1b. Landelijk Actieplan Netcongestie.pdf
Tekst van het document
Landelijk Actieprogramma
Netcongestie
21 december 2022
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 2
Managementsamenvatting
Elektriciteitssysteem in wording: het aanbod regeert Maak kennis met het elektriciteitssysteem in wording. Wie bij de term energietransitie nog mijmerde over fraai geïllustreerde toekomstvisies, werd dit jaar ruw bij de les getrokken. Het nieuws over schaarse netcapaciteit en dreigende netcongestie op het elektriciteitsnet vertelde een heldere boodschap: de energietransitie is in volle gang, we zitten er middenin. Een nieuw, duurzaam elektriciteitssysteem is in wording. Het vraagt vooral inzet van de netbeheerders, zij moeten volop aan de bak, maar er wordt ook een beroep gedaan op alle gebruikers. Om het elektriciteitssysteem in wording blijvend goed te laten presteren. De sterk stijgende vraag naar netcapaciteit, loopt al langer niet in de pas met de geplande en gerealiseerde verzwaringen van het elektriciteitsnet. De zeer sterke stijging van energieprijzen, die voortvloeit uit de geopolitieke spanningen rondom de oorlog in de Oekraïne, bracht die trend in versnelling. Gevolg: op steeds meer plekken in Nederland ontstaan, ondanks forse investeringen in netverzwaringen, wachtrijen voor nieuwe of zwaardere netaansluitingen. Dit staat duurzaamheids- en groeiambities in de weg. Investeringen in zonnepanelen, in elektrificatie van productieprocessen en in batterijen bijvoorbeeld, zijn essentieel om te verduurzamen en de kosten voor energie te beheersen.
Maar ook om de energiehuishouding van bedrijven efficiënt te laten aansluiten op het duurzame energiesysteem, nu en in de toekomst. Netcapaciteit én flexibele capaciteit van netgebruikers zijn voor dat systeem onmisbare bouwstenen. Dit Landelijk Actieprogramma Netcongestie, opgesteld en onderschreven door een brede vertegenwoordiging van stakeholders, laat maatregelen zien die nodig zijn om sneller netten aan te kunnen leggen en de beschikbare netcapaciteit zo goed mogelijk te laten aansluiten op de vraag naar elektriciteitstransport, voor zowel productie als verbruik. Het programma richt zich op drie hoofddoelen: ✓
Sneller bouwen – sneller realiseren van netuitbreidingen. Aanpak waarin verschillende projecten in een gebied in samenhang worden aangestuurd door provincies, Rijk, gemeenten en netbeheerders. ✓ Sterker sturen – sturen op betere benutting van het net. Met regelgeving, contractvormen, nettarieven, etc. Door ACM, netbeheerders, Rijk in samenspraak met netgebruikers. ✓ Vergroten flexibele capaciteit – publiek-private acties voor slimme oplossingen. Industrieën en bedrijven ontwikkelen en benutten flexibel energiegebruik. Door netgebruikers, netbeheerders, Rijk, provincies, gemeenten en ACM. De realiteit Het omvangrijke actieprogramma laat zien dat er nog veel verbeteringen mogelijk zijn in de opbouw van het nieuwe energiesysteem. Dat vraagt ook realiteitszin. Veel acties zijn niet overmorgen gerealiseerd. Het opbouwen en inregelen van een nieuw energiesysteem is nou eenmaal geen sinecure. Het vergt ingrijpende investeringen en werkzaamheden en aanpassingen in gedrag, werkwijzen en processen. Bij overheden, netbeheerders, bedrijven, huishoudens, energieproducenten en toezichthouders. En het vraagt om een goede, intensieve samenwerking tussen al deze stakeholders. En zelfs mét forse investeringen en aanpassingen moeten we de komende jaren rekening houden met situaties waarin netcapaciteit schaars is.
Zelfs mét aanpassingen en forse investeringen moeten we de komende jaren rekening houden met netschaarste De vereiste aanpassingen – evenals de acties in het programma - vinden hun oorsprong in de stappen die de economie zet in de opbouw van het nieuwe energiesysteem en specifiek in de elektriciteitssector. Elektrificatie is een zeer grootschalige omslag. Met name in de industrie, maar ook voor mobiliteit en voor het verwarmen van gebouwen en woningen bijvoorbeeld. Gelijktijdig groeit de productie van elektriciteit met zon en wind substantieel. Dat loopt zo’n vaart niet? Zeker wel: al in 2030 moet wind op zee 21 gigawatt kunnen opwekken, Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 3
dat is 75 procent van ons huidig elektriciteitsverbruik! Op macroniveau is dat allemaal snel uitgelegd, maar deze veranderingen hebben immense impact op het systeem en daarmee op de ruimtelijke ordening van ons land en de praktijk van alledag. Naar aanbod gedreven Deze sterk groeiende vraag naar elektriciteit en de eveneens sterke toename van volatiele, weersafhankelijke en dus wisselvallige productie van elektriciteit, veranderen het karakter van het energiesysteem. Waar eerst de vraag bepalend was voor de productie (met een druk op de knop van de energiecentrale), bepaalt nu het aanbod en de netcapaciteit grotendeels aan welke vraag het systeem kan voldoen. Natuurlijk is daarmee het totale systeem niet plotseling helemaal nieuw; veel onderdelen blijven gewoon hetzelfde. Maar de eigenschappen van het gehele systeem slaan wel om. In dit systeem regeert het aanbod veel sterker en is goed een samenspel tussen decentrale en centrale energievoorziening van groot belang.
Het systeem is niet plotseling nieuw, maar de eigenschappen van het gehele systeem slaan wel om Oorzaak en gevolg Elektrificatie vereist dat het elektriciteitsnet het komend decennium twee- tot driemaal zwaarder uitgevoerd wordt. Netbeheerders hebben hun netinvesteringen sinds 2019 al verdubbeld naar bijna 4 miljard per jaar. De realisatie daarvan loopt in toenemende mate tegen fysieke beperkingen aan: voor de aanleg van alle benodigde kabel- en leidingentracés, transformator- en ontvangstations is veel ruimte, personeel en materiaal nodig. Elektriciteitsproductie met zon en wind is wisselvallig als het weer. Door de pieken en dalen in de opbrengst, gaan de prijzen van elektriciteit in tijd fluctueren. Zo’n nieuw systeem vraagt van verbruikers, leveranciers en beheerders dat ze flexibel kunnen inspelen op vraag en aanbod. Industrieën, instellingen en bedrijven moeten zich daarop gaan instellen om kosten beheersbaar te houden. Meer, sneller, beter, flexibeler De hoofddoelen van het Landelijke Actieplan Netcongestie focussen op de ingrepen die nodig zijn om het net sneller uit te breiden en productie, verbruik en netcapaciteit zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Er is geen enkele discussie over het gegeven dat het net verzwaard moet worden en zo snel mogelijk.
Zoals er evenmin discussie is over het belang van de twee andere hoofddoelen: sterker sturen op betere benutting van het net en het vergroten van flexibele capaciteit bij gebruikers. Alle acties zijn nodig om de congestieproblematiek aan te pakken, kosten voor iedereen te beheersen en te komen tot een robuust energiesysteem. Een impressie van de acties en beoogde resultaten: ✓ Sneller realiseren van netuitbreidingen Er is aanzienlijke versnelling mogelijk – soms wel meerdere jaren - bij realisatie van uitbreidingen van het elektriciteitsnet. Daarvoor stuurt in elke provincie een energyboard, bestaande uit bestuurders van overheden én netbeheerders, aan op de uitvoering van dit actieprogramma in samenspraak met netgebruikers. ‘Integraal’ is het devies: integraal plannen, monitoren en tijdig escaleren naar de energyboard door onafhankelijk procesmanagement. Stroomlijning neemt toe door meer te werken in inpassingsteams, waarbij netbeheerders, overheden en industrieclusters hun projecten bundelen én gezamenlijk managen. Voor technische zaken, maar zeker ook voor de ruimtelijke aspecten en projectmanagement. Of het nu gaat om de bouw van een nieuw hoogspanningsstation of om een kabel die in een straat wordt getrokken; regisseer de samenwerking van overheden, netbeheerders en bedrijven. Niet per project, maar met een integrale aanpak van projectclusters in een gebied.
