CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1d. bijlagen bij de regels bestemmingsplan Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken’ (VN2024-002168)27.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Er is wel als eis opgenomen dat de stuurhut rondom van glas moet zijn voorzien. Het vijfde lid opent de mogelijkheid om schepen (niet zijnde historisch), die tot 10% langer zijn dan de maximale lengtemaat, dus tot 27,5 meter, toch vergund kunnen worden als de Welstandscommissie van mening is dat het aangevraagde schip op de beoogde ligplaats welstandelijk gezien hoog scoort. Dit betekent dat aanvragen voor vervanging door schepen die maximaal 27,5 meter lang zijn, wel ter beoordeling worden doorgezonden naar de Welstandscommissie, tenzij de ligplaats onvoldoende ruimte biedt. Daarom is natuurlijk ook de toets van artikel 5

17

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum

e

expliciet genoemd. Dit 5 lid geldt vanzelfsprekend niet voor vervangende boten die als historisch zijn aangewezen. e Hiervoor gelden de afwijkende maten van het 3 lid van artikel 12. In lid 6a is opgenomen, dat de noodzakelijke attributen op een woonboot of een bedrijfsvaartuig om te wonen of te werken (schoorstenen of een daklicht) slechts een algemene beperking in maat kennen (resp. maximaal 2 meter en 0,10 meter hoog). De maten hiervan gelden vanaf de voet of onderzijde van attributen tot aan de bovenzijde hiervan. Er is een zin toegevoegd die het mogelijk maakt dat deze maximale maten kunnen worden overschreden als de Commissie voor Welstand en Monumenten de afmetingen van deze attributen in overeenstemming acht met de boot waar de attributen op worden geplaatst. Deze toevoeging is het gevolg van de aangenomen motie 5 van 2 juli 2013. Voor de categorie arken introduceert lid 6 onder b een nieuwe mogelijkheid om in het ontwerp een stuurhutachtige opbouw te realiseren. In de praktijk tot nu toe blijkt de maximale hoogtemaat van 2.50 meter af en toe te leiden tot min of meer vierkante opbouwen. Door deze mogelijkheid te introduceren is het denkbaar dat er meer mogelijkheden voor nieuwe ontwerpen komen voor meer scheepsachtige opbouwen. Deze stuurhutachtige opbouwen mogen ook ter plekke worden opgebouwd en moeten ook voorzien zijn van glas rondom.

In lid 6c is de mogelijkheid gegeven dat ter plaatse van de deur een kleine verhoging is toegestaan. Vooral vanwege de wens om afgemeerde woonboten en bedrijfsvaartuigen zo dicht mogelijk tegen de kant af te meren (waardoor er meer waterruimte overblijft) kan het handig zijn om de deuropening iets te verhogen tot maximaal 2.90 vanaf de waterlijn. Dit is mede van belang voor de vast te stellen doorvaartprofielen van de centrale stad. Het kan zijn, dat een boot gedeeltelijk ligt in zo n doorvaartprofiel. Door de mogelijkheid te bieden een kleine verhoging bij de toegangsdeur toe te staan, kan een boot in sommige gevallen na aanpassing indien gewenst makkelijk dichter naar de wal toe worden verplaatst. Verder is bepaald dat als een stuurhutachtige opbouw in het ontwerp passend wordt geacht en er ook een verhoogde deuropening wenselijk is, deze beide verhogingen geïntegreerd moeten worden. De beperkende factor voor dit soort opbouwen kan zowel bij lid 4 als 6b en 6c de doorvaarthoogte van de brug zijn. Vanzelfsprekend mag deze kleine opbouw ook ter plekke worden opgebouwd of afgebroken om de brug te kunnen passeren. Tot slot is in lid 6d een uitzondering van de maximale hoogtemaat van arken gemaakt voor bouwkundige voorzieningen die nodig zijn om een extensief groen dak aan te brengen op een bestaande ark.

Omdat het bij een bestaande ark meestal niet mogelijk is om het dak te verlagen wordt een overschrijding van maximaal 0,25 meter toegestaan van ofwel de maximale hoogtemaat (indien de ark 2.50 meter hoog is) of van de bestaande hoogtemaat (als de ark hoger is dan 2.50 meter). In 6d is expliciet opgenomen dat de maatoverschrijding alleen bij bestaande arken is toegestaan en dat het alleen gaat om noodzakelijke bouwkundige voorzieningen om het groene dak mogelijk te maken. Te denken valt daarbij aan een extra beschermende of dragende laag op het bestaande dak, een extra hoge dakrand of extra goten. Het is dus niet de bedoeling dat bij een bestaande ark de toegestane maximale hoogteoverschrijding wordt benut om de ark totaal hoger te maken en dus ook een hogere binnenruimte te creëren. Voor nieuw te bouwen en ontwerpen arken geldt daarom de maximale hoogtemaat. Bij het ontwerp kan immers direct rekening worden gehouden met een eventueel aan te brengen groen dak. De laatste uitzondering van lid 7 gaat over loopranden bij boten uit de categorie arken . Hier is een looprand van maximaal 0,50 meter aan de waterzijde toegestaan, niet aan de kopse zijden van de boot en niet tussen wal en boot. Dus ook bij een boot met de maximale breedte van 5.00 meter is een looprand aan de waterzijde toegestaan.

De belangrijkste beoordelingsfactor hierbij is echter het bepaalde in artikel 5: de looprand mag niet in strijd zijn met de nautische- en doorvaartregels. In veel gevallen laat de breedte van de gracht en de aldaar aanwezige woonboten een dergelijke looprand niet toe. Voor eigenaren van bestaande arken die een looprand willen aanbrengen geldt dat hiervoor altijd een verbouwingsvergunning moet worden aangevraagd. Deze uitzondering is gemaakt, omdat in de praktijk veel eigenaren van arken moeilijkheden ondervinden bij het onderhoud en schoonhouden van de boot aan de waterzijde. Door deze algemene bepaling op te nemen kan

18

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum

hieraan worden tegemoetgekomen. Deze looprand is echter uitsluitend bedoeld voor onderhoud. Het is geen extra buitenruimte. Opslag van materialen is niet toegestaan en hekwerken en andere bouwsels evenmin.

De artikelen 14 tot en met 19 van de Bootrichtlijnen 2008 zijn in verband met het vervallen van artikel 13 (lichte verbouwvergunning) allen vernummerd. Artikel 13 Dit artikel is opgenomen om bij te dragen aan het voorkomen van de vervuiling van het water met uitloogbare, zware metalen. Mede in verband met de vergunningvoorwaarden van de lozingsvergunningen van de gemeente Amsterdam op het rioolzuiveringsstelsel heeft het dagelijks bestuur een plan van aanpak vastgesteld om diffuse vervuilingsbronnen van het water te voorkomen. Als de gemeente Amsterdam de opgave die de Europese Kaderrichtlijn Water stelt aan de kwaliteit van het oppervlaktewater wil halen, moet iedere kans om verdere vervuiling van het water te voorkomen, worden aangegrepen. Door de toenmalige Dienst Waterbeheer en Riolering (nu Waternet) en stadsdeel Noord is een onderzoek gedaan naar de bijdrage van zinken dakgoten aan de zinkverontreiniging van het rioolwater. Er is gebleken dat de zinkbelasting door woningen met zinken dakgoten behoorlijk verhoogd is in vergelijking met woningen waar geen zink aan het regenwater blootstond. De uitloogbare bouwmaterialen die bijdragen aan vervuiling van het water met zware metalen (zink, koper en lood) mogen daarom niet meer worden toegepast op boten. Dit artikel geldt ook voor historische schepen.

