CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Concept Ontwikkelstrategie Oeverlanden mei 2021

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de concept Ontwikkelstrategie Landschapspark De Oeverlanden en de vrijgave voor inspraak en het inwinnen van advies bij de stadsdelen Nr. VN2021-01098429.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Schelokovsky Hutor Forest Park Rusland, D. Chetyre, 2018

Krkonose tree top trailTsjechië, stezkakrkonose.cz, 2018

Skatepark onder A8 Zaandam, NL architects, 2006

Lido Verbano Italië, Lido.it, 2019

7.5 Kunst en cultuur De aanwezigheid van kunstenaarscomplex Nieuw en Meer op de landtong en de nabijheid van de Rijkshemelvaart bepalen voor een deel de identiteit van dit deel van De Oeverlanden. Actieve programmering op het voorterrein in het nieuw te bouwen paviljoen maar vooral ook dwars door De Oeverlanden heen maken kunst in de toekomst zichtbaarder voor alle Amsterdammers en zijn tegelijkertijd verbindend doordat de losse zones van De Oeverlanden aan elkaar worden geregen als een culturele kralenketting. Kunstenaars leveren de komende jaren een belangrijke bijdrage om de onderdoorgangen van de snelwegcorridor beleefbaar en veilig te maken maar vooral ook door identiteit toe te voegen aan elk van die plekken. Bezoekers weten door de aanwezigheid van de specifieke kunstuitingen dat ze in De Oeverlanden zijn en ook in welke zone. Kunstenaars van Nieuw en Meer programmeren samen met andere groepen (jonge) kunstenaars uit de stad en specifiek uit Nieuw West nieuwe culturele activiteiten. Ideeën voor de programmering zijn culturele zondagen in samenwerking met bewoners uit de buurt, luisterwandelingen, kleine, intieme voorstellingen die de programmering van theaters in de stad versterken, en workshops waar ook jongeren van bijvoorbeeld de Matrixx uit Nieuw Sloten een belangrijke rol kunnen vervullen in de organisatie en uitvoering.

Creativiteit en kunst spelen een belangrijke rol in het ontwerp van De Oeverlanden. De realisatie van een paviljoen op het voorterrein van Nieuw en Meer en het openstellen van dat terrein voor publiek zijn belangrijke eerste stappen. Het paviljoen functioneert als ankerpunt voor de culturele uitingen in het gebied, er worden presentaties en debatten georganiseerd en ook het verhaal van het historisch erfgoed van de Stelling van Amsterdam wordt hier verteld. Op een creatieve, innovatieve maar vooral een authentieke bij De Oeverlanden passende wijze. De kunstuitingen lopen als een kralenketting door het hele gebied en rijgt het verhaal van de verschillende deelgebieden op unieke wijze aan elkaar. Daarnaast biedt de Ontwikkelstrategie de mogelijkheid om, in afstemming met het programma Vrije Ruimte, kansen te verzilveren voor meer verbinding met bestaande en nieuwe vrijplaatsen voor creativiteit, kunst en ontmoeting.

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

55

8. BEHEER EN ONDERHOUD

Schotse Hooglander in de Oeverlanden, E. van Eis, 2019

8.1 Inleiding Om in de toekomst de ambities van de Ontwikkelstrategie waar te kunnen maken en de kwaliteit van het gebied ook in de toekomst te kunnen waarborgen is een actueel beeld over het onderhoud en beheer van De Oeverlanden nodig. Dit hoofdstuk gaat in op die huidige situatie, de wijze waarop het beheer en onderhoud op dit moment is georganiseerd en wat de randvoorwaarden en ambities voor de toekomst zijn. Hoofdstuk 9 gaat in op handhaving en toezicht en heeft dezelfde opbouw als dit hoofdstuk. 8.2 Huidige situatie beheer en onderhoud 4 Het beheer en onderhoud van de openbaar toegankelijke delen van De Oeverlanden valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam. Met de vernieuwde organisatie binnen de gemeente Amsterdam ligt de verantwoordelijkheid voor groot onderhoud (GO) en vervanging na afschrijving (VV) van die terreinen bij de directie Verkeer en Openbare Ruimte. Het dagelijks beheer en onderhoud (DO) ligt bij de directie Stadswerken. Stadswerken werkt aan het schoonhouden van de stad, verzorgen van het groen, onderhouden van alle wegen, stoepen, pleinen, tunnels, bruggen en kades. Stadswerken heeft acht afdelingen: • • • • • • •

Schoon: Verantwoordelijk voor het schoonmaken en -houden van de openbare ruimte. Groen, Flora en Fauna: Verzorgt het groen in parken en wijken. Infra en Service: Voert dagelijks beheer uit aan wegen en is verantwoordelijk voor verkeersmaatregelen. Civiele constructies: Voert dagelijks beheer uit aan kademuren, bruggen, tunnels en sluizen. Gebied en Gebruik: Zorgt voor de koppeling met o.a. de stadsdelen voor het gebiedsgericht werken. Logistiek: Verantwoordelijk dat materiaal en materieel op het juiste moment en op de juiste plek beschikbaar is voor uitvoerende diensten. Operationele Ondersteuning: Ondersteunt de andere afdelingen

•

van Stadswerken bij het realiseren van de dagelijkse resultaten in de openbare ruimte. Strategie, innovatie en kwaliteitsmanagement en directie- en bestuursadvisering: Vormt de staffunctie van de directie Stadswerken als geheel.

Vanuit de directie Stadswerken is de gebiedsbeheerder de oren en ogen in de woonwijken en parken. De gebiedsbeheerder is de schakel tussen de gemeente en de omgeving. In de openbare delen van Landschapspark De Oeverlanden worden in opdracht en onder toezicht van stadsdeel Nieuw-West een groot aantal beheertaken uitgevoerd door de vrijwilligers van de Vereniging De Oeverlanden Blijven! Het beheerplan voor het gebied is hierin leidend. De vrijwilligers beschikken over specifieke kennis op het gebied van natuurbeheer en een goede gebiedskennis wat voor de bescherming van bijzondere flora en fauna van grote betekenis is. Wat betreft de formele organisatie: alle gebieden en objecten in de buitenruimte zijn verdeeld en ondergebracht bij een zogenaamde ‘asset’: asset Groen, asset Verhardingen, asset Water, asset Civiele Constructies etc. Deze asset gaat over ‘zijn eigen spullen’ en is verantwoordelijk voor het op de juiste wijze en tijdig vormgeven van alle dagelijks beheer en onderhoud. Daarnaast zijn alle beheergebieden en -objecten in de buitenruimte centraal geregistreerd in het systeem GISIB. Vanuit GISIB worden vervolgens de beheercontracten voor aannemers en eigen dienst opgesteld en opgepakt. Op dit moment is het Landschapspark De Oeverlanden als geheel aangeduid in de beheercategorie bosplantsoen.

Dit is het meest extensieve beheer niveau, waarbij in de bospercelen de natuur zijn gang mag gaan. De inzet van mensen en middelen is hierop gebaseerd.

4 Dit hoofdstuk gaat over het beheer en onderhoud van de openbaar toegankelijke delen binnen De Oeverlanden. Voor de terreinen die zijn ingericht voor een specifieke functie en/of gebruik zijn de huidige gebruikers verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Voor de sportparken draagt de directie Sport en Bos van de gemeente Amsterdam verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

57

8.3 Randvoorwaarden en ambities Door de realisatie van de ambities vanuit de Ontwikkelstrategie verandert het gebruik van het Landschapspark De Oeverlanden. In de gebieden waar het gebruik zal wijzigen en/of zal toenemen, dient het beheerkader en ook het beheerniveau (mede vanuit het veiligheid aspect) te worden aangepast. Dit heeft consequenties voor de inzet van mensen en materieel. In de gebieden die als rustig en luw worden aangeduid, kan het huidige beheerniveau mogelijk gehandhaafd blijven. Om de ambities van de Ontwikkelstrategie te ondersteunen worden in de volgende fase op gebied van beheer en onderhoud de volgende acties ondernomen: 1. Er wordt met de betrokken directies 5 een nieuw beheerkader en actueel beheer- en werkplan Beheer en Onderhoud (B&O)6 voor het Landschapspark De Oeverlanden opgesteld. Daarin staat onder meer welke uitgangspunten gaan gelden voor het beheer en onderhoud binnen het nieuwe Landschapspark De Oeverlanden7 . 2. Er komt daarin aandacht voor een verdeling in assets, er wordt een inschatting gemaakt voor de verwachtte kosten voor DO, GO en VV en er wordt een voorstel geschreven voor de gewenste wijze van organisatie van het beheer en onderhoud (wie heeft welke rol?). De huidige rol van de Vereniging De Oeverlanden Blijven! wordt in de nieuwe opzet meegenomen.

Zolang er geen nieuwe beheersorganisatie is, is het voorstel de huidige werkwijze met VDOB! te continueren. Er is in het beheerkader en –plan aandacht voor de vertaling naar het GISIB.

3. De huidige typering van het gebied ‘bosplantsoen’ wordt geactualiseerd in relatie tot de ambities uit de Ontwikkelstrategie. In een gebied met de aanduiding ‘bosplantsoen’ lopen in principe weinig tot geen mensen. Daar waar in de toekomst wel of meer bezoekers worden verwacht (b.v. in het Jaagpadbos en het Riekerbos) is het belangrijk de typering aan te passen en te vertalen naar benodigde vervolgstappen. Daarvoor dienen in de gebieden waar het aantal bezoekers zal wijzigen alle bomen te worden geïnventariseerd. Daarbij moet de huidige staat van het onderhoud worden vastgesteld, de levensverwachting en ook of er risicobomen, attentie bomen of potentieel gevaarlijke bomen in die zones staan waar meer drukte wordt verwacht. Op basis van die bevindingen zal er een actieplan gemaakt moeten worden (gevaarlijke bomen rooien, achterstallig snoei onderhoud in de bomen oplossen, dood hout verwijderen etc.). Vervolgens moeten al deze bomen in de periodieke boomveiligheidscontrole van de straatbomen worden meegenomen, aangezien de situatie qua betreding vergelijkbaar is. De bovenstaande punten worden gekoppeld aan een actuele beheerskostentoets. Deze toets wordt vervolgens vertaald naar de benodigde middelen voor beheer en onderhoud. Het benodigde budget en een eventuele ophoging daarvan moet binnen het ‘loket’ van Asset Groen zijn beslag krijgen.

Daar zal ook de financiële verankering moeten plaatsvinden.

5 Bij de start moet eerst worden bepaald voor welke gebieden het beheerkader wordt opgesteld. Als het gaat om de openbare gebieden dan zijn de directies Stadswerken en V&OR verantwoordelijk. Wat betreft sportpark Sloten dienen de afspraken te worden gemaakt met de directie Sport en Bos. 6 De resultaten van het doelsoortenonderzoek dat door Waardenburg is opgesteld vormt een belangrijke basis voor een actueel beheer- en werkplan. Ook de vertaling van de voorgestelde zonering naar gebieden waar het rustig blijft en gebieden waar meer drukte wordt verwacht, waar de padenstructuur gewijzigd gaat worden etc. worden meegenomen bij het bepalen van de nieuwe typering. 7 Toenemende drukte betekent ook meer afval en rommel in het gebied. Grotere ambities vragen daarom meer aandacht voor intensief schoonmaken. De frequentie hangt mede af van de weersomstandigheden en de periode in het jaar af. Ook dit is een onderdeel van het beheer- en werkplan B&O

58

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

9. TOEZICHT, HANDHAVING EN VEILIGHEID

Zicht over Nieuwe Meer, J. Voets, 2020

9.1 Huidige situatie Handhaving en veiligheid zijn de verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam. De directie Toezicht, Handhaving Openbare Ruimte (THOR) bouwt dagelijks mee aan een leefbaarder en veiliger Amsterdam. Door de groeiende stad neemt de overlast en het aantal ergernissen toe en wordt de roep om handhaving steeds groter. THOR werkt nauw samen met de politie en andere externe partners aan de volgende opdrachten: • Terugdringen van overlast door onder andere hangjongeren, drugsen drankmisbruik, verkeerd aangeboden afval en ander oneigenlijk gebruik van de openbare ruimte; • Verbeteren van de objectieve en subjectieve veiligheid in de gebieden met cameratoezicht en de directe omgeving; • Controleren van vergunningen in de prostitutiebranche en het signaleren van misstanden zoals mensenhandel; • Vergroten van de objectieve- en subjectieve veiligheid in en rondom de openbare ruimte en het openbaar vervoer; • Wegslepen van hinderlijk en/of gevaarlijk geparkeerde voertuigen; • Terugdringen van overlast door taxichauffeurs op standplaatsen en de openbare weg. Veel van de bovenstaande punten spelen zich af in het centrum van Amsterdam en de omgeving daar direct omheen. Dat betekent dat de inzet vanuit de directie Toezicht en Handhaving zich de afgelopen jaren ook vooral op die gebieden heeft gericht.

De consequentie hiervan is dat natuur- en recreatiegebieden buiten de ring, zoals De Oeverlanden, de afgelopen jaren enigszins onderbelicht zijn gebleven in aandacht, inzet en middelen. Deze constatering heeft soms helaas negatieve consequenties (gehad) op de kwaliteit van de openbare ruimte, de veiligheid en afvalproblematiek in ons projectgebied. Het speelt niet alleen op het land maar ook de overlast op het water is de afgelopen jaren toegenomen. 9.2 Randvoorwaarden en ambities Niet alle onder 9.1 genoemde activiteiten van Toezicht en Handhaving zijn voor ons gebied relevant. De Oeverlanden zijn waarschijnlijk vooral gebaat bij een gespecialiseerde vorm van toezicht en handhaving, denk dan bijvoorbeeld aan boswachterij of de inzet van park conciërges. Daarnaast is de inzet tijdgebonden, vooral de drukke zomerperiode vraagt, zeker in de toekomst, meer aandacht dan de rustigere periodes 60

in de herfst en winter. Geleerd wordt van het heden: de realisatie van bijvoorbeeld het Sloterstrand in Nieuw West is van toegevoegde waarde voor de beleving van het Sloterpark, maar het heeft ook laten zien dat er extra overlast en afvalproblemen is en kan ontstaan. De in de Ontwikkelstrategie gestelde ambities vragen niet alleen een actuele kijk en mede daardoor hogere inzet op het gebied van beheer en onderhoud, ook de toezicht en handhaving moet opnieuw worden vormgegeven. Het toenemend aantal bezoekers van Landschapspark De Oeverlanden en zeker ook de toenemende drukte op het water van het Nieuwe Meer betekent dat er meer aandacht en inzet moet zijn vanuit handhaving en toezicht. Daarnaast zijn er in de huidige situatie al veel meldingen van overlast onder meer vanwege de aanwezigheid van het gedooggebied voor cruisen. Als het aantal bezoekers in het Landschapspark verder toeneemt is er een risico dat deze overlast ook toeneemt. Speciale aandacht voor de wijze waarop het gedooggebied in de toekomst wordt ingepast is belangrijk maar ook heldere afspraken over afbakening en gedrag en daarop handhaven is een voorwaarde om de verschillende doelgroepen prettig naast elkaar te laten verblijven. Hoe de rol van toezicht en handhaving er in de toekomst uit ziet, moet in de komende fase verder worden bekeken.

Doel is sowieso om Landschapspark De Oeverlanden een kwalitatief hoogwaardig maar vooral ook veilig park te laten zijn voor alle bezoekers. Door het toezicht- en handhavingsvraagstuk en meer specifiek de veiligheid een basisplek te geven in de Uitvoeringsleidraad kan goed en vooral tijdig op dit punt worden ingespeeld. Hierbij is de inbreng vanuit de directie THOR essentieel. Net als voor beheer en onderhoud worden eerst de uitgangspunten bepaald op basis van de ambities van de Ontwikkelstrategie. Deze uitgangspunten worden vervolgens vertaald naar een actueel ‘veiligheidsplan’. Het benodigde budget voor toezicht en handhaving en een eventuele ophoging daarvan in de toekomst moeten tenslotte hun beslag krijgen binnen de daarvoor verantwoordelijke directie, in dit geval Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte.

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

DEEL B UITVOERINGSLEIDRAAD

10. DE OPBOUW

Oeverlanden, A. Martin, 2008

Met de Ontwikkelstrategie is een stevige ambitie voor 2040 neergezet. Een ambitie die niet meteen morgen is gerealiseerd. De aard en ook de complexiteit van de ideeën uit de Ontwikkelstrategie loopt namelijk sterk uiteen; sommige ideeën zijn relatief klein en kunnen snel worden uitgevoerd, andere zijn meer ingrijpend, vragen nadere afwegingen, onderzoek (onder andere op technische en soms ook maatschappelijke haalbaarheid) en een zorgvuldig ontwerp- en ontwikkelingsproces. Verschillende voorstellen vergen naast veel voorbereiding ook flinke investeringen of zijn (mede) afhankelijk van de fasering van gebiedsontwikkeling in de nabijheid van De Oeverlanden. Ondanks de verschillende onzekerheden is er toch voor gekozen ambitieus te zijn zodat duidelijk is wat de gewenste ontwikkelingsrichting voor De Oeverlanden is voor de komende jaren

De Oeverlanden en met de beschikbare financiële middelen. Om dit proces voor de langere termijn te begeleiden wordt een stuurgroep opgericht die door de nieuwe projectorganisatie wordt geïnformeerd en betrokken bij elke fase waarin nieuwe besluitvorming nodig is.

