CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 19 Grondzaken (31) 1 SP Amstelstation-Amsteloever

RAAD 21 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de financiële paragraaf en Stedenbouwkundig Plan Amstelstation-Amsteloever en het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet. Nr. VN2021-00143828.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

woonboten

fietsstraat privaat groen fietspad auto 30km/u (fietser op de rijbaan)

Van der Kunbuurt

fietsstraat

Weesperzijde Amstelstation

Leeuwenburg Rivierenplein

Omval Amstelplein

Amstelboulevard

Delta Lloyd Spaklerweg

30

De bestaande en nieuwe torens horen bij elkaar. Pas van dichtbij zie je dat het om vrijstaande en subtiel contrasterende volumes gaat.

Zicht in de huidige situatie vanaf de nieuwe Amstelbrug.

Verblijfskwaliteit Het wordt drukker rondom het Amstelstation. Voor huidige en toekomstige bewoners is het belangrijk om drukte en rust te doseren. De inrichting van het stationsplein en de stedelijke lijnen wordt afgestemd op mensen die dagelijks van het gebied gebruik maken: reizigers, kantoorpersoneel en bewoners. Daarnaast komen er rustige plekken. De exacte invulling hiervan gaat in overleg met de buurt. Rivierenplein Het Rivierenplein wordt een lommerrijk buurtplein aan het water waar bewoners van de Van der Kunbuurt, Leeuwenburg en de Omval elkaar ontmoeten. Door een zorgvuldige inpassing van de fietsstraat vormt deze route niet langer een barrière en loop je als vanzelf naar de Amstel. De vleugelnootbomen worden uitgedund en vervangen door lichtere en bloeiende bomen waardoor

De meeste torens krijgen net als de Amstel Tower een woonbestemming.

diversiteit, sociale veiligheid en verblijfskwaliteit verbeterd zullen worden. In de plint van de nieuwbouw is ruimte voor kleinschalige horeca met een lokaal karakter. Amstelplein De verkeerssituatie op het Amstelplein blijft min of meer gelijk. Samen met de eigenaren wordt onderzocht of de kern van het plein rondom het karakteristieke Blookergebouwtje kan worden vergroend. De huidige platanen staan in kleine boombakken bovenop de parkeergarage en hebben het einde van hun groeimogelijkheden bereikt. Dat biedt de kans om deze te vervangen door verhoogde groenvakken met bomen die langer kunnen doorgroeien. De ruimte daarvoor is er, mits bezoekers, kantoormedewerkers en bewoners hun fiets parkeren in de reeds beschikbare inpandige voorzieningen.

31

Amstelboulevard De Amstelboulevard blijft autovrij en de bestaande bomen worden gehandhaafd. De stenen vloer maakt grotendeels plaats voor groen. Dat is goed voor de verblijfskwaliteit, de waterhuishouding, verkoeling in de zomer en het akoestische klimaat in de buurt. Deze aanpak wordt in principe ook toegepast in de ruimte tussen Breitnertoren en Hoefsmidt. Vanuit bewoners is de wens uitgesproken deze straat (weer) toegankelijk te maken voor verhuiswagens, zoals oorspronkelijk beoogd. Ook kan mogelijk extra fietsparkeergelegenheid worden gerealiseerd.

Het zicht vanuit de woningen wordt zo min mogelijk verstoord. De eigenaar van ontwikkellocatie Delta Lloyd onderzoekt de mogelijkheid om de bankvilla op het einde van de Weesperzijde-Omval te verwerven en te slopen ten gunste van groen. In het plan wordt rekening gehouden met deze mogelijkheid, evenals met behoud van het gebouw.

De Omval De stedelijke lijn langs de Amstel is ter hoogte van de bestaande ronde woontorens smal. De huidige fiets- en voetpaden kunnen worden vormgegeven als een gedeelde ruimte met een parkachtige verharding. Door bovendien de verhoogde en hellende grasvlakken van het privéterrein en de openbare ruimte visueel in elkaar te laten overlopen, ontstaat er meer gevoel van ruimte. De aanplant van bomen completeert de Hoofdbomenstructuur. De bomen staan groepsgewijs buiten het profiel van de waterkering.

Zicht in de huidige situatie richting Amstelstation.

Kantoren worden steeds vaker ontmoetingsplekken.

De Spaklerweg is van oudsher een uitvalsroute en wordt een stadsstraat. Er komt een tweerichtingfietspad aan de kant van de bebouwing die in de nieuwe situatie een veel opener karakter krijgt. 32

Er zijn plannen voor functies onder de sporen bij de Omval.

Woonboten In het plan wordt rekening gehouden met het creëren van meer zicht op het water door de aankoop op vrijwillige basis van woonboten door de gemeente. In combinatie met een eventuele herschikking op vrijwillige basis ontstaan nieuwe zichtlijnen over het water, zoals aangegeven in de afbeelding hiernaast. In de visualisaties hieronder is het effect hiervan zichtbaar gemaakt.

Zichtlijnen tussen woonboten

Zicht in de huidige situatie richting Amstel

Nieuwe openbare oever zonder zicht op het water

Nieuwe openbare oever met zicht op het water. Herontwikkeling van Delta Lloyd biedt de kans om de openbare oever hier te verbreden voor groen, spelen en wandelen. 33

In de Van der Kunbuurt komen 400 sociale huurwoningen en ruim 300 middeldure en dure woningen. De verdeling tussen sociale huur, middelduur en duur is daar 55-25-20.

3.2 Programma Herontwikkeling in de bestaande stad is een combinatie van behoud, hergebruik, uitbreiding en verduurzaming. De huidige complexen zijn tamelijk monofunctioneel, iets wat niet meer bij deze tijd past. Wonen, werken en voorzieningen lopen tegenwoordig immers steeds meer in elkaar over. Dat draagt bij aan levendigheid en sociale veiligheid rondom het station. Er zal op elke ontwikkellocatie een mix van wonen, werken en voorzieningen gerealiseerd worden. Het daadwerkelijke ontwikkeltempo verschilt per eigenaar. In zo’n stap-voor-stap proces moet elk project qua ontwerp én programma raak zijn. Flexibiliteit is belangrijk, zeker bij grote complexen. Voor de ontwikkellocaties is daarom een bandbreedte afgesproken van wonen en werken; het maximum bruto vloeroppervlak mag daarbij niet overschreden worden. Wonen In het projectgebied staan nu ruim 700 woningen. Worden alle locaties ontwikkeld dan resulteert dat in 1.300 tot 2.100 nieuwbouwwoningen. Het verschil wordt veroorzaakt door de flexibiliteit op de locaties Leeuwenburg en Delta Lloyd waar voor meer wonen of juist voor meer werken kan worden gekozen. In Amsteloever wordt voor een breed scala aan doelgroepen gebouwd: studio’s voor jongeren en twee- en driekamerwoningen voor alleenstaanden, stellen en kleine stadsgezinnen.

In de Van der Kunbuurt komen ook vier- en vijfkamerwoningen voor grote gezinnen, alsmede seniorenwoningen die mogelijk geclusterd worden. De gemeente zet zich daarnaast in om vernieuwende woonvormen een plek te geven. Het woningbouwprogramma van Amteloever bestaat voor zo’n 80% uit sociale huur en middeldure woningen.

Ontwikkellocatie AmstelVista Leeuwenburg Kunbuurt Amstelstation Delta Lloyd Totaal Woningaantallen zijn indicatief.

34

Programma (m2 bvo) 32.500 88.000 64.400 300 106.000 291.200

De verdeling op de particuliere ontwikkellocaties Amstelvista, Leeuwenburg en Delta Lloyd gaat uit van 40-40-20 met ruimte voor maatwerk. De private eigenaren leveren een substantiële financiële bijdrage aan de inrichting van de openbare ruimte. Het aandeel sociale huur en middelduur mag daarom iets afwijken. Werken Er is een grote kantoorvraag in Amsterdam en de ligging aan een openbaarvervoersknooppunt maakt Amsteloever een goede locatie voor uitbreiding van het aantal kantorenmeters. De omgeving van het Amstelstation is populair bij innovatieve ondernemingen uit de economische topsectoren creatieve industrie, financiële en zakelijke dienstverlening, handel & logistiek. Het kantoorprogramma mag daarom met maximaal 60.000 m² bvo toenemen. Voorzieningen Het voorzieningenprogramma bedraagt maximaal 14.000 m² bvo. Er is ruimte voor een breed scala aan stedelijke functies die het Amstelstation tot een plek van en voor Amsterdammers maakt: cultuur, zorg & gezondheid, horeca, detailhandel, sport en broedplaatsen. Detailhandel zal niet sterk worden uitgebreid. Bewoners kunnen binnenkort gebruikmaken van de nieuwe winkelvoorziening aan de oostzijde van het station. Aan de westzijde is er ruimte voor aanvullend aanbod, vooral gericht op de snelle boodschap, snelle service en ontmoeting.

