CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1 bij brief, Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031.docx

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 4 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake de uitwerking nieuwe koers warmtetransitie (VN2025-010607)3.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031 Betaalbare overgang naar het duurzaam verwarmen van woningen

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

Inleiding Betaalbare overgang naar het duurzaam verwarmen van woningen Met de nieuwe koers warmtetransitie (januari 2025) wil de gemeente Amsterdam de warmtetransitie versnellen. Verbeteren van de betaalbaarheid voor bewoners is daarvoor cruciaal. In de nieuwe koers ligt de focus op het realiseren van zoveel mogelijk CO₂-reductie op korte termijn, zonder de ambitie van een aardgasvrije stad uit het oog te verliezen. De algemene uitgangspunten daarbij zijn: duurzame, betaalbare, rechtvaardige en betrouwbare warmte. We vullen rechtvaardigheid daarbij in door ongelijk te investeren waar dat nodig is om gelijke kansen te creëren. De gemeente Amsterdam zet hiermee in op meer lokale en gebouw gebonden warmteoplossingen, zoals (hybride) warmtepompen, en het verminderen van energieverbruik, onder andere door het verbeteren van isolatie. Daarnaast werken we aan het Warmteprogramma. Dit is een vanuit het Rijk verplicht onderdeel onder de Wet gemeentelijk instrumenten warmte (Wgiw)en moet elke 5 jaar worden vastgesteld. Het Warmteprogramma moet uiterlijk in 2026 worden vastgesteld en is de opvolger van de huidige Transitievisie Warmte Amsterdam die in 2020 is vastgesteld. Het Warmteprogramma richt zich op de (middel)lange termijn.

Het Warmteprogramma geeft richting aan de warmtetransitie door aan te geven in welke (delen van) buurten we de komende tien jaar aan de slag gaan met duurzame warmtetechnieken en in welke volgorde dat gebeurt. Daarbij wordt expliciet gekeken naar een passende en flexibele aanpak die past bij de vele onzekerheden in deze warmtetransitie. Het borgen van een betaalbare warmtetransitie voor de bewoner voorop staat. Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Een belangrijke stap in het uitwerken van het Warmteprogramma is het vastleggen van de uitgangspunten die richting geven aan de keuzes in het Warmteprogramma. In het Warmteprogramma maken we keuzes per (delen van een) buurt, maar in de uitwerking daarvan in buurtuitvoeringsplannen worden keuzes per woning gemaakt. Bewoners en eigenaren worden uiteraard nadrukkelijk betrokken bij de keuzes die hun woning raken. De afgelopen periode is daarom door participatie met bewoners, stakeholders en energiegemeenschappen gekeken naar voor hen belangrijke uitgangspunten bij de keuze voor een warmteoplossing (zie hoofdstuk 2). De uitgangspunten die we hanteren om te bepalen welke warmteoplossing geschikt is en de fasering daarvan per buurt, zijn in lijn met de eerdergenoemde algemene uitgangspunten: duurzaam, betaalbaar voor de eindgebruiker, rechtvaardig en betrouwbaar.

Aanvullend daarop wegen we ook aspecten mee als netcongestie, ruimtegebruik (in huis, in de openbare ruimte en in de ondergrond), behoefte aan koeling en werk met werk (efficiënt plannen). In paragraaf 2.3 wordt nader toegelicht hoe de verschillende uitgangspunten ingezet worden binnen het Warmteprogramma. Deze notitie beschrijft de uitgangspunten die we met elkaar in Amsterdam belangrijk vinden bij het vormgeven van de lokale warmtetransitie op de (middel)lange termijn. Deze uitgangspunten

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

vormen de basis om in het Warmteprogramma weloverwogen keuzes te kunnen maken. Ook in de stappen die volgen op het Warmteprogramma, en de uitwerking daarvan in buurtuitvoeringsplannen, vindt participatie plaats.

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

Inhoud

1 Totstandkoming & Verantwoording ...........................................................................5 1.1 Totstandkoming uitgangspunten ..............................................................................................5 1.2 Verantwoording........................................................................................................................5 2 Toelichting op uitgangspunten ..................................................................................7 2.1 Context .....................................................................................................................................7 2.2 Basis voor het Warmteprogramma ...........................................................................................7 2.3 Uitgangspunten ........................................................................................................................8 2.3.1 Betaalbaarheid.......................................................................................................................8 2.3.2 Duurzaamheid .......................................................................................................................9 2.3.3 Bron- en netcapaciteit ..........................................................................................................10 2.3.4

Ruimtegebruik......................................................................................................................11 2.3.5 Koeling .................................................................................................................................11 2.3.6 Werk met Werk ....................................................................................................................11 3 Vervolg ..................................................................................................................12

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

1 Totstandkoming & Verantwoording

1.1 Totstandkoming uitgangspunten Om tot deze uitgangspunten voor Amsterdam te komen, hebben we Amsterdammers uit de hele stad op drie verschillende manieren geraadpleegd in een uitgebreide participatieronde: • drie werksessies met een representatief bewonerspanel; • een werksessie met een groep initiatiefnemers, • een online enquête, die mensen zelf of met hulp op markten en pleinen in de hele stad konden invullen (1000+ keer ingevuld) Daarnaast heeft adviesbureau Berenschot gesprekken gevoerd met professionele belanghebbenden in de warmtetransitie en met de betrokken medewerkers van de gemeente. En verder hebben we voor deze uitgangspuntennotitie een analyse gemaakt van de gemeentelijke publieke belangen in het kader van de nieuwe Wet collectieve warmte en gekeken naar de mate waarin de uitgangspunten in de Transitievisie Warmte Amsterdam uit 2020 nog bruikbaar zijn.

1.2 Verantwoording Uit de participatieronde en de ambtelijke analyse zijn een aantal belangrijke uitgangspunten naar voren gekomen die van belang zijn bij de warmtransitie. Hieronder lichten we per uitgangspunt kort toe wat er uit de participatie en analyse naar voren is gekomen. De uitgangspunten zijn in deze notitie verder uitgewerktvoor de techniekkeuze en de fasering (zie hoofdstuk 2). 

Betaalbaarheid: in Amsterdam is ‘betaalbaarheid’ voor bewoners en professionals het belangrijkste uitgangspunt. De nadruk ligt op de kosten voor de Amsterdammer en solidariteit tussen Amsterdammers, waarbij rechtvaardigheid centraal staat: de warmtetransitie moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn, zodat niemand wordt buitengesloten.

Duurzaamheid: een tweede uitgangspunt dat uiteraard veel aan bod kwam, is ‘duurzaamheid’ met in het bijzonder breed gedragen de wens om snel CO2-uitstoot te verminderen. De klimaatopgave is urgent en de effecten worden steeds zichtbaarder. Snel impact maken is noodzakelijk.

Overige uitgangspunten: andere uitgangspunten die in mindere mate genoemd werden, zijn ‘bron – en netcapaciteit’, ‘ruimtegebruik’, ‘koeling’ en ‘werk met werk’. Omdat deze

5

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

ook invloed hebben op de techniekkeuze en de fasering, hebben ze een plek gekregen in deze uitgangspuntennotitie. 

Tenslotte: bewoners en professionals hebben opmerkingen gemaakt over uitgangspunten die in alle fases en voor alle warmtetechnieken even belangrijk zijn. ‘Ruimte voor bewonersinitiatieven’ moet er in alle gevallen zijn. ‘Betrouwbaarheid van levering’ is wettelijk geregeld voor zowel warmtenetten als elektriciteit en aardgas. Bewoners en professionals geven aan dat iedereen de overstap naar duurzame warmte moet kunnen maken. Daarom is aanvullend beleid nodig in de vorm van gerichte subsidies en ondersteuning. Dat sluit goed aan bij het principe om 'ongelijk te investeren voor gelijke kansen'. En als het gaat over ‘informatie en participatie’ moet de gemeente dit altijd op orde hebben. Deze vier uitgangspunten hebben we dus niet meegenomen in deze Uitgangspuntennotitie, maar we ontwikkelen hiervoor wel beleid.

Alle opbrengsten van de participatie, een uitgebreider verantwoordingsdocument, de evaluatie van het participatieproces en andere relevante documenten vindt u hier: https://openresearch.amsterdam/nl/page/110308/het-warmteprogramma-van-de-gemeenteamsterdam.

6

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

2 Toelichting op uitgangspunten

2.1 Context Met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wordt de Transitievisie Warmte vervangen door het Warmteprogramma. De Transitievisie Warmte (2020) heeft laten zien dat de uitvoering van een dergelijk programma complex is, onder andere door onverwachte (exogene) ontwikkelingen waardoor de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid onder druk komt te staan, maar zeker ook wanneer relevante randvoorwaarden niet ingevuld zijn, zoals financiën en wetgeving. Voor deze randvoorwaarden zijn gemeenten vaak afhankelijk van het Rijk. Daarnaast leiden technologische ontwikkelingen tot nieuwe inzichten en daarmee mogelijk ook tot andere keuzes. Ondanks al deze onzekerheden willen we tempo blijven maken in het toewerken naar een duurzaam warmtesysteem voor de stad. Een belangrijke randvoorwaarde daarbij is dat de betaalbaarheid voor de eindgebruiker geborgd is bij de verdere uitwerking en uitvoering van het Warmteprogramma. Daar waar het nu nog niet betaalbaar is om volledig aardgas vrij te verwarmen, sluiten we aan bij de nieuwe Amsterdamse koers voor de warmtetransitie en treffen we tussenoplossingen om de CO2 uitstoot al op korte termijn te verlagen door het besparen van energie en het terugdringen van het aardgasverbruik In het nationale Klimaatakkoord (2019) hebben gemeenten de rol toegewezen gekregen van regisseurs van de lokale warmtetransitie.

Gemeenten richten zich daarbij zo veel mogelijk op de laagste nationale kosten en wijken hiervan af op basis van lokale omstandigheden, zoals sociaaleconomische factoren en beperkte ruimte. In Amsterdam hechten we meer waarde aan betaalbaarheid voor de bewoners en zijn nationale kosten minder leidend. Daar waar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de term nationale kosten1 bezigt, gebruiken we in Amsterdam het begrip totale kosten. Dit is qua systematiek hetzelfde als hoe het PBL nationale kosten toepast. Met deze notitie lichten we toe hoe we keuzes maken die het beste aansluiten bij wat we in Amsterdam en Weesp belangrijk vinden.

2.2 Basis voor het Warmteprogramma Het Warmteprogramma geeft in elke buurt en wijk richting voor de keuze van de warmtetechniek en de fasering. Hierbij wordt rekening gehouden met de diversiteit van gebouwen binnen een buurt. Dit kan leiden tot een gefaseerde aanpak of een gemengd voorstel van technieken in een 1 De nationale kosten geven de directe financiële kosten, besparingen en opbrengsten weer van een

maatregel (exclusief belastingen, subsidies en andere verdelingsmechanismen) voor Nederland als geheel, ongeacht van welke belanghebbende deze kosten betaalt of profijt heeft van de besparingen en opbrengsten.

7

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

buurt/wijk. Zo kan bijvoorbeeld een deel van de buurt volledig aardgasvrij worden gemaakt, terwijl in andere delen (tussen)stappen worden gezet met (hybride) warmtepompen, verbeteren van isolatie en energiezuinig afstellen van installaties (waterzijdig inregelen). De uitgangspunten in deze notitie zijn de basis voor het opstellen van het Warmteprogramma. We gebruiken het landelijke model van het Planbureau voor de Leefomgeving om de kosten en baten van verschillende oplossingen helder te maken. Om met dat model keuzes te maken, gebruiken we onder andere de uitgangspunten die in deze notitie beschreven staan. Daarnaast gebruiken we de uitgangspunten ook om keuzes te maken met betrekking tot de fasering. Per uitgangspunt is toegelicht op welke manier deze ingezet wordt in het Warmteprogramma.

2.3 Uitgangspunten In deze notitie zijn de volgende uitgangspunten nader uitgewerkt: • Betaalbaarheid • Duurzaamheid • Bron- en netcapaciteit • Ruimtegebruik • Koeling • Werk met werk

2.3.1 Betaalbaarheid Amsterdam vindt dat alle bewoners op een betaalbare manier hun huis moeten kunnen verwarmen, ook of juist wanneer dat zonder aardgas is. Prioriteit van de gemeente is het sturen op een betaalbare energierekening voor bewoners en ondernemers, met als referentie de kosten voor aardgas. Amsterdam kiest ervoor om huishoudens die energiearmoede hebben extra te ondersteunen door ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Iedereen moet mee kunnen in deze warmtetransitie. Voor de aanpak van energiearmoede is onder meer nodig dat het Tijdelijk noodfonds energie structureel beschikbaar is. Hiervoor zijn we afhankelijk van het Rijk. Daarnaast geldt dat alle gebouweigenaren de investering in duurzame warmte moeten kunnen financieren. Verhuurders en eigenaar-bewoners (of VvE’s) betalen ook de kosten van aanschaf, onderhoud en vervanging van een nieuw warmtesysteem, bijvoorbeeld een warmtepomp. De ene eigenaar heeft meer financiële ruimte om te investeren in een nieuw warmtesysteem dan de andere. Ook hier is het uitgangspunt dat we de huidige aardgassituatie als referentie en redelijke grens gebruiken. Ondersteunend beleid zal nodig zijn om te zorgen dat alle eigenaren de benodigde investeringen kunnen doen en ook daarbij zal de gemeente ongelijk investeren voor gelijke kansen.

Uitgangspunt: we starten met duurzame warmtetechnieken waarvan de kosten voor de eindgebruiker reeds betaalbaar zijn

8

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

Eindgebruikerskosten zijn voor een deel afhankelijk van landelijk beleid. Zo kunnen subsidies, belastingmaatregelen en prijsregulering de rekening voor de eindgebruiker sterk beïnvloeden. In de fasering starten we met duurzame warmtetechnieken waarvan de eindgebruikerskosten op dit moment al betaalbaar zijn. Voor technieken waar dat niet voor geldt, kiezen we ervoor om later te starten. Zo gebruiken we de tijd om – in samenwerking met het Rijk en andere partijen – aan beleidsmaatregelen en instrumenten te werken die de betaalbaarheid voor bewoners verbeteren. Uitgangspunt: de laagste eindgebruikerskosten zijn een doorslaggevende factor als de laagste totale kosten van verschillende duurzame warmtetechnieken dicht bij elkaar liggen De eindgebruikerskosten van duurzame alternatieven gebruiken we als belangrijke indicator. Als de laagste totale kosten van verschillende alternatieven dicht bij elkaar liggen, geven de laagste eindgebruikerskosten de doorslag. Daarbij worden ook de overige uitgangspunten uit deze notitie betrokken om een weloverwogen keuze te maken. Het PBL definieert de eindgebruikerskosten als alle kosten (inclusief subsidies, belastingen en andere verdelingsmechanismen) die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling naar aardgasvrij verwarmen. Eindgebruikerskosten zijn dus de werkelijke kosten die een bewoner betaalt voor de levering en verbruik van warmte.

Uitgangspunt: om de betaalbaarheid voor de eindgebruiker op de lange termijn te borgen, sturen we bij de keuze voor duurzame alternatieven voor aardgas op de laagste totale kosten. Basisvoorwaarde is dat de warmtetransitie als geheel betaalbaar blijft voor álle bewoners van Amsterdam en Weesp - nu én in de toekomst. Daarom sturen we bij de keuze voor een duurzame warmtetechniek ook op laagste totale kosten. Totale kosten zijn een goede indicator, omdat ze een breed en stabiel beeld geven van de werkelijke maatschappelijke opgave. In tegenstelling tot eindgebruikerskosten, die sterk kunnen fluctueren door bijvoorbeeld veranderende energieprijzen of tijdelijke subsidies, zijn de totale kosten minder gevoelig voor schommelingen op de korte termijn. Ze geven een beter beeld van de structurele betaalbaarheid van technieken over een langere periode. Door te kiezen voor technieken met lagere totale kosten gaan we efficiënt om met het geld dat in de stad en in Nederland beschikbaar is voor de warmtetransitie. Bovendien wordt het daarmee mogelijk om de rekening eerlijk te verdelen: mensen met een laag inkomen kunnen zo de steun krijgen die ze nodig hebben en een grotere groep mensen is in staat om de benodigde investeringen te doen. Zo maken we de warmtetransitie sociaal rechtvaardig en uitvoerbaar op de lange termijn.

2.3.2 Duurzaamheid Vanuit internationale verdragen, de nationale Klimaatwet en de daaruit volgende doelstellingen voor CO2-reductie, moet de gemeente uiterlijk in 2050 de transitie naar een fossielvrije warmtevoorziening hebben voltooid. Ondertussen gaat de klimaatverandering sneller dan verwacht. De urgentie om CO2-uitstoot te reduceren neemt daarmee alleen maar toe. De warmtetransitie is een belangrijk onderdeel van de weg naar een klimaatneutrale stad. We werken samen met alle betrokkenen om in Amsterdam zo snel mogelijk de uitstoot van CO2 te verlagen.

9

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

Uitgangspunt: bij de fasering starten we eerder in buurten waar we op korte termijn de meeste CO2-reductie kunnen realiseren. Voor alle warmtetechnieken die overwogen worden in het Warmteprogramma geldt dat ze in 2050 CO2-neutraal moeten zijn. Dat is nationaal en internationaal beleid. Om de klimaatdoelen te halen, is het belangrijk dat we snel impact kunnen maken. Daarom starten we in buurten waar de overstap naar een aardgasvrij alternatief op korte termijn al leidt tot een grote reductie in CO2uitstoot. De mate van CO2-reductie op korte termijn hangt onder meer af van het huidige aardgasverbruik in de buurt, uitstoot van de elektriciteitsmix en de beschikbaarheid van een duurzame warmtebron en hoe snel reductie in aardgasverbruik te realiseren is. De randvoorwaarden om een aardgasvrij alternatief op korte termijn te realiseren, zoals betaalbaarheid, spelen hier een belangrijke rol in. Uitgangspunt: waar de eindgebruikerskosten het toelaten, zetten we in op een duurzame warmtetechniek met de grootste CO2-reductie op korte termijn Een aardgasvrije stad is een belangrijke mijlpaal onderweg naar een klimaatneutrale stad. Een nog belangrijker doel is dat de CO2-uitstoot voor de warmtevoorziening van woningen snel vermindert.

Als verschillende duurzame warmtetechnieken vergelijkbare totale kosten hebben, dan kiezen we voor de techniek met de grootste CO2-reductie op korte termijn. Zo behalen we de meeste klimaatwinst voor de stad. Dit sluit goed aan bij de nieuwe Amsterdamse koers voor de warmtetransitie, waarin CO₂-reductie, betaalbaarheid en tempo nadrukkelijk leidend zijn in de afweging van oplossingen.

2.3.3 Bron- en netcapaciteit Uitgangspunt: buurten waar voldoende bron- en netcapaciteit beschikbaar is voor de voorkeurstechniek, komen eerder aan de beurt. In de fasering van het Warmteprogramma kiezen we eerder voor buurten met een warmtetechniek waarvan de elektriciteitsvraag past binnen de beschikbare netcapaciteit. Daarbij maken we slim gebruik van het net. De gemeente werkt samen met netbeheerder Liander aan het verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnet. Naar verwachting is het probleem van netcongestie na 2035 grotendeels opgelost. Daarnaast zijn we voor bepaalde duurzame warmtetechnieken afhankelijk van de aanwezigheid en ontwikkeling van voldoende duurzame warmtebronnen. Denk aan restwarmte, aquathermie of geothermie. Sommige bronnen, zoals geothermie, vergen langdurige voorbereiding en vergunningverlening en zijn alleen beschikbaar op specifieke locaties. De beschikbaarheid van een dergelijke bron is daarmee vaak een randvoorwaarde om in een buurt daadwerkelijk te kunnen starten met de uitvoering. Bij het bepalen van de volgorde van buurten houden we hier nadrukkelijk rekening mee.

10

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

2.3.4 Ruimtegebruik Uitgangspunt: We nemen ruimtegebruik als factor mee bij de techniekkeuze als de laagste totale kosten dichtbij elkaar liggen. Warmtesystemen nemen ruimte in, zowel onder als boven de grond. Ruimte in Amsterdam is schaars. Onder de grond liggen al veel kabels en leidingen en warmteleidingen nemen meer ruimte in dan elektriciteitsleidingen. In de krappe binnenstad speelt dit probleem nog meer dan in de ruimer opgezette buitenwijken. Ook in appartementen of kleinere huizen kan de binnenruimte voor bepaalde warmtetechnieken beperkt zijn. Daarom is ruimtegebruik een doorslaggevende factor bij de techniekkeuze, wanneer de laagste totale kosten geen uitsluitsel geven.

2.3.5 Koeling Uitgangspunt: als technieken dicht bij elkaar liggen qua betaalbaarheid, duurzaamheid en ruimtegebruik kiezen we voor een techniek die ook kan koelen. Het klimaat verandert en de vraag naar koeling wordt groter. De keuze voor koeling heeft invloed op de techniekkeuze; de voorkeur is dat één installatie en één infrastructuur kan verwarmen én koelen. Die voorkeur bepaalt de keuze als andere criteria dicht bij elkaar liggen. Installaties die kunnen koelen en verwarmen, werken vaak met een lage aanvoertemperatuur; toepasbaarheid in bestaande bouw is daarbij een punt van aandacht.

2.3.6 Werk met Werk Uitgangspunt: waar mogelijk combineren we werkzaamheden om de duur en overlast te beperken Tijdens de realisatie van het nieuwe warmtesysteem beperken we overlast voor bewoners en ondernemers door werkzaamheden te combineren als dat mogelijk is. Optimale afstemming is niet altijd mogelijk. Dat betekent dat sommige partijen minder ideale keuzes moeten maken, om aan te kunnen sluiten bij andere werkzaamheden. De gemeente moet deze keuzes niet uit de weg gaan. Het hebben van een duidelijke focus – wat vinden we écht belangrijk? – helpt hierbij. In de fasering houden we daarom rekening met andere grootschalige werkzaamheden. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en helpt alle partijen om schaarse capaciteit en middelen gericht in te zetten.

11

Gemeente Amsterdam Ruimte & Duurzaamheid en Energie voor de Stad

2025-05-19

Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma 2026-2031

3 Vervolg

De uitgangspunten in deze notitie vormen de inhoudelijke basis voor het Warmteprogramma. In het vervolgtraject worden de uitgangspunten vertaald naar richtinggevende keuzes voor de techniekkeuze per buurt en de volgorde waarin we starten met de uitvoering (fasering). Ook blijven we inzichten uit gesprekken met bewoners, professionals en maatschappelijke partners actief gebruiken bij het bijstellen en concretiseren van het Warmteprogramma. Daarnaast wordt beleid ontwikkeld voor uitgangspunten die wel belangrijk zijn voor een rechtvaardige en uitvoerbare warmtetransitie, maar niet als expliciet uitgangspunt zijn meegenomen in deze notitie. Het gaat dan bijvoorbeeld om bewonersinitiatieven, informatievoorziening, participatie, en gerichte ondersteuning voor wie de overstap niet zelfstandig kan maken. Hiermee versterken we de uitvoerbaarheid van het Warmteprogramma. Eind 2025 wordt een concept Warmteprogramma aan de gemeenteraad voorgelegd, met daarin het voorstel voor de warmtetechniek die per buurt de voorkeur heeft en de onderbouwing daarvan.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15876863/1