Om handen en voeten te geven aan de grote ambities gaat de Ontwikkelstrategie uit van een gefaseerde vervolgaanpak: - Actieplan korte termijn. Sommige min of meer eenvoudige projecten kunnen de komende jaren worden gerealiseerd. Dit zijn nieuwe voorstellen, maar soms ook initiatieven die al eerder zijn gestart of voortkomen uit wensen van bewoners of stakeholders. Daarnaast is het essentieel op korte termijn invulling te geven aan een actueel beheerkader, een financieel kader inclusief de mogelijkheden voor samenwerking en cofinanciering en moeten de ambities rondom toezicht en handhaving naar benodigde middelen en capaciteit worden vertaald. Tenslotte kan een aantal ontwerpopgaven nu vast worden voorbereid. Voor dit Actieplan korte termijn wordt het in de begroting beschikbare budget van € 3,2 mln. ingezet. -

Lange termijn. De Ontwikkelstrategie beschrijft een groot aantal ambities en voorstellen die niet zonder meer zo maar te realiseren zijn. Dit zijn soms meer complexe voorstellen waar nog aanvullende (externe) middelen en/of samenwerkingspartners gezocht moeten worden en waarvoor nog onderzocht moet worden of de ideeën haalbaar zijn, technisch, financieel en/of maatschappelijk. Stap voor stap wordt de komende jaren bepaald welke voorstellen haalbaar en realistisch worden geacht. Hierbij ligt een nauwe relatie met de fasering van de gebiedsontwikkeling in de omgeving van Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

63

11. ACTIEPLAN KORTE TERMIJN

Welkomsbord aan de Anderlechtlaan, J. Voets, 2020

11.1 Beschikbaar budget Vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) is voor de komende 3 jaar bijna €2,2 mln. beschikbaar voor De Oeverlanden. Daarnaast is vanuit het Meerjarenprogramma Fiets (maatregel 15 bereikbaarheid gebieden en maatregel 19 ontbrekende schakels) in ieder geval twee keer €500.000,beschikbaar. Tenslotte is er €45.000,- naar het projectbudget voor De Oeverlanden overgedragen voor het vervangen en plaatsen van (nieuwe) speeltoestellen. Deze bovenstaande middelen, gezamenlijk ruim €3,2 mln. vormen de basis voor de opzet en inhoud van het Actieplan korte termijn. Als proceskosten (procesmanagement, planvoorbereiding en ontwerp en voor participatie) is voor de periode 2021 t/m 2024 een bedrag van circa € 1,5 mln. ingeschat (gemiddeld circa € 350.000 per jaar). Het uitvoeringsbudget (incl. voorbereiding en toezicht) voor korte termijn maatregelen is vooralsnog bijna € 1,8 mln. Naast de realisatie van kleine concrete voorstellen, gaat het Actieplan ook over het nu al creëren van de juiste randvoorwaarden om de meer complexe ideeën op de lange(re) termijn mogelijk te maken.

partners nader worden uitgewerkt en wellicht zelfs gerealiseerd op in de periode tot 2024. 11.2 Projectvoorstellen 2021-2024 In deze paragraaf zijn globaal de voorstellen weergegeven die op korte termijn kunnen starten wat betreft planvoorbereiding, ontwerp en soms ook realisatie. Er is een onderscheid gemaakt naar drie thema’s: 1. Verbeteren biodiversiteit, natuurwaarden en waterkwaliteit. 2. Verbeteren routenetwerk en entrees. 3. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit. Met inzet op deze drie thema’s wordt aangesloten bij de gevraagde prioritering op korte termijn zoals gevraagd in de bestuursopdracht. Per thema zijn de korte termijn maatregelen aangegeven, alsmede de planning, procedures en deliverables in de komende jaren. Daarbij is ook aangegeven welke partijen een rol zouden moeten/kunnen vervullen bij de nadere uitwerking.

Naast de €3,2 mln. die is gelabeld aan De Oeverlanden zijn er meerdere financiële dekkingsbronnen denkbaar waar de Ontwikkelstrategie Landschapspark De Oeverlanden de komende jaren aanspraak op kan maken. De Ontwikkelstrategie is eind 2020 als project ingediend bij het Stedelijk Huisvestingsplan Bovenwijkse Groenprojecten. Daarnaast is er een koppeling gemaakt met de Uitvoeringsstrategie van de Groenvisie en tenslotte heeft de Vervoerregio Amsterdam aangegeven dat er voor een aantal specifieke projecten een bijdrage mogelijk is uit de Investeringsagenda Mobiliteit. Denk dan aan (mogelijke) bijdragen voor de realisatie van het zogenaamde snelfietspad en aan verbeteringen aan het Regionaal Netwerk Fiets zoals Jaagpad, Johan Huizingalaan, Christoffel Plantijdpad en de Anderlechtlaan. De bijdrage kan betrekking hebben op verbredingen van bestaande routes, herinrichtingen, een meer verkeersveilige inpassing, verlichting/sociale veiligheid en het verbeteren van de kwaliteit van de route (tegels naar asfalt). In de komende fase zullen de bovenstaande financiële mogelijkheden verder worden verkend zodat duidelijk wordt welke randvoorwaarden vanuit die beschikbare budgetten worden gesteld en welke projecten mogelijk in beeld zijn voor (co-)financiering.

Indien extra budgetten beschikbaar komen, kunnen andere maatregelen uit de Ontwikkelstrategie met Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

65

1.Verbeteren biodiversiteit, natuurwaarden en waterkwaliteit

2. Verbeteren routenetwerk en entrees Maatregelen (indicatie bouwkosten): a. Ontbrekende schakels fietsnetwerk: keuze uit Anderlechtlaan, Oude Haagseweg, Christoffel Plantijnpad en/of Johan Huizingalaan (€700.000). b. Verbeteren route en beleving Jaagpad (€150.000). c. Sociale veiligheid onderdoorgangen in samenwerking met kunstenaars (€ 20.000). d. Continuering dienstregeling veerpont tussen Oeverlanden en Amsterdamse Bos in 2021 (€20.000).

Maatregelen (indicatie bouwkosten): a. 1000 dierwoningen: ringslanghopen; vleermuiskasten; insectenhotel; zandkuil voor graafwespen en –bijen; oeverzwaluwwand; ijsvogelwand (€ 75.000). b. Vogeleiland voor visdiefjes (€ 250.000). c. Plaatsen van 10 rifballen voor het verbeteren van de waterkwaliteit (€ 50.000).

Voor de bovenstaande maatregelen wordt een Nota van Uitgangspunten uitgewerkt waarin varianten worden onderzocht en afgewogen. Dit leidt in 2022 tot een voorkeursbesluit en na nader onderzoek en het definitieve ontwerp tot een uitvoeringsbesluit. De maatregelen kunnen in 2023 en 2024 gerealiseerd worden. In dit traject is samenwerking nodig met in ieder geval: V&OR, Stadswerken, stadsdeel Nieuw West, VDOB!, tuinpark Ons Buiten en Hoogheemraadschap van Rijnland. Daarnaast investeert de gemeente Amsterdam voor een periode van 2 jaar in het onderzoekstraject Gevouwen oevers (€ 40.000), een project van Stichting Ambassade en Nieuw en Meer dat een bijdrage gaat leveren aan het verbeteren van de waterkwaliteit van het Nieuwe Meer en aan het vergroten van de biodiversiteit. Ook Hoogheemraadschap van Rijnland heeft gedurende drie jaar budget heeft vrijgemaakt om bij te dragen aan verder onderzoek.

