2. Bijlage 1 bij reactiebrief Gemeente Amsterdam aan BZK consultatieversie Wblo.docx
Tekst van het document
Reactie gemeente Amsterdam consultatieronde wetsvoorstel bestemming lichamen overledenen Artikelnr. 1.1 1
Betreft Definitie opgraven/ ruimen Overlijdensonderzoek en schouw
Wijzigingsverzoek Een definitie van opgraven en ruimen toevoegen. Overlijdensonderzoek: het onderzoek door een gemeentelijk schouwarts en ambtenaren van politie in geval van aanwijzingen voor een mogelijk niet-natuurlijk overlijden, naar de aard en oorzaak van het overlijden en de identiteit van een overledene.
Toelichting In de uitvoeringspraktijk ontstaan nogal eens misverstanden over wanneer een handeling ruimen of opgraven betreft. Onderzoek naar de aard van overlijden (natuurlijk / niet-natuurlijk) is te beperkt. Het nader onderzoek naar overlijden door de gemeentelijk lijkschouw/forensisch arts dient juist om meer zicht te krijgen op de oorzaak van het overlijden en daarmee op de aard van het overlijden.
Schouw: het uitwendig onderzoek aan het lichaam van een overledene door de behandelend arts of een gemeentelijke schouwarts naar de aard en oorzaak van het overlijden.
Aard en doodsoorzaak (staat bij hoofdstuk 2 wel in de titel).
Tegenwoordig kan men een reductie (foeticide) van een meerling zwangerschap uitvoeren bij minder dan 24 weken. Een kind wordt dan bij een meerlingenzwangerschap toch bij een datum à terme geboren, omdat het andere kind wel wordt uitgedragen, waardoor er een schouw moet plaatsvinden. Gezien de huidige stand van zaken in de medische wereld weet een arts exact hoelang iemand zwanger is en wanneer een dergelijke foeticide plaatsvindt. Met de toevoeging van punt 2 hoeven forensisch artsen die foetussen niet meer te gaan schouwen, omdat onder de 24 weken de Wblo niet van toepassing is. Het vastgestelde moment van foeticide (de intra-uteriene vruchtdood) is een logisch moment van overlijden. De schouwarts is gehouden om in lijn met de professionele standaard te handelen en daarmee in iedere situatie een goede, vertrouwde en verantwoorde schouw te verrichten. De professionele standaard omvat de actuele medisch-inhoudelijke normen (geformuleerd door de beroepsgroep) alsmede de wettelijke verplichtingen.
2
Reikwijdte
Toevoegen: 2. Deze wet is ook niet van toepassing bij een intrauterien, vastgesteld overlijden na een zwangerschapsduur van minder dan 24 weken.
7.2
Schouw is van goede kwaliteit en niveau
Toevoegen: a. Handelt in overeenstemming met de professionele standaard.
Deze wet verruimt de bevoegdheden van de schouwarts. Dat lijkt tegenstrijdig met sec een onderzoek doen naar de aard van overlijden.
8.1
Benoeming door College van B&W
Laatste zin wijzigen: De forensisch arts/ gemeentelijk lijkschouwer wordt benoemd door of namens het college van burgemeester en wethouders.
8.2
Register
‘In een daartoe gehouden register’ concretiseren. In het profielregister forensische geneeskunde KNMG dan wel in een door de beroepsvereniging FMG ingesteld register.
10.3
Onverwijld mededelen middels een formulier
Schrappen ‘door middel van een daartoe vastgesteld formulier’.
11
Levensbeëindiging
11.1
Levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdoding Overlijdensonderzoek
Expliciet vermelden dat euthanasie een niet natuurlijk overlijden is, waarbij politie in de basis geen rol speelt. Schrappen ‘door invulling van een daartoe vastgesteld formulier’.
13a
13 1.c en 1.d
Onderzoek aan kleding en het meten van de temperatuur
Schrappen ‘In geval van aanwijzingen voor een mogelijk niet-natuurlijk overlijden’. Vervangen door: ‘Indien nodig kan een ambtenaar van politie, onder gezag van de officier van justitie, voor zover dat redelijkerwijs nodig is ter uitvoering van het overlijdensonderzoek’. Schrappen lid c. en d.
