CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. bijlage 1 bij brief: Adviezen en ambtelijke antwoorden Buurtberaad Warm Huis.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 5 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over de uitkomsten Buurtberaad Warm Huis (VN2026-000313)14.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

o Toegang tot openbare ruimtes (buurthuizen, bibliotheken, kerken, etc) voor informatiestands. 2. Juridische ondersteuning bij de feitelijke oprichting, bij het onverkoopbaar maken van de warmtegemeenschap en bij het maken van afspraken omtrent wisseling van deelname en verhuizing.Van belang is een objectieve en neutrale advisering zoals bijvoorbeeld door een notaris of gespecialiseerde jurist. 3. Financiële ondersteuning, regelingen, subsidies om een rechtvaardige kostenverdeling te realiseren en betaalbaarheid te garanderen. Toezeggingen van de gemeente voor financiële ondersteuning in het kader van het opzetten van de warmtegemeenschap en om de ontwikkeling hiervan meerjarig te financieren. 4. Dat de gemeente zich dienend opstelt in haar technische, culturele en organisatorische ondersteuning. Hulp vanuit één (1) loket.

Wat zijn daarbij aandachtspunten? ● Aandacht voor voortrekkers / vrijwilligers om betrokkenheid te borgen; eventueel betalen om zo hun inzet te waarderen. ● Buurthuizen erbij betrekken. ● Een voorbeeldgebouw als praktisch bewijs dat een warmte-oplossing werkt. ● Waar wordt de grens getrokken van een gebied voor een warmte-oplossing? ● Hoe ga je om met de verkoop /inkoop van energie? ● Belangenbehartiging van alle stakeholders in het gebied? ● Financiële bijdrage in relatie tot inkomen. ● Rol van gemeente bij start, midden en eind.

Bestuur van het project moet bedacht zijn op kennisoverdracht. Handtekeningen ophalen om serieuze betrokkenheid te tonen aan de gemeente. Het is niet vrijblijvend! Wie kunnen er in een warmtegemeenschap allemaal deelnemen? Ondernemers, huurders, kopers, verhuurders, potentiële bewoners? De keuze van leveranciers betrokken bij bouw, infra en beheer van de te kiezen warmteoplossing. Keuzevrijheid! Zelf bepalen van serviceniveaus. Betrekken van minder talige bewoners met behulp van bijvoorbeeld strips, animaties, BN-ers betrekken. Hoe houd je bewegingsvrijheid voor nieuwe (technische) ontwikkelingen in de toekomst? Groepskorting door leveranciers bij grote afname in de buurt - om te verleiden. Slimme nancieringsregelingen - om het goedkoper te maken.

● ● ● ● ● ● ● ●

Antwoord op advies 12 A: Uitvoeren Binnen de kaders en binnen de buurt . Het college erkent het belang van democratische warmtegemeenschappen als onderdeel van de energietransitie. Deze gemeenschappen versterken het lokaal eigenaarschap, de betrokkenheid en het draagvlak. Op 19 november 2024 besloot het college dat energiegemeenschappen een volwaardige en volwassen positie krijgen binnen de Amsterdamse energietransitie. In de uitwerking wordt nauw samengewerkt met de Amsterdamse Producerende Energie Coöperaties (APEC), de koepelorganisatie en vertegenwoordiger van energiegemeenschappen in Amsterdam. In juli 2025 is gezamenlijk een routekaart opgeleverd waarin de mijlpalen en de samenwerking verder is uitgewerkt. De gemeente Amsterdam subsidieert Oranje Energie om Amsterdammers te informeren over de energietransitie en gemeenschapsvorming te stimuleren. Het opstarten van een warmtegemeenschap vraagt om goede randvoorwaarden. Een groep actieve bewoners met motivatie en binding met de buurt is daarbij essentieel. Startende initiatieven kunnen bij Oranje Energie in de eerste fasen van hun project ondersteuning krijgen bij juridische, financiële en organisatorische vraagstukken. De Wet Collectieve Warmte (WCW) erkent warmtegemeenschappen als spelers in de warmtemarkt.

Ze moeten zonder winstoogmerk opereren, democratisch georganiseerd zijn en eigendom en zeggenschap bij lokale eindgebruikers houden. Een coöperatie is hiervoor vaak de meest geschikte rechtsvorm.

fi

Voor warmtegemeenschappen die zich willen ontwikkelen tot een warmtebedrijf heeft de gemeente een stappenplan: de aanpak ‘Wijken Aardgasvrij Maken’ (WAM). Binnen deze aanpak stelt de gemeente in verschillende fasen subsidies beschikbaar. Wanneer een initiatief zich verder ontwikkelt als warmtegemeenschap vindt ook steeds meer ondersteuning en samenwerking met de gemeente plaats. Ook binnen de gemeentelijke organisatie vraagt de ondersteuning van bewonersinitiatieven om capaciteit en afstemming tussen afdelingen. Deze punten worden meegenomen in lopend onderzoek naar een mogelijke energiedienstenorganisatie (EDO), die initiatiefnemers kan helpen bij de verdere uitwerking van hun plannen. Wanneer deze organisatie wordt gerealiseerd, zal deze de ondersteuning van initiatieven overnemen van Oranje Energie, zodra initiatieven zich formeel bij de notaris hebben opgericht.

Financiële haalbaarheid blijft een belangrijk aandachtspunt, zoals blijkt uit projecten als MeerEnergie en KetelhuisWG. Hoewel subsidies beschikbaar zijn voor de uitwerking, kan de gemeente geen financiële bijdrage garanderen voor de daadwerkelijke realisatie. Tot slot verkent de gemeente hoe bestaande structuren, zoals buurthuizen en lokale verenigingen, kunnen bijdragen aan betrokkenheid en bewustwording. Zo wil het college ruimte bieden aan bewoners om samen stappen te zetten richting een duurzame en democratische warmtevoorziening.

Advies 13: Buurtbetrokkenheid bevorderen (92% voor) Wat willen we bereiken? Meer buurtbewoners zijn betrokken bij verduurzaming van hun buurt en zij vertrouwen in een goede uitvoering en eindresultaat: technisch, financieel en impact gedurende het hele transitietraject. Waarom vinden we dat belangrijk? Zonder vertrouwen en betrokkenheid van bewoners is verduurzaming niet mogelijk en het proces zal enorm vertraagd en duurder worden. Bewoners voelen zich serieus genomen, wat weerstand wegneemt en acceptatie vergroot. Wat moet er gebeuren? Voorbeelden van mogelijke acties zijn: ➔ Informeren: transparantie, intermediairs uit de buurt. ➔ Communicatie (bijvoorbeeld door 1-op-1 gesprekken). ➔ Duidelijke afspraken die controleerbaar zijn. ➔ Faciliteren door de gemeente van inspraak en samenwerking. ➔ Start met pilotgroepen. ➔ Zorg voor een centraal aanspreekpunt of loket (eventueel aangevuld met een chatbot). ➔ Maak het tastbaar en inzichtelijk (bijvoorbeeld door een modelwoning). ➔ Maak duidelijk wat de voordelen van verduurzaming zijn. ➔ Benoem partijen en actoren bij de acties om het concreter te maken. Wij willen vooral aandacht vestigen op 1 loket (fysiek en online) en een intermediair uit de buurt. Eén loket Maak een aantrekkelijke en laagdrempelige locatie met een pakkende naam (zie Den Haag: “Hou van je huis”). Check wat hun bevindingen zijn en leer van elkaar.

Let op dat er niet opnieuw iets nieuws bedacht wordt, terwijl er al heel goede initiatieven en instrumenten zijn (bijvoorbeeld de huidige website Amsterdam Duurzaam). Het bestaande wagentje “Jouw huis van de Toekomst” kan hierbij ook worden ingezet. Het loket is ook de thuisbasis van de intermediairs. Intermediair uit de buurt Deze intermediairs zijn vooral de bruggenbouwers tussen het aanbod (wat kan er allemaal) en de mensen die lastig te bereiken zijn. De intermediairs worden geworven uit de buurt, staan zo dicht mogelijk bij de beoogde doelgroep en krijgen een training. Omdat zij dicht bij de doelgroep staan, worden zij wellicht eerder vertrouwd. Hierna gaan zij de buurt in, bellen aan bij de mensen die niet of moeilijk bereikt kunnen worden. Een vriendelijk en informeel “koffiegesprek” dat een eerste uitnodiging is om volgende stappen te zetten voor bijvoorbeeld isolatie (zie “Groene Hub”) of naar het loket in de buurt te gaan. Net als bij de Groene Hub kan voor het werven van intermediairs ook aangehaakt worden bij bestaande werkgelegenheidsprojecten. Wij adviseren dat de intermediairs betaald worden voor hun werk om hen langdurig en minder vrijblijvend in te zetten. Wat zijn daarbij aandachtspunten? ➔ Persoonlijke aanpak is noodzaak. ➔ Controle op uitvoering moet mogelijk zijn.

➔ Houd bij communicatie rekening met verschillende doelgroepen, zoals ouderen, expats, kwetsbaren, migranten, verschillen in inkomen, dan wel in opleiding, of culturen. ➔ Gebruik voor communicatie verschillende kanalen en maak gebruik van herhaling. ➔ Wees duidelijk hoeveel keuzevrijheid iemand heeft en wat de gevolgen zijn van niet meedoen.

➔ ➔ ➔ ➔ ➔ ➔ ➔

Maak gebruik van de expertise van buurthuizen, de buurtmanager en gebiedsmakelaar). Onderzoeken of buurtkamer “Welkom” een geschikte locatie is voor het loket. Evaluatie: zorg dat er tussentijds geëvalueerd wordt in hoeverre deze maatregelen effect hebben. Stel vooraf duidelijke en meetbare doelen. Kies voor een brede aanpak bij de werving, zoals via buurtwerk, scholen, vrijwilligerscentrale, supermarkten, etc. Kijk of het mogelijk is dat sleutel guren gekoppeld worden aan intermediairs (en het bestaan van de loketten) om zo veel mogelijk kennis over en weer te delen. Zie ook aanbeveling “Financiering en regelgeving energietransitie woningcorporaties” met betrekking tot kennisdelen. Onderzoek of deze aanbeveling is te combineren met: “Hulp bij het starten van een democratische warmtegemeenschap" en “Communicatie en betrokkenheid”.

Antwoord op advies 13 A. Uitvoeren Binnen de kaders, binnen de buurt en financiële dekking nodig. Het college staat positief tegenover dit advies en voert het uit, mede omdat het grotendeels aansluit bij de bestaande inzet van de gemeente en vraagt om een lokale uitbreiding en monitoring daarvan. De gemeente onderschrijft het belang van plekken waar bewoners en eigenaren, ongeacht hun situatie, advies kunnen krijgen over besparen en verduurzamen. Om die reden zet de gemeente stadsbreed verschillende middelen in om bewoners beter te bereiken, zoals het rijdende loket 'Jouw Huis van Morgen', de website: duurzaamwonen.amsterdam waar ook gerichte en individuele adviezen kunnen worden opgevraagd en via diverse campagnes. Daarnaast organiseert de gemeente in specifieke buurten, waar de buurten van het buurtberaad toebehoren, avondbijeenkomsten om VvE's te informeren over het dienstverleningsaanbod dat beschikbaar is om te helpen bij structurele verbeteringen van de woningen. Tijdens deze bijeenkomsten worden ook directe contactgegevens gedeeld van de projectleider die bij de betreffende buurt betrokken is. Voor het nemen van eenvoudige energiebesparende maatregelen en energiecoaching werkt de gemeente samen met lokale partijen. Al deze informatie is eveneens te vinden op duurzaamwonen.amsterdam.

In aansluiting op het advies om ook fysieke spreekuren in de buurt te onderzoeken, bekijken we de eerste ervaringen met lokale loketten. Op basis daarvan beoordelen we of we bij wijze van proef tijdelijk ook in deze buurt een fysiek loket kunnen opzetten, waarin brede kennis aanwezig is over de energie- en warmtetransitie en waarbij rekening wordt gehouden met de volgende punten: ● ●

Sluit aan bij de bestaande loketten en uitvoeringsstructuren en identi ceren de blinde vlekken. Faciliteer de samenwerking met bestaande buurtinitiatieven, maar deze initiatieven worden niet door de gemeente georganiseerd.

Zo benutten we wat er al is en kunnen we inspelen op de behoeften van bewoners en aansluiten bij buurt specifieke vraagstukken.

fi

fi

De verdere uitwerking van dit advies wordt opgenomen in het implementatieplan voor de buurt.

Advies 14: Impact persoonlijk en fysieke omgeving beperken (83% voor) Wat willen we bereiken? Zo min mogelijk overlast binnenshuis, openbare ruimte, ondergronds en bovengronds. Waarom vinden we dat belangrijk? Behoud van kwaliteit van leven en comfort tijdens werkzaamheden en daarna. Wat moet er gebeuren? Inspraak bewoners in het uiterlijk van de te plaatsen gebouwen in openbare ruimte (zoals WOShuisjes), isolatie en installatie (mogelijk alternatief CV-ketel). Wat zijn daarbij aandachtspunten? ➔ Het moet toekomstbestendig zijn, behoud van groen/speelplekken en parkeerplekken, combineren met andere werkzaamheden (bijv. KPN-bekabeling of rioolonderhoud). ➔ Te plaatsen gebouwen in openbare ruimte zo onopvallend/storend mogelijk voor het oog. Indien mogelijk op het dakje groen plaatsen. ➔ Geen geluidsoverlast van te plaatsen gebouwen in openbare ruimte, ook niet op de lange termijn. ➔ Tijdens de woningaanpassingen geen verhuisverplichting naar wisselwoning. Wanneer hier behoefte aan is, dit wel faciliteren voor bewoners en hier dan ook hulp bij bieden. ➔ Woningaanpassingen/isolatie zo veel mogelijk aan de buitenkant zodat er zo min mogelijk verlies is van woonruimte. ➔ Hulp beschikbaar stellen voor gebruik van en onderhoud aan nieuwe installaties (voor bewoners die hier behoefte aan hebben). Antwoord op advies 14 A: uitvoeren Binnen de kaders en binnen de buurt.

Het college onderschrijft het belang van het beperken van overlast voor bewoners en het zorgvuldig omgaan met de fysieke leefomgeving tijdens de energietransitie. De gemeente maakt met woningcorporaties en huurderskoepels elke circa 4 jaar afspraken over het proces en de regelingen bij renovatieprojecten. Dit zijn de kaderafspraken. Deze zijn aanvullend op het huurrecht en de overlegwet.Vervolgens maken woningcorporaties en huurders per renovatieproject een aanvullende set afspraken in een sociaal plan. Hierin worden afspraken gemaakt over onder meer wisselwoningen. In de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat nieuwe nutsgebouwen, zoals elektriciteitshuisjes en warmteoverdrachtsstations (WOS), zorgvuldig worden ingepast. In het geval van elektriciteitshuisjes zijn deze eigendom van netbeheerder Liander. Standaard elektriciteitshuisjes-MSR’s zijn ondervoorwaarden vergunningvrij, mits ze niet hoger zijn dan 3 meter en niet groter dan 15 m².Voor zogeheten peperbussen (tot 5 meter hoog) geldt dat wel een vergunning voor de omgevingsplanactiviteit nodig is. De gemeente zorgt voor heldere afstemming met Liander over de locatiekeuze en uitstraling en betrekt bewoners via een vormgevingsproces dat naar verwachting eind 2025 of begin 2026 start.

Waar mogelijk worden de gebouwen voorzien van groenvoorzieningen zoals begroeiing of groene daken, duurzame materialen of beschilderingen eventueel door bewoners zelf. De vormgeving van de verschillende nutsgebouwen zal zoveel mogelijk gelijk zijn.

Om de leefkwaliteit tijdens werkzaamheden te behouden zoekt de gemeente samen met bewoners naar praktische oplossingen, zoals het tijdelijk verplaatsen van parkeerplekken. Waar mogelijk worden werkzaamheden gecombineerd met andere projecten, zoals rioolvervanging, om de duur van de overlast te beperken. Na afronding van de werkzaamheden moeten installaties blijvend voldoen aan de geldende geluids- en trillingsnormen. Bewoners die ondersteuning nodig hebben bij het gebruik van nieuwe installaties kunnen terecht bij duurzaamwonen.amsterdam. De gemeente zet zich actief in voor een evenwichtige inpassing van energie-infrastructuur in de stad. Dit betekent: het ontwikkelen van ruimtelijke richtlijnen voor nutsvoorzieningen, het stroomlijnen van vergunningprocedures en het afstemmen van planning tussen Liander,Vattenfall en gemeentelijke projecten. Ook wordt gewerkt aan uniforme ontwerprichtlijnen om nutsgebouwen beter te laten aansluiten op hun omgeving. Tot slot versterkt de gemeente de samenwerking met bewoners door structurele participatie bij de inrichting van de openbare ruimte. Zo wordt de energietransitie uitgevoerd met oog voor leefkwaliteit, veiligheid en toekomstbestendigheid.

Advies 15: Communicatie en betrokkenheid (85% voor) Wat willen we bereiken? Transparante, toegankelijke en tijdige communicatie over de energietransitie en verduurzaming, waarin alle buurtbewoners de mogelijkheid hebben gekregen om nader geïnformeerd te worden. Waarom vinden we dat belangrijk? Het creëert betrokkenheid en draagvlak voor de energietransitie, wat belangrijk is voor het succes ervan. Ook omdat het elke bewoner raakt; het heeft invloed op ieders thuis en de leefomgeving. Wat moet er gebeuren? Uitzoeken hoe de gemeenschap is samengesteld. Hoe zien de doelgroepen eruit en met welke communicatiemiddelen kun je deze het beste bereiken? De gemeente heeft aangegeven al veel te doen op dit gebied, bijvoorbeeld een buurtscan om een beeld te krijgen wat er speelt in de buurt, en wie de sleutelfiguren zijn. Echter merken wij vanuit de buurt dat het niet altijd zichtbaar is. Een aantal concrete adviezen die wij daarom zouden voorstellen: ➔ Informatie vanuit de buurtscan analyseren en aanvullen om een grotere doelgroep te bereiken. ➔ Zichtbaarheid in de buurt - bijvoorbeeld een ‘roadshow’, of langs de deuren. Hierbij wordt de buurt ingelicht over wat er gaat gebeuren met het Warmteprogramma. ➔ Jongeren kunnen het beste bereikt worden via social media, Snapchat, Instagram, Youtube. Door middel van advertenties die je niet weg kunt klikken, wordt het bereik nog groter.

➔ Ouderen via brief, e-mail, langs de deuren. ➔ Ondernemingen uit de buurt betrekken met het verspreiden van informatie. Organiseer niet alleen in buurthuizen maar juist op plekken waar veel mensen uit de buurt komen. Denk aan de lokale snackbar, de buurtkroeg, de buurtsuper. ➔ Communiceer met een regelmatige frequentie, bijvoorbeeld eens per maand. Informeer mensen ook als er geen nieuws is, bijvoorbeeld met een update op social media en/of een brief. Wat zijn daarbij aandachtspunten? ● Openheid en transparantie. Tijdigheid. Maak het persoonlijk, ook omdat het gedeeltelijk achter de voordeur plaatsvindt. ● Gebruik begrijpelijke taal (B1-niveau), voorkom vakjargon en houd rekening met anderstaligen. ● Het combineren van digitale en analoge communicatie en het voorkomen van uitsluiting van minder digitaal vaardige bewoners. Antwoord op advies 15 A: Uitvoeren Binnen de kaders en binnen de buurt . Het college is van mening dat veel van wat er in dit advies staat, we als gemeente al doen. Uit het advies blijkt dat dit niet voldoende zichtbaar is in de buurt. Een belangrijk uitgangspunt voor communicatie is om bewoners tijdig en op maat te betrekken bij plannen en activiteiten rondom verduurzaming. Dit doen we door samen met de buurt te werken aan concrete plannen zoals bij een buurtuitvoeringsplan, waarbij we aandacht besteden aan planning, techniekkeuze en bewonersparticipatie.

Om buurtbewoners zo goed mogelijk te informeren en te betrekken bij deze

plannen, gebruiken we verschillende hulpmiddelen, zoals een analyse van de buurt en leefstijlen, en passen we de communicatie en manieren om bewoners te bereiken hierop aan. Het is belangrijk om samen met de buurt te kijken wat extra kan helpen. Dit kan bijvoorbeeld door een werkgroep op te zetten die zich richt op communicatie en participatie. Zo combineren we theorie met wat de buurt daadwerkelijk nodig heeft op het gebied van verduurzaming en verbetering van de leefomgeving en kunnen we beter met verschillende groep communiceren. We delen informatie over wat er gebeurt en wanneer, en vertellen ook eerlijke verhalen uit de buurt. Daarnaast zorgen we voor verbinding tussen buurtbewoners, bijvoorbeeld via buurtapps of bestaande netwerken in de buurt of andere lokale initiatieven. Een aandachtspunt is dat niet alle communicatiekanalen door de Gemeente Amsterdam worden ingezet of kunnen worden ingezet. Snapchat en en TikTok worden niet gebruikt. Wel maakt de gemeente gebruik van kanalen zoals Facebook, Instagram, LinkedIn,YouTube, Mastodon en Threads. Daarnaast realiseren wij ons dat niet iedereen toegang heeft tot deze digitale middelen en dat we daar ook op moeten inspelen.

Advies 16: Natuurinclusieve warmtetransitie (98% voor) Wat willen we bereiken? Op de natuur gebaseerde oplossingen onderdeel laten maken van de warmtetransitie Waarom vinden we dat belangrijk? We willen voorkomen dat de warmtetransitie de problemen voor milieu en klimaat verschuift, en ervoor zorgen dat de transitie ook écht groen is. Wat moet er gebeuren? ➔ Natuur inclusiviteit integreren in de plannen voor de warmtetransitie: Stimuleren van het gebruik van natuurlijke isolatiematerialen en installatie van groene daken en gevels voor zowel verwarming als verkoeling. ➔ Vergroenen van de publieke ruimte. ➔ Bewustwording over natuurinclusieve oplossingen vergroten onder huurders, eigenaren en corporaties. ➔ Subsidies overwegen om natuurinclusieve oplossingen en onderhoud ervan te bekostigen. Wat zijn daarbij aandachtspunten? ● Onderhoudskosten en verdeling van verantwoordelijkheden ● Moeilijk af te dwingen door de gemeente ● Kennis en bereidwilligheid van bewoners kunnen vergroot worden met bewustwordingscampagnes ● Gemeente moet natuurinclusieve oplossingen meenemen in gesprekken met corporaties. ● Circulaire warmtevoorziening, door het activeren van de bestaande buis.

● Het aanplanten van bomen waar weinig groenvoorziening is, zoals in de Herculesstraat, op het Stadionplein waar geen bomen staan die voor vermindering van CO2 kunnen zorgen en ook voor isolatie van de huizen.Voor 2027 in kaart brengen waar er extra bomen geplant kunnen worden. ● Integreren van groen bij aanpassingen in de buurt: groenvoorziening onderdeel van het ontwikkelplan door middel van synergie: combineren van ingrepen (isoleren+vergroenen+nieuwe warmte infrastructuur) om zo vertraging en hogere kosten te voorkomen. ● Stimuleren door middel van subsidie op natuurlijke isolatiematerialen en handhaving van natuurbeschermingswet. Hier is minimaal 1 fte uit de gemeente voor nodig. ● Brief versturen voor 1 juli 2026 naar bewoners met opties zoals geveltuintjes, tegels wippen, vergroening gevels en duidelijke verwijzing naar bestaande organisaties die hierbij hulp kunnen bieden. De communicatie hierover continueren. ● Ook het behouden van groene binnentuinen door naar de mogelijkheid van juridische maatregelen te kijken om uitbouw van woningen te voorkomen. ➔ We bevelen aan dat in 2035 minimaal 35% gevels vergroend zijn. Deze maatregelen zijn bedoeld als ondersteuning van de warmtetransitie. Antwoord op advies 16 A. Uitvoeren en deels B: Verder onderzoeken Deels binnen de kaders, deels binnen de buurt en financiële dekking nodig.

Het college waardeert de ambitie van dit advies en constateert dat de algemene insteek ervan in lijn is met het stedelijk beleid. Het college herkent zich in de punten die binnen de kaders vallen en adviseert om deze uit te voeren. Andere punten vallen buiten de kaders, maar worden

desalniettemin gezien als interessante aanknopingspunten om in de toekomst mee te nemen. Deze punten worden verder onderzocht of mogelijk alsnog uitgevoerd. In het advies maakt het college een onderscheid tussen punten die betrekking hebben op hoe mensen wonen (binnen de woning, aan de gevel en in de tuin) en punten die betrekking hebben op de openbare ruimte (bijvoorbeeld bomen). Hieronder gaat het college in op beide soorten adviezen. Wonen Ook het college onderschrijft het belang van een soortenrijke en groene stad en heeft bewoners en eigenaren nodig bij het behouden en realiseren van deze doelstelling. Het advies sluit op onderdelen sterk aan op bestaande inzet van de gemeente. Bewoners en eigenaren zijn voorafgaand aan woningverbeteringen vaak gehouden aan soortenonderzoek om de gebouwbewonende dieren te beschermen,. Om gebouwbewonende diersoorten te beschermen en isolatie voor individuele eigenaren toch te vergemakkelijken wordt door de gemeente gewerkt aan een soortenmanagementplan voor de hele stad, dat uiteindelijk moet resulteren in een vergunning. Bewoners en betrokkenen worden in verschillende fasen van het proces op verschillende manieren geïnformeerd. Op het moment dat een (deel)vergunning er is, zal dat zeker ook gebeuren.

De gemeente heeft afgelopen jaar aan verschillende subsidieregelingen vanuit het isolatieoffensief een bonus toegevoegd voor het gebruik van biobased materialen. Bij nieuwe regelingen zal dit meteen in de overwegingen worden meegenomen. Corporaties en gemeenten werken de laatste jaren nauw samen om de kennis over biobased en natuurinclusief te verbeteren, uit te wisselen en te vergroten. Het college erkent het belang van gevelgroen voor biodiversiteit en het voorkomen van hittestress. Het college adviseert om dit verder te onderzoeken, door in kaart te brengen wat de mogelijkheden en belemmeringen zijn voor woningcorporaties bij het aanbrengen van gevelgroen. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van bestaande kennis, zoals de Amsterdamse klimplantengids. Het college erkent ook het belang van het behouden van groene binnentuinen. Het is namelijk een goed middel om hittestress en wateroverlast te voorkomen. Het advies vraagt aan het college om te kijken naar de juridische mogelijkheden om uitbouw te voorkomen. Het college voert dit uit door te onderzoeken of een binnentuinen regeling mogelijk is in de nieuw op te stellen omgevingsplannen en kijkt naar de mogelijkheden om vergunning vrij bouwen in binnentuinen te beperken. De aanbeveling dat in 2035 minimaal 35% gevels vergroend zijn, is een interessant uitgangspunt, maar valt buiten de kaders van het buurtberaad.

Openbare ruimte Over de openbare ruimte gaf het buurtberaad adviezen over het aanplanten van bomen en het integreren van groen in de ontwikkeling van de buurt. Het college erkent het positieve effect van het aanplanten van bomen op de leefbaarheid, gezondheid en klimaatregulatie en adviseert om het advies uit te voeren.Voor 2027 zal worden onderzocht waar extra bomen kunnen worden geplant om optimale bomendistributie in de stad en stadsdelen te realiseren. De groenvoorziening van een buurt is altijd onderdeel van gebiedsontwikkeling. Daarbij wordt nu steeds meer en meer rekening gehouden met de omstandigheden van de ondergrond waar bomen en ander groen worden geplant. Daarbij hoort hoe ondergronds zowel ruimte is voor kabels en

leidingen als voor wortels Op deze manier zorgen we ervoor dat de grond minder vaak open moet en voorkomen we onnodige kosten.

Advies 17: Snelle en efficiënte reductie van energiegebruik (75% voor) Wat willen we bereiken? Snelle en efficiënte reductie van energie. Grootverbruikers eerst. Waarom vinden we dat belangrijk? Een snel en groot resultaat behalen door betrokkenheid van relatief weinig partijen. Ervaring opdoen. Wat moet er gebeuren? De grootverbruikers aansluiten op de door de gemeente Amsterdam beoogde nieuwe energiebron, zoals scholen, grote bedrijven, (gemeentelijke) instellingen en dergelijke. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Geen. Antwoord op advies 17 B: Eerst verder onderzoeken Binnen de kaders en binnen de buurt. Het college ziet dit advies als een waardevol uitgangspunt om op korte termijn snel en efficiënt CO₂ te besparen. De urgentie om nu al zichtbare klimaatwinst te boeken is groot. Dit sluit aan bij de doelstelling van een CO₂-vrije energievoorziening in 2050. Het college stelt voor om verder te onderzoeken hoe grootverbruikers versneld kunnen worden aangesloten op duurzame warmtebronnen zodat zij een voortrekkersrol kunnen vervullen. Daarnaast wordt onderzocht hoe de samenwerking met maatschappelijke en private partijen kan worden versterkt. Hierbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden die de toekomstige Wet Collectieve Warmte biedt om, naast woningen, ook grote verbruikers op warmtenetten aan te sluiten.

De warmtetransitie is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. Een onderdeel van de nieuwe koers warmte, zoals gepresenteerd in januari 2025, is een aanpak voor de korte termijn waarvan energiebesparing een van de onderdelen is. Daarin zet het college in op het vergroten van energie-efficiëntie, bijvoorbeeld door isolatie, energiemanagement, zoals beter afstellen van apparatuur, te combineren met gedragsverandering en de overstap naar duurzame warmtebronnen. Deze aanpak richt zich echter niet specifiek op grootverbruikers. Een aanpak waarbij grootverbruikers en maatschappelijk vastgoed centraal staan, kan daarbij effectief zijn. Door met een relatief beperkt aantal partijen te werken, kan in korte tijd een aanzienlijke CO₂-reductie worden gerealiseerd. Grotere warmtevragers, zoals scholen, zorginstellingen en bedrijven, kunnen fungeren als vliegwiel voor de verduurzaming van omliggende gebouwen en woningen. Wat betreft maatschappelijk vastgoed geldt dat de gemeente een eigen verduurzamingsaanpak hanteert. Nieuwe of ingrijpend verbouwde voorzieningen worden volgens de BENG-normen gebouwd, en vanaf 2030 volgens de toekomstige ENG-eisen. Schoolgebouwen vormen een aparte categorie, aangezien de schoolbesturen eigenaar zijn en verantwoordelijk voor de verduurzaming van hun gebouwen.

Advies 18: Betaalbaarheid van het aardgasvrij maken (69% voor) Wat willen we bereiken? Betaalbaarheid van het aardgasvrij. Waarom vinden we dat belangrijk? Energietransitie, infrastructuur voor eigenaren en bewoners betaalbaar maken. Wat moet er gebeuren? In deze buurt betaalt vrijwel iedereen erfpacht of heeft die afgekocht. De erfpacht is een heffing op de grond van een woning en hoort ten goede te komen aan die woning. Voor de investering in de kosten van aardgas vrij maken moet de erfpacht gebruikt worden. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Geen. Antwoord op advies 18 C. Niet uitvoeren Buiten de kaders en buurtoverstijgend. De erfpacht kan niet ingezet worden voor het betaalbaar maken van het aardgasvrij maken van woningen. Erfpacht moet los worden gezien van de woning. Erfpacht is een vergoeding die een eigenaar betaalt voor het gebruiken van de grond. De canon is onder meer afhankelijk van de waarde van de grond en van de looptijd van het recht maar heeft geen relatie tot de investeringen in de woning. Sommige rechten zijn afgekocht dus daar is sowieso geen verrekening meer mogelijk. De inkomsten van erfpacht zijn niet geoormerkt maar komen te goede aan de algemene middelen en worden gebruikt om de stad nu en in de toekomst leefbaar en prettig te houden. Zoals investeringen in infrastructuur, zorg en sociale welzijn, schone stad en duurzaamheid.

Het is een keus om algemene middelen in te zetten voor de energietransitie.

Advies 19: Ketenberekening (69% voor) Wat willen we bereiken? Volledige ketenberekening van de milieueffecten van de beoogde nieuwe energiebron(nen). life cycle assessment (LCA). Waarom vinden we dat belangrijk? Het beperken van de milieueffecten elders in de wereld. Wat moet er gebeuren? Dit betreft niet alleen de lokale effecten maar de wereldwijde effecten van de volledige levenscyclus van alle materialen. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Geen. Antwoord op advies 19 B. Eerst verder onderzoeken Buiten de kaders, buurtoverstijgend en financiële dekking nodig. De gemeente Amsterdam werkt samen met partners aan de warmtetransitie. Hierbij worden oude verwarmingssystemen vervangen door duurzame alternatieven. Dit heeft niet alleen invloed op het energiegebruik en de CO2-uitstoot, maar ook op het gebruik van materialen in de gebouwde omgeving en de bijbehorende infrastructuur. Het advies van het buurtberaad heeft het college extra gestimuleerd om een vollediger beeld te krijgen van de duurzaamheid van de transitie. Hierbij wordt ook gekeken naar de materiële impact en worden mogelijkheden voor circulaire oplossingen verkend. Als eerste stap zal de gemeente een verkenning uitvoeren naar de relatie tussen circulariteit en de warmtetransitie.

Wat willen we precies weten? Welke rol heeft de gemeente hierin? En wat doen we als gemeente met de resultaten? In deze verkenning wordt ook onderzocht of een volledige ketenberekening (via een levenscyclusanalyse, LCA) een geschikte methode is om door de gemeente te laten uitvoeren. De uitkomsten en vervolgstappen hiervan zullen worden teruggekoppeld en verwerkt in het implementatieplan voor de buurt.

Advies 20: Het heroprichten van het gemeentelijk energiebedrijf (79% voor) Wat willen we bereiken? Het heroprichten van het Gemeentelijk Energie Bedrijf. Energie van een publieke instelling. Geen winst op energie naar bedrijven. Waarom vinden we dat belangrijk? Kleinschalige energiecoöperaties worden nu gestimuleerd, maar de expertise is te versnipperd, en de continuïteit van die coöperaties moet gewaarborgd kunnen worden. In verband met de vele benodigde vaardigheden/ deskundigheden is hiervoor een professioneel bedrijf nodig. Wat moet er gebeuren? ➔ Oprichten GEB. ➔ De eventuele winst moet terugvloeien naar de gemeenschap zodat andere gemeentebelastingen omlaag kunnen. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Geen. Het antwoord op advies 20 is opgedeeld in antwoord 20a en antwoord 20b. 20a = warmte-helft van een gemeentelijk energiebedrijf 20b = elektriciteits-helft van een gemeentelijk energiebedrijf Antwoord 20a. (warmte-helft van een gemeentelijk energiebedrijf ) A. Uitvoeren Buiten de kaders, buurtoverstijgend. Het college is van mening dat het advies van het buurtberaad goed aansluit bij de plannen van de gemeente om een publiek warmtebedrijf op te richten. De gemeente onderzoekt samen met EBN en Alliander/Firan de oprichting en deelname aan een publiek warmtebedrijf voor de regio Amsterdam.

Dit onderzoek moet landen in een oprichtingsbesluit in de nieuwe collegeperiode eind 2026. Het warmtebedrijf wordt verantwoordelijk voor de aanleg en exploitatie van collectieve warmtenetten. Het publiek warmtebedrijf werkt zonder winstoogmerk en streeft naar betaalbare tarieven voor gebruikers. De betaalbaarheid is nu nog niet op orde omdat de kosten van duurzame warmte nu nog hoger zijn dan die voor gas. Dit betekent dat extra financiële middelen vanuit het rijk nodig zijn om de betaalbaarheid te verbeteren. Het streven van het publiek warmtebedrijf moet zijn om de kosten te reduceren zodat de tarieven (op termijn) omlaag kunnen. Over de samenwerking tussen publiek warmtebedrijf en warmtegemeenschappen die veelal opgestart zijn door bewoners, lopen gesprekken tussen gemeente en APEC (de koepel van energiegemeenschappen) om de onderlinge rolverdeling te bepalen. Antwoord 20b. (elektriciteits-helft van een gemeentelijk energiebedrijf ) C. Niet uitvoeren Buiten de kaders, buurtoverstijgend. Verbreding naar een energiebedrijf.

In het advies wordt gevraagd om het heroprichten van een 'energiebedrijf'. Dit is echter iets anders dan een warmtebedrijf. Het college is daarom van mening dat dit deel van het advies niet uitvoerbaar is. De Wet Collectieve Warmte en de Energiewet bieden namelijk geen ruimte om verder te gaan dan het oprichten van een publiek warmtebedrijf. Hoewel het warmtebedrijf zich niet richt op andere vormen van energie, is goede afstemming tussen warmte en elektriciteit heel belangrijk voor een betaalbare energietransitie. Tijdens de implementatiefase wordt de monitoringsgroep periodiek geïnformeerd over de voortgang binnen dit thema. De buurt heeft in dit thema geen specifieke rol.

Advies 21: Geen risico nemen met geothermie zolang langetermijn gevolgen niet bekend zijn (60% voor) Wat willen we bereiken? Geen risico's laten ontstaan door geothermie. Bewustwording van risico’s. Waarom vinden we dat belangrijk? Voorkomen van aardbevingsgevaar en dergelijke. Wat moet er gebeuren? Geothermie kan eventueel ingevoerd worden na de bewezen veiligheid ervan elders over tientallen jaren. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Geen. Antwoord op advies 21 C. Niet uitvoeren Buiten de kaders en buurtoverstijgend. Het advies van het college is ‘niet uitvoeren’, omdat het college streeft naar het nemen van aanvaardbare risico’s in plaats van geen risico’s nemen en eventueel aardwarmte pas te ontwikkelen na bewezen veiligheid elders over tientallen jaren. Het college ziet aardwarmte namelijk als een belangrijke warmtebron voor de verduurzaming van de bestaande (hoge temperatuur) stadswarmtenetten. Aardwarmte helpt de inzet van aardgas en nieuwe, houtige biomassa voorkomen.

De gemeente zet in op de ontwikkeling van aardwarmte om verschillende redenen: ● ● ●

Betrouwbaar en stabiel: aardwarmte is niet afhankelijk van het weer of seizoenen Lokaal: de warmte wordt in de buurt gebruikt (waar aardwarmte opgewekt wordt) en maakt Nederland minder afhankelijk van andere landen. Duurzaam: aardwarmte is een van de meest duurzame warmtebronnen. Het stoot weinig CO₂ uit en de warmtevoorraad is vrijwel onuitputtelijk.

De bestaande stadswarmtenetten leveren warmte in buurten nabij de buurten betrokken bij het Buurtberaad Warm Huis (Stadsverwarming en -verkoeling). Vanaf welke bovengrondse locatie(s) uiteindelijk aardwarmte kan worden gewonnen, is nog niet bekend. Daarvoor wordt onder andere het 3D-seismisch onderzoek uitgevoerd (zie hieronder). Dit seismisch onderzoek vindt dit najaar ook plaats in de buurten die betrokken zijn bij Buurtberaad Warm Huis. Om belanghebbenden te informeren over aardwarmte in de regio Amsterdam, de risico’s en de meest gestelde vragen, is er een website opgezet: www.aardwarmteregioamsterdam.nl. De website wordt geregeld voorzien van nieuwe informatie.

Het buurtberaad wil met haar advies aandacht vragen voor de mogelijke risico’s van aardwarmtewinning of geothermie. Het college onderschrijft net als het buurtberaad het grote belang van veiligheid bij aardwarmteprojecten. Aardwarmte en risico’s op aardbevingen Bij aardwarmtewinning wordt het water dat uit de ondergrond omhoog wordt gepompt, ook weer teruggepompt in dezelfde aardlaag. Hierdoor ontstaan er geen lege ruimtes en geen grote drukverschillen in de ondergrond. Dit is anders dan bij aardgaswinning. Bij aardwarmtewinning is er een hele kleine kans op aardbevingen. Daarom gelden er strenge regels rondom aardwarmteprojecten en worden risico’s zorgvuldig in kaart gebracht. Om aardwarmte veilig te kunnen winnen moet de ondergrond goed in beeld zijn. Daarom worden in de regio Amsterdam onderzoeksboringen en 3D-seismisch onderzoek gedaan. Meer informatie: ● Over het 3D- seismisch onderzoek: Seismisch onderzoek Metropoolregio Amsterdam SCAN aardwarmte. ● Over de onderzoeksboringen: ● Op Strandeiland (2025): Onderzoeksboring op Strandeiland Amsterdam - SCAN aardwarmte ● In Ouder-Amstel (2023): Onderzoek in Ouder-Amstel - SCAN aardwarmte Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) controleert of aan alle wettelijke eisen is voldaan en beoordeelt de risico's voor en tijdens het boren, en tijdens de winning (Geothermie | Sectoren | Staatstoezicht op de Mijnen).

Het KNMI houdt aardbevingen in Nederland continu in de gaten (KNMI - Geothermie). De vergunningen om te boren naar aardwarmte en om aardwarmte te winnen worden verleend door het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Amsterdam heeft geen bevoegdheid bij de afgifte van vergunningen winning van aardwarmte en werkt binnen de nationale wet- en regelgeving aan de ontwikkeling van aardwarmte. In Nederland zijn al tientallen aardwarmteproductielocaties. De eerste locatie is actief sinds 2008 (Locaties in Nederland - Geothermie Nederland). Deze locaties leveren met name warmte aan de glastuinbouw (kassen). In de binnenstad van Den Haag levert een aardwarmteproductielocatie warmte aan woningen. In Delft gaat ook aardwarmte ingezet worden voor de verwarming van woningen. Het ministerie heeft ooit één aardwarmteproject stilgelegd naar aanleiding van een zeer kleine beving. Dit aardwarmteproject lag in Zuid-Nederland in de nabijheid van actieve, natuurlijke breuken in de ondergrond.

22: Betere buurtberaden (58% voor) Wat willen we bereiken? Beter proces voor een buurtberaad. Waarom vinden we dat belangrijk? Voor een transparant en eerlijk proces, waarin iedereen op alle onderwerpen gehoord is. Wat moet er gebeuren? Vooraf correcte en goede informatie over de uitgangspunten van de gemeente en het doel van het buurtberaad. voldoende tijd voor kennisname van de adviezen met schriftelijke aanvullingen. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Buurtberaad Willem de Zwijgerkerk is voor verbetering vatbaar. Antwoord op advies 22 A: Uitvoeren Buiten de kaders en buurtoverstijgend. Het college heeft met interesse kennisgenomen van het advies omtrent een beter proces voor buurtberaden. Het Buurtberaad Warm Huis was het eerste burgerberaad op buurtniveau over de warmtetransitie. Het werd georganiseerd als een pilot om te experimenteren met deze vorm van participatie. Het doel was vanaf het begin om ervaring op te doen met participatie in de buurten en om te leren van dit traject. Met dit uitgangspunt omarmt het college het advies en waardeert het de ervaringen die de deelnemers met ons hebben gedeeld. Deze inzichten stellen ons in staat te leren van het proces en bij toekomstige buurtberaden een verbeterd traject neer te zetten.

Het college adviseert daarom om het advies uit te voeren en de genoemde punten mee te nemen bij de organisatie van eventuele volgende buurtberaden. Daarnaast organiseert de gemeente een evaluatie om goed in kaart te brengen hoe zij kan leren van het buurtberaad Warm Huis. Deze evaluatie vindt plaats in twee stappen. Allereerst evalueert de gemeente het proces. Hierbij wordt expliciet gekeken naar de informatievoorziening aan het buurtberaad, de planning, de opzet van de dagprogramma’s en de ervaringen van de deelnemers. Deelnemers ontvangen hiervoor een vragenlijst, en een aantal van hen wordt geïnterviewd over hun ervaringen. In deze evaluatie wordt ook specifiek aandacht besteed aan de punten uit het advies.

Evolutie-stuk behorende bij advies 3 Op de volgende pagina’s staat het evolutiestuk dat hoort bij advies 3. Dit betreft een rapportage van de AI-tool Echo van het Nederlandse Dembrane uit Eindhoven en is op verzoek van de deelnemers als bijlage onderaan dit document toegevoegd. De nummering in het evolutiestuk verwijst naar tafelnummer 21, waar de dialoog heeft plaatsgevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16521627/1