CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. concept Amsterdam Bouwen aan buurten van de toekomst. Ontwikkelstrategie 2035.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 13 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het concept Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 2035 (VN2024-001200)24.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

56

Gemeente Amsterdam

Strategische zone Kern Zuidas-Buitenveldert De komende periode zal de Zuidas zich verder gaan ontwikkelen tot stedelijke kern en internationale knoop. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van het Westelijk Ontwikkelveld en het Water­leidingterrein. In het verlengde hiervan onderzoeken we de mogelijk­heden voor verdichting van Buitenveldert. Hierbij vormen het versterken van de Noord-Zuidverbindingen richting Amstelveen en het versterken van de (buurt)voorzieningen­ clusters een aandachtspunt. Aandachtspunten zijn verder de onderhoudsopgave voor de bestaande woningvoorraad en openbare ruimte op de middellange termijn, en het versterken van de verbindingen met de entrees naar het Amsterdamse Bos en de Amstelscheg. Strategische zone Stationskwartier RAI We ontwikkelen een samenhangend perspectief op de verdere verdichting van het RAI-terrein in relatie tot ontwikkelingen in het deelgebied Vivaldi van de Zuidas en de verdichtingsmogelijk­ heden langs de Europaboulevard. Aandachtspunt is een goede rand en overgang naar het Amstelpark en de Amstelscheg en eventuele vestiging van een Erotisch Centrum in het gebied.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Ringzone West/Nieuw-West Locatie

Inzet 2024-2035

Aanvullende randvoorwaarden

Calandlaan

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

Kerngebied Nieuw-West

Verkenning mogelijkheden

Samen stadmaken met bewoners

Geuzenveld-Slotermeer

Verkenning mogelijkheden

Later in de tijd, in vervolg op ontwikkeling Roellbuurten

De afgelopen periode zijn in Nieuw-West een flink aantal projecten opgeleverd en opgestart. Met de ontwikkeling van de Ringzone is door een mengeling van transformatie en stedelijke vernieuwingsprojecten de verbinding gelegd tussen Oud-West en Nieuw-West. Dit heeft Nieuw-West voor een grotere groep Amsterdammers op de kaart gezet als aantrekkelijk woonmilieu. Met de plannen voor het Schinkelkwartier wordt niet alleen de verbinding tussen de Zuidas en het zuidelijk deel van de ringzone gelegd maar transformeert een bredere zone in de agglomeratie langs de te verlengen Noord/Zuidlijn. In Geuzenveld-Slotermeer worden langs de Burgemeester Roëllstraat de komende jaren een flink aantal buurten vernieuwd. Het Osdorpplein keert zich meer naar de Sloterplas en ontwikkelen we de komende jaren verder tot een volwaardig stedelijke kern en een centrum voor het hele stadsdeel. Volgend op de transformatie van de Ringzone West is dit de volgende grote opgave in dit deel van de stad. Anders dan in andere delen van de stad is het Osdorpplein niet direct gekoppeld aan een openbaarvervoersknooppunt. Opwaardering van het tracé van de West­ tangent kan de positie van het Osdorpplein als centrum voor heel het stadsdeel versterken én Nieuw-West beter verbinden met voorzieningen en werkgelegenheid in Zaanstad en het Haven­ gebied aan de noordkant en Schiphol aan de zuidkant.

Strategische inzet West/Nieuw-West

Volgend op de veelal oost-west georiënteerde verbindingen in de ringzone worden de komende periode de (tangentiale) noord-zuidverbindingen belangrijker. Daarnaast is het voor dit

57

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Minervahaven Zuid is een van de plekken waar, onder de juiste randvoorwaarden, vervolg gegeven kan worden aan de ontwikkeling van Haven-Stad.

deel van de stad belangrijk de positie van Station Lelylaan als stationskwartier aan de westkant van de stad uit te bouwen met een grotere diversiteit aan functies en in te zetten op een betere verbinding in de zone tussen Station Lelylaan en het stadsdeelcentrum. Juist ontwikkeling langs deze as kreeg in de ontwikkeling van de Ringzone beperkt vorm. Op de korte termijn maken we hierom een begin met de planvorming voor de Pieter Calandlaan, die parallel loopt aan de Cornelis Lelylaan. Hier liggen mogelijkheden om met verdichting ook het voorzieningenniveau te versterken, ruimte voor werkgelegenheid

58

Gemeente Amsterdam

te creëren en aangrenzende buurten te ontwikkelen tot gemengde stadsbuurten. De Lelylaan zelf kan met behoud van haar verkeersfunctie verder worden vergroend. De ontwikkeling van het Osdorpplein biedt aanknopingspunten om de omliggende buurten verder te verbeteren en te ontwikkelen tot gemengde stadsbuurten. Verdichting kan hier een middel zijn om de sociaaleconomische positie van deze wijken te verbeteren en versterkt het draagvlak voor verbetering van de bereikbaarheid en uitbreiding van het voorzieningenniveau en ruimte voor werkgelegenheid in de omgeving.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Verder verspreid door Nieuw-West liggen aanvullende moge­ lijkheden voor kleinschaliger verbetering en verdichting. Afwegingen ten aanzien van cultuurhistorische waarden in relatie tot dit potentieel, maken we in het Gebiedsgerichte Omgevingsprogramma Nieuw-West Hierin worden afwegingen gemaakt ten aanzien van de wenselijkheid en verdere fasering van deze ontwikkelmogelijkheden in relatie tot bijvoorbeeld verduurzamingsopgaven, cultuurhistorische waarden en kansen voor versterking van het voorzieningenniveau. Daarbij wordt ook bezien in hoeverre verdere verdichting in Geuzenveld-Slotermeer als vervolg op de ontwikkelingen langs de Burgemeester Roëll­ straat aan de orde is. Bodemdaling is hier een belangrijke factor in keuzes voor bouwlocaties, -methoden en inrichting van de openbare ruimte.

Strategische zone Kern Osdorpplein-Lelylaan Binnen het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma NieuwWest en in samenwerking met buurtbewoners, ondernemers en instellingen in de buurt, verkennen we een samenhangend perspectief op de verdere ontwikkeling van het Osdorpplein tot hoogstedelijk centrum en kwaliteitsverbetering van de omliggende buurten. Hierin werken we de mogelijkheden van versterking van de Calandlaan als stadstraat tussen het Osdorp­ plein en station Lelylaan verder uit. We ontwikkelen voorstellen voor intensivering van sportpark Ookmeer en de verdere invul­ ling en versterking van de groene kwaliteiten van de Osdorper­ bovenpolder en de Sloterplas. Tevens kijken we hoe we het gebruik van bedrijventerrein Akerpoort kunnen intensiveren.