In de Memorie van Toelichting wordt ook de mogelijkheid aangeven dat deze benoeming gemandateerd kan worden aan de DPG. In artikel 8 wordt de benoeming van de gemeentelijk schouwarts geregeld. Wij vinden het een positief punt dat de benoeming van de gemeentelijk schouwarts voorbehouden blijft aan het college van burgemeester en wethouders, waarmee het een gemeentelijke taak blijft die bijdraagt aan de publieke gezondheidszorg. In een daartoe gehouden register is open geformuleerd en betekent dat ieder willekeurige partij/ persoon een register kan openstellen en onderhouden. Wenselijk is om dit te beperken tot het erkende profielregister van de KNMG en het vooropleidingsregister anios FG van het FMG In de praktijk wordt er geen formulier gebruikt en is dit ook niet wenselijk aangezien het aanvullende administratie oplevert en niets toevoegt. Kan onduidelijkheid geven als het niet expliciet wordt benoemd. Ruimte houden voor elektronische verzending / digitale verwerking. In dit artikel wordt meteen gespecificeerd dat er aanwijzingen zijn voor een niet-natuurlijk overlijden, maar er moet eerst onderzoek worden gedaan, voordat er eventueel aanwijzingen komen. Lid c en d weglaten, omdat elke vorm van postmortale diagnostiek aan het lichaam de verantwoordelijkheid van de forensisch arts is. Daar hoort de postmortale temperatuurmeting ook bij, het is lichamelijk onderzoek.
Als data van andere partijen moeten worden overgenomen, is er een grotere kans op fouten en dus onnauwkeurigheid van het schouwverslag.
14.1
Aard van overlijden
De (indicatie tot) de doodsoorzaak toevoegen. De gemeentelijke schouwarts kan, na het lichaam van de overledene te hebben geschouwd, in afwijking van artikel 10, vierde lid, en, indien van toepassing, zoveel mogelijk in overleg met betrokken ambtenaren van politie, een nader onderzoek naar de aard van het overlijden en/of doodsoorzaak verrichten of laten verrichten. Artikel 7, tweede lid, is op het nader onderzoek van overeenkomstige toepassing. Meer specificeren over welk nader onderzoek het gaat.
14.3
Niet bij een vermoeden van een strafbaar feit
14.5
Radiologie en toxicologie
Ruimer formuleren (proportionaliteit in acht nemende).
15.1
Identificatie
Als de identiteit van een overledene vaststaat, bevestigt de arts die de schouw verricht een identificerend middel op niet-invasieve wijze aan het lichaam van de overledene.
15.2
Wijzigen: als de identiteit van een overledene in geval van een natuurlijk overlijden niet vaststaat, stelt de arts die de schouw verricht de BM of een ambtenaar van de burgerlijke stand daarvan op de eerstvolgende werkdag in kennis.
Bovendien verandert iedere handeling de omstandigheid. Veranderen van de omstandigheden voordat de gemeentelijk schouwarts aanwezig is, heeft impact op de lijkschouw en is onwenselijk. Zie opmerking bij artikel 1. Ook de doodsoorzaak (dan wel een indicatie) is van belang Hoewel Amsterdam in lijn met de GGD GHOR Nederland de verruiming die in artikel 14 beschreven staat, toejuicht, beperkt de wettekst de mogelijkheden voor nieuwe, postmortale diagnostiek in de toekomst. Dit is wat onduidelijk. Is dit gericht op een gerechtelijke sectie die hierop volgt? Dan is het wat logischer. Afnemen van materiaal wil je zo vroeg mogelijk doen. Dit is specifiek geformuleerd en beperkt de mogelijkheden tot nader onderzoek. Dit kan zeer relevant voor nabestaanden zijn, dan wel in het kader van de volksgezondheid. Een identificerend label moet aan de overledene worden bevestigd. In een aanvullend document moet worden vastgelegd hoe dit moet gebeuren en met welk middel. Het moet niet los te maken zijn zonder het label onherstelbaar te beschadigen. Omdat een lijk ook op een natuurbegraafplaats begraven moet kunnen worden, moet dat label verteerbaar/ afbreekbaar zijn. De BM zou altijd onmiddellijk in kennis moeten worden gesteld, als de identiteit van de overledene nooit vast op het moment van de schouw begint.
De ene keer is dat eenvoudig, bijvoorbeeld bij overlijden thuis in bijzijn van nabestaanden, maar vaak moet dat uitgezocht worden, bijvoorbeeld bij een verkeersslachtoffer of een waterlijk.
15.6
21
Er wordt niet overgegaan tot uitvoering van de bestemming voordat is vastgesteld dat het registratie- nummer op de kist of omhulsel overeenkomt met het nummer op het identificerend middel Klinische sectie of ander geneeskundig onderzoek Sectie
28.1
Termijn begraving
18
29.1
Zorg burgemeester
De controle van het nummer, dat vast zit aan de overledene, is onwenselijk omdat hiervoor opnieuw de kist of het omhulsel moet worden open gemaakt.
In de praktijk betekent dit dat elke kist of omhulsel op de begraafplaats geopend moet worden om het pols- of enkelbandje aan de overledene te controleren. Dit terwijl de naasten de kist vaak al zelf gesloten hebben. Dit maakt inbreuk op het ritueel. Aanvullende praktische bezwaren zijn dat er een extra ruimte noodzakelijk om deze check uit te voeren. Bovendien kost het extra tijd tijdens de uitvaart(ceremonie), wat aan nabestaanden moet worden doorberekend.
Duiden wie de kosten hiervan dient te dragen. Verduidelijken dat dit verricht moet worden door een klinisch dan wel forensisch patholoog. We kunnen ons vinden in het uitgangspunt dat begraven binnen 24 uur mogelijk moet zijn en dat een begrafenis op iedere dag van de week plaats moet kunnen vinden. Begraven binnen 24 uur is op dit moment al mogelijk door bij het digitaal aanvragen van het verlof tot begraven ook een bespoediging te regelen. In de praktijk wordt door religieuze groeperingen meestal binnen 36 uur begraven. Bij natuurlijk overlijden krijgt men het verlof dezelfde dag als men aangifte doet vóór 11.30 uur. Anders de volgende dag.
Een termijn van 3 dagen verbinden aan de start van de zorgplicht van de BM.
In het kader van de hiervoor benodigde wijziging van de ‘beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria Amsterdam’ aangaande de gemeentelijke begraafplaatsen, zal bezien worden of hier beperkingen aan verbonden dienen te worden met het oog op beschikbare (formatie) capaciteit en/of de zondagsrust. Vaak melden zich binnen enkele dagen nog nabestaanden die de uitvaart kunnen regelen. Het niet noemen van een termijn kan ook leiden tot een langer verblijf van de overledene in het mortuarium en daarmee hogere kosten voor de gemeente (liggeld) of de nabestaanden.
29
Zorg burgemeester
Het binnentreden van de woning zonder toestemming van de rechthebbende op grond van artikel 29 moet ten dienste staan aan het kunnen voorzien in de schouw en de bestemming. Belangrijk is dat dit onderzoek door politie of arts mag plaatsvinden.
31.1
Voorziening in de kosten door de gemeente
46.2
Verwaarlozing onderhoud particulier graf
49.2
Meldingsplicht gelijktijdige ruiming 10 of meer graven
Het is onwenselijk dat de kosten verbonden aan het vervoer automatisch voor rekening komen van de gemeente. Graag toevoegen dat de rekening voor het vervoer (samen met de rekening voor het mortuarium) gaat naar de uiteindelijke opdrachtgever van de uitvaart. De termijn van 5 jaar dusdanig verkorten dat in geval van ernstige verwaarlozing (omvallend monument, ernstige verzakkingen) het mogelijk is na 1 jaar het monument af te nemen. Een termijn toevoegen.
56.1
Definitie levensbeschouwelijke instellingen
De meldingsplicht inperken: dit is alleen noodzakelijk als de resten de begraafplaats verlaten om elders te worden herbegraven. De uitbreiding met ‘of levensbeschouwelijke instelling’ laten vervallen. In plaats daarvan het wetsvoorstel verduidelijken door eenduidige voorwaarden te formuleren waaraan voldaan moet worden om als kerkgenootschap aangemerkt te worden.
