1916.19 Schriftelijke vragen Hammelburg inzake PFAS in de bouw.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad
R
Schriftelijke vragen Jaar
2019
Afdeling
1
Nummer
1916
Datum indiening
23 oktober 2019
Datum akkoord
13 november 2019
Publicatiedatum
13 november 2019
Onderwerp
Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Hammelburg inzake PFAS in de bouw. Aan de gemeenteraad
Toelichting door vragensteller: De afgelopen weken is er onrust ontstaan in de bouwwereld rondom de nog vrij onbekende categorie stoffen genaamd PFAS. Dit is een verzameling van meer dan zesduizend stoffen die voorkomen in isolatiematerialen en brandwerende verf. Stoffen dus die ontzettend veel gebruikt worden in de bouw, maar die ontzettend schadelijk blijken te zijn voor de bodem en het water. Na onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft het rijk uit voorzorg een strenge norm gesteld die bepaalt dat in veel landbouw- en natuurgrond niet meer dan 0,1 microgram PFAS per kilo grond mag zitten. Ondertussen wordt door het RIVM nader onderzoek gedaan. De gevolgen van PFAS op onze leefomgeving moeten glashelder in kaart worden gebracht, maar ondertussen moet wat de fractie van D66 betreft de bouwsector weten waar ze aan toe is. Gezien vorenstaande heeft het lid Hammelburg, namens de fractie van D66, op grond van artikel 45 van het Reglement van orde voor de raad van Amsterdam, de volgende vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld: 1. Heeft het college zicht op de hoeveelheid PFAS binnen Amsterdamse gronden en hoe verhoudt die zich tot de door het RIVM gestelde norm? Antwoord: Ja, het college heeft zicht op de hoeveelheid PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) binnen de Amsterdamse gronden.
In 2016 / 2017 zijn binnen Amsterdam 2 grote bronlocaties geïdentificeerd. Dit zijn de voormalige Ajax-brandblusmiddelenfabriek aan de Cruquiusweg 118 en de voormalige brandweer oefenlocatie in de wijk Amstelkwartier. Ook bleek uit onderzoek dat PFAS zonder directe aanleiding in relatief lage gehalten (diffuus) in de bodem voor kan komen (PFOS (perfluoroctaansulfonzuur) en PFOA (perfluoroctaanzuur) zijn hierbij de meest voorkomende PFAS verbindingen). In navolging hierop heeft het college, in coördinatie met buurgemeenten en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG), al in augustus 2018 een Beleidsregel voor PFOS en PFOA vastgesteld (BD2018-008150). Daarmee is 1
Jaar Afdeling Nummer Datum
2019 Gemeente Amsterdam 1 Gemeenteblad 1916 Schriftelijke vragen, woensdag 23 oktober 2019 13 november 2019
R
invulling gegeven aan de zorgplicht en zijn door het RIVM onderbouwde normen vastgelegd voor het toepassen van grond op landbodem. De norm waarmee zowel ecologie als humane gezondheid wordt beschermd is 3 µg/kg. Dat wil zeggen dat grondverzet tot 3 µg/kg binnen de regio zonder veel beperkingen mogelijk is. Het afgelopen jaar is door de gemeente, buurgemeenten en ODNZKG gezamenlijk bodemonderzoek uitgevoerd naar de diffuse (niet aan bronlocaties gerelateerde) achtergrondkwaliteit aan PFAS (PFOS en PFOA). Dit onderzoek is momenteel in concept uitgewerkt in een rapportage en zal resulteren in de bepaling van (regionale) achtergrond-concentratieniveaus en een Bodemkwaliteitskaart-PFOS / PFOA voor de regio Noordzeekanaalgebied. De kaart zal ter vaststelling aan het college worden voorgelegd. Daarmee is de diffuse bodemkwaliteit voor deze stoffen bekend en kan de kaart bij grondverzet als vrijstelling voor bodemonderzoek en wettig bewijsmiddel dienen. De in het regionale onderzoek aangetroffen gehalten variëren. Er zijn verschillen tussen bovengrond en ondergrond en tussen stedelijke en landelijke gebieden. De stedelijke toplaag is het meest verontreinigd met een gemiddeld diffuus gehalte van 0,80 µg/kg, met enkele uitschieters tot ca. 20 µg/kg. Meer dan 95% van de waarnemingen zijn lager dan 2,5 µg/kg.
Op basis van de huidige informatie kan worden vastgesteld dat vrijwel in heel Amsterdam PFOS en PFOA concentraties boven de 0,1 µg/kg worden aangetroffen in de toplaag van de bodem. Daarmee is sprake van een lichte bodemverontreiniging, op basis waarvan volgens het RIVM geen sprake is van risico’s voor mens en milieu. De ‘adviesnorm’ van 0,1µg/kg, zoals het Rijk die deze zomer in een tijdelijk handelingskader heeft opgenomen, is de bepalingsgrens voor PFAS in de bodem. Omdat er voor PFAS nog geen landelijke achtergrondwaarde bekend is wordt er in het Tijdelijk Handelingskader overeenkomstig het stand still-principe van onze bodemregelgeving de bepalingsgrens gehanteerd: de kwaliteit van de bodem mag na het verplaatsen van grond en baggerspecie niet verslechteren. Deze ‘adviesnorm’ geldt voor het toepassen van grond in gebieden met de functie landbouw / natuur, tenzij met onderzoek is aangetoond dat de achtergrondwaarde op de plek van toepassing hoger is dan 0,1 µg/kg. Dan geldt de gemeten waarde als toepassingsnorm, met een maximum van 3 µg/kg. Op veel plekken buiten de Amsterdamse regio geldt deze 0,1 µg/kg als toepassingsnorm omdat er nog geen achtergrondkwaliteit is vastgesteld. Voor het toepassen van grond in water geldt ook de ‘adviesnorm’ van 0,1 µg/kg. Dat is vanuit voorzorg omdat het effect van PFAS in water onvoldoende bekend is, het RIVM doet hier onderzoek naar.
Daarbovenop geldt dat Amsterdam voor het toepassen in water niet zelf bevoegd gezag is.
2
Jaar Afdeling Nummer Datum
2019 Gemeente Amsterdam 1 Gemeenteblad 1916 Schriftelijke vragen, woensdag 23 oktober 2019 13 november 2019
R
2. In verschillende kranten is de afgelopen tijd gesteld dat tientallen bouwprojecten zijn uitgesteld of stilgelegd omdat er PFAS in de grond zit. Kan het college specifiek ingaan op de situatie in Amsterdam? Hoeveel Amsterdamse bouwprojecten liggen er op dit moment stil in afwachting van op meer duidelijkheid omtrent PFAS? Antwoord: Er zijn bij de gemeente geen bouwprojecten gemeld die enkel door PFAS onoverkoombaar stilliggen. Omdat Amsterdam door het erfpachtsysteem directe betrokkenheid heeft bij veel bouwprojecten is er een redelijk inzicht in de gevolgen van de PFAS-problematiek. De kosten van bodemonderzoek en grondverwerking zijn met ca. 40% toegenomen (worden in algemene zin door de projecten zelf gedragen) en er is sprake van vertraging (aanvullend bodemonderzoek, een tijdelijke beperkte capaciteit bij de laboratoria). Dat er niet meer stagnatie optreedt komt deels door de rol van de gemeentelijke grondbank; die faciliteert bij het onderzoeken en afvoeren van grond en biedt mogelijkheden om grond met hoge PFAS gehalten tijdelijk op te slaan totdat er een definitieve bestemming is gevonden. Daarbij heeft Amsterdam vroeg maatregelen genomen, zoals het vaststellen van beleidsregels en het uitvoeren van onderzoek naar de achtergrondkwaliteit. 3.
De staatssecretaris heeft in het weekend 19-20 oktober 2019 aangegeven in gesprek te gaan met de bouwsector over de vertragingen. Is de gemeente ook betrokken bij deze gesprekken? Welke signalen ontvangt het college vanuit de bouwsector en over welke oplossingsrichtingen wordt er gesproken? Antwoord: De gemeente is niet rechtstreeks betrokken bij deze gesprekken, maar er is intensief contact met partijen die wel direct betrokken zijn. Voor zover mogelijk zijn oplossingsrichtingen toegepast door beleid te ontwikkelen, specifieke toepassingslocaties voor PFAS houdende grond te zoeken en onderzoek te doen naar de achtergrondkwaliteit. Naar aanleiding van het bouwersprotest van 30 oktober jl. heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aangegeven voor 1 december 2019 een tijdelijke landelijke achtergrondwaarde voor PFAS in de (land)bodem af te geven. Vanuit de bouwsector komen er vragen over de status van de bestaande Amsterdamse Beleidsregel ten opzichte van het Tijdelijk Handelingskader. Het Tijdelijk Handelingskader is een voorzorgsbeginseladvies aan gemeenten zonder eigen beleid en is dus niet van toepassing daar waar Amsterdam zelf bevoegd gezag is. Hoewel de Amsterdamse beleidsregels dus boven het Tijdelijk Handelingskader gaan kunnen landelijke ontwikkelingen wel leiden tot aanpassingen van de beleidsregels.
Vragen worden beantwoord door de ODNZKG en door Grond en Ontwikkeling.
3
Jaar Afdeling Nummer Datum
2019 Gemeente Amsterdam 1 Gemeenteblad 1916 Schriftelijke vragen, woensdag 23 oktober 2019 13 november 2019
R
4. Binnen welke termijn verwacht het college duidelijkheid te hebben over de PFAS situatie in Amsterdam? Antwoord: Het door de ODNZKG uitgevoerde bodemonderzoek naar de achtergrondkwaliteit aan PFAS is in concept gereed. Naar verwachting kan de hieruit volgende Bodemkwaliteitskaart-PFAS in het eerste kwartaal van 2020 door het college worden vastgesteld. Burgemeester en wethouders van Amsterdam
Femke Halsema, burgemeester
Peter Teesink, secretaris
4