CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

2. 2022-08-03, VG Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 21 september 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening (VN2022-027930)43.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening bestemmingsplan voor vaststelling gemeente Amsterdam datum PM 2022

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Bevoegdheden 1.3 Crisis en herstelwet 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 6

Hoofdstuk 2 Plankader 2.1 Ligging en begrenzing 2.2 Geldend planologisch kader 2.3 Grondwaterneutrale Kelders 2.4 Beschrijving van het plangebied

7 7 9 10 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

13 13 14 17 19

Hoofdstuk 4 Het ruimtelijk kader 4.1 Ruimtelijk-functionele aspecten 4.2 Stedenbouwkundige aspecten

26 26 32

Hoofdstuk 5 MER Zuidas - de Flanken 5.1 Algemeen 5.2 Regelgeving 5.3 MER Zuidas Flanken 5.4 Conclusie

39 39 39 39 42

Hoofdstuk 6 Verkeer en parkeren 6.1 Algemeen 6.2 Verkeersbeleid 6.3 Openbaar vervoer 6.4 Langzaam verkeer 6.5 Conclusie

43 43 43 50 51 53

Hoofdstuk 7 Geluid 7.1 Algemeen 7.2 Onderzoek

54 54 54

Hoofdstuk 8 Luchtkwaliteit 8.1 Algemeen 8.2 Regelgeving 8.3 Beleid 8.4 Conclusie

57 57 57 59 60

Hoofdstuk 9 Bodem 9.1 Algemeen 9.2 Regelgeving 9.3 Onderzoek

61 61 61 63

Hoofdstuk 10 Cultuurhistorie en archeologie 10.1 Algemeen 10.2 Regelgeving

64 64 64

2

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening 10.3

Resultaten onderzoeken

66

Hoofdstuk 11 Externe veiligheid 11.1 Algemeen 11.2 Regelgeving 11.3 Beleid 11.4 Resultaten onderzoeken 11.5 Verantwoording 11.6 Conclusie

70 70 70 72 73 73 76

Hoofdstuk 12 Hoogbouwaspecten 12.1 Bezonning 12.2 Luchthavenindelingbesluit Schiphol

77 77 77

Hoofdstuk 13 Natuur en landschap 13.1 Algemeen 13.2 Toetsingskader 13.3 Resultaten onderzoeken 13.4 Conclusie

80 80 80 81 83

Hoofdstuk 14 Water 14.1 Algemeen 14.2 Regelgeving 14.3 Beleid 14.4 Grondwater 14.5 Watertoets

84 84 84 85 89 90

Hoofdstuk 15 Duurzaamheid 15.1 Algemeen 15.2 Toetsingskader 15.3 Duurzaamheid in Zuidas 15.4 Doorwerking planvorming

91 91 91 92 92

Hoofdstuk 16 Juridische planbeschrijving 16.1 Totstandkoming planregeling 16.2 Opbouw bestemmingsplan 16.3 Toelichting per bestemming

95 95 95 96

Hoofdstuk 17

98

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 18 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 18.1 Participatie 18.2 Overleg ex artikel 3.1.1. Bro en ambtelijk overleg 18.3 Ontwerpbestemmingsplan

3

99 99 99 101

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

4

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Zoals ook aangegeven in de door het Rijk opgestelde Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en de gemeentelijke structuurvisie ontwikkelt Zuidas zich tot internationale toplocatie voor wonen en werken in de Metropoolregio Amsterdam. De uitstekende bereikbaarheid, de kwalitatief hoogwaardige omgeving en de economische aantrekkingskracht van Amsterdam vormen de grondslagen voor een succesvolle ontwikkeling. Een ontwikkeling waarmee Amsterdam en Nederland de internationale concurrentie aankunnen. Sinds de vaststelling van het Masterplan Zuidas door de Gemeenteraad in 1998, wordt de ontwikkelingsstrategie voor Zuidas uitgewerkt in verschillende deelprojecten. Voor het gebied aan de Parnassusweg met het complex van de rechtbank werd door vaststelling van het bestemmingsplan 'Zuidas-Parnas' de mogelijkheid gecreëerd het nieuwe rechtbankgebouw op het perceel Parnassusweg 280 tot ontwikkeling te brengen. Op dat moment werd voor de bebouwing op het perceel Parnassusweg 220 opgemerkt dat de bebouwing (waarvan een deel monumentenstatus heeft) tot oplevering van het nieuwe rechtbankgebouw als rechtbank zou blijven worden gebruikt. Voorzien werd dat na ingebruikname van de nieuwe huisvesting van de rechtbank de functie van Parnassusweg 220 als rechtbank zou komen vervallen en deze gronden te zijner tijd herontwikkeld kunnen worden voor nieuwe doeleinden.

Dat moment dient zich nu aan. Voor het rechtbankgebouw is een verbouwplan voorbereid en het zal in gebruik genomen worden als museum met een innovatief concept. Het voorliggende bestemmingsplan biedt daarvoor een nieuw juridisch-planologisch kader.

1.2

Bevoegdheden

Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het stadsdeel Zuid. Bij besluiten van de Gemeenteraad van 1997, 29 oktober 2003, 13 juli 2011 en 18 februari 2014, is de Zuidas, waar het bestemmingsplangebied deel van uitmaakt, aangewezen als grootstedelijk project. Hierbij is besloten dat de bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, bij de centrale stad liggen. Op 12 juni 2013 heeft de Gemeenteraad besloten tot intrekking van de Verordening op de stadsdelen en tot vaststelling van de Verordening op de bestuurscommissies 2013. Deze verordening is op 19 maart 2014 (gewijzigd) in werking getreden. Directe aanleiding voor de wijziging was de wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen (Wet afschaffing deelgemeenten). Op 21 maart 2018 is de Verordening op het lokaal bestuur in werking getreden. Met deze verordening is een nieuwe stap gezet in de ontwikkeling van het bestuurlijk stelsel. Het besluit is mede gebaseerd op de evaluatie van het in 2014 ingevoerde bestuurlijke stelsel door een onafhankelijke evaluatiecommissie onder leiding van de professor A.F.M. Brenninkmeijer. Amsterdam houdt nadrukkelijk vast aan lokaal bestuur naast het centrale gemeentebestuur.

Het stelsel is daarbij tot de kern teruggebracht in die zin dat er in elk van de zeven stadsdelen twee lokale onderdelen zijn ingesteld: een bestuurscommissie die wordt benoemd door het college van burgemeester en wethouders en die de taken en de bevoegdheden uitoefent die voorheen aan de algemene besturen van de stadsdelen waren toegekend en een stadsdeelcommissie die direct wordt gekozen en bestaat uit twee tot vier gebiedscommissies per stadsdeel. Deze stadsdeelcommissies geven zwaarwegende adviezen aan het dagelijks bestuur van het stadsdeel over zaken die spelen binnen hun stadsdeel. De bevoegdheid tot het vaststellen van bestemmingsplannen in het (groot)stedelijk gebied Zuidas blijft onveranderd bij de Gemeenteraad.

