2. Amsterdam_ontheffingen voor avondwinkels_eindrapport_BEA_pdf_20sep23.pdf
Tekst van het document
BEA economische argumentatie
Avondwinkels in Amsterdam Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet Avondwinkels in Amsterdam ontvangen van de gemeente een ontheffing op de Winkeltijdenwet om ’s avonds na 22 uur open te mogen zijn. In de Verordening Winkeltijden Amsterdam is een maximum vastgelegd van één winkel op 15.000 Inwoners. Daarmee zijn de ontheffingen schaarse rechten. BEA heeft voor de Gemeente onderzocht wat de impact is van de Europese Dienstenrichtlijn op het beleid voor de avondwinkels, met specifiek aandacht voor een eventuele overgang naar ontheffingen voor bepaalde tijd.
Eindrapport versie 20 september 2023
Eindrapport
BEA
Avondwinkels in Amsterdam Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet Eindrapport
OPGESTELD IN OPDRACHT VAN:
Gemeente Amsterdam DATUM
20 september 2023 OPGESTELD DOOR:
Herbert ter Beek i.s.m. Michiel Langman (Impuls Economen)
VOOR INFORMATIE:
Bureau voor Economische Argumentatie Adres:
Stad van Cahen Muurhuizen 104 3811 EL Amersfoort
Telefoon:
06 – 430 35 116
E-mail:
info@bea.nl
Website:
www.bea.nl
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA Inhoud Voorwoord
1
Samenvatting
2
1
5
2
3
4
Aanleiding, vraagstelling en uitwerking van het onderzoek 1.1
Aanleiding voor onderzoek ....................................................................................................... 5
1.2
Vraagstelling ............................................................................................................................. 5
1.3
Aanpak onderzoek .................................................................................................................... 7
Markt voor avondwinkels in Amsterdam
9
2.1
Aantal avondwinkels in Amsterdam en spreiding over stadsdelen........................................ 9
2.2
Trends en ontwikkelingen tot heden: wijziging wettelijke basis & corona ........................... 11
2.3
Verwachte trends en ontwikkelingen in de komende jaren ................................................. 16
Inzicht in exploitatie van avondwinkels in Amsterdam
18
3.1
Opbouw en niveau van omzet ................................................................................................ 18
3.2
Structuur en omvang van kosten in perspectief van omzet ................................................. 19
3.3
Gepleegde investeringen en mate waarin deze afgeschreven zijn ...................................... 21
3.4
Winstgevendheid, terugverdientijd en termijnen .................................................................. 22
Beoordeling schaarste m.b.t. ontheffingen avondwinkels
28
Bijlage I: overzicht gesprekspartners
29
Bijlage II: overzicht bronnen en literatuur
30
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA Voorwoord In opdracht van de gemeente Amsterdam onderzocht Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) de gevolgen van het schaarse rechten-vraagstuk voor het beleid ten aanzien van avondwinkels. De gemeente Amsterdam heeft het aantal avondwinkels, c.q. winkels met een ontheffing op de Winkeltijdenwet om ’s avonds langer open te zijn dan reguliere winkels, gemaximeerd met in principe op elke 15.000 inwoners maximaal één avondwinkel. Het onderzoek richt zich op twee hoofdvragen: • Onderzoek vanuit economisch oogpunt de duur die een ontheffing op de Winkeltijdenwet minimaal dient te hebben? • Breng hiervoor in beeld hoeveel avondwinkeliers investeren in hun zaak en wat dan de tijd is die zij redelijkerwijs nodig hebben om deze investeringen terug te verdienen? Om deze hoofdvragen te kunnen beantwoorden, is de exploitatie van avondwinkels in Amsterdam onderzocht, waarbij tevens is bezien welke impact relevante trends en ontwikkelingen hebben op de exploitatie van avondwinkels in de komende jaren. BEA dankt de ondernemers die medewerking hebben willen verlenen aan het onderzoek, door in een gesprek in te gaan op de exploitatie van avondwinkels in het algemeen en de betreffende avondwinkel in het bijzonder.
BEA vertrouwt erop dat het onderzoek bijdraagt aan onderbouwde besluitvorming over de mogelijke consequenties van het schaarse rechten-dossier voor het gemeentelijke beleid ten aanzien van avondwinkels. Amersfoort, 20 september 2023 Bureau voor Economische Argumentatie namens deze Herbert ter Beek herbert.ter.beek@bea.nl
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
1
BEA Samenvatting Aanleiding
In opdracht van de gemeente Amsterdam heeft Bureau voor Economische Argumentatie
onderzoek
(BEA) onderzoek verricht naar de markt voor avondwinkels in Amsterdam. Avondwinkels mogen na 22 uur ’s avonds open zijn indien zij hiervoor een ontheffing hebben gekregen van de gemeente op de Winkeltijdenwet, waarin in algemene zin is vastgelegd dat winkels in beginsel open mogen zijn tot 22 uur ’s avonds. De aanleiding voor het onderzoek betreft de doorwerking van de Europese Dienstenrichtlijn op de door de gemeente op te stellen Verordening Winkeltijden. In de huidige Verordening is een maximum opgenomen van één avondwinkel per 15.000 inwoners, waarmee de ontheffing voor avondwinkels te zien is als een schaarse ontheffing. Bij een schaarse ontheffing dient in beginsel iedereen mee te kunnen dingen naar een ontheffing, wat bij een gemaximeerd aantal ontheffingen betekent dat deze alleen nog maar voor bepaalde tijd afgegeven kunnen worden.
Analyse markt
BEA heeft, mede op basis van gesprekken met acht avondwinkeliers en van hun
& exploitatie
ontvangen financiële informatie, een voor de meeste avondwinkels naar verwachting
avondwinkels
representatief beeld kunnen schetsen van de exploitatie van een ‘gemiddelde’ avondwinkel in Amsterdam. Met name is inzicht ontwikkeld in de tijd die ondernemers nodig hebben om gepleegde investeringen terug te verdienen, als basis voor een te hanteren overgangstermijn bij de overgang naar ontheffingen voor bepaalde tijd, en de te plegen investeringen die nodig zijn om een nieuwe ontheffing voor bepaalde tijd te kunnen exploiteren, als basis voor een werkbare duur van deze nieuwe ontheffingen. De belangrijkste inzichten kunnen als volgt worden samengevat: • De markt voor avondwinkels in Amsterdam is niet ‘goudgerand’. Veel avondwinkels hebben moeite om een (voldoende) positief rendement te realiseren op gepleegde investeringen. • Met name de volgende omstandigheden spelen daarbij mee: ➢ Sinds 2010 is heel Amsterdam door de gemeente aangewezen als toeristisch gebied. Dit heeft tot gevolg dat reguliere winkels vaker (dan tot dan 12 keer per jaar) open mochten op zondag. De zondag was voor avondwinkels altijd de lucratiefste dag. ➢ Reguliere supermarkten zijn veelal open tot 22 uur ’s avonds. Dit heeft tot gevolg dat de avondwinkels het grootste deel van hun omzet in een klein aantal uren (van 22 uur ’s avonds tot sluitingstijd, waarbij de sluitingstijd varieert van 24 uur tot 6 uur ’s ochtends). ➢ De afgelopen jaren hebben zich diverse ‘flitsbezorgers’ gevestigd in Amsterdam.
Weliswaar lijkt de sterke groei van deze bedrijven omgeslagen te zijn naar krimp, maar het laat onverlet dat zij knabbelen aan de omzet van de avondwinkels. • Waar de winstgevendheid van avondwinkels momenteel al onder druk staat, wordt de situatie nog nijpender als vanaf 1 juli 2024 de verkoop van tabaks- en rookwaren door supermarkten, waaronder ook de avondwinkels, wordt verboden. Sigaretten en andere
2
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA tabaks- en rookwaren make nu vaak 1/3 tot de helft van de omzet uit van avondwinkels in Amsterdam. Avondwinkels verliezen met het rookverbod niet alleen de omzet vanwege verkoop van tabaks- en rookwaren maar ook de andere aankopen die ‘rokers’ plegen. Diverse avondwinkeliers hebben in gevoerde gesprekken aangegeven dat zij zich grote zorgen maken over het rendabel kunnen blijven draaien na 1 juli 2024. • Uitgaand van de gemiddelde door avondwinkeliers in hun zaak te plegen investeringen in vaste activa, die terugkijkend veelal niet meer dan € 100.000 tot € 150.000 bedragen, raamt BEA een terugverdientijd voor de nog resterende boekwaarde van de vaste activa van 5,5 jaar. Dit kan worden gezien als een (voor de gemiddelde avondwinkel) minimaal noodzakelijke duur van een nieuwe ontheffing. Een duur van 5 tot maximaal 10 jaar lijkt passend, waarbij een ontheffingsduur langer dan 5,6 jaar onderbouwd kan worden vanuit de veelal gehanteerde afschrijvingstermijnen (die voor grotere, zogenoemde ‘huurdersinvesteringen’) voor een deel zijn gesteld op 10 jaar. Bovendien zullen nieuwe avondwinkels eerst een klantenkring moeten opbouwen, wat in de eerste jaren van een ontheffing kan betekenen dat de zaak nog niet winstgevend is.
• Uitgaand van de gemiddelde avondwinkel heeft BEA ook onderbouwd hoeveel tijd avondwinkeliers gemiddeld nodig zullen hebben om al gepleegde investeringen terug te verdienen. Ervan uitgaand dat gemiddeld de helft van alle in vaste activa gepleegde investeringen inmiddels zijn afgeschreven, is de resterende terugverdientijd voor een gemiddelde avondwinkel geraamd op circa 2,8 jaar. Dit zou vanuit dit perspectief een basis kunnen vormen voor een door de gemeente te hanteren overgangstermijn voor de overgang naar ontheffingen voor bepaalde tijd. • Bij deze ramingen moet worden aangemerkt dat er een reëel risico is dat de terugverdientijd de komende jaren verder oploopt. Daarbij speelt mee dat de kosten van inkoop trendmatig lijken te stijgen, waardoor de brutomarge voor avondwinkeliers verder onder druk komt te staan. Ook de personeelskosten zullen, gelet op de krappe arbeidsmarkt, waarschijnlijk toenemen. Verder zijn de personeelskosten waarmee is gerekend bij het onderbouwen van de terugverdientijd relatief laag ingeschat omdat voor veel avondwinkeliers geldt dat zij voor de uren die zij zelf in hun zaak stoppen geen salaris toerekenen of een laag uurtarief hanteren.
Tot slot heeft het verbod op de verkoop van tabaks- en rookwaren een sterk negatief effect op de omzet waardoor de winstgevend nog verder daalt of omslaat in een verlies, waardoor voor veel avondwinkels zal gelden dat helemaal niet meer wordt terugverdiend op gepleegde of te plegen investeringen Ontheffing
De magere winstniveaus van de meeste avondwinkels in Amsterdam vormen mede de
niet meer zien
basis voor een ander belangrijke inzicht dat voortvloeit uit het voorliggende onderzoek
als schaars
rapport, namelijk dat de vraag gesteld kan worden of het noodzakelijk is om als gemeente in de komende jaren nog een maximum te hanteren voor het aantal avondwinkels (waar dit tot nu toe is gesteld op één avondwinkel per 15.000 inwoners). BEA verwacht op basis van de gevoerde gesprekken en uitgevoerde marktanalyse en analyse van de exploitatie van avondwinkels niet dat het loslaten van een maximum resulteert in een sterke groei van het aantal avondwinkels. Daarbij speelt mee dat op dit moment in alle stadsdelen,
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
3
BEA met uitzondering van West, nog ‘ruimte’ is, uitgaand van één avondwinkel per 15.000 inwoners, om één of meer avondwinkels toe te voegen. Blijkbaar was er weinig interesse bij huidig avondwinkeliers of nieuwkomers op de markt voor avondwinkels in Amsterdam om in dit ‘gat’ te duiken. Verder is de verwachting dat het rookverbod per 1 juli 2024 zal leiden tot de beëindiging van een aantal avondwinkels waarvoor geldt dat zij nu al moeite hebben om (voldoende) winst te genereren. Een en ander kan voor de gemeente Amsterdam aanleiding vormen om de ontheffing voor avondverkoop op de Winkeltijden niet langer te zien als een schaarse ontheffing. Als de gemeente hiervoor kiest, kan in de Verordening Winkeltijden het maximum van één avondwinkel op 15.000 inwoners komen te vervallen. Er is dan geen overgang nodig naar een stelsel van ontheffingen voor bepaalde tijd, zodat de gemeente ook geen overgangstermijn hoeft te bepalen of de duur van nieuwe ontheffingen voor bepaalde tijd.
***
4
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA 1 Aanleiding, vraagstelling en uitwerking van het onderzoek 1.1 Aanleiding voor onderzoek Ontheffing op
In de winkeltijdenwet is vastgelegd dat winkels in beginsel open mogen doordeweeks en
Winkeltijden-
op zaterdag tussen 6.00 uur en 22.00 uur. Gemeenten beslissen zelf over een mogelijke
wet
ontheffing voor een ruimere opening. Voor Amsterdam gaat het wat betreft opening van winkels op zon- en feestdagen als toeristische gemeente bij uitstek over grote aantallen winkels. Een veel minder groot aantal winkels heeft van de gemeente een ontheffing om na 22 uur ’s avonds open te zijn.
Schaarse rechten
De gemeente Amsterdam heeft in de Verordening Winkeltijden Amsterdam1 tot dusver bepaald dat er in principe maximaal één avondwinkel is per 15.000 inwoners. Mede na inwinning van advies bij de gemeenteadvocaat heeft de gemeente Amsterdam voorlopig geconcludeerd dat de ontheffing op de Winkeltijdenwet daarmee nu, in de zin van de Europese Dienstenrichtlijn, te zien is als een schaarse ontheffing. Dit heeft als consequentie dat de gemeente gehouden is om bij de verdeling van ontheffingen op de Winkeltijdenwet op enigerlei wijze aan (potentiële) gegadigden ruimte te bieden om mee te dingen en dat in beginsel ontheffingen niet voor onbepaalde tijd verleend kunnen worden om te voorkomen dat ‘uitverkoren’ ontheffingshouders onevenredig worden bevoordeeld2. De gemeente Amsterdam is momenteel bezig met de herziening van de Verordening Winkeltijden Amsterdam, waarbij ten aanzien van de te bepalen duur van een ontheffing een balans gezocht moet worden tussen enerzijds de door de ondernemer te maken (en dus terug te verdienen) kosten en anderzijds uitzicht bieden op toetreding voor ondernemers die geen ontheffing hebben weten te verkrijgen. De ontheffing dient dus niet te kort maar ook niet te lang te zijn.
Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) is door de gemeente Amsterdam gevraagd onderzoek te doen naar de avondwinkels in Amsterdam, om zo over genoemde zaken op onderbouwde wijze te kunnen besluiten.
1.2 Vraagstelling Centrale vraag De vraagstelling voor het onderzoek luidt als volgt:
1 Gemeente Amsterdam, Verordening Winkeltijden Amsterdam 2017, geldend van 23 april 2017 tot heden. 2 Zie voor de toepassing van deze uitgangspunten (respectievelijk het formele en materiële gelijkheidsbeginsel) ook de uitspraak van de Raad van State (RvS) inzake vergunningverlening door de gemeente Vlaardingen aan een speelautomatenhal in deze gemeente, ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927.
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
5
BEA “Onderzoek vanuit economisch perspectief de duur die een ontheffing op de Winkeltijdenwet voor avondwinkels minimaal dient te hebben om betreffende ondernemers in staat te stellen gepleegde en te plegen investeringen terug te verdienen en onderzoek tevens of er een maximale duur kan worden bepaald waarbinnen ondernemers redelijkerwijs gepleegde en te plegen investeringen kunnen terugverdienen.” Onderzoeks-
Om deze vraagstelling te kunnen beantwoorden, zijn de volgende onderzoeksvragen
vragen
geformuleerd: Nadere toespitsing onderzoeksvraag Investeringen
• Breng in beeld welke investeringen de ‘zittende’ avondwinkels hebben gepleegd en in welke mate deze inmiddels zijn afgeschreven, als mede bepalende factor voor een door de gemeente Amsterdam vast te stellen overgangstermijn naar een nieuw stelsel van ontheffingen voor bepaalde tijd.
Meerjarige verplichtingen
• Breng eveneens in beeld welke meerjarige verplichtingen de ‘zittende’ avondwinkels zijn aangegaan om hun zaak te kunnen exploiteren (bijvoorbeeld vanwege vaste dienstverbanden van personeel of langlopende huurcontracten).
Overgangstermijn
• Onderzoek de terugverdientijd op door ‘zittende’ ondernemers gepleegde investeringen, ga daarbij uit van de actuele terugverdientijd en houdt in aanvulling daarop rekening met eventuele voor de exploitatie van avondwinkels relevante trends en ontwikkelingen.
Duur van ontheffing
• Onderzoek wat een reële duur van de voor avondwinkels af te
voor bepaalde tijd
geven ontheffing is, zodanig dat deze niet onnodig lang is (waardoor gegadigden die geen ontheffing hebben gekregen te lang moeten wachten op een nieuwe kans op toetreding) maar ook niet te kort (waardoor ondernemers die een ontheffing hebben gekregen te plegen investeringen niet kunnen terugverdienen).
Advies
• Adviseer over een redelijke overgangstermijn en een werkbare duur van nieuwe ontheffingen, rekening houdend met specifieke omstandigheden van de Amsterdamse markt voor avondwinkels en daarbij relevante trends en ontwikkelingen.
Aanvullend
Gaandeweg het onderzoek is verder de vraag opgekomen of en zo ja in welke mate in de
ook toets op
specifieke context van de gemeente Amsterdam sprake is van schaarse ontheffingen.
schaarste
Onderzoeksvragen die dan aan de orde zijn, betreffen onder meer de vraag hoeveel belangstelling er is voor het exploiteren van avondwinkels, ook samenhangend met de winstgevendheid van avondwinkels, en of momenteel het maximum aantal avondwinkels bereikt is of niet.
6
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA 1.3 Aanpak onderzoek BEA heeft ten behoeve van het onderzoek uitgebreid deskresearch gepleegd naar beleid over en ontwikkeling van avondwinkels in Nederland in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder. Daarnaast heeft BEA gesprekken gevoerd met een aantal eigenaren van avondwinkels in Amsterdam. Van deze gesprekken zijn gespreksverslagen opgesteld die ter fiattering zijn voorgelegd aan de betreffende interviewpartners. Het betrof in totaal acht avondwinkeliers, verspreid over vijf stadsdelen, te weten Noord, Centrum, West, Nieuw-West en Oost:
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
7
BEA BEA heeft ten behoeve van het onderzoek een groot aantal avondwinkels benaderd, via email en telefonisch, voor medewerking aan het onderzoek. Een aanzienlijk deel van de benaderde avondwinkels wilde geen medewerking verlenen of zij wilden eerst de uitkomst van juridische advisering afwachten. Selectie
De acht avondwinkels waarvoor geldt dat met de eigenaren gesprekken zijn gevoerd zijn
representatief
naar de mening van BEA representatief voor de meest avondwinkels in Amsterdam. Dit betreft met name het gevoerde assortiment, de opbouw van de omzet, de personele inzet en de opbouw van de kosten. Er is wat BEA betreft geen aanleiding te veronderstellen dat de winstgevendheid van deze selectie van avondwinkels sterk afwijkt van die van de meeste andere avondwinkels. De acht avondwinkels zijn waarschijnlijk niet representatief voor enkele grotere avondwinkels zoals Sterk Waterlooplein, Sterk Amsterdam op de De Clercqstraat en SPAR city Sloterdijk, mede omdat deze winkels ook profiteren van de aanloop van toeristen dan wel van reizigers met het openbaar vervoer.
8
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA 2 Markt voor avondwinkels in Amsterdam Navolgend wordt een beknopt beeld geschetst van het aantal avondwinkels en de spreiding daarvan over de verschillende gebieden in Amsterdam (paragraaf 2.1) en de belangrijkste trends en ontwikkelingen zoals die van invloed waren in de afgelopen jaren op het exploiteren van een avondwinkel (paragraaf 2.2) en zoals die in de komende jaren naar verwachting van belang zijn (paragraaf 2.3).
2.1 Aantal avondwinkels in Amsterdam en spreiding over stadsdelen Op dit moment telt de gemeente Amsterdam circa 35 avondwinkels. De meeste avondwinkels zijn gevestigd in de stadsdelen West en Nieuw-West (beide met 9 avondwinkels). In stadsdeel Zuidoost en het nieuwe stadsgebied Weesp is geen avondwinkel gevestigd. Gebied
Avondwinkel
Adres
Stadsdeel
• Sterk
• Waterlooplein 241
Centrum
• Pinguïn
• Berenstraat 5
• Dolf
• Willemsstraat 79
• Bantammer Super
• Binnen Bantammerstraat 17
Stadsdeel
• Avondwinkel Calandlaan
• Pieter Calandlaan 228-F
Nieuw-West
• Serhan Nightshop
• Slotermeerlaan 125
• Tabak Speciaalzaak de Geuzen
• Ruys de Beerenbrouckstraat 139
• Avondwinkel Tussenmeer
• Tussen Meer 315
• SPAR City Sloterdijk
• Orlyplein 141
• Avondwinkel UNO
• Pieter Calandlaan 17
• De Savornin
• Savornin Lohmanstraat 33-35
• Deniz Avondwinkel
• August Allebéplein 6
• Avondwinkel Ankido
• Johan Huizingalaan 33
Stadsdeel
• Avondwinkel Menora
• Nieuwe Maanstraat 2
Noord
• Mina Avondwinkel
• Van der Pekstraat 48
• Saya Market
• Beemsterstraat 340
Stadsdeel
• Avondwinkel Oosterpark
• 1e Oosterparkstraat 176
Oost
• Midnight IJburg
• Pampuslaan 39
• Avondwinkel Night Bite
• Linnaeusstraat 24
• Avondwinkel John
• Niasstraat 10
• Late Night Liquor Store
• Sumatrastraat 38-40
Stadsgebied
Geen avondwinkel
Weesp Stadsdeel
• Aldisco Nightshop
• J.P. Heijestraat 125
West*
• Bon Soir
• Overtoom 101
• De Buren
• Postjesweg 102
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
9
BEA • De Mercator
• Jan Evertsenstraat 97
• Baarsjes Avondverkoop
• Paramaribostraat 18
• Hapjes Avondverkoop
• Bilderdijkstraat 172
• Sterk
• De Clercqstraat 1-9
• Avondwinkel Overtoom
• Overtoom 476-478
• Martin’s Avondwinkel
• Jan van Galenstraat 106
Stadsdeel
• Heuft
• Rijnstraat 62
Zuid
• Kokkes Nightshop and Food
• Zeilstraat 40
• Avondwinkel van Wou
• Van Woustraat 243
• Avondwinkel de Schelde
• Scheldestraat 2
• Royal XL
• Ceintuurbaan 270-H
Stadsdeel
Geen avondwinkel
Zuidoost * Avondwinkel De Avondmarkt in West (De Wittenkade 94-96) is recent gestopt.
Het aantal avondwinkels per stadsdeel afgezet tegen het aantal inwoners in deze stadsdelen geeft hete volgende beeld: Stadsdeel
Aantal avondwinkels
Aantal inwoners
Inwoners per avondwinkel
Centrum
4
90.654
22.663
Nieuw-West
9
162.388
18.043
Noord
3
107.670
35.890
Oost
5
146.315
29.263
Weesp
0
23.194
n.v.t.
West
9
149.762
16.640
Zuid
5
147.545
29.509
Zuidoost
0
90.214
n.v.t.
Overig (Westpoort)
0
664
n.v.t.
