CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Beleidsvoornemen uitstootvrije zone pleziervaart def (1).pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 16 mei 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake Uitstootvrije zone pleziervaart en Laadstrategie Varen 2024-2030 (VN2024-004082)1.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsvoornemen Instellen uitstootvrije zone pleziervaartuigen Context Het college heeft op 6 juni 2023 de Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit Amsterdam 2023-2026 vastgesteld. In de Uitvoeringsagenda staat de uitstootvrije zone pleziervaart binnen het centrum als maatregel opgenomen. In de periode van 11 september tot en met 23 oktober 2023 heeft participatie plaatsgevonden op het voornemen om een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen in te voeren. Binnen deze periode vonden tien inloopavonden plaats in verschillende stadsdelen. Hier kon men o.a. terecht met vragen over de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen. De avonden zijn goed bezocht met gemiddeld zo’n 25 bezoekers per avond voor het onderwerp Varen. Het was gedurende deze periode nog niet mogelijk om zienswijzen in te dienen. Mede naar aanleiding van de participatie is het toegangsbeleid tot de zone op een belangrijk punt aangepast ten opzichte van het collegebesluit in de Uitvoeringsagenda: voor doorvaartvignethouders is ook een overgangsregeling opgenomen (zie onder voor toelichting). Van 22 april 2024 tot en met 10 juni 2024 kan iedereen over het beleidsvoornemen om een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen in te stellen een zienswijze indienen. Vervolgens zal in september 2024 een collegebesluit worden genomen over de definitieve invoering van de uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen.

De inspraakreacties zullen bij het opstellen van het collegebesluit worden betrokken. Tegen dit collegebesluit zal bezwaar openstaan. Er volgt geen nieuwe gelegenheid tot inspraak. Aanleiding De gemeente Amsterdam werkt aan duurzame en uitstootvrije mobiliteit om de (geluids)overlast in de stad te verminderen, de luchtkwaliteit te verbeteren en de CO2uitstoot te reduceren. In het Actieplan Schone Lucht (vastgesteld op 1 oktober 2019) heeft het college beschreven hoe tot 2030 wordt toegewerkt naar een uitstootvrij Amsterdam. De ambitie uit het Actieplan richt zich op het halen van de advieswaarden van 2005 van de World Health Organization (WHO) in 2030. Op 22 september 2021 heeft de WHO de advieswaarden uit 2005 stevig aangescherpt. De Uitvoeringsagenda Uitstootvrije Mobiliteit (bijlage 1) zoals vastgesteld op 6 juni 2023 geeft een overzicht van de maatregelen die in de huidige bestuursperiode tot en met 2026 worden genomen om de ambities uit het Actieplan Schone Lucht te realiseren. Voor wat betreft PM2.5 wordt in 2030 gestreefd naar 10 ug/m3, voor wat betreft PM10 naar 20 ug/m3 en voor wat betreft NO2 wordt gestreefd naar 40 ug/m3. De CO2-uitstoot (koolstofdioxide) wil het college met 60% terugdringen in 2030 ten opzichte van peiljaar 1990.

Om de doelstellingen van Amsterdam te verwezenlijken neemt het college vanaf 2025 meerdere maatregelen. Vanaf 1 januari 2025 wordt voor het wegverkeer een uitstootvrije zone ingevoerd voor bedrijfs-en vrachtauto´s, taxi´s en brom- en snorfietsen, en wordt de milieuzone voor dieselpersonenauto´s aangescherpt naar emissieklasse 5. Ook ten aanzien van autobussen voor besloten vervoer worden mogelijkheden verkend om een uitstootvrije zone in te voeren. Verder wil het college de houtstoot en mobiele werktuigen beperken. Voor houtstook wordt in samenwerking met de GGD aan een beleidskader gewerkt en voor mobiele werktuigen wordt de Amsterdamse aanpak in 2024 gepresenteerd in samenspraak met de branche. Wat het water betreft: vanaf 2025 moet ook de passagiersvaart uitstootvrij zijn. Een uitstootvrije zone maakt het – als regulerende maatregel – mogelijk om de meest vervuilende voer- en vaartuigen te weren uit de stad met onder meer als doel het verbeteren van de luchtkwaliteit in de stad. Deze maatregel draagt samen met de andere maatregelen bij aan een verlaging van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen en dus aan een vermindering van de hierboven beschreven gezondheidsrisico’s.