Verdere verdichting gaat ook in Nieuw-West hand in hand met vergroening. Dit betekent versterking van de reeds aanwezige groenstructuren in het stadsdeel, vergroening van de Lelylaan en kwaliteitsimpuls Sloterpark en integrale ontwikkeling van de Tuinen van West ten behoeve van stadslandbouw, recreatie en ecologie. Voor Sportpark Ookmeer wordt ingezet op intensievere benutting van het sportpark. Nieuwe ontwikkelingen in Nieuw-West bieden kansen om de waterkwaliteit in de polders te verbeteren, onder andere door in te zetten op zuiverende, natuurvriendelijke grachten.

59

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Haven-Stad Zuid Locatie

Inzet 2024-2035

Aanvullende randvoorwaarden

Sloterdijk I Noord

Verkenning mogelijkheden

Voldoende marktinteresse Sloterdijk I Zuid Investeringen in bereikbaarheid Verbetering milieucondities

Minervahaven Zuid

Projectvoorstel

Investeringen in bereikbaarheid Verbetering milieucondities Transformatiebesluit

Emplacement Zaanstraat

Verkenning mogelijkheden

Overdracht terreinen

De afgelopen jaren is op basis van de Ontwikkelstrategie Haven-Stad een begin gemaakt met de ontwikkeling van het stationsgebied Sloterdijk Centrum en de transformatie van Sloterdijk I Zuid. Het station Sloterdijk bedient zowel de bestaande buurten in Bos en Lommer en Geuzenveld-Slotermeer als de toekomstig te ontwikkelen wijken in Haven-Stad. Het stationsgebied kan zich vanuit die positie verder ontwikkelen tot kern in het noordwestelijk deel van de stad. Doortrekken van de ringlijn zorgt niet alleen voor ontlasting van de westelijke tramlijnen en een centralere ligging van Station Sloterdijk in het stedelijk openbaarvervoers­ netwerk maar zorgt ook voor een betere bediening van metro­ station Isolatorweg en de te ontwikkelen halte Hemknoop. Voor de ontwikkeling van de Centrale Zone in de delen van Haven-Stad ten zuiden van het IJ, zijn afspraken met Rijk en regio over investeringen in de HOV-bereikbaarheid leidend voor het vervolg van de ontwikkelingen. De verplaatsing van de functies uit het gebied Zaanstraatemplacement (en daarmee de verbetering van de milieucondities) is hierbij voorwaardelijk voor de ontwikkeling van het gebied. Voor de ontwikkeling van een dergelijk groot gebied is fasering van belang. Voor het vervolg van de ontwikkeling van de Centrale Zone Haven-Stad sluiten we aan op de al lopende gebiedsontwikkelingen in de Houthavens en Sloterdijk I Zuid.

Zodra het ‘pas-opde-plaats convenant’ in 2029 afloopt, ontstaan er mogelijk­heden

60

Gemeente Amsterdam

Strategische inzet Haven-Stad Zuid

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

om de gebieden Sloterdijk I Noord enMinervahaven Zuid te ontwikkelen tot een gemengd, hoogstedelijk woon-werkgebied met stedelijke buurten. Het gebied Hemknoop, waar we het gelijknamige metrostation van de Ringlijn gaan inpassen, ontwikkelen we pas later tot gemengd hoogstedelijk gebied. Dit doen we zodra duidelijk is hoe we de onderdelen van het metrosysteem kunnen inpassen en welke praktische ruimte daar voor nodig is. De stationsomgeving (in de Omgevingsvisie als ‘Stationskwartier’ gepositioneerd) biedt naast woningbouw ook potentieel ruimte voor kantoren en een grootstedelijk georiënteerd programma. De ontwikkeling van het Zaanstraatemplacement is van de hierbij te maken keuzes afhankelijk. Voor de periode na het beëindigen van de hinder veroorzakende werkzaamheden medio 2027, worden voor dit gebied verschillende ontwikkelopties onderzocht. Zo kunnen we het potentieel van dit gebied voor zowel de ontwikkeling van Haven-Stad als de ontwikkeling van de meer­ kernige stad Amsterdam maximaal benutten. In de periode tot 2035 liggen er mogelijkheden om te starten met de ontwikkeling van de noordelijke omgeving van metro­ station Hemknoop; het deelgebied Minervahaven Zuid. Momenteel ligt de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van dit gebied bij het Havenbedrijf. Dit maakt het nemen van een transformatiebesluit noodzakelijk.

Op de middellange termijn biedt ook de ontwikkeling van Sloterdijk I Noord, aansluitend op de ontwikkelingen in het zuidelijk deel van Sloterdijk I kansen. Planvorming hiervoor wordt opgestart op het moment dat het zuidelijk deel daadwerkelijk tot ontwikkeling wordt gebracht. Voor Haven-Stad Zuid geldt ook dat er in het ontwerp van de openbare ruimte en maaiveldhoogtes rekening gehouden moet

61

Gemeente Amsterdam

worden met een toekomstig hoger calamiteitenpeil in het IJ en Noordzeekanaal.

Binnenstad Met de Ontwikkelstrategie kiezen we voor het versterken van de kernen buiten de binnenstad. Door het versterken van het stedelijke voorzieningenniveau en de bereikbaarheid van de andere kernen maken we deze aantrekkelijker zodat Amsterdammers en bezoekers minder zijn aangewezen op de binnenstad. Door nieuwe grootschalige ontwikkellocaties te oriënteren op de centra buiten de ring en boven het IJ wordt ook de druk vanuit woningbouw op de binnenstad beperkt. De mogelijkheden voor verdichting in de binnenstad zijn door het reeds zeer intensieve gebruik en de cultuurhistorische waarden beperkt. Momenteel werken we aan een plan voor de ontwikkeling van het Marineterrein. In aanvulling daarop zijn kleinschalige verdichting en intensiveringsprojecten mogelijk. Vanuit de Ontwikkelstrategie stellen we geen nieuwe, grootschalige ontwikkellocaties voor. Wel onderzoeken we kleinschalige verdichtingsmogelijkheden, zoals het in specifieke gebieden optoppen van gebouwen. Dit betekent niet dat er geen opgaven zijn. Juist op het gebied van leefbaarheid, verduurzaming en mobiliteit en onderhoud speelt er veel in de buurten in de binnenstad. Verdichting is hier echter maar een beperkt deel van de oplossing. Juist door de verdichtingsopgave elders te concentreren en in te zetten op meerkernige ontwikkeling, is het de bedoeling om de binnenstad te ontlasten.