Totaal
35
918.117
26.230
Het blijkt dat Stadsdeel West, gevolgd door Stadsdeel Nieuw-West, het best bedeeld zijn wat betreft het aantal avondwinkels per inwoner. Het aantal inwoners per avondwinkel ligt daar op circa 16.600 respectievelijk iets meer dan 18.000. Voor Amsterdam als geheel is dit circa 26.230 inwoners per avondwinkel. De trend is verder dat het aantal inwoners per avondwinkel toeneemt. Hiervoor zijn twee redenen: • Het aantal inwoners van Amsterdam is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Waar de stad in 2010 nog circa 768.000 inwoners telde, is dat opgelopen naar circa 822.000 in 2015 en 872.000 in 2020 tot momenteel, inclusief Weesp, circa 918.000 inwoners.
10
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA • Het aantal avondwinkels neemt de laatste jaren eerder af dan dat het toeneemt. Ter illustratie: ➢ In Stadsdeel Noord waren ooit vier avondwinkels actief. Daarvan zijn er momenteel nog drie over, waarvan één in het perspectief van een gemiddelde avondwinkel erg klein is. ➢ In Stadsdeel West heeft recent De Avondmarkt de deuren gesloten. De eigenaar geeft aan dat het zoeken naar een opvolger uiteindelijk niets heeft opgeleverd. Ter illustratie: artikel in het Parool d.d. 10 mei 2023
Het artikel geeft een goed inzicht in een aantal belangrijke trends en ontwikkelingen, zoals die in de afgelopen jaren van invloed zijn geweest op het exploiteren van een avondwinkel in Amsterdam. Navolgend wordt hier nader op toegelicht.
2.2 Trends en ontwikkelingen tot heden: wijziging wettelijke basis & corona Ontheffing op
De Winkeltijdenwet vormt het landelijke juridisch-beleidsmatige kader voor de dagen en
verbod
tijden waarop winkels geopend mogen zijn. Het uitgangspunt van de Winkeltijdenwet is dat de winkels op zon- en feestdagen en voor 6:00 uur en na 22:00 uur gesloten zijn. Op dit verbod zijn vrijstellingen en ontheffingen mogelijk. In de Winkeltijdenwet, van 21 maart 1996, is in artikel 2 het volgende bepaald: • Lid 1: Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben: a. op zondag;
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
11
BEA b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur; c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur. • Lid 2: Het is voorts verboden op de in het eerste lid bedoelde dagen en tijden in de uitoefening van een bedrijf, anders dan in een winkel, goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan en in rechtstreekse aanraking met particulieren. In artikel 3 is vervolgens aan gemeenteraden de bevoegdheid toegekend om vrijstelling te verlenen op deze verboden. • Lid 1: De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden. • Lid 2: De gemeenteraad kan bij verordening aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in de verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin gestelde regels op daartoe strekkend verzoek ontheffing van de in het eerste lid bedoelde verboden te verlenen. • Lid 3: De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder bepaalde beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorschriften worden verbonden. Veranderingen Tot 1996 was in de Winkelsluitingswet een speciale regeling opgenomen voor avondin 2013
en nachtwinkels, hoewel beide aanduidingen niet als zodanig in de wet voorkomen: • Avondwinkels mochten uitsluitend op zondag na 16 uur geopend zijn. • Nachtwinkels mochten op maandag tot en met vrijdag open na 22 uur. Beide soorten ontheffingen op de winkeltijden konden worden gecombineerd. Dit was ook de praktijk in veel gemeenten. Veelal werd door gemeenten het exploiteren van een nachtwinkel alleen toegestaan in combinatie met opening op zondag na 16 uur. In 1996 werd de Winkelsluitingswet vervangen door de Winkeltijdenwet. Dit leidde tot een forse uitbreiding van de toegestane openingstijden: op werkdagen tot 22 uur. Gemeenten kregen de mogelijkheid om hier via vrijstelling of ontheffing vanaf te wijken. Voor avondwinkels gold niet langer een plafond. Aanvankelijk bleef dit plafond (gesteld op 1 winkel per 15.000 inwoners) wel bestaan voor het verlenen van ontheffingen voor zondagopenstelling. Per juli 2013 is ook die bepaling van de wet (voormalig artikel 3 lid 4) geschrapt. In veel gemeenten werd dit maximum echter nog geruime tijd daarna gehanteerd als uitgangspunt voor het lokale beleidskader en dit was ook het geval in Amsterdam.
12
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA Lokaal
In het actuele beleidskader van de gemeente Amsterdam, meer in het bijzonder de
beleidskader
Verordening houdende bepalingen over de vrijstelling van verboden van de Winkeltijdenwet 2017 (‘Verordening Winkeltijden Amsterdam 2017’) is het als volgt uitgewerkt3 in met name artikel 6: In artikel 6 is het volgende bepaald: • Lid 1: Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden ten behoeve van winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te worden verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.; • Lid 2: Het college kan ten hoogste één ontheffing per 15 000 inwoners verlenen met inachtneming van de in het vierde lid bedoelde regels. • Lid 3: De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan worden verleend op werkdagen, zonen feestdagen voor de periode van 0 tot 6 uur en voor de periode van 22 tot 0 uur. • Lid 4: Het college stelt regels vast ten aanzien van de verdeling van de in het eerste lid bedoelde winkels over de stadsdelen. Artikel 6 lid 2 maakt van de door de gemeente Amsterdam verleende ontheffingen op de Winkeltijdenwet formeel een schaars recht.
Hele stad
Een andere belangrijke wijziging in het lokale beleidskader, die doorwerkt tot heden, is dat
toeristisch
de gemeente Amsterdam in 2010 besloten heeft dat voortaan alle winkels op zondag
gebied sinds
open mogen. De gemeente maakte hierbij gebruik van de in de Winkeltijdenwet
2010
opgenomen mogelijkheid om de stad geheel of gedeeltelijk aan te wijzen als toeristisch gebied waardoor het toegestaan werd om als winkel vaker dan 12 keer per jaar open te gaan op zondag. Tot dan mochten de stadsdelen dit ieder voor zich bepalen. Dit besluit heeft tot gevolg dat sinds 2010 de zondag voor avondwinkels niet langer de beste dag is wat betreft omzet en dat een belangrijk profileringspunt van avondwinkels ten opzichte van reguliere winkels, met name supermarkten, is verdwenen. In de praktijk betekent het besluit dat de avondwinkels hun boterham vooral moeten verdienen na 22 uur ’s avonds.
Flitsbezorgers
Een voor avondwinkels relevante ontwikkeling is verder de opkomst en voorlopige
over hoogte-
stabilisatie van de zogenoemde ‘flitsbezorgers’. In de tweede helft van 2020 openden in
punt
Nederland, en het eerst vooral in Amsterdam en de andere grotere steden, de eerste bezorgdiensten hun ‘darkstores’. In december 2020 opende in De Pijp de eerst darkstore van de Duitse flitsbezorger Gorillas. Daarna volgden snel concurrenten als het eveneens
3 Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR449074/1.
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
13
BEA Duitse Flink, het Britse Zapp en het Turkse Getir4. Na een aanvankelijk snelle groei kantelde het sentiment rondom de flitsbezorgers echter snel. De darkstores in woonwijken werden breed gezien als ongewenst, want overlastgevend. Het verdienmodel van de flitsbezorgers bleek wankel. Mede als gevolg daarvan stopte Zapp zijn activiteiten in Nederland en Gorillas werd overgenomen door Getir. Getir heeft recent op zijn beurt besloten de activiteiten in Nederland sterk in te krimpen. In Breda, Eindhoven, Tilburg, Delft, Leiden en Groningen staakt het bedrijf zijn activiteiten5. Daarnaast heeft Getir besloten in Amsterdam vijf magazijnen te sluiten, mede vanwege discussie met de gemeente over bestemmingsplannen waarbij de gemeente inzet op verplaatsing van magazijnen van flitsbezorgers naar bedrijventerreinen. Het kantelende sentiment ten opzichte van de flitsbezorgers houdt voor een deel ook verband met de opgelopen inflatie en de gestegen kosten van levensonderhoud. Uit onderzoek van GfK blijkt dat klanten van de flitsbezorgers voornemens zijn minder of zelfs geen gebruik meer te maken van hun diensten. In tijden van afnemende koopkracht wordt blijkbaar ‘op de kleintjes gelet’:
Dit sentiment, dat consumenten bij oplopende inflatie en afnemende koopkracht meer letten op waar zij hun boodschappen doen, zal ook impact hebben voor de avondwinkels. De onderzoeker van GfK licht het als volgt toe: “De redenen waarom consumenten gebruikmaken van quick-commerce-diensten verklaart de dalende populariteit voor een deel, stelt Buysse. ‘Klanten zien het niet als een vervanging van de supermarkt, maar vooral voor vergeten boodschappen en impulsaankopen. Veel klanten kiezen er om geld te besparen nu voor om op dat soort momenten niets te doen of naar de supermarkt te gaan. We zien in het onderzoek ook dat steeds meer con4 Zie https://www.distrifood.nl/163357/onderzoek-zo-hard-is-de-klantenkring-van-flitsbezorgersgedaald-en-zo-gaat-het-verder-in-2023. 5 Zie https://nos.nl/artikel/2487718-flitsbezorger-getir-stopt-in-zes-steden-en-sluit-vijf-magazijnenin-amsterdam.
