2. Bijlage 1 pva pilot onafhankelijke bezwaarschriftcommissie.pdf
Tekst van het document
Plan van aanpak pilot onafhankelijke bezwaarschriftencommissie Er zijn verschillende manieren waarop de procedure voor het behandelen van bezwaren ingediend tegen besluiten van (bestuursorganen van) de gemeente ingericht kan worden. Een van de keuzes die gemaakt kan worden is het instellen van een externe adviescommissie. Deze mogelijkheid is vastgelegd in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit artikel is van toepassing indien ten behoeve van de beslissing op het bezwaar een adviescommissie is ingesteld: a. die bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden, b. waarvan de voorzitter geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en c. die voldoet aan eventueel bij wettelijk voorschrift gestelde andere eisen. In Amsterdam is de werkwijze voor bezwaren neergelegd in de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester). Uitgangspunt van deze regeling is dat de advisering over hoe een bezwaar afgehandeld zou moeten worden is opgedragen aan een ambtelijke commissie, bestaande uit leden werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college/burgemeester en van wie één als voorzitter optreedt en één als secretaris. Niet meer dan één lid van de commissie, niet zijnde de voorzitter, mag de voorbereiding van het besluit betrokken geweest zijn.
Doel van de pilot In het kader van de juridische vernieuwing (het – meer - ten dienste stellen van de juridische functie van de relatie overheid - burger) is de gemeenteraad toegezegd een pilot met een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie uit te voeren, zodat bekeken kan worden of de inzet van zo’n commissie meerwaarde kan hebben voor het afhandelen van bezwaren, in het licht van de doelstelling van de juridische vernieuwing. Het uitgangspunt is dus steeds de vraag: wat is het beste voor de burger. Opzet pilot De huidige regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester) voorziet in de mogelijkheid een externe commissie in te zetten (artikel 2.3 en 3.1 van de regeling). Het voorstel is om de pilot uit te voeren op basis van de volgende uitgangspunten: Bespreekpunt: Onderschrijft u de volgende uitgangspunten? 1. Werkterrein: Er wordt een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie ingesteld die een dwarsdoorsnede van bezwaren binnen de gemeente behandelt. Bij het maken van de keuze voor welke bezwaren in de pilot worden betrokken gelden de volgende uitgangspunten:
Zowel typische tweepartijengeschillen (uitsluitend overheid – burger, bijvoorbeeld een uitkering of naheffing belasting) als geschillen waarin meerdere partijen betrokken kunnen zijn (bijvoorbeeld exploitatievergunningen horeca, evenementenvergunningen of omgevingsvergunning bouwen met strijd bestemmingsplan). o Bezwaren bij verschillende bestuursorgaan (exploitatievergunning horeca bij de burgemeester, omgevingsvergunning bij college). o Verschillende beleidsterreinen (sociaal, openbare orde, ruimtelijke ordening). o Met verschillen in de huidige werkwijze (eenhoofdig horen bij sociaal, ambtelijke commissie bij exploitatievergunning en omgevingsvergunning). Duur en samenstelling: De onafhankelijke commissie wordt ingesteld voor de periode van een jaar en bestaat uit twaalf leden die in wisselende samenstelling bezwaarden zullen horen en het college/de burgemeester zullen adviseren over de afhandeling van het bezwaar. Uitgaande van twee zittingen per maand kunnen tussen de 60 en 120 bezwaarschriften behandeld worden, afhankelijk van de omvang, complexiteit en het aantal partijen. In de pilot wordt gekozen voor een volledig onafhankelijke commissie bestaande uit drie leden per zitting. Het verschil met de huidige werkwijze is dan het grootst, wat een vergelijking tussen beide vormen ten goede komt.
Opdracht: Bij het werven van de leden zal nadrukkelijk worden gezocht naar verschillende expertise en ervaring, niet uitsluitend naar een juridische achtergrond. De commissie krijgt de opdracht oplossingsgericht te adviseren over bezwaren en zich niet te beperken tot louter het juridische kader. Achtergrond leden: De leden van de commissie zijn in elk opzicht onafhankelijk van de gemeente. Elke vorm van verbinding met de gemeente Amsterdam in de breedste zin (werk, opdrachten, subsidie, bestaande commissies of verenigingen die veel contact met de gemeente hebben) staat aan het lidmaatschap in de weg. Dit geldt niet voor het ontvangen van een uitkering of andere sociale voorziening. Dit borgt de onafhankelijkheid van de commissie en voorkomt de schijn van belangenverstrengeling. Ambtelijk secretaris: De commissie wordt ondersteund door drie ambtelijke secretarissen, die de commissie niet alleen ondersteunen bij de voorbereiding van de hoorzittingen en het opstellen van de adviezen, maar die tevens belast zullen worden met het aanleveren van zaken voor de onafhankelijke commissie. De secretarissen zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van een voldoende gedifferentieerd, gevarieerd en divers aanbod aan zaken.
Vertegenwoordiging namens bestuursorgaan Voor het horen door een onafhankelijke commissie wordt een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan uitgenodigd (vastgelegd in artikel 7:13 lid 5 Awb) om het standpunt van het bestuursorgaan toe te lichten. Dit betekent ook voor de vertegenwoordigers een nieuwe rol, die cruciaal is voor het vertrouwen van de burger. Vertegenwoordigers moeten daarin voldoende ondersteund en getraind worden. o
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Evalueren en leren De doelstelling van de pilot is leren: draagt een onafhankelijke commissie bij aan het herstel van vertrouwen in de relatie burger - overheid. Dat vraagt om een gedegen evaluatie. Dat kan door het afnemen van korte vragenlijsten bij zowel de bezwaarde als de commissieleden. Ook is het belangrijk om te blijven vergelijken met de huidige manier van werken. Daarom wordt voorgesteld om ook de behandeling van zaken via de huidige werkwijze te volgen en een tevredenheidsmeting te doen. Daarbij moet ook betrokken worden of bij de ambtelijke afhandeling een vorm van informele aanpak is toegepast of niet. Zo kan de tevredenheid vergeleken worden. Deze informatie kan gebruikt worden in de evaluatie voor nadere besluitvorming. De evaluatie kan ondergebracht worden bij een extern bureau of onderzoeksinstelling.
Vervolgstappen 1. Aanwijzen van de ambtelijk secretarissen. Zij worden in samenspraak met DJZ belast met het opstellen van een werkwijze om de bezwaren die aan de onafhankelijke commissie worden voorgelegd te selecteren. Zij bereiden de hoorzittingen voor, nemen deel aan de beraadslagingen van de commissie, stellen de conceptadviezen op, stemmen de adviezen af met de commissie en houden nauw contact met de primaire afdeling die het besluit heeft genomen1 – ook over eventuele geadviseerde aanpassingen aan het besluit. Het project wordt aangestuurd vanuit DJZ. 2. Het zoeken naar een bureau/onderzoeksinstelling die de pilot (afgezet tegen de huidige werkwijze en in het licht van de doelstelling van de juridische vernieuwing) kan evalueren. Onderdeel van de evaluatie zijn in ieder geval de volgende criteria: a) De doorlooptijd. b) Waardering van bezwaarden. c) Waardering eventuele derde-belanghebbenden. d) Waardering van de primaire dienst. e) Waardering bestuur. f) Percentage niet-ontvankelijk, gegrond, ongegrond, ingetrokken en contrair. 3. Zoeken (adverteren) en aanwijzen leden onafhankelijke commissie. Dit kan op grond van artikel 2.3 lid 2 en 3.1 regeling door de directeur DJZ gedaan worden. 4.
Na afloop van de pilot opstellen van een evaluatie en een advies aan de burgemeester en raad over het wel of niet behouden van een onafhankelijke commissie en zo ja, voor welke bezwaren.
11
Indien het bestuur contrair wil gaan aan het advies van de commissie, wordt de bestaande regeling daarvoor in de Regeling bezwaar en beroep gevolgd.