6.2

Agglomeratie

Met de ontwikkelingen van de lobben raken de ontwikkel­gebieden van de stad steeds nadrukkelijker aan onze buur­gemeenten (zie kader). Vaak zijn er veel raakvlakken en afhanke­lijkheden tussen ontwikkelingen aan beide zijden van de gemeente­grenzen. Bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en voorzieningen. Wanneer we ontwikkelingen goed op elkaar afstemmen, ligt hier een unieke kans om het stedelijk gebied beter op elkaar aan te

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Het gesprek met de buurgemeenten Middels de Omgevingsvisie is de basis gelegd voor een ontwikkeling van Amsterdam die zich minder richt op het centrum en meer naar buiten, de meerkernige ontwikkeling. Veel van de Amsterdamse ontwikkelgebieden raken direct aan die van de buurgemeenten. Ontwikkelingen als de Achtersluispolder in Zaanstad en De Nieuwe Kern in Ouder-Amstel gaan naadloos over in Amsterdamse projectgebieden in Haven-Stad en Amstel-Stad/ Bijlmer-West. Door goed af te stemmen kunnen die ontwikke­ lingen elkaar versterken. In navolging van de Omgevingsvisie Amsterdam, wil Amsterdam zich ook in de Ontwikkelstrategie rekenschap geven van de impact die ontwikkelingen in Amsterdam mogelijk hebben op de directe buren en vice versa. Met de inzet op meerkernige ontwikkeling, wordt de relatie tussen ontwikkelingen in Amsterdam en ontwikkelingen bij de buurgemeenten nòg belangrijker. Door (tijdig) in gesprek te gaan met elkaar, over elkaars plannen, is het mogelijk eventuele pijnpunten te identificeren en waar mogelijk weg te nemen, maar ook om kansen een plek te geven in het vervolg.

Hoe hebben we dat gedaan In maart en april 2023 zijn daarom in het kader van de Ontwikkel­ strategie werksessies gehouden met de buur­gemeenten, soms met individuele gemeenten, soms in combinatie. Op bijgaand kaartje staat met welke gemeenten is gesproken. Het stramien was daarin steeds min of meer gelijk: na een introductie over de aanleiding en aanpak van de Amsterdamse Ontwikkelstrategie

62

Gemeente Amsterdam

was er tijd om zoveel mogelijk informatie uit te wisselen over relevante ontwikkelingen in de betreffende buurgemeente(n). Dat ging om ontwikkelingen die invloed hebben op de Ontwikkelstrategie of daardoor beïnvloed worden. Het gaat daarbij dus om kansen die verzilverd kunnen worden, dilemma’s die samen opgelost moeten worden en conflicten waarin een keuze gemaakt moet worden. Dat betekent niet dat al deze ontwikkelingen ook een plek in de Ontwikkelstrategie krijgen, maar het biedt wel de basis voor verdere uitwerking. Het doel van de werksessies was om de opgaven waar de buren voor staan op te halen en zo tot een zo compleet mogelijk en afgewogen (Amsterdams) product te komen, dat rekening houdt met ontwikkelingen bij de directe buren. Voor de buurgemeenten ontstaat hierdoor bovendien de mogelijkheid vroegtijdig aan te haken en te reageren op de plannen van Amsterdam.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Belangrijkste inzichten De ontwikkeling van Amsterdam raakt steeds nadrukkelijker aan de buurgemeenten. Tijdens de sessies kwam naar voren dat buurgemeenten zelf ook projecten langs hun gemeente­ grenzen in voorbereiding hebben en dat er kansen liggen voor samenwerking op het gebied van werkgelegenheid, woning­ bouwprogrammering, voorzieningenniveau, bereikbaar­heid en landschap. Dit om het stedelijk gebied beter op elkaar te laten aansluiten. Ook bleek uit de gesprekken dat de samenhang en de (al bestaande) mate van samenwerking tussen Amsterdam en de buurgemeenten per gebied (sterk) verschilt. Aan sommige opgaven wordt al langere tijd samengewerkt, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van het ZaanIJ-gebied, terwijl voor andere gebieden, zoals het gebied Buitenveldert-Amstelveen, de samen­ hang nog verder uitgediept moet worden.

Dit heeft geleid tot de opgave om op vier gebieden in de agglo­ meratie nauwer op te trekken. Naast de vier regionale strategische verkenningen hebben de buurgemeenten ook zorgen geuit. Soms generiek, denk aan mobiliteitsontwikkelingen of de verdichting met forse woningaantallen en de druk op de voorzieningen in de buur­ gemeenten of op de groengebieden in het ommeland. Een vaak terugkerend zorgpunt is de transformatie van Amsterdamse bedrijventerreinen en de verschuiving naar de regio die dit met zich meebrengt. Dit is ook een belangrijk onderwerp binnen de MRA. Soms zijn er specifieke aandachtspunten zoals ontbrekende fietsroutes, sportparken met een overbezetting of een kleine kern met teveel auto(sluip)verkeer. Deze worden waar kan in de lopende regionale samenwerkingen meegenomen. Tot slot is tijdens de gesprekken veelvuldig over de scheggen gesproken. Voor de Westeinderscheg, Diemerscheg en Amstel­ scheg is het van belang de overgangen tussen stad en landschap te verbeteren en versterken. Voor de scheggen lopen regionale samenwerkingsverbanden, die we willen dan wel versterken door ze te verbinden met de 4 regionale verkenningen: Zaan-IJ, Amsterdam-Schiphol, Amstelveen-Buitenveldert en ADDA.

63

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

laten sluiten. We moeten samen met onze buur­gemeenten werken aan gezamenlijke opgaven op het gebied van werkgelegenheid, woningbouwprogrammering, voorzieningen­niveau, bereikbaarheid en landschap. In vier zones zien we hiervoor, vanuit het perspectief van de regionale verstede­lijkingsstrategie en de inzet in deze ontwikkelstrategie, de grootste kansen. Kerngebied Zaan-IJ Hier speelt de ontwikkeling van Haven-Stad en de Achtersluispolder, maar ook de versterking van de sociaalmaatschappelijke positie van bewoners in bestaande wijken zoals Tuindorp Oostzaan, Molenwijk en Poelenburg. Van cruciaal belang hiervoor is het gezamenlijk werken aan de mobiliteit, met als speerpunten de Zaan-IJ-verbinding, de Westbrug over het IJ en de Dam-totDam fietsroute. Als gevolg van de transformatie van bedrijventerreinen kijken we in dit gebied ook naar herhuisvesting en een intensiever gebruik van die bedrijventerreinen. De keuze om voor de periode van deze Ontwikkelstrategie af te zien van transformatie van Cornelis Douwes 0-1, is hierin een belangrijk element. De recente fasering van ontwikkeling van de Achtersluispolder, biedt mogelijkheden voor bedrijven om in dit deel van de regio actief te blijven. Corridor Hoofddorp-Zuidas Met de ambitie voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn komt het gebied tussen Schiphol en de Zuidas nog centraler in de regio te liggen.