14
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA sumenten de flitsdiensten zien als overbodig en duur. Dus de drempel om te bestellen is ook hoger nu.’
Vergrijzend
De meeste avondwinkeliers die BEA heeft gesproken voor het voorliggende onderzoek
klantenbestand geven aan dat zij niet zoveel last hebben van de flitsbezorgers. Dit kan ook komen omdat de flitsbezorgers een aanmerkelijk jonger publiek bedienen dan de avondwinkels. De avondwinkels lijken last te hebben van een vergrijzende klantenkring. Eigenaar Hans van Akkeren van de inmiddels gesloten Avondmarkt op de De Wittenkade formuleert het zo (o.b.v. artikel in Parool d.d. 10 mei 2023, ‘De Avondmarkt in de Staatsliedenbuurt is na 54 jaar nu echt dicht: ‘Avondwinkels sterven uit’): “Bovendien” zegt Van Akkeren, “heeft de winkel te maken met een verouderend klantenbestand. Een nieuwe uitbater zou een nieuw concept moeten verzinnen om een nieuw publiek te trekken. Op deze manier is het niet rendabel. Al onze klanten zijn vaste klanten die er al tientallen jaren komen, allemaal 40-plussers. De nieuwe generatie doet op een andere manier boodschappen.” Grote klappen
Een laatste ontwikkeling die van invloed is geweest op de avondwinkels in de afgelopen
door corona
jaren, is corona. In 2020 en 2021 mochten avondwinkels, net als reguliere supermarkten, na 20 uur ’s avonds geen alcohol meer verkopen. Voor veel avondwinkels betekende dit een groot verlies aan omzet. Een reportage van AT5 illustreert de gevolgen voor avondwinkels6: Alcoholmaatregelen in de avondwinkel 23 oktober 2020 Avondwinkels in de stad houden met moeite hun broek op sinds de verscherpte corona maatregelen. De verkoop van alcohol is sinds vorige week woensdag na 20.00 ’s avonds verboden en dat is te
6 Zie https://www.coronaindestad.nl/alcoholmaatregelen-in-de-avondwinkel/.
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
15
BEA merken in de omzet. “Wij missen de toeristen natuurlijk al en mensen kunnen nog bij de supermarkten terecht dat merken wij heel erg”, zegt Hans van der Pouw Kraan, eigenaar van avondwinkel Sterk aan het Waterlooplein. “Bij ons scheelt het qua omzet tussen de 40 à 50 procent. In de avond komen ze een wijntje of een biertje halen, een zak chips of frisdranken. Nu ze geen alcohol kunnen krijgen komen ze die frisdrank en dat chippie ook niet meer halen.”
Ondanks de diverse coronasteunmaatregelen lijkt corona voor veel avondwinkels te hebben geresulteerd in afnemende reserves.
2.3 Verwachte trends en ontwikkelingen in de komende jaren Verbod op verkoop tabak
Een voor avondwinkels ingrijpend besluit betreft het door het kabinet in 2020 genomen besluit om de verkoop van tabak door supermarkten te verbieden vanaf 1 juli 2024. Daarvoor is (per 2022) al een verbod van kracht op de verkoop van tabak via sigarettenautomaten in bijvoorbeeld cafés en snackbars en per 2023 is de online verkoop van tabak verboden7. Omdat tabakswaren voor avondwinkels een heel belangrijk onderdeel vormen van hun assortiment, zal dit besluit sterk negatieve gevolgen hebben voor zowel de omzet als de winst van avondwinkels. De verandering krijgt vorm door een nadere specificatie van artikel 7 lid 3 van de Tabaken rookwarenwet8. • Lid 3: Het is verboden in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van bedrijven en organisaties bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten of aanverwante producten aan particulieren te verstrekken of met dat doel aanwezig te hebben. Deze nadere specificatie vindt plaats door aanpassing van artikel 5.2 van het Tabaks- en rookwarenbesluit. Onder andere het volgende lid wordt toegevoegd aan artikel 5.2 9: 2. Als categorieën van bedrijven en organisaties als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet, worden aangewezen: a. supermarkten; b. horeca-inrichtingen; c.
verkooppunten die zich, al dan niet afgescheiden, bevinden in een supermarkt, e.n verkooppunten die rechtstreeks kunnen worden bereikt vanuit een supermarkt. In de Nota van Toelichting10 wordt expliciet toegelicht dat onder deze verkooppunten ook avondwinkels worden verstaan, met behulp van de volgende tekstpassages: 7 Zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/11/20/verbod-verkoop-tabaksupermarkten. 8 Zie https://wetten.overheid.nl/BWBR0004302/2023-04-19. 9 Zie https://open.overheid.nl/documenten/de870a7b-03ae-4c6e-9f68-2fb735ca7104/file.
16
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA • De cijfers in voorgaande alinea over supermarkten hebben betrekking op minisupermarkten, avondwinkels (met afwijkende openingstijden) en ‘reguliere’ supermarkten. Al deze winkels vallen onder de begripsomschrijving van supermarkt in artikel 1.1 van het besluit. • In dit besluit is ervoor gekozen om supermarkten als volgt te omschrijven: verkooppunten die in overwegende mate zijn gericht op de verkoop van eet- en drinkwaren aan particulieren. Hierbij wordt aangesloten bij de definitie van eet- en drinkwaren in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Warenwet. In het navolgende hoofdstuk 3 wordt toegelicht dat sigaretten, en meer in het algemeen tabaks- en rookwaren, een aanzienlijk onderdeel uitmaken van de omzet van avondwinkels. Het verbod om sigaretten te verkopen zal avondwinkels dus hard treffen. Niet alleen wordt de omzet gemist die direct voortvloeit uit de verkoop van sigaretten, maar ook door de kopers van sigaretten anderszins in avondwinkels gepleegde bestedingen. Winkeliers schatten dat tussen 30 en 70 procent van de klanten die sigaretten kopen tegelijk ook iets anders kopen.
10 Zie https://open.overheid.nl/documenten/f0a6bbbe-f0c4-47fa-b4ea-e7458e22d66a/file.
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
17
BEA 3 Inzicht in exploitatie van avondwinkels in Amsterdam 3.1 Opbouw en niveau van omzet De omzet van de meeste avondwinkels is opgebouwd op een vergelijkbare manier. Rooken tabakswaren en alcoholische drank vormen doorgaans de belangrijkste componenten; • Sigaretten en andere rook- en tabakswaren zijn goed voor zeker 1/3 tot soms meer dan de helft van de omzet. • Alcoholische drank (bier en wijn) is goed voor circa 1/4 tot 1/3 van de omzet. • Het restant van de omzet komt uit een breed assortiment aan overige producten, zoals onder meer: ➢ Niet-alcoholische drank. ➢ Snoep, chips, koekjes en chocola. ➢ Voorverpakte etenswaren en diepvriesproducten. ➢ Drogisterijartikelen (inclusief medicijnen zonder recept), cosmetica e.d. ➢ Luiers, maandverband en andere persoonlijke hygiëneartikelen. ➢ Oplaadsnoeren voor telefoons en iPads e.d. Navolgende figuur illustreert inrichting en assortiment van de meeste avondwinkels:
Hoewel rook- en tabakswaren en alcoholische drank bij alle onderzochte avondwinkels het meest bijdragen aan de omzet, zijn er ook avondwinkels met een in enige mate afwijkend
18
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA assortiment. In het centrum is het assortiment bijvoorbeeld meer afgestemd op aanloop van toeristen. Andere avondwinkels verkopen vers belegde broodjes en andere delicatessen. Diverse avondwinkels verkopen groenten en fruit omdat de buurt daarom vraagt (onder meer in Nieuw-West). Een enkele avondwinkel heeft een frituur of verkoopt, op een andere vergunning dan die voor de avondwinkel, sterke drank. (waarbij de verkoop van sterke drank dan niet is toegestaan na 22 uur ’s avonds). De avondwinkels hebben een verkooppiek na 22 uur ’s avonds, als de reguliere supermarkten gesloten zijn. In de paar uur van 22 uur tot sluitingstijd (die varieert van 24 uur tot 6 uur ‘s ochtends) realiseren avondwinkels vaak ruim meer dan de helft tot driekwart van hun omzet.
