CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 19 Grondzaken (31) 2 Bijlagebundel-Amstelstation-Amsteloever

RAAD 22 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de financiële paragraaf en Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. Nr. VN2021-00143845.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

[Logo Gemeente Amsterdam]

Bijlagenbundel Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever Hoogstedelijk wonen en werken aan de rivier 2 maart 2021

Bijlagenbundel Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever Hoogstedelijk wonen en werken aan de rivier

2 maart 2021

[Op deze pagina staat een inhoudsopgave afgebeeld. Alle onderdelen uit de inhoudsopgave zijn ook verwerkt in de Bladwijzers. U kunt deze ook gebruiken om door het document te navigeren] Pagina 2 van 75

Inhoudsopgave Waterparagraaf Waterparagraaf

3

Verkeersonderzoeken Amsteloever Verkeersonderzoeken Amsteloever

25

HER HER

Waterparagraaf Pagina 3 van 75

Amsteloever-Amstelstation Auteur(s) D. de Vries, G. Cronenberg

Waterparagraaf

Opdrachtgever G. Cronenberg

Amsteloever-Amstelstation Contactpersoon D. de Vries Ingenieursbureau Kenmerk Opsteller D. de Vries Auteur(s) Goedgekeurd en vrijgegeven G. Cronenberg D. de Vries, G. Cronenberg Paraaf Datum 26-11-20

Opdrachtgever G. Cronenberg

Contactpersoon D. de Vries Ingenieursbureau Kenmerk -

Opsteller

Goedgekeurd en vrijgegeven

D. de Vries

G. Cronenberg

Paraaf

Datum 26-11-20

[Op deze pagina staat een inhoudsopgave afgebeeld. Alle onderdelen uit de inhoudsopgave zijn ook verwerkt in de Bladwijzers. U kunt deze ook gebruiken om door het document te navigeren] Pagina 4 van 75

Inhoud Samenvatting 5 Voorwoord 7 1 Inleiding 1.1 Huidige situatie 1.2 Planontwikkeling

8

2 Wetgeving en waterbeleid 2.1 Wet- en regelgeving 2.2 Beleid

9 9 10

Inhoud 88 Samenvatting

3 Waterparagraaf 14 3.1 Waterkering 14 Voorwoord 3.2 Oppervlaktewater 16 3.3 Grondwater 17 1 Inleiding 19 3.4 Hemelwater

1.1 Huidige situatie 4 Conclusie en vervolg 21 1.2 Planontwikkeling

5 7 8 8 8

Bronvermelding 23

9 9 10

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Waterparagraaf Waterkering Oppervlaktewater Grondwater Hemelwater

14 14 16 17 19

4

Conclusie en vervolg

21

2 Wetgeving en waterbeleid 2.1 Wet- en regelgeving Bijlage(n) 2.2 Beleid Bijlage 1 - Aanzet rainproof oplossingenkaart

Bronvermelding

Bijlage(n) Bijlage 1 - Aanzet rainproof oplossingenkaart

23

Samenvatting Pagina 5 van 75

Waterkering

Samenvatting

Langs de Amstel en Ringvaart ligt een secundaire waterkering (Dijkvak A118-001). De kernzone van de waterkering dient vrij te blijven van keringsvreemde objecten. Buiten de kernzone maar binnen de beschermingszone van de half verholen waterkering is het toegestaan om constructies te realiseren binnen het Keurprofiel. Voor aanleg van funderingen en kabels en leidingen gelden beperkingen en verboden. Voor veel werkzaamheden binnen de beschermingszones van de waterkering moet een watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht / Waternet. Hierbij is met name van belang dat de goede staat en werking van de waterkering niet in het geding komt als gevolg van de werkzaamheden.

Waterkering Langs de Amstel en Ringvaart ligt een secundaire waterkering (Dijkvak A118-001). De kernzone van de waterkering dient vrij te blijven van keringsvreemde objecten. Buiten de kernzone maar Oppervlaktewater binnen de beschermingszone van de half verholen waterkering is het toegestaan om constructies Het plangebied te wordt aan de zuiden westzijde begrensd Voor door de Amstelvan en aan de noordzijde door deen Ringvaart. Beiden hebben een realiseren binnen het Keurprofiel. aanleg funderingen en kabels leidingen gelden oppervlaktewaterpeil van NAP -0,4 m. Het plangebied ligt in de Watergraafsmeerpolder. In de Watergraafsmeerpolder wordt het beperkingen en verboden. Voor veel werkzaamheden binnen de beschermingszones van de oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -5,5 m. waterkering moet een watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap Amstel, Gooi en Waternet. Hierbij is met name vanhet belang datvan de goede staat enRingvaart. werking Doordat van de het Amstelstation een Het plangebied Vecht is in het/ verleden echter opgehoogd tot boven waterpeil de Amstel en de waterkering in het geding komt alsinvloed gevolgvan van werkzaamheden. gedeeltelijke barrière vormt in niet de grondwaterstroming is de hetde polderpeil op de freatische grondwaterstanden in het plangebied

beperkt. Wanneer het verharde oppervlak in stedelijk gebied met meer dan 1.000 m² toeneemt, moet er oppervlaktewater worden aangelegd in hetzelfde watersysteem. In het plangebied dient 10% van de verhardingstoename gecompenseerd te worden in de vorm van wateroppervlak. Oppervlaktewater Te dempen wateroppervlak moet bovendien volledig gecompenseerd worden in de vorm van nieuw wateroppervlak.

Het plangebied wordt aan de zuid- en westzijde begrensd door de Amstel en aan de noordzijde door de Ringvaart. Beiden hebben een oppervlaktewaterpeil van NAP -0,4 m. Het plangebied ligt Grondwaterin de Watergraafsmeerpolder. In de Watergraafsmeerpolder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -5,5 m. De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen het plangebied zoweltot tijdens uitvoering als in devan eindsituatie geenen verslechtering van de Het plangebied is in het verledeninechter opgehoogd boven het waterpeil de Amstel de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet voor naastgelegen gebieden. Een verslechtering in de eindsituatie kan bijvoorbeeld ontstaan Ringvaart. Doordat het Amstelstation een gedeeltelijke barrière vormt in de grondwaterstroming door grote nieuwe ondergrondse obstructies zoals ondergrondse parkeergarages, tunnels, ondoorlatende damwanden of ondoorlatende is de invloed van het polderpeil op de freatische grondwaterstanden in het plangebied beperkt. kadeconstructies die de grondwaterstroming blokkeren. Tevens dient het gebied na herinrichting te voldoen aan de gemeentelijke Wanneer het verharde oppervlak in stedelijk gebied met meer dan 1.000 m² toeneemt, moet er grondwaternorm. Voor kruipruimteloos bouwen geldt een ontwateringsdiepte van 0,5 m t.o.v.

maaiveld voor de maatgevend hoge oppervlaktewater worden aangelegd in hetzelfde watersysteem. Ineen hetontwateringsdiepte plangebied dientvan 10% grondwaterstand. Voor bouwen met kruipruimtes en voor aanplant van (1ste orde) bomen is 0,9van m t.o.v. maaiveld dedeverhardingstoename te worden mag in deveroorzaken, vorm van wateroppervlak. Te dempen wenselijk. Omdat planontwikkeling geen gecompenseerd negatieve grondwatereffecten dient er een grondwatertoets te worden uitgevoerd. Hierin wordt onder andere getoetst of de ontwatering bij de maatgevend hoogste voldoende is en wat de wateroppervlak moet bovendien volledig gecompenseerd worden ingrondwaterstand de vorm van nieuw cumulatieve effecten van de gebiedsontwikkelingen, de ondergrondse obstructies en eventuele vervangingen van kadeconstructies zijn op de wateroppervlak. grondwaterstand en –stroming.

Grondwater De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied zowel tijdens uitvoering als Hemelwaterafvoer in de eindsituatie geen verslechtering van de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet voor naastgelegen gebieden. Eenen verslechtering in de eindsituatie bijvoorbeeld ontstaan door Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof het GRP 2016-2021[6]wordt voor hetkan plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling grote nieuwe ondergrondse obstructies zoals ondergrondse parkeergarages, tunnels, het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te ondoorlatende damwanden of ondoorlatende kadeconstructies die de grondwaterstroming blokkeren. Tevens dient het gebied na herinrichting te voldoen aan de gemeentelijke grondwaternorm. Voor kruipruimteloos bouwen geldt een ontwateringsdiepte van 0,5 m t.o.v. maaiveld voor de maatgevend hoge grondwaterstand. Voor bouwen met kruipruimtes en voor aanplant van (1ste orde) bomen is een ontwateringsdiepte van 0,9 m t.o.v. maaiveld wenselijk. Omdat de planontwikkeling geen negatieve grondwatereffecten mag veroorzaken, dient er een grondwatertoets te worden uitgevoerd.

Hierin wordt onder andere getoetst of de ontwatering bij de maatgevend hoogste grondwaterstand voldoende is en wat de cumulatieve effecten van de gebiedsontwikkelingen, de ondergrondse obstructies en eventuele vervangingen van kadeconstructies zijn op de grondwaterstand en –stroming. Hemelwaterafvoer Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof en het GRP 2016-2021[6]wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te

veroorzaken. Hierbij dient conform het GRP 2016-2021 circa 20 mm in 1 uur verwerkt te worden door de riolering en de andere 40 mm in de Pagina 6 van 75 openbare en particuliere ruimte. Waar mogelijk wordt het hemelwater vertraagd afgevoerd en/of (her)gebruikt. Vertraagde afvoer ontlast afvoerbuizen en het oppervlaktewatersysteem tijdens piekbuien. veroorzaken. Hierbij dient conform het GRP 2016-2021 circa 20 mm in 1 uur verwerkt te worden

door de riolering en de andere 40 mm in de openbare en particuliere ruimte.

Extra aandacht dient dit gebiedwordt uit te gaan naar het rainproof knelpunt onder het en/of spoorviaduct over de Treublaan[9]. Waarinmogelijk het hemelwater vertraagd afgevoerd (her)gebruikt. VertraagdeGetracht afvoer moet worden om tijdens extreme neerslag zo weinig mogelijk hemelwater vanuit het plangebied richting de Treublaan af te laten stromen.

ontlast afvoerbuizen en het oppervlaktewatersysteem tijdens piekbuien. aandacht in dit uitoftehet gaan naar hetinrainproof knelpunt onder hetper spoorviaduct Op basis van de Extra huidige plankaartdient valt nog nietgebied te toetsen plangebied de toekomst een bui van 60 mm uur goed kan verwerken, dit over devan Treublaan[9]. Getracht moetDe worden omzoals tijdens extreme neerslagoplossingenkaart zo weinig mogelijk zal in een later stadium het ontwerp worden getoetst. ambities verwerkt in de rainproof zijn het maaiveld waar mogelijk te latenhemelwater aflopen richting de Amstel en de Van der Kunbuurt meer richting Treublaan te laten afstromen. vanuit het plangebied richting deniet Treublaan af te de laten stromen. Op basis van de huidige plankaart valt nog niet te toetsen of het plangebied in de toekomst een Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en de waterbodem tegen te gaan, dienen de richtlijnen en bui van 60 mm per uur goed kan verwerken, dit zal in een later stadium van het ontwerp worden wetten (Waterwet, KRW, Wm) te worden gevolgd, waarin onder andere het gebruik van uitlogende materialen (PAK, lood, zink en koper) getoetst. De ambities zoals verwerkt in de rainproof oplossingenkaart zijn het maaiveld waar voorkomen dient te worden.

mogelijk te laten aflopen richting de Amstel en de Van der Kunbuurt niet meer richting de Treublaan te laten afstromen.

Concluderend

Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en de

In het voorbereidingsproces vantegen het SPte is gaan, oveleg dienen geweestde met Waternet. Daarbij is het(Waterwet, uitgangspuntKRW, vastgelegd de bouwopgave goed moet waterbodem richtlijnen en wetten Wm) dat te worden zijn te combineren met de doelstellingen ten aanzien van waterafvoer en klimaat. De visie is dat het gebied bestendig moet zijn tegen de gevolgd, waarin onder andere het gebruik van uitlogende materialen (PAK, lood, zink en koper) klimaatverandering, zowel qua verminderen van de hittestress, het afvoeren van zwaardere piekregenbuien, het faciliteren van de voorkomen dient te worden. grondwaterstromen, het tijdelijk vasthouden van hemelwater en het respecteren van de aanwezige waterkeringen. Vervolgens zijn er op grond daarvan op diverse plekken in het SP maatregelen en inrichtingskeuzes vastgelegd om dit in te vullen. De belangrijkste daarvan zijn de volgende: Allereerst is in het gebied de hoeveelheid groenoppervlak vergroot met minimaal 15000 m2 groen, ten koste van het oppervlak Concluderend verharding. Dit door in voorbereidingsproces veel straatprofielen verharding wegSP te is halen. Dit isgeweest zowel gunstig voor de waterberging voor het tegengaan van In het van het oveleg met Waternet. Daarbij isals het hittestress. Daarnaast is met de plek en grootte van de boombeplanting rekening gehouden met het vrij te houden profiel van de waterkering.