Momenteel heeft het gebied vooral een groene en economische invulling. De dynamiek en druk die de nieuwe verbinding in het gebied met zich meebrengt, mag niet leiden tot verdere verrommeling. Daarom moeten we gezamenlijk kijken hoe we de kwaliteit van het gebied kunnen verbeteren. Een belangrijke overweging hierin is dat het gebied tussen de A4 en de Nieuwe Meer zodanig zettingsgevoelig is dat nieuwbouw tot hoge toekomstige kosten leidt om de ontwikkeling in stand te houden. Zelfs als er nu adequate klimaatadaptieve maatregelen

64

Gemeente Amsterdam

worden getroffen, betekent dit dat er door hier te bouwen kosten worden afgewenteld op de toekomst. Amstelveenlob Met de ontwikkeling van het gebied rondom station Zuid tot internationale knoop, ontstaat een nieuwe dynamiek in het zuidelijk deel van de agglomeratie. Ontwikkeling en potentiële verdichting langs de assen tussen Amstelveen, Buitenveldert, Zuidas en Zuid, bieden mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering, maar vragen ook om zorgvuldige afstemming. Met deze ontwikkeling worden ook de scheggen belangrijker. Zowel in de Westeinderscheg als de Amstelscheg ligt een grote landschappelijke opgave, te beginnen met het verbeteren van de overgangen tussen stad en landschap en het vergroten van de waterberging in de omliggende polders om het hoofdwatersysteem te ontlasten. Amsterdam-Duivendrecht-Diemen-Almere (ADDA) De omgeving rondom station Duivendrecht biedt mogelijkheden voor verdere ontwikkeling tot stationskwartier. Een deel van de opgave ligt in het verbeteren van Venserpolder op Amsterdams grondgebied. Een bredere opgave is met de ontwikkeling aan de andere zijden van het station en de verbindingen met de Nieuwe Kern in Ouder-Amstel. Hierbij moeten we op lange termijn rekening houden met het mogelijk aanlanden van de IJmeerverbinding (of Lelylijn) richting Diemen, IJburg en Almere.

In dit gebied spelen ook vraagstukken ten aanzien van de intensivering van bedrijventerreinen en kwaliteitsverbetering van de Diemerscheg. Ook hier moet rekening gehouden worden met bodemdaling.

6.3

Thematische Uitwerkingsopgaven

Verkenning ruimtelijke impact circulaire economie Amsterdam heeft grote ambities op het gebied van de circulaire economie. Uit een recente studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bleek dat de ruimtevraag op bedrijventerreinen hierdoor tot wel 40% zal toenemen. Amsterdam verkent het

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

ruimtebeslag van de circulaire economie op stedelijke bedrijventerreinen en in buurten. Uitwerking ruimte voor vitale functies In deze ontwikkelstrategie zijn enkele locaties benoemd als kansrijk voor het ontwikkelen van stedelijke functies op het gebied van logistiek, mobiliteitstransitie en energietransitie. In deze verkenning nemen we stappen naar een verdere invulling en programmering van deze locaties en mogelijkheden voor koppeling met opgaven op het gebied van groen, sport, vrije ruimte en cultuur. Beleidsuitwerking optoppen Uit een eerste inventarisatie van Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) blijkt de potentie voor optoppen als mogelijkheid voor het toevoegen en uitbreiden van woningen in de stad. In deze uitwerking evalueren we recente voorbeelden en onder­zoeken we de mogelijkheden voor verschillende typen bebouwing op stedenbouwkundige, juridische en procesmatige aspecten. Indien wenselijk en noodzakelijk worden voorstellen gedaan voor het wegnemen van barrières en het faciliteren van initiatieven. De inzichten zijn input voor projecten waarbinnen we de mogelijkheden van optoppen gaan onderzoeken.

Verkenning stadsranden Door de keuze voor een meerkernige ontwikkeling te koppelen aan een kwaliteitsimpuls van de koppen van de scheggen en stadsparken, worden de overgangen tussen stad en land nadrukkelijker onderdeel van de stedelijke ontwikkeling ook in termen van waterhuishouding . Een recente studie van het PBL constateerde dat de potentiële kwaliteiten van stadsranden in Amsterdam onderbenut waren. In deze verkenning onderzoeken we de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor een goede overgang tussen stad en landschap. Handelingsperspectief externe veiligheid gevaarlijke stoffen Met de inzet op het ontwikkelen van stationskwartieren komen meer mensen en publieksvoorzieningen rondom het spoor. Met

65

Gemeente Amsterdam

name waar dit routes voor gevaarlijke stoffen betreft, betekent dit een potentiële vergroting van risico’s voor de externe veiligheid. Binnen deze verkenning onderzoeken we welke maatregelen op stedelijk- en projectniveau mogelijk zijn en in hoeverre deze bij de beoogde ontwikkelingen noodzakelijk zijn. Ruimtelijke strategie vernieuwing onderwijsvastgoed De komende jaren moeten we een groot aantal schoolgebouwen vernieuwen. In deze verkenning onderzoeken we hoe we deze vernieuwing kunnen koppelen aan maatschappelijke voorzieningen; bijvoorbeeld als ruimte voor ontmoeting en ontwikkeling in de wijk. Ook kijken we in hoeverre we de vernieuwing kunnen koppelen aan woningbouw, bijvoorbeeld voor leraren. Verkenning beheer en onderhoudsopgave zuid en zuidoostflank Uit een eerste inventarisatie van de onderhoudsopgaven voor de middellange termijn blijken er vanaf 2030 vooral in het zuiden en zuidoosten van de stad kansen te liggen om grote onderhoudswerken te koppelen aan verbetering en verdichting. Om goede uitspraken te kunnen doen op projectniveau (exacte locatie en type onderhoudswerkzaamheden) is verdere detail­ lering en daarmee een verdiepingsslag nodig van de inventari­ satie. De uitkomst van deze verkenning geeft meer inzicht in waar en welke mate werk met werk mogelijk is en kan gebruikt worden bij bovenplanse investeringsafwegingen.

Internationaal symposium meerkernige ontwikkeling De verschuiving naar een meerkernige ontwikkeling en een steviger inzet op de versterking van bestaande buurten, heeft implicaties voor de manier waarop we aan de ruimtelijke ontwikkeling van de stad werken. Hiertoe bekijken we succes­ volle ontwikkelingen uit het verleden en recente projecten. Daarnaast zetten we onze Europese en internationale netwerken in om te leren hoe andere steden dit doen. In 2025 brengen we dit samen in een in het kader van Amsterdam 750 jaar te organiseren internationaal symposium.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Uitgebreide legenda’s Strategische inzetkaart en Projecteninzetkaart

Legenda strategische inzetkaart De strategische inzetkaart laat in samenhang zien wat nodig is om de komende periode de stad meerkernig te ontwikkelen. Locaties voor gebiedsontwikkeling worden hier getoond in relatie tot gerelateerde opgaven in onder andere groen-blauwe structuren, de openbare ruimte en mobiliteit. De inzetkaart laat ook zien waar welk buurttype van toepassing is. Ieder buurttype bevat een bepaalde dichtheid en mengingsfactor. Basis Spoorweg met station: Spoorwegen voor internationale treinen, intercity’s en sprinters. Metro met station: Onder- of bovengronds metrotracé. HOV / sneltramverbinding: Snelle en hoogfrequente (tangentiële) bus- en tramlijnen, die de kernen binnen de stad en binnen de agglomeratie verbinden. Tramlijn: Het tramnetwerk voor de verbinding en ontsluiting van wijken en buurten. Veerverbinding: Veerverbindingen over het IJ, voor voetganger en fiets, die de verschillende gebieden in de agglomeratie onderling met elkaar verbinden. Snelweg (buitenring): Rijksweg met overwegend doorgaand nationaal en regionaal autoverkeer. Snelweg (binnenring): Rijksweg met overwegend autoverkeer van en naar Amsterdam. Straten en lanen: Netwerk van stadsstraten en -lanen voor de verbinding en ontsluiting van wijken en voor de verbinding tussen kernen binnen e stad en agglomeratie.

Fietsnetwerk: Fijnmazig fietsnetwerk voor de verbinding en ontsluiting van wijken en buurten. (Tangentiële) lange-lijnen fietsverbindingen: Bovenop het fijnmazig fietsnetwerk van Amsterdam identificeert de Omgevingsvisie 2050 een lange-lijnen-fietsnetwerk dat de kernen binnen de stad en binnen de agglomeratie met elkaar verbindt. Het netwerk bestaat uit logische en hoogwaardige fietsroutes over lange afstanden door de stad en de rest van de regio. Met de inzet uit de Ontwikkelstrategie komt de opgave naar voren een aantal van deze verbindingen te versterken. Fijnmazige stedelijke groenstructuur: Netwerk van groene straten, linten en fiets-/wandelroutes die veel groene elementen bevatten zoals bomenrijen en geveltuinen. Ze functioneren als verbindende lijnen tussen groene gebieden. Afhankelijk van gebruik, stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of landschappelijke situatie verschilt de invulling van deze routes. Bestaande groene gebieden: Landschappen in en rond de stad. Deze gebieden zijn recreatieve bestemmingen of worden gebruikt als natuur- of landbouwgebied. Havengebied: In dit gebied is ruimte voor logistiek, industrie en nutsfuncties. De haven heeft een belangrijke rol in de duurzame energieopwek en -opslag en de circulaire economie van de regio. Er is hier geen ruimte voor woningbouw.

Bestaande bedrijventerreinen zonder transformatieopgave: Op deze bedrijventerreinen is plek voor maakbedrijven en stadsen regioverzorgende bedrijvigheid. De bedrijventerreinen worden niet getransformeerd en daardoor is hier tenminste tot 2035 geen ruimte voor woningbouw. Hier wordt ingezet op intensivering en verduurzaming. Luwe gebieden: De Omgevingsvisie 2050 identificeert ‘luwe gebieden’. Voornamelijk in naoorlogse gebieden (Nieuw-West, Zuidoost, Buitenveldert en naoorlogs Noord) bevinden zich buurten met een lage dichtheid aan woningen, afgewisseld met een grote hoeveelheid aan groen. Gemengde gebieden: De Omgevingsvisie 2050 identificeert ‘gemengde gebieden’. Deze stadsbuurten met hoge dichtheid aan woningen worden gekenmerkt door een aantrekkelijke afwisseling tussen rustig wonen en levendige concentraties van voorzieningen in stadsstraten en aan pleinen. Centrumgebied: De Omgevingsvisie 2050 identificeert het ‘centrumgebied’. De binnenstad en de aangrenzende buurten in West, Zuid en Oost vervullen binnen de stad en ver daarbuiten een uniek en onvervangbare rol als stadscentrum. Wijk-/buurtcentra: Wijk-/buurtcentra buiten de strategische zones. In de wijk-/buurtcentra concentreren zich voornamelijk lokale voorzieningen. Ze hebben een verzorgende rol voor omliggende buurten en het stadsdeel (boodschappen, dienstverlening en ontmoeting).

Innovatiedistrict: Op deze plekken staan kennisontwikkeling onderzoek en informatie centraal.

Ontwikkeling luwe stadsbuurt (lopend – plaberum): Ontwikkeling van woonbuurten met een relatief lage dichtheid, een beperkt aandeel niet-woonfuncties en veel ruimte voor groen. Heeft betrekking op lopende projecten. Ontwikkeling gemengde stadsbuurt (lopend – plaberum): Ontwikkeling van woonbuurten met een stedelijke dichtheid en een flink aandeel niet-wonen (vooral in plinten en af en toe in een groter gebouw). Groen krijgt een plek in de straten, parkjes en langs watergangen. Heeft betrekking op lopende projecten. Ontwikkeling hoogstedelijke buurt (lopend – plaberum): Ontwikkeling van woonbuurten met een hoogstedelijke dichtheid en veel ruimte voor niet-wonen. Groen krijgt een plek in de straten, pocketparkjes en grote stadsparken. Heeft betrekking op lopende projecten. Ontwikkeling hoogstedelijk centrum (lopend – plaberum): Ontwikkeling van buurten met naast wonen het grootste aandeel werken en kennis, voornamelijk in grootschaliger gebouwen. De buurten hebben een hoogstedelijke dichtheid, meestal op een klein oppervlak. Groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en grote stadsparken. Heeft betrekking op lopende projecten. Te verkennen ontwikkelingen voor 2035 Uitbreiding metronetwerk: Nieuwe metrotracés als uitbreiding op het bestaande metronetwerk. Onderdeel van het metropakket met het Rijk.

