2. Aanbiedingsbrief afhandelen motie premetro Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Gemeenteraad Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM
*Z00694985DD*
Datum
8 december 2020 V&OR/UIT/2020007200 Behandeld door D. Pastoor, Verkeer en Openbare Ruimte, d.pastoor@amsterdam.nl Bijlage(n) Premetro Oost-Westlijn, Verkenningen naar aanleiding van de Discussienota CDA: Premetro, een eerste stap Ons kenmerk
Onderwerp
Afhandeling motie Oost-Westverbinding (premetro Oost-Westlijn)
Geachte leden van de raad, In de vergadering van de gemeenteraad van 7 november 2019 heeft uw raad bij de behandeling van de Begroting 2020 de motie 1730 (ingekomen onder 1682’) van raadslid Boomsma van CDA aangenomen, waarin het College gevraagd wordt om: Bij de geplande verkenningen naar HOV Oost-Westverbindingen in te gaan op het voorstel zoals gedaan in de discussienota Premetro, besproken in de raadscommissie MLD d.d. 3 oktober 2019; De resultaten van de verkenningen in Q2 van 2020 voor te leggen aan de raad. Gegeven de aard en omvang van de onderzoeksvraag hebben wij het onderzoek naar het voorstel uit de Discussienota Premetro in een zelfstandig onderzoekstraject opgenomen. Middels voorliggend brief en bijgevoegde rapportage, informeren wij u over de afhandeling van dit onderzoek en de motie. Inleiding In november 2019 heeft CDA motie 1730 (ingekomen onder 1682’) ingediend op basis van de Discussienota Premetro (CDA). De Discussienota behandelt een alternatieve benaderingswijze voor een Oost-West metro (Schiphol – Lelylaan – Leidseplein – Weesperplein – MuiderpoortZeeburg), als vervolg op de metronetstudies uit 2015 en 2017 (behandeld in uw commissievergaderingen van respectievelijk 6 januari 2016 en 4 oktober 2017).
In deze studies liet de Oost-west metro vervoerskundig veel potentie zien, maar ging deze ook gepaard met hoge investeringskosten van 6,6 miljard euro (inclusief btw). Deze combinatie resulteerde in een lage MKBA-score van 0,26. Dat betekent dat de verwachte maatschappelijke baten niet opwegen tegen de investeringskosten. Prioriteit van het Amsterdams college ligt sindsdien op de metrouitbreidingen doortrekken NZ-lijn naar Hoofddorp en Sluiten van de Ringlijn.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 8 december 2020 Kenmerk V&OR/UIT/2020007200 Pagina 2 van 5
In de Discussienota van het CDA is het voorstel gedaan om in een eerste stap alleen het binnenstedelijk deel van de Oost-West metro aan te leggen en deze in eerste instantie te gebruiken als een tramtunnel. Op een later moment zou in het voorstel deze tunnel worden omgebouwd tot volledige metrotunnel. Op het binnenstedelijk deel worden immers de meeste reizigers verwacht, terwijl in eerste instantie slechts een deel van het tracé aangelegd hoeft te worden. Hypothese in de Discussienota is dat dit zal resulteren in een gunstigere MKBA-score. In deze brief worden de uitkomsten van het onderzoek dat naar aanleiding van deze discussienota is gemaakt gerapporteerd Onderzoek Premetro Oost-Westlijn In een samenwerking tussen gemeente Amsterdam, Vervoerregio Amsterdam en GVB is het onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is op een vergelijkbare wijze ingericht als de onderzoeken uit 2015 en 2017. Hiermee maken wij een vergelijking tussen de onderzoeksresultaten mogelijk. In het onderzoek zijn twee hoofdvarianten uitgewerkt en met elkaar vergeleken: Variant 1: Een volledige oost-west metro tussen Schiphol en Zeeburgereiland via Lelylaan, Leidseplein, Vijzelgracht, Weesperplein en Muiderpoort. Het betreft hetzelfde tracé als in de eerdere onderzoeken met dezelfde stations. Vanaf het moment van ingebruikname, wordt de verbinding als volwaardige metro geëxploiteerd.
De uitwerking van deze eerste variant wordt gebruikt als vergelijkingsmateriaal voor de uitgevraagde pre-metrovariant uit de Discussienota.
Variant 2: Een pre-metroverbinding conform het voorstel in de Discussienota. In deze variant is alleen het tracé tussen Surinameplein en Alexanderplein ondergronds gebracht in een tunnel. Deze tunnel is gedimensioneerd op een metrosysteem, maar wordt in eerste instantie gebruikt als tramtunnel. Aan weerszijden van de tunnel wordt aangesloten op de traminfrastructuur richting De Aker en Muiderpoort. Vanaf het moment van ingebruikname wordt de verbinding als tram gebruik (vervanging van de huidige tramlijn 1). Op een later moment wordt deze omgebouwd en uitgebreid tot volledige Oost-west metro zoals beschreven in variant 1.