3.2 Structuur en omvang van kosten in perspectief van omzet Branche-
De belangrijkste kosten van een avondwinkel vormen, net als bij reguliere supermarkten,
kengetallen
de kosten vanwege inkoop. Op basis van landelijke kengetallen kan het volgende beeld
supermarkten
worden geschetst van alle supermarkten samen (reguliere supermarkten, minisupers en avondwinkels)11:
Bij reguliere supermarkten, die de bovengenoemde cijfers vanwege aantal en omvang domineren, bedraagt de brutowinst (gedefinieerd als netto-omzet minus inkoopkosten) circa 72 à 73 procent van de netto-omzet. Na aftrek van de overig kosten (met name personeelskosten en daarnaast huisvestings- en overige kosten) resteert een doorgaans procentueel bescheiden marge van circa 3 tot 4 procent (gedefinieerd als het bedrijfsresultaat als percentage van de netto-omzet).
11 Zie https://www.retailinsiders.nl/branches/levensmiddelenzaken/supermarkten/, betreft een raming van de omzetopbouw door Panteia op basis van CBS-statistieken.
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
19
BEA Voor avondwinkels kan de brutowinst (netto-omzet minus inkoopwaarde) oplopen tot circa 80 procent. Avondwinkels zijn ten opzichte van reguliere supermarkten (zeer) klein en bovendien betreft het doorgaans alleenstaande zaken waar supermarkten in de regel onderdeel vormen van een keten en inkoop plaatsvindt op het niveau van die keten. Avondwinkels proberen uiteraard hun brutowinst c.q. de marge tussen netto-omzet enerzijds en inkoopkosten anderzijds op een voldoende gunstig niveau te houden maar dit blijkt in de praktijk lastig. Overdag en tot 22 uur ’s avonds concurreren avondwinkels met reguliere supermarkten zodat ze de prijs niet te hoog kunnen vaststellen. Ook de afnemende koopkracht van veel consumenten speelt hierbij mee. Uit de brutowinst moeten avondwinkels alle overige kosten zien te dekken, zodanig dat er onder de streep een positief bedrijfsresultaat resteert waaruit de ondernemer zijn winst haalt. BEA heeft op basis van het verrichte onderzoek het volgende beeld van ‘een gemiddelde avondwinkel’ in Amsterdam, met een brutowinst van circa 20 procent en een bedrijfsresultaat van circa 3 procent van de netto-omzet, met als kanttekening dat er in de praktijk uiteraard uitschieters en afwijkingen kunnen zijn: Exploitatie avondwinkel Omzet Inkoopkosten Brutowinst
Bedragen in € 750.000 600.000 150.000
Kosten Personeelskosten * Bruto lonen * Premies en sociale lasten Huisvestingskosten * Huur * Gas, water en elektra Afschrijvingen Algemene kosten Overige kosten Financiële baten & lasten Totaal kosten
30.000 6.000 4.000 6.000 3.000 3.000 127.000
Bedrijfsresultaat
23.000
60.000 15.000
Na de inkoopkosten vormen de personeelskosten de belangrijkste kostenpost. Met de personeelskosten gaan ondernemers verschillend om. Doorgaans werken de eigenaren zelf ook in de avondwinkel en draaien zij tot zes dagen in de week volledige diensten. Avondwinkeliers kunnen zichzelf een loon uitbetalen, zodat deze in een exploitatieoverzicht meetellen als personeelskosten, maar zij kunnen er ook voor kiezen om zichzelf geen loon uit te betalen maar de winst uit de onderneming als de primaire vergoeding te zien
20
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA voor hun inzet. In bovenstaand overzicht is uitgegaan van de situatie dat de ondernemer zichzelf een loon uitbetaalt. Salarissen zijn in de regel bescheiden, waarbij deze zowel voor medewerkers als (toegerekend salaris voor de) meewerkend eigenaar liggen tussen minimumloon en modaal. In de meeste avondwinkels, uitgezonderd de enkele grotere winkels in en om het centrum, bestaat de kernformatie uit twee arbeidskrachten: de ondernemer/eigenaar en een medewerker in loondienst. Daarnaast werken in bepaalde gevallen ook familieleden mee of wordt er gebruik gemaakt van inhuurkrachten. De brutowinst staat op diverse aspecten onder druk: • De kosten vanwege gas, water en elektra zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. Gasen elektriciteitstarieven lijken over een hoogtepunt heen maar vormen voor avondwinkels een blijvend risico. • Avondwinkels hebben soms, in het perspectief van omliggende zaken, relatief gunstige huren. Verhuurders betreffen voor een deel ook corporaties. Er is een tendens dat verhuurders eventuele relatief lage huren meer in lijn willen brengen met ‘de markt’. Het hiervoor in paragraaf 2.1 getoonde voorbeeld van de Avondmarkt illustreert dit. • Bij een waarschijnlijk blijvende krapte op de arbeidsmarkt zullen avondwinkels wellicht meer moeit moeten doen om medewerkers te vinden, waardoor te betalen lonen toenemen.
Een illustratie van het inzicht dat de winstgevendheid van avondwinkels sterk onder druk staat betreft een artikel in het Parool van net vóór de coronacrisis. De eigenaar van Avondwinkel Late Night Liquor Store in stadsdeel Oost bepleit daarin voor het kunnen verkopen van lachgas in avondwinkels. Hij stelt: “Dit besluit (om verkoop van lachgas te verbieden) gaat onze omzet beïnvloeden. Wij zijn als avondwinkels anderhalf jaar geleden begonnen met de verkoop van lachgas. Dat loopt goed. Andere avondwinkels die dat niet doen, kunnen hun huur niet meer betalen.12” Inmiddels is landelijk per 1 januari 2023 een verbod ingevoerd op het voor recreatief gebruik verkopen van lachgas. Het pleidooi van de avondwinkelier illustreert de noodzaak die veel avondwinkels voelen om de omzet van extra impulsen te voorzien en zo de winstgevendheid te verhogen.
3.3 Gepleegde investeringen en mate waarin deze afgeschreven zijn De meeste avondwinkels huren hun pand. De investeringen die zij plegen in hun avondwinkel betreffen daarom met name de inrichting en de voorraad. De investeringen in de inrichting van een avondwinkel kunnen oplopen van € 100.000 tot rond € 150.000 voor een gemiddelde avondwinkel (voor de grootste avondwinkels met name in en om het centrum gelden andere kengetallen).
12 Zie https://www.parool.nl/amsterdam/lachgasverkopers-over-verbod-dit-gaat-te-ver~be9c9bb6/.
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
21
BEA Investeringen betreffen dan onder meer: • Interieur (schappen e.d.). • Verlichting. • Elektra. • Beveiligingsapparatuur en camera’s. • Koelingen en vaak een vriezer. • Luchtbehandeling- of ventilatiesystemen. • Kassasysteem. Daarnaast hebben sommige avondwinkels een bedrijfswagen, voor zowel inkoop van goederen als, in een enkel geval, bezorgen van producten bij klanten (naast privégebruik door de eigenaar van de zaak). Niet alleen de in een avondwinkel geïnvesteerde bedragen verschillen sterk, maar dit geldt ook voor de mate waarin vaste activa zijn afgeschreven. Er zijn zowel voorbeelden van avondwinkels waar recent is geïnvesteerd in inrichting en apparatuur als voorbeelden waarbij dit lange tijd niet meer heeft plaatsgevonden. Dit heeft consequenties voor de boekwaarde van de vaste activa, die als basis fungeert voor de te bepalen terugverdientijd op gepleegde investeringen, en ook voor het niveau van afschrijvingen.
3.4 Winstgevendheid, terugverdientijd en termijnen Bedrijfs-
Het bedrijfsresultaat in het hiervoor gepresenteerde voorbeeld van een ‘gemiddelde
resultaat en
avondwinkel’ kwam bij een omzet van € 750.000 uit op circa € 23.000, oftewel bijna 3,1
nettowinst
procent van de omzet. Dit is wat lager dan het bedrijfsresultaat dat reguliere supermarken in de afgelopen jaren (voor corona) hebben gerealiseerd. Veel avondwinkels in Amsterdam worden gerund als eenmanszaak. De eigenaar betaalt over de winst inkomstenbelasting. Gelet op het niveau van de winst is daarbij vooral schijf 1 met een belastingpercentage van 19,03 (uitgaand van het jaar 2023) van toepassing. Schijf 1 betreft belastbare inkomens tot € 37.150 per jaar13. Uitgaand van dit belastingpercentage en afgezien van eventuele belastingvrije voeten komt de nettowinst voor de betreffende ondernemer dan uit op 81,97 procent van € 23.000 is circa € 18.850. Dit komt neer op circa 2,5 procent van de omzet.
Terugverdientijd
De gepleegde investeringen dienen uiteraard te worden terugverdiend. De terugverdientijd is zowel van belang voor de eventueel door de gemeente Amsterdam te bepalen redelijke overgangstermijn voor de overgang naar het nieuw stelsel van ontheffingen op de Winkel-
13 Het tarief inkomstenbelasting over schijf 2 (voor belastbaar inkomen tussen € 37150 en € 73.032) bedraagt 36,93%; over schijf 3 (belastbaar inkomen hoger dan € 73.032) is 49,50% inkomstenbelasting van toepassing.
22
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA tijdenwet voor bepaalde tijd als voor het kunnen bepalen van een redelijke duur van de nieuwe ontheffingen. Een en ander ervan uitgaand dat de gemeente de ontheffing op de winkeltijdenwet voor avondwinkels ziet als een schaars recht: • Overgangstermijn: ondernemers dienen gepleegde investeringen terug te kunnen verdienen. Van belang is daarbij te bepalen welke in vaste activa gepleegde investeringen nog niet afgeschreven zijn, welke boekwaarde deze vaste activa vertegenwoordigen en welke vrije kasstroom de onderneming genereert met de exploitatie van het terras. • Duur van de nieuwe ontheffing: uitgangspunt is dat een ondernemer bij aanvang van de nieuwe ontheffingsduur nieuw investeert in vaste activa en dat de volledige investering terugverdiend moet kunnen worden. De terugverdientijd heeft betrekking op door de ondernemer geïnvesteerd vermogen in materiële en immateriële vaste activa. Het betreft activa die in de regel over meer dan één jaar afgeschreven worden. De terugverdientijd is in economische zin als volgt gedefinieerd:
Overgangs-
Toegepast op de hiervoor toegelichte ‘gemiddelde avondwinkel’ is het beeld ten aanzien
termijn
van een eventueel te bepalen overgangstermijn als volgt: • Uitgangspunt is dat er in totaal € 125.000 is geïnvesteerd in vaste activa. • Vervolgens wordt aangenomen dat de helft daarvan inmiddels is afgeschreven, zodat de boekwaarde van de vast activa € 62.500 bedraagt. • De vrije kasstroom kan worden bepaald als optelsom van de nettowinst à € 18.625 en de afschrijvingen à € 4.000 is € 22.850. • De benodigde resterende terugverdientijd bedraagt dan € 62.500 gedeeld door € 22.625 is 2,8 jaar. Deze terugverdientijd op gepleegde investeringen kent een relatief grote marge. De terugverdientijd halveert bijna bij iets gunstiger aannames, maar bij iets ongunstiger aannames loopt de terugverdientijd sterk op: De uitgangspunten bij de constructie van het gunstige respectievelijk ongunstige scenario zijn als volg gekozen: Exploitatie avondwinkel
Gunstig scenario
Ongunstig scenario
Afwijking t.o.v. basisscenario
Afwijking t.o.v. basisscenario
+10%
-10%
Inkoopkosten
-1%
+1%
Huur
-10%
+10%
Investeringsomvang
+20%
-20%
Omzet
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
23
BEA Nota bene: uitgangspunt is dat bij een beter draaiende zaak de investeringsomvang wat hoger is. Dit heeft een dempend effect op de afwijkingen van het gunstige scenario ten opzichte van het basisscenario. Hetzelfde geldt voor het ongunstige scenario (voor een wa minder goed draaiende zaak is een wat lagere investeringsomvang aangehouden ten opzichte van het basisscenario). De exploitatie van een ‘gemiddelde’ avondwinkel in het basis-scenario en een gunstig respectievelijk ongunstig scenario ziet er bij de hiervoor verwoorde aannames als volgt uit: Exploitatie avondwinkel, bedragen in € Omzet Inkoopkosten Brutowinst
Basis-scenario Gunstig scenario 750.000 600.000 150.000
825.000 651.750 173.250
Ongunstig scenario 675.000 546.750 128.250
Kosten Personeelskosten * Bruto lonen * Premies en sociale lasten Huisvestingskosten * Huur * Gas, water en elektra Afschrijvingen Algemene kosten Overige kosten Financiële baten & lasten Totaal kosten
60.000 15.000
60.000 15.000
30.000 6.000 4.000 6.000 3.000 3.000 127.000
27.000 6.000 4.000 6.000 3.000 3.000 124.000
60.000 15.000 0 30.000 6.000 4.000 6.000 3.000 3.000 127.000
Bedrijfsresultaat
23.000
49.250
1.250
Investering in vaste activa Gemiddelde boekwaarde als % van investering Resterende boekwaarde
125.000 50% 62.500
150.000 50% 75.000
100.000 50% 50.000
Afschrijvingen Inkomstenbelasting 1e schijf (19,03% tot € 37.149) Inkomstenbelasting 2e schijf (36,95 over € 37.149 tot € 73.031) Inkomstenbelasting totaal (zonder belastingvrije voet) Netto-winst (o.b.v. tarieven inkomstenbelasting) Vrije kasstroom (=afschrijvingen + netto-winst) Terugverdientijd in jaren (boekwaarde/vrije kasstroom)
4.000 4.377 0 4.377 18.623 22.623 2,8
4.800 7.069 4.471 11.541 37.709 42.509 1,8
3.200 238 238 1.012 4.212 11,9
Verder is in de weergegeven scenario’s uitgegaan van een gelijk niveau aan personeelskosten en energiekosten. De laatste tijd hebben ondernemers over de hele linie last van oplopende personeels- en energiekosten. Als van hogere personeels- en energiekosten wordt uitgegaan, verslechtert de exploitatie uiteraard. In het ongunstige scenario kan dan al snel sprake zijn van een nettoverlies in plaats van een (bescheiden) nettowinst. Verder is in de getoonde scenario’s gerekend met relatief lage personeelskosten ook voor de meewerkende eigenaar-ondernemer. Als de ondernemer zichzelf een marktconform loon toekent en alle gedraaide uren meerekent, zullen de personeelskosten hoger uitko-
24
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA men. De terugverdientijd kan daardoor sterk oplopen (en in het ongunstige scenario kan dit erin resulteren dat de nettowinst negatief wordt en er niet meer wordt terugverdiend op gepleegde investeringen. Duur nieuwe
De terugverdientijd kan ook worden gebruikt mede als basis voor de duur van een nieuwe
ontheffing
ontheffing. Uitgangspunt is dan dat de ondernemer zijn zaak volledig nieuw inricht (voor een ondernemer die ‘door kan’ op zijn huidige locatie is dit waarschijnlijk niet nodig maar wel voor nieuwkomers op de markt voor avondwinkels in Amsterdam). Dit betekent dat d terugverdientijd wordt bepaald op basis van: • Te plegen investering van € 125.000. • Vrije kasstroom bedraagt circa € 22.650. • De terugverdientijd komt dan uit op 5,6 jaar. Ook hiervoor geldt: bij marktconforme lonen voor met name de eigenaar en ruimte in de exploitatie om tegenvallers op te vangen, bijvoorbeeld vanwege stijgende tarieven voor gas en elektra of extra inhuur vanwege ziekte, komt de nettowinst snel aanmerkelijk lager uit waardoor de terugverdientijd oploopt. Exploitatie avondwinkel, bedragen in € Omzet Inkoopkosten Brutowinst
Basis-scenario Gunstig scenario 750.000 600.000 150.000
825.000 651.750 173.250
Ongunstig scenario 675.000 546.750 128.250
Kosten Personeelskosten * Bruto lonen * Premies en sociale lasten Huisvestingskosten * Huur * Gas, water en elektra Afschrijvingen Algemene kosten Overige kosten Financiële baten & lasten Totaal kosten
60.000 15.000
60.000 15.000
30.000 6.000 4.000 6.000 3.000 3.000 127.000
27.000 6.000 4.000 6.000 3.000 3.000 124.000
60.000 15.000 0 30.000 6.000 4.000 6.000 3.000 3.000 127.000
Bedrijfsresultaat
23.000
49.250
1.250
Investering in vaste activa
125.000
150.000
100.000
Afschrijvingen Inkomstenbelasting 1e schijf (19,03% tot € 37.149) Inkomstenbelasting 2e schijf (36,95 over € 37.149 tot € 73.031) Inkomstenbelasting totaal (zonder belastingvrije voet) Netto-winst (o.b.v. tarieven inkomstenbelasting) Vrije kasstroom (=afschrijvingen + netto-winst) Terugverdientijd in jaren (boekwaarde/vrije kasstroom)
4.000 4.377 0 4.377 18.623 22.623 5,6
4.800 7.069 4.471 11.541 37.709 42.509 2,9
3.200 238 238 1.012 4.212 30,2
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
25
BEA Impact verbod
De zo geraamde duur van de nieuwe vergunning respectievelijk de te hanteren redelijke
op verkoop
overgangstermijn, houdt nog geen rekening met het verbod op de verkoop van tabaks- en
sigaretten
rookwaren per 1 juli 2024. Het negatieve effect van dit verbod op de omzet schat BEA in op zeker 1/3 tot de helft. Daarbij is dan uitgegaan van het omzetaandeel van tabaks- en rookwaren. Klanten die avondwinkels vooral bezoeken vanwege sigaretten kopen vaak echter ook andere producten, zodat het negatieve omzeteffect nog groter kan uitvallen. Uitgaand van een omzetdaling van 45 procent, vanwege het verbod op de verkoop van tabaks- en rookwaren, daalt de nettowinst aanzienlijk. Als rekening wordt gehouden met een omzetdaling van 45 procent, vanwege het verbod per 1 juli 2023 op de verkoop van tabaks- en rookwaren, slaat het positieve bedrijfsresultaat van circa € 23.000 in het basis-scenario om in een verlies van circa € 37.000. Dit betekent dat de vrije kasstroom (gedefinieerd als nettowinst plus afschrijvingen) ook negatief wordt en dat er dus niet meer terugverdiend wordt op te plegen investeringen. Het rookverbod maakt daarmee de businesscase van een nieuwe avondwinkel onrendabel, uitgaand van een ongewijzigd niveau van kosten. Mogelijk kunnen avondwinkels nog enigszins besparen op hun kosten, maar het beeld is juist dat de belangrijkste kosten, namelijk de personeelskosten, al erg laag zijn momenteel omdat niet alle uren van de eigenaar worden meegerekend en uitgegaan wordt van lage salarissen.
Per saldo concludeert BEA, ook ondersteund door uitspraken van avondwinkeliers over de impact van het verbod op de verkoop van tabaks- en rookwaren per 1 juli 2024, dat dit verbod de winstgevendheid van een aanzienlijk deel van de avondwinkels zodanig aantast, dat van een positieve businesscase geen sprake meer is.
Niet-financiële
Verder is van belang dat een besluit over overgangstermijn en duur van nieuwe ontheffing,
overwegingen
uitgaande van de aanname dat ontheffingen op de Winkeltijdenwet voor avondwinkels gezien moeten worden als schaars recht, niet alleen op de terugverdientijd wordt gebaseerd. Ook de volgende overwegingen spelen een rol, met name bij het bepalen van een redelijke duur van nieuwe ontheffingen: • Nieuwe avondwinkels zullen enige tijd nodig hebben om bekend te worden en een klantenbestand op te bouwen. Een duur van 5 jaar is dan aan de lage kant. Vanuit dit perspectief zou een termijn van bijvoorbeeld 7 tot 10 jaar passender zijn. • Voor een deel van de investeringen in avondwinkels geldt dat deze een technische en economische levensduur hebben van 10 jaar. Vaak gebruikte afschrijvingsschema’s zijn bijvoorbeeld: ➢ Afschrijvingstermijn op huurdersinvesteringen (bijvoorbeeld vanwege luchtbehandelingssystemen of ventilatie) en grote koelsystemen kunnen gesteld worden op 10 jaar. ➢ Afschrijvingstermijnen voor inventaris (o.a. schappen) zijn doorgaans op 5 jaar gesteld. Hierbij aansluitend zou 10 jaar voor de duur van een nieuwe ontheffing passend zijn.
26
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA • Indien avondwinkels willen werken met vast personeel en de betreffende medewerker(s) in vaste loondienst willen nemen, is het wenselijk dat de duur van een ontheffing niet te kort is afgesteld. Als de duur van een nieuwe ontheffing ruim wordt bepaald, op bijvoorbeeld 10 jaar, zal de avondwinkel rekening moeten houden met personele transitiekosten aan het einde van die termijn waarbij deze transitiekosten bepaald worden op basis van de volgende formule: 1/3 * bruto maandsalaris * aantal jaren in dienst.
***
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
27
BEA 4 Beoordeling schaarste m.b.t. ontheffingen avondwinkels Het onderzoek onderbouwt dat de ontheffing op de Winkeltijdenwet voor avondwinkels in de praktijk niet of nauwelijks een schaars recht is. Deze onderbouwing verloopt langs twee lijnen: 1. Op dit moment zijn er in veruit de meeste stadsdelen in Amsterdam aanmerkelijk meer inwoners per avondwinkel dan in artikel 6 lid 2 van de Verordening winkeltijden Amsterdam 2017 is opgenomen als maatstaf, namelijk dat het college ten hoogste één ontheffing per 15.000 inwoners kan verlenen. 2. Verder blijkt uit de analyses in hoofdstuk 3 dat de winstgevendheid van avondwinkels in Amsterdam zeer matig is. Het is daarom niet te verwachten dat er een stormloop op aanvragen voor een ontheffing op de Winkeltijdenwet ten behoeve van het exploiteren van een avondwinkel zal ontstaan als het college besluit de beperking van het aantal avondwinkels via artikel 6 lid 2 van de verordening los te laten. Zoals toegelicht in hoofdstuk 2 ligt momenteel in stadsdeel West het aantal inwoners per avondwinkel net boven het in de verordening aangegeven niveau van 15.000. In alle andere stadsdelen is het aantal inwoners per avondwinkel, soms veel, hoger.
En in stadsdeel Amsterdam-Zuidoost en stadsgebied Weesp is momenteel geen avondwinkel gevestigd.
28
Avondwinkels in Amsterdam – Beleid voor avondwinkels en ontheffingen op de Winkeltijdenwet
BEA Bijlage I: overzicht gesprekspartners Ten behoeve van het voorliggende onderzoek hebben gesprekken plaatsgevonden met exploitanten van avondwinkels in de volgende stadsdelen: Stadsdeel
Aantal avondwinkeliers dat als gesprekspartner functioneerde