CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1d. bijlagen bij de regels bestemmingsplan Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken.pdf

RAAD 24 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken’. (VN2024-002167)27.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

19

Gebied 4: Nieuwe Diep

Beschrijving gebied Het Nieuwe Diep is het waterrijke gebied dat is gelegen tussen het Flevopark in het westen en de Diemerzeedijk in het noorden en noordoosten. De zuidgrens volgt het Amsterdam-Rijnkanaal in het oosten, kruist vervolgens het Amsterdam-Rijnkanaal en volgt de Ringvaart tot het Flevopark. Het gebied is in het kader van het woonbotenbeleid verdeeld in twee rakken. De scheiding tussen de rakken ligt in het midden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Rak 1 betreft het gebied nabij het Flevopark en rak 2 betreft het gebied het Nieuwe Diep.

Maatvoering In het gebied Nieuwe Diep geldt de maatvoering uit hoofdstuk 4. In afwijking van de maatvoering uit hoofdstuk 4 gelden de volgende maximale maten voor een te vervangen of te verbouwen woonboot: - maximale hoogte woonark 5,5 m; - maximale breedte woonark in rak 1: 7,5 m.

20

Het Nieuwe Diep is als gebied zodanig ruim van opzet dat voor de beperkte hoeveelheid aanwezige woonboten in het verleden geen strakke maatvoering is gehanteerd qua breedte, diepte en hoogte. Alleen de maximale oppervlakte is beperkt. Om die reden wijken de hoogte en breedte van de aanwezige woonboten af van de algemene maatvoering. De bestaande maatvoering uit de geldende ligplaatsvergunningen zijn bepalend geweest voor de maximale hoogte en maximale breedte voor het gebied Nieuwe Diep. Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor het Nieuwe Diep zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Oevergebruik en objecten in het water en op de oever zijn toegestaan conform de voorwaarden uit de hoofdstukken 6 en 7.

21

Gebied 5: Buiten IJ

Beschrijving gebied Het gebied Buiten IJ omvat de noordwest kop van het Zeeburgereiland en is buitenwater. In dit gebied zijn twee woonschepen gelegen. Aan de westzijde van het Buiten IJ is het Amsterdam-Rijnkanaal gelegen. Aan de noordzijde zijn de Oranjesluizen en de ingang naar het IJ gelegen. Maatvoering Voor het gebied Buiten IJ geldt de maatvoering uit hoofdstuk 4. In afwijking van de maatvoering uit hoofdstuk 4 gelden de volgende maximale maten voor een te vervangen of te verbouwen woonboot: - maximale breedte woonschip 6 m. Het toestaan van bredere woonvaartuigen en woonschepen is aanvaardbaar doordat bredere woonvaartuigen en woonschepen meer stabiliteit en daardoor een groter richtend vermogen hebben. Dit richtend vermogen is noodzakelijk vanwege grote verschillen in het waterpeil (fluctuatie) die op kunnen treden in buitenwater. Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor het Buiten IJ zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Vanwege de ligging van de woonschepen in rijksvaarwegen vindt de verhuur van gronden en water plaats via de Domeinen.

In 2013 wordt de dijk waaraan de woonschepen liggen opgehoogd en mogen er geen voorzieningen op de oever worden geplaatst. Op het water is de Rijksverordening op het Binnenwater van toepassing. Voor objecten in het water is hoofdstuk 6 van toepassing.

Gebied 6: Oostelijk Havengebied

Beschrijving gebied Het Oostelijk Havengebied is gelegen in het noordelijk deel van stadsdeel Oost en grenst aan het IJ in het noorden en oosten. Aan de oostzijde wordt de grens verder gevormd door de spoorlijn Amsterdam-Utrecht. Aan de zuidzijde ligt de grens op het Cruquiusgebied en aan de westzijde het Amsterdam-Rijnkanaal. Het Oostelijk Havengebied kent een eilandenstructuur waardoor diverse deelgebieden ontstaan. Per deelgebied geldt een andere regeling. Maatvoering De maatvoering voor woonboten in het Oostelijk Havengebied staat voor een groot deel in het bestemmingsplan Borneo, Sporenburg en Rietlanden uit 2007. Voor de woonboten aan de Surinamekade, de Levantkade en de Javakade is de maatvoering opgenomen in het bestemmingsplan Oostelijk Havengebied Noord. Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de bovengenoemde maatvoering voor het Oostelijk Havengebied zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Voor de objecten in het water gelden per woonboot specifieke regels die in het ter plaatse geldende bestemmingsplan zijn genoemd. Gebruik van de oever voor private doeleinden is niet toegestaan. Objecten op de oever, met uitzondering van nutsvoorzieningen, zijn eveneens niet toegestaan.

23

Gebied 7: De Kom

Beschrijving gebied Het gebied De Kom ligt in de oksel van de Amsterdamse brug ingeklemd tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en het Zeeburgereiland. Het gehele gebied is buitenwater, maar door zijn ligging redelijk beschut tegen forse golfslag door opwaaiend water. Doordat de Kom behoort tot buitenwater zijn hier veel schepen aanwezig die in buitenwater hebben gevaren. Maatvoering In het gebied De Kom geldt de maatvoering uit hoofdstuk 4. In afwijking van de maatvoering uit hoofdstuk 4 gelden de volgende maximale maten voor een te vervangen of te verbouwen woonboot: - maximale breedte woonvaartuig en woonschip: 6 m. Het toestaan van bredere woonvaartuigen en woonschepen is aanvaardbaar doordat bredere woonvaartuigen en woonschepen meer stabiliteit en daardoor een groter richtend vermogen hebben. Dit richtend vermogen is noodzakelijk vanwege grote verschillen in het waterpeil (fluctuatie) die op kunnen treden in buitenwater. Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor het Buiten IJ zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever In de Kom wordt het huidige gebruik van de oever tot de ophoging van de Zuiderzeedijk toegestaan.

Na de ophoging van de dijk zal op basis van de nieuwe situatie voorwaarden over oevergebruik worden opgesteld. Objecten in het water zijn toegestaan conform de voorwaarden uit hoofdstuk 6.

24

Gebied 8: Lozingskanaal/Nieuwe Vaart

Beschrijving gebied Het Lozingskanaal en de Nieuwe Vaart zijn gelegen tussen de Indische buurt (in het zuiden) en het Oostelijk Havengebied (in het noorden). Aan de westzijde wordt de begrenzing van het gebied gevormd door de spoorbrug van het spoor Amsterdam CS – Station Muiderpoort. Het gebied grenst aan de oostzijde aan de Zeeburgersluis. Maatvoering In het gebied Lozingskanaal/Nieuwe Vaart geldt de maatvoering uit hoofdstuk 4. Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor het Lozingskanaal/Nieuwe Vaart zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Voor het gebruik van de oever, de objecten op de oever en de objecten in het water gelden de voorwaarden uit hoofdstuk 6 en 7. In hoofdstuk 6 zijn voor het Lozingskanaal uitzonderingen opgenomen.

25

Gebied 9: Overamstel/Weespertrekvaart

Beschrijving gebied Het gebied Overamstel/Weespertrekvaart bestaat uit twee delen. Het eerste deel omvat een kleine zijtak van de Weespertrekvaart. Het tweede deel omvat de Duivendrechtsevaart vanaf de Amstel tot aan de brug waarover De Heusweg loopt en de oevers van de Amstel naast de monding van de Duivendrechtsvaart. De Duivendrechtsevaart en de Weespertrekvaart hebben in het verleden een belangrijke rol gespeeld voor de destijds aanwezige, industriële en bedrijfsmatige omgeving. Deze vaarten zijn aangelegd met als doel de omliggende bedrijvigheid te faciliteren. De rechte, brede structuren zijn een resultaat van de efficiënte, bedrijfsmatige inrichting die deze vaarten dienden te hebben. Maatvoering In het gebied Overamstel/Weespertrekvaart geldt voor woonboten de maatvoering uit hoofdstuk 4. In afwijking van de maatvoering uit hoofdstuk 4 gelden de volgende maximale maten voor een te vervangen of te verbouwen woonboot: - de maximale lengte van alle typen woonboten: de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning van de te vervangen of te verbouwen woonboot, indien gelegen in de volgende gebieden: o Joan Muyskenweg/Jan Vroegopsingel rondom Utrechtsebrug tussen Joan Muyskenweg en clubgebouw Poseidon; o Duivendrechtsevaart bij Willem Fenengastraat; o Weespertrekvaart bij insteekhaven Duivendrechtsekade.

- De maximale hoogte van alle typen woonboten ter plaatse van de adressen Jan Vroegopsingel 20 t/m 25, Ouderkerkerdijk 27 t/m 40 en Joan Muyskenweg 2e, 2f, 2g en 2h: 5 meter - De maximale hoogte van alle typen woonboten ter plaatse van de adressen Joan Muyskenweg 2k, 2l, 2m en 2n: 4.5 meter Ten aanzien van de maximale lengte van woonboten en de hoogte van woonboten op specifieke adressen wordt het beleid voortgezet voor specifieke delen van het gebied Overamstel/Weespertrekvaart. Het beleid voor deze specifieke delen van het gebied Overamstel/Weespertrekvaart stamt uit 2009 is nog steeds actueel. Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor de Overamstel/Weespertrekvaart zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Oevergebruik en objecten in het water en op de oever zijn toegestaan conform de voorwaarden uit de hoofdstukken 6 en 7.

26

Gebied 10: IJburg

Beschrijving gebied e IJburg 1 fase is een stadswijk op nieuwe eilanden in het IJmeer aan de oostkant van Amsterdam. De begrenzing aan de zuidzijde wordt gevormd door het Diemerpark, aan de westzijde door de A10 en aan de oostzijde door de gemeentegrens met gemeente Diemen. Aan de noordzijde loopt de begrenzing door het IJmeer. Maatvoering In IJburg zijn uitsluitend woonschepen toegestaan doordat hier al het water rond IJburg buitenwater is. De maatvoering voor woonschepen IJburg staat in het bestemmingsplan IJburg. Afwijkingen per adres In het gebied IJburg zijn geen adresspecifieke afwijkingen aanwezig. Oevergebruik en objecten water en oever De mogelijkheden voor objecten in het water en op de oever gelden per woonboot zijn in het ter plaatse geldende bestemmingsplan geregeld. Ook voor de mogelijkheden voor oevergebruik wordt verwezen naar het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

27

Regels Woonboten en Oevergebruik Stadsdeel Oost

Paragraaf 1 Artikel 1

Inleidende regels Definities

In deze regeling wordt verstaan onder: a. woonboot: een vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet; b. woonschip: een woonboot die herkenbaar is als een van origine varend schip en die naar gelang het type schip, in elk geval is voorzien van originele kenmerken zijnde een stuurhut, een roer, gangboorden, een mast en een roef; c. woonvaartuig: een woonboot bestaande uit een casco van een van origine varend schip waarop een niet-authentieke opbouw is bevestigd; d. woonark: een woonboot, niet zijnde een woonschip of een woonvaartuig; e. vervanging: het verwijderen van een bestaande woonboot en het op dezelfde plek afmeren van een andere woonboot, dan wel het vervangen of veranderen van de romp of het casco, waardoor deze onherkenbaar veranderd wordt; f. verbouwen van een woonboot: werkzaamheden aan of veranderingen van een woonboot, waarbij de uiterlijke staat wijzigt. Hieronder wordt mede begrepen het verwijderen van karakteristieke kenmerken van een woonschip; g. dekschuit: een drijvend object met scheepsvormig casco met een gesloten en vlak dek, zonder opbouw of aandrijving; h. hart: het midden van de lengte van de woonboot; i. gebied [nummeraanduiding] ([gebiedsaanduiding]): het gebied zoals omschreven in bijlage 1 van deze regels. Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. lengte van een woonboot: afstand gemeten daar waar de constructie van de woonboot, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, goten en vergelijkbare constructies, het langst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken zoals rondhouten, roerbladen en boegsprieten worden niet meegerekend; b. breedte van een woonboot: afstand gemeten daar waar de constructie van de woonboot, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, goten en vergelijkbare constructies, het breedst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals zwaarden en eenvoudige demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend; c. hoogte van een woonboot: afstand gemeten tussen de waterlijn en het hoogste punt van een woonboot, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals masten, schoorstenen, antennes en daarmee vergelijkbare voorzieningen; d. Lengte van een toegangsvoorziening: de afstand tussen de oever en de woonboot.

Paragraaf 2 Artikel 3

Vervanging en verbouwing Voorschrift vervanging

1. Aan een vergunning tot vervanging wordt in elk geval de voorwaarde verbonden dat de te vervangen woonboot aantoonbaar wordt gesloopt, het beheergebied van stadsdeel Oost verlaat, dan wel met een daartoe strekkende ligplaatsvergunning een andere in stadsdeel Oost gelegen ligplaats gaat innemen. 2. De verantwoordelijkheid voor het vervoer van de woonboot naar de ligplaats en de bereikbaarheid van de ligplaats voor de nieuwe woonboot bij de eigenaar van de woonboot.

28

Artikel 4

Vervanging categorieën woonboten

1. Bij vervanging geldt dat: a. een woonschip uitsluitend mag worden vervangen door een woonschip; b. een woonark uitsluitend mag worden vervangen door een woonschip of een woonark; c. een woonvaartuig mag worden vervangen door een woonschip, een woonark of een woonvaartuig. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat: a. in gebied 1 (Groene Staart), gebied 3 (Omval) en gebied 9 (Overamstel/Weespertrekvaart) een woonschip of een woonark mag worden vervangen door een woonschip, een woonvaartuig of een woonark. b. in gebied 5 (Buiten IJ) en gebied 7 (De Kom) een woonboot uitsluitend mag worden vervangen door een woonschip of een woonvaartuig. Artikel 5

Maatvoering

1. Bij vervangen of verbouwen gelden, tenzij het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de ligplaats anders bepaalt, de volgende maximale maten in meters voor de vervangende of de te verbouwen woonboot: a. voor een woonschip geldt: - maximale lengte: 30 meter - maximale breedte: 5 meter - maximale hoogte: 3.5 meter, waarbij over maximaal 40% van de lengte van het woonschip een hoogte van maximaal 5 meter is toegestaan. b. voor een woonark geldt: - maximale lengte: 20 meter - maximale breedte: 5 meter - maximale hoogte: 3 meter c. voor een woonvaartuig geldt: - maximale lengte: 25 meter - maximale breedte: 5 meter - maximale hoogte: 3 meter 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt, tenzij het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de ligplaats anders bepaalt, ter plaatste van volgende gebieden of adressen de volgende maximale maten voor de vervangende of de te verbouwen woonboot: a. in gebied 1 (Groene Staart), gebied 2 (Weesperzijde) en gebied 3 (Omval (tussen de voormalige monding van de Weespertrekvaart en Spaklerweg)), aan de Joan Muyskenweg/Jan Vroegopsingel rondom Utrechtsebrug tussen Joan Muyskenweg en clubgebouw Poseidon, op de Duivendrechtsevaart bij Willem Fenengastraat en op de Weespertrekvaart bij insteekhaven Duivendrechtsekade geldt: - maximale lengte woonboot: de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning van de te vervangen of te verbouwen woonboot.

- bij vervanging door een ander type geldt de lengte zoals bepaald in artikel 5, lid 1 als maximale lengte, met dien verstande dat wanneer de maximale lengte zoals bepaald in artikel 5, lid 1 groter is dan de bestaande lengte (van de te vervangen woonboot), de bestaande lengte als maximale lengte geldt. b. ter plaatse van de Jan Vroegopsingel 20 t/m 25, Ouderkerkerdijk 27 t/m 40 en Joan Muyskenweg 2e, 2f, 2g en 2h geldt: - maximale hoogte woonboot: 5 meter c. ter plaatse van de Joan Muyskenweg 2k, 2l, 2m en 2n geldt: - maximale hoogte woonboot: 4.5 meter d. in gebied 2 (Weesperzijde) geldt: - maximale hoogte woonboot: 2.5 meter - maximale breedte woonboot: de breedte uit de geldende ligplaatsvergunning van de te vervangen of te verbouwen woonboot. e. in gebied 4 (Nieuwe Diep) geldt:

29

- maximale hoogte woonark: 5.5 meter - maximale breedte woonark binnen rak 1: 7.5 meter f. in gebied 5 (Buiten IJ) geldt: - maximale breedte woonschip: 6 meter g. in gebied 7 (De Kom) geldt: - maximale breedte woonvaartuig en woonschip: 6 meter 3. Op de adressen genoemd in bijlage 2 geldt, tenzij het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de ligplaats anders bepaalt, bij verbouwing of vervanging door een zelfde type woonboot: a. voor die onderdelen (hoogte, breedte en/of lengte) die de maatvoering uit het eerste en/of tweede lid overschrijden, als maximale maatvoering de maatvoering uit de geldende ligplaatsvergunning, zoals die luidt ten tijde van het in werking treden van deze regeling. b. voor de overige onderdelen (hoogte, breedte en/of lengte) geldt de maximale maatvoering zoals bepaald in het eerste en tweede lid. 4. Bij vervanging door een ander type woonboot geldt de maximale maatvoering zoals bepaald in het eerste en tweede lid. 5. De maximale hoogte als bedoeld in lid 1, 2 en 3 mag, ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonnepanelen, zonneboilers en vergelijkbare voorzieningen, worden overschreden: a. met maximaal 0,5 meter, danwel: b. met maximaal 1 meter, mits hiervoor een positief welstandsadvies wordt afgegeven. Artikel 6

Inpassing

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 5 dient bij vervanging de tussenruimte tussen woonboten aan weerszijden ten minste 2 meter te bedragen; 2. In afwijking van het eerste lid onder a, dient daar waar dubbel afmeren is toegestaan, ter plaatste van de tweede rij geteld vanaf de walkant de in lid 1 bedoelde tussenruimte aan weerszijden ten minste 4 meter te bedragen, waarbij de woonboot op de tweede rij hart-ophart ten opzichte van de woonboot op de eerste rij gesitueerd dient te worden. 3. In afwijking van het eerste lid, dient ter plaatse van de Javakade de in lid 1 bedoelde tussenruimte ten minste 5 meter te bedragen. Artikel 7

Calamiteiten

Woonboten die ten gevolge van een calamiteit teloorgaan mogen, ongeacht de oorspronkelijke maatvoering, worden herbouwd zonder dat hiervoor een vergunning is vereist, mits de herbouwde woonboot identiek of nagenoeg identiek is aan de teloorgegane boot en mits de herbouw binnen twee jaar na de calamiteit plaatsvindt.

Paragraaf 3 Artikel 8

Welstand Vervanging en verbouwing

De vervangings- of verbouwingsvergunning wordt geweigerd indien het uiterlijk of de plaatsing van de woonboot waarop de aanvraag betrekking heeft, op zichzelf beschouwd of in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de gevraagde vergunning niettemin moet worden verleend. Artikel 9

Milieu

Het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, koper en zink voor onderhoud, vervanging of verbouwing is niet toegestaan als deze materialen door inwerking van water kunnen uitlogen.

30

Paragraaf 4 Artikel 10

Bijbehorende objecten Afmeervoorzieningen en loopplanken

1. Het is toegestaan bij een woonboot die objecten te plaatsen die noodzakelijk zijn voor het mogelijk maken van het gebruik van die woonboot, zoals afhouders, afmeer- en toegangsvoorzieningen; 2. Per woonboot is, tenzij het geldende bestemmingsplan ter plaatse van de ligplaats anders bepaalt, maximaal één toegangsvoorziening toegestaan met een maximale breedte van 2 meter. De toegangsvoorziening mag voorzien zijn van maximaal twee leuningen met een maximale hoogte van 1 meter gemeten vanaf het loopoppervlak; de 3. In afwijking van het bepaalde onder lid 2 geldt dat bij woonboten op de 2 rij vanaf de wal geen toegangsvoorziening mag worden gerealiseerd, tenzij het verlenen van recht van overpad niet mogelijk is. 4. In afwijking van het bepaalde onder lid 2 geldt dat, ter plaatse van het adres Verbindingsdam 1, één afmeervoorziening is toegestaan met een maximale lengte van 24 meter, een maximale breedte van 4,5 meter en een maximale hoogte van 2,5 meter. 5. In gebied 5 (Buiten IJ) mogen dekschuiten met een maximale lengte van 20 meter, een maximale breedte van 4,5 meter en een maximale hoogte van 1,5 meter worden geplaatst. De leden 1 en 2 van dit artikel zijn hier niet van toepassing. 6. Ter plaatste van het Lozingskanaal is per woonboot het volgende toegestaan: a.

toegangsvoorzieningen, terrassen, vlotten en vlonders met een maximale gezamenlijke lengte van 12 meter, mits de lengte van deze objecten de lengte van woonboot niet overstijgt en de objecten niet voorbij de koppen van de woonboot steken. b. een berging tussen de woonboot en de aangrenzende kade van maximaal 8 m2 en maximaal 2.7 meter hoog. c. de objecten dienen demontabel te zijn en mogen niet nagel- en spijkervast aan de woonark zijn bevestigd. Artikel 11

Onderhoudsvlotten, drijvende tuinen en terrassen

1. Bij een woonvaartuig en een woonschip mogen, tenzij het geldende bestemmingsplan ter plaatse anders bepaalt, maximaal twee zelfstandig drijvende elementen, geen vaartuig zijnde, 2 met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 10 m en een maximale breedte van 2 meter mits de objecten niet voorbij de koppen van de woonboot steekt. 2. De objecten zoals bedoeld in lid 1 dienen, met uitzondering van het adres Omval 20, aan de waterzijde te worden gesitueerd. 3. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op een ligplaats binnen gebied 5 (Buiten IJ). Artikel 12

Terrassen aan of bij woonarken

1. Bij een woonark mag een terras worden gehouden of aangebracht met een maximale 2 oppervlakte van 10 m , mits dit niet breder is dan 2 meter en mits de lengte van dit terras de lengte van de lange zijde van de woonboot niet overstijgt en de objecten niet voorbij de koppen van de woonboot steken. 2. In afwijking van lid 1 mag bij een woonark in gebied 1 (Groene Staart), gebied 3 (Omval) en gebied 9 (Overamstel/Weespertrekvaart) een terras worden gehouden of aangebracht met een maximale breedte van 2 meter mits de lengte van dit terras de lengte van de lange zijde van de woonboot niet overstijgt en de objecten niet voorbij de koppen van de woonboot steken. 3. Terrassen mogen alleen worden gehouden of aangebracht aan de lange zijde van de woonark die niet aan de kade waaraan de woonark is afgemeerd is gelegen en mogen niet nagel- en spijkervast aan de woonark zijn bevestigd. 4. Op het terras mogen geen opstallen worden geplaatst. 5. In afwijking van het eerste lid zijn geen terrassen toegestaan, wanneer: a. sprake is van oevergebruik als bedoeld in artikel 14 van deze regeling. b. het een woonark binnen gebied 8 (Lozingskanaal/Nieuwe Vaart) betreft.

31

Artikel 13

Omheining op terrassen

1. Op het terras als bedoeld in artikel 12, lid 1 mag een transparante omheining van maximaal 1 meter hoogte gemeten vanaf het loopoppervlak van het terras worden aangebracht.

