2. 20HB0604-A1_Noordelijke Poeloever.pdf
Tekst van het document
Verkennend (water)bodemen asbest in grond c.q. puinonderzoek ter plaatse van de Noordelijke Poeloever te Amstelveen
In opdracht van: Naam Postadres Postcode + plaats Contactpersoon
: : : :
Gemeente Amstelveen Postbus 4 1180 BA Amstelveen Dhr. Y. van Koolwijk
Projectnummer Datum Opgesteld door Gecontroleerd door
: : : :
20HB0604-A1 17 februari 2021 Mw. P.H.M. van der Heiden Drs. S. Brink
Aanleiding Protocol Veldwerk Analyses
: : : :
Herinrichting terrein NEN 5740, NEN 5720, NEN 5707 en NEN 5897 Conform certificaat BRL 2000 (EC-SIK-20315) Eurofins-Omegam
Bezoek- en postadres
:
Telefoonnummer E-mail Internet NEN-EN-ISO 9001-2015
: : : :
Comeniusstraat 7, 1817 MS Alkmaar Krijn Taconiskade 412, 1087 HW Amsterdam 088-4720600 info@hbadvies.nl www.hbadvies.nl NCK.2018.272.ISO 9001.H162
HB Adviesbureau
Op alle offertes, werkzaamheden van en overeenkomsten met HB Adviesbureau zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing, gedeponeerd ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam op 3 juli 2013 onder nummer 56/2013. De voorwaarden staan vermeld op onze website www.hbadvies.nl.
2001/2002/2003/2018
HB Adviesbureau verklaart hierbij dat ten aanzien van de uitgevoerde werkzaamheden zij op geen enkele wijze een relatie heeft met de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie, danwel dat sprake is van een gewaarborgde functiescheiding conform de geldende richtlijnen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hoewel HB Adviesbureau de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van dit onderzoek kan het geen volledige zekerheid bieden omtrent de aan- of afwezigheid van een verontreiniging voor het gehele onderzoeksgebied. Het onderzoek betreft een momentopname. HB Adviesbureau aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor gevolgen welke voortvloeien uit beslissingen welke genomen zijn op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavig bodemonderzoek. HB Adviesbureau werkt uitsluitend samen met laboratoria, welke door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd zijn. De laboratoria bieden u de mogelijkheid om de juistheid en authenticiteit van de analyseresultaten te controleren.
HB Adviesbureau
INHOUDSOPGAVE
PAGINA
1.
INLEIDING EN DOEL
1
2.
VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER
2
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.
2 2 2 5 6
3.
4.
5.
6.
7.
Inleiding Geraadpleegde informatiebronnen Verkregen informatie Onderzoekshypothese en -opzet Toetsingskader
BESCHRIJVING VELDWERK
7
3.1. 3.2. 3.3.
7 7 8
Uitvoering bodemonderzoek Uitvoering waterbodemonderzoek Uitvoering asbestonderzoek
RESULTATEN GROND
10
4.1. 4.2. 4.3.
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
10 11 13
RESULTATEN GRONDWATER
15
5.1. 5.2. 5.3.
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
15 15 15
RESULTATEN WATERBODEM
16
6.1. 6.2. 6.3.
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
16 16 16
RESULTATEN ASBEST
18
7.1. 7.2. 7.3.
18 19 19
Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten
8.
VEILIGHEID
22
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
23
BIJLAGEN I : II : III : IV : V : VI :
20HB0604-A1
Overzichtstekening Profielbeschrijvingen Toetsingstabellen Analysecertificaten Toetsingskader Wet bodembescherming Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit
HB Adviesbureau
1.
INLEIDING EN DOEL
Door de gemeente Amstelveen is aan HB Adviesbureau opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend (water)bodem- en asbest in grond c.q. puinonderzoek ter plaatse van de Noordelijke Poeloever te Amstelveen. Een overzicht van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderhavig onderzoek is de toekomstige herinrichting van de locatie. De gemeente Amstelveen wil van het gebied een stadsstrand maken met een afgebakend gedeelte als zwemwater. Doel van het onderzoek is het vastleggen van: de milieuhygiënische situatie op de locatie; de indicatieve verwerkingsmogelijkheden van de vrijkomende materialen (grond, waterbodem, fundatiemateriaal, halfverharding) en de milieuhygiënische kwaliteit hiervan; de bodemopbouw tot 0,5 meter onder de fundatielaag/halfverharding; de aan- of afwezigheid van asbesthoudende materialen in de grond en/of mogelijk aanwezige fundatie en indien asbest wordt aangetroffen in welke concentratie dit aanwezig is; de in acht te nemen veiligheidsklasse conform de CROW 400 tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Met bovenstaande doelstellingen wordt nagegaan of er belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden. Voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig onderzoek wordt eerst alle (historische) informatie verzameld.
Vervolgens wordt met in achtneming van de doelstellingen van het onderzoek bepaald welke onderzoeksprotocol(len) gevolgd dient te worden en op welke wijze (strategie) het onderzoek uitgevoerd wordt. Het gehele voortraject voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt behandeld in hoofdstuk 2.
20HB0604-A1
1 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
2.
VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER
2.1. Inleiding In de NEN 5740, NEN 5720, NEN 5707 en NEN 5987 staat aangegeven dat een vooronderzoek (historisch onderzoek) uitgevoerd dient te worden conform de NEN 5725 en NEN 5717. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een onderzoekshypothese opgesteld. In de NEN 5725 is weergegeven welke inspanning noodzakelijk is bij welk soort aanleiding voor het uit te voeren vooronderzoek. Voor de uitvoering van het voorliggend onderzoek blijkt dat dient te worden voldaan aan de onderzoeksaspecten vallend onder: A:
Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.
G:
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.
De gegevens worden verkregen door onder andere het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, diverse overheidsinstanties, (digitaal) kaartmateriaal en het uitvoeren van een terreininspectie. Middels (historisch) kaartmateriaal wordt het vroegere gebruik van de locatie vastgesteld en wordt, onder andere, achterhaald of op de onderzoekslocatie voorheen bebouwing, sloten en/of dammen aanwezig zijn (geweest). 2.2. Geraadpleegde informatiebronnen Op de ter zake doende informatiebronnen is een screening uitgevoerd. Het locatiebezoek c.q. de terreininspectie heeft voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk plaatsgevonden. In tabel 2.1 is een overzicht weergegeven welke informatiebronnen zijn geraadpleegd en uit welke bron(nen) relevante gegevens zijn verkregen. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde informatiebronnen Informatiebronnen Opdrachtgever / eigenaar Omgevingsdienst NZKG Bodemloket Bodemkwaliteitskaart Eerdere onderzoeksrapporten aanwezig (Historisch) kaartmateriaal Google Maps Locatiebezoek / terreininspectie Overige informatiebronnen
Geraadpleegd √ √ √ √ √ √ √ √ -
Informatie beschikbaar √ √ √ √ √ √ √ √ -
Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en/of volledig zijn. Voor het verkrijgen van informatie is HB Adviesbureau afhankelijk van deze bronnen, waardoor HB Adviesbureau niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Verwacht wordt dat met de uitgevoerde screening een representatief beeld van de onderzoekslocatie wordt verkregen zodat een betrouwbare onderzoekshypothese kan worden opgesteld. 2.3. Verkregen informatie Van een locatie zijn veelal algemene (bodem)gegevens beschikbaar. De betreffende informatie is veelal beschikbaar op de website van de Omgevingsdienst. Met deze verzamelde gegevens van de locatie wordt met de specifieke terreingegevens beoordeeld of het bodemonderzoek zal plaatsvinden conform de strategie voor een onverdachte of verdachte locatie. De mate van verdachtheid is afhankelijk van het (vroegere) gebruik van de locatie, de aard van de activiteiten die in het verleden op de locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden en de aanwezigheid van potentiële bronlocaties.
20HB0604-A1
2 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
In tabel 2.2 is een overzicht van de terreingegevens en is de eventuele aanwezigheid van potentiële verontreinigingsbronnen weergegeven. Tevens is aangegeven of tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden in de bodem aandachtspunten zijn aangetroffen welke aanleiding geven tot het aanpassen en/of aanvullen van de onderzoekshypothese of onderzoeksopzet. Derhalve is ook reeds aangegeven of tijdens de veldwerkzaamheden bodemlagen zijn aangetroffen waarin een bijmenging met puin aanwezig is (asbestverdacht). Tabel 2.2: Overzicht terreingegevens en verontreinigingsbronnen Terreingegevens Oppervlakte onderzoekslocatie grond Oppervlakte waterbodem Kadastrale aanduiding Vroeger gebruik van de locatie Huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik van de locatie Gebruik belendende percelen Oppervlaktewater op, langs of nabij de onderzoekslocatie Verhardingen Potentiële verontreinigingsbronnen Brandstoftank(s) Gedempte sloten Brand(plaats) Asbestverdacht materiaal Sloopwerkzaamheden Funderings-/ ophooglaag, puinbijmengingen Gebruik/ opslag chemische middelen/ olie Aandachtspunten in de bodem tijdens veldwerk Andere bronnen, bijzonderheden
7.025 m² 4.105 m² sectie G nr. 4563 en nr. 4433 recreatiegebied park, water De Poel ja, deels nee ja niet bekend ja nee ja nee ja nee
In 2015 is door HB Adviesbureau een verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek uitgevoerd op een gedeelte van onderhavige onderzoekslocatie (Verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek ter plaatse van de noordelijke Poeloever te Amstelveen, HB Adviesbureau, kenmerk 15HB0204, d.d. 15 april 2015). Hierbij is onderstaande informatie verzameld: Op en nabij de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Onder andere de volgende onderzoeken zijn aangeleverd door de gemeente in 2015: Aanvullend milieukundig bodemonderzoek Poeloeverterrein (deels) gelegen aan de Doorweg te Amstelveen, UDM Adviesbureau BV, projectnummer 05-05-626 d.d. 23 december 2005; Verkennend milieukundig bodemonderzoek toekomstig wandel- en speelweide gelegen aan de Doorweg te Amstelveen, UDM Adviesbureau BV, projectnummer 06-05-0152 d.d. 19 mei 2006; Aanvullend onderzoek zuidelijk deel Poeloeverterrein te Amstelveen, Wareco Amsterdam bv, kenmerk As12.005kt.rap d.d. 27 november 2006; Verkennnend waterbodemonderzoek Poeloeverterrein te Amstelveen, UDM Adviesbureau BV, projectnummer 06-05-0020 d.d. 27 januari 2006; Indicatief en aanvullend bodemonderzoek parkeerterrein Raadhuis en Doorweg te Amstelveen, Grondslag, project 20083 d.d. 22 februari 2013.
Uit voorgenoemde onderzoeken bleek dat in het verleden een watergang rondom het oeverterrein van De Poel sterk verontreinigd is geraakt met PCB. Bij onderhoudswerkzaamheden in het verleden is de bagger uit deze watergang op het aangrenzende perceel verspreid. Voor het perceel is in 2008 een sanering uitgevoerd waarna het terrein is opgehoogd met schone grond afkomstig van de locatie “Laan van de Helende Meesters 2 en 2a”. Op de aangrenzende terreinen worden lokaal sterke verontreinigingen met diverse zware metalen aangetroffen.
20HB0604-A1
3 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Uit het genoemde onderzoek van 2015 bleek een gedeelte van de onderzochte locatie sterk verontreinigd met PAK en PCB. De locatie was destijds onderzocht vanwege het voornemen op het terrein een (tijdelijke) insteekhaven te graven. Voor zover bekend zijn deze werkzaamheden nooit uitgevoerd. Hieronder zijn de conclusies van het onderzoek weergegeven: Grond de boven- en ondergrond zonder bodemvreemde bijmengingen is niet tot nauwelijks verontreinigd (kwaliteitsklasse Landbouw en Natuur); de zandige en venige ondergrond met een geringe hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen is ten hoogste licht verontreinigd met enkele zware metalen en PCB of PAK (kwaliteitsklasse Industrie); de kleiige ondergrond met een geringe hoeveelheid bodemvreemde bijmengingen is sterk verontreinigd met PCB (>I-waarde); de zandige grond (0-1,2 m-mv) aan de oeverzijde is sterk verontreinigd met PAK (> I-waarde).; ter plaatse van de oever is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Uit bestudeerd historisch kaartmateriaal blijkt dat op de onderzoekslocatie een gedempte sloot aanwezig is en dat de oeverkant in de loop der jaren diverse keren is aangeplempt. De watergang bestond tussen 2006 en 2010 en betreft de eerder genoemde watergang met sterk verontreinigd slib. De locatie was in het verleden in gebruik als lig- en speelweide bij het openbaar zwembad.
Ten oosten van het onderzoeksgebied was in het verleden de gemeentewerf gevestigd. Volgens opgave van de gemeente zijn de aanplempingen aan de oeverzijde in het verleden uitgevoerd met materiaal wat voorhanden was (o.a. puin en asfalt). Uit het locatiebezoek/terreininspectie voorafgaand aan het uitgevoerde veldwerk blijken geen verdere bijzonderheden. Binnen het onderzoeksgebied loopt een wandelpad bestaande uit halfverharding. Volgens opgave van de gemeente in 2015 was deze toen recent aangelegd en derhalve onverdacht. De zuidkant van de onderzoekslocatie is begrensd door het meer De Poel. Van de aangrenzende percelen is geen informatie bekend (bij opdrachtgever en www.bodemloket.nl) die zou kunnen wijzen op een negatieve invloed op de kwaliteit van de waterbodem. Er zijn geen punt- of diffuse bronnen, beschoeiingen of overstorten e.d. bekend. Verdachtheid t.a.v. PFAS Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Waarschijnlijk komen deze stoffen al langere tijd in de bodem voor. PFAS wordt in het algemeen in zeer lage gehalten in de bodem aangetroffen. Op specifieke bronlocaties worden sterk verhoogde gehalten aangetoond (brandplaatsen waar met blusschuim is gewerkt, bedrijven met bepaalde processen, verwerkingsplaatsen van afval e.d.).
Aangezien men voornemens is grond van de locatie af te voeren worden de grondmonsters aanvullend onderzocht op PFAS. Verdachtheid t.a.v. asbest Van een onderzoekslocatie dient binnen het vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden vastgesteld of deze asbestverdacht is. Deze hypothese kan worden vastgesteld met behulp van de handreiking in de NEN 5725 (bijlage A). Hiervoor dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Is er een asbestverdachte (bodembelastende) activiteit op de locatie aanwezig? Is er asbestverdacht materiaal op de locatie aanwezig? Is er puin in de bodem aanwezig en is deze te relateren aan asbest? Op de onderzoekslocatie is door de veldwerkers, in bezit van een opleiding asbestherkenning, voorafgaand aan het onderzoek visueel aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal ter plaatse van de aanwezige objecten. Tevens is het maaiveld van de locatie op globale wijze geïnspecteerd. Het opgeboorde materiaal is tijdens de veldwerkzaamheden beoordeeld. Op de onderzoekslocatie wordt tijdens de uitvoering van het onderhavig onderzoek tevens visueel aandacht besteed aan het voorkomen van asbestverdacht materiaal ter plaatse van de watergang (beschoeiingen en aangrenzende percelen) en in het opgeboorde materiaal. Uit deze beoordeling blijkt dat met name aan de oever veel (grof) puin wordt aangetroffen.
Het overige gedeelte van de locatie bevat voornamelijk sporen van baksteen in de grond. 20HB0604-A1
4 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Er kan derhalve gesteld worden dat de onderzoekslocatie asbestverdacht is. Derhalve is er aanleiding tot het uitvoeren van een verkennend asbest in grond c.q. puinonderzoek conform de NEN 5707 en NEN 5987. Informatie bodem(kwaliteits)kaart Op basis van de vigerende bodemkwaliteitskaart is gebleken dat de onderzoekslocatie gelegen is in een gebied waarvan de bovengrond (0,0 tot 0,5 m-mv) en de ondergrond (0,5 tot 2,0 m-mv) voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse Industrie. 2.4. Onderzoekshypothese en -opzet Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Aan de hand van de gestelde hypothese wordt vervolgens gekozen voor een onderzoeksprotocol met de bijhorende onderzoeksopzet (strategie). Hierbij is gebruikt gemaakt van de vigerende normen.
Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd: conform de Nederlandse Norm "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond" (NEN 5740); conform de Nederlandse Norm "Bodem, Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" (NEN 5707); conform de Nederlandse Norm "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat" (NEN 5897); conform de Nederlandse Norm "Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek" (NEN 5717); conform de Nederlandse Norm "Bodem ‐ Waterbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek" (NEN 5720); conform de Nederlandse Norm "Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek" (NEN 5725). In tabel 2.3 zijn de hypothesen weergegeven alsmede de daaraan gekoppelde c.q. gevolgde onderzoeksstrategieën. Tabel 2.3 Onderzoekshypothesen en strategieën Hypothese
Deellocatie
Verwachte stoffen Zware metalen, PCB, minerale olie en/of PAK Gehele locatie
Protocol
Strategie
Toelichting
NEN 5740
5.6
Op basis van historische gegevens
Asbest
NEN 5707
6.4.5
Parkeerplaats
Asbest
NEN 5897
6.5.3
Oevergebied plas
-
NEN 5720
5.1.12
Verdacht
Onverdacht
Vanwege de aanwezigheid van puin Vanwege de aanwezigheid van puin -
5.5
Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HO); 5.6 Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE); 6.4.5 Onderzoeksstrategie voor een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld; 6.5.3 Onderzoeksstrategie voor afgedekte funderingslagen; 5.1.12 Overig water, normale onderzoeksinspanning.
Opgemerkt wordt dat: de reeds vastgestelde sterke verontreiniging met PAK en PCB in 2015 binnen onderhavig onderzoek niet opnieuw wordt onderzocht; de parkeerplaats aan de oostzijde van de onderzoekslocatie recent is aangelegd. Op verzoek van de opdrachtgever is het materiaal onderzocht door middel van het plaatsen van boringen en het onderzoeken van gaten; ter plaatse van de gedempte sloot boringen uit het algemene boorregime worden geplaatst. Verwacht wordt dat met bovenstaande onderzoeksopzet een voldoende representatief beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie wordt verkregen. 20HB0604-A1
5 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
2.5. Toetsingskader Indeling van de mate van verontreiniging vindt plaats op basis van de Wet bodembescherming, waarbij de analyseresultaten worden getoetst volgens het vigerend toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, welke opgenomen is in de Circulaire bodemsanering 2013. Voor een omschrijving van het toetsingskader van de Wet bodembescherming wordt verwezen naar bijlage V. Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van de diverse grond(lagen). De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van eventueel overtollige grond naar een grondbank/verwerker. Om de grond elders toe te passen dient een onderzoek te worden uitgevoerd conform de BRL 1000, protocol 1001 (partijkeuring AP04). Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. PFAS De gemeente Amstelveen heeft een beleidsregel vastgesteld voor het toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie op landbodem binnen de gemeente Amstelveen (kenmerk Z20-011698 d.d. 17 maart 2020). Opgemerkt wordt dat het lokale beleid leidend is ten opzichte van het tijdelijk handelingskader.
Door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld (geactualiseerd versie d.d. 2 juli 2020). Door deze ontwikkeling hebben de grondbanken en verwerkers in navolging op dit handelingskader echter nu als eis gesteld dat alle grond welke nu wordt aangeboden onderzocht dient te zijn op de in het tijdelijk handelingskader genoemde stoffengroep PFAS. In bijlage III zijn de (omgerekende) analyseresultaten en de toetsing weergegeven. De originele analysecertificaten met alle resultaten zijn weergegeven in bijlage IV.
20HB0604-A1
6 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
3.
BESCHRIJVING VELDWERK
3.1. Uitvoering bodemonderzoek Het verrichten van boringen en het plaatsen van peilbuizen is onder verantwoording van de heer N. Helmhout conform protocol 2001 uitgevoerd op 1 en 2 december 2020. Het herplaatsen van boring 11 (boring 11a) is op 8 januari 2021 uitgevoerd. Een overzicht van de deellocaties en diepten van alle boringen en de peilbuizen in meters minus maaiveld (m-mv) zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde boringen en diepten Deellocatie
Boringen 0,5 à 1,5 m-mv
Overig terrein
09, 10, 11, 14, 16, 16a, 20
Oever Poel Parkeerplaats
06, 15, 21 22, 23
2,0 m-mv 01, 02, 04, 05, 07, 08, 11a,12, 17, 18 03 -
Peilbuis 2,0 à 2,2 m-mv 13, 19 -
Opgemerkt wordt dat: het opgeboorde materiaal per bodemlaag over een traject van maximaal 0,5 m bemonsterd is en zintuiglijk beoordeeld is op bodemkundige en verontreinigingskenmerken; de bovenzijde van de filterperforatie van de peilbuizen tijdens de veldwerkzaamheden circa 0,5 meter beneden de verwachte grondwaterstand is geplaatst; de boringen 06, 09, 10, 11, 14, 15, 16, 16a, 20 en 21 gestaakt zijn op een met normaal handboormateriaal niet doorboorbare laag; boring 11a in een later stadium is geplaatst. De in boring 11 bemonsterde veenlaag bleek niet voldoende voor het uitvoeren van de noodzakelijke uitsplitsing van het analysemonster MM09 (zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.3); de locaties van de boringen en de peilbuizen ingemeten zijn met behulp van GPS; de boringen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor, guts en zuigerboor; bij de bemonstering tevens rekening is gehouden met de eisen uit de Handreiking PFAS bemonsteren, uitgave van Kenniscentrum PFAS, VVMA en VKB (versie 01 d.d. 25 juni 2020). De locaties van de boringen en de peilbuizen zijn weergegeven in bijlage I. De peilbuizen zijn direct na plaatsing en voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt. De grondwaterbemonstering is volgens protocol 2002 uitgevoerd door de heer R. Helmhout op 9 december 2020 (minimaal één week na plaatsing).
Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater in het veld gefiltreerd. 3.2. Uitvoering waterbodemonderzoek Het nemen van steekmonsters is onder verantwoording van de heer N. Helmhout conform protocol 2003 uitgevoerd op 1 december 2020. Een overzicht van de uitgevoerde veldwerkwerkzaamheden voor het waterbodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden Locatie Oever poel west Oever poel oost
Slibsteken St01 t/m St06 St07 t/m St12
Het slib is vanuit een boot bemonsterd met behulp van een zuigerboor. De slibsteken zijn in de lengterichting van de watergang evenredig verdeeld. In de breedte zijn de steken aselect over de watergang verdeeld, zodat een betrouwbaar beeld wordt verkregen van het gehele profiel van de waterbodem.
20HB0604-A1
7 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Opgemerkt wordt dat bij de bemonstering tevens rekening is gehouden met de eisen uit de Handreiking PFAS bemonsteren, uitgave van Kenniscentrum PFAS, VVMA en VKB (versie 01 d.d. 25 juni 2020). De bemonsterde locaties zijn weergegeven in bijlage I. 3.3. Uitvoering asbestonderzoek Het verkennend asbest in grond- c.q. puinonderzoek is conform protocol 2018 uitgevoerd op 2 december 2020 onder verantwoording van de heer N. Helmhout, welke in het bezit is van een opleiding asbestherkenning. Opgemerkt wordt dat de werkzaamheden ter plaatse van de verhardingsmaterialen gelijkwaardig aan het protocol 2018 zijn uitgevoerd (protocol 2018 is niet van toepassing op een asbest in puin onderzoek). Het nader onderzoek naar asbest ter plaatse van gat G04 is op 8 januari 2021 uitgevoerd door de heer N. Helmhout. Voor de veiligheid van de werknemers zijn beheersmaatregelen conform de CROW 400 getroffen. Visuele inspectie Voorafgaand aan het onderzoek is de locatie visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal aan (op en in) het maaiveld. Op basis van de huidige terreinomstandigheden heeft deels inspectie van het maaiveld plaats kunnen vinden. Derhalve is de locatie opgedeeld in inspectiestroken met een breedte van 1,5 meter, welke haaks op elkaar gelegen zijn. Het was helder weer (bij een zicht van meer dan 50 meter) en er was sprake van neerslag.
De inspectie-efficiëntie is vastgesteld op 95%. Het uitvoeren van een visuele inspectie van het maaiveld is echter deels niet mogelijk geweest als gevolg van: de aanwezigheid van een gesloten verharding; de ligging van de asbestverdachte bodemlaag in de ondergrond. Tevens is de oever van de Poel gecontroleerd. Hierbij zijn waarnemingen gedaan van zeer grove stukken puin. Een asbestonderzoek is hier technisch echter niet mogelijk. Proefgaten en sleuven In totaal zijn voor het verkennend asbestonderzoek handmatig 15 proefgaten gegraven. Voor het nader onderzoek naar asbest ter plaatse van G04 zijn vier sleuven van één meter en één sleuf van twee meter handmatig gegraven. Grond/puin Ten behoeve van de bepaling van de aanwezigheid van asbest in de visueel niet waarneembare fractie (fractie < 20 mm) is al het uitgegraven materiaal door de veldwerkers gezeefd over een maaswijdte van 20 mm. Het materiaal dat op de zeef achterblijft is visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm). Van de doorval is ter plaatse van proefgat G04 en, in later stadium, Sl04 tot en met Sl04d een representatief grondmonster samengesteld. Van de overige locaties van de proefgaten waarbij geen asbestverdachte waarnemingen zijn gedaan en waarbij de bodemsamenstelling overeenkomstig is, zijn grondmengmonster(s) samengesteld zoals is weergegeven in tabel 3.3.
De gegraven proefgaten, de afmetingen en de wijze van monstersamenstelling zijn weergegeven in tabel 3.3.
20HB0604-A1
8 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Tabel 3.3: Afmetingen gegraven proefgaten en sleuven en monstersamenstelling Proefgat / sleuf
Lengte Breedte (in m¹) (in m¹) Verkennend onderzoek asbest gehele locatie G02 G04 G06 G07 G08 G09 G11 G14 0,3 0,3 G15 G16 G17 G18 G20 G21 G22 G23 Nader onderzoek asbest G04 Sl04
2,0
Sl04a Sl04b Sl04c Sl04d
1,0
Diepte (in m¹)
Bemonsteringstraject (in m-mv)
Monster
0,5
- (mijnsteen) 0,0 tot 0,5 0,1 tot 0,5 0,0 tot 0,5 0,0 tot 0,2 0,05 tot 0,5 0,0 tot 0,5 0,0 tot 0,5 0,2 tot 0,5 0,0 tot 0,3 0,0 tot 0,3 0,0 tot 0,4 0,0 tot 0,4 0,3 tot 0,5 0,15 tot 0,5 0,15 tot 0,5
G04 G06 MMA04 MMA03 MMA03 MMA04 MMA03 MMA02 MMA03 MMA04 MMA04 MMA03 MMA02
1,0
0,0 tot 0,5 0,5 tot 1,0
0,5
0,0 tot 0,5
Sl04-1 Sl04-2 Sl04a Sl04b Sl04c Sl04d
0,3
MMA01
Opgemerkt wordt dat de benaming van de mengmonsters zoals deze zijn samengesteld in het veld niet is overgenomen als benaming voor de analysemonsters. Sl04 is ter plaatse van G04 gegraven en onderzocht.
20HB0604-A1
9 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
4.
RESULTATEN GROND
4.1. Veldwerk De bodemopbouw, tot de maximale boordiepte van 2,2 m-mv, bestaat uit een bovengrond van zand gevolgd door een ondergrond van zand, klei en/of veen. De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 4.1 vermelde waarnemingen gedaan die een verontreiniging van de grond doet vermoeden. Tabel 4.1: Zintuiglijke verdachte waarnemingen Boring 02/G02 04/G04 06/G06 07/G07 08/G08 09/G09 10 11/G11 12 13 14/G14 14a 15/G15 16/G16 16a 17/G17 19 20/G20 21/G21 22 23/G23
Traject (m -mv) 0,00 - 0,30 0,50 - 1,10 0,00 - 0,50 0,50 - 0,80 0,80 - 0,81 0,50 - 1,30 0,00 - 0,20 1,00 - 2,00 1,10 - 1,30 1,30 - 1,31 1,50 - 1,51 0,50 - 1,00 1,80 - 1,81 0,00 - 0,30 1,50 - 2,00 1,00 - 1,50 1,00 - 1,30 1,30 - 1,31 1,00 - 1,30 1,30 - 1,31 0,30 - 0,80 0,80 - 0,81 0,60 - 0,61 1,20 - 1,21 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 1,50 - 1,51 0,40 - 0,50 0,50 - 0,51 0,15 - 0,50 0,15 - 0,50
Waargenomen bijzonderheden volledig slakken, uiterst mijnsteenhoudend, lavasteen/slakken brokken slib sporen baksteen brokken asfalt, zwak puinhoudend, brokken kolen gestaakt op massief sporen slib sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen gestaakt op massief gestaakt op massief sporen baksteen, brokken slib gestaakt op worteldoek sporen baksteen sporen aardewerk sporen baksteen, zwak glashoudend sporen baksteen gestaakt op massief sporen baksteen gestaakt op massief uiterst puinhoudend gestaakt op massief gestaakt op drainage gestaakt op massief sporen baksteen sporen baksteen gestaakt op massief uiterst puinhoudend gestaakt op massief volledig puingranulaat volledig puingranulaat
Opgemerkt wordt dat: de aanwezigheid van bodemvreemde materialen kunnen duiden op verontreiniging met onder andere zware metalen, minerale olie en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK); bijmenging met asfalt kan duiden op een verontreiniging met PAK. ter plaatse van de parkeerplaats relatief nieuw puingranulaat is aangetroffen. Gezien de recente werkzaamheden die hier plaats hebben gevonden is het materiaal, behoudens als onderdeel van het asbestonderzoek, verder niet meer onderzocht.
20HB0604-A1
10 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
4.2. Uitvoering analyses In tabel 4.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en/of organische stof van alle grond(meng)monsters vastgesteld. Tabel 4.2: Uitgevoerde analyses grond Monsteromschrijving
Zintuiglijke waarneming
(Meng) monster
Bovengrond zand west
-
MM01
Bovengrond zand oost
-
MM02
Bovengrond zand oost
Baksteen <1%
MM03
Ondergrond klei
-
MM04
Ondergrond klei
Slib <1%
MM05
Ondergrond klei
Baksteen <1%
MM06
Ondergrond zand
Slib <1%
MM07
Ondergrond zand
-
MM08
Ondergrond veen
Aardewerk <1%
MM09
Bovengrond oever
-
MM10
Ondergrond oever
Puin 20-50%
MM11
Deelmonster en traject (m-mv) 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,40) 07/G07 (0,00 - 0,50) 09/G09 (0,05 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11/G11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,20) 14/G14 (0,00 - 0,50) 16a (0,00 - 0,30) 18/G18 (0,00 - 0,40) 20/G20 (0,00 - 0,40) 12 (0,00 - 0,30) 17/G17 (0,00 - 0,30) 19 (0,00 - 0,50) 02/G02 (0,31 - 0,81) 03 (0,80 - 1,00) 05 (0,40 - 0,70) 12 (0,60 - 1,10) 19 (1,50 - 2,00) 20/G20 (1,10 - 1,50) 09/G09 (0,50 - 1,00) 11/G11 (0,50 - 1,00) 09/G09 (1,10 - 1,30) 13 (1,00 - 1,50) 14/G14 (1,00 - 1,30) 04/G04 (0,50 - 1,00) 07/G07 (0,50 - 1,00) 05 (0,70 - 1,20) 10 (0,50 - 1,00) 13 (0,50 - 1,00) 14/G14 (0,50 - 1,00) 17/G17 (0,60 - 1,10) 18/G18 (0,80 - 1,20) 19 (0,50 - 1,00) 20/G20 (0,40 - 0,90) 01 (1,10 - 1,60) 02/G02 (1,50 - 2,00) 04/G04 (1,10 - 1,60) 07/G07 (1,30 - 1,80) 11/G11 (1,60 - 1,80) 12 (1,50 - 2,00) 17/G17 (1,50 - 2,00) 18/G18 (1,50 - 2,00 15/G15 (0,00 - 0,30) 21/G21 (0,00 - 0,40) 15/G15 (0,30 - 0,80) 21/G21 (0,40 - 0,50)
Analyse op
Motivatie
Standaard pakket + PFAS
Standaard pakket
Standaard pakket + PFAS
Standaard pakket
Standaard pakket + PFAS Standaard pakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Standaard pakket + PFAS
Standaard pakket
M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het Standaardpakket Landbodem en grond (variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van de grond verkregen.
20HB0604-A1
11 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Tabel 4.3: Uitgevoerde analyses uitsplitsing grond (MM01, MM09 en MM11) Monsteromschrijving
Zintuiglijke waarneming
Uitsplitsing MM01 Bovengrond zand west 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,30) 05 (0,00 - 0,40)
-
07/G07 (0,00 - 0,50) 09/G09 (0,05 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) Uitsplitsing MM09 Ondergrond veen 01 (1,10 - 1,60) 02/G02 (1,50 - 2,00) 04/G04 (1,10 - 1,60) 07/G07 (1,30 - 1,80) 11/G11 (1,60 - 1,80) 11a (1,60 - 2,00) Aardewerk 12 (1,50 - 2,00) <1% 17/G17 (1,50 - 2,00) 18/G18 (1,50 - 2,00 Uitsplitsing MM11 Ondergrond oever 15/G15 (0,30 - 0,80) Puin 20-50% 21/G21 (0,40 - 0,50)
Puin 20-50%
Monster
Analyse op
Motivatie
PAK
Bepalen mate van verontreiniging met PAK
Lood
Bepalen mate van verontreiniging met lood
PAK
Bepalen mate van verontreiniging met PAK
M12 M13 M14 M15 M16 M17 M18 M19 M20 M21 M22 M22-2 M23 M24 M25 M26 M27
M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
De monstersamenstelling heeft plaatsgevonden op basis van: onderlinge verschillen in bodemtype; de mate van en type bijmenging in de bodem; de ligging van de boringen. Opgemerkt wordt dat: het puinhoudende grondmengmonster MM11 voor analyse door het laboratorium verkleind is middels cryogeen malen; de grondmonsters M12 tot en met M27 aanvullend zijn geanalyseerd naar aanleiding van de aangetoonde verontreinigingen tijdens de eerste fase van het onderzoek; voor het analysemonster M22 niet voldoende materiaal aanwezig bleek te zijn voor de analyse lood. Derhalve is de boring 11 opnieuw geplaatst en is nieuw materiaal bemonsterd en geanalyseerd als M22-2. De samenstelling van de bovenstaande grond(meng)monsters is weergegeven in bijlage III.
20HB0604-A1
12 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
4.3. Analyseresultaten Beoordeling milieuhygiënische kwaliteit (Wbb) In tabel 4.4 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Middels het aangeven van slechts de maximale toetsingswaarden wordt verwacht dat direct inzicht wordt verkregen in eventuele beperkingen. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage III. Tabel 4.4: Maximale toetsingswaarden grond Monsteromschrijving
Zintuiglijke waarneming
(Meng) monster
Bovengrond zand west Bovengrond zand oost Bovengrond zand oost Ondergrond klei Ondergrond klei
Baksteen <1% Slib <1%
MM01 MM02 MM03 MM04 MM05
Ondergrond klei
Baksteen <1%
MM06
Maximale toetsingswaarde* <AW >AW >T >I X X X X X X
Maatgevende parameter(s) PAK Hg Hg PAK, PCB, M.O. PAK, M.O. Pb, Zn, PAK, PCB, M.O. Pb Pb, PAK, M.O. PAK
Ondergrond zand Slib <1% MM07 X Ondergrond zand MM08 X Ondergrond veen Aardewerk <1% MM09 X Bovengrond oever MM10 X Ondergrond oever Puin 20-50% MM11 X Uitsplitsing MM01 Bovengrond zand west 01 (0,00 - 0,50) M12 X 03 (0,00 - 0,30) M13 X 05 (0,00 - 0,40) M14 X 07/G07 (0,00 - 0,50) M15 X 09/G09 (0,05 - 0,50) M16 X 10 (0,00 - 0,50) M17 X Uitsplitsing MM09 Ondergrond veen 01 (1,10 - 1,60) M18 X Lood 02/G02 (1,50 - 2,00) M19 X 04/G04 (1,10 - 1,60) M20 X Lood 07/G07 (1,30 - 1,80) M21 X 11/G11 (1,60 - 1,80) M22 M22-2 11a (1,60 - 2,00) X Lood 12 (1,50 - 2,00) Aardewerk <1% M23 X Lood 17/G17 (1,50 - 2,00) M24 X 18/G18 (1,50 - 2,00 M25 X Lood Uitsplitsing MM11 Ondergrond oever 15/G15 (0,30 - 0,80) Puin 20-50% M26 X PAK 21/G21 (0,40 - 0,50) Puin 20-50% M27 X M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Hg = kwik Pb = lood Zn = zink PCB = polychloorbifenylen
M.O. = minerale olie PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen
De bovengrond bestaande uit zand is ten westen van de locatie (MM01) bleek in eerste instantie matig verontreinigd met PAK. Na uitsplitsing van het mengmonster (M12 t/m M17) blijkt deze mate van verontreiniging echter niet te worden bevestigd. De zandige bovengrond op de rest van de locatie is maximaal licht verontreinigd met kwik en/of PAK. In de ondergrond bestaande uit klei komen lichte verontreinigingen met zware metalen, PCB, PAK en of minerale olie voor. In de venige ondergrond (MM09) is echter een matige verontreiniging met lood aangetroffen in het hiervoor geanalyseerde mengmonster. Na uitsplitsing blijkt deze venige ondergrond (M18 t/m M25) ter plaatse van boring 11 sterk verontreinigd met lood. De overige boringen zijn maximaal niet tot licht verontreinigd te zijn met lood. Op verzoek van de opdrachtgever is er geen afperkend onderzoek gedaan naar de omvang van deze verontreiniging.
20HB0604-A1
13 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
In de ondergrond ter plaatse van de oever is in een mengmonster (MM11) een sterke verontreiniging met PAK (boringen 15 en 21) aangetoond. Na uitsplitsing ( M26 en M27)wordt deze sterke verontreiniging niet meer bevestigd. De uiterst puinhoudende bodemlaag blijkt maximaal licht verontreinigd met PAK. Op basis van ervaringsfeiten kunnen concentraties aan zware metalen en PAK op korte onderlinge afstand sterk variëren. Het is derhalve niet geheel uitgesloten dat concentraties plaatselijk de I-waarden overschrijden. Verwacht wordt dat middels het uitgevoerde bodemonderzoek een gemiddeld beeld van de bodemkwaliteit wordt gepresenteerd. Een aanvullend bodemonderzoek wordt derhalve niet zinvol geacht. PFAS De bovengrond aan de westzijde is conform het beleid van de gemeente Amstelveen verontreinigd, doch zijn er geen sanerende handelingen noodzakelijk. Opgemerkt wordt dat PFAS diffuus verspreid voorkomen in de bodem en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet worden gemeten. Dit betreffen derhalve vermoedelijk verhoogde achtergrondwaarden.
Beoordeling indicatieve verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 4.5 zijn de indicatieve kwaliteitsklassen weergegeven ten behoeve van de toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden. Tabel 4.5: Indeling kwaliteitsklassen grond Monsteromschrijving
Zintuiglijke (Meng) Kwaliteitsklasse Op basis van waarneming monster Bovengrond zand west MM01 Industrie PAK en M.O. Bovengrond zand oost MM02 Wonen Hg Bovengrond zand oost Baksteen <1% MM03 Landbouw en natuur Ondergrond klei MM04 Niet toepasbaar M.O. Ondergrond klei Slib <1% MM05 Industrie PAK en M.O. Ondergrond klei Baksteen <1% MM06 Niet toepasbaar M.O. Ondergrond zand Slib <1% MM07 Landbouw en natuur Ondergrond zand MM08 Ondergrond veen Aardewerk <1% MM09 Industrie Pb Bovengrond oever MM10 M.O. Niet toepasbaar Ondergrond oever Puin 20-50% MM11 PAK en M.O. M = individueel monster, MM = mengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Ba = barium Cd = Cadmium Co = Kobalt Cu = koper Hg = kwik Pb = lood Mo = molybdeen M.O. = minerale olie PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen PCB = polychloorbifenylen
Ni = nikkel
Zn = zink
Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt de grond op de locatie van een zeer gevarieerde klasseindeling. De analyseresultaten voor PFAS zijn, voor wat betreft de hergebruiksmogelijkheden, getoetst volgens het lokaal beleid van de gemeente Amstelveen. Toetsing bodemkwaliteitskaart De (indicatieve) bodemkwaliteit komt gedeeltelijk overeen met de bodemkwaliteitsklasse, zoals deze is opgenomen in de bodemkwaliteitskaart (Industrie).
20HB0604-A1
14 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
5.
RESULTATEN GRONDWATER
5.1. Veldwerk In tabel 5.1 zijn de resultaten van de uitgevoerde metingen aan het grondwater weergegeven. De elektrisch geleidingsvermogen (EGV), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater zijn gemeten bij de monstername. Tabel 5.1: Resultaten metingen grondwater Peilbuis
Grondwaterstand (m-mv) 0,68 0,81
13 19
Troebelheid (NTU) 37 41
Geleidingsvermogen (µS/cm) 2.120 1.090
Zuurgraad (pH) 7,21 7,19
Aan het grondwater is geen kenmerk van een mogelijke verontreiniging waargenomen. Opgemerkt wordt dat een verhoogde troebelheid (>10 NTU) is gemeten. Een verhoogde troebelheid kan van invloed zijn op de analyseresultaten. 5.2. Uitvoering analyses In tabel 5.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondwateranalyses en de bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 5.2: Uitgevoerde analyses grondwater Peilbuis
Zintuiglijke waarneming
13
-
19
-
Analyse op
Motivatie
Standaardpakket
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
Het standaardpakket voor grondwater (variant B) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), vluchtige koolwaterstoffen (BTEXXS), naftaleen, vluchtige organo halogeenverbindingen (o.a. VOCl) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het grondwater verkregen.
5.3. Analyseresultaten In tabel 5.3 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage III. Tabel 5.3: Maximale toetsingswaarden grondwater Peilbuis
13 19
Zintuiglijke waarneming -
Maximale toetsingswaarde <S >S >T >I X X
Maatgevende parameter(s)
Barium
Opgemerkt wordt dat barium veelal van nature in verhoogde concentraties in het grondwater wordt aangetroffen. De toetsing is weergegeven in bijlage III.
20HB0604-A1
15 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
6.
RESULTATEN WATERBODEM
6.1. Veldwerk In tabel 6.1 zijn de veldresultaten weergegeven van het waterbodemonderzoek. Tabel 6.1: Veldresultaten waterbodemonderzoek Locatie
Zintuiglijke waarneming
Codering mengmonster
Maximale diepte waterkolom (meter)
Maximale dikte slib (meter)
Samenstelling vaste bodem
-
SMM01
1,90
0,40
Zand, veen en klei
-
SMM02
1,30
0,48
Zand, veen en klei
Oever poel west Oever poel oost
Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn geen waarnemingen gedaan die een verontreiniging van de waterbodem doet vermoeden. Tevens kan geconcludeerd worden dat er in het gestoken slib en aan de oevers visueel geen asbestverdacht materiaal is waargenomen. Wel zijn zeer grove stukken puin aangetroffen. 6.2. Uitvoering analyses In tabel 6.2 is een overzicht van de uitgevoerde slibanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en organische stof van de slib(meng)monsters vastgesteld. Tabel 6.2: Uitgevoerde analyses slib Locatie
Zintuiglijke waarneming -
Oever poel west Oever poel oost
-
(Meng) monster SMM01 SMM02
Analyse op
Motivatie
Standaardpakket+PFAS
Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit
SMM = Slibmengmonster Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% Het standaardpakket waterbodem voor de regionale wateren (Variant A) bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7), minerale olie (C10-C40), organisch stof en lutum. Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het slib verkregen.
6.3. Analyseresultaten In tabel 6.3 zijn de toetsingsresultaten van het waterbodemonderzoek weergegeven. Tabel 6.3: Toetsingsresultaten waterbodemonderzoek Monster
Verspreiden in oppervlaktewater wel
SMM01 SMM02 * **
X X
niet
Verspreidbaar op aangrenzend perceel wel X X
niet
Toepassen in oppervlaktewater vrij toepasbaar *
klasse A X X
B
niet toepasbaar **
concentratie overschrijdt de AW-waarde niet concentratie overschrijdt de I-waarde
De waterbodem ter plaatse van beide vakken valt in klasse A, is verspreidbaar in zoet oppervlaktewater en op een aangrenzend perceel.
20HB0604-A1
16 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
PFAS Getoetst volgens het lokaal beleid van de gemeente Amstelveen is de waterbodem toepasbaar. Hierbij wordt opgemerkt dat het vrijkomende slib uit het oostelijk gelegen vak (SMM02), indien deze buiten het beleidsgebied van de gemeente Amstelveen zou worden toegepast met inachtneming van de toetswaarden van het Tijdelijk Handelingskader, als niet toepasbaar beschouwd dient te worden op basis van PFOS. De toetsing is weergegeven in bijlage III.
20HB0604-A1
17 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
7.
RESULTATEN ASBEST
7.1. Veldwerk Bodemopbouw Voor de beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de resultaten van het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek (paragraaf 4.1). De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het uitvoeren van de visuele inspectie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen. In het uitgegraven materiaal ter plaatse van gat G04 is visueel wel asbestverdacht waargenomen. In de overige gaten zijn geen waarnemingen gedaan van asbestverdacht materiaal. De resultaten zijn weergegeven in tabel 7.1. Tabel 7.1: Asbestverdachte waarnemingen Locatie Gat G04
Diepte (m-mv) 0,0 tot 0,5
Aantal stukjes 2
Aantal gram 79
Opgemerkt wordt dat bij het aantal stukjes en gewicht van het asbestverdacht materiaal een afwijking kan zitten tussen hetgeen in het veld en in het laboratorium wordt vastgesteld. Dit kan veelal komen door aanhangende grond en het breken van stukjes materiaal. Binnen het nader onderzoek naar asbest ter plaatse van G04 door middel van het graven van een sleuf (SL04) is geen asbestverdacht plaatmateriaal meer waargenomen. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 7.2 vermelde waarnemingen aan bodemvreemd materiaal gedaan. Tabel 7.2: Zintuiglijke waarneming bodemvreemd materiaal Locatie Gat G02 G04
Diepte (m-mv)
Zintuiglijke waarneming
0,00 - 0,30 uiterst mijnsteenhoudend, lavasteen volledig 0,00 - 0,50 sporen asbest 0,00 - 0,10 sporen baksteen G06 0,10 - 0,50 brokken asfalt, brokken kolen, matig puinhoudend G07 0,00 - 0,50 sporen baksteen G08 0,00 - 0,20 sporen baksteen G09 0,05 - 0,50 sporen baksteen G14 0,00 - 0,50 sporen baksteen G15 0,20 - 0,50 uiterst puinhoudend, uiterst asfalthoudend G16 0,00 - 0,30 sporen baksteen G17 0,00 - 0,30 sporen baksteen G20 0,00 - 0,40 sporen baksteen G21 0,30 - 0,50 uiterst puinhoudend, uiterst asfalthoudend Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%
20HB0604-A1
18 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
7.2. Uitvoering analyses In tabel 7.3 is een overzicht van de uitgevoerde asbestanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 7.3: Uitgevoerde analyses asbest Gat
Analyse(meng) monster
Analyse volgens
Motivatie
GVM04
NEN 5898
Bepalen aanwezigheid en concentratie aan asbest in de visueel zichtbare fractie
NEN 5898
Bepalen aanwezigheid en concentratie aan asbest in de visueel niet zichtbare fractie
NEN 5898
Bepalen mate van verontreiniging met asbest in de visueel niet zichtbare fractie
Fractie > 20 mm G04
Fractie < 20 mm Verkennend onderzoek asbest gehele locatie G15+G21 MMA01 G07+G11+G17+G18 MMA02 G08+G09+G14+G16+G20 MMA03 G04 MA04 Nader onderzoek asbest G04 MMA04 Sl04 MMA04-2 Sl04a MMA04a Sl04b MMA04b Sl04c MMA04c Sl04d MMA04d
Opgemerkt wordt dat de fractie < 500 µm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd. De monstersamenstelling heeft plaatsgevonden op basis van: de ligging van de gaten en sleuven; onderlinge verschillen in bodemtype; de mate van en type bijmenging in de bodem; de hoeveelheid aangetroffen asbestverdachte materialen. 7.3. Analyseresultaten Fractie > 20 mm In tabel 7.4 is de gewogen concentratie van de fractie > 20 mm weergegeven alsmede welke asbestsoorten in hecht- en/of niet-hechtgebonden vorm zijn aangetoond. Tabel 7.4: Aangetoonde asbestsoorten fractie > 20 mm Gat 04
Monster GVM
Gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s.) 344,13
chr X
Asbestsoort cro -
amo -
Hechtgebonden ja nee X
chr = chrysotiel, cro = crocidoliet, amo = amosiet
Fractie < 20 mm In tabel 7.5 is de gewogen concentratie van de fractie < 20 mm weergegeven alsmede welke asbestsoorten in hecht- en/of niet-hechtgebonden vorm zijn aangetoond.
20HB0604-A1
19 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Tabel 7.5: Aangetoonde asbestsoorten fractie < 20 mm Gewogen concentratie Gat/ sleuf Monster asbest (mg/kg d.s.) Verkennend onderzoek asbest gehele locatie G15+G21 MMA01 G07+G11+G17+G MMA02 18 G08G09+G14+G16+G MMA03 20 G04 MA04 G06 MA05 Nader onderzoek asbest G04 Sl04 bovengrond MMA04 Sl04 ondergrond MMA04-2 Sl04a MMA04a Sl04b MMA04b Sl04c MMA04c Sl04d MMA04d -
Hecht gebonden
Asbestsoort chr
cro
amo
ja
nee
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
chr = chrysotiel, cro = crocidoliet, amo = amosiet
Opgemerkt wordt dat kwalitatief in de fractie < 500 µm evenmin asbest is aangetoond. Totale concentratie asbest De totale concentratie aan asbest wordt conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 bepaald door een optelling te maken van de gewogen concentratie visueel zichtbaar asbest (fractie > 20 mm) en de gewogen concentratie visueel niet zichtbaar asbest (fractie < 20 mm). De som van de beide concentraties en de toetsing aan de I-waarde/restconcentratienorm is weergegeven in tabel 7.6. Tabel 7.6: Optelling concentraties asbest (mg/kg d.s.) Gat / sleuf
Gewogen Gewogen concentratie concentratie asbest asbest fractie > 20 mm fractie < 20 mm Verkennend onderzoek asbest gehele locatie G15+G21 G07+G11+G17+G18 v.n.a. G08a.n.a. G09+G14+G16+G20 G04 344,13 G06 v.n.a. Nader onderzoek asbest G04 Sl04 bovengrond Sl04 ondergrond Sl04a v.n.a. a.n.a. Sl04b Sl04c Sl04d
Totaal gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s)
Toetsingswaarde (mg/kg d.s.)
-
100
345** -
100
v.n.a. visueel niet aangetroffen a.n.a. analytisch niet aantoonbaar (geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond) Getal concentratie overschrijdt de bepalingsgrens Getal ** concentratie overschrijdt de I-waarde
Maaiveld Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
20HB0604-A1
20 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Grond Ter plaatse van proefgat G04 wordt de I-waarde voor asbest overschreden. De verontreiniging betreft chrysotiel asbest, welke in hechtgebonden vorm aanwezig is. Naar aanleiding hiervan is ter plaatse van G04 en de directe omgeving een nader onderzoek uitgevoerd. Hierbij is de grond ter plaatse van G04 onderzocht middels een sleuf van 2 meter lengte. In de onderzochte sleuf is geen asbest meer aangetroffen. Op basis van de visuele waarnemingen en de resultaten van het laboratorium kan worden gesteld dat de mate van verontreiniging van de aangetroffen hoeveelheid asbest, omgerekend naar de onderzoeksoppervlakte van de sleuf Sl04, beperkter is. De hoeveelheid asbest betreft in dat geval 51 mg/kg d,s.. Door het ontbreken van verdere asbestverdachte waarnemingen kan worden aangenomen dat de aangetroffen verontreiniging met asbest ter plaatse van G04 een zeer beperkte spot betreft welke mogelijk door de bemonstering reeds is verwijderd. De interventiewaarde wordt in dat geval niet overschreden. Ter plaatse van de overige proefgaten/sleuven is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Puin Ter plaatse van de proefgaten is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. De toetsing is weergegeven in bijlage III.
20HB0604-A1
21 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
8.
VEILIGHEID
Voor de uitvoering van werken in de bodem dient te worden nagegaan of de toepassing van arbeidshygiënische maatregelen noodzakelijk zijn. Indien sprake is van verontreinigde grond moet, bij de uitvoering van werkzaamheden in en met deze grond, veilig worden gewerkt conform de wettelijke voorschriften. De wettelijke voorschriften zijn vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit, en de daaraan gekoppelde beleidsregels. Ter invulling van de wettelijke voorschriften is door het CROW publicatie 400 uitgegeven ('Werken in of met verontreinigde bodem'). De voorlopige veiligheidsklasse conform CROW 400, zoals bepaald in onderhavige rapportage, hoeft niet bepaald te worden door de veiligheidskundige, maar de inzet van deze deskundigheid in zowel ontwerpfase (opstellen V&G plan) als uitvoeringsfase is verplicht. Dit is met name relevant omdat de veiligheidsklasse en de beheersmaatregelen niet direct aan elkaar te koppelen zijn en er inhoudelijke discussies kunnen ontstaan over de toe te passen beheersmaatregelen. Het niveau van de minimale deskundigheid is opgenomen in de CROW 400 (tabel M5-1). Er moet ook in de ontwerpfase een expliciete onderbouwing aanwezig zijn die is opgesteld door de betrokken veiligheidskundige, inclusief een motivering van voorgestelde voorlopige beheersmaatregelen.
Uiteindelijk is het echter aan de uitvoerende partij om de definitieve beheersmaatregelen te onderbouwen, met name daar waar men afwijkt van de voorlopige beheersmaatregelen. In onderhavig geval vallen alle graafwerkzaamheden in de grond/waterbodem onder het regime Basishygiëne. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd ter plaatse van boring 11 in de veenlaag dient men rekening te houden met het regime voor Rood niet vluchtig. De voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen dienen te zijn opgenomen in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan). De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient, voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden, een definitieve uitspraak te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen.
20HB0604-A1
22 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In het verkennend (water)bodem- en asbest in grond c.q. puinonderzoek ter plaatse van de Noordelijke Poeloever te Amstelveen wordt het onderstaande geconcludeerd:
Grond de bovengrond bestaande uit zand is over het algemeen licht verontreinigd met kwik, PAK en/of minerale olie; de ondergrond bestaande uit klei e veen is over het algemeen licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie; ter plaatse van boring 11/11a is een sterke verontreiniging aanwezig in de veenlaag op een diepte van 1,6 m-v. De omvang van deze verontreiniging is niet vastgesteld binnen onderhavig onderzoek; de uiterst puinhoudende oever is aan de oostzijde is matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met PAK en kwik. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de aangetoonde verontreiniging met minerale olie samenhangt met de aanwezigheid van PAK.
Grondwater het grondwater is maximaal licht verontreinigd met barium.
Waterbodem de waterbodem ter plaatse van beide vakken valt in klasse A, is verspreidbaar in zoet oppervlaktewater en op een aangrenzend perceel. hierbij wordt opgemerkt dat het vrijkomende slib uit het oostelijk gelegen vak (SMM02), indien deze buiten het beleidsgebied van de gemeente Amstelveen zou worden toegepast met inachtneming van de toetswaarden van het Tijdelijk Handelingskader, als niet toepasbaar beschouwd dient te worden op basis van PFOS. Asbest op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal waargenomen; ter plaatse van gat G04 is in de eerste fase van het asbestonderzoek een overschrijding van de interventiewaarde ten aanzien van asbest aangetoond; uit de gegevens van het hierop volgende nader onderzoek blijkt er geen geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest Veiligheid indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de grond/waterbodem is de milieuhygiënische veiligheidsklasse Basishygiëne van toepassing; indien ter plaatse van boring 11/11a in de venige ondergrond werkzaamheden worden uitgevoerd dient men rekening te houden met rood niet vluchtig.
Opgemerkt wordt dat: de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen zijn beschreven in de publicatie CROW400; barium veelal in een verhoogde concentratie wordt aangetroffen in het grondwater; de veiligheidskundige van de uitvoerende partij voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak dient te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen; de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen opgenomen dienen te zijn in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan).
Eindconclusie Aangezien op de locatie sterke verontreinigingen aanwezig is, zijn ten behoeve van de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden zowel financieel als procedureel belemmerende factoren aanwezig. Dit betreffen de sterke verontreinigingen met PCB en PAK welke in het eerder uitgevoerde bodemonderzoek met kenmerk 15HB0204, d.d. 15 april 2015 zijn vastgesteld. Naar aanleiding hiervan is een saneringsplan opgesteld: Saneringsplan tijdelijke insteekhaven ter plaatse van de Noordelijke Poeloever te Amstelveen, 15HB0204 d.d. 17 april 2015.
20HB0604-A1
23 van 24 | Pagina
HB Adviesbureau
Aanbevelingen Aanbevolen wordt: de voorliggende rapportage aan alle betrokken partijen te overleggen; de onderzoeksresultaten bij de aanbestedingsbescheiden/het bestek te voegen; als men ter plaatse van de sterke verontreiniging met PCB en PAK graafwerkzaamheden en derhalve een sanerende actie zal gaan uitvoeren, het saneringsplan met kenmerk 15HB0204, d.d. 17 april 2015 (opnieuw) in te dienen bij het bevoegd gezag; (graaf)werkzaamheden in sterk verontreinigde grond onder milieukundige begeleiding (BRL 6000) en door een gecertificeerde aannemer (BRL 7000) uit te laten voeren; indien besloten wordt om werkzaamheden nabij boring 11 in de venige ondergrond uit te voeren eerst een naderonderzoek naar de omvang van de aangetoonde sterke verontreiniging met lood uit voeren conform de NTA 5755; bij het werken met verontreinigde grond, wegfundatie en/of grondwater arbeidshygiënische maatregelen te treffen. Een overzicht van de arbeidshygiënische en organisatorische maatregelen is opgenomen in de CROW 400 "Werken in of met verontreinigde bodem"; tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden alert te zijn op afwijkende bodemlagen; bij de herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de aangetoonde bodemkwaliteit.
20HB0604-A1
24 van 24 | Pagina
Legenda gedempte watergang contour verontreiniging PCB 2015 contour sanering PCB 2008 contour verontreiniging PAK 2015 grondboring tot 2,0 m-mv. grondboring met peilbuis slibsteek asbestsleuf vakgrens waterbodemonderzoek onderzoekslocatie asbestgat
OVERZICHTSTEKENING Projectcode: 20HB0604-A1 Projectnaam: Noordelijke Poeloever Amstelveen Formaat: A2 liggend HB Adviesbureau infra | sport | milieu | natuur Comeniusstraat 7 • 1817 MS Alkmaar Krijn Taconiskade 412 • 1087 HW Amsterdam info@hbadvies.nl • hbadvies.nl • 088 472 0600
HB Adviesbureau
Bijlage II: Profielbeschrijvingen
Meetpunt: 01 Boormeester: N. Helmhout Datum: 1-12-2020 0,00
Meetpunt: 02/G02
X: 117744,00 Y: 479542,00
Boormeester: N. Helmhout Datum: 1-12-2020
m-mv: 0,00
bosschage
0,00
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, brokken klei, neutraalgrijs, Edelmanboor
1 0,50
X: 117739,00 Y: 479530,00 m-mv: 0,00
gras
0,30 0,31
Volledig slakken, uiterst mijnsteenhoudend, resten zand, donker bruingrijs, Edelmanboor, Lavasteen/slakken?
1
0,50
3
Volledig worteldoek, donker zwartgrijs, Edelmanboor
2 4 1,00
1,00
1,10
Veen, matig zandig, zwak kleiïg, zwak siltig, donker grijsbruin, Guts
4 1,50
1,00
Klei, matig zandig, zwak siltig, donkergrijs, Edelmanboor Veen, matig zandig, zwak siltig, donkerbruin, Guts
5 1,50
1,50
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Guts 6
5 2,00
2,00
Meetpunt: 03 Boormeester: N. Helmhout Datum: 1-12-2020 0,00
0,30
3
gras
0,00
Zand, matig fijn, sterk humeus, zwak siltig, zwak grindig, donker grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig humeus, zwak zandig, zwak siltig, resten hout, donker grijsbruin, Edelmanboor
2
1,00
Boormeester: N. Helmhout Datum: 1-12-2020
m-mv:
1
0,50
Meetpunt: 04/G04
X: 117735,00 Y: 479520,00 0,00
2,00
2,00
1,00
m-mv: 0,00
0,50
0,50
Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak kleiïg, brokken slib, brokken klei, neutraalgrijs, Edelmanboor
2 1,00
1,10
Veen, matig zandig, zwak kleiïg, resten wortels, donkerbruin, Guts
3 1,50
gras Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
1
Klei, sterk zandig, zwak siltig, donker grijsbruin, Edelmanboor
4
X: 117758,00 Y: 479539,00
1,50 5
2,00
Projectcode: 20HB0604
4 2,00
2,00
Projectnaam: Noordelijke Poeloever Amstelveen
2,00
Pagina 1 / 15
HB Adviesbureau
Bijlage II: Profielbeschrijvingen
Meetpunt: Sl04 Boormeester: N. Helmhout Datum: 8-1-2021 0,00
0,00
Boormeester: N. Helmhout Datum: 8-1-2021
gras
0,00
Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraal bruingrijs, Schep
1 0,50
0,50
Meetpunt: Sl04a
X: 117757,88 Y: 479539,33 m-mv:
X: 117760,38 Y: 479544,01 m-mv: 0,00
gras Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, sporen puin, neutraal bruingrijs, Schep
1 0,50
0,50 Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak kleiïg, brokken slib, brokken klei, neutraalgrijs, Schep
2 1,00
1,00
Meetpunt: Sl04b Boormeester: N. Helmhout Datum: 8-1-2021 0,00
Projectcode: 20HB0604
Boormeester: N. Helmhout Datum: 8-1-2021
m-mv: 0,00
gras
0,00
Zand, matig fijn, matig humeus, zwak siltig, zwak puinhoudend, neutraal bruingrijs, Schep