CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Businessplan.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 14 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het Amsterdams Klimaat Energiefonds, het jaarverslag 2022 en het businessplan 2024-2029 (VN2023-024540)5.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Update Business Plan 2023

Achtergrond Op 4 juli 2013 is de Gemeente Amsterdam als Opdrachtgever een overeenkomst aangegaan voor het beheer van het Amsterdams Klimaat en Energiefonds (AKEF) met het consortium e3 V.O.F. als Opdrachtnemer. Beide partijen zijn participant in het AKEF. De Gemeente heeft EUR 44,75 miljoen gecommitteerd en e3 EUR 4.500. Nadat het fonds haar CO2 doelstellingen voor de volledige looptijd van het voortijdig had behaald is overeengekomen dat met ingang van 1 januari 2021 de door het fonds gefinancierde projecten dienen aan te sluiten bij de Routekaart Klimaatneutraal en/of de Strategie Circulair van de Gemeente Amsterdam. Overigens blijft de reductie van CO2 een belangrijk meetpunt voor de duurzame impact van het fonds. Conform bepaald in de Hoofdovereenkomst: 9.1 De Opdrachtnemer hanteert het door de Opdrachtnemer opgestelde businessplan zoals ingezonden op basis van het bestek aanbesteding Amsterdams Klimaat & Energiefonds. Het businessplan is onderworpen aan het investeringsreglement. Iedere 5 jaar maakt Opdrachtnemer een update van het plan voor de komende planperiode.

Het aldus telkens geactualiseerde businessplan wordt ter bespreking en goedkeuring voorgelegd aan Opdrachtgever; Deze update van het business plan geeft kort de behaalde resultaten over de eerste tien jaar weer en gaat vervolgens in op de inrichting en strategie van het fonds en de verwachtingen voor de resterende investeringsperiode (tot juli 2028). Daarbij wordt aangesloten bij de volgende hoofdstukken die ten grondslag lagen aan de gunning ten tijde van de aanbesteding: • Governance • Team • Acquisitie • Investeringsstrategie (en daaraan toegevoegd de verwachtingen) • Selecteren en beheren Daarnaast wordt in het plan ook de nodige aandacht besteed aan impact. In de bijlagen zijn een aantal marktontwikkelingen geschetst en worden voorbeelden gegeven van projecten die binnen de investeringsstrategie passen. Een aantal daarvan zijn al door het AKEF gefinancierd. Een aantal zitten in de pijplijn.

2

Inhoudsopgave Pagina 1. Achtergrond………………………………………………………………………………………………………………… 2 2. Samenvatting………………………………………………………………………………………………………………. 4 3. Behaalde resultaten…………………………………………………………………………….………………………. 5 4. Governance……………………………………………………………………………………………….………………… 7 5. Team………………………………………………………………………………………………….……………………….. 8 6. Acquisitie……………………..……………………………………………………………………………………………… 9 7. Strategie en verwachtingen………………………………………………………………………………….…….10 8. Selecteren en beheer………………………………………………………………………………………………….19 9. Impact………………………………………………………………………………….……………………………………. 21 9. Conclusies ………………………………………………………………………………………………………………… 25 BIJLAGES A. Marktontwikkelingen …………………………………………………………………………………………………26 B. Projectvoorbeelden …..………………………………………………………………………………………………28

3

Samenvatting • Het AKEF is 1,7x geïnvesteerd. Het investeringstempo in de tweede 5 jaar was lager dan in de eerste 5 jaar. Dat komt primair doordat het Fonds (bijna) volledig was geïnvesteerd op een reserve voor vervolgfinancieringen na. Het tempo van investeringen moest dan ook aangepast worden aan het tempo van aflossingen (en vervreemdingen). • De oorspronkelijke doelstelling om, gedurende de looptijd van het Fonds, het gealloceerde bedrag 3x te investeren lijkt onhaalbaar. Inmiddels is de boete (in de vorm van een lagere beheervergoeding) bij actieve herfinanciering uit de structuur weggenomen, maar externe factoren zorgden ervoor dat herfinancieringen achterbleven bij de verwachtingen. • Op basis van de reeds gefinancierde initiatieven is nu reeds 223% van de totale CO₂ reductiedoelstelling behaald. • Het risico en het doelrendement per project liggen hoger dan oorspronkelijk bedacht. Dit heeft te maken met een grotere vraag naar financiering van jongere en innovatievere ondernemingen dan verwacht (tegen een navenant hogere rente). • Het AKEF is een (actief) beheerfonds. Het team heeft hiervoor de vereiste expertise en is stabiel. In 2021 zijn aanvullende afspraken gemaakt over de inzet van specialisten in het geval van bijzonder beheer aangelegenheden. Deze is tot nu toe zeer beperkt ingezet. • Het fondsvermogen is aangegroeid tot € 55 miljoen.

Het nettorendement is daarmee ca. 4% per jaar (na alle kosten). Dit is minder dan oorspronkelijk bedacht door de relatief hoge voorzieningen/kwijtscheldingen in de jaren 2020 t/m 2022. De fondsbeheerder streeft naar een nettorendement van >5% per jaar (na alle kosten) in de komende jaren. • De doelstelling van het AKEF is vanaf 2021 aangepast naar het aansluiten bij de Routekaart Klimaatneutraal en de Strategie Circulair van de Gemeente Amsterdam. Het bijdragen aan CO₂-reductie blijft daarbij een belangrijke rol spelen. Het AKEF wil binnen de doelstelling de komende jaren inzetten op circulariteit, de gebouwde omgeving en elektriciteit (opslag). De focus ligt daarbij de eerste jaren op projecten die geen substantiële nieuwe netaansluiting nodig hebben of juist een oplossing bieden voor het probleem. • Er is meer vraag naar financieringen van relatief jonge, innovatieve, duurzame Amsterdamse ondernemingen dan het AKEF nu kan bieden. Bij uitbreiding van het fonds kan beter aan deze vraag worden voldaan. De meerwaarde van het AKEF zal over 5 jaar ook nog bestaan. Een verlenging van de investeringsperiode na juli 2028 is dan ook het overwegen waard.

4

Behaalde resultaten

Het fonds is 1,7x geïnvesteerd en de CO2-doelstelling voor de volledige looptijd is 2,2x gerealiseerd • Per 30 september 2023: – Is het fondsvermogen door rendementen gegroeid van initieel €44,8 naar €55,2 miljoen (netto, na voorzieningen); – Bedraagt het totaal van de verstrekte financieringen €74,8 miljoen (met nog eens €0,8 miljoen aan harde toezeggingen); – Staat voor een bedrag van €40,7 miljoen uit aan financieringen (met nog eens €0,8 miljoen aan harde toezeggingen); – Zijn inmiddels reeds 14 financieringen volledig afgewikkeld en is er in totaal voor €29,4 miljoen afgelost; – Zitten in de pijplijn nog een vijftal (vervolg)financieringen van in totaal €7,4 miljoen waarvoor reeds goedkeuring is ontvangen van de Investeringscommissie (IC). • Het AKEF heeft momenteel 17 transacties in actief beheer. Het AKEF fonds is dus een (actief) beheerfonds terwijl het nog nieuwe financieringen verstrekt. • Het AKEF is opgezet als een revolverend fonds. De doelstelling is om het terugbetaalde geld, bestaande uit rente, aflossingen en vervreemdingen opnieuw te investeren. De door de fondsbeheerder eerder ervaren boete op het vroegtijdig herfinancieren van uitgezette gelden is vanaf 2021 opgelost door de beheersvergoeding in grotere mate afhankelijk te maken van de fondsomvang en in mindere mate van het geïnvesteerde vermogen.

• Een aantal initiatieven vragen veel aandacht en ondersteuning van de fondsmanager. Gezien de omvang van de portefeuille en het type gefinancierde projecten zal dit niet snel minder worden. • Het AKEF heeft geen financiële rendementsdoelstelling. Op projectniveau wordt wel een (te realiseren) drempelrendement gehanteerd. Tot 2021 was dit 7%. Voor de jaren daarna is dit 4%. De fondsbeheerder streeft wel naar een nettorendement van >5% (na kosten) • De totaal verwachte CO₂ reductie wordt op fondsniveau berekend en bedraagt, op basis van de 31 gefinancierde initiatieven, naar verwachting 3,0 Mton. Daarmee is nu reeds 223 % van de totale fondsdoelstelling ingevuld.

5

Behaalde resultaten

Het fondsvermogen is aangegroeid tot €55,2 mio – €10,5 mio is beschikbaar voor nieuwe financieringen Start Vermogen € 44,8 mio

• Bij de start van het fonds is €44,8 miljoen gecommitteerd. • Cumulatief is voor €74,8 miljoen aan financieringen verstrekt

Geïnvesteerd Vermogen € 74,8 mio

+ Netto rendement € 10,4 mio

-/Voorzieningen € 4,7 mio

Fonds Vermogen € 55,2 mio

-/- Aflossingen € 29,4 mio

-/- Opgerold Rendement €4,0 mio Beschikbaar Vermogen € 51,2 mio

Netto Geïnvesteerd € 40,7 mio

Vrij voor allocaties € 10,5 mio

6

• De totale voorzieningen waren €4,7 miljoen (6,2%). • De totale aflossingen en vervreemdingen waren €29,4 miljoen. • Het netto geïnvesteerde bedrag bedraagt €40,7 miljoen. • Het behaalde netto rendement (na beheerkosten) bedraagt €10,4 miljoen. • Het totale fondsvermogen is opgebouwd uit het startvermogen en het netto rendement en bedraagt €55,2 miljoen. • Daarvan zit €4,0 miljoen ’vast’ als gekapitaliseerd rendement. • Het beschikbare vermogen is daardoor €51,2 miljoen. • Daarvan is €10,5 miljoen beschikbaar voor nieuwe financieringen. • Daarvan is voor €7,4 miljoen reeds is goedgekeurd door de IC. De zgn. ‘dry powder’ is dan ook slechts €3,1 miljoen.

