CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. concept Amsterdam Bouwen aan buurten van de toekomst. Ontwikkelstrategie 2035.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het concept Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 2035 (VN2024-003524)24.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ruimte voor werk en vitale functies

naar sport, kunnen we sportparken uitbreiden en intensiever gaan gebruiken. In de periode na 2030 moeten we – vanwege de groei van de bevolking – ook zoeken naar intensiveringsmogelijkheden van private sportvoorzieningen en sportparken in de agglomeratie. Daartoe gaan we de mogelijkheden voor de ontwikkeling van sportlandschappen uit de Omgevingsvisie verder onderzoeken. Daarnaast zullen we in een aantal ontwikkellocaties expliciet kiezen voor de ontwikkeling van stedelijke sportvoorzieningen.

De afgelopen periode heeft de stad een steeds groter deel van haar woningen gerealiseerd door transformatie van bedrijven­ terreinen. Ook ligt een groot deel van de huidige bouwlocaties op plekken waar nu nog vooral wordt gewerkt. Dit terwijl de werkgelegenheid de afgelopen jaren enorm is gegroeid met circa 2,4% per jaar tussen 2017 en 2021. Dat toch de transformatie van bedrijventerreinen was mogelijk was, kwam grotendeels door de verandering van de economie; waarbij grote industriële en aan de haven gerelateerde activiteiten uit de stad verdwenen en werden vervangen door veel ruimte-intensievere werkgelegenheid, met name door allerlei vormen van dienstverlening.

In sommige delen van de stad neemt de vraag naar scholen toe, terwijl in andere delen het aantal schoolgaande kinderen juist terugloopt. Deze dynamiek geeft aanleiding te kijken naar de positie van maatschappelijke voorzieningen in de wijk en de rol die zij kunnen spelen voor sociale ontmoeting. Door breder en diverser gebruik van klaslokalen, gymzalen en sportparken kunnen maatschappelijke voorzieningen een nóg centralere rol als ontmoetingsplek in de buurt vervullen. Mede met het oog op de vergrijzing neemt de behoefte aan de nabijheid van voorzieningen toe. Concepten zoals wooncirkels waarbij zorgketens lokaal gemaakt worden en samenhang ontstaat tussen zorg en wonen

Per saldo is de transformatie van bedrijventerreinen dus gepaard gegaan met een forse groei van de economie, maar ook een ruimtelijke verschuiving: traditionele economische MKB-sectoren zijn verplaatst naar de rand van de stad en de regio. Momenteel zien we echter dat juist aan de randen van de stad een groot aantal bedrijven met een belang voor de stad, door transformatie onder druk komt te staan. Het is belangrijk ruimte te blijven bieden aan ondernemingen die bijdragen aan het functioneren van Amsterdam of helpen bij het oplossen van belangrijke opgaven voor de stad. Denk aan klimaatadaptatie, de circulaire economie en energietransitie. Dit vraagt de komende periode om verdere

Schematische weergave van het principe waarbij verdichting leidt tot meer draagvlak voor winkels en maatschappelijke voorzieningen.

30

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

intensivering van de Amsterdamse bedrijventerreinen.7 Naast bedrijventerreinen spelen ook innovatiedistricten een belangrijke rol in de vernieuwing van de economie en het vinden van antwoorden op stedelijke vraagstukken.8 Amsterdam heeft een tekort aan bedrijfsruimte en dit geldt op termijn ook voor de metropoolregio. Richting 2040 zal het regionale tekort aan bedrijventerrein rond de 600 tot 1100 hectare bedragen. Daarom stellen we regionale afspraken voor om terughoudender te zijn met transformatie, stappen te zetten met intensiever ruimtegebruik op bedrijventerreinen, selectieve uitgifte van bedrijventerreinen en indien nodig uitleg van nieuwe bedrijfskavels. Amsterdam zal hier in het kader van de regionale bedrijvenstrategie ook aan bijdragen en invulling aan geven. Kantoren zijn ook in de toekomst een essentieel onderdeel van het economisch ecosysteem van Amsterdam als internationale, innovatieve stad. Na 2030 neemt de ruimte voor kantoorontwikkeling in de plannen af. De ontwikkeling van de kantorenmarkt is grillig en moeilijk voorspelbaar. Niet alleen de groei van de economie maar ook bijvoorbeeld de effecten van thuiswerken en de bestuurlijke wens om vestigingen uit het buitenland aan te trekken kunnen van grote invloed zijn.

Bovendien zien we ook veel vernieuwing op dit gebied, waarbij het traditionele kantoor verandert in een gebouw met faciliteiten voor opleiding en onderzoek, ontmoeting en kennisuitwisseling. Amsterdam is en blijft de toplocatie voor internationale kantoren en kantoorachtige bedrijven in Nederland. Daarom is het verstandig om ook na 2030 locaties in ontwikkeling te hebben waar nieuwe kantoorontwik­ 7 Op Amstel III bedrijvenstrook en Landlust Westerkwartier lopen pilots om de ruimte op bedrijventerreinen veel intensiever te gaan benutten en o.a. bedrijfsruimte toe te voegen. In het kader van de omgevingsvisie en in het verlengde van de regionale bedrijventerreinenstrategie zal ook voor de andere Amsterdamse bedrijventerreinen worden verkend wat randvoorwaarden zijn om intensivering tot een succes te maken. 8 Om de stedelijke kenniseconomie en de ontwikkeling van innovatiedistricten te stimuleren heeft de Gemeente Amsterdam recent, in samenwerking met kennisinstellingen de Strategie Innovatiedistricten opgesteld.

31

Gemeente Amsterdam

S  chematische weergave van ruimte voor werkgelegenheid voor bedrijvigheid, innovatiedistricten en kantoren in een meerkernige stad. Kantoren en innovatiedistricten zijn geconcentreerd op goed bereikbare plekken in het OVnetwerk. Voor bedrijvigheid is in iedere windrichting ruimte op specifieke terreinen die ook goed met de auto bereikbaar zijn.

keling mogelijk is. Specifiek vraagt de ontwikkeling van de kenniseconomie in de innovatiedistricten van de stad om ruimte. Bij een inzet op vitale buurten hoort ook ruimte voor buurtgebonden bedrijvigheid: bedrijfsruimte, kleinschalige kantoren en co-working spaces. Dit geldt voor zowel nieuw te ontwikkelen buurten als voor bestaande buurten. Dit vergroot de levendigheid in de buurt en stelt ondernemers in staat om laagdrempelig vanuit lokale netwerken ondernemingen te starten en verder te laten groeien. Dat kunnen ook ondernemingen zijn tussen maatschappelijk en commercieel in. Bijvoorbeeld een buurtwinkel, ruimte voor ondernemers, huisarts en kinderdagverblijf. Dergelijke voorzieningen vinden steeds minder vanzelfsprekend een plek in de stad, maar zijn cruciaal om makers en verzorgers aan de stad te kunnen binden. De groei van de stad gaat al snel ten koste van zwakkere, kwetsbare ruimtevragers. Deze zijn echter onmisbaar voor Amsterdam. Er moet ook ruimte blijven voor culturele expressie, lokale initiatieven, alternatieve woonvormen als woonwagens en nachtcultuur. Mede als gevolg van de gebiedsontwikkeling staat de vrije ruimte in de stad onder druk. Belangrijk is om in een groeiende stad ruimte te bieden aan het behoud van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe vrijplaatsen.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Met de groei van de stad, maar vooral ook vanuit de energietransitie en circulaire economie, neemt de behoefte aan ruimte voor vitale functies op het gebied van nutsinfrastructuur toe. Denk bijvoorbeeld aan energieonderstations of warmteleidingen. De afgelopen periode is de omvang van de ruimtelijke consequenties van bijvoorbeeld de energietransitie duidelijker geworden. Voor met name de ruimte die de circulaire economie in de stad gaat vragen, is nog veel onduidelijk.9 Helder is wel dat niet al deze functies een plek kunnen krijgen in bestaande woonbuurten en op bestaande bedrijventerreinen. Binnen de stad zoeken we locaties die ruimte moeten bieden aan de oplossingen voor de grote uitdagingen waar de stad voor staat op onder andere het gebied van logistiek, mobiliteit, watervoorziening, klimaatadaptatie en de energietransitie. Om woonbuurten te ontlasten, concentreren we voorzieningen als energie-onderstations, warmteoverdrachtstations, stallingsvoorzieningen voor het openbaar vervoeren mobiliteitshubs zoveel mogelijk op deze zoeklocaties. Die liggen dus buiten de woonbuurten maar wel binnen de stad. Bovendien liggen er mogelijkheden voor gecombineerd ruimtegebruik. Ook hier biedt intensivering kansen. Denk aan een combinatie met nieuwe sportvoorzieningen, nachtcultuur en vrijplaatsen.

Naast permanente functies moet er op deze locaties ook ruimte blijven voor tijdelijke invulling, bijvoorbeeld voor acute en onverwachte ruimte­ vragers en als ‘schuifruimte’ tijdens een onderhoudsklus of een verbouwing van cruciale voorzieningen.

S  chematische weergave van de ruimte voor vitale functies in de stad. In iedere windrichting is, vaak gecombineerd met bedrijvigheid of andere functies, ruimte voor zaken als logistiek en nutsvoorzieningen. Deze terreinen vormen schakels tussen nationale, regionale en lokale netwerken.

teiten in de stad. Hiermee geven we de strategische keuze voor rigoreus vergoenen uit de Omgevingsvisie verder vorm. Enerzijds door te borgen dat groei niet onevenredig ten koste gaat van het bestaande groen en dat de stedelijke groenstructuren beschermd worden – hiervoor hebben we het Beleidskader met de Hoofdgroenstructuur ontwikkeld. Anderzijds door te zorgen dat het groen in de stad mee kan ontwikkelen mét de groei. In de Groenvisie 2020-2050 uit 2020 hebben we de ambities en uitgangspunten voor het groen in de stad vastgelegd op alle schaalniveaus: van geveltuin tot landschap. Belangrijkste ambitie is om te komen tot een samenhangend stedelijk raamwerk van groen dat ‘binnen’ en ‘buiten’ zo goed mogelijk met elkaar verbindt.

Het groen en blauw in de stad biedt ruimte voor rust en recreatie en draagt bij aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en het welzijn en de gezondheid van Amsterdammers. In de planperiode van deze Ontwikkelstrategie zal er extra aandacht te zijn om de groei te combineren met versterking van de groene en blauwe kwali-

Sinds 2016 kent Amsterdam referentienormen die aan iedere te bouwen woning een specifiek aantal vierkante meters groen te koppelt.10 Momenteel zijn we bezig deze groen- en sportnormen te actualiseren om beter recht te doen aan de veranderende praktijk van gebiedsontwikkeling en verschillende buurttypen in Amsterdam. Zo verandert de aard van de gebiedsontwikkeling (minder ‘nieuw gebied’, meer verdichting van bestaand stedelijk gebied, toenemende ruimtevraag voor allerlei voorzieningen),

9

10 Zie referentienormen

3.4

Verdichting en vergroening gaan hand in hand

Hier verwijzen naar PBL rapport

32

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Het gebied rondom de kop van de Bosbaan vormt een schakel tussen de stad en het metropolitane landschap van Amsterdamse Bos en de Westeinderscheg.

worden nieuwbouwwoningen steeds compacter en veranderen behoeften door demografische ontwikkelingen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het feit dat de groen opgave bij meerkernige ontwikkeling anders is dan die in de ringzone. Gebieden buiten ring kennen het grootste groenoppervlak per inwoner, maar ook de laagste waarderingscijfers voor het groen. Vaak heeft het groen hier onderhoud nodig en is het weinig divers. Daarnaast wordt onderzocht hoe meer samenhang kan worden gebracht in de benadering van sport- en groen en hoe de toepassing van de bijbehorende referentienormen vergemakkelijkt kan worden.

Daarom koppelt Amsterdam de ontwikkelopgave voor wonen en werken aan de ontwikkeling van een netwerk van groene schakels. Schakels die bestaande sport- en groengebieden beter met elkaar gaan verbinden en die we vanuit eigen identiteiten en functies gaan ontwikkelen. Ook het water in de stad speelt hier een belangrijke rol in. Hierbij is onder andere het verbeteren van de waterkwaliteit belangrijk. Zo draagt de stad bij aan de opgaven van deze tijd; het verbinden van groengebieden bijvoorbeeld kan het leefgebied van dieren vergroten, wat weer goed is voor de biodiversiteit maar draagt ook bij aan de fysieke en mentale gezondheid van Amsterdammers. De ontwikkeling van de verschillende schakels koppelen we aan de fasering van de gebiedsontwikkeling en kan per project verschillen. Projecten krijgen de opdracht om vanuit hun opgave vanuit de groennormen op basis van de groen- en sportnormen bij te dragen aan deze ontwikkeling. Het groene netwerk verbindt de koppen van de verschillende scheggen met elkaar en zorgt voor betere verbindingen en heldere overgangen tussen stad en land. Nieuwe ontwikkelingen komen met hun randen nadrukkelijk aan het landschap te liggen. Groene entrees naar het landschap worden versterkt. Hiermee zet Amsterdam in op het verbinden en versterken van de kwaliteit van de randen tussen stad en scheg.

De ontwikkeling van een metropolitaan landschap tussen Amsterdam en de

Het verleden leert ons dat bij een dergelijke ontwikkelopgave als waar Amsterdam voor staat ook een stedelijke sport- en groenopgave hoort. Met de groei van de stad in de tweede helft van de 19e eeuw werden – in reactie op de ongezonde leefsituatie in de stad – de eerste stadsparken als het Vondel- en Sarphatipark ontwikkeld. Het Algemeen Uitbreidingsplan met focus op “licht, lucht en ruimte” bracht de stad de scheggen met bijvoorbeeld de Sloterplas en het Amsterdamse Bos.

33

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

S  chematische weergave van vergroening bij een meerkernige ontwikkeling. Hierbij ligt nadruk op het parallel aan het versterken van de kernen en buurten buiten de binnenstad versterken van de ecologische, recreatieve en klimaatadaptieve functie van de koppen van de scheggen. Daarbij worden ook de groene corridors tussen deze gebieden versterkt. Naast het groene netwerk van de stad speelt ook het water (blauw) hierin een belangrijke rol.

omliggende stedelijke kernen en dorpen kan niet los worden gezien van de uitbreiding van het fietsnetwerk, klimaatadaptatie en het tegengaan van bodemdaling en stikstofuitstoot. Deze bijbehorende opgaven worden met Rijk en regio opgepakt.

3.5

Passend en beter wonen in de bestaande voorraad

De betekenis van de nieuwbouw wordt vergroot wanneer het bouwprogramma aansluit op de woonbehoeften in de buurt. Door bijvoorbeeld op specifieke locaties in te zetten op grotere woningen voor gezinnen, kan een verhuisbeweging op gang gebracht worden. Daarom zet de gemeente (zoals aangekondigd in de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting) in op verbetering van de doorstroming, verbetering en verduurzaming van bestaande woningen. Door woningen te bouwen die aantrekkelijk zijn voor huis­ houdens die een woning achterlaten, kan én een meer passende woonsituatie voor deze Amsterdammer worden gecreëerd én meer doorstroming in de woningvoorraad tot stand worden gebracht. Met name woningen voor grotere gezinnen en ouderen leveren lange, zogenaamde ‘verhuisketens’ op. Kenmerkend voor de categorie ouderen is dat zij vaak grotere woningen achter­laten. Naast een grote groep Amsterdammers die groter wil wonen, is er ook een groep van circa 11.000 huishoudens die aan­geeft om verschillende redenen juist kleiner te willen wonen.11 Met name buiten de ring en in Zuid wonen huishoudens relatief groot. Door per buurt te kijken waar behoefte aan is, kunnen we de doorstroming in de buurt bevorderen en het woningaanbod aanpassen en verbreden. Momenteel werken we deze ‘gebieds­ gerichte doelgroepenprogrammering’ verder uit.