Uitbreiding HOV-/sneltramverbinding: Nieuwe snelle en hoogfrequente (tangentiële) bus- en tramlijnen, die de kernen binnen de stad en binnen de agglomeratie verbinden. Een aantal bestaande en nieuw aan te leggen HOV-/sneltramlijnen verbinden nadrukkelijk de meerdere kernen in de verschillende lobben in en rondom Amsterdam. In het kader van meerkernige ontwikkeling zetten we sterk in op deze verbindingen. Versterken stadsstraat: verblijfskwaliteit, gezond bewegen, reuring en voorzieningen: Hier concentreren zich publieksvoorzieningen en is naast verkeer veel ruimte voor ontmoeting en groen. We sturen door gebouwplinten en de inrichting van de openbare ruimte op voldoende ruimte voor publieke functies. Er blijft hier ruimte voor winkels, horeca en maatschappelijke functies. Doel is om de functies van de stadsstraat te versterken door een ruimtelijke impuls te geven aan de betreffende straat. Versterken stadslaan: veel ruimte voor groen, stedelijk wonen en gezond bewegen: De stadslanen hebben een stevige groene inrichting en een sterke bomenstructuur. Ruimte voor voorzieningen is er vooral rondom kruispunten. Er kan goed aan de lanen gewoond worden. Doel is om de functie van de stadslaan te versterken door een ruimtelijke impuls te geven aan de betreffende laan.

Versterken (tangentiële) lange-lijnen fietsverbinding: Bovenop het fijnmazig fietsnetwerk van Amsterdam ligt het langelijnen-fietsnetwerk dat de kernen binnen de stad en binnen de agglomeratie met elkaar verbindt. Het netwerk bestaat uit logische en hoogwaardige fietsroutes over lange afstanden door de stad en de rest van de regio. Dit netwerk is nog niet compleet en bevat meerdere ontbrekende schakels. Doel is om in samenhang met gebiedsontwikkeling verbindingen op deze plekken te realiseren. (Fiets)brug met aanlanding: IJ-oeververbindingen tussen Amsterdam Noord en Amsterdam-Centrum. Naast de Oostbrug is de Westbrug van essentieel belang om verdere ontwikkeling van Haven-Stad en de noordelijke IJ-oevers mogelijk te maken. Bij de Westbrug ligt er een koppelkans met het ov wanneer er verbinding tussen beide oevers tot stand wordt gebracht. Zo profiteert niet alleen Amsterdam maar ook de agglomeratie (onder andere Zaanstad) en de regio van een betere verbinding. Te verkennen: perspectief dreven: De inzet op duurzaam en gezond bewegen en meer nadruk op verblijfskwaliteit biedt aanleiding te kijken naar de rol van een aantal dreven in het stedelijk netwerk. Hierbij worden ook de mogelijkheden om programma toe te voegen onderzocht. Dit doen we in relatie tot de opgaven in omliggende buurten. Zuidasdok tunnel: Toekomstige tunnel voor de Ring A10 ter hoogte van de Zuidas.

Bestaande bedrijventerreinen intensiveren met stedelijke functies: Op deze bedrijventerreinen is ook plek voor andersoortige functies die de leefbaarheid van het bedrijventerrein vergroten. Denk hierbij onder andere aan ruimte voor nachtcultuur. Intensiveren en verduurzamen bestaande bedrijventerreinen: Op deze bedrijventerreinen is plek voor maakbedrijven en stadsverzorgende bedrijvigheid. Hier ligt een opgave voor intensivering en verduurzaming. Bedrijventerreinen lenen zich ook voor nutsvoorzieningen, de ontwikkeling van logistieke hubs en distributiecentra om de stad te kunnen bevoorraden. Er is hier geen ruimte voor woningbouw.

Kwaliteitsimpuls koppen van de scheggen en stadsparken: Stadsparken zijn groene gebieden met veel recreatieve gebruikers vanuit de stad of het stadsdeel. De stadsparken hebben een hoge recreatieve en ecologische waarde voor mens en dier wat hoge eisen met zich meebrengt voor de kwaliteit en de ruimtelijke inrichting van het park. Datzelfde geldt voor de koppen van de scheggen, alleen hebben deze een meer landschappelijke identiteit. Met een groeiende en verdichtende stad neemt de waarde van zowel stadsparken als de koppen van de scheggen toe. Voor rust en recreatie maar ook voor de biodiversiteit, waterberging en het tegengaan van hittestress. Het groen en blauw in de stad zijn belangrijk voor een gezonde stedelijke leefstijl. De kwaliteitsimpuls en het toegankelijker maken van stadsparken en de koppen van de scheggen wordt in samenhang met omliggende gebiedsontwikkeling opgepakt. Versterken groene randen aan de koppen van de scheggen: Verdichting van de stad en het versterken en beter toegankelijk maken van het groen en het landschap vragen om goede overgangen tussen groen en bebouwing. Dit doen we door infrastructuurbarrières te slechten, de buurten naar het landschap te richten en met het landschap te verbinden.

Groene verbindingen: Een aantal bestaande en nieuw aan te leggen groene verbindingen uit het netwerk van groene straten, linten en fiets-/wandelroutes verbinden nadrukkelijk de scheggen en stadsparken in en rondom Amsterdam met gebiedsontwikkelingslocaties. In het kader van meerkernige ontwikkeling en rigoureus vergroenen zetten we sterk in op deze verbindingen. Versterken ecologische waterstructuur: In veel stadsparken en scheggen is er naast groen ook aandacht nodig voor de verbetering van de ecologische waterstructuur. Doel is om bij nieuwe verdichtings- en ontwikkellocaties de verbetering van deze structuren mee te nemen. Indicatieve groenstructuur binnen plangebied: Ook binnen gebiedsontwikkelingsprojecten ins aandacht voor buurtgroen. Dit groen is indicateif weergegeven in aansluiting op het projectoverstijgende netwerk van groene straten, linten en fiets-/wandelroutes. Ze functioneren als verbindende lijnen tussen groene gebieden. Het karakter wordt met name bepaald door de stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of landschappelijke situatie. Groene poorten: Schakels tussen bebouwing en groene omgeving, met name bij groene (fiets)verbindingen tussen de lobben en de scheggen. Doel is om het netwerk van parken en scheggen beter toegankelijk te maken voor fietser en voetganger.

