2. Advies Amsterdamse Kunstraad_Voor de kunsten - voor de stad_18 juli 2023.pdf
Tekst van het document
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD ADVIES OVER DE CULTURELE INFRASTRUCTUUR VAN AMSTERDAM KUNSTENPLAN 2025-2028
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
De kunstraad is gevraagd advies uit te brengen over de samenstelling van de Amsterdamse Basisinfrastructuur (Amsterdam Bis) in de periode 2025-2028. Vanwege de juridische kwetsbaarheid van het verdelen van schaarse subsidiemiddelen heeft de gemeente bij advocatenkantoor Pels Rijcken advies ingewonnen over de inrichting van de Amsterdam Bis. De kunstraad is verzocht te adviseren binnen de kaders van dit juridische advies, op basis van de uniciteit van een instelling, waarbij de omvang van de Amsterdam Bis teruggebracht wordt tot een maximum van 22 instellingen. Dat is een lastige, zo niet onmogelijke opgave. Het zwaarwegend juridisch kader maakt een artistiek inhoudelijke motivatie ondergeschikt. De aanloop naar het nieuwe kunstenplan zorgt voor veel onrust in de sector. Instellingen die op dit moment tot de Amsterdam Bis behoren vragen zich af of dat in de volgende periode nog steeds zo zal zijn. Maar ook instellingen die op dit moment niet in de Amsterdam Bis zitten, willen een plek in ‘de basis’. Een grote zorg van velen is het niet toereikende kunstenplanbudget1, de verdeling daarvan tussen Amsterdam Bis en het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) en de verdeling van gelden binnen het AFK2. De sector heeft een sterke behoefte aan duidelijkheid over de invulling van het systeem en de consequenties daarvan.
Daar hoort ook een duidelijke rolverdeling tussen wethouder, gemeenteraad, kunstraad en fonds bij, die transparant, logisch en begrijpelijk is en die recht doet aan de praktijk.3
1
Culturele Investeringsrekening Amsterdamse Kunstraad, maart 2022: “De stad blijft groeien, het aantal inwoners stijgt en er is sprake van (oplopende) inflatie. Het budget voor kunst en cultuur moet met deze ontwikkelingen meestijgen om het bestaande niveau van voorzieningen te kunnen handhaven. […] In vergelijking met andere Nederlandse steden blijkt dat de gemeente Amsterdam allerminst royaal inzet op kunst en cultuur. Utrecht en Rotterdam zijn koplopers met het hoogste percentage voor kunst en cultuur ten opzichte van de gemeentebegroting.”
2
Zowel tussen de verschillende regelingen bij het AFK, als tussen de verschillende categorieën/(deel)subsidieplafonds binnen de vierjarige regeling bij het AFK.
3
Brief proces toekomstig kunstenplan, ACI-AFK-kunstraad, 4 februari 2022.
2
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
GEEN AMSTERDAM BIS De kunstraad adviseert vanaf 2025 geen basisinfrastructuur te onderscheiden in Amsterdam en dus niet meer te spreken van een aparte Amsterdam Bis. Alle instellingen die een vierjarige subsidie toegekend krijgen, zitten in het Amsterdamse kunstenplan en behoren tot de culturele infrastructuur van Amsterdam. Een nieuw kunstenplan brengt altijd spanning met zich mee, het gaat immers over de bestaanszekerheid van instellingen. De onrust die nu echter is ontstaan, gaat terug naar 2015. Het jaar waarin het toenmalige college aankondigde de kunstenplansystematiek vanaf 2017 te veranderen en naar landelijk voorbeeld een Amsterdamse Basisinfrastructuur in te voeren. De kunstraad constateert dat de ‘knip’ in het kunstenplan het daadwerkelijke probleem is in de systematiek. De kunstraad is nooit voorstander geweest van deze tweedeling binnen het kunstenplan. In een stad waar zoveel verschillende culturele instellingen in samenhang zorgen voor een aanbod dat alle inwoners bedient, is een dergelijke knip te geforceerd en schadelijk voor het veld. Het verdeelt het landschap onnodig met alle gevolgen van dien. Het is inmiddels een vierjaarlijks terugkerend issue: wie behoort er tot de Amsterdam Bis en waarom of waarom niet.
Waar het vóór 2016 voor culturele instellingen belangrijk was om opgenomen te worden in het Amsterdamse kunstenplan, heeft de wijziging in het systeem de focus verlegd naar het wel of niet behoren tot de basisinfrastructuur. De nadruk ligt op status, aanzien en zekerheid. Bij de landelijke BIS zijn deze gevoelens niet anders: “Hoewel het budget voor beide subsidiestromen een identieke herkomst heeft, ervaren de subsidieontvangers dat anders. […] De BIS-instellingen vormen namelijk de culturele eredivisie. Het bereiken van deze categorie betekent plaatsing in het internationale topsegment en verschaft impliciet het keurmerk ‘excellent’. […] De fondsinstellingen vormen daarentegen een andere categorie. Ofschoon een gehonoreerde aanvraag dan evenzeer een uitstekend niveau onderstreept, geldt die kwalificatie in de kunstenwereld als lager dan een BISpositie. Het verlies van de BIS-status wordt als degradatie beschouwd, de overgang van een fondsstatus naar rechtstreekse OCW-financiering juist als promotie.” Ellen Hardy – De kunst van het financieren: financiering van de kunst – 2023 – p. 175
3
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
Daarbij is het benoemen van een basisinfrastructuur in de kern al discutabel, want wat is de basis?4 Hoewel ook met de tweedeling altijd is gesproken van één kunstenplan, voelt dit voor velen niet zo. Kritiek van de sector heeft bovenal betrekking op onheldere grondslagen voor afbakening van een basisinfrastructuur binnen het kunstenplan. De argumentatie was niet steekhoudend, waardoor een gevoel van willekeur ontstond. Een voorname reden voor het opsplitsen van het kunstenplan was het op afstand zetten van de politiek en het tegengaan van de politieke lobby bij de verdeling (op instellingsniveau) van het kunstenplanbudget. De politieke lobby lijkt er sindsdien alleen maar groter op geworden. Blueyard constateerde in de Evaluatie Kunstenplan 2021-2024 (september 2021) al dat het kunstenplan als systeem te complex is geworden. Het rapport van Pels Rijcken is voor de kunstraad de bevestiging dat de geforceerde tweedeling ook juridisch niet houdbaar is.
Proactief Met het loslaten van een aparte Amsterdam Bis, zoals de Amsterdamse Kunstraad nu adviseert, zet Amsterdam proactief een stap richting de stelselherziening van het subsidiesysteem die vanaf 2029 is aangekondigd. Staatssecretaris Cultuur en Media Gunay Uslu (inmiddels demissionair) heeft de Raad voor Cultuur verzocht om eind 2023 met een advies te komen. De Amsterdamse Kunstraad adviseert op een later moment over het stelsel in Amsterdam vanaf 2029. Geen beweging tot 2029 vindt de kunstraad geen optie.
4
Staatssecretaris Gunay Uslu (in brief Toekomst culturele basisinfrastructuur, 20 oktober 2022): “[…] In de loop van de vier BIS-periodes die zijn gepasseerd, is de afbakening tussen de bis en de fondsen verwaterd. Dit geeft bij elke aanvraagronde onrust bij instellingen over de vraag waar een aanvraag kan worden ingediend; instellingen vroegen voor de zekerheid bij beide loketten aan”.
4
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
ACHTERGROND Kunstenplan 2017-2020 Tot 2017 vielen alle door de gemeente Amsterdam vierjarig gesubsidieerde instellingen direct onder de gemeente, waarbij de kunstraad adviseerde over de aanvragen en de gemeenteraad besliste over de toekenningen. Vanaf 2017 kwam er een knip in het systeem: een Amsterdamse Basisinfrastructuur (A-Bis) onder directe verantwoordelijkheid van de gemeente, waarbij de kunstraad adviseerde over de aanvragen en het college besliste. Het overig vierjarig deel van het kunstenplan werd ondergebracht bij het AFK, waarbij het AFK kon besluiten en beschikken over de aanvragen. Voor het Kunstenplan 2017-2020 was in 2016 een A-Bis op naam aangewezen door het college, zonder advies van de kunstraad, op basis van een aantal criteria, eveneens opgesteld door het college. De A-Bis bestond uit instellingen die ‘samen het fundament vormden van de Amsterdamse gesubsidieerde culturele infrastructuur’. Er werden 21 instellingen benoemd in de A-Bis: 17 ‘topinstellingen’ plus 4 ‘cultuurhuizen’. De cultuurhuizen werden opgenomen in de A-Bis als een ‘bijzondere categorie’. Deze instellingen voldeden niet aan alle criteria, maar kregen een positie in de A-Bis vanwege de beleidsdoelstelling ‘meerpolige stad’. Zowel de aankondiging van een nieuw systeem (de knip), als de aanwijzing door het college van 21 instellingen op naam, riepen weerstand op binnen de sector.
