CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bijlage 1.2 en 1.3 PlanMER_versie2.1_incl_samenvatting.pdf

RAAD 11 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen inzake het voorgenomen collegebesluit over het Programma Windenergie Amsterdam 2030 (PWA) en het PlanMER (VN2024-013643)26.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

19 alinea's met “stadsontwikkeling”: 27 232 2931 2962 2966 2968 2971 2990 2991 2995 2997 2998 3001 3003 3009 3010 3014 3016 3017

Bosch & van Rijn

Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466

Auteurs Steven Velthuijsen Marlin ter Huurne

Opdrachtgever Gemeente Amsterdam

Laurens Kik, Floris Moerkens, Rutger Neutel, Daan Booij, Ludo van Broekhuizen

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Datum

3 april 2024

Versie

2.1

Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:

030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch & Van Rijn 2024 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

5. 5.1 5.2 5.3

INLEIDING

3

Welkom in het MER Aanleiding Werkwijze Doelen van het MER Leeswijzer

3 3 4 4 5

UITGANGSPUNTEN

6

Zoekgebieden Referentie-windturbinetype Belemmeringenanalyse Onderzoeksopstellingen Referentiesituatie Stadsontwikkelingen

6 7 8 10 25 25

EFFECTBEOORDELING ZOEKGEBIEDEN

26

Energieopbrengst Leefomgeving: geluid Leefomgeving: gezondheid Slagschaduw Externe veiligheid Ecologie Ondergrond (bodem, water & archeologie) Landschap & Cultuurhistorie Recreatie Netinpassing Milieueffecten in de aanlegfase Samenvatting effectbeoordeling Toelichting per zoekgebied

27 29 37 43 46 50 61 65 74 77 79 86 87

DE ALTERNATIEVEN

110

Doelbereik alternatievenonderzoek Alternatief Energie Alternatief Gezondheid Alternatief Natuur Alternatief Landschap Effectbeoordeling alternatieven

110 111 112 113 114 115

VERVOLG

121

Leemten in kennis Mitigerende maatregelen Monitoring

121 124 128

BEGRIPPENLIJST 130 TECHNISCHE BIJLAGE 131

Inleiding

2

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

1.

Inleiding

1.1

Welkom in het MER Dit milieueffectrapport (MER) beschrijft de milieueffecten van windturbines op verschillende onderzoekslocaties binnen de gemeente Amsterdam. Daarmee dient dit rapport als onderbouwing van nieuw Amsterdams beleid: het Programma Windenergie Amsterdam, waarin beschreven staat waar en onder welke voorwaarden de gemeente Amsterdam windturbines binnen haar grondgebied wil toestaan. Een milieueffectrapport dat ter onderbouwing dient van beleid of een bestemmingsplan wordt ook wel een planMER genoemd. Het rapport toont de belangrijkste resultaten en de onderzoeksmethode op hoofdlijnen. Meer diepgang, nadere toelichting op de onderzoeksmethoden en andere achtergrondinformatie is te vinden in de Technische Bijlage.

1.2

Aanleiding De gemeente Amsterdam heeft een doelstelling voor windenergie: vóór 2030 127 megawatt (MW) opgesteld vermogen aan windturbines te realiseren. De gemeentelijke doelstelling is onderdeel van de zogenaamde Regionale Energiestrategie (RES). Amsterdam is onderdeel van de regio Noord-Holland Zuid. Heel Nederland is opgedeeld in 30 van zulke regio’s, die gezamenlijk in 2030 een doelstelling voor grootschalige zonne- en windenergie hebben. In de RES heeft de gemeente Amsterdam zoekgebieden aangewezen, onderverdeeld in ‘voorkeursgebieden, ‘reservegebieden’ en ‘extra reservegebieden’. Naast de bestaande 75 MW en de circa 25 MW aan windparken die al in voorbereiding1 zijn moet er binnen deze zoekgebieden dus nog zo’n 27 MW aan windturbines bijkomen om totaal aan 127 MW te komen. Moderne windturbines hebben een vermogen van ca. 3 tot 6 MW per stuk: hoe groter een windturbine, des te meer vermogen en des te meer opgewekte duurzame elektriciteit.

Het beleidsdocument ‘Programma Windenergie Amsterdam’ is bedoeld om te zorgen dat er genoeg extra windturbines kunnen worden bijgebouwd om aan de doelstelling te voldoen, mits deze windturbines geen onaanvaardbare effecten veroorzaken op gezondheid en natuur. Uiteraard moeten de windturbines ook voldoen aan provinciale en landelijke wetgeving en beleid. Dit milieueffectrapport dient ter ondersteuning van het Programma Windenergie Amsterdam, en gaat enkel over de milieueffecten. Zie voor een overzicht van relevant beleid Bijlage A van de technische bijlage.

1

Inleiding

Windpark Westpoortweg ( 9MW) en Windpark Noorder IJ-plas (ca. 16 MW). In dit planMER is het gebied Noorder IJ-plas (zoekgebieden 2A en 2B) niet opnieuw onderzocht omdat het een eigen dynamiek kent. Voor dat gebied loopt namelijk een (vergunning)procedure voor ca. 16 MW opgesteld vermogen, onderbouwd met een projectMER. Voor deze locatie is in het verleden al een planMER uitgevoerd. De gemeente Amsterdam gaat er vanuit dat Windpark Noorder IJ-plas gerealiseerd gaat worden.

3

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

1.3

Werkwijze Het MER onderzoekt de milieueffecten in twee stappen: Eerst beoordeelt het MER de RES-zoekgebieden individueel: welke milieueffecten treden op wanneer hier windenergie gerealiseerd zou worden? In hoeverre draagt elk zoekgebied bij aan de gemeentelijke doelstelling? In deze stap zijn de zoekgebieden maximaal ingevuld: zo veel mogelijk windturbines. Zo worden de maximale milieueffecten en de maximale potentie duidelijk. Daarna formuleert het MER een aantal van elkaar verschillende manieren waarop de gemeentelijke doelstelling gehaald zou kunnen worden: alternatieven. Deze zijn expres zo verschillend mogelijk van elkaar gemaakt: ➢ Alternatief Energie: zo veel mogelijk duurzame energie opgewekt ➢ Alternatief Gezondheid: zo min mogelijk (gezondheids)effecten op mensen ➢ Alternatief Ecologie: zo min mogelijk schade aan de natuur ➢ Alternatief Landschap: landschappelijk uitlegbare opstellingen Deze alternatieven kunnen bestaan uit combinaties van meerdere zoekgebieden en zijn op dezelfde manier als de zoekgebieden beoordeeld op hun milieueffecten. Elk van deze alternatieven bestaat uit ca. 50 MW aan windturbines. Daardoor zijn de milieueffecten van de alternatieven goed onderling te vergelijken. Er is ca. 27 MW nodig om aan de Amsterdamse doelstelling te voldoen. In de alternatieven is er voor gekozen om 50 MW te onderzoeken i.v.m. afbreukrisico’s in de vervolgfase.

Met deze informatie is het voor de gemeente Amsterdam mogelijk om bij de keuzes in het Programma Windenergie Amsterdam de milieueffecten volwaardig mee te wegen.

1.4

Doelen van het MER Het MER dient meerdere doelen: 1. Mogelijkheden voor en milieueffecten van grootschalige windenergie in verschillende zoekgebieden in Amsterdam in kaart brengen. 2. Onderbouwing bieden bij de totstandkoming en uitwerking van de uitvoeringsmaatregelen en randvoorwaarden voor het Programma Windenergie Amsterdam. 3. Aanbevelingen geven voor onderzoeksopgaven voor de uitwerking van concrete projecten in Omgevingsplannen, Omgevingsvergunningen en/of Projectbesluiten. 4. Bereiken van transparantie in besluitvorming en het creëren van een mogelijk breder maatschappelijk draagvlak.

Inleiding

4

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

1.5

Leeswijzer Dit MER bevat de belangrijkste resultaten in begrijpelijke taal. Meer informatie is te vinden in de technische bijlage. Deze volgt dezelfde hoofdstukindeling. Per paragraaf is dus verdieping te vinden in de technische bijlage. Onderstaande figuur laat de hoofdstukindeling zien, en een visuele weergave van de lengte van elk hoofdstuk. Hieruit blijkt duidelijk dat het zwaartepunt van het rapport zit in de beoordeling van de milieueffecten. De manier van beoordelen van de zoekgebieden (hoofdstuk 3) is ook toegepast op de alternatieven (hoofdstuk 4).

Figuur 1

Inleiding

Schematische weergave van de hoofdstukindeling van het MER.

5

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

2.