Wanneer we een gedeelte van deze woningen met voorrang aan bewoners uit de buurt kunnen toewijzen, wordt een lokale wooncarrière mogelijk en blijven sociale netwerken in stand. Hierbij wordt ook 11 Schatting obv het onderzoek Wonen in Amsterdam (WiA)

34

S  chematische weergave van hoe verdichting kan zorgen voor meer doorstroming en verbetering van woon­ kwaliteit in de bestaande woningvoorraad.

Gemeente Amsterdam

gekeken hoe ook sloop-nieuwbouwprojecten een rol kunnen spelen in de groei van sociale huurwoningen. Een belangrijke reden om in te zetten op verdichting van bestaande buurten is de koppeling met de verduurzaming en onderhoud en bestaande woningen. De Amsterdamse doelstellingen op dit punt zijn groot. In 2040 moet Amsterdam aardgasvrij zijn. Corporaties pakken woningen met EFG-energielabels versneld aan. Veel woningen, met name uit de jaren ’70 en ’80, kampen met achterstallig onderhoud. Daarnaast kent een groot deel van de Amsterdamse woningvoorraad belemmeringen om hier prettig oud te kunnen worden.12 In het licht van de vergrijzing vormt dit in vele buurten een uitdaging. Door niet alleen te kijken naar onderhoud maar de combinatie te leggen met verduurzaming, verdichting en het levensloopbestendig maken van woningen, kunnen we meerdere opgaven tegelijkertijd aanpakken. De manier waarop de verbetering van de bestaande voorraad tot stand komt, is maatwerk. Dat verschilt per blok en kan variëren van renovatie tot optoppen, bijbouwen13 en sloop-nieuwbouw. Dit werken we in de verdere planvorming en in samenspraak met bewoners en eigenaren verder uit. In deze samenwerking kijken we waar de grootste opgaven en kansen liggen. 12 Zie Gemeente Amsterdam (2022) Woningmarktpositie en Woonsituatie van Amsterdamse Senioren 13 Op basis van een grove inventarisatie zou ca.

8% van de woningen in Amsterdam zich kunnen lenen voor optoppen en daarmee het vergroten van bestaande woningen of het toevoegen van nieuwe woningen aan de woningvoorraad. (OIS onderzoek)

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

4

Stedelijke Strategie

Lelylaan

35

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

4. Stedelijke Strategie Verantwoorde groei gaat over waar we de stad willen ontwikkelen en hoe we dat doen. We zetten in op een solidaire, duurzame en complete stad met vitale buurten en concentreren ontwikkelingen in stedelijke kernen en de buurten daaromheen. Daarmee versterken we voorzieningen, werkgelegenheid, verbindingen en ruimte voor sociale ontmoeting en dragen we bij aan de bestaanszekerheid van bewoners. Het streven is om de groei van de stad zo te sturen, dat uiteindelijk álle Amsterdammers op loopen fietsafstand toegang hebben tot goede stedelijke voorzieningen, kwalitatief stedelijk en metropolitaan groen en hoogwaardig openbaar vervoer. Daarvoor doen we gerichte investeringen in bereikbaarheid, versterken we het stedelijke groennetwerk en de voorzieningenstructuur en zorgen we dat er ruimte (over)blijft voor bedrijvigheid en vitale functies. Ook proberen we de ruimte die er in de bestaande woningvoorraad zit, beter te benutten door bijvoorbeeld doorstroming op gang te brengen. Concreet betekent dit dat de komende vijftien jaar na de voltooiing van enkele ‘nieuwe wijken’ (zoals Amstel III, IJburg en de Noordelijke IJoevers) met Haven-Stad nog een nieuw transformatiegebied in ontwikkeling gaan nemen. Ondersteund door investeringen vanuit Rijk en regio liggen hier kansen om gefaseerd een nieuw stedelijk centrum met ruimte voor 40.000 huishoudens te ontwikkelen.

Daarnaast zal het accent meer en meer komen te liggen op het verdichten van bestaande buurten en wijken, en dan met name de naoorlogse uitbreidingswijken.

36

Gemeente Amsterdam

4.1

Afmaken lopende projecten

Momenteel werken we aan projecten die tot 2035 circa 70.000 woningen kunnen opleveren. Deze projecten liggen vooral in de ringzone (oa Noordelijke IJ-oever, Zuidas, Amstelkwartier, Zeeburgereiland, Schinkelkwartier en Ring-West), Amstel III en op IJburg. De komende periode brengen we deze ontwikkelingen verder. Ook daarbij gelden de uitgangspunten van de complete stad. We dragen zorg voor de noodzakelijke investeringen in bereik­baarheid, groen en maatschappelijke voorzieningen.

4.2 Concrete planvorming deel Haven-Stad, vernieuwen en intensiveren bestaande bedrijfsterreinen In aanvulling hierop geven we de komende periode een vervolg aan de ontwikkeling van Haven-Stad. Dit doen we gefaseerd en in aansluiting op de reeds lopende ontwikkelingen aan de Noorde­ lijke IJ-oevers, Houthavens en Sloterdijk Centrum. Het tempo waarin we deze locaties tot uitvoering brengen, hangt af van investeringen in bereikbaarheid, aanpassing van milieucontouren en de bereidheid van de markt. De afspraken met Rijk en regio over bereikbaarheidsinvesteringen zijn hier randvoorwaardelijk. Voor de overige delen van de stad bereiden we geen nieuwe grootschalige transformaties voor. Een aantal bedrijventerreinen willen we behouden in het belang van de stad. Zo houden we ruimte in de stad voor bedrijvigheid en vitale functies. Deze terreinen spelen een belangrijke rol in het toekomstig

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

De strategische inzetkaart laat in samenhang zien wat nodig is om de komende periode de stad meerkernig te ontwikkelen. Locaties voor gebiedsontwikkeling worden hier getoond in relatie tot gerelateerde opgaven in onder andere groen-blauwe structuren, de openbare ruimte en mobiliteit. De inzetkaart laat ook zien waar welk buurttype van toepassing is. Ieder buurttype bevat een bepaalde dichtheid en mengingsfactor.

Uitgebreide legenda op pagina 67.

37

functioneren van de stad en de vernieuwing van de economie. We moeten deze locaties wel verduurzamen, vernieuwen en intensiveren, alleen al om de schaarse gronden intensiever te benutten. We maken in samenwerking met de regio ruimte voor groeiers, voor hinderlijke bedrijven die niet meer passen in de woonbuurten, voor nieuwe kantoren, startups, scale-ups en grownups, innovatiedistricten, broedplaatsen en experi­ menteerruimtes. Naast ruimte voor bedrijven is op bedrijven­ trreinen ook plek voor de noodzakelijke infrastructuur voor de energietransitie en uitbreiding van de logistieke- en vervoers­ functie van de stad. In regionaal verband kijken we naar een zo goed mogelijke profilering van deze locaties ten opzichte van het regionale aanbod van bedrijventerreinen.

4.3

Versterking stedelijke kernen

Met deze ontwikkelstrategie zetten we een volgende stap naar een meerkernige stad en de ambitie uit het Verstedelijkings­ concept 2050 van de MRA voor een meerkernige metropool. Stadsdeelwinkelcentra ontwikkelen zich verder tot volwaardige stedelijke kernen. Hier maken we de komende jaren ruimte voor woningbouw in hoge dichtheden en ontwikkelen we een gemengd stedelijk programma met werkgelegenheid, cultuur en onderwijs en andere voorzieningen. Zo kunnen we de bestaande bereikbaarheid en de voorzieningen van deze locaties beter benutten. Tegelijk creëren we op deze manier draagvlak voor aanvullende stedelijke voorzieningen en toekomstig openbaar vervoer. Zo verbinden we de verschillende kernen beter met elkaar, met omliggende buurten en met de regio. Voor de ontwikkeling van een aantal van deze locaties zijn investeringen in stedelijke infrastructuur een voorwaarde. Door hier stedelijke voorzieningen te ontwikkelen, versterken we de kernen buiten het centrum en ontlasten we tegelijkertijd de binnenstad. Bij de ontwikkeling is – met het oog op de leefkwaliteit, waterberging en tegengaan van hittestress – ook aandacht

38

Gemeente Amsterdam

voor buurtgroen. Daarnaast versterken we omliggende stads­ parken en de koppen van de scheggen tot groene ontmoetingsplekken en verbinden we deze met elkaar. Dit zorgt ervoor dat straks alle Amsterdammers, ook de bewoners in de buitenwijken, toegang hebben tot hoogwaardige stedelijke voorzieningen, het stedelijk en metropolitaan openbaarvervoers­ netwerk en hoogwaardig groen. Daarmee gaan we ongelijkheid in toegang tot voorzieningen en vervoersarmoede tegen.

4.4

Ruimte voor buurtverbetering

In de omgeving van de stedelijke kernen zet de stad in op het inzetten van nieuwbouw voor het verbeteren van de leefkwaliteit in samenwerking met de buurt. Hier kiest Amsterdam voor buurten waar dit de grootste maatschappelijke meerwaarde heeft. Uitgangspunt is de ontwikkeling van gemengde stedelijke milieus. Daarom ligt hier aan de voorkant geen harde woning­ bouwopgave voor deze buurten. Verdichting is hier wel een middel dat kan bijdragen aan de vitaliteit en verduurzaming van buurten. Bijvoorbeeld door toe te werken naar een groter en gevarieerder woningaanbod, ruimte voor klimaatadaptatie, meer en gevarieerder aanbod van voorzieningen of investeringen in groen en openbare ruimte of door het bouwen van woningen voor de lokale behoefte en doorstroming, bijvoorbeeld als gevolg van vergrijzing. We definiëren in deze buurten samen met bewoners, ondernemers en andere gebruikers waar de maatschappelijke meerwaarde zit. Uitgangspunt hierbij is het ontwikkelen van vitale buurten met ruimte voor sociale ontmoeting, werkgelegenheid en voorzieningen. Daarmee komen ook in deze buurten dagelijkse voorzieningen op loopafstand. We dragen zorg voor goede verbindingen met omliggende buurten en stedelijke kernen. Zo worden ook stedelijk voorzieningen, werkgelegenheid en opleidingsmogelijkheden beter bereikbaar.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

De verschillende kernen van de stad bevinden zich in andere ontwikkelfasen. Concreet gaan we langs deze lijn de omgeving van het Buikslotermeerplein-station Noord, Amsterdamse Poort, Zuidas-Gelderlandplein, Sloterdijk-Hemknoop, Osdorppleinstation Lelylaan en Amsterdam Amstel verder ontwikkelen. Van de 20.000 huizen waarmee we de planvoorraad willen aanvullen, komt ongeveer de helft in gebieden rondom stedelijke kernen en de stationskwartieren (zoals Haven-Stad en de Zuidas), waar we in hoge dichtheden ontwikkelen. De aanvullende ruimte voor woningbouw vinden we in de verdichting van bestaande buurten daaromheen. De hoge dichtheden elders maken het mogelijk om hier meer ontspannen, gemengd stedelijke milieus te ontwikkelen. Vooral rondom knooppunten van het openbaar vervoer kan hoogbouw een geschikt middel zijn om veel functies te combineren op een klein oppervlak. Het nieuwe Hoogbouwbeleid – dat volgens planning begin 2024 wordt vastgesteld als uitwerking van de Omgevingsvisie – is hierbij sturend en kaderstellend.

De komende periode wordt ingezet op het beter benutten van de bereikbaarheid van de stations in de stad.

39

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

5

Anders werken

Samen Stadmaken wordt belangrijker

40

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

5. Anders werken Bij een nieuwe focus in de ontwikkeling van de stad horen op een aantal vlakken andere manieren van werken. In huidige manier van gebiedsontwikkeling ligt het accent op transformatie van bedrijfsterreinen en het bouwen van nieuwe wijken. Echter, bij de ontwikkeling van bestaande buurten horen andere partners, andere samenwerkingsvormen en een ander financieel perspec­ tief. Integrale ontwikkeling van stedelijke kernen en hun omgeving vraagt om een ‘projectoverstijgend perspectief’: het is zaak niet alleen naar ‘eigen’ project te kijken, maar vanuit een soort helikopterview naar het grotere geheel. Voorafgaand aan de Ontwikkelstrategie vond een participatietraject plaats. Dit traject leidde tot een advies van het Panel Verantwoorde Groei.14 Ook dit advies maakte duidelijk dat de ontwikkeling van de stad op een aantal vlakken om een andere manier van werken vraagt. De opdracht is na te denken welke consequenties een andere manier van werken heeft voor de ontwikkeling van de stad.

5.1

Samenwerkingsvormen

Met de keuze een groter deel van de woningbouw in bestaande woonwijken te laten plaatsvinden, wordt samen stadmaken nog belangrijker. Zeker als we de ambitie hebben om dit samen met bewoners, ondernemers, maatschappelijke partners en investeerders te doen, en met hen te kijken naar de kansen en opgaven. De buurten waar we de komende jaren aan de slag gaan vragen om maatwerk. Samen met de buurten gaan we in het verlengde van 14 Panel Verantwoorde Groei (2023): En nu écht Samen Stadmaken.

41

Gemeente Amsterdam

de Ontwikkelstrategie (nieuwe) samenwerkingsvormen en instrumenten verkennen. Hierbij is van cruciaal belang dat we ook groepen in de stad betrekken die minder vanzelfsprekend invloed hebben op besluiten, zoals Amsterdammers in kwetsbare posities. Dit biedt een mooie kans om van verschillende manieren van Samen Stadmaken te leren en de succesvolle methoden op andere plekken toe te passen. We zetten in op langdurige samenwerkingen. De uitkomsten van de participatie vormen niet alleen een belangrijke basis onder dit stuk, maar zijn ook belangrijk bij de verdere ontwikkeling van de plannen die hiermee in gang worden gezet. We nodigen bewoners en instellingen uit om mee te blijven denken over de toekomst van deze buurten en hun lokale kennis en netwerken te blijven inzetten. Daarbij zijn transparantie, samen dilemma’s bespreken en een gelijkwaardige informatiepositie cruciaal. Dit vraagt een andere manier van werken van de ambtelijke organisatie, maar ook van de Amsterdammer.

5.2

Financieel perspectief

De afgelopen periode is gebleken dat onder de huidige omstandigheden en bij het huidige ambitieniveau de groei van de stad de gemeente geld kost. De inzet van deze Ontwikkelstrategie zal pas rond 2030 daadwerkelijk tot woningbouw leiden. Het is moeilijk te voorspellen wat de marktomstandigheden tegen die tijd zijn en wat dit betekent voor het financieel perspectief voor deze plannen.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Een andere manier van ontwikkelen betekent een verschuiving in de kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling. Enerzijds proberen we door het beter benutten van bestaande voorzieningen (met name infrastructuur, maar ook groen en maatschappelijke voorzieningen) investeringen uit te sparen. Maar dat betekent ook meer financiële aandacht voor exploitatie, beheer en onderhoud. Door daar te ontwikkelen waar andere partijen als het Rijk bereid zijn mee te investeren, proberen we deze geldstromen aan de ontwikkeling van de stad te binden. Daarnaast ligt het in de bestaande stad voor de hand de middelen van ontwikkeling logischer te koppelen aan middelen voor onderhoud, verbetering en verduurzaming. Dit geldt zowel bij de gemeente als bij andere partijen, en dan met name de woningcorporaties. We weten dat goede inzet op het proces om tot kwalitatieve buurten te komen vanuit alle domeinen op de lange termijn kosten kan besparen in bijvoorbeeld het beheer en binnen het sociaal domein. Het vraagt om meer afstemming tussen programma’s, maar biedt ook kansen om financieel “werk met werk te maken”. In het kader van de Ontwikkelstrategie zijn de onderhoudsopgaven voor de middellange termijn in beeld gebracht.

