2.3 bijlage Raadsinformatiebrief - verbod bontlkk.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 1 februari 2022 Economische Zaken Victor Everhardt EZC (directie-.en.managementadvisering.ez@amsterdam.nl)
Onderwerp
Vervolg verkoopverbod op bont, levende kreeften en krabben op markten
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, In het Coalitieakkoord 2018-2022 'Een nieuwe lente en een nieuw geluid', is een verbod op de verkoop op markten van bont, levende kreeften en krabben als voorgenomen maatregel opgenomen. Hiertoe is een concept aanwijzingsbesluit van verboden waren (hierna: het verbod) vrijgegeven voor inspraak. De inspraakperiode liep van 20 september tot en met 29 oktober 2021. Op basis van zienswijzen op het concept aanwijzingsbesluit is juridisch advies gevraagd aan Pels Rijcken. Uit dit advies blijkt dat het juridisch fundament onder het verkoopverbod moet worden verstevigd. Daarvoor zijn eerst vervolgactiviteiten noodzakelijk. Dit betekent helaas uitstel van het verkoopverbod. Het college blijft voornemens om de verkoop van bont, levende kreeften en krabben op markten te verbieden. Het streven is om dit alsnog vanaf 2023 te realiseren. Ik betreur deze vertraging ten zeerste. Met deze brief informeer ik u hoe ik tot deze afweging ben gekomen en welke activiteiten de komende periode worden ondernomen, zodat op termijn een juridisch houdbaar verbod kan worden ingesteld. Er zijn meerdere inspraakreacties van marktondernemers en andere belanghebbenden ontvangen. In vrijwel al deze reacties wordt bezwaar geuit tegen het op handen zijnde verbod.
Enkele betrokkenen hebben hierbij juridisch advies ingewonnen en wijzen erop dat de argumentatie voor het verbod mogelijk juridisch onvoldoende is gefundeerd. Het college heeft begrip voor de bezwaren die zijn geuit tegen het verbod. We blijven echter achter het streven staan om te komen tot een verbod, met ook een redelijke overgangstermijn. Van belang is, ook in de richting van de belanghebbenden, dat op passende en houdbare wijze te doen. Het college heeft daarom advocatenkantoor Pels Rijcken om advies gevraagd. Volgens hun advies betreft het voorgenomen verbod een concretiserend besluit van algemene strekking. Dat betekent dat het besluit rechtstreeks ter toetsing aan de bestuursrechter kan worden voorgelegd. De kans hierop wordt zeer groot geschat. In geval van een bestuursrechtelijke toetsing zal in ieder geval worden bekeken of de belangen die het verbod dient - dit betreft in hoofdzaak bescherming van de openbare orde en veiligheid en consumentenbescherming (zie bijgevoegd concept aanwijzingsbesluit) - passen binnen de doelstellingen van de Marktverordening. De inschatting is dat de rechter het verband tussen de met het verbod te dienen belangen en de met de Marktverordening te dienen doelstellingen te zwak acht om het
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 1 februari 2022 Pagina 2 van 3
verbod te rechtvaardigen. Bij de huidige stand van zaken wordt dan ook afgeraden om het verbod in te voeren. Om op termijn een juridisch houdbaar verbod in te kunnen stellen worden de komende periode de volgende drie activiteiten ondernomen: Opname extra grondslagen in de Marktverordening, op basis waarvan een (juridisch) houdbaar verbod kan worden ingesteld Om de kans te verhogen dat het verbod een bestuursrechtelijke toetsing overleeft dienen in de Marktverordening extra grondslagen te worden opgenomen die het college meer handvatten bieden bij het aanwijzen van waren waarvan het verboden is die op de markt te verkopen. Als verbodsgrondslagen dienen in ieder geval bescherming van de openbare orde - dit is nu enkel als belang in de verordening opgenomen en niet als grondslag om verboden waren aan te wijzen - en consumentenbescherming te worden opgenomen. Tevens wordt onderzocht of dierenwelzijn als belang in de Marktverordening kan worden opgenomen. Ik laat de komende periode (juridisch) onderzoek verrichten naar of en hoe de Marktverordening kan worden herzien. Nader onderzoek naar noodzaak bescherming openbare orde en consumenten Aangetoond moet worden dat voor de bescherming van de openbare orde en consumenten op de markt het voorgenomen verkoopverbod noodzakelijk en passend is.
Ik laat onderzoek verrichten naar de risico’s die gemoeid zijn met de verkoop van bont, levende kreeften en krabben op markten. In ieder geval wordt uitgezocht of marktbezoekers daadwerkelijk aanstoot nemen aan de aanwezigheid van deze producten op de markt en tot welke risico’s dit kan leiden. Marktonderzoek/consultatie van marktbezoekers lijkt hiervoor een geschikte methode. Tevens dient het onderscheid tussen verkoop in winkels en op de markt beter inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij moet aandacht zijn voor het verschil in bescherming van consumenten (o.a. in de vorm van voorlichting) dat in winkels en op de markt wordt geboden. Hiervoor is diepteonderzoek (o.a. interviews, literatuurstudie) benodigd, op basis waarvan een risicoafweging kan worden gemaakt. De uitkomsten kunnen tevens worden gebruikt bij de genoemde herziening van de marktverordening. Nader onderzoek naar en afweging van alternatieve maatregelen In geval van een bestuursrechtelijke procedure zal de rechter tevens beoordelen of het verbod getuigt van een evenredige belangenafweging. Dit betekent dat bij de invoering van het verbod een afweging moet zijn gemaakt waarin alle bijzondere omstandigheden worden gewogen tegen het belang dat met de maatregel is gemoeid.
Hierbij moet rekenschap worden gegeven van mogelijke negatieve consequenties (voor ondernemers die worden geraakt door het verbod) en worden uitgelegd waarom daaraan bij invoering van een algeheel verkoopverbod een minder zwaarwegend belang toekomt.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 1 februari 2022 Pagina 3 van 3
Bij dit alles moet ook worden nagedacht over eventuele alternatieve (lichtere) maatregelen, gekoppeld aan een gemotiveerde afweging waaruit blijkt of een algeheel verbod wel of niet noodzakelijk is. Op voorhand kunnen als mogelijke alternatieven worden aangemerkt het clusteren van marktkramen die de bedoelde waren aanbieden op een apart gedeelte van de markt, het (verplichten tot het) geven van nadere voorlichting en regulering van de verkoop van de bedoelde waren door middel van ontheffingen. Voor de genoemde afweging worden marktkooplieden, marktbezoekers en het Marktbureau geconsulteerd. Dit alles betekent dus helaas een vertraging voor de invoering van het verbod. Het streven is het verbod alsnog vanaf 2023 te realiseren. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Victor Everhardt Wethouder Economische Zaken
Bijlagen 1. Concept aanwijzingsbesluit van verboden waren
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl