimtelijke spanning gaan. Op het terrein van Tata Steel zal sprake zijn van dubbel ruimtegebruik in de periode dat nieuwe installaties worden gerealiseerd. In Westpoort wordt dubbel ruimtegebruik beperkt doordat de haven steenkoolopslag uitfaseert, waardoor in het havengebied, na verwachting, tijdig ruimte vrijkomt voor nieuwe activiteiten. Vanuit de landelijke plannen is nog weinig duidelijkheid over het uitfaseren van fossiele stromen. Wel is duidelijk dat Europees en nationaal beleid inzake gebruik van fossiele en niet-fossiele brandstoffen (bijv. bijmengverplichtingen) een doorslaggevende rol zullen spelen. Ruimte voor energietransitie De ruimtelijke beelden van bovengenoemde rapportages passen bij de nieuwste verwachtingen vanuit het nationale Programma Energie Hoofdstructuur (PEH).

In het PEH22 wordt aangegeven dat voor de inpassing van de energiehoofdstructuur in het Noordzeekanaalgebied behoefte is aan minimaal 60 hectare en maximaal 350 hectare aan fysieke ruimte23, waarbij onderdelen voor het versterken van het elektriciteitsnet in het groene landschap en in stedelijke gebieden24 om ruimte zullen vragen.25 Het inpassen van deze ruimtevraag zal gezien de druk op de fysieke en milieu-ruimte van het gebied een uitdaging worden. Naast Westpoort, waar ook ruimte moet worden gegeven aan circulaire bedrijven en verplaatsende havengebonden bedrijven, kan ook het terrein van Tata Steel op termijn wellicht ruimte bieden voor onderdelen van de energietransitie. Als deze transitie naar groen staal slaagt, komt op termijn fysieke en milieuruimte vrij op het terrein van Tata Steel die mogelijk ingezet kan worden voor de energietransitie. Voor de omgeving is het belangrijk dat hierbij de milieubelasting wordt gereduceerd. Ruimte voor circulaire economie Terwijl het doel van circulaire economie, reductie van het primaire grondstoffengebruik, helder is, leveren onderzoeken naar de ruimtelijke impact van circulaire economie nog geen duidelijk beeld op van de totale fysieke ruimte die in de toekomst nodig is.26 Het onderzoek dat voor de NOVEX-NZKG is verricht27 suggereert dat de ruimtelijke impact beperkt zal zijn.

Wel kan er een faseringsvraagstuk ontstaan, waarbij er overlap is tussen de nieuwe economische structuur die infaseert en de oude structuur die moet uitfaseren. Ook leert het onderzoek dat het loont om in te zetten op circulaire bedrijven die in de keten de grootste toegevoegde waarde leveren. Immers, in de toekomst maakt ieder bedrijf deel uit van een circulaire economie, maar niet ieder (circulair) bedrijf past in het Noordzeekanaalgebied, of levert hier een optimale toegevoegde waarde. Om de economische synergie te versterken en havengebonden kavels optimaal in te zetten, is in de toekomst een selectiecriterium voor circulaire bedrijven nodig. Duidelijk moet worden welke circulaire bedrijven qua benodigde fysieke- en milieuruimte beter passen op bedrijventerreinen elders in de Metropoolregio Amsterdam en andere haven- en industriegebieden in Nederland, welke circulaire processen uitgevoerd worden door bedrijfsketens buiten het Noordzeekanaalgebied en welke bedrijven de beste synergie ontwikkelen in het Noordzeekanaalgebied.

21

Terwijl de nieuwe energienetwerken in ontwikkeling zijn, kunnen de komende jaren worden benut om het Noordzeekanaalgebied voor te bereiden op een groei en opschaling van circulaire bedrijvigheid en mogelijke nieuwe grondstofstromen. In kader van het uitvoeringsprogramma NOVEX-NZKG wordt hiervoor een circulaire strategie opgesteld, samen met partners, circulaire bedrijven en kennisinstellingen. Door de transitie naar een circulaire economie gaan er naar verwachting nieuwe 'grondstofstromen' lopen en ontstaan er dus nieuwe logistieke bewegingen. Inzet van het Rijk is transport over water voor omvangrijke grondstofstromen (de zogenaamde modal shift, de keuze voor een andere, duurzamere manier om goederen te transporteren). Ruimte voor offshore-windenergie In de Nederlandse energietransitie speelt de opwek van energie middels windparken op zee een belangrijke rol. Het Rijk streeft naar 21 gigawatt (GW) opgesteld vermogen in 2030, 50 GW opgesteld vermogen in 2040 en uiteindelijk 70 GW opgesteld vermogen in 2050. Voor het bouwen en onderhouden van nieuwe windparken, zijn installatiehavens nodig. De eisen die gesteld worden aan de havens en kaden worden steeds hoger, omdat de windturbines steeds groter en zwaarder worden. Er zijn daardoor minder havens geschikt.

Binnen Europa is een dermate groot gebrek aan geschikte havencapaciteit voor de assemblage van windmolens, dat ook de Nederlandse energietransitie dreigt te vertragen.28 De IJmond kan een uitstekende uitvalsbasis voor de offshore bieden, met name in de havengebieden ten westen van de Zeesluis. Op dit moment vraagt de offshore veel meer ruimte in de Zeehaven IJmuiden dan beschikbaar is. Om in deze specifieke behoefte te voorzien werken Rijk en regio aan de transformatie van het slibdepot van de Averijhaven tot Energiehaven als installatiehaven voor wind op zee. Droge bedrijventerreinen Dat er op middellange termijn voldoende ruimte is voor havengerelateerde bedrijvigheid en industrie benodigd voor de energietransitie en circulaire economie, betekent niet dat het Noordzeekanaalgebied ruimte biedt voor alle bedrijven. Voor bedrijven die ruimte zoeken op droge bedrijventerreinen, omdat ze geen haven- of kadegebonden functies hebben, is voldoende vestigingsruimte nodig in de Metropoolregio Amsterdam. Deze ruimte kan niet gemaakt worden op haven- en kadegebonden terreinen, anders ontstaat daar een ruimtelijk tekort en passen toekomstige opgaven (energietransitie, circulaire economie, havenlogistieke functies) daar niet. Het inzicht van schaarste in droge bedrijventerreinen leidde in 2023 in Zaanstad tot een gewijzigde beleidskeuze voor de transformatie van de Achtersluispolder.

De transformatie van de Achtersluispolder naar woningbouw is voorlopig omgezet in een transformatie van alleen het noordelijk deel van de Achtersluispolder. De rest van de Achtersluispolder blijft onderdeel van het haven-industrieel complex van het Noordzeekanaalgebied.29 Op het schaalniveau van de Metropoolregio Amsterdam werkt de NOVEX-MRA op dit moment aan een regionale bedrijvenstrategie, om richting te geven aan de opgave om in de MRA en omgeving daaromheen voldoende ruimte te maken voor droge bedrijvigheid.

22

2.4.2 Is er voldoende milieuruimte voor economische transitie? De rapportage van Generation Energy (2022)30 maakt weliswaar duidelijk dat er voldoende fysieke ruimte aanwezig is in het Noordzeekanaalgebied, maar dat milieuruimte in sommige deelgebieden te beperkt is en vraagt om uitbreiding voor beoogde transities. Voor het inpassen van de energietransitie naar niet-fossiele dragers (zoals waterstofgas) is het nodig om extra risicoruimte te scheppen op plekken waar dit verantwoord mogelijk kan worden gemaakt. Daarnaast moet efficiënt worden omgegaan met de beschikbare geluidsruimte om nieuwe onderdelen van de energie- en circulaire transitie in te passen. De absolute omvang van de milieuruimte die nodig is voor economische transitie is nog niet bekend, omdat de exacte verschijningsvormen van de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie nog niet volledig zijn uitgekristalliseerd. Voor de haven- en industriegebieden van Westpoort en in de IJmond gaan wij hier nader op in. Westpoort De wens tot vergaande intensivering van het ruimtegebruik én de wens tot versnelling van energietransitie vragen om meer risicoruimte op plekken waar dat verantwoord is, om meer geluidsruimte aan de westkant van Westpoort en om flexibiliteit van bestaande externe veiligheidscontouren. Hiervoor is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.