uitgangspunt vastgelegd dat de bouwopgave goed moet zijn te combineren met de doelstellingen De uitwerking van de openbare ruimte zal erop worden gericht om hemelwater zoveel mogelijk tijdelijk te bergen en / of rechtstreeks naar de ten aanzien van waterafvoer en klimaat. De visie is dat het gebied bestendig moet zijn tegen de Amstel te leiden. De sloop-herbouw van de Van der Kunbuurt biedt kansen om ook in die buurt de grondwaterproblemen en afvoer van klimaatverandering, zowel verminderen van de hittestress, hetde afvoeren van zwaardere hemelwater beter te regelen. Dit zal samen metqua Waternet worden uitgewerkt. Er zal ook over huidige problemen van de piekafvoer van piekregenbuien, het faciliteren van de grondwaterstromen, het tijdelijk vasthouden van hemelwater bij het spoorviaduct van de Treublaan worden overlegd met Waternet, zodat bij de uitwerking van het ontwerp voor de openbare ruimte een oplossing hiervoor en kanhet worden meegenomen. Totaanwezige slot zal er bijwaterkeringen. de verdere uitwerking van het ontwerp van de diverse ondergrondse hemelwater respecteren van de Vervolgens zijn er op grond constructies in overleg met gekeken mitigerende maatregelen noodzakelijkvastgelegd zijn om de grondwaterstromen niet daarvan opWaternet diverseworden plekken in het of SPermaatregelen en inrichtingskeuzes om dit in te ongunstig te beïnvloeden.

Met de eerder genoemde uitwerkingen tezamen zal een verdere uitwerking van deze waterparagraaf tot stand vullen. De belangrijkste daarvan zijn de volgende: Allereerst is in het gebied de hoeveelheid komen.

groenoppervlak vergroot met minimaal 15000 m2 groen, ten koste van het oppervlak verharding. Dit door in veel straatprofielen verharding weg te halen. Dit is zowel gunstig voor de waterberging als voor het tegengaan van hittestress. Daarnaast is met de plek en grootte van de boombeplanting rekening gehouden met het vrij te houden profiel van de waterkering. De uitwerking van de openbare ruimte zal erop worden gericht om hemelwater zoveel mogelijk tijdelijk te bergen en / of rechtstreeks naar de Amstel te leiden. De sloop-herbouw van de Van der Kunbuurt biedt kansen om ook in die buurt de grondwaterproblemen en afvoer van hemelwater beter te regelen. Dit zal samen met Waternet worden uitgewerkt. Er zal ook over de huidige problemen van de piekafvoer van hemelwater bij het spoorviaduct van de Treublaan worden overlegd met Waternet, zodat bij de uitwerking van het ontwerp voor de openbare ruimte een oplossing hiervoor kan worden meegenomen. Tot slot zal er bij de verdere uitwerking van het ontwerp van de diverse ondergrondse constructies in overleg met Waternet worden gekeken of er mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn om de grondwaterstromen niet ongunstig te beïnvloeden. Met de eerder genoemde uitwerkingen tezamen zal een verdere uitwerking van deze waterparagraaf tot stand komen.

Voorwoord

Pagina 7 van 75

De voorliggende rapportage vormt de waterparagraaf bij het stedenbouwkundig plan Amsteloever-Amstelstation. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. De meerwaarde van de waterparagraaf is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder het systeem van oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en waterkeringen, de waterkwaliteit en de riolering, waarbij de nadruk in deze waterparagraaf op grondwater ligt. De waterparagraaf geeft over het algemeen inzicht in de wijze waarop het geldende waterbeleid is vertaald naar de plankaart en het Stedenbouwkundig Plan.

Voorwoord

De voorliggende rapportage vormt de waterparagraaf bij het stedenbouwkundig plan Amsteloever-Amstelstation. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. De meerwaarde van de waterparagraaf is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder het systeem van oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en waterkeringen, de waterkwaliteit en de riolering, waarbij de nadruk in deze waterparagraaf op grondwater ligt. De waterparagraaf geeft over het algemeen inzicht in de wijze waarop het geldende waterbeleid is vertaald naar de plankaart en het Stedenbouwkundig Plan.

1 Inleiding

Pagina 8 van 75

1.1 Huidige situatie

1 Inleiding

Project Amstelstation-Amsteloever ligt tussen de Ringdijk langs de Amstel en de Spaklerweg en ligt ten westen van het Amstelstation. Het gebied ligt in de Watergraafsmeerpolder, maar is opgehoogd tot boven het Amstelpeil. De 17e -eeuwse ringdijk is nog duidelijk aanwezig in de ruimtelijke structuur.

1.1 Huidige situatie

In de 19e eeuw werd hier de spoorlijn Amsterdam-Utrecht aangelegd, welke nog altijd een scheiding vormt tussen de Amstel en het achterliggende lagere poldergebied. De Amsteloever was van oudsher een werkgebied. Nu is het een gemengd woon- werkgebied.

Project Amstelstation-Amsteloever ligt tussen de Ringdijk langs de Amstel en de Spaklerweg en ligt ten westen van het Amstelstation. Het gebied ligt in de Watergraafsmeerpolder, maar is 1.2 Planontwikkeling opgehoogd tot boven het Amstelpeil. De 17e -eeuwse ringdijk is nog duidelijk aanwezig in de ruimtelijke structuur. De Gemeente Amsterdam werkt aan de transformatie van het gebied Amsteloever-Amstelstation. In het gebied zijn kansen voor het realiseren e eeuw werd hier de spoorlijn Amsterdam-Utrecht aangelegd, welke nog altijd stations een entree. Tevens is het In deen19kantoren, van meer woningen het verbeteren van de openbare ruimte en het toevoegen van een uitnodigende vormt tussen de Amstel en het achterliggende lagere poldergebied. De Amsteloever plangebied één scheiding van de verdichtingslocaties in de nota Koers 2025. Onderhavige waterparagraaf heeft betrekking op de ontwikkeling van het projectgebied Amsteloever-Amstelstation. De plannen voor Vaneen der gemengd Kunbuurt zijn inmiddels concreter: de meerderheid van de bewoners was van oudsher een werkgebied. Nu isdehet woonwerkgebied. heeft ingestemd met sloop en nieuwbouw van de buurt, de plannen ervoor worden nu nader uitgewerkt. [Figuur 1-1: Amsteloever plankaart – concept SP]

1.2 Planontwikkeling

De Gemeente Amsterdam werkt aan de transformatie van het gebied Amsteloever-Amstelstation. In het gebied zijn kansen voor het realiseren van meer woningen en kantoren, het verbeteren van de openbare ruimte en het toevoegen van een uitnodigende stations entree. Tevens is het plangebied één van de verdichtingslocaties in de nota Koers 2025. Onderhavige waterparagraaf heeft betrekking op de ontwikkeling van het projectgebied Amsteloever-Amstelstation. De plannen voor de Van der Kunbuurt zijn inmiddels concreter: de meerderheid van de bewoners heeft ingestemd met sloop en nieuwbouw van de buurt, de plannen ervoor worden nu nader uitgewerkt.