Een aantal instellingen dat niet in de A-Bis werd opgenomen, voldeed naar eigen zeggen wel aan de toelatingscriteria. Bij aanvang van dat kunstenplan ontstond weer rust. Ook bij de (tevens grote) instellingen die nu niet meer direct onder de gemeente vielen. Kunstenplan 2021-2024 In 2019 vroeg het college de kunstraad advies uit te brengen over de samenstelling van de Amsterdamse Basisinfrastructuur (voortaan niet meer A-Bis maar Amsterdam Bis) voor het Kunstenplan 2021-2024. Hierbij benoemde het college de ‘voorwaarden’ waar Amsterdam Bis-instellingen aan moeten voldoen. Deze voorwaarden waren vrijwel gelijk aan de criteria die vier jaar eerder waren opgesteld ter onderbouwing van de keuzes ten aanzien van de samenstelling van de A-Bis. De kunstraad meent dat een evenwichtige verdeling van alle kunstenplaninstellingen over de Amsterdam Bis en het AFK niet gebaat is bij onderscheidende criteria die
5
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
van de eerstgenoemde ‘betere’ (belangrijkere) instellingen maakt. Voor de periode 2021-2024 adviseerde de kunstraad daarom instellingen in de Amsterdam Bis op te nemen op naam - op grond van de functie die zij vervullen binnen het Amsterdamse culturele veld. De kunstraad adviseerde een uitbreiding van de Amsterdam Bis naar 36 instellingen op naam. Jurisprudentie maakte dat het advies van de kunstraad niet kon worden overgenomen. De Amsterdam Bis werd in tweeën gedeeld: 21 unieke instellingen op naam en 15 instellingen via een aantal specifieke functies die een centrale rol vervullen bij het uitvoeren van de (huidige) beleidsambities. De instellingen op naam waren voorafgaand aan de aanvraagperiode bekend. Voor de functies konden instellingen een aanvraag indienen bij de gemeente. Deze Amsterdam Bis was in feite ingegeven door juridische (on)mogelijkheden. Instellingen die wilden aanvragen voor een functie binnen de Amsterdam Bis, konden (moesten) daarnaast een aparte aanvraag indienen bij het AFK – voor het geval de functie in de Amsterdam Bis niet aan hen werd toegewezen. Instellingen die niet op functie werden benoemd, konden wel nog meedingen in de vierjarige regeling van het AFK, wat een gevoel van ‘tweederangs’ bewerkstelligde.
6
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
INSTELLINGEN DIRECT ONDER GEMEENTE De kunstraad adviseert individuele subsidietoekenningen te laten geschieden door het AFK, op zeven instellingen na, die dan direct onder de gemeente vallen. De vraag is gerechtvaardigd of er überhaupt een tweedeling moet zijn binnen het kunstenplan, als er geen Amsterdam Bis meer onderscheiden wordt. Zonder tweedeling is er geen enkele discussie welke instelling waar hoort of waar moet aanvragen en is het beginsel van gelijkheid voor belanghebbenden in de subsidieregeling volledig gewaarborgd. Met een landelijke stelselherziening vanaf 2029 in het vooruitzicht, adviseert de kunstraad om nu niet te kiezen voor een volledige systeemwijziging (alle instellingen op één plek laten aanvragen), maar te kiezen voor een tussenfase. Maak een heldere en scherpe keuze, met het oog op de toekomst. Het belangrijkste verschil in de systematiek tussen de instellingen in de huidige Amsterdam Bis en de overige instellingen in het kunstenplan zit in de rol en positie van de gemeente. Instellingen in de huidige Amsterdam Bis vallen direct onder de gemeente. Deze instellingen dienen een aanvraag in bij de gemeente, de kunstraad adviseert, het college besluit. Het AFK daarentegen voert een opdracht uit van de gemeente en is een zelfstandige entiteit op afstand van de politiek.
De kunstraad adviseert geen onderscheidende basisinfrastructuur meer te benoemen, maar bij de tweedeling die in 2017 gecreëerd is, terug te gaan naar de grondslag van het verschil in systematiek: wel of niet direct onder gemeentebestuur. De kunstraad adviseert individuele subsidietoekenningen te laten geschieden door het AFK, op basis van vooraf vastgesteld beleid, zonder politieke inmenging achteraf. Voor de periode 2025-2028 vindt de kunstraad het belangrijk om zeven culturele instellingen wel direct onder de gemeente te laten vallen, zodat het college de zeggenschap houdt over deze investeringen. Instellingen die direct onder de gemeente vallen, vormen nadrukkelijk geen ‘basis’.
7
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
→ Collectie Amsterdam Instellingen die naast hun eigen collectie ook mede de Collectie Amsterdam beheren; de kunstwerken en bijzondere objecten die in het bezit zijn van de gemeente. Amsterdam Museum Een museum met als kernactiviteit het beheer en behoud van een collectie van cultuurhistorisch (inter)nationaal belang, met meer dan 100.000 objecten, en een focus op het versterken van de stadsgemeenschap. Het museum beheert mede de Collectie Amsterdam die eigendom is van de stad. Stedelijk Museum Amsterdam Een museum met een zowel nationaal als internationaal relevante collectie klassiek moderne en hedendaagse kunst. Het museum beheert mede de Collectie Amsterdam die eigendom is van de stad.
→ Grote instellingen met omvangrijk nationaal en internationaal bereik Amsterdam investeert jaarlijks fors (variërend van ruim zeven tot ruim dertien miljoen euro) in drie grote instellingen, die een omvangrijk nationaal en internationaal bereik hebben en een groot aantal fte (vast en/of flexibel). Naast de stad investeert ook het Rijk een relatief grote som geld in deze instellingen, wat bestuurlijke afstemming gewenst maakt. Het Nationale Ballet (Nationale Opera & Ballet) Een gezelschap dat grootschalig klassiek, modern en hedendaags balletrepertoire brengt en beschikt over een eigen podium, met ruim 1.600 zitplaatsen in de grootste zaal. De instelling opereert in en verhoudt zich tot een internationale context. Internationaal Theater Amsterdam Een grootschalige culturele instelling die podiumkunsten programmeert, produceert en repertoire brengt, beschikt over een vast acteursensemble, een podium met twee grote zalen, met ruim 750 en 500 zitplaatsen. De instelling opereert in en verhoudt zich tot een internationale context. Koninklijk Concertgebouworkest Een groot klassiek symfonieorkest dat invulling geeft aan breed symfonisch repertoire en als vast ensemble verbonden is aan een grote Amsterdamse concertzaal, met ruim 1.900 zitplaatsen in de grootste zaal. Het orkest opereert in en verhoudt zich tot een internationale context.
8
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
→ Grootstedelijke podia waarin de gemeente fors investeert Twee grootstedelijke podia waarin de gemeente in de komende kunstenplanperiode grote eenmalige investeringen doet met betrekking tot het gebouw, zoals genoemd in de Voorjaarsnota 2023. Podia die vanuit de context van een stadsdeel de gehele stad en metropoolregio bedienen. Bijlmer Parktheater Een grootstedelijk theater dat podiumkunsten programmeert en produceert in stadsdeel Zuidoost, een zaal met vlakke vloer heeft en plaats biedt aan huisgezelschappen of partners. Theater De Meervaart Een grootstedelijk theater dat podiumkunsten programmeert en produceert in stadsdeel Nieuw-West, een grote zaal en een zaal met vlakke vloer heeft en plaats biedt aan huisgezelschappen of partners.
9
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
FINANCIEEL KADER De stad groeit, het budget voor kunst en cultuur groeit niet mee en het veelzijdige aanbod van kunst en cultuur in de stad verschraalt aanzienlijk, ten koste van de Amsterdammer. Dat is het reële scenario waar we met elkaar tegenaan kijken.5 De kunstraad doet daarom een dringend beroep op het gemeentebestuur om het kunstenplanbudget te verhogen. Er wordt aan de kunstraad in de onderliggende adviesaanvraag geen advies gevraagd over de verdeling van middelen in het kunstenplan. Toch is dit onlosmakelijk verbonden met hoe instellingen over het kunstenplan verdeeld worden. Een knip in het kunstenplan is een knip in het kunstenplanbudget. Voorafgaand aan de kunstenplanadvisering stelt de gemeenteraad vast wat de verdeling van het budget is voor de verschillende regelingen binnen het kunstenplan. Instellingen die op naam zijn aangewezen, hebben voorafgaand aan de aanvraagronde dus al enige zekerheid over hun financiering. De hoogte van de individuele subsidiebedragen staat echter van tevoren niet vast. Het kunstenplanbudget en daarmee ook de tweedeling in het budget, wordt door de gemeenteraad besproken en vastgesteld in het najaar van 2023. De kunstraad zal voorafgaand aan deze bespreking adviseren over de Hoofdlijnen kunst en cultuur 2025-2028, maar doet nu alvast een dringend beroep op het gemeentebestuur om het kunstenplanbudget te verhogen.
De kunstraad gaat er bij de verdeling van middelen van uit dat de huidige subsidies van culturele instellingen die nu in de Amsterdam Bis zitten en voor de periode vanaf 2025 kunnen aanvragen bij het AFK, vanzelfsprekend worden overgeheveld naar het AFK. Van belang hierbij is dat deze overgehevelde bedragen ondergebracht worden binnen de financiële (deel)subsidieplafonds6 waar de betreffende instellingen kunnen aanvragen. Het AFK bepaalt de uiteindelijke subsidiehoogte per instelling. De effecten van de stijgende vastgoed- en energieprijzen zijn enorm, de indexatie is beperkt en er wordt van instellingen (terecht) fair pay verwacht. Dit kan zo neerkomen op begrotingen die 20% hoger zijn dan vier jaar geleden. De meeste culturele instellingen 5
Uit de brief van Kunsten ’92 (22 juni 2023) aan de cultuurwoordvoerders van de Tweede Kamer, in reactie op Uitgangspuntenbrief 2025-2028: ‘ […] daar komt bij: wanneer de budgetten voor de Rijksfondsen (ook na indexatie) gelijk blijven, verwacht Kunsten ’92 dat er minder gepresenteerd en ontwikkeld kan en zal worden en dat betekent een verschraling van de sector, voor makers en instellingen. Minder doen betekent niet per definitie fair practice, is ook niet altijd mogelijk en kan instellingen in de problemen brengen.’
6
Het AFK stelt een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies conform de hoofdlijnen en een verdeling van dit bedrag over de verschillende disciplines, de (deel) subsidieplafonds.
10
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
merken nog veel van de nasleep van de coronacrisis en moeten met behoud van huidig budget flink bezuinigen of inkrimpen, ambities bijstellen, de formatie aanpassen of andere scherpe keuzes maken. Dat maakt de kans aannemelijk dat een aanzienlijk deel van de huidige kunstenplaninstellingen niet meer door de gemeente ondersteund kan worden.7 Een extra en noodzakelijke impuls in bepaalde disciplines of beleidsdoelen (zie Contouren Kunstenplan 2025-2028), maakt het tekort aan budget nog groter. In de Culturele Investeringsrekening 2022 schetst de kunstraad, naar aanleiding van een prognose van onderzoeksbureau AEF, dat alleen al vanwege de groei van de bevolking en de (oplopende) inflatie het verschil tussen wat nodig is om de huidige voorzieningen te behouden en wat begroot is anno 2022, in 2030 groeit tot 44 miljoen euro. Landelijk constateerde staatssecretaris Uslu ook dat de culturele sector voor veel uitdagingen en onzekerheden staat in tijden van inflatie en een krappe arbeidsmarkt, en vanwege de gevolgen van de coronacrisis. In haar Uitgangspunten Cultuursubsidies 2025-2028 (juni 2023) geeft zij aan dat die onzekerheden niet allemaal weggenomen kunnen worden, maar dat zij het budget voor de periode 2025-2028 met ruim 34 miljoen euro verhoogt, om in elk geval fair pay te bevorderen. Het gaat om een verhoging van ruim 6%.
De gemeente Rotterdam heeft al eerder besloten jaarlijks 1,87 miljoen euro uit te trekken om fair pay binnen de Rotterdamse cultuursector mogelijk te maken in hun huidige cultuurplanperiode. In 2019 heeft de kunstraad laten berekenen wat de meerkosten van de toepassing van de Fair Practice Code voor de gemeente Amsterdam in 2021 zouden zijn. Die kwamen neer op 2,8 miljoen euro. De kunstraad adviseert om in navolging van OCW te voorzien in een tegemoetkoming in de kosten voor fair pay (voor alle kunstenplaninstellingen). Een additionele verhoging van het budget bij het AFK is noodzakelijk gezien de ambities die spreken uit de Contouren Kunstenplan 2025-2028. De kunstraad beseft dat de stad voor enorme opgaves staat, en dat het gemeentebestuur met de beperkte financiële middelen belangrijke keuzes voor de toekomst moet maken. In de contouren heeft het college geschetst dat het huidige subsidieniveau behouden ‘het hoogst haalbare startpunt’ is. Er wordt zelfs gewezen op een risico ten aanzien van de subsidietaakstelling die in het coalitieakkoord staat. De kunstraad heeft ervaren dat het gemeentebestuur zich maximaal inspant om bezuinigingen op de kunsten af te wenden. Een gelijkblijvend kunstenplanbudget is in feite echter een enorm verlies. Voor de sector en daarmee voor de stad. 7
Ook De Zaak Nu geeft een dergelijke waarschuwing in een brief (26 juni 2023) aan de cultuurwoordvoerders van de Tweede Kamer, in reactie op Uitgangspunten Cultuursubsidies 2025-2028: ‘Uit tal van onderzoeken is naar voren gekomen dat de beeldende kunstsector een grote achterstand heeft op het vlak van eerlijke betaling. […] Indien de huidige budgetten niet substantieel worden verhoogd, dreigt een derde tot de helft (!) van alle presentatieinstellingen die door het Mondriaan Fonds worden ondersteund buiten de boot te vallen […]’.
11
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
DE NIEUWE SITUATIE De door de kunstraad voorgestelde verschuiving binnen de huidige kunstenplansystematiek heeft uiteraard ook consequenties. Voor de sector, voor de gemeenteraad, het AFK en de kunstraad. Bijna alle culturele instellingen (op zeven na) kunnen net als vóór 2017 op dezelfde plek aanvragen, alleen nu op afstand van de politiek. Op dit moment ontvangen de eerder genoemde zeven instellingen samen zo’n 58 miljoen euro. Het totaal aan vierjarige subsidies binnen het kunstenplan bedraagt jaarlijks 106 miljoen euro8. (NB dit is geen financieel kader, slechts een grove optelling van de huidige bedragen)
Gemeentebestuur De gemeenteraad is voorafgaand aan de aanvraagperiode aan zet; bij het vaststellen van het beleid in de contouren en de hoofdlijnen, inclusief het besluit over de instellingen direct onder de gemeente en het financieel kader, en niet bij de toekenning van individuele subsidies. Na advisering van de kunstraad stelt het college de hoogte van de subsidies van de zeven instellingen direct onder de gemeente vast. De verantwoordelijkheid voor de subsidiebesluiten over de overige aanvragen voor het kunstenplan ligt bij het AFK, als uitvoerder van het beleid en zelfstandig orgaan op afstand van de politiek. Het AFK is bevoegd het beschikbare budget te verdelen. De kunstraad verzoekt het gemeentebestuur om niet achteraf, na de besluiten van het AFK, ‘reparaties’ uit te voeren door budgetten elders binnen de kunstenplanbegroting weg te halen. Dit werkt ontwrichtend voor de sector en ondermijnt het beginsel van gelijkheid en transparantie. De visie van het college voor de stad is vertaald naar beleidsprioriteiten voor kunst en cultuur. De regelingen binnen het kunstenplan geven invulling aan deze prioriteiten. De gemeenteraad kan bij het vaststellen van de hoofdlijnen sturen op het totaal aan regelingen binnen het kunstenplan, waaronder de regelingen bij het AFK. Zeker met een krap financieel kader is deze sturing essentieel.
Zo beslist het gemeentebestuur over het totaal aan financiële ruimte bij het AFK in de verschillende regelingen9. Binnen de vierjarige regeling besluit het AFK in afstemming met de gemeente over het aantal en de hoogte van de (deel)subsidieplafonds (categorieën). Er zou gekozen kunnen worden om het aantal plafonds uit te breiden, bijvoorbeeld met een categorie podia. Het gemeentebestuur stuurt 8
Huidig (2023) Amsterdam Bis 82,1 miljoen euro en AFK vierjarig 23,8 miljoen euro. Daarnaast zitten er vierjarige subsidies in het Cluster Cultuureducatie (11,5 miljoen euro).
9
Het AFK kent zowel projectmatige als meerjarige financieringsmogelijkheden. Projectmatige subsidies zijn: Projectsubsidie Professionele kunst, waaronder Mijn Eerste Aanvraag, Stipendium en Beeldende Kunst in de Openbare Ruimte; Projectsubsidies Cultuurmakers; Stimuleringsregeling Eigentijdse Dans. Meerjarige subsidie zijn momenteel: Vierjarige subsidie 2021-2024, Regeling Ontwikkeling 2021-2024, Tweejarige subsidies Cultuurmakers 20232024, Regeling Driejarige subsidies Cultuurcoach 2022-2024.
12
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
ook met de hoofdcriteria voor beoordeling (voor 2021-2024 waren dit artistiek belang, belang voor de stad, uitvoerbaarheid en diversiteit en inclusie). In een uitwerking van de regeling kan er extra focus aangebracht worden, bijvoorbeeld op jeugdaanbod of erfgoed. Ook kan ervoor gekozen worden extra in te zetten op de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Daarbij kan het gemeentebestuur besluiten tot eventuele aanvullende subsidievoorwaarden in het kader van het kunstenplan. In het huidige kunstenplan zijn als ‘systeemingreep’10 functies toegevoegd. Deze functies zijn een vertaling van de beleidsambities. De kunstraad adviseerde in de Verkenning 2022 om de functies te beleggen bij het AFK, zodat instellingen niet meer een dubbele aanvraag hoeven in te dienen. Het college kiest er nu voor geen functies toe te voegen aan het komende kunstenplan. De kunstraad begrijpt dat functies het systeem van aanvragen en toekennen alleen maar ingewikkelder maken. Met het formuleren van scherpe criteria voor beoordeling kan het gemeentebestuur eveneens sturen op beleidsambities. Het is van belang dat voorafgaand aan de beoordelingsprocedure de visie van de gemeente op het kunstenveld in z’n totaliteit gewaarborgd is en de beleidsdoelen verankerd zijn in de regelingen bij het AFK.
Het gaat om het waarborgen van een goede balans in de culturele sector, met gevestigde instellingen, voldoende experimenteer- en onderzoeksruimte, presentatieplekken en doorstroommogelijkheden voor makers.
Amsterdams Fonds voor de Kunst Alvorens voorliggend advies uit te brengen, hebben wij omwille van de uitvoerbaarheid over de strekking van dit advies met de directie van het AFK gesproken. De verschuiving binnen het kunstenplan betekent dat er een grotere verantwoordelijkheid bij het AFK komt te liggen. Het aantal aanvragen zal toenemen, net als het aantal kunstenplaninstellingen dat onder het AFK valt. Het AFK heeft ruim 200 vierjarige aanvragen beoordeeld in de vorige ronde. Op dit moment worden er 127 instellingen door het AFK gesubsidieerd in de vierjarige regeling. Daar zouden door de verschuiving 29 instellingen bij komen. Het AFK heeft de afgelopen periode ingezet op het toegankelijker (en ook bekender) maken van subsidiemogelijkheden, en op de versterking van makers, nieuwe en jonge organisaties.11 Met het oog op doorstroom is de verwachting van het AFK dan ook dat er in 2024 überhaupt meer aanvragers voor vierjarige subsidie zullen zijn dan in 2020: ongeveer een derde meer. In de voorgestelde verschuiving zullen er meer instellingen waar de gemeente nu jaarlijks fors in investeert (rond de 1-3 miljoen euro), onder het AFK vallen. Het AFK krijgt daarmee meer financiële verantwoordelijkheid. Het huidige AFK-budget voor de vierjarige regeling 10
Contouren Kunstenplan 2025-2028.
11
Met name via de regeling Ontwikkeling en de regelingen Projectsubsidies.
13
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
is ruim 24 miljoen euro op jaarbasis. Met de verschuiving van instellingen naar het AFK zou daar gezien de huidige bedragen van die instellingen ruim 22 miljoen euro bijkomen (het totaal van 29 instellingen). Bijna een verdubbeling van het budget voor de vierjarige regeling. Voor het AFK zijn omvangrijke subsidiebedragen niet nieuw, op dit moment subsidieert het fonds ook instellingen met bedragen boven de één miljoen euro: Theater Bellevue en De Kleine Komedie. Het toevoegen van meer grote subsidies zorgt voor een betere balans tussen de grote en minder grote subsidies bij het fonds.
Amsterdamse Kunstraad Ook voor de kunstraad heeft de voorgestelde verschuiving gevolgen; een beperktere taak op instellingsniveau. Sinds de knip in het kunstenplan heeft de kunstraad een grotere rol gekregen in beleidsadvisering met zowel gevraagde adviezen als adviezen op eigen initiatief. De kunstraad zal net als in de afgelopen jaren de hele sector – alle kunstenplaninstellingen, maar ook daarbuiten – blijven monitoren ten behoeve van de beleidsadviezen. Dit zal gaan over specifieke onderwerpen en adviezen die de hele sector en de stad betreffen, zoals de Culturele Investeringsrekening en de Verkenning. De verschuiving nu betekent concreet een minder grote opdracht in de periode van de komende kunstenplanadvisering (februari tot juni 2024).
Samenwerking kunstraad en AFK Sinds de tweedeling in het kunstenplan, waarbij het AFK een deel van de aanvragen behandelt, vindt afstemming plaats tussen de kunstraad en het AFK. De laatste jaren is er in toenemende mate een samenwerking ontstaan en zorgen we dat we elkaar aanvullen waar mogelijk; medewerkers van de kunstraad en het AFK delen hun kennis in een permanent gesprek. Het feit dat zowel de kunstraad sinds eind 2022 in hetzelfde pand huist als het AFK, bevordert de (kennis)uitwisseling. We zijn momenteel in gesprek over de manier waarop we ten behoeve van de adviesperiode over 2025-2028, maar ook de periode daarna richting een stelselwijziging, de samenwerking kunnen intensiveren.
Culturele sector Voor de sector zal gevoelsmatig het loslaten van de basisinfrastructuur-systematiek de grootste verandering zijn. Met als gevolg meer eenheid binnen het kunstenplan. Voor een groot deel van de sector, de culturele instellingen die eerder ook hun aanvraag indienden bij het AFK, verandert er weinig (niets) als het gaat om het aanvragen van vierjarige kunstenplansubsidie. De instellingen die de vorige kunstenplanronde zowel bij de gemeente als bij het AFK een aanvraag ingediend hebben, dienen nu één aanvraag in, bij het AFK. Voor een klein aantal instellingen, namelijk de instellingen die in het huidige kunstenplan op naam zijn aangewezen en hun aanvraag hebben ingediend bij de gemeente, verandert er meer. Ook deze instellingen zullen hun aanvraag nu indienen bij het AFK. Instellingen die niet eerder een aanvraag hebben ingediend bij het AFK kunnen
14
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
ervan verzekerd zijn dat de kunstraad zorgt voor een goede overdracht. Ook tijdens het proces van beoordeling blijven de medewerkers van de kunstraad nauw betrokken. Alle aanvragen binnen het kunstenplan worden beoordeeld door adviseurs die goed op de hoogte zijn van het veld. De hoofdcriteria waar de aanvragen op beoordeeld worden, zijn voor alle kunstenplaninstellingen gelijk. Het op afstand staan van de politiek bij individuele subsidietoekenningen, betekent niet dat de gemeente letterlijk op afstand staat. Het kunstenplanbudget is gemeentegeld. Het gemeentebestuur heeft een verantwoordelijkheid voor alle instellingen die worden opgenomen in het vierjarig kunstenplan. Dat staat los van de manier waarop de gelden verdeeld worden. Bij de bereidheid mee te denken en/of te helpen in het oplossen van (onverwachte) vraagstukken van instellingen, moet het niet uitmaken via welke route een instelling de subsidie ontvangt.12
Verantwoordelijkheid Alle culturele instellingen waarin de gemeente investeert met gemeentegeld, hebben een verantwoordelijkheid voor hun aandeel in de culturele infrastructuur van Amsterdam en daarmee een verantwoordelijkheid naar de stad. Deze verantwoordelijkheid is voor alle kunstenplaninstellingen anders. Dat heeft te maken met de omvang van de instelling en de plek binnen de sector. Waar een kleine instelling bijvoorbeeld elk jaar één jonge maker opleidt, kan van een grote instelling verwacht worden dat verbinding met de sector en de stad volledig verweven is in de plannen. De kunstraad adviseert instellingen in hun aanvraag zélf te laten benoemen op welke manier ze (willen) bijdragen aan de sector als geheel en het belang voor de stad. Dit is een inhoudelijk onderdeel van de meerjarenplannen. De kunstraad gaat ervan uit dat de sterkste schouders (daar waar de gemeente het meest investeert), de grootste verantwoordelijkheid nemen. Er zijn vijf instellingen waarin de gemeente een substantieel hoger bedrag investeert.13 Deze instellingen hebben een zware verantwoordelijkheid. Ook op terreinen waar deze instellingen nu minder actief zijn, verwacht de kunstraad extra inspanning en nieuwe initiatieven waar het gaat om verbinding met de hele stad. De kunstraad adviseert deze instellingen bij hun aanvraag uitgebreid te laten reflecteren op deze verantwoordelijkheid.
12 Er zijn meerdere instellingen die gefinancierd worden vanuit het Amsterdamse kunstenplan, die naast hun meerjarensubsidie en de contacten met gemeente of AFK die daarmee gepaard gaan, te maken hebben met vraagstukken die (deels) losstaan van hun subsidie. Zo heeft Stedelijk Museum Amsterdam te maken met lekkage aan het dak, Paradiso met maatregelen tegen geluidsoverlast en De Balie met noodzakelijke en ingrijpende beveiligingsmaatregelen. Het gaat hier ook om overstijgende zaken als de tijdelijkheid van culturele instellingen in Zuidoost. 13 Amsterdam Museum, Stedelijk Museum Amsterdam, Het Nationale Ballet (Nationale Opera & Ballet), Internationaal Theater Amsterdam en Koninklijk Concertgebouworkest.
15
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
Omdat dit geen vrijblijvend karakter kan hebben, adviseert de kunstraad voor deze vijf instellingen een tussentijdse visitatie door een commissie van (inter)nationale experts, begeleid vanuit de kunstraad. Centraal in deze visitatie staat de verantwoordelijkheid die de instellingen nemen voor de sector en hun relevantie voor de stad, bezien vanuit de eigen artistieke koers.
16
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
SLOTWOORD De kunstraad is zich ervan bewust dat dit advies in eerste instantie de onrust niet zal wegnemen. Het juridisch kader heeft echter het bestaande systeem onmogelijk gemaakt. Het Kunstenplan 2025-2028 is een tussenfase. Met dit advies neemt Amsterdam een voorsprong op een stelselherziening vanaf 2029. De voorgestelde verschuiving is enerzijds radicaal – het loslaten van de Amsterdam Bis, meer budget en verantwoordelijkheid bij het AFK, en daarmee dus op afstand van de politiek. Anderzijds houdt de verschuiving het bestaande systeem (deels op afstand van de gemeente) in stand. De hele sector heeft last van het elke vier jaar opnieuw vormen van een ‘eredivisie’. Dit advies is een keuze voor de kunsten – voor de stad.
17
VOOR DE KUNSTEN – VOOR DE STAD
COLOFON Voor de kunsten - voor de stad Advies over de culturele infrastructuur van Amsterdam – Kunstenplan 2025-2028 18 juli 2023
Bestuur Felix Rottenberg, voorzitter Farid Benmbarek Alida Dors Judith Leysner Jaïr Stranders Katja Weitering Isis van der Wel
Bureau Barbara van de Water, algemeen secretaris Sjaiesta Badloe, beleidsmedewerker Bianca Nieuwboer, beleidsmedewerker Liza Titawano, beleidsmedewerker Vormgeving: Context - creative studio Amsterdamse Kunstraad Piet Heinkade 179 1019 HC Amsterdam kunstraad.nl
18