Governance

De governance blijft ongewijzigd Governance

E3 BV

Darwin Financial Platform BV

Investeringscommissie

CSC Governance BV

Verantwoordelijk voor het fondsbeheer inclusief selecteren, structureren en monitoren van financieringen

Ziet er op toe dat investeringen gedaan worden volgens de afspraken genoemd in de hoofdovereenkomst

Onafhankelijk orgaan dat toezicht houdt op het fonds

Fondsadministrateur en directeur van de Stichting Bewaarder Amsterdams Klimaat en Energiefonds

Geregistreerd als beheerder van beleggingsinstellingen

Keurt de aangeleverde investeringsvoorstellen

Investeringsvoorstellen worden voorgelegd aan de investeringscommissie

Beheert de bankrekening van het fonds

Staat onder toezicht van Autoriteit Financiële Markten (AFM)

Maakt en tekent notulen van vergaderingen

Voorzitter tekent notulen van vergaderingen en financieringsvoorstellen

Rapporteert aan Autoriteit Financiële Markten (AFM)

Legt financieringsvoorstellen voor aan de investeringscommissie

Tekent financieringsdocumenten

De governance structuur is ongewijzigd sinds de aanpassing van de Hoofdovereenkomst per juli 2019 en zal naar verwachting de komende jaren ongewijzigd blijven. Belangrijke elementen van de structuur zijn als volgt: • Opdrachtgever heeft geen directe invloed op de daadwerkelijke investeringsbeslissingen; • Operationeel fondsbeheer (E3 BV) is gescheiden van de financieringsbesluitvorming (Investeringscommissie); • Operationeel fondsbeheer is gescheiden van het bestuur van de Stichting Bewaarder (CSC Governance) en het aangaan van financiële verplichtingen.

7

Team

De sleutelpersonen zijn en blijven grotendeels ongewijzigd

Nathalie Jeroen Casper Eveline Michel Mark Er is slechts één wijziging geweest in de sleutelpersonen van het AKEF-team van de fondsbeheerder. In overleg met de Gemeente heeft Casper Heijsteeg de dagelijkse leiding van het AKEF-team op zich genomen. Casper heeft 25 jaar ervaring in private equity/venture capital, corporate en project finance. Zijn ervaring bevindt zich in deal sourcing & structurering, due diligence, building & monitoring en uiteindelijk exit van investeringen. Hij heeft meer dan 50 investerings- en exit-transacties geleid. Casper is daarnaast co-managing partner van e3. Het team bestaat verder uit Eveline Harrewijn (investment & impact manager), Michel Hendriks (co-managing partner e3), Nathalie Geerts (Analist), Jeroen Meinders (venture partner) en Mark Baak (compliance en risico manager). Michel, Jeroen en Mark zijn vanaf de start betrokken bij het fonds. Er worden geen veranderingen in de sleutelpersonen verwacht. Wel zullen jonge talenten de kans krijgen om aan het beheer van het fonds bij te dragen. Het team heeft toegang tot specifieke technologie of sector expertise (bijv. warmtetransitie) van andere e3 investment managers (https://www.e3partners.nl/team/). Recent zijn Klaas Evert Engelse (voorzitter) en Frits Verhoef toegetreden tot de investeringscommissie.

De komende jaren zullen er in overleg met de Gemeente gekwalificeerde vervangers worden gezocht voor Mirna Geense, Jeroen Kroes en Annelies van Herwijnen, die allen in hun laatste termijn zitten.

Klaas Evert

8

Mirna

Jeroen

Frits

Annelies

Acquisitie

Acquisitie via eigen netwerk en directe benadering

Informal investors

Ondernemers

Bij de aanbesteding werd al gesteld dat de jarenlange ervaring in de sector en het grote aantal financieringen waarbij e3 (en haar aandeelhouders) betrokken is geweest tot een breed netwerk aan contacten heeft geleid. Het aantal financieringen waarbij e3 betrokken is sindsdien fors toegenomen en het netwerk uitgebreid. De laatste jaren zijn de voornaamste bronnen van financieringsmogelijkheden andere financiële instellingen zoals Rabobank, DOEN en Shift, accelerators als Rockstart en Climate-KIC, en publieke of commerciële adviseurs als GO-NH. Ook levert de samenwerking met ROM InWest doorverwijzingen op (die de fondsmanager overigens andersom ook geeft). Diverse keren is het team actief op zoek gegaan naar mogelijkheden in een specifieke sector (bijv. textiel en eiwittransitie), omdat het fonds hierin ondergealloceerd was en een substantiële impact voor Amsterdam werd verwacht. Dit heeft tot een eerste transactie in de textielsector geleid, waarna meer partijen in de creatieve sector het fonds hebben benaderd. De fondsmanager is aanwezig in Amsterdam en neemt geregeld deel aan evenementen (binnen en buiten de stad) die tot deal flow kunnen leiden. Steeds vaker wordt de fondsmanager rechtstreeks door de ondernemers benaderd die hun eigen project aanbieden. De manier van acquireren zal de komende jaren niet veranderen tenzij het fonds uitgebreid zou worden.

In dat geval zou een actievere marketing die tot meer dealflow leidt zinvol zijn.

9

Strategie en verwachtingen

Het investeringstempo zal licht versnellen - aan het einde van de investeringsperiode zal het fonds 2,5x zijn geïnvesteerd Initieel:

Gerealiseerd:

Prognose:

140

3,0x

120 miljoen €

Oorspronkelijke Doelstelling:

100

2,5x

80 60

1,7x

40 20 Een van de doelstellingen van het fonds is om gedurende de looptijd van het Fonds, het initieel gealloceerde bedrag van €44,8 . miljoen 3x te investeren. Op dit moment is het fonds 1,7x geïnvesteerd. Het investeringstempo in de tweede 5 jaar was lager dan in de eerste 5 jaar. Dat komt primair doordat het fonds (bijna) volledig was geïnvesteerd op een reserve voor vervolgfinancieringen na. Het tempo van investeringen moest dan ook aangepast worden aan het tempo van aflossingen (en vervreemdingen). Daarnaast was er tot 2021 een boete (in de vorm van een lagere beheervergoeding) bij actieve herfinanciering. Deze is vanaf 2021 uit de structuur weggenomen. Verder droegen externe factoren zoals COVID en de daaraan gerelateerde beperkende maatregelen en een onzeker macro-economisch klimaat in 2022 er toe bij dat herfinancieringen achterbleven bij de verwachtingen. De oorspronkelijke doelstelling lijkt onhaalbaar, maar de verwachte lichte versnelling van investeringen ten opzichte van de tweede 5 jaar zou er in resulteren dat het fonds aan het einde van de investeringsperiode 2,5x is geïnvesteerd. .

10

Strategie en verwachtingen

De verstrekte financieringen volgen de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en de Strategie Circulair Gerealiseerde situatie:

Geprognotiseerde situatie : 20%

22%

29%

40% 15% 21%

12%

10%

16%

15%

Gebouwde omgeving

Mobiliteit

Gebouwde omgeving

Mobiliteit

Elektriciteit

Haven en Industrie

Elektriciteit

Haven en Industrie

Circulair

Circulair

De portfoliomanagers signaleren financieringsmogelijkheden in de volgende transitiepaden: • Circulariteit: primair in het verhogen van de biobased gehalte van materialen en alternatieve producten/materialen die minder verspillend zijn en/of eenvoudiger te hergebruiken/recyclen; • Gebouwde omgeving: met name in de warmtetransitie en duurzame bouw (energiepositief, biobased of hergebruikte materialen; • Overig: last mile cargo, batterijopslag, waterstofinfrastructuur.

11

Strategie en verwachtingen

Investeringsstrategie binnen de Strategie Circulair Ruim 80% van de CO2-uitstoot van Amsterdam is het gevolg van het materiaalgebruik van de stad (bewoner, bedrijven, overheid). Er is dus een grote duurzaamheidswinst te realiseren door voor minder gebruik van primaire grondstoffen te zorgen. Op basis van de huidige pijplijn ziet de fondsbeheerder de komende jaren (met name) mogelijkheden in de volgende activiteiten binnen Strategie en Uitvoeringsagenda Circulair: • Vervangen: o biobased materialen in bouw, plastics, textiel, etc.; o eiwittransitie, plantaardige voeding; • Voorkomen: o slimmer ontwerpen, delen, huren of leasen veelal als onderdeel van een bredere propositie die ook aansluit bij de Routekaart Klimaatneutraal of Strategie Circulair. Bijvoorbeeld in textiel zijn er verschillende initiatieven in de hele keten, van de ontwerp- en productiefase en de aanschaf- en gebruiksfase tot reparatie, verwerking en hergebruik; • Verlenging: o veelal als onderdeel van een bredere propositie die ook aansluit bij de Routekaart Klimaatneutraal of Strategie Circulair en waarbij voor het hergebruik van (bouw)materialen interessant cases voorbij zijn gekomen en waarschijnlijk gaan komen • Verwaarden: o het inzamelen en verwerken van voedsel- en organische reststromen in zo hoogwaardige mogelijke toepassingen.

12

Strategie en verwachtingen

Investeringsstrategie binnen de Routekaart Klimaatneutraal Op basis van de huidige pijplijn ziet de fondsbeheerder de komende jaren (met name) mogelijkheden in de volgende activiteiten binnen de transitiepaden van de Routekaart Klimaatneutraal: • Gebouwde omgeving: o warmte: de warmtetransitie is de komende jaren een belangrijk speerpunt van de Gemeente. De fondsbeheerder heeft ervaring in het financieren van warmteprojecten via FSFE, het Friese energiefonds dat ook door haar wordt beheerd. Op basis van de pijplijn worden met name aanvragen verwacht voor het benutten van restwarmte, aquathermie en warmtenetten; o bouwen: energieneutraal (of positief) bouwen komt geregeld in de pijplijn voor en de verwachting is dat er de komende jaren een nieuwe transactie in deze richting zal plaatsvinden; • Mobiliteit: o verscheidene (impact)financiers hebben aangegeven niet meer te investeren in mobiliteit. De fondsbeheerder ziet echter diverse mogelijkheden in o.a. cargovervoer die onverminderd relevant zijn voor de Gemeente; • Elektriciteit:…………………………………………………………………………………… ……………………………….…………. o opwekking: er is een beperkt aantal mogelijkheden in zon- en windenergie in en rondom Amsterdam. Mocht er daarvan één of meerdere vallen dan is dat meteen voor een substantieel bedrag; o opslag & transport: de grote uitdaging van de energietransitie in de komende jaren.

Daarbij zal het fonds zich primair richten op batterijopslag; • Haven en Industrie: o het fonds onderzoekt verdere mogelijkheden om te investeren in het ontwikkelen van een waterstofinfrastructuur en CO2 en energiebesparende technologieën.

13

Strategie en verwachtingen

Huidige portefeuille; een groei in (senior) leningen Uitgangspunt:

Gerealiseerd:

Komende 5 jaar: 5%

8%

20% 40%

20% 29% 63%

40%

75%

Senior lening

Senior lening

Senior lening

Achtergestelde lening

Achtergestelde lening

Achtergestelde lening

Equity

Equity

Equity

Van de in totaal €74,8 miljoen verstrekte financieringen is er, meer dan gepland, €68,9 miljoen (92%) als lening verstrekt. In de eerste 5 jaar werden nog wel eens aandelenparticipaties genomen in combinatie met leningen bij projecten met een groter marktrisico. In de tweede 5 jaar zijn bij dergelijke projecten leningen verstrekt met een vaste rente en een variabele rente die afhangt van de prestatie van het project. Op deze wijze is beloning voor het fonds in relatie tot het genomen risico wel passend, maar is geen verkoop nodig van aandelen noch de complexe afspraken en processen om dit te bewerkstelligen. Het fonds komt de laatste jaren alleen nog in equity posities terrecht bij herstructureringen en indien er cofinanciers tegen dezelfde voorwaarden zijn. Op basis van het profiel van de meest recente projecten en de pijplijn is de verwachting dat AKEF meer senior leningen zal verstrekken en bankfinanciering meer in beeld komt bij herfinancieringen. Ondanks de senior status van de leningen blijft het risicoprofiel van de projecten (door hun innovatieve karakter) wel hoog.

14

Strategie en verwachtingen

Vanwege de congestieproblematiek zal het aandeel van assetfinancieringen afnemen, maar wel de meerderheid blijven Uitgangspunt: 20%

Gerealiseerd: 22%

Komende 5 jaar: 30%

70%

80%

78%

Assetfinanciering

Assetfinanciering

Assetfinanciering

Bedrijfsfinanciering

Bedrijfsfinanciering

Bedrijfsfinanciering

In de aanbieding van e3 richting de Gemeente was sprake van een verwachte verdeling van 80/20 ten aanzien van asset / bedrijfsfinanciering. Deze begindoelstelling is grotendeels gerealiseerd, maar is recentelijk onder druk komen te staan. De projecten die door het fonds worden gefinancierd zijn vaak innovatief en van relatief jonge bedrijven die zelf ook nog financiering nodig hebben. De combinatie van asset en bedrijfsfinanciering is vaak niet beschikbaar voor dergelijke projecten en bedrijven. Financiers leggen zich doorgaans toe op één van beide, waarbij asset financiers gebruikelijk (bijzonder) risicoavers zijn. Daarnaast hebben veel assets een substantiële stroomaansluiting nodig. Vanwege de congestie is deze nauwelijks beschikbaar in Amsterdam (en zelfs MRA). Het fonds richt zich daarom enerzijds op asset financieringen van projecten die een bijdrage kunnen leveren voor een oplossing van de netcongestie en anderzijds op projecten die geen substantiële netinpassing nodig hebben en logischerwijs een grotere (of volledige) bedrijfsfinancieringscomponent.

15

Strategie en verwachtingen

Vanwege de congestieproblematiek zal het aandeel van Amsterdam afnemen, maar wel de ruime meerderheid blijven Uitgangspunt:

Gerealiseerd: 21%

Komende 5 jaar: 30%

40% 60%

70%

79%

Amsterdam

Amsterdam

Amsterdam

MRA

MRA

MRA

In het Investeringsreglement is opgenomen dat AKEF dient te investeren in de Gemeente Amsterdam. Daar waar de aard en/of omvang van de projecten stadsgrensoverschrijdend zijn kan hiervan worden afgeweken en wordt de Metropoolregio als grens gehanteerd. In de aanbieding van e3 richting de Gemeente was sprake van een uiteindelijke verdeling van 44/56 ten aanzien van Amsterdam / Metropoolregio. Het gerealiseerde Amsterdamse aandeel is substantieel groter (79%). Van de 31 gefinancierde projecten waren 13 deels gericht op de Metropoolregio. Eén project moest zich noodgedwongen deels buiten de stadsgrenzen vestigen en één zelfs volledig. In beide gevallen speelde netcongestie een belangrijke rol in het moeten uitwijken en is hierover overleg tussen de fondsbeheerder en de Gemeente geweest. Als deze projecten in Amsterdam hadden kunnen worden geaccommodeerd dan was het aandeel van Amsterdam zelfs 87% geweest. Een deel van de projecten zal zich ook de komende jaren noodgedwongen in de Metropoolregio vestigen, maar een ruimte meerderheid van de financieringen zal gericht blijven op Amsterdam.

16

Strategie en verwachtingen

De hefboom zal afnemen, omdat vaker dan voorheen het fonds (initieel) de enige financier zal zijn Gerealiseerd:

Komende 5 jaar:

21%

67%

79%

AKEF

33%

Derden

AKEF

Derden

Een van de doelstellingen van het fonds is een optimale hefboomwerking ten opzichte van de door het fonds verstrekte financieringen. Inclusief de recente financieringen staan tegenover de door het fonds verstrekte financieringen (van bruto EUR 74,8 miljoen), momenteel EUR 282,6 miljoen aan financieringen door externe partijen. Dit betekent een hefboomwerking van 378%. Daarmee is door middel van het fonds een totaalbedrag van EUR 357,4 miljoen ingezet in het kader van de verduurzaming. Op basis van het profiel van de meest recente projecten en de pijplijn is de verwachting dat het fonds de komende jaren vaker dan de voorgaande 10 jaar (initieel) de enige financier zal zijn. Ook is de verwachting dat als projecten eenmaal lopen er gekozen zal worden voor een herfinanciering met daarbij ruimte voor uitbreiding in plaats van het toevoegen van een nieuwe financier met een achterstelling van het AKEF. Veel financiers vinden dat toch makkelijker. De fondsbeheerder blijft samenwerking zoeken met likeminded financiers als ROM InWest, DOEN en Ifund,

17

Strategie en verwachtingen

Fondsvermogen is aangegroeid met ruim € 10 mio en zal de komende 5 jaar met nog eens € 10 mio toenemen Uitgangspunt:

Gerealiseerd:

Prognose:

70

miljoen €

60 50 40

/ jaar ±4%

r / jaa % 5 >

30 20 10 -

Het AKEF heeft geen financiële rendementsdoelstelling. Echter, het fondsvermogen is tot nu toe wel aangegroeid met €10,4 miljoen. Dit vertaalt zich in een nettorendement van ca. 4%. Het rendement werd daarbij gedrukt door voorzieningen en kwijtscheldingen die gerelateerd zijn aan de onzekerheden in diverse marktsectoren tijdens en (direct) na COVID. Naar verwachting zal het nettorendement de komende jaren boven de 5% liggen en het fondsvermogen met (minstens) €10 miljoen aangroeien tot €65 miljoen of meer. In hoeverre het fondsvermogen daarna nog aangroeit hangt af van de snelheid dat de aan het einde van de investeringsperiode uitstaande financieringen worden afgelost en/of geherfinancierd en of er besloten wordt om de investeringsperiode (en looptijd) van het fonds te verlengen.

18

Selecteren en beheren

Beperkte vrije middelen en beheertijd limiteren de nieuwe transacties tot jaarlijks €5 tot 10 mio. Samenvatting

Consequenties

• Het fonds is voor ca. € 52 miljoen gecommitteerd en er is voor ca. € 3 miljoen aan vrije middelen (“dry powder”). Dat is (te) krap voor het aangaan van substantiële nieuwe commitments, omdat middelen in reserve moeten worden gehouden om tegenvallers bij projecten op te vangen.

• De portefeuille vraagt om geregelde kredietrevisies en (impact) rapportages.

• De ruimte voor nieuwe commitments komt primair uit de geplande aflossingen en door herfinancieringen van in totaal €5 tot €10 miljoen per jaar. • De portefeuille zal de komende jaren 15-25 projecten omvatten. • In lijn met de ervaring met betrekking tot jonge, innovatieve bedrijven vraagt een groot deel van de portefeuille om actief beheer en een beperkt deel ook bijzonder beheer.

19

• Investment managers zijn het aanspreekpunt voor ondernemers met lopende financieringen. Dit zorgt er voor dat er te weinig tijd beschikbaar is om substantieel meer nieuwe financieringen te doen dan de huidige €5 tot €10 miljoen per jaar. • Uit de geplande aflossingen en herfinancieringen kunnen ook niet substantieel meer nieuwe financieringen worden gedaan dan nu gebeurt. • Een uitbreiding van het fonds geeft de financiële ruimte voor meer financieringen. Een uitbreiding van het fonds en een (deels) op fondsomvang gebaseerde beheervergoeding maakt het mogelijk om de teamcapaciteit te vergroten. Daarmee wordt het ook aan de analyse en uitvoeringskant mogelijk gemaakt meer financieringen te doen en meer projecten mogelijk te maken.

Selecteren en beheren

Meer dan voldoende marktpotentie voor relevante projecten – nu, maar ook over 5 jaar • De fondsbeheerder heeft te maken met ruim voldoende aanvragen ondanks dat nauwelijks marketing wordt bedreven. Indien er meer middelen zouden zijn, dan was een actievere marketing opportuun. Daarmee is de kans groot dat het aantal aanvragen (nog) hoger zou liggen. • De minimale rendementseis (min 4% + risico opslag) die sinds 2021 wordt gevoerd, geeft toegang voor de meeste duurzaamheidsprojecten. In de praktijk zien we dat de projectdoelrendementen onverminderd hoog zijn gebleven. Dit komt door het relatief hoge risicoprofiel van de projecten. • De fondsbeheerder blijft inzetten op het doen van herfinancieringen indien de macro-economische situatie en de status van individuele projecten dit toelaten om (extra) ruimte te creëren voor het financieren van nieuwe projecten. Echter, er is duidelijk ook een mogelijkheid om de financieringen te versnellen door uitbreiding van het fonds. • Het fonds zal onverminderd relevant zijn aan het einde van investeringsperiode over 5 jaar. De (eerste) bouwblokken van de circulaire transitie zijn dan gerealiseerd. Om de transitie volledig te maken zullen in de jaren daarna aanvullende financieringen nodig zijn in het verbinden van de diverse individuele schakels van de circulaire keten.

Ook dan zullen er jonge, innovatieve bedrijven zijn die met circulaire oplossingen komen die nog te risicovol zijn voor de commerciële banken en minder financierbaar (meer arbeid, minder assets) voor lease maatschappijen. Ook zijn de vervolgstappen van de energietransitie complexer geworden (bijv. werking onbalansmarkten). Banken zijn daarom zeer terughoudend. e3 is een specialist die de risico’s beter in kan schatten dan de meeste andere financiers. • De fondsbeheerder is van mening dat een fonds als het AKEF over 5 jaar nog steeds een belangrijke rol te vervullen heeft. Het is opportuun om te overwegen de investeringsperiode van het fonds te verlengen en daarmee langer te profiteren van de kennis, de kunde en het netwerk van het fonds.

20

Impact

De CO2-reductie doelstelling is al 2,2x gerealiseerd - groeit verder naar 3x Uitgangspunt:

Gerealiseerd:

Prognose:

4.500 4.000

kton

3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 Fondsdoelstelling

Afgerond

Goedgekeurd

Prognose

Nadat het Fonds haar CO2 doelstellingen voor de volledige looptijd van het fonds voortijdig had behaald is overeengekomen dat met ingang van januari 2021 de door het fonds gefinancierde projecten dienen aan te sluiten bij de Routekaart Klimaatneutraal en/of de Strategie Circulair van de Gemeente Amsterdam. Desalniettemin wordt per project vooraf onderzocht wat de potentiële CO2-reductie is. Dit wordt ook nog steeds meegenomen in ie investeringsoverweging. Naar verwachting zullen de projecten die het fonds de komende jaren financiert, gedurende de looptijd van deze projecten ca. 1 Mton CO2 reduceren. Hierdoor zal de totale CO2-reductie van het fonds neerkomen op 4 Mton (3x de fondsdoelstelling).

21

Impact

Meer aandacht voor aanvullende positieve impact 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 -

Tot 2020: 10 9 8 7 6

5% 12%

5 4 3 2

NOx

Fijnstof

SOx

95% Vrouw

88% Man

Vrouw

Man

1 -

Diverse projecten zorgen ook voor de emissie reducties. Het AKEF berekend de reductie op NOx, fijnstof en SOx ex-ante en ex-post. De voortgang van deze reductie wordt gemonitord. De projecten dragen bij aan de reductie van de NOx-uitstoot. Er maar één project dat (beperkt) SOx reductie bewerkstelligt.

22

Nu:

kton

kton

Gerealiseerd:

Vanaf 2020 is fondsbeheerder actief opzoek gegaan naar financieringsmogelijkheden van projecten waar vrouwen in het managementteam zitten. In bestaande investeringen zijn vrouwelijke managers toegevoegd en bij nieuwe investeringen wordt aandacht besteed aan een divers managementteam. Van de 6 projecten die het verst gevorderd zijn in de pijplijn, hebben er 3 vrouwen in het . managementteam.

Impact

Brede duurzame impact met nadruk op Klimaatactie Het inzichtelijk maken van de gerealiseerde impact wordt een steeds belangrijker thema binnen het duurzaam investeren. De Sustainable Development Goals (SDGs) zijn een internationaal raamwerk opgesteld door de Verenigde Naties. De SDGs bieden de mogelijkheid aan overheden en bedrijven een beter inzicht te geven in de impact die zij creëren en geven handvaten om deze gecreëerde impact te rapporteren. Alle projecten waarin het Fonds investeert dragen bij aan SDG 13 Klimaatactie. Daarnaast draagt een deel van de projecten bij aan SDG 7 Verantwoorde consumptie en productie, SDG 14 Leven in het water en SDG 12 Betaalbare en duurzame energie.

23

Impact

Van CO2 tunnelvisie naar bredere impact met behoud van CO2 reductie Broeikasgassen Stikstof & fijnstof

Waterschaarste Grondstoffen efficiëntie

Biodiversiteitsverlies Chemicaliën

Ketenverantwoordelijkheid

CO2 emissies

Environmental Social Governance

Anticorruptie

Mensenrechten

Kinderarbeid

Eigendom x bestuur Diversiteit

De Europese Unie heeft de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) ingevoerd om meer inzicht te geven over de duurzaamheid van beleggingsfondsen. Het AKEF kwalificeert zich als een artikel 9 fonds (donkergroen). Conform de SFDRwetgeving zal de fondsbeheerder de negatieve impact van de door het fonds gefinancierde projecten in kaart brengen. Daarnaast onderzoekt de fondsbeheerder samen met de investeringen hoe de negatieve impact verminderd kan worden en met het project positieve impact in een bredere zin kan worden gemaakt. De focus is niet meer alleen op het reduceren van CO2 emissies, maar deze doelstelling blijft wel behouden.

24

Conclusie AKEF kan de komende jaren een cruciale en complementaire rol in de markt blijven spelen, waarmee impactvolle projecten die anders geen toegang hebben tot financiering mogelijk worden gemaakt. De rol van het AKEF zal zich (nog) meer op risicovolle leningen toespitsen. De focus van het fonds zal vooral liggen op circulariteit en in tweede instantie de gebouwde omgeving (inclusief warmtetransitie). De beheerfunctie vraagt meer tijd en aandacht. Er zijn voldoende financieringsmogelijkheden. Echter, de ruimte voor substantieel meer financieringen is te beperkt. Uitbreiding van het fonds zou daarvoor uitkomst brengen. Het fonds zal ook na het op dit moment vastgelegde einde van de investeringsperiode (juli 2028) nog een relevante rol kunnen spelen in het aanjagen van de diverse transitiepaden. Het verlengen van de investeringsperiode van het fonds is daarom aan te bevelen.

25

BIJLAGES

A. Marktontwikkelingen

Renteontwikkelingen • De rente voor bedrijfsfinanciering is tussen de start van het fonds medio 2013 en het laatste kwartaal van 2021 met ca. 2% gedaald. De sterke rentedaling samen met de constatering dat bijv. warmte gerelateerde projecten slechts een beperkte rente kunnen dragen was de aanleiding om het minimumrendement van 7% uit het Bestek Aanbesteding per januari 2021 te verlagen naar 4%. • In 2022 is onder invloed van de 10% inflatie van de consumentenprijzen de rente met ca. 3% gestegen. Met de afvlakkende inflatie is de rente in 2023 al wat omlaag gegaan. • Voor de langere termijn wordt verwacht dat de inflatie weer onder de door de ECB boogde 2% zal vallen en dat de rente normaliseert. Het is de vraag of deze zover zal dalen als het niveau in 2021. • Zoals in de Wijzigingsovereenkomst van 28-10-2020 is vastgelegd, zal in 2024 worden geëvalueerd of het huidige drempelrendement nog passend is. • In de praktijk zien we dat de projectdoelrendementen van het AKEF onverminderd (substantieel) boven de 7% zijn gebleven. Dit komt onder andere door het relatief hoge risicoprofiel van de projecten. Daarnaast houdt de fondsbeheerder de bancaire rentes nauwlettend in de gaten om te voorkomen dat het fonds in een met banken en andere financiers concurrerende positie komt (en te maken krijgt met mogelijke staatssteun).

Overigens zijn de rentes voor lange-termijn leningen minder onderhevig aan grote schommelingen.

27

A. Marktontwikkelingen

Financiers Banken • De commerciële banken (en publieke banken zoals BNG) zijn primair geïnteresseerd in het verstrekken van senior leningen van € 5 miljoen of meer aan projecten met een bewezen technologie en ruim voorhanden zekerheden. Binnen het aandachtsgebied van het AKEF betekent dit dat banken met name een rol spelen in de grotere wind- en zonneprojecten, groen gas en warmte en koude voorziening. De rentes lagen tussen de 2% en 2,5%, maar zijn inmiddels opgelopen tot boven de 5%. Asset financiering • Er is een aantal gespecialiseerde asset financiers actief op de markt. Dit zijn dochters van de commerciële banken of gespecialiseerde lease maatschappijen. Op het gebied van mobiliteit zijn veel partijen actief, al dan niet verbonden aan een producent of dealer. Voor andere assets is het aanbod minder. Wij zien bij diverse projecten Beequip als cofinancier. Zij zijn bereid tot maatwerkoplossingen. Crowdfinanciering • Diverse crowdplatforms financieren projecten van normaal gesproken €200.000 tot €2 miljoen (met uitzondering hoger). De rente ligt normaal gesproken iets hoger dan dat voor seniorleningen van banken. De fondsmanager heeft de Oneplanetcrowd en Duurzaam Investeren als mogelijke cofinancier gekwalificeerd vanwege hun processen.

We zijn echter nog steeds terughoudend, omdat de platforms niet als een gewone financiële partij opereren in geval van onvoorziene omstandigheden. Investeringsfondsen • De fondsmanager maakt deel uit van een breed netwerk van impactfondsen. Diverse daarvan (o.a. Shift, DOEN, Ifund) zijn (beoogd) cofinancier in één of meer van de projecten. Het past bij de cultuur van de meeste van deze fondsen om in consortia te financieren (in plaats van in concurrentie). Invest-NL / ROM InWest • Invest-NL is een cofinancier in één van de projecten. Waar het fonds met PDENH de financiering van diverse projecten samen heeft opgepakt is dit met ROM InWest nog niet gelukt. Met beide partijen is regelmatig overleg. Met de ROM zijn duidelijke afspraken gemaakt over de verdeling van de deal flow. Het is een kwestie van tijd voordat de eerste financiering samen met de ROM wordt gedaan.

28

B. Voorbeeld Circulair - Verwaarden

Aectual: interieur systemen en meubels van PolyAl (Tetrapak-afval)

l Dea 2017

29

B. Voorbeeld Circulair - Verwaarden

Chaincraft: vetzuren uit organisch (supermarkt)afval met uit bier gefilterd alcohol

l Dea 2016

30

B. Voorbeeld Circulair - Verwaarden

Urban Mine: terugwinning grondstoffen – productie circulair beton

l Dea 2019

31

B. Voorbeeld Circulair - Voorkomen

ByBorre: platform voor duurzaam textielontwerp en on-demand productie

l Dea 2019

32

B. Voorbeeld Circulair - Vervangen

Bambooder: halffabricaten uit bamboe voor biobased composiet

l Dea 2020

33

B. Voorbeeld Circulair - Verwaarden

Caffe Inc: winning van koffieolie uit koffiedik

l Dea 2022

34

B. Voorbeeld Circulair – Voorkomen en verlengen

New Optimist: on-demand kleding volgens circulaire principes

ijn Pijpl

35

B. Voorbeeld Circulair - Vervangen

Billie Wonder: wasbare biobased luiers (in kinderdagverblijven)

ijn Pijpl

36

B. Voorbeeld Gebouwde Omgeving / Circulair - Vervangen

Finch Building: modulair bouwen met hout

ijn Pijpl

37

B. Voorbeeld Gebouwde Omgeving / Circulair - Verlengen

Broedplaats: herontwikkeling met hergebruik van materialen

l Dea 2016

38

B. Voorbeeld Elektriciteit / Circulair - Verlengen

Energy Arena: netstabiliteit met behulp van gebruikte batterijen

l Dea 2017

39

B. Voorbeeld Elektriciteit

Wocozon: PV-installaties voor woningcorporaties

l Dea 2020

40

B. Voorbeeld Mobiliteit

Blueplates: delen van elektrische taxi’s

ijn Pijpl

41

B. Voorbeeld Mobiliteit

Qarry: operational lease last mile cargo oplossing voor in de stad

ijn Pijpl

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13864050/1