2. Centrumeiland Blok 3 en 16 Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 En 16
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 en 16
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.M2104BPGST-VG01
Datum print
22 December 2022
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Hoofdstuk 4
5 Inleidende regels
6
Begrippen Wijze van meten
6 13
Bestemmingsregels
14
Groen - 1 Tuin Verkeer Wonen
14 15 16 17
Algemene regels
20
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels
20 21 22 23
Overgangs- en slotregels
24
Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel
24 25
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 5
Regels
Gemeente Amsterdam
blz. 6
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.0363.M2104BPGST-VG01 van de gemeente Amsterdam; 1.2
bestemmingsplan:
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6
bed & breakfast
het gedeeltelijk gebruiken van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt; 1.7
bedrijf
inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht,groothandel, opslag en /of transport; 1.8
bedrijfsverzamelgebouw
een gebouw dat meerdere bedrijven huisvest; 1.9
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.10
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 7
1.11
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.12
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.13
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.14
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren is begrensd; 1.15
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.17
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19
broedplaats
een verzamelgebouw van (betaalbare) werkplekken (co-workspaces), met onder andere ateliers, oefenruimtes en werkplaatsen voor kunstenaars; 1.20
brutovloeroppervlakte (bvo)
de totale oppervlakte van bouwlagen met inbegrip van bouwconstructies, magazijnen, dienstruimten, bergingen etc.;
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.21
consumentverzorgende dienstverlening
persoonlijke verzorging van consumenten, waaronder kapperszaken, schoonheidsinstituten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven; 1.22
dakopbouw
terug liggende bouwlaag die geplaatst wordt op een gedeelte van het onderliggende platte dak van een woning of woongebouw, ten behoeve van één of meer van de daaronder gelegen woningen, ter vergroting van de woonruimte; 1.23
dakterrassen
een buitenruimte op een plat dak met bijbehorende afrastering en vloerconstructie ten dienste van de bewoners van de erop aansluitende woning(en); 1.24
dakuitbouw
een uitbouw van een (schijn)kap, waarbij de aansluiting van de uitbouw op het dakvlak onder de nok van het dak blijft; 1.25
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren of het leveren van goederen aan in hoofdzaak personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.26
dove gevel
de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB, alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte; 1.27
eerste bouwlaag of plint
de bouwlaag op de begane grond; 1.28
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.29
evenement
het geheel van activiteiten dat plaatsvindt bij een voor het publiek toegankelijke gebeurtenis op of aan de weg, openbaar groen of het openbaar water, met uitzondering van: a. een manifestatie in de zin van de Wet openbare manifestaties; b. een optocht; c. het organiseren van een voetbalwedstrijd van het betaald voetbal;
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 9
d. markten als bedoeld in de Verordening op de straathandel; 1.30
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31
geluidsgevoelige functies, gebouwen of ruimten
bewoning of andere geluidgevoelige functies (of de gebouwen die daartoe dienen) en geluidgevoelige ruimten zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.32
geluidsluwe gevel of stille zijde
een gevel of geveldeel met een geluidbelasting van maximaal de voorkeursgrenswaarde; 1.33
groenvoorzieningen
ruimten in de open lucht, wel of niet verhard, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, plantsoenen, speelplaatsen, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren; 1.34
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezelijking van de geldende of toekomstige bestemming van het perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.35
horeca I
Fastfood (waaronder begrepen automatiek, snackbar, loketverkoop, fastfoodrestaurant en naar de aard daarmee te vergelijken functies). 1.36
horeca III
Café (waaronder begrepen café, bar en naar de aard daarmee te vergelijken bedrijven). 1.37
horeca IV
Restaurant (restaurant, koffie-, en theehuis, lunchroom, juicebar en naar de aard daarmee te vergelijken functies). 1.38
huishouden
een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren. 1.39
internetcafé
een voor publiek toegankelijke gelegenheid waar de hoofdactiviteit wordt gevormd door het bedrijfsmatig gelegenheid bieden tot internet.
