CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2 College van B&W 9 maart Windzoekgebieden RES

Raadscommissie Financiën en Economische Zaken 23 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: 1. Gewijzigde Amsterdamse windzoekgebieden ten behoeve van de Regionale Energie Strategie Noord- Holland Zuid 1.0Nr. VN2021-0065456.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer

VN2021-004768

Directie

rve ruimte en

College van burgemeester en wethouders

B&W

duurzaamheid

Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

Portefeuille

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt

F3

Tekst van openbare besluiten wordt gepubliceerd

Onderwerp

Instemmen met het inbrengen van de gewijzigde Amsterdamse windzoekgebieden in de regionale afstemming met de partners in de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (RES) ten behoeve van de RES 1.0.

Het college van burgemeester en wethouders besluit

1. In te stemmen met het inbrengen van de gewijzigde Amsterdamse windzoekgebieden (zoals aangegeven in bijlage 1, kaart 1) in de regionale afstemming met de partners in de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (RES) ten behoeve van de RES 1.0, met als belangrijkste punten: a) De wijzigingen zijn gedaan op basis van een belangenafweging conform het nationaal afwegingskader van de Regionale Energiestrategie (RES) dat gaat over vier aspecten: i. De hoeveelheid duurzame elektriciteit. ii. Het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. iii. De ruimtelijke inpassing en de effecten op natuur en landschap. iv. De effecten op het elektriciteitssysteem. b) De windzoekgebieden zijn verkleind en geprioriteerd ten opzichte van de concept RES. c) Na vaststelling van de RES 1.0 worden de zoekgebieden vertaald in de omgevingsvisie en volgt in de gebieden met de hoogste prioriteit een lokaal participatieproces waarin initiatiefnemers met bewoners en belanghebbenden onder regie van de gemeente samen een plan ontwikkelen voor het gebied. Hierbij geldt: i. De gemeenteraad heeft via moties voorwaarden verbonden aan medewerking aan initiatieven. De moties worden verwerkt in de RES 1.0. ii. Voorafgaand aan de medewerking aan initiatieven volgt een tussenfase. iii.

De RES 1.0, een goedgekeurd participatieplan en een zorgvuldig doorlopen lokaal participatieproces zijn geen garantie dat vergunningen daadwerkelijk worden verleend door het bevoegd gezag. iv. Een uitvoeringsprogramma RES wordt uitgewerkt. 2. In te stemmen met het machtigen van de portefeuillehouder duurzaamheid tot het maken van tekstuele wijzigingen. Reden spoed

Gegenereerd: v1.20

1

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

De benodigde bestuurlijke afstemming met alle stadsdelen en de bespreking van de reactienota op de concept RES NHZ in de gemeenteraad, in relatie tot het regionale RESproces. Kernboodschap

Het college van B&W stemt in met de gewijzigde Amsterdamse windzoekgebieden ten behoeve van de RES 1.0. De inbreng van alle partners in de energieregio NHZ leidt tot de RES 1.0, die in mei zal worden voorgelegd aan de gemeenteraad. De windambitie is ongewijzigd ten opzichte van de concept RES: minstens 50 MW extra opgesteld vermogen windenergie (totaal 127 MW) realiseren voor 2030, en de vergunningen hiervoor voor 2025 te verlenen. Op basis van alle onderzoeken en gesprekken in de afgelopen periode zijn de windzoekgebieden verkleind en geprioriteerd. Na vaststelling van de RES 1.0 volgt een uitgebreid lokaal participatieproces. Bestuurlijke achtergrond

• In de door de gemeenteraad vastgestelde concept Regionale Energiestrategie Amsterdam (concept RES Amsterdam, maart 2020) en in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (Routekaart, april 2020) is de ambitie vastgelegd om voor 2030 minstens >50MW extra vermogen windenergie te realiseren ten opzichte van de situatie in de zomer 2019 (totaal minstens 127 MW vermogen windenergie in 2030). De vergunningen moeten conform nationaal klimaatakkoord voor 2025 zijn verleend. • In Amsterdam wordt alleen medewerking verleend als het initiatief toeziet op minstens 50% lokaal eigendom (coöperatieve ontwikkeling van turbines) en met een door het college goedgekeurd participatieplan dat is opgesteld in overleg met de lokale omgeving. • In de concept RES en Routekaart zijn zeven zoekgebieden en een extra zoekgebied opgenomen voor windenergie in Amsterdam. • In de zomer van 2020 is een intentieovereenkomst getekend met de vier Amsterdamse burgercoöperaties verenigd in “Amsterdam-Wind” en bedrijvencoöperatie NDSM-energie voor medewerking om windturbines te realiseren in het gebied Noorder IJ-plas en het Cornelis Douwes terrein. • Na de totstandkoming van de concept RES tot en met heden zijn onderzoeken uitgevoerd om de windzoekgebieden te concretiseren voor de RES 1.0, conform het afwegingskader van het nationaal programma RES.

• Voordat de RES 1.0 ter besluitvorming wordt voorgelegd vindt in maart 2021 regionale afstemming plaats over de windzoekgebieden met de andere partners in de RES: de Provincie Noord-Holland, de waterschappen, netbeheerder Liander en alle betrokken (buur)gemeentes. Het voorliggende collegebesluit is de Amsterdamse inbreng voor de regionale afstemming ten aanzien van windenergie. • Planning: op 20 april 2021 wordt de RES 1.0 voorgelegd aan het college. Op 20 mei 2021 aan de raadscommissie FED en op 26 of 27 mei in de gemeenteraad voor vaststelling. • Voor juli 2021 wordt de RES 1.0 Noord-Holland Zuid naar het nationaal programma RES gestuurd voor doorrekening door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL geeft advies aan het Rijk over het bereiken van de klimaatdoelen. • De RES 1.0 en de daarin aangegeven zoekgebieden worden vertaald in de omgevingsvisie. De ontwerp omgevingsvisie lag tot begin maart ter inzage. In juni/ juli 2021 wordt de definitieve omgevingsvisie voorgelegd ter besluitvorming in de gemeenteraad. • Voor de ontwikkeling van windturbines in Amsterdam zijn verschillende juridischplanologische instrumenten belangrijk. Nu zijn dat de Structuurvisie Amsterdam 2040, de Windvisie 2012, provinciale verordeningen en bestemmingsplannen.

