2. bijlage 1 bij brief Adviezen en ambtelijke antwoorden Buurtberaad Warm Huis
Tekst van het document
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 19 juli 2023 heeft de raad via motie 505.23, ingediend door de leden Itay Garmy en Imane Nadif, de opdracht gegeven om als pilot een buurtburgerberaad te organiseren over de warmtestrategie in Amsterdam. In samenwerking met TeamBurgerberaad is Het Buurtberaad Warm Huis opgezet in vier buurten in de Stadionbuurt: Marathonbuurt-West, Marathonbuurt-Oost, Bertelmanpleinbuurt en Van Tuyllbuurt. In deze buurten is nog niet concreet gestart met de warmtetransitie. Er bestaat in deze buurten een diversiteit aan woningsoorten waardoor verschillende warmteoplossingen nog mogelijk zijn. Dit maakt deze buurten bij uitstek geschikt voor een pilot. De hoofdvraag die de gemeente het Buurtberaad Warm Huis voorlegde was: “Hoe zorgen we er samen in deze buurt voor dat we minder CO₂ uitstoten, energie besparen én de kosten eerlijk verdelen zodat het voor iedereen betaalbaar blijft?” De achterliggende vraag daarbij was: “Hoe besparen we gezamenlijk op een rechtvaardige manier zo veel mogelijk CO₂ op de korte termijn en werken we toe naar een klimaatneutrale buurt binnen 10 jaar?” Het Buurtberaad Warm Huis kreeg de opdracht om met haalbare en goed onderbouwde adviezen te komen voor de uitvoering van de complexe warmtetransitie in deze buurten.
Tijdens vijf intensieve bijeenkomsten gingen bewoners, waaronder huurders, woningeigenaren, VvE-leden en andere betrokkenen, met elkaar in gesprek over deze complexe en urgente opgave. Daarnaast vonden er meerdere excursies en bijeenkomsten van werkgroepen plaats. Deelnemers waren in teams verdeeld waaronder Team Kennis, Team, Reisverslag, Team VvE’s, Team Kunst, Team Orde in de Chaos, Team Rode Draad en Team Out of the Box. Zij werden daarbij ondersteund d oor onafhankelijke procesbegeleiders en interne en externe experts. Het college spreekt zijn grote waardering uit voor de inzet, betrokkenheid het denkvermogen en het onderlinge vertrouwen van alle deelnemers aan het Buurtberaad Warm Huis. Het is een indrukwekkende prestatie om als buurtbewoner, vrijwillig en naast andere verplichtingen, zo constructief samen te werken in het algemeen belang. De waardevolle adviezen tonen aan hoe buurtkennis en betrokken deelname in het buurtberaad bijdragen aan een rechtvaardige, betaalbare en uitvoerbare energietransitie. Het college wil nadrukkelijk iedereen die betrokken was bij het buurtberaad, van deelnemers tot alle interne en externe experts, medewerkers en gespreksbegeleiders, hartelijk bedanken. Zwaarwegend en besprekingsplichtig advies De 22 adviezen die door het Buurtberaad Warm Huis zijn uitgebracht, waarvan 21 met een meerderheid zijn aangenomen, zijn van groot belang.
Alleen door verder en breder te kijken dan de huidige kaders, ontstaan er meer mogelijkheden voor een breder gedragen warmtetransitie in onze gemeente. Het buurtberaad had daarom de volledige vrijheid om ook buiten bestaande beleidskaders te adviseren, juist omdat de deelnemers bij de warmtetransitie directe zeggenschap hebben over hun woning en leefomgeving. Adviezen die (grotendeels) binnen de de gemeentelijke kaders voor de Amsterdamse warmtetransitie vallen, worden beschouwd als zwaarwegend advies. Het college en de raad zijn in principe verplicht deze adviezen over te nemen, tenzij er zwaarwegende financiële, juridische of praktische redenen zijn. Dan moet het college hierover publiekelijk verantwoording afleggen en afwijkingen nadrukkelijk motiveren.
Adviezen die (gedeeltelijk) buiten de beleidskaders vallen, worden eveneens serieus besproken en, indien mogelijk aangenomen.. Deze werkwijze benadrukt het belang van zeggenschap en vertrouwen: bewoners hebben uiteindelijk zelf het laatste woord over veranderingen aan hun woning, bijvoorbeeld als eigenaar of via afspraken als huurder of VvE-lid.Tijdens het beraad zijn de (voorlopige) adviezen voortdurend getoetst aan ambtelijke en externe expertise. Daarnaast kon het beraad aanvullende kennis inwinnen via deskundigen, organisaties en ervaringsdeskundigen. Categorieën van opvolging A. Uitvoeren (11 adviezen): Deze adviezen zijn haalbaar binnen de bestaande kaders of vereisen een aanpassing die uitvoerbaar wordt geacht. Waar mogelijk worden deze adviezen geprioriteerd binnen de planning van de warmtetransitie. B. Eerst verder onderzoeken (5 adviezen): Deze adviezen bieden aanknopingspunten, maar vragen om verdere uitwerking, aanvullend onderzoek of financiële onderbouwing. Het nieuwe college komt in 2026 met een besluit over deze onderwerpen. A en B. Uitvoeren en Eerst verder onderzoeken (1 advies): Dit betreft adviezen waarvan bepaalde onderdelen op korte termijn kunnen worden uitgevoerd, terwijl andere onderdelen eerst verder onderzocht moeten worden. A en C.
Uitvoeren en Niet uitvoeren (1 advies): Hierbij kunnen adviezen gedeeltelijk worden uitgevoerd, maar andere onderdelen worden als niet uitvoerbaar beschouwd. C. Niet uitvoeren (3 adviezen): Deze adviezen vallen buiten de juridische, financiële of praktische kaders of worden om andere zwaarwegende redenen niet door het college overgenomen. Uitgangspunt bij het beantwoorden van de adviezen: We hebben een positieve grondhouding aangenomen bij het beantwoorden van de adviezen. De bedoeling van het advies van het buurtberaad stond daarbij centraal. Als een advies grotendeels voldeed aan de kaders (financieel, juridisch, uitvoerbaarheid en binnen het beleid van de gemeente), werd het ingedeeld als een categorie A-advies. De monitorgroep wordt op de hoogte gehouden van de planning van de A-adviezen en het verloop van de onderzoeken voor de B-adviezen. Proces en vervolg De 21 adviezen die door een meerderheid van de deelnemers werden aangenomen, zijn helder onderbouwd. In het onderstaande overzicht vindt u per advies onze reactie, inclusief een toelichting of het advies binnen of buiten de bestaande (beleids)kaders valt. Daarbij maken wij onderscheid tussen adviezen die specifiek gericht zijn op de buurt en adviezen met een (potentiële) buurtoverstijgende waarde.
Hoewel het buurtberaad zich richtte op een buurtaanpak, kunnen sommige adviezen waardevolle inspiratie bieden voor andere buurten of stedelijk beleid. De adviezen van het buurtberaad variëren van concreet en praktisch tot meer richtinggevend. In onze beantwoording gaan we niet op elk detail in. Tijdens de implementatiefase zal de gemeente de concrete deeladviezen en uitvoeringswensen van de deelnemers verder uitwerken. Spanningsvelden en uitvoering Het Buurtberaad Warm Huis komt verschillende uitdagingen tegen. De noodzaak om CO₂ te verminderen en energie te besparen kan botsen met betaalbaarheid en een brede uitvoering. Sommige adviezen vragen om snelle actie, terwijl andere stapsgewijs kunnen worden uitgevoerd. Veel adviezen overlappen deels met bestaand gemeentelijk beleid; dit wordt expliciet vermeld in de beantwoording. Financiële dekking is vaak een belangrijke voorwaarde om een advies (volledig) uit te voeren. Als er nu geen budget is voor waardevolle en uitvoerbare adviezen, vraagt dit extra aandacht.
Monitoring en participatie Het college kijkt met vertrouwen naar de komende periode, waarin we volop aan de slag gaan om de adviezen uit te werken en verder te verkennen De uitvoering en opvolging van de adviezen wordt daarbij actief gemonitord door een monitorgroep van 22 deelnemers uit het buurtberaad. Deze groep houdt toezicht op de voortgang en ontvangt regelmatig een terugkoppeling. De gemeente faciliteert minimaal één jaar na het BWH de monitorgroep om de voortgang van de adviezen te bewaken, te evalueren en waar nodig bij te sturen. Met deze toelichting en het bijgevoegde overzicht informeren wij u over onze beantwoording met betrekking tot de adviezen die zijn vastgesteld in het Buurtberaad Warm Huis. De implementatiefase die nu van start gaat, biedt ons de mogelijkheid om samen met de bewoners van de betrokken buurten, organisaties, de monitorgroep en de gemeenteraad voortvarend te werken aan een rechtvaardige, breed gedragen en effectieve warmtetransitie. Overzicht adviezen Overzicht van de adviezen die met een meerderheid zijn aangenomen en de beantwoording, geordend op volgorde van de stemming van 20 september 2025. Op ‘Advies 5: Warmtenetten niet doen’ stemde 33% van de deelnemers voor. Dit advies behaalde daarmee geen meerderheid en is niet meegenomen in de beantwoording en dit overzicht. Nr.
Titel advies
Instemming
Categorie
Binnen kaders
Binnen buurt
1
Openbare ruimten bij weerextremen
88%
B
√
√
√
2
Verduurzamen warm huis door middel van kunst
63%
B
√
√
√
3
Energiebesparend leven
85%
A
√
√
√
4
Vrije keuze voor warmtebron
56%
C
√
√
6
Rechtvaardigheid en betaalbaarheid als voorwaarden voor de warmtetransitie
83%
A
√
√
7
Totaalconcept + totaalprijs (transparant)
58%
B
√
√
8
Subsidies daar waar de grootste CO-2 winst te behalen valt of al de hoogste kosten vallen
58%
A
√
√
9
VVE’s helpen verduurzamen bij warmtetransitie
81%
A
√
√
10
Plan vertrouwen verbeteren tussen woningcorporatie en huurder
83%
A
√
√
11
Financiering en regelgeving energietransitie woningcorporaties
79%
A
√
√
12
Hulp bij het starten van een democratische warmtegemeenschap
75%
A
√
√
13
Buurtbetrokkenheid bevorderen
92%
A
√
√
√
√
Buiten kaders
Buurtove r-stijgend
Financiële dekking nodig
√
√
ffi
14
Impact persoonlijk en fysieke omgeving beperken
83%
A
√
√
15
Communicatie en betrokkenheid
85%
A
√
√
16
Natuurinclusieve warmtetransitie
98%
A+B
√
√
17
Snelle en e ciënte reductie van energiegebruik
75%
B
√
√
18
Betaalbaarheid van het aardgasvrij maken
69%
19
Ketenberekening
20 a
√
√
C
√
√
69%
B
√
√
Het heroprichten van het gemeentelijk energiebedrijf (warmte-helft van een gemeentelijk energiebedrijf)
79%
A
√
√
20 b
Het heroprichten van het gemeentelijk energiebedrijf (elektriciteits-helft van een gemeentelijk energiebedrijf)
79%
C
√
√
21
Geen risico nemen met geothermie zolang langetermijn gevolgen niet bekend zijn
60%
C
√
√
22
Betere buurtberaden
58%
A
√
√
√
√
Advies 1: Openbare ruimten bij weerextremen (88% voor) Wat willen we bereiken? De openbare ruimte in onze buurten inrichten dat men er bij weerextremen terecht kan voor verkoeling en warmte. Dit natuurinclusief doen. Waarom vinden we dat belangrijk? ➔ Collectiviteit in en met de natuur. Inclusiviteit, zodat koelte en warmte voor iedereen bereikbaar is/komt. ➔ Alle aanbevelingen binnen een half jaar. ➔ Omdat het klimaat verandert. ➔ Collectiviteit is een nevenproduct van dit idee. ➔ Intensiveren van de cohesie. ➔ De openbare plaatsen moeten door buurtbewoners worden beheerd die toezien op vermeerdering van het groen. Wat moet er gebeuren? Inventariseren waar en welke ruimten geschikt zijn voor de gemeenschap om groen te maken (groen aan te brengen/ of te vergroenen). ➔ Waar: bijvoorbeeld pleinen, buurthuizen, bibliotheken, sporthallen, aula's van scholen, kerken en lege gebouwen. Aanbeveling: Onderzoek de juridische maatregelen om tegeltuinen in te perken, ook van kopers door middel van omgevingsplannen, bijvoorbeeld: ➔ Maximaal 25% tegels. Zie: https://www.jll.com/en-uk/newsroom/revamping-green-leases-is-critical-to-drivingdecarbonization ➔ Controle met behulp van drones. ➔ Meer bomen planten. ➔ Bomenkap tegengaan en gekapte bomen vervangen. Snoei-onderhoud. kap in verband met 5G-problematiek stoppen. Liever snoeien.
➔ Uitbreiding zitplekken en plantenbakken met biologische planten op de kades, waar mogelijk. Dakbedekking met groenbeplanting. Wat zijn daarbij aandachtspunten? ➔ Mentaliteitsverandering / collectiviteitsverandering, bewustwording, goede communicatie hierover. Niet iedereen weet dat bomen koelte en en zorgen voor water (vocht-) opname. ➔ Voorlichting en kof eochtenden op deze gecreëerde groene plekken.
Met name pleinen en
beschutting geven
Antwoord op advies 1 B. Eerst verder onderzoeken Binnen de kaders, binnen de buurt en nanciële dekking nodig.
fi
fi
Het college onderschrijft het belang van klimaatadaptatie bij de inrichting van de openbare ruimte en bij nieuwbouw- en renovatieprojecten. De toenemende weersextremen, zoals wateroverlast, droogte en hittestress, vragen om plekken waar bewoners terecht kunnen en waar de leefomgeving bestand is tegen deze omstandigheden. Dit onderwerp komt terug in de uitgangspunten, communicatie en het beleid voor groenvoorzieningen en de openbare ruimte.
De gemeente onderzoekt daarom welke (openbare) binnenruimten in de stad geschikt zijn om in te zetten bij weersextremen, zoals hitte. Hierbij kan worden gedacht aan, buurthuizen, bibliotheken, sporthallen, aula’s van scholen, kerken en gemeentelijk vastgoed. Deze locaties kunnen bijvoorbeeld dienen als koele of droge schuilplekken, maar ook als centrale punten voor informatie en ondersteuning. Samen met stadsdelen, maatschappelijke organisaties en gebouweigenaren wordt gekeken hoe deze ruimten duurzaam, toegankelijk en toekomstbestendig kunnen worden ingericht. Daarnaast biedt de Omgevingswet mogelijkheden om ruimtelijke sturing te geven aan klimaatadaptatie. De gemeente onderzoekt in hoeverre in het omgevingsplan of in een gemeentelijke verordening aanvullende regels kunnen worden opgenomen om klimaatadaptieve maatregelen structureel te bevorderen. Hierbij wordt rekening gehouden met het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat de bouwtechnische kaders vaststelt. Het college zal een nadere juridische en ruimtelijke verkenning uitvoeren om te bepalen hoe deze inzet het beste vorm kan krijgen. Daarbij staat centraal dat maatregelen praktisch uitvoerbaar zijn, aansluiten bij lokale behoeften en effectief kunnen bijdragen aan het beperken van de impact van weersextremen.
Advies 2: Verduurzamen warm huis door middel van kunst (63% voor) Wat willen we bereiken? Kunst inzetten als communicatiemiddel, verbinder en participatie-instrument voor de energietransitie. Zodat de warmtetransitie zichtbaar, bespreekbaar en toegankelijk wordt voor de bewoners in deze buurt. Muurschilderingen en beelden zijn hier een goed voorbeeld van. Zo wordt men op een positieve manier geïnformeerd en meegenomen in het transitieproces. De prioriteit bij energietransitie ligt natuurlijk bij onder andere isoleren, verduurzamen etcetera. Kunst is een uitstekend middel om op een speelse manier mensen bewust te maken van de urgentie. Kunst en andere processen zijn geen concurrenten van elkaar! Waarom vinden we dat belangrijk? Kunst is een toegankelijke manier om te communiceren, informeren en inspireren. Daarnaast zorgt kunst voor verbinding tussen bewoners (sociale cohesie) in de buurt en wordt het onderwerp zichtbaar en toegankelijk voor iedereen in de buurt. Wat moet er gebeuren? In gesprek met buurtbewoners en lokale kunstenaars plaatsen bepalen waar kunst kan staan. Mogelijkheden onderzoeken om aan te sluiten bij bestaande projecten, zoals ARTZUID, waarbij het de bedoeling is dat het in deze buurt permanente kunst in de openbare ruimte wordt. Kunst die over 50 jaar nog te bewonderen is, zodat toekomstige generaties weten waar we in 2025 mee bezig waren.
Idealiter wordt er gebruik gemaakt van natuurlijke en duurzame materialen. Gemeente, bedrijven zoals energieleveranciers, woningcorporaties en particulieren kunnen een financiële bijdrage leveren. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Zorg voor een soepel proces met betrekking tot de vergunningen, die door de gemeente uitgegeven worden, voor het plaatsen van de kunst. We vragen aan de gemeente een helder proces rondom de subsidiestromen en goed opdrachtgeverschap om de totstandkoming van de kunst te bewerkstelligen. Uitstraling van de kunst moet een goed gevoel geven. Wij zijn ervan overtuigd dat er leden zijn van dit beraad die verder mee willen denken hierover. Antwoord op advies 2 B. Eerst verder onderzoeken Binnen de kaders, binnen de buurt en financiële dekking nodig. Het college ziet mogelijkheden voor muurschilderingen op elektriciteitshuisjes. Samenwerking met partijen zoals GVB en Liander kan worden verkend. Kunstprojecten kunnen bijdragen aan de zichtbaarheid van de energietransitie en tegelijkertijd de leefomgeving versterken. Het college stelt voor om te onderzoeken hoe de vergunningverlening voor tijdelijke kunstprojecten kan worden vereenvoudigd in de energietransitie en hoe bestaande subsidieregelingen en samenwerkingen optimaal kunnen worden benut. Wij willen dit onderzoek in Q2 2026 afronden.
Het college erkent het belang van kunst als communicatiemiddel, verbinder en participatieinstrument binnen de warmtetransitie. Kunst kan inwoners op een toegankelijke en inspirerende manier betrekken bij thema’s zoals een schonere leefomgeving, betaalbaarheid en het tegengaan van klimaatverandering. Daarbij is het belangrijk om vooraf duidelijk te bepalen welke boodschap
wordt overgebracht en welke kunstvorm, zoals muurschilderingen of beelden, daarvoor het meest geschikt is. Afhankelijk van het doel, de beschikbare middelen en de capaciteit kan worden gekozen voor tijdelijke of meer permanente kunstuitingen. Muurschilderingen hebben doorgaans een tijdelijk karakter, terwijl beelden of installaties langer in de openbare ruimte aanwezig blijven. Betrokkenheid van buurtbewoners en lokale kunstenaars vergroot het draagvlak en de impact van het kunstwerk. Het college juicht eventuele samenwerking tussen Team Kunst van het Buurtberaad Warm Huis en de adviseurs kunst en cultuur in stadsdeel Zuid toe, zodat initiatieven goed worden afgestemd, zorgvuldig worden ingepast in de stedelijke omgeving en in samenhang worden uitgevoerd. Bij de realisatie van kunstwerken gelden verschillende procedures.Voor tijdelijke kunstwerken is vaak een objectvergunning nodig en bij muurschilderingen toestemming van de eigenaar.Voor permanente kunstwerken (met een duur van langer dan tien jaar) adviseren het Stadscuratorium en de Commissie Omgevingskwaliteit over plaatsing en vergunningverlening. De gemeente hanteert hierbij het uitgangspunt dat de openbare ruimte gedeeld wordt en niet wordt toegeëigend. De financiering van kunstprojecten kan bestaan uit bijdragen van de gemeente, bedrijven, woningcorporaties en particulieren.
Er zijn verschillende subsidiemogelijkheden, onder meer via de regeling Gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten, het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) en de percentageregeling voor kunst in gemeentelijke bouwprojecten. Ook kunnen middelen uit buurtbudgetten worden ingezet. Het AFK en de stadsdelen hanteren duidelijke procedures en beoordelingscriteria voor subsidieaanvragen.
Advies 3: Energiebesparend leven (85% voor) We willen het evolutie-stuk meesturen! Wat willen we bereiken? Vanaf nu leven we energiebesparend, door middel van bewustwording en betrouwbare kennisoverdracht en stimuleren we door middel van diverse prikkels om dit aantrekkelijker te maken. Waarom vinden we dat belangrijk? Door bewustwording krijg je gedragsverandering, met het oog op betere woon- en werksituaties en verbetering van het klimaat. Wat moet er gebeuren? Bewustwording Er moet in het tweede kwartaal van 2026 een fysiek informatiepunt geopend zijn en het punt blijft open zolang de energietransitie gaande is, waar men binnen kan stappen om advies te vragen over bijvoorbeeld zonnepanelen, infraroodverwarming, spaarlampen, etc. Gedurende het jaar worden bijeenkomsten gehouden om te vertellen over energiebesparende ontwikkelingen. Aan het informatiepunt zijn buurtcoaches verbonden die op verzoek bij mensen thuis langsgaan om advies te geven over eenvoudige isolatie en energiebesparende maatregelen. Ook is er een deskundige beschikbaar zoals een Fix-it brigade die een infraroodscan kan maken. Bij het informatiepunt zijn voor mensen met een kleine beurs middelen beschikbaar, zoals ledverlichting, radiatorfolie, tochtstrips en kortingsbonnen voor de aanschaf van energiezuinige apparatuur, zoals wasmachines en koelkasten.
Actueel energieverbruik inzichtelijk maken door een extra meter op de slimme meter te plaatsen die gratis te verkrijgen/lenen (?) is bij het informatiepunt. Isoleren en renoveren van woningen (dak, muren, vloeren en ramen) Wij adviseren met klem om als eerste woningen grondig te isoleren, omdat hiermee wellicht al grotendeels de doelstelling van 2030 bereikt wordt. Bij gevel- / muurisolatie altijd buitengevel / buitenzijde isolatie expliciet overwegen. We willen een beter en eerlijker proces waarbij duidelijke informatie gaat naar de bewoners en ondersteuning vanuit Stichting !Woon voor iedereen die dit nodig heeft. Geen huurverhogingen onder het mom van verduurzaming, terwijl het tegelijkertijd ook een renovatie is of gewoon achterstallig onderhoud! De gemeente moet op het geheel toezicht houden. Er moet tijdens de isolatie/renovatie een goede onafhankelijke controle zijn van de kwaliteit van het geleverd werk. Achteraf moet een zorgvuldige controle plaatsvinden om vast te stellen of er nog fouten zijn gemaakt/losse eindjes zijn in het werk dat is opgeleverd. Keuzevrijheid bij alle voorgaande punten is belangrijk. ➔ Energielabel voor bedrijven. ➔ Bedrijven moeten in 2026 duidelijk zichtbaar een energielabel voeren op de voorgevel. Hierdoor ontstaat transparantie voor de klant en kan de klant keuzes maken om wel of niet met een bedrijf in zee te gaan.
➔ ➔
Lanceer een overzichtelijke website voor bedrijven waar zij informatie kunnen vinden over hoe zij hun bedrijf energiezuinig/CO2-neutraal kunnen maken. De gemeente moet meer aandacht besteden aan bedrijven en deze stimuleren om energie te besparen, bijvoorbeeld door middel van zonnepanelen, isolatieglas, ledlampen, lampen uit in de nacht, waterbesparende ring in de kraan, et cetera voor de kleine ondernemers, zoals de bakker en groenteman, verstrekken.
Wat zijn daarbij aandachtspunten? Alle maatregelen moeten betaalbaar en toegankelijk zijn voor iedereen, aandacht voor verschillen tussen wijken en huishoudens en bijdragen aan betrouwbare kennisoverdracht en groei van vertrouwen. Antwoord op advies 3 A. Uitvoeren Binnen de kaders, binnen de buurt en financiële dekking nodig. Het evolutie-stuk behorende bij advies 3 is een rapportage van de AI-tool Echo van het Nederlandse Dembrane uit Eindhoven en wordt als bijlage toegevoegd onder aan dit document. Dit advies sluit grotendeels aan bij de bestaande inzet vanuit het isolatieoffensief.Voor de uitvoering van het advies om een fysiek loket te realiseren, verwijst het college naar advies 13. Het college onderschrijft het belang van isoleren en plekken waar bewoners en eigenaren, ongeacht hun situatie, advies kunnen krijgen over energiebesparen en verduurzamen. Om die reden heeft de gemeente sinds 2023 het isolatieoffensief ontwikkeld dat erop gericht is bewoners en eigenaren bewust te maken van hun mogelijkheden en te ondersteunen bij het verbeteren en isoleren van hun woning.
Hiervoor zijn diverse informatievoorzieningen ontwikkeld om zoveel mogelijk informatie over woningen en woningverbetering overzichtelijk samen te brengen voor verschillende doelgroepen en bewoners te bereiken.Voorbeelden hiervan zijn het rijdende loket 'Jouw Huis van Morgen' en de website: duurzaamwonen.amsterdam.nl waar bewoners ook gerichte en individuele adviezen kunnen aanvragen en waar campagnes worden aangeboden. Om huurders te informeren en te ondersteunen bij huur- en participatiezaken rondom achterstallig onderhoud, woningverbetering en verduurzaming, kunnen alle Amsterdamse bewoners terecht bij stichting !WOON voor onafhankelijk advies. Ook deze informatie is terug te vinden op duurzaamwonen.amsterdam. Daarnaast wordt ook buurt- en doelgroepgericht ingezet op bewustwording, informatie en activatie. Zo heeft de gemeente recent in uw buurt avondbijeenkomsten georganiseerd om VvE's te informeren over het dienstverleningsaanbod dat beschikbaar is om hen te helpen bij structurele woningverbetering. Tijdens deze bijeenkomsten worden ook directe contactgegevens gedeeld van de projectleider die bij de betreffende buurt betrokken is.Voor het nemen van eenvoudige energiebesparende maatregelen en het aanbieden van energiecoaching werkt de gemeente samen met lokale partijen.
Vanuit het isolatieoffensief wordt ook gewerkt aan verduidelijking en waar mogelijk versimpeling van een aantal regels die als belemmering worden ervaren, zoals bepaalde welstandseisen.
Het onderhoud en beheer van gebouwen is in Nederland de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Deze is in de regel dan ook opdrachtgever voor werkzaamheden aan woningen en daarmee verantwoordelijk voor (het toezicht houden op) de uitvoering van deze werkzaamheden. Deze taak en verantwoordelijkheid kan de gemeente niet van de eigenaar overnemen. De gemeente is echter wel vergunningverlener en heeft de taak toezicht te houden op de naleving van de wettelijke minimumvereisten voor woningen.Voldoen woningen hier niet aan, dan kan de gemeente handhavend optreden. Op basis van bovenstaande overwegingen wordt op verschillende onderdelen van het advies geen extra inzet voorzien. We bekijken wat de eerste ervaringen zijn met lokale loketten om te beoordelen of we bij wijze van proef tijdelijk ook in deze buurt een fysiek loket kunnen opzetten. Dit loket moet brede kennis bieden over de energie- en warmtetransitie en rekening houden met de volgende punten: ● ●
Sluit aan bij de bestaande loketten en uitvoeringsstructuren identificeren de blinde vlekken. Faciliteer de samenwerking met bestaande buurtinitiatieven, deze initiatieven worden niet door de gemeente georganiseerd.
Advies 4: Vrije keuze voor warmtebron (56% voor) Wat willen we bereiken? Autonomie en vrije keuze van de individuele bewoner bij keuze van energiebron (aardgas, groen aardgas, free energy, zonnepanelen, hybride pomp, riothermie, aquathermie, eigen windenergie).Vrije keuze van leverancier en betaalbare energie. Het streven zou moeten zijn energie goedkoper en dus niet duurder maken dan nu, geen €500 per maand zoals in de Van der Pekbuurt. Een warmtenet geeft geen vrije keuze, dus geen warmtenet in onze buurt. Waarom vinden we dat belangrijk? Keuzevrijheid voor individuele bewoners om te allen tijde te kunnen kiezen tussen een warmtebron naar keuze. "Kostenoverwegingen": we kunnen en mogen niet meer gaan betalen dan nu. In onze buurt staan verschillende soorten woningen (oud/nieuw, vrij/monument, geïsoleerd/ niet geïsoleerd). Die kunnen dus niet over een kam geschoren worden. Er zijn ook bestaande projecten waar is gebleken dat het voor sommige bewoners technisch niet goed werkte. Het vertrouwen in warmtenetten is weg. Wat moet er gebeuren? Het belangrijkste is dat de gemeente de wens voor autonomie van de buurtbewoners respecteert en dus rekening houdt met wat de bewoners willen en wat mogelijk is. Niet een oplossing voor iedereen, geen verplichte keuze voor warmtenet. Betaalbare energie als basisvoorwaarde.
Gemeente Amsterdam moet de wens van inwoners respecteren en dus rekening houden met wat bewoners/huurders willen en met de verschillen in woningen. Wat zijn daarbij aandachtspunten? Voorwaarde is dat het aan- en afkoppelen van het warmtenet niet meer dan 250 euro kost. Bestaande infrastructuur voor aardgas blijft beschikbaar. Wellicht zijn er in de toekomst andere technieken en energiebronnen mogelijk waar bewoners nu en in de toekomst voor kunnen kiezen. Daarom zou het zonde zijn om ons vast te leggen op warmtenet. En wegens de hoge onkosten. Vrije keuze voor warmtebron. Antwoord op advies 4 C: Niet uitvoeren Buiten de kaders en buurtoverstijgend. Het college waardeert het ingezonden advies en het onderliggende streven naar keuzevrijheid voor bewoners, maar moet helaas constateren dat uitvoering van het advies in deze vorm niet mogelijk is. Gevraagd wordt om vrije keuze in warmtebron en in leverancier. Hoewel keuzevrijheid en maatwerk belangrijk zijn in de warmtetransitie, kan de gemeente, gezien de wettelijke kaders, niet de volledige individuele vrije keuze bieden die in het advies wordt gevraagd. Landelijke wetgeving verplicht gemeenten om toe te werken naar een aardgasvrije samenleving. Dit betekent dat het gasnet op termijn uit de hele stad verdwijnt.
Per buurt wordt samen met bewoners gekeken welke techniek en warmtebron het beste past, maar volledige vrije keuze voor ieder individu is praktisch en financieel niet haalbaar. Het naast elkaar in stand houden van meerdere infrastructuren, bijvoorbeeld zowel groen gas, als een warmtenet, als diverse individuele systemen, is zeer kostbaar, inefficiënt en in de praktijk vrijwel niet uitvoerbaar.
Daarnaast staat volledige vrije keuze op gespannen voet met prijsbescherming en leveringszekerheid. De overheid kan de prijzen en continuïteit van talloze individuele warmtebronnen niet reguleren, waardoor consumenten minder bescherming genieten tegen hoge prijzen of leveringsproblemen dan bij een collectief systeem. Alleen bij collectieve of gereguleerde oplossingen kan de overheid toezien op betaalbaarheid en continuïteit van de warmtevoorziening. Een opt-out (‘afmelding’) van een collectief systeem is in sommige gevallen mogelijk, maar betekent niet dat bewoners geheel vrij zijn in hun keuze voor elke denkbare warmtebron. Bovendien blijven kosten voor collectieve infrastructuur, zoals de aanleg en het beheer van netten, vergelijkbaar met riool of elektriciteit, ook voor opt-outers (deels) van toepassing en worden via gemeentelijke heffingen of belastingen gedeeld. Daarnaast is solidariteit een belangrijk uitgangspunt: door kosten en baten te delen, blijft de warmtetransitie betaalbaar en uitvoerbaar voor iedereen. Tot slot benadrukt het college het belang van betaalbaarheid en keuzevrijheid in de warmtetransitie.
Daarom wordt alleen gestart in buurten waar een haalbare en betaalbare warmteoplossing mogelijk is.Voorafgaand wordt een grondige analyse van de buurt uitgevoerd, waarbij factoren zoals isolatie en infrastructuur worden onderzocht.Vervolgens gaat de gemeente in gesprek met bewoners om samen een buurtuitvoeringsplan op te stellen. Hierbij wordt de voorkeursoplossing uit het Warmteprogramma als uitgangspunt genomen, maar er is ruimte om alternatieven en aanvullende maatregelen te bespreken. Bewoners kunnen meedenken over tempo, volgorde en oplossingen, zodat het plan aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de buurt.
Advies 6: Rechtvaardigheid en betaalbaarheid als voorwaarden voor de warmtetransitie (83% voor) Wat willen we bereiken? Niemand (van de eindgebruikers) komt in geldproblemen vanwege de warmtetransitie of gevolgen daarvan. Het gaat hierbij om het aardgasvrij maken van de woning; benodigde aanpassingen van leidingen/meterkast; isoleren van de woning; toekennen van een hoger energielabel; de vaste lasten van duurzame warmte. Dit is allemaal op voorwaarde van energiebewust gebruik – ook de eindgebruiker heeft hier een verantwoordelijkheid. Waarom vinden we dat belangrijk? Het is een basisrecht om een warm huis te hebben in de winter en een koel huis in de zomer. Wat moet er gebeuren? De gemeente moet verantwoordelijkheid nemen voor het maken van wettelijke afspraken ter bescherming van de huurder/eigenaren. Afspraken kunnen worden gemaakt bijvoorbeeld over het percentage van het inkomen dat je maximaal mag besteden aan energiekosten (ook in verhouding met de overige vaste (woon-)lasten, plafond van energiekosten, hoe de norm van energiebewust verbruik wordt berekend. Deze afspraken zijn voorwaarde voor de warmtetransitie - als er geen financiering voor deze voorwaarden is, kan de warmtetransitie niet doorgaan. “Zonder poen niet doen!” Wat zijn daarbij aandachtspunten? ➔ Isoleren, isoleren, isoleren! Geïsoleerde woningen helpen om kosten te besparen (nu en straks).
➔ Er moet duidelijke en eerlijke communicatie zijn per huishouden over het proces en de kosten van de warmtetransitie en gevolgen daarvan. ➔
Indien er met subsidies wordt gewerkt, moeten die simpel en toegankelijk zijn en snel uitgevoerd worden, zodat men niet lang hoeft te wachten met hogere kosten. Liefst wordt er gewerkt met een systeem waarin vooraf de hogere kosten gedekt worden en niet na afloop hoeven te worden gecorrigeerd.
Antwoord op advies 6 A. Uitvoeren Buiten de kaders, buurtoverstijgend en financiële dekking nodig. Het college benadrukt dat rechtvaardigheid en betaalbaarheid voor de gemeente uitgangspunten zijn voor de warmtetransitie. Inwoners mogen niet in geldproblemen komen door de warmtetransitie. In de realisatie van de warmtetransitie zal de gemeente sturen op betaalbaarheid voor de eindgebruiker. De gemeente zal hierbij waar mogelijk meer inzetten op het ondersteunen van bewoners die geldproblemen hebben of dreigen in geldproblemen te komen. De gemeente maakt echter niet zelf wettelijke afspraken die huurders of eigenaren beschermen. Dit moet het Rijk doen, maar de gemeente zal in haar subsidies en afspraken wel sturen op het beschermen van huurders en eigenaren bij de projecten die tot realisatie over gaan. Veel van de financiële middelen die nodig zijn om de warmtetransitie op een betaalbare manier te realiseren, moeten van het Rijk komen. De gemeente lobbyt hiervoor bij het Rijk. De gemeente voert dit advies uit als intentieverklaring, omdat hiervoor ook andere partners nodig zijn. Het besteden van een maximumpercentage van het inkomen of woonlasten aan energie, wordt nu geregeld via het tijdelijk Noodfonds Energie. Met dit fonds kunnen bewoners een vergoeding
krijgen voor hun energierekening als deze meer dan 10% van hun inkomen is. De gemeente is van mening dat dit fonds niet tijdelijk maar permanent zou moeten zijn en dat er voldoende budget moet zijn om iedereen te helpen. Ook hierop lobbyt de gemeente. De gemeente zet grootschalig in op isoleren– via bewustwording, ondersteuning en subsidies, maar de woningeigenaren en bewoners moeten ervoor kiezen en het doen. Communicatie per huishouden op maat is uitgesloten. Met 5.395 huishoudens in de buurten van het Buurtberaad Warm Huis en 500.000 huishoudens als we buurtoverstijgend naar heel Amsterdam kijken, is dat vrijwel onmogelijk. We blijven zoeken hoe we communicatie en voorlichting over kosten steeds beter laten aansluiten op de situatie van bewoners en eigenaren. Wel kan elke bewoner een advies krijgen via duurzaamwonen.amsterdam en zijn er verschillende vormen van advies aan huis mogelijk voor specifieke doelgroepen. Zie daarvoor ook duurzaamwonen.amsterdam. Tijdens de implementatiefase wordt de monitoringsgroep periodiek geïnformeerd over de voortgang binnen dit thema. De buurt heeft op dit thema geen specifieke rol.
Advies 7: Totaalconcept + totaalprijs (transparant) (58% voor) Wat willen we bereiken? Prijsdaling door schaalvergroting (een oplossing per wijk) en ontzorging en transparantie in kosten door één aanspreekpunt (bijvoorbeeld een gemeentelijk NUTS-bedrijf) en contract voor onderhoud, levering, installatie etcetera. Tevens betrouwbaarheid in levering en onderhoud. Waarom vinden we dat belangrijk? Bij één totaalconcept + totaalprijs (per jaar) komt men niet voor verrassingen te staan. En door een soort collectief concept doen meer mensen in één keer mee met CO2 terugdringen. Wat moet er gebeuren? De ontwikkeling van een totaalconcept kan klein beginnen. Op die manier kan vertrouwen opgebouwd worden. De gemeente kan deze kleine projecten delegeren aan woningbouwverenigingen/corporaties, zodat ze verkend kunnen worden. De gemeente moet de leiding pakken voor ontwikkeling totaalconcept voor wijk en er voor zorgen dat er één contract komt voor bewoners, en daarmee één aanspreekpunt met een duidelijk en transparant kostenoverzicht waarbij inzichtelijk wordt wat de kosten voor het komende jaar zijn (nooit met terugwerkende kracht aanpassingen). We kunnen ons voorstellen dat het vroegere systeem van nutsvoorzieningen als voorbeeld er weer bijgehaald kan worden en hoe dit te integreren is naar nu en ook in de toekomst bestendigd blijft.
Wat zijn daarbij aandachtspunten? ● Ga bewust op zoek naar voorbeelden waar het wel lukt en maak een analyse. ● Prijzen moeten mee kunnen bewegen per jaar (het is heel lastig om prijs te bepalen en het bedrijf moet niet failliet gaan bij prijsschommelingen), maar prijzen moeten niet alleen omhoog, maar ook omlaag kunnen gaan! ● Bewoners moeten ook ontzorgd worden als ze niet met de collectieve oplossing mee willen doen. Per individueel huis langsgaan voor informatie. Antwoord op advies 7 B: Verder onderzoeken Deels binnen de kaders en deels binnen de buurt. Het college onderschrijft en omarmt de doelstellingen uit het advies. Wij streven naar een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening. De kaders hiervoor worden vastgelegd in nationale wetgeving die vooralsnog anders zijn voor gas, warmte en elektriciteit. Een integrale energie-nutsvoorziening is momenteel nog niet mogelijk. Wel wordt in het kader van het opstellen van het warmteprogramma onderzocht wat de beste oplossing is per buurt, waarbij ook de kosten voor de elektriciteitsvoorziening worden meegenomen. In het warmteprogramma wordt per buurt vastgelegd wat maatschappelijk gezien de beste warmteoplossing is voor een wijk. Dit is een advies aan de gebouweigenaren, omdat zij uiteindelijk de beslissing maken op welke aangeboden warmteoplossing zij aansluiten.