Ontwikkeling sportlandschap: Op deze plekken wordt sport ingepast in een landschappelijke omgeving met veel natuurwaarde. Uitgangspunt is dat sport een positieve bijdrage levert aan de beleving en deze zorgvuldig is ingepast, zodat het karakter van het specifieke landschap niet wordt aangetast. De nadruk ligt op meer extensief georganiseerde sporten en de ongeorganiseerde, individuele sporten. Eventuele sportterreinen, faciliteiten en sportvelden hebben een groene en zo openbaar en toegankelijk mogelijke inrichting. Ontwikkeling sportpark binnen bebouwd gebied: In de sportparken wordt optimaal intensief gebruik mogelijk gemaakt, om zo efficiënt mogelijk de opgave voor georganiseerde sport een plek te geven. De sportparken hebben een groene omlijsting. Door de groeiende stad is er een grote vraag naar huisvesting van georganiseerde sporten. Daarbij geldt dat sport voor iedereen toegankelijk moet zijn. Doel is om hierin te faciliteren door te sportparken te intensiveren of nieuwe sportparken binnen bebouwd gebied te ontwikkelen. Groene gebieden met meervoudig ruimtegebruik: In een aantal gebieden wordt onderzocht hoe we hier groene kwaliteiten kunnen combineren met de inpassing van stedelijke functies en voorzieningen (o.a. sport, nutsvoorzieningen en vrije ruimte). Een goede landschappelijke inpassing is het uitgangspunt.

Schakelpunt: Plekken waar verschillende buurten of gebieden met de ruggen tegen elkaar liggen en die vaak voornamelijk een verkeersfunctie hebben. Ze hebben de potentie om een centrale en verbindende rol te spelen. De (complexe) opgave is om prettige en bij de omgeving horende plekken te maken door een integrale benadering van bebouwing, openbare ruimte, infrastructuur en programma. Schakelpunten worden opgepakt in samenhang met omliggende gebiedsontwikkeling. Strategische zone: In de ontwikkelstrategie hanteren we een project overstijgend perspectief. . Om te bouwen aan vitale buurten is het van belang de opgaven vanuit de integraliteit te bezien. Daarbij gaat het om een samenhangende ontwikkeling van stedelijke kernen (centra, stationskwartieren, innovatiedistricten) en hun omliggende buurten in relatie tot investeringen in groen-blauwe netwerken, infrastructuur, voorzieningen en ruimte voor werk en vitale functies. We wijzen een aantal strategische ontwikkelzones aan waarop een samenhangend perspectief wordt ontwikkeld.

Ontwikkeling gemengde stadsbuurt: Ontwikkeling van woonbuurten met een stedelijke dichtheid en een flink aandeel niet-wonen (vooral in plinten en af en toe in een groter gebouw). Groen krijgt een plek in de straten, parkjes en langs watergangen. Op plekken waar dit buurttype zichtbaar is geldt deze als indicatie voor de betreffende ontwikkellocatie. Ontwikkeling hoogstedelijke buurt: Ontwikkeling van woonbuurten met een hoogstedelijke dichtheid en veel ruimte voor niet-wonen. Groen krijgt een plek in de straten, pocketparkjes en grote stadsparken. Op plekken waar dit buurttype zichtbaar is geldt deze als indicatie voor de betreffende ontwikkellocatie. Ontwikkeling hoogstedelijk centrum: Ontwikkeling van buurten met naast wonen het grootste aandeel werken en kennis, voornamelijk in grootschaliger gebouwen. De buurten hebben een hoogstedelijke dichtheid, meestal op een klein oppervlak. Groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en grote stadsparken. Op plekken waar dit buurttype zichtbaar is geldt deze als indicatie voor de betreffende ontwikkellocatie. Doorontwikkeling wijk-/buurtcentra: Wijk-/buurtcentra binnen de strategische zones. In de wijk-/buurtcentra concentreren zich voornamelijk lokale voorzieningen. Ze hebben een verzorgende rol voor omliggende buurten en het stadsdeel (boodschappen, dienstverlening en ontmoeting).

Het doel is om het voorzieningenpijl vitaal te houden door onder andere te verdichten in nabijheid van deze centra. Zo kunnen genoeg bewoners gebruik blijven maken van de voorzieningen. Doorontwikkeling stedelijk centrum: In de stedelijke centra concentreren zich lokale én stedelijke voorzieningen. Ze hebben een verzorgende rol voor omliggende buurten het stadsdeel én de stad en agglomeratie (winkelen, cultuur en entertainment). Het doel is om het voorzieningenaanbod te versterken en te diversifiëren door onder andere te verdichten in nabijheid van deze centra. Zo kunnen genoeg bezoekers en bewoners gebruik blijven maken van de voorzieningen. Doorontwikkeling innovatiedistrict: Op deze plekken staan kennisontwikkeling onderzoek en informatie centraal. Het doel is om de plekken verder te versterken door de gebieden een kwaliteitsimpuls te geven. Doorontwikkeling stationskwartier: De directe omgeving van de grotere stations worden buurten met een hoogstedelijke dichtheid en een gemengd voorzieningenaanbod, waaronder grootstedelijke voorzieningen. Het doel is om de plekken woonfuncties, werkfuncties en voorzieningen in balans te krijgen zodat het stationskwartier wordt en om gebruik van het ov gedurende de dag (en nacht) op pijl te houden.

Ontwikkeling stationskwartier internationaal knooppunt: Stationskwartier rond internationaal knooppunt met nieuwe aanlanding van hogesnelheidstreinen. Het invloedsgebied van het knooppunt rijkt tot ver in de omringende stadsdelen. Betreft stationskwartier Zuidas. Het doel is om bij de integrale ontwikkelopgave niet alleen de Zuidas te beschouwen maar ook de gebieden daarbuiten. Ontwikkelingen na 2035 Te onderzoeken uitbreiding metronetwerk: Nieuw metrotracé als uitbreiding op het metronetwerk. Mogelijke uitbreiding metronetwerk: Mogelijke nieuwe metrolijnen als uitbreiding op het bestaande metronetwerk. Uitbreiding HOV-/sneltramverbinding: Nieuwe snelle en hoogfrequente (tangentiële) bus- en tramlijnen, die de kernen binnen de stad en binnen de agglomeratie verbinden. Versterken stadsstraat: verblijfskwaliteit, gezond bewegen, reuring en voorzieningen: Hier concentreren zich publieksvoorzieningen en is naast verkeer veel ruimte voor ontmoeting en groen. We sturen door gebouwplinten en de inrichting van de openbare ruimte op voldoende ruimte voor publieke functies. Er blijft hier ruimte voor winkels, horeca en maatschappelijke functies. Doel is om de functies van de stadsstraat te versterken door een ruimtelijke impuls te geven aan de betreffende straat.