Gegenereerd: v1.20

2

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

Op basis van de omgevingswet worden de omgevingsvisie en het omgevingsplan de belangrijkste instrumenten. De omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt het overkoepelende, en voor de gemeente zelindende kader voor beleid, programma’s en projecten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Bestuurlijke prioriteit

Coalitieakkoord Amsterdam (2018): “Amsterdam wil het potentieel voor windmolens in onze stad maximaal benutten.” Wettelijke grondslag

Artikel 160, eerste lid, onder a, Gemeentewet Het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren Onderbouwing besluit

Ad 1a) De wijzigingen zijn gedaan op basis van een belangenafweging conform het nationaal afwegingskader van de Regionale Energiestrategie (RES) dat gaat over vier aspecten: 1. Hoeveelheid duurzame elektriciteit De gemeente vindt het belangrijk om een eerlijke bijdrage te leveren aan de strijd tegen klimaatverandering en wil de mogelijkheden die er zijn voor windturbines zoveel mogelijk benutten. Zonder daarbij onaanvaardbare schade toe te brengen aan mens en natuur. Via technische haalbaarheidsonderzoeken van Pondera, Antea Group en Bosch en Van Rijn is een inschatting gemaakt van de windpotentie per zoekgebied[1]. Uit de onderzoeken volgt dat de ambitie van de gemeenteraad van tenminste 50 MW extra opgesteld vermogen windenergie voor 2030 (totaal 127 MW) uit de concept RES te realiseren is. 2. Maatschappelijke acceptatie en draagvlak Daarnaast heeft de gemeente Amsterdam sinds de start van het RES-proces in 2019 in dialoog met bewoners en andere belanghebbenden via lokale ateliers, informatieavonden, participatieavonden, enquêtes, wensen en bedenkingen + reacties op de concept RES in beeld gebracht welke belangen er spelen. Alle verslagen van de sessies zijn gepubliceerd op de website van de Energieregio NHZ[2].

De gemeenteraad heeft in februari 2021 daarbij per motie meegegeven: • Te evalueren hoe adequaat en op welke manier Amsterdam tot op heden haar inwoners heeft geïnformeerd over het RES-proces. Daarbij te bekijken voor welke middelen/methoden/kanalen is gekozen en welke doelgroepen daarbij juist wel en niet zijn bereikt. Daaruit vervolgens lessen te trekken en het de volgende keer beter te doen.[3] • Het participatieproces tot dusver grondig te evalueren om hieruit lering te trekken voor het verder vervolg van de RES.[4] Naast het klimaatakkoord ziet de gemeente op schaalniveau van de stad in de enquêtes van Onderzoek Informatie en Statistiek (OIS) dat de meerderheid van de Amsterdammers positief is over de ambitie voor meer windturbines in Amsterdam[5]. Er zijn verschillen te zien in draagvlak voor de verschillende windzoekgebieden. Ook blijkt dat jongeren

Gegenereerd: v1.20

3

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

aanzienlijk positiever zijn over windturbines dan ouderen. Echter ziet de gemeente in het onderzoek ook dat het draagvlak onder bewoners minder is voor windturbines in de eigen woonomgeving. Deze resultaten van OIS passen in het beeld dat is verkregen tijdens de informatieavonden in de zomer 2020 en interactieve avonden in het najaar 2020. En deze resultaten zijn ook in lijn met de weerstand van verschillende groepen bewoners die zich in het afgelopen jaar tegen windturbines hebben uitgesproken in hun woongebied. Opgemerkt wordt dat dit beeld niet voorbehouden is aan Amsterdam. Ook in andere gebieden in Nederland zijn er lokale protestgroepen tegen windturbines in de woonomgeving. 3. De ruimtelijke inpassing en de effecten op natuur en landschap In een quickscan[6] is gekeken naar de windzoekgebieden in relatie tot landschappelijke waarden, cultureel erfgoed en mogelijke effecten op de natuur. Internationaal beleid, Rijksbeleid, en provinciaal beleid zijn naast elkaar gelegd en de mogelijke effecten op vogels en vleermuizen zijn in beeld gebracht. In deze fase van het proces zijn de mogelijke effecten nog algemeen beschreven omdat er geen specifieke locaties voor windturbines zijn bepaald. Als er in een gebied gedurende het lokale participatieproces specifieke locaties in beeld komen kan er nader ecologisch onderzoek worden gedaan.

In een gebied kan een windturbine een paar honderd meter verplaatsen namelijk andere ecologische effecten opleveren. Bovendien kunnen mitigerende maatregelen worden bepaald, zoals het stilzetten van windturbines gedurende de vogeltrek of in de schemer als vleermuizen actief zijn. Ook heeft Amsterdam het advies gevraagd van de Technische Adviescommissie op de Hoofdgroenstructuur Amsterdam (TAC)[7] en is de concept RES Noord-Holland Zuid voorgelegd aan de landelijke commissie MER[8] ter beoordeling. Daarnaast hebben o.a. de Natuur en milieufederatie Noord-Holland, Natuurmonumenten, Landschap Noord-Holland en leden van de Vogelbescherming een reactie gegeven op de concept RES.[9] Ruimtelijk gezien geniet het de voorkeur om windturbines zoveel mogelijk te groeperen. Dit om een versnipperd beeld in en rondom de stad te beperken. Dit principe hoeft echter solitaire turbines die als markeringspunt in het landschap kunnen dienen niet uit te sluiten. Er kan worden ingezet op verschillende grote groepen rond de stad. Vooral in het noordwesten (Havengebied) en zuidoosten (Diemerscheg). Binnen de groepen zijn er ruimtelijke aanknopingspunten voor windturbine-opstellingen zoals de verschillende verkeersknopen die de stadsentrees vormen.