Dergelijke publieksgerichte voorzieningen worden vooral rondom het station gesitueerd met de mogelijkheid voor kleinere vestigingen langs stedelijke lijnen als Mr. Treublaan en Spaklerweg.

Bandbreedte wonen (aantal) 150 - 210 210 160 150 – 450 700 - 750 0 300 - 700 1.300 -2.110

Bandbreedte kantoren (m2) 14.000 – 17.500 42.000 –- 74.000 75.000 0 0 42.000 43.500 – 77.000 98.000–-168.500 169.500 99.500

Bandbreedte voorzieningen (m2) 1.000 – 2.000 3.000 – 4.500 1.500 – 3.600 300 1.500 – 3.000 7.300 – 13.400

huidige situatie* 2 2 ca. 725 woningen, huidige situatie* 210.000 m werken en 10.000 m voorzieningen (HvA210.000 is als kantoor bestemd) ca. 725 woningen, m2 werken en 10.000 m2 * conform vigerend bestemmingsplan voorzieningen (HvA is als kantoor bestemd) * conform vigerend bestemmingsplan

aantal parkeerplaatsen

= 200 auto’s

aantal parkeerplaatsen

= 200 auto’s

nieuwe situatie - maximaal wonen ca. 2.620situatie woningen (incl. bestaande nieuwe - maximaal wonen woningen), 2 202.500 werken en 11.500 m2 voorzieningen ca. 2.620mwoningen (incl. bestaande woningen), 202.500 m2 werken en 11.500 m2 voorzieningen Als we de auto ruim baan blijven geven.

Als we de auto ruim baan blijven geven.

Als we kiezen voor openbaar vervoer, langzaam verkeer en alternatieve mobiliteitsconcepten Als we kiezen voor openbaar vervoer, langzaam zoals deelvervoer. verkeer en alternatieve mobiliteitsconcepten zoals deelvervoer.

nieuwe situatie - maximaal kantoren ca. 1.820situatie woningen (incl. bestaande woningen), nieuwe - maximaal kantoren 2 2 271.500 m werken en 15.000 m voorzieningen ca.scenario 1.820 woningen (incl. bestaande In met maximaal kantoren is de woningen), parkeerdruk een 271.500 m2 De werken enmobiliteitsoplossing 15.000 m2 voorzieningen fractie lager. groene is dan ook De parkeerdruk in dit scenario is een fractie lager dan vergelijkbaar. die in het vorige.inDe mobiliteitsoplossing De parkeerdruk ditgroene scenario is een fractie lager is dan dan ook vergelijkbaar. die in het vorige. De groene mobiliteitsoplossing is dan ook vergelijkbaar.

Zoekruimte fietsenstalling

3.3 Mobiliteit en verkeer Amsterdam kiest voor duurzame vormen van mobiliteit. Dat is nodig om de stad ook op lange termijn bereikbaar te houden. De verkeersdrukte in en rond het projectgebied is groot, zeker in de spits. Extra woningen en kantoren mogen dan ook niet tot een noemenswaardige toename van autoverkeer leiden. Dat wordt bereikt door extra inzet op openbaar vervoer en innovatieve deelconcepten met deelauto’s, deelfietsen en andere vormen van deelvervoer. Ook wordt het fiets- en voetgangersnetwerk verbeterd. De huidige verkeersconflicten concentreren zich vooral rond de kruising bij de Berlagebrug, de smalle doorgang (‘diagonaal’) naar het Amstelplein en de rotonde Overzichtweg-Spaklerweg. Ruim 16.000 fietsers gaan dagelijks door het gebied en dat worden er de komende jaren steeds meer. De stad verdicht tussen het Amstelstation en Zuidoost en die nieuwe bewoners fietsen ook. Voetgangers zijn daar in toenemende mate de dupe van. In het plan wordt de balans tussen steeds snellere fietsers en soms zeer kwetsbare voetgangers hersteld. Openbaar vervoer Het Amstelstation is één van de drukste stations in Nederland. Dagelijks stappen er meer dan 80.000 reizigers in of uit. Om de verwachte groei op te kunnen vangen zijn het bus- en tramstation grondig aangepakt en is de ondergrondse fietsenstalling uitgebreid (3.300 plekken).

Aan de westzijde komt ruimte voor een tweede stationshal met winkels en andere faciliteiten gericht op de reiziger. De stormachtige groei van het aantal fietsers maakt op termijn een nieuwe fietsenstalling met 4.400 plekken nodig. Hiervoor zijn twee opties: (half)verdiept langs de spoordijk richting de Mr. Treublaan of geheel verdiept onder het stationsplein richting de Amstel. Dichtbij het station wordt ruimte gereserveerd voor elektrische deelauto's of een soortgelijk Mobility As A Service concept. De mogelijk deels te overdekken bak tussen station en Leeuwenburg zou daarvoor de aangewezen plek kunnen zijn. De 12 meter brede spoorreservering blijft intact. Die maakt het mogelijk om het station over de volle lengte uit te bouwen, hetgeen in de toekomst nodig kan zijn voor de aanleg van extra sporen, bredere perrons e.d.

Varianten fietsenstalling ondergronds of half-verdiept

35

Stationsplein

voetgangersstroom

fietspad / fietsen op straat

expeditie / met venstertijden

voetgangersgebied

fietsstraat

route huisvuilinzameling

optie uitbreiding netwerk

fietsnetwerk

autonetwerk

Weesperzijde

Prins Bernhardplein Vrijheidslaan

Amsteldijk Spaklerweg

Amstelstroomlaan

36

Fiets- en voetgangersnetwerk Het nieuwe stationsplein wordt het domein van de voetganger. De drukke fietsroute kruist de looplijnen ter hoogte van het Rivierenplein en Amstelplein. Door een integrale herinrichting ontstaat er ook hier meer ruimte voor de voetganger met een beter overzicht en veiliger oversteekmogelijkheden. Bij de herontwikkeling van de Leeuwenburg wordt de rooilijn langs de fietsverbinding tussen Rivierenplein en Amstelplein (‘de diagonaal’) teruggelegd. Zo ontstaat ook hier meer ruimte om de balans tussen wandelen en fietsen te herstellen. Het wordt prettig wandelen onder de nieuwe bomen die hier geplant kunnen worden en er is ruimte om een veilige voetgangersoversteekplaats te realiseren. Ook het fietsnetwerk wordt verbeterd. De route langs de Ringvaart, over de Weesperzijde en naar het Amstelplein wordt gestroomlijnd. De hekken ter hoogte van de brandweerkazerne zijn reeds weggehaald. Daarnaast wordt de Weesperzijde ingericht als fietsstraat hetgeen de druk op de kruising bij de Berlagebrug verlicht. Het openbaar vervoer en langzaam verkeer krijgen op die manier meer groentijd in de verkeersregeling. De inrichting als fietsstraat heeft als bijkomend voordeel dat er op het Rivierenplein een overzichtelijke verkeerssituatie ontstaat.

Consequenties autoverkeer De verbetering van het fiets- en voetgangersnetwerk impliceert veranderingen voor de auto. Het autoverkeer tussen de Berlagebrug en de Omval rijdt over de fietsstraat. Bestemmingsverkeer van en naar de Van der Kunbuurt wordt, net als in de huidige situatie, via de Mr. Treublaan afgewikkeld. De plek van de aansluiting verschuift echter. Die ligt nu nog bij de Weesperzijde, maar komt in de toekomst ter hoogte van de Van der Kunstraat te liggen en geeft dan toegang tot een nieuwe parkeergarage. De buurt zelf wordt autoluw/vrij. Datzelfde principe wordt bij de Rocketstraat toegepast. Verkeer richting de Cloud en Amstelvista maakt van die ontsluiting gebruik, evenals de brandweer die overigens bij calamiteiten ook over de Weesperzijde mag blijven rijden. Vanuit de Rocketstraat kan het verkeer alleen rechtsaf slaan. Ter hoogte van de Berlagebrug bevindt zich een U-turn mogelijkheid zodat het verkeer ook richting Prins Bernhardplein kan rijden.

Langs de Spaklerweg komt een twee richting fietspad aan de kant van de bebouwing. Het fietspad aan de spoorzijde komt te vervallen. Dit heeft twee voordelen. Auto- en fietsverkeer kruizen elkaar niet meer aan de spoorzijde van de rotonde. Dit is veiliger en verbetert de doorstroming. Daarnaast ontstaat er ruimte om de rotonde richting het spoor op te schuiven en een veiliger toegang tot de parkeergarage bij de Mondriaantoren te maken, met opstelruimte voor auto’s tussen de rijbaan van de rotonde en het fietspad. Voetgangers krijgen een eigen ruime onderdoorgang tussen de Spaklerweg en de nieuwe ontwikkeling op de plek waar nu nog café De Omval staat. Daardoor kunnen de smalle fietsstroken in de bestaande onderdoorgang naar de Weesperzijde worden verbreed. Het plan voorziet verder in het verbeteren van het bestaande recreatieve fietspad en voetpad langs de Amstel. Deze worden onderdeel van de inrichting van een groene oever.

U-turn mogelijkheid Treublaan

De doorstroming op de Spaklerweg kan verder worden verbeterd door het maken van twee opstelplekken tussen de linker en rechter rijbaan voor afslaande auto’s naar de nieuwe ontwikkeling Omval ten oosten van het spoor en tot de parkeergarage van voormalig Delta Lloyd gebouw.

37

Herontwikkeling van de Leeuwenburg biedt tevens de kans om het fietspad ("diagonaal") richting het Amstelplein te verbreden. De voetganger krijgt daar meer ruimte.

Fiets- en autoparkeren Veruit de meeste bewoners en bezoekers komen te voet of op de fiets. Het fietsparkeren moet daarom fors worden uitgebreid in de vorm van een openbare stalling bij het station en goed ontsloten inpandige voorzieningen in nieuwbouwprojecten. De gemeentelijke fietsparkeernorm is leidend; daarnaast gelden er eisen met betrekking tot comfort en gemak: “De Amsterdamse fietser wil snel en direct een vrije parkeerplek dichtbij zijn bestemming vinden, waarbij er voldoende ruimte voor voetgangers is en blijft.” (Meerjarenplan Fiets 2017-2022). De gemeentelijke autoparkeernorm op A-locaties stelt een onder- en bovengrens. Gezien de uitstekende bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets wordt uitgegaan van de ondergrens. Inzet is dat de verdichting met extra woningen en kantoren slechts tot een beperkte toename van het aantal parkeerplaatsen leidt. Voor de nieuwbouw in de Van der Kunbuurt komt er een centrale parkeervoorziening. Die is bedoeld voor bezoekers en de terugkerende bewoners van de Van der Kunbuurt met een parkeervergunning. Door de vergroening van de Weesperzijde en de aanleg van de fietsstraat zullen er een aantal parkeerplaatsen vervallen. Voor mensen met een beperking komen er parkeerplaatsen die aan de daarvoor geldende maximale loopafstand voldoen.

38

Afvalinzameling en expeditie Bedrijven zijn verantwoordelijk voor hun eigen afvalinzameling. Voor bewoners komen er afvalcontainers in de openbare ruimte, evenwichtig verspreid over het gebied. De ruimtereservering hiervoor is afgestemd op het maximale aantal woningen dat gebouwd kan worden. Verder is het belangrijk dat bewoners niet te ver met hun afval hoeven te lopen en dat de afval recycling truck de containers goed kan bereiken. Met de zoekruimte op de kaart wordt aan de eisen voldaan. Ruim 90% van de woningen ligt binnen een straal van 75 meter rond de afvalcontainers, de overige 10% ligt op ongeveer 100 meter afstand. In de verdere uitwerking van het plan zal worden onderzocht of dat verder kan worden geoptimaliseerd. Daarnaast is het nodig aan het einde van de Weesperzijde-Omval, ter hoogte van de bankvilla, een keervoorziening te realiseren. Leveranciers laden en lossen op gereserveerde vakken langs de straat. Expeditieverkeer voor de Rembrandttoren en Leeuwenburg blijft van de deels te overdekken bak langs de spoordijk gebruikmaken. De bevoorrading van winkels en andere voorzieningen in de nieuwe stationshal loopt in principe via de noord- en zuidzijde van het station. In het vervolg van het planproces zal er samen met de ontwikkelende partijen een buurtlogistiekplan worden opgesteld.

zoekgebied ondergrondse afvalcontainers straal van 75m tot ondergrondse afvalcontainers uitzondering overschrijding straal van 75m

Zoeklocaties afvalcontainers

39

Amstelstation - Amsteloever manifesteert zich als een hoogstedelijk eiland in het stadslandschap van de Amstel en Weespertrekvaart.

3.4 BEELDKWALITEIT Het in dit stedenbouwkundige plan opgenomen Beeldkwaliteitskader is een handreiking. De genoemde principes en regels zullen verder worden uitgewerkt in een aantal criteria die gezamenlijk met een aanpassing van de Welstandsnota "De schoonheid van Amsterdam" zullen worden vastgesteld. De architectuur van gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte zijn belangrijk omdat die bijdragen aan het welbevinden van stedelingen, zeker in een stad die steeds voller en drukker wordt. In het projectgebied worden architectuur en openbare ruimte in samenhang met elkaar ontworpen zodat binnen en buiten naadloos in elkaar overgaan en elkaar versterken. Het Amstelstationsgebied transformeert op die manier stapsgewijs van een losse verzameling gebouwen naar een stedelijke huiskamer waar bewoners, kantoorpersoneel en reizigers zich welkom voelen.

40

Beeldkwaliteit openbare ruimte De openbare ruimte vormt het presenteerblaadje van het gebied, de onderlegger die eenheid in de diversiteit schept. De leidende principes voor de inrichting van de openbare ruimte zijn: 1.

Het creëren van meer rust en samenhang in het straatbeeld. 2. Het terugbrengen dan wel versterken van de landschappelijke kwaliteit. 3. Het integreren van de wateropgave binnen het ontwerp. 4. Het verbeteren van de verblijfskwaliteit op het stationsplein, langs stedelijke lijnen en op buurtpleinen. 5. Het stimuleren van de wisselwerking tussen de open plint van een gebouw en de buitenruimte. 6. Het doseren van drukke en rustige plekken. 7. Het verbeteren van de toegankelijkheid voor mensen met een beperking. 8. Het zoveel mogelijk inpassen van bestaand groen en bomen. 9. Het zoveel mogelijk hergebruiken van bestratingsmaterialen. 10. Het structureel oplossen van praktische aspecten als kabels & leidingen, afvalinzameling en parkeren.

De openbare ruimte wordt ingericht aan de hand van de Amsterdamse standaardmaterialenlijst, ook wel bekend als Puccini. Drukke plekken zoals het nieuwe stationsplein met vleugels richting Rivierenplein, Mr. Treublaan en Amstelplein krijgen extra kwaliteit. Voor rustiger plekken wordt de reguliere standaardkwaliteit toegepast. Straatverlichting en straatmeubilair wordt eveneens uit deze lijst geselecteerd. De gemeente is voor de inrichting van de openbare ruimte mede afhankelijk van de medewerking van semipublieke en private eigenaren die onder meer het Amstelplein en de zone langs de spoordijk in hun bezit hebben. Het inrichtingsplan voor de openbare ruimte zal daarom in samenspraak met bewoners, andere gebruikers en eigenaren verder worden uitgewerkt binnen de hierboven genoemde uitgangspunten.

41

Hoofdstuk 1 Visie en beleid

Beeldkwaliteit architectuur Het ontwerp van het adaptieve stadsblok is een veeleisende opgave. Er zijn weinig voorbeelden van complexen waarin hoogbouw, hergebruik en gelaagdheid en de relatie binnen-buiten op deze schaal samenkomen. De gemeente stelt daar eisen aan. De supervisor begeleidt en toetst de uitwerking van de plannen aan de hand van de ontwerpprincipes en -regels en adviseert welstand daaromtrent.

principe 2 Van aarde naar hemel De kerktorens van Hendrik de Keyser hebben een heldere opbouw met een solide basis. Naarmate deze torens aan hoogte winnen worden ze slanker en lichter. Ze lossen als het ware op in de hemel. De nieuwe torens volgen dit principe. Ze rijzen op uit een stevig basement en gaan op hoogte een symbiose met de Hollandse luchten aan.

Hoogbouw en de waardering in historisch perspectief

Er zijn vijf ontwerpprincipes voor het architectonische principe 3 De geschiedenis van stadsontwikkeling van Amsterdam wordt gekenontwerp. De de torens vormen een familie De kerktorens van Hendrik de Keyserdoorprikt hebben elkmet iets accenten. merkt door een vrij horizontaal hoogtelandschap, principe 1 eigens, maar geen enkele toren doet zich belangrijker In de 16de en 17de eeuw waren dit de kerktorens, molens op de bolwerken, Het baken in de verte voor dan de andere. De torens hebben een vergelijkbare stadspoorten een nieuwe bovenbouw bekroonde middeleeuwse Hoogbouw hoort bij Amsterdam. De eerste torens werden en met basisvorm, ze ogen als familie. De eigen expressie komt vestingtorens. Dievoort bovenbouw van kerkendie voormalige verdedigingstorens opgericht om de plek van kerken te markeren. Veel later uit de specifieke eisen voor elke toren net weer zijn het woon- en kantoortorens die stedelijkeisknoopen algemeen eenbescheiden beetje anders waren. over het van volume, luchtig en frivool, met kleurige scharnierpunten van verre zichtbaar maken. details, carillons of uurwerken. De overige bebouwing was gemiddeld tussen b In de 16de De nieuwe torens hebben een vergelijkbare opbouw: de zes en twaalf meter hoog. Voor 1850 symboliseerden de torens het belang en 17de eeuw De nieuwe torens staan in deze traditie. Ze markeren basement, middenstuk en beëindiging.

De specifieke de religie, de economie het geval vanaangegrepen de beurs) enom dehet aanwezigheid waren de het knooppunt Amstelstation-Amsteloever envan maken de context van(in elke toren wordt structuur van de stad leesbaar. individuele karakter uit te drukken.en de torens op de stadsvan een publiek bestuur in de stad (het stadhuis kerktorens de hoogbouw

160m

accenten van de stad.

In de 19e eeuw vindt in de binnenstad schaalvergroting plaats met naast poorten) De rijke versiering van de torens was daar een bevestiging van. Het de bouw van kerken als de Posthoorn en de Krijtberg, omvangrijke, hoge ging hierbij eerder om symbolische accenten in het zijn ook kantoorgebouwen en stadsbeeld. warenhuizen zoalsZe de Bijenkorf. De bouwhoogte blijft overwegend beperkt tot ongeveer 20 meter, met uitzondering van de niet in een zichtlijn geplaatst, maar liggen binnen rooilijnen van blokken. Nederlandse Handels Maatschappij (nu: gebouw De Bazel) die 32 meter hoog is. Met de pakhuizen langs het IJ deed een bouwhoogte rond 30 meter haar

140m _

120m

100m

80m _

60m 8

Hoogbouw in Amsterdam

40m

20m

16e-17e eeuw

Kerktorens vormden in de 16e en 17e eeuw de hoogbouwaccenten in de stad.

42

1919

Hoogbouw in Amsterdam

Eind 19e en begin 20e eeuw vond er een schaalsprong plaats, zoals De Bazel aan de Vijzelstraat met een hoogte van 35 meter.

9

principe 4 De zandkorrel in de oester Menig gebouw in het projectgebied werd tot voor kort matig gewaardeerd maar staat nu in de belangstelling omdat het iets over de voortdurende ontwikkeling van de stad vertelt. De verweving van bestaande gebouwdelen ('tijdslagen') binnen een nieuwe architectuur kan schuren en dat geeft glans. principe 5 Van ver naar dichtbij Het Amstelstation is een gebouw met een rijke architectuur. Van ver weg oogt het tamelijk stoïcijns, van dichtbij ontvouwt zich het reliëf, detail en materialisering.

Het ontwerp van het basement van de nieuwe gebouwen verrijkt de belevingswereld van de voetganger door een zorgvuldige, rijke detaillering.

intrede. In dezelfde periode gingen ook havenkranen en schoorsteenpijpen meespelen in de skyline. Veel van deze historische, industriële hoge accenten zijn inmiddels weer verdwenen, net als de meeste molens. In de haven- en industriegebieden zoals die langs het IJ, zijn er nieuwe hoge gebouwen en objecten voor in de plaats gekomen die vaak van een nog grotere schaal zijn, zoals de energiecentrale, kranen van containerterminals en windmolens.

De ontwerpprincipes zijn vertaald in vijf ontwerpregels voor het architectonische ontwerp.

De uitvinding van de lift leidt in Amsterdam aanvankelijk niet tot een algemene toepassing van hoge woon- en kantoorgebouwen. De 40 (!) meter hoge ‘Wolkenkrabber’ uit 1931 in het Plan Zuid van Berlage is het eerste hoogte accent zonder publieke functie. Het werd zo gebouwd vanuit puur esthetische overwegingen, als eindpunt van de zichtlijn vanaf de Amstel. Aan de bouw ervan ging een heftige discussie vooraf over de vraag of je mensen wel kon huisvesten in een hoog gebouw. De roep om hoogbouw werd voor de oorlog vooral gepropageerd door voorstanders van het Nieuw Bouwen, in navolging van architecten als Le Corbusier en Ludwig Hilbersheimer. Zij zagen het als symbolen van een nieuwe tijd en het middel bij uitstek om velen een uitzicht te bieden op een weidse groene omgeving.

10

regel 1 Alzijdig, verticaal en terughoudend De nieuwe torens manifesteren zich als vrijstaande, elegante en subtiel contrasterende volumes met voldoende lucht ertussen. Ze hebben aan alle zijden een aantrekkelijk consistent gevelbeeld. De gevel kenmerkt zich door een overwegend verticaal lijnenspel dat zich naar boven toe verijld, zonder harde overgangen. De afleesbaarheid van de afzonderlijke verdiepingen is ondergeschikt aan de architectonische ritmiek van het geheel. De vormgeving is subtiel, zonder harde reflecterende vlakken en opvallende kleur- en lichtaccenten. regel 2 De stad op ooghoogte De nieuwe torens rijzen op uit een basement dat het hoogstedelijke stadsmilieu verbindt met de maat en schaal van aangrenzende straten en pleinen. De gevels van deze voet bepalen de beleving op ooghoogte. Het ontwerp creëert maximale interactie tussen binnen en buiten, lange dichte gevels aan de straat zijn taboe. Het lijnenspel is overwegend horizontaal en onderstreept het 'dragende'

Hoogbouw in Amsterdam

1931

De wolkenkrabber aan de Vrijheidslaan (Plan Zuid) ging weer een stapje verder. Bijzonder, want het betrof hier voor het eerst een hoog woongebouw.

1935

Hoogbouw kan ook vrijheid symboliseren. Dat is de achterliggende gedachte van de torens in het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) die vrij in het groen staan.

1994

Amsterdam kiest al decennia voor het compactestad-beleid, zeker rond knooppunten van openbaar vervoer. De Rembrandttoren markeert de volgende schaalsprong, waar Amsterdammers erg aan moesten wennen. Intussen is het voor steeds meer mensen een herkenningspunt in de stad.

43

ARCHITECTUUR TOOLBOX De toolbox omvat inspirerende voorbeelden voor het ontwerpen met zon, wind, water, beplanting en een mooi 'tactiel' detail dat je wilt aanraken. De specifieke aandachtspunten verschillen per onderdeel van het adapatieve stadsblok: plint, basement, toren en beëindiging van de toren.

Bikini - Berlijn

DP Group HQ - Bangkok

Zuiderzicht - Antwerpen

Cascina Merlata Social Housing - Milaan

Vitacon Itaim - Sao Paulo

PLINT De gevels op de begane grond van het gebouw bepalen de beleving op ooghoogte. Het ontwerp creëert maximale interactie tussen binnen en buiten zodat die als het ware in elkaar overlopen. Gebruikers kunnen dan kiezen of zij binnen of (op een warme dag) buiten gaan werken, wonen en leven.

44 Pancras Square - Londen

BEËINDIGING De nieuwe torens hebben een overwegend vierkante vorm met een mogelijke opdikking in een richting. De 'kroon' is meer dan een expressieve vorm. Het biedt de kans om meerwaarde te creëren, bijvoorbeeld in de vorm van een prachtige publieke ruimte als in Bikini, Berlijn of een stedelijke windfarm in de Health Research Foundation, Oklahoma City.

Health Research Foundation - Oklahoma City

Vertical - Amsterdam

TOREN De gevel van de toren kenmerkt zich door een overwegend verticaal lijnenspel dat zich naar boven toe verijld, zonder harde overgangen. In het Public House, Parijs accentueren solarpanelen het lijnenspel én zorgen ze voor schaduw, privacy an afscherming tegen geluid van treinen. In Zuiderzicht, Antwerpen hebben de dubbelhoge loggia's eenzelfde functie. Het witte casco zal de komende jaren helemaal begroeien. Public House - Parijs

BASEMENT Het lijnenspel van de eerste verdiepingen is overwegend horizontaal en onderstreept het dragende karakter van het basement. De relatie met de straat is nog steeds belangrijk. Stedelijke details als serres, loggia's en daktuinen zorgen daarvoor en dragen bij aan het groene duurzame beeld van de architectuur.

Artemis Hotel - Amsterdam

Sciences de la Vie building - Lausanne

45 The Beacons - Amsterdam

Cultural and Sport Center Saint Blaise - Parijs

karakter van het basement. Het contact tussen binnen en buiten zet zich door op de verdiepingen. Dit gebeurt in de vorm van stedelijke details als arcades, loggia's, serres, setbacks en (dak)terrassen. regel 3 Individuele expressie binnen een familie De nieuwe torens hebben een overwegend vierkante hoofdvorm met een mogelijke eenzijdige opdikking tot 2/3 van de hoogte. De torens refereren op die manier aan de vierkante Rembrandttoren en aan elkaar. Er is ook ruimte voor individuele expressie. Het gaat hierbij niet zozeer om het maken van een zo artistiek en onderscheidend mogelijk ontwerp. Veeleer is het de uitdaging om specifieke wensen en eisen met betrekking tot het verschil in onder andere programma, oriëntatie, zon & wind, energieopwekking, wateropvang en natuur inclusief bouwen op een subtiele wijze tot uitdrukking te brengen. Het resultaat is een terughoudende ‘one of a kind’ uitwerking die het hoogbouwensemble als geheel verrijkt. regel 4 Bestaande kwaliteiten De schijf van de Leeuwenburg en de vormgeving van de drieslag van de Delta Lloyd blijven uitgangspunt.

Gevels mogen vervangen worden, bijvoorbeeld als duurzaamheidseisen daartoe aanleiding geven. De nieuwe façade van de Leeuwenburg weerspiegelt het oorspronkelijke karakter: sculpturaal brutalisme van zandkleurige gevelelementen met cannelures bij de schijf en strakke zakelijkheid met horizontale grafische patronen bij de drieslag. De verticale ('optoppen') of horizontale ('aanbouwen') aansluiting van het nieuwe op het oude is contrastrijk en heeft een eigen afwijkende benadering, zodat de aandacht op de bestaande kwaliteiten gevestigd blijft. regel 5 Materialisering van veraf en dichtbij De architectuur van de stadsblokken is 'aus einem guss' ('in een keer gegoten'), ook het daklandschap is onderdeel van deze ontwerpopgave. Het beeld van veraf is per definitie abstracter, maar dichterbij wordt de verfijning zichtbaar. Dit uit zich in de ritmiek van penanten, neggen en voegen, licht- en schaduwwerking, zorgvuldige detaillering en tactiele materialen. De materialen en het kleurenpalet spiegelen zich aan de hoogwaardige architectuur van het Amstelstation, Leeuwenburg en Delta Lloyd, aangevuld met materialen die passen bij een duurzame ambitie.

Een gebouw mag van ver weg best een beetje streng ogen mits het reliëf, het detail en de materialen van dichtbij verfijnd zijn.

46

Indicatie van PV panelen en groen op daken van de nieuwe gebouwen.

Verhouding groen - verhard nu

3.5 Duurzame leefomgeving Het projectgebied Amstelstation-Amsteloever wordt een unieke, leefbare en duurzame wijk. Dat begint bij het verdichten rondom een openbaarvervoersknooppunt als het Amstelstation en de daarmee samenhangende keuze voor openbaar vervoer en langzaam verkeer. Er zijn ook andere thema’s die bijdragen aan een duurzame leefomgeving die hier nader worden toegelicht. Het gaat daarbij om een inzet van de gemeente in de openbare ruimte en om afspraken met ontwikkelende partijen inzake de nieuwbouw. Energie Op dit moment staan op de kavels Amstelvista, Van der Kunbuurt, Leeuwenburg en Delta Lloyd gebouwen met matige duurzaamheidsprestaties. Herontwikkeling zorgt ervoor dat deze gebouwen aan de nieuwste duurzaamheidseisen voldoen: “Om onze stad leefbaar te houden voor toekomstige generaties is het nodig om de CO 2-uitstoot in Amsterdam met 55% terug te dringen in 2030 en met 95% in 2050 ten opzichte van 1990 en de stad vóór 2040 volledig aardgasvrij te maken.” (uit Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050). Met de ontwikkelende partijen is overeengekomen om duurzame energie op de eigen kavel op te wekken conform de publiekrechtelijk vastgelegde eisen zoals die voor Amsterdam gelden op moment van indiening Omgevingsvergunning. De gemeente en de ontwikkelende partijen hebben daarnaast ambities terzake van energie, circulariteit en klimaatadaptatie.

Deze ambities worden uitgewerkt in de anterieure overeenkomst en het bouwplan. De nieuwbouw wordt niet aangesloten op het gasnet en duurzame energie wordt op eigen kavel opgewekt. Warmte en koude bronnen worden in principe op eigen kavel dan wel gezamenlijk gerealiseerd. De ontwikkelende partijen geven de voorkeur aan een

Verhouding groen - verhard straks

individuele warmte-koude opslag, eventueel met een gedeelde regeneratieleiding. Om aan deze wens te voldoen stelt de gemeente een Bodemenergieplan en een interferentieverordening op om de optimale werking van een lokaal warmte-koude systeem in het gehele gebied te kunnen faciliteren. Een groene openbare ruimte De openbare ruimte wordt hoogwaardig en klimaatbestendig ingericht. In het plan wordt zo’n 15.000 m² toegevoegd, van circa 35.000 m² groen in de huidige situatie naar circa 50.000 m² in de nieuwe situatie. De Dit enebetreft helft is gebruiksgroen gebruiksgroen voor voor wandelen, wandelen, spelen spelen en en recreëren. De uitbreiding van dit type groen is mogelijk door het vergroenen van relatief brede straten, zoals de Weesperzijde, Mr. Treublaan en Spaklerweg, evenals het vergroenen van voetgangersgebieden zoals de Amstelboulevard en het stationsplein met haar uitlopers naar Amstel, Mr. Treublaan en Amstelplein. De andere helft is ecologisch groen. Het ontoegankelijke groen pal langs In planenwordt tevens ingezet op het dehet oever de spoordijk vormt daar de vergroenen kern van. van gevels en daken hetgeen bijdraagt aan het tegengaan van hittestress in de openbare ruimte envergroenen oververhitting In het plan wordt tevens ingezet op het vanin de gebouwen. gevels zijn geworteld in de volle gevels en dakenGroene hetgeen bijdraagt aan het tegengaan grond.

Daken worden benut voor de realisering van groen, van hittestress in de openbare ruimte en oververhitting in de opvang van Groene water engevels het opwekken van duurzame gebouwen. zijn geworteld in de volle energie. Bij deworden beplanting wordt op soortenrijkdom grond. Daken benut voorgelet de realisering van groen, en tegen droogte. de bestendigheid opvang van water en wateroverlast het opwekkenen van duurzame energie. Bij de beplanting wordt gelet op soortenrijkdom In huidige situatie zijnwateroverlast er 576 bomenengeïnventariseerd. ende bestendigheid tegen droogte. De conditie van 372 bomen is redelijk tot goed. Iets meer dan 200 exemplaren goed geïnventariseerd. aan toe. Dat komt In de huidige situatiezijn zijnererminder 576 bomen onder meer van doordat ze te dichtbij elkaar, slechte De conditie 372 bomen is redelijk tot in goed. Ietsgrond meer of te kleine bakkenzijn staan. Van degoed gezonde bomen danin200 exemplaren er minder aan toe. Datzijn komt er 99 als waardevol staan verspreid in onder meer doordatbestempeld; ze te dichtbijdeze elkaar, in slechte grond het Erbakken zullen bomen worden verplaatst en gekapt. of ingebied. te kleine staan.

Van de gezonde bomen zijn Dat te maken bestempeld; met de aanleg vanstaan de fietsenstalling er 99heeft als waardevol deze verspreid in en in de openbare ruimte.enGekapte hetandere gebied.voorzieningen Er zullen bomen worden verplaatst gekapt.

47

Zicht op de autovrije Amstelboulevard in de huidige situatie. Op de begane grond aan de linkerzijde bevinden zich voorzieningen.

Meer groen in de Amstelboulevard is goed voor de verblijfskwaliteit, verkoeling in de zomer en het akoestische klimaat. 48

bomen worden gecompenseerd. De nieuwe aanplant is geschikt voor de stedelijke groeiplaats, resistent tegen ziekte en vormt een habitat voor andere planten en dieren. Het ontwerp is nog op hoofdlijnen en zal na vaststelling van dit plan verder worden uitgewerkt in een voorlopig en definitief ontwerp. Dat gebeurt in samenspraak met alle betrokkenen. Dan zal ook in overleg met de private eigenaren van het plein worden verkend of het Amstelplein vergroend kan worden. Dit groen komt bovenop het groen dat elders in de buurt wordt toegevoegd. Sport, spel en bewegen De nieuwe groene openbare ruimte nodigt uit om rustig te zitten, te genieten en elkaar te ontmoeten maar Amsterdammers zijn ook actief bezig. Het autoluwe gebied langs de rivier leent zich bij uitstek voor wandelen, fietsen, joggen en spelen. Verspreid over het gebied komen er speelplekken of beweegruimten voor verschillende leeftijdsgroepen met een totaal oppervlak van zo’n 4.000 m², waarvan 1.700 m² aan speelvelden voor de oudere jeugd. Deze speelplekken liggen goed op de zon en zoveel mogelijk uit de wind. De precieze invulling van het sport en spel programma zal in overleg met de omgeving en Sport en Bos in de volgende fase geschieden. Naast deze informele voorzieningen zal er ook behoefte zijn aan georganiseerde sportvoorzieningen. Deze passen niet binnen het plangebied.

Mogelijke alternatieven als het uitbreiden of beter benutten van bestaande voorzieningen worden door Sport en Bos onderzocht voor het gehele plangebied Over-Amstel. Waterparagraaf In de Waterparagraaf Amstelstation-Amsteloever staat het volgende: “Het gebied dient bestand te zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering, zowel qua verminderen van hittestress, het afvoeren van zwaardere piekregenbuien, het faciliteren van grondwaterstromen, het tijdelijk vasthouden van hemelwater en het respecteren van aanwezige waterkeringen.” Ook stelt de Structuurvisie eisen ten aanzien van de mate waarin het nieuwe gebied bestand moet zijn tegen extreem weer. Dit zal bij het ontwerp van de openbare ruimte nader worden uitgewerkt, met aandacht voor piekwaterberging en het voorkómen van hittestress. In het plan wordt ingezet op een van de meest effectieve maatregelen om dat te bereiken: het vergroenen van straten, pleinen, binnenhoven, gevels en/of daken. Door het groen op de juiste wijze vorm te geven draagt het bij aan het tijdelijk bergen van zoveel mogelijk hemelwater, eventueel in combinatie met een aanpak waarin het hemelwater rechtstreeks naar de Amstel wordt geleid. De kernzone van de half verholen waterkering aldaar blijft vrij van keringsvreemde objecten.

Buiten de kernzone, maar binnen de beschermingszone van de kering, is het toegestaan om constructies te realiseren volgens het Keurprofiel dat het waterschap hanteert. Bijvoorbeeld bij het bepalen van de plek en grootte van de bomen in het plan is daarmee rekening gehouden. Herontwikkeling van de Van der Kunbuurt biedt de kans om de aanwezige problemen met het grondwater en de

Sport en speelkaart speelvelden zoekgebied speelvoorzieningen mogelijke locatie speelvelden n.t.b. Een deel van de speelvelden komt bij voorkeur ter plekke van locatie A, de bankvilla. Indien dit niet mogelijk is wordt in overleg met de eigenaar locatie B onderzocht.

hemelwaterafvoer in deze laaggelegen buurt beter te reguleren. Dit zal tevens bijdragen aan een oplossing voor de frequente wateroverlast onder het spoorviaduct in de Mr. Treublaan. De oplossingenkaart toont de gewenste stroomrichting van het regenwater en mogelijke locaties voor een groene waterberging. Het ontwerp wordt in de verdere planvorming in overleg met Waternet uitgewerkt tot een ondergronds ruimtegebruikskaart. De verschillende maatregelen zullen integraal worden getoetst door middel van een geohydrologische grondwatertoets. Hierin wordt onder meer bekeken of de ontwatering bij de maatgevend hoogste grondwaterstand voldoende is, wat de cumulatieve effecten van ondergrondse bouwontwikkelingen zijn en wat het effect van verdere klimaatverandering (WH2050) is. Indien hieruit blijkt dat verslechtering van de grondwatersituatie kan optreden, zullen mitigerende maatregelen dienen te worden genomen. Dit kan zijn in de openbare ruimte maar ook op private kavels.

49

Geveltuintjes vangen het water op en vergroten de belevingswaarde.

Natuurinclusief De openbare ruimte is een habitat voor mens, plant en dier. Bij de inrichting en het beheer wordt rekening gehouden met de huidige en potentiële biodiversiteit in het gebied. De stadsecoloog wordt betrokken bij de keuze van bestratingsmaterialen en beplanting zodat deze bijdragen aan een grotere soortendiversiteit in de stad. De gemeente vraagt van eigenaren om gebouwen natuurinclusief te ontwerpen zodat deze een gunstige invloed op de soortendiversiteit hebben. Het is algemeen bekend dat groene gevels en daken hieraan in positieve zin bijdragen. Hetzelfde geldt voor de realisering van broedgelegenheden. Reflecterende oppervlakten van bijvoorbeeld glas en staal hebben daarentegen een negatief effect. Die versterken de hittestress en veroorzaken onnodige slachtoffers in de vogelpopulatie door raambotsing. Nachtelijke verlichting leidt tot desoriëntatie en uitputting van vogels en insecten (zie handboek Natuurinclusief Bouwen, R&D, 2018). Bezonning en windklimaat De nieuwe bebouwing heeft invloed op de bezonning in het gebied. Hierbij is gekeken naar de effecten die de ontwikkelingen op de bestaande bebouwing hebben. Het plan voldoet bij voorkeur overal aan de ‘lichte’ TNOnorm: tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

Op een klein aantal locaties waar nu de norm niet wordt behaald blijft dat zo. Ook bij de situering van verblijfsplekken in de openbare ruimte wordt goed gekeken of de bezonning daar optimaal is. Het plan is op hoofdlijnen op windhinder onderzocht. De conclusie is dat met de mogelijke aandacht een goed windklimaat haalbaar is. Rond het langzaam verkeersnetwerk in het gebied wordt in de meeste gevallen een A (goed klimaat voor verblijven, slenteren en lopen), B (goed klimaat voor slenteren en lopen) of C (goed klimaat voor lopen) windklimaat bereikt. Op een aantal punten waar voetgangers en fietsers nu al hinder ervaren, zoals tussen de Rembrandttoren en Breitnertoren blijkt er door een goede inrichting van de openbare ruimte een verbetering van het windklimaat op te treden (klimaat B tot C). Daar staat tegenover dat op enkele andere plekken het goede windklimaat niet zonder meer haalbaar is. Deze locaties verdienen in de verdere uitwerking tot een architectonisch plan en het inrichtingsplan voor de openbare ruimte extra aandacht. Dat gebeurt in een aantal vervolgstappen op de globale toetsing van het windklimaat (stap 1).

waterafvoerende straten waterbergende straten waterbergend kansgebied watertegenhoudende drempel uitloop / overloop infiltratie wenselijk in de zomer grens hydrologische buurt piekafvoerprobleem Treublaan (nader uit te werken)

50

In stap 2 van de ladder wordt onderzocht hoe het windklimaat verder kan worden verbeterd. Dat gebeurt in een wisselwerking tussen het architectonische ontwerp van de torens en het ontwerp van de openbare ruimte. In het architectonische ontwerp maken de hoofdvorm van een toren, het toepassen van setbacks en/of luifels en het reliëf van de gevel een groot verschil. De juiste situering van grote bomen in de openbare ruimte levert een bescheidener bijdrage aan een goed windklimaat maar dat kan net genoeg zijn. Om dat nauwkeurig te kunnen

De Weesperzijde krijgt een parkachtige inrichting met meer gebruiksmogelijkheden voor de buurt. Het autoverkeer van en naar de Omval rijdt over de nieuwe fietsstraat.

Zicht in de huidige situatie richting de Omval.

Natuurlijk spelen in de Ladywell Fields, Londen.

bepalen worden het voorlopige en definitieve ontwerp in de windtunnel getest. Het kan zijn dat, ondanks alle ontwerpinzet, een goed windklimaat aan de gevel niet haalbaar blijkt. In dat geval gaat stap 3 van start, waarbij gezocht wordt naar oplossingen om het windklimaat zo dicht mogelijk bij klimaat C te brengen. Het gedetailleerd in kaart brengen van het windklimaat rondom de entrees van het gebouw om een A of B windklimaat te krijgen, blijft daarbij het uitgangspunt. Luchtkwaliteit Voor de gemeente Amsterdam is luchtkwaliteit een belangrijk onderwerp en heeft daarom het actieplan Schone Lucht vastgesteld. Hieruit volgt bijvoorbeeld het weren van de meest vervuilende oude voertuigen. De milieuzones worden uitgebreid en strenger. In deze zones worden geen benzine-, diesel of gasmotor toegelaten. De luchtkwaliteit is in de laatste jaren een stuk verbeterd en voldoet een groot deel van de stad aan de normen. Ook het plangebied Amsteloever voldoet aan de normen. Naar verwachting blijft het plangebied met de voorgestane ontwikkeling voldoen aan de normen, aangezien het plan een beperkte verkeersaantrekkende werking heeft doordat het direct naast het Amstelstation is gelegen. Akoestisch klimaat Geluid in de stad is een onderschat probleem. Het reguliere geluidsbeleid stelt normen aan hinder van bedrijven, verkeer ed.

Bewoners ervaren ook andere geluidhinder, zoals hinder van scooters, recreatie op het

Wandelen en fietsen langs de Rhone, Lyon.

water en de oever en installaties op de gebouwen. Ook werkt de huidige stenige omgeving in Amsteloever als klankkast. Bij het ontwerp van het plan is als doel gesteld om een (ongezond) teveel aan lawaai te voorkomen. Het vergroenen van de omgeving en toevoegen van bomen hebben een geluiddempend effect. Daarnaast zijn er eisen aan geluidsproductie van installaties. Dat geldt ook voor de opwekking van duurzame energie. In de vervolgfase, bij de verdere uitwerking van de openbare ruimte, wordt toezicht en handhaving betrokken om na te denken hoe de overlast van recreatie en brommers in het gebied aan kan worden gepakt in de nieuwe situatie. Circulariteit Gebouwen hebben een zo flexibel mogelijke indeling waardoor functiewijzigingen zonder ingrijpende verbouwingen mogelijk zijn. De gebruikte materialen hebben een zo laag mogelijke milieubelasting. Door toepassing van biobased (hout, hennep, grassen ed.) en hergebruikte of gerecyclede materialen (beton, baksteen, elektrische installaties ed.) wordt de MPG (milieu prestatie van het gebouw) verlaagd. Materialen en componenten zijn demontabel en herbruikbaar, zodat deze bij sloop/ demontage weer elders in de stad kunnen worden toegepast. Dit zal gedurende het ontwerp- en ontwikkelproces worden geregistreerd in een Grondstoffen- of Materialenpaspoort op basis van onder meer financiële waarde, levensduur en kwaliteit.

Op die manier worden de herwinbare grondstoffen van morgen veiliggesteld.

51

De bestaande complexen zijn overwegend monofunctioneel. Elke nieuwe ontwikkeling herbergt daarentegen altijd een mix van wonen, werken en voorzieningen. 52

4. ONTWIKKELLOCATIES Het projectgebied Amstelstation-Amsteloever is opgedeeld in verschillende ontwikkelocaties. In dit hoofdstuk wordt elke ontwikkelocatie afzonderlijk beschreven, uitmondend in een indicatieve horizontale maatvoering en verkaveling.

Van der Kunbuurt

Amstelvista

Leeuwenburg

Amstelstation

Delta Lloyd

53

4.1 Amstelvista Huidige situatie

eigenaar

DVM en Aghen Invest

grondpositie

eigen grond

BVO

15.300 m2

gebruik leegstandsbeheer aantal parkeerplaatsen

80

vigerend bestemmingsplan deels horeca V (hotel en shortstay), overige delen kantoor en maatschappelijke dienstverlening in de vorm van onderwijsvoorzieningen. Toekomstige situatie Amstelvista markeert de overgang tussen de 19e eeuwse stad en de stedelijke, moderne Amsteloever. Op deze locatie komt het adaptieve stadsblok. Het basement daarvan sluit aan op de omgeving en varieert in hoogte van 25 tot 40 meter NAP. Daaruit rijst een toren van maximaal 78 meter NAP op die de prelude voor het ensemble van torens rondom het Amstelstation vormt. De toren staat aan de Rocketstraat en markeert de plek waar de Ringvaart in de Amstel uitmondt. Door zijn positie wordt de Amstel, Ringvaart en Mr. Treublaan gerespecteerd. De toren krijgt een uitstraling die past

bij de woonfunctie. De plint van het stadsblok heeft een hoogte van minimaal 6 meter ten behoeve van een programmering met een uitnodigend en levendig karakter, bij voorkeur ook in de avonduren. Dat is zeker langs de Weesperzijde van groot belang. Ook als er sprake is van een werkprogramma op de begane grond, zoals waarschijnlijk langs de Mr. Treublaan, dient er sprake te zijn van interactie met de straat. Oriëntatie De gevels van Amstelvista aan de Weesperzijde en Mr. Treublaan zijn belangrijk en krijgen een representatieve invulling. De entrees van de verschillende functies liggen aan deze gevels, waarbij de straathoeken een extra kwaliteit kunnen krijgen. De plint langs de Weesperzijde en Mr. Treublaan strekt zich tot minimaal 10 meter diep in het bouwblok over de volle hoogte uit. Ook de gevel aan de Ringdijk heeft de potentie om een representatieve gevel met een uitnodigende plint te worden. Langs de Rocketstraat mag een architectonische plint van minimaal 6 meter worden gemaakt. Die bestaat uit een begane grond met een vrije hoogte van minimaal 3,5 meter en een verdieping die suggereert alsof er van een dubbele hoogte sprake is. De entrees van de parkeergarage en de utilitaire voorzieningen zoals transformatoren bevinden zich in deze gevel.

Amstelvista ligt op de overgang tussen de 19e -eeuwse stad en de nieuwe wereld rondom het Amstelstation. De nieuwe toren vormt de prelude op het hoogbouwensemble. 54

doorsnede Amstelvista - Weesperzijde

8,0m

6,0m

6,0m

8,0m

2m

3m

33,0m

Expressie

Indicatieve verkaveling

In het beeldkwaliteitskader zijn handvaten voor de architectonische vormgeving gegeven. De architectonische expressie en materialisatie van het basement sluiten in het geval van Amstelvista aan bij de omgeving. De vormgeving van de toren zoekt daarbij ook aansluiting bij die van de andere torens in het hoogbouwensemble van Amsteloever, ze vormen een familie. Hierbij is er een sterke voorkeur voor torens met een vierkante verhouding. Vanwege de bijzondere positie van Amstelvista, waar twee landschappelijke lijnen elkaar ontmoeten, is een uitzondering met betrekking tot deze verhouding denkbaar.

De voorbeelduitwerking gaat uit van een woontoren aan de Rocketstraat en twee kantoorschijven, één langs de Weesperzijde en één langs de Mr. Treublaan. Alle gebouwdelen staan op een in de rooilijn gebouwde plint.

Openbare ruimte De Weesperzijde en Mr. Treublaan vormen de belangrijkste openbare ruimte rondom Amstelvista. De Weesperzijde krijgt meer verblijfskwaliteit door een autovrije inrichting met groene elementen. De Mr. Treublaan wordt ingericht als een laan die aansluit bij het karakter van de Vrijheidslaan. De Ringdijk en Rocketstraat blijven toegankelijk voor de auto.

55

Rocketstraat

Ringvaart

Mr. Treublaan Weesperzijde

Deze voorbeelduitwerking laat een mogelijke uitwerking van de ontwikkellocatie zien.

8,5

,5

23

,0

58

12,0 +NAP

78,0

30,0

+NAP

33,0

40,0 31,0

8,0

+NAP

30,0

max. 32.500 m2

wonen kantoren com. voorzieningen

14.000 - 17.500 m2 14.000 - 17.500 m2 1.000 - 2.000 m2

BVO metrage geldt voor de gehele kavel en is exclusief buitenruimtes en fiets/scooter parkeren. Parkeren van auto's en technische ruimtes met vloeren gelegen onder 1,10 meter NAP vallen niet onder het BVO.

67,0

25,0

Programma (BVO)

parkeren fiets

25,0

minimaal: volgens norm eigen behoefte & bezoekers op eigen terrein & inpandig

scooter minimaal: volgens norm 55,0

eigen behoefte & bezoekers op eigen terrein & inpandig

auto

minimaal & maximaal: volgens norm bezoekersparkeerplekken in eigen parkeervoorziening

Parkeerbehoefte wordt ondergronds onder de gehele plot in eigen parkeervoorziening opgelost.

legenda

22

Op eigen kavel moet minimaal 1.100m2 aan groen gerealiseerd zijn in de eindsituatie. (Dit kan op de daken of op eigen erf.)

bouwvlak met verplichte rooilijn

ruimte voor voetgangers en fietsers

bouwvlak 25 meter NAP voor max. 60% van dit vlak is een bouwhoogte van 40 meter NAP mogelijk

ruimte voor voetgangers, fietsers en autos

indicatie maximale bouwhoogte (t.o.v. NAP)

route auto-ontsluiting

zoekruimte voor toren

expeditie 10 10,0

56

+78,0m NAP zoekruimte voor de toren

min. 8m +40,0m NAP +25,0m NAP

+2,9m NAP

voor max. 60% van dit vlak is een bouwhoogte van 40 meter NAP mogelijk

kan indi too cati r & e en voo tre rzie e nin gen

e ntre gen tie e rzienin a c i o ind & vo oor ant

k

Weesperzijde

Ringdijk

+78,m NAP

+40,0m NAP zoekruimte voor de toren

+1,1m NAP

n

e ge tre in en zien tie or ca o di v in or & o nt

ka

Mr. Treublaan

min. 8m e

e imt rag kru rga zoe arkee p ee ntr

e

Voor de toren geldt een zoekruimte binnen het gearceerde vlak. Het vloeroppervlak van de toren heeft vanaf 40 meter NAP een maximale omvang van 650 m². Het totaal te realiseren BVO in de bouwenvelop bedraagt 32.500 m² en is exclusief de oppervlakte van buitenruimtes. Bij de volumebepaling is uitgegaan van bouwlagen voor wonen met een hoogte van circa 3 meter en voor kantoren van circa 3,5 meter. De plint heeft een hoogte van minimaal 6 meter of in het geval van de architectonische plint minimaal 3,5 meter. Buitenruimtes zijn integraal onderdeel van de architectuur. Balkons mogen worden gecombineerd met een loggia. Tot een hoogte van 40 meter NAP zijn, met uitzondering aan de Rocketstraat, buitenruimtes tot 2,5 meter buiten het gevelvlak toegestaan. Vanaf 40 meter NAP mogen buitenruimtes tot 1 meter buiten het gevelvlak steken. In de Rocketstraat mag dat vanaf 24 meter NAP. Deze 1 meter uitkraging telt niet mee in het vloeroppervlakte van de toren (650 m²). Indien

e imt kru nen zoe ee wo r ent

Rocketstraat

nodig, daar waar het gevelvlak van de toren op de rand van de zoekruimte ligt, mag de 1 meter uitkraging van het balkon ook door de zoekruimte prikken, mits dit privaatrechtelijk en boven de openbare ruimte mogelijk is Een goed windklimaat is belangrijk voor een openbare ruimte waar voetgangers en fietsers zich prettig voelen. Rond de entree(s) van een gebouw is een A windklimaat wenselijk maar is een B klimaat ook acceptabel. Langs de overige gevels is het streven een A/B windklimaat en kan bij uitzondering een C klimaat optreden. Bij hoge uitzondering mag er in de openbare ruimte een minder goed windklimaat optreden mits dat geen hinderlijke situatie oplevert. Het windhinderonderzoek is verplichtend en gebeurt in samenwerking met de gemeente. Hebben maatregelen en voorzieningen in of rond het gebouw om een goed windklimaat te bereiken effect op de uitstraling van het gebouw, dan worden die in overleg met de supervisor bepaald.

57

Variant met groene binnenwereld als collectieve ruimtes voor bewoners.

4.2 Van der Kunbuurt Huidige situatie De huidige opzet van de Van der Kunbuurt is open, zogenaamde strokenbouw.

eigenaar

Stadgenoot

grondpositie

erfpacht

BVO

25.000 m2 (incl. te handhaven flat aan de Weesperzijde)

gebruik wonen en commerciële voorzieningen aantal parkeerplaatsen geen parkeerplaatsen op eigen terrein (parkeren bevindt zich in de openbare ruimte) vigerend bestemmingsplan wonen en commerciële voorzieningen Toekomstige situatie

•

veel groen

•

kleinschalige gebouwen in het park, wat grotere gebouwen in de rand

•

het park is semi - openbaar

•

het park is goed afgeschermd van het geluid

•

goede bezonning

Variant met binnenstraat tussen twee blokken met binnentuinen.

meter. Is er sprake van wonen op de begane grond, dan is een architectonische plint mogelijk. Die bestaat uit een begane grond met een vrije hoogte van minimaal 3,5 meter en een verdieping die suggereert alsof er van een dubbele hoogte sprake is. Oriëntatie De bebouwing langs het stationsplein, de Mr. Treublaan en het spoor staat in de rooilijn. De meeste entrees van de verschillende functies liggen aan deze buitengevels, bij voorkeur op de straathoeken. De entree voor gemotoriseerd verkeer bevindt zich aan de Mr. Treublaan, ongeveer ter hoogte van de huidige Van der Kunstraat. De auto wordt vanaf dat punt zo snel mogelijk naar de (half) verdiepte parkeergarage geleid. Vanaf de entree aan de Mr. Treublaan gaat een openbare wandelroute door het binnengebied naar het stationsplein, dwars door de buurt. Het principe van de architectonische plint geldt ook hier. De woningen zijn met hun voorkant naar de wandelroute gericht. Op de begane grond bevinden zich zoveel mogelijk ramen en voordeuren zodat er “ogen op straat ” zijn.

De Van der Kunbuurt krijgt een andere opzet Expressie dan de huidige strokenverkaveling. De nieuwe In het beeldkwaliteitskader zijn handvaten voor de stedenbouwkundige structuur gaat uit van een duidelijk architectonische vormgeving gegeven. De nieuwe Van onderscheid tussen de binnen- en buitenzijde van de die buurt, waarbij de te handhaven flat aan de Weesperzijde c o n c l u s i edersKunbuurt & u heeft i t gvooral a neengwoonbestemming spunten om een menselijke maat in de architectuur en tussen op een harmonieuze wijze wordt ingepast. De nieuwe gebouwen vraagt. De sociale plint met “ogen op straat” bouwhoogte heeft een getrapte opbouw. Lager aan de zal daarbij helpen maar er is meer nodig. Het is gewenst binnenzijde van de buurt en bij de aansluiting met de dat het verschil tussen de zachte binnenzijde en stedelijke flat aan de Weesperzijde. Dichter bij het spoor is een buitenzijde van de buurt ook in de architectuur tot bouwhoogte tot 38 meter NAP mogelijk. Een toren van uitdrukking wordt gebracht. Datzelfde geldt voor het maximaal 101,5 meter NAP markeert het station. Deze verschil in woningtypes. Die gaan niet schuil achter een toren staat op een lager basement die de geleidelijke neutrale gevel maar zorgen juist voor meer expressie. De overgang naar het stationsplein vormt.

hoger gelegen appartementen worden bij voorkeur door De binnenzijde van de buurt krijgt een intiem, rustig en middel van portieken ontsloten zodat lange (en in de groen karakter waar het wooncomfort op de eerste plaats praktijk vaak doodse) galerijen voorkomen worden. Is een staat. De buitenzijde maakt contact met de omgeving en galerij onontkoombaar, dan is deze voldoende breed zodat sluit daar naadloos op aan. Ze krijgt een meer stedelijk die echt gebruikt kan worden. Een galerij mag bovendien karakter met een mix van wonen en voorzieningen. niet te lang zijn. Langs het stationsplein tot aan de hoek WeesperzijdeRivierenplein heeft het realiseren van uitnodigende en levendige functies prioriteit. Daarnaast is ook een enkele voorziening langs de Mr. Treublaan denkbaar. De voorzieningen bevinden zich op de begane grond, in de plint langs de straat. De plint heeft een hoogte van 6 à 7 58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10004484/1