CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2 bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan DGP.pdf

RAAD 6 maart 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de herziene investeringsnota Dijkgraafplein fase 1 inclusief de bijbehorende grondexploitatie en stedenbouwkundig plan Grandolocatie Dijkgraafplein in stadsdeel Nieuw-West (VN2024-017073)12.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 28

Bijlagen Inleiding5 A.

Matentekening en coördinatentekening

B.

Beeldkwaliteit

C.

Toelichting schaduwstudie

D.

Ondergrond (kabels en leidingen)

Lijst van verwijzingen

x

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 29

Bijlage A. Matentekening en coördinatentekening

Maatvoering bebouwing

De voorgevelrooilijnen aan de straatzijden zijn verplicht om te volgen. De zij- en achtergevelrooilijnen zijn maximale bouwgrenzen waarbinnen gebleven moet worden. Daarmee zijn de afstanden tussen de gebouwen, de minimale onderlinge afstanden.

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 30

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 31

Bijlage B. Beeldkwaliteitseisen Inleiding Deze bijlage geeft beeldkwaliteitseisen voor het nieuwbouwproject Grandolocatie Dijkgraafplein in de wijk Osdorp De Punt in Amsterdam Nieuw-West. Naast reeds geldende beeldkwaliteitseisen zijn hierbij aanvullende beeldkwaliteitsaspecten benoemd gebaseerd op het laatste stedenbouwkundig plan voor de nieuwbouw. Gebruik beeldkwaliteitseisen in planproces Deze beeldkwaliteitseisen worden gebruikt tijdens de ontwerpfase, bij de architectenkeuze en voor toetsing van het plan door de betrokken stedenbouwkundige en de supervisor. Tijdens het planproces dat de gemeente en ontwikkelaars gezamenlijk doorlopen in een planteam vormen de beeldkwaliteitseisen een hou vast voor de ontwerpaspecten van de nieuwbouw die de gemeente belangrijk vindt voor het bereiken van ruimtelijke kwaliteit voor zowel buurt als voor de toekomstige bewoners en gebruikers. Bij de uitwerking van de gebouwen en de maaiveldinrichting vormen ze input voor de ontwerper(s), architect(en). Ook bij de architectenselectie wordt gekeken in hoeverre de visie of aanpak van de architect beantwoordt aan de beeldkwaliteitseisen. (Of dat een architect verrast met een goed onderbouwd en passend alternatief op aspecten). Naast begeleiding door de betrokken stedenbouwkundige wordt het plan ook beoordeeld door de supervisor voor het gebied.

Hierbij zijn de beeldkwaliteitseisen ook aan de orde. De supervisor geeft het planteam advies op het plan tijdens het ontwerpproces (bijv. op een schetsontwerp). De supervisor geeft uiteindelijk een (zwaarwegend) advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstand). Bij de uiteindelijke bouwaanvraag (concept of definitief) toetst de onafhankelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het plan op welstand, oftewel beeldkwaliteit.

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: De schoonheid van Amsterdam In eerste plaats geldt het welstandsbeleid, vast­ gelegd in de nota De schoonheid van Amsterdam, als toetsings­kader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in Amsterdam. De planlocatie ligt in het deelgebied ‘AUP en Post-AUP / Wederopbouw Weesp (6)’. Voor nieuwbouw geldt:

‘Uitwerkingsplan Hart Dijkgraafplein 2005’ .. bevat de uitgangspunten om de veranderingen in het transformatiegebied in goede banen te leiden. Voor nieuwbouw en ingrijpende wijzingen aan bestaande bebouwing vervangen deze uitgangspunten de criteria van het ruimtelijk systeem.

Uitwerkingsplan Hart Dijkgraafplein 2005 In hoofdstuk ‘Criteria voor welstand en supervisie’ zijn onder andere beeldkwaliteitseisen geformuleerd voor de nieuwbouw aan Tussen Meer en het Dijkgraafplein. In dit uitwerkingsplan wordt … aangegeven hoe de bebouwing er uit komt te zien. Dit hoofdstuk geldt … als toetsingskader voor de Supervisor en de Welstandscommissie bij de beoordeling van bouwplannen. Algemene welstandscriteria Er gelden een aantal algemene ontwerpeisen waaraan alle bouwplannen moeten voldoen. De volgende criteria uit de Welstands­nota Osdorp(2004) zijn op het hele uitwerkingsgebied van toe­passing. n Aanpassingen of nieuwbouw binnen een architectonische eenheid, n reeks, strook of hof afstemmen op het geheel. n Aansluiten op bestaande rooilijnen. n Bouwmassa afstemmen op bestaande bouw­ blokken of architectonische eenheid. Huidige situatie ... Langs Tussen Meer vormen de buurtwinkelcentra een doorgaand winkel- en voorzieningenlint tussen het Osdorpplein en het Dijkgraafplein. Tussen Meer is een klassieke stadsstraat. De straat wordt aan beide kanten geflankeerd door langgerekte bouwblokken van enkele woonlagen boven winkels, voorzieningen en bergingen. … Criteria nieuwe situatie n Algemene karakteristiek ... Direct aan Tussen Meer komt een nieuw aaneengesloten, langgerekt blok (langsblok) dat refereert aan de strookvormige bebouwing verderop langs Tussen Meer.

Dit versterkt de continuïteit van de stadsstraat. Het langsblok aan Tussen Meer is een verbindend element binnen de architectonische eenheid. Er is sprake van een geleding in begane grond (voorzieningen, bedrijvigheid, detailhandel) en bovenwoningen. De begane grondlaag (plint) gaat visueel en ruimtelijk een relatie aan met de openbare ruimte. ...

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 32

n

Oriëntatie Uitgangspunt is dat de entrees van de winkels, bedrijvigheid en voorzieningen georiënteerd zijn op Tussen Meer en het Dijkgraafplein. Entrees voor bovenwoningen mogen ook aan de Hoekslootstraat liggen. De architectuur heeft zoveel mogelijk uitstraling naar alle kanten. De nieuwbouw kent zo weinig mogelijk blinde gevels. De begane grondlaag aan Tussen Meer en het Dijkgraafplein gaat functioneel en visueel een relatie aan met de openbare ruimte; de plint heeft een transparant karakter. Rolluiken zijn daarom niet toegestaan. De architect moet eventuele inbraakpreventieve maatregelen integraal in het ontwerp opnemen. De woningen hebben vanuit de huiskamers en de balkons zicht op Tussen Meer en op de Hoekslootstraat. De sociale controle op de belangrijke fiets- en wandelroute tussen De Aker en het Osdorpplein, wordt hierdoor verbeterd.

n

Daken Aansluitend op de karakteristiek van stadsstraat Tussen Meer en de te handhaven bebouwing krijgt de nieuwbouw platte daken. Dakopbouwen of verbijzonderingen in de vorm van sheddaken zijn toegestaan.

n

Kleur- en materiaalgebruik De architectonische eenheid Tussen Meer bestaat uit gebouwen van verschillende ouderdom met een divers materiaalgebruik. De toegepaste kleuren zijn ingetogen (grijstinten, wit, zandgeel, zwart, donkerblauw, rvs). Het nieuwe langsblok aan Tussen Meer is het bouwwerk dat de verschillende gebouwen met elkaar verbindt. Dit gebouw kan gezien worden als een formeel masker waarachter een meer informele vormentaal schuilgaat. Het materiaalgebruik en het kleurgebruik van het langsblok vormt een eenheid die de verbindende functie ondersteund. Het blok krijgt een hedendaagse, rationele vormentaal die zich duidelijk onderscheidt van de meer kleinschalige woonbuurten ten noorden (Hoogheemraadbuurt) en ten zuiden (Meentbuurt) van het uitwerkingsgebied. De nieuwbouw respecteert het uitgesproken karakter van de Kloosflat. Al te letterlijke referenties naar dit complex worden vermeden. Wat het materiaalgebruik betreft is veel mogelijk. Denk aan baksteen, beton, glas en hout. Aluminium mag worden toegepast voor kleinschalige elementen als kozijnen en luifels. Het kleurgebruik is terughoudend en afgestemd op de omgeving. Eventuele reclame-uitingen worden mee ontworpen.