✓ Sterker sturen op betere benutting van het net. Ook met een versnelde aanpak zijn de benodigde netuitbreidingen niet overmorgen gerealiseerd. Het is dus zaak om de capaciteit die wel beschikbaar is, zo zinvol mogelijk te benutten.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 4
Van de bestaande regels geeft de onlangs gewijzigde Netcode Elektriciteit vooralsnog veruit de meeste mogelijkheden. Netbeheerders kunnen bedrijven daarmee vragen – en zo nodig dwingen – om tegen betaling tijdelijk het net minder te belasten (congestiemanagement). De ruimte die de netcode biedt moet optimaal benut worden. Dat betekent ook goede informatie verstrekken aan bedrijven over mogelijkheden om flexibele capaciteit te ontsluiten en aan te bieden. De werking van de code wordt nauwlettend gemonitord en geëvalueerd om tijdig bij te kunnen sturen en te bezien waar verdergaande wijzigingen in spelregels nodig zijn. Gezien de urgentie van het vraagstuk worden mogelijke wijzigingen wel al uitgewerkt en onderzocht op nut, noodzaak, effectiviteit en met oog voor de businesscases van aangeslotenen. Flexibele en tijdgebonden contracten De ACM werkt aan een netcode die flexibele en tijdgebonden contracten mogelijk maakt. In de pijplijn zit ook regelgeving voor energieopslagsystemen, met eigen tarief en voorwaarden en voor het lokaal delen van één aansluiting voor zon, wind, opslag en verbruik. De optie van groepsaansluitingen voor energyhubs (veelal industrieterreinen) is in onderzoek. Dat kan helpen om zoveel mogelijk lokaal vraag en aanbod op elkaar af te stemmen.
✓ Vergroten flexibele capaciteit: publiek-private actie voor slimme oplossingen Er zijn veel redenen voor netgebruikers om zo flexibel mogelijk om te gaan met verbruik en opwek van elektriciteit. Het houdt de kosten van de elektriciteitsrekening beheersbaar en maakt de bedrijfsvoering toekomstbestendig. Flexibel gebruik is veelal nieuw voor bedrijven en complex. Het vergt een grote omslag in denken en doen. Dit actieprogramma is erop gericht om bedrijven te faciliteren om die omslag te kunnen maken.
Flexibel energiegebruik vraagt om een grote omslag in denken en doen Een communicatie- en educatieoffensief, opgezet in samenwerking met alle betrokken stakeholders, moet de mogelijkheden, nut en noodzaak van flexibele capaciteit onder de aandacht brengen bij bedrijven. Met een jaarlijkse marktconsultatie krijgen marktpartijen informatie en ondersteuning voor het aanbieden van flexibele capaciteit tegen een vergoeding. In regio’s met structurele congestie wordt actieve ondersteuning georganiseerd voor initiatieven als lokale grootschalige opslag, vertraagd invoeden en piekverbruik afvlakken. Ook komt er ondersteuning voor het inrichten van energyhubs. Die hubs, vaak industriegebieden of bedrijvenclusters, stemmen duurzame productie, verbruik en opslag lokaal af. Daardoor kan er meer duurzame energie gebruikt worden en is er minder kostbare capaciteit nodig van het elektriciteitsnet. Gunstige tarieven en voorwaarden Processen en gedrag aanpassen, ook van organisaties, is niet eenvoudig. Voor veel bedrijven liggen er gelukkig ook kansen. Met het huidig prijsniveau is het voor ieders concurrentiepositie van belang om elektriciteit af te nemen tegen de meest gunstige tarieven en voorwaarden.
Meer flexibiliteit biedt ook andere voordelen: het net kan beter worden benut, is er minder netcapaciteit nodig, nieuwe of zwaardere aansluitingen kunnen sneller plaatsvinden en er is meer ruimte om duurzame energie optimaal te benutten. Deze omslag is dan ook van belang voor elk bedrijf én voor de samenleving als geheel. In essentie: flexibiliteit is onmisbaar, als het aanbod regeert.
Dit Landelijk Actieprogramma Netcongestie wordt onderschreven en is opgesteld in samenwerking met Netbeheer Nederland, ACM, Rijk (ministeries van EZK en BZK), IPO, Provincie Limburg, Provincie NoordBrabant, VNG, NP RES, VNO-NCW, VEMW, CES-cluster Rotterdam-Moerdijk, CES-cluster Chemelot, CEScluster 6, Energie Nederland en de NVDE.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 5
Inhoudsopgave Managementsamenvatting .................................................................................................................................... 3 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................ 6 Inleiding................................................................................................................................................................... 7 Totstandkoming actieprogramma ...................................................................................................................... 7 Afbakening actieprogramma en samenhang met andere trajecten .................................................................. 7 Status en uitvoering van het actieprogramma ................................................................................................... 8 Leeswijzer ......................................................................................................................................................... 10 1. Sneller bouwen ................................................................................................................................................. 11 1.1.
Regionale procesregie ............................................................................................................................... 11 1.2. Parallel werken in inpassingsteams aan netuitbreidingen ........................................................................ 12 1.3. Efficiëntere inzet van capaciteit bij decentrale overheden, omgevingsdiensten en netbeheerders ........ 13 1.4. Versterken lokaal bestuur ......................................................................................................................... 14 2. Sterker sturen.................................................................................................................................................... 15 2.1. Implementeren, optimaliseren en evalueren huidige kaders ................................................................... 15 2.2. Verdergaande wijzigingen in randvoorwaarden en spelregels ................................................................. 16 2.2.1. Herziening van de nettarievenstructuur............................................................................................ 16 2.2.2. Onderzoeken wenselijkheid en mogelijkheden van een congestiecharge voor invoeding ............... 17 2.2.3. Nader verkennen van de wenselijkheid en mogelijkheden van een congestiecharge voor afname 17 2.3.
Waarborgen op uitvoerbaarheid congestiemanagement bij kritische omstandigheden ......................... 17 2.4. Tijdelijk prioriteren van klantaanvragen ................................................................................................... 18 3. Vergroten flexibele capaciteit ........................................................................................................................... 20 3.1. Publiek-private actie voor acute verlichting van netcongestieproblematiek ............................................ 20 3.2. Publiek-private actie voor structureel meer flexibele capaciteit .............................................................. 21 3.2.1. Ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst ................................................................... 21 3.2.2. Communicatie- en educatie............................................................................................................... 21 3.2.3. Ondersteunen en aanjagen van flexibiliteit ....................................................................................... 21 3.2.4. Faciliteren van energy hubs ............................................................................................................... 22 3.2.5.
Base load ........................................................................................................................................... 23 Bijlagen .................................................................................................................................................................. 24 BIJLAGE Begrippenlijst ...................................................................................................................................... 24 BIJLAGE Achtergrond bij een aantal acties ....................................................................................................... 26
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 6
Inleiding Totstandkoming actieprogramma Concrete aanleiding voor het actieprogramma was het volle elektriciteitsnet in Limburg en Noord-Brabant in juni dit jaar. Het net ging in beide provincies op slot voor nieuwe of zwaardere netaansluitingen. De Minister voor Klimaat en Energie en beide provincies hebben Ben Voorhorst aangesteld als speciaal coördinator om oplossingen te vinden voor de acute problematiek in Noord-Brabant en Limburg en te komen tot een landelijke aanpak van netcongestie samen met netbeheerders, de ACM, overheden en marktpartijen. Congestie doet zich namelijk op steeds meer plekken in Nederland voor wat een enorme impact heeft op groei- en duurzaamheidsambities. Alle stakeholders hebben afgelopen maanden in verschillende werkgroepen acties in kaart gebracht die nodig zijn om netcongestie aan te pakken en het energiesysteem beter te laten werken voor al zijn gebruikers. Daarbij zijn de lessen uit Noord-Brabant en Limburg gebruikt, maar ook lessen uit andere regio’s zoals Amsterdam, Utrecht en Drenthe. Het actieprogramma zoals dat nu voorligt is vooral te danken aan de bereidheid van alle stakeholders om voorbij de eigen (organisatie)grenzen te kijken en samen durven na te denken over wat er dan wel mogelijk is.
