19. (Water)bodem Nieuwe Meer 25.002430.pdf
Tekst van het document
Rapport
Aveco de Bondt bezoekadres postbus
2674
Verkennend (water)bodemonderzoek
postcode
3800 GE Amersfoort
Nieuwe Meer te Amsterdam
telefoon
(+31) (0)88 18 66 010
e-mail internet
projectnaam projectnummer referentie
opdrachtgever postadres
Verkennend (water)bodemonderzoek Nieuwe Meer te Amsterdam 182540 R-AB-367-182540 Hoogheemraadschap van Rijnland Archimedesweg 1 2333 CM Leiden
contactpersoon
Dhr. J. van Minnen
versie
01
datum
6 juni 2019
auteur
A.M.C. Bosman, MSc
paraaf
0039/6-12-2018
gecontroleerd
Podium 9
Ir. G. Jager
amersfoort@avecodebondt.nl www.avecodebondt.nl
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
2
2
OPZET ONDERZOEK
4
2.1
Vooronderzoek
4
2.2
Onderzoeksstrategie
4
UITVOERING ONDERZOEK
6
3.1
Veldwerkzaamheden
6
3.2
Veldresultaten
7
3.2.1
Lokale landbodemopbouw
7
3.2.2
Lokale waterbodemopbouw
7
3.2.3
Zintuiglijke waarnemingen
8
3.2.4
Meetgegevens grondwater
8
3.2.5
Aangepaste onderzoeksstrategie waterbodem
9
3
3.3
4
Monsterselectie en analyses
10
3.3.1
Grond
10
3.3.2
Grondwater
12
3.3.3
Waterbodem
13
TOETSING EN INTERPRETATIE
14
4.1
Toetsingskader grond en grondwater
14
4.2
Toetsingskader waterbodem
16
4.3
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grond
18
4.4
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grondwater
21
4.5
Toetsing en interpretatie analyseresultaten waterbodem
22
5 CONCLUSIES
25
Bijlagen bijlage 1: Boorprofielen landbodem bijlage 2: Boorprofielen waterbodem bijlage 3: Analysecertificaten landbodemonderzoek bijlage 4: Toetstabellen landbodemonderzoek bijlage 5: Analysecertificaten waterbodemonderzoek bijlage 6: Toetstabellen waterbodemonderzoek bijlage 7: Kwaliteitsborging bijlage 8: Tekening van de onderzoekslocatie landbodem bijlage 9: Tekening van de onderzoekslocatie waterbodem
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
1 van 27
1
INLEIDING In opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland is door Aveco de Bondt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een perceel gelegen in het Amsterdamse bos. Tevens is verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd in twee plassen in het aangrenzende Nieuwe Meer. De aanleiding voor het uitvoeren van het (water)bodemonderzoek is de voorgenomen aanleg van natuurvriendelijke oevers ter plaatse van de twee plassen. De plassen zullen hiervoor o.a. deels ondieper worden gemaakt met grond afkomstig van het aangrenzende landbodemperceel. De doelstelling van het (water)bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van de onderzoekslocaties. De topografische ligging van de onderzoekslocaties is weergegeven in figuur 1. In de volgende hoofdstukken wordt verslag gedaan van het uitgevoerde onderzoek.
figuur 1 topografische ligging onderzoekslocaties
De plassen worden aan de noordzijde van de Nieuwe Meer gescheiden door een strook landbodem (breedte varieert tussen circa 5 en 10 m, op enkele plekken oplopend tot 25 m) die voornamelijk begroeid is met grassen en jonge bomen. De diepte van de plassen bedraagt circa 15 tot 90 cm. Langs de oever groeien op verschillende plaatsen riet en overhangende bomen en er zijn plaatsen waar verlanding plaatsvindt.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
2 van 27
Tussen het landbodemperceel en de westelijke plas is een fysieke scheiding aanwezig in de vorm van een houten beschoeiing. Op enkele plekken staan jonge bomen en voornamelijk langs de randen (veelal buiten het perceel) staan oudere, grotere bomen. Aan de noordzijde grenst het perceel aan de plas van de Nieuwe Meer, aan de zuidzijde bevindt zich een watergang (circa 5 m breed).
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
3 van 27
2
OPZET ONDERZOEK
2.1
Vooronderzoek Onderdeel van een verkennend (water)bodemonderzoek op basis van de NEN 5720 (waterbodem) en de ARVO (Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Bodemonderzoek 2011, landbodem) is een vooronderzoek. Het vooronderzoek moet worden uitgevoerd conform NEN 5717 (waterbodem) en NEN 5725 (landbodem). Deze onderzoeken zijn reeds uitgevoerd1. Derhalve is geen (aanvullend) vooronderzoek uitgevoerd. De conclusie van het historisch vooronderzoek is hieronder samengevat: Landbodem Op basis van het historisch landbodemonderzoek worden ter plaatse van het landbodemperceel maximaal licht verhoogde gehalten verwacht. Het perceel is mogelijk opgehoogd in de periode 1970 – 1979. Uit de gegevens van het enige bodemonderzoek dat eerder heeft plaatsgevonden ter plaatse van het perceel blijkt echter dat de grondsoort veen betreft. Dit duidt er op dat er waarschijnlijk geen sprake is van ophoging. Er is geen reden om aan te nemen dat er asbest aanwezig is ter plaatse van de onderzoekslocatie. Waterbodem Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft aangegeven dat op de Nieuwe Meer enkele malen per jaar olievlekken worden waargenomen. Deze zijn waarschijnlijk afkomstig van brandstof. Afhankelijk van de windrichting kunnen deze vlekken op de zuidoever terechtkomen. Buiten deze olievlekken zijn er geen aanwijzingen dat de waterbodem verontreinigd zou zijn.
Er is tevens geen aanleiding om aan te nemen dat er asbest aanwezig is ter plaatse van de onderzoekslocaties.
2.2
Onderzoeksstrategie Het verkennend waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720 en het protocol voor waterbodemonderzoek van het Hoogheemraadschap van Rijnland2. Het verkennend landbodemonderzoek is uitgevoerd conform de ARVO 2011.
1 Aveco de Bondt, Rapport historisch (water)bodemonderzoek Nieuwe Meer te Amsterdam, referentie R-AB-325-182540, d.d.
5 december 2018 2 Protocol waterbodemonderzoek baggerwerk Vooronderzoek, inventarisatie, kwantitatief en kwalitatief
waterbodemonderzoek, Team Monitoring en Kerngegevensbeheer, Hoogheemraadschap van Rijnland, februari 2018
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
4 van 27
De onderzoeksstrategie en -opzet zijn bepaald op basis van de verwachte bodemsituatie van de onderzoekslocatie (hypothese), zoals uit het historisch vooronderzoek naar voren is gekomen. In tabel 1 zijn de (geplande) onderzoeksstrategieën per onderzoekslocatie samengevat. De boorpuntenkaarten zijn weergegeven in bijlage 8 en bijlage 9. tabel 1: geplande onderzoeksstrategieën en per onderzoekslocatie Onderzoekslocatie
Strategie
Boringen/steken
Nummers
Landbodemperceel
Naoorlogse wijk
18 x 0,5 m -mv
01 t/m 18
(oppervlakte circa 1,3 ha)
(ARVO)
5 x 2,0 m -mv
19 t/m 23
4 peilbuizen (boring tot 3,0 m -mv)
24 t/m 27
Westelijke plas
ON1
3 x 6 steken tot in de vaste
Vak 1: 16355-01 t/m 16355-06
(oppervlakte circa 1,3 ha)
(NEN 5720)
waterbodem
Vak 2: 16356-01 t/m 16356-06
(3 vakken)
Vak 3: 16357-01 t/m 16358-06
Oostelijke plas
ON
3 x 6 steken tot in de vaste
Vak 4: 16358-01 t/m 16358-06
(oppervlakte circa 1,8 ha)
(NEN 5720)
waterbodem
Vak 5: 16359-01 t/m 16359-06
(3 vakken)
Vak 6: 16360-01 t/m 16360-06
1) Overig water, normale onderzoeksinspanning (verkennend waterbodemonderzoek).
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
5 van 27
3
UITVOERING ONDERZOEK
3.1
Veldwerkzaamheden De werkzaamheden voor het landbodemonderzoek zijn verricht conform ons procescertificaat op basis van de BRL SIKB 2000. De procescertificaten staan op naam van Aveco de Bondt bv, geregistreerd onder Kamer van Koophandel nr. 30169759. Met het voor akkoord tekenen van deze rapportage verklaart Aveco de Bondt dat de volgens Kwalibo als kritische functie omschreven (veld)werkzaamheden zijn uitgevoerd door of onder directe leiding van een daartoe gecertificeerde monsternemer. Voor wat betreft de onafhankelijkheid geldt dat door Aveco de Bondt is vastgesteld dat de opdrachtgever niet voorkomt in het organisatieschema van Aveco de Bondt, zoals aangegeven in haar Handboek Kwaliteitsmanagement op basis van NEN-EN-ISO 9001:2008. Daarmee is door Aveco de Bondt getoetst en geborgd dat sprake is van een externe functiescheiding zoals bedoeld in Kwalibo. Voornoemde is nader toegelicht in bijlage 7. Uitgevoerde werkzaamheden landbodemonderzoek Het verrichten van de grondboringen en het plaatsen van de peilbuizen is uitgevoerd op 15 maart 2019. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heren G.J. Brandes en M. Hengeveld van Aveco de Bondt. De bemonstering van de peilbuizen heeft plaatsgevonden op 22 maart 2019 door de heer G.J. Brandes van Aveco de Bondt. Betreffende monsternemers zijn gecertificeerd en geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving (K23466/13).
De veldwerkzaamheden zijn verricht conform de BRL SIKB 2000 en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002. Bemonstering heeft plaatsgevonden bij elke boring per halve meter of per zintuiglijk onderscheiden grondlaag. Voor een overzicht van de genomen grondmonsters wordt verwezen naar bijlage 1, de boorprofielen.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
6 van 27
Uitgevoerde werkzaamheden waterbodemonderzoek Het veldwerk voor het waterbodemonderzoek is uitbesteed aan AQUON. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 31 januari, 4 februari en 6 maart 2019. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heren M. van de Poel, C. Ritmeester en G.A.P. Haasnoot. Betreffende monsternemers zijn gecertificeerd en geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving (L 553). De veldwerkzaamheden zijn verricht conform de BRL SIKB 2000 en de bijbehorend protocol 2003 en conform het Protocol waterbodemonderzoek baggerwerk van het HRR3. Bij de bemonstering van de sliblaag is conform het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland van de gehele sliblaag één monster genomen ook al is de sliblaag dikker dan 0,5 m. Van de vaste waterbodem is maximaal 0,5 m bemonsterd. Voor een overzicht van de genomen waterbodemmonsters wordt verwezen naar bijlage 2, de boorprofielen.
3.2
Veldresultaten
3.2.1
Lokale landbodemopbouw De bodem ter plaatse van het landbodemperceel bestaat tot de maximaal boordiepte (3,0 m -mv) uit mineraalarm veen. De grondwaterstand ten tijde van het veldwerk aangetroffen op circa 0,1 m -mv.
3.2.2
Lokale waterbodemopbouw Westelijke plas (vakken 1, 2 en 3) De waterkolom was ten tijde van de uitvoering van het veldwerk 15 tot 90 cm dik. Daaronder bevindt zich een sliblaag (zwak zandig of zwak kleiig) met een dikte van circa 7 tot 65 cm. De onderliggende vaste waterbodem bestaat uit kleiig zand en veen. Oostelijke plas (vakken 4, 5 en 6) De waterkolom was ten tijde van de uitvoering van het veldwerk 25 tot 73 cm dik. Daaronder bevindt zich een sliblaag (over het algemeen zwak zandig of zwak kleiig) met een dikte van circa 5 tot 70 cm. De onderliggende vaste waterbodem bestaat uit kleiig zand en veen.
3 Protocol waterbodemonderzoek baggerwerk Vooronderzoek, inventarisatie, kwantitatief en kwalitatief
waterbodemonderzoek, Team Monitoring en Kerngegevensbeheer, Hoogheemraadschap van Rijnland, februari 2018
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
7 van 27
3.2.3
Zintuiglijke waarnemingen In bijlage 1 zijn alle boorprofielen opgenomen en zijn de zintuiglijke waarnemingen beschreven. In zowel de land- als de waterbodem zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Ook zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op bodemverontreiniging. Tevens zijn op het maaiveld, in de opgeboorde grond en de waterbodem zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
3.2.4
Meetgegevens grondwater De peilbuisgegevens en de grondwaterstand zijn in de onderstaande tabel weergegeven. tabel 2: Peilbuisgegevens en grondwaterstand Peilbuis
Filterdiepte
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(m -mv)
(-)
(µS/cm)
(NTU)*
24
1,20 - 2,20
0,11
7,1
1580
11
25
1,20 - 2,20
0,08
6,9
1710
9
26
1,20 - 2,20
0,09
7,0
1810
8
27
1,20 - 2,20
0,07
7,1
1678
7
*: De NEN 5744 vermeldt t.a.v. troebelheid: Het beste monster wordt verkregen als het watermonster dezelfde helderheid heeft als het water zoals dat door natuurlijke krachten door de formatie beweegt. Dit zal veelal het geval zijn wanneer de troebelheid 10 NTU (Nephelometric Turbidity Unit) of lager is. Wanneer een hogere troebelheid dan 10 NTU geconstateerd wordt, kan toch monsterneming plaatsvinden. Pas met de interpretatie van de analyseresultaten kan worden beoordeeld wat de invloed van de troebelheid op het analyseresultaat kan zijn. Indien NTU-waarden >10 gemeten zijn, wordt in paragraaf 4.4 beoordeeld wat de betekenis hiervan is.
De in de bovenstaande tabel opgenomen waarden voor de pH (zuurgraad), EC (elektrische geleidbaarheid) en troebelheid zijn in het veld gemeten. De gemeten pH en EC waarden kunnen als normaal worden beschouwd. De bovengenoemde grondwaterstand betreft de gemeten stijghoogte. De in de boorprofielen aangegeven grondwaterstanden betreft de inschatting van de grondwaterstand tijdens de boorwerkzaamheden. Bij de bemonstering van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
8 van 27
3.2.5
Aangepaste onderzoeksstrategie waterbodem Op basis van de lokale bodemopbouw van de onderzoeksvakken is de onderzoeksstrategie voor het waterbodemonderzoek aangepast. In vier van de zes vakken zijn twee soorten vaste waterbodem aangetroffen (zand en veen). Om te voldoen aan de NEN 5720 (zes monsters per mengmonster) zijn daarom aanvullende steken geplaatst. De uitgevoerde veldwerkzaamheden voor het waterbodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 3. tabel 3: uitgevoerde onderzoeksstrategie waterbodemonderzoek Onderzoekslocatie Westelijke plas
Vak
Strategie
Steken
Nummers
Vak 1
ON1
13 steken tot in de vaste waterbodem
16355-01 t/m 16355-13
Vak 2
ON
12 steken tot in de vaste waterbodem
16356-01 t/m 16356-12
(oppervlakte circa 1,3 ha)
Vak 3
ON
6 steken tot in de vaste waterbodem
16357-01 t/m 16358-06
Oostelijke plas
Vak 4
ON
12 steken tot in de vaste waterbodem
16358-01 t/m 16358-06
(oppervlakte circa 1,8 ha)
Vak 5
ON
12 steken tot in de vaste waterbodem
16359-01 t/m 16359-06
Vak 6
ON
6 steken tot in de vaste waterbodem
16360-01 t/m 16360-06
1) Overig water, normale onderzoeksinspanning (verkennend waterbodemonderzoek).
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
9 van 27
3.3
Monsterselectie en analyses De grond- en grondwatermonsters zijn voor de analyse overgedragen aan het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 en erkend voor ‘Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek’ (AS3000). De waterbodemmonsters zijn voor de analyse overgedragen aan het laboratorium van Aquon. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en erkend voor ‘Laboratoriumanalyses voor waterbodemonderzoek’ (AS3000).
3.3.1
Grond In relatie tot de doelstelling van het bodemonderzoek en op basis van de veldwaarnemingen zijn grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van de analyses zoals weergegeven in tabel 4.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
10 van 27
tabel 4: Monstersamenstelling en uitgevoerde analyses grond Analyse-
Traject
monster
(m -mv)
BG1
0,00 - 0,50
BG2
0,00 - 0,50
BG3
0,00 - 0,50
BG4
BG5
0,00 - 0,50
0,00 - 0,50
BG6
0,00 - 0,50
BG7
0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
01 (0,00 - 0,50)
20 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond1 + PFOS/PFOA
02 (0,00 - 0,50)
26 (0,00 - 0,50)
06 (0,00 - 0,50)
18 (0,00 - 0,50)
07 (0,00 - 0,50)
23 (0,00 - 0,50)
03 (0,00 - 0,50)
05 (0,00 - 0,50)
04 (0,00 - 0,50)
27 (0,00 - 0,50)
08 (0,00 - 0,50)
10 (0,00 - 0,50)
09 (0,00 - 0,50)
19 (0,00 - 0,50)
11 (0,00 - 0,50)
21 (0,00 - 0,50)
12 (0,00 - 0,50)
24 (0,00 - 0,50)
13 (0,00 - 0,50)
22 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
14 (0,00 - 0,50)
17 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
16 (0,00 - 0,50)
25 (0,00 - 0,50)
19 (0,50 - 1,00)
22 (0,50 - 1,00)
20 (0,50 - 1,00)
23 (0,50 - 1,00)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
15 (0,00 - 0,50)
OG1
0,50 - 1,00
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
21 (0,50 - 1,00) OG2
OG3
0,50 - 1,00
1,00 - 2,00
24 (0,50 - 1,00)
26 (0,50 - 1,00)
25 (0,50 - 1,00)
27 (0,50 - 1,00)
19 (1,00 - 1,50)
22 (1,50 - 2,00)
20 (1,50 - 2,00)
23 (1,00 - 1,50)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
21 (1,00 - 1,50) OG4
1,00 - 2,00
24 (1,00 - 1,50)
26 (1,00 - 1,50)
25 (1,50 - 2,00)
27 (1,50 - 2,00)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
OG5
2,00 - 3,00
24 (2,00 - 2,50)
24 (2,50 - 3,00)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
OG6
2,00 - 3,00
25 (2,00 - 2,50)
25 (2,50 - 3,00)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
OG7
2,00 - 3,00
26 (2,00 - 2,50)
26 (2,50 - 3,00)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
OG8
2,00 - 3,00
27 (2,00 - 2,50)
27 (2,50 - 3,00)
Standaardpakket grond + PFOS/PFOA
1) Standaard pakket grond (AS3000): Droogrest, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik,
lood, molybdeen, nikkel en zink); som-PCB; som- PAK (10); minerale olie (C10 - C40).
De analyseresultaten van het mengmonster BG3 hebben aanleiding gegeven individuele monsters separaat te analyseren zoals weergeven in onderstaande tabel.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
11 van 27
tabel 5: Overzicht separate analyses Analyse-
Traject
Deelmonsters
Analysepakket
monster
(m -mv)
03-1
0,00 - 0,50
03 (0,00 - 0,50)
Lutum + organische stof + metalen pakket1
04-1
0,00 - 0,50
04 (0,00 - 0,50)
Lutum + organische stof + metalen pakket
05-1
0,00 - 0,50
05 (0,00 - 0,50)
Lutum + organische stof + metalen pakket
27-1
0,00 - 0,50
27 (0,00 - 0,50)
Lutum + organische stof + metalen pakket
1) barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink
3.3.2
Grondwater In relatie tot de doelstelling van het onderzoek zijn analyses op het grondwater uitgevoerd zoals weergegeven in tabel 6. tabel 6: Overzicht uitgevoerde grondwateranalyses Peilbuis
Filterdiepte
Grondwaterstand
Analysepakket
(m -mv)
(m -mv)
24
1,20 - 2,20
0,11
Standaardpakket grondwater1 + PFOS/PFOA
25
1,20 - 2,20
0,08
Standaardpakket grondwater + PFOS/PFOA
26
1,20 - 2,20
0,09
Standaardpakket grondwater + PFOS/PFOA
27
1,20 - 2,20
0,07
Standaardpakket grondwater + PFOS/PFOA
1) Standaard pakket grondwater (AS3000): Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en
zink); minerale olie (C10 - C40); vluchtige aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
12 van 27
3.3.3
Waterbodem In relatie tot de doelstelling van het waterbodemonderzoek en op basis van de veldwaarnemingen zijn mengmonsters samengesteld ten behoeve van de analyses zoals weergegeven in tabel 7. tabel 7: Monstersamenstelling en uitgevoerde analyses Vak
Monster-
Matrix
Analysepakket
Slib
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
nummer Vak 1
16355
calciumcarbonaat + PFOA en PFOA 16355OG
16355OG2
Vak 2
16356
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(zand)
calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(veen)
calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
Slib
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal + calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
16356OG
16356OG2
Vak 3
16357
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(zand)
calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(veen)
calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
Slib
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal + calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
16357OG
Vak 4
16358
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(klei)
calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
Slib
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal + calciumcarbonaat + PFOA en PFOA
16358OG
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(zand)
calciumcarbonaat
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(veen)
calciumcarbonaat
16359
Slib
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
16359OG
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(zand)
calciumcarbonaat
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(veen)
calciumcarbonaat
Slib
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
16358OG2
Vak 5
calciumcarbonaat
16359OG2
Vak 6
16360
calciumcarbonaat 16360OG
Vaste waterbodem
C1-waterbodempakket + ijzer + P-totaal +
(zand)
calciumcarbonaat
1) C1-pakket): Droogrest, lutum, organische stof, metalen (arseen, cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink); som-
PAK; pentachloorbenzeen, hexachloorbenzeen, pentachloorfenol, som-PCB; som-DDT, -DDD, -DDE; som-OCB; minerale olie (C10 - C40);
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
13 van 27
4
TOETSING EN INTERPRETATIE
4.1
Toetsingskader grond en grondwater De aan- of afwezigheid van bodemverontreiniging wordt bepaald door de overschrijding van de normwaarden van de onderzochte stoffen. Voor de toetsing van de bodemkwaliteit worden de streefwaarden grondwater en de interventiewaarden grond en grondwater gehanteerd volgens de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Daarnaast worden de achtergrondwaarden voor grond gehanteerd volgens de Regeling Bodemkwaliteit. De toetsing wordt uitgevoerd en gevalideerd door de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). Met deze toetsingswaarden worden richtwaarden gegeven ter beoordeling van de milieuhygiënische toestand van de bodem. De interventiewaarde is de waarde, waarbij risico’s voor het milieu en de volksgezondheid aanwezig kunnen zijn. In de toetstabellen in bijlage 4 is een index weergegeven. Deze index geeft de mate van verontreiniging aan ten opzichte van de achtergrondwaarde/streefwaarde (index = 0) en de interventiewaarde (index = 1) en is als volgt benoemd in dit rapport: ▪
Index <0: niet verhoogd;
▪
Index >0 en ≤0,5: licht verhoogd;
▪
Index >0,5 en ≤1,0: matig verhoogd;
▪
Index >1,0: sterk verhoogd.
Bij een historische verontreiniging (verontreiniging ontstaan voor 1 januari 19874) wordt bepaald of het een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. Volgens de Circulaire bodemsanering is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van een bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met een concentratie aan asbest boven de interventiewaarde, onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor nieuwe verontreinigingen (verontreiniging ontstaan na 1 januari 19874) is in de regel artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) van toepassing.
4 Voor asbest geldt 1 juli 1993
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
14 van 27
PFOS en PFOA Voor de toetsing van de gemeten waarden voor PFOS en PFOA zijn in de bodemwetgeving geen normwaarden vastgesteld. De gemeente Amsterdam heeft als bevoegd gezag in het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) en het Besluit Bodemkwaliteit (BBK) een beleidsregel voor PFOSen PFOA-houdende grond opgesteld5. Wet Bodembescherming Het beoordelingskader met betrekking tot de Wet Bodembescherming is in tabel 8 samengevat. Voor grond geldt dat op de gemeten gehalten PFOS en PFOA (ter standaardisering) de bodemtypecorrectie voor organische stoffen van toepassing is tenzij dit leidt tot een gehalte kleiner dan 0,1 μg/kg ds. tabel 8: beoordelingskader PFOS en PFOA van de gemeente Amsterdam m.b.t. de Wet Bodembescherming (WBB) Classificatie
Gehalte in grond (μg/kg ds)
Concentratie in grondwater (µg/L)
PFOS
PFOA
PFOS
PFOA
Niet verontreinigd
< 0,1
< 0,1
< 0,01
< 0,01
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
0,1 – 8,0
0,1 - 900
0,01 – 4,7
0,01 – 0,39
Verontreinigd, spoedige sanering noodzakelijk’
>8
> 900
> 4,7
> 0,39
5 Beleidsregel PFOS en PFOA gemeente Amsterdam, d.d. 6 augustus 2018, Nr 169646
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
15 van 27
4.2
Toetsingskader waterbodem De aan- of afwezigheid van de (water)bodemverontreiniging wordt bepaald door de overschrijding van de normwaarden van de onderzochte chemische stoffen. Voor de toetsing van de hergebruiksmogelijkheden worden de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem gehanteerd (Regeling bodemkwaliteit). De bodemtypecorrectie van de normwaarden voor de waterbodem is gerelateerd aan het gehalte aan lutum en organische stof. Toetsing toepassen van waterbodem op landbodem Bij toepassingen van waterbodem op landbodem wordt getoetst aan zowel de functie van de ontvangende bodem, als aan de kwaliteit van ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet voldoen aan de strengste norm. Een partij grond of baggerspecie kan worden toegepast wanneer de kwaliteitsklasse gelijk is aan of schoner dan de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem. Ook moet de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie voldoen aan de functie van het gebied waar de toepassing plaatsvindt. Bevoegd gezag kan ook lokale maximale waarden opstellen. De volgende kwaliteitsklassen worden onderscheiden: ▪ Altijd toepasbaar (< achtergrondwaarde); ▪
Klasse wonen (> achtergrondwaarde en < maximale waarden klasse wonen);
▪
Klasse industrie (> maximale waarden klassen wonen en >maximale waarde klasse industrie);
▪
Niet toepasbaar (> maximale waarden klasse industrie).
Toetsing toepassen in oppervlaktewater Deze toetsing wordt gebruikt voor het beoordelen van de kwaliteit van: 1.
Grond en baggerspecie die wordt toegepast in bodem onder oppervlaktewater;
2.
De ontvangende bodem en/of de achterblijvende bodem.
Bij toepassingen in oppervlaktewater wordt niet getoetst aan de functie, maar alleen aan de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem. Een partij grond of baggerspecie kan worden toegepast wanneer de kwaliteitsklasse gelijk is aan of schoner dan de kwaliteitsklasse van de ontvangende waterbodem. Bevoegd gezag kan ook lokale maximale waarden opstellen. De volgende kwaliteitsklassen worden onderscheiden: ▪ (Vrij) toepasbaar (< achtergrondwaarde);
datum
▪
Klasse A (> achtergrondwaarde en < maximale waarde kwaliteitsklasse A);
▪
Klasse B (> kwaliteitsklasse A en <maximale waarde kwaliteitsklasse B);
▪
Nooit toepasbaar (> maximale waarde kwaliteitsklasse B).
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
16 van 27
Toetsing verspreiden van baggerspecie op een aangrenzend perceel In de normstelling voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen is rekening gehouden met de landbouwfunctie die de percelen vaak hebben. Hierbij worden de volgende klassen onderscheiden: ▪ Verspreidbaar; ▪
Niet verspreidbaar;
▪
Nooit verspreidbaar.
PFOS en PFOA Voor de toetsing van de gemeten waarden voor PFOS en PFOA zijn in de bodemwetgeving geen normwaarden vastgesteld. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft echter een beleidsregel opgesteld waarin normen worden gesteld voor het toepassen van bodemmateriaal (landbodem, waterbodem of bagger) op de waterbodem binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland6. Het beoordelingskader zoals opgenomen in de beleidsregel van het Hoogheemraadschap Rijnland is in tabel 9 samengevat. Op de gemeten gehalten PFOS en PFOA is de bodemtypecorrectie van toepassing (10% organische stof). tabel 9: beoordelingskader PFOS en PFOA van het Hoogheemraadschap van Rijnland Beoordeling
Gehalte PFOS
Gehalte PFOA
(μg/kg ds)
(μg/kg ds)
Schoon
< 0,1
< 0,1
Klasse A
0,1 – 3,2
0,1 – 7,0
Klasse B
3,2 – 8,0
7,0 – 674
Niet toepasbaar
> 8,0
> 674
6 Beleidsregel PFAS in waterbodems, 23 mei 2018, reg. Nr. 17.116471
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
17 van 27
4.3
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grond In bijlage 2 zijn de analysecertificaten van het grondonderzoek opgenomen. De toetstabellen zijn opgenomen in bijlage 4. In tabel 10 zijn de toetsingsresultaten van het grondonderzoek weergegeven. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden voor grond zoals in paragraaf 4.1 omschreven. tabel 10: Overschrijdingstabel grond Analyse-
Traject
Toets WBB
Indicatieve toets toepassen in
monster
(m -mv)
BG1
0,00 - 0,50
> AW: kwik, lood
Klasse A
BG2
0,00 - 0,50
> AW: kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink
Klasse B
BG3
0,00 - 0,50
> AW: cadmium, koper, kwik, lood, molybdeen
Niet toepasbaar
BG4
0,00 - 0,50
> kwik, lood en molybdeen
Klasse A
BG5
0,00 - 0,50
> AW: kobalt, kwik, nikkel
Altijd toepasbaar
BG6
0,00 - 0,50
> AW: kwik, lood
Klasse A
BG7
0,00 - 0,50
> AW: kwik, lood
Klasse A
OG1
0,50 - 1,00
> AW: kwik, lood, zink
Klasse A
OG2
0,50 - 1,00
> AW: kwik, lood
Klasse A
OG3
1,00 - 2,00
> AW: kwik
Altijd toepasbaar
OG4
1,00 - 2,00
> AW: kobalt, kwik, lood, nikkel
Klasse A
OG5
2,00 - 3,00
> AW: kwik, lood
Niet toepasbaar
OG6
2,00 - 3,00
> AW: kwik
Altijd toepasbaar
OG7
2,00 - 3,00
<= AW
Altijd toepasbaar
OG8
2,00 - 3,00
> AW: kwik
Altijd toepasbaar
oppervlaktewater
> I: zink
<= AW
Voldoet aan Achtergrondwaarde
> AW
Overschrijding Achtergrondwaarde, kleiner dan Interventiewaarde
>I
Overschrijding Interventiewaarde
In één mengmonster van de ondergrond (OG7) zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde aangetoond. In de overige mengmonsters van zowel de boven- als de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten zware metalen aangetoond. In mengmonsters BG3 van de bovengrond is tevens een verhoogd gehalte zink ten opzichte van de interventiewaarde aangetoond. Omdat het landperceel mogelijk deels ontgraven zal worden en de grond zal worden toegepast in de twee plassen voor de aanleg van natuurvriendelijk oevers zijn de mengmonsters ook indicatief getoetst aan de normen voor toepassen van grond in oppervlaktewater. De mengmonsters zijn geclassificeerd als ‘Altijd toepasbaar’, ‘klasse A’, ‘klasse B’ en ‘Niet toepasbaar’.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
18 van 27
De deelmonsters uit mengmonster BG3 zijn separaat geanalyseerd op zware metalen. De resultaten hiervan zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: Overschrijdingstabel separate analyse deelmonsters uit mengmonster BG3 Analyse-
Traject
monster
(m -mv)
03-1
0,00 - 0,50
Deelmonsters
Toets WBB
03 (0,00 - 0,50)
> AW: cadmium, kobalt, koper, kwik,
Indicatieve toets toepassen in oppervlaktewater Niet toepasbaar
lood, molybdeen, nikkel > I: zink 04-1
0,00 - 0,50
04 (0,00 - 0,50)
05-1
0,00 - 0,50
05 (0,00 - 0,50)
> AW: kwik, lood, molybdeen, nikkel
Niet toepasbaar
> I: zink > AW: cadmium, kobalt, koper, kwik,
Niet toepasbaar
molybdeen, nikkel > I: lood, zink 27-1
0,00 - 0,50
27 (0,00 - 0,50)
> AW: kobalt, kwik, lood, molybdeen
<= AW
Voldoet aan Achtergrondwaarde
> AW
Overschrijding Achtergrondwaarde, kleiner dan Interventiewaarde
>I
Overschrijding Interventiewaarde
Klasse B
In twee van de vier separate monsters zijn sterk verhoogde gehalten zink aangetoond. In één monster zijn sterk verhoogde gehalten lood en zink aangetoond. Voor alle vier de monsters geldt dat er tevens overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond voor diverse andere zware metalen. De aangetoonde sterk verhoogde gehalten geven formeel aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. De opdrachtgever heeft echter aangegeven dat er geen grond zal worden ontgraven ter plaatse van de aangetroffen sterke verontreiniging. Nader bodemonderzoek wordt daarom in dit stadium niet noodzakelijk geacht. De separate monsters zijn ook indicatief getoetst aan de normen voor toepassen van grond in oppervlaktewater. Drie van de vier monsters zijn geclassificeerd als ‘Niet toepasbaar’ en één monster is geclassificeerd als ‘klasse B’.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
19 van 27
PFOS en PFOA De grondmengmonsters (BG1 t/m BG7 en OG1 t/m OG8) zijn tevens geanalyseerd op PFOS en PFOA. In bijlage 4 zijn de gemeten gehalten en de gestandaardiseerde gehalten PFOS en PFOA opgenomen. In tabel 12 is de toetsing van de gestandaardiseerde gehalten ten opzichte van de beleidsregel van de gemeente Amsterdam opgenomen. Tevens zijn de resultaten indicatief getoetst aan de beleidsregel van het Hoogheemraadschap van Rijnland. tabel 12: toetsing gehalten PFOS en PFOA in grond Analyse-
Traject
Toets t.o.v. beleidsregel gemeente
Indicatieve toets beleidsregel
monster
(m -mv)
Amsterdam i.h.k.v. WBB
Hoogheemraadschap van Rijnland
BG1
0,00 - 0,50
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse B
BG2
0,00 - 0,50
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
BG3
0,00 - 0,50
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
BG4
0,00 - 0,50
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
BG5
0,00 - 0,50
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
BG6
0,00 - 0,50
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
BG7
0,00 - 0,50
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
OG1
0,50 - 1,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
OG2
0,50 - 1,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
OG3
1,00 - 2,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
OG4
1,00 - 2,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
OG5
2,00 - 3,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse B
OG6
2,00 - 3,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
OG7
2,00 - 3,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
OG8
2,00 - 3,00
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
Klasse A
In alle mengmonsters is analytisch PFOS en PFOA aangetoond. Op basis van de beleidsregel van de gemeente Amsterdam worden deze monsters beschouwd als verontreinigd, maar is er geen sprake van noodzaak tot sanering. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Het landperceel zal mogelijk deels ontgraven worden en de grond zal mogelijk worden toegepast in de twee plassen voor de aanleg van natuurvriendelijk oevers. Daarom zijn de gehalten PFOS en PFOA ook indicatief getoetst aan de beleidsregel van het Hoogheemraadschap van Rijnland (bevoegd gezag waterbodem). Mengmonsters BG1 en OG5 zijn indicatief geclassificeerd als ‘klasse B’. De overige mengmonsters zijn geclassificeerd als ‘klasse A’.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
20 van 27
4.4
Toetsing en interpretatie analyseresultaten grondwater In bijlage 2 zijn de analysecertificaten van het grondwateronderzoek opgenomen. De toetstabellen zijn opgenomen in bijlage 4. In tabel 13 zijn de toetsingsresultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden voor grond zoals in paragraaf 4.1 omschreven. tabel 13: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filterdiepte
Grondwaterstand
Toets WBB
(m -mv)
(m -mv)
24
1,20 - 2,20
0,11
> S: barium, naftaleen
25
1,20 - 2,20
0,08
<= S
26
1,20 - 2,20
0,09
<= S
27
1,20 - 2,20
0,07
> S: barium,
<= S
Voldoet aan Streefwaarde
>S
Overschrijding Streefwaarde, kleiner dan Interventiewaarde
>I
Overschrijding Interventiewaarde
In de twee van de vier peilbuizen zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de streefwaarden aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 24 is een licht verhoogde concentratie barium en naftaleen aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 27 is een licht verhoogde concentratie barium aangetoond. Het betreffen slechts licht verhoogde concentraties ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek. PFOS en PFOA Het grondwater is tevens geanalyseerd op PFOS en PFOA. De toetsing ten opzichte van de beleidsregel van de gemeente Amsterdam zijn weergegeven in tabel 14. tabel 14: toetsing concentraties PFOS en PFOA in grondwater t.o.v. beleidsregel gemeente Amsterdam Peilbuis
Filterdiepte
Grondwaterstand
(m -mv)
(m -mv)
Toets t.o.v. beleidsregel gemeente Amsterdam
24
1,20 - 2,20
0,11
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
25
1,20 - 2,20
0,08
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
26
1,20 - 2,20
0,09
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
27
1,20 - 2,20
0,07
Verontreinigd, geen noodzaak tot sanering
In alle vier de grondwatermonsters is analytisch PFOS en PFOA aangetoond. Op basis van de beleidsregel van de gemeente Amsterdam zijn de monsters geclassificeerd als ‘verontreinigd’, maar er is geen noodzaak tot sanering.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
21 van 27
In het bemonsterde grondwater uit peilbuis 24 is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het onderhavige onderzoek zijn er maximaal licht verhoogde concentraties van de organische parameters aangetoond. De eventuele overschatting van de concentraties als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. De verhoogde troebelheid wordt gerelateerd aan het aanwezige bodemtype veen. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
4.5
Toetsing en interpretatie analyseresultaten waterbodem In bijlage 5 zijn de analysecertificaten van het waterbodemonderzoek opgenomen. De toetstabellen zijn opgenomen in bijlage 6. In tabel 15 zijn de toetsingsresultaten van het waterbodemonderzoek weergegeven. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden voor grond zoals in paragraaf 4.2 omschreven. tabel 15: toetsing waterbodem Vak
Monster-
Matrix
nummer Vak 1
Vak 2
Vak 3
Vak 4
Vak 5
Vak 6
datum
6 juni 2019
Toepassen op
Toepassen in
Verspreidbaarheid
landbodem
waterbodem
aangrenzend perceel
16355
Slib
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16355OG
Vaste waterbodem (zand)
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16355OG2
Vaste waterbodem (veen)
Klasse Industrie
Klasse B
Niet verspreidbaar
16356
Slib
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16356OG
Vaste waterbodem (zand)
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16356OG2
Vaste waterbodem (veen)
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16357
Slib
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16357OG
Vaste waterbodem (klei)
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16358
Slib
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16358OG
Vaste waterbodem (zand)
Klasse Industrie
Klasse A
Verspreidbaar
16358OG2
Vaste waterbodem (veen)
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16359
Slib
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16359OG
Vaste waterbodem (zand)
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16359OG2
Vaste waterbodem (veen)
Niet toepasbaar
Niet toepasbaar
Nooit verspreidbaar
16360
Slib
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
16360OG
Vaste waterbodem (zand)
Vrij toepasbaar
Vrij toepasbaar
Vrij verspreidbaar
referentie
R-AB-367-182540
pagina
22 van 27
Zowel het slib als de vaste waterbodem is voornamelijk vrij toepasbaar op landbodem en in waterbodem. De waterbodem is over het algemeen vrij verspreidbaar over aangrenzende percelen. Hierop zijn echter enkele uitzonderingen: •
De tweede vaste waterbodemlaag (16355OG2, veen) in vak 1 is geclassificeerd als ‘klasse Industrie’ bij toepassing op landbodem en als ‘klasse B’ bij toepassing in waterbodem. De waterbodem is ‘niet verspreidbaar’ over aangrenzende percelen.
•
De eerste vaste waterbodemlaag (16358OG, zand) in vak 4 is geclassificeerd als ‘klasse Industrie’ bij toepassing op landbodem en als ‘klasse A’ bij toepassing in waterbodem. De waterbodem is ‘verspreidbaar’ over aangrenzende percelen.
•
De tweede vaste waterbodemlaag (16359OG2, veen) in vak 5 is geclassificeerd als ‘niet toepasbaar’ bij toepassing op landbodem en in waterbodem. De waterbodem is ‘nooit verspreidbaar’ over aangrenzende percelen.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
23 van 27
PFOS en PFOA De waterbodem is tevens geanalyseerd op PFOS en PFOA. In bijlage 6 zijn de gemeten gehalten en de gestandaardiseerde gehalten PFOS en PFOA opgenomen. In tabel 16 is de toetsing van de gestandaardiseerde gehalten ten opzichte van de beleidsregel van het Hoogheemraadschap van Rijnland opgenomen. tabel 16: toetsing gehalten PFOS en PFOA in waterbodemgrond Vak
Vak 1
Vak 2
Vak 3
Vak 4
Vak 5
Vak 6
Monsternummer
Matrix
Toetsing beleidsregel
Combinatie Toetsing
Hoogheemraadschap van
beleidsregel HRR
Rijnland
PFAS / Bbk
16355
Slib
Klasse B
Klasse B
16355OG
Vaste waterbodem (zand)
Klasse A
Klasse A
16355OG2
Vaste waterbodem (veen)
Klasse B
Klasse B
16356
Slib
Klasse A
Klasse A
16356OG
Vaste waterbodem (zand)
Klasse A
Klasse A
16356OG2
Vaste waterbodem (veen)
Klasse A
Klasse A
16357
Slib
Klasse B
Klasse B
16357OG
Vaste waterbodem (klei)
Klasse A
Klasse A
16358
Slib
Klasse A
Klasse A
16358OG
Vaste waterbodem (zand)
Klasse A
Klasse A
16358OG2
Vaste waterbodem (veen)
Klasse A
Klasse A
16359
Slib
Klasse B
Klasse B
16359OG
Vaste waterbodem (zand)
Klasse A
Klasse A
16359OG2
Vaste waterbodem (veen)
Klasse A
Niet toepasbaar
16360
Slib
Klasse B
Klasse B
16360OG
Vaste waterbodem (zand)
Klasse A
Klasse A
In alle waterbodemmonsters is analytisch PFOS en/of PFOA aangetoond. De sliblaag en de vaste waterbodem ter plaatse van Vak 2 en Vak 4 zijn geclassificeerd als ‘klasse A’ op basis van de beleidsregel van het Hoogheemraadschap van Rijnland. De sliblaag uit vakken 1, 3, 5 en 6 is geclassificeerd als ‘klasse B’. In Vak 1 is de vaste waterbodem bestaande uit veen geclassificeerd als ‘klasse B’. De overige mengmonsters van de vaste waterbodem is geclassificeerd als ‘klasse A’.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
24 van 27
5 CONCLUSIES In opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland is door Aveco de Bondt een verkennend landbodemonderzoek uitgevoerd op een perceel gelegen in het Amsterdamse Bos. Tevens is verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van twee plassen in het aangrenzende Nieuwe Meer. De aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken is de voorgenomen aanleg van natuurvriendelijke oevers ter plaatse van de twee plassen. De plassen zullen hiervoor o.a. deels ondieper worden gemaakt met grond afkomstig van het aangrenzende landbodemperceel. De doelstelling van de onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van de onderzoekslocaties. Zintuiglijke waarnemingen In zowel de land- als de waterbodem zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Ook zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op bodemverontreiniging. Tevens zijn op het maaiveld, in de opgeboorde grond en de waterbodem zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Landbodem ▪
In de bodem zijn over het algemeen licht verhoogd gehalten zware metalen ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetoond.
▪
In het zuidwesten is een sterke verontreiniging met lood en zink aangetoond in de bovengrond (0,0 – 0,5 m -mv). De verontreiniging is niet volledig afgeperkt. Formeel gezien is dit aanleiding voor nader onderzoek. De opdrachtgever heeft aangegeven dat er geen grond zal worden ontgraven in de nabijheid van de aangetroffen sterke verontreiniging. De exacte locatie van de ontgraving is echter ook nog niet bekend. Nader bodemonderzoek wordt daarom vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Mogelijk is in een later stadium alsnog nader onderzoek nodig om de verontreiniging volledig af te perken. Het aantreffen van de sterke verontreiniging kan niet gerelateerd worden aan het uitgevoerde vooronderzoek en/of historische activiteiten. De oorzaak is onbekend.
▪
Omdat de grond mogelijk wordt toegepast in de twee plassen in de Nieuwe Meer is de grond indicatief getoetst aan de normen voor toepassing van grond in waterbodem. De (meng)monsters zijn geclassificeerd als ‘Altijd toepasbaar’, ‘klasse A’, ‘klasse B’ en ‘Niet toepasbaar’.
▪
In de grond is analytisch PFOS en PFOA aangetoond. Op basis van de beleidsregel van de gemeente Amsterdam (in het kader van de Wet Bodembescherming) worden deze monsters beschouwd als ‘verontreinigd’, maar er is geen sprake van noodzaak tot sanering.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
25 van 27
▪
Omdat de grond mogelijk wordt toegepast in de twee plassen in de Nieuwe Meer zijn de gehalten PFOS en PFOA ook indicatief getoetst aan de beleidsregel van het Hoogheemraadschap van Rijnland (bevoegd gezag waterbodem). Twee mengmonsters zijn indicatief geclassificeerd als ‘klasse B’. De overige mengmonsters zijn geclassificeerd als ‘klasse A’.
▪
In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium en naftaleen aangetoond. Ook is PFOS en PFOA aangetoond. Op basis van de beleidsregel van de gemeente Amsterdam zijn de monsters geclassificeerd als ‘verontreinigd’, maar er is geen noodzaak tot sanering. Er is geen aanleiding voor nader grondwateronderzoek.
▪
Het verkennend bodemonderzoek conform de ARVO is geen wettelijk erkend bewijsmiddel (milieuhygiënische verklaring) van de kwaliteit van toe te passen grond buiten de bodemkwaliteitskaart. De grond afkomstig van het landbodemperceel kan op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek daarom niet worden toegepast in oppervlaktewater. Hiervoor is een partijkeuring (AP04) benodigd. Het verkennend bodemonderzoek dient om een correcte onderzoeksstrategie op te stellen voor de partijkeuring. Indien er grond zal worden ontgraven en worden toegepast in de twee plassen moet een partijkeuring worden uitgevoerd op de te ontgraven grond.
Waterbodem ▪
Conform het Besluit bodemkwaliteit is zowel het slib als de vaste waterbodem voornamelijk vrij toepasbaar op landbodem en in waterbodem. De waterbodem is over het algemeen ‘vrij verspreidbaar’ over aangrenzende percelen. Hierop zijn echter enkele uitzonderingen: •
De tweede vaste waterbodemlaag (veen) in vak 1 is geclassificeerd als ‘klasse Industrie’ bij toepassing op landbodem en als ‘klasse B’ bij toepassing in waterbodem. De waterbodem is ‘niet verspreidbaar’ over aangrenzende percelen.
•
De eerste vaste waterbodemlaag (zand) in vak 4 is geclassificeerd als ‘klasse Industrie’ bij toepassing op landbodem en als ‘klasse A’ bij toepassing in waterbodem. De waterbodem is ‘verspreidbaar’ over aangrenzende percelen.
•
De tweede vaste waterbodemlaag (veen) in vak 5 is geclassificeerd als ‘niet toepasbaar’ bij toepassing op landbodem en in waterbodem. De waterbodem is ‘nooit verspreidbaar’ over aangrenzende percelen.
▪
In alle waterbodemmonsters is analytisch PFOS en/of PFOA aangetoond. De sliblaag en de vaste waterbodem ter plaatse van Vak 2 en Vak 4 zijn geclassificeerd als ‘klasse A’ op basis van de beleidsregel van het Hoogheemraadschap van Rijnland. De sliblaag uit vakken 1, 3, 5 en 6 is geclassificeerd als ‘klasse B’. In Vak 1 is de vaste waterbodem bestaande uit veen geclassificeerd als ‘klasse B’. De overige mengmonsters van de vaste waterbodem is geclassificeerd als ‘klasse A’.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
26 van 27
Resumé De kwaliteit van de landbodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is bepaald. Hieruit blijk dat naast lichte overschrijdingen voor diverse metalen (klasse Industrie) tevens plaatselijk een sterke verontreiniging met zink en/of lood is aangetroffen (nabij boring 3, 4 en 5). Indien ter plaatse van deze sterke verontreiniging ontgravingswerkzaamheden plaats zullen vinden dient rekening gehouden te worden met het uitvoeren van nader bodemonderzoek ter bepaling van het volume van de sterke verontreiniging. Tevens dient in dat geval rekening gehouden te worden met een saneringstraject door middel van een BUS-melding (>25 m3 sterk verontreinigd) of een plan van aanpak (< 25 m3 sterk verontreinigd). Voor het overige terreindeel dient bij ontgravingswerkzaamheden waarbij grond afgevoerd wordt rekening gehouden te worden met aanvullende partijkeuringen conform AP04. De kwaliteit van de waterbodem laat een wisselend beeld zijn, maar is in voldoende mate vastgelegd. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek.
datum
6 juni 2019
referentie
R-AB-367-182540
pagina
27 van 27
bijlage 1: Boorprofielen landbodem
R-AB-367-182540
Boring: Monsternemer: Datum:
01 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook
50
50
0
0
groenstrook
1 50
50
Boring: Monsternemer: Datum:
0
groenstrook
50
50
Boring: Monsternemer: Datum:
0
0
Boring: Monsternemer: Datum:
50
Projectnaam: Nieuwe meer Projectcode: 182540
groenstrook
50
06 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
50
Boring: Monsternemer: Datum:
08 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
07 Martijn hengeveld 15-03-2019
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
04 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
50
05 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
50
Boring: Monsternemer: Datum:
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
03 Martijn hengeveld 15-03-2019
02 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring: Monsternemer: Datum:
Boring: Monsternemer: Datum:
50
Schaal (A4): 1: 50 Pagina 1 / 4
Boring: Monsternemer: Datum:
09 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook
50
50
0
0
groenstrook
1 50
50
Boring: Monsternemer: Datum:
0
groenstrook
50
50
Boring: Monsternemer: Datum:
0
0
Boring: Monsternemer: Datum:
50
Projectnaam: Nieuwe meer Projectcode: 182540
groenstrook
50
14 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
50
Boring: Monsternemer: Datum:
16 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
15 Martijn hengeveld 15-03-2019
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
12 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
50
13 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
50
Boring: Monsternemer: Datum:
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
11 Martijn hengeveld 15-03-2019
10 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring: Monsternemer: Datum:
Boring: Monsternemer: Datum:
50
Schaal (A4): 1: 50 Pagina 2 / 4
Boring: Monsternemer: Datum:
17 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook
50
50
0
0
groenstrook
1
50
Boring: Monsternemer: Datum:
50
20 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
19 Martijn hengeveld 15-03-2019
18 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
Boring: Monsternemer: Datum:
Boring: Monsternemer: Datum:
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
2
2
100
100 3
3
150
150 4
4 200
200
Boring: Monsternemer: Datum:
21 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook
Boring: Monsternemer: Datum:
50
22 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1
200
200
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
2
2
100
100 3
3
150
150 4
200
Projectnaam: Nieuwe meer Projectcode: 182540
4 200
200
200
Schaal (A4): 1: 50 Pagina 3 / 4
Boring: Monsternemer: Datum:
23 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook
Boring: Monsternemer: Datum:
1 50
0
0
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
24 Martijn hengeveld 15-03-2019
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
2
2
100
100 3
3
150
150 4
4 200
200
200 5 250 6 300
300
Boring: Monsternemer: Datum:
25 Martijn hengeveld 15-03-2019
0
0
groenstrook
Boring: Monsternemer: Datum:
1 50
0
0
Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
26 Martijn hengeveld 15-03-2019
groenstrook Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
2
2
100
100 3
3
150
150 4
4
200
200 5
5
250
250 6
300
Projectnaam: Nieuwe meer Projectcode: 182540
6 300
300
300
Schaal (A4): 1: 50 Pagina 4 / 4
R-AB-367-182540
bijlage 2: Boorprofielen waterbodem
R-AB-367-182540
Veldwerker:
M v/d Poel
Aquon projectnr.:
19-408
Bemonsterings datum: waterpeil:
-62 cm
4-2-2019 t.o.v. NAP
0
-62
-10
-72
-20
-82
-30
-92
-40
-102
-50
-112
-60
-122
-70
-132
-80
-142
-90
-152
-100
-162
-110
-172
-120
-182
-130
-192
-140
-202
-150
-212
-160
-222
-170
-232
-180
-242
-190
-252
diepte t.o.v. NAP (cm)
diepte (cm)
19-408 - Monstervak 16355
-262
-200
steek 1
steek 2
water
steek 3
steek 4
sediment-1
steek 5
steek 6
vast-1
steek 7
steek 8
vast-2
steek 9
steek 10
gemiddelde
steekdiepte
pagina 1 van 6
steek 1
16355
Water S1
0
waterkolom:
85 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
65 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
waterkolom:
80 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
30 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
40 cm Zand Kleiig Grijs Licht
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
30 cm Zand Kleiig Grijs Licht
-20
-40
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
steek 2
16355
Water S1
0
-20
-40
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
pagina 2 van 6
steek 3
16355
Water S1
0
waterkolom:
55 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
14 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
waterkolom:
90 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
60 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
40 cm Zand Kleiig Grijs Licht
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
25 cm Zand Kleiig Grijs Licht
-20
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
-40
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
steek 4
16355
Water S1
0
-20
-40
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
pagina 3 van 6
steek 5
16355
Water S1
0
waterkolom:
90 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
64 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
waterkolom:
61 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
31 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
20 cm Zand Kleiig Grijs Licht
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
35 cm Zand Kleiig Grijs Licht
-20
-40
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
steek 6
16355
Water S1
0
-20
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
-40
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
pagina 4 van 6
steek 7
16355
Water V2
0
-20
V1
V1
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
40 cm Veen Bruin
-40
V2
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
V2
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
steek 8
16355
Water V2
0
-20
V1
V1
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
40 cm Veen Bruin Donker
-40
V2
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
V2
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
pagina 5 van 6
steek 9
16355
Water V2
0
-20
V1
V1
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
50 cm Veen Bruin Licht
-40
V2
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
V2
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
steek 10
16355
Water V2
0
-20
V1
V1
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
38 cm Veen Bruin Bruin
-40
V2
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-60
V2
-80
-100
-120
-140
-160
-180
-200
opmerkingen:
pagina 6 van 6
Veldwerker:
M v/d Poel
Aquon projectnr.:
19-408
Bemonsterings datum: waterpeil:
-62 cm
4-2-2019 t.o.v. NAP
0
0
-10
-10
-20
-20
-30
-30
-40
-40
-50
-50
diepte t.o.v. NAP (cm)
diepte (cm)
19-408 - Monstervak 16355
-60
-60
steek 11
steek 12
steek 13
water
steek 14
steek 15
vast-1
steek 16
steek 17
vast-2
steek 18
steek 19
steek 20
gemiddelde
steekdiepte
pagina 1 van 3
steek 11
16355
Water V2
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
0
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
50 cm Veen Bruin Licht
-20
V2
V2
-40
-60
opmerkingen:
steek 12
16355
Water V2
0
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
V2
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
30 cm Veen Bruin Donker
V2
-20
-40
-60
opmerkingen:
pagina 2 van 3
steek 13
16355
Water V2
0
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
V2
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
35 cm Veen Bruin Bruin
V2
-20
-40
-60
opmerkingen:
pagina 3 van 3
Veldwerker:
M v/d Poel
Aquon projectnr.:
19-408
Bemonsterings datum: waterpeil:
-62 cm
4-2-2019 t.o.v. NAP
-62
-10
-72
-20
-82
-30
-92
-40
-102
-50
-112
-60
-122
-70
-132
-80
-142
-90
-152
-100
-162
-110
-172
-120
-182
diepte (cm)
0
diepte t.o.v. NAP (cm)
19-408 - Monstervak 16356
-192
-130
steek 1
steek 2
water
steek 3
steek 4
sediment-1
steek 5
steek 6
vast-1
steek 7
steek 8
vast-2
steek 9
steek 10
gemiddelde
steekdiepte
pagina 1 van 6
steek 1
16356
Water S1
-10
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
waterkolom:
62 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
20 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
waterkolom:
31 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
07 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
30 cm Zand Kleiig Grijs Licht
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
30 cm Zand Kleiig Grijs Licht
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
steek 2
16356
Water S1
-10
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
pagina 2 van 6
steek 3
16356
Water S1
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
-10
waterkolom:
15 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
07 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
waterkolom:
58 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
08 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Veen
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
30 cm Zand Kleiig Grijs Licht
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
steek 4
16356
Water S1
-10
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
water
water
S1
Zand Zwak
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
pagina 3 van 6
steek 5
16356
Water S1
-10
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
waterkolom:
40 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
07 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
waterkolom:
35 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
20 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
40 cm Zand Kleiig Grijs Licht
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
20 cm Zand Kleiig Grijs Licht
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
steek 6
16356
Water S1
-10
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
pagina 4 van 6
steek 7
16356
Water V1
-10
V1
waterkolom: V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
30 cm Zand Kleiig Grijs Licht
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
steek 8
16356
Water V2
-10
V1
V1
V2
V2
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
50 cm Veen Bruin Bruin
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
pagina 5 van 6
steek 9
16356
Water V2
-10
V1
V1
V2
V2
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
45 cm Veen Bruin Licht
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
steek 10
16356
Water V2
-10
V1
V1
V2
V2
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
50 cm Veen Bruin Bruin
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-30
-50
-70
-90
-110
-130
opmerkingen:
pagina 6 van 6
Veldwerker:
M v/d Poel
Aquon projectnr.:
19-408
Bemonsterings datum: waterpeil:
-62 cm
4-2-2019 t.o.v. NAP
19-408 - Monstervak 16356
0
-10
-10
-20
-20
-30
-30
-40
-40
diepte (cm)
diepte t.o.v. NAP (cm)
0
-50
-50
steek 11
steek 12
steek 13
water
steek 14
steek 15
vast-1
steek 16
steek 17
vast-2
steek 18
steek 19
steek 20
gemiddelde
steekdiepte
pagina 1 van 2
steek 11
16356
Water V2
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
40 cm Veen Bruin Bruin
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-10
V2
V2
-30
-50
opmerkingen:
steek 12
16356
Water V2
waterkolom: V2 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
30 cm Veen Bruin Bruin
-10
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
V2
V2
-30
-50
opmerkingen:
pagina 2 van 2
Veldwerker:
M v/d Poel
Aquon projectnr.:
19-408
Bemonsterings datum: waterpeil:
-62 cm
4-2-2019 t.o.v. NAP
0
-62
-10
-72
-20
-82
-30
-92
-40
-102
-50
-112
-60
-122
-70
-132
-80
-142
-90
-152
-100
-162
-110
-172
-120
-182
-130
-192
-140
-202
-150
-212
diepte t.o.v. NAP (cm)
diepte (cm)
19-408 - Monstervak 16357
-222
-160
steek 1
steek 2
steek 3
water
steek 4
steek 5
sediment-1
steek 6
steek 7
vast-1
steek 8
steek 9
steek 10
gemiddelde
steekdiepte
pagina 1 van 4
steek 1
16357
Water S1
0
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
waterkolom:
32 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
18 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
waterkolom:
42 cm
S1 sediment: steekvastheid: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging: vast bodem:
62 cm Steekvast Grijs Bruin Zand Zwak Zand
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
40 cm Zand Kleiig Grijs Licht
V1
V1 laagdikte: hoofdsoort: bijsoort: hoofdkleur: bijkleur: bijmenging: mate_bijmenging:
45 cm Zand Kleiig Grijs Licht
-20
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-40
-60
-80
-100
-120
-140
-160
opmerkingen:
steek 2
16357
Water S1
0
-20
water
water
S1
Zand Zwak
V1
V1
Diepte in cm t.o.v. waterpeil
-40
-60
-80
-100