Beeldkwaliteitseisen Stedenbouwkundig Plan 2024 (aanvullend) Architectuur Algemeen = Vertaling tuinstadprincipes in hedendaagse architectuur n licht, lucht, ruimte, groen (en water) n helder onderscheid functies (heldere leesbaarheid van het gebouw) n vormentaal = Vertaling hedendaagse beleidsopgaven van de gemeente Amsterdam die de tuinstadprincipes versterken: n verduurzamen n rigoureus vergroenen Relatie met de omgeving De architectuur heeft samenhang met de bouwstijl en architectuur van de bebouwing langs de rest van Tussen Meer. De nieuwbouw verbindt het laatste deel van Tussen Meer in de Punt met de rest van de stadsstraat en vormt een beëindiging ervan op het Dijkgraafplein. De architectuur draagt bij aan een prettige leefomgeving en het gevoel van sociale veiligheid op straat. Zij versterkt het Dijkgraafplein als centrum (‘hotspot’) van de wijk. De architectuur past in de wijk en bij de vormentaal en ruimtelijke principe van de Westelijke Tuinsteden. Het is een hedendaagse vertaling ervan. De architectuur straalt kwaliteit uit en draagt bij aan de kwaliteit van het straatbeeld. De architectuur is tegelijk ingetogen genoeg dat de tegenover­gelegen monumentale Hangbrug­ maisonnettes beeldbepalend blijven. Oriëntatie In principe zijn alle gebouwen alzijdig georiënteerd.

= Torens T1 en T2 De torens hebben rondom appartementen die met de woonkamer op de buitengevel georiënteerd zijn. Ze hebben een buitenruimte in de vorm van een balkon, aan de gevel. De ontsluiting van alle woningen vindt geheel intern binnen het gebouw plaats, ook die van de begane grond woningen. = H1 en H2 Bij het langgerekte gebouw aan Tussen Meer is er duidelijker sprake van een voor- en achterkant en kopgevels. De woningen zijn met de woonkamers en buitenruimte vooral gericht op de zon (op het zuiden en westen). Daarbij zijn ze tevens georiënteerd op de drukke, stedelijke zijde aan Tussenmeer (en het Dijkgraafplein). Dat de verblijfsruimten van de woningen

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 33

in de voorgevel zitten vergroot de relatie tussen de woningen en de openbare ruimte en daarmee het gevoel van leven(digheid) en sociale veiligheid op straat. De woningen en voorzieningen op de begane grond hebben hun entrees aan de straat (voorgevel) De bovenwoningen worden ontsloten via galerijen aan de achterzijde. Deze kant van het gebouw heeft een minder representatieve functie voor het straatbeeld en zijn vooral bestemd voor de bewoners. Wel is het belangrijk dat er ook voldoende zicht is vanuit de woning op de galerij en op de binnentuin. Dit pleit voor een keuken(raam) aan de galerij.

De gevel bestaat uit rechte lijnen en rechthoekige vlakken. Hij beantwoordt aan het stedelijke karakter van de stadsstraat en het winkelplein aan deze zijde van het gebouw. Het heeft een iets strengere en monumentale uitstraling en een strak ritme, met herhaling van geveldelen. Met de daklijst, balkons en de plint wordt het lang­ gerekte, het horizontale van de gebouwen benadrukt. Door middel van bijvoorbeeld een verticale uitlijning van balkons en/of nissen, herhaling en ritme van gevel­delen of ramen wordt ook verticale geleding in het gebouw gemaakt.

Gevels = Torens T1 en T2 De gevels van de torens in de binnentuin, T1 en T2, zijn rondom min of meer gelijk. Met de gevelindeling en met name de situering van balkons kan worden gevarieerd, om enige speelsheid in de gevels mogelijk te maken. Alleen op de begane grond is er een duidelijk onderscheid tussen de (semi)publieke delen van het gebouw, met de gezamenlijke entree en fietsenberging, die op de openbare ruimte (Hoeslootstraat) georiënteerd zijn en de woningen die naar de binnentuin op erfpachtterrein gericht zijn.