Als na het raadplegen van de basisregistratie personen geen familie wordt gevonden, gaat team Uitvaarten van gemeentewege in de woning op zoek naar nabestaanden en uitvaartpolissen. Deze mogelijkheid van de BM tot het binnentreden van de woning zonder toestemming van de rechthebbende t.b.v. dit onderzoek biedt de wet nu niet expliciet. Dit is niet noodzakelijk als dit onderzoek mogelijk is op basis van het bepaalde in de Memorie van Toelichting ‘als dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is’. Als dit er niet onder geschaard kan worden dan is het wenselijk om hier een bepaling voor toe te voegen. De met het vervoer gepaard gaande kosten moeten niet onderschat worden. In Amsterdam is hier op jaarbasis circa € 100.000,- mee gemoeid. In meer dan 50% van de gevallen worden nog nabestaanden gevonden die de uitvaart regelen. In de praktijk is het gedurende 5 jaar plaatsen van een bordje bij het graf niet goed werkbaar op een grote begraafplaats, in verband met grasmaaien en het regelmatig verdwijnen van de bordjes bij de graven. Zonder termijn valt dit eenvoudig te omzeilen. Grootschalig ruimen (lees > de genoemde 10 graven in het wetsvoorstel) komt regelmatig voor op een grote begraafplaats met algemene graven. De resten worden bijgezet in het verzamelgraf op de begraafplaats, in lijn met de wens van de overledene.
Er is steun voor de wijziging van de wet zodat moskeeën ook onder de omschrijving vallen, maar de hiervoor geformuleerde verruiming is te algemeen. Een levensbeschouwelijke instelling is een moeilijk af te bakenen begrip, wat kan leiden tot diverse aanspraken op de beschikbare
schaarse ruimte. Bovendien zal het moeilijk zijn de grootte van de achterbannen vast te stellen. In steden met een grote diversiteit aan bevolkingsgroepen en levenswijzen, welke op dit moment hun dierbaren begraven volgens de mogelijkheden die Nederland hiertoe biedt, valt te verwachten dat bepaalde groepen (en afsplitsingen ervan) bij het verruimen van de mogelijkheid hiertoe een aanvraag zullen indienen voor een eigen begraafplaats, door zich te verenigingen in een levensbeschouwelijke instelling.
56.1
Grond ter beschikking tot een zodanige gestrektheid als overeen komt met een redelijk deel van de grond die in de gemeente voor begraafplaatsen bestemd is.
Dit artikel verduidelijken door een eenduidige methodiek op te nemen hoe de omvang van een doelgroep te bepalen. Duidelijkheid via een wetsbepaling verschaffen welke verplichting gemeenten hebben op het moment dat er voor een aanvraag geen ruimte is binnen de grond die in de gemeente voor begraafplaatsen bestemd is.
Het principe dat de gemeente verplicht tot medewerking aan verkoop van grond bij een aanvraag voor vestiging van een eigen begraafplaats (mits die aanvraag aan de voorwaarden voldoet) heeft zijn oorsprong in de scheiding van kerk en staat, om te voorkomen dat de staat (gemeente) op geloofsinhoudelijke gronden wel of niet gaat meewerken (vrijheid van godsdienst). De scheiding van kerk en staat is dus wat anders (en veel strikter) dan een ‘scheiding van levensbeschouwing en staat’, en het verruimen van kerkgenootschap naar levensbeschouwelijke instelling is een zodanig verruiming dat er grote problemen worden voorzien in het zorgvuldig en rechtmatig beoordelen/ toetsen en honoreren van aanvragen. Hoe moet de omvang van de achterban van een aanvragende partij worden bepaald? Achtergrondkenmerken van een doelgroep zijn demografisch veelal niet geregistreerd en uiterst gevoelig wanneer ze door de staat (gemeente) worden toegepast om aanvragen te beoordelen. Er ontstaat onduidelijkheid over de hoeveelheid grond waar een aanvragende partij recht op heeft binnen het bestaande aanbod. Een aanvraag vraagt om ruimtelijke afscheiding van een stuk grond (veelal met eigen opgang en faciliteiten) van een bestaande begraafplaats. Los van de exploitatieconsequenties die dit voor de begraafplaats heeft, is het vinden van geschikte locaties hiervoor
Dit artikel verduidelijken voor de situatie dat er geen/onvoldoende grond binnen de voor begraven bestemde grond voor handen is (zowel in huidige als nieuwe wetsvoorstel ontbreekt die nu). Het (nader onderzoeken van de mogelijkheid van) introduceren in de wet van een regionale oplossing voor doelgroep specifieke begraafplaats aanvragen, in plaats van deze op te leggen aan elke gemeente afzonderlijk. Zeker in gebieden en steden die met zware ruimte schaarste te kampen hebben.