Ook bedrijventerreinen, het Noordzeekanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal, snel- spoorwegen en hoogspanningsmasten kunnen aanknopingspunten voor windturbine-opstellingen zijn. 4. Elektriciteitssysteem Netbeheerder Liander heeft de gemeente Amsterdam inzicht gegeven in de belangen met betrekking tot de efficiency van het energiesysteem (zie bijlage 1, kaart 2). Dit doet de netbeheerder om de maatschappelijke kosten laag te houden en het tijdig kunnen realiseren van de klimaatdoelen. Liander heeft in juli 2020 het aanbod van de concept RES Amsterdam met minstens 50 MW wind doorgerekend: hier zijn zowel voor zon als wind geen grote knelpunten uitgekomen[10]. Op het bestaande net in Amsterdam is genoeg ruimte om opgewekte stroom terug te leveren. Liander kan het elektriciteitsnet zo efficiënt mogelijk benutten met een mix van zonneén windenergie, want er staat op een donkere dag vaak veel wind en het is vaak windstil

Gegenereerd: v1.20

4

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

bij stralend weer. De combinatie van wind en zon zorgt voor een stabielere, duurzame elektriciteitsproductie. De combinatie leidt tot lagere maatschappelijke kosten dan wanneer er alleen ingezet wordt op wind óf zon, want door de combinatie hoeft de netbeheerder het elektriciteitsnet op minder plekken te “verzwaren”. Een belangrijke factor voor lagere maatschappelijke kosten is het zoveel mogelijk combineren van opwek- én vraag naar elektriciteit. De opgewekte stroom hoeft daardoor geen grote afstanden af te leggen. Dit zorgt ervoor dat de belasting van het elektriciteitsnet minder groot is en er minder uitbreiding nodig is. In Amsterdam ligt er een robuust elektriciteitsnet vanwege de grote vraag naar elektriciteit in de stad. Voor het opwekken van elektriciteit via zon is ongeveer een factor drie meer opgesteld vermogen nodig (en dus energie-infrastructuur) dan voor het opwekken van elektriciteit via wind[11]. Ad 1b) De windzoekgebieden zijn verkleind en geprioriteerd ten opzichte van de concept RES. Op basis van alle gesprekken en onderzoeken in de afgelopen periode wordt voorgesteld de zoekgebieden te verkleinen en te prioriteren. Dit voorstel is gebaseerd op een aantal uitgangspunten, randvoorwaarden en een belangenafweging.

Bij het voorstel staat het resultaat voorop: voor 2030 tenminste 50 MW extra windenergie realiseren op Amsterdams grondgebied (totaal: tenminste 127 MW in 2030). Er zijn nog vele stappen in het proces van planvorming over de RES 1.0 tot bouw van een turbine waardoor gebieden en locaties nog af kunnen vallen. Bijvoorbeeld omdat uit onderzoek blijkt dat de geluidshinder op een specifieke locatie te groot is, of er te grote schade voor de natuur ontstaat. Om die reden wordt nu gekozen voor een substantieel hogere potentiële opbrengst in de zoekgebieden dan 50MW. Als eerste zijn alle zoekgebieden verkleind door een grens te hanteren van 350 meter tot geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen. De ervaring leert dat binnen die grens windturbines zo goed als onmogelijk zijn, omdat ze te veel hinder opleveren voor bewoners. Hierdoor vallen grote delen van de zoekgebieden af als potentiële locatie. Voor de verdere aakening wordt voorgesteld prioriteit te geven aan de clustering van turbines langs of bij infrastructuur en bedrijventerreinen. Solitaire turbines of turbines buiten infrastructuur en bedrijventerreinen zijn echter niet op voorhand uitgesloten. Er kan interesse zijn in de gebieden en/of er kunnen gunstige randvoorwaarden zijn zoals een hoge elektriciteitsopbrengst of goede aansluiting op het elektriciteitsnet.

Door hier prioriteit aan te geven blijven het havengebied, de Noorder IJ-plas, de ring A10 Noord en de Diemerscheg belangrijke zoekgebieden. Maar ook een gebied nabij IJburg, waar een hoge energieopbrengst en zeer goede aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk zijn. Vervolgens is per zoekgebied een belangenafweging gemaakt. Deze subjectieve afweging verschilt per gebied. Het is een combinatie van factoren die leidt tot een afweging. Bijvoorbeeld bij de Gaasperplas. Deze is in kaart 1 mede “rood” gekleurd vanwege de belangen voor de natuur en recreatie in het gebied. En het is voor initiatiefnemers moeilijker om windturbines in het water te ontwikkelen. Kortom, het voorstel voor het verkleinen van de zoekgebieden is maatwerk. Zoekgebieden verkleind In kaart 1 zijn alleen de gebieden overgebleven op minstens 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen[12] zoals woningen[13]. Dit wil niet zeggen dat

Gegenereerd: v1.20

5

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

windturbines in Amsterdam op 350 meter afstand van woningen worden gebouwd. Het is onmogelijk om een algemene afstand aan te geven waarmee wordt voldaan aan de geluidsnorm in Nederland[14]. Het type molen is bepalend voor de geluidscontouren. Het geluid van een windturbine is ook aankelijk van de windrichting en windsnelheid. Voor iedere windturbine of windpark moet een geluidsberekening worden gemaakt. De grens van minstens 350 meter is gebruikt omdat we uit onderzoek van Antea Group[15] vrij zeker weten dat een windturbine realiseren binnen 350 meter tot een geluidsgevoelige bestemming onmogelijk is gezien de geluidsnorm in Nederland. Vanaf 350 meter is het een geleidelijke schaal: hoe verder de afstand tot een geluidsgevoelige bestemming hoe kansrijker het wordt voor de initiatiefnemer(s) om de business case rond te krijgen. Op verdere afstand moet de turbine immers minder vaak worden stilgezet om aan de geluidsnorm te voldoen. Hoe vaker de turbine moet worden stilgezet, hoe minder de opbrengst voor de initiatiefnemer(s). Volgens de regels mag het jaargemiddelde geluidniveau (grenswaarde) Lden niet meer zijn dan 47 dB. Voor de nacht geldt een aparte norm.