- achtergevel H1&2 De achtergevel is minder van belang voor de presentatie van het gebouw aan de straat, maar is des te belangrijker als ontwerpopgave. De achtergevel is sterk bepalend voor de kwaliteit van de leefomgeving binnen het bouwblok. Deze zijde van het gebouw is het meest van belang voor de bewoners. Het is de kant van de binnentuin, de kant waar bewoners elkaar tegenkomen, kunnen ontmoeten. Maar ook de gevel die het uitzicht van een groot deel van de woningen in de torens bepaalt. Tegelijk zit de gevel aan de schaduwzijde én is vooral een functionele zijde met galerijen op elke verdieping. Bij de vormgeving van de achtergevel dient de aanwezigheid en beweging van (mede)bewoners goed zichtbaar te zijn, waarbij de sfeer van warmte, verbondenheid en ontmoeting tot uitdrukking wordt gebracht. Daarnaast dient de relatie met de binnentuin een ontwerpuitgangspunt zijn voor de achtergevel. Het gaat daarbij enerzijds op de binnentuin, maar daarnaast ook op het passen van de gevel bij het karakter van de tuin. Dit in tegenstelling tot de voorgevel die past bij het meer stedelijke karakter van Tussen Meer. Dit zou bijvoorbeeld vertaald kunnen worden in veel transparantie, gebruik van warme en of natuurlijke materialen (zoals hout) en warme kleuren en licht. Ook kunnen planten in de galerij of langs de gevel bijdragen aan een passend gevelbeeld.

= H1 en H2 Het gebouw aan Tussen Meer vormt qua architectuur één samenhangend geheel en het is vormgegeven als één eenduidig gebouw. Wel is er duidelijk sprake van onderscheid tussen voorgevel, achtergevel en zijgevels. Ook is er sprake van onderscheid tussen begane grond en bovenwoningen. In de plint is er onderscheid tussen woningen en voorzieningen, waarbij de vloer van de woningen maximaal 1 meter kunnen worden opgetild en de pui en vloer van de voorzieningen aansluiten op maaiveldniveau. De plint als geheel heeft samenhang en één hoogte. Het langgerekte karakter van het gebouw komt tot uitdrukking in de architectuur. Tegelijk zorgen verschillende gevelelementen ook (subtiel) voor een verticale geleding. Dit geeft enig tegenwicht tegen met name de Hangbrugmaisonnettes, de Kloosflat aan de overzijde, waarbij het verticale van de reeks langgerekte flats in de architectuur nog eens extra is benadrukt. Het verticale in H1&2 blijft echter ondergeschikt aan het horizontale. Er moet dus geen sprake zijn van opdeling van het gebouw (bijvoorbeeld door middel van kleur of materiaalgebruik) in duidelijk van elkaar te onderscheiden verticale blokken of geveldelen. - voorgevel H1&2 Met de voorgevel presenteert het gebouw zich aan Tussen Meer, aan de entree van de wijk en aan het wijkwinkelcentrum Dijkgraafplein. Hij vormt het gezicht van het gebouw.

- zijgevels H1&2 De zijgevels hebben ramen en of een groene gevel en of gevelkunst. Met name in de westelijke zijgevel aan het Dijkgraafplein zijn ramen wenselijk, voor het zicht op en contact met het winkelplein. De oostgevel leent zich ook voor een groene gevel (klim- of muurplanten). Plint en entrees De plint en entrees zijn uitnodigend, verwelkomend. Je ervaart de sterke functionele en visuele relatie tussen het gebouw en de openbare ruimte. De plint en vooral de gezamenlijke entrees en fietsenstallingen, hebben een transparante gevel en zijn goed en prettig verlicht. Dit is ook het geval bij de voorzieningen.