Gemeente Amsterdam
blz. 10
1.40
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten met een administratief karakter, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.41
kap
een bijzondere bouwlaag waarvan de dakconstructie bestaat uit ten minste één hellend dakvlak; 1.42
kelderconstructie
een ruimte onder een bouwvlak die geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen is; 1.43
kruipruimte
ruimte onder de beganegrondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder het gebouw. 1.44
kwetsbaar object
object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.45
maatschappelijke dienstverlening
het verlenen van diensten op het gebied van overheids-, educatieve-, welzijns(para-)medische,sociaal-medische, levensbeschouwelijke, sociaal-culturele recreatieve en sportvoorzieningen; 1.46
nutsvoorziening
een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding, de distributie van gas, water en elektriciteit, de telecommunicatie, en openbaar vervoer, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen wko-installaties, transformatorhuisjes, gemalen, telefooncellen en zendmasten; 1.47
onzelfstandige woning
woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen; 1.48
ontwateringsdiepte
de afstand van de onderkant van de vloer tot het grondwater. 1.49
opslag
het bedrijfsmatig opslaan, verpakken en verhandelen van goederen, niet zijnde detailhandel;
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 11
1.50
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.51
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.52
peil
Onder het peil wordt verstaan: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het N.A.P 1.53
praktijk of vrije beroepsuitoefening aan huis
dienstverlening, voornamelijk bestaande uit hoofdarbeid, waarbij in overwegende mate de woonfunctie behouden blijft; 1.54
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin handelingen of vertoningen plaatsvinden van erotische en/of pornografische aard. Hieronder wordt in ieder geval verstaan: a. een prostitutiebedrijf: een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen met anderen tegen een materiële vergoeding; b. erotisch getinte vermaaksfunctie: Een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische / pornografische aard, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een erotische videotheek, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, wel of niet in combinatie met elkaar; 1.55
souterrain
een bijzondere bouwlaag waarbij de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het gemiddeld aangrenzend straatpeil is gelegen; 1.56
speelvoorzieningen
speeltoestellen, maar ook de jeu de boule baan; 1.57
staat van inrichtingen
de als bijlage opgenomen lijst, behorende bij deze regels, waarin vormen van gebruik anders dan wonen, zijn aangegeven, ingedeeld in categorieën van toenemende hinder;
Gemeente Amsterdam
blz. 12
1.58
verbeelding
de verbeelding van het bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 en 16 bestaande uit de kaart NL.IMRO.0363.M2104BPGST-VG01. 1.59
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.60
waterstaatsdoeleinden
voorzieningen ten behoeve van waterbeheersing en waterhuishouding in de ruimste zin; 1.61
wonen
Het houden van verblijf, het huren en tevens (laten) bewonen van kamers of het gehuisvest zijn in een woning, al dan niet gecombineerd met zorgfuncties die naar intensiteit en tijdsduur beperkt zijn. 1.62
woning
Een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of maximaal vier personen, of daarmee gelijk te stellen woonvormen. 1.63
zakelijke dienstverlening
het verlenen van diensten die bestaan uit het verlenen van economische of commerciële diensten aan derden, waarvan de uitoefening geschiedt in een rechtstreeks contact met het publiek, zoals banken, reisbureaus;
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 13
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
de oppervlakte van een bouwwerk of de bebouwingsoppervlakte
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4
horizontale diepte
de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd. 2.5
verticale bouwdiepte of de bouwdiepte
vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Groen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterberging; met daaraan ondergeschikt: b. c. d. e.
plantsoenen; parken; groenvoorzieningen; waterlopen en waterpartijen;
en met de daarbij behorende: f. straatmeubilair en speelvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; 3.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 13.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen, worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte van speelvoorzieningen maximaal 4 meter bedraagt; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 3 meter bedraagt. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1
Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. verharding of halfverharding aan te brengen. 3.3.2
Uitzondering
Het in lid 4.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 3.3.3
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1 kan alleen worden verleend indien is aangetoond dat het waterbergend vermogen niet verslechterd en advies is ingewonnen bij de waterbeheerder.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 15
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' voor al dan niet gebouwde parkeervoorzieningen, waarbij geldt dat deze maximaal 50% van het bestemmingsoppervlak mogen beslaan. c. bijbehorende erfontsluitingen; en met de daarbij behorende: d. water en waterstaatsdoeleinden; e. nutsvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
Op en onder de in de in lid 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende regels: 4.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; b. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan: 1. 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.3
Specifieke gebruiksregels
Het gebruik dan van gronden binnen deze bestemming als bedoeld in artikel 4.1 is slechts toegestaan voor zover op het erf wordt voorzien in een minimale waterverwerkingscapaciteit van hemelwater van 60 liter per m2 erfoppervlak in één uur door middel van waterberging, hergebruik en/of infiltratie; hieronder wordt mede verstaan het verwerken van hemelwater dat valt op het dak van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken van het betreffende erf, waarbij: 1. mag worden voorzien in het afvoeren van het meerdere naar openbaar gebied, en; 2. hemelwater dat valt op het dak van het hoofdgebouw mag worden afgevoerd naar openbaar gebied tot een maximaal debiet van 1 liter/m2/uur.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
waterberging; verblijfsgebied; wegen; voet- en fietspaden; kunstwerken, zoals viaducten, tunnels, bruggen; parkeervoorzieningen;
met de daarbij behorende g. lichtmasten h. taluds; i. bermen en beplanting en overige groenvoorzieningen; j. geluid- en lichtschermen; k. waterlopen; l. waterstaatsdoeleinden; m. straatmeubilair; n. ondergrondse afvalcontainers; o. ondergrondse infrastructuur; p. nutsvoorzieningen; q. andere bijbehorende verkeerskundige voorzieningen. 5.2
Bouwregels
Op en onder de in de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende regels: 5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan: 1. 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 8 meter voor lichtmasten. 3. 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 17
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen al dan niet in combinatie met praktijkruimte of vrije beroepsuitoefening aan huis; b. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' tevens voor horeca, detailhandel, kleinschalige bedrijven en maatschappelijke voorzieningen; c. in aanvulling op het bepaalde onder b geldt dat maatschappelijke voorzieningen enkel op de begane grond en eerste verdieping gerealiseerd mogen worden; d. in aanvulling op het bepaalde onder b geldt dat horeca, detailhandel en kleinschalige bedrijven, enkel op de begane grond gerealiseerd mogen worden. e. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' tevens voor een kinderdagverblijf. met de daarbij behorende f. g. h. i. j.