Wij beseffen, dat sommige vervuilende materialen vanouds thuis kunnen horen op historische schepen. Wij achten echter het milieubelang hier van een hogere orde dan het belang van aanwijzing tot historisch schip. In voorkomende gevallen zal dus een alternatief materiaal moeten worden toegepast bij een vervanging door of verbouwing van een historisch schip. In de nieuw te verlenen ligplaatsvergunningen zal dit ook als voorschrift worden opgenomen. Hiermee wordt ook bij komende (vergunningvrije) onderhoudsklussen voorkomen dat alsnog verboden uitlogende materialen worden toegepast. In de praktijk is het mogelijk om de uitloogbare materialen wel toe te passen als deze voorzien zijn van een coating. Als dit inderdaad gebeurt worden in de ligplaatsvergunning ook voorwaarden opgenomen dat iedere vijf jaar een bewijs wordt overlegd aan het dagelijks bestuur dat de coating naar behoren functioneert. Artikel 14 Dit artikel beoogt groene daken mogelijk te maken op boten. Alleen extensieve groene daken zijn toegestaan. De begroeiing moet zich beperken tot laagblijvende (vet)planten, mossen en kruiden. Hoge struiken of bomen zijn niet toegestaan. Hierbij is aansluiting gezocht met de subsidieverordening voor groene daken die (nu nog) alleen op de wal geldt. Deze wordt zo spoedig mogelijk aangepast.

In het kader van de verbouwvergunning voor woonboten kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als op basis van de Woningwet en het Bouwbesluit voor woningen. Op de wal geldt onder andere dat de belasting van het dak varieert van 20 tot 200 kg per vierkante meter. Het groene dak mag alleen voor onderhoud toegankelijk zijn en niet worden gebruikt voor intensief gebruik als terras of andere verblijfsruimte. In de praktijk zal hier sprake van kunnen zijn als er behalve de planten ook enige vorm van verharding wordt aangebracht om meubilair te kunnen dragen. Er worden voorschriften aan de vergunning verbonden. Hoewel niet dezelfde regels op het water kunnen worden gesteld aan de verbouwvergunning, kan het wel noodzakelijk zijn dat aan de eisen van de subsidieverordening groene daken wordt voldaan om voor een subsidie in aanmerking te komen. Op historische boten mogen geen groene daken worden aangebracht voor zover deze het historisch karakter van de boot aantasten. Artikel 15 Vanwege de uitdrukkelijke wens van de raad is artikel 16 toegevoegd. Terrassen mogen worden aangebracht op woonschepen, woonvaartuigen en woonarken, mits het oppervlak hiervan niet meer bedraagt dan 1/8 ste deel van de totale oppervlakte van de boot. Er is een beperking gemaakt voor woonboten. Op bedrijfsschepen is een terras

19

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum

niet noodzakelijk en dan ook niet wenselijk. Tevens is een maximaal oppervlak ten opzichte van de totale oppervlakte van de boot opgenomen om te voorkomen dat een terras een te groot gedeelte van de woonboot in beslag neemt. In het tweede lid is bepaald dat het terras zo dicht mogelijk op de bovenzijde van het dak moet worden aangebracht. Hiermee brengt het dagelijks bestuur tot uiting dat een terras niet onnodig hoog mag worden aangebracht. In het derde lid zijn open hekwerken toegestaan mits ze bestaan uit staken, staven en/of palen. Hiermee moet duidelijk zijn dat er geen afscheidingen mogen worden aangebracht in de vorm van vlechtschermen, schuttingen of andere gesloten bouwwerken. In artikel 2, derde lid is onderdeel f opgenomen dat het aanbrengen van een open hekwerk licht verbouwingsvergunningplichtig maakt. De uitvoering van het hekwerk moet wel globaal kunnen worden getoetst aan hier geformuleerde de eisen. Artikel 16 Het dagelijks bestuur vindt het niet wenselijk dat op de daken van arken gebouwde terrassen worden toegestaan. Dit uitgangspunt wordt in artikel 17 verwoord. Alleen aan de kopse (korte) zijde van de ark mag een balkon of terras worden aangebracht of dit moet zijn uitgevoerd als loggia (dus inpandig, binnen het casco) en dan mag het weer wel aan de lange zijde.

Feitelijk kan een balkon of terras ook niet aan de lange zijde worden aangebouwd, omdat in de meeste gevallen strijd zou ontstaan met de doorvaartprofielen. Artikel 17 Omdat in de regel een vervangende boot aan de maximale maten moet voldoen achten wij het noodzakelijk een uitzondering vast te leggen voor calamiteiten. Het is immers niet redelijk om dit voor boten te eisen, terwijl voor woningen en bedrijfspanden wel een herbouwmogelijkheid bestaat in het geval van een calamiteit. Aan de andere kant lijkt het ook niet meer dan redelijk hieraan een termijn te verbinden waarbinnen de vervanging gerealiseerd moet zijn. Artikel 18 Om verwarring te voorkomen met de Bootrichtlijnen 2008 en om een eenvoudige verwijstitel te verzorgen is in artikel 18 een eenduidige verwijstitel weergegeven: Bootrichtlijnen 2014. Regeling voor het Westerdok In besluit II van de Bootrichtlijnen 2014 is opgenomen dat voor het oostelijk deel van het water van het Westerdok de Bootrichtlijnen niet gelden. Er liggen aan de Westerdoksdijk heel veel grotere (voormalige binnenvaart)schepen. De Bootrichtlijnen 2008 gelden niet voor het water van het oostelijk deel van het Westerdok, omdat dit water nog grootstedelijk water was.

Toen dit water werd overgedragen aan het stadsdeel in 2009 golden daar nog steeds de regels uit 1996: Vaststelling richtlijnen bij vervanging van woonboten uit 1996 (Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 35). In deze richtlijnen is het conform artikel 6 mogelijk dat schepen worden vervangen door vaartuigen of arken als de Commissie voor Welstand en Monumenten dit passend acht. Dit is een onwenselijke situatie, omdat in het Stedenbouwkundig plan van het water van het Westerdok juist is gekozen voor een pianoligging van voormalige vrachtschepen om het nautische karakter van het Westerdok als voormalig havenbekken te onderstrepen. In de Bootrichtlijnen 2008 en 2014 zijn gedetailleerde maatvoeringsbeperkingen opgenomen, waardoor deze richtlijnen 2014 niet van toepassing kunnen zijn op het Westerdok, omdat daar juist veel grotere schepen liggen. Met de regels uit 1996, die in het Westerdok toch al golden zijn de vervangingsmogelijkheden ruimer. Door artikel 6 van de regels uit 1996 NIET van toepassing te verklaren maar artikel 4 van de Bootrichtlijnen 2014 WEL van toepassing te verklaren kan de onwenselijke vervanging van schepen door arken worden vermeden.

Een afschrift van dit besluit ontvangt de directie Omgevingsmanagement afdeling Realisatie Fysiek en Waternet

20

Gemeente Amsterdam Stadsdeel Centrum

Voor eensluidend extract,

stadsdeelsecretaris

paraaf QN

21

blz. 34

Bijlage 3

Beleidsnotitie woonboten en oevergebruik

bestemmingsplan_Partiële technische herziening Drijvende bouwwerken (vastgesteld)

Beleidsnotitie

woonboten en oevergebruik

Stadsdeel Oost

Deelraad Oost, vastgesteld 25 juni 2013

Inhoud

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Inleiding ............................................................................................................................ 3 Uitgangspunten.................................................................................................................. 5 Bestaande wet- en regelgeving.......................................................................................... 6 Maatvoering ...................................................................................................................... 8 Vervanging ...................................................................................................................... 10 Objecten water en oever .................................................................................................. 12 Oevergebruik ................................................................................................................... 15 Gebiedsindeling............................................................................................................... 16 Regelingen per gebied ..................................................................................................... 17 Gebied 1: Groene Staart ...................................................................................................

17 Gebied 2: Weesperzijde ................................................................................................... 18 Gebied 3: Omval .............................................................................................................. 19 Gebied 4: Nieuwe Diep .................................................................................................... 20 Gebied 5: Buiten IJ........................................................................................................... 22 Gebied 6: Oostelijk Havengebied .................................................................................... 23 Gebied 7: De Kom............................................................................................................ 24 Gebied 8: Lozingskanaal/Nieuwe Vaart .......................................................................... 25 Gebied 9: Overamstel/Weespertrekvaart ......................................................................... 26 Gebied 10: IJburg ............................................................................................................. 27 Regels Woonboten en Oevergebruik Stadsdeel Oost............................................................... 28 Paragraaf 1 Inleidende regels ......................................................................................

28 Paragraaf 2 Vervanging en verbouwing ...................................................................... 28 Paragraaf 3 Welstand................................................................................................... 30 Paragraaf 4 Bijbehorende objecten.............................................................................. 31 Paragraaf 5 Oevergebruik ............................................................................................ 32 Paragraaf 6 Slotbepalingen .......................................................................................... 32

2

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding Op de gebieden waar in Oost woonboten zijn gelegen is een aantal bestemmingsplannen en beleidsstukken van toepassing. Deze stukken zijn op verschillende momenten voor verschillende thema’s en gebieden in de voormalige stadsdelen Zeeburg en Oost/Watergraafsmeer vastgesteld. Dit maakt dat het aanbrengen van eenduidigheid in de regelingen vraagt om één nieuw beleidsstuk voor heel stadsdeel Oost op te stellen. Op 27 september 2011 is hiervoor het startschot gegeven door het vaststellen van de startnotitie integraal woonboten- oeverbeleid door de deelraad van Oost. Het voorliggende document vormt in samenhang met de kaart en regels hiervan het sluitstuk. In stadsdeel Oost zijn een groot aantal gebieden gelegen die een sterke band hebben met water. Vanuit historisch perspectief is het water zeer bepalend geweest bij de ontwikkeling van deze gebieden. In de huidige tijd speelt het water en het gebruik daarvan nog steeds een belangrijke rol. Deze rol heeft betrekking op de beleving van de openbare ruimte van diverse gebieden. Waarbij de verschillende wateren in Oost een eigen dynamiek en uitstraling hebben. Zo biedt de Amstel een andere beleving dan IJburg en nog weer een andere dan het Oostelijk Havengebied. Wonen op het water is een van de vele gebruiksvormen van water en die tevens zeer bepalend is voor de beleving van de openbare ruimte.

In stadsdeel Oost liggen circa 450 woonboten. Dit aantal geeft de omvang aan van de invloed die woonboten op de openbare ruimte van sommige gebieden in stadsdeel Oost hebben. Om die invloed van woonboten op de openbare ruimte te sturen, is het opstellen van beleid noodzakelijk. Verduidelijken en versimpelen Doel van het beleid is om duidelijkheid te scheppen en waar mogelijk bestaande, goed werkende regelingen te versimpelen. Door het opstellen van één beleidsstuk worden 7 regelingen voor verschillende gebieden samengevoegd. Hiermee ontstaat duidelijkheid omtrent welke regeling voor welke woonboot en welk gebied geldt. Voor sommige gebieden was voor bepaalde aspecten nog geen regeling van toepassing (bijv. oevergebruik). Dit beleid voorziet in een regeling voor alle aspecten voor alle woonboten in Oost. Dit zorgt voor meer duidelijkheid. Door het beleid op te bouwen uit drie onderdelen (zie paragraaf 1.2) is bij aanvragen een snelle toetsing mogelijk zonder dat grote stukken tekst doorgenomen dienen te worden. Deze versimpeling moet het beleid toegankelijker maken voor burgers en toetsers. Daarbij is het, door te kiezen voor algemene maatvoering, gebiedsspecifieke maatvoering en adresspecifieke maatvoering, op eenvoudige wijze mogelijk om in drie stappen in te zoomen op de mogelijkheden per woonboot.

1.2 Opbouw en leeswijzer Het nieuwe beleidsstuk is opgebouwd uit drie onderdelen. Het eerste onderdeel betreft de kaart waarop de omvang en ligging van de gebieden met woonboten worden weergegeven. Vervolgens bestaat het tweede onderdeel uit de beschrijving van het beleid door middel van algemene, gebiedsspecifieke en adresspecifieke normen. Dit tweede onderdeel is het voorliggende document. Het derde en laatste onderdeel is een set regels, waaraan de juridische toets van aanvragen plaatsvindt. Zoals reeds aangegeven is in het voorliggende document een beschrijving van het beleid opgenomen. De eerste drie hoofdstukken zetten de algemene onderdelen van het beleid uiteen. Hiermee wordt begonnen met de inleiding in hoofdstuk 1. Vervolgens volgen in hoofdstuk 2 de algemene uitgangspunten van het beleid en in hoofdstuk 3 het bestaande kader van wet- en regelgeving met betrekking tot woonboten. In de hoofdstuk 4 tot en met 7 worden de algemene voorwaarden vermeld en toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt hiermee aangevangen door het vermelden en toelichten van de algemene maatvoeringen. In hoofdstuk 5 worden de voorwaarden die gelden bij vervanging van woonboten benoemd en in

3

hoofdstuk 6 de voorwaarden voor toegestane objecten in het water en op de oever. In hoofdstuk 7 wordt het oevergebruik uiteengezet. De hoofdstukken 8 en 9 gaan in op de gebiedsspecifieke voorwaarden. In hoofdstuk 8 wordt een indeling in gebieden gemaakt, waarna hoofdstuk 9 voorziet in een uiteenzetting van de regeling per gebied. Vervolgens is de bijlage van belang voor de adresspecifieke voorwaarden. In bijlage 2 zijn de specifieke adressen benoemd waar de betreffende woonboot (op onderdelen) afwijkt van zowel de algemene maatvoering als de gebiedsspecifieke maatvoering.

4

2.

Uitgangspunten

2.1 Uitgangspunten Voorafgaand aan het opstellen van beleid is het vermelden van de uitgangspunten van belang. De uitgangspunten voor het nieuwe woonboten- en oeverbeleid zijn opgenomen in het plan van aanpak dat hiervoor is opgesteld en op 27 september 2011 door de deelraad is vastgesteld. De uitgangspunten van het woonboten- en oeverbeleid worden hieronder benoemd met de bijbehorende motivering. - Ruimtelijk Het bewonen van boten en het bijbehorende oevergebruik raakt vele facetten van de leefomgeving. In het voorliggende beleid wordt voornamelijk ingegaan op de ruimtelijk relevante aspecten van woonboten en het oevergebruik. Onder ruimtelijk relevante aspecten wordt o.a. het oevergebruik en de maatvoering van woonboten, tussenruimtes en objecten verstaan. - Bestemmingsplan primair Voor sommige gebieden is in het ter plaatse geldende bestemmingsplan een regeling voor woonboten opgenomen. Bestemmingsplannen gelden primair als in het beleid naar het bestemmingsplan wordt verwezen. De ambitie is om de hoofdlijnen ten aanzien van woonboten en oevergebruik in het bestemmingsplan te regelen, zoals de locatie van ligplaatsen en de hoeveelheid woonboten die daar zijn toegestaan. - Bestaande situaties toegestaan Bestaande situaties, mits legaal, blijven toegestaan.

Met bestaande situaties worden de woonboten en het oevergebruik bedoeld zoals deze door middel van ligplaatsvergunningen, bestemmingsplanregelingen, beleid, overeenkomsten etc. zijn toegestaan. Hiervoor zijn in de regels overgangsbepalingen opgenomen. Wel kan het zijn dat bij vervanging van de woonboot andere regels gaan gelden dan in voorgaand beleid het geval was. Bestaande overeenkomsten en voorwaarden blijven gelden, zoals afspraken over Sail en tijdelijke ligplaatsvergunningen. - Bestaande ligplaatsen Uitgangspunt voor het voorliggende beleid is het bestaande aantal ligplaatsen. Het voorliggende beleid bevat geen inventarisatie van mogelijke nieuwe ligplaatsen. De Wet ruimtelijke ordening biedt voldoende mogelijkheden om nieuwe ligplaatsen te realiseren indien een nieuwe ligplaats wenselijk en ruimtelijk haalbaar is. Voor nieuwe ligplaatsen gelden de regels voor het betreffende gebied. Wanneer de regels voor het betreffende gebied niet toereikend zijn, gelden de regels van de algemene maatvoering. Indien nieuwe ligplaatsen worden mogelijk gemaakt, zullen deze ligplaatsen door middel van erfpachtovereenkomsten worden uitgegeven. - Waterwoningen Het voorliggende beleid is niet van toepassing op waterwoningen, met uitzondering van het opnemen in hoofdstuk 6 dat voor de realisatie van waterwoningen geen objectvergunning op basis van de Vob noodzakelijk is.