Met behulp van het Verkeersmodel Amsterdam (VMA) zijn vervoerskundige doorrekeningen van het vervoerspotentieel van beide varianten (zichtjaar 2040). Vergelijkbaar met de eerdere studies, laat de volledige oost-west metro hoge reizigersaantallen zien. Op etmaalbasis zullen ruim 170.000 reizigers dagelijks gebruik van de nieuwe metroverbinding. Dit aantal ligt iets lager dan in de eerdere onderzoeken gepresenteerd als gevolg van modelactualisaties in het VMA. De uitkomsten liggen wel in dezelfde bandbreedte en zijn daarom betrouwbaar en bruikbaar voor de MKBA-vergelijking. De pre-metrovariant kan rekenen op circa 125.000 reizigers op etmaal basis, dat is vergelijkbaar met het gebruik van de Noord/Zuidlijn eind 2019. Het grote verschil ten opzichte van variant 1 is het ontbreken van het tracé richting Schiphol, wat in de volledige oost-west metro voor een significant vervoersdeel zorgt. Echter, in vergelijking met een bovengrondse tramlijn 1 (zelfde
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 8 december 2020 Kenmerk V&OR/UIT/2020007200 Pagina 3 van 5
tracé) trekt de premetro veel meer reizigers. De reistijdwinst die behaald wordt door het ondergronds aanleggen van het binnenstedelijk deel, heeft een grote aantrekkingskracht op de reiziger in Amsterdam. Overigens zijn deze reizigersaantallen dusdanig hoog dat het de vraag is of deze hoeveelheid reizigers op een veilige en comfortabele wijze te vervoeren zijn met een hoogfrequent tramsysteem. Op basis van de eerste doorrekeningen en expertoordeel is het de verwachting dat er in de spits vervoersknelpunten op gaan treden in een ondergronds premetro tramtunnelsysteem. De investeringskosten van de volledige metro (variant 1) zijn aangepast en verder uitgedetailleerd op basis van de nu beschikbare informatie. De investeringskosten worden nu geraamd op € 7,5 miljard euro (inclusief btw). De investeringskosten liggen hiermee 900 miljoen hoger dan in 2015 geraamd, voornamelijk het gevolg van prijscorrectie tussen 2015 en 2020. De investeringskosten voor de pre-metrovariant liggen met € 3,4 miljard (inclusief btw) beduidend lager dan de volledige oost-west metro. De ombouw op een later moment naar een volledige oostwest metro kost aanvullend € 5,5 miljard euro. Dit betreft zowel de uitbreiding van tracé richting Schiphol en Zeeburg als de ombouw ín de bestaande tunnel van tramsysteem naar metrosysteem.
Hierbij zijn we uitgegaan van de bouw van het premetrosysteem in 2040 en een ombouw van premetro naar metro in 2060. De totale investeringskosten van eerst premetro en later volledig metro komen daarmee op 8,8 miljard euro (inclusief btw). De prestaties en financiële consequenties van de beide varianten zijn in een MKBA doorgerekend en met elkaar vergeleken. De MKBA is door hetzelfde bureau op dezelfde wijze opgezet als de MKBA uit 2017. Hiermee is een goede vergelijking tussen de onderzoeken mogelijk. Uit de MKBA zijn de volgende resultaten naar voren gekomen: De volledige oost-west metro (variant 1) heeft een licht hogere MKBA-score dan de premetro (variant 2). De varianten scoren respectievelijk 0,31 en 0,26. Deze scores liggen dusdanig dicht op elkaar dat we op hoofdlijnen kunnen spreken van vergelijkbare scores. Beide varianten scoren lager dan 1,0, wat betekent dat de (maatschappelijke) kosten hoger liggen dan de (maatschappelijke) baten. De ombouw van de premetro naar een volledige oost-west metro op een later moment, resulteert in een MKBA-score van 0,29. De uitkomsten van de MKBA voor de volledige oost-west metro zijn in lijn met de uitkomsten uit 2017. Indertijd scoorde de volledige oost-west metro 0,26.
Wij komen hiermee tot de conclusie dat het gefaseerd aanleggen van de oost-west metro middels eerst een premetro tunnel en op een later moment de uitbouw tot de volledige oost-west metro, niet leidt tot een gunstigere MKBA. De investeringskosten van de premetro oplossing liggen weliswaar lager dan de volledige oost-west metro, de vervoersaantallen zijn ook minder dan bij in een volledige metro. Deze beide aspecten gecombineerd, resulteren in een MKBA-score die de niet positiever uitpakt. Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt hiermee de hypothese uit de Discussienota weerlegd.