Vanuit de lange termijnplanning voor groot onderhoud lijken er vanaf 2030 vooral in het zuiden en zuidoosten van de stad kansen te liggen om grote onderhoudswerken te koppelen aan verbetering en verdichting. Dit moet richting concrete projecten preciezer worden gemaakt. Aan de andere kant neemt het aantal vrij uit te geven kavels in de stad af. We worden voor de bouwproductie steeds afhankelijker van transformatieprojecten en verdichting in bestaande buurten. Voor het ontwikkeltempo en het realiseren van opbrengsten zijn we hier steeds afhankelijker van grondeigenaren, erfpachters als corporaties (veelal in bestaande buurten) en ontwikkelaars (met posities in transformatiegebieden). Met de keuze om verdichting in dienst te stellen van de verbetering van bestaande buurten proberen we aanvullende investeringsruimte te vinden voor de verbetering van buurten. Echter, deze middelen moeten wel eerst worden verdiend. De mogelijkheden hiervoor

42

Gemeente Amsterdam

zijn aanwezig, maar in veel bestaande buurten waar gronden reeds zijn uitgegeven en met corporaties afspraken zijn gemaakt over verdichtingsmogelijkheden relatief beperkt. Voor de financiële haalbaarheid van plannen zal telkens binnen projecten een balans gezocht moeten worden tussen opbrengsten, kosten en dekking.

5.3

Projectoverstijgende keuzes

De afgelopen jaren zijn veel nieuwe wijken ontwikkeld. Hierbij was niet altijd vanaf het begin aandacht voor de wisselwerking met omliggende buurten. Er liggen kansen om de opgaven in nieuwe en bestaande buurten veel sterker met elkaar te verbinden. Bij de verdichting van bestaande buurten is versterking van bestaande buurten het uitgangspunt. Ingrepen in bestaande buurten zullen vaak kleinschaliger zijn dan in compleet nieuwe wijken en transformatiegebieden. Het wordt daarmee steeds meer van belang om op een gebiedsoverstijgende manier naar ontwikkeling te kijken. Dan kunnen we afwegingen maken waar we voorzieningen gaan clusteren, wat de belangrijkste groenstructuren zijn, hoe we vanuit een breder perspectief naar erfgoedwaarden kijken en hoe we doorgaande routes door de stad vormgeven. Momenteel werken we in NieuwWest aan een Gebiedsgericht Omgevingsprogramma waarin we dergelijke keuzes voorbereiden. Daarnaast agendeert de ontwikkelstrategie een aantal plekken waarvoor we een samenhangend perspectief ontwikkelen. Het gaat hier om stedelijke kernen, stationskwartieren én de omliggende buurten.

Door hier de stedelijke opgaven voor groen, bereikbaarheid en ruimte voor voorzieningen als werkgelegenheid, sport, beroeps- en hoger onderwijs, zorg- en opvanginstellingen en nutsvoorzieningen aan te koppelen, wordt de samenhang tussen de ontwikkelingen scherper in beeld gebracht en beter stuurbaar. Op grond hiervan kunnen we betere beslissingen voor de stad nemen. Het wordt steeds belangrijker de investeringen in de stad in samenhang te bezien en tegen elkaar af te wegen. Hiervoor biedt de Ontwikkelstrategie een belangrijke inhoudelijke onderlegger.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

6

Inzet in projecten en Werkprogramma

NDSM-werf

43

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

6. Inzet in projecten en Werkprogramma Om de omslag die we met deze ontwikkelstrategie maken gestalte te geven en de nodige nieuwe planvoorraad te organiseren, werken we deze na vaststelling verder uit. Samen met betrokkenen gaan we projectvoorstellen en nieuwe werkmethodes verder verkennen en uitwerken. Hiervoor stellen we een werkprogramma op. Voor de periode tot 2035 brengt dit per gebied de hieronder beschreven inzet met zich mee.

­ euzes die daarvoor nodig zijn. Deze verkenningen bieden een k perspectief voor het binnen deze zones opstarten of verder brengen van concrete gebiedsontwikkelingsprojecten. De mogelijkheden hiertoe zijn in onderstaande projectenkaart weergegeven. Waar dit de verbetering en verdichting van bestaande woonbuurten betreft wordt dit samen met bewoners en gebruikers gedaan. Dit wordt in het kader van de inspraak met de buurt verkend.

Deze inzet bestaat enerzijds uit het verkennen van een aantal strategische zones die op de strategische kaart hierboven zijn weergegeven. Hier wordt de potentie van versterking van verschillende kernen en stationskwartieren in relatie tot de verbetering van omliggende buurten verkend. Dit geeft niet alleen inzicht in de programmatische mogelijkheden maar ook in de randvoorwaarden en projectoverstijgende investeringen en

Naast ruimtelijke verkenningen en gebiedsontwikkelings­ projecten worden ook een aantal thema’s verder uitgewerkt. Deze vormen gezamenlijk het werkprogramma waarin de Ontwikkelstrategie de komende twee jaar wordt doorontwikkeld. De aansturing en voortgang van het Werkprogramma wordt vanuit het Programma Ruimte voor de Stad gecoördineerd.

44

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

De projecteninzetkaart bevat een overzicht van de locaties die voor de periode tot 2035 bij kunnen dragen aan de aanvulling van de planvoorraad. Hierop staan locaties waarvoor nieuwe plannen worden opgesteld of die daartoe verkend kunnen worden. Vanwege het verschil in aanpak wordt er onderscheid gemaakt tussen locaties die mogelijkheden bieden binnen bestaande woonbuurten en voor locaties waar nog niet wordt gewoond.

Uitgebreide legenda op pagina 68.

45

6.1

Gebiedsgerichte inzet

Noord Locatie

Inzet 2024-2035

Aanvullende randvoorwaarden

De Banne

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

De Kleine Wereld

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

Shipdock

Projectvoorstel

Investeringen in bereikbaarheid

Klaprozenweg Noordoost?

Projectvoorstel

Rode Kruisstraat

Projectvoorstel

Cordaanlocatie

Projectvoorstel

Noord

In Amsterdam Noord is de afgelopen periode veel gebouwd en veel projecten lopen ook de komende jaren door. Hiermee zijn voormalige industriegebieden gesaneerd, nieuwe aantrekkelijke leefmilieus aan de stad toegevoegd en langs de IJ-oever een aantal hoogwaardige stedelijke voorzieningen gekomen. Met de Noord/Zuidlijn is de verbinding met het Centrum en Zuid verbeterd. Met name het gebied rondom Station Noord heeft hiermee een impuls gekregen en in het verlengde hiervan zijn plannen opgesteld voor het verbeteren van het Buikslotermeerplein. Als gevolg van deze ontwikkelingen is het aantal verplaatsingen over het IJ sterk toegenomen en heeft de stad de ambitie voor IJ-oeververbindingen omarmd. Investeringen die hieraan zijn gerelateerd (zoals de Van Hasseltzone, IJ-oeververbindingen, bruggen over het IJ, groen en sport) zijn voor een goede en evenwichtige verdere ontwikkeling van het stadsdeel cruciaal. Een aantal buurten heeft de afgelopen periode minder van deze ontwikkelingen geprofiteerd. Dit betreft vooral buurten uit de jaren ’60 en ’70. In deze buurten zijn dringend investeringen nodig in openbare ruimte en groen, verbetering van de woning­ voorraad, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid, met als doel om de vitaliteit van deze buurten te versterken. Daarom verlegt Amsterdam de komende jaren de focus naar bestaand

46

Gemeente Amsterdam

Strategische inzet Noord

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Noord. Dit doen we door middel van de Aanpak Noord en gerichte investeringen in de openbare ruimte. Maar ook door het in samenwerking met bewoners en gebruikers verkennen van de mogelijkheden die verdichting kan bieden voor de verbetering van een aantal buurten. Focus daarbij ligt op de directe omgeving van het Buikslotermeerplein. Hier liggen belangrijke opgaven in De Kleine Wereld: daar kunnen we de verbetering van de woonkwaliteit koppelen aan de transformatie van het winkelcentrum en de bereikbaarheid van het nieuwe metro- en busstation Noord. In De Banne ligt een opgave voor het verbeteren van de openbare ruimte en het groen en het verbeteren van het voorzieningenaanbod en de bereikbaarheid van het noordwestelijke deel. Ook hier dient de bereikbaarheid met station Noord verbeterd te worden. Dit kan onder andere door de aanleg van een nieuwe doorgaande en comfortabele fiets­verbinding vanaf de Landsmeerderdijk via de Statenjachtstraat naar Elzenhagen Zuid, het station en het Buikslotermeerplein. Langs deze route liggen meerdere kansen voor verdichting in combinatie met verduurzaming, (her)aanleg van groen- en sportvoorzieningen en toekomstige transformaties van bestaande bebouwing. Ook elders in Noord doet deze kans zich voor, onder andere in de Rode Kruisstraat en op de Cordaanlocatie.

Voordat concreet zicht is op uitbreiding van de investeringen in de bereikbaarheid van Noord, stellen we geen nieuwe plannen op voor verdere transformaties langs het IJ, zoals in de noordelijke zone van Haven-Stad. Uitzondering is de Shipdock-locatie waarover met ontwikkelende partijen al bindende afspraken zijn gemaakt. De ontwikkeling van de Shipdocklocatie is een logisch vervolg op de ontwikkeling van het NDSM-gebied en zal hierop worden afgestemd. Ruimtelijk krijgt de aansluiting tussen deze ontwikkelgebieden vorm in het schakelpunt KlaprozenwegCorne­lis Douwesweg. Voor het gebied Cornelis Douwes 0-1 stellen we de transformatie naar een gemengd stedelijk woon-werkmilieu uit tot na 2040. Dit geeft ruimte het gebied te

47

Gemeente Amsterdam

In De Kleine Wereld liggen opgaven op het gebied van verbetering van de openbare ruimte en de woningvoorraad en het creëren van een levendiger straatbeeld.

optimaliseren en te intensiveren. Bovendien biedt het bedrijven de komende jaren zekerheid bij investeringen. De locatie Melkweg/Oostzanerwerf en het Groene Veld onderzoeken we verder als mogelijke locaties voor stadsverzorgende functies, sport, vrije ruimte en nutsvoorzieningen. Voor de sociaal-economische opgave zijn betere verbindingen tussen de kernen in Amsterdam en Zaanstad cruciaal. Daarvoor studeren we op de ruimtelijke inpassing en realisatie van de HOV Zaan/IJ-lijn, de Westbrug en de Dam-tot-Dam fietsroute. Dit moet gebeuren in samenhang met de ontwikkeling rondom de haltes en verbindingen tussen de omliggende buurten. Specifieke aandacht

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

gaat hierbij uit naar de schakelpunten tussen het NDSM-gebied, de Shipdocklocatie en de tuindorpen ter hoogte van de aanlanding van de Westbrug. Hier gaat het om een verandering van een grootschalig werkgebied naar een hoogwaardig en aantrekkelijk hoogstedelijk woon- en werkgebied met name door de ontwikkeling van Haven-Stad en de Achtersluispolder. Ook de versterking van de groenstructuren in dit deel van het stadsdeel vraagt hierbij om specifieke aandacht, evenals de Johan van Hasseltknoop. Deze investeringen in mobiliteit zijn niet alleen een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de Noordelijke IJ-oevers. Ze zijn ook van grote betekenis voor de bewoners van de bestaande buurten, zoals Tuindorp Oostzaan en Molenwijk en het Zaanse Poelenburg. Hierdoor worden zij beter verbonden met de voorzieningen en mogelijkheden voor werk en opleiding elders in de stad en de regio. Het mobiliteitsplan Noord is leidend bij de verbetering van de bereikbaarheid in het stadsdeel. Op het niveau van het stadsdeel vraagt de huidige groeispurt om een versterking van de groengebieden en -structuren, sportvoorzieningenen de bereikbaarheid in het stadsdeel. Daarom koppelen we de ontwikkelingen onder andere aan een verbetering van de Waterlandse Zeedijk en de aangrenzende sport- en groengebieden. Met het Banneplein is een eerste aanzet gedaan tot het verbeteren van de leefkwaliteit in De Banne.

Algemene aandachtspunten zijn de zettingsgevoelige veenbodems en hoge grondwaterstanden in Noord, die vragen om aangepaste nieuwbouw en inrichting van de openbare ruimte. Bij toekomstige ontwikkelingen langs het IJ/Noordzeekanaal moeten we bij de inrichting van het watersysteem en de openbare ruimte (bijvoorbeeld maaiveldhoogte) rekening houden met een toekomstig hoger calamiteitenpeil.

Strategische zone Kerngebied Noord In samenwerking met buurtbewoners, ondernemers en instellingen in de buurt, verkennen we een samenhangend perspectief

48

Gemeente Amsterdam

op de ontwikkeling van station Noord, Buikslotermeerplein, De Banne, De Kleine Wereld en ontwikkellocatie Rode Kruisstraat. Aandachtspunten zijn het versterken van de Noordhollandskanaalzone en het Baanakkerspark en het verbeteren van de oost-west fietsroutes parallel aan de IJdoornlaan tussen voorzieningen en winkelclusters. Verder ligt er een belangrijke opgave in de vernieuwing van het voorzieningenniveau in de buurten en het verbeteren van de woningvoorraad, met name in De Kleine Wereld.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Oost Locatie

Inzet 2024-2035

Aanvullende randvoorwaarden

Baaibuurt Oost

Projectvoorstel

Investeringen in bereikbaarheid

Sciencepark

Verdichten binnen lopend project

Omgeving Amstelstation

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

Belangrijke ontwikkellocaties in Oost zijn IJburg II, het Zeeburger­ eiland en het Amstelkwartier. Deze projecten voeren we de komende periode uit, waarbij de investeringen in de Cruciale Mijl en bredere bereikbaarheid van het Zeeburgereiland een voorwaarde zijn. Wanneer hier concreet zicht op is, kan gestart worden met planvorming voor het laatste deel van het Zeeburgereiland: Baaibuurt Oost. In aanvulling op deze projecten ligt de nadruk in Oost met name op het verdichten van stationskwartieren en de buurten daaromheen. De stations in Oost lenen zich voor verdere ontwikkeling tot stationskwartieren. Voor de middellange termijn worden deze vooral gezien rondom het Amstelstation. Hier liggen in aanvulling op de verdichting van de Van der Kunbuurt kansen voor verdere verdichting. Hier verkennen we in hoeverre verdere verdichting kan bijdragen aan het vergroten van het voorzieningenaanbod in dit deel van de stad. Ook kijken we in hoeverre we onderhoud en verduurzaming van de woningen hiermee kunnen combineren. Hierbij wordt de bereikbaarheid van het gebied beter benut, evenals de investeringen in de entree en de nieuwe fietsenstalling voor het station. Op het Sciencepark is de afgelopen periode een nieuw innovatie­ district verrezen. Voor verdere ontwikkeling kijken we of we het aandeel woningbouw in de plannen kunnen verhogen.