Waterwoningen verschillen van woonboten, omdat het onroerende zaken zijn. Woonboten zijn roerende zaken en kennen een eigen beleid. - Projecten Woonboten die betrokken zijn bij een apart project vallen buiten de reikwijdte van het voorliggende beleid. Een voorbeeld hiervan zijn de woonboten aan de Diemerzeedijk. Oplossingsrichtingen voor dergelijke projecten worden niet in dit beleid opgenomen. Ook het programma Meer zicht op de Amstel valt buiten de reikwijdte van het voorliggende beleid. Reden hiervoor is de projectmatige aanpak en het brede integrale karakter van het programma Meer zicht op de Amstel. - Participatie Bij de voorbereiding van het beleid heeft overleg plaatsgevonden met de belangenverenigingen en vertegenwoordigers van de verschillende deelgebieden. De input uit deze overleggen is gebruikt bij het opstellen van de ontwerp-beleidsnotitie.

5

3.

Bestaande wet- en regelgeving

3.1 Inleiding Bij het vormen van nieuw beleid kan niet vanuit een nulsituatie worden gewerkt. Tenslotte zijn er al woonboten aanwezig in Oost. Voor veel van deze woonboten is bestaand beleid van toepassing dat op veel onderdelen goed functioneert. Deze onderdelen van het beleid hoeven dan ook niet te worden aangepast. Toch vraagt een eenduidig en integraal beleid soms ook om aanpassingen van onderdelen die goed functioneren, maar waar verbeteringen mogelijk zijn. Een van de uitgangspunten hierbij is, zoals in het vorige hoofdstuk reeds vermeld, dat de bestaande situaties, mits legaal, worden gerespecteerd. De Verordening op het Binnenwater 2010 (hierna: Vob 2010) is geactualiseerd in 2012 en vormt de juridische basis voor het woonbotenbeleid. De Vob 2010 is een centraal stedelijk document en vormt de gemeentelijke aanvulling op de landelijke wet- en regelgeving. De Vob 2010 stelt dat stadsdelen verantwoordelijk zijn voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en dat water onderdeel uitmaakt van die openbare ruimte. Op basis van de Vob 2010 zijn stadsdelen bevoegd om vergunningen af te geven, onder andere voor woonboten. De Vob 2010 stelt geen inhoudelijke bepalingen voor de inrichting van de openbare ruimte en daarmee ook niet voor woonboten. Hierop ziet het bestemmingsplan toe.

Naast deze bevoegdheden van de stadsdelen, hebben ook Rijkswaterstaat en het Waterschap zeggenschap over het water. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het beheer van de rijkswateren en het Waterschap is verantwoordelijk voor een veilig en gezond watersysteem. Het Waterschap heeft hiertoe een eigen verordening vastgesteld, de Keur. De Keur kent verboden en geboden voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en wateren. De Keur AGV 2011 geldt naast het voorliggende beleid. Voor het deel van Amsterdam dat valt onder het Waterschap Amstel-, Gooi- en Vechtstreek wordt de toetsing aan de Keur door Waternet uitgevoerd. 3.2 Huidig beleid Op basis van de Vob zijn er zowel in de voormalige stadsdelen Zeeburg en Oost/Watergraafsmeer diverse beleidsstukken opgesteld. Deze beleidstukken zijn de actuele beleidsstukken voor Oost. De huidige beleidsstukken in Oost zijn: • • • • • • • •

Woonschepenbeleid Watergraafsmeer 1993; Nota gebruik openbaar water voormalig stadsdeel Oost 1998; Nota Woonbotenbeleid Zeeburg 2003; Raadsbesluit Regeling Javakade 28 september 2004; Meten is weten, november 2005; Aanwijzingsbesluit ex artikel 2.5.2 lid Vob 2006 DB besluit stadsdeel Zeeburg sept. 2007; Regels voor vervanging en verbouwing Oost-Watergraafsmeer 2009; Uitgangspunten oevergebruik Oost-Watergraafsmeer 2010.

De huidige beleidsstukken zien toe op verschillende gebieden en stammen uit verschillende perioden. 3.3 Vigerende bestemmingsplannen Naast de beleidsstukken zijn er afzonderlijke regelingen opgenomen in de verschillende bestemmingsplannen. Voor sommige gebieden wordt verwezen naar de regelingen uit de vigerende bestemmingsplannen. 3.4 Milieu Het voorliggende beleid ziet alleen toe op de bestaande, legale situaties van woonboten en oevergebruik. Doordat er geen nieuwe ligplaatsen in het voorliggende beleid worden mogelijk gemaakt, hoeft er geen toetsing aan milieuregelgeving plaats te vinden. Swung I Van belang is de in werking treding van Swung I op 1 juli 2012. Swung I is een grootschalige aanpassing van de Wet geluidhinder en heeft tot gevolg dat woonboten door de Wet geluidhinder als geluidgevoelige bestemmingen worden aangemerkt. Voor het aanmerken van woonboten als geluidgevoelige bestemmingen geldt een overgangstermijn van 1 jaar na het in werking treden van

6

Swung I. Binnen deze overgangstermijn kunnen woonboten die nog niet bestemd zijn alsnog in bestemmingsplannen op worden genomen. Indien de woonboten alsnog worden bestemd of reeds over een ligplaatsvergunning beschikken dan worden de woonboten niet als geluidgevoelige bestemmingen in het kader van de Swung I aangemerkt. Alle woonboten in Oost met een ligplaatsvergunning voor onbepaalde tijd worden met de actualisatieslag bestemmingsplannen bestemd. Swung I heeft daardoor geen consequenties voor het voorliggende beleid. Uitlogende materialen Het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, koper en zink voor onderhoud, vervanging of verbouwing is niet toegestaan als deze materialen door inwerking van water kunnen uitlogen. 3.5 Welstand Een aanvraag voor een vervangings- of verbouwingsvergunning wordt geweigerd indien het uiterlijk of de plaatsing van de woonboot waarop de aanvraag betrekking heeft, op zichzelf beschouwd of in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand. Dit is niet van toepassing indien het bevoegde gezag van oordeel is dat de gevraagde vergunning niettemin moet worden verleend. 3.6 Verlenen ligplaatsvergunning en handhaving Het voorliggende beleid vormt de grondslag voor het verlenen van de ligplaatsvergunningen.

Voor het verlenen van de ligplaatsvergunningen is stadsdeel Oost het bevoegde gezag. De administratieve taken van het verlenen van ligplaatsvergunning is uitbesteed aan Waternet. Handhaving van de ligplaatsvergunningen en voorliggende beleid gebeurt door stadsdeel Oost. Waternet handhaaft uitsluitend op basis van eigen regelgeving, zijnde de Keur.

7

4.