De ontbrekende schakels in het groennetwerk fiets worden in afstemming met de Vervoerregio Amsterdam en het Programma Fiets binnen de gemeente Amsterdam uitgewerkt. Hierbij wordt waar mogelijk de koppeling gelegd met de ambitie een snelfietspad te realiseren tussen Zuidas en Schiphol en wordt daarbij eventuele samenwerking verkend met de provincie Noord-Holland, gemeente Haarlemmermeer en mogelijk ook met private partijen zoals BAM Infra en Gazelle die nu al betrokken zijn bij het Schiphol-deel van de snelfietsroute. In een Nota van Uitgangspunten worden varianten voor de ontbrekende schakels beschreven en afgewogen. In 2022 vindt bestuurlijke besluitvorming plaats over de voorkeursvariant. Het verdere ontwerptraject kan dan worden vormgegeven en de schakels kunnen vanaf 2024 worden gerealiseerd. Dit project is een integrale ontwerpopgave waarin naast het fietspad ook de toegang richting Oeverlanden en natuurdoelen worden meegenomen. In de komende jaren wordt gestart met de opwaardering van het Jaagpad. Het gaat hierbij (nog) niet om een grootschalige herinrichting. Het gaat met name om quick wins die de beleving van de route van het Jaagpad van de sluizen naar de Kaap een impuls geeft. Denk daarbij aan meer openheid en aandacht voor zichtlijnen, de plaatsing van bankjes om even te zitten en genieten van het uitzicht alsmede (klein) onderhoud aan de infrastructuur.

Deze korte termijn maatregelen kunnen in 2022 gerealiseerd worden. Vanuit een kunst- en cultuurprogrammering wordt onder meer de sfeer en de (gevoelsmatige) veiligheid van de onderdoorgangen verbeterd.

66

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

Het gaat hierbij om programmering van activiteiten die tegelijkertijd iets blijvends opleveren voor het gebied.

3. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit Maatregelen (indicatie bouwkosten): a. Verbeteren inrichting en uitstraling van de westelijke strandjes en directe omgeving (€ 300.000). b. Starten van een pilot met gastheren/gastvrouwen of park conciërge in zomer 2021 i.s.m. stadsdeel Nieuw West en Stadswerken (€ 25.000).

In 2021 wordt (net als in de periode 2019-2020) de dienstregeling van de veerpont tussen Oeverlanden en Amsterdamse Bos vanuit het budget van Oeverlanden bekostigd. Voor de periode erna zal een nieuwe invulling moeten worden gevonden.

Het recreatiegebied bij de westelijke strandjes krijgt een upgrade. De verharding en de stenige uitstraling worden verminderd door een natuurlijk wandelpad te realiseren en de kwaliteit van de ligweides (gras) wordt verbeterd door verzachting van de harde onderlaag. Daarnaast wordt een deel van de speeltoestellen vervangen door meer natuurlijk spelen. Na overleg met gebruikers worden (afhankelijk van de kosten) gewenste aanvullende voorzieningen geplaatst zoals fietsnietjes, openbaar toilet, informatieborden, watertappunten en/of lockers om het gebruik van het gebied te verbeteren. Samenwerking is nodig met in ieder geval V&OR, Stadswerken, Programma Klimaatadaptatie, Sport en Bos en stakeholders in het gebied. Het heeft daarnaast de voorkeur om deze voorstellen in een participatietraject verder uit te werken alvorens tot realisatie wordt overgegaan. Het schets- en participatietraject leidt in 2022 tot een Nota van Uitgangspunten. Deze wordt in 2023 verder uitgewerkt in een ontwerp waarover een uitvoerings- en kredietbesluit wordt genomen. Uitvoering vindt dan plaats rond 2024.

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

67

11.3 Concretisering randvoorwaarden Naast het voorbereiden en soms ook al realiseren van concrete projecten op de korte termijn betekent het Actieplan ook een invulling en vormgeving van de randvoorwaarden die verbonden zijn aan de ambities van de Ontwikkelstrategie. Dan gaat het bijvoorbeeld over het opstellen van het financiële kader en het op korte termijn creëren van de juiste (organisatorische en financiële) randvoorwaarden voor het op lange(re) termijn kunnen realiseren van de meer complexe voorstellen uit de Ontwikkelstrategie. Het gaat ook over het bepalen van het kader voor beheer, onderhoud en veiligheid, als belangrijke randvoorwaarde voor de toekomst van De Oeverlanden Financieel kader De grote ruimtelijke ambities voor De Oeverlanden vragen een ‘stevige’ inzet op brede samenwerking/ aanpak en het tijdig betrekken van de potentiele partners en middelen. Met name de realisatie van de complexere voorstellen voor de lange(re) termijn, zoals de nieuwe rieteilanden voor de oever van het Riekerbos of de aanleg van nieuwe stranden, vragen een ‘stevige’ inzet op een brede samenwerking en aanpak. Het tijdig in contact te treden met het rijk, provincie, waterschappen en marktpartijen om via het spoor van cofinanciering tot realisatie te komen is bijvoorbeeld een belangrijke eerste stap. Daarbij wordt ook gekeken naar Europese financieringsmogelijkheden.

In dit kader is er ook afstemming met de collega’s die verantwoordelijk zijn voor de realisatie van de Groenvisie. De inzet is om onderdelen uit de Ontwikkelstrategie (al dan niet als Bovenwijks groenproject) op te nemen als milestones in de Groenvisie-realisatie. Voor het tijdig betrekken van potentiele samenwerkingspartners zijn twee parallelle sporen voorzien: 1. In beeld brengen/ consulteren potentiele ontwikkelingspartners, vaststellen welke ontwikkelingen van gezamenlijk belang zijn en waar cofinanciering/ -creatie aan de orde is (kan zijn). 2. In beeld brengen passende geldstromen en relevante (financierings-) programma’s.

De inzet van een zogenaamde makelaarsmanager kan handig zijn (iemand die veel kennis heeft van ontwikkelingspartners en investeerder en de wijze waarop samenwerkingsafspraken georganiseerd en vastgelegd kunnen worden). Om een gedegen financieel plan voor de lange termijn op te stellen dan is een gedegen kennis en inzet nodig in de komende projectfase. Van belang is om goed zicht te krijgen op alle potentiele middelenstromen (lijst van middelen/ beschikbare en potentiele budgetten), welke daarvan passend zijn en of/hoe die middeleninzet kan toevallen aan het Oeverlanden-programma. Hierbij is het handig een financieel expert/ strateeg te betrekken (een expert op het gebied van financiële stromen). Inzet van specialistisch subsidieadviesbureau is ook denkbaar. Kader voor onderhoud, beheer en veiligheid De volgende stappen zouden gezet moeten worden zodat er op korte termijn meer duidelijkheid ontstaat over de benodigde inzet op onderhoud, beheer en veiligheid en de middelen en capaciteit die daar vervolgens voor gereserveerd zouden moeten worden: a. Vaststellen uitgangspunten ten aanzien van beheer, onderhoud, toezicht en handhaving in relatie tot de ambities voor Landschapspark De Oeverlanden in 2040. b. Opstellen van een beheerkader en een actueel beheer- en werkplan (van toepassing op de verschillende assets van V&OR). c.

Vertalen van het beheerkader naar een beheerorganisatie (incl. de inzet die vrijwilligers daarin bijdragen), die resulteert in een beheeren middelenplan voor de korte termijn en voor 2040. d. Vertalen van de uitgangspunten t.a.v. veiligheid en toezicht naar een actueel veiligheidsplan voor inzet en benodigde middelen. e. Herijking van huidige beheer- en onderhoudsregiem incl. ook veiligheidssituatie gericht ook op toekomstig intensiever gebruik van De Oeverlanden. Daarbij wordt bezien in hoeverre huidige/ reguliere middelen van in ieder geval V&OR, maar mogelijk ook andere organisatieonderdelen binnen Amsterdam in de toekomst toereikend (kunnen) zijn of dat er extra middelen moeten worden gezocht. Vooruitlopend op een actueel kader voor beheer, onderhoud en veiligheid is het voorstel om in de zomer van 2021 een pilot te starten met de inzet van gastheren/gastvrouwen of een parkconciërge zoals dat ook

68

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

in het Vondelpark onlangs is ingesteld. Deze pilot kan helpen (het gevoel van) de veiligheid te verbeteren en te leren voor de toekomst. Zie ook actie 3e uit de vorige paragraaf) 11.4 Advies projectorganisatie De Ontwikkelstrategie Landschapspark De Oeverlanden is het afgelopen jaar, in opdracht van het College van B&W en onder leiding van de directie Ruimte en Duurzaamheid opgesteld. In hoofdstuk drie is beschreven dat de projectgroep Oeverlanden – Sloten co creatie met organisaties uit het gebied en met collega’s van de relevante omgevingsprojecten als belangrijk uitgangspunt in de werkwijze heeft gekozen. Deze organisaties en collega’s hebben de afgelopen maanden veel lokale en vooral ook gebied specifieke kennis ingebracht die van groot belang is geweest voor de inhoud van de Ontwikkelstrategie. Gezegd moet worden dat de voorliggende Ontwikkelstrategie er anders had uitgezien als er niet in co creatie was samengewerkt met het kernteam en als de relevante omgevingsprojecten in deze fase niet zo nauw waren betrokken. De ingebrachte kennis en de enorme inzet van deze stakeholders en collega’s hebben de visie mede de huidige vorm gegeven. De voorstellen uit het Actieplan korte termijn vormen de basis voor de stappen in de komende periode.

