2. Brief afhandeling motie 573 inzak circulaire stad met sociaal fundament.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de leden van de gemeenteraad van Amsterdam
Datum
12 januari 2021
Ons kenmerk Behandeld door J. van Aken, 06-48149308 Bijlage Onderwerp
Reactie op motie 573 van de raadsleden Biemond (PvdA), Bakker (SP), Nadif (GroenLinks) en Kat (D66) inzake circulaire stad met een sociaal fundament
Geachte raadsleden, In de vergadering van de gemeenteraad van 20 mei 2020 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt 12 ‘Vaststellen van de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het innovatie- en uitvoeringsprogramma circulaire economie 2020-2021’ motie 573 van de raadsleden Biemond (PvdA), Bakker (SP), Nadif (GroenLinks) en Kat (D66) aangenomen waarin het college gevraagd wordt om: 1. Een verkenning te doen naar de participatieve economie in relatie tot het Donut-model waarin o.a. wordt bekeken: a. in hoeverre bij door de gemeente gesteunde circulaire bedrijven vanuit de agenda Circulaire Economie eisen gesteld kunnen worden aan de kwaliteit van werkgelegenheid; b. of bij het selecteren van bedrijven die steun krijgen vanuit de agenda Circulaire Economie nadrukkelijk gezocht kan worden naar bedrijven die met manieren van bedrijfsinrichting werken die ongelijkheid tegengaan zoals aandeelhouderschap van werknemers en coöperaties; 2. Het sociaal fundament als belangrijk onderdeel van de circulaire economie (donutprincipe) op de lobbyagenda van de gemeente te zetten. Dit kan bijvoorbeeld gaan om stakeholderfinance waarin werknemers en coöperaties deels eigenaar zijn van bedrijven.
Het college heeft kennis genomen van de motie en waardeert de inzet van de raadsleden Biemond, Bakker, Nadif en Kat om in de transitie naar een circulaire stad aandacht te vragen voor een sterk sociaal fundament. Het college onderschrijft het belang om in de transitie naar een circulaire economie een gezonde dynamiek tussen sociale en ecologische kwesties te waarborgen.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.
Gemeente Amsterdam
Datum 12 januari 2021 Kenmerk Pagina 2 van 4
Per onderdeel van de motie treft u hieronder een reactie van het college aan. Ad 1. Een verkenning te doen naar de participatieve economie in relatie tot het Donut-model, waarin o.a. wordt bekeken: Ad. 1a. in hoeverre bij door de gemeente gesteunde circulaire bedrijven vanuit de agenda Circulaire Economie eisen gesteld kunnen worden aan de kwaliteit van werkgelegenheid Ad. 1b. Of bij het selecteren van bedrijven die steun krijgen vanuit de agenda Circulaire Economie nadrukkelijk gezocht kan worden naar bedrijven die met manieren van bedrijfsinrichting werken die ongelijkheid tegengaan zoals aandeelhouderschap van werknemers en coöperaties Op 20 mei 2020 heeft de raad de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 en het Innovatie- en Uitvoeringsprogramma circulaire economie 2020-2021 vastgesteld. Als kader voor de strategie is het ‘donut-economie model’ gehanteerd, van de Britse econoom Kate Raworth. De donuteconomie is een model waarin de ecologische en sociale aspecten van de (circulaire) economie met elkaar verbonden worden, en gevisualiseerd en gepresenteerd als een ‘donut’. De buitenste ring verbeeldt de ecologische grenzen van onze planeet; het zogenaamde ecologische plafond.