Figuur 1-1: Amsteloever plankaart – concept SP

2 Wetgeving en waterbeleid

Pagina 9 van 75

In dit hoofdstuk wordt aangeven welke wet- en regelgeving en welk beleid van toepassing is op de voorgenomen werkzaamheden.

2 Wetgeving en waterbeleid

2.1 Wet- en regelgeving

Besluit op de ruimtelijke ordening

In dit aangeven welke weten regelgeving en welk van op toepassing is op de een Artikel 3.1.6, eerste lid,hoofdstuk onder b, vanwordt het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht bij debeleid toelichting het bestemmingsplan beschrijving op voorgenomen te nemen over dewerkzaamheden. wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn2.1 waterWet(KRW) isen eenregelgeving Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, Besluit op de ruimtelijke ordening overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als een goede chemische Artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht bij de toestand. Op dit moment is de kwaliteit in veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit mag in ieder geval nergens achteruit gaan (stand-still).

toelichting het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen over deminder wijze waarop rekening Dat betekent bijvoorbeeld datop bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar kwetsbare waterlichamen. En dat is gehouden metwaar de gevolgen van het plan voor de andere waterhuishouding. schadelijke milieuvreemde stoffen mogelijk vervangen worden door stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’.

Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit De Waterwet stelt integraal waterbeheeren op grondwater. basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal.om Dezeverontreiniging benadering gaat van uit van het geheel van van het oppervlakteDe KRW maakt het mogelijk relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakteoppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De en grondwater, maar ook aan dedoelstelling samenhang tussen grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de van dewater, Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als eenisgoede toestand. Opuit ditde afzonderlijke vergunningstelsels en administratieve lasten.

Een belangrijk gevolg van de Waterwet dat de chemische huidige vergunningstelsels moment is gebundeld. de kwaliteit veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit ieder geval nergens waterbeheerwetten worden Ditinresulteert in één vergunning, de Watervergunning, diemag met in een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden achteruit gaanaangevraagd. (stand-still). Dat betekent bijvoorbeeld dat bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar minder kwetsbare waterlichamen. En dat schadelijke milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’. Waterwet

Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd.

Keur

Pagina 10 van 75

Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). De taak van het waterschap is om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem. Volgens de Waterwet gaat het daarbij om drie hoofddoelstellingen: 1. 2. 3.

Keur

Voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; Het bevindt zich in hetenbeheersgebied van het Amstel, Gooi en Vecht Beschermen en plangebied verbeteren van de waterkwaliteit ecologische kwaliteit van waterschap watersystemen; (AGV). De taak van het waterschap is om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem. Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

Volgens de Waterwet gaat het daarbij om drie hoofddoelstellingen:

Om deze doelen te kunnen realiseren beschikken de waterschappen over een en eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. Op 1 november 1. Voorkomen van overstroming, wateroverlast waterschaarste; 2019 is de meest recente Keur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) inclusief Beleidsregels keurvergunningen en het 2. Beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van Keurbesluit vrijstellingen in werking getreden.

watersystemen; 3. enVervulling van de maatschappelijke functies door watersystemen. De Keur kent ‘verboden’ ‘geboden’ voor manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en oppervlaktewateren,

waar door het waterschap onder bepaalde voorwaarden ontheffing op kan worden verleend. De Keur is een belangrijk instrument voor het waterschap om Om activiteiten in en rond het watersysteem in goede banen te en te zorgen over dat zeeen geen gevaar op kunnen leveren voor het deze doelen te kunnen realiseren beschikken deleiden waterschappen eigen verordening, watersysteem. die van oudsher de Keur heet. Op 1 november 2019 is de meest recente Keur van het

Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) inclusief Beleidsregels keurvergunningen en

De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. Hierin wordt weergegeven aan welke eisen de het Keurbesluit vrijstellingen in werking getreden. wateren, waterkeringen en kunstwerken moeten voldoen.

De Keur kent ‘verboden’ en ‘geboden’ voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van

2.2 Beleid waterkeringen, oevers en oppervlaktewateren, waar door het waterschap onder bepaalde

voorwaarden ontheffing op kan worden verleend. De Keur is een belangrijk instrument voor het waterschap om activiteiten in en rond het watersysteem in goede banen te leiden en te zorgen dat Het Nationaal Waterplan de opvolger van de leveren Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande Nota’s Waterhuishouding. ze geenisgevaar op kunnen voor het watersysteem. Nationaal Waterplan

Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. Hierin Als bijlage bij het ontwerp Nationaal Waterplan zijn beleidsnota’s toegevoegd over waterveiligheid. Deze beleidsnota’s vormen een nadere wordt weergegeven aan welke eisen de wateren, waterkeringen en kunstwerken voldoen. uitwerking en onderbouwing van de keuzes die in de hoofdtekst staan van het Nationaal Waterplan en dienenmoeten in samenhang ermee te worden gelezen. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van behoud van het bestaand groen 2.2 en water. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een toename van verharding mogelijk zou maken.

Beleid Het oorspronkelijke waterplan is in december 2014 tussentijds gewijzigd voor de implementatie van het rijksbeleid en de daarvoor benodigde Nationaal Waterplan Rijksacties die volgen uit het voorstel voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in het Deltaprogramma 2015.

Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en

alle voorgaande Nota's Het Nationaal Waterplan is opgesteld op Anders omgaanvervangt met water. Waterbeleid in de 21steWaterhuishouding. eeuw basis van dedeWaterwet. Het Nationaal hoofdlijnen het nationale Dit kabinetsstandpunt geeft overkoepelende visie van hetWaterplan Rijk weer opbeschrijft de aanpakde van veiligheid envan wateroverlast. In dit beleidsstuk wordt waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de landinrichting, de de watertoets geïntroduceerd om te voorkomen dat de bestaande ruimte voor water geleidelijk afneemt, door bijvoorbeeld aanleg van infrastructuur of woningbouw. ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Als bijlage bij het ontwerp Nationaal Waterplan zijn beleidsnota's toegevoegd over waterveiligheid. Deze beleidsnota's vormen een nadere uitwerking en onderbouwing van de keuzes die in de hoofdtekst staan van het Nationaal Waterplan en dienen in samenhang ermee te worden gelezen. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van behoud van het bestaand groen en water. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een toename van verharding mogelijk zou maken.

Het oorspronkelijke waterplan is in december 2014 tussentijds gewijzigd voor de implementatie van het rijksbeleid en de daarvoor benodigde Rijksacties die volgen uit het voorstel voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in het Deltaprogramma 2015.