De ideeën die wel in de Uitvoeringsleidraad deel C staan opgenomen maar geen plek hebben gekregen in het Actieplan korte termijn komen in beeld als er zicht is op samenwerkingspartners en op aanvullende financiële middelen.

-

-

-

-

Om dit bovenstaande proces en de realisatie van het Actieplan korte termijn verder te vorm te geven en op de beste plek binnen de gemeentelijke organisatie te beleggen is de directie Ruimte en Duurzaamheid in overleg met andere organisatieonderdelen binnen de gemeente.

het vervolgproces begeleidt en instemming geeft op de (inhoudelijke) keuzes die worden gemaakt. Benoem binnen de nieuwe projectorganisatie in ieder geval een omgevingsmanager die verantwoordelijk is voor het onderhouden van het opgebouwde netwerk en voor het monitoren en borgen van eerder gemaakte afspraken, zoals met de mensen van het kernteam maar ook met andere mensen en organisaties. Betrek de disciplines landschapsontwerp, stedenbouw, verkeersontwerp en adviseurs van Sport en Bos in de organisatie voor de komende fase. Hierin kan mogelijk een relatie worden gelegd met de projectgroep Schinkelkwartier omdat voor een aantal vraagstukken een nauwe relatie ligt met de ambities en de projectfasering van dit gebied. Betrek een zogenaamde ‘makelaarsmanager’ die kennis heeft van het proces voor het vinden van ontwikkelingspartners en investeerders (op inhoud/ co-creatie en ontwikkeling/ cofinanciering), de wijze waarop er tot een akkoord kan worden gekomen, die uiteindelijk leidt tot een succesvolle samenwerking en uitvoering.

Betrek een financieel strateeg met kostendeskundigen en een expert financiële stromen die de mogelijkheden voor bijzondere projectfinancieringen in kaart brengen (Nationale Postcode loterij, EU-fondsen, Nationale fondsen, koppeling gebiedsprogramma’s en beleidsprogramma’s (zoals Schinkelkwartier, ZuidasDok en Verdi en daarnaast klimaatprogramma, duurzaamheid, biodiversiteit etc.)

Vanuit de ervaring van de afgelopen maanden vindt de projectgroep het belangrijk in ieder geval de volgende aandachtspunten mee te geven voor de stappen in de komende fase: - Richt een stuurgroep in met de meest betrokken partijen (R&D, V&OR, G&O, VRA en stadsdeel Nieuw West) die

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

69

DEEL C VISIE 2040 IN PROJECTBLADEN

In deel C van de Uitvoeringsleidraad is een totaaloverzicht opgenomen van alle ideeën die voort zijn gekomen uit het co creatie traject met het kernteam Oeverlanden Sloten en onderdeel uitmaken van de visie voor 2040. Zie daarvoor ook de ambitiekaart in hoofdstuk 6 en de voorstellen uit hoofdstuk 7. Er is voor gekozen deze ideeën en voorstellen, ondanks de onzekerheid over de beschikbare financiële middelen, allemaal op te nemen en te beschrijven in de Ontwikkelstrategie zodat het gewenste eindbeeld 2040 als stip op de horizon zichtbaar is en als richting gevend kader voor toekomstige keuzes kan dienen. Ook wordt met het weergeven van alle ideeën uit de visie recht gedaan aan het co creatie traject met het kernteam. Dit deel C beschrijft alle ideeën en voorstellen in samenhang. Tevens is aangegeven welke samenwerkingsmogelijkheden er zijn met potentiele (externe) partners. In de projectbladen staan ook de ideeën die nog onzeker zijn of mogelijk pas op lange(re) termijn gerealiseerd kunnen worden. Enerzijds omdat die ideeën complex zijn, nog moeten worden onderzocht op haalbaarheid en/of voorstellen betreffen waar nog partners en/of middelen gezocht moeten worden om de realisatie te kunnen vormgeven. Anderzijds omdat het voorstellen betreffen waarover nog geen (volledige) overeenstemming is bereikt met de verschillende interne en externe partners.

Op het moment dat er meer duidelijkheid is over deze ideeën, over potentiele samenwerkingspartners en financieringsmogelijkheden kan in een actuele fasering en planning van alle lange termijn voorstellen uit de Ontwikkelstrategie aan het bestuur een investeringsbudget worden aangevraagd en kan vervolgens worden gestart met de voorbereidingen om ook de meer complexe voorstellen te realiseren.

-

-

mogelijk zijn de voorstellen concreet en uitvoeringsgericht beschreven, maar waar nodig -bij voorstellen die meer onderzoek en procestijd vergen- is bewust alleen de ontwikkelingsrichting aangeven met bijhorende stappen en aansturing; Beschrijving van een mogelijk uitvoeringstraject: welke maatregelen zijn er voorzien, wat zijn de eerste acties inclusief de voorbereidingsinzet daarbij (ontwerp, onderzoek) en waar relevant een doorkijk naar de langere termijn; Globale eerste programmering met een fasering op korte termijn (2021-2024, aangeduid als I) of voor de langere termijn (na 2024, aangeduid als II).

In afbeelding 12 staan de voorstellen per projectblad de Uitvoeringsleidraad geografisch weergegeven.

Afbeelding 12

De voorstellen die in belangrijke mate met elkaar samenhangen zijn steeds geclusterd. Het gaat daarbij om een clustering van netwerkelementen of een beschrijving van gebiedsgerichte (locatie specifieke) clustering. In totaal levert dit 20 projectbladen op (zie daarvoor de bijlagen in deel C). Ieder projectblad kent eenzelfde opbouw met: - Omschrijving van de diverse voorstellen/projecten: ambities/ opgaven/ streefbeeld (referentieprojecten). Waar Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

71

(I) = korte termijn, tot 2024 (II) = lange(re) termijn, na 2024

DEEL C - UITVOERINGSLEIDRAAD ONDERDEEL VAN ONTWIKKELSTRATEGIE LANDSCHAPSPARK DE OEVERLANDEN ALLE IDEEEN IN SAMENHANG UITGEWERKT OP PROJECTBLADEN 0

Randvoorwaarden

RANDVOORWAARDEN

PROGRAMMA NETWERKEN A. B. C. D. E. F.

Ecologische structuur (incl. watersysteemkaart) & biodiversiteit Fiets- en wandelnetwerk Sport, spel- en recreatieve voorzieningen Kunst- en cultuurvoorzieningen/ cultuurhistorisch erfgoed Horeca Bereikbaarheid/ ontsluiting (parkeren, snelfietspad, veerpontjes)

1.

GEBIEDSPROGRAMMA STEDELIJKE ENTREES Groene poorten

2. 3. 4.

NIEUWE MEER (water)zone overall incl. aansluitende watergangen (water)zone Riekereilanden (water)zone Geniebaai

5. 6.

OOSTELIJKE OEVERLANDEN Schinkelhoek/Jaagpadbos & oever Volkstuinen en sportpark Sloten

7. 8. 9. 10. 11.

HART LANDSCHAPSPARK DE OEVERLANDEN Centrale toegang en Huizingastrand Centrumgebied en watersportcentrum Riekerkaap/vlonderboulevard/ stadsstrand Moerasbos Riekerbos incl. cruisezone & NME-centrum De Waterkant

12. 13.

WESTELIJKE OEVERLANDEN Natuurkern West/ Geniebos/Anderlechtstrand Riekerlandtong

14. 15.