problematisch in de praktijk. Beschikbare begraafruimte is veelal verspreid over begraafplaatsen beschikbaar en niet als een aaneengesloten vlak dat afgestoten kan worden van een bestaande begraafplaats. Overaanbod van begraafruimte is in steden met ruimte schaarste niet gangbaar en vanuit planologisch oogpunt ook niet gewenst. Daar heeft een begraafaanbod de voorkeur waar iedereen welkom is en volgens eigen rituelen begraven kan worden, desgewenst in gescheiden grafvakken. Onduidelijk is of in het geval dat er geen geschikte locatie of deellocaties beschikbaar zijn om in oppervlak waar een aanvrager recht op heeft te voorzien, er een verplichting vanuit de Wblo bestaat om grond buiten de voor begraven bestemde grond aan te wenden, al dan niet binnen de gemeentegrens. Het raakt ook aan de vereiste vanuit de Omgevingswet van ‘een evenwichtige verdeling van functies over locaties’ in relatie tot de vele andere ruimteclaims die op de stad afkomen en efficiënt ruimtegebruik waarbij doelgroep specifieke toewijzing van grond niet meer gangbaar is. Amsterdam hanteert bovendien sinds 1896 een erfpachtsysteem waarbij verkoop van grond in principe niet aan de orde is. Sinds 2016 is hier wel de mogelijkheid van eeuwigdurend erfpacht aan toegevoegd, in het geval dit als een passend aanbod door een initiatiefnemer wordt beschouwd.
Wanneer een verruiming wordt toegepast van aanvraag per gemeente naar aanvraag per regio wordt de kans op snelle en adequate honorering van aanvragen die aan de criteria voldoen naar verwachting aanmerkelijk groter. Dit vraagt wel om duidelijkheid wat ‘de regio’ in dit verband is (bijvoorbeeld het regionale samenwerkingsverband MRA of de Woonregio Amsterdam. Dat laatste zou een zekere logica hebben: daar waar men inschrijft voor een (sociale) huurwoning, daar geldt ook het spreekwoordelijke recht om begraven te kunnen worden.
56.4
64.1
Bijzondere begraafplaatsen en godsdienstige of levensbeschouwelijke instellingen Bewaartermijn as
In lid 4 een verwijzing naar lid 3 opnemen, zodat is duidelijk dat het gaat om de kosten van gedeelten van een gemeentelijke begraafplaats waar een godsdienstige of levensbeschouwelijke instelling wordt gefaciliteerd volgens lid 3. ‘Ten hoogste’ laten vervallen.
64.5
Bestemming as
De bewaartermijn van 10 jaar verkorten tot 1 jaar.
66.1d 68.1
Asbus bijzetten Ruimen van de asbus
‘Voor begraven’ toevoegen. Termijn van tien jaar terugbrengen naar 1 jaar.
52
Nadere regels begraafplaatsen. Delegatie-grondslag / nieuw Besluit Bestemming Lichamen Overledenen
Een overledene in een graf dient minimaal 30 cm. boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand te liggen. Natuurbegraafplaatsen of andere begraafplaatsen voor onbepaalde tijd niet van deze verplichting uitsluiten.
De kosten van een bijzondere begraafplaats komen uiteraard niet voor rekening van de gemeente. Lid 4 kan echter anders worden gelezen en het zou daarom goed zijn een verwijzing naar lid 3 op te nemen. Een bewaartermijn van minimaal 2 weken voorkomt overhaaste beslissingen over de bestemming van de as en biedt nabestaanden die niet de opdrachtgever zijn de tijd om iets te zeggen over de bestemming van de as, in het uiterste geval door beslaglegging (bij de gemeentelijke crematoria Amsterdam gebeurt dit 2-3 keer per jaar) As ten minste tien jaar bewaren is voor grote begraafplaatsen onwerkbaar. Het heeft tot gevolg dat er grote hoeveelheden assen bewaard moeten worden en hier ook extra opslagruimte gecreëerd moet worden (inschatting meerkosten voor realisatie opslag is €200.000,-). Veel opdrachtgevers reageren helaas niet, waardoor er veel assen achterblijven (ter illustratie: 400 assen op jaarbasis bij een gemeentelijk crematorium in Amsterdam). Alternatief is het bewaren van de as veel duurder te maken, bijvoorbeeld door een oplopend tarief te hanteren. Een asbus in de kist bij crematie kan niet de bedoeling zijn. Als mensen niet betalen en niet reageren op brieven, dan moet het crematorium de as in feite opnieuw opslaan en is er bij nabestaanden geen urgentie om een keuze te maken. We zijn voor het gelijk behandelen van alle typen begraafplaatsen.
Een uitzondering maken voor de natuurbegraafplaatsen of andere begraafplaatsen voor onbepaalde tijd steunen we niet. Amsterdam onderschrijft de zienswijze van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB) waarin een voorschot wordt genomen op het nieuwe ‘Besluit op de lijkbezorging’ op basis van artikel 52 Wblo. - Artikel 5 Blb luidt: het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. Deze hoeven niet
-
aangepast te worden. De huidige minimale afstand tot het gemiddeld hoogste grondwaterniveau geeft een garantie dat er in bestaande graven niet begraven wordt bij een gemiddeld te hoog grondwaterniveau. Verder is Amsterdam, net als de LOB, van mening dat het loslaten van de regel dat een overledene dertig centimeter boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand moet worden begraven, niet verstandig is.
Daarmee wordt toegelaten dat lichamen in het water komen te liggen zodat de kans op adipocirevorming groot is. Door de verzeping van vetten ontstaat een wasachtige substantie die nauwelijks of niet meer verteert. Nog los van eventuele milieuconsequenties als gevolg van uitvloeiing van schadelijke stoffen (bv medicijnresten) via het grondwater. Dit is ook in natuurgebieden niet wenselijk. Amsterdam is van mening dat eisen voor nieuwe vormen van lijkbezorging, ook van toepassing moeten zijn op de reeds bestaande vormen van lijkbezorging. Lichamen in of net boven het grondwater begraven is ethisch niet wenselijk en veroorzaakt leed bij nabestaanden, ook bij een graf voor onbepaalde tijd.
Art. 72 e.v.
Alkalische hydrolyse
Een artikel toevoegen over de wijze van afvoer van het effluent.
Hoge waterstanden zijn op de Amsterdamse begraafplaatsen een toenemend probleem. Waar in het verleden 3 à 4 laags begraven kon worden kan dit op sommige plekken nog maar 1 à 2 laags. De kosten voor drainagesystemen zijn zeer omvangrijk (enkele miljoenen per begraafplaats). Nader onderzoek is wenselijk naar de milieueffecten van deze vorm van lijkbezorging. Bij het onderzoek dat tot nu toe is verricht zijn niet alle relevante aspecten betrokken, waardoor afgevraagd kan worden hoe milieuvriendelijk deze vorm van lijkbezorging daadwerkelijk in de praktijk is. Aandachtspunten hierbij zijn de wijze van afvoer van het effluent (mogen de grote hoeveelheden
Humaan composteren/ veraarden
effluent gewoon geloosd worden op het riool?; waaraan ook een ethisch aspect zit en waarover je in de communicatie over deze methode nog weinig hoort), energieverbruik en materiaal toepassingen. In de wet wordt de mogelijkheid van resomeren mogelijk gemaakt. Op de wenselijkheid van andere nieuwe methodes wordt niet ingegaan. We adviseren nader onderzoek naar de methode van humaan composteren/ veraarden te doen.