Anders omgaan met water. Waterbeleid in de 21ste eeuw Dit kabinetsstandpunt geeft de overkoepelende visie van het Rijk weer op de aanpak van veiligheid en wateroverlast. In dit beleidsstuk wordt de watertoets geïntroduceerd om te voorkomen dat de bestaande ruimte voor water geleidelijk afneemt, door bijvoorbeeld landinrichting, de aanleg van infrastructuur of woningbouw.

Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie

Pagina 11 van 75

In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor 7 ambities waarvan

Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie

‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest In hetvoor Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken Nederland in 2050 waterrobuust en te hebben uitgevoerd de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogtedat en heel overstroming.

klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor 7 ambities waarvan ‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen dienden Strategie klimaatadaptatie Amsterdam alle overheden uiterlijk in 2019 Amsterdam een stresstest te met hebben uitgevoerd voor Amstel, de vierGooi klimaatthema’s: Met de strategie klimaatadaptatie zet de gemeente samen de drie waterschappen en Vecht, Hollands envoor overstroming. Noorderkwartierwateroverlast, en Rijnland, eenhitte, stip opdroogte de horizon een klimaatbestendige stad. Het doel is om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat.

Strategie klimaatadaptatie Amsterdam

Hierbij wordt een iteratieve aanpak gehanteerd, zodat nieuwe informatie over het veranderende klimaat kan worden verwerkt en daarop kan Met de strategie klimaatadaptatie zet de gemeente Amsterdam samen met de drie worden gereageerd. In deze strategie worden nog geen nieuwe plannen vastgesteld, maar vormt wel een eerste stap hiertoe.

waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Hollands Noorderkwartier en Rijnland, een stip op de horizon vooriseen stad.met Het om in 2050 zogaat goed mogelijk voorbereid De strategie klimaatadaptatie een klimaatbestendige opmaat voor een gesprek dedoel stad.is Klimaatadaptatie namelijk de hele stad aan. te Het doel is om in zijn opuitvoeringsagenda het veranderende 2020 gezamenlijk een voorklimaat. de komende jaren op te stellen met concrete plannen om Amsterdam klimaatbestendig te maken. De uitvoering van deze onderdelen gaataanpak door, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak. Hierbij wordt een iteratieve gehanteerd, zodat nieuwe informatie over het veranderende klimaat kan worden verwerkt en daarop kan worden gereageerd. In deze strategie worden nog Watervisie Amsterdam 2040 plannen vastgesteld, maar vormt wel een eerste stap hiertoe. geen nieuwe Deze WatervisieDe Amsterdam 2040 geeft een ruimtelijk economisch op het gebruik vanstad. waterKlimaatadaptatie en oevers in Amsterdam strategie klimaatadaptatie is een opmaatperspectief voor een gesprek met de gaatop de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de doel korteis termijn centrale ambitie van deze Watervisie Amsterdam namelijk de hele stad aan. Het om in(2018).

2020 De gezamenlijk een uitvoeringsagenda voor de 2040 is als volgt: Amsterdam gebruikt haar water oevers beter en duurzamer optimaliseert de ordening van het gebruik van het water en oevers. Onder komende jarenenop te stellen met concreteenplannen om Amsterdam klimaatbestendig te maken. andere is het doel het water en oevers beter toegankelijk te maken en dynamisch en duurzaam gebruik van water te stimuleren. De uitvoering van deze onderdelen gaat door, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)

Watervisie Amsterdam 2040 Deze Watervisie Amsterdam 2040 geeft een ruimtelijk economisch perspectief op het gebruik van water oevers in Amsterdam lange termijn (2040)enmet een aantalvan speerpunten voor de (IPO), de Vereniging vanen Nederlandse Gemeenten enop dede Unie van Waterschappen de vereniging waterbedrijven Nederland het (2018). Devan centrale ambitie van deze Watervisie Amsterdam 2040 isgemeenten als volgt: en waterschappen Bestuursakkoordkorte water.termijn Met de actualisatie het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, nogmaals het belang van samenwerking om het wateren duurzaam, klimaatbestendig en doelmatiger te beheren. In het akkoord Amsterdam gebruikt haar water oevers beter en duurzamer en optimaliseert de ordening van staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden het gebruik van het water en oevers. Onder andere is het doel het water en oevers beter omgegaan. Ooktoegankelijk is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot te maken en dynamisch en duurzaam gebruik van water te stimuleren. In mei 2011 sloten het Rijk, de provincies, het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg

2020 het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) extreem droge periodes.

In mei 2011 sloten het Rijk, de provincies, het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van2016-2021 Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen en de Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam vereniging van waterbedrijven Nederland het Bestuursakkoord water. Met de actualisatie van het Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021 bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende NBW onderstrepen de betrokken partijen, provincies, waterschappen jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voorrijk, de inzameling engemeenten transport vanen stedelijk afvalwater, de inzameling en het belangen van om het water duurzaam, klimaatbestendig endeze drie zorgplichten door verwerking van nogmaals afvloeiend hemelwater hetsamenwerking nemen van grondwatermaatregelen. In dit beleidsrapport staat hoe de gemeente Amsterdam worden ingevuld. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de doelmatiger te beheren. stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2020 het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering.

Het gaat hierbij om de verwachte zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes.

Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021 bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen. In dit beleidsrapport staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld.

Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en in Pagina 12 van 75 hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zoals het veranderende klimaat.

Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente

Inzamelen en transporteren vanhaar stedelijk afvalwater uitvoert en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de Amsterdam watertaken

toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals diegrondwater in de Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, of ander Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen opis afvalwater. Dit afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente verantwoordelijknieuwe voor hetontwikkelingen, inzamelen en transporteren afvalwater. Bijklimaat. de zorg voor stedelijk afvalwater wordt gekeken naar het systeem als zoals het van veranderende geheel, eventueel over de stadsgrenzen heen. Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, De gemeente is afvloeiend verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling verwerking van hemelwater. Daarbij gaat hemelwater, grondwater of anderenafvalwater. Dit afvloeiend afvalwater wordt ingezameld enhet niet alleen om het buizenstelsel in de grond, maar in toenemende mate ook om de openbare ruimte waarin hemelwater wordt opgevangen en zodoende getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente is verantwoordelijk wateroverlast wordt beperkt.