Ook de aanwezigheid van een onafhankelijk procesregisseur en de mogelijkheid die provincies werd geboden om problematiek landelijk snel op te schalen heeft daaraan bijgedragen. Deze manier van werken willen we vasthouden om het actieprogramma voortvarend en succesvol uit te voeren. Afbakening actieprogramma en samenhang met andere trajecten Het LAN is geen allesomvattend actieprogramma. In overleg met stakeholders is ervoor gekozen de nadruk te leggen op het sneller realiseren van geplande netuitbreidingen en het ontsluiten van meer flexibele capaciteit om het net beter te kunnen benutten. Het LAN richt zich daarbij vooral op (middel)grote gebruikers omdat die het hardst door netcongestie geraakt worden. Netbeheerders stellen namelijk de autonome groei van kleinverbruikers waaronder huishoudens voorop. Het LAN geeft geen antwoord op de vraag hoe het energiesysteem van de toekomst er uit ziet en hoeveel netcapaciteit er nodig is ná 2030. Dit antwoord is van cruciaal belang voor het beter kunnen voorspellen en programmeren van netuitbreidingen en handelingsperspectief te bieden aan netgebruikers, netbeheerders en overheden.
Er lopen al veel initiatieven die dit antwoord moeten geven zoals het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE), wat een visie ontwikkelt voor het energiesysteem van 2050 en het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK), dat de programmering van regionale energie-infrastructuur bevat. Vanzelfsprekend wordt bij de uitvoering van het LAN, waar relevant, aansluiting bij deze en andere initiatieven gezocht (zie kader voor een overzicht). Eén ding staat wel al vast: Het uitgangspunt is en blijft dat het elektriciteitsnet voldoende wordt uitgebreid voor een toekomst waarin we én veel meer elektriciteit zullen afnemen én deze elektriciteit duurzaam gaan opwekken. Het LAN verandert niet de taakverdeling tussen overheden, marktpartijen en netbeheerders. Het proces van het opstellen en vaststellen van de investeringsplannen van netbeheerders zal verbeterd moeten worden om meer transparantie en meer zekerheid te bieden aan de netgebruiker en netbeheerder. Het LAN richt zich vooral op het sneller realiseren en optimaler benutten van netcapaciteit. Daarmee kunnen ultiem ook meer aansluitingen en netcapaciteit gerealiseerd worden. Kader 1.
Werken aan het energiesysteem van de toekomst De vraag hoeveel netcapaciteit nodig is voor een duurzaam energiesysteem na 2030 is van groot belang voor de toekomst, alsook de programmering van de realisatie hiervan om het noodzakelijke handelingsperspectief te bieden voor netgebruikers, netbeheerders en overheden. Dit vraagstuk is onderdeel van een brede en samenhangende aanpak van systeemstudies - & visies. Bij onderstaande systeemstudies en visies zal nog nadrukkelijker ingezet moeten worden op integrale afweging van (ingrepen in) het energiesysteem , de (schaarse) ruimte en de economie en de samenhang tussen deze facetten. Het proces van integraal programmeren slaat een brug tussen deze aspecten (locatiekeuze, energiekeuze, programmering van woningbouw, bedrijventerreinen, etc.). Doel van onderstaande programma’s is ook de noodzakelijke structuur te bieden aan publieke en private partijen met helder beschreven rollen, verantwoordelijkheden en mijlpalen.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 7
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is gestart met het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Dit plan beschrijft hoe Nederland een energiesysteem ontwikkelt dat past bij een klimaat neutrale samenleving. Doel is om het NPE in 2023 vast te stellen. Het ministerie van EZK is met het ministerie van BZK gestart met het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Het PEH stelt nationale kaders op zodat overheden en bouwers de nieuwe energie-infrastructuur van nationaal belang goed kunnen plannen. Doel is om het PEH in 2023 vast te stellen. Ook werkt het ministerie van EZK aan een Verkenning aanlanding wind op zee (VAWOZ). Eind 2021 is VAWOZ 2030 afgerond. Momenteel worden de nieuwe aanlandingsmogelijkheden voor VAWOZ 2031-2040 verkend. Overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties werken in 30 energieregio’s aan Regionale Energiestrategieën (RES). RES 1.0 is in 2021 tot stand gekomen en regio’s werken aan realisatie hiervan. Tegelijkertijd wordt nu gewerkt aan een ijkmoment in 2023 (RES 2.0). Deze zullen impact hebben op de behoefte aan netcapaciteit in de regio’s. Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is een meerjarige beleidsagenda met acties die ervoor zorgen dat straks overal, makkelijk en slim geladen kan worden. Een groot aantal van de acties wordt lokaal en regionaal uitgevoerd.
Deze zullen impact hebben op de behoefte aan netcapaciteit in de regio’s. Het NAL maakt ook knelpunten voor laadinfrastructuur op het net inzichtelijk zodat deze gemitigeerd kunnen worden. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) beschrijft die energie- en grondstoffeninfrastructuurprojecten die het kabinet nu wil oppakken om zo versneld bij te dragen aan het verduurzamen van de industrie. De Cluster Energie Strategieën (CES’en) vormen hiervoor de basis. Het Programma Infrastructuur Duurzame Industrie (PIDI) vervult de rol van regievoerder. Hiermee samenhangt de Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NP VI) waarmee begin 2023 wordt gestart. De verduurzaming van de industrie zal grote impact hebben op de behoefte aan netcapaciteit in de betreffende regio’s. Het tijdig anticiperen op het handelingsperspectief voor bedrijven en industrieclusters mag niet ontbreken in de uitwerking en zou onderdeel van de monitoring moeten zijn. In het voorjaar van 2023 wordt van iedere provincie een provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) verwacht. Het PMIEK betreft de programmering van regionale energie-infrastructuur. Dit wordt afgestemd met de bovenstaande programma’s.
Overige relevante systeemstudies & -visies: Transitievisie Warmte, Nationaal Waterstof Programma, Routekaart Energieopslag, Programma NOVEX (BZK), Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (BZK). Daarnaast wordt ook gewerkt aan: Verkenning van wetgevingsopties voor versnelling besluitvorming energie- infrastructuur (zie Kamerbrief MIEK 2-122022), voorjaar 2023. Maatschappelijk afwegingskader voor het prioriteren van netuitbreidingsinvesteringen voorjaar 2023.
Voor het sneller realiseren van netuitbreidingen is een aantal randvoorwaarden cruciaal. Het gaat vooral om personeel, materieel en stikstofruimte. Net als voor veel andere sectoren geldt, dat deze randvoorwaarden niet op orde zijn. Het mag duidelijk zijn dat ook hiervoor oplossingen gezocht moeten worden. Het actieprogramma richt zich op een efficiëntere inzet van het beschikbare personeel en materiaal. Voor het vergroten van de beschikbaarheid van personeel, materiaal en stikstofruimte zijn geen nieuwe acties opgenomen, maar wordt aangesloten bij lopende initiatieven. Voor het terugdringen van het tekort aan technici en ICT’ers is er het actieplan Groene en Digitale Banen, dat begin 2023 gereed is. Voor het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen op middellange termijn is onlangs een Nationale grondstoffenstrategie opgesteld (zie kamerbrief Nationale Grondstoffenstrategie van 9 december). En ten aanzien van de stikstofruimte wordt momenteel een verkenning uitgevoerd of het mogelijk is om minder of geen beperkingen op te leggen aan infrastructurele projecten die op korte termijn een toename van stikstofuitstoot en -depositie veroorzaken, maar op de langere termijn voor een substantiële afname zorgen (zie Kamerbrief Opvolging uitspraak Raad van State over Porthos, 25 november 2022).
Status en uitvoering van het actieprogramma Het actieprogramma bevat een groot aantal acties. Een voortvarende en succesvolle uitvoering van al die acties vergt veel menskracht, aanpassingen in werkwijzen, processen en gedrag van organisaties en een goede Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 8
samenwerking tussen organisaties. Een belangrijke eerste stap is dat stakeholders zich hebben verbonden aan het programma en hun medewerking hebben toegezegd aan de uitvoering van de acties. Ook zijn een aantal acties reeds in gang gezet. Stakeholders kunnen zich niet op voorhand vastleggen op de uitkomsten van alle acties, omdat in een aantal gevallen formele processen dienen te worden doorlopen zoals een wetgevings- of een codewijzigingstraject. Ook betreft een aantal acties onderzoek en verkenningen, waarvan eerst de resultaten moeten worden afgewacht. Het actieprogramma voorziet niet in financiële middelen, maar waar relevant lopen voor verschillende acties wel al aanvragen mee voor middelen uit het Klimaatfonds. De volgende stap is het oppakken en uitvoeren van de acties. EZK voert hierin regie op landelijk niveau, de provincies voeren regie op regionaal niveau. Voor elk van de drie sporen wordt een werkgroep van actiehouders samengesteld die acties belegd - daarvoor kan zowel een nieuw initiatief gestart worden als aangesloten worden bij reeds lopende initiatieven-, vooruitgang en samenhang van de acties bewaakt en regulier overleg heeft met andere betrokkenen. Eerste opdracht aan elk van de werkgroepen: het opstellen van een concreet plan van aanpak voor het eigen werkspoor met duidelijke, haalbare en strategische doelen en de benodigde resources, gereed medio Q1 2023.
Samenstelling werkgroepen: NB. Onder netgebruikers wordt verstaan energieproducenten en bedrijfsleven: VNO-NCW, NVDE, VEMW, Energie Nederland, Holland Solar, NWEA, Energy Storage NL, Energie Samen 1. Sneller bouwen Kerngroep actiehouders: provincies, netbeheerders en Rijk Regulier overleg met gemeenten, RES-regio’s en netgebruikers. Het betreft hier vooral uitvoering van acties met een regionaal karakter en waarin regionaal op te zetten energy boards een spilfunctie hebben (zie bijlage). In deze energy boards wordt onder andere een duidelijke link gelegd met het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK), dat een prioritering van en plannen voor uitbreidingsinvesteringen van regionale energie-infrastructuur bevat. 2. Sterker sturen Kerngroep actiehouders: ACM, netbeheerders en Rijk Regulier overleg met netgebruikers en decentrale overheden. Het betreft hier vooral acties gericht op (onderzoek naar) aanpassing van wet- en regelgeving, nettarieven en codewijzigingen. Bij de uitvoering van acties wordt proactief kennis, inzichten en zienswijzen netgebruikers en decentrale overheden betrokken. 3. Vergroten flexibele capaciteit Kerngroep actiehouders: netbeheerders, netgebruikers, Rijk, provincies. Regulier overleg met gemeenten en RES-regio’s.
Het betreft hier vooral acties zoals het opzetten van een groot communicatie- en educatieoffensief, die nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen vergen alsmede een goede aansluiting op reeds lopende publiek-private initiatieven rondom de verduurzaming van de industrie. De meeste acties hebben een landelijk karakter. Waar het gaat om het faciliteren van energy hubs, zgn. decentrale energiesystemen, wordt nauw samengewerkt met de nog op te richten energy boards op regionaal niveau en BZK. De werkgroepen rapporteren hun voortgang aan het nog in te stellen Actiehoudersoverleg Netcapaciteit & Flexibiliteit, waarin alle actiehouders zitting hebben. Taken van dit actiehoudersoverleg: samenhang borgen tussen de drie sporen; het bieden van de mogelijkheid aan kerngroepen om zaken te agenderen en waar nodig te escaleren en het betrekken van het Uitvoeringsoverleg Energiesysteem om denkrichtingen op te halen en te toetsen. Het eerste actiehoudersoverleg is in februari voorzien om plannen van aanpak van de drie werkgroepen vast te stellen. Monitoring en evaluatie van het actieprogramma Er wordt een Bestuurlijk Overleg (BO) ingesteld onder voorzitterschap van de Minister voor Klimaat en Energie met vertegenwoordigers van netbeheerders, netgebruikers, Rijk, provincies en ACM.
Dit BO is bedoeld om vast te stellen of we met elkaar voldoende op koers zijn voor een toekomst waarin iedereen die wil elektrificeren dit ook kan en bestuurlijk commitment te realiseren ten aanzien van de acties die daarvoor nodig zijn. Dat betekent monitoren of acties uit het programma voortvarend genoeg worden opgepakt én tijdig bijsturen Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 9
en/of nieuwe acties oppakken als evaluaties en de in het actieprogramma aangekondigde onderzoeken daar aanleiding toegeven. Het eerste BO vindt begin april 2023 plaats en een tweede voor de zomer van 2023. In dit tweede BO zal de eerste halfjaarlijkse voortgangsrapportage van het landelijk actieprogramma worden besproken en is een eerste belangrijk ijkmoment om vast te stellen of bijsturing en/of extra acties noodzakelijk zijn om problemen op het net op te lossen. De resultaten van dit overleg en de eerste voortgangsrapportage zullen voor de zomer aan de Kamer worden aangeboden.
Leeswijzer Het LAN kent drie actielijnen. Per actie, of verzameling van acties, is aangegeven welke partij actiehouder (trekker) is van de actie. Dit is altijd één partij die dit in veel gevallen samen met andere partijen oppakt (i.s.m.) en hierover in overleg treedt met betrokkenen (i.o.m.). Indien zowel (vertegenwoordigers van) afnemers als energieproducenten betrokken zijn wordt de term ‘netgebruikers’ gehanteerd. Voor een aantal acties is in de bijlage (aangegeven met *) ter achtergrond een extra toelichting opgenomen en zijn aandachtspunten weergegeven die vanuit betrokken partijen zijn ingebracht. Bij de meeste acties is een schatting en ambitie van de termijn aangegeven. Begin 2023 worden concrete afspraken gemaakt over (tussentijdse) deadlines van acties (zie status en uitvoering van het actieprogramma). Voor doorlopende acties zonder specifiek eindresultaat is de term ‘implementatie vanaf’ gehanteerd. Voor acties met een tussen- of eindresultaat is de term ‘resultaat’ gehanteerd. De termijnen worden gehanteerd om te kunnen sturen op de voortgang van de acties.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 10
1. Sneller bouwen Sneller realiseren van netuitbreidingen Netbeheerders investeren grootschalig in hoogspanningsstations, onderstations en verbindingen. Voorbereidingsprocedures van netuitbreidingen vergen echter veel tijd door de complexe en diverse belangen waardoor veel verschillen partijen betrokken moeten worden, de uitdagingen rondom de ruimtelijke inpassing en de personeelsen materiaaltekorten. Projecten die nodig zijn om knelpunten in het net op te lossen lopen soms maanden tot jaren vertraging op. Het actieprogramma richt zich binnen de huidige wettelijke kaders op het versnellen van de voorbereidingsfases van netuitbreidingsprojecten die al door TenneT en regionale netbeheerders zijn – of binnenkort worden – gestart. Kern van de aanpak in deze actielijn bestaat uit het verbeteren en intensiveren van de samenwerking tussen netbeheerders en overheden, aansluitend op de samenwerking in het kader van integraal programmeren. Deze samenwerking wordt op regionale schaal georganiseerd, maar kent ook betrokkenheid vanuit het Rijk (kennisdeling en RCR-projecten). Dit moet leiden tot een grotere uitvoeringssnelheid van netbeheerders. 1.1.
Regionale procesregie Het is van belang dat vroegtijdig duidelijk wordt welke overheid het geschikte bevoegd gezag is van de ruimtelijke inpassing en vergunningverlening (verder in het stuk: bevoegd gezag) van een netuitbreidingsproject en welke procedure het beste doorlopen kan worden. Daarnaast moet voorkomen worden dat issues tussen netbeheerders en overheden langdurend onopgelost blijven. Het scherper organiseren van regionale regie op dit proces biedt bewezen versnelling. 1.1.1. Versterk regie Versterk regionale samenwerking per provincie. Iedere IPO i.s.m. VNG, NP RES, EZK, op het versnellen provincie zorgt voor bestuurlijke coördinatie, bijvoorbeeld in de NBNL en netgebruikers van projecten op vorm van een ‘energyboard’, waar provincies en provinciaal niveau* regiogemeenten met netbeheerders projecten per gebied Implementatie in provincies gebundeld en integraal aanpakken. Koppel dit aan de 1e helft 2023 provinciale structuur die ook voor het integraal programmeren wordt opgezet. Stem dit af met de versterking van de governance in de vijf CES-clusters. Haak afhankelijk van het onderwerp overige partijen zoals het Rijk, individuele gemeenten en netgebruikers aan. Dossiers: 1. Versnellen van netuitbreidingsprojecten 2. Efficiënter benutten van het net (zie blok 2 & 3) 3.
Integraal programmeren en provinciaal MIEK Voor versnelling van projecten wordt onafhankelijk procesbegeleiding ingehuurd door de betrokken partijen om de projecten integraal te plannen, monitoren en tijdig te escaleren. Draag zorg voor kennisdeling tussen provincies en relevante regionale stakeholders over deze aanpak. ’Op een aantal plekken is hier al meer ervaring in opgedaan. 1.1.2. Vroegtijdig duidelijkheid over bevoegd gezag en procedure*
Sluit de studiefase van investeringen in netuitbreidingen die planologisch geborgd moeten worden altijd af met een principeverzoek aan (beoogd) bevoegd gezag en ontwikkel hier een standaard voor. Als het Rijk bevoegd gezag is kan overgewogen worden ook een principeverzoek aan decentrale overheden te sturen. Bepaal op basis van het principeverzoek of de ontwikkeling past binnen het beleid of passend gemaakt kan worden. Indien nodig wordt afgestemd en besloten welke overheid het bevoegd gezag zal zijn. Neem in het principebesluit ook
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 11
IPO i.s.m. VNG, EZK en NBNL Implementatie vanaf Q1 2023 Netbeheerder Implementatie vanaf Q1 2023
(Beoogd) bevoegd gezag evt. i.o.m. medeoverheden
randvoorwaarden mee en leg afspraken over rollen, omgevingsparticipatie, planning en verantwoordelijkheden hierin vast. Ontwikkel een handreiking voor het overdragen van het bevoegd gezag van Rijk naar decentrale overheid en vice versa (zie Kamerbrief MIEK 2-12-2022) Ontwikkel een handreiking voor het overdragen van het bevoegd gezag van gemeente naar provincie en een afwegingskader voor de geschikte procedure.
Implementatie vanaf Q1 2023 EZK i.s.m. TenneT, IPO en VNG Resultaat: Q4 2022 EZK i.s.m. IPO en VNG Resultaat: Q1 2023
1.2. Parallel werken in inpassingsteams aan netuitbreidingen Netbeheerders en overheden wachten op elkaars acties, documenten en besluitvorming en verrassen elkaar laat met scopewijzigingen of gewijzigd beleid, waardoor veel capaciteit en doorlooptijd besteed wordt aan (beoordelen en bespreken van) wijzigingen. In ‘inpassingsteams’ kunnen netbeheerders en overheden versnellen door in bouwteamverband samen te werken aan (clusters van) projecten en stappen parallel in plaats van serieel te zetten. De decentrale overheid kan bijvoorbeeld parallel aan publieke besluitvorming actiever en strategischer beleid voeren ten aanzien van het verwerven, reserveren of ruilen van grond voor (onder)stations en het verwerven van zakelijk recht voor elektriciteitsverbindingen. 1.2.1. Samenwerking Zorg in energyboard (1.1.1) in het kader van PMIEK voor Netbeheerders i.s.m. netbeheerder en clustervorming van projecten die net-technisch en ruimtelijkdecentrale overheden decentraal bevoegd bestuurlijk samenhangen (gebiedsgericht werken). gezag per project Uitgangspunt daarbij is dat dit in principe vanaf Implementatie vanaf Q1 versterken (zoals dat middenspanningsniveau meerwaarde kan bieden. Kom tot een 2023 (doel: eind Q1 wordt in ook gebeurt bij RCRvast ‘protocol ruimtelijke inpassing’ (voorbeeld Amsterdam), Nederland in tenminste drie projecten) * waarin standaard proces is uitgelijnd.
nieuwe (clusters van) projecten met een Zorg daarbij per organisatie voor een vaste inpassingsteam gewerkt) contactpersoon/loket waar vragen neergelegd kunnen worden over bijv. inzet van capaciteit en inbreng van expertise. Dit betreft een andere en dus niet extra inzet van personeel. Zorg voor één aanspreekpunt voor de omgeving vanaf de studiefase t/m projectfase. Stel in de energyboard (1.1.1) per project of cluster van projecten zo snel als mogelijk een ‘inpassingsteam’ samen met projectleiders en medewerkers van netbeheerder(s) en relevante overheden waarin de technische (on)mogelijkheden, de ruimtelijke aspecten en de afstemming met raakvlakprojecten meegenomen worden bij de inpassing van verbindingen en stations. Het inpassingsteam geeft ook invulling aan de onderstaande actie, 1.2.2 en 1.3.1 en communicatie en omgevingsparticipatie. Reken terug vanaf de benodigde start uitvoering van een Inpassingsteam netuitbreidingsproject of cluster van projecten en schuif de netbeheerder – bevoegd(e) projectplanningen van netbeheerder en gezag(en) besluitvormingsplanning van bevoegd gezag in elkaar. Wees daarbij scherp op het kritieke pad: wat moet wanneer besloten Implementatie vanaf Q1 zijn om de benodigde IBN (ingebruikname datum) van 2023 netbeheerder te halen. 1.2.2. Actiever beleid Decentrale overheden hebben instrumenten voor actief en Rijk (EZK/BZK) i.o.m.
IPO en voor het verwerven faciliterend grondbeleid en moeten die meer inzetten om te VNG van grond voor voorkomen dat grondverwerving een belemmering voor de (onder)stations en voortgang van projecten wordt. Ontwikkel hiervoor een Resultaat: Q2 2023 verwerven van handreiking. zakelijk recht.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 12
Onderzoek een vaste prijsmethodiek voor grondtransacties en een vaste methodiek zakelijk recht, zodat onderhandelingen kunnen worden bespoedigd.
Rijk (EZK/BZK) i.o.m. IPO, VNG, UvW en NBNL
Resultaat onderzoek: Q3 2023 1.3. Efficiëntere inzet van capaciteit bij decentrale overheden, omgevingsdiensten en netbeheerders Met de huidige krapte aan personeel is het van belang dat de personele en materiele capaciteit slimmer ingezet wordt. Door te standaardiseren, normen te optimaliseren en werkzaamheden te combineren kan met dezelfde capaciteit meer gebouwd worden. 1.3.1. Mogelijkheid creëren voor het vergroten van voorraden van NBNL i.o.m. ACM Standaardiseren (kritische) netcomponenten. Als er belemmeringen worden netuitbreidingen gevonden in de financiële regulering gaat ACM dit onderzoeken. Resultaat onderzoek NBNL: Q1 2023 Start evt. onderzoek ACM i.c.m. actie 1.3.4 Onderzoek onder welke omstandigheden het nuttig en zinvol is Netbeheerders om extra netcomponenten mee te nemen bij vergunningprocedures en werkzaamheden in een project en Implementatie loopt al, ontwikkel daar een standaard voor. verder intensiveren Standaardiseren ontwerp & vergunningaanvragen NBNL i.s.m. IPO en VNG (netbeheerder) en beoordelingen door bevoegd gezag (en omgevingsdienst) met voldoende ruimte voor lokaal maatwerk. Implementatie loopt al, Verdere uitrol van digitale ketensamenwerking (BIM) is hierbij verder intensiveren cruciaal. 1.3.2. Versnelling Onderzoek hoe netbeheerders meer ruimte kan worden NBNL i.o.m.
ACM, EZK en mogelijk maken door gegeven om te werken in de elektriciteitsnetwerken door het sector gericht normen te aanpassen van de betrouwbaarheidscriteria waar ze aan optimaliseren moeten voldoen. Analyseer hiervoor wat, met het oog op Resultaat onderzoek NBNL: oplossen van netcongestie, aangepast kan worden in Q2 2023 regelgeving zoals “AMvB n-1”. Na onderzoek NBNL zal ACM onderzoeken in hoeverre er reden is om betrouwbaarheidscriteria aan te passen, kijkend naar versnelling energietransitie en voldoende kwaliteit van het elektriciteitsnetwerk.* Zorgen voor een geactualiseerd voorzorgbeleid met betrekking EZK i.o.m. IPO, VNG, NBNL, tot elektromagnetische velden (EMV) bij onderdelen van het GGD’s en kennisinstellingen elektriciteitsnetwerk om de uitvoering daarvan door overheden en netbeheerders beter hanteerbaar te maken en burgers een Resultaat: Q1 2023 (in eenduidig kader te bieden, mede ter voorkoming van onnodige november 2022 reeds vertraging in projecten. herijking in Kamerbrief aangekondigd) 1.3.3. Clusteren van vergelijkbare aansluitingen binnen eenzelfde Regionale netbeheerders Aansluitprojecten in gebied, ook als dat betekent dat daardoor andere projecten iets i.o.m. (potentieel) eenzelfde gebied langer moeten wachten (staat los van clustering aangeslotenen tegelijkertijd netuitbreidingen 1.2.1).
Uitgangspunt hierbij is dat clustering in oppakken totaliteit wel leidt tot het beter voldoen aan de termijneisen van Implementatie vanaf Q1 alle aanvragen. 2023 1.3.4. Regulering van Ontwikkelen reguleringsopties voor de volgende ACM i.s.m. NBNL en i.o.m. netbeheerders* reguleringsperiode (vanaf 2027) en daarbij de huidige netgebruikers congestieproblematiek opnieuw betrekken Beeld op hooflijnen: 2025 (Ontwerp)besluiten: 2026
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 13
1.3.5. Optimaliseren uitwerking investeringsplannen*
Het investeringsplan van een netbeheerder is een belangrijk document voor de netbeheerder maar ook voor netgebruikers. • Onderzoek en implementeer verbeteringen omtrent het proces en het geven van meer zekerheid en transparantie aan (toekomstige) netgebruikers t.a.v. tijdigheid van investeringen en de daaruit voortvloeiende aansluit en transportmogelijkheden. • Onderzoek en adresseer wat te doen wanneer niet alle geconstateerde knelpunten met de geplande netuitbreidingen tijdig opgelost kunnen worden. • Onderzoek verbeteringen omtrent het geven van meer zekerheid aan netbeheerders t.a.v. investeringen van netgebruikers die impact hebben op het elektriciteitsnet.
EZK i.s.m. NBNL i.o.m. representatieve organisaties (VEMW, Energie-Nederland, NVDE, etc. ), VNO-NCW en ACM Resultaat: 2023 (opname in concept Energiewet) daarna doorlopende actie
Eventuele wetswijziging m.b.t. tot IP-proces worden in Energiewet meegenomen 1.4. Versterken lokaal bestuur Door toename van netcongesties zal de nut en noodzaak van netuitbreidingen duidelijker worden. Daarnaast wordt met het (P)MIEK-proces beoogd dat inzicht en draagvlak voor netuitbreiding wordt vergroot. Maar tegelijkertijd zal lokaal sprake blijven van weerstand, vanwege de grote impact die net-infrastructuur kan hebben op de omgeving. Steun van het lokale bevoegd gezag is cruciaal voor het voorkomen van vertraging. Lokale netgebruikers kunnen op hun beurt de nut en noodzaak van de infrastructuur benadrukken. Bovendien groeit lokaal ook de behoefte om bij het bestemmen van ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met regionale schaarse transportcapaciteit. 1.4.1. Vergroten Onderzoek omtrent extra middelen die - ter vergroting van het EZK i.s.m. TenneT en i.o.m. draagvlak voor (bestuurlijke) draagvlak en het creëren versnelling in de ACM netuitbreidingen* besluitvorming over ruimtelijke plannen en vergunningen binnen het wettelijke taakgebied van de netbeheerder kunnen Resultaat onderzoek EZK & worden toegekend aan extra gebiedsinvesteringen t.b.v. TenneT: 2023 verbeteren van de leefomgevingskwaliteit bij de realisatie van Uitkomst kan zijn dat grootschalige netuitbreidingen voor bovengrondse vraagstuk onderdeel moet netcomponenten vanaf 110kV.
ACM beoordeelt vervolgens of zijn van volgende en hoe dit wordt meegenomen in het reguleringstraject. reguleringsperiode (zie actie 1.3.4) 1.4.2. ROOnderzoeken hoe bij ruimtelijke inpassing van initiatieven ook Rijk (EZK met BZK) i.s.m. IPO instrumentarium regionale schaarse transportcapaciteit als afwegingscriterium en VNG gebruiken* meegewogen kan worden of dat hier een explicietere grond voor in RO-wetgeving moet komen. Bij het onderzoek het Resultaat: Q2 2023 alternatief aan de zijde van de netbeheerder, het first permit first serve-principe (2.4.2.) betrekken.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 14
2. Sterker sturen Randvoorwaarden op orde brengen voor een betere benutting van het net Dat netten zo snel mogelijk uitgebreid moeten worden staat buiten kijf, maar dat kost tijd. Ondertussen moet de schaarse ruimte op het net beter benut worden om te zorgen dat zoveel mogelijk partijen aangesloten kunnen worden. Dit vraagt om veel meer flexibiliteit van aanbieders en afnemers van elektriciteit. Dat gaat niet zonder slag of stoot: Er zijn nog veel belemmeringen zoals de onbekendheid met het aanbieden van flexibiliteit bij netgebruikers: toegang tot het net en vlak elektriciteitsgebruik was immers altijd vanzelfsprekend. Maar ook de beperkte ervaring van netbeheerders en netgebruikers met de nieuwe regels voor congestiemanagement én instituties die nog maar in beperkte mate rekening houden met waar en wanneer het net gebruikt wordt. Noodzakelijke voorwaarden voor meer flexibiliteit zijn goede spelregels met betrekking tot gebruik van het net en communicatie en educatie (zie 3.1). Van de bestaande regels geeft de onlangs gewijzigde Netcode Elektriciteit vooralsnog veruit de meeste mogelijkheden. Deze code biedt netbeheerders de mogelijkheid meer partijen op het net aan te sluiten, ondanks dat er congesties zijn.
De werking van deze code wordt nauwlettend gemonitord en geëvalueerd om tijdig bij te kunnen sturen en te bezien waar verdergaande wijzigingen in spelregels eventueel nodig zijn. Gezien de urgentie van het vraagstuk worden mogelijke wijzigingen wel al uitgewerkt en onderzocht op nut, noodzaak, effectiviteit en met oog voor de businesscases van aangeslotenen. Wijzigingen worden daarbij in samenhang bezien en netgebruikers worden geïnformeerd en geconsulteerd. Er wordt zo gewerkt aan een zgn. interventieladder met minder en meer ingrijpende maatregelen. De inzet van meer ingrijpende maatregelen is zeker geen automatisme, maar onder andere afhankelijk van de situatie op het net en de resultaten van de evaluatie van de netcode. 2.1. Implementeren, optimaliseren en evalueren huidige kaders De huidige kaders, inclusief de gewijzigde netcode, bieden al extra mogelijkheden om flexibiliteit beter te ontsluiten. Prioriteit nummer één is een voortvarende implementatie van deze kaders. Zo moeten netbeheerders de deelnameverplichting van netgebruikers aan congestiemanagement aanwenden en moeten netgebruikers beter geconsulteerd, geïnformeerd en geadviseerd worden (zie 3.1 en 3.2). Daarnaast is binnen de huidige kaders nog een optimaliseringsslag mogelijk.
Het betreft een codewijziging voor het invoeren van flexibele en tijdsgebonden contracten; een andere behandeling voor energieopslagsystemen; het bezien hoe het delen van transportrechten tussen partijen mogelijk kan worden gemaakt en onderzoek naar implementatie van ontbrekende elementen uit het afwegingskader ‘verzwaren tenzij’. De werking van de huidige kaders en optimalisatie daarvan moet nauwlettend gemonitord en geëvalueerd worden om tijdig te kunnen bijsturen en te bezien of er sterker op betere benutting van het net gestuurd moet worden. 2.1.1 Implementatie Voortvarende implementatie van de gewijzigde Netcode Netbeheerders i.s.m. ACM en gewijzigde Netcode Elektriciteit. Congestion Service Providers Elektriciteit (CSP) Actie loopt 2.1.2 Monitoring en Monitor en evalueer de werking en effecten van de huidige ACM i.s.m. NBNL i.o.m. evaluatie werking netcode, waarbij speciale aandacht is voor de effectiviteit en netgebruikers gewijzigde Netcode implementatie van congestiemanagement. Elektriciteit Actie loopt: reguliere jaarlijkse evaluatie in Q2 Er wordt samen met de marktpartijen een deep-dive gedaan NBNL i.s.m. netgebruikers en 2.1.3. Implementatie elementen om te kijken welke ontbrekende elementen uit het ACM Afwegingskader Afwegingskader ‘verzwaren tenzij’ maatschappelijke ‘verzwaren tenzij’ meerwaarde hebben en nog niet zijn geïmplementeerd.
Resultaat: Q2 2023 met maatschappelijke Waarna deze zo snel mogelijk zullen worden uitgewerkt en meerwaarde* geïmplementeerd. 2.1.4. Aanscherpen verplichte deelname van netgebruikers aan congestiemanagement in de Netcode Elektriciteit
Maak duidelijk wat een mogelijke deelnameverplichting van netgebruikers aan congestiemanagement in de Netcode Elektriciteit behelst. Onderzoek of er een aanscherping in de code nodig is. Maak duidelijk wat de deelname van gesloten distributiesystemen (GDS) aan congestiemanagement behelst en bezie of hiervoor een codewijziging nodig is.
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 15
NBNL i.s.m. ACM en i.o.m. netgebruikers Resultaat: Q2 2023 NBNL i.s.m. ACM en i.o.m. GDS-eigenaren Resultaat: Q2 2023
2.1.5. Mogelijk maken van flexibele en tijdsgebonden contracten
2.1.6. Creëer een aparte categorie voor energieopslag & conversie en onderzoek de tariefstelling. 2.1.7. Mogelijk maken van het delen van gecontracteerd transportvermogen tussen partijen o.a. in energyhubs
Maak transportcontracten mogelijk waarbij de gecontracteerde transportcapaciteit niet of deels gegarandeerd is. Dat kan op verschillende manieren ingevuld worden bijvoorbeeld in een zgn. non-firm Aansluit- en Transport-Overeenkomst (non-firm ATO). Sommige partijen hebben hier nog kritische vragen over.
ACM i.o.m. NBNBL en netgebruikers Eerste aanpassingen voor nonfirm ATO: Q2/Q3 2023 Uitgebreidere aanpassingen: i.s.m. actie 2.2.1
Kom tot werkbare standaardvormen van flexibele en tijdsgebonden transportcontracten waarbij gezocht wordt naar een goede balans tussen zekerheid voor netbeheerder en zekerheid voor de netgebruiker. Veranker flexibele en tijdsgebonden transportcontracten in de Energiewet.
NBNL i.o.m. netgebruikers
Dien een voorstel in om energieopslag & conversie anders te behandelen binnen de huidige kaders. Hierbij onderzoeken of deze systemen tariefmatig anders behandeld dienen te worden en welke tariefstelling een efficiënter gebruik van het net bevordert.
Resultaat: Q2 2023 EZK Opname in concept-wet Q1 2023 (implementatie naar verwachting 2024/2025) NBNL i.o.m. ACM en netgebruikers Resultaat: Q1 2023
Verruim de mogelijkheden van het lokaal delen van één aansluiting voor o.a. wind-, zon- én energieopslagprojecten en afname als toevoeging op de bestaande mogelijkheden voor cable pooling in de Netcode Elektriciteit. Veranker het lokaal delen van één aansluiting voor o.a. wind-, zon- én energieopslagprojecten en afname (cable pooling) in de Energiewet.
NBNL i.s.m. ACM i.o.m. netgebruikers
Onderzoek passende contractvormen voor o.a. energyhubs. Hierbij wordt gekeken naar nieuwe contractvormen zoals een groeps-ATO; gebruik van Capaciteitsbeperkingscontracten, cable-pooling en Gesloten Distributie Systemen (GDS) en naar de rol van Congestion Service Providers (CSP).
NBNL i.s.m. ACM i.o.m. netgebruikers
Resultaat: Q3 2023 EZK Opname in concept-wet Q1 2023 (implementatie naar verwachting 2024/2025)
Resultaat onderzoek NBNL: Q2 2023
2.2. Verdergaande wijzigingen in randvoorwaarden en spelregels Gezien de urgentie van het vraagstuk is al gestart om verdergaande, meer ingrijpende wijzigingen in spelregels uit te werken en/of verder te onderzoeken op nut, noodzaak en effectiviteit m.b.t. het ontsluiten van flexibiliteit. Momenteel wordt al onderzoek verricht naar een herziening van de nettarievenstructuur en heeft een eerste verkenning plaatsgevonden naar een congestiecharge voor invoeding en een voor afname. Mogelijke opvolgende treden op de interventieladder, worden in samenhang onderzocht en netgebruikers worden geconsulteerd gedurende de uitwerking. Zo wordt bijvoorbeeld het onderzoek naar het producententarief gecombineerd met het onderzoek naar de congestiecharge voor invoeding. 2.2.1. Herziening van de nettarievenstructuur In de huidige nettarievenstructuur zitten nog onvoldoende prikkels om het net efficiënter en buiten de transportpieken om te gebruiken: Het gebruik van het net in de daluren is doorgaans even duur als tijdens de piekmomenten. Ten behoeve van een goede kostenallocatie zouden ‘spitsmijders’ in aanmerking moeten kunnen komen voor lagere nettarieven. De herziening van de nettarievenstructuur borduurt voort op de probleemanalyse ‘Tarieven-GV’ die begin 2022 door NBNL is opgesteld en wordt in samenhang bezien met de ontwikkeling van nieuwe contract- of aansluitingsvormen. 2.2.1.1.
Integrale Onderzoek en herijk het kostenveroorzakingsprincipe dat aan ACM i.s.m. NBNL en i.o.m. herziening van de de basis staat van de nettarievenstructuur t.b.v. een goede netgebruikers
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 16
nettarievenstructuur, waaronder:
kostenallocatie t.a.v. het moment en de locatie van het netgebruik. Onderzoek de introductie van een tijdsgebonden nettarief, waarbij alle netgebruikers geprikkeld worden om het net buiten de pieken te gebruiken. Onderzoek de introductie van een lagere tariefstelling voor alternatieve transportrechten zoals een non-firm ATO. Onderzoek de introductie van een producententarief. Producenten betalen nu alleen voor de aansluiting en niet voor het gebruik van het net (transporttarief). Hierbij aandacht voor de gevolgen van het tarief op de ontwikkeling van de duurzame productie van elektriciteit.
Start: Q1 2023 (Tarievenstructuurwijziging duurt min. 2 jaar)
2.2.2. Onderzoeken wenselijkheid en mogelijkheden van een congestiecharge voor invoeding Het lijkt niet verstandig om op basis van een zonnige en winderige weekenddag in de zomer met laag verbruik, invoedingscongestie in een gebied af te kondigen, waardoor er vervolgens geen nieuwe zon- en windprojecten aangesloten kunnen worden. Alternatief dat onderzocht moet worden is de invoering van een piektarief, zoals een congestiecharge. Het onderzoek moet uitwijzen of de invoering van een congestiecharge efficiënter gebruik van aansluiten transportcapaciteit mogelijk maakt (er kan meer wind en zon worden aangesloten dan het net aan kan) en ook structurelere overplanning mogelijk maakt. Idee is dat gebruikers die het net op piekmomenten willen ontlasten een vergoeding krijgen, die (gedeeltelijk) betaald wordt door gebruikers die het net dan willen blijven gebruiken. In het kader van de verduurzaming is het nodig om op momenten van beschikbaarheid van zon en wind ook het nuttig gebruik, opslag en conversie te vergroten, waardoor meer zon en wind in het systeem ingepast kan worden. 2.2.2.1 Onderzoeken Onderzoek de mate van de gewenste overplanning van zon en NBNL i.s.m. ACM i.o.m. van de mate van wind en benodigde randvoorwaarden, waarbij gedacht wordt energieproducenten gewenste aan een overplanning van 100% in een gebied buiten de overplanning van zon zomerpiek (bv. 1 april).
Resultaat onderzoek: Q2 2023 en wind* 2.2.2.2. Onderzoeken van de mogelijkheden van de introductie van een congestiecharge voor invoeding
Onderzoek -mede in het kader van de herziening van de nettarievenstructuur (zie 2.2.1) - een mogelijke introductie van een congestiecharge voor invoeding. Onderzoek hierbij of het wenselijk is deze van toepassing te laten zijn op zowel nieuwe als bestaande klanten, waarbij voor bestaande klanten een overgangsregime overwogen kan worden.
ACM i.s.m. NBNL en i.o.m. energieproducenten Zie 2.2.1
2.2.3. Nader verkennen van de wenselijkheid en mogelijkheden van een congestiecharge voor afname Een congestiecharge kan ook ingezet worden om ruimte te creëren voor nieuwe aansluitingen met transportcapaciteit voor afname in gebieden waar netuitbreidingen nog niet gerealiseerd zijn. Deze congestiecharge voor afname is een onconventionele maatregel die nog op weinig draagvlak kan rekenen. Met het oog op de onzekerheid over de ontwikkeling van de netcongestieproblematiek wordt deze maatregel wel nader verkend, maar heeft op dit moment geen hoge prioriteit. Zo wordt onder meer extra onderzoek verricht naar de omstandigheden waaronder een congestiecharge voor afname mogelijk ingezet kan worden en onder welke voorwaarden dat dan zou moeten gebeuren. 2.2.3.1. Onderzoek Onderzoek - mede in het kader van de herziening van de ACM i.s.m. NBNL en i.o.m. naar congestiecharge nettarievenstructuur (zie 2.2.1) - de effectiviteit van de afnemers voor afname introductie van de congestiecharge voor afname, waarbij onder meer aandacht moet zijn voor de zgn. must serve load Zie 2.2.1 (verbruik dat onder alle omstandigheden bediend moet worden) en de bereidwilligheid van afnemers om flexibiliteit aan te bieden. 2.3. Waarborgen op uitvoerbaarheid congestiemanagement bij kritische omstandigheden Als we de ruimte op het net beter benutten kunnen nog meer transportverzoeken toegekend worden.
De fysieke congestie die daardoor op sommige momenten in het jaar kan optreden wordt door de netbeheerder opgelost met congestiemanagement. Het moment en de omvang van de fysieke congestie kent een onzekerheid, waardoor deze anders kan zijn dan ingeschat. De voorspelbaarheid moet dus worden verhoogd. In kritieke situaties moeten de netbeheerders beschikken over voldoende mogelijkheden om gericht te kunnen ingrijpen om erger te voorkomen. Daarbij moet onderzocht worden of voldoende ingrepen gedaan kunnen worden zonder terug te hoeven vallen op het
Landelijk Actieprogramma Netcongestie | 17
regionaal ingrijpen door het a-selectief afschakelen van grote gebieden. Met de toenemende hoeveelheid aan hernieuwbare energiebronnen is het denkbaar dat de huidige afschakelplannen niet meer volstaan naar de toekomst toe, omdat de afschakelbaarheid van individuele assets niet toereikend is en/of onvoldoende geografisch gespreid is. Voor netstabiliteit kan het in de transitieperiode nodig zijn bepaalde (fossiele) centrales tijdelijk langer open te houden. 2.3.1. Verbeteren Maak een plan van aanpak om de operationele (tot max. 1 NBNL i.s.m. netgebruikers operationele week vooruit) transportprognoses te verbeteren. De transportprognoses nauwkeurigheid van de prognoses is gering, waardoor het Resultaat: Q4 2023 voorspellen van fysieke congesties onzeker is. Daarbij wordt gekeken naar de prognoses aangeleverd door aangeslotenen en naar verbeteringen in metingen en interne processen die netbeheerders kunnen doorvoeren voor een betere voorspelling van het netgebruik, waaronder een actualisatie van de vereisten voor besturing op afstand. 2.3.2. AfschakelAfschakelplannen van netbeheerders (inclusief de benodigde NBNL i.o.m.
netgebruikers en/of middelen/schakelaars) dienen te worden geüpdatet naar de bijsturingsmogelijkhe verwachte werkelijkheid voor de aankomende jaren waarbij Resultaat: 2024 den specifiek rekening wordt gehouden met individuele assets die op grond van technische codes (Requirement for Generators of Demand Connection Code) reeds in staat zijn om afgeschakeld te worden. Het real-time interface traject waarbij netbeheerders en netgebruikers tot een gezamenlijke uitwerking komen wordt hierbij betrokken. 2.3.3. Lokale Onderzoek de noodzakelijkheid om productiecentrales en TenneT i.s.m. EZK en ACM netstabiliteit en elektriciteitsopslag - die de eigenaar voornemens is te strategische reserve* ontmantelen - aan te kunnen houden voor lokale netstabiliteit Resultaat onderzoek: Q4 2023 en/of als strategische reserve voor lokale vraag-aanbod balans. Onderzoek gelijktijdig hoe verplicht kan worden dat eerst toestemming moet worden verkregen bij het Rijk of TenneT voordat een centrale van het net wordt afgehaald. 2.4. Tijdelijk prioriteren van klantaanvragen Er wordt hard gewerkt aan structurele oplossingen voor transportschaarste, maar tot die tijd is het helaas onvermijdelijk dat zich in congestiegebieden wachtrijen voor aansluitingen vormen. Het behandelen van klantaanvragen moet volgens Europees recht op non-discriminerende wijze gebeuren.