Het aantal toegestane decibel voor windturbines in de wet- en regelgeving is tot stand gekomen op basis van een afweging tussen het te verwachten percentage mensen dat hinder heeft van het geluid en de noodzaak om meer duurzame energie op te wekken in een dichtbevolkt land. Deze regelgeving is erop gericht om eventuele overlast binnen aanvaardbare grenzen te houden. Ter vergelijking: de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai in Nederland is Lden = 50 dB. Zoekgebieden geprioriteerd In kaart 1 in de groen gekleurde gebieden is het de bedoeling om zo spoedig mogelijk medewerking onder voorwaarden te verlenen aan initiatiefnemers. De geel en rood gekleurde gebieden kunnen worden ingezet als de ambitie niet in de groene gebieden kan worden gerealiseerd. De hypothese is dat de windambitie in de groen gekleurde gebieden te realiseren is (zie bijlage 1, tabel 1), wetende dat in deze gebieden als gevolg van nader onderzoek in het lokale participatieproces plekken om allerlei redenen nog kunnen afvallen. Er zijn immers nog veel onzekerheden. In algemene zin heeft bij de belangenafweging de ambitie van de gemeenteraad om minstens 50 MW extra windenergie te realiseren in 2030 een belangrijke rol gespeeld. Een ambitie waar de meerderheid van de Amsterdammers achter staat en die onderdeel is van het landelijk afwegingskader.

Per zoekgebied is - in relatie tot alle zoekgebieden - steeds een afweging gemaakt tussen de natuur en milieubelangen[16], de mogelijkheden voor een ruimtelijke inpassing, de belangen van degenen met zorgen of die zich hebben uitgesproken tegen windturbines[17], de adviezen van de stadsdelen, en de belangen van de netbeheerder – steeds in relatie tot elkaar en de gestelde ambitie. Die puzzel is niet eenvoudig. En zoals eerder gecommuniceerd kan niet iedereen tevreden worden gesteld. Onderstaand is per gebied op hoofdlijnen aangegeven welke aspecten uit het nationaal afwegingskader doorslaggevend zijn geweest bij de belangenafweging. Over deze belangenafweging is intensief overleg gevoerd met de stadsdeelbestuurders. Bij de groen en geel gekleurde gebieden zijn per gebied ook belangrijke (niet uitputtende) aandachtspunten beschreven die nog van invloed kunnen zijn op de windpotentie in het gebied. Dit zijn tevens de belangen die in deze fase van het proces minder zwaar hebben gewogen. Daarnaast is in bijlage 1, tabel 1 per gebied een hypothese gegeven van het inpasbare aantal MW en aantal turbines.

Gegenereerd: v1.20

6

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

Hoogtebeperkingen door Schiphol Voor vrijwel alle zoekgebieden in Amsterdam geldt een hoogtebeperking van 146 meter vanwege de aanvliegroutes van Schiphol. De enige plek waar die hoogtebeperking niet geldt, is in het noordoosten van het zoekgebied IJburg. In het algemeen geldt hoe hoger een turbine, hoe groter de opbrengst en beter de business case. Voor een hoogte kleiner dan 120 meter is het vrijwel niet mogelijk om de business case rond te rekenen. Op basis van de individuele omstandigheden op een locatie wordt de uiteindelijke hoogte in de vervolgfase bepaald. Bij benadering wordt nu uitgegaan van windturbines van 2,2 – 3 MW in gebieden met hoogtebeperkingen. Zoekgebied 1a) Havengebied & 1b) Havengebied Zuid Dit is een industriegebied waar al windturbines staan. Dit cluster van turbines kan worden uitgebreid. In het gebied zijn ruimtelijke aanknopingspunten voor windturbines zoals havenbekkens, (snel)wegen, andere hoge objecten (kranen en schoorstenen), en het Noordzeekanaal. In de participatiesessies met bewoners en in enquêtes van Onderzoek, Informatie & Statistiek (OIS)[18] is de meeste steun geuit voor nieuwe windturbines in dit gebied. In dit gebied kunnen windturbines relatief goed tot zeer goed worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Vanuit natuur- en milieubelangen zijn er weinig bezwaren.

Vanwege natuur- en recreatiebelangen is de afweging gemaakt om de Brettenzone “geel” te kleuren. Aandachtspunten in Havengebied Zuid: • Ruimte in relatie met de vestiging van bedrijven i.v.m. de ontwikkeling van HavenStad. • Ruimte in relatie met de woningbouwplannen in Sloterdijk Centrum. • Mogelijke beperkingen door het dijklichaam op de noordgrens van de Bretten. • Te grote hoogtebeperkingen in een groot deel van het gebied. • Brettenzone: In NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland). Zoekgebied 2a) Noorder IJ-plas & 2b) Cornelis Douwes terrein Het cluster van turbines in het havengebied kan worden uitgebreid in dit gebied. Het verkeersknooppunt, de hoogspanningsmasten, het Noordzeekanaal en de al aanwezige turbine zijn ruimtelijke aanknopingspunten voor nieuwe windturbines. Deze aanknopingspunten zijn ook naar voren gekomen in de participatiesessies. In de enquêtes van OIS is na het havengebied de meeste steun geuit voor nieuwe windturbines in dit gebied. Vanuit natuur- en milieubelangen zijn er weinig bezwaren. In dit gebied kunnen windturbines relatief goed worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Aandachtspunten: • Ruimte in relatie met o.a. de gebiedsontwikkeling in Haven-Stad: de woningbouwplannen en de ontwikkeling van een park aan de oostzijde van de Noorder IJ-plas. Vooral in het gebied van het Cornelis Douwesterrein wordt het ingewikkeld om de puzzel te leggen.

• Ruimte in relatie tot de woningbouwplannen op het grondgebied van Zaanstad (Achtersluispolder) en Oostzaan (Radio 9, Zuideinde 134). Daarmee wordt rekening gehouden: Eventuele windturbines komen op voldoende afstand te staan gezien de wettelijke geluidsnormen.

Gegenereerd: v1.20

7

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

Zoekgebied 3) Ring A10 Noord In dit gebied is er ruimte voor windturbines tussen de snelweg A10 Noord en de hoogspanningsmasten. Langs deze structuren is eventueel een lijnopstelling mogelijk. Deze aanknopingspunten zijn ook naar voren gekomen in de participatiesessies. In beide onderzoeken van OIS, onder bewoners van heel Amsterdam en onder de bewoners in en rond de zoekgebieden, is het draagvlak voor dit gebied vrijwel gelijk aan het draagvlak voor dat in het gebied IJburg, Sciencepark een Zeeburgereiland. Het draagvlak van bewoners over windturbines in hun eigen woongebied is lager. Vanuit natuur- en milieubelangen zijn er aandachtspunten die te overbruggen zijn, o.a. ingebracht door de natuur- en milieuorganisaties[19]. In dit gebied kunnen windturbines relatief goed worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Aandachtspunten: • Ruimte in relatie met o.a. recreatie, volkstuinen, golaan en sportvelden. • In Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Zoekgebied 4a) Science Park Op Science Park is er wellicht één locatie voor een windturbine: in de oksel van knooppunt A10/A1 en het spoor. Deze locatie wordt nader technisch onderzocht in het kader van de gebiedsontwikkeling. Een windturbine in dit gebied past bij de duurzame ambities van de campus.