De gemeente stemt af met waterschappen, is aanspreekpunt voor de burger en behandelt hemelwatermeldingen. voor het inzamelen en transporteren van afvalwater. Bij de zorg voor stedelijk afvalwater wordt gekeken naar het geheel, eventueel over de Rioleringsplan stadsgrenzenAmsterdam heen. de ambitie geuit dat de stad een bui Naast de officiële zorgplicht heeft desysteem Gemeenteals Amsterdam in het Gemeentelijk Inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater

van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Deze ambitie komt voort uit programma Amsterdam Rainproof, met als uitgangspunt dat gerichte, kleinschalige, en rendabele maatregelen de stad klimaatbestendiger en tegelijk Inzamelen en verwerken van afvloeiendfijnmazige hemelwater aantrekkelijker en leefbaarder maken. De gemeente is verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend

hemelwater. Daarbij gaat het niet alleen om het buizenstelsel in de grond, maar in toenemende mate ook om de openbare ruimte waarin hemelwater wordt opgevangen en zodoende In de stad komen situaties voor waarbij het gewenste gebruik en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen, en grondwater voor overlast wateroverlast wordt beperkt. De gemeente stemt af met waterschappen, is aanspreekpunt voor zorgt. Zo kan een te hoog grondwaterpeil leiden tot problemen, bijvoorbeeld in de vorm van water in kelders en andere vochtproblemen. de burger en behandelt hemelwatermeldingen. Daarentegen kunnen er ook problemen ontstaan als gevolg van een te lage grondwaterstand: dit kan leiden tot verrotting van houten Grondwaterzorgplicht

funderingen, met het risico op verzakking of instorting van gebouwen. Het is de zorgplicht van de gemeente om, voor zover doelmatig, Naast degebied officiële zorgplicht heeft denadelige Gemeente Amsterdam in het Gemeentelijk maatregelen in openbaar te treffen om structurele gevolgen van de grondwaterstand voor deRioleringsplan aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk tede voorkomen of te beperken. Daarnaast de gemeente aanspreekpunt voor de burger en behandelt Amsterdam ambitie geuit dat de stad een buiis van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade de gemeente grondwatermeldingen. aan huizen en vitale infrastructuur. Deze ambitie komt voort uit programma Amsterdam

Rainproof, met als uitgangspunt dat gerichte, kleinschalige, fijnmazige en rendabele maatregelen de stad klimaatbestendiger en tegelijk aantrekkelijker en leefbaarder maken.

Waterbeheerplan AGV 2016-2021

Het AGV zorgt voor schoon water op het juiste peil en voor droge voeten in het beheergebied. In dit Waterbeheerplan staat welke doelen AGV de komende zesGrondwaterzorgplicht jaren nastreeft en op welke manier het waterschap die doelen wil bereiken. Het Waterbeheerplan (WBP) is een regionale doorvertaling van het provinciale waterbeleid. De drie provincies waar AGV binnen valt (Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland) toetsen het In de stad komen situaties voor waarbij het gewenste gebruik en de aanwezigheid van grondwater WBP en verlenen goedkeuring. De essentie van dit nieuwe WBP is dat AGV de planperiode gaat gebruiken om door te gaan met het garanderen elkaar hinderen, veiligheid en grondwater voor overlast Zo kan een tewater hoogengrondwaterpeil van voldoende waterstaatkundige voor mensen, dieren enzorgt. goederen, voldoende schoon water. leiden tot

problemen, bijvoorbeeld in de vorm van water in kelders en andere vochtproblemen. Daarentegen kunnen er ook problemen ontstaan als gevolg van een te lage grondwaterstand: dit kan leiden tot Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen verrotting van houten funderingen, met het risico op verzakking of instorting van gebouwen. Het Om het dynamisch gebruik van het water in Amsterdam zo in te richten dat ook in de toekomst een veilig en vlot gebruik van het water als deverkeersweg zorgplicht mogelijk van de gemeente openbare ruimteisen is, is in 2004om, voor zover doelmatig, maatregelen in openbaar gebied te treffen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Daarnaast is de gemeente aanspreekpunt voor de burger en behandelt de gemeente grondwatermeldingen.

Waterbeheerplan AGV 2016-2021 Het AGV zorgt voor schoon water op het juiste peil en voor droge voeten in het beheergebied. In dit Waterbeheerplan staat welke doelen AGV de komende zes jaren nastreeft en op welke manier het waterschap die doelen wil bereiken. Het Waterbeheerplan (WBP) is een regionale doorvertaling van het provinciale waterbeleid. De drie provincies waar AGV binnen valt (Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland) toetsen het WBP en verlenen goedkeuring. De essentie van dit nieuwe WBP is dat AGV de planperiode gaat gebruiken om door te gaan met het garanderen van voldoende waterstaatkundige veiligheid voor mensen, dieren en goederen, voldoende water en schoon water. Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen Om het dynamisch gebruik van het water in Amsterdam zo in te richten dat ook in de toekomst een veilig en vlot gebruik van het water als openbare ruimte en verkeersweg mogelijk is, is in 2004

de beleidsnotitie “Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam” door het College vastgesteld. In 2008 is verder Pagina 13 van 75 invulling gegeven aan de doelstellingen door in het Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen de doorvaartprofielen te koppelen aan vaarwegen. In dit uitwerkingsbesluit wordt aangegeven welke soorten schepen (lengte, breedte, diepgang) van welke vaarweg gebruik mogen maken. Dienst Binnenwaterbeheer is namens B&W verantwoordelijk voor het nautisch vaarwegbeheer op het binnenwater.

de beleidsnotitie “Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam” door het College vastgesteld. In 2008 is verder invulling gegeven aan de doelstellingen door in het Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen de doorvaartprofielen te koppelen aan vaarwegen. In dit uitwerkingsbesluit wordt aangegeven welke soorten schepen (lengte, breedte, diepgang) van welke vaarweg gebruik mogen maken. Dienst Binnenwaterbeheer is namens B&W verantwoordelijk voor het nautisch vaarwegbeheer op het binnenwater.

3 Waterparagraaf

Pagina 14 van 75

3.1 Waterkering

3 Waterparagraaf

3.1.1 Dijkringgebieden

Het plangebied ligt binnen Dijkring 14. Voor deze dijkring is in de Waterwet een overstromingsrisico van 1/10.000 jaar bepaald. Dat is de kans op overschrijding van de waterstand die veilig gekeerd moet kunnen worden. Deze kans is niet gelijk aan de overstromingskans van het gehele 3.1plangebied Waterkering dijkringgebied. Het kent geen onaanvaardbare of onevenredige overstromingsrisico’s. 3.1.2 Waterbouwkundige constructies

Dijkringgebieden Langs de oevers3.1.1 van de Amstel en de Ringvaart ligt een half verholen secundaire waterkering (A118_001), die de Watergraafsmeerpolder beschermt tegen overstroming vanuit de Amstellandse boezem. Het profiel van de waterkering is vastgelegd in de legger van AGV [3]. De waterkering heeft deplangebied volgende specificaties: Het ligt binnen Dijkring 14. Voor deze dijkring is in de Waterwet een • • • •

overstromingsrisico van 1/10.000 jaar bepaald. Dat is de kans op overschrijding van de waterstand

Dijktafelhoogte (minimaal vereiste kruinhoogte): NAP +0,1 m; veilig gekeerd moet kunnen worden. Deze kans is niet gelijk aan de overstromingskans van het Kruinbreedte:die 3 m; gehele dijkringgebied. Binnen beschermingszone: 41,44 m; Het plangebied kent geen onaanvaardbare of onevenredige Profiel van vrije ruimte: 0,6 m boven het minimale profiel. overstromingsrisico's.

Het betreft een waterkering van IPO klasse V met een overschrijdingsfrequentie van 1/1000 jaar, in beheer bij Waternet/AGV.

3.1.2 Waterbouwkundige constructies Langs de oevers van de Amstel en de Ringvaart ligt een half verholen secundaire waterkering (A118_001), die de Watergraafsmeerpolder beschermt tegen overstroming vanuit de Amstellandse boezem. Het profiel van de waterkering is vastgelegd in de legger van AGV [3]. De waterkering heeft de volgende specificaties: - Dijktafelhoogte (minimaal vereiste kruinhoogte): NAP +0,1 m; - Kruinbreedte: 3 m; - Binnen beschermingszone: 41,44 m; - Profiel van vrije ruimte: 0,6 m boven het minimale profiel. Het betreft een waterkering van IPO klasse V met een overschrijdingsfrequentie van 1/1000 jaar, in beheer bij Waternet/AGV.

[Figuur 3-1: Tracé secundaire waterkering, met kernzone (rood) en beschermingszone (blauw)]

Pagina 15 van 75

In de Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht [4]zijn verschillende geboden en verboden opgenomen met betrekking tot het werken nabij een waterkering. Voor half verholen keringen geldt dat het plaatsen van werken of uitbreiden of verbouwen van bestaande werken in en nabij waterkeringen alleen in specifieke gevallen wordt vergund wanneer er geen aanvaardbaar alternatief bestaat buiten de kernzone en beschermde gronden. Van belang is dat de goede staat en werking van de waterkering niet in het geding komt als gevolg van plaatsen van werken of uitbreiden of verbouwen van bestaande werken. Voor de meeste werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszones van de waterkering moet een watervergunning worden aangevraagd. Voor aanleg van funderingen en kabels en leidingen gelden beperkingen en verboden. Ook de ondergrondse constructies (zoals kelders) moeten worden beschouwd in relatie tot de waterkering. Ook voor ondergrondse constructies in de kern- of beschermingszone van de waterkering gelden voorwaarden en restricties. Voor veel werkzaamheden binnen de beschermingszones van de waterkering moet een watervergunning worden aangevraagd. Hierbij is met name van belang dat de goede staat en werking van de waterkering niet in het geding komt als gevolg van de werkzaamheden. 3.1.3 Conclusie

Figuur 3-1: Tracé secundaire waterkering, met kernzone (rood) en beschermingszone (blauw)

In de Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht [4]zijn verschillende geboden en verboden opgenomen met betrekking tot het werken nabij een waterkering. Voor half verholen keringen geldt dat het plaatsen van werken of uitbreiden of verbouwen van bestaande werken in en nabij waterkeringen alleen in specifieke gevallen wordt vergund wanneer er geen aanvaardbaar alternatief bestaat buiten de kernzone en beschermde gronden. Van belang is dat de goede staat en werking van de waterkering niet in het geding komt als gevolg van plaatsen van werken of uitbreiden of verbouwen van bestaande werken. Voor de meeste werkzaamheden binnen de kern- en beschermingszones van de waterkering moet een watervergunning worden aangevraagd. Voor aanleg van funderingen en kabels en leidingen gelden beperkingen en verboden. Ook de ondergrondse constructies (zoals kelders) moeten worden beschouwd in relatie tot de waterkering. Ook voor ondergrondse constructies in de kern- of beschermingszone van de waterkering gelden voorwaarden en restricties.

Voor veel werkzaamheden binnen de beschermingszones van de waterkering moet een watervergunning worden aangevraagd. Hierbij is met name van belang dat de goede staat en werking van de waterkering niet in het geding komt als gevolg van de werkzaamheden.

3.1.3 Conclusie

In het SP wordt een groot deel van de waterkering ongemoeid gelaten, namelijk het gedeelte tussen Ringvaart en het toekomstige rivierenplein Pagina 16 van 75 (bij de Watertrap). Hier moet enkel bij het uitvoeren van werkzaamheden en het inpassen van bomen rekening worden gehouden met de waterkering. Bij de watertrapIn (Rivierenplein) dient uitwerking van de nader te worden getoetst het keurprofiel en worden afgestemd met het SP wordt eendegroot deel van deconstructie waterkering ongemoeid gelaten,aan namelijk het gedeelte het Waterschap tussen AGV. Ringvaart en het toekomstige rivierenplein (bij de Watertrap). Hier moet enkel bij het

uitvoeren van werkzaamheden en het inpassen van bomen rekening worden gehouden met de

Bij het fietspad langs woongebied De Omval moet de inpassing van (extra) bomen worden afgestemd met het waterschap, zodat de bomen voldoen aan de waterkering. regels voor de nabijheid van (half-verholen) waterkeringen.

Bij de watertrap (Rivierenplein) dient de uitwerking van de constructie nader te worden getoetst aan het keurprofiel en worden afgestemd met het Waterschap AGV. 3.2 Oppervlaktewater Bij het fietspad langs woongebied De Omval moet de inpassing van (extra) bomen worden afgestemd met het waterschap, zodat de bomen voldoen aan de regels voor de nabijheid van Het plangebied wordt aan de zuid- en westzijde begrensd door de Amstel en aan de noordzijde door de Ringvaart. Beiden hebben een (half-verholen) waterkeringen. oppervlaktewaterpeil van NAP -0,4m.

Het plangebied ligt in de Watergraafsmeerpolder. In de Watergraafsmeerpolder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -5,5 m.

3.2 Oppervlaktewater

Het plangebied is in het verleden echter opgehoogd tot boven het waterpeil van de Amstel en de Ringvaart. Doordat het Amstelstation een gedeeltelijke barrière vormt in de grondwaterstroming is de invloed van het polderpeil op de freatische grondwaterstanden in het plangebied Het plangebied wordt aan de zuid- en westzijde begrensd door de Amstel en aan de noordzijde beperkt.

door de Ringvaart. Beiden hebben een oppervlaktewaterpeil van NAP -0,4m.

Wanneer het verharde oppervlak inligt stedelijk met meer dan 1.000 m² moet er oppervlaktewater worden Het plangebied in de gebied Watergraafsmeerpolder. Intoeneemt, de Watergraafsmeerpolder wordt het aangelegd in hetzelfde watersysteem [4]. In het plangebied dient 10% van de verhardingstoename gecompenseerd te worden in de vorm van oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -5,5 m. wateroppervlak. Te dempen wateroppervlak moet bovendien volledig gecompenseerd worden in de vorm van nieuw wateroppervlak. De Het plangebied is in het verleden echter opgehoogd tot boven het waterpeil van de Amstel en de compensatie moet in beginsel worden gerealiseerd vóórdat de verharding plaatsvindt.

Ringvaart. Doordat het Amstelstation een gedeeltelijke barrière vormt in de grondwaterstroming is devan invloed het polderpeil degebied freatische grondwaterstanden in het plangebied beperkt. In het SP is de stand zaken van als volgt: Allereerst is op in het de hoeveelheid groenoppervlak vergroot met minimaal 15000 m2 groen, ten koste van het oppervlak verharding. Dit door in veel straatprofielen verharding weg te halen. Dit is zowel gunstig voor de waterberging als voor het tegengaan van hittestress. Wanneer het verharde oppervlak in stedelijk gebied met meer dan 1.000 m² toeneemt, moet er

oppervlaktewater worden aangelegd in hetzelfde watersysteem [4]. In het plangebied dient 10%

Zodra de planvorming verder is uitgewerkt zal een waterboekhouding voor het gebied worden opgesteld om de gevolgen te signaleren en van de verhardingstoename gecompenseerd te worden in de vorm van wateroppervlak. Te indien nodig tijdig bij te stellen.

dempen wateroppervlak moet bovendien volledig gecompenseerd worden in de vorm van nieuw wateroppervlak. De compensatie moet in beginsel worden gerealiseerd vóórdat de verharding 3.2.1 Waterkwaliteit (KRW) plaatsvindt.

Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en In het is de stand van zaken in het gebied groenoppervlak kustwateren. Onder de SP goede toestand vallen zowelals eenvolgt: goedeAllereerst ecologischeispotentieel (GEP) de als hoeveelheid een goede chemische toestand. Op dit moment metnog minimaal 15000Dem2 groen,mag teninkoste van het oppervlak verharding. Dit door veel bijvoorbeeld is de kwaliteit invergroot veel wateren ontoereikend. kwaliteit ieder geval nergens achteruit gaan (stand-still). Datin betekent dat bevorderd wordt dat lozingenverharding indien mogelijk worden minder kwetsbare waterlichamen. En als dat voor schadelijke straatprofielen wegverplaatst te halen. Dit is naar zowel gunstig voor de waterberging het milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze tegengaan van worden hittestress. gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’.

Zodra de planvorming verder is uitgewerkt zal een waterboekhouding voor het gebied worden opgesteld om de gevolgen te signaleren en indien nodig tijdig bij te stellen.

3.2.1 Waterkwaliteit (KRW) Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als een goede chemische toestand. Op dit moment is de kwaliteit in veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit mag in ieder geval nergens achteruit gaan (stand-still). Dat betekent bijvoorbeeld dat bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar minder kwetsbare waterlichamen. En dat schadelijke milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’.

In het SP is uitgangspunt om hemelwater direct af te voeren naar de Amstel (waar mogelijk tijdelijk te bergen). Dit gaat om relatief schoon Pagina 17 van 75 water. 3.2.2 Oevers

In het SP is uitgangspunt om hemelwater direct af te voeren naar de Amstel (waar mogelijk

Het is vanuit de watervisie Amsterdam 2040 [5]wenselijk om delen van de oever openbaar te maken en op die manier zicht op het water van de tijdelijk te bergen). Dit gaat om relatief schoon water. Amstel te creëren. Dit komt overeen met de plannen tot relocatie van (een deel) van de woonboten ten behoeve van een vrij zicht op de Amstel [1] Ook de aanleg van de Watertrap bij het Rivierenplein past in deze visie. Verder zijn geen werkzaamheden aan kades voorzien in het plan. 3.2.2 Oevers

Het is vanuit de watervisie Amsterdam 2040 [5]wenselijk om delen van de oever openbaar te maken en op die manier zicht op het water van de Amstel te creëren. Dit komt overeen met de plannen vereist tot relocatie van (een deel) van de woonboten ten behoeve een zicht opgeen de Amstel De grondwaterzorgplicht dat ontwikkelingen in het plangebied zowel tijdens uitvoeringvan als in devrij eindsituatie verslechtering van de grondwatersituatie [1] mogen veroorzaken, ook niet voor naastgelegen gebieden. Een verslechtering in de eindsituatie kan bijvoorbeeld ontstaan door grote nieuwe ondergrondse obstructies zoals ondergrondse parkeergarages, Ook de aanleg van de Watertrap bij het Rivierenplein pasttunnels, in dezeondoorlatende visie. Verder damwanden zijn geen of ondoorlatende kadeconstructieswerkzaamheden die de grondwaterstroming blokkeren. In ongunstige gevallen kunnen deze blokkades leiden tot grondwateroverlast aan kades voorzien in het plan.

3.3 Grondwater

(vernatting en plasvorming aan maaiveld, overlast voor bomen) of grondwateronderlast. De invloed op het grondwatersysteem van nieuwe ondergrondse ontwikkelingen (zoals parkeerkelders en damwanden) en wijzigingen in het oppervlaktewatersysteem dient daarom te worden onderbouwd met berekeningen (modelsimulaties). Daarnaast dienen ontwikkelaars ook rekening te houden met de grondwatersituatie in 3.3 Grondwater binnentuinen, waar vanwege kelderbouw risico kan ontstaan op ingesloten grondwater en grondwateroverlast.

De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied zowel tijdens uitvoering als

De gemeentelijke grondwaternorm is een specifiek criterium voor grondwater bij herstructurering (sloop / nieuwbouw), herinrichting van de denieuw eindsituatie geen verslechtering van de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet openbare ruimteinen in te richten gebieden [6]

voor naastgelegen gebieden. Een verslechtering in de eindsituatie kan bijvoorbeeld ontstaan door

• Voor kruipruimteloos bouwen een ontwateringsdiepte van zoals minimaal 0,5 m t.o.v. een grondwaterstandtunnels, die gedurende maximaal 5 grote nieuwe ondergrondse obstructies ondergrondse parkeergarages, aaneengesloten dagen met een herhalingstijd van 1x/2 jaar overschreden wordt. ondoorlatende damwanden of ondoorlatende kadeconstructies die de grondwaterstroming • Voor bouwen met kruipruimtes geldt een ontwateringsnorm van minimaal 0,9 m t.o.v. de maatgevend hoge grondwaterstand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10049382/1