Paragraaf 5 Artikel 14

Oevergebruik Gebruik als tuin

Het gebruik van de walkant als tuin is niet toegestaan, tenzij het geldende bestemmingsplan anders bepaalt en behoudens expliciete, schriftelijke toestemming van het stadsdeel, al dan niet in de vorm van een huurcontract.

Paragraaf 6 Artikel 15

Slotbepalingen Bestaande legale situaties

De woonboot en/of bijbehorende objecten, die op een bepaalde locatie geoorloofd is krachtens een ten tijde van inwerkingtreding van deze regeling geldende vergunning of ontheffing , mag – indien die situatie strijdig is met deze regeling – op die locatie in stand worden gehouden, worden vernieuwd of worden veranderd, mits daardoor geen grotere afwijking van deze regeling ontstaat. Artikel 16

Inwerkingtreding

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van haar bekendmaking. 2. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regels Woonboten en Oevergebruik Stadsdeel Oost.

32

Bijlage I: Gebieden

33

34

Bijlage 2 – Adresspecifieke afwijkingen Adresspecifieke afwijkingen Groene Staart: Korte Ouderkerkerdijk 26 Korte Ouderkerkerdijk 27 Korte Ouderkerkerdijk 28 Korte Ouderkerkerdijk 29 Korte Ouderkerkerdijk 30 Korte Ouderkerkerdijk 33a Korte Ouderkerkerdijk 34 Korte Ouderkerkerdijk 36 Korte Ouderkerkerdijk 37 Korte Ouderkerkerdijk 38 Korte Ouderkerkerdijk 39 Korte Ouderkerkerdijk 40 Korte Ouderkerkerdijk 41 Korte Ouderkerkerdijk 42 Korte Ouderkerkerdijk 43 Korte Ouderkerkerdijk 44 Korte Ouderkerkerdijk 45 Korte Ouderkerkerdijk 52 Korte Ouderkerkerdijk 54 Korte Ouderkerkerdijk 56 Korte Ouderkerkerdijk 58 Korte Ouderkerkerdijk 60 Jan Vroegopsingel 22 Jan Vroegopsingel 23 Jan Vroegopsingel 24 Adresspecifieke afwijkingen Omval: Omval 2 Omval 6 Omval 10 Omval 14 Omval 16 Omval 18 Omval 20 Omval 22 Omval 24 Omval 26 Omval 28 Omval 30 Omval 32 Omval 36 Omval 38 Weesperzijde 1098 Weesperzijde 1096 Adresspecifieke afwijkingen Nieuwe Diep: Flevopark 9 (Rak 1) Buitenkerkerweg 7b (Rak 2)

35

Adresspecifieke afwijkingen Buiten IJ: Zuiderijdijk 76a Zuiderijdijk 80a Adresspecifieke afwijkingen Oostelijk Havengebied Levantkade 42 Levantkade 44 Levantkade 48 Levantkade 50 Levantkade 52 Levantkade 56 Levantkade 58 Levantkade 60 Levantkade 66 Levantkade 80 Levantkade 82 Levantkade 90 Levantkade 92 Levantkade 94 Levantkade 168 Levantkade 170 Levantkade 174 Levantkade 176 Levantkade 178 Levantkade 180 Levantkade 182 Levantkade 184 Levantkade 204 Levantkade 208 Levantkade 210 Levantkade 214 Levantkade 220 Ertskade 12 Adresspecifieke afwijkingen De Kom Zuiderijdijk 103 Zuiderijdijk 104 Zuiderijdijk 111 Zuiderijdijk 114 Zuiderijdijk 116 Zuiderijdijk 120 Zuiderijdijk 121 Zuiderijdijk 125 Zuiderijdijk 126 Zuiderijdijk 127 Zuiderijdijk 128 Zuiderijdijk 129 Zuiderijdijk 131 Zuiderijdijk 132 Zuiderijdijk 134 Zuiderijdijk 137

36

Adresspecifieke afwijkingen Lozingskanaal/Nieuwe Vaart Zeeburgerpad 124 Zeeburgerpad 125 Zeeburgerpad 126 Zeeburgerpad 127 Zeeburgerpad 128 Zeeburgerpad 129 Zeeburgerpad 131 Zeeburgerpad 132 Zeeburgerpad 133 Zeeburgerpad 136 Zeeburgerpad 137 Zeeburgerpad 138 Zeeburgerpad 139 Zeeburgerpad 140 Zeeburgerpad 141 Zeeburgerpad 142 Zeeburgerpad 143 Zeeburgerpad 144 Zeeburgerpad 146 Zeeburgerpad 149 Zeeburgerpad 151 Zeeburgerpad 152 Zeeburgerpad 154 Zeeburgerpad 155 Zeeburgerpad 158 Zeeburgerpad 160 Zeeburgerpad 163 Zeeburgerpad 164 Zeeburgerpad 165 Zeeburgerpad 167 Zeeburgerpad 168 Zeeburgerpad 171 Zeeburgerpad 172 Zeeburgerpad 173 Zeeburgerpad 174 Zeeburgerpad 175 Zeeburgerpad 176 Zeeburgerpad 177 Zeeburgerpad 178 Zeeburgerpad 179 Zeeburgerpad 180 Zeeburgerpad 182 Veemarkt 46a Veemarkt 46b Veemarkt 90a Adresspecifieke afwijkingen Overamstel/Weespertrekvaart Jan Vroegopsingel 2a Jan Vroegopsingel 2b Jan Vroegopsingel 2e Jan Vroegopsingel 2f Jan Vroegopsingel 2g Joan Muyskenweg 2c

37

Joan Muyskenweg 2d Joan Muyskenweg 2e Joan Muyskenweg 2f Joan Muyskenweg 2g Joan Muyskenweg 2h Joan Muyskenweg 2l Joan Muyskenweg 2m Willem Fenengastraat 26 Willem Fenengastraat 28 Willem Fenengastraat 30 Willem Fenengastraat 32 Willem Fenengastraat 36 Willem Fenengastraat 38 Willem Fenengastraat 42

38

blz. 73

Bijlage 4

Richtlijnen woonboten Stadsdeel Westerpark 2008

Gemeente Amsterdam

Richtlijnen woonboten Stadsdeel Westerpark 2008 9 december 2008

Inleiding....................................................................................................................................... 2 Richtlijnen.................................................................................................................................... 2 Artikel 1. Begripsbepaling.......................................................................................................... 2 Artikel 2. Locaties. ................................................................................................................... 2 Artikel 3. Maatvoering ............................................................................................................... 3 Artikel 4. Welstand................................................................................................................... 3 Artikel 5. Milieu ........................................................................................................................ 4 Artikel 6. Veiligheid en registratie. .............................................................................................. 4 Artikel 7. Richtlijnen voor het gebruik van de walkant.................................................................... 4 Artikel 8. Hardheidsclausule. ..................................................................................................... 5 Artikel 9.

Overgangsbepaling. .................................................................................................... 5 Artikelgewijze Toelichting .............................................................................................................. 6 Inleiding................................................................................................................................... 6 Artikel 1. Begripsbepaling.......................................................................................................... 6 Artikel 2. Locaties .................................................................................................................... 7 Artikel 3. Maatvoering ............................................................................................................... 7 Artikel 5. Milieu ........................................................................................................................ 7 Artikel 6. Veiligheid en registratie. .............................................................................................. 7 Artikel 7. Richtlijnen voor het gebruik van de walkant.................................................................... 7 Artikel 9. Overgangsbepaling. .................................................................................................... 7

091208 richtlijnen.doc

1

Inleiding Deze richtlijnen behoren bij de Nota Woonschepenbeleid Westerpark 2007 De nota kan gelezen worden als inleiding op het beleid voor woonboten met veel algemene informatie. Concrete eisen die stadsdeel Westerpark aan woonboten stelt zijn opgenomen in deze richtlijnen. Daarnaast bestaan ook nog andere verordeningen, reglementen en wetten waarin voor woonbootbewoners relevante regelgeving is opgenomen. Zie voor meer informatie de toelichting op de artikelen. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de richtlijnen 2008 vervallen voor de woonboten in de Houthavens de centraal stedelijk vastgestelde richtlijnen. Centraal stedelijke richtlijnen ten aanzien van andere vaartuigen blijven wel van toepassing. Ook de centraal stedelijke Regeling voor het verlenen van een speciale ligplaatsvergunning voor woonboten blijft van toepassing.