Uitgangspunten

2.1

Zoekgebieden De zoekgebieden uit de Regionale Energiestrategie (RES) vormen het uitgangspunt van het MER. De RES is door meerdere overheden (provincie, gemeenten) opgesteld mede op basis van participatie en was een eerste trechter voor definitieve locatiekeuze voor grootschalige opwek met zon en wind.

Figuur 2

Zoekgebieden voor zonne- en windenergie uit de RES (Bron: Res 1.0 Noord-Holland Zuid). Voor het MER zijn alleen de gebieden aangeduid als ‘Voorkeursgebied’ ‘Reservegebied’ en ‘Extra reservegebied’ relevant.

Het onderscheid tussen voorkeurs-, reserve- en extra reservegebieden zoals in bovenstaande figuur speelt in het MER geen rol, omdat de gemeente de geschiktheid van al deze gebieden op dezelfde manier wil onderzoeken. Welke gebieden vervolgens voor windenergie worden aangewezen (in het Programma Windenergie Amsterdam) is een politieke keuze, waar de informatie uit het MER bij kan helpen. De milieueffecten van windturbines in zoekgebieden 2A (Noorder IJ-Plas) en 2B (Cornelis Douwesterrein) zijn al onderzocht op hun milieueffecten in een projectMER voor een concrete vergunningaanvraag. Deze vergunningprocedure is in behandeling bij de provincie Noord-Holland. Deze zoeklocaties worden in dit MER niet opnieuw bekeken.

Uitgangspunten

6

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

2.2

Referentie-windturbinetype De effecten van windturbines hangen ten dele af van hun afmetingen. Ook geldt dat de afstand die windturbines tot andere objecten (zoals gasleidingen) moeten aanhouden van hun afmetingen afhankelijk is. Daarom is het voor het MER van belang om realistische afmetingen aan te houden. Omdat de meeste milieueffecten groter worden bij grotere windturbines kijkt het MER naar de grootst mogelijke windturbines die: ➢ …momenteel commercieel verkrijgbaar zijn en ➢ …passen binnen de bouwhoogtebeperkingen vanuit Schiphol.

Figuur 3

Hoogtebeperkingen Schiphol.

In het MER komen de volgende windturbineklassen voor: ➢ Groot: windturbines met een tiphoogte van 240 meter. Deze zijn enkel mogelijk op plaatsen zonder enige beperking vanuit Schiphol. Voor de hoogte van 240 meter is gekozen omdat dit representatief is voor windturbines die momenteel worden gebouwd. ➢ Middel: windturbines met een tiphoogte van 212 meter. Deze worden toegepast op die plekken waar alleen het ‘MVA’-vlak als beperking geldt. (MVA staat voor minimum vectoring altitude). ➢ Klein: windturbines met een tiphoogte van 145 meter. Deze worden toegepast als de locatie ligt binnen een ‘OLS’-vlak (en binnen de Haven; zie paragraaf 2.3.1). OLS staat voor obstacle limitation surface.

Uitgangspunten

7

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

➢

Haven: binnen een deel van de haven is de maximale bouwhoogte nog lager dan 145 meter. Voor de volledigheid kijkt het MER daar naar windturbines met een tiphoogte van 130 meter.

Grotere windturbines zijn relatief goedkoper, omdat ze (veel) meer stroom kunnen produceren. (Te) kleine windturbines zijn daarom niet economisch uitvoerbaar. Omdat een MER haalbare opstellingen moet onderzoeken is er een ondergrens aan wat nog realistisch onderzocht kan worden. Windturbines met een tiphoogte van minder dan 145 meter worden in Nederland vrijwel niet meer gebouwd. Desondanks is er in het MER voor gekozen om de milieueffecten in de haven alsnog te onderzoeken, omdat de milieu-impact binnen het havengebied minder is dan op andere plekken in de gemeente, en deze wens vanuit de inwoners breed kenbaar is gemaakt.

Voor de milieuonderzoeken is vaak een specifiek type nodig (bijvoorbeeld voor geluid-, slagschaduw- en opbrengstberekeningen). Onderstaande tabel en figuur laten zien welke types het MER hanteert: Klasse Ashoogte (m) Type Type (geluid)* Haven 75 Vestas V110 2.0 MW Siemens SWT-3.0-108 Klein 82 Vestas V126 3.8 MW Vestas V126 3.8 MW Middel 137 Vestas V150 5.6 MW Nordex N149 5.X Groot 154 Vestas V172 7.2 MW Vestas V172 7.2 MW * Voor de klassen ‘haven’ en ‘middel’ gebruikt het geluidsonderzoek afwijkende typen. Voor klasse ‘Haven’ omdat de V110 uitzonderlijk luid is, en voor klasse ‘Middel’ omdat de V150 uitzonderlijk stil is. Zie ook de technische bijlage voor meer informatie. Figuur 4

Schematische weergave van de onderzochte afmetingsklassen.

2.3

Belemmeringenanalyse Windturbines moeten een bepaalde afstand aanhouden tot allerlei andere objecten, zoals buisleidingen, hoogspanningsverbindingen en (spoor)wegen. Om binnen de zoekgebieden onderzoeksopstellingen in te kunnen tekenen moeten de ruimtelijke belemmeringen bekend zijn.

Uitgangspunten

8

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Deze belemmeringen zijn voor de gehele gemeente, inclusief de voormalige gemeente Weesp, in beeld gebracht. Daaruit bleek dat er geen gebieden buiten de zoekgebieden zijn waar windturbines goed passen2. De belemmeringenanalyse houdt rekening met de volgende onderwerpen: ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢

Verblijfsobjecten met woon-, zorg- of onderwijsfunctie, alsmede ligplaatsen en standplaatsen. Overige bebouwing: panden Rijks-, spoor en vaarwegen Bouwhoogtebeperkingen Schiphol Stadslandbouw (tuinparken) Hoogspanningsinfrastructuur Buisleidingen (zoals aardgasleidingen) Bestaande windturbines Water (enkelbestemming) Overige wegen

In de technische bijlage is aangegeven welke formules zijn gebruikt om tot de verschillende afstanden te komen die de windturbines tot bovengenoemde belemmeringen moeten aanhouden. Minimum afstand tot woningen De belemmeringenstudie gaat uit van een minimumafstand van 350 meter tot woningen. Dit is ook de minimumafstand die in een eerdere fase (bij de totstandkoming van de RES-zoekgebieden) werd gehanteerd. Het is goed om daarbij te beseffen dat dit niet betekent dat het Programma Windenergie Amsterdam zonder meer windturbines op dergelijke afstand van woningen toe zal staan. Deze minimumafstand is in de fase van de belemmeringenafstand bewust aan de kleine kant gekozen, om zeker te zijn dat geen locaties over het hoofd worden gezien. Uiteindelijk zal in de effectbeoordeling duidelijk worden in hoeverre de milieueffecten op woningen toelaatbaar zijn, en zal mede op basis daarvan de keuze in het PWA worden bepaald.

Uitzonderingen havengebied

2.3.1

Het havengebied (Westpoort) heeft een afwijkend karakter van de rest van de gemeente: er vindt veel bedrijvigheid plaats die een belemmering kan vormen voor de plaatsing van windturbines. Aan de andere kant is het wenselijk om het havengebied goed te benutten voor windenergie, omdat de verwachte milieuimpact van windturbines hier minder is dan op andere plekken in de gemeente. Voor het havengebied kent het MER daarom een paar uitzonderingen. ➢ De belemmeringenanalyse gaat in het oostelijk deel van de haven uit van kleinere windturbines (tiphoogte 145m) dan op basis van de hoogtebeperkingen van Schiphol kan worden toegelaten. Hierdoor hoeven de windturbines kleinere afstanden aan te houden tot (bijvoorbeeld) 2

Uitgangspunten

Uitgangspunt van het onderzoek zijn de RES-zoekgebieden. Hoewel uit de belemmeringenanalyse sommige plekken komen waar windturbines niet op voorhand uitgesloten zijn betekent dat niet automatisch dat die gebieden ook in het planMER onderzocht moeten worden. De gemeente Amsterdam heeft, na beschouwing van de belemmeringenanalyse, geconcludeerd dat het proces om te komen tot de RES-zoekgebieden geen belangrijke kansrijke locaties gemist heeft.

9

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

➢

wegen, spoorwegen en gasleidingen. Zo weten we zeker dat er geen gebieden in de haven over het hoofd worden gezien omdat we met te grote referentietypen werken. Op plekken met een bouwhoogtebeperking die lager ligt dan 145 meter (de paarse vlakken in de figuur) is in haven alsnog gekeken naar de milieueffecten van kleinere windturbines (tiphoogte 130 meter), hoewel de economische haalbaarheid en commerciële verkrijgbaarheid van zulke types verre van zeker is. Op een aantal aspecten wijkt de belemmeringenanalyse in het havengebied af van de analyse daarbuiten (zie technische bijlage voor verdieping): o Gevoelige objecten op gezoneerd industrieterrein o Panden o Insteekhavens o Spoorwegen zonder bovenleiding o Helikopterroute UMC

De gemaakte keuzes omtrent de belemmeringen in en buiten de haven resulteren in de volgende kaart. De paragraaf hierna toont steeds ingezoomde kaartjes van de zoekgebieden; dit overzichtskaartje dient ter illustratie. Figuur 5

Belemmeringen windenergie in de gemeente Amsterdam.

2.4

Onderzoeksopstellingen Door uit de RES-zoekgebieden de delen weg te strepen waar geen windturbines mogelijk zijn (de ‘harde belemmeringen’) blijft de resterende ‘technische

Uitgangspunten

10

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

ruimte’ over. Per zoekgebied is het maximale aantal windturbines ingetekend. Er is een tussenafstand van minimaal 3,5 maal de rotordiameter gebruikt om de technische ruimte maximaal in te vullen. Zo worden de maximale milieueffecten binnen elke zoekgebied duidelijk. Bij het formuleren van de onderzoeksopstellingen zijn geen windturbines op volkstuinen en sportvelden geplaatst. De onderzoeksopstellingen zijn gebruikt om de maximale effecten in kaart te brengen van windturbines in Amsterdam. Het betreft indicatieve, representatieve windparkopstellingen.

Zoekgebied 1A – Havengebied Binnen de haven blijkt nog veel ‘technische ruimte’ voor windturbines. Deze ruimte is in dit MER maximaal ingevuld. In hoeverre deze posities ook daadwerkelijk verenigbaar zijn met de ontwikkelingen en activiteiten in de haven (bijvoorbeeld door huidig of toekomstig gebruik en grondeigendom) moet in een latere fase duidelijk worden, waarbij ook de input van het Havenbedrijf onmisbaar is. Figuur 6

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 1A.

11

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 1B – Haven Zuid (Brettenzone) Ten oosten van dit zoekgebied wordt het gebied Sloterdijk Centrum herontwikkeld, en zijn er nieuwe woningen bestemd die ten tijde van de RES nog niet vaststonden. Daarmee is het oostelijk deel van het zoekgebied niet langer beschikbaar voor windturbines.

Figuur 7

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 1B

12

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 3 – Ring A10 Noord Langs de A10 zijn op meerdere plekken windturbines mogelijk. Wel liggen er tuinparken en een golfbaan op korte afstand van mogelijke onderzoeksposities. Het kleine RES-reservegebied tegen gemeente Landsmeer aan is bij dit zoekgebied getrokken. Figuur 8

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 3

13

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 4A – Sciencepark Van het RES-zoekgebied blijft door de verschillende belemmeringen niet veel over. Er is binnen het zoekgebied ruimte voor 1 windturbine. Figuur 9

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 4A

Zoekgebied 4B – Zeeburgereiland Door alle optredende belemmeringen blijft er in zoekgebied 4B geen ruimte over voor windturbines. Dit zoekgebied wordt niet nader onderzocht.

Uitgangspunten

14

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 4C – Strand- / Buiteneiland Het reservegebied ten noorden van Buiteneiland is bij dit zoekgebied getrokken. Veel woningen in en nabij dit zoekgebied zijn wel bestemd, maar nog niet gebouwd. Hiervoor zijn aannames gedaan op basis van het bestemmingsplan. De toekomstige woningen zijn wel meegenomen in de effectbeoordeling.

Figuur 10

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 4C

15

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 4D – IJburg Baai Dit zoekgebied is weliswaar in de RES ingetekend, maar is aan drie kanten omringd door woningen (aan de (noord)oostzijde betreft het de toekomstige woningen van strand- en buiteneiland).

Figuur 11

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 4D

16

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 4E - IJburg Diemerpark Bij het intekenen van de RES-zoekgebieden is destijds voornamelijk gekeken naar woningen als belemmeringen voor windenergie. Het zoekgebied IJburg Diemerpark ligt op een plek met veel hoogspanningsverbindingen, waardoor het bij nader inzien niet heel geschikt blijkt. Als de adviesafstand van TenneT wordt gerespecteerd is enkel plaatsing op het sportpark IJburg een optie. Omdat uitgangspunt van het MER is dat er geen windturbine op tuinparken en sportparken worden geprojecteerd is in dit zoekgebied dus een windturbine binnen de adviesafstand van TenneT onderzocht. Meer dan 1 windturbine is niet mogelijk.

Figuur 12

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 4E

17

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 5A – Diemerscheg Hoewel er hoogspannings- en gasleidingen door het zoekgebied lopen is er toch ruimte voor een onderzoeksopstelling van 4 windturbines. De zuidelijke windturbine ligt op relatief korte afstand van een tuinpark. De woonwijk in aanbouw Weespersluis is meegenomen als autonome ontwikkeling.

Figuur 13

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 5A

18

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 5B – Weesperkarspel/Gein Dit zoekgebied heeft slechts ruimte voor 1 windturbine, tegen de grens met de gemeente De Ronde Venen. Figuur 14

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 5B

19

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 5C – Gaasperplas Er is ruimte voor 3 windturbines in een lijnopstelling. Een vierde windturbine is vanwege de minimaal aan te houden onderlinge afstand niet mogelijk.

Figuur 15

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 5C

20

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Zoekgebied 6A – Knooppunt Holendrecht Binnen het zoekgebied is alleen ruimte voor een windturbine op de golfbaan. Een dergelijke onderzoeksopstelling is in het MER opgenomen, waarbij de afstand tot woningen zo groot mogelijk is gehouden.

Figuur 16

Belemmeringen en onderzoeksposities zoekgebied 6A

Zoekgebied 6B – Amstel III over voor windturbines. Dit zoekgebied wordt niet nader onderzocht.Door alle optredende belemmeringen blijft er in zoekgebied 6B geen ruimte

Zoekgebied 7 – Kop Amstelscheg Zoekgebied 7 ligt in een gebied waar vanwege bouwhoogtebeperkingen van Schiphol een maximale tiphoogte van 102-122 meter is toegestaan. Dergelijke afmetingen zijn dermate onrealistisch (zowel qua commerciële beschikbaarheid als qua economische uitvoerbaarheid) dat de locatie niet nader wordt onderzocht.

Uitgangspunten

21

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Extra zoekgebied 1 – Landelijk Noord en Extra zoekgebied 2 - IJmeer In de RES zijn Landelijk Noord en het IJmeer samen aangeduid als ‘extra reservegebied’. Het MER onderzoekt deze beide delen apart. In deze fase is elk zoekgebied maximaal ingevuld met windturbines. Daarom staan deze locatie onrealistisch vol. Het is goed om te benadrukken dat dit een theoretische onderzoeksaanpak is. Bijvoorbeeld om te zien wat de maximale potentie is van deze gebieden.

Figuur 17

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities extra zoekgebied 1

22

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Figuur 18

Uitgangspunten

Belemmeringen en onderzoeksposities extra zoekgebied 2

23

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Samenvatting onderzoeksopstellingen Figuur 19

Onderzoeksposities binnen de zoekgebieden, zoals die voortkomen uit de belemmeringenanalyse. De verschillende bouwhoogtevlakken van Schiphol zijn ook weergegeven om te laten zien waarop de onderverdeling in verschillende afmetingsklassen gebaseerd is.

Tabel 1 Windturbines in elk zoekgebied Zoekgebied Naam Aantal windturbines Klasse: Haven Klein Middel 1A Haven 22 23 1B Haven Zuid (Brettenzone) 2 3 Ring A10 Zuid 4 4

Groot

Totaal 45 2 8

Vermogen MW 131 8 38

1 4

6 26

4A 4C

Sciencepark Strand- / Buiteneiland

1 2

4D 4E 5A

IJburg Baai IJburg Diemerpark Diemerscheg

4 1

4 1 4

22 6 15

5B 5C 6A

Weesperkarspel/Gein Gaasperplas Knooppunt Holendrecht

1 3 1

1 3 1

6 17 6

37 32

229 221

Extra zoekgebied 1 Extra zoekgebied 2

Landelijk Noord IJmeer

2

4

1

21 6

15 26

In sommige resultaattabellen en de technische bijlage worden de extra zoekgebieden 1 en 2 soms (vanwege bondigheid) aangeduid als X1 en X2, respectievelijk.