De noodzaak om ook de pleziervaart mee te nemen in de verduurzaming heeft geleid tot het onderhavige voornemen van het college om te komen tot de invoering van een uitstootvrije zone voor de pleziervaart. Hierbij vormt de instelling van de uitstootvrije zone in het centrumgebied van Amsterdam in 2025 een eerste stap naar de ambitie om uitstootvrij te varen op alle binnenwateren van Amsterdam in 2030. Door TNO zijn de milieueffecten van alle maatregelen onderzocht, in het bijzonder ook de uitstootvrije zone voor de pleziervaart. De bijdrage van de pleziervaart aan de luchtverontreiniging in Amsterdam is berekend door TNO (bijlage 2, 3). De pleziervaart draagt 0,5% bij aan de totale verkeersemissies NO2, 0,9 aan de PM10, 2,3% aan de PM2,5 en 0,1% bij aan de verkeersemissies CO2. Deze bijdrage zal als gevolg van uitstootvrije aandrijving in 2030 vrijwel geheel gereduceerd zijn; enkel overtreders en ontheffing houders zullen nog niet uitstootvrij varen. Hoewel de bijdragen aan de totale mobiliteitsemissies beperkt zijn (deze zijn ook berekend door TNO; zie bijlage 3), is er wel sprake van een significant effect. Bovendien geldt voor de luchtverontreiniging dat deze zeer geconcentreerd in tijd (warme weekenddagen) en plaats (Amsterdam grachtengordel) plaatsvindt.

Daarbij is ook de blootstelling relevant; juist op deze momenten is het bovengemiddeld druk op en rond het water waardoor de blootstelling aan luchtverontreiniging bovengemiddeld is. Naast de effecten op de luchtkwaliteit zijn ook de effecten op het geluid door TNO onderzocht (zie bijlage 4). Met name op locaties waar boten dicht op woningen varen en door accelereren, manoeuvreren en snel varen kan sprake zijn van geluidsoverlast. Het geschatte gemiddelde verschil tussen elektrische aandrijving en benzine- of dieselaandrijving is ca. 10 dB, voor de beleving ongeveer een halvering van het geluid. Als de uitstootvrije zone (ultimo in 2030) leidt tot een reductie van 90% van de boten met een benzine- of dieselaandrijving zal dit merkbaar effect hebben voor de hinderlocaties. Er is dan een evenredige reductie van de omvang van de hinder ten gevolge van motorgeluid te verwachten.

Het beleidsvoornemen ‘uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen’ Per 1 januari 2025 wordt een uitstootvrije zone voor pleziervaartuigen in het centrum ingesteld. Dat betekent dat alleen vaartuigen met een elektrische aandrijving of met een handmatige aandrijving en hybride boten, als uitstootvrij wordt gevaren, en met een geldig vignet nog toegang hebben tot de uitstootvrije zone. Belangrijkste kenmerken van het beleidsvoornemen: a. Omvang van de zone: centrumgebied De uitstootvrije zone in het centrumgebied, is het gebied binnen én inclusief de Singelgracht, ten zuiden van het spoor. Daarbij zijn uitgezonderd: • De doorgaande vaarroute Kostverlorenvaart (Kostverlorenvaart – Kattensloot – Westerkanaal) en Amstelroute (Amstel – Nieuwe Herengracht – Oosterdok oostzijde) zodat doorgaand verkeer voor het centrum nog mogelijk is. • De westelijke Singelgracht van Kattensloot tot de Hugo de Grootgracht. • De Oostelijke Eilanden en de Nieuwe Vaart. • Het rak in de westelijke Singelgracht lopend van Kattensloot tot de Hugo de Grootgracht valt buiten de zone. Het gebied van de nul-emissiezone is weergegeven op de kaart die als bijlage te downloaden is. b. Start van de zone: per 1-1-2025 De uitstootvrije zone van pleziervaartuigen geldt per 1 januari 2025.

Dit valt samen met de invoering van de uitstootvrije zone voor bestel- en vrachtauto's en brom- en snorfietsen en de aanscherping van de milieuzone voor personenauto's. c. Toegangscriteria: enkel uitstootvrij Uitstootvrije boten met elektrische aandrijving of handmatige aandrijving met een geldig vignet zijn welkom in de zone. Ook hybride boten met een geldig vignet zijn welkom, mits uitstootvrij wordt gevaren. Onder hybride boten vallen boten met zowel een elektrische motor als een brandstofmotor. d. Voor BHG-vignethouders is er een overgangsregeling tot 2030, op voorwaarde dat zij op 1 december 2024 in het bezit zijn van een geldig BHG-vignet en gedurende de gehele overgangsperiode aangifte voor BHG blijven doen. Booteigenaren die binnenhavengeld (BHG) betalen en een geldig BHG-vignet hebben vallen onder de overgangsregeling. Mits eigenaar en boot dezelfde blijven, en voortdurend aangifte wordt gedaan van BHG geldt de overgangsregeling 5 kalenderjaren. Dat betekent dat men tot 2030 mag blijven varen in de zone met een verbrandingsmotor. Verandert de boot van eigenaar, dan is men verplicht een nieuw vignet aan te schaffen en valt de boot niet meer onder de overgangsregeling. Het ijkmoment voor aanschaf van het BHG-vignet is 1 december 2024. Iedereen die op deze datum een geldig BHG-vignet heeft valt binnen de overgangsregeling.

Als men stopt met betalen voor het BHG-vignet, vervallen daarmee zowel het vignet als het overgangsrecht.

e. Overgangsregeling voor doorvaartvignethouders: gedurende de looptijd van het vignet (maximaal 3 kalenderjaren) mits men dit geldige vignet vóór 1 oktober 2024 heeft aangeschaft Booteigenaren met een doorvaartvignet vallen onder een aparte overgangsregeling. De duur van het overgangsrecht start bij aankoopmoment van het vignet en is gelijkgesteld aan de duur van het vignet: drie kalenderjaren. Verandert de boot van eigenaar, dan is men verplicht een nieuw vignet aan te schaffen en valt de boot niet meer onder de overgangsregeling. Het ijkmoment voor aanschaf van het doorvaartvignet is 1 oktober 2024. Iedereen die voor deze datum een geldig doorvaartvignet heeft aangeschaft valt binnen de overgangsregeling. De duur van de overgangsregeling is gelijk aan de geldigheid van het doorvaartvignet. Heeft men bijvoorbeeld op 31 september 2024 een vignet gekocht (en wisselt men niet van boot) dan geldt het vignet én de overgangsregeling tot en met 31 december 2026. Heeft men bijvoorbeeld op 1 februari 2023 een doorvaartvignet gekocht, dan geldt het vignet én de overgangsregeling tot en met 31 december 2025. f. Ontheffing voor varend erfgoed Voor vaartuigen die zijn opgenomen in het register van de FVEN (Federatie Varend Erfgoed Nederland) is een ontheffing voor varend erfgoed mogelijk.

Dit register is erkend door de Mobiele Collectie Nederland en wordt door de gemeente gehanteerd als basisregister. Na gemeentelijke toestemming kan een ontheffing worden verleend voor varend erfgoed. Het vaartuig moet tevens in bezit zijn van een geldig vignet. De ontheffing wordt vooralsnog verleend tot 1 januari 2030. De overgangsregeling (bovenstaande punten ‘d’ en ‘e’) is feitelijk een vrijstelling voor de uitstootvrije zone. De overgangsregeling wordt formeel uitgewerkt in het definitieve collegebesluit. Dit geldt ook voor de ontheffing voor varend erfgoed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102664/1