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 34

Verlichting Verlichting speelt een belangrijke rol voor uitstraling en sfeer van de gebouwen. Dat geldt het sterkst voor de gezamenlijke entrees en fietsenstallingen, omdat dat (’s avonds en ’s nachts) de contactpunten van het gebouwen zijn vanaf de openbare ruimte, een soort bakens. De verlichting moet helder maar warm zijn. Geen koud, fel licht. Overgang openbaar-privé Gebouwen Het vloerpeil van de woningen op de begane grond kan maximaal een meter worden opgetild. Dit zorgt voor iets meer afstand tussen de begane grond­ woningen en het maaiveld en daarmee voor meer privacy. De woningen in gebouw H1 en 2 liggen met de buitenruimte en woonkamer aan het brede trottoir langs Tussen Meer: de drukste straat van de wijk, de hoofdentree van de wijk en de belangrijkste verbinding met de rest van Osdorp. Het iets optillen van de woonkamer en buitenruimte in de vorm van een begane grondbalkon of stadsbalkon zorgt voor enige afstand tussen voorbijgangers en bewoners. Bij het optillen van de begane grond vloer moet wel nadrukkelijk voorkomen worden dat die afstand te groot wordt en er te hoge, lange, anonieme geveldelen ontstaan. Dat wordt voorkomen door de begane grondvloer tot maximaal 1 meter op te tillen en bijvoorbeeld door de verhoging voldoende vaak te onderbreken, bijvoorbeeld met voordeuren, ramen, trapjes of iets dergelijks.

De keuze tussen dichte en open balkonhekjes speelt hierbij ook een rol: dicht betekent meer en hogere dichte geveldelen vanaf het trottoir, maar een open hek bij een één meter van het maaiveld opgetild balkon is minder gewenst in verband met inkijk en privacy.

Maaiveldinrichting De binnentuin draagt (letterlijk) bij aan de beleving van de Tuinstad. De tuin is weelderig en gevarieerd groen ingericht, waarbij (inheemse) bloemen en kruiden een sterke rol spelen. De tuin is goed zichtbaar vanaf de Hoekslootstraat en draagt bij aan het groene straatbeeld. Met name het groen aankleden en duurzaam inrichten van de parkeerstraat is een belangrijke ontwerp­ opgave, om ook dat deel van het binnengebied te laten bijdragen aan een tuinkarakter van het binnen­ gebied. Voor de woningen langs Tussen Meer kan aan smalle groenstrook of geveltuin worden ingericht, als overgang tussen trottoir en beganegrondbalkon. Bij de voorzieningen sluit de pui rechtstreeks aan op het trottoir. Op de hoek van Tussen Meer en het Dijkgraafplein (aan westelijke kop van H1&2) is er ruimte voor een terras of verblijfsinrichting, gekoppeld aan de voorziening in de plint op de hoek.

Maaiveld De erfafscheiding is laag zodat er een goede zicht­ relatie is tussen de Hoekslootstraat en de binnentuin (zeg maximaal 1 à 1,2 m hoog). De erfafscherming tussen de semi-private binnentuin en de openbare ruimte in Hoekslootstraat gebeurt door middel van groen. Indien gebruik gemaakt wordt van een hek is deze geïntegreerd in het groen en niet of nauwelijks zichtbaar. Geveltuintjes bij de beganegrondwoningen in H1, kunnen bijdragen aan een prettige overgang tussen het trottoir langs Tussen Meer en de woningen. Het draagt bij aan een gemoedelijke, groene uitstraling en draagt tegelijk bij aan het creëren van enige afstand tussen de publieke ruimte en het privédomein van de woningen.

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 35

Bijlage C. Toelichting schaduwstudie Datums en tijden

21 juni

Als onderzoekdatums voor de schaduw worden meestal de ‘langste dag’ 21 juni, de ‘kortste dag’ 21 december en de datums die daar precies tussen­in zitten, de equinoxen 21 maart en 21 september (eigenlijk 23 september). De resultaten van 21 maart en 21 september zijn in principe gelijk, dus die worden in één studie samengevat.

Op 21 juni staat de zon het hoogst en zijn de schaduwen het kortst. Ook is de zon het langst zichtbaar. Zij komt ’s ochtends het verst noordoost op en gaat het verst noordwest onder.

Als tijdstippen voor de studie zijn gebruikt een ochtend­tijd 9 uur, tussen-de-middag 12 uur, middag 16 uur en avond 19 uur.

21 juni, 09.00 uur

21 juni, 12.00 uur

21 juni, 09.00 uur

21 juni, 12.00 uur

21 juni, 16.00 uur

21 juni, 19.00 uur

21 juni, 16.00 uur

21 juni, 19.00 uur

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 36

9.00 uur (zie schaduwtekening) De ochtendzon uit het oosten legt de schaduw in westelijke richting. Door de hoge stand van de zon raakt de schaduw van de nieuwbouw geen omliggende woningen. Ook binnen het plan hebben gebouwen op dit tijdstip vrijwel geen schaduw van andere gebouwen binnen en buiten het plan. Alleen gebouw H3 aan het Dijkgraafplein krijgt aan de achterzijde in de hoek met H2 enige schaduw van dat gebouw. Verder liggen alle gevels aan de westzijde van de gebouwen in de schaduw. 12.00 uur (zie schaduwtekening) Tussen-de-middag (noen) staat de zon in het zuiden en wijzen de schaduwen naar het noorden. De zon staat op z’n hoogst en er zijn bijna geen schaduwen te zien. De nieuwbouw zorgt niet voor schaduw op omliggende woningen en visa versa. De gevels aan de noordzijde van de gebouwen liggen in de schaduw. 16.00 uur (zie schaduwtekening) In de loop van de middag draait de zon naar het westen en legt de schaduwen naar het oosten. De nieuwbouw legt nu alleen schaduw binnen het plangebied zelf en niet op gebouwen rond de nieuwbouw. Andersom is er ook geen schaduw van omliggende gebouwen op de nieuwbouwwoningen. Een deel van de westelijke gevel van T1 ondervindt op de begane grond schaduw van gebouw T2. Een deel van de weste­ lijke gevel van T2 ondervindt op de begane grond schaduw van gebouw H3. H2 krijgt op de noordgevel in de hoek met H3 schaduw van H3.

Alle gevels aan de oostzijde van de gebouwen liggen in de schaduw. 19 uur (zie schaduwtekening) In de zomer is ook de avondzon van belang voor de schaduwstudies. De zon schijnt niet alleen langer, mensen maken in de zomer meer gebruik van de avondzon dan in de andere seizoenen. Maar ook op de langste dag is de zonkracht ’s avonds duidelijk minder en zijn de schaduwen lang. De schaduw wijst in zuidoostelijke richting. Gebouwen H3 en T2 werpen schaduw op de noordzijde van gebouw H1 / 2. Gebouwen H3 en T2 krijgen op dit tijdstip enkel op de begane grond zeer geringe schaduw van de bestaande laagbouw ten noorden en westen van het plangebied. Alle gevels aan de zuid- en oostzijde van de gebouwen liggen in de schaduw.

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 37

21 maart, 21 september 09.00 uur

21 maart, 21 september 09.00 uur

21 maart en 21 september 9.00 uur (zie schaduwtekening) De ochtendzon uit het oosten legt de schaduw in westelijke richting. De schaduw van de nieuwbouw heeft maar beperkt nadelige voor de bezonning van omliggende woningen. De schaduw van gebouw T2 valt op de voor- en zijgevel en het dak van de twee zuidelijkste woningen aan de Schuitenhuisstraat. Ook binnen het plan valt er weinig schaduw op andere gebouwen binnen het plan. Alleen gebouw T1 ondervindt aan de westkant van de zuidgevel schaduw van H1. En H3 krijgt aan de achterzijde in de hoek met H2 schaduw van gebouw H2. Verder liggen alle gevels aan de west- en noordzijde van de gebouwen in de schaduw. 12 uur Tussen-de-middag (noen) staat de zon in het zuiden en wijzen de schaduwen naar het noorden. De zon staat op het hoogst van de dag en de schaduwen zijn kort. De nieuwbouw zorgt niet voor schaduw op omliggende woningen en visa versa. De schaduw van gebouw H1 beslaat wel een belangrijk deel de begane grond van de zuidoostelijke gevel van gebouw T1. Alle gevels aan de noordzijde van de gebouwen liggen in de schaduw.