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 8 december 2020 Kenmerk V&OR/UIT/2020007200 Pagina 4 van 5
Een tweede conclusie die getrokken wordt is dat een premetro door zijn beperking van een maximale frequentie van 16x in de spits, qua capaciteit op termijn niet toereikend is voor de verwachte vervoervraag. De maximale frequentie komt voort uit de begrenzing op maaiveld met een dubbele tram in de aanpalende Muiderpoortbuurt en Osdorppleinbuurt, waar de premetro bovengronds rijdt. De in de toekomst verwachte intensiteit/capaciteit verhouding (vraag/capaciteit) in de spits ligt tussen de 1,1 en 1,4. Dit houdt in dat de voertuigen op basis van de huidige vervoersnormen van VRA en GVB regelmatig te vol zijn. Een grotendeels ondergronds tramsysteem is dus te klein om de vervoersvraag op te vangen. Aanvullend onderzocht: een definitieve tramtunnel Aanvullend op de onderzoeksopdracht afkomstig uit de Discussienota, hebben we ook gekeken naar de mogelijkheid om een tunnel te ontwerpen die niet uitgebouwd wordt tot volledige oostwest metro. Omdat dan niet voldaan hoeft te worden aan de strengere civieltechnische eisen van een metrosysteem hebben we optimalisaties in het tracé kunnen doorvoeren. En met het realiseren van een definitieve tramtunnel, wordt ook een kostbare (en hinderlijke) ombouw op een later moment voorkomen. Uit het onderzoek naar deze variant blijkt echter dat de reizigersaantallen ook niet doorgroeien tot de aantallen van een volledige oost-west metro.
Het is daardoor niet mogelijk om in de verdere toekomst metrowaardige vervoerscijfers te realiseren. Hierdoor scoort deze variant met 0,13 slechter dan de twee hoofdvarianten. Vervolg De gefaseerde aanleg van een oost-west metro middels een premetro systeem laat een vergelijkbaar beeld zien met de eerdere studies. Hoewel vervoerskundig interessant, staan de hoge investeringskosten nog steeds een positievere MKBA-score in de weg. Deze constatering neemt niet weg dat het versnellen van de oost-west relatie in Amsterdam aansluit bij de vervoersvraag van de toekomst. De conclusie dat een significante versnelling van een tramsysteem al snel tegen vervoersknelpunten aanloopt onderschrijft deze waarneming. Voor de periode tot 2040 zet het Amsterdams college in op de metro-uitbreidingen aan de westkant via het doortrekken van Noord-Zuidlijn naar Hoofddorp via Schiphol in combinatie met het sluiten van de Ringlijn. Hiermee wordt tussen Isolatorweg en Amsterdam Centraal inclusief doorkoppeling op de Oostlijn richting het Amstelstation al een gedeeltelijke invulling gegeven aan de noodzakelijke versnelling en capaciteitsuitbreiding van de oost-west relatie. Deze uitbreidingen resulteren bovendien in een zeer wenselijke ontlasting van het tramnet aan de westzijde van de stad, gezien de voorziene groei van het tramnetwerk én de ambities in het kader van bijvoorbeeld Agenda Autoluw.
Daarnaast faciliteren de metro-uitbreidingen de stedelijke ambities in nieuwe ontwikkelgebieden als Haven-Stad en in Schinkelkwartier, middels het aanbieden van een hoogwaardige en hoogfrequentie metro-ontsluiting. Met name voor Haven-Stad is deze ontsluiting middels een gesloten Ringlijn randvoorwaardelijk voor het bereiken van de stedelijke, regionale en nationale ambities ten aanzien van woningbouw, werkgelegenheid én duurzame mobiliteit. Ook de stedelijke ontwikkeling in de bestaande stad profiteert van deze versterking van het metronetwerk. De uitbreiding van het metronetwerk biedt mogelijkheden voor het optimaliseren
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 8 december 2020 Kenmerk V&OR/UIT/2020007200 Pagina 5 van 5
en verhogen van de dienstregeling in bijvoorbeeld Zuidoost, waardoor ontwikkellocaties beter ontsloten worden. Gezien de urgentie op deze stedelijke opgaven geeft het college prioriteit aan het sluiten van de Ringlijn en het doortrekken van de Noord/Zuidlijn voor de periode vanaf 2030. Vanaf 2040 komen verdere versterking van het Amsterdams metronetwerk in beeld. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen de motie daarmee als afgedaan. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Sharon A. M. Dijksma Wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit
Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl