CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Brief afhandeling 1144.20.pdf

Raadscommissie voor Financiën, Economische Zaken, Deelnemingen, Lucht- en Zeehaven, Duurzaamheid 15 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis nemen van de reactie op motie 1144.20 van de raadsleden Groen (GroenLinks) en Timman (D66) inzake warmtenetten klaar voor lage temperatuur (ZD2021-001481)1.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 23 maart 2021 Duurzaamheid Marieke van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid, bestuurszaken.RD@amsterdam.nl Afdoening motie 1144.20 van de raadsleden Groen (GroenLinks) en Timman (D66)

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 30 september 2020 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt Vaststellen van de Transitievisie warmte motie 1144 van de raadsleden Groen (GroenLinks) en Timman (D66) getiteld Warmtenetten klaar voor lage temperatuur aangenomen waarin het college gevraagd wordt om haar invloed aan te wenden om te zorgen dat de infrastructuur van warmtenetten zo wordt aangelegd dat de temperatuur in die netten ook daadwerkelijk omlaag kan zonder extra investeringen zodra het niveau van isolatie dat toestaat. Het College geeft als volgt uitvoering aan de motie. Alvorens in te gaan op het gevraagde, schets ik voor alle duidelijkheid eerst in kort bestek de achtergrond van dit vraagstuk. Indien vastgoed voldoende geïsoleerd is, is het mogelijk een gebouw comfortabel te verwarmen met warmte van rond 40 graden. Dat is de zogenaamde lage temperatuur (LT) warmte. Voordeel van gebruik van deze LT-warmte is dat er meer type bronnen beschikbaar zijn en dat er soms minder energie benodigd is om water tot die temperatuur te verwarmen. Gebruik van LT warmte kan zodoende bijdragen aan een lagere CO2 uitstoot van de stad. Helaas is het grootste deel van de gebouwen in Amsterdam nog (lang) niet op het niveau geïsoleerd dat het gebouw in koudere dagen voldoende te verwarmen is met LT.

Daarvoor is warmte met een hogere temperatuur nodig. Pas als alle woningen in een buurt voldoende zijn geïsoleerd, kan de aanlevertemperatuur voor dat gebied1 naar beneden. Met de renovatiemotor stimuleert de gemeente vergaande isolatiemaatregelen voor daarvoor geschikte panden. Onder de huidige legionella-regelgeving moeten er dan aanvullende maatregelen getroffen worden die er voor zorgen dat leidingwater tenminste 55 graden is op het tappunt. Zoals u onder andere weet uit onze brief aan minister Ollongren die 14 januari 2021 geagendeerd stond bij raadscommissie FED, vraagt het college aandacht voor een nieuwe regeling omtrent legionellapreventie in drinkwater en warm tapwater; een regeling die rekening houdt met minimaal energieverbruik. In zo’n geval zou zonder aanvullende maatregelen LT-warmte geleverd kunnen

1 Strikt genomen is temperatuur op fijner niveau dan dat van een buurt te regelen. In principe kan achter elke warmte

overdracht station (WOS) een ander temperatuurregime bepaald worden. Achter een WOS zijn gemiddeld 250 woningen aangesloten.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 maart 2021 Pagina 2 van 3

worden. Tot het zover is, is een hogere temperatuur warmtenet nodig, of een extra elektrische installatie in de woning die tapwater verwarmt naar de vereiste temperatuur. Aangezien het CO2 besparingspad en de doelstelling om in 2040 de stad aardgasvrij te hebben niet gehaald wordt indien gewacht wordt met aansluiten van gebouwen op een warmtenet totdat deze voldoende zijn geïsoleerd voor LT, krijgen de gebouwen tot dat moment warmte van een hogere temperatuur geleverd. Later kan die temperatuur naar beneden. Bij de bespreking van de Transitievisie warmte (Tvw) is dit onderwerp uitgebreid besproken. Het college pleit bij warmteleveranciers in de stad voor het aanleggen van toekomstbestendige infrastructuur. Met de twee op dit moment grootste warmteleveranciers, Vattenfall Warmte en Westpoort Warmte (WPW), is geregeld contact. Zij zijn goed op de hoogte van de ambitie om de stad beter geïsoleerd te krijgen, het streven naar zo efficiënt mogelijk gebruik van energie en de wens om aanlevertemperatuur te verlagen tot LT niveau. In gesprekken wordt door het college ook benadrukt dat nu aan te leggen infrastructuur te zijner tijd idealiter gebruikt kan worden met lagere temperaturen. Partijen weten dit en houden er waar mogelijk rekening mee bij ontwerpkeuzes.