Activiteiten die gepaard gaan met veiligheidsrisico’s dienen zodanig gesitueerd te worden dat de risicocontouren niet over kwetsbare objecten vallen.31 Daarnaast is de ruimte in de ondergrond (onder andere voor buisleidingen) van belang voor de inpassing van de energietransitie. In Westpoort is het de opgave om voldoende flexibiliteit te behouden voor toekomstige ontwikkelingen die extra milieuruimte vragen, terwijl er voldoende aandacht is voor een gezonde leefomgeving in de nabijheid van Westpoort. Om beide belangen te respecteren en rust in de omgeving te creëren, is het belangrijk om een ruimtelijke verdeling te maken. Op dit moment werken provincie, gemeenten en havenbedrijf aan de actualisering van het omgevingsveiligheidsbeleid en is er sprake van een verdeling van geluidsruimte in het geluidverdeelplan Westpoort. Het westelijk deel van het Amsterdamse havengebied (rond de Afrikahaven en Amerikahaven) komt als meest geschikte gebied naar voren voor functies met grote risicocontouren, vanwege de grote afstand tot toekomstige woningbouwprogramma’s. Om die inpassingen aan de westkant mogelijk te maken is een verruiming nodig van de veiligheidscontour deels over de Houtrakpolder in de gemeente Haarlemmermeer en deels over het Zaanse bedrijventerrein Hoogtij.

Ten aanzien van geluid is het van belang dat de geluidsruimte voor bedrijven in het havengebied van Westpoort geborgd blijft (conform het geluidverdeelplan). Dat betekent dat de beschikbare geluidsruimte in het havengebied wordt gebruikt voor haven- en industrie en niet voor andere functies. Tot slot moet bij de transformatie van het havengebied ten oosten van de A10 voldoende rekening worden gehouden met de geluidsruimte (conform het geluidverdeelplan) voor bedrijven die net buiten deze transformatiegebieden liggen, op de korte termijn bijvoorbeeld voor bedrijven in de Coenen Vlothaven en op de langere termijn voor bedrijven ten westen van de A10.

23

IJmond In de IJmond is een snelle transitie van Tata Steel naar een productie via aardgas naar waterstof een cruciale stap om snel te komen tot een volgende stap in de emissiereductie. Door de bijbehorende reductie van CO2-emissies wordt bijgedragen aan het herstellen van de balans van het ecologische plafond. Om deze transitie snel in te zetten zijn het Rijk en Tata Steel in overleg over de maatwerkafspraken. Zodra de plannen voor de waterstofroute van Tata Steel concreet genoeg zijn, kan het bevoegd gezag onderzoeken wat er precies nodig is op het gebied van milieuruimte en of dit past. Omdat de huidige beschikbare geluidsruimte nagenoeg vol is, is het niet uitgesloten dat er op dit vlak knelpunten ontstaan. Daarnaast is het de verwachting dat binnen het terrein van Tata Steel aanpassingen nodig zijn op het gebied van externe veiligheid (risicoruimte). Als dergelijke zaken zich voordoen treden de betrokken partijen met elkaar in overleg om hier tijdig een oplossing voor te formuleren.32

2.4.3 Vitale havenfuncties en betrouwbare achterlandverbindingen De ambitie om de haven- en industriegebieden drager te maken van de energie- en circulaire transitie betekent dat onze havens optimaal moeten kunnen functioneren. Het behoud van vitale havenfuncties, zoals een locatie voor het bunkeren van duurzame brandstoffen of een scheepsreparatiewerf, is van belang voor het toekomstig functioneren van het havencomplex. Om dergelijke bedrijven en vitale functies te behouden in het Noordzeekanaalgebied zijn gemeenschappelijke inspanningen van Rijk en regio nodig. Betrouwbare achterlandverbindingen zijn cruciaal voor de ambities om de haven- en industriegebieden door te ontwikkelen als drager van de energietransitie en voor de ontwikkeling van een circulaire economie voor de Metropoolregio Amsterdam én het (internationale) achterland. Maritieme toegang en betrouwbare multimodale achterlandverbindingen blijven essentieel om de functie van onze havens als nautisch en logistiek knooppunt waar te maken.33 De maritieme toegang is recent sterk verbeterd door de opening van de Zeesluis IJmuiden. Een daaraan verbonden opgave is het beheersen van de toevoer van zout water via het sluizencomplex naar het Noordzeekanaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13622183/1