Hierbij gaat het specifiek om doelgroepen die een relatie hebben met het innovatiedistrict: studenten en academisch personeel, met als doel de levendigheid en aansluiting op de omliggende buurten

49

Gemeente Amsterdam

Strategische inzet Oost

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

en de stad te vergroten. Zolang het emplacement hier ligt zijn mogelijkheden voor het ontwikkelen van een volwaardig stations­ kwartier beperkt, wel kan gekeken worden naar kleinschalige verdichtingsmogelijkheden, aansluitend op de recente ontwikkeling van De Nieuwe Meent. Rondom Muiderpoort zetten we voor de middellange termijn in op verbetering van de openbare ruimte en het vergroten van de levendigheid in de directe stationsomgeving. Veder verspreid door stadsdeel Oost ligt een aantal kleinschaliger locaties die zich lenen voor verdichting middels bijbouwen, optoppen of kleinschalige sloop-nieuwbouw. Hier werkt de gemeente mee aan initiatieven vanuit bewoners, corporaties en marktpartijen. Centraal tussen Sciencepark en Zeeburgereiland ligt de Nieuwe Diep. Als onderdeel van het stedelijk groennetwerk gaan we de komende periode de recreatie- en natuurwaarden in dit gebied

verder versterken en de oevers meer openbaar maken. We doen dit in samenhang met de ontwikkelingen daaromheen. Op de bedrijvenstrook Zeeburgereiland blijft ruimte voor bedrijvigheid; de Oostpunt Zeeburgereiland leent zich voor stedelijke voorzieningen op het gebied van groen, logistiek, cultuur en nutsvoorzieningen. Voor een gezonde leefomgeving op de eilanden is er bij toekomstige ontwikkelingen extra aandacht voor de invloed van het afstromend stedelijk regenwater en nieuwe bronnen van energie (aquathermie, warmte-koudeopslag) op de waterkwaliteit.

Strategische zone Stationskwartier Amstelstation Momenteel wordt de directe omgeving van het Amstelstation vernieuwd. In navolging daarop ontwikkelen we een breder perspectief op het stationskwartier Amstelstation in relatie tot de vernieuwing van de omliggende buurten. Aandachtspunten zijn de woonkwaliteit en het voorzieningenniveau.

In de directe omgeving van het Amstelstation is de afgelopen periode flink geïnvesteerd in de openbare ruimte en verdichting van het gebied.

50

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Zuidoost Locatie

Inzet 2024-2035

Aanvullende randvoorwaarden

Venserpolder

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

D-Buurt

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

A2 Entree

Projectvoorstel

Overeenstemming met andere overheden

Hoptille

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

Kerngebied Zuidoost

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

Holendrecht

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

De afgelopen decennia zijn veel buurten in de Bijlmermeer ingrijpend vernieuwd. Vanuit het Masterplan Zuidoost werken we aan het verbeteren van diverse buurten in het stadsdeel. Het Rijk heeft middelen beschikbaar gesteld om te investeren in de bereikbaarheid van woningbouwlocaties en voor het Masterplan Zuidoost. Momenteel herontwikkelen we onder andere delen van de K-Buurt, Reigersbos en Holendrecht. Na de bouwcrisis van 2008-2014 is steeds meer nadruk komen te liggen op ontwikkelingen ten westen van het spoor: Amstel III, De Nieuwe Kern en de intensivering van de bedrijvenstrook. Cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het stadsdeel is de spoorzone. Daarin bevinden zich de trein- en metrostations die zorgen voor bereikbaarheid van de oude en nieuwe wijken. Hier ontwikkelt ArenAPoort zich steeds meer tot een volwaardige kern in de metropoolregio met een gemengd programma van leisure, wonen en winkels. Voor de middellange termijn zetten we in op de verdere ontwikkeling van de stationskwartieren en hun omgeving. Daarbij wordt de oostkant van het spoor belangrijker: hier liggen de buurten met grote sociaaleconomische opgaven en waar verduurzaming en renovatie van de woningvoorraad nodig is. Voor de hele zone geldt dat het voorzieningenaanbod te wensen overlaat en dat maatregelen voor klimaatadaptatie nodig zijn.

De ontwikkeling van de spoorzone is cruciaal in het verbinden van nieuwe bestaande wijken aan weerszijden van het spoor.

51

Gemeente Amsterdam

Strategische inzet Zuidoost

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Groen rondom Gaasperplas

Bij station Gaasperplas

Rondom Duivendrecht koppelen we in samenwerking met de gemeente Ouder-Amstel de ontwikkeling tot een stationskwartier aan de verbetering van Venserpolder en de ontwikkeling van de D-buurt. In de D-Buurt zoeken we naar ruimte om te voorzien in de groeiende sportbehoefte in Zuidoost. Een bredere opgave is de verbinding met de ontwikkeling aan de andere zijden van station Duivendrecht en de verbindingen met de Nieuwe Kern in Ouder-Amstel. Hierbij moet rekening worden gehouden met het op termijn aanlanden van een mogelijke IJmeerverbinding (of Lelylijn) vanuit Diemen, IJburg en Almere.

langs de Gaasperplaslijn te versterken. Concrete mogelijkheden liggen er bijvoorbeeld bij de garages Groenhoven/Gouden leeuw in de nabijheid van station Ganzenhoef. De ontwikkeling rondom station Gaasperplas wordt gekoppeld aan een bredere kwaliteits­ impuls van het groen rondom de Gaasperplas als onderdeel van de bredere groen­opgave voor het stadsdeel als gevolg van de verdichting.

Rondom station Holendrecht kijken we hoe we vanuit de huidige plannen rondom het winkelcentrum, via de stationsomgeving kunnen aansluiten op de ontwikkelingen rondom het innovatiedistrict van het AMC. In de buurt van ArenAPoort verkennen we de verbetering van Hoptille.

Focus op de ontwikkeling rondom stations betekent ook dat voor de termijn van de ontwikkelstrategie wordt afgezien van een integrale planvorming voor het tracé van de Gooiseweg. Met de huidige groei van het stadsdeel blijft de Gooiseweg ook op de middellange termijn noodzakelijk voor de ontsluiting van Zuidoost en de opvang van pieken bij evenementen. Daarom starten we hiervoor nog geen planontwikkeling. Dit staat de huidige woningbouw­ ontwikkelingen en vergroening langs het tracé niet in de weg.

Op kleinere schaal liggen er ook mogelijkheden om door middel van verdichting rondom de metrostations in het stadsdeel de sociaal­economische opgaven in omringende wijken aan te pakken en het openbaar vervoer en de voorzieningen rond metrohaltes

De ambitie om duurzaam en gezond bewegen te bevorderen en de auto een minder prominente plek te geven, biedt wel aanleiding om te kijken naar de functie van een aantal dreven in het stadsdeel. Dit geldt met name voor de kortere noord-zuiddreven.

52

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Alternatief gebruik van de dreven en de ruimtes daaromheen biedt kansen voor het toevoegen van bijvoorbeeld bedrijfsruimte of publieke ruimtes en de voorzieningen rond metrohaltes. We stellen voor om gezamenlijk met omliggende buurten een perspectief te ontwikkelen op de toekomstige functie van de Flierbosdreef en de Groesbeekdreef in relatie tot sociaal­ economische opgaven die hier liggen. Momenteel voert de gemeente in samenwerking met Rijkswater­ staat een onderzoek uit naar het afwaarderen van de verkeersfunctie van de A2 binnen de ring, de zogenaamde ‘A2 entree’. Hier ligt ruimte voor ontwikkeling. Het gebied kan een belang­ rijke schakel vormen in het faciliteren van de als gevolg van nieuwe gebiedsontwikkeling toenemende fietsbewegingen tussen Zuidoost, Zuid en Oost. Afwaardering van dit deel van de A2 biedt ook de kans op het versterken van de groenfunctie van de Kop Amstelscheg en een betere overgang tussen het groen en de omliggende buurten. De wateropgave die volgt uit de verdere verdichting van het stadsdeel biedt kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Er moet tegelijkertijd wel rekening gehouden worden met kweldruk die de locaties voor nieuw oppervlaktewater beperkt. Hoge grondwaterstanden en zettingsgevoelige gebieden vragen om aangepast bouwen in het stadsdeel.

Hierbij biedt de onderhoudsopgave die vanaf 2030 op dit gebied afkomt kansen voor koppeling met verdichting en verbetering van de openbare ruimte.