waterlopen; waterberging; waterstaatsdoeleinden; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen.
6.2
Bouwregels
Op en onder de in de in lid 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende regels: 6.2.1
Gebouwen
a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' gelden de volgende regels: 1. een gebouw moet minimaal 2,8 meter achter de grens van het bouwvlak te worden gebouwd; 2. de onder 1 genoemde terugspringende rooilijn wordt gerealiseerd tot een bouwhoogte van 7 meter; 3. tussen een bouwhoogte van 7 meter tot 15 meter wordt op de grens van het bouwvlak gebouwd. d. het oprichten van geluidsgevoelige objecten in de eerste lijn langs de Pampuslaan is slechts toegestaan indien de geluidsgevoelige objecten voorzien zijn van een dove gevel; e. woningen die moeten worden voorzien van een dove gevel dan wel of waarvoor een hogere grenswaarde voor geluid is vastgesteld, dienen te worden voorzien van minimaal één geluidsluwe gevel; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt dat de gevel over de gehele hoogte van het gebouw uitgevoerd moet worden met een dove gevel'. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan: 1. 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Maximaal aantal woningen
a. Het totaal aantal woningen dat binnen de grenzen van dit bestemmingsplan gerealiseerd mag worden bedraagt 245; b. In aanvulling op het bepaalde onder a mogen maximaal 80 onzelfstandige woningen worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. één onzelfstandige woning telt als 0,5 woning; 2. de brutovloeroppervlakte van een onzelfstandige woning bedraagt maximaal 40 m2. 6.3.2
Wonen
a. het gebruik van een woonruimte ten behoeve van bed & breakfast is niet toegestaan. 6.3.3
Afwijken wonen
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.3.2, onder a. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. De geldigheidsduur wordt gelijkgesteld aan die van de vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening. 6.3.4
Voorzieningen
a. Ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' mogen maximaal 750 m² voorzieningen gerealiseerd worden, waarvan per functie maximaal de volgende m² zijn toegestaan: 1. detailhandel: 500 m², met een maximum van 250 m² per vestiging; 2. maatschappelijke voorzieningen: 500 m²; 3. bedrijven: 350 m², met een maximum van 150 m² per vestiging; 4. horeca I, III en IV: 150 m²; 6.3.5
Waterberging
Het gebruik als bedoeld in artikel 6.1 is slechts toegestaan voorzover op het erf wordt voorzien in een minimale waterverwerkingscapaciteit van hemelwater van 60 liter per m2 erfoppervlak in één uur door middel van waterberging, hergebruik en/of infiltratie; hieronder wordt mede verstaan het verwerken van hemelwater dat valt op het dak van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken van het betreffende erf, waarbij: 1. mag worden voorzien in het afvoeren van het meerdere naar openbaar gebied, en;. 2. hemelwater dat valt op het dak van het hoofdgebouw mag worden afgevoerd naar openbaar gebied tot een maximaal debiet van 1 liter/m2/uur. 6.3.6
Praktijkruimte en vrije beroepsuitoefening
Ten aanzien van praktijkruimte of vrije beroepsuitoefening aan huis geldt dat maximaal 50 % van het bruto vloeroppervlak van de woning gebruikt mag worden voor praktijkruimte of vrije beroepsuitoefening. 6.4
Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2.1 onder d t/m f ten behoeve van het bouwen van : a. geluidsgevoelige objecten zonder dove gevel indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat: 1. de gevelbelasting van de geluidsgevoelige objecten voldoen aan de door het bevoegd gezag voor dit bestemmingsplan vastgestelde hogere grenswaarden zoals vastgesteld bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam op DATUM met
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 19
kenmerk XXX, of; 2. de gevelbelasgin van de geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijke voorgeschreven voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai. b. geluidgevoelige objecten zonder geluidluwe gevel indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de gevelbelasting van de geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk voorgeschreven voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 21
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Toegestane overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bebouwings- en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1/10 van de breedte van de aangrenzende straat met een maximum van 1 meter en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg dan wel 2,4 meter boven een rijwielpad of voetpad, dat geen deel uitmaakt van de bedoelde strook van 1,5 meter; c. hijsinrichtingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter en deze werken niet lager gelegen zijn dan 4,2 meter boven het aangrenzende straatpeil; d. trappenhuizen, dakterrassen, hekwerken en dergelijke mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 meter, waarbij geldt dat de afstand tussen de overschrijding en de dakrand minimaal 2 meter bedraagt. e. de hoogte voor het bouwen van een constructie voor het overbruggen van een terreinhoogteverschil bedraagt maximaal 2 meter. 8.2