Richtlijnen Artikel 1. Begripsbepaling 1.1 Woonboot: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet. 1.2 Stadsdeel Westerpark kiest er in het kader van welstand voor om een onderverdeling te maken in: a. Van origine varende (woon)boten: (woon)boten waarvan tenminste de romp het uiterlijk van een varend schip heeft. b. Niet van origine varende (woon)boten: een (woon)boot, zonder het uiterlijk van een varend schip. Meestal is dit een betonnen casco met opbouw. 1.3 Object: een voorwerp of vaartuig dat in, op of boven het water is aangebracht of afgemeerd en dat niet behoort tot enig andere in dit hoofdstuk genoemde categorie, bijvoorbeeld vlotten, terrassen en vlonders. 1.4 Maatvoering: de lengte, breedte en hoogte van een schip inclusief alle toebehoren. 1.5 Hoogte: de afstand tussen de waterspiegel en het hoogste vaste punt van de (woon)boot. Het klapbare deel van de stuurhut valt hier buiten. Artikel 2. Locaties. 2.1 Woonboten zijn (met ligplaatsvergunning) toegestaan in de volgende wateren.

- in de Kostverlorenvaart aan de Wittenkade, met uitzondering van de kade langs de woningbouwlocatie Witteneilandstrook; - in de Zoutkeetsgracht, met uitzondering van de plaatsen waar een afmeerverbod geldt; - in de Hugo de Grootgracht aan de Hugo de Grootkade; - in het Westelijk Marktkanaal aan het Vredenhofpad; - in het Oostelijk Marktkanaal aan het Van Bossepad, de Visseringstraat en de Jan van Galenstraat; - kop Westerdok; - Houthaven; - Oude Houthaven 2.2 In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn in enkele wateren slechts van origine varende (woon)boten toegestaan. Dit betreft: - de Kostverlorenvaart (Wittenkade) - de Zoutkeetsgracht - kop Westerdok 091208 richtlijnen.doc

2

-

Houthaven Oude Houthaven

Artikel 3. Maatvoering 3.1 a. Bij verbouwing of vervanging van woonboten of bij het toelaten van nieuwe woonboten gelden afhankelijk van de bestaande situatie de volgende maximale uitwendige maten: boten langer dan 20 meter maximaal 20 meter boten tussen 15 en 20 meter maximaal de oude maat boten van 15 meter of korter maximaal 15 meter mits voldaan wordt aan artikel 3, lid 1 onder d. Voor al deze maten geldt: Maximale breedte: 5 meter Maximale hoogte: 2,5 meter Maximale hoogte stuurhut: 3,5 meter vanaf de waterlijn. b. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur een afwijking tot maximaal 10% toestaan van de onder a. genoemde maten. c. De maximale maten gelden voor woonboten inclusief alle toebehoren, zoals terrassen, steigers, bijbootjes, enz. Deze toebehoren welke niet mogen worden bebouwd, zijn niet toegestaan als er bezwaren zijn vanuit het oogpunt van veiligheid, ordening, milieu, welstand of bezwaren in nautisch opzicht. d. De afstand tussen twee woonboten bedraagt gemeten van punt tot punt minimaal 2 meter (vrijhouden zicht op het water). 3.2 In afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen woonboten, gelegen in: a. het Oostelijk Marktkanaal: aan het Van Bossepad, de Visseringstraat en de Jan van Galenstraat b. het Westelijk Marktkanaal aan het Vredenhofpad, twee woonlagen bevatten met een maximum hoogte van 5 meter, gemeten vanaf de waterlijn.

3.3 In afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen woonboten, gelegen in de Kostverlorenvaart aan de Wittenkade, in het Westerdok en in de Zoutkeetsgracht een lengte hebben van maximaal 25 meter. Ook de boten die in de grachten van de Houthaven komen te liggen mogen een maximale lengte van 25 meter hebben. 3.4 a. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 3 mogen woonboten, gelegen in de Houthaven en Oude Houthaven een lengte hebben van maximaal 35 meter. Deze boten mogen een hoogte hebben tot maximaal 4,5 meter en de stuurhut tot maximaal 5,0 meter. Deze boten mogen een breedte hebben tot maximaal 6 meter. Langs elke woonboot mag de houder van de ligplaatsvergunning één pleziervaartuig afmeren. Deze valt niet binnen de maximale afmetingen. De grachten van de Houthaven vallen niet onder deze afwijkende maten en bepaling. b. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur een afwijking tot maximaal 10% toestaan van de onder a. genoemde maten. Artikel 4. Welstand (vervallen)

091208 richtlijnen.doc

3

Artikel 5. Milieu 5.1 Het gebruik van ondermeer koper, zink, steenkoolteerhoudend materiaal en gewolmaniseerd en gecreosoteerd hout etc. is niet toegestaan. Artikel 6. Veiligheid en registratie. 6.1 Bij verbouwing, vervanging of bij het toelaten van nieuwe woonboten gelden de volgende eisen: a. de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) tussen woonboten onderling moet minimaal 20 minuten bedragen. Deze wbdbo kan gerealiseerd worden door het treffen van bouwkundige voorzieningen; b. de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (wbdbo) voor de boten in de Houthaven moet minimaal 30 minuten bedragen; c. elke ruimte, waar vanuit een verblijfsruimte doorheen gevlucht moet worden om de toegang van een woonboot te bereiken, dient te zijn voorzien van een automatische brandmelder aangesloten op het lichnet en voorzien van een noodstroomaccu. 6.2 Elke woonboot dient te voldoen aan de eisen die de Centrale Stad stelt ten aanzien van veiligheid en registratie. Artikel 7. Richtlijnen voor het gebruik van de walkant 7.1 Voor het gebruik van de walkant als tuin is altijd toestemming nodig van het Stadsdeel.

Voor het al of niet toestaan van het gebruik van de walkant gelden de volgende toetsingscriteria: de toegankelijkheid en bereikbaarheid voor hulpdiensten, moet gewaarborgd blijven; de invloed op het stadsbeeld, waaronder de inbreuk op het openbare karakter van de in gebruik te geven grond; de mate van beslaglegging op de openbare ruimte, w.o. consequenties voor de verkeerscirculatie en het parkeren, consequenties voor de doorloopruimte voor voetgangers; de aanwezigheid van kabel- en leidingstroken en andere nutsvoorzieningen; effecten op het milieu. 7.2 Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 7.1 wordt gebruik van de walkant als tuin toegestaan op de volgende locaties: Vredenhofpad Visseringstraat Jan van Galenstraat Voor De Wittenkade, tussen de Haarlemmerweg en de Van Limburg Stirumstraat, worden geen nieuwe gebruiksovereenkomsten walkanten meer afgesloten. De huidige overeenkomsten worden ontbonden bij de eerstvolgende herprofilering van de openbare ruimte. 7.3 Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 7.1 wordt op de volgende locaties (buiten een noodzakelijke loopplank en/of postbus) gebruik van de walkant als tuin niet (meer) toegestaan: Houthaven Oude Houthaven De Wittenkade (Kostverlorenvaart) Zoutkeetsgracht kop Westerdok Hugo de Grootkade 7.4 Voor de locaties waarvoor gebruik van de walkant als tuin is toegestaan, wordt het gebruik 091208 richtlijnen.doc 4

gereguleerd door een met het stadsdeel af te sluiten gebruiksovereenkomst walkant (zie bijlage 1) Artikel 8. Hardheidsclausule. 8.1 Het dagelijks bestuur is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze richtlijnen naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van de richtlijnen. Artikel 9. Overgangsbepaling. 9.1 Woonboten die op de dag van inwerkingtreding van deze richtlijnen reeds legaal aanwezig zijn in het Stadsdeel, maar die niet voldoen aan deze richtlijnen, mogen blijven liggen en krijgen zo nodig een nieuwe ligplaatsvergunning (overgangsbepaling). 9.2 Een verbouwing of vervanging van een woonboot als bedoeld in artikel 9.1, moet geschieden overeenkomstig de Richtlijnen Woonboten Westerpark 2008. Hierbij wordt uitgegaan van de maatvoering zoals vermeld in de oorspronkelijke ligplaatsvergunning. Dit betekent dat objecten rond de woonboot waarvoor geen vergunning is verleend, niet worden meegeteld bij de maximale maatvoering voor de nieuw te verlenen vergunning.

091208 richtlijnen.doc

5

Artikelgewijze Toelichting Inleiding Naast deze richtlijnen zijn ook artikelen uit de VHB (Verordening op de Haven en het Binnenwater) en BPR (Binnenvaartpolitiereglement) van toepassing op woonboten in Westerpark. Voor een volledige overzicht is het aan te raden ook deze documenten te raadplegen. Ook de lokale waterschappen kunnen nog regels opstellen. In de VHB is ondermeer opgenomen dat voor de volgende activiteiten een vergunning vereist is: met een woonboot een ligplaats innemen; het vervangen van een woonboot; het verbouwen van een woonboot. Het verlenen van deze vergunningen is door het College van Burgemeester en Wethouders gedelegeerd aan de stadsdelen. Deze vergunningen kunnen worden aangevraagd bij het stadsdeel. Om in aanmerking te komen voor een vergunning moet de aanvraag voldoen aan de in deze richtlijnen opgenomen bepalingen. Een ligplaatsvergunning is locatie-, boot- én persoonsgebonden. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij overname van een bestaande woonboot met ligplaatsvergunning een nieuwe ligplaatsvergunning moet worden aangevraagd. Artikel 1. Begripsbepaling 1.1 Het gaat in deze nota alleen om woonboten en expliciet niet om waterwoningen. Waterwoningen vallen onder de Woningwet. Waterwoningen worden in bestemmingsplannen bestemd als ‘wonen’. 1.2 In het algemeen wordt in Amsterdam bij woonboten onderscheid gemaakt tussen: a.

woonarken: meestal een betonnen casco met opbouw.

b.

woonschepen: meestal een tot woning geschikt gemaakt binnenschip, vaak met een luikenkap, een roef en een stuurhut.

c.

woonvaartuigen: schip met van origine varende romp (dus geen betonnen casco), en vrije opbouw.

Woonschepen lijken het meest op een prototype van een varend schip, woonarken lijken daar het minst op. Stadsdeel Westerpark kiest er in het kader van welstand voor om een onderverdeling te maken in: 1. Niet van origine varende (woon)boten: de woonark 2. Van origine varende (woon)boten, bestaande uit de categorieën: woonschip en woonvaartuig Bij deze onderverdeling gaat het niet om het varen, maar om het traditionele uiterlijk van de boot. Dit hoeft geen van oorsprong binnenvaartschip te zijn, het kan ook een moderne versie van een 091208 richtlijnen.doc

6

1.4

boot zijn. Bij het meten van de boot wordt uitgegaan van de uitwendige maten. De langste lengte, breedte of hoogte is hierbij bepalend.

Artikel 2. Locaties Voor een uitgebreide beschrijving van de waterlopen wordt verwezen naar Waterkaart Westerpark 2006. Artikel 3. Maatvoering 3.1 a In de praktijk zal dit meestal neerkomen op het volgende: a. booteigenaren met een boot tot 20 meter kunnen bij vervanging de maatvoering van hun oorspronkelijke boot aanhouden. b. Booteigenaren met een boot langer dan 20 meter moeten deze bij vervanging terugbrengen tot een maximale lengte van 20 meter. 3.1 c Om de invloed van objecten rond woonboten op de omgeving te minimaliseren is het niet de bedoeling dat deze bebouwd worden. Schuurtjes, schuttingen, etc. zijn dan ook niet toegestaan. Zo wordt maximaal zicht op het water gegarandeerd. 3.1 d.

3.4

Voor meer informatie ten aanzien van eisen die aan pleziervaartuigen worden gesteld zie de stedelijke en stadsdeel regelgeving voor pleziervaartuigen. Het neerleggen van een pleziervaartuig is alleen mogelijk indien dit nautisch geen bezwaar oplevert.

Artikel 5. Milieu Voor het gebruik van materialen die waterverontreiniging kunnen veroorzaken is een vergunning nodig van Waternet of Rijkswaterstaat. Zie voor milieurichtlijnen ook het beleid van het waterschap. Artikel 6. Veiligheid en registratie. De centrale stad stelt nautische eisen i.v.m. de doorvaart en veiligheid. Hierbij kan gedacht worden aan de doorvaartprofielen. Hier conformeert het stadsdeel zich aan. Overige centraal stedelijke eisen ten aanzien van veiligheid en registratie zijn op het moment van vaststelling van deze richtlijnen nog niet bekend. Artikel 7. Richtlijnen voor het gebruik van de walkant Een walkantovereenkomst is persoonsgebonden. Bij verkoop van een boot moet de nieuwe eigenaar een nieuwe walkantovereenkomst afsluiten. Voor de locaties waarvoor uitsterfbeleid geldt worden geen nieuwe walkantovereenkomsten afgesloten. Voor het gebruik van de walkant wordt ook verwezen naar de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Artikel 9. Overgangsbepaling. Controle op de bestaande situatie vindt plaats aan de hand van luchtfoto’s (gedateerd 8 juni 2006) en de sindsdien verleende vergunningen. De overgangsbepaling geldt alleen voor ligplaatsvergunningen, en bijvoorbeeld niet voor walkantovereenkomsten.

091208 richtlijnen.doc

7

blz. 81

Bijlage 5 Beoordelingscriteria historische boten in de Amsterdamse binnenstad

Gemeente Amsterdam

Extract uit het Boek der besluiten van het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum dinsdag, 19 augustus 2008

Registratienummer Onderwerp

08/3750/OR Beoordelingscriteria historische boten in de Amsterdamse binnenstad

Op voorstel van de dagelijks bestuurder voor Openbare Ruimte neemt het dagelijks bestuur het volgende besluit: 1 Gezien het bepaalde in artikel 2.3.3, tweede lid, Vhb, artikel 2.3.4, derde lid, Vhb, artikel 2.4.3 Vhb en artikel 2.4.4 Vhb en het bepaalde in artikel 3a van de richtlijnen bij vervanging en verbouwing van woonboten en bedrijfsvaartuigen (Bootrichtlijnen 2008) vast te stellen de volgende Beoordelingscriteria historische boten in de Amsterdamse binnenstad: Beoordelingscriteria historische boten in de Amsterdamse binnenstad

Artikel 1: de criteria A. Ouderdom 1. De boot is meer dan 30 jaar geleden gebouwd B. Bouwkundige waarde 1. De boot is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl/type; 2. de boot is een goed voorbeeld van een functionele en/of typologische ontwikkeling; 3. de boot bezit bijzondere esthetische kwaliteiten (ruimtelijke indeling, verhoudingen van romp en opbouw of zeldzame detaillering, materiaal- en kleurgebruik); 4. de boot heeft een bijzonder of zeldzaam interieur/exterieur of bevat bijzondere en zeldzame onderdelen in het interieur dan wel exterieur; 5. de boot is een goed voorbeeld van het werk van een scheepsbouwer of architect en heeft een belangrijke plaats in de plaatselijke, regionale en landelijke scheepsbouwgeschiedenis; 6. de boot is van belang vanwege een constructiewijze die of overgeleverd of vernieuwend is. C. Cultuurhistorische waarde 1. De boot is van belang als bijzondere uitdrukking van een culturele, sociaaleconomische, technische of economische ontwikkeling (hiermee wordt ook bedoeld de sleutelpositie die een boot kan hebben); 2. De boot is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal of landelijk historisch gegeven (feiten, gebeurtenissen, bewoners, beroepen enz.). Bij zowel punt 1 als punt 2 kan de geschiedenis van de woonfunctie van de boot worden betrokken. D. Gaafheid/herkenbaarheid 1.

De boot is van belang vanwege de gaafheid van het exterieur en/of interieur; de mate van gaafheid bepaalt de ijkwaarde; 2. de boot is van belang als onderdeel van een samenstellend geheel, waarvan de samenstellende delen een gaaf en herkenbaar visueel karakter hebben (ensemblewaarde);

1

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum

3. de boot is van belang als onderdeel van de stedelijke omgeving met een gave structuur en een herkenbaar visueel karakter. E. Zeldzaamheid/representativiteit 1. De boot is van belang vanwege zijn zeldzaamheid in scheepsbouw- historisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht en/of zijn bijzondere ouderdom; 2. de boot is van uitzonderlijk belang vanwege een of meer van de onder A tot en met F vermelde kwaliteiten. F. Stedenbouwkundige waarde 1. De boot is een essentieel onderdeel van een in cultuurhistorisch opzicht belangrijk stedenbouwkundig of landschappelijk concept; 2. de boot is onderdeel van een historisch vergroeid stedelijk of landschappelijk gebied en speelt daarin een beeldbepalende rol; 3. de boot is van belang vanwege de bijzondere kwaliteit van de bebouwing en de (historisch) ruimtelijke relatie met groenvoorzieningen, wegen en wateren. Artikel 2: rangorde in criteria De in artikel 1 vermelde criteria hoeven niet allemaal tegelijkertijd van toepassing te zijn om te worden aangewezen als historische boot. In ieder geval moet aan het criterium van ouder dan 30 jaar worden voldaan.

Toelichting op de criteria Deze criteria zijn overgenomen van een advies dat het dagelijks bestuur heeft gevraagd aan een speciaal ingestelde adhoc-adviescommissie. De criteria en de onderbouwing daarvan, zoals deze door de adhocadviescommissie is gegeven, hebben wij geheel overgenomen, onder toevoeging van één expliciet criterium: de eis dat een historische boot dertig jaar of ouder moet zijn..Tevens is omwille van een eenduidige terminolgie de term schip vervangen door de algemene term “boot”. Hieronder volgt de toelichting op de criteria zoals het dagelijks bestuur deze wil hanteren: Onder historische boten wordt verstaan: boten die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Vooralsnog is er geen beleid voor historische schepen zoals behoud, herstel en eventueel flankerend beleid. Als dit te zijner tijd wordt vastgesteld, zullen de Bootrichtlijnen daarop worden aangepast. Totdat het beleid voor historische schepen is vastgesteld, kan een bestaand, thans in de binnenstad liggend schip niet als historisch worden aangemerkt, behalve als zo’n boot als vervanging dient van een andere boot. De criteria worden uitsluitend gebruikt om een vervangende boot als historisch aan te wijzen en om een eventuele verbouwing van zo’n aangewezen boot mede te beoordelen.

De welstandscriteria zijn onverkort van toepassing op historische schepen, net zoals dat geldt op de wal bij monumenten. Voor de duidelijkheid: zowel schepen, vaartuigen en arken die dienen ter vervanging van een huidige boot, kunnen als historische boot worden aangewezen. Bouwkundige waarde: Behalve een meer neutrale vaststelling met welk doel en waar de boot ooit gebouwd is, is van belang welke functies de boot in de loop van de tijd heeft gehad. Wetenschappelijke of (vak)technische betekenis betreft de waarde en betekenis die de boot heeft als bron van informatie, als ‘archiefstuk’. Het betreft meer de geschiedenis van de soort boot, en ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van het elektrisch lassen of toepassingen van wapening in beton.

2

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum

Cultuurhistorische waarde: In de betekenis van de boot zit de cultuurhistorische waarde besloten. Vaak is een boot verbonden aan de geschiedenis van een persoon of familie, soms zelfs meerdere na elkaar. Mobiel erfgoed heeft altijd een functie gehad en die functie is weer gerelateerd aan maatschappelijke ontwikkeli ngen. De historische betekenis kan daarnaast in bredere algemene zin geïnterpreteerd worden, zoals bijvoorbeeld de vrachtvaart op de grote rivieren in de negentiende eeuw.. De betekenis van een boot is het grootst of belangrijkst wanneer het een sleutelpos itie inneemt in onze maatschappelijke en cultuurhistorische ontwikkeling. Voor de Wet Behoud Cultuurbezit en later het Deltaplan voor Cultuurbehoud zijn drie criteria benoemd waarmee kan worden vastgesteld of het om een sleutelpositie gaat, namelijk: -- IJkwaarde -- Symboolwaarde -- Schakelwaarde Een boot heeft ijkwaarde of, anders gezegd, is een ijkpunt wanneer de waardering en betekenis van een (groot) aantal andere boten er aan kan worden gerelateerd of mee kan worden vastgesteld. Een boot heeft symboolwaarde wanneer het een duidelijke relatie heeft met een belangrijke historische gebeurtenis of persoon. Een boot heeft schakelwaarde wanneer het een belangrijk moment in een bepaalde ontwikkeling markeert of vertegenwoordigt.

Gaafheid/herkenbaarheid: De mate waarin de boot nog in originele staat is bepaalt mede de historische waarde. Tot de originele staat kunnen ook de aanpassingen gerekend worden die de boot in de loop van zijn geschiedenis heeft ondergaan. In het geval de boot in ‘werkende’ staat blijft (operationeel behoud) is een keuze voor de te behouden waarden van groot belang. Vijf vormen van authenticiteit worden onderscheiden die bepalend zijn voor de restauratie en conservering, die ieder een andere waarde van de boot betreffen: -conceptuele authenticiteit – het concept, het idee van de maker, is bepalend; -materiële authenticiteit – de integriteit van het materiaal is bepalend; -a-historische authenticiteit – een moment in de geschiedenis van de boot wordt gekozen als richtlijn (bijvoorbeeld ‘de oorspronkelijke staat’); -historische authenticiteit – de geschiedenis van de boot wordt zo compleet mogelijk geconserveerd; -contextuele of functionele authenticiteit – de oorspronkelijke omgeving en functie van een boot zijn relevant en bepalend voor de restauratie en conservering. Ensemble: een boot kan (meer)waarde ontlenen aan het feit dat het een ensemble is, bijvoorbeeld een vaartuig met origineel interieur, of een dekmotor met “lamme arm”. Het is ook mogelijk dat een boot zelf deel uit maakt van een ensemble. Bijvoorbeeld een kolenverkoopwoonwerkschip omringd door kolenlichters.

Zeldzaamheid/representativiteit: Een boot kan van uitzonderlijk grote waarde zijn maar toch aan bepaalde criteria niet kunnen voldoen. Van een anoniem negentiende-eeuws scheepje kan nauwelijks iets bekend zijn, maar als het het enige exemplaar is dat nog over is van een scheepstype dat ooit veel voorkwam, dan kan dat allemaal voldoende zijn om alles in het werk te stellen om de boot te behouden. Dat kan in bepaalde gevallen ook een replica zijn. Sommige scheepstypen zijn in grotere aantallen gebouwd of zijn onderling vergelijkbaar. Van enkele soorten boten zijn nog redelijk grote aantallen overgebleven. Maar veel boten zijn gebruikt en daarom in de regel voor een belangrijk deel versleten aan het eind van hun ‘werkzame leven’. Ook kunnen scheepstypen zeldzaam zijn omdat er maar weinig of zelfs maar een enkel exemplaar van is gebouwd. De waarde van een boot is over het algemeen groter naarmate het zeldzamer is. Daarbij spelen het niveau waarop en het kader waarbinnen dit beoordeeld wordt een rol: Europa, Nederland, regionaal of lokaal.

3

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum

Stedenbouwkundige waarde: Tenslotte kan er sprake zijn van een infrastructureel ensemble waarbij een relatie bestaat tussen de boot en de omgeving, bijvoorbeeld een historische haven. De criteria worden vooralsnog alleen gebruikt om te bepalen of een vervangend e boot historisch is of om te bepalen of een verbouwing van een eenmaal als historisch aangewezen boot overeenkomstig het historisch karakter van de boot wordt verricht. In de regel zullen daarbij verschillende criteria tegelijkertijd van toepassing zijn. Alle criteria zijn daarbij gelijk van waarde en kunnen in combinatie met andere criteria een aanvullende of compenserende rol vervullen. Zo kunnen bijvoorbeeld minpunten inzake gaafheid gecompenseerd worden door een grote mate van zeldzaamheid. En andersom wordt meer waarde gehecht aan gaafheid als de boot minder hoog scoort ten aanzien van zeldzaamheid. Het is niet zo da t alle criteria gelijktijdig van toepassing moeten zijn om een boot aan te wijzen als een historische boot. In uitzonderlijke gevallen kunnen boten zelfs op basis van één criterium aangewezen worden als historisch e boot. Het ouderdomscriterium van 30 jaar is een criterium dat in ieder geval altijd op moeten gaan bij de afweging.

Een afschrift van dit besluit ontvangt de sector Openbare Ruimte, de sector Bouwen en Wonen en de dienst Binnenwaterbeheer Amsterdam.

Voor eensluidend extract,

stadsdeelsecretaris paraaf

QN

4

blz. 86

Bijlage 6

Richtlijnen bij vervanging van woonboten

bestemmingsplan_Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken (vastgesteld)

Richtlijnen bij vervanging van woonboten

Page 1 of 4

Zoek regelingen op overheid.nl

Amsterdam

Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!

Richtlijnen bij vervanging van woonboten Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling

Organisatie

Amsterdam

Organisatietype

Gemeente

Officiële naam regeling

Richtlijnen bij vervanging van woonboten

Citeertitel

Richtlijnen bij vervanging van woonboten

Vastgesteld door

college van burgemeester en wethouders

Onderwerp

ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer

Eigen onderwerp

Water

Opmerkingen met betrekking tot de regeling Wettelijke grondslag is nu: Verordening op de haven en het binnenwater 2006, art. 2.3.3 Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Onbekend. Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum ondertekening Datum uitwerkingtreding

13-06-1996

Betreft

Bron bekendmaking

nieuwe regeling

13-06-1996

Kenmerk voorstel -

Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 35

Tekst van de regeling Intitulé Richtlijnen bij vervanging van woonboten

https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Amsterdam/4635...

22-9-2020

Richtlijnen bij vervanging van woonboten

Page 2 of 4

Inhoud

Paragraaf 1 Begripsomschrijvingen Art. 1 In deze richtlijnen worden de volgende categorieën woonboten onderscheiden: a.

een woonschip: een woonboot die herkenbaar is als een van origine varend schip en die, naar gelang het type schip, in elk geval is voorzien van originele kenmerken, zoals een stuurhut, een roer, gangboorden, een luikenkap, een mast en zwaarden. In geen geval mag het schip voorzien zijn van een opbouw die niet als authentiek kan worden aangemerkt;

b.

een woonvaartuig: een woonboot met een casco dat herkenbaar is als dat van een van origine varend schip, waaronder begrepen een dekschuit, met daarop een - gehele of gedeeltelijke - opbouw die niet als authentiek kan worden aangemerkt;

c.

een woonark: een woonboot, niet zijnde een woonschip of een woonvaartuig, die feitelijk niet geschikt is om te varen.

Paragraaf 2 Vervanging Art. 2 Een vergunning voor het vervangen van een woonboot wordt slechts verleend, indien de te vervangen woonboot: a.

wordt gesloopt, hetgeen ten genoegen van ons moet worden aangetoond door het overleggen van een sloopverklaring;

b.

de Binnenstad en het Havenatlasgebied verlaat, hetgeen moet worden aangetoond door het overleggen van een verklaring van een publiekrechtelijk lichaam waaruit blijkt dat elders ligplaats mag worden genomen;

c.

blijkens een ligplaatsvergunning mag afmeren op een andere ligplaats in de Binnenstad of het Havenatlasgebied.

Paragraaf 3 Maatvoering Art. 3 1.

Een vergunning voor het vervangen van een woonboot wordt slechts verleend indien ter plaatse voldoende ruimte beschikbaar is voor de vervangende woonboot.

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en ongeacht de maten van de te vervangen woonboot mag de vervangende woonboot van maximaal de volgende afmetingen zijn: a.

indien de vervangende woonboot een woonschip is: lengte: 30,00 meter; breedte: 5,00 meter; hoogte: 2,50 meter;

https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Amsterdam/4635...

22-9-2020

Richtlijnen bij vervanging van woonboten

b.

Page 3 of 4

indien de vervangende woonboot een woonvaartuig is: lengte: 25,00 meter; breedte: 5,00 meter; hoogte: 2,50 meter;

c.

indien de vervangende woonboot een woonark is: lengte: 20,00 meter; breedte: 5,00 meter; hoogte: 2,50 meter.

3.

In dit artikel wordt verstaan onder: •

lengte: de lengte over alles;

•

breedte: de grootste breedte;

•

hoogte: het hoogste punt, gemeten vanaf de waterlijn.

Art. 4 In afwijking van het in art. 3, tweede lid, onder b en c, bepaalde is in de Nieuwe vaart aan de noordzijde tussen de bruggen 274 en 353 de maximaal toegestane hoogte voor woonvaartuigen en woonarken 5 meter, gemeten vanaf de waterlijn. Art. 5 In afwijking van het in art. 3, tweede lid, onder a, bepaalde kan vergunning worden verleend voor overschrijding van de maximale hoogte voor attributen die het scheepskarakter onderstrepen, zoals de stuurhut (mits demontabel), de masten, de ankerlieren enz., zulks ter beoordeling van Burgemeester en Wethouders.

Paragraaf 4 Overige regels Art. 6 Voorkeursregeling 1.

Onverminderd het bepaalde in art. 3 wordt in principe een vergunning verleend in geval van vervanging van een woonboot door een woonschip.

2.

Er kan in afwijking van het bepaalde in art. 3, tweede lid, onder a, vergunning worden verleend in geval van vervanging van een woonboot door een woonschip indien de Commissie historische schepen zulks, gelet op de aard van het schip, adviseert en mits het woonschip wat betreft afmetingen past op en bij de ligplaats en de omgeving daarvan.

3.

Onverminderd het bepaalde in art. 3 kan vergunning worden verleend in geval van vervanging van een woonboot door een woonvaartuig of woonark indien de Welstandscommissie zulks als bepaaldelijk passend in de omgeving acht.

Art. 7 Dubbel afmeren 1.

Ingeval er dubbel wordt afgemeerd dan wel indien een bestemmingsplan dubbel afmeren toestaat, wordt de vergunning niet verleend indien er sprake is van vervanging van een woonschip of woonvaartuig door een woonark.

2.

https://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Amsterdam/4635...

22-9-2020

Richtlijnen bij vervanging van woonboten

Page 4 of 4

In afwijking van het eerste lid kan een vergunning worden verleend, indien de aanvrager van de vervangingsvergunning genoegzaam aantoont dat de rechthebbende op een enkelliggend woonschip of woonvaartuig bereid is met de aanvrager van ligplaats te ruilen en de situatie ter plaatse een dergelijke ruil toestaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14059699/1