De binnenste ring verbeeldt het sociaal fundament; de minimale benodigdheden voor een goed leven; zoals toegang tot water, voedsel, energie, maar ook zaken als werk en inkomen, huisvesting, politieke inspraak, onderwijs en sociale gelijkheid. Kenmerk van het donut-model is de verbondenheid en dynamiek tussen sociale en ecologische aspecten, de binnen- en buitenring. De motie vraagt een verkenning uit te voeren naar de participatieve economie in relatie tot het donut-model en daarbij ook te kijken naar welke eisen aan bedrijven gesteld kunnen worden, bijvoorbeeld op het gebied van de kwaliteit van werkgelegenheid of de mate van ongelijkheid in de bedrijfsinrichting. Het college onderschrijft het belang van kwaliteit van werkgelegenheid en het tegengaan van ongelijkheid, zowel voor de eigen organisatie, zijn deelnemingen, maar ook voor de bedrijven en organisaties die in en rond Amsterdam actief zijn. Daarom gebeurt er op dit gebied al veel, bijvoorbeeld op het gebied van social return of sociaal inkopen. Het uitgangspunt van het college is dat iedereen volwaardig moet kunnen meedoen in de samenleving. De gemeente gebruikt haar rol als inkoper, subsidiegever en opdrachtgever om hieraan bij te dragen door waar dat mogelijk is sociale voorwaarden toe te passen.
Via social return vraagt de gemeente daarom aan bedrijven die een gemeentelijke opdracht krijgen een sociale bijdrage te leveren, bijvoorbeeld het aannemen van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Daarmee wil de gemeente meer kansen creëren voor kwetsbare individuen in Amsterdam en de regio. Naast het bieden van werk, kan dit ook door sociaal inkopen - we stimuleren opdrachtnemers om sociaal in te kopen bij Amsterdamse sociale firma’s om zo indirect werk te creëren voor kwetsbare Amsterdammers - of door bij te dragen aan andere sociale opgaven in de stad, zoals armoedebestrijding, gezondheidsbevordering of onderwijs. Hiermee creëren we met onze investeringen sociale impact. Ook zijn er de afgelopen jaren sociale afspraken gemaakt met organisaties die wel actief zijn in de stad maar waar geen inkooprelatie mee bestaat, zoals evenementenorganisaties, nieuwe hotelinitiatieven, grondontwikkelaars/exploitanten, en buitenlandse bedrijven die zich hier vestigen. In de rol van aandeelhouder stimuleert de gemeente, mede in kader van MVO, ook de deelnemingen waarin zij participeert een bijdrage te leveren aan
Gemeente Amsterdam
Datum 12 januari 2021 Kenmerk Pagina 3 van 4
maatschappelijke doelen op het gebied van duurzaamheid, diversiteit en een inclusieve arbeidsmarkt. Een voor het college belangrijk onderwerp in dit kader is daarbij het voorkomen en tegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie. In het kader van het Werkplan Aanpak Arbeidsmarktdiscriminatie 2019-2020 wordt gewerkt om diversiteit en inclusie onderdeel te laten uitmaken van de inkoop- en subsidievoorwaarden. Ook wordt samen met onder andere de Amsterdam Economic Board gewerkt om in de MRA het aandeel van nu ondervertegenwoordigde groepen in de tech-sector te vergroten. Hierbij zijn ook (grote) werkgevers uit de Amsterdamse metropoolregio betrokken. Als met ‘participatieve economie’ het stimuleren van meer eigenaarschap en zeggenschap voor Amsterdamse bewoners en bedrijven wordt bedoeld, geeft het college vanuit de democratiseringsambities hier uitvoering aan. De ambities van het college met betrekking tot democratisering en participatie zijn verwoord in de beleidsbrief democratisering die op 8 mei 2019 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het college wil de komende jaren samen met bewoners en ondernemers eigenaarschap en zeggenschap vergroten. Ook vanuit het Amsterdamse Ondernemers Programma 2019-2022 wordt hier uitvoering aan gegeven, en wordt stevig ingezet op publieke-private samenwerking en het versterken van collectief ondernemerschap.
Daarnaast biedt het programma Amsterdam Impact 2019-2022 ondersteuning aan impact ondernemingen in de stad (d.w.z. sociale ondernemingen en maatschappelijk gedreven ondernemingen) en het bredere ecosysteem. Het richt zich op alle bedrijven die zowel financiële als maatschappelijke waarde creëren, variërend van sociale ondernemingen en maatschappelijk gedreven startups tot grote bedrijven die maatschappelijke uitdagingen aanpakken door innovatief ondernemerschap. In het begrotingsakkoord ‘Samen sterker uit de crisis’ wordt tevens ingezet op het stimuleren van coöperaties en commons. Hierin is toegezegd een incubator voor coöperatieven te onderzoeken. De gemeente stelt op basis van het huidige beleid op verschillende manier eisen aan de kwaliteit van werkgelegenheid en zet via diverse programma’s en activiteiten in op het tegengaan van ongelijkheid, zowel in de eigen organisatie, haar deelnemingen, als bedrijven werkzaam in en rond Amsterdam. Met betrekking tot het stellen van extra eisen aan bedrijven die vanuit de circulaire agenda steun ontvangen op het gebied van de kwaliteit van werkgelegenheid, of bij het selecteren nadrukkelijk op zoek te gaan naar bedrijven die ongelijkheid in de bedrijfsinrichting tegengaan, is het college van mening dat hierbij ook rekening gehouden moet worden met het proportionaliteitsbeginsel.
Dit houdt in dat eisen en voorwaarden in redelijke verhouding en verbinding moeten staan tot de aard en omvang van steun. Het generiek stellen van deze eisen aan alle bedrijven acht het college op voorhand niet altijd proportioneel. Het college streeft er naar - specifiek in dit tijdsgewricht een brede blik te houden en een zo breed mogelijke groep (circulaire) bedrijven te ondersteunen. Indien proportioneel en relevant (vanuit behoeften of kenmerken van projecten) kunnen in afzonderlijke en individuele (inkoop-, subsidie-, opdracht)trajecten wel elementen uit de participatieve economie of het sociaal fundament aan de orde komen in de eisen die worden gesteld aan bedrijven.
Gemeente Amsterdam
Datum 12 januari 2021 Kenmerk Pagina 4 van 4
Ad. 2. Het sociaal fundament als belangrijk onderdeel van de circulaire economie (donut-principe) op de lobbyagenda van de gemeente te zetten. Dit kan bijvoorbeeld gaan om stakeholderfinance waarin werknemers en coöperaties deels eigenaar zijn van bedrijven Vooralsnog werd in de lobby vanuit Amsterdam richting Rijk en Europese Unie met betrekking tot de circulaire economie voornamelijk ingezet op thema’s op het gebied van duurzaamheid, ecologie en milieu. Het college staat er positief tegenover om de lobby-agenda te verbreden met het sociaal fundament van de donut-economie. Inmiddels is hier in samenwerking de afdeling Public Affairs actief invulling aangegeven en staat het sociaal fundament op de gemeentelijke lobbyagenda. Op Rijksniveau ziet het college graag dat het sociaal fundament wordt meegenomen in het circulair beleid. Hierbij gaat het onder andere om een verschuiving van belasting op arbeid naar een belasting op grondstoffen en energie, het belang van de betaalbaarheid van de transitie, maar ook om het creëren van circulaire banen, het aanbieden van bijbehorende opleidingen en het anticiperen op de transformatie van de arbeidsmarkt. Juist in deze economisch uitdagende tijden is het van belang dat er voldoende wordt omgeschoold en mensen worden begeleid van werk naar werk in de duurzaamheidssector.
Daarbij is het ook van belang om stil te staan bij de kwaliteit van banen en baanzekerheid, hierbij passen ook andere vormen van aandeelhouderschap. Voor het creëren van banen en de transitie van arbeid naar energietransitie en circulaire economie speelt het programma House of Skills binnen de MRA een rol. Het uitgangspunt om in arbeid de ‘skills’ centraal te zetten is een werkwijze om de transitie van arbeid naar duurzaamheid beter te laten verlopen. Voor de EU komt de lobby overeen met wat het college op nationaal niveau willen bereiken, en wordt er meer aandacht gevraagd voor scope-3 emissies en arbeidsomstandigheden ten gevolge van onze productie en consumptie. Uiteraard blijven dit belangrijke thema’s voor het college als onderdeel van verschillende beleidsvelden. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld.
Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid