CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

1b. Landelijk Actieplan Netcongestie.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 28 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de afdoening van motie 019.23 van raadslid Bobeldijk over onderzoek sturingsmogelijkheden bij netcongestie (VN2023-019710)14.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Netbeheerders hanteren daarvoor het first come first serve principe, waarbij aparte wachtrijen voor invoeding en afname worden gehanteerd. In het geval van schaarste in een gebied kan verstandig zijn extra wachtrijen te hanteren op basis van het profiel van een klant. Het idee is dat op die manier de nog beschikbare transportcapaciteit optimaal benut wordt. Daarnaast is er een sterke wens om in congestiegebieden voorrang te kunnen verlenen aan klanten die een groot algemeen belang dienen. Naast het tijdelijk prioriteren is ook bezien hoe te voorkomen dat er onnodig schaarse capaciteit wordt gereserveerd voor klanten (opschonen van wachtrijen). 2.4.1. Verschillende Vragen van een zienswijze van de ACM op het hanteren van NBNL i.o.m. netgebruikers wachtrijen in extra wachtrijen in congestiegebieden op basis van het verzoek om zienswijze congestiegebieden * belastingsprofiel van een klant bijvoorbeeld: indienen bij ACM • Bereidheid van een klant om mee te doen aan Ingediend: Q1 2023 congestiemanagement door flexibele capaciteit aan te Zienswijze ACM: Q3 2023 bieden tijdens een transportpiek. • •

Omvang van de gevraagde transportcapaciteit in MW. Potentiële bijdrage van een klant aan (oplossen van) invoedingscongestie en afnamecongestie.

Vragen van een zienswijze van de ACM op het hanteren van een voorrangspositie in congestiegebieden voor functies met dwingende reden van groot openbaar belang, zoals genoemd in artikel 9.43 van de Netcode Elektriciteit.

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 18

NBNL i.s.m. IPO en i.o.m. netgebruikers: verzoek om zienswijze indienen bij ACM Ingediend: Q1 2023 Zienswijze ACM: Q3 2023

2.4.2. Opschonen van wachtrijen en niet gebruikte transportruimte*

Baseer capaciteitsberekeningen voor congestiemanagement op daadwerkelijk benutte capaciteit en niet op gecontracteerde capaciteit. Vaste gecontracteerde capaciteit (firmcapaciteit) die niet binnen afzienbare termijn benut wordt, rekening houdend met te verwachte groei, bijstellen of bijvoorbeeld omzetten in flexcapaciteit. Zowel bij bestaande (middels Use it or lose it principe) als nieuwe klanten. Voor use it or lose it is een codewijzigingsvoorstel ingediend bij ACM. First permit first serve principe nader onderzoeken. Het idee dat de plek in de wachtrij wordt bepaald door een indicatie over de planologische haalbaarheid van het initiatief. Bijvoorbeeld een principebesluit van het bevoegd gezag over een initiatief of anderszins aantonen dat het project in aanmerking komt voor een vergunning. Dit onderzoek afstemmen met het onderzoek naar het inzetten van ROinstrumentarium aan de voorkant (1.4.2.)

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 19

Netbeheerders i.o.m. netgebruikers Daadwerkelijke gebruiksprofielen dienen vanaf nov 2022 toegepast te worden bij CM berekeningen NBNL i.s.m. IPO en VNG en i.o.m. netgebruikers en ACM Resultaat onderzoek: Q2 2023

3. Vergroten flexibele capaciteit Publiek-private actie voor slimme oplossingen In een door aanbod gestuurd systeem is flexibel elektriciteitsgebruik waardevol voor de netgebruiker. Om de waarde van flexibiliteit te verzilveren moet strategischer worden nagedacht over het energiegebruik en gebruik van het elektriciteitsnet. Uitdaging is om de vraag naar elektriciteit beter te laten meebewegen met het aanbod en lokaal opwek, gebruik, warmte en opslag af te stemmen. Het houdt de kosten van de energierekening beheersbaar en maakt de bedrijfsvoering toekomstbestendig. Het ontsluiten en vergroten van flexibele capaciteit is veelal complex. Het vergt een grote omslag in denken en doen, niet alleen bij netgebruikers, maar ook bij overheden en netbeheerders. Het vraagt niet alleen om heldere kaders en aanpassingen in spelregels (zie 2), maar ook om communicatie en educatie over de werking van het energiesysteem, om praktische handvatten en om ondersteuning van het gezamenlijk onderzoeken en uitvoeren van slimme oplossingen ter vergroting van de flexibele capaciteit. We zetten daarbij in op een win-win: meer flexibele capaciteit houdt én de bedrijfsvoering gezond én helpt bij het verlichten van congestie. 3.1. Publiek-private actie voor acute verlichting van netcongestieproblematiek Netcongestie heeft een grote impact op groei- en duurzaamheidsambities.

Goede communicatie tussen netbeheerders en netgebruikers is cruciaal om de schade en onzekerheid voor alle partijen zoveel mogelijk te beperken. Zo kan alleen effectief congestiemanagement worden toegepast als netgebruikers goed geïnformeerd worden over hun rechten en plichten met betrekking tot deelname aan congestiemanagement en ondersteund worden in het verkennen van mogelijkheden om flexibele capaciteit te ontsluiten. Ook is het van belang dat netgebruikers toegang hebben tot voor hen cruciale informatie rondom zaken zoals de ruimte op het net en de status van hun aanvraag. 3.1.1. Jaarlijks uitvoeren Consulteer, informeer en ondersteun netgebruikers bij het Informeren en ondersteunen: van een nationale aanbieden van flexibele capaciteit tegen vergoeding. Zet brancheorganisaties, CSPs marktconsultatie om verschillende tools in zoals de industrial flex tool van i.s.m. NBNL en IPO flexibele capaciteit te TenneT en werk samen met zgn. Congestion Service Consultatie t.b.v. kunnen ontsluiten die Providers, brancheorganisaties en CES-clusters die meer congestiemanagement: ingezet kan worden in inzicht hebben in - en meer duidelijkheid kunnen geven netbeheerders gebieden waar congestie over - de financiële en technische mogelijkheden bij inzet is of dreigt. van flexibele capaciteit. Gestart: Q4 2022

3.1.2. Versterken communicatie tussen stakeholders in gebieden waar congestie is of dreigt.

Bezie of extra ondersteuning wenselijk en mogelijk is voor partijen die het net op korte termijn kunnen ontlasten. Het gaat hier vooral om het ondersteunen van processen bij het vinden van een oplossing. Tijdelijk financiële steun kan overwogen worden. Verstrek duidelijke informatie over de beschikbare ruimte op het net in een regio, de manier waarop wachtrijen worden afgehandeld en het offerteproces. Verstrek duidelijke informatie aan individuele aanvragers over de status van de eigen aanvraag. ACM kan hiertoe extra eisen stellen in de codes.

Verkrijg een scherper beeld van de aanvragen voor aansluiting en transport. Soms worden aanvragen op meerdere plekken gedaan, wordt meer capaciteit gevraagd dan nodig is of zijn er nog grote vraagtekens te zetten bij de haalbaarheid en/of planning van een project waarvoor capaciteit wordt gevraagd.

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 20

EZK i.s.m. de provincies Resultaat: Q2 2022

NBNL i.s.m. netbeheerders en NP RES Resultaat Q1 2023 Netbeheerders & ACM i.o.m. netgebruikers Implementatie Q1 2023 (los van actie ACM) Netgebruikers i.s.m. NBNL en NP RES Implementatie vanaf Q4 2022

3.2. Publiek-private actie voor structureel meer flexibele capaciteit Flexibel gebruik van elektriciteit en het net wordt voor veel netgebruikers steeds waardevoller c.q. noodzakelijker, vooral vanwege de sterk fluctuerende elektriciteitsprijzen, maar ook omdat gebruik van het net buiten de transportpieken relatief goedkoper zal worden (zie 2). Flexibel gebruik is een hele nieuwe manier van werken die ingeregeld moet worden in bedrijfsprocessen. Dat begint met het geven van inzicht in de ontwikkeling naar een door aanbod gedreven energiesysteem en het vergroten van het bewustzijn over nut en noodzaak van het ontsluiten van flexibele capaciteit in dit systeem. Maar daarmee zijn we er nog niet. Het is van groot belang netgebruikers concreet handelingsperspectief en ondersteuning te bieden om flexibiliteit te kunnen ontsluiten. Dat kan op verschillende niveaus plaatsvinden: binnen een bedrijf, binnen een samenwerkingsverband van bedrijven, op een bedrijventerrein en binnen de CES-clusters. 3.2.1. Ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst Hoe het toekomstig energiesysteem er precies uitziet is nog onduidelijk, maar netgebruikers hebben wel houvast nodig bij de wijze waarop zij verduurzaming verder vorm kunnen geven. Het Nationaal Plan Energiesysteem biedt een langetermijnvisie op het energiesysteem in 2050 en een aanpak hoe we daar komen.

Het plan wordt iedere vijf jaar herijkt om adequaat in te kunnen spelen op innovaties en maatschappelijke ontwikkelingen. 3.2.1.1 Stip op de Het Nationaal Plan Energiesysteem beschrijft hoe EZK i.o.m. netbeheerders, horizon Nederland een energiesysteem ontwikkelt dat past bij een netgebruikers en IPO klimaat neutrale samenleving en hoe we daar komen. Van belang is dat dit plan een doorvertaling krijgt voor de Reeds gestart netgebruikers en de wijze waarop zij de verduurzaming Resultaat: Q2 2023 (concept verder vorm kunnen geven. NPE) 3.2.2. Communicatie- en educatie Veel netgebruikers zijn zich nog niet bewust van de consequenties van de overgang naar een door aanbod gestuurd energiesysteem. Continue gebruik en invoeding van stroom is immers decennialang de norm geweest en de meeste bedrijfsprocessen zijn daarop ingericht. Nu continue gebruik van elektriciteit relatief duur wordt zullen bedrijven veel strategischer moeten nadenken over hun elektriciteitsgebruik en/of invoeding van elektriciteit. Het vraagstuk hoort hoog op de agenda te staan van netgebruikers om te kunnen anticiperen op de verduurzaming en de veranderingen in ons elektriciteitssysteem. 3.2.2.1 Opzetten van Ontwikkel een gezamenlijk narratief om nut en noodzaak EZK i.s.m.

netgebruikers, IPO, een gezamenlijk om op een andere manier met energie om te gaan onder de VNG, NP RES en NBNL communicatie- en aandacht te brengen van netgebruikers en zet een educatieoffensief onafhankelijk platform op waar partijen tools, goede Resultaat: Q2 2023 praktijkvoorbeelden en geleerde lessen kunnen vinden om hiermee aan de slag te gaan.

3.2.3. Ondersteunen en aanjagen van flexibiliteit De waarde van flexibiliteit wordt voor netgebruikers hoger en de business cases voor het ontsluiten van flexibiliteit wordt aantrekkelijker. De realisatie van projecten is echter veelal ingewikkeld en gaat gepaard met onzekerheden. Er wordt met bedrijven, industriële clusters en met bedrijven op bedrijventerreinen in gesprek gegaan en bezien wat nodig is aan extra stimulans en ondersteuning, bijvoorbeeld ten aanzien van vergunningen, kennis, informatie en financiële ondersteuning. Gestart wordt met trajecten in regio’s met structurele congestie en met trajecten waar overheden reeds actief betrokken zijn zoals de Routekaart Elektrificatie Industrie, de Maatwerkafspraken, CES, RES, (p)MIEK en verduurzaming van bedrijventerreinen. Ook wordt bezien of en hoe aanvullende voorwaarden in subsidieregelingen zoals de SDE ++ kunnen worden opgenomen en waar normering mogelijk een rol kan spelen met het oog op het aanjagen van flexibiliteit. 3.2.3.1 Ondersteunen en Onderzoek de nut en noodzaak van meer actieve EZK i.s.m. andere overheden verder aanjagen van (financiële) ondersteuning van bedrijven, industriële i.o.m. netgebruikers slimme oplossingen clusters, energieproducenten en huishoudens ten behoeve van de realisatie van slimme oplossingen voor het Resultaat: Q2 2023 vergroten van de flexibele capaciteit.

En waar nodig locatiesturing toepassen, zoals bijvoorbeeld het concentreren van grote elektrolyse-installaties nabij aanlandingspunten van wind op zee.

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 21

3.2.3.2. Verkennen wenselijkheid en mogelijkheden om extra voorwaarden te stellen aan ondersteuning van duurzaamheidsprojecten door de overheid

Zet in op meer actieve ondersteuning van initiatieven in regio’s met structurele congestie zoals lokale (grootschalige) opslag, vertraagd invoeden, piekverbruik afvlakken, etc. Onderzoek hoe en op welke wijze afspraken over flexibiliteit in o.a. de Maatwerkafspraken Industrie, CES- en (P)MIEK-projecten en bij projecten gericht op de verduurzaming van bedrijventerreinen geïntegreerd kunnen worden. Onderzoek of het mogelijk is extra subsidievoorwaarden op te nemen bij de stimulering van hernieuwbare energie op land om de belasting van het net te beperken. Denk daarbij aan voorwaarden met betrekking tot opslag, transportcontract, lokaal verbruik en cable pooling, Hierbij is uitdrukkelijk aandacht voor de financierbaarheid van projecten. Onderzoeken waar normering een rol kan spelen in het aanjagen van flexibiliteit bv. door het stellen van technische randvoorwaarden voor elektrisch laden (slim laden als standaard instelling op alle laadpalen), aanstuurbaarheid van nieuwe warmtepompen of een meldingsplicht voor zon op bedrijfsdaken om zo momentum voor lokale samenwerking te creëren.

IPO i.s.m. NP RES, netgebruikers, NBNL en EZK. Implementatie vanaf Q1 2023 EZK i.s.m. provincies en lokale overheden Resultaat: Q2 2023 EZK i.s.m. met energieproducenten en NBNL Resultaat Q2 2023

Rijk i.s.m. medeoverheden en i.o.m. netgebruikers

3.2.4. Faciliteren van energy hubs* Een energy hub kent geen vastomlijnde definitie, maar in de kern gaat het om een decentraal netwerk, waarin opwek, warmte, opslag en verbruik worden afgestemd. Deze lokale uitwisseling van energiestromen staat aan de basis voor een duurzame energievoorziening voor bedrijven, vervoer en de gebouwde omgeving en ontlast tegelijkertijd het elektriciteitsnet. Er lopen al veel initiatieven voor energyhubs en de interesse is vanwege de netcongestieproblematiek groot, maar de realisatie is lastig. Partijen moeten worden gemobiliseerd; gebruikersgegevens zijn niet altijd voor handen; consortia raken verstrikt in regelgeving en contractvormen die het aantrekkelijk maken om energie te kunnen delen ontbreken (zie actie 2.1.4). 3.2.4.1. Versterken Zet fixers in om de realisatie van energy hubs aan te jagen Provinciale en lokale procesbegeleiding (provincies/gemeente/RES-regio) wijzen een gebied aan overheden i.s.m. EZK waar ze een hub willen ontwikkelen) en het ondersteun marktinitiatieven o.a. door het instellen van een Implementatie vanaf Q1 2023 vragenloket voor consortia die een hub willen opzetten; versnelde vergunningverlening en gunstige voorwaarden. 3.2.4.2 Vereenvoudigen Ontwikkel een standaard data-consent, waarin een bedrijf NVDE i.s.m.

NBNL en VNO gegevensuitwisseling toestemming geeft aan een netbeheerder of een Resultaat: Q1 2023 meetbedrijf om data m.b.t. het actuele gebruiksprofiel te delen met de energiecoöperatie in oprichting (of andere juridische vorm). Ontwikkel een standaardovereenkomst, waarin een NVDE en NBNL, VNO-NCW en energiecoöperatie-in-oprichting kan beschikken over het IPO, Energie Samen geaggregeerde verbruiksprofiel van een bedrijventerrein. Resultaat: Q1 2023 Creëer een mogelijkheid voor het aanleveren van NBNL i.s.m. IPO anonieme, geaggregeerde profielen van potentiële energy hubs aan decentrale overheden. 3.2.4.3 Ontwikkelen van Ontwikkel een toolkit voor energy hubs met o.a. EZK i.s.m. NVDE en VNO-NCW standaardopdrachten, voorbeeldstatuten van een energiecoöperatie; een i.o.m. Energie-Nederland, statuten en contracten standaard-opdrachtomschrijving voor een NBNL, Invest-NL en Energie voor hubs c.q. energieconsultant; een voorbeeld-participatiecontract voor Samen energiecoöperaties en een partij in een energiecoöperatie inclusief standaard

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 22

individuele deelnemers binnen een coöperatie.

commerciële voorwaarden; standaardcontract die de uitwisseling van energie tussen twee partijen of meer partijen en goedkeuring van netbeheerders en ACM mogelijk maakt en een construct voor het delen van gecontracteerd transportvermogen (zie 2.1.4)

Resultaat: Q2 2023

3.2.5. Base load Er zullen ook energie-intensieve bedrijven c.q. activiteiten zijn die in een duurzaam energiesysteem afhankelijk blijven van betaalbare baseload en dus niet of nauwelijks in staat zijn flexibele capaciteit te ontsluiten . Bezien wordt op welke manier die binnen Nederland geborgd kan worden met oog op het verdien- en innovatievermogen van Nederland en de open strategische autonomie van de EU. 3.2.5.1 Base-load Verken welke activiteiten in het nieuwe energiesysteem EZK i.s.m. afnemers activiteiten onrendabel dreigen te worden en bezie wenselijkheid van ondersteunen daar waar ondersteuning van deze activiteiten (Industriepolitiek 2.0). nodig en gewenst

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 23

Bijlagen BIJLAGE Begrippenlijst Begrip

Toelichting

Aangeslotene

Afnemer en/of invoeder

ACM

Autoriteit Consument & Markt. Toezichthouder op netbeheerders.

Afnemers/Afname AMvB

Partijen die het elektriciteitsnet nodig hebben om elektriciteit te kunnen gebruiken (vraag). Partij kan tevens invoeder zijn (zoals bijvoorbeeld een batterij over teruglevering). Algemene Maatregel van Bestuur. Een uitvoeringsbesluit van een formele wet.

Base Load

Constant vermogen aan elektriciteit

Belastingsprofiel

De benodigde transportcapaciteit van een aangeslotene afgezet tegen tijd

BIM

Bouw Informatie Management. Staat voor digitaal samenwerken in de gebouwde omgeving. Bestuurlijk Overleg

BO BZK

CES

Ministerie van Binnenlandse Zaken (eveneens t.a.v. Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) Een capaciteitsbeperking houdt in dat een aangeslotene tegen betaling afziet van het volledige gebruik van zijn overeengekomen aansluit- en transportcapaciteit, om bij dragen aan het oplossen van voorziene fysieke congestie. Cluster Energie Strategie (industrieclusters)

CM

Congestiemanagement

Congestiemanagement

EMV

Met congestiemanagement verdelen netbeheerders de beperkte ruimte op het elektriciteitsnet op momenten dat de vraag naar transport van elektriciteit hoger is dan wat het elektriciteitsnet aankan. Congestion Service Provider. Een partij die congestiemanagementdiensten levert aan netbeheerders. Chemisch proces waarbij onder invloed van elektrische stroom samengestelde stoffen worden ontleed. Elektrolyse wordt gebruikt bij de productie van waterstof. In de industrie wordt elektrolyse op grote schaal toegepast om metalen te winnen uit mineralen en om de metalen te zuiveren. Elektromagnetische velden. Zie www.kennisplatform.nl

Energie Nederland

Belangenbehartiger van energiebedrijven

Energie Samen

Belangenbehartiger van energiecoöperaties en andere duurzame energie-communities

Energy Storage NL

Belangenbehartiger van de energieopslagsector

Enexis

Regionale netbeheerder

EZK

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

GDS

Gesloten Distributiesysteem. Een particulier elektriciteits- of gasnetwerk.

Holland Solar

Belangenbehartiger van zonne-sector

Invest-NL

IP

Een innovatiefonds gericht op bedrijven die zich bezighouden met innovatie of de energietransitie in Nederland Partijen die het elektriciteitsnet nodig hebben om elektriciteit te transporteren (aanbod) naar de vraag. Partij kan tevens afnemer zijn (zoals bijvoorbeeld een batterij). Investeringsplan van netbeheerder (zie actie 1.3.5. en bijlage)

IPO

Interprovinciaal Overleg

kV LAN

kilovolt (1000 volt). Spanningsniveau van elektriciteitsverbindingen wordt doorgaans uitgedrukt in kilovolt. Landelijk Actieprogramma Netcongestie (dit document)

Liander

Regionale netbeheerder

Maatwerkafspraken

Bindende maatwerkafspraken met de 20 grootste industriële uitstoters van broeikasgassen

MIEK

Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (zie kader 1)

MW

Megawatt. Elektrisch vermogen

NAL

Nationale Agenda Laadinfrastructuur (zie kader 1)

Capaciteitsbeperkingcontract (CBC)

CSP Elektrolyse

Invoeders/Invoeding

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 24

NBNL

Netbeheer Nederland. Belangenbehartiger van netbeheerders

Netcode Elektriciteit

Netgebruikers

Code van ACM. Bevat voorschriften voor netbeheerders en netgebruikers, op drie gebieden: het functioneren van de netten, het aansluiten van klanten op de netten en het transporteren van elektriciteit over de netten. Betreft ook voorschriften over congestiemanagement. Er is sprake van netcongestie als de vraag naar transport van elektriciteit op een moment groter is dan de transportcapaciteit van het net. (Belangenbehartigers van) afnemers en energieproducenten

NP RES

Nationaal Programma Regionale Energiestrategieën

NPE

Nationaal Plan Energiesysteem (zie kader 1)

NVDE NWEA

Nederlandse Vereniging Duurzame Energie. Belangenbehartiger van bedrijven en brancheorganisaties in de duurzame energiesector. Nederlandse Windenergie Associatie. Belangenbehartiger van de windsector

PEH

Programma Energiehoofdstructuur (zie figuur 1)

pMIEK

Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (zie kader 1)

Profiel

Zie belastingsprofiel

RES

Regionale Energiestrategieën (zie kader 1)

RO

Ruimtelijke Ordening

SDE++

Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie, sinds 2020.

Stein

Regionale netbeheerder

TenneT

Netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet

Transportcontract

Contract tussen aangeslotene en netbeheerder

Transportpiek

Piek in het transport van elektriciteit op het (regionale) elektriciteitsnet

Transportschaarste UvW

Het net is niet meer overal voldoende uitgerust om de elektriciteit te transporteren naar de gebruikers. Unie van Waterschappen

VAWOZ

Verkenning Aanlanding Wind op Zee (zie kader 1)

VEMW

Vereniging voor Energie, Milieu en Water. Belangenbehartiger van de zakelijke elektriciteitgas- en waterafnemers in Nederland Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Netcongestie

VNG VNO-NCW

Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO) en het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW)

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 25

BIJLAGE Achtergrond bij een aantal acties Versie 8-12-2022 Actielijn 1 Sneller bouwen 1.1.1. Versterk regie op het versnellen van projecten op provinciaal niveau Een aantal provincies zijn samen met netbeheerders al bezig met het inrichten van de governance om de regie op het versnellen van projecten te organiseren. In o.a. Noord-Holland, Brabant/Limburg en Amsterdam wordt hier al ervaring mee opgedaan. Andere provincies kunnen de lessen die hier zijn opgedaan meenemen. Van belang is dat provincies dit op een soortgelijke wijze opzetten, zodat de verschillende actielijnen goed geborgd zijn, kennisdeling goed mogelijk is en deelname voor landelijk opererende partijen efficiënter is. Het governancemodel dat in Noord-Brabant wordt ontwikkeld geeft aan dat de vaste leden op bestuursniveau (Clevel) vertegenwoordigd zijn. Het model van Noord-Brabant (zie afbeelding) is een voorbeeld, maar per provincie kan dit worden geoptimaliseerd naar lokale omstandigheden. Vaste elementen zijn: Regie van provincie op drie oplossingsrichtingen: versnellen aanleg, efficiënter netgebruik & programmeren/prioriteren netuitbreidingen. Nauwe samenwerking provincie met gemeenten, RES-regio’s en netbeheerders. Bewaken samenhang acties en samenwerking tussen partijen. Nevenfunctie is escalatieladder. Voor de oplossingsrichtingen wordt ook aangesloten bij acties uit het LAN.

Daar waar nodig en meerwaarde heeft zal in de provinciale structuur een (onafhankelijke) procesregisseur worden aangesteld. Deze kan ook voorzitter zijn van het overleg. Vaste deelnemers aan het overleg: Provincie met RO & Energie mandaat TenneT Regionale netbeheerder(s) Regiogemeenten Overige deelnemers (afhankelijk van agendapunt): EZK, voor zover relevante rijksbelangen en RCR-projecten spelen Betrokken gemeenten Omgevingsdiensten T.a.v. efficiënter netgebruik en integraal programmeren ook marktpartijen, belangenorganisaties en kennisinstellingen. Voor verduurzaming industrie: CES-cluster 6 bedrijven ACM als toezichthouder regionale netbeheerder of ter toelichting landelijke kaders. Projectleider(s) van de deelnemende partijen Randvoorwaarden: Een onafhankelijke* procesmanagement office ter ondersteuning van het ‘versnellen’-spoor t.b.v. monitoring voortgang uitvoering projecten en ondersteuning van het overleg (circa 3-5 FTE). Middelen voor extra personele capaciteit van alle betrokken organisaties. Vastleggen van de samenwerking in een samenwerkingsprotocol. Helderheid over het mandaat per organisatie. Het overleg heeft zelf geen mandaat, maar voor effectieve werking is het van belang dat de leden wel met maximaal haalbaar mandaat van hun organisatie aan tafel zitten. Zaken die (buiten de energyboard om) al goed lopen niet overnemen of opnieuw doen.

*Onafhankelijk = legt verantwoording af aan de Energie Board en niet aan afzonderlijke leden. Wordt gefinancierd door de vaste leden gezamenlijk. Aandachtspunten bij uitwerking:

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 26

-

-

-

De provinciale governance betreft een gebiedsgerichte regie. Nationale vraagstukken zoals regelgeving worden opgeschaald naar de landelijke gremia en overlegstructuren. Specifiek voor Amsterdam en Rotterdam wordt voorzien in een aparte governance. In de vijf CESclusters wordt ook gewerkt aan versterking van de governance en loopt ook al veel (versnellingsopties, monitoring, data safe houses, knelpunten, intensiveren van de samenwerking, integraal programmeren, etc.). De provincie zit hier ook aan tafel, maar vanuit een andere rol dan in de provinciale governance die in het LAN geadresseerd wordt, omdat de regie hier (i.h.k.v. MIEK) bij het Rijk (EZK) ligt. MIEK heeft wel doorwerking in de PMIEK en ook op projecten ‘buiten de poort’ van de CES-clusters. Om overlap te voorkomen moet de provinciale governance goed afgestemd en waar kan geïntegreerd worden met de governance van de 5 industriële clusters. Van belang is dat projectdoelen en realisatie data vanuit de industrie nodig zijn om tot realisatie te komen van de faciliterende infrastructuur. Grotendeels kunnen deze tijdlijnen voor 5 CES clusters worden uitgewerkt in de governance op clusterniveau (buiten het LAN). Voor cluster-6 zijn deze tijdlijnen echter net zo relevant om deze geborgd te krijgen in de uitwerking van de provinciale structuur .

Een uitvoeringsagenda met beschreven rollen en verantwoordelijkheden en mijlpalen kan daarbij de noodzakelijke structuur bieden aan de publieke en private partijen. Integraal programmeren: een nieuwe wijze van samenwerken tussen met name provincies, gemeenten, netbeheerders en met de rijksoverheid. Focus ligt op de uitbreiding van energieinfrastructuur zoveel mogelijk in de pas te laten lopen bij andere ruimtelijke ontwikkelingen. Niet alleen elektriciteitsinfrastructuur maar ook andere energiedragers. Ook onderdeel hiervan is het toepassen van het landelijke afwegingskader ten aanzien van het prioriteren van netuitbreidingsinvesteringen. Onderstaand schema uit werkgroep Integraal Programmeren ter informatie:

Afbeelding: Schema Integraal Programmeren

Afbeelding: Governance model Energyboard – Voorbeeld N-Brabant

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 27

1.1.2. Handreiking overdragen bevoegd gezag Aandachtspunt bij uitwerking: Complicerende factor is het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor tot inwerkingtreding gewerkt moet worden met twee varianten. NP RES geeft aan dat ze hier, samen met WIP, kan meedenken uit eigen ervaringen 1.2.1. Samenwerking netbeheerder en decentraal bevoegd gezag per project versterken (zoals bij RCRprojecten al gebeurt op rijksniveau) Toelichting: Clustervorming van projecten draagt eraan bij dat projecten niet in elkaars vaarwater komen, stappen gecombineerd kunnen worden, omgeving minder verrast wordt en dus afwegingen integraal gemaakt kunnen worden. Focus daarbij ligt op midden- en hoogspanningsprojecten die planologisch ingepast moeten worden (dus uitgangspunt is dat vergunningsvrije projecten of projecten die enkel o.b.v. reguliere vergunning, ontheffing en/of melding gerealiseerd kunnen worden hier geen onderdeel vanuit maken). ‘De inpassingsteams werken in bouwteamverband.’ Hiermee wordt verwezen naar de veel gebruikte samenwerkingsvorm bouwteam die zowel in uitvoering als voorbereiding van projecten wordt gehanteerd. Centraal staat de nauwe samenwerking tussen partijen.

Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Voor zover relevant voor de specifieke netuitbreiding (de planning en klanteisen) van marktpartijen hier ook voldoende in moet worden meegenomen. Afstemming met raakvlakprojecten die gelijktijdig plaatsvinden. Voorbeeld is Haventerrein Moerdijk waar zowel een aanlanding Wind op Zee, aanleg van een 380/150kV station, aanleg Deltacorridor en mogelijke warmteleiding Moerdijk en Geertruidenberg. Het afstemmen van dit soort verschillende raakvlakken speelt ook op andere plekken in de CES-clusters, tot op een lokaal industrieterrein. NP RES heeft ervaring met vraagstukken t.a.v. capaciteits- en expertisevraagstukken en kan op dit vlak meedenken. 1.2.2. Actiever beleid voor het verwerven van grond voor (onder)stations en verwerven van zakelijk recht. Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Scherp krijgen hoe dit zich verhoudt tot netbeheerders die zich ook op de grondmarkt begeven. Kan op gespannen voet staan met principe dat omgeving invloed kan hebben op locatiekeuze. Daarom gaat het niet alleen om grondverwerving voor de locatie zelf, maar ook strategische grondaankoop t.b.v. grondruil voor de uiteindelijke locatie.

Hoe ga je om met grondpositie van marktpartijen, bijvoorbeeld een bedrijf die grond heeft versus een bedrijf die baat heeft bij de netuitbreiding? In Noord-Holland wordt samen met de regionale netbeheerder onderzocht wat een goede aanpak is voor vroegtijdig aangekochte grond en hoe dit in tussentijd het beste benut kan worden. 1.3.2.1. Onderzoek hoe netbeheerders meer ruimte kan worden gegeven om te werken in het elektriciteitsnetwerken door het aanpassen van de betrouwbaarheidscriteria waar ze aan moeten voldoen. Toelichting: AMvB N-1 regelt dat met ingang van 1 januari 2021 het voor netbeheerders is toegestaan om reserveonderdelen van het hoogspanningsnet, die als back-up voor storingen en onderhoud beschikbaar dienen te zijn, gebruikt kunnen voor transport van groene stroom. Netbeheerders moeten hiervoor ontheffing aanvragen. EZK draagt zorg voor de evaluatie van AMvB N-1. Om netuitbreidingen te realiseren moet op sommige momenten in een netuitbreidingsproject delen van het elektriciteitsnetwerk tijdelijk worden uitgeschakeld (voorziene niet beschikbaarheid) om veilig te kunnen werken. Door de schaarse netcapaciteit en eisen t.a.v. de storings- en onderhoudsreserve is dit moeilijk in te plannen waardoor projecten soms lang moeten wachten totdat dit op hun project bewerkstelligd kan worden.

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 28

Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Opgave is te analyseren wat mogelijk en nodig is om in die situaties toch scherper aan de wind te varen (zonder) dat dit ten koste gaat van de veiligheid en zonder dat dit noemenswaardig ten koste gaat van de leveringszekerheid). Onderdeel hiervan is ook een analyse van het verhogen van de norm van 100 MW als betrouwbaarheidscriterium om sneller te kunnen bouwen en/of componenten met meer capaciteit te kunnen gebruiken in het net. Bekijk hier ook specifiek naar rol van grootschalige opslag en elektrificatie van de industrie. In aanvulling dient nader onderzocht te worden welk type netgebruikers onder voorwaarden aangesloten kunnen worden onder N-0 voorwaarden. Daar zijn nu al voorzieningen voor bij ontheffing, dit zou verder relevant kunnen zijn voor het aansluiten van netgebruikers met opslag en/of conversie. 1.3.4. Regulering van netbeheerders Toelichting De regulering voor netbeheerders wordt geregeld in methodebesluiten die de ACM vaststelt. Hierin wordt voor een periode van vijf jaar vastgelegd welke tariefinkomsten een netbeheerder mag hebben. Tariefinkomsten dienen dekking te geven voor de efficiënte kosten van netbeheerders inclusief een redelijk rendement op investeringen.

Vervolgens wordt er op basis van de methodebesluiten jaarlijks in een tarievenbesluit de tarieven en/of de toegestane tariefinkomsten bepaald voor netbeheerders. Voor elke nieuwe reguleringsperiode wordt door ACM bezien in welke mate het methodebesluit herzien wordt. De volgende set methodebesluiten wordt geacht per 1-1-2027 van kracht te worden. Voorbeelden van reguleringsonderwerpen welke in een methodebesluit vastgelegd zijn (direct of indirect): o Hoe en in welke mate een netbeheerder de kosten voor congestiemanagement in rekening mag brengen. o Hoe en in welke mate kosten voor netverliezen en andere ancillary services in rekening worden gebracht. o Op welke wijze (tijdstip en omvang) worden nieuwe investeringen in infrastructuur verwerkt in de tarieven en/of toegestane omzet. o Hoe wordt de efficiëntie van netbeheerders bepaald, is de methode voldoende robuust ten aanzien van de uitdagingen van de energie transitie en voldoende toekomstgericht op het gebied van innovatie en digitalisering van het energiesysteem. o Hoe wordt omgegaan met kosten van investeringen welke niet direct volledig gebruikt worden door de markt (o.a. wie draagt het benuttingsrisico).

o Hoe wordt rekening gehouden bij de kostenschattingen van efficiënte kosten met toekomstige ontwikkelingen zoals de noodzaak om op te schalen voor de energie transitie, de noodzaak om meer te investeren in kwaliteit vanwege de veroudering van het netwerk, de noodzaak voor toenemende digitalisering. Belangrijke afwegingskaders voor ACM zijn daarbij: betaalbaarheid, leveringszekerheid en verduurzaming. Het geheel van reguleringen en de omvang van de investering portefeuille is van belang voor de financieringsbehoefte van netbeheerders en daarmee de financierbaarheid. Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Bij de totstandkoming van het LAN wordt door diverse partijen de vragen gesteld of de netbeheerders voldoende gestimuleerd worden om tijdig voldoende netten te bouwen? Is het niet denkbaar om een boete te introduceren als aansluitingen te laat beschikbaar zijn? Netcongestie is nu werkelijkheid omdat (achteraf gezien) niet voldoende snel geïnvesteerd is. Achteraf is het altijd gemakkelijk te beredeneren wat gepaste regulering had moeten zijn. Moeilijker wordt het om goede regulering te maken die inspeelt op de maatschappelijke ontwikkelingen die gaan komen en daarbij binnen het afwegingskader de gewenste output oplevert.

Voor de komende reguleringsperiode zijn onder andere de volgende aandachtspunten meegegeven om in ogenschouw te nemen in het licht van de nieuwe methodebesluiten: o Zijn de incentives voor tijdigheid van investeren goed, hoe weegt ACM tijdigheid ten opzichte van doelmatigheid. Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 29

o o o o o o o o

o

Overweeg een sterkere outputsturing op de voorspelbaarheid en tijdige realisatie van netuitbreidingen. Zijn de benuttingsrisico’s goed belegd en kan vooruit investeren voldoende gedaan worden. Hoe beoordeelt ACM de doelmatigheid van netbeheerders. Houdt zij voldoende rekening met de toekomstige ontwikkelingen die leiden tot een stijging van kosten bij de netbeheerders. Is er voldoende mogelijkheid om meer voorraad van (kritische) componenten aan te houden om daarmee sneller te kunnen bouwen. Kan de verduurzaming van het energiesysteem en de energietransitie voldoende proactief gefaciliteerd worden door de netbeheerder. Faciliteert de toezichthouder mogelijkheden tot innovatie en maatregelen ten behoeve van het slim en flexibel gebruik van het energiesysteem. Hoe gaat de regulering om met de waargenomen reëel prijsstijgingen in de sector. Hoe kunnen de prikkels in de regulering meer worden samengevoegd met maatschappelijk wenselijk gedrag en zijn prikkels voldoende symmetrisch (netbeheerders kunnen nu vaak alleen verliezen of gelijk spelen). Wat is voldoende proactief.

1.3.5. Optimaliseren uitwerking van investeringsplannen Toelichting Tweejaarlijks worden investeringsplannen gemaakt door de netbeheerders. Daarin wordt geanalyseerd hoeveel transportcapaciteit benodigd is (tenminste tot 10 jaar vooruit). Hierbij worden toekomstige knelpunten bepaald op basis van toekomstgerichte scenario’s welke mede zijn gebaseerd op beleidsdoelstellingen en concrete input van gebruikers van het elektriciteitssysteem welke leiden tot investeringsvoorstellen op het gebied van uitbreiding van capaciteit, kwaliteit en concrete klantaansluitingen. Elke twee jaar worden de onderliggende berekeningen van het Investeringsplan en de daarbij behorende investeringen geactualiseerd. Hierbij wordt ook teruggekeken op de gerealiseerde investeringen van de verstreken periode. Op basis van al deze informatie dienen maatregelen uitgewerkt te worden om zorg te dragen voor voldoende transportcapaciteit. Dit resulteert in een set van voorziene investeringen in de komende jaren. Het concept-investeringsplan wordt door de netbeheerder ter consultatie voorgelegd aan de markt. De scenario’s van de investeringsplannen van de landelijke netbeheerders worden getoetst door het Ministerie van EZK. Daarnaast beoordeelt ACM integraal of zowel de landelijke netbeheerders als de regionale netbeheerders in redelijkheid tot het investeringsplan hebben kunnen komen.

Zij beoordeelt daarbij tevens of netbeheerders voldoende investeren. Na afloop van de beoordeling van de ACM stellen de netbeheerders het Investeringsplan vast met inachtneming van de uitkomsten van de beoordeling. Er is dringend behoefte aan het verbeteren van het proces, inhoud en commitment omtrent het investeringsplan. Waarschijnlijk zijn hiervoor ook wetswijzigingen noodzakelijk. Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Het is belangrijk om te leren van project-vertragingen zodat deze in de toekomst voorkomen kunnen worden. Derhalve is nadere duiding van de netbeheerder op vertraging in haar portfolio wenselijk. Dit aspect kan verbeterd worden in de toekomstige Investeringsplannen. Investeringsplannen moeten gat laten zien tussen wat haalbaar en nodig is. Als er sprake is van onderinvesteringen moet dat leiden tot concrete afspraken om gat te dichten / om maakbaarheidsprobleem aan te pakken. Onderzoek bredere inzet van concepten zoals dynamic-line-rating en het right to challenge principe om het maakbaarheidsprobleem te adresseren. Betrek daarbij ook ervaringen uit het buitenland. Daarnaast is het wenselijk dat meer zekerheid geboden wordt aan (toekomstige) netgebruikers over individuele projecten.

Ontwikkel mechanismen die meer duidelijkheid vooraf handelingsperspectief geven voor (toekomstige) netgebruikers dat investeringen ook tijdig beschikbaar komen voor netgebruikers (betreft zekerheid omtrent extra transportcapaciteit). Om dat te kunnen doen hebben netbeheerders ook meer zekerheid nodig t.a.v. prognoses voor toekomstig energieverbruik. Dit is cruciaal om tijdig te beginnen met het bouwen van de juiste

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 30

-

-

infrastructuur. In de CES-aanpak wordt hier met industrieclusters al getracht invulling te geven d.m.v. data safe houses. NB. Het om zoveel afhankelijkheden dat er altijd een mate van onzekerheid blijft, welke vaak buiten invloedsfeer van netbeheerders ligt. Dit gaat over bijvoorbeeld de snelheid van ruimtelijke ordeningsprocessen, vervuilde grond, vergunningen etc. nog los van het landelijke personeelstekort en wereldwijde materiaalschaarste. Verbeteringen in het proces van totstandkoming, inclusief consultatie zijn gewenst.

1.4.1. Vergroten draagvlak voor net uitbreidingen door extra gebiedsinvesteringen Toelichting: Netbeheerders kunnen schade en inpassingsmaatregelen van netuitbreidingen verrekenen in de tarieven. Het idee van extra investeringen is naar Duits model waar voor grootschalige energieinfrastructuur (bovengrondse hoogspanning) een vast bedrag extra beschikbaar wordt gesteld ter compensatie van de gebiedsimpact. De zeggenschap over de exacte besteding ligt bij het lokale bestuur i.o.m. omgeving. Op lagere spanningsniveau is de veronderstelde impact veel lager, en is de veronderstelling dat de huidige kaders hiervoor voldoende zijn. Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Uitkomst kan zijn dat het vraagstuk onderdeel moet zijn van volgende reguleringsperiode (vanaf 2027) 1.4.2. RO-instrumentarium gebruiken Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Dit kan ook toegepast worden om bepaalde ontwikkelingen (bedrijventerreinen, etc.) in gebieden waar sprake is van structurele congestie slimmer in te passen door bijvoorbeeld inpassing van RESopwek, i.c.m. bijvoorbeeld opslag, hierop af te stemmen (zie ook energyhubs 3.2.4). NP RES kan helpen bij uitwerking van deze actie en communicatie richting regio’s.

Actielijn 2: Sterker sturen 2.1.3. Onderzoek implementatie Afwegingskader ‘verzwaren tenzij’ Toelichting: In 2018 is het rapport “Afwegingskader verzwaren tenzij” gepubliceerd door de Overlegtafel Energievoorziening (OTE). Dit rapport bevatte een afwegingskader waarin de keuze tussen netverzwaring en markt gebaseerde flexibiliteit centraal stond in een tijd dat er nog geen sprake was van structurele congestie of exponentiele groei naar transportcapaciteit. De netbeheerders hebben samen met de marktpartijen de afgelopen jaren al veel elementen van het afwegingskader geïmplementeerd. Er wordt op steeds meer plekken in het elektriciteitsnet gerichte uitvragen gedaan waarbij de marktpartijen kunnen helpen knelpunten op te lossen. Hierbij worden marktpartijen gezocht om op gerichte locaties in het net opslagsystemen te realiseren omwille van systeembalansen netcongestie-ondersteuning. Het uitgangspunt in 2018 van het Afwegingskader was dat zolang er geen structurele congestie is er nog tijd is om een keuze te maken tussen net verzwaren of het voor een lange termijn inkopen van flexibiliteit. Dit uitgangspunt is inmiddels door de omvang van de congestie en de geplande netverzwaringen niet meer van toepassing.

Er is in veel gevallen geen keuze meer tussen uitbreiden of flexibiliteit omdat de verwachtte groei van de vraag naar transportcapaciteit vele malen groter is dan de beschikbare transportcapaciteit. Gericht marktonderzoek heeft laten zien dat vooralsnog de netverzwaringen significant goedkoper zijn dan langdurig gebruik van flexibiliteitsopties. Extra analyse moet uitwijzen of er nog aspecten zijn uit het oorspronkelijke rapport die meerwaarde hebben om op korte termijn toe te passen. Met name snelheid van realisatie van flexibiliteitsopties kan meerwaarde hebben. 2.2.2.1 Onderzoeken van de mate van gewenste overplanning van zon en wind Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking:

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 31

-

-

In de huidige Netcode Elektriciteit is een maximale technische grens van 150% vastgelegd, om betrouwbaarheid van leveringszekerheid te kunnen blijven garanderen. Om meer overplanning te kunnen toelaten zijn een aantal randvoorwaarden nodig zoals de zekerheid dat marktpartijen altijd opvolging geven aan afroepen van capaciteitsbeperkingen en ook dat er per gebied een optimum wordt gevonden tussen vraag en aanbod. Hierbij dient rekening gehouden te worden dat de vraag in de toekomst toe gaat nemen door elektrificatie, opslag en conversie. Daarnaast is aandacht voor de mogelijke impact voor de zon en windprojecten die een bepaald percentage van hun opbrengsten niet direct op het net kunnen zetten. NP RES kan op dit vraagstuk meedenken en via monitoring data aanleveren uit de RES-regio’s.

2.3.3. Lokale Netstabiliteit Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Betreft in huidige praktijk nog vaak fossiele centrales. Onderdeel van het onderzoek moet zijn hoe dit zo duurzaam mogelijk kan worden ingevuld, bijvoorbeeld door het ombouwen van de centrales en de bouw van kerncentrales. Ook moet voorkomen worden dat hiermee een oneerlijke concurrentie tussen fossiele centrales en duurzame opwek/opslag ontstaat. 2.4.1 Hanteren van verschillende wachtrijen in congestiegebieden Toelichting: Onderscheid op basis van belastingprofiel: uitgangspunt is dat er geen keuze voor techniek wordt gemaakt. Maar ter illustratie: een gemiddeld windprofiel veroorzaakt in vergelijking met een gemiddeld zonPV-profiel (zonder batterij of andere maatregel) met hetzelfde opgestelde vermogen minder invoedingscongestie en kan helpen bij het oplossen van afnamecongestie in de winter. Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Onderscheid op basis van belastingprofiel: Aandachtspunt is dat conventionele centrales volgens deze beredenering mogelijk voorrang krijgen, voor zover dat in deze tijd nog een relevant vraagstuk is.

Functies met dwingende reden van groot openbaar belang: Hierbij kan aangesloten worden op de aansluitingen die in artikel 9.43 van de Netcode Elektriciteit worden uitgezonderd van congestiemanagement. Prioriteren is geen oplossing voor (gevolgen van) netcongestie. Sommige partijen geven aan dat prioriteren aandacht afleidt van zuivere oplossingsrichtingen (netuitbreidingen versnellen en doelmatig congestiemanagement) 2.4.2 Opschonen van wachtrijen en niet gebruikte transportcapaciteit Toelichting: Bij de recent van kracht geworden netwerkcode dienen de capaciteitsberekeningen voor congestiemanagement gebaseerd te worden op daadwerkelijk optredende profielen. Daarbij is de gecontracteerde waarde (firm capaciteit) van een aansluiting niet maatgevend. Netbeheerders trachten niet gebruikte en wel gecontracteerde capaciteit volledig vrij te maken voor de markt. Netbeheerders hebben daartoe een codewijzigingsverzoek ingediend omtrent use it or lose it (UIOLI). Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: Codewijzigingstraject loopt nog. Diverse marktpartijen uiten kritiek op het concept, omdat dit suggereert dat netbeheerder (ten onrechte) uitgaat van contractuele congestie in plaats van feitelijk transportverbruik. Meer en meer wordt door netbeheerders gekeken naar netbelasting en gelijktijdigheid van gebruik.

Aan de andere kant zijn er de belangen van netgebruikers om gecontracteerde ruimte te gebruiken voor toekomstige vraag.

Actielijn 3: Vergroten flexibele capaciteit 3.2.4. Faciliteren energyhubs Toelichting: Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 32

-

-

Definitie energy hub: lokaal afstemmen van energiestromen o.a. elektriciteit (opwek en gebruik), warmte en opslag. Bij een energy hub gaat het dus niet sec over energieopslag voor buffering. Dit kan op alle schaalniveaus, voorbeelden: o Industrieclusters/-complex: op dit schaalniveau is het afstemmen van energiestromen en opslag altijd al onderdeel van het parkmanagement, maar is desalniettemin ook voldoende ruimte voor verbetering. o Bedrijventerreinen (met of zonder parkmanagement) o Twee naburige bedrijven/producenten o Binnen één bedrijf o Mobiliteit o Gebouwde omgeving In het LAN wordt met energyhubs specifiek gedoeld op versterken van samenwerking tussen naburige bedrijven, bedrijventerreinen en lokale opwek en opslag.

Aandachtspunten die hierbij door betrokken organisaties zijn meegegeven voor uitwerking: RES-schaalniveau biedt hiervoor een mooi vertrekpunt. NP RES kan helpen met kennisdeling en communicatie op dit punt.

Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13143536/1