Versterken stadslaan: veel ruimte voor groen, stedelijk wonen en gezond bewegen: De stadslanen hebben een stevige groene inrichting en een sterke bomenstructuur. Ruimte voor voorzieningen is er vooral rondom kruispunten. Er kan goed aan de lanen gewoond worden. Doel is om de functies van de stadslaan te versterken door een ruimtelijke impuls te geven aan de betreffende laan. Versterken (tangentiële) lange-lijnen fietsverbinding: Bovenop het fijnmazig fietsnetwerk van Amsterdam ligt het langelijnen-fietsnetwerk dat de kernen binnen de stad en binnen de agglomeratie met elkaar verbindt. Het netwerk bestaat uit logische en hoogwaardige fietsroutes over lange afstanden door de stad en de rest van de regio. Dit netwerk is nog niet compleet en bevat meerdere ontbrekende schakels. Doel is om in samenhang met gebiedsontwikkeling verbindingen op deze plekken te realiseren.

Projecteninzetkaart De projecteninzetkaart bevat een overzicht van de locaties die voor de periode tot 2035 bij kunnen dragen aan de aanvulling van de planvoorraad. Hierop staan locaties waarvoor nieuwe plannen worden opgesteld of die daartoe verkend kunnen worden. Vanwege het verschil in aanpak wordt er onderscheid gemaakt tussen locaties die mogelijkheden bieden binnen bestaande woonbuurten en voor locaties waar nog niet wordt gewoond.

Basis

Ontwikkelstrategie – Te verkennen locaties

Spoorweg met station: Spoorwegen voor internationale treinen, intercity’s en sprinters.

Strategische zones: Zones van gerelateerde ontwikkelingen die in samenhang worden verkend en ontwikkeld.

Metro met station: Onder- of bovengronds metrotracé.

Te verkennen ontwikkellocaties: Locaties waarvoor de mogelijkheden voor verdichting ten behoeve van de aanvulling van de planvoorraad voor de periode tot en met 2035 kan worden verkend.

Rijksweg

Bestaande bebouwing: Huidige structuur van bebouwing.

Lopende projecten: Gebieden waarvoor volgens de gemeentelijke systematiek van het plaberum reeds plannen in voorbereiding zijn of worden uitgevoerd.

Ontwikkelstrategie – Projectvoorstellen Projectvoorstellen – Transformatie / gebiedsontwikkeling: Locaties waarvoor met het oog op toevoeging aan de planvoorraad in de periode tot 2035 planvorming volgens de gemeentelijk plaberum-systematiek wordt opgestart.

Projectvoorstellen – Verdichten binnen lopend project: Lopende projecten in het plaberum waarbinnen aanvullende ruimte voor woningbouw wordt gezocht.

68

Gemeente Amsterdam

Te verkennen ontwikkelingen binnen bestaande buurten: Buurten waarvoor de mogelijkheden voor verbetering door middel van verdichting voor de periode tot 2035 kan worden verkend.

Te verkennen ontwikkelingen langs stadsstraten en -lanen: Locaties langs stadsstraten en -lanen waarlangs de mogelijkheden voor verdichting in samenhang met verbetering van de omliggende buurten kan worden verkend.

Aanvullende ontwikkelruimte na 2035 Aanvullende ontwikkelruimte uit de Omgevingsvisie 2050, na 2035: Aanvullende ontwikkelruimte uit de Omgevingsvisie 2050 die niet wordt voorzien voor ontwikkeling ten behoeve van aanvulling van de planvoorraad voor 2035.

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

Colofon

Het concept van deze Ontwikkelstrategie, Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, is opgesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam.

Contact Gemeente Amsterdam, Ruimte en Duurzaamheid Postbus 2758 1000 CT Amsterdam ontwikkelstrategie2035@amsterdam.nl www.amsterdam.nl/ontwikkelstrategie Projectleiding Rick Vermeulen (Ruimte en Duurzaamheid), Tekstredactie Arnold Korporaal Ruimtelijk onderzoek, kaarten en tekeningen Jasper Bras (coördinatie), Karolina Tatar, Mark Lebbink, Mathias Górz, Stijn van der Slot, Onno Moorman, Jurian Voets, Zeeshan Husain Opmaak Vorm de Stad

Projectteam Rick Vermeulen (Ruimte en Duurzaamheid), Joost Bos (Wonen), Jeroen Hofman (Team Maatschappelijke voorzieningen), Anne Meijer (Team Maatschappelijke voorzieningen), Simcha Goudsmit (GGD Amsterdam), Mark Bos (Communicatie), Cor de Jong (Grond en Ontwikkeling), Fabie Vrisekoop (Projectmanagementbureau), Floor Zwiers (Ruimte en Duurzaamheid) , Daniel Hogendoorn (Ruimte en Duurzaamheid), Frank van de Lustgraaf (Economische Zaken en Cultuur), Ellen Kuikman (Vervoerregio), Bas Maas (Verkeer en Openbare Ruimte), Marcel Bloemendal (Ruimte en Duurzaamheid), Mireille Vos (Ruimte en Duurzaamheid), Alexandra Jansen (Ruimte en Duurzaamheid), Harry de Vries (Ruimte en Duurzaamheid) Dank aan alle betrokkenen ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst’ is middels een open en integrale werkwijze tot stand gekomen, in opdracht van het college van B en W. De directie Ruimte en Duurzaamheid heeft daarbij een trekkende rol gehad en verschillende perspectieven en kennisvelden betrokken. Er is zowel tussen verschillende directies binnen de gemeente, als tussen de gemeentelijke organisatie en partijen in de stad en de regio, intensief samengewerkt. De directie Ruimte en Duurzaamheid dankt alle betrokkenen bij de totstandkoming van deze ontwikkelstrategie.

Fotografie Fotobank Gemeente Amsterdam, Edwin van Eis, Cécile Obertop, Marcel Israel en Sanne Couprie

69

Gemeente Amsterdam

Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst Ontwikkelstrategie 2035

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13859928/1