Maatvoering

In algemene zin geldt voor alle gebieden één regeling met maximale maatvoeringen per type woonboot. Per gebied kan er aanleiding zijn om afwijkende maatvoeringen op te nemen. Indien hiervan sprake is, wordt dit in het beleid per gebied beschreven en komt dit terug in de regels. Wanneer een ligplaatsvergunning is afgegeven voor een afwijkende maatvoering dan is dit toegestaan en is het adres expliciet opgenomen in bijlage 2 van dit beleid. 4.1 Algemene maatvoering De volgende algemene maxima gelden voor woonboten: Woonschip: een woonboot die herkenbaar is als een van origine varend schip en die naar gelang het type schip, in elk geval is voorzien van originele kenmerken zijnde een stuurhut, een roer, gangboorden, een mast en een roef. Voor een woonschip geldt: - maximale lengte: 30 meter - maximale breedte: 5 meter - maximale hoogte: 3,5 meter, waarbij over maximaal 40% van de lengte van het woonschip een hoogte van maximaal 5 m is toegestaan Woonark: een woonboot, niet zijnde een woonschip of een woonvaartuig. Voor een woonark geldt: - maximale lengte: 20 meter - maximale breedte: 5 meter - maximale hoogte: 3 meter Woonvaartuig: een woonboot, bestaande uit een casco van een van origine varend schip waarop een niet-authentieke opbouw is bevestigd.

Voor een woonvaartuig geldt: - maximale lengte: 25 meter - maximale breedte: 5 meter - maximale hoogte: 3 meter De maximale hoogte voor woonarken en woonvaartuigen bedraagt 3 meter. Deze maximale hoogte van 3 meter is bepaald op basis van voorgaand beleid van Oost/Watergraafsmeer uit 2009 (Vervangen en verbouwen van woonboten). Ondergeschikte onderdelen zoals bijvoorbeeld schoorstenen mogen de maximale maat van 3 meter overschrijden. Voor woonschepen geldt dat over 40% van de lengte van het woonschip de maximale hoogte 5 meter mag bedragen. Hierdoor blijven de van oorsprong aanwezige hogere onderdelen van het schip behouden, waardoor het schip zijn oorspronkelijke uitstraling kan behouden. Ondergeschikte delen, zoals masten, schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen onderdelen mogen de maximale hoogte van het woonschip overschrijden. Dit geldt voor zowel de maximale hoogte van 3 meter als de hoogte van 5 meter (over maximaal 40% lengte van het woonschip). De maximale breedte voor woonboten in dit beleid bedraagt 5 meter. Ten aanzien van deze maat treden geen veranderingen ten opzichte van de voorgaande beleidsstukken van de voormalige stadsdelen Zeeburg en Oost/Watergraafsmeer. Het overgrote deel van alle woonboten voldoet aan deze maximale breedtemaat.

De maximale lengte per type woonboot is voor de meeste gebieden hetzelfde gebleven ten opzichte van het voorgaande beleid. Gebleken is dat in de meeste gebieden de woonboten voldoen aan de maximale lengtemaat uit het voorgaande beleid. Om deze reden is gekozen om deze lengtematen als algemene lengtematen op te nemen in dit beleid.

8

De minimale tussenruimte tussen de kopse kanten van woonboten bedraagt 2 meter, zoals in al het voorgaande beleid reeds gold voor alle woonboten in alle gebieden. De minimale tussenruimte tussen e de kopse kanten van woonboten op de 2 rij vanaf de oever bedraagt 4 meter. Door deze grotere e tussenruimte tussen de kopse kanten van woonboten op de 2 rij vanaf de oever ontstaan betere e zichtlijnen vanaf de wal op het water. Een 2 rij vanaf de oever is overigens uitsluitend toegestaan in specifieke gebieden van de Amstel. e

Het maximale aantal rijen woonboten is 1. Bestaande woonboten op de 2 rij behouden hun ligplaats, e ook bij vervanging. Bij verplaatsing van een woonboot uit de 2 rij worden in principe geen nieuwe woonboten toegestaan op de vrijgekomen ligplaats, tenzij dit vanuit de doelstelling om meer zicht op het water te realiseren wel wenselijk is. 4.2 Gebiedsspecifieke maatvoering Per gebied is een beoordeling gemaakt of de algemene maatvoering toereikend is danwel aansluit bij de eigenschappen van het gebied. In het ene geval is verruiming mogelijk, omdat de impact op de omgeving geringer is. In andere gevallen is juist een aanscherping vereist, omdat de omgeving hierom vraagt. De maatvoering per gebied staat beschreven in de factsheets die in hoofdstuk 9 per gebied zijn opgesteld. 4.3 Adresspecifieke maatvoering De algemene en gebiedsspecifieke maatvoeringen gelden voor gebieden. Het kan voorkomen dat in een gebied woonboten liggen met een afwijkende (grotere) maatvoering op basis van een verleende ligplaatsvergunning. Deze uitzonderingen zijn per gebied opgenomen in bijlage 2. Voor de adressen die in deze bijlage zijn genoemd, geldt de maatvoering uit de geldende ligplaatsvergunning als maximale maat, maar uitsluitend voor die onderdelen (hoogte, breedte en/of lengte) die de maatvoering van het specifieke gebied overschrijden.

4.4 Afwijking voorzieningen opwekken duurzame energie Het stadsdeel wenst duurzaamheid te bevorderen. Daarom geldt voor alle woonboten dat de maximale hoogte met maximaal 0,5 meter mag worden overschreden ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonnepanelen, zonneboilers etc. Wanneer een positief welstandsadvies wordt afgegeven mag de maximale hoogte met 1 meter worden overschreden.

9

5.

Vervanging

In hoofdstuk 2 is in de uitgangspunten reeds omschreven dat er geen nieuwe ligplaatsen worden gerealiseerd. Hierdoor zijn de in hoofdstuk 9 genoemde voorwaarden van toepassing op de bestaande situaties. Wel kunnen er nieuwe situaties zich voordoen, bijvoorbeeld als eigenaren van woonboten hun bestaande woonboot willen vervangen. Hierbij gelden naast de voorwaarden uit hoofdstuk 9 ook vervangingsvoorwaarden. Deze vervangingsvoorwaarden worden hieronder uiteengezet. 5.1 Algemene voorwaarden vervanging Een van de voorwaarden bij een vergunning tot vervanging die in elk geval wordt opgenomen, is dat de te vervangen woonboot aantoonbaar wordt gesloopt, het beheergebied van Oost verlaat, dan wel met een daartoe strekkende ligplaatsvergunning een andere in stadsdeel Oost gelegen ligplaats gaan innemen. 5.2 Vervanging door ander type woonboot Het vervangen van woonboten door een ander type woonboot is mogelijk indien hierbij een verbetering van de beleving van de openbare ruimte ontstaat. Vanwege hun uitstraling zijn woonschepen goed ruimtelijk inpasbaar en om die reden de meest gewenste type woonboten. Hierna volgen de woonarken als meest gewenst type woonboot. Woonarken vormen een duidelijk eenheid qua vorm. Daarbij zijn woonarken ruimtelijk beter inpasbaar in het ruimtelijk/landschappelijke straatbeeld dan woonvaartuigen. Woonvaartuigen zijn het minst gewenste type woonboot.

Door de gradatie van typen woonboten op het gebied van wenselijkheid is een onderverdeling per type gemaakt. Er wordt een onderscheid gemaakt in woonschepen, woonarken en woonvaartuigen. Bij vervanging van een woonboot door een ander type woonboot zijn de volgende voorwaarden van toepassing: • • •

Een woonschip mag uitsluitend worden vervangen door een woonschip; Een woonark mag uitsluitend worden vervangen door een woonschip of een woonark; Een woonvaartuig mag worden vervangen door een woonschip, een woonark of een woonvaartuig.