Strategische zone Stationskwartier Duivendrecht In samenwerking met bewoners en gebruikers van het stationskwartier en de gemeente Ouder-Amstel stellen we een perspectief op voor de ontwikkeling van het stationskwartier Duivendrecht. We doen dit in relatie tot de verdere ontwikkeling van Venser­ polder en de D-buurt. Aandachtspunt zijn de verbindingen naar de het te ontwikkelen project De Nieuwe Kern in Ouder-Amstel en de Amstelscheg in het westen en het versterken van de groene kwaliteiten in de spoorzone.

53

Gemeente Amsterdam

Zie ook de regionale inzet voor een breder perspectief op de zone Amsterdam-Duivendrecht-Diemen-Almere. Strategische zone Kern Zuidoost We ontwikkelen een samenhangend perspectief op ArenA­Poort en de buurtcentra langs de openbaar vervoersassen (o.a. metrostations Ganzenhoef en Kraaiennest). Daarbij kijken we naar de vernieuwing van Hoptille en Groenhoven/Gouden Leeuw in de G-buurt. Met de ontwikkelingen versterken we de groene route langs de Molenwetering richting de Amstelscheg. Onderdeel van de verkenning is het ontwikkelen van een perspectief op de Groesbeekdreef en Flierbosdreef in relatie tot de omliggende buurten. Strategische zone Stationskwartier Holendrecht We ontwikkelen een perspectief op de verdere ontwikkeling van stationskwartier Holendrecht, met als belangrijke aandachts­ punten mogelijkheden voor toevoegen van voorzieningen en verdichting en de verbindingen onder het spoor richting het innovatiedistrict rondom het AMC en de momenteel in planvorming zijnde vernieuwing van het centrum van Holendrecht.

Weesp Met de ontwikkeling van de nieuwe wijk Weespersluis wordt het stedelijk gebied van Weesp nagenoeg verdubbeld. Dit brengt opgaven met zich mee op het gebied van bereikbaarheid en voorzieningen, met name voor jonge gezinnen. Kader voor nieuwe ontwikkelingen is de Omgevingsvisie Weesp 2050. Voor de middellange termijn kan de ontwikkeling van de spoorzone zorgen voor een betere verbinding tussen de nieuwe en oude delen van Weesp en ruimte bieden voor uitbreiding van het voorzieningenniveau. Voor de zuidkant van Weesp ontwikkelen we een perspectief op het landelijk gebied en de opgaven die hier vanuit natuur, recreatie en de energietransitie op afkomen. De nieuwe ontwikkelingen in deze polder bieden kansen om de huidige water­overlast aan te pakken en de waterkwaliteit in de polder – die ook van invloed is op het water in de Vecht – te verbeteren.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Zuid Locatie

Inzet 2024-2035

RAI

Projectvoorstel

Diverse kavels Zuidas

Projectvoorstel

Buitenveldert

Verkenning mogelijkheden

Aanvullende randvoorwaarden

Samen stadmaken met bewoners

De Zuidas heeft zich de afgelopen drie decennia ontwikkeld tot de belangrijkste internationale kantorenlocatie van Nederland. Daarnaast krijgt het gebied steeds meer de levendigheid die past bij een stedelijk centrum. Hiertoe worden steeds meer woningen en voorzieningen toegevoegd en krijgt de openbare ruimte een (groene) impuls. De rol van de auto wordt verder teruggedrongen, ten gunste van voetganger, fietser en openbaar vervoer. Met genoemde centrumontwikkeling wordt ook tegemoetgekomen aan de hedendaagse vestigingsvoorkeur van het (internationale) zakenleven. Deze gaat meer en meer uit naar locaties midden in de reuring en de functionele mix van een centrummilieu. Zo wordt de Zuidas, óók als central business district, gereedgemaakt voor de toekomst. Met het Zuidasdok en de ontwikkeling van station Zuid tot knoop in het internationale treinverkeer, krijgt de centrumvorming van het gebied een significante extra impuls. Het station speelt een belangrijke rol in de geambieerde vervanging van korte afstandsvluchten door treinreizen. Het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol maakt de groei van het internationale treinverkeer mogelijk en versterkt de relatie tussen de Zuidas en Schiphol verder. Ook de (fiets)verbinding met het Schinkelkwartier geeft een belangrijke impuls voor dit deel van de stad.

In combinatie met het overkluizen van de A9 en de versterking van het centrum­ gebied van Amstelveen ontstaat hiermee ook een nieuwe dynamiek in het zuidelijk deel van de agglomeratie.

Strategische inzet Zuid

De komende periode ligt de focus op het verder versterken van de Zuidas als gemengd hoogstedelijk milieu en het verbinden

54

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

met de omliggende buurten. De omgeving van het station Zuid krijgt door de ontwikkeling van de verschillende deelgebieden (met name Kenniskwartier, Ravel en Vivaldi) en de transformatie van grootschalige kantoorcomplexen (ABN-AMRO en WTC) steeds meer een fijnmazige mix van functies voor diverse doelgroepen. Niet alleen in het zogeheten ‘eenrichtingscarré’ voor de auto om station Zuid worden de ontwikkelingskansen steeds explicieter, maar ook in een wijde cirkel rondom station RAI. Hierbij is aandacht nodig voor de huidige beperkte ruimte die er is voor water in de Zuidas. Verdichting levert een extra druk op het watersysteem. Ontwikkelingen zullen meer water moeten vasthouden op eigen terrein, maar er blijft ook ruimte nodig voor meer oppervlaktewater in het verstedelijkte gebied. Ook omliggende buurten komen door bovengenoemde ont­ wikkelingen in een ander perspectief te staan. Mogelijkheden voor verdichting worden vooral voorzien rondom de winkelcentra (Gelderlandplein), langs de noord-zuidroutes tussen ZuidZuidas-Buitenveldert-Amstelveen, de voormalige A3-zone in Buiten­veldert en de Europaboulevard langs het Amstelpark.

De mogelijkheden om verdichting langs deze assen en in deze gebieden aan te grijpen voor verbetering van de woning­ voorraad, verbreding van het woningaanbod, versterking van het voorzieningenniveau en van de groene kwaliteit gaan we in samenwerking met bewoners en gebruikers nader onderzoeken. In dit deel van de stad komt de komende tien jaar ook een grote onderhoudsopgave op ons af, zowel in de openbare ruimte als vanuit het corporatievastgoed. Het gaat hierbij in eerste instantie vooral om het verkennen van verdichting door optoppen, transformeren, bijbouwen of kleinschalige sloop-nieuwbouw. Dit biedt kansen op het gebied van duurzaamheid en kan bijdragen aan doorstroming. In het gebied werkt de gemeente mee aan initiatieven vanuit bewoners en marktpartijen op basis van een te ontwikkelen perspectief voor

55

Gemeente Amsterdam

Omgeving Gelderlandplein met op de achtergrond de Zuidas.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

de wijk als geheel en ter verbetering van de verbinding met de Prinses Irenebuurt, Rivierenbuurt, Stadionpleinbuurt, Zuidas en Amstelveen-Noord. Dat helpt ook om projecten niet langer adhoc en opzichzelfstaand te beoordelen en te (laten) ontwikkelen, maar dat te doen vanuit een perspectief op het geheel. Een eerste uitwerking van dit perspectief is gedaan in de verkenning ‘verdichting Buitenveldert’ waarbij verdichting op grotere schaal is onderzocht. Op deze schaal verdichten in de bestaande stad is uniek voor Amsterdam en zal over een lange periode verder uitgewerkt worden. Door deze ontwikkelingen komen de kop van de Amstelscheg en de Nieuwe Meer centraler te liggen. Dit vraagt om een perspectief op verdere versterking van het groen en versterking van de groene entrees naar het landschap. Dit biedt ook de mogelijkheid de fietsverbindingen vanuit Zuid naar Nieuw-West en Zuidoost te versterken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13976782/1