De warmtetransitie heeft baat bij schaalgrootte, omdat warmtevoorzieningen zo meer efficiënt kunnen worden ontworpen en gerealiseerd. Daarnaast kunnen de kosten en risico’s over meer aansluitingen worden verdeeld. Tot slot kunnen door organiseren op een grotere schaal de taken ook efficiënter worden uitgevoerd en neemt de kwaliteit en beschikbaarheid van de geleverde diensten toe. Indicatief wordt een schaal van 100.000 aansluitingen genoemd als het optimale aantal waarbij de meeste kostenvoordelen worden gehaald. Daarboven is slechts marginaal verbetering
mogelijk. Op dit moment is er landelijk geen warmtenet of warmtebedrijf met zoveel aansluitingen, dus is er nog veel winst te behalen. Overigens gaat het niet alleen om schaal, maar vooral om een goed aanbod waardoor meer mensen aansluiten en het zogeheten vollooprisico wordt beperkt. Op wijkniveau hoeft één oplossing voor de hele wijk niet noodzakelijk de beste oplossing te zijn. Dit is sterk afhankelijk van het karakter van de wijk zelf: bij een wijk met veel van dezelfde soorten huizen en andere gebouwen ligt dat meer voor de hand dan als binnen een wijk veel verschillende typen gebouwen zijn. Zeker als deze fysiek van elkaar zijn gescheiden in plaats van door elkaar heen zijn gebouwd. In het kader van het warmteprogramma onderzoeken we in de praktijk wat het beste is voor elke individuele wijk en in hoeverre er verschillende oplossingen in één wijk wenselijk zijn of juist niet. Bij de schaal van de warmteoplossing moet daarom gezocht worden naar wat logisch is voor de gebouwen aan de ene kant, en, bij warmtenetten, het ontwerp van het systeem aan de andere kant. Daarbij heeft individuele keuzevrijheid misschien wel de voorkeur, maar kan dat voor de hele wijk leiden tot hogere kosten voor bewoners die geen alternatief hebben voor een warmtenet.
Simpel gezegd: als een warmtenet wordt ontworpen voor 1.000 woningen en er sluiten minder woningen aan, moeten de kosten door minder aansluitingen worden gedeeld. Iedereen die niet meedoet veroorzaakt dan hogere kosten voor de rest. Naast de schaal en ontwerp van de oplossing, is het moment waarop de warmtevoorziening wordt gebouwd en aangesloten ook van belang. Het is het meest goedkoop als gebouwen worden aangesloten op een natuurlijk moment zoals bij vervanging van een CV-ketel of aanbrengen van isolatie. Eigenaren hebben dus tijd nodig om zich voor te bereiden op de komst van een warmtenet. Maar als we hier teveel rekening mee moeten houden, duurt de aanleg te lang en is het te ingewikkeld en leidt dat juist weer tot extra kosten. Per project en wijk moeten we onderzoeken hoe zowel de aanleg efficiënt kan plaatsvinden, het warmtenet initieel afdoende aansluitingen heeft als dat de overige woningen op een natuurlijk moment kunnen aansluiten. De gemeente Amsterdam werkt samen met EBN en Alliander aan de oprichting van een publiek warmtebedrijf, gepland voor eind 2026 of begin 2027.
Belangrijke uitgangspunten zijn: het bedrijf moet kostendekkend werken zonder winst of verlies, bewoners en gebouweigenaren moeten een aantrekkelijk aanbod krijgen om over te stappen op een warmtenet, en er wordt samengewerkt met woningcorporaties om projecten efficiënter en goedkoper uit te voeren. Adviezen van het buurtberaad worden meegenomen bij de verdere uitwerking van het aanbod. Het buurtberaad geeft aan dat kosten voor bewoners moeten kunnen bewegen per jaar, zowel omhoog als naar beneden. Tegelijkertijd is het gewenst om (onplezierige) verrassingen te voorkomen. Hierbij spelen meerdere punten een rol: De komende periode zal worden uitgewerkt op welke wijze de kosten worden doorberekend naar de aangesloten bewoners. Is dat afhankelijk van de wijk? Of willen we in Amsterdam dezelfde tarieven voor de hele stad? Transparantie is hierbij belangrijk. Het buurtberaad adviseert dat tarieven jaarlijks kunnen variëren, maar zonder onverwachte schommelingen. Belangrijke factoren zijn: investeringskosten die stabiel blijven en fluctuaties in energieprijzen (met name voor fossiele energie die afhankelijk zijn van de wereldmarkt), en de noodzaak van subsidies om warmtenetten betaalbaar te houden. Op termijn kan warmte mogelijk, net als bij drinkwater, als nutsvoorziening worden ingericht, met een vastrecht en variabel tarief op basis van gebruik.
Tot slot adviseert het buurtberaad om klein te beginnen. Dat heeft zeker voor zelfstandige warmtenetten de voorkeur. Zo kunnen namelijk de investeringen en daarmee risico’s worden beperkt en kan worden gekeken wat wel en niet werkt. De uitwerking van de aanpak in individuele wijken is onderdeel van de ontwikkeling van het warmtebedrijf de komende maanden. Tijdens de implementatiefase wordt de monitoringsgroep periodiek geïnformeerd over de voortgang binnen dit thema. De buurt heeft op dit thema doorgaans geen specifieke rol.
Advies 8: Subsidies daar waar de grootste CO-2 winst te behalen valt of al de hoogste kosten vallen (58% voor) Wat willen we bereiken? Niet: De sterkste schouders betalen het meest, maar wel dat er bepaalde subsidies/ontheffingen zijn voor subgroepen die daar behoefte aan hebben, denk aan: woningen op de begane grond en hoekwoningen (die verstoken meer) of mensen die weinig verdienen. De gemeente heeft al heel veel mooie subsidies, maar sommige groepen moeten nog beter in beeld worden gebracht en het aanvragen van subsidies moet makkelijker worden gemaakt. Waarom vinden we dat belangrijk? Uiteindelijk meer CO2-besparing door meer draagvlak en het stimuleren van maatregelen daar waar het meeste gestookt wordt. Wat moet er gebeuren? CO2 reductie behalen door enerzijds bij mensen langs te gaan die veel verbruiken en helpen uitstoot te verlagen en als dit niet mogelijk is het voor hen betaalbaar maken door bijvoorbeeld subsidie te verstrekken. Bij voorbaat subsidiëren zonder eerst uit te zoeken hoe verlaging CO2 mogelijk is, helpt verlaging niet. ● De bewoners moeten hiervoor toestemming geven en er moet een beloning komen als zij energieverbruik verminderen. ● De prioriteit is dat je de vaste lasten zo laag mogelijk wilt hebben. Echter; lastig, afhankelijk van een welwillende overheid.
Het moet lonen om energiezuinig gedrag te vertonen (dus subsidies niet per se inkomensafhankelijk maken, maar hangen aan verlaging van energieverbruik) - een leuk voordeeltje / cadeautje wanneer je overstapt op duurzame oplossing - meer subsidies voor hoekwoningen en woningen op de begane grond en andere grootverbruikers - subsidies automatisch vergeven op basis van informatie die al bij de gemeente bekend is zodat bewoners niet zelf achter de informatie aan hoeven en hele moeilijke aanvragen hoeven in te vullen (naar voorbeeld toen er energiesubsidie was naar aanleiding van gestegen gasprijzen door de oorlog in Oekraïne). Wat zijn daarbij aandachtspunten? Een aandachtspunt dat wordt meegegeven: particuliere verhuurders moeten ook worden meegenomen in alle oplossingen. Dus niet alleen aandacht voor communicatie naar woningcorporaties die sociale huurwoningen verhuren (daar komen de extraatjes en subsidies en informatie meer terecht). Transparantie in kosten is heel belangrijk - om vertrouwen te wekken. Echt met alle verhuurders, huurders en particuliere huurders om de tafel gaan zitten. Hoe moeten we het gedrag van CO2 grootgebruikers veranderen, als zij grootverbruikers zijn door hun levensstijl in plaats van door externe factoren. Let hierbij op de praktische uitvoerbaarheid.
Antwoord op advies 8 A: Uitvoeren Buiten de kaders en buurtoverstijgend. Het college steunt het idee huishoudens met een hoog verbruik te stimuleren hun uitstoot en energiegebruik te verlagen en hun wooncomfort te verbeteren door woningverbetering en isolatie. Dit doet de gemeente al door alle Amsterdammers via de website duurzaamwonen.amsterdam ruim en duidelijk informatie te bieden. Op deze website staan ook de landelijke
ondersteuningsmaatregelen (dat deels inkomensonafhankelijk is) en het specifieke Amsterdamse aanbod voor subdoelgroepen. De gemeente Amsterdam zet de extra ondersteuning expliciet in door ongelijk te investeren voor gelijke kansen om zo de energietransitie voor meer mensen mogelijk te maken. Dit betekent dat deze regelingen juist beschikbaar zijn voor woningen met een hoge warmtevraag en een relatief lage WOZ-waarde. Of woningen met een hoge warmtevraag in buurten met meerdere sociaalmaatschappelijke uitdagingen. Dit betekent ook dat niet de CO2 reductie leidend is voor het ontvangen van deze ondersteuning, maar vooral de mogelijkheid die bewoners hebben (in het maken van keuzes) om mee te doen aan energiebesparing en verduurzaming zonder op comfort of veiligheid in te leveren. U adviseert aanvullend het aanvragen van subsidies makkelijker te maken. Bijvoorbeeld door subsidies automatisch te vergeven op basis van informatie die al bij de gemeente bekend is. De gemeente deelt de wens voor vereenvoudiging en heeft dit eerder onderzocht. Europese privacywetgeving zorgt ervoor dat overheden beperkt: zo heeft de gemeente alleen toegang tot energieverbruik op postcode niveau en toegang tot energie-labels als deze vastgesteld zijn. Bovendien is de gemeente vaak gehouden aan de kaders en verantwoordingsvereisten die mee zijn gegeven bij geldbronnen.
Desondanks zegt de gemeente toe bij de ontwikkeling van de doe-het-zelf subsidie te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de aan vragen te vergemakkelijken ten opzichte van bestaande regelingen. Ook kijken we naar andere manieren om subsidieaanvragen te vereenvoudigen, door bijvoorbeeld meer begeleiding bij (het aanvragen van) subsidies. Tenslotte verzoekt u particuliere verhuurders mee te nemen. Omdat EFG label woningen vanaf 2029 niet meer verhuurd mogen worden, moeten particuliere verhuurders hun woningen met een EFG label voor die tijd verduurzamen. Daar worden ze ook bij ondersteunt. Particuliere verhuurders kunnen 10.000 tot 15.000 euro rijkssubsidie krijgen per woning. Particuliere verhuurders worden door de gemeente Amsterdam gezien als subdoelgroep en is er voor hen informatie beschikbaar op de website duurzaamwonen.amsterdam. Specifieke verhuurders die maximaal 10 woningen verhuren kunnen ook een verduurzamingsadvies kunnen krijgen. De meeste particuliere verhuurders verhuren overigens een woning in een VvE. Tijdens de implementatiefase wordt de monitoringsgroep periodiek geïnformeerd over de voortgang binnen dit thema. De buurt heeft op dit thema doorgaans geen specifieke rol.
Advies 9: VVE’s helpen verduurzamen bij warmtetransitie (81% voor) Wat willen we bereiken? We willen dat Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) actief stappen kunnen zetten in de warmtetransitie, door verduurzaming te versnellen en hun gebouwen geschikt te maken voor het gebruik van een duurzame warmtebron. Waarom vinden we dat belangrijk? VvE’s zijn essentieel in de energietransitie; zonder hun medewerking stagneert de verduurzaming van een groot deel van de woningvoorraad. Bovendien ontbreekt vaak urgentiebesef en samenhangende kennis bij VvE’s, waardoor kansen voor collectief resultaat blijven liggen. Wat moet er gebeuren? ➔ Zet een gemeentelijk (fysiek en digitaal) informatiepunt op voor VvE’s, zodat zij makkelijk en laagdrempelig toegang hebben tot relevante kennis en advies. ➔ Faciliteer actieve kennisuitwisseling tussen VvE’s, bijvoorbeeld via ambassadeurs, bijeenkomsten of best-practice sessies, zodat ervaringen en praktische oplossingen gedeeld worden. ➔ (Door-)Ontwikkel en verspreid duidelijke toolkit, handleidingen en overtuiging materialen die VvE-leden handvatten geven voor besluitvorming en uitvoering.
Wat zijn daarbij aandachtspunten? ● VvE’s verschillen sterk qua schaal en samenstelling, dus communicatie en ondersteuning moeten aansluiten op hun speci eke situatie; daarnaast is het creëren van urgentie en het wegnemen van praktische en nanciële drempels essentieel om daadwerkelijke actie te stimuleren. ● Om de diversiteit aan VvE’s aan te kunnen is een gedifferentieerde aanpak nodig (externe bestuurder ja/nee, slapende VvE, groot/klein, wel/geen woningbouwcorporatie in de VvE, etc.) ● Ook plannen nodig om corporaties en VvE's te dwingen hun bewoners aan te moedigen om mee te werken (bijvoorbeeld green lease). ● Adviezen moeten zo speci ek mogelijk zijn en niet op basis van gemiddelden (kosten, opbrengsten, besparingen, waardevermeerdering etc). Gebruik hiervoor data en AI, zie ook actieplan. ● Feedback op de feedback: ja, er is al veel info, maar te versnipperd, moeilijk te vinden, te algemeen, niet bekend bij doelgroep. “DE VvE” bestaat niet! Antwoord op advies 9 A: Uitvoeren Binnen de kaders en binnen de buurt. Het college erkent het belang van het benoemen van Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) als aparte doelgroep binnen de warmtetransitie.VvE’s spelen een cruciale rol in het verduurzamen van de gebouwde omgeving, en de gemeente wil de ondersteuning voor deze groep verder versterken.
De gemeente zal dit advies uitvoeren door de bestaande VvE-aanpak in Amsterdam uit te breiden, met specifieke aandacht voor de warmtetransitie en de in het advies genoemde aandachtspunten.
fi
fi
fi
Voor de Bertelmanpleinbuurt, Marathonbuurt-West, Marathonbuurt-Oost en de Van Tuyllbuurt biedt de gemeente een uitgebreid dienstverleningspakket voor VvE’s die willen isoleren. Dit pakket
wordt aangevuld met specifieke aandacht voor de warmtetransitie, waarmee het advies wordt uitgevoerd. Voor alle VvE’s in de stad is een stappenplan beschikbaar met informatie over besluitvorming en uitvoering van verduurzamingsmaatregelen. Ervaringen en kennis worden gedeeld tijdens netwerkbijeenkomsten. VvE’s verschillen sterk in samenstelling. Sommige bestaan volledig uit woongebouwen, terwijl andere een combinatie van woon- en utiliteitsfuncties omvatten. Dit beïnvloedt de besluitvorming en de snelheid van maatregelen. Daarnaast gelden vaak aanvullende eisen, zoals een opkomsteis en een verzwaarde meerderheid bij stemmingen, wat verduurzaming kan vertragen. De gemeente Amsterdam werkt al jaren samen met het Rijk om de verduurzaming van VvE’s te versnellen. Momenteel wordt gewerkt aan het vereenvoudigen van besluitvorming, betere financieringsmogelijkheden, het opleiden van procesbegeleiders en het delen van kennis via Milieu Centraal. Het college onderzoekt ook hoe gemengde VvE’s, waarin woningcorporaties deelnemen, beter kunnen worden ondersteund. Een goede samenwerking tussen particuliere eigenaren en corporaties is hierbij essentieel.
Advies 10: Plan vertrouwen verbeteren tussen woningcorporatie en huurder (83% voor) Wat willen we bereiken? Draagvlak vergroten waardoor vertrouwen groeit tussen woningcorporatie en bewoners. Waarom vinden we dat belangrijk? Opvoeren tempo in uitvoering verduurzaming is dringend nodig. Wat moet er gebeuren? De gemeente moet alle partijen aan tafel krijgen doordat de gemeente woningcorporaties en andere partijen stimuleert maximale inspanning te plegen om bewonerscommissies in te stellen. Toelichting: bij deskundigen advies inwinnen over hoe de gemeente en de woningcorporaties bewonerscommissies kunnen stimuleren om bewoners maximaal te faciliteren. De aanbeveling is dat de gemeente zorgt dat de woningcorporaties, de bewonerscommissie en afvaardiging vanuit de gemeente in de opstartfase van het project maximaal 4 keer per jaar om de tafel zitten met een agenda over energietransitie. De aanbeveling is dat de gemeente zelf binnen een jaar een overkoepelend overleg start waarbij de bewonerscommissies zelf minimaal 2 mensen afvaardigen naar een gezamenlijk overleg. Daarvoor moet inzichtelijk zijn hoeveel commissies er al wel zijn (zie aandachtspunt); Een aanbeveling is dat de gemeente een verzamelpunt maakt voor huurders van particuliere eigenaren zodat ook zij zich kunnen verenigen. Wat zijn daarbij aandachtspunten? ➔ Een buurt heeft soms geen bewonerscommissie.
De gemeente moet dit inventariseren welke bewonerscommissies er zijn in deze buurt en dus ook waar er nog geen is. ➔ De gemeente moet in overleg met woningcorporaties zorgen voor bekendheid aan bewonerscommissies en dat er grote behoefte is aan de commissies. Blijkbaar zijn er nu drempels en die moet de gemeente waar mogelijk weghalen. Drempels zijn gebrek aan kennis (bijvoorbeeld niet weten dat ze deskundigheid mogen inhuren), tijd vrijmaken, een beginpunt vinden om te starten met de oprichting van een commissie en informatievoorziening hierover. Antwoord op advies 10 A: Uitvoeren Binnen de kaders en binnen de buurt . Het college onderschrijft het belang van directe betrokkenheid van bewoners bij de warmtetransitie. Actieve deelname van bewoners en huurderscommissies vergroot het draagvlak en draagt bij aan evenwichtige besluitvorming. De voorgestelde aanpak sluit aan bij eerdere ervaringen binnen Warm Amsterdam, de samenwerking met woningcorporaties en bewonersorganisaties. Deze aanpak liep vertraging op door oplopende kosten en veranderende omstandigheden. Nieuwe wettelijke kaders, zoals de Wet Collectieve Warmte (WCW) en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW), bieden inmiddels meer houvast. Financiële ondersteuning via fondsen en subsidies blijft echter onmisbaar. Het college ziet mogelijkheden om bewoners beter te betrekken via bestaande structuren.
Een centraalpunt of loket voor particuliere huurders kan hieraan bijdragen, maar de gemeente vervult hierin niet altijd een uitvoerende rol. Stichting !WOON speelt al een belangrijke ondersteunende
rol en kan deze eventueel uitbreiden. Ook aansluiting bij buurthuizen en wijknetwerken biedt mogelijkheden voor laagdrempelige aanspreekpunten. Bewonersparticipatie vraagt soms meer tijd, vooral waar eerst andere zorgen spelen. De gemeente blijft daarom inzetten op begeleiding, kennisdeling en praktische ondersteuning om drempels te verlagen. Tot slot erkent het college dat verdere verbetering binnen de eigen organisatie nodig is om bewonersinitiatieven beter te faciliteren. De adviezen uit dit advies worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van de gemeentelijke aanpak voor de warmtetransitie.
Advies 11: Financiering en regelgeving energietransitie woningcorporaties (79% voor) Wat willen we bereiken? Verbeteren relatie tussen huurders en woningcorporaties/particuliere verhuurders door barrières op te heffen om verduurzaming van gebouwen versneld te kunnen bereiken. Waarom vinden we dat belangrijk? Het proces van verduurzamen is nu vertraagd en ligt soms zelfs stil. Dit zou niet moeten gebeuren. Wat moet er gebeuren? 1.
Wij adviseren de gemeente om wanneer het hoofddoel van aanpassingen verduurzamen is, de normen (Commissie Omgevingskwaliteit) minder streng te hanteren voor gemeentemonumenten die vallen onder beschermd stadsgezicht. Dit geeft de woningcorporatie en particuliere verhuurder meer financiële vrijheid om aanpassingen te doen en het proces wordt hierdoor minder vertraagd.
2.
Daarnaast geven wij de gemeente het advies om een kennisnetwerk op te zetten dat woningcorporaties en particuliere verhuurders advies kan geven over de “best practices om bewoners mee te krijgen. Het netwerk zou kunnen worden opgezet uit al bestaande organisaties/netwerken uit de buurt zodat de lokale context goed wordt meegenomen. Dit kennisnetwerk zou onderzoek moeten doen naar welke praktische en sociale oplossingen het best werken voor welke bewonersgroepen. De oplossingen moeten meetbaar zijn en periodiek worden geëvalueerd op effectiviteit. Deze oplossingen moeten ook worden besproken met bewonerscommissies op een transparante manier en hun inbreng moet ook worden meegenomen in de uitkomsten. Deze uitkomsten kunnen worden gedeeld in bestaande forums, bijvoorbeeld de HBVA (Huurders Belangen Vereniging Amsterdam) en nieuwe forums voor particuliere verhuurders. De woningcorporaties en particuliere verhuurders kunnen de beste oplossingen uitvoeren. De gemeente zou ook toezicht moeten houden (krijgen?) op deze uitvoering zodat niet de indruk wordt gewekt dat het volledig vrijblijvend is. Dit zou moeten leiden tot meer consensus onder bewoners over de aanpassingen die moeten worden gedaan met het oog op verduurzaming.
Antwoord op advies 11 A Uitvoeren Buiten de kaders en buurtoverstijgend. Het college benadrukt het belang van samenwerking tussen woningcorporaties, particuliere verhuurders en huurders bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het advies ondersteunt de bestaande inzet van de gemeente. Een effectieve energietransitie vraagt niet alleen technische maatregelen, maar ook heldere afspraken, financiële haalbaarheid en vertrouwen tussen betrokken partijen. De gemeente heeft met het Isolatieoffensief en het samenwerkingsverband tussen de directies Wonen, Ruimte en Duurzaamheid en Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) al stappen gezet om verduurzaming en omgevingskwaliteit beter op elkaar af te stemmen. Deze samenwerking is gericht op het toegankelijker en duidelijker maken van regelgeving en
vergunningverlening rondom verduurzaming. Het college wil een aantal duurzame maatregelen voor gemeentelijke monumenten en beschermde gezichten onder voorwaarden vergunningvrij maken. Een voorstel hiervoor is in de participatiefase. De verwachting is dat hierdoor de lastendruk voor zowel initiatiefnemers als de gemeente wordt verlaagd. Het college ziet ook meerwaarde in kennisdeling en samenwerking tussen woningcorporaties, particuliere verhuurders en bewoners. De komende maanden wordt verkend welke netwerken of initiatieven hiervoor geschikt zijn. In overleg met betrokken partijen wordt gekeken naar de behoefte aan een lokaal kennisnetwerk voor het delen van ervaringen, goede voorbeelden en praktische oplossingen. Inmiddels wisselen we kennis uit in het Netwerk Warmte Amsterdam; een platform voor woningcorporaties, Stichting WOON!, netbeheerders en de gemeente. Voor huurwoningen blijft het huurrecht leidend, aangevuld met de Amsterdamse kaderafspraken met corporaties en huurderskoepels. De gemeente ziet erop toe dat bij de wijkgerichte aanpak van de warmtetransitie de rechten en plichten van huurders en verhuurders worden nageleefd.Voor gebouwen met een monumentenstatus of binnen een beschermd stadsgezicht wordt het gemeentelijke Team Duurzaam Erfgoed gevraagd om de mogelijkheden op gebouwniveau te beoordelen.
De adviezen uit het buurtberaad sluiten aan bij de uitkomsten van de gemeentelijke evaluatie ‘De knelpunten van de warmtetransitie in Amsterdam’, waarin ook financiële knelpunten zijn meegenomen. Deze inzichten worden gebruikt om de aanpak van een haalbare warmtetransitie verder te verbeteren.
Advies 12: Hulp bij het starten van een democratische warmtegemeenschap (75% voor) Wat willen we bereiken? Hulp bij het vinden van initiatiefnemers van én hulp bij het creëren van draagvlak voor de opstart van een democratische warmtegemeenschap. We willen aansluiten bij bestaande koepelorganisaties zoals APEC. Waarom vinden we dat belangrijk? Om te kijken of er voortrekkers in de buurt zijn. Om mensen mee te hebben.Voor meer zeggenschap.Voor meer betrokkenheid, opdat wij een efficiëntere en beter betaalbare warmteoplossing kunnen kiezen. Wat moet er gebeuren? 1. Informatiecampagne (ook via social media) om bewustwording te creëren over de functie van een warmtegemeenschap, de rollen erin en over wat de win-winsituatie is voor de verschillende partijen. Kan per direct worden opgestart voor deze buurt. ● Wat een warmtegemeenschap voor je kan betekenen. Door concrete voorbeelden te geven. ● Wat voor ideeën leven er in de buurt om een warmtegemeenschap vorm te geven. Betrek daar voortrekkers van bestaande warmtegemeenschappen bij. ● Wat wordt er van je verwacht bij een democratische warmtegemeenschap. Aan de hand van concrete voorbeelden. ● Wat is er dan nodig: o Operationele expertise van de gemeente, bijvoorbeeld voor het aanschrijven van mensen. o Maak het onderdeel van het opstellen van een Warmte Uitvoeringsplan.