5

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

1.3

Crisis en herstelwet

Met ingang van 14 april 2011 is in de Crisis- en herstelwet het project Amsterdam Zuidas aangewezen in bijlage II (bijlage Aa, nummer 3). Als gevolg daarvan is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit brengt onder meer met zich mee dat bij een eventueel beroep alle beroepsgronden in het beroepschrift dienen te worden opgenomen, en deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Verder verloopt de behandeling van het beroep versneld.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft inzicht in de achtergronden en gemaakte keuzes (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 16 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, beschrijving van de geldende bestemmingsplannen, het plangebied en de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 zijn de ruimtelijk-functionele en stedenbouwkundige uitgangspunten van het bestemmingsplan beschreven. In hoofdstuk 5 tot en met 13 komen de diverse omgevingsaspecten aan bod. De uitleg over de wijze waarop dit juridisch vertaald is, staat in hoofdstuk 14.

Hoofdstuk 15 gaat in op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 16 de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Alle relevante rapporten en onderzoeken zijn als bijlage bij de toelichting gevoegd.

6

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Ligging en begrenzing

Het plangebied maakt onderdeel uit van het gebied dat bestuurlijk is aangewezen als grootstedelijk projectgebied Zuidas. Het plangebied ligt in de noordwesthoek van Zuidas. Op onderstaande kaart is de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Afbeelding: ligging van het plangebied in Amsterdam

Hieronder is dit op de luchtfoto met kadastrale grenzen en nummers weergegeven.

7

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Afbeeldingen: kadastrale grenzen

8

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

2.2

Geldend planologisch kader

2.2.1

Bestemmingsplan 'Zuidas-Parnas'

Het nu geldende bestemmingsplan 'Zuidas-Parnas' is vastgesteld op 9 september 2015. Hieronder is een uitsnede van het bestemmingsplan getoond zoals gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl.

Afbeelding: verbeelding bestemmingsplan 'Zuidas-Parnas'

2.2.1.1 Bestemming 'Maatschappelijk-1' De voor 'Maatschappelijk - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor rechtbank, met inbegrip van zittingzalen, kantoorruimte, hechtenis, foyer e.d. De regels met betrekking tot het bouwen zijn conserverend van aard. De maximum toegestane brutovloeroppervlakte (bvo) met betrekking tot de functie rechtbank (exclusief gebouwde parkeervoorzieningen) mag niet meer bedragen dan 15.000 m2 en het maximum toegestane aantal parkeerplaatsen mag niet meer bedragen dan 92. De maximum bouwhoogte die is toegestaan varieert van 14 tot 27 meter. 2.2.1.2 Bestemming 'Groen' Ten noorden van de rechtbank, langs de Fred. Roeskestraat, is een strook grond bestemd als 'Groen'. Dat staat het gebruik voor groenvoorzieningen en water toe. Bebouwing is slechts in zeer beperkte mate toegestaan. 2.2.1.3 Bestemming 'Verkeer-1' en 'Verkeer-2' De voorheen bestaande ontsluiting van bebouwing en erven aan de zuidzijde van de rechtbank is bestemd als 'Verkeer-1' en het verkeersareaal aan de oostzijde (Parnassusweg incl. fiets- en voetpad) als 'Verkeer-2'. Het onderscheid tussen beide is dat 'Verkeer-1 autoverkeer en langzaam verkeer toelaat en binnen 'Verkeer-2' mogen geen auto's rijden.

9

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

2.2.1.4 Dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' Op waterkeringen is, naast de regels van het bestemmingsplan, de regelgeving van het betreffende waterschap (in dit geval Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, AGV) van toepassing. Omdat die regelgeving de waterbelangen voldoende beschermt, zijn in het bestemmingsplan geen nadere regels gegeven. Wel is bepaald dat deze dubbelbestemming primair is ten opzichte van de bestemming Verkeer.

2.3

Grondwaterneutrale Kelders

Het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is door de gemeenteraad vastgesteld op 7 oktober 2021. Het parapluplan is een vertaling van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam in een juridisch planologisch kader. Het doel van het paraplubestemmingsplan is om te zorgen dat alle kelderbouwaanvragen in Amsterdam moeten voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit. Het doel van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. Alleen een kelder die grondwaterneutraal kan worden aangelegd komt voor vergunningverlening in aanmerking. De (algemene) regels uit het Afwegingskader hebben primair betrekking op kelders met één verdieping, een oppervlakte van maximaal 300 m² en een diepte van maximaal 4 meter onder het grondoppervlak (maaiveld) gerekend aan de straatkant. Ten aanzien van de kelders die groter zijn dan 300 m² en/of dieper dan 4 meter wordt in het Afwegingskader bepaald dat medewerking alleen mogelijk is indien aan de hand van een geohydrologisch rapport wordt aangetoond dat de aanleg grondwaterneutraal zal plaatsvinden.

2.4

Beschrijving van het plangebied

Het dominante gebouw in het plangebied is de Rechtbank Amsterdam, gelegen aan de oostzijde van de Parnassusweg. De bebouwing is ontworpen door de architect Ben Loerakker. Het bestaat uit zes gebouwdelen van in totaal circa 50.000 m2 bvo. De delen E en F (stammend uit medio jaren '70) vormen het oudste onderdeel van het complex. Onderdeel E is vanwege de grote cultuurhistorische waarde in 2013 benoemd tot gemeentelijk monument. In de delen E en F zijn vooral zittingzalen. De gebouwdelen A t/m D (Parnassusweg 280) zijn gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw van de rechtbank, dat inmiddels gereed en in gebruik is.

10

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Afbeelding: weergave oorspronkelijk complex / gebouwdelen

Op onderstaande afbeelding is de bestaande, oorspronkelijke bebouwing van de rechtbank op het adres Parnassusweg 220 te zien, met links daarvan de nieuwe rechtbank op het adres Parnassusweg 280.

Afbeelding: aanzicht bebouwing vanaf Parnassusweg

De Parnassusweg loopt hier verhoogd boven het maaiveld, met daarlangs en eronder voet- en fietspaden. Aan de noordzijde loopt een fietspad en een trottoir die de Fred. Roeskestraat voor langzaam verkeer 11

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening verbinden met de Parnassusweg. Het fietspad maakt onderdeel uit van het netwerk van hoofdfietsroutes door het Zuidasgebied.

12

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 15 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: I. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; II. Duurzaam economisch groeipotentieel; III. Sterke en gezonde steden en regio's; IV. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij worden vier uitgangspunten gehanteerd: 1. 2. 3. 4.

We werken als één overheid, samen met de samenleving; We stellen de opgave(n) centraal; We werken gebiedsgericht; We werken permanent en adaptief aan de opgaven.

Planspecifiek Door de verbouw en gebruikswijziging die in voorliggend bestemmingsplan Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiele herziening (hierna: 'voorliggend bestemmingsplan') mogelijk wordt gemaakt worden geen nationale belangen geraakt. Er is geen strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Het perceel Parnassusweg 220 is een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn.

13

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

3.1.3

Structuurvisie Zuidasdok

Op 9 juli 2012 is de Rijksstructuurvisie Zuidasdok vastgesteld. Zuidasdok zorgt ervoor dat de bereikbaarheid van de noordelijke Randstad verbetert en Zuidas een stevige impuls krijgt om zich verder te ontwikkelen als internationale toplocatie en hoogwaardig stedelijk gebied. De doorstroming van de A10 wordt verbeterd door de uitbreiding van de capaciteit van de A10 tussen de knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel. Tegelijkertijd wordt het doorgaande verkeer en het bestemmingsverkeer van elkaar gescheiden. Door een verbeterde doorstroming op de A10 Zuid ontstaat een robuust autonetwerk in de noordelijke Randstad. Ter hoogte van het centrumgebied van Zuidas wordt de A10 ondergronds aangelegd, waardoor de milieukwaliteit in de flanken van Zuidas (de gebieden ten noorden en zuiden van de infrastructuurbundel A10/spoor) verbetert en de barrièrewerking wordt verminderd. Het huidige station Amsterdam Zuid wordt aangepast tot een kwalitatief hoogwaardige OV-terminal, waar de Noord/Zuidlijn, trams en bussen in geïntegreerd zijn. Niet alleen vanuit de stad en regio is Zuidas goed bereikbaar, door aanlanding van de Hanzelijn en de hogesnelheidstreinen is een groot deel van Nederland beter aangesloten op Zuidas en Amsterdam. In voorliggend bestemmingplan is rekening gehouden met en in de onderzoeksopgave uitgegaan van de ontwikkeling van het Zuidasdok.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050

Op 19 november 2018 heeft Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie wordt voor het stedelijk gebied uitgegaan van zoveel mogelijk binnenstedelijk realiseren en concentreren van wonen en werken. Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV, fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. Versterken van het landschap als onderdeel van het metropolitaan systeem. Bedrijvigheid in de metropool kan zich blijven ontwikkelen binnen de beschikbare milieuruimte, waarbij op een beperkt aantal plekken nieuwe woningbouw te maken kan krijgen met een grotere mate van geluidhinder, binnen de wettelijke grenzen.

Het onderhavige bestemmingsplangebied is in de omgevingsvisie aangewezen als "stedelijk gebied". Het bestemmingsplan gaat uit van herontwikkeling van de bestaande bebouwing en versterking van stedelijke voorzieningen. Dit past binnen de kaders van de omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening

Op 22 oktober 2020 is de nieuwe omgevingsverordening vastgesteld door Provinciale Staten van Noord-Holland. De Omgevingsverordening is op 17 november 2020 in werking getreden. In deze verordening is het perceel aangemerkt als werkingsgebied voor diverse regels (zie onderstaande afbeelding) maar geen van deze regels heeft invloed op de realisatie van het museum op het perceel.

14

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Afbeelding: verbeelding Omgevingsverordening

Voor de projectlocatie zijn alleen de regels ten aanzien van een nieuwe stedelijke ontwikkeling relevant. Een afwijkingsprocedure kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving wordt het plan gekwalificeerd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden is door Bureau Stedelijke Planning een Laddertoets uitgevoerd. Deze is opgenomen als Bijlage 1 en daarin is aangetoond dat 1) het MCA past binnen de beleidskaders en-ambities van de stad Amsterdam en de Zuidas, 2) het MCA voorziet in een behoefte, kwantitatief en kwalitatief, 3) de ruimtelijke effecten aanvaardbaar zijn en 4) het initiatief daarmee de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorstaat. Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat MCA op de Zuidas een (zeer) beperkte impact heeft op bestaande voorzieningen.

Doordat de behoefte aan musea groter is dan het aanbod wordt geen leegstand verwacht, zeker geen structurele leegstand. Ook wordt geen aantasting verwacht van het woon- en leefklimaat en

15

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening ondernemersklimaat als gevolg van de invulling van de propositie aan de Parnassusweg 220. Sterker, de beoogde ontwikkeling draagt positief bij aan het woon- en leefklimaat van bewoners in de buurt, wijk, stad, gemeente en regio, en versterken de kunst- en cultuursector, de economie en het ondernemersklimaat. Het initiatief draagt bij aan het voornemen in te zetten op een sterke, inclusieve culturele infrastructuur. Het voegt een functie toe aan een gebied dat op ieder vlak sterk groeit en in de toekomst een zwaartepunt zal vormen van (internationaal) bezoek aan zowel Nederland als Amsterdam. Creativiteit, verbinding en inclusiviteit genieten prioriteit, waarmee het MCA een belangrijke cultureel-maatschappelijke functie kan vertolken in stadsdeel Zuid en het Amsterdam van de toekomst. De kunstraad is adviseur voor het kunstbeleid en spreekt zich uit over de verhouding tussen de kunstdisciplines, het voorzieningenniveau, de financiering daarvan en het bereik. Elke vier jaar stelt de kunstraad de Amsterdamse Cultuurverkenning op, waarin de cultuursector (het gesubsidieerde en het ongesubsidieerde segment) in kaart wordt gebracht en in een internationale context wordt geanalyseerd. De meest recente verkenning dateert van 2019 en beslaat de jaren 2019-2024.

In de verkenning wordt geconstateerd dat grenzen tussen kunstdisciplines en kunstvormen vervagen. Het onderhavige concept (zie toelichting in paragraaf 4.1) is daarvan een voorbeeld. Geconstateerd wordt dat het spreiden van publiek over de stad nuttig en gewenst is en de Kunstraad meent dat bij het uitbreiden van de huidige museale voorzieningen de entree en toegankelijkheid van musea kan verbeteren. Met het gemeentelijke beleid 'Ruimte voor Kunst en Cultuur – het Strategisch Huisvestingsplan Kunst- en Cultuur 2020-2025' (SHP) zet de gemeente een eerste stap om de cultuur via nieuwe cultuurpanden beter te spreiden over de stad. Vestiging van dit nieuwe museum op deze locatie draagt daaraan bij. De kunstraad constateert voorts dat het ontbreekt aan presentatieplekken voor beginnende en meer gevestigde kunstenaars en aan kansen om kunst te verkopen. Er ontbreekt in Amsterdam nog steeds een middensegment instituut (of beter: instituten) waar een gezonde doorstroom van talent bestendigd wordt en internationale uitwisseling gegenereerd. Er zijn ook niet genoeg mogelijkheden voor kunstenaars om door te stromen. Daarbij zijn de kosten voor het leven in Amsterdam hoog en is er gebrek aan betaalbare woon- en werkruimte. Het onderhavige concept biedt daarvoor met het Artists-in-Residence-programma nadrukkelijk nieuwe mogelijkheden.

De educatieve component van het programma geeft invulling aan het belang van aandacht voor de vaardigheden van nu en een grotere rol voor kunst- en cultuureducatie. Hier ligt een grote kans voor de instellingen die kunst- en cultuureducatie aanbieden, om meer bewustwording te creëren en hun rol in het onderwijs te claimen. Het begint bij de erkenning en bevestiging van het belang van kunst- en cultuureducatie als onderdeel van het onderwijs. Het voorliggende concept biedt daartoe mogelijkheden. Ontwerp-omgevingsverordening NH2022 Vanaf 10 mei tot en met 18 juni 2021 lag het ontwerp van de Omgevingsverordening NH2022 ter inzage. De Omgevingsverordening NH2022 is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 2.6 van de Omgevingswet bepaalt, dat Provinciale Staten één omgevingsverordening vaststellen waarin de provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Voor de omgevingsverordening geldt bij de invoering van de Omgevingswet geen overgangsrecht, zodat de omgevingsverordening gelijktijdig met de Omgevingswet in werking moet treden. Daarnaast zijn een aantal specifieke onderwerpen toegevoegd, te weten op het terrein van natuur en milieu en de Regionale Energie strategieën 1.0 (RES’en 1.0). De RES’en 1.0 zijn leidend voor wind op land.

Ook is uitvoering gegeven aan moties en toezeggingen die voortkwamen uit de behandeling van de Omgevingsverordening NH2020 in Provinciale Staten. Er heeft geen heroverweging van de Omgevingsverordening NH2020 plaats gevonden tenzij hier een directe aanleiding of noodzaak toe was. Er is dus sprake van een beleidsarme omzetting naar de systematiek en terminologie van de Omgevingswet.

16

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.2

Vervoerregio Amsterdam

De Vervoerregio Amsterdam (voorheen: Stadsregio Amsterdam) is een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. Voor de onderhavige ontwikkeling op Parnassusweg 220 hebben die geen relevantie. 3.3.3

Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016-2020

Het regionale detailhandelsbeleid is op 15 maart 2016 vastgesteld door de Regioraad van de Stadsregio Amsterdam en is daarmee beleid van en voor alle 15 gemeenten van de Stadsregio. Met dit nieuwe beleid spreken de gemeenten af zich te richten op het tegengaan van leegstand en op het behoud van hun fijnmazige winkelstructuur, zodat bewoners op aanvaardbare afstand in hun eigen buurt of wijk de meeste van hun (dagelijkse) boodschappen kunnen blijven doen. De ontwikkelingen op de vaak grootschalige perifere locaties vragen daarbij extra aandacht. De leegstand is daar het grootst en bij gevolg ook de verleiding om daar allerlei andere vormen van detailhandel toe te staan. Maar dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor de winkelstructuur in de aanpalende buurten en wijken, ook die van de de buurgemeenten. Terughoudendheid is daar op zijn plaats. Maar detailhandel is niet alleen het behouden wat er is, het is ook ruimte geven aan nieuwe ontwikkelingen, aan nieuwe concepten en winkelformules. Detailhandel is daarmee een balanceeract tussen ruimte geven en reguleren. Het regionaal detailhandelsbeleid dient meerdere doelen. Allereerst is het een leidraad voor de gemeenten van de Stadsregio voor hun eigen gemeentelijke detailhandelsbeleid. Zuinig ruimtegebruik staat daarbij voorop. Het detailhandelsbeleid van de regio gaat daarom ook met name over de ruimtelijke aspecten ervan.

Door het vaststellen van gemeenschappelijke uitgangspunten wordt er tussen de gemeenten onderling een eenduidig en gelijk speelveld gecreëerd. Gemeenten, consumenten én bedrijfsleven weten dan allemaal waar ze aan toe zijn. De Stadsregio Amsterdam heeft in het kader van het regionale detailhandelsbeleid 15 uitgangspunten voorgesteld. 1. Inwoners van de Stadsregio Amsterdam moeten op aanvaardbare afstand hun (dagelijkse) boodschappen kunnen doen (fijnmazige detailhandelsstructuur); 2. Het beleid is er op gericht om vraag en aanbod in evenwicht te brengen in de (fysieke) retailsector; 3. Detailhandelsvestigingen zijn louter gevestigd in verstedelijkt of nog te verstedelijken gebied: passend in de structuur van de hoofdwinkel-, stadsdeel- of wijkcentra, alsook op specifiek benoemde locaties op bedrijventerreinen. Solitaire vestigingen buiten en binnen woongebieden zijn uitgesloten; 4. Nieuwe ontwikkelingen: a. moeten de huidige structuur versterken; b. die ruimtegebrek vergen, zijn alleen mogelijk als de ontwikkeling niet op een bestaande

17

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening winkellocatie mogelijk is; c. moeten duidelijkheid geven over de impact van de ontwikkelingen op de lokale en regionale winkelstructuur; 5. Clustering van detailhandel is een leidend principe, al dan niet met andere commerciële en/of maatschappelijke voorzieningen; 6. Gemeenten streven ernaar om leegstand zoveel als mogelijk te voorkomen. Nieuwe initiatieven worden daarom altijd bekeken en beoordeeld vanuit het principe 'nieuw voor oud'. Dat wil zeggen dat eventuele nieuwe initiatieven en uitbreiding van bestaand winkelareaal gepaard gaan met maatregelen om de bestemming detailhandel elders te beperken. Door pro-actief beleid werken gemeenten aan voorzienbaarheid, zodat planschade voorkomen kan worden bij het daadwerkelijk verminderen van het aantal m2 detailhandel; 7. Gemeenten moeten (ook in het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking) goed beschrijven wat de regionale behoefte is van de winkelplannen die voorzien zijn; 8. Gemeenten kunnen via het bestemmingsplan aanvullende eisen voor branchering stellen. Dit dient op ruimtelijke aspecten gebaseerd te zijn; 9.

Alleen op bepaalde reeds als zodanig aangemerkte locaties (Amstelveen: Bovenkerkerhoek; Haarlemmermeer: Cruquius; Amsterdam: GDV-zone Arenagebied, Spaklerweg, Schinkel, Landlust, Keurenplein en Van Slingeland- straat / Bedrijventerrein Westerkwartier) is - indien passend binnen het vigerende bestemmingsplan - grootschalige detailhandel (GDV) toegestaan. Dat wil zeggen winkels van meer dan 1.500 m2 wvo zonder brancheringseisen (uitgezonderd dagelijkse goederen, te weten levensmiddelen en persoonlijke verzorging); 10. Naast de PDV-locaties waar GDV mogelijk is, zijn er de traditionele PDV-locaties, waar louter de PDV-branches zijn en blijven toegestaan. Brancheverruiming is op deze locaties op grond van het provinciale beleid niet toegestaan; 11. Op basis van de uitkomsten van het in 2016/2017 uit te voeren Koopstromen-onderzoek en het Marktruimteonderzoek, zal onderzocht worden of de locaties waar nu GDV mogelijk is, gehandhaafd moeten blijven of dat er aanpassingen nodig of mogelijk zijn in aantal, omvang of locatie. Dit onderzoek zal bij voorkeur plaatsvinden op de schaal van de Metropoolregio Amsterdam; 12. Nieuwe perifere detailhandelslocaties worden in beginsel niet toegestaan; 13. Conform het provinciaal beleid zijn internetafhaalpunten alléén op bedrijven-terreinen toegestaan als deze afhaalpunten géén winkel- en géén uitstalfunctie hebben.

Bij voorkeur worden afhaalpunten in bestaande winkelgebieden gesitueerd; 14. Indien er een bestemmingsplanwijziging nodig is bij nieuwe winkelinitiatieven moet iedere gemeente dit initiatief voorleggen aan de Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid (ADZ). Dit geldt voor alle initiatieven boven de 1.500 m2 wvo. Bij winkelcentra van meer dan 25.000 m2 wvo (Hoofddorp, Amstelveen, Purmerend, Zaanstad en Amsterdam, plus in Amsterdam het Buikslotermeerplein en de Amsterdamse Poort) geldt dit voor initiatieven van meer dan 3.000 m2 wvo. Deze grenzen gelden voor het totale winkelgebied en niet per winkel; 15. Iedere gemeente legt de lokale detailhandelsstructuur in ruimtelijke termen vast in de gemeentelijke structuurvisie of in een gemeentelijke detailhandelsvisie. Deze visie past binnen het regionale detailhandelsbeleid en binnen het kader dat is vastgesteld in het provinciale detailhandelsbeleid uit 2014. Het doel van de uitgangspunten en het beleid is dat het een leidraad biedt voor vroegtijdig onderling overleg, zodat gemeentelijke plannen en voornemens goed op elkaar aangesloten kunnen worden. Gemeentelijk detailhandelsbeleid houdt rekening met de uitgangspunten. Het voorliggende bestemmingsplan houdt rekening met de uitgangspunten uit het beleid.

Het plan voorziet niet in zelfstandige detailhandel, uitsluitend in ondergeschikte detailhandel in de vorm van een museumwinkel.

18

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Ruimte voor overmorgen

Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld in de gemeenteraad. Deze vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 en is een wettelijk verplicht instrument van de nieuwe Omgevingswet. Hierop zijn twee uitzonderingen: de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. De visie is gebaseerd op 5 strategische keuzes. 1. Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is. Een van de hoofddoelen van de visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de stad is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten. 2. Groeien binnen grenzen: Amsterdam streeft naar minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei mag alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier wordt de kwaliteit van bestaande buurten versterkt, kunnen overal woningen en bedrijfsgebouwen worden verduurzaamd en blijven de kwetsbare landschappen open. Dit kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar op een slimme manier verdicht kan worden.

Een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, staat hierbij voorop. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 70 meter) concentreert zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het IJ. De stad wordt ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. 3. Duurzaam en gezond bewegen: om ruimte te houden voor groen, spelen en verblijven en voor de fietser en voetganger, moet de auto een stap terug doen. Door verdichting wordt draagvlak gecreëerd voor OV in de hele stad en komen voorzieningen op loop- en fietsafstand. Buurten worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. 4. Rigoureus vergroening: Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van de stad. 5. Samen stadmaken: De omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Het stadsbestuur gaat sturen op hoofdlijnen.

De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. De bestemmingsplanlocatie is aangewezen als 'hoogstedelijke buurt', zoals hieronder op een uitsnede van de Visiekaart Amsterdam 2050 is getoond.

19

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Afbeelding: uitsnede Visiekaart Amsterdam 2050 ter hoogte van projectlocatie (zwart omlijnd)

Amsterdam is straks een meerkernige stad, opgebouwd uit buurten met een eigen karakter. Maar deze stedelijke kernen en buurten zijn dankzij een netwerk van doorgaande stadsstraten en stadslanen onderdeel van de stad als geheel. Als onderdeel van de meerkernige ontwikkeling wordt op verschillende plekken ingezet op versterking van de betekenis van die plek voor de hele stad. Er is hier iets te vinden voor mensen uit de directe omgeving, mensen uit het gebied, de stad als geheel en soms ook daarbuiten. Het zijn plekken waar mensen willen zijn, elkaar ontmoeten, ondernemen. Waar werkgelegenheid zich deels concentreert. Het zijn winkel- en uitgaansgebieden, stadsparken en pleinen, waar je kunst en cultuur vindt, waar gesport wordt, en waar onderwijs, onderzoek en zorg te vinden zijn. Op veel van de plekken wordt ook gewoond en gewerkt. De vergroting van de betekenis van deze plekken draagt bij aan de ontwikkeling van alle stadsdelen in de stad tot eigenstandige gebieden. Daarmee werken we aan een evenwichtige ontwikkeling van de hele stad binnen de regio. De plekken op de kaart, waaronder de Zuidas, hebben de potentie (door de goede bereikbaarheid, het reeds aanwezige voorzieningenaanbod of de landschappelijke kwaliteit) om tot stedelijke plek uit te groeien.

Soms zijn ze al van grote betekenis voor de stad (zoals de Amsterdamse Poort en de Zuidas) en gaat het om de uitbreiding van die betekenis. Deze plekken komen in principe als eerste in aanmerking als een locatie voor een grootstedelijke voorziening wordt gezocht. Het zijn plekken die voor zowel mensen uit de directe omgeving, als uit de stad als geheel en de regio het bezoeken waard zijn. Je kunt er bijvoorbeeld sporten, naar een museum, buiten afspreken, een opleiding volgen en boodschappen doen. Ze hebben of een sterk stedelijk karakter of ontlenen hun kwaliteit aan hun landschappelijke ligging. Kantoorontwikkeling en andere grootschalige functies passen op de multimodale knopen zoals Zuidas, Amstelstation, ArenApoort, Sloterdijk en Centraal Station. Concentraties van werken en publiekstrekkende voorzieningen in Amsterdam krijgen vooral een plek in stationskwartieren bij deze belangrijke stations. Banen en voorzieningen zijn daarmee voor mensen vanuit de rest van de metropoolregio en Nederland uitstekend bereikbaar met openbaar vervoer. Goede bereikbaarheid vormt de sleutel tot de ontwikkeling van dit hoogstedelijke gebied. Met de realisatie van Zuidasdok zal station Zuid uitgroeien tot het belangrijkste (overstap)station van het noordelijk deel van de Randstad voor trein, metro, bus en tram.

Het is dan een van de grootste stations van Nederland en de belangrijkste internationale toegangspoort van buitenlandse treinen. De internationale bereikbaarheid van deze locatie maakt dat Zuidas een belangrijke rol heeft in de veelzijdige economie van Amsterdam. Zuidas groeit kortom door als hét centrum voor internationaal zakendoen en als integraal onderdeel van het stedelijk weefsel, een bestemming voor alle Amsterdammers. In de omgeving van het station wordt de openbare ruimte hierop ingericht door ruimte te maken voor het verbeteren van bus- en tramverkeer en voor fietsers en voetgangers. Het Zuidas Dokpark ten slotte wordt een nieuwe, centrale, groene plek in het gebied. Het verbinden van Zuidas met de omliggende wijken is een belangrijke opgave, zowel ruimtelijk als 20

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening programmatisch. De barrièrewerking van de aanwezige infrastructuur dient verminderd te worden. Het deels ondergronds brengen van de A10 (Zuidasdok) zal Plan Zuid en Buitenveldert beter met elkaar verbinden. Dit maakt het mogelijk om de Beethovenstraat en Parnassusweg-Buitenveldertselaan in te richten tot levendige stadsstraten met (veel) meer ruimte voor groen, lopen en fietsen. Twee van de belangrijkste elementen op de stadsdeelkaart van Zuid zijn dan ook: Stationskwartieren Zuid en RAI: stevige verdichting, ruimte voor wonen, werken en (grootstedelijke en internationale) voorzieningen, bijvoorbeeld in relatie met het kenniskwartier van de VU. Op straat veel ruimte voor bus- en tramverkeer, fietsers, voetgangers en verblijfskwaliteit. Versterken noord-zuid en oost-west gerichte routes, die de Zuidas intern verbinden en verknopen met de omliggende buurten Het voorliggend bestemmingsplan om een museum met (inter)nationale betekenis te vestigen aan de Zuidas is dan ook in overeenstemming met de Omgevingsvisie 2050. 3.4.2

Hoogbouw in Amsterdam

Binnen het instrumentarium van de Structuurvisie Amsterdam 2040 (en de Nota Hoogbouw in Amsterdam, vastgesteld door het College van B&W op 10 mei 2011) zijn de uitgangspunten voor hoogbouw in Amsterdam genoteerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebieden waar hoogbouw wordt gestimuleerd en gebieden waar hoogbouw zeer terughoudend wordt toegepast. Onder hoogbouw wordt verstaan: gebouwen vanaf 30 meter hoogte of tweemaal de hoogte in hun directe omgeving. Onderhavig bestemmingsplangebied ligt in een gebied (langs de ringweg A10/Ringlijn, met name rond de OV-knooppunten) waar hoogbouw wordt gestimuleerd. Aan de hand van een hoogbouweffectrapportage (HER), waarin de effecten van het hoogbouwplan op het stedelijke landschap in beeld zijn gebracht, wordt beoordeeld of een hoogbouwplan verantwoord is. In bepaalde gevallen is het opstellen van een HER verplicht. Dat doet zich voor in situaties waarin terughoudendheid met hoogbouw wordt beoogd. De Zuidas is als locatie aangewezen waar hoogbouw wordt gestimuleerd. Het doen van een HER is niet verplicht gesteld. De aspecten windhinder en bezonning zijn wel beschouwd, zie de Hoofdstuk 12. 3.4.3

Visie Zuidas 2016

De Gemeenteraad heeft op 5 oktober 2016 de Visie Zuidas 2016 vastgesteld. In de Visie Zuidas wordt beschreven hoe, waar en waarom er ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Zuidas is in korte tijd uitgegroeid tot een uniek deel van Amsterdam met internationale allure, maar wordt ook steeds meer tot een levendige stadswijk. Zuidas staat aan de vooravond van de grootste bouwoperatie uit de geschiedenis van het gebied, er komen duizenden nieuwe woningen en bewoners bij. Daarnaast reizen steeds meer mensen via station Amsterdam Zuid van en naar Amsterdam. Het wordt, kortom, op alle mogelijke manieren drukker in Zuidas met een mix van bewoners, studenten, werknemers, reizigers, congresbezoekers en toeristen. Het behouden en versterken van kwaliteit van wonen en werken in Zuidas, gecombineerd met de aanleg van Zuidasdok, is de belangrijkste uitdaging voor de komende periode. De Visie Zuidas 2016 benoemt daarbij de volgende thema's: Zuidas in uitvoering De visie staat in het teken van het voortzetten en versterken van het succes van Zuidas in een periode met veel bouwactiviteiten. Het is onvermijdelijk dat bewoners en bezoekers last gaan ondervinden van bouw- en funderingswerkzaamheden, omleidingen en bouwverkeer, maar de overlast mag niet overheersen.

Alle reden om juist nu extra aandacht te schenken aan hoe we de kwaliteit van het gebied hoog kunnen houden en waar mogelijk kunnen verbeteren. Door zorgvuldige gebiedsregie en goede communicatie wordt geborgd dat Zuidas ook tijdens de bouw leefbaar en bereikbaar blijft. Internationaal en ambitieus De kracht van Zuidas wordt onder andere bepaald door de goede bereikbaarheid, zowel vanuit de stad als vanuit de regio, en dankzij de nabijheid van Schiphol. Daar bovenop maakt de aanwezigheid van gekwalificeerde werknemers en kennisinstellingen van Zuidas een gewilde locatie voor internationaal

21

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening opererende topbedrijven. Het succes en de kracht van Zuidas als internationale toplocatie wordt met deze visie verder uitgebouwd en versterkt. Het internationale karakter wordt op straat voelbaar en zichtbaar, door hoogwaardige voorzieningen, hotels, kunst en cultuur. Het 'Kenniskwartier', een menging van universitaire- en stedelijke voorzieningen, bedrijven en wonen, zal een belangrijke plek krijgen in de internationale en ambitieuze Zuidas. Een levendige woonwijk Het is de ambitie om van Zuidas een gemengd woongebied te maken voor jong en oud; een wijk met een grote verscheidenheid aan nieuwe, lichte woningen in een hoog stedelijke omgeving en met een moderne en kosmopolitische sfeer. Om de verblijfs- en woonkwaliteit in Zuidas te garanderen wordt blijvend ingezet op meer levendigheid en voldoende voorzieningen, zoals scholen, zorgfuncties en winkels. Verbonden door groen en water Een belangrijke voorwaarde voor een gezonde en leefbare Zuidas is de aanwezigheid van voldoende en kwalitatief hoogwaardig groen en water. Dat is niet alleen belangrijk vanwege recreatieve functies, maar ook om Zuidas bestendig te maken tegen extreme regenbuien en hoge temperaturen en een habitat te bieden aan flora en fauna.

Daarom worden er plekken in het groen of bij het water aangelegd, worden bestaande plekken verbeterd en worden het groen en water beter met elkaar verbonden. De samenhangende structuur van groen en water wordt een belangrijke drager van de identiteit van het gebied. Kiezen voor fiets en OV Het aantal vervoerbewegingen neemt de komende jaren flink toe. De ambitie om de bereikbaarheid van Zuidas te behouden en tegelijkertijd een aantrekkelijk verblijfsgebied te vormen, dwingt tot het maken van expliciete keuzes. Fiets en openbaar vervoer krijgen meer ruimte als aantrekkelijke alternatieven voor het autogebruik. Met een aantal reeds geplande (in het kader van Zuidasdok) en beoogde ingrepen (op lange termijn) wordt de OV-bereikbaarheid vergroot. Fietsen van en naar Zuidas en het stallen van fietsen wordt zo snel, goedkoop, veilig en gemakkelijk als mogelijk. De daklaan wordt onderzocht; een verhoogde fietsverbinding in een groene setting. Tot slot worden bestaande en voorziene infrastructuur slimmer en efficiënter benut. Het bedrijfsleven speelt hierbij een belangrijke rol. Conclusie Het museum levert een bijdrage aan het internationale karakter doordat een hoogwaardige kunst- en cultuurvoorziening wordt toegevoegd. 3.4.4

Nota Parkeernormen Auto (2017)

Op 7 juni 2017 is de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. In de nota zijn voor nieuwe ontwikkelingen parkeernormen opgenomen. Daarbij is Amsterdam opgedeeld in A, B en C gebieden, waarbij een A-locatie goed per openbaar vervoer bereikbaar is en een C gebied vooral goed met de auto bereikbaar is. Het onderhavige plangebied is op grond van het beleid een A-locatie. Voor voorzieningen zoals een museum geldt maatwerk op basis van CROW normen. In paragraaf 6.2.5 wordt ingegaan op de vertaling van het beleid naar dit plan. 3.4.5

Nota Parkeernormen Fiets en Scooter (2018)

De gemeenteraad heeft op 14 maart 2018 de "Nota Parkeernormen Fiets en Scooter" vastgesteld. De nota 'Parkeernormen Fiets en Scooter' is het beleidskader op basis waarvan de gemeente bij ruimtelijke (her-)ontwikkelingen eisen stelt aan de fietsparkeervoorzieningen bij niet-woonfuncties en daarnaast richtlijnen voor scooterparkeren. In paragraaf 6.4.3 en 6.4.4 wordt ingegaan op de vertaling van het beleid naar dit plan.

22

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

3.4.6 stad

Detailhandelsbeleid Amsterdam: 2018-2022: Sterke winkelgebieden in een groeiende

Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad het detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022 vastgesteld: Sterke winkelgebieden in een groeiende stad. Het beleid is een aanvulling op de meer algemene kaders van het regionale detailhandelsbeleid en het Amsterdams Ondernemersprogramma 2015-2018: Ruimte voor ondernemers. Amsterdam wil een aantrekkelijke stad zijn voor zowel bewoners als bezoekers, als winkeliers en heeft twee hoofddoelstellingen: 1. Boodschappen dichtbij voor bewoners: met dit beleid wil Amsterdam in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (750 meter loopafstand) dagelijkse boodschappen kunnen doen. 2. Meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad: Amsterdam heeft als ambitie om meerdere aantrekkelijke winkelgebieden te hebben. Het betreft hier het echte 'winkelen' voor producten die niet elke dag worden gekocht. Voor de verschillende in het beleid onderscheiden typen winkelgebieden gelden in heel Amsterdam algemene beleidsuitgangspunten. Een van de belangrijkste daarvan is dat het winkelaanbod in Amsterdam geclusterd wordt in winkelgebieden en dat nieuwe losse winkelvestigingen in beginsel zijn uitgesloten. Hieraan ligt een aantal redenen te grondslag. In de eerste plaats heeft clustering van winkels voordelen voor ondernemers én consumenten: alle benodigde boodschappen zijn vlakbij elkaar verkrijgbaar.

In de tweede plaats profiteren ondernemers in winkelconcentraties van elkaars bezoekersstromen. Verder is het voor de overheid efficiënter en duurzamer om een concentratie van winkels te faciliteren met bijvoorbeeld laad- en losplekken voor bevoorrading, voorzieningen voor fietsen etcetera. Het clusteren van detailhandel, en daarmee efficiëntere bevoorrading, draagt indirect bij aan de ambities van Amsterdam voor een schonere luchtkwaliteit. Naast algemeen beleid wordt een specifieke koers gevolgd voor detailhandel in verschillende gebieden. Er zijn drie uitzonderingen op de regel dat detailhandel wordt geclusterd, één daarvan is dat buiten de winkelgebieden detailhandel wél mogelijk is in de vorm van ondergeschikte detailhandel. Dat betreft ondergeschikte detailhandel binnen een andere functie zijnde een ambachtelijk bedrijf, consumenten dienstverlening, alcoholvrije horeca of cultuurinstelling. Detailhandel is ondergeschikt wanneer maximaal 20% (met een plafond van 50 m2) van het bruto vloeroppervlakte van het bedrijfspand, horecaruimte, kantoor of de cultuurinstelling bestaat uit winkelruimte. Verder geldt de regel dat de exploitant van de ondergeschikte detailhandel dezelfde exploitant is als die van de hoofdfunctie, waardoor de ondergeschikte detailhandel in het verlengde ligt van de hoofdfunctie.

Het voorliggende bestemmingsplan houdt rekening met de uitgangspunten uit het beleid. Het plan voorziet niet in zelfstandige detailhandel, uitsluitend in ondergeschikte detailhandel in de vorm van een museumwinkel. 3.4.7 Agenda Groen, Uitvoeringsagenda mobiliteit, Agenda Duurzaamheid en Visie Openbare ruimte Deze 3 agenda's zijn in 2015 vastgesteld en verwoorden gezamenlijk het antwoord hoe vanuit de kwaliteit van de openbare ruimte en duurzaamheid de gemeente toekomstbestendig wil reageren op de groei van Amsterdam. De gemeente wil de stad aantrekkelijker maken door vergroening en tegelijk moet de stad bereikbaar blijven met een aantrekkelijke openbare ruimte om te verblijven, waarbij duurzaamheid hoog op de agenda staat. De Visie Openbare Ruimte is door de gemeenteraad van Amsterdam vastgesteld op 8 juni 2017. In de visie zijn uitgangspunten geformuleerd voor het inrichten en verbeteren van de openbare ruimte in de stad. Het voorliggende bestemmingsplan leidt niet tot aanpassingen in de openbare ruimte.

23

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

3.4.8

Erfgoedagenda

Amsterdam is permanent in verandering en ontwikkeling. Erfgoed is een bron van inspiratie en een drijvende kracht bij die ontwikkeling: monumentale gebouwen en archeologische vindplaatsen, maar ook tradities en verhalen bepalen de identiteit en de kwaliteit van de bestaande stad. Omgekeerd dankt erfgoed haar voortbestaan aan verandering en groei. Actuele ontwikkelingen in de economie en het verkeer, in het wonen, de culturele sector, het onderwijs en het sociale domein zijn bepalend voor de toekomst van zowel het materiële als het immateriële erfgoed. Nieuwkomers en zittende bewoners, jonge starters en gevestigde (internationale) bedrijven zoeken steeds opnieuw passende ruimte in de stad. En zorgen voor een vitale mix van wonen, werken en recreëren in de bijzondere buurten en monumentale gebouwcomplexen van Amsterdam. In de Erfgoedagenda worden de hoofdlijnen, aandachtspunten en acties voor de komende jaren uiteengezet. Rode draad is het optimaal inzetten van erfgoed bij de transformatie en groei van de stad. Het gebouw is een gemeentemonument (zie ook 10.3.2) en daardoor worden monumentale waarden op objectniveau beschermd. Daarnaast is in het kader van het voorliggende bestemmingsplan een archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd waaruit is gebleken dat er geen te beschermen archeologische waarden aan de orde zijn.

Er is geen sprake van gebiedsbescherming in de zin van een aangewezen beschermd stadsgezicht. 3.4.9

Cultuurbeleid

In het gemeentelijke beleid 'Ruimte voor Kunst en Cultuur - het Strategisch Huisvestingsplan Kunst- en Cultuur 2020-2025' (SHP, 20 november 2018) zet de gemeente een eerste stap om de cultuur via nieuwe cultuurpanden beter te spreiden over de stad. Daarin wordt gekozen voor geografische spreiding van het cultuuraanbod: cultuur hoort in de hele stad. Er komen daarom nieuwe culturele instellingen buiten het centrum. Doelstelling is onder meer dat buiten het centrum nieuwe grootstedelijke culturele voorzieningen worden gerealiseerd. De aanzienlijke groei van de stad rechtvaardigt de ontwikkeling van enkele nieuwe grootstedelijke culturele voorzieningen, niet in het stadscentrum - waar de druk op de openbare ruimte al groot is - maar daar waar nieuwe grote woonwijken worden gerealiseerd en nieuwe behoeften en kansen ontstaan. In de kansenkaart staan vier strategische locaties waar onderzoek wordt gedaan naar grootstedelijke culturele voorzieningen genoemd: Sloterplas, De Zuidas, Buikslotermeerplein en de ArenaPoort - Urban Interactive District. Naast werken en wonen is er aan de Zuidas (in lijn met de Visie Zuidas) behoefte aan meer levendigheid, daar groeit de behoefte aan voorzieningen. Kunst en cultuur kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Vestiging van dit nieuwe museum op deze locatie aan de Zuidas past in dit beleid.

In het Amsterdamse Kunstenplan 2021-2024 ontvangen in totaal 162 kunst- en cultuurinstellingen een vierjarige subsidie voor de periode 2021-2024. Het gaat om culturele organisaties zoals musea, theaters, filmhuizen, podia, festivals, culturele platforms, gezelschappen, erfgoedinstellingen en organisaties voor cultuureducatie. Kunstinstellingen worden gefinancierd in alle disciplines, van groot tot klein, zeer gerenommeerd of relatief jong en nieuw in het Kunstenplan, en zijn verdeeld over de hele stad. Het voorliggende nieuwe initiatief doet geen beroep op subsidiëring uit het Kunstenplan. 3.4.10 Terrassenbeleid Het Stedelijk kader Terrasbeleid geeft regels voor terrassen voor de gehele stad, de uitwerking per stadsdeel staat in de horecabeleidsplannen per stadsdeel. Dit betreft terrassen in de openbare ruimte, dus niet op uitgegeven grond of op daken. In dit plan is voorzien in terrassen behorend tot het museumrestaurant: de bistro op de begane grond en het restaurant bovenin de toren. De mogelijkheid om een buitenruimte bij deze functies te betrekken zal de beleving van de bezoekers van het museum verrijken en levendigheid toevoegen aan deze publieksfunctie op de Zuidas. Beide museumterrassen zijn gesitueerd binnen de kavelgrens. Het terras van de museumbistro op de begane grond wordt duidelijk ingekaderd. Het buitenterras van

24

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening het museumrestaurant is gepositioneerd op het bestaande dak van de monumentale toren, op de 8e verdieping. Voorts worden een dakterras op de derde verdieping gerealiseerd, maar dat betreft geen horecaterreas. Het gaat om tafeltjes buiten voor de kantinefunctie.

25

Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Hoofdstuk 4

Het ruimtelijk kader

4.1

Ruimtelijk-functionele aspecten

4.1.1

Inleiding: het museale totaalconcept

Het Museum of Contemporary Art (MCA, werktitel) heeft de ambitie om een toonaangevend internationaal museum voor hedendaagse kunst te worden. Het gebouw van de voormalige rechtbank Amsterdam biedt mogelijkheden voor het combineren van expositieruimtes, educatieve programma's en evenementen, kunstenaarsverblijven, workshops en culturele horeca. Het karakteristieke atrium van het oorspronkelijke gebouw, de rechtszalen met hun hoge plafonds en de toren met kantoorruimtes zijn geschikt om de publieksfuncties, productieruimtes en het sociale leven van het museum in onder te brengen. Het vervangen van het later toegevoegde, niet-monumentale Gebouw F biedt de mogelijkheid om extra grote tentoonstellingsruimtes aan het gebouw toe te voegen. Door de mensen die kennis en kunst produceren, de faciliteiten om te experimenteren en te materialiseren, en de publieke ruimtes om te exposeren, delen en discussiëren samen te brengen onder één dak, activeert het MCA het oorspronkelijke museummodel tot een hedendaags instituut en een publiek forum. Het MCA zal geen eigen collectie bezitten maar bijdragen aan het opbouwen van individuele en collectieve geschiedenissen en het nationale erfgoed, door de geproduceerde werken te doneren aan de Nationale Collectie (er vindt geen verkoop van kunst plaats) en daarmee toegankelijk te maken voor alle musea in Nederland en daarbuiten. 4.1.2

Toelichting op het programma

Het museumprogramma bestaat uit de volgende onderdelen: Tentoonstellingsruimtes Grote zalen - museumzalen met bijbehorende vrije hoogte en klimaatinstallaties. Bij voorkeur geschakeld/gelijkvloers. Kleine zalen - flexibel in te richten dubbelhoge museumzalen met bijbehorende klimaatinstallaties, als uitgangspunt worden de bestaande zittingzalen hiervoor gebruikt. Arena - een vrije, open 'tussenzone' in het gebouw als onderdeel van de circulatieruimte. Te gebruiken door de verschillende programma's van het museum. Als uitgangspunt wordt het bestaande atrium hiervoor gebruikt. Publieksfuncties Auditorium - ruimte geschikt voor lezingen, muziek, film en performance met ca. 300-500 (uitneembare) zitplaatsen. Met een genereuze entree/multifunctionele ruimte, te gebruiken voor evenementen, samenkomsten, grote kunstobjecten, performance en andere live programmering, alle activiteiten in deze ruimte maken direct onderdeel uit van museumprogramma en zijn gericht op de doelgroepen van het museum. Tentoonstellingszalen, gastinstellingen - flexibel in te richten dubbelhoge zalen voor wisselend programma en gast-instellingen, als uitgangspunt worden de bestaande zittingzalen hiervoor gebruikt. Educatieruimtes - ruimtes voor (kunst)onderwijs aan groepen en schoolklassen. Bibliotheek - geschikt voor (kunst)boeken en digitaal media-archief, faciliteiten om werken in te zien en te studeren.

Gericht op specifiek gebruik door AiR-programma en medewerkers/onderzoekers van het museum. Entree - hoofdentreezone, inclusief faciliteiten voor garderobe, toiletten en beveiliging. Koppeling met museumwinkel. Museumwinkel - als onderdeel van de entreesequentie van het museum. Voor de museumwinkel zal een bestaande, monumentale zittingszaal op de begane grond worden gebruikt. De museumwinkel is uitsluitend geopend gedurende de openingstijden van het museum. Workshops - flexibel te gebruiken werkplekken, gericht op zowel het produceren van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11802161/1