Uitzondering 1: Buitenwater Voor bestaande situaties in buitenwater geldt een uitzondering op de bovenstaande regeling. Buitenwater is water dat een directe open verbinding met het IJmeer heeft. Gebieden gelegen in buitenwater zijn niet geschikt voor woonarken, omdat er sprake is van mogelijk grote verschillen in het waterpeil (fluctuatie). Bij grote verschillen in het waterpeil kunnen woonarken droogvallen of kan gevaar ontstaan bij kruiend ijs. Woonvaartuigen mogen in buitenwater dan ook niet vervangen worden door woonarken. Bestaande woonarken in buitenwater mogen wel verbouwd. Bestaande woonarken vervangen door nieuwe woonarken is niet toegestaan. Uitzondering 2: Groene Staart, Omval, Overamstel/Weespertrekvaart Voor de gebieden Groene Staart, Omval en Overamstel/Weespertrekvaart geldt eveneens een uitzondering op de bovenstaande regeling. In deze gebieden geldt dat elk type woonboot door een woonschip, woonark of woonvaartuig mag worden vervangen. Deze uitzondering komt voort uit het beleid uit 2009 (Vervangen en verbouwen). 5.3 Maatvoering bij vervanging door ander type woonboot Indien bij vervanging een ander type woonboot gewenst is dan dient het nieuwe type te voldoen aan de maatvoering die voor dit specifieke type woonboot in het betreffende gebied in hoofdstuk 9 is opgenomen.

5.4 Vervanging door hetzelfde type woonboot of verbouwing bestaande woonboot Bij vervanging van een woonboot door hetzelfde type woonboot of bij de verbouwing van een bestaande woonboot dient eveneens te worden voldaan aan de maatvoering zoals deze per gebied in hoofdstuk 9 is genoemd. Uitzondering hierop zijn de in de bijlage per gebied genoemde adressen waar de ligplaatsvergunning afwijkt van de maatvoering uit hoofdstuk 9. Hierbij geldt dat de maatvoering uit de ligplaatsvergunning geldt als maximale maatvoering, maar uitsluitend voor die onderdelen (hoogte, breedte of lengte) die de maatvoering van het beleid overschrijden. Voor de

10

onderdelen die de maatvoering van het beleid niet overschrijden geldt de maatvoering van het beleid als maximum tenzij dit gebiedsspecifiek anders is bepaald. 5.5 Tussenruimte Vervanging e Tussen de korte zijden, ofwel de koppen van twee woonboten op de 1 rij vanaf de oever is een e minimale tussenruimte van 2 meter vereist. Tussen de korte zijden van twee woonboten op de 2 rij vanaf de oever is een minimale tussenruimte van 4 meter vereist. Zowel bij de vervanging van een woonboot door hetzelfde type woonboot als door een ander type woonboot kan het zijn dat de aanvrager de lengtemaat van zijn woonboot wenst te vergroten. Indien deze vergroting mogelijk is conform de beschreven beleidsregels uit hoofdstuk 9 dient tussen de korte zijden van de woonboten een tussenruimte van 2 meter tot de naastgelegen woonboot aanwezig te zijn. Uitzondering Javakade Ter plaatse van de Javakade dient een minimale tussenruimte van 5 meter te worden aangehouden. De woonboten aan de Javakade zijn bij de herontwikkeling van het gebied gesitueerd, waarbij een tussenruimte van minimaal 5 meter is ingesteld om het zicht op het water te behouden. De situering van de woonboten en hun onderlinge afstand maakt onderdeel uit van de stedenbouwkundige opzet van de Javakade en dient daardoor te worden behouden.

Uitzondering verbouwing In een aantal bestaande situaties is de vereiste tussenruimte van 2 meter niet overal aanwezig. In deze gevallen mag de bestaande tussenruimte bij verbouwing van de woonboot worden gehandhaafd. Met bestaande tussenruimte wordt de tussenruimte bedoeld op het moment van inwerkingtreding van dit beleid. e

5.6 Hart-op-hart 2 rij e Indien woonboten op de 2 rij vanaf de wal worden vervangen dan dient het hart van de woonboot op e e de 2 rij gelijk gesitueerd te zijn met het hart van de woonboot op de 1 rij. Het hart van de woonboot is het midden van de lengte van de woonboot. 5.7 Verantwoordelijkheid bereikbaarheid ligplaats bij vervanging Bij vervanging van een woonboot ligt de verantwoordelijkheid voor de bereikbaarheid van de ligplaats voor de nieuwe woonboot bij de eigenaar van de woonboot. Dit betekent dat stadsdeel Oost en de gemeente Amsterdam niet verantwoordelijk zijn als waterstaatkundige voorzieningen, zoals bruggen, sluizen etc. en de diepte van watergangen het vervoer van de nieuwe woonboot naar de ligplaats belemmeren. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer de doorvaarhoogte van een brug te laag blijkt te zijn voor de nieuwe woonboot of wanneer watergangen te ondiep zijn. De eigenaar van de woonboot dient zelf zorg te dragen dat de nieuwe woonboot op de bewuste ligplaats aankomt. 5.8 Calamiteit Woonboten die ten gevolge van een calamiteit teloorgaan mogen, ongeacht de oorspronkelijke maatvoering, worden herbouwd zonder dat hiervoor een vergunning is vereist, mits de herbouwde woonboot identiek of nagenoeg identiek is aan de teloorgegane boot en mits de herbouw binnen twee jaar na de calamiteit plaatsvindt.

11

6.

Objecten water en oever

Ten aanzien van objecten in het water wordt zoveel mogelijk eenduidigheid nagestreefd. Op basis van voorgaand beleid is het mogelijk dat voor bepaalde gebieden uitzonderingen optreden. Een voorbeeld hiervan is de regeling voor objecten bij woonarken aan de waterzijde van de Amstel, met uitzondering van de Weesperzijde. In het algemeen is een onderscheid gemaakt in objecten die zijn toegestaan tussen de oever en de woonboot en objecten die toegestaan zijn aan de zijde van de woonboot die aan het water is gelegen, niet zijnde de kopse kanten van de woonboot. 6.1 Hoofdregel objecten waterzijde De objecten die aan de waterzijde zijn gelegen, zijn uitsluitend toegestaan op die locaties waar oevergebruik niet is toegestaan. 6.2 Terrassen waterzijde woonark Objecten aan de waterzijde bij woonarken zijn alleen toegestaan indien het object een terras is. Terrassen aan de waterzijde van de woonark hebben tot doel om het woongenot van de woonark te vergroten. De vorm en constructie van een woonark (betonnen bak met opbouw) bieden mogelijkheden om een terras aan de waterzijde van de woonark te realiseren. Terrassen mogen niet spijker- en nagelvast met de woonboot worden verbonden. De hoeveelheid terrassen is flexibel, maar de terrassen moeten wel voldoen aan voorwaarden op het gebied van maatvoering.

De terrassen mogen gezamenlijk een maximale oppervlakte van 10 m² hebben en mogen niet voorbij de kopse kanten van de woonark uitsteken. De terrassen mogen maximaal 2 m breed zijn. Er mogen geen opstallen op terrassen worden geplaatst. Wel is een transparante omheining met een maximale hoogte van 1 m toegestaan. Uitzondering gebieden 1,2 en 9 (Groene Staart, Omval en Overamstel/Weespertrekvaart) In de gebieden Groene Staart, Omval en Overamstel/Weespertrekvaart mogen terrassen aan de waterzijde worden gerealiseerd onder de volgende voorwaarden: - Uitsluitend toegestaan indien geen oevergebruik is toegestaan; - Maximale breedte 2 m; - Maximale lengte gelijk aan de lengte van de woonark uit de geldende ligplaatsvergunning; - Niet spijker- en nagelvast verbonden met de woonboot. Verbod terrassen waterzijde gebied 8 (Lozingskanaal/Nieuwe Vaart) In gebied 8, Lozingskanaal/Nieuw Vaart zijn geen terrassen aan de waterzijde bij woonarken toegestaan. 6.3 Objecten waterzijde woonschip/woonvaartuig Vanwege de constructie van woonschepen en woonvaartuigen (romp van een van origine varend schip) is het realiseren van vaste objecten aan de romp van het woonschip of woonvaartuig aan de waterzijde bij beide typen niet goed mogelijk en niet wenselijk. In de gebieden waar wel objecten aan de waterzijde zijn toegestaan, gelden de volgende voorwaarden.

Bij een woonschip of woonvaartuig mogen, tenzij het bestemmingsplan anders bepaald, maximaal twee zelfstandige drijvende objecten, geen vaartuig zijnde, met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 10 m² en een maximale breedte van 2 meter worden gerealiseerd. Uitzondering objecten waterkant woonschip/woonvaartuig gebied 5 en 6 (Buiten IJ en Oostelijk Havengebied) Uitzondering op de bovenstaande regeling vormen gebieden 5 en 6, het Buiten IJ en het Oostelijk Havengebied. Vanwege de nabij gelegen scheepvaartroutes en de forse golfslag die in deze gebieden kan voorkomen, zijn drijvende objecten aan de waterzijde bij woonschepen en woonvaartuigen hier niet toegestaan, tenzij het bestemmingsplan anders bepaald. 6.4 Geen objecten koppen woonboten De korte zijden, ofwel de koppen van woonboten blijven vrij van objecten.

12

6.5 Objecten oever alle woonboten De objecten tussen de oever en de woonboot mogen uitsluitend tot doel hebben om het gebruik van de woonboot mogelijk te maken. Om deze reden zijn objecten zoals afhouders, afmeer- en toegangsobjecten toegestaan. Voor toegangsobjecten geldt dat, tenzij het bestemmingsplan ter plaatse van de ligplaats anders bepaalt, de breedte maximaal 2 m bedraagt en de maximale lengte de afstand tussen de oever en de woonboot bedraagt. Per toegangsobject zijn maximaal 2 leuningen toegestaan van ieder maximaal 1 m hoog, gemeten vanaf het loopoppervlak van het toegangsobject. De lengte van het toegangsobject (afstand tussen woonboot en oever) wordt niet vastgelegd. De toegangsvoorziening dient demontabel te zijn. Daarnaast geldt als voorwaarde dat voor de objecten een ontheffing of vergunning op grond van de Vob of de Keur moet zijn afgegeven met uitzondering van onderstaande regeling. e

Uitzondering toegangsobjecten woonboten 2 rij e Voor woonboten op de 2 rij vanaf de wal geldt dat geen toegangsobject mag worden gerealiseerd. Deze woonboten dienen gebruik te maken van recht van overpad ten aanzien van de woonboot op de e 1 rij vanaf de oever. Indien het verlenen van recht van overpad niet mogelijk is, zal per geval worden beoordeeld of een toegangsobject naar de woonboot op de 2 rij aanvaardbaar is. Op basis van artikel 2.5.2, lid 3 van de Vob 2010 is voor bepaalde categorieën objecten het verbod om met een object ligplaats in te nemen niet van toepassing en is er geen ontheffing op basis van de Vob noodzakelijk. Deze categorieën worden hieronder benoemd. Onder deze categorieën objecten zijn enkele categorieën die geen relatie met woonboten hebben. De opname van deze categorieën in onderstaande lijst in het voorliggende beleid is noodzakelijk om het aanwijzingsbesluit uit voormalig stadsdeel Zeeburg dat hier op toe zag, in zijn geheel in te kunnen trekken. Het gaat om de volgende categorieën: -

Toegangsobjecten; Afhouders en afmeertouwen ten behoeve van degenen die beschikken over een ligplaatsvergunning voor een woonboot; Waterwoningen niet zijnde woonboten, waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend; Voorzieningen voor gehandicapten waarvoor subsidie op grond van een wettelijke regeling is verleend ten behoeve van degenen die beschikken over een ligplaatsvergunning voor een woonboot dan wel ten behoeve van degenen die legaal de beschikking hebben over bedoelde vaartuigen.

Voor bovengenoemde categorieën gelden de volgende voorwaarden: - Maximaal 1 toegangsobject per woonboot; - Maximale breedte toegangsobject 2 m, waarbij per toegangsobject maximaal 2 leuningen zijn toegestaan van ieder maximaal 1 m hoog, gemeten vanaf het loopoppervlak van het toegangsobject; - Het toegangsobject dient losliggend te zijn en mag niet worden verankerd op palen; - Het toegangsobject mag niet stuiten op nautisch bezwaren (toets door nautische vaarwegbeheerders); - Voor alle bovengenoemde categorieën geldt dat deze demontabel moeten worden zijn, zodat deze eenvoudig en snel kunnen worden verwijderd ten behoeve van eventuele bagger- en onderhoudswerkzaamheden. Uitzondering Lozingskanaal Voor het Lozingskanaal geldt een uitzondering voor objecten op de oever bij woonboten. De toegangsobjecten voor de woonboten in het Lozingskanaal betreffen uitsluitend toegangsobjecten, terrassen, vlotten en vlonders, die demontabel zijn, met een maximale gezamenlijke lengte van 12 m, met dien verstande dat de toegangsvoorziening niet voorbij de koppen van de ark mag uitsteken. Bergingen tussen kade en ark zijn toegestaan met een maximale oppervlak van 8 m² en een maximale hoogte 2,7 m. Op basis van regelgeving van het waterschap AGV kan onder voorwaarden een vergunning verleend worden voor het vervangen van woonark met bijbehorende voorzieningen in het Lozingskanaal.

Een van deze voorwaarde is dat een wijziging en/of vervanging een gelijke of verminderde

13

stromingsweerstand tot gevolg heeft. Of vergunning verleend kan worden is ter beoordeling van het Waterschap AGV. 6.6 Objecten tussen oever en woonboot Voor objecten op het water in gebied 5 (Buiten IJ) tussen de oever en de woonboot geldt dat vanaf 1 december 2013 maximaal 1 dekschuit met een lengte van maximaal 20 m, een breedte van maximaal 4,5 m en een hoogte van maximaal 1,5 m is toegestaan. Voor het gebied 6 (Oostelijk havengebied) gelden de bepalingen uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan voor objecten tussen oever en woonboot.

14

7.

Oevergebruik

7.1 Inleiding Bij woonschepen is het gebruik van de oever een belangrijk onderdeel. Het toestaan van oevergebruik heeft een behoorlijke impact op het straatbeeld. Om deze reden is het belangrijk om een duidelijke lijn te bepalen voor de toekomst. 7.2 Oevers zijn openbare ruimte Ten aanzien van het oevergebruik geldt als uitgangspunt: “De oevers bij woonboten in stadsdeel Oost zijn onderdeel van de openbare ruimte”. Het gebruik van de oever/walkant als tuin is zonder expliciete, schriftelijke toestemming van het stadsdeel, al dan niet in de vorm van een huurcontract, niet toegestaan. Hiermee wordt het beleid uit 2009 (Uitgangspunt voor regeling oevergebruik bij woonboten in stadsdeel Oost-Watergraafsmeer) voortgezet en voor alle gebieden van Oost van toepassing. Voor kadetuinen zijn de “Nadere regels voor het plaatsen van plantenbakken en gevelbanken op het voetpad in stadsdeel Oost”, d.d. 7 juni 2011 van toepassing. De schriftelijke toestemming van het stadsdeel zal voorwaarden bevatten, waaronder de toestemming kan worden ontbonden door het stadsdeel. Indien er sprake is van schriftelijke toestemming voor gebruik van de oever en er is geen zicht op een van de ontbindende voorwaarden uit de schriftelijke toestemming dan zal de schriftelijke toestemming eveneens worden afgesloten met een nieuwe eigenaar van de woonboot.