OMGEVING OEVERLANDEN Riekerpolder Landje Ringvaart Veenweedelandjes (Veenweidekern Riekerpolder)

Belangrijke eerste stap in de realisatie van de Ontwikkelstrategie Landschapspark De Oeverlanden is het organiseren van de juiste randvoorwaarden en dat tijdig de potentiele samenwerkingspartners en financieringsbronnen worden betrokken om realisatie van de meer complexe projecten op termijn mogelijk te maken. Onderhoud, beheer en veiligheid 1. Vaststellen uitgangspunten ten aanzien van beheer, Herijking van huidige beheer- en onderhoudsregiem incl. ook onderhoud, toezicht en handhaving in relatie tot de veiligheidssituatie gericht ook op toekomstig intensiever ambities voor Landschapspark De Oeverlanden in 2040 gebruik van De Oeverlanden. Daarbij wordt bezien in hoeverre 2. Opstellen van een beheerkader en een actueel beheerhuidige/ reguliere middelen van in ieder geval V&OR, maar en werkplan (van toepassing op de verschillende assets mogelijk ook andere organisatieonderdelen binnen Amsterdam van V&OR). in de toekomst toereikend (kunnen) zijn. 3. Vertalen van het beheerkader naar een beheerorganisatie (incl. de inzet die vrijwilligers daarin bijdragen), die resulteert in een beheer- en middelenplan voor de korte termijn en voor 2040. 4. Vertalen van de uitgangspunten t.a.v. veiligheid en toezicht naar een actueel veiligheidsplan voor inzet en benodigde middelen.

Om op korte termijn vast een begin te maken met een verbetering van veiligheid en het gevoel van veiligheid is het voorstel om in de zomer van 2021 een pilot te doen met gastheren/gastvrouwen of een parkconciërge die op drukke dagen regelmatig aanwezig zijn in De Oeverlanden. Financieel/ samenwerkingsplan lange termijn De grote ruimtelijke ambities voor De Oeverlanden vragen een ‘stevige’ inzet op brede samenwerking/ aanpak en het tijdig betrekken van de potentiele partners en middelen. Hier zijn twee parallelle sporen voorzien: 1. In beeld brengen/ consulteren potentiele ontwikkelingspartners, vaststellen welke ontwikkelingen van gezamenlijk belang zijn en waar cofinanciering/ creatie aan de orde is (kan zijn). 2. In beeld brengen passende geldstromen en relevante (financierings-)programma’s.

FASERINGSWIJZER in PROJECTBLADEN: 72

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden 61

De inzet van een zogenaamde makelaarsmanager kan handig zijn (iemand die veel kennis heeft van ontwikkelingspartners en investeerder en de wijze waarop samenwerkingsafspraken georganiseerd en vastgelegd kunnen worden). Om een gedegen financieel plan voor de lange termijn op te stellen dan is een gedegen kennis en inzet nodig in de komende projectfase. Van belang is om goed zicht te krijgen op alle potentiele middelenstromen (lijst van middelen/ beschikbare en potentiele budgetten), welke daarvan passend zijn en of/hoe die middeleninzet kan toevallen aan het Oeverlanden-programma. Hierbij is het handig een financieel expert/strateeg te betrekken (een expert op het gebied van financiële stromen). Inzet van specialistisch subsidieadviesbureau is ook denkbaar.

PROGRAMMA NETWERKEN ONTSLUITING / BEREIKBAARHEID

62 72

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

No. A Ecologische structuur (incl. watersysteem) & biodiversiteit 1 Versterken biodiversiteit / ecologische structuur en aanpak knelpunten, onder meer No. A Ecologische structuur (incl. watersysteem) & biodiversiteit door ontsnipperen van natuur / opheffen ecologische barrières; vergroten 1 Versterken biodiversiteit / ecologische structuur en aanpak knelpunten, onder meer biodiversiteit (soortgerichte maatregelen); toevoegenbarrières; nieuwe natuur en versterken door ontsnipperen van natuur / opheffen ecologische vergroten natuurwatersysteem. Zie ookmaatregelen); het voorbeeldtoevoegen hieronder.nieuwe natuur en versterken biodiversiteit (soortgerichte natuurwatersysteem. Zie ook het voorbeeld hieronder.

No. B Fiets- en wandelnetwerk Het huidige netwerk binnen De Oeverlanden is onduidelijk en geeft geen goede oriëntatie van, naar en in het gebied. Het is gewenst een beter opgebouwd netwerk te realiseren met verschillende lagen en hiërarchie. Het verbeteren van de bestaande oeverroute verbindt de (nieuw te realiseren) stranden met de meer afgeschermde luwere zones met natuurlijke oevers en een grote mate van biodiversiteit. De oeverroute doet ook enkele groene ruimtes aan, waar spontane ontmoetingen kunnen plaatsvinden, met soms prachtig zicht op het water en de soms een meer ‘stedelijke’ horizon. De wandel- en fietspaden sluiten aan op de routes in omliggende gebieden Amsterdamse Bos, Schinkelkwartier, Zuidas en de stadsdelen Nieuw-West en Zuid. Ook is een aansluiting gemaakt op het groennetwerk. Hierdoor is een rechtstreekse route gerealiseerd van de Sloterplas naar het Nieuwe Meer en het Amsterdamse Bos.

MAATREGELEN/ ACTIES

MAATREGELEN/ 1e ACTIES MAATREGELEN/ 1e ACTIES

VOORBEELD soortgerichte VOORBEELD aanpak soortgerichte

Daarnaast worden nieuwe verbindingen onderzocht die de volkstuinen beter op elkaar en op de omgeving laten aansluiten. De aanpak is erop gericht dat de aanleg van het recreatieve netwerk niet alleen de meest interessante (nieuwe) recreatieve verblijfsplekken beter bereikbaar maakt, maar ook de recreatieve beleving van Landschapspark De Oeverlanden verbetert. 1. Ontwerp intern padenstelsel met structurerende hiërarchie, inclusief de ontbrekende schakels van het Groennetwerk en het metropolitane fietspad Zuidas-Schiphol (I) en realisatie daarvan (I-II) 2. Nadere invulling geven aan veilige fietspaden in het bijzonder bij viaducten(I) 3. Onderzoeken nieuwe bruggetjes tussen tuinparken, sportpark Sloten en de omgeving (II) 4. Voetpad vanaf Ringvaart naar sportpark Sloten (II) 5. Realiseren fietsparkeervoorzieningen bij de hoofdentrees (I-II)

Waar mogelijk vergroten van groen- / natuurareaal; onderzoek naar aanvullende natuurontwikkeling in de van Riekerpolder (zie ook de projectbladen 14-15). Waar mogelijk vergroten groen- / natuurareaal; onderzoek naar aanvullende natuurontwikkeling in de Riekerpolder (zie ook de projectbladen 14-15). 1. In kaart brengen ecologisch barrières/ knelpunten vaststellen prioritaire

REFERENTIEBEELD

ontsnipperingslocaties en nodige maatregelen daarbij. Opstellen 1. In kaart brengen ecologisch barrières/ knelpunten vaststellen prioritaire soortmaatregelenkaarten & actieplan (I) ontsnipperingslocaties nodige maatregelen daarbij. Opstellen 2. soortmaatregelenkaart Lokaliseren en plaatsen & van diervoorzieningen door het hele gebied heen op actieplan (I) geëigende plaatsen: o.a.van ringslanghopen; vleermuiskasten; 2. Lokaliseren en plaatsen diervoorzieningen door het heleinsectenhotel; gebied heen op zandkuil voor graafwespen en –bijen; oeverzwaluwwand; ijsvogelwand geëigende plaatsen: o.a. ringslanghopen; vleermuiskasten; insectenhotel; Ambitie: voor aldusgraafwespen 1000 ‘dierwoningen creëren’ (I) zandkuil en –bijen; oeverzwaluwwand; ijsvogelwand 3. Ambitie: Creëren van een rietland-stepping in toevaart van het Nieuwe Meeraldus 1000 ‘dierwoningenstone creëren’ (I) Ringvaart. Ecologische knelpunten HGS (I en 3. Creëren vanConform een rietland-stepping stone in toevaart vanII)het Nieuwe MeerRingvaart. Conform Ecologische knelpunten HGS (I en II)

aanpak

Inzet op structuurversterkende maatregelen voor vleermuizen (links) Aanleg reservaat zandbijen en graafwespen (Referentie De Kuil/ Texel) Inzet op structuurversterkende maatregelen voor vleermuizen (links) 1

Gebaseerd op onder meer Natuurwaardenonderzoek Noordelijke Oeverlanden te Amsterdam. Bureau

Waardenburg (februari 2021) 1

Gebaseerd op onder meer Natuurwaardenonderzoek Noordelijke Oeverlanden te Amsterdam. Bureau Waardenburg (februari 2021)

73

63

63 Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

65

73

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

No. C Sport, spel en recreatieve voorzieningen Landschapspark De Oeverlanden biedt ook in de toekomst ruimte voor actief recreatief verblijven voor jong en oud. Denk daarbij aan nieuw aan te leggen strandjes, aan speelvoorzieningen voor kinderen en jeugd (zoveel mogelijk ingericht als natuurlijk spelen) en diverse sportvoorzieningen. Bij sportvoorzieningen gaat het vooral om openbaar ingerichte (kleine) veldjes (beachvolleybal, basketbal, fitnesstoestellen etc.), hardlooproutes met bijbehorende voorzieningen en om openheid in het ontwerp waar spontane activiteiten ontplooid kunnen worden. Dat laatste zijn informele plekken die niet specifiek zijn ingericht voor sport en/of recreatie maar die dat wel stimuleren omdat de ruimte uitnodigend is om actief te zijn. Bijvoorbeeld door het benutten van open ruimtes waar gevoetbald, gebootcampt of gefrisbeed kan worden en het stimuleren/faciliteren van skaten, klimmen of andere urban sports bij viaducten en paden die maken dat je een rondje wilt gaan hardlopen of wandelen. Toevoegen van plekken en routes om te sporten en te recreëren stimuleert niet alleen tot bewegen, het levert tevens een bijdrage aan het vergroten van de sociale veiligheid.

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

Het nieuw te realiseren paviljoen kan als ankerpunt functioneren voor de culturele uitingen in het gebied, er is ruimte voor presentaties en debatten en ook het verhaal van het historisch erfgoed van de Stelling van Amsterdam kan hier worden verteld. Op een creatieve, innovatieve maar vooral een authentieke bij Landschapspark De Oeverlanden passende wijze. De kunstuitingen lopen als een kralenketting door het hele gebied en rijgt het verhaal van de verschillende deelgebieden op unieke wijze aan elkaar. De panden van Nieuw en Meer en de toerit via de Genieweg zijn onderdeel van de voormalige Stelling van Amsterdam en behoren daarmee, samen met de verderop gelegen Rijkshemelvaart, tot cultuurhistorisch erfgoed.

Er zijn drie zoeklocaties voor nieuwe strandjes: het Anderlechtstrand ter hoogte van het huidige landhoofd en in het verlengde van de Anderlechtlaan en op termijn een Huizingastrand in het verlengde van de Johan Huizingalaan (ten westen van De Waterkant) en een stadsstrand op de Riekerkaap. Bij de realisatie van de beide laatste strandjes ligt een nauwe relatie met de fasering van de gebiedsontwikkeling in het Schinkelkwartier.

MAATREGELEN/ 1e ACTIES

No. D Kunst- en cultuurvoorzieningen / cultuurhistorisch erfgoed Actieve programmering in de ateliers van Nieuw en Meer, in het nieuw te realiseren paviljoen maar vooral ook als een kralenketting door Landschapspark De Oeverlanden heen, maakt kunstuitingen zichtbaar voor alle Amsterdammers. Tegelijkertijd is deze programmering verbindend, binnen de verschillende zones van Landschapspark De Oeverlanden maar ook tussen de verschillende doelgroepen uit de stad. Kunstenaars van Nieuw en Meer, maar ook kunstenaars uit Nieuw West of andere delen van de stad kunnen hun inspiratie en kunde vormgegeven in een kunsten cultuurprogrammering en leveren daarmee een grote bijdrage aan de nieuwe sfeer in Landschapspark De Oeverlanden.

Er zijn twee locaties opgenomen waar onderzocht wordt of die geschikt zijn voor kleine veldjes voor georganiseerde buitensport. De fasering van de aanleg van de strandjes en de sport- en speelvoorzieningen sluit aan op de fasering van de naastgelegen nieuwe wijken Schinkelkwartier en Verdi en het recreatieve wandel- en fietsnetwerk. 1. Uitwerken ontwerpopgaven rondom de drie nieuwe strandlocaties (I en II). 2. Uitwerken zoeklocaties als potentiele sportlocaties waarbij ook inpassing van de voorzieningen op bestaande sportparken wordt meegenomen als optie (i.s.m. project Schinkelkwartier) (I). 3. Locatiekeuze voor kleinschalige sportveldjes binnen De Oeverlanden (II). 4. Vervangen/plaatsen (nieuwe) speeltoestellen (I). 5. Plaatsen van nieuwe voorzieningen (o.a. een openbaar toiletgebouw, bagagekluisjes, watertappunten) (I – II) 6. Onderzoek naar randvoorwaarden voor aanvullende zwemlocaties en hoe deze veilig kunnen worden ingepast (II)

MAATREGELEN/ 1e ACTIES

REFERENTIEBEELD

REFERENTIEBEELD

De Ontwikkelstrategie creëert mogelijkheden voor initiatieven vanuit het Programma Vrije Ruimte. 1. Contracteren van een creatief en cultureel kwartiermaker i.o.m. de kunstenaars Nieuw en Meer (I) met als doel vorm te geven aan de kunst- en cultuurprogrammering voor de korte en de langere termijn (I en II); 2. Kunstprogrammering korte termijn, gedacht wordt aan bijvoorbeeld het verbeteren van de onderdoorgangen door het toevoegen van kunstuitingen, maar ook door de organisatie van bijvoorbeeld culturele zondagen, luisterwandelingen, kleinschalige concerten en optredens (I) 3. Onderzoek naar haalbaarheid paviljoen voorterrein Nieuw en Meer en realisatie ervan (II) 4. Afstemmen ambities en wensen vanuit Programma Vrije Ruimte op de mogelijkheden binnen De Oeverlanden (I) Zie ook projectblad 4 Geniebaai: Natuurkunstproject drijfland (mycelium) ‘Gevouwen oevers’

Voorbeelden van een paviljoen

66

74

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

6774

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

MAATREGELEN/ 1e ACTIES

No. E Horeca Het beter positioneren van de horeca met een gepaste uitbreiding daarvan is op termijn gewenst. In het verlengde van de voorgestelde nieuwe entree bij de Johan Huizingalaan en bij het nieuwe centrumgebied is een openbaar toegankelijk terras voorzien met een mooi uitzicht over het Nieuwe Meer naar het Amsterdamse Bos. Daarnaast zijn er mogelijke locaties voor kleinschalige horeca (al dan niet als kiosk). Hierbij kan gedacht worden aan De Schinkelhoek (het gebied bij de sluisjes), bij de jachthaven op de landtong en bij de Watersportvereniging Onklaar Anker. Horeca is een belangrijke factor om het gebied aantrekkelijk(er) te maken voor (nieuwe) bezoekers. Horeca kan met het gebied meegroeien, door vanuit kleine kiosks/containers in de toekomst mee te groeien naar wellicht grotere paviljoens. Voor het toevoegen van extra horeca is nog veel afstemming nodig met stakeholders en mogelijke exploitanten. Ook speelt de vergunningverlening hierbij een belangrijke rol. 1. Visie op ontwikkeling horeca (II), waar nodig herstructureren, bepalen voorkeurslocaties nieuwe horeca (II) 2. Ontwikkeling van horecalocaties (II) 3. Start exploitaties (II)

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

No. F

Bereikbaarheid / ontsluiting Parkeren, metropolitaan fietspad Zuid - Schiphol, veerpontjes De infrastructuurbundel die Landschapspark De Oeverlanden afsnijdt van de stad is in de toekomst geen barrière meer maar een (sociaal) veilige en prettige route om onderdoor te fietsen of soms ook kort te verblijven. Enerzijds door de entrees te verbeteren (zie projectblad 1) en anderzijds door het toevoegen van bijvoorbeeld kunstuitingen of elementen voor urban sports (zie projectblad 1). Ambitie is dat het parkeren aan de rand van Landschapspark De Oeverlanden wordt gefaciliteerd (voor auto’s en fietsen) onder meer door de Oude Haagseweg ten westen van de Anderlechtlaan opnieuw in te richten en er een parkeerregime in te voeren of te transformeren tot ‘blauwe zone’. Dit stimuleert bezoekers te voet of via een recreatieve fietsroute verder het gebied in te gaan en voorkomt oneigenlijk gebruik van de parkeervoorzieningen door bezoekers en/of werkenden van bijvoorbeeld Schiphol. De verschillende verbindingen van de omgeving met de oevers van het Nieuwe Meer hebben een onderscheidend karakter en bieden met het aansluitende netwerk voor fietsers en voetgangers houvast voor de oriëntatie en de bereikbaarheid van, naar en in Landschapspark De Oeverlanden.

De realisatie van een metropolitaan fietspad tussen de Zuidas en Schiphol (ook wel snelfietspad genoemd) brengt hiërarchie in het netwerk, daarnaast is het realiseren van aantrekkelijke noord-zuidroutes van belang om De Oeverlanden met de stad te verbinden.

REFERENTIEBEELD

MAATREGELEN/ 1e ACTIES

Vanaf de Riekerkaap is een nieuw pontje gedacht naar het Amsterdamse Bos, in aanvulling op de pontverbinding die vanaf de strandjes vaart. 1. Ontwerp en realisatie snelfietspad (I-II) 2. Ontwerp en herinrichting Oude Haagse weg, als eerste stap in de realisatie van het snelfietspad van punt 1 en het realiseren van het wensbeeld van minder asfalt en een meer natuurlijke inrichting (auto-te-gast, langsparkeren, betaald parkeren of blauwe zone (I en II) 3. Herinrichting parkeerplaats Ons Buiten (I - II) 4. Continuering dienstregeling veerpont tussen De Oeverlanden en het Amsterdamse Bos periode 2021 (I) en onderzoeken mogelijkheden lange termijn (II) 5. Haalbaarheidsonderzoek aanvullende veerdiensten (II) 6. Uitvraag veerverbindingen van/naar Amsterdamse Bos (vanaf strandjes en vanaf Riekerkaap) in relatie tot rondje Nieuwe Meer (II)

REFERENTIEBEELD

Impressies van mogelijke horeca

Voorbeeld snelfietspad en doorsnede ‘auto-te-gast-straat’

75

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden

75

69

GEBIEDSPROGRAMMA STEDELIJKE ENTREES

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

MAATREGELEN/ 1e ACTIES

REFERENTIEBEELD

No. 1 Groene poorten De entrees onder de infrastructuurbundels van de A4 en de A10 zijn in de toekomst niet langer anoniem en onprettig om onderdoor te rijden, het zijn meer verblijfsgebiedjes geworden waar kleurige en soms ook muzikale uitingen zijn toegevoegd waar je naar kan blijven kijken en waar het prettig en veilig onderdoor fietsen is. De entrees leiden je als het ware van de stad naar Landschapspark De Oeverlanden en omgekeerd. Speciaal is het groene entreegebied waar de stad en Landschapspark De Oeverlanden samenkomen. Dit entreegebied ontsluit en verbindt De Oeverlanden op een herkenbare en aantrekkelijke wijze met het Schinkelkwartier, stadsdeel Nieuw West en andere delen van de stad. Daarmee is een door bedrijven en bewoners gewenste (groene) verbinding tussen deze twee gebieden een feit. Al vanaf het groene entreegebied kondigt het Nieuwe Meer zich aan: de weidsheid, het licht en in de verte de schittering van het water tussen de bomen door. Dit groene entreegebied gaat over in een slingerende wandelboulevard, tussen de bomen door naar de oever van het Nieuwe Meer en het nieuwe centrumgebied; de vorm en functie zijn passend bij het landschappelijke karakter van Landschapspark De Oeverlanden en bij de bijzondere natuurwaarden van het daar gelegen moerasbos.

NIEUWE MEER WATERPROGRAMMA

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

No. 2 Overall De ligging aan het water bepaalt de identiteit van Landschapspark De Oeverlanden. Het Nieuwe Meer vormt een fraai decor met mooie panorama’s, die nu veelal nog het oog zijn onttrokken. Het water zou meer dan een decor kunnen zijn; we kijken ernaar, maar direct in contact met het water staan we nu nog niet altijd. Dat kan anders, waarbij het water en de oever in al zijn facetten beleefd kunnen worden. Meer zwemmen, spetteren, pootjebaden, watersporten en waternatuur beleven; die daadwerkelijk ervaren met zicht op een onbekende onderwaterwereld: het otterleefmilieu. Het watersysteem in de aansluitende waterlopen in Landschapspark De Oeverlanden en Riekerpolder kan tevens verbeterd worden: door de waterdoorstroming te verbeteren en daarmee de water- en natuurkwaliteit. Daarbij zijn ook voorstellen om knelpunten is de vismigratie mee te nemen.

MAATREGELEN/ 1e ACTIES

1. Overall ontwerp oeverontwikkeling in relatie tot natuurversterking, biodiversiteit en ook recreatie en herinrichting daarvan (II) 2. Verbeteren van waterkwaliteit met zo schoner zwemwater en een betere natuurkwaliteit; ambities/ mogelijkheden daarbij in beeld brengen in samenspraak met Hoogheemraadschap Rijnland (I-II) 3. In relatie met 2 beste locatie bepalen voor biologische waterzuivering (mosselbanken en helofyten- en watervegetaties) (I) 4. Knelpunten vismigratie in kaart brengen met inbegrip van Landschapspark De Oeverlanden (II)

VOORBEELD

1. Definiëren van entrees, samenhangende visie daarop, differentiatie (I - II) 2. Uitwerken ontwerpopgave entree Anderlechtlaan (in relatie tot inpassing uitbreiding onderstation en realisatie Westtangent en het voorstel voor een Anderlechtstrandje) (I-II) 3. Uitwerken ontwerpopgave entree Johan Huizingalaan naar Landschapspark De Oeverlanden (II) i.s.m. voorstel voor een Huizingastrandje. 4. Verbeteren onderdoorgang Christoffel Plantijnpad waardoor Landschapspark De Oeverlanden en het Schinkelkwartier ook in sfeer met elkaar worden verbonden via de onderdoorgang i.c.m. ontbrekende schakel groennetwerk fiets (I - II) 5. Fysieke afscherming A4; landschappelijk inpassing Schinkel. Haalbaarheidsonderzoek met Rijkswaterstaat (II).

Referentiebeelden onderdoorgangen

76

Concept Ontwikkelstrategie De Oeverlanden 70

7176

PROJECTBLAD AMBITIE / OPGAVE

MAATREGELEN/ 1e ACTIES

No. 3

Zone Riekereilanden

Ter verbetering van de waterkwaliteit van het Nieuwe Meer en versterking van de biodiversiteit is een voorstel opgenomen om nieuwe eilanden aan te leggen voor de oever van het Riekerbos. Het betreft de aanleg van (afgeschermde) ondieptes voor ontwikkeling van watervegetaties en onderwaterfauna-voorzieningen onder meer voor vissen (rifballen/ kunstmangrove) met ook een waterobservatorium (zie bijgaande referentiebeelden); speciale natuurinrichtingen t.b.v. doelsoorten (visdiefeiland; oeverzwaluwwand). Bij ontwikkeling moet rekening worden gehouden met beperkingen samenhangend met Vogelvrijwaringsgebied Schiphol. 1. Aanleg vogeleiland voor visdiefjes (model Houthaven) (I) 2. Onderzoek naar mosselbanken/ rifballen/ onderwaterterrassen voor waterplanten, zoeken van geschikte locaties (I) 3. Haalbaarheidsonderzoek starten voor de natuureilanden in samenhang met de haalbaarheid van nieuw aan te leggen strandjes in die zone (geschiktheid locatie/ technische en ook financiële haalbaarheid) (I); zo nodig alternatieve opties bekijken (II). 4. Ontwerp van eilandzone met inbegrip van aangrenzende oever/strandzone (II) 5. Haalbaarheidsonderzoek, ontwerp waterobservatorium (II), mogelijke realisatie samen met 2 (II)

PROJECTBLAD

No. 4

AMBITIE / OPGAVE

De Geniebaai ligt in de luwte, met weinig wind, golfslag en bescheiden recreatieve druk. Het is een plek van rust, bezinning en natuurbeleving. De Geniebaai biedt natuur volop perspectief, vooral omdat in dit ‘stille’ water een impuls kan worden gegeven aan de verbetering van de waterkwaliteit. Nu al vertonen zich hier spontaan de eerste ‘zuiverende’ waterplanten. Die natuurlijke ontwikkeling verdient een stimulans met meer helofyten- en watervegetaties, mosselbanken, ‘mangroves’ en drijfland (het natuurkunstproject drijfland (mycelium) ‘gevouwen oevers’ kan hier na een geslaagde testfase mogelijk zijn plek vinden. De drijvende vegetaties moeten een nieuw habitat vormen voor de zeldzame Europese meerval, als uitbreiding op zijn leefgebied in de Westeinderplas en Ringvaart Haarlemmermeer. 1. Ontwerp van de Geniebaai, definiëren waterprogramma (II) 2. Projectinitiatief (Stichting Ambassade) ‘Gevouwen oevers’ vanuit de gemeente Amsterdam ondersteunen in samenwerking met Hoogheemraadschap Rijnland, 1e fase: uitvoeren pilot ‘proof of principle’ (I) 3. Onderzoek opschalen robuuste drijvende structuren (II)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10194602/2