Uitgangspunten

24

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

2.5

Referentiesituatie De effecten van de zoekgebieden met windturbines worden vergeleken met de huidige situatie zonder nieuwe windturbines, maar met andere ontwikkelingen waarvan al vast staat dat ze doorgaan (zogeheten autonome ontwikkelingen). Voor het MER zijn vooral woningbouwontwikkelingen belangrijk, omdat deze op grote afstand nog invloed hebben op de geschiktheid van windturbines. Kleinere ontwikkelingen, zoals nieuwe wegen en wegverbredingen anders dan hoofdinfrastructuur, passen beter bij het detailniveau van vervolgonderzoeken die nodig zijn wanneer bepaalde locaties verder voor windenergie bekeken worden.

2.6

Stadsontwikkelingen Binnen en buiten Amsterdam zijn er ook ontwikkelingen die nog niet zodanig vast staan dat gesproken kan worden van ‘autonome ontwikkelingen’, maar die al wel globaal bekend zijn voor de lange termijn. Voor de gemeente Amsterdam is uitgegaan van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Voor relevante ontwikkelingen bij buurgemeenten hebben veel overleggen met de betreffende buurgemeenten plaatsgevonden en is informatie van de gemeentewebsites gehaald. Voor ontwikkelingen zowel binnen als buiten Amsterdam spreken we in dit MER van ‘stadsontwikkelingen’, om het onderscheid met autonome ontwikkelingen duidelijk te maken. Het MER laat zien of er een keuze gemaakt moet worden tussen windturbines en stadsontwikkelingen, of dat beide door kunnen gaan. Zie daarvoor paragraaf 3.13.2. Naast bovengenoemde stadsontwikkelingen is in het MER gekeken naar de ligging van aangewezen RES-zoekgebieden voor windenergie in buurgemeenten en nabijgelegen woningbouwontwikkeling. Zie paragraaf 3.13.3.

Uitgangspunten

25

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

3.

Effectbeoordeling zoekgebieden Het MER brengt de effecten van windturbines op een aantal milieuthema’s in beeld. Elk milieuthema bestaat uit meerdere ‘beoordelingscriteria’. Per beoordelingscriterium geeft het MER elk zoekgebied een beoordeling op een vijfpuntsschaal: - - - 0 + ++ Het MER is dus te zien als een verzameling deelonderzoeken, die samen inzicht geven in de geschiktheid van elke onderzochte opstelling. Per beoordelingscriterium is een indeling in de klassen gekozen die onderling vergelijken van de zoekgebieden vergemakkelijkt. De meeste beoordelingscriteria gebruiken enkel de negatieve en neutrale scores. Bij het bepalen van de klassegrenzen is op basis van ‘expert judgement’ een indeling gekozen die zo veel mogelijk recht doet aan de verschillen tussen de zoekgebieden. Zo kan het MER optimaal worden gebruikt bij het maken van het Programma Windenergie Amsterdam. Voorbeeld van bepalen beoordelingsklassegrenzen: Voor het beoordelingscriterium ‘aantal overige objecten met Lden > 42 dB’ zijn de resultaten weergegeven in onderstaande figuur. De kleur van de balken komt overeen met de toegekende score. Het effect in zoekgebieden 1A en Landelijk Noord (X1) is zo veel groter dan bij de overige zoekgebieden dat deze de beoordeling - - hebben gekregen. De grens tussen 0 en - is op 10 gelegd, zodat beide klassen een aantal keer voorkomen.

Hieronder worden de milieuthema’s, hun beoordelingscriteria en de resultaten van de effectbeoordeling toegelicht. Zie de technische bijlage voor meer informatie. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk kijkt naar elk zoekgebied op zichzelf, en houdt dus geen rekening met cumulatieve effecten. Hoofdstuk 4 beschrijft alternatieven die meerdere zoekgebieden kunnen beslaan. Aangezien die alternatieven integraal beoordeeld zijn is daarmee ook cumulatie inzichtelijk gemaakt. Het is niet doelmatig om in het planMER cumulatie van alle combinaties van zoekgebieden inzichtelijk te maken, aangezien dit honderden combinaties zijn.

Effectbeoordeling zoekgebieden

26

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

3.1

Energieopbrengst De productie van hernieuwbare elektriciteit is op zichzelf geen milieueffect, maar om de negatieve milieueffecten van de verschillende zoekgebieden goed te kunnen duiden en vergelijken is het wel waardevolle informatie. Daarnaast is het aantal MW dat in elk zoekgebied past belangrijke informatie als de gemeente nieuw beleid wil maken met een concrete doelstelling voor ogen (namelijk 127 MW aan windenergie in 2030).

3.1.1

Beoordelingscriteria

3.1.1.1

Elektriciteitsproductie

Op basis van het windaanbod in Amsterdam en de technische specificaties van de referentiewindturbines is berekend hoeveel elektriciteit de windturbines van elke klasse jaarlijks produceren. Ter vergelijking: een gemiddelde Nederlandse woning verbruikt jaarlijks zo’n 2,6 MWh. In Amsterdam is het gemiddelde 2,0 MWh/jr3. Figuur 20

Hoeveelheid elektriciteit die elk onderzocht windturbinetype jaarlijks produceert.

De energieproductie van elk zoekgebied is een optelling van de productie van de individuele windturbines. De berekening houdt rekening met productieverlies als gevolg van windafvang van nabijgelegen windturbines. De technische bijlage legt de berekening in detail uit. 3.1.1.2

Opgesteld vermogen

Windturbines hebben een elektrisch vermogen, dat meestal wordt uitgedrukt in megawatt (MW). Een windturbine van 3 MW die een uur op vol vermogen draait produceert 3 megawattuur (MWh).

3

Bron: CBS: Energieverbruik particuliere woningen, CBS 2023.

Effectbeoordeling zoekgebieden

27

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Eigenlijk is de hoeveelheid jaarlijks opgewekte elektriciteit de beste maatstaf van de bijdrage aan de energietransitie, maar veel doelstellingen zijn uitgedrukt in MW, omdat dit makkelijker in een aantal windturbines is uit te drukken. In Amsterdam is de doelstelling om in 2030 127 MW aan windenergie te realiseren. Onderstaande figuur laat zien hoe de beoogde 127 MW is opgebouwd: als er nu al 75 MW staat, en er nog eens ca. 25 MW in voorbereiding is (namelijk 9 MW voor RWZI Westpoortweg en 16 MW voor Noorder IJ-plas) moet er nog 27 MW bijkomen.

3.1.2

Resultaten

Figuur 21

Opgesteld vermogen en jaarlijkse energieproductie van de onderzoeksopstellingen.

Uit de grafiek blijkt logischerwijs dat de zoekgebieden waar veel windturbines passen veel energie kunnen produceren en in grote mate kunnen bijdragen aan de doelstelling. De verhouding tussen het vermogen (gele balken) en de productie (groene balken) is in de haven anders dan (bijvoorbeeld) in het IJmeer. Dat komt doordat

Effectbeoordeling zoekgebieden

28

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

kleinere windturbines minder efficiënt zijn dan grotere: per MW zal een grotere windturbine meer elektriciteit produceren dan een kleinere.

3.1.3

Beoordeling Onderstaande tabel toont de beoordeling van de criteria. Voor de energieproductie is een onderverdeling gemaakt die de zoekgebieden gelijkelijk verdeelt over de beoordelingsklassen, en recht doet aan de onderlinge verschillen. Voor het vermogen is aansluiting gezocht bij de doelstelling van de gemeente Amsterdam: om aan de 127 MW in 2030 te geraken is nog een aanvullend vermogen nodig van 27 MW. De beoordeling is hieraan gekoppeld, zoals weergegeven in onderstaande tabel.

0 + ++

3.2

Energieproductie (GWh/jr) < 25 GWh/jaar 25 – 100 GWh/jaar > 100 GWh/jaar

Zoekgebied 1A 1B 3

Naam Haven Haven-zuid Ring A10 Noord

4A 4C

Vermogen (MW) < 27 MW 27 – 50 MW > 50 MW Productie (GWh/jr) 337 18 110

Vermogen (MW) 131 8 38

Science Park Strand- / Buiteneiland

18 87

6 26

4D 4E 5A

IJburg Baai Diemerpark Diemerscheg

74 18 36

22 6 15

5B 5C

Weesperkarspel Gaasperplas

18 55

6 17

6A X1 X2

Holendrecht Landelijk Noord IJmeer

18 770 760

6 229 221

Leefomgeving: geluid Windturbines maken geluid, waar mensen hinder van kunnen ondervinden. Het MER heeft voor alle onderzoeksopstellingen berekend hoeveel geluid de omwonenden kunnen ondervinden. In een drukke stad als Amsterdam zijn er nog meer geluidsbronnen. Ook de cumulatieve geluidsbelasting (bestaande geluidsbronnen + de windturbines) is in beeld gebracht.