21 maart, 21 september 16.00 uur

21 maart, 21 september 16.00 uur

16.00 uur (zie schaduwtekening) Op 21 maart en september zijn de schaduwen om 16 uur al behoorlijk lang. Ze wijzen in noordoostelijke richting. De nieuwbouw legt alleen schaduw binnen het plangebied zelf en niet op gebouwen rond de nieuwbouw. Andersom legt het hoge gebouw van de hangbrugmaisonnettes, aan de overzijde van het Dijkgraafplein, schaduw op de onderste vijf bouwlagen van het zuidelijk deel van de westelijke gevel van H3 en op de westelijke kopgevel van H2, plus de westelijke hoek van de zuidgevel van H2 (voorgevel). Binnen het plangebied zorgt H3 voor schaduw op de onderste 4 lagen van de zuidwestelijke en zuidoostelijke gevel van gebouw H2. En legt gebouw T2 schaduw op de onderste vier lagen van de noordkant van de zuidwestelijke gevel. Alle gevels aan de noordoostzijde van de gebouwen liggen in de schaduw. 19.00 uur In deze periodes van het jaar is het om 19 uur al schemerig of donker en een schaduwstudie niet meer relevant.

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 38

21 december, 09.00 uur

21 december, 09.00 uur

21 december Op 21 december staat de zon het laagst en is zij het kortst te zien. De schaduwen zijn het langst van het jaar. Vaak wordt deze periode achterwege gelaten uit schaduwstudies om dat het de hele dag relatief donker is en schaduwen de hele dag langgerekt zijn, maar ook omdat er veel minder van de zongenoten wordt bijvoorbeeld in de tuin of op het balkon, zoals in de zomer.

21 december 12.00 uur

21 december, 12.00 uur

16.00 uur In december is het om 16 uur al te schemerig en een schaduwstudie niet meer relevant. 19.00 uur In december is het om 19 uur al donker en een schaduw­studie niet meer relevant.

9.00 uur (zie schaduwtekening) De ochtendzon werpt in december lange schaduwen, ’s ochtends in (noord) westelijke richting. De laagbouwrijtjes aan de westkant van de Ingelandenweg liggen in de schaduw van gebouw H3. De laagbouwrijtjes aan de Schuitenhuisstraat liggen grotendeels in de schaduw van gebouw T2. Gebouw T1 werpt een schaduw over alle verdiepingen op de westelijke helft van de zuidoostelijke gevel (voorgevel) van een toekomstig te ontwikkelen nieuwe gebouw van Cordaan. 12.oo uur (zie schaduwtekening) Ook als de zon op haar hoogste punt van de dag staat, om circa 12 uur, zijn de schaduwen in december nog lang. De nieuwbouw werpt schaduw op alle gebouwen ten noorden van het plangebied. H3 geeft schaduw op de zuidwestelijke gevel van de laagbouwrijtjes aan de Schuitenhuisstraat (achtergevel en achtertuin), T2 en T1 op delen van de westelijke en zuidelijke gevel van het toekomstige gebouw van Cordaan. Binnen het plangebied zorgt gebouw H1 / 2 voor schaduw op gebouw T1 op de onderste vier lagen van de zuidoostelijke gevel en onderste drie lagen van zuidwestelijke gevel. En verder voor schaduw op gebouw T2 op de onderste drie lagen van de zuidoostelijke gevel en onderste twee lagen van de zuidwestelijke gevel.

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 39

Bijlage D. Ondergrond (kabels en leidingen)

Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 40

COLOFON Contact Vernieuwingdijkgraafplein@amsterdam.nl Productie Ruimte en Duurzaamheid Vormgeving LassooyDesign BNO Copyright Gemeente Amsterdam Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Stedenbouwkundig Plan Grandolocatie Dijkgraafplein | 41

24437

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15220302/1