Indien schriftelijke toestemming wordt verleend, is het in ieder geval van belang dat de oever niet gebruikt zal worden voor opslag, schuurtjes en parkeerplaats voor bootjes. Tevens zal bij een eventuele, schriftelijke toestemming met betrekking tot de inrichting en het beheer van de oever worden onderzocht in hoeverre een ecologische oever mogelijk is, rekening houdend met de grond tussen voetpad en beschoeiing, de maximale hoogte van beplanting voor de woonboten en de maximale hoogte van begroeiing bij de opening tussen de woonboten. Indien schriftelijke toestemming wordt verleend voor gronden in het gebied Weesperzijde dan zal tevens aansluiting worden gezocht bij het, in 2009 vastgestelde, Tijdelijk beheerplan Amsteloever. Uitzondering plangebied bestemmingsplan Overamstel Voor het deel van de Willem Fenengastraat dat behoort tot het plangebied van het bestemmingsplan Overamstel geldt voor het oevergebruik de regeling uit het bestemmingsplan. De regeling houdt in dat bij woonarken het gebruik van de oever als tuin is toegestaan tot maximaal 2 m van de waterkant. De oever van de Willem Fenengastraat vormt hiermee een uitzondering op de regeling voor oevergebruik in Oost.

15

8.

Gebiedsindeling

8.1 Indeling gebieden Zoals in de inleiding is aangegeven wordt Oost gekenmerkt door een grote diversiteit aan gebieden. Dit geldt ook voor de gebieden waar woonboten zijn gelegen. Deze diversiteit zorgt er voor dat het niet mogelijk is om één eenduidige regeling voor alle woonboten in het gehele stadsdeel op te stellen. De Amstel verschilt bijvoorbeeld veel van het Oostelijk Havengebied en IJburg verschilt veel van het Lozingskanaal. Om deze reden is het van belang om een goede gebiedsindeling te maken, zodat per gebied dezelfde regeling kan worden toegepast. De uiteindelijke indeling is zoveel mogelijk gebaseerd op bestaande regelingen die voor deze gebieden golden. Bij de indeling van de gebieden zijn de volgende gebieden benoemd: - Groene Staart; - Weesperzijde - Omval; - Nieuwe Diep; - Buiten IJ; - Oostelijk Havengebied; - De Kom; - Lozingskanaal/Nieuwe Vaart; - Overamstel/Weespertrekvaart; - IJburg. Per gebied wordt op de volgende pagina’s, per pagina aangegeven welke regeling geldt voor dat gebied. De uitzonderingen op de regeling in de verschillende gebieden zijn per adres in bijlage 2 terug te vinden. Voor twee gebieden in Oost wordt geen regeling opgenomen in onderhavig beleid. Het gaat om situaties aan de Diemerzeedijk, incl. Derde Diem en het Ronetteterrein, incl. de woonboten die een ligplaats hebben ingenomen onder een brug in de Duivendrechtsevaart.

8.2 Diemerzeedijk Voor de Diemerzeedijk geldt dat de aanwezige woonboten beschikken over een gedoogbeschikking. Voor de woonboten aan de Diemerzeedijk loopt een apart project. 8.3 Ronetteterrein In de Duivendrechtsevaart zijn een vijftal woonboten en een object gelegen ter hoogte van het Ronetteterrein en twee woonboten die afgemeerd liggen onder een brug die allen niet over een ligplaatsvergunning beschikken. Deze woonboten worden in samenhang met de ontwikkeling van het aangrenzende terrein meegenomen.

16

9.

Regelingen per gebied

Gebied 1: Groene Staart

Beschrijving gebied De Groene Staart is een overgangszone van stedelijk naar landelijk gebied waarin de Amstel een prominente plaats heeft. Het gebied ligt ingeklemd tussen de roeiverenigingen ten zuiden van de Utrechtsebrug en de Rijksweg A10. Maatvoering In het gebied Groene Staart geldt de maatvoering uit hoofdstuk 4. In afwijking van de maatvoering uit hoofdstuk 4 gelden de volgende maximale maten voor het gehele gebied Groene Staart voor een te vervangen of te verbouwen woonboot: - maximale lengte alle typen woonboten: de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning van de te vervangen of te verbouwen woonboot. - Bij vervanging door een ander type woonboot geldt de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning indien de lengte uit de algemene maatvoering voor dit type groter is dan de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning. Met de bovenstaande voorwaarde voor de maximale lengtemaat wordt het beleid voortgezet waarbij de lengte van een woonboot uit de geldende ligplaatsvergunning als maximum geldt. Het voorgaande beleid stamt uit 2009 (Vervangen en verbouwen van woonboten) en wordt voortgezet in voorliggend beleid.

Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor de Groene Staart zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Oevergebruik en objecten in het water en op de oever zijn toegestaan conform de voorwaarden uit de hoofdstukken 6 en 7.

17

Gebied 2: Weesperzijde

Beschrijving gebied De Weesperzijde is het gebied van de Amstel gelegen tussen de Singelgracht en de Ringvaart. Hiertoe behoort ook de woonboot die is gelegen in de Singelgracht. Maatvoering In het gebied Weesperzijde geldt de maatvoering uit hoofdstuk 4. In afwijking van de maatvoering uit hoofdstuk 4 gelden de volgende maximale maten voor een te vervangen of te verbouwen woonboot: - maximale lengte alle typen woonboten: de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning van de te vervangen of te verbouwen woonboot; - Bij vervanging door een ander type woonboot geldt de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning indien de lengte uit de algemene maatvoering voor dit type groter is dan de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning. - maximale breedte alle type woonboten: de breedte uit de geldende ligplaatsvergunning van de vervangen of te verbouwen woonboot; - maximale hoogte alle typen woonboten: 2,5 m. Het voorgaande beleid uit 2009 (Vervangen en verbouwen van woonboten) voorzag in de bovengenoemde maximale lengte- en hoogtematen voor woonschepen en woonarken in dit gebied. Van belang in de Weesperzijde is om de Amstel zichtbaar te houden. Om die reden wordt het beleid voortgezet waarbij de lengte en breedte van een woonboot uit de geldende ligplaatsvergunning als maximum geldt. Het voorgaande beleid stamt uit 2009 en is nog steeds actueel.

Woonboten kunnen een belemmering vormen voor de zichtbaarheid van de Amstel. Vandaar dat voor alle typen een maximale hoogte van 2,5 m is vastgelegd. Deze maatvoering verschilt niet van het voorgaande beleid uit 2009. Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor de Weesperzijde zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Oevergebruik en objecten in het water en op de oever zijn toegestaan conform de voorwaarden uit de hoofdstukken 6 en 7.

18

Gebied 3: Omval

Beschrijving gebied De Omval is de naam van de grootstedelijke werk-woonlocatie achter het Amstelstation. Aan de noordzijde loopt de Omval tot aan de Ringvaart. In het zuiden vormt de ingang van de Weespertrekvaart de begrenzing. Maatvoering In het gebied Omval geldt de maatvoering uit hoofdstuk 4. In afwijking van de maatvoering uit hoofdstuk 4 gelden de volgende maximale maten voor het deel van de Omval tussen (de voormalige monding van de) Weespertrekvaart en Spaklerweg voor een te vervangen of te verbouwen woonboot: - maximale lengte alle typen woonboten: de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning van de te vervangen of te verbouwen woonboot. - Bij vervanging door een ander type woonboot geldt de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning indien de lengte uit de algemene maatvoering voor dit type groter is dan de lengte uit de geldende ligplaatsvergunning. Het gebied Omval is redelijk recent tot ontwikkeling gekomen, waardoor de woonboten in dit gebied bij de ontwikkeling landschappelijk zijn ingepast. Vandaar dat voor het deel van de Omval tussen de voormalige monding van de Weespertrekvaart en Spaklerweg, conform het voorgaande beleid, de bestaande lengte uit de geldende ligplaatsvergunning als maximale lengte geldt. Het voorgaande beleid stamt uit 2009 en is nog steeds actueel.

Afwijkingen per adres De individuele afwijkingen op de maatvoering uit hoofdstuk 4 en de maatvoering uit de bovengenoemde regeling voor de Omval zijn per adres in bijlage 2 opgenomen conform de maatvoering uit de van kracht zijnde ligplaatsvergunning voor het specifieke adres. Oevergebruik en objecten water en oever Oevergebruik en objecten in het water en op de oever zijn toegestaan conform de voorwaarden uit de hoofdstukken 6 en 7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13976750/1