Effectbeoordeling zoekgebieden

29

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Lden Geluid van windturbines is een ingewikkeld onderwerp. In dit tekstvak wordt een korte toelichting gegeven op het belangrijke begrip Lden. Lden is een speciale manier om gemiddelde geluidsbelasting uit te drukken. L staat voor Level (Engels voor (geluids)niveau). ‘den’ staat voor ‘Day-Evening-Night’. Lden is de jaargemiddelde geluidsbelasting, waarbij er in de avond 5 dB ‘straf’ wordt opgeteld, en in de nacht 10 dB. Zo telt geluidsbelasting in die perioden zwaarder mee. Het plaatje hieronder laat dit zien voor een voorbeeld-geluidsbron die jaarrond continu 39 dB(A) op een bepaalde plek veroorzaakt.

In dit voorbeeld is de jaargemiddelde geluidsbelasting (Lgemiddeld) natuurlijk 39 dB, maar de Lden is hoger (45 dB), vanwege de straffactoren.

Jaargemiddeld vs. maximaal momentaan geluid Windturbines draaien een groot deel van de tijd op hun maximale vermogen (en dus met maximale geluidsproductie). Daarom ligt de jaargemiddelde geluidsbelasting niet ver onder het maximale geluidsniveau dat je kunt horen als de windturbine op vol vermogen draait. Rekenvoorbeeld: Als een windpark van 3 windturbines op 500 meter van een woning ligt, zal op die woning: - … het maximale geluidsniveau (windturbines op vol vermogen) ca. 44 dB(A) bedragen - … de jaargemiddelde geluidsbelasting ca. 41 dB(A) zijn - … de jaargemiddelde geluidsbelasting inclusief straffactoren (Lden) ca. 47 dB zijn. 47 dB Lden betekent dus maximaal ca. 44 dB(A) aan geluid op de gevel. 45 dB Lden betekent maximaal ca. 42 dB(A) aan geluid op de gevel. 42 dB Lden betekent maximaal ca. 39 dB(A) aan geluid op de gevel.

Effectbeoordeling zoekgebieden

30

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

3.2.1

Beoordelingscriteria

3.2.1.1

Aantal woningen binnen geluidscontouren

Uit de berekening volgen geluidscontouren: een geluidscontour van (bijvoorbeeld) 45 dB Lden wil zeggen dat binnen deze contour de jaargemiddelde geluidsbelasting hoger is dan 45 dB Lden. Buiten de contour is de geluidsbelasting 45 dB Lden of lager. Het MER gebruikt het aantal geluidsgevoelige objecten binnen de 42, 45 en 47 dB Lden-contouren als beoordelingscriterium. ➢ 42 dB Lden, omdat dit het standaardwaarde-advies van de expertgroep Windenergie en Gezondheid is. ➢ 45 dB Lden, omdat dit het grenswaarde-advies van de expertgroep Windenergie en Gezondheid is en tevens de aanbevolen norm voor windturbinegeluid van de Wereldgezondheidsorganisatie. ➢ 47 dB Lden, omdat dit de landelijke geluidsnorm voor opstellingen van 1 of 2 windturbines is, die voorheen voor alle windparken gold. Onder geluidsgevoelige objecten wordt in dit MER verstaan: woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen. N.B. het MER is bedoeld om de effecten van de windturbines in beeld te brengen. Er wordt nog geen uitspraak gedaan over een normgrens. Als er woningen binnen de 45 dB Lden contour liggen betekent dat dus dat de betreffende onderzoeksopstelling niet zonder mitigatie aan een mogelijke geluidsnorm van 45 dB Lden kan voldoen. N.B.2 Zie voor een beschouwing van de concept windturbinebepalingen die sinds oktober 2023 bekend zijn de paragraaf Leemten in Kennis (5.1.1). 3.2.1.2

Relatief aantal woningen binnen geluidscontouren

Bovenstaande beoordelingscriteria houden er geen rekening mee dat het ene zoekgebied meer windturbines bevat dan het andere. Om ook de relatieve effecten in beeld te brengen worden de absolute resultaten ook gedeeld door de energieproductie van de betreffende onderzoeksopstelling. Dit geeft extra inzicht in de verschillende tussen de zoekgebieden. 3.2.1.3

Overige objecten binnen geluidscontouren

Onder ‘overige objecten’ wordt verstaan: tuinparken, panden met een logiesfunctie (zoals hotels), recreatieterreinen en woningen op gezoneerde industrieterreinen. Deze zijn te zien op onderstaande figuur. De ingetekende lijn is de 37 dB Lden-contour, die we beschouwen als de uiterste effectafstand voor windturbinegeluid. Zie ook paragraaf 3.3 voor een nadere toelichting op dit effectgebied.

Effectbeoordeling zoekgebieden

31

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Figuur 22

Overige objecten zoals beschouwd in het geluidsonderzoek.

Het MER gebruikt het aantal overige objecten binnen de 42, 45 en 47 dB Ldencontouren als beoordelingscriterium. 3.2.1.4

Relatief aantal overige objecten binnen geluidscontouren

Ook voor overige objecten is de beoordeling relatief gemaakt (dus gedeeld door de energieproductie van de betreffende onderzoeksopstelling). 3.2.1.5

Ligging t.o.v. stiltegebieden

In stiltegebieden is storend geluid niet toegestaan. Voor elk zoekgebied is gekeken of de windturbines in, vlak bij, of ver buiten een stiltegebied gelegen zijn. Voor ‘vlakbij’ is 500 meter als uitgangspunt genomen. Op deze afstand zal het maximale geluid van de windturbines zo’n 44-46 dB(A) bedragen (oftewel jaargemiddeld 47-49 dB Lden).

3.2.2

Rekenmethode Voor alle onderzoeksopstellingen is een geluidsberekening gemaakt. De berekening houdt rekening met de hardheid van de bodem, het windaanbod, de overwegende windrichting en de bronsterkte van de onderzochte windturbinetypes. Het resultaat van de berekening zijn kaarten met geluidscontouren. Een 45 dB Lden-contour wil bijvoorbeeld zeggen dat binnen deze lijn de jaargemiddelde geluidsbelasting (inclusief straffactoren) hoger is dan 45 dB. Buiten de

Effectbeoordeling zoekgebieden

32

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

lijn is de Lden 45 dB Lden of lager. Vervolgens tellen we hoeveel objecten er binnen dergelijke contouren liggen. Zo kunnen we de zoekgebieden met elkaar vergelijken. De technische bijlage gaat in meer detail in op de precieze aannames en de berekening zelf.

3.2.3

Resultaten

3.2.3.1

Aantallen objecten binnen geluidscontouren

Onderstaande figuur laat zoekgebied 4A (Science Park) als voorbeeld zien: de gevoelige objecten die binnen de 42 dB Lden-contour (geel) liggen zijn geel gekleurd. Gevoelige objecten die binnen de 45 dB Lden-contour (oranje) liggen zijn oranje gekleurd. In dit zoekgebied liggen geen woningen binnen de 47 dB Lden-contour (rood). Figuur 23

Geluidscontouren in relatie met gevoelige objecten

Voor de beoordeling en vergelijking van de zoekgebieden is het aantal gele, oranje en rode woningen van belang. Deze staan als ‘GO’ (gevoelige objecten) in onderstaande tabel. Op dezelfde manier is het aantal overige objecten per zoekgebied onderzocht. De tabel duidt deze aan met ‘OO’.

Effectbeoordeling zoekgebieden

33

IJmeer

Land. Noord

Holendrecht

Gaasperplas

Diemerscheg

Diemerpark

Ijburg Baai

S/B-eiland

Science Park

Resultaten effectbeoordeling geluid – absoluut.

Ring A10 Noord

Tabel 2

Haven-Zuid

Geluidscontouren in relatie met overige objecten en terreinen

Haven

Figuur 24

Weesperkarspel

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Beoordelingscriterium Aantal GO met Lden > 42 dB Aantal GO met Lden > 45 dB Aantal GO met Lden > 47 dB

1A 1B 3 4A 4C 4D 4E 399 1368 2936 375 2090 7710 960 55 167 56 100 460 2417 5 41 0 9 0 50 176 0

5A 5B 5C 9 253 4016 0 0 1461 0 0 22

6A X1 X2 9 4557 1289 0 1166 238 0 807 87

Aantal OO met Lden > 42 dB Aantal OO met Lden > 45 dB Aantal OO met Lden > 47 dB

79 26 15

7 4 2

0 0 0

3 2 2

25 20 12

8 5 5

6 0 0

11 9 4

0 0 0

0 0 0

3 1 0

69 50 48

11 10 6

De relatieve beoordeling hangt af van de elektriciteitsproductie per zoekgebied, en wordt dan als volgt:

Effectbeoordeling zoekgebieden

34

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

3.2.3.2

Weesperkarspel

Gaasperplas

Holendrecht

Land. Noord

IJmeer

Aantal OO met Lden > 47 dB per GWh/jr

Diemerscheg

Aantal OO met Lden > 45 dB per GWh/jr

Diemerpark

Aantal OO met Lden > 42 dB per GWh/jr

Ijburg Baai

Aantal GO met Lden > 47 dB per GWh/jr

S/B-eiland

Aantal GO met Lden > 45 dB per GWh/jr

Science Park

Aantal GO met Lden > 42 dB per GWh/jr

Ring A10 Noord

Beoordelingscriterium GWh/jr

Haven-Zuid

Resultaten effectbeoordeling geluid – relatief.

Haven

Tabel 3

1A 337 1 0,2 0,12 0,23 0,08 0,04

1B 18 76 9,3 0,00 0,17 0,11 0,11

3 110 27 0,5 0,08 0,23 0,18 0,11

4A 18 20 5,4 0,00 0,43 0,27 0,27

4C 87 24 5,3 0,58 0,07 0,00 0,00

4D 74 105 32,8 2,39 0,15 0,12 0,05

4E 18 52 0,3 0,00 0,00 0,00 0,00

5A 36 0 0,0 0,00 0,19 0,11 0,06

5B 18 14 0,0 0,00 0,00 0,00 0,00

5C 55 73 26,5 0,40 0,05 0,02 0,00

6A 18 0 0,0 0,00 0,00 0,00 0,00

X1 770 6 1,5 1,05 0,09 0,06 0,06

X2 760 2 0,3 0,11 0,01 0,01 0,01

Stiltegebieden

3.2.4

Land. Noord

IJmeer

Diemerpark

Ijburg Baai

X2 0

S/B-eiland

Holendrecht

Gaasperplas

Weesperkarspel

Diemerscheg

Science Park

X1 0

Haven-Zuid

1A 1B 3 4A 4C 4D 4E 5A 5B 5C 6A 5070 9058 224 3644 570 667 2528 5230 4098 4725 2150

Haven Zoekgebieden Ligging t.o.v. stiltegebieden

Ring A10 Noord

In de zoekgebieden Landelijk Noord (X1) en IJmeer (X2) liggen onderzoeksposities binnen een stiltegebied. Onderzoeksposities in zoekgebied Ring A10 Noord (3) liggen dichtbij een stiltegebied. De afstand in meters van de dichtstbijzijnde windturbine van elk zoekgebied tot een stiltegebied staat in de tabel hieronder.

Gevoeligheidsanalyse geluidsberekeningen Het MER gebruikt aannames voor de geluidsberekeningen. De technische bijlage bevat een gevoeligheidsanalyse waarin het effect van verschillende onderdelen van de geluidsberekening wordt onderzocht. De belangrijkste bevindingen zijn: ➢ Op 2 meter van de grond is de geluidsbelasting op de gevel ca. 1 dB Lden lager dan op 5 meter. Daarboven neemt de geluidsbelasting nog licht toe toe (op 50 meter hoogte is de immissie minder dan 0,5 dB Lden hoger dan op 5 meter hoogte). Het hanteren van een standaard toetspunthoogte van 5 meter is daarmee onderbouwd, maar in het kader van concrete projecten is het aan te bevelen voor hoogbouw extra toetspunten op hoogte toe te voegen. ➢ Wanneer de bodem tussen het windpark en een toetspunt hard is (zoals water of verharding) ligt de geluidsbelasting ca. 2 dB Lden hoger dan

Effectbeoordeling zoekgebieden

35

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

➢

➢

➢

➢

wanneer de tussenliggende bodem zacht en dus absorberend is (zoals grasland of bosschages). Een windturbinetype op een hogere mast maakt meer geluid dan hetzelfde type op een lagere mast, doordat het op grotere hoogte harder waait. Het verschil in geluidsbelasting neemt licht toe met grotere afstand tot het windpark. Op 350 meter van een windpark is de geluidsbelasting van een hoge windturbine (ashoogte 160 meter) zo’n 1,4 dB Lden hoger dan een lage windturbine (ashoogte 93 meter). Op 1000 meter van het windpark is dit verschil 2,0 dB Lden. Het effect van het merk en type van de windturbine is groot. De geluidproductie van de onderzochte windturbines verschilt al 3 dB van elkaar, en er bestaan nog luidere en stillere types. Het verschil tussen de jaargemiddelde geluidsbelasting (zonder straffactoren voor de avond en nacht) en het maximale momentane geluidsniveau (hoeveel geluid ondervindt een woning als de windturbines op vol vermogen draaien) is constant. In Amsterdam ligt de gemiddelde geluidsbelasting structureel zo’n 3,8 dB lager dan de maximale momentane geluidsbelasting. De hoeveelheid laagfrequent geluid die windturbines veroorzaken op woningen is beperkt, omdat maar een klein deel van het geluid van windturbines laagfrequent is.

Het aandeel laagfrequent geluid neemt toe op grotere afstanden (doordat hogere tonen in de lucht worden uitgedoofd), maar de totale hoeveelheid is gering. Er zijn gevallen bekend van windparken waar toch tonaal laagfrequent optreedt. Dit is altijd het gevolg van een ontwerp- of installatiefout. In de vergunningenprocedure kan het bevoegd gezag voorschriften in de omgevingsvergunning opnemen om te zorgen dat handhavend opgetreden kan worden wanneer een gerealiseerde windturbine onverhoopt tonaal en/of laagfrequent geluid blijkt te produceren. Omdat dit een uitzonderlijke situatie betreft en geen standaard milieueffect van windparken gaat dit MER niet verder in op mogelijke handhaving bij optreden van tonaal en/of laagfrequent geluid.

Beoordeling

3.2.5

Per beoordelingscriterium zijn klassegrenzen gedefinieerd om een goed vergelijk tussen de zoekgebieden mogelijk te maken. Zie ook de algemene inleiding van dit hoofdstuk voor een toelichting.

Tabel 4

Beoordelingskader Leefomgeving: geluid en gezondheid. GO: gevoelige objecten. OO: overige objecten. Beoordelingscriterium4 0 Aantal GO met Lden > 42 dB >1000 GO 100-1000 GO 0-100 GO Aantal GO met Lden > 45 dB >100 GO 10-100 GO 0-10 GO 4

Toelichting afkortingen: GO = gevoelig object, OO = overig object, TWh/jr = Terawattuur per jaar, EH = ernstig gehinderden, GES = Gezondheidseffectscreening

Effectbeoordeling zoekgebieden

36

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 Aantal GO met Lden > 47 dB Aantal GO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 47 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 42 dB Aantal OO met Lden > 45 dB Aantal OO met Lden > 47 dB Aantal OO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 47 dB per GWh/jr

>10 GO >25 GO/GWh >10 GO/GWh >1 GO/GWh >50 OO >10 OO > 5 OO >0,3 OO/GWh >0,2 OO/GWh >0,1 OO/GWh Windturbines in stiltegebied

Ligging t.o.v. stiltegebieden

1-10 GO 1 -25 GO/GWh 1-10 GO/GWh 0-1 GO/GWh 10-50 OO 1-10 OO 1-5 OO 0,15 -0,3 OO/GWh 0,1 -0,2 OO/GWh 0-0,1 OO/GWh Windturbines <500 m van stiltegebied

Geen GO <=1 GO/GWh < GO/GWh 0 GO/GWh 0-10 OO 0-1 OO Geen OO 0-0,15 OO/GWh 0-0,1 OO/GWh 0 OO/GWh Windturbines >500 m van stiltegebied

Als we het beoordelingskader toepassen op de resultaten leidt dit tot onderstaande tabel.

Haven-Zuid

Ring A10 Noord

Science Park

S/B-eiland

Ijburg Baai

Diemerpark

Diemerscheg

Weesperkarspel

Gaasperplas

Holendrecht

Land. Noord

IJmeer

Effectbeoordeling Leefomgeving: geluid

Haven

Tabel 5

Beoordelingscriterium Aantal GO met Lden > 42 dB Aantal GO met Lden > 45 dB Aantal GO met Lden > 47 dB

1A 399 55 41

1B 1368 167 0

3 2936 56 9

4A 375 100 0

4C 2090 460 50

4D 7710 2417 176

4E 960 5 0

5A 9 0 0

5B 253 0 0

5C 4016 1461 22

6A 9 0 0

X1 4557 1166 807

X2 1289 238 87

Aantal GO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal GO met Lden > 47 dB per GWh/jr

1 0,2 0,12

76 9,3 0,00

27 0,5 0,08

20 5,4 0,00

24 5,3 0,58

105 32,8 2,39

52 0,3 0,00

0 0,0 0,00

14 0,0 0,00

73 26,5 0,40

0 0,0 0,00

6 1,5 1,05

2 0,3 0,11

79 26 15

3 2 2

25 20 12

8 5 5

6 0 0

11 9 4

0 0 0

7 4 2

0 0 0

3 1 0

0 0 0

69 50 48

11 10 6

Aantal OO met Lden > 42 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 45 dB per GWh/jr Aantal OO met Lden > 47 dB per GWh/jr

0,23 0,08 0,04

0,17 0,11 0,11

0,23 0,18 0,11

0,43 0,27 0,27

0,07 0,00 0,00

0,15 0,12 0,05

0,00 0,00 0,00

0,19 0,11 0,06

0,00 0,00 0,00

0,05 0,02 0,00

0,00 0,00 0,00

0,09 0,06 0,06

0,01 0,01 0,01

Afstand tot stiltegebieden

5070

9058

224

3644

570

667

2528

5230

4098

4725

2150

0

0

Aantal OO met Lden > 42 dB Aantal OO met Lden > 45 dB Aantal OO met Lden > 47 dB

3.3

Leefomgeving: gezondheid De hinder die mensen ervaren van windturbines kan indirect gezondheidseffecten hebben. Uit wetenschappelijk onderzoek is een relatie naar voren gekomen tussen de hoeveelheid windturbinegeluid en de kans op ernstige hinder. Op basis hiervan kan ook een statistische verwachting van het aantal ernstig gehinderden worden bepaald, per zoekgebied. Deze verwachting kan worden berekend voor windturbinegeluid op zichzelf, maar ook op basis van (de toename van) de cumulatieve geluidsbelasting. Als ‘effectgebied’ hanteert het MER de 37 dB Lden-contour. Oftewel: alle plekken waar de jaargemiddelde geluidsbelasting hoger is dan 37 dB Lden. Ligging binnen de 37 dB Lden-contour betekent een geluidsbelasting hoger dan 37 dB

Effectbeoordeling zoekgebieden

37

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Lden, oftewel 38 dB Lden en hoger. In de berekeningen betekent dit dat woningen met 37,5 dB Lden of hoger wel worden beschouwd en woningen met 37,4 db Lden en minder niet. Onder deze geluidsbelasting is de kans op ernstige hinder kleiner dan 1%. Bij deze keuze is ook meegewogen dat de gemeente Amsterdam een stedelijke omgeving kent met een bovengemiddeld hoog achtergrondgeluidniveau, waarbij geluidsbelasting van windturbines onder een bepaald niveau niet langer zelfstandig waarneembaar is, ook in de nachtperiode.

Beoordelingscriteria

3.3.1

Uitgangspunt van de beoordeling op het thema gezondheid is dat ernstige hinder (voor het overgrote deel) voortkomt uit geluidsbelasting. Mensen kunnen ook hinder ervaren vanwege een gevoel van onveiligheid of onvrede over de komst van de windturbines, maar uit de wetenschappelijke literatuur5 blijkt niet dat zulke hinder ook daadwerkelijk tot gezondheidseffecten leidt. Voor slagschaduw geldt dat de hinder zo eenvoudig voorkomen kan worden dat er geen resterende gezondheidseffecten zijn. Voor ernstige hinder als gevolg van geluid van windturbines zijn enkele verschillende beoordelingscriteria bedacht, die samen een goed beeld geven van het gezondheidseffect van windturbines in de zoekgebieden. 3.3.1.1

Ernstig gehinderden (windturbinegeluid)

Hoe meer geluid een woning ontvangt, des te groter de kans dat een bewoner ernstige hinder ondervindt. Het verband tussen de geluidsbelasting en de kans op ernstige hinder wordt ook wel de ‘dosis-effectrelatie’ genoemd. De geluidsbelasting van woningen binnen het effectgebied kan dus ook worden omgerekend in een verwacht aantal ernstig gehinderden van het windturbinegeluid. Daarnaast is het interessant hoe het aantal ernstig gehinderden zich verhoudt tot het totale aantal woningen binnen het effectgebied. 3.3.1.2

De toename van het aantal ernstig gehinderden (cumulatief geluid)

Windturbines zijn niet de enige geluidsbron in Amsterdam. Om een realistisch beeld van de situatie te krijgen is het ook nodig om te laten zien wat er op dit moment al aan geluidshinder aanwezig is, en wat de windturbines daaraan toevoegen. Eerst berekenen we (voor alle woningen binnen het effectgebied) de geluidsbelasting van bestaande geluidsbronnen. Hiervoor baseert het MER zich op openbare gegevens van het RIVM. Per zoekgebied is zo het aantal ernstig gehinderden te bepalen in de referentiesituatie.

5

Dit rapport (2020) geeft een update van een overzichtsartikel dat in 2017 is gepubliceerd (van den Berg, van Kamp, 2017; van Kamp, van den Berg, 2018) over de mogelijke effecten van geluid van windturbines op de gezondheid van mensen die bij een windpark wonen. Eén van de conclusies is dat er onvoldoende overtuigend wetenschappelijk bewijs is voor een directe relatie tussen gezondheidsrisico’s en het geluid van windturbines.

Effectbeoordeling zoekgebieden

38

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Vervolgens berekent het MER de ernstige hinder in de situatie met windturbines, door eerst per woning het windturbinegeluid op te tellen bij de bestaande geluidsbelasting, om vervolgens opnieuw het aantal ernstig gehinderden te berekenen. Ook voor cumulatief geluid bestaat namelijk een dosis-effectrelatie. Ook de procentuele toename van het aantal ernstig gehinderden in het effectgebied is een beoordelingscriterium. Maskering Maskering is het verschijnsel dat als er twee geluiden tegelijk klinken het zwakkere geluid in sommige gevallen niet meer waarneembaar is. Er wordt soms gesteld dat de hinder van windturbines wegvalt of minder is wanneer de windturbines in een omgeving staan met veel ander geluid. Uit onderzoek6 blijkt echter dat (bijvoorbeeld) luider wegverkeer de hinder van windturbinegeluid niet duidelijk vermindert. Dit heeft 3 aannemelijke redenen: ➢ Windturbinegeluid heeft een ander frequentiebereik dan wegverkeersgeluid (wegverkeersgeluid bestaat uit lage tonen uit de motor (60-80 Hz) en hoge tonen uit de banden op het wegdek (>1000 Hz). Het grootste en hardste deel van windturbinegeluid zit daar juist tussenin (400-1000 Hz). ➢ Windturbinegeluid ‘pulseert’ terwijl het geluid van een snelweg (zeker op wat grotere afstand) constanter is.

➢ Wegverkeerslawaai is ’s nachts veel minder aanwezig, terwijl het ’s nachts niet zachter waait dan overdag en windturbines dus evenveel of soms zelfs iets meer geluid maken in de nacht. Onder bepaalde omstandigheden zal het geluid van windturbines overstemd worden door andere aanwezige geluidsbronnen, zeker in een stedelijke omgeving als Amsterdam. Bij zoekgebieden met grote hoeveelheden of luide geluidsbronnen kan dit voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn zoekgebieden 1A en 1B (industriëel-, spoorweg-, vaarweg- en luchtvaartgeluid), 3 en 6A (wegverkeergeluid) en 4A (spoorweg- en wegverkeergeluid). Voor 4C, 4D, 4E en mogelijk X2 is nog niet duidelijk wat de geluidssituatie wordt na oplevering van Strand- en Buiteneiland. Omdat maskering echter weinig of geen effect heeft op de ervaren hinder wordt het onderwerp Maskering in dit MER niet nader meegenomen.

3.3.1.3

Het aantal gevoelige objecten met zeer hoge cumulatieve geluidsbelasting

Sommige gevoelige objecten hebben in de referentiesituatie al zo’n hoge geluidsbelasting dat het niet wenselijk is om hier nog meer geluid aan toe te voegen. Om dit inzichtelijk te maken is er nog een beoordelingscriterium opgenomen: het aantal woningen dat al zwaar belast is, en waar door de windturbines nog (veel) geluid aan wordt toegevoegd.

3.3.2

Rekenmethode

3.3.2.1

Ernstige hinder als gevolg van windturbinegeluid

Voor elke woning in het effectgebied van elke onderzoeksopstelling is het statistisch verwachte aantal ernstig gehinderden berekend, met behulp van de volgende bronnen:

6

Project Windfarm perception, University of Groningen, University of Gothenburg, UMCG, 2008.

Effectbeoordeling zoekgebieden

39

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Geluidsbelasting binnen het effectgebied van onderzoeksopstelling Dosis-effectrelatie (hoeveel dB leidt tot hoeveel % ernstig gehinderden) ➢ Schatting van het aantal bewoners per woning (1,89 voor Amsterdam) ➢ ➢

De beoordeling van elk onderzoeksalternatief is een optelling van de bijdrage van alle woningen binnen het effectgebied. Rekenvoorbeeld aantal ernstig gehinderden zoekgebied 4A (Science Park) Binnen het effectgebied van de onderzoeksopstelling in 4A liggen 3.858 woningen. Onderstaande figuur laat zien hoeveel woningen hoeveel geluid ondervinden. De oranje lijn is de dosis-effectrelatie voor windturbinegeluid.

Vervolgens is het aantal ernstig gehinderden als gevolg van de onderzoeksopstelling 4A berekend in onderstaande tabel. De gekleurde tekst komt overeen met de grafiek hierboven. Lden 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 Totaal

Aantal GO Aantal personen Kans op E.H. Aantal E.H. 1263 2393 0,8% 19 1095 2075 1,1% 22 625 1184 1,5% 17 310 587 1,9% 11 190 360 2,6% 9 103 195 3,3% 7 47 89 4,3% 4 125 237 5,4% 13 95 180 6,7% 12 5 9 8,3% 1 0 0 10% 0 3858 7310 116

Er kunnen dus op basis van de dosis-effectrelatie voor windturbinegeluid 116 mensen binnen het effectgebied ernstig gehinderd zijn. Dit is 2% van de 7310 personen die binnen het effectgebied wonen.

Effectbeoordeling zoekgebieden

40

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 3.3.2.2

Toename ernstige hinder t.o.v. referentiesituatie

Op basis van RIVM-kaarten heeft elke woning binnen het effectgebied van de onderzoeksopstellingen een waarde voor de bestaande geluidsbelasting gekregen. Zie de technische bijlage voor meer toelichting. Figuur 25

Geluidsbelasting in de huidige situatie. Bron: RIVM.

Het ene geluid is hinderlijker dan het andere. Windturbinegeluid is hinderlijker dan (bijvoorbeeld) wegverkeerslawaai, doordat het minder constant is. Daarnaast waait het ’s nachts doorgaans even hard of zelfs harder dan overdag, wat tot extra hinder kan leiden, zeker in combinatie met lager achtergrondgeluidsniveau. Het verschil in hinderlijkheid komt ook terug in de (wettelijk voorgeschreven) rekenregels voor optelling van geluid van verschillende bronnen. Rekenvoorbeeld cumulatief geluid Een woning ondervindt al 50 dB aan cumulatief geluid. Een nieuwe windturbine veroorzaakt 42 dB Lden op deze woning. Uit de rekenregel blijkt dat windturbinegeluid van 42 dB Lden net zo hinderlijk is als 49 dB Lden aan cumulatief geluid. De nieuwe cumulatieve situatie is 50 + 49 = 52,5 dB Lden. (Optellen van geluid gaat logaritmisch). Zie de technische bijlage voor meer uitleg.

Effectbeoordeling zoekgebieden

41

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 3.3.2.3

Woningen met zeer hoge geluidsbelasting

Om te bepalen welke woningen al zeer veel geluid ondervinden gebruikt het MER de GES-scores7. Hoewel de GES-methodiek niet meer zo veel wordt toegepast is de onderverdeling in verschillende scores nog steeds handig. Cumulatieve geluidsbelasting 58-62 dB Lden 63-67 dB Lden 68-72 dB Lden 73-77 dB Lden

GES-score 5 6 7 8

Omschrijving Zeer matig Onvoldoende Ruim onvoldoende Zeer onvoldoende

Uit de berekening van de toename van de geluidsbelasting door windturbines is voor alle woningen bekend hoeveel geluid zij in de referentiesituatie ontvangen. Woningen waar in de referentiesituatie de geluidsbelasting 67 dB Lden of lager was (GES-score 6 of lager), maar door toevoeging van de windturbine de geluidsbelasting stijgt naar 68 dB Lden of hoger (GES-score 7) tellen mee voor dit beoordelingscriterium.

Resultaten

3.3.3

Onderstaande tabellen tonen de resultaten van de berekening voor alle beoordelingscriteria.

3

4A

4C

4D

4E

20675

7310

13265

30482

12069

305

239

477

116

346 1008

218

1%

2%

2%

2%

3%

2%

3%

Weesperkarspel

5C

6A

X1

X2

18862

53

30103

18835

19

44

561

1

833

321

1%

2%

3%

2%

3%

2%

IJmeer

5B 2524

5A 1525

Land. Noord

Holendrecht

1B 10531

Diemerscheg

Diemerpark

Ijburg Baai

S/B-eiland

Science Park

Ring A10 Noord

1A 24957

Gaasperplas

Zoekgebieden Aantal omwonenden* Aantal ernstig gehinderden (EH) % EH van omwonenden

Haven-Zuid

Resultaten effectbeoordeling gezondheid.

Haven

Tabel 6

Aantal EH referentiesituatie 2818 1276 1541 936 151 1186 736 104 104 716 5 2238 638 Toename aantal EH 55 35 160 18 318* 684* 98 1 26 380 0,2 396 211 Toename in % 2% 3% 10% 2% 210%* 58%* 13% 2% 25% 53% 4% 18% 33% * De aanzienlijke toename aan ernstig gehinderden bij alternatief 4C en 4D is toe te schrijven aan het feit dat op dit moment er nog geen wegverkeerslawaai van de nieuwbouwwijken Strand- en Buiteneiland aanwezig is bij de ontvangerpunten binnen deze wijken. Hierdoor is het verschil tussen het huidige geluidsniveau en het mogelijke toekomstige geluidsniveau (inclusief windturbines) in de berekeningen groter dan wanneer deze wijken afgerond zullen zijn, en dus het plaatselijke omgevingsgeluid hoger is.

7

Wanneer gebruik wordt gemaakt van GES-scores volgt het MER de GES-aanpak voor wegverkeerslawaai, omdat de rekenregels voor optelling van verschillende bronnen al het geluid omrekenen naar de hinder-equivalente geluidswaarden van wegverkeerslawaai. Voor meer toelichting zie de technische bijlage.

Effectbeoordeling zoekgebieden

42

PlanMER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030

Beoordeling

3.3.4

Per beoordelingscriterium zijn klassegrenzen gedefinieerd om een goed vergelijk tussen de zoekgebieden mogelijk te maken. Zie ook de algemene inleiding van dit hoofdstuk voor een toelichting. Tabel 7

Beoordelingskader gezondheid. Afkortingen: EH: aantal ernstig gehinderden, GO: gevoelige objecten, Lcum: cumulatieve geluidsbelasting. Beoordelingscriterium8 -0 EH windturbinegeluid >500 50-500 0-50 % EH windturbinegeluid > 2% 2% ≤1% Toename EH Lcum >100 10-100 0-10 Toename % EH Lcum > 50% 10-50% <10% Aantal woningen met GES-score ≥ 7 >5 1-5 Geen

Als de verschillende opstellingen in de zoekgebieden worden doorgerekend (voor meer detail zie technische bijlage) resulteert dat in de volgende beoordeling.

Holendrecht

4D

4E

5A

5B

5C

6A

X1

X2

1008

218

19

44

561

1

833

321

1%

2%

2%

2%

3%

3%

2%

1%

2%

3%

2%

3%

2%

55

35

160

18

318

684

98

3

26

380

0

396

211

2%

3%

10%

2%

210%

58%

13%

2%

25% 53%

4%

18% 33%

8

0

1

0

0

0

0

0

0

0

1

3.4

Slagschaduw

3.4.1

Beoordelingscriteria

0

IJmeer

Gaasperplas

4C 346

Land. Noord

Weesperkarspel

4A 116

Ijburg Baai

3 477

S/B-eiland

1B 239

Science Park

1A 305

Ring A10 Noord

Diemerscheg

Beoordelingscriteria EH windturbinegeluid % EH windturbinegeluid Toename EH Lcum Toename % EH Lcum Aantal woningen met GES-score ≥ 7

Haven-Zuid

Diemerpark

Effectbeoordeling gezondheid. EH: aantal ernstig gehinderden. Lcum: cumulatief geluid.

Haven

Tabel 8

0

Om inzicht te bieden in het effect van slagschaduw op de omgeving is voor elk zoekgebied berekend hoeveel woningen (en andere slagschaduwgevoelige objecten) er zijn waar de onderzoeksopstelling meer dan 30 minuten slagschaduw per jaar veroorzaakt. Voor de zoekgebieden wordt vervolgens berekend hoe vaak er hoeveel windturbines stilgezet zouden moeten worden om alle slagschaduw op gevoelige objecten te voorkomen. Het percentage stilstand is een beoordelingscriterium. Ook brengt het MER de totale slagschaduwduur op nabijgelegen overige terreinen (volkstuinen en andere recreatiegebieden) per zoekgebied in beeld. 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14896427/1