Overige algemene bouwregels
De in dit plan begrepen gronden mogen uitsluitend worden bebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. er mag alleen gebruik gemaakt worden van niet-uitloogbare materialen in de buitenzijde van bouwwerken; b. kelderconstructies binnen het plangebied worden niet dieper gebouwd dan 1 meter onder N.A.P.; c. bij kruipruimteloos bouwen wordt een minimale ontwateringsdiepte aangehouden van 0,5 meter. d. De maximale hoogte van een kruipruimte is 1 meter; e. het gestelde onder sub d geldt niet indien een infiltratievoorziening is gerealiseerd binnen 1 meter van de gevel van het bouwwerk. f. In het plangebied worden kadeconstructies waterdoorlatend uitgevoerd. 8.3
Parkeren
a. Ten aanzien van parkeren gelden de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in vastgestelde beleidsregel Nota parkeernormen Auto d.d 17 juni 2018 met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. b. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt dat indien gedurende de planperiode de beleidsregel wordt gewijzigd, ook rekening gehouden dient te worden met deze wijziging.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), wordt in ieder geval begrepen het gebruiken, of laten gebruiken, van gronden of bouwwerken ten dienste van: a. bedrijven die worden begrepen onder bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; b. automatenhallen, seksinrichtingen, belwinkels, smartshops, coffeeshops, internetcafés en geldwisselkantoren, één en ander behoudens de op grond van hoofdstuk 2 toegestane locaties; c. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. opslagplaats van bagger en grondspecie, tenzij zulks plaatsvindt langs een waterloop en in verband met het onderhoud van de waterloop. 9.2
Overige gebruiksregels
De in dit plan begrepen gronden en bebouwing mogen uitsluitend worden gebruikt met inachtneming van de volgende bepalingen: a. 93% van de neerslag op het Strandeiland, Buiteneiland en Centrumeiland dient op deze eilanden geborgen of geïnfiltreerd te worden; b. functies uit milieuhindercategorie 3.1 zijn uitsluitend toegestaan voor zover: 1. de betreffende functie op grond van milieuhinderaspecten gevaar, geur en stof niet hoger scoort dan milieuhindercategorie 2; 2. de activiteiten niet tijdens de nachtperiode plaatsvinden; 3. de activiteiten hoofdzakelijk inpandig plaatsvinden; 4. de betreffende functie geen gemeenschappelijke muur of vloer/plafond heeft met een geluidgevoelige functie. 9.3
Afwijking van de gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van het bepaalde onder 9.2 onder c ten behoeve van het toestaan van een functie die: a. niet in de 'Staat van Inrichtingen' voorkomt, mits deze niet meer milieuhinder veroorzaakt dan de functies die vallen onder de toegestane categorieën; b. al dan niet na uitbreiding of wijziging valt onder één of meer categorieën hoger in de 'Staat van Inrichtingen' dan toegestaan, mits de desbetreffende functie niet meer milieuhinder veroorzaakt dan functies die vallen onder de toegestane categorieën.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 23
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, mag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in dit bestemmingsplan ten behoeve van: a. gebouwen ten behoeve van openbaar nut en elektriciteitsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 6 meter, en een maximum vloeroppervlak van 15 m²; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, speelvoorzieningen, vrijstaande muren, keermuren, trapconstructies, geluidwerende voorzieningen, steigers, duikers en andere waterstaatkundige werken; c. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer bedraagt dan 2 meter; d. overschrijding van de maximale bouwhoogten met ten hoogste 1 meter; e. overschrijding van de in de regels toegestane maximum bouwhoogte: 1. met ten hoogste 5 meter ten behoeve van liften trappenhuizen, centrale verwarmingsinstallaties, en; 2. met ten hoogste acht meter ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, antennes, en zendmasten ten behoeve van mobiele telefonie; f.
overschrijding van de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen met ten hoogste 2 meter ten behoeve van uitkragingen, bordessen, buitentrappen, galerijen, luifels, erkers, balkons, lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 11.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1 met maximaal 10% 11.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Bepaling 11.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld in 11.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 11.4 , na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Bepaling 11.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 25
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Centrumeiland Blok 3 en 16'.
Gemeente Amsterdam