Vanwege de doorlooptijd van de gebiedsontwikkeling is de verwachting dat een eventuele vergunning niet voor 2025 kan worden verleend. In dit gebied kunnen windturbines relatief zeer goed worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Aandachtspunt: • Ruimte in relatie met de gebiedsontwikkeling en eventuele uitbreiding van het spooremplacement. Zoekgebied 4b) Zeeburgereiland & 4d) IJburg Baai & 4e) IJburg Diemerpark Deze gebieden zijn “rood” gekleurd vanwege de beperkte technische potentie, in relatie tot de gebiedsontwikkeling op Zeeburgereiland, tot de beperkte afstand over water tot de huidige bebouwing op IJburg (Baai), en de hoogspanningsmast die een eventuele ontwikkeling van turbines in het Diemerpark vrijwel onmogelijk maakt. Naast de recreatieve waarde van deze gebieden. Zoekgebied 4c) Strandeiland/ Buiteneiland Dit gebied is het enige zoekgebied in Amsterdam zonder hoogtebeperkingen door Schiphol. Dit betekent dat in dit gebied relatief veel potentie is voor duurzame opwek. Er kunnen eventueel windturbines van bijvoorbeeld 5,6 MW per stuk worden gerealiseerd. In de andere zoekgebieden is dit naar verwachting 2,2 tot 3 MW per stuk (zie bijlage 1). De strekdam is een ruimtelijk aanknopingspunt. Eventueel kunnen een of meerdere turbines in het verlengde van de strekdam worden gerealiseerd en/of als markeringspunt in het water dienen.

In de enquêtes van OIS is het draagvlak in dit gebied vrijwel gelijk aan dat van de Ring A10 Noord. Het westelijk deel is “geel” gekleurd vanwege de nabijheid van Vuurtoreneiland. Tot slot kunnen in dit gebied windturbines relatief zeer goed worden

Gegenereerd: v1.20

8

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

aangesloten op het elektriciteitsnet. In de uiteindelijke afweging is daarom het oostelijk deel van het gebied “groen” gekleurd. Aandachtspunten: • In NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland). • Nabij Natura 2000 gebied. • Ruimte voor o.a. scheepsvaart, visserij, recreatie en watersport. Zoekgebied 5a) Diemerscheg Dit gebied is al een energielandschap vanwege de aanwezigheid van de Diemercentrale en de hoogspanningsmasten die het gebied doorkruizen. In het gebied zijn ruimtelijke aanknopingspunten voor windturbines als het Amsterdam-Rijnkanaal, het verkeersknooppunt A1/A9, en het spoor. Deze aanknopingspunten werden ook genoemd in de participatiesessies. In het gebied is technisch gezien relatief veel potentie en er is zowel een clusteropstelling als een lijnopstelling mogelijk. De mogelijkheden zijn en worden besproken met de buurgemeenten en de provincie Noord-Holland, en wellicht kan het vervolgproces in het gebied samen worden opgepakt. Vanuit natuur- en milieubelangen zijn er aandachtspunten die te overbruggen zijn, o.a. ingebracht door de natuur- en milieuorganisaties[20]. In een enquête van OIS naar reacties op ideeën voor de Diemerscheg vond een meerderheid windmolens en zonnepanelen een neutraal tot een goed idee[21]. Tot slot kunnen in dit gebied windturbines relatief goed worden aangesloten op het elektriciteitsnet.

Aandachtspunt: • In NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland). • Ruimte voor recreatie. Zoekgebied 5b) Waternet locatie/ Gein & 5c) Gaasperplas Dit gebied kan samen met turbines in de Diemerscheg een nieuw cluster met windturbines vormen. Windturbines passen bij de klimaatneutrale ambitie van de Waterschappen en ruimtelijk gezien kunnen de hoogspanningsmasten als aanknopingspunt dienen. In dit gebied kunnen windturbines relatief goed worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Aandachtspunten: • In/nabij NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland). • Ruimte voor recreatie. Zoekgebied 6a) Knooppunt Holendrecht & 6b) Amstel III Samen met de bestaande turbine bij de Ouderkerkerplas kan eventueel in samenwerking met de buurgemeenten rond het verkeersknooppunt A2/A9 een klein cluster turbines worden gerealiseerd. Dit aanknopingspunt is ook naar voren gekomen in de participatiesessies. Na het havengebied en het gebied Noorder IJ-plas is de meeste steun geuit voor nieuwe windturbines in dit gebied in de enquêtes van OIS. Vanuit natuur- en milieubelangen zijn er weinig bezwaren. Het bedrijventerrein Amstel III is in de uiteindelijke afweging “geel” gekleurd in verband met de woningbouwplannen. In dit gebied kunnen windturbines relatief goed worden aangesloten op het elektriciteitsnet.

Gegenereerd: v1.20

9

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

Aandachtspunten: • In/nabij NNN-gebied (Natuur Netwerk Nederland). • Ruimte in relatie met recreatie en de golaan. Zoekgebied 7) Kop Amstelscheg Dit gebied is “rood” gekleurd vanwege de beperkte technische potentie (ook vanwege de hoogtebeperkingen) in relatie tot de recreatieve waarde van het gebied. Extra zoekgebied De status is niet veranderd ten opzichte van de concept RES. Dit gebied is niet specifiek onderzocht. Ad 1c) Na vaststelling van de RES 1.0 worden de zoekgebieden vertaald in de omgevingsvisie en volgt in de gebieden met de hoogste prioriteit een lokaal participatieproces waarin initiatiefnemers met bewoners en belanghebbenden onder regie van de gemeente samen een plan ontwikkelen voor het gebied. Amsterdam hecht grote waarde aan betrokkenheid van Amsterdammers en inwoners van buurgemeenten. Na vaststelling van de RES 1.0 wordt een tussenstap gezet voordat de gemeente medewerking verleend aan een initiatief. De gemeente zal in deze tussenstap samen met het betreffende stadsdeel en eventueel initiatiefnemer(s) nog een keer in gesprek gaan met bewoners(groepen) en andere belanghebbenden om o.a. te onderzoeken of er voorkeurslocaties zijn. Vervolgens ontwikkelen gemeente, initiatiefnemer(s), bewoners en belanghebbenden samen een participatieplan voor het gebied. Na goedkeuring door het college wordt het plan uitgevoerd en wordt er verantwoording over afgelegd.