Warmtebedrijven hebben overigens zelf ook een belang bij isolatie van woningen; het zorgt voor een gelijkmatiger patroon van warmtevraag. Isolatie verlaagt namelijk de piekvraag op koude winterdagen. Een warmtebedrijf moet het warmtenet en warmtebronnen aanleggen om ook op die momenten comfortabel te kunnen verwarmen. Dit vraagt veel extra capaciteit in het netwerk en van bronnen. Echter, die extra benodigde capaciteit wordt misschien maar een enkele week per jaar benut. Dat is veel te kort om de hoge investering via de extra geleverde warmte terug te verdienen. Die extra kosten zijn daarom in het vastrecht verwerkt. Hoe beter gebouwen geïsoleerd zijn, hoe minder piekvraag, hoe lager de investeringen in piekcapaciteit van warmtebedrijven en hoe lager de (vastrecht)tarieven. Maar de sleutel tot grootschaliger toepassing van LT in bestaande bouw ligt dus bij gebouweigenaren. Hoe meer zij isoleren, hoe eerder LT kan worden aangeboden. Als het zo ver is, hoeven de reeds aangelegde en nu nog aan te leggen warmtenetten niet volledig te worden vervangen. Na beperkte aanpassing blijven zij bruikbaar. Momenteel worden afspraken gemaakt tussen warmtebedrijven en woningcorporaties in het kader van de Amsterdamse Warmtemotor. Daarbij wordt een eerste stap gezet. Het uitgangspunt is dat in uiterlijk in 2040 temperatuur naar 70 graden gaat.

Op Vattenfall heeft de gemeente geen directe invloed. Bij Westpoort Warmte (WPW) is de gemeente sinds 1 maart aandeelhouder. De beide aandeelhouders stellen gezamenlijk de strategie vast. In de gesprekken met mede-aandeelhouder Vattenfall zijn reeds afspraken gemaakt over onder andere toekomstige CO2 uitstoot, uitbreiding van het leveringsgebied en hoe nieuwe bronnen kunnen leveren aan het WPW-netwerk. Deze zijn met u besproken in het kader van de toetreding tot WPW. De aandeelhouders zullen daarnaast periodiek strategische plannen als het Strategisch Master Plan (10 jaar vooruit kijkend) en het Meerjarenplan (5 jaar) vaststellen. Dat is het moment voor de gemeente om onderwerpen als toekomstbestendigheid extra onder de aandacht te brengen. Operationele en tactische uitwerking van dergelijke uitgangspunten, zoals (ontwerp)keuzes van

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 23 maart 2021 Pagina 3 van 3

infrastructuur, zullen niet expliciet ter besluitvorming voorliggen. Het staat een aandeelhouder uiteraard wel vrij om haar zienswijze op onderwerpen ter sprake te brengen. Indien passend bij de gemeentelijke doelstellingen, zal het college dat proactief doen. Om de ambitieuze strategische afspraken op onder andere duurzaamheid te halen, zal de directie van WPW moeten kiezen voor oplossingen die langdurig werken. Binnen kaders als continuïteit van de onderneming, betrouwbaarheid van de warmtelevering, groei van het netwerk en betaalbaarheid zal de directie ook goed dienen na te denken over LT-klaar maken van infrastructuur. Het college zal dit aspect blijven benadrukken. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9960382/1