Naast meedoen bij de ontwikkeling van de plannen wil de gemeente dat de bewoners ook kunnen meeprofiteren van de opgewekte elektriciteit. Ook diegenen met een kleine portemonnee. Amsterdammers en inwoners van buurgemeenten kunnen op verschillende manieren profiteren: 1. Door lid te worden van een windcoöperatie en mee te investeren in Amsterdamse windturbines, en zo mede-eigenaar te worden. De burgercoöperaties verenigd in “Amsterdam-Wind” zijn o.a. bewoners van Amsterdam. Het benodigde eigen vermogen om de bankfinanciering voor het windpark rond te krijgen wordt opgehaald onder de leden van de coöperatie. Leden van de coöperaties kunnen participeren door leningen te verstrekken. Iedere inwoner kan via de coöperatie op deze manier ‘mede-eigenaar’ worden van het windpark en via de Algemene Leden Vergadering (ALV) van de coöperatie meebeslissen over de hoogte van de uitkering van het rendement op de leningen. 2. Via het Omgevingsfonds

Gegenereerd: v1.20

10

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

Een windpark draagt in de exploitatiefase een vast bedrag per geproduceerde MWh elektriciteit af aan een omgevingsfonds. Het beheer en zeggenschap over de besteding van dat fonds kan zodanig worden ingericht dat het fonds ten goede komt aan de kwaliteitsverbetering van de directe omgeving van het project. Bewoners in de omgeving kunnen zeggenschap krijgen over de besteding van de middelen uit het fonds. Dit kan in overleg met de belanghebbenden in de omgeving worden uitgewerkt in het lokale participatieproces. 3. Omwonendenregeling Voor diegenen in de directe omgeving die niet willen of kunnen investeren kan een omwonendenregeling worden uitgewerkt. Voorbeelden daarvan zijn goedkope stroomafname of een eenmalige vergoeding, aankelijk van de afstand tot de windturbines. Dit kan in overleg met de belanghebbenden in de omgeving worden uitgewerkt in het lokale participatieproces. Deelname met krappe beurs Lid worden van een coöperatie is laagdrempelig. In een coöperatief financieel participatiemodel geldt vaak het ‘one man, one vote’ principe. De stem van iemand met een lagere financiële participatie telt even zwaar als de stem van iemand met een hogere financiële participatie. Mensen die niet lid willen worden, niet kunnen of willen investeren kunnen wel meebeslissen over de besteding van het omgevingsfonds of omwonendenregeling.

Het omgevingsfonds kan op een manier worden ingezet zodat ook mensen die niet mee-investeren toch meeprofiteren. Bijvoorbeeld kan dit door uit het fonds financieel bij te dragen aan het verduurzamen van woningen met isolatie en zonnepanelen of door een financiële bijdrage aan de maandelijkse energienota. Onderzoek van het RIVM toont aan dat lokale procesparticipatie, financiële participatie en lokaal eigenaarschap de maatschappelijke acceptatie ten aanzien van windturbines bevordert: “De literatuur liet duidelijk zien dat omwonenden minder hinder hebben van de windturbines als ze betrokken werden bij de plaatsing ervan. Door mee te kunnen denken over de plaatsing en de balans tussen kosten en baten, ervaren omwonenden minder hinder. Het is daarom belangrijk zorgen van omwonenden serieus te nemen en hen te betrekken bij het planningsproces en de plaatsing van windturbines.[22]” De gemeente Amsterdam heeft daarbij niet de illusie dat bewoners die zich hebben uitgesproken tegen windturbines uiteindelijk blij gaan zijn met een windturbine in hun woonomgeving, maar verwacht wel dat met het lokale participatieproces de maatschappelijke acceptatie ten aanzien van windturbines toeneemt. Na vaststelling van de RES 1.0 en in de vervolgfase van medewerking aan initiatiefnemers volgt een intensief participatieproces. Hiervoor heeft de gemeenteraad voorwaarden meegegeven.

In de RES 1.0 wordt aangegeven hoe aan onderstaande moties zal worden voldaan: • Bij de plaatsing van een windturbine wordt altijd een milieueffectrapportage (MER) aangevraagd.[23]

Gegenereerd: v1.20

11

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

• In de relevante stadsdelen worden expertsessies voor bewoners georganiseerd waar zij hun vragen kunnen stellen en zorgen kunnen bespreken. Bij deze sessies wordt rekening gehouden met de diverse groepen die in het stadsdeel wonen en de inhoud wordt op een zo laagdrempelig mogelijke manier gepresenteerd. Er wordt gestreefd naar dat zo’n breed mogelijke groep bewoners aan deze sessies kan deelnemen.[24] • In het participatietraject rond de plaatsing van windturbines en zonnepanelen ervoor te zorgen dat alle omwonenden en belanghebbenden worden geïnformeerd en uitgenodigd. Naast digitale participatie ook te zorgen voor fysieke bewonersbijeenkomsten in de betreffende buurten. Meer tijd uit te trekken voor het participatietraject wanneer corona beperkingen het onmogelijk of ingewikkeld maken om fysieke bewonersbijeenkomsten te organiseren. En de raad verslag te doen van het participatietraject.[25] • Er wordt een heldere analyse gemaakt in welke mate omwonenden bij de plaatsing van windturbines extra risico lopen op gezondheidsschade gezien de huidige criteria waarop de windturbines geplaatst kunnen worden ten opzichte van de woonwijk.

Daarnaast wordt aangegeven welke opties er zijn om deze risico’s maximaal te verminderen en krijgt de gezondheid van omwonenden een zodanig prominente rol in het besluitvormingsproces rond de RES, dat het belang van de volksgezondheid altijd geborgd is bij de afweging waar windturbines komen te staan.[26] • De Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land integraal toe te passen in de verdere participatietrajecten van de gemeente rond wind op land.[27] • Te onderzoeken hoe we redelijkerwijs windturbineontwikkelaars kunnen stimuleren en faciliteren zoveel mogelijk geluidshinder beperkende maatregelen toe te passen. En daarbij te onderzoeken of, naar voorbeeld van Utrecht, het gebruik van ‘Best available technology’ op het gebied van geluid als voorwaarde kan worden gesteld bij het verlenen van vergunningen. En in de participatie en voorlichting over windturbines bewoners van Amsterdam expliciet voor te lichten over deze mogelijkheden.[28] • De diverse belangen genoemd in motie 83 worden onderzocht en opgenomen in een helder afwegingskader dat laat zien welke belangen doorslaggevend zijn bij het vaststellen van een locatie van windturbines. En dit afwegingskader voorlegt aan de raad.

Het college toont bij elke locatie expliciet aan waarom zij van mening is dat de locatie geen onaanvaardbare risico’s meebrengt voor de gezondheid.[29] • In het burgerparticipatietraject gebruik te maken van toegepaste audiovisuele simulatie technieken die al worden gebruikt om vliegtuiglawaai in kaart te brengen. [30] Gemeente voert regie tijdens het lokale participatieproces Vanuit de gemeente worden de initiatiefnemers begeleid door een lokale procesmanager die erop toeziet dat het proces conform de afspraken verloopt. De procesmanager houdt ook doorlopend contact met de buurgemeenten en met de omwonenden en andere belanghebbenden. Aankelijk van de periode kan de gemeente desgewenst meer of minder op de voorgrond treden of een andere rol nemen in het proces. Goedgekeurd participatieplan geen garantie voor vergunning

Gegenereerd: v1.20

12

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

De RES 1.0, een goedgekeurd participatieplan en een zorgvuldig doorlopen lokaal participatieproces zijn geen garantie dat vergunningen daadwerkelijk worden verleend door het bevoegd gezag. Deze garantie kan niet worden gegeven, omdat de locaties voor windturbines waarvoor gedurende het lokale participatieproces onderzoeken uitgevoerd worden pas in beeld komen gedurende ditzelfde proces. Dit maakt de projectvoorbereidingsfase voor initiatiefnemers risicovol. Daarom kan Amsterdam initiatiefnemers in deze fase financieel steunen, bijvoorbeeld met een subsidie vanuit de regeling “ruimte voor duurzaam initiatief” en/of met een lening. Daarnaast gaat Amsterdam met coöperaties en in overleg met andere overheden onderzoeken hoe initiatiefnemers structureel kunnen worden geholpen met het ontwikkelen en behouden van de noodzakelijke kennis om initiatieven te ontplooien. Als in lijn met het klimaatakkoord en de wens van de gemeenteraad een grote inzet wordt verwacht van (nieuwe) burgercoöperaties bij de ontwikkeling van windturbines, dan moet ervoor worden gezorgd dat de (vaak vrijwillige) leden de noodzakelijke steun krijgen. De rol van de gemeente wordt nader uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma RES en apart ter besluitvorming voorgelegd. Ad 2).

In te stemmen met het machtigen van de portefeuillehouder duurzaamheid tot het maken van tekstuele wijzigingen en tot het bepalen van het moment van openbaarmaking van het besluit. De RES 1.0 is een college brede verantwoordelijkheid en raakt alle bestuurlijke portefeuilles. Het is om die reden denkbaar dat collegeleden nog aanvullende opmerkingen hebben. Deze zullen nog verwerkt worden voordat de stukken worden openbaar gemaakt. [1] De onderzoeken zijn gepubliceerd op: https://energieregionhz.nl/documenten#amsterdam [2] https://energieregionhz.nl/documenten#amsterdam [3] Dit is conform motie #43 van de leden Kreuger (JA21) en Boomsma (CDA) inzake reactienota Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid: Evaluatie informatievoorziening RES proces. [4] Dit is conform motie #73 van het lid Kiliç inzake evaluatie en verbetering participatieproces.

[5] https://data.amsterdam.nl/artikelen/artikel/Ruime-meerderheid-is-positief-over-extrawindturbines/cc316f8e-eddb-4d71-8f89-294f45fd6202/ [6]https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9733908/1/Bijlage_Quickscan %20Landschapswaarden%20en%20natuurwaarden%20RES%20gebieden%20Amsterdam [7] https://energieregionhz.nl/app/uploads/2020/10/Bijlage-42-TAC-advies-DEF-RegionaleEnergie-Strategie-NH-Zuid-29-september-2020.pdf [8] https://commissiemer.nl/adviezen/3484 [9] https://energieregionhz.nl/app/uploads/2020/10/Reacties-concept-RES-NHZupdate-20201002.pdf

Gegenereerd: v1.20

13

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

[10] https://energieregionhz.nl/app/uploads/2020/10/Aanbevelingen-voor-systeemefficientieNoordHollandZuid-okt2020.pdf [11] Zie pagina 10 op: https://www.netbeheernederland.nl/_upload/RadFiles/New/Documents/ Net-NL-nr32.pdf [12] https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/wet-geluidhinder/wghgeluidsgevoelige/ [13] Uitgezonderd de bedrijfswoningen op het industrieterrein in het havengebied en Sloterdijken. [14] https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/duurzame-energie-opwekken/ windenergie-op-land/milieu-en-omgeving/geluid-en-windmolens/geluid-en-windmolensalgemeen [15] Het onderzoek is gepubliceerd op: https://energieregionhz.nl/documenten#amsterdam [16] O.a. gebaseerd op de eerder genoemde QuickScan, en op de inbreng van de Natuur en milieufederatie Noord-Holland, Natuurmonumenten, Landschap Noord-Holland, Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur.. [17] O.a. ingebracht door Windalarm IJburg/Amsterdam, bewoners rond de Noorder IJplas, Vogelbescherming, Stichting behoud Waterland, Coalitie Blauwe Hart Natuurlijk, Stichting Natuurbescherming ZO, Stichting Beschermers Amstelland, Vereniging Amsteloever, Vereniging Spaar het Gein, Gemeentes Ronde Venen, Zaanstad, Landsmeer, Oostzaan en Weesp. [18] https://data.amsterdam.nl/artikelen/artikel/Ruime-meerderheid-is-positief-over-extrawindturbines/cc316f8e-eddb-4d71-8f89-294f45fd6202/ [19] Zie o.a.

de inbreng van de Natuur en milieufederatie Noord-Holland, Natuurmonumenten, en Landschap Noord-Holland: https://energieregionhz.nl/app/uploads/2020/10/Bijlage-29Reactie-op-zoekgebieden.pdf [20] Zie o.a. de inbreng van de Natuur en milieufederatie Noord-Holland, Natuurmonumenten, en Landschap Noord-Holland: https://energieregionhz.nl/app/uploads/2020/10/Bijlage-29Reactie-op-zoekgebieden.pdf [21] https://data.amsterdam.nl/publicaties/publicatie/ontwikkeling-groen-en-recreatie-indiemerscheg/7176c199-4176-4e78-8e07-a80569212098/ [22] https://www.rivm.nl/publicaties/health-effects-related-to-wind-turbine-sound-update [23] Dit is conform motie #35 van het lid Kreuger (JA21) inzake reactienota Regionale Energiestrategie Noord-Holland Zuid: Altijd een milieueffectrapportage (MER). [24] Dit is conform motie #67 van de leden Heinhuis, Groen, Timman en N.T. Bakker inzake expertsessies voor bewoners onderdeel van participatietraject. [25] Dit is conform motie #72 van het lid N.T. Bakker inzake participatie RES.

Gegenereerd: v1.20

14

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

[26] Dit is conform motie #71 van de leden N.T. Bakker en Timman inzake volksgezondheid en windturbines. [27] Dit is conform motie #77 van de leden Groen en Heinhuis inzake het integraal toepassen Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land. [28] Dit is conform motie #78 van de leden Groen en Heinhuis inzake stimuleer innovatieve oplossingen tegen geluidshinder windturbines. [29] Dit is conform motie #83 van de leden Timman en Heinhuis inzake helder afwegingskader en gezondheidstoets. [30] Dit is conform motie #84 van het lid Timman inzake gebruik toegepaste audiovisuele techniek bij burgerparticipatie om overlast goed in kaart te brengen

Participatie

• Beleidsfase: een overzicht van het participatieproces voor de totstandkoming van de concept RES en RES 1.0: zie bijlage 2. • Planvoorbereidingsfase: Een lokaal participatieproces is gestart in het gebied Noorder IJ-plas en het Cornelis Douwes terrein. Een intentieovereenkomst is in de zomer 2020 gesloten met de initiatiefnemers Amsterdam-Wind en NDSM-energie op basis van de vigerende Windvisie 2012. • De initiatiefnemers en gemeente hebben in zomer 2020 twee startbijeenkomsten voor bewoners en belanghebbenden georganiseerd[1] om input op te halen voor het participatieplan. Op 17 november 2020 is het concept-participatieplan[2] besproken met de bewoners en belanghebbenden en is opnieuw input opgehaald.[3] Deze input is verwerkt door de initiatiefnemers. Het participatieplan wordt op korte termijn ter goedkeuring voorgelegd aan het college, en gaat daarna ter kennisname naar de raadscommissie. Na goedkeuring wordt het participatieplan uitgevoerd en wordt verantwoording afgelegd over het proces. • De planvoorbereidingsfase in de andere windzoekgebieden is aankelijk van besluitvorming over de RES 1.0 en de omgevingsvisie.

[1] Zie verslag NIJP: https://energieregionhz.nl/documenten#amsterdam [2] Zie: https://amsterdam-wind.nl/home/meepraten-op-17-november/ [3] Voor bijeenkomst van de Noorder IJ-plas op 17 november 2020: Voor bespreking van het concept participatieplan zijn 17.000 brieven in Oostzaan/Zaanstad en 8.000 in Amsterdam verstuurd (op basis van bijvoegen bij de weekkrant) en 120 aanmeldingen ontvangen. Verspreiding brief binnen straal van 2 kilometer rond het zoekgebied.

Financiële onderbouwing Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties.

Communicatie

Gegenereerd: v1.20

15

Portefeuille

Gemeente Amsterdam

Duurzaamheid en Circulaire Economie (29)

Agendapunt F3

B&W

College van burgemeester en wethouders Spoedvoordracht voor de College vergadering van 09 maart 2021

Binnen de gemeente

Opnemen in besluitenlijst

Buiten de gemeente

We informeren partners in de RES Noord-Holland Zuid, colleges van BenW van buurgemeenten, portefeuillehouders en stadsdeelcommissies. Via diverse kanalen en middelen informeren we bewoners, betrokkenen en organisaties over de zoekgebieden en de wijze van besluitvorming in de RES 1.0. Na besluitvorming over de RES 1.0 volgt een uitgebreid communicatie en participatietraject. Documenten Registratienr.

Naam

AD2021-023292

1. bijlage_aangepaste kaart zoekgebieden wind RES1.0_210304.pdf (pdf)

AD2021-023293

2. bijlage_overzicht participatiestappen beleidsfase RES.pdf (pdf)

AD2021-023290

3. raadsbrief_gewijzigde_zoekgebieden_RES_1.0_11h50.docx (msw12)

AD2021-023291

4. commissievoordracht_FED_raadsinformatiebrief_gewijzigde_zoekgebieden_wind_ter_kennisname 210305.docx (msw12)

AD2021-023296

Advies (pdf)

AD2021-017100

College van B&W Voordracht (pdf)

AD2021-026869

GEWIJZIGD 3. Raadsbrief_gewijzigde_zoekgebieden_RES_1.0.pdf (pdf)

AD2021-026709

GEWIJZIGD Bijlage 1. Kaart windzoekgebieden .pdf (pdf)

AD2021-026708

GEWIJZIGD Bijlage 2. participatie .pdf (pdf)

Behandelend ambtenaar of indienend raadslid (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Ruimte en Duurzaamheid, Rob Smiers, r.smiers@amsterdam.nl, 0620633937. Ruimte en Duurzaamheid, Juliane Kürschner, J.Kurschner@amsterdam.nl, 0651408185. Besluit college van burgemeester en wethouders

Conform besloten, voorts wordt de portefeuillehouder gemachtigd tot het maken van tekstuele wijzigingen en tot het bepalen van het moment van openbaarmaking

Gegenereerd: v1.20

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9903604/1