CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

18a. Waterbodem Poel AQ.eindrp.23-883.V2.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 17 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Afdoening toezeggingen uit de cie MOW van 13 februari 2025 n.a.v. bespreken van de PFAS vervuiling in het water van het Amsterdamse Bos en gebruik van staalslakken (VN2025-003004)6.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WATERBODEMONDERZOEK PILOT AMSTELVEENSE POEL PROJ E C TN U MME R AQ UO N : 23 - 88 3 WA TE RS CH AP : H HRL

OPDRACHTGEVER

T. Scholten Hoogheemraadschap van Rijnland Archimedesweg 1, 2333CM Leiden

OPSTELLER

M. Franken Aquon

VRIJGAVE

L. Sieckmeijer

STATUS

Definitief

VERSIE

1.0

RAPPORTDATUM

26-10-2023

RAPPORTNAAM

Pilot Amstelveense Poel

RAPPORTNUMMER

AQ.eindrp.23-883.V1

2

SAMENVATTING EN CONCLUSIE SAMENVATTING EN CONCLUSIE In opdracht van Hoogheemraadschap van Rijnland heeft Aquon een milieuhygiënisch waterbodemonderzoek uitgevoerd in het beheergebied van het hoogheemraadschap. De werkzaamheden voor dit milieuhygiënisch waterbodemonderzoek zijn uitgevoerd door Aquon. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 31-8-2023 en 1-9-2023.

AANLEIDING EN DOELSTELLING Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen baggerwerkzaamheden. Voordat gebaggerd kan worden is inzicht in de kwaliteit van de baggerspecie noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie conform de NEN5720 [REF 2]. Daarnaast is vastgesteld of bij het uitvoeren van baggerwerkzaamheden risico’s als gevolg van de aanwezigheid van asbest kunnen optreden.

BEVINDINGEN VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSINSPANNING Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd in watergangen in de regio Amstelveense Poel, gelegen in de omgeving van Amstelveen. De te onderzoeken watergangen liggen voornamelijk in landelijk gebied en worden gebruikt als afwatering van de naastgelegen percelen. Voor het geheel van de watergangen is het laatste baggerjaar onbekend. De trajecten zijn allen watervoerend. Er zijn geen overstorten aanwezig. In onderstaande tabel is een samenvatting van de gehanteerde onderzoeksinspanning opgenomen. TABEL 1. SAMENVATTING ONDERZOEKSINSPANNING

Aantal monstervakken

Lengte (km)

5

1,46 km

5

NVT

Onderzoeksinspanning Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN) Overig water, normale onderzoeksinspanning (ON)

Max. lengte monstervakken (m)

Bemonsterde laag

500m

Volledige sliblaag

NVT

Volledige sliblaag

3

MILIEUHYGIËNISCHE KWALITEIT EN HOEVEELHEID Op basis van het vooronderzoek zijn 10 monstervakken ingedeeld. Hiervan zijn 10 monstervakken bemonsterd. In alle bemonsterde monstervakken is de volledige sliblaag bemonsterd. In de bemonsterde monstervakken is geen sliblaag dikker dan 1,0 m aangetroffen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit [REF 3] en het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, aangepast op 13 december 2021 [REF 5]. In bijlage 7 zijn de toetsingsresultaten per monstervak opgenomen. In de onderstaande tabellen is per monstervak een overzicht gegeven van de toetsingsresultaten. In onderstaande tabellen is geen rekening gehouden met afperkend onderzoek. TABEL 2. SAMENVATTING TOETSINGSRESULTATEN EN HOEVEELHEDEN PER MONSTERVAK.

Verspreiden op aangrenzend perceel

Toepassen op landbodem

Toepassen op waterbodem

Monstervak Bbk 20444 20445 20446

Verspreidbaar Niet verspreidbaar Niet verspreidbaar

PFAS (Cat 4.2)

Bbk

PFAS (Cat 4.1)

Bbk

Niet verspreidbaar Niet verspreidbaar Niet verspreidbaar Niet verspreidbaar Niet verspreidbaar

Klasse Industrie Klasse Industrie Klasse Industrie Klasse Industrie Klasse Industrie

Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar

Klasse B Klasse B Klasse B Klasse B Klasse A

20447

Verspreidbaar

20448

Verspreidbaar

20449

Niet verspreidbaar

Niet verspreidbaar

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

20450

Niet verspreidbaar

20451

Verspreidbaar

Niet verspreidbaar Niet verspreidbaar

Klasse Industrie Niet toepasbaar

Klasse B Klasse B

20452

Nooit verspreidbaar

Verspreidbaar

Niet toepasbaar

20453

Verspreidbaar

Niet verspreidbaar

Klasse Industrie

Niet toepasbaar Niet toepasbaar Functieklass e Wonen of Industrie Niet toepasbaar

Klasse B Klasse B

PFAS (Cat 4.9.1 & 4.9.2) Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Niet toepasbaar Alleen toepasbaar 4.9.1 Niet toepasbaar Niet toepasbaar Alleen toepasbaar 4.9.1 Niet toepasbaar

CROW 400 Veiligheidsklasse$

Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen

4

TABEL 3. SAMENVATTING RESULTATEN TOETSINGSKADER ‘VERSPREIDEN OP AANGRENZEND PERCEEL’

Besluit bodemkwaliteit

HK PFAS: Verspreiden aangrenzend perceel (Cat. 4.2) Aantal monstervakken

Verspreiden aangrenzend perceel

Aantal monstervakken

Verspreidbaar

Niet verspreidbaar

Niet onderzocht op PFAS

Vrij verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar Nooit verspreidbaar

0 5 4 1

0 0 0 1

0 5 4 0

0 0 0 0

TABEL 4. SAMENVATTING RESULTATEN TOETSINGSKADER ‘TOEPASSEN OP LANDBODEM’

Besluit bodemkwaliteit

HK PFAS: Toepassen op landbodem (Cat. 4.1) Aantal monstervakken

Toepassen op landbodem

Aantal monstervakken

Vrij toepasbaar Klasse Wonen Klasse Industrie Niet toepasbaar

0 0 8

0 0 0

Functieklasse Wonen of Industrie 0 0 0

2

0

1

Functieklasse Landbouw/Natuur

0 0 8

Niet onderzocht op PFAS 0 0 0

1

0

Niet toepasbaar

TABEL 5. SAMENVATTING RESULTATEN TOETSINGSKADER ‘TOEPASSEN IN/OP WATERBODEM’

Besluit bodemkwaliteit

HK PFAS: Toepassen in oppervlaktewater (Cat. 4.9.1 & 4.9.2) Aantal monstervakken

Toepassen in/op waterbodem

Aantal monstervakken

Vrij toepasbaar Klasse A Klasse B Niet toepasbaar

0 1 9 0

Toepasbaar 4.9.1 & 4.9.2

Alleen toepasbaar 4.9.1

Niet toepasbaar

Niet onderzocht op PFAS

0 0 0 0

0 0 2 0

0 1 7 0

0 0 0 0

ASBEST In het vooronderzoek (bureauonderzoek en terreinverkenning) zijn geen asbestverdachte monstervakken aangetroffen. Een milieuhygiënisch asbestonderzoek is niet uitgevoerd.

VEILIGHEIDSKLASSE De voorlopige veiligheidsklasse voor de uitvoering van baggerwerkzaamheden voor het milieuhygiënisch waterbodemonderzoek is vastgesteld door het softwarepakket van Schreurs (STR400 V8.67). Voor alle monstervakken is geen CROW400 veiligheidsklasse van toepassing.

5

De definitieve veiligheidsklasse en de te nemen veiligheidsmaatregelen dienen te worden vastgesteld door een HVK’er of een arbeidshygiënist.

AANBEVELINGEN Op basis van de resultaten van het onderzoek, worden de volgende aanbevelingen gedaan voor de uitvoering van de baggerwerkzaamheden.

VERWERKEN BAGGERSPECIE Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek kan een groot deel van de baggerspecie worden verspreid op aangrenzende percelen. Aanbevolen wordt met de perceeleigenaren van de naast de trajecten gelegen percelen af te stemmen of het verspreiden van de baggerspecie op de oevers ook wenselijk is. Wanneer verspreiden praktisch niet mogelijk of wenselijk is, wordt aanbevolen de vrijkomende baggerspecie af te voeren naar een geschikte toepassingslocatie of verwerker. Voor de niet verspreidbare baggerspecie wordt aanbevolen deze af te voeren naar een erkende verwerker of een geschikte toepassingslocatie. Voor alle verwerkingsmogelijkheden geldt de aanbeveling om de toepassingen binnen het Handelingskader PFAS [REF 5] vooraf goed af te stemmen met de verwerker en het bevoegd gezag. Verontreinigingen van baggerspecie die zijn veroorzaakt door puntbronnen vallen buiten de reikwijdte van het Besluit Bodemkwaliteit [REF 3]. De milieuhygiënische verklaring met een waterbodemonderzoek conform de NEN5720 [REF 2] kan dus niet gebruikt worden binnen het generieke toepassingskader Bbk voor locaties waar een puntbron wordt aangetroffen.

AANBEVELING AFPERKEND ONDERZOEK Aanbevolen wordt grenzen tussen herbruikbare baggerspecie en niet herbruikbare baggerspecie af te perken om zo de buitencontouren van de verontreiniging te bepalen. Onder niet herbruikbare baggerspecie valt afhankelijk van het toepassingskader niet/nooit toepasbare of niet/nooit verspreidbare baggerspecie (ook op basis van PFAS). Of afperking noodzakelijk is hangt af van de gewenste toepassing.

6

INHOUD Samenvatting en conclusie ..................................................................................................... 3 Aanbevelingen ........................................................................................................................ 6

INLEIDING........................................................................................................ 9 Algemeen .......................................................................................................................... 9 Aanleiding en doelstelling ................................................................................................. 9 Leeswijzer .......................................................................................................................... 9

CERTIFICERING EN KWALITEITSBORGING ...................................................... 10 Certificering ..................................................................................................................... 10 Partijdigheid/Onafhankelijkheid ..................................................................................... 10 Geldigheid ....................................................................................................................... 10 Uitvoeren veldwerk......................................................................................................... 10 Laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 11

VOORONDERZOEK ......................................................................................... 12 Werkwijze vooronderzoek .............................................................................................. 12 Resultaten vooronderzoek .............................................................................................. 14 Onderzoeksinspanning en hypothese............................................................................. 17

WATERBODEMONDERZOEK KWALITEIT ........................................................ 20 Onderzoeksstrategie ....................................................................................................... 20 Uitgevoerde veldwerkzaamheden .................................................................................. 20 Laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 21 Resultaten ....................................................................................................................... 21

LITERATUURLIJST.............................................................................................. 27

7

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Bijlage 8 Bijlage 9

Bijlage 10

Veldverslag Vooronderzoek Tekening monstervakindeling Boorstaten Analysecertificaten CSV-bestand analyseresultaten Toetsingsresultaten A) Bbk regulier onderzoek B) HK PFAS regulier onderzoek Tekening uitgevoerd boorplan Tekeningen regulier waterbodemonderzoek A) Tekeningen Bbk-kwaliteit en HK PFAS verspreidbaarheid B) Tekeningen Bbk-kwaliteit en HK PFAS toepassen op/in landbodem GIS-bestanden/databestanden (digitaal)

De bijlagen zijn bijgevoegd in de PDF. In de meeste PDF-programma’s zijn de bijlagen te openen door op de paperclip te klikken.

8

INLEIDING ALGEMEEN In opdracht van Hoogheemraadschap van Rijnland heeft Aquon een milieuhygiënisch waterbodemonderzoek uitgevoerd in het beheersgebied van het hoogheemraadschap. In voorliggend rapport zijn de resultaten gerapporteerd van het onderzoek in de watergangen in de regio Amstelveense Poel, gelegen in de omgeving van Amstelveen. De werkzaamheden voor dit milieuhygiënisch waterbodemonderzoek zijn uitgevoerd door Aquon.

AANLEIDING EN DOELSTELLING Aanleiding voor het onderzoek zijn de voorgenomen baggerwerkzaamheden. Voordat gebaggerd kan worden, is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de baggerspecie noodzakelijk. Uitgangspunt bij de uitvoering van de baggerwerkzaamheden is alle binnen de onderhoudsdiepte aanwezige baggerspecie te verwijderen. Als voorbereiding op het waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 [REF 2] moet een vooronderzoek conform de NEN 5717 [REF 1] worden uitgevoerd. Het vooronderzoek naar asbest is tevens conform NEN 5717 [REF 1] uitgevoerd. Doel van het vooronderzoek is het doen van een uitspraak over de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem, de daaruit vrijkomende baggerspecie en eventueel overige relevante gegevens. Doel van het waterbodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënisch kwaliteit van de baggerspecie conform de NEN5720 [REF 2] . Daarnaast is vastgesteld of bij het uitvoeren van baggerwerkzaamheden risico’s als gevolg van de aanwezigheid van asbest kunnen optreden.

LEESWIJZER Dit rapport beschrijft allereerst de samenvatting en conclusie. Vervolgens wordt de certificering waaronder het onderzoek is uitgevoerd beschreven. Daarna worden de resultaten van het vooronderzoek, de werkzaamheden en de resultaten van de kwaliteitsbepaling beschreven.

9

CERTIFICERING EN KWALITEITSBORGING CERTIFICERING Het veldwerk is uitgevoerd conform de AS SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek” en protocol 2003 “Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”. Het veldwerk is op 31-8-2023 en 1-9-2023 uitgevoerd door de gecertificeerde veldwerkers P. Haasnoot en M. v.d. Poel.

PARTIJDIGHEID/ONAFHANKELIJKHEID Ten behoeve van de uit te voeren werkzaamheden is geen sprake van partijdigheid. Aquon is geen eigenaar van de onderzoekslocatie, is onafhankelijk van de opdrachtgever en heeft geen belang bij de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek of rapportages; er wordt geen 'eigen grond onderzocht'. Zie ook bijlage 1 voor de ondertekende onafhankelijkheidsverklaring.

GELDIGHEID GELDIGHEIDSDUUR KWALITATIEF WATERBODEMONDERZOEK De watergangen van dit milieuhygiënisch waterbodemonderzoek bevinden zich in een statisch watersysteem. Dit milieuhygiënisch waterbodemonderzoek heeft daarom een geldigheidsduur van 5 jaar. De geldigheidsduur kan korter zijn als gevolg van bijzondere gebeurtenissen zoals (illegale) lozingen en/of calamiteiten en/of tussentijds baggeren [REF 2].

UITVOEREN VELDWERK Bij de uitvoering van het veldwerk zijn de volgende protocollen gehanteerd: • • • • • • •

AS SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, versie 2.8 van 712-2014; Protocol 2003 “Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”, versie 6, 1-2-2018, NPR 5741 Bodem. Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment, en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek; NEN 5742 Bodem. Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken; NEN 5104 Geotechniek – Classificatie van onverharde grondmonsters; NEN 5706 Richtlijnen voor de beschrijving van zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van milieukundig bodemonderzoek; NEN 5720 Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, december 2017,

10

•

Kennisdocument voor Bemonstering en analyse van PFAS-verbindingen in grond- en grondwater, juli 2019.

Om contaminatie van het monstermateriaal met PFAS-verbindingen te voorkomen, is gewerkt met veldwerkmaterialen vrij van PFAS-verbindingen. De veldwerkmaterialen zijn geselecteerd op basis van informatie gegeven door producenten en leveranciers. Voorliggend waterbodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de geldende normen. Omdat met een voorgeschreven en gelimiteerd aantal boringen en monsters wordt gewerkt, blijft het altijd mogelijk dat er lokale afwijkingen in de waterbodem aanwezig zijn die niet tijdens dit onderzoek naar voren komen. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek een momentopname betreft waarin een eventuele beïnvloeding van de waterbodem na die tijd niet wordt meegenomen. Aquon acht zich niet verantwoordelijk voor eventuele schade of gevolgen voortvloeiend uit dit waterbodemonderzoek.

LABORATORIUMONDERZOEK De uit te voeren analyses t.b.v. het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit zijn verricht door Aquon te Leiden. Dit laboratorium is NEN-EN-ISO/IEC 17025 geaccrediteerd door de RvA onder nummer L553. In de analysecertificaten staat geen ‘Q’ of ‘S’ voor het meetresultaat indien de analyse is uitbesteed door Aquon. De betreffende analyses zijn echter wel onder AS3000-condities en volgens de vereiste normen en accreditaties geanalyseerd. Bij uitbesteding mag volgens de regels van de Raad van Accreditatie een ‘Q’ of ‘S’ niet overgenomen worden op een analysecertificaat.

11

VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk is de werkwijze en het resultaat voor het vooronderzoek conform de NEN 5717 [REF 1] opgenomen en worden de resultaten gerapporteerd.

WERKWIJZE VOORONDERZOEK Doel van het vooronderzoek is om (mogelijke) aanwezige verontreinigingen in de te verwijderen baggerspecie te inventariseren en een uitspraak te doen over de verwachte kwaliteit van de te onderzoeken en te verwijderen baggerspecie. Daarnaast dient het vooronderzoek als basis voor de hypothese van het veld- en laboratoriumonderzoek conform de NEN 5720 [REF 2]. Tot slot wordt tijdens het vooronderzoek nog informatie over bijzondere objecten en obstakels, zoals duikers, verzameld die van invloed (kunnen) zijn op de uitvoering van het waterbodemonderzoek en de onderhoudsbaggerwerkzaamheden.

MILIEUHYGIENISCHE KWALITEIT Voorafgaand aan het milieuhygiënisch waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 [REF 2] is een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5717 [REF 1]. In de NEN 5717 [REF 1] bestaat het vooronderzoek uit de onderdelen bureaustudie en terreinverkenning. In voorliggend onderzoek is de onderzoeksinspanning bepaald op basis van de resultaten uit de bureaustudie en de terreinverkenning.

BUREAUONDERZOEK Bij het bureauonderzoek is relevante informatie verzameld waarmee een inschatting van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem en de eventuele aanwezigheid van asbest kan worden gemaakt. De gebruikte bronnen zijn in de volgende paragraaf opgenomen.

TERREINVERKENNING In de NEN 5717 [REF 1] is opgenomen dat, door middel van een terreinverkenning in het vooronderzoek, de beschikbare gegevens worden geverifieerd. Tegelijkertijd met de bemonstering is ook een aparte terreinverkenning uitgevoerd.

ASBEST Om vast te kunnen stellen of de watergangen in het projectgebied mogelijk verontreinigd zijn met asbest, is een vooronderzoek naar het voorkomen van asbest uitgevoerd. Het asbestonderzoek bestaat uit een vooronderzoek, conform de NEN 5717 [REF 1] waarbij informatiebronnen worden geraadpleegd en een terreinverkenning wordt uitgevoerd. Het vooronderzoek naar asbest bestaat uit het verzamelen van historische gegevens. Hierbij wordt gekeken naar het vroegere en huidige gebruik van de locaties gelegen in de directe nabijheid van de te baggeren watergangen en naar gebeurtenissen (calamiteiten) die mogelijk een asbestverontreiniging hebben

12

veroorzaakt. In het kader van het onderzoek zijn de watergangen geïnventariseerd op de aanwezigheid van asbestverdachte objecten. In voorliggend onderzoek is in eerste instantie de asbestverdenking op basis van de bureaustudie vastgesteld en tijdens de bemonstering is de terreinverkenning uitgevoerd. Op basis van de bureaustudie en terreinverkenning is de definitieve asbestverdenking van het monstervak vastgesteld.

TERREINVERKENNING De te baggeren watergangen en de directe omgeving zijn tijdens een terreinverkenning onderzocht op mogelijke aanwezigheid van asbest. Bij de terreinverkenning is een strook van circa 20 meter breed langs de oever onderzocht en de emissiekans van betreffende objecten bepaald. Hierbij is vooral aandacht besteed aan de volgende punten: • • • •

Beschoeiingen waarbij asbest(houdend) plaatmateriaal is gebruikt; Gestorte afval- en puinrestanten langs oevers en in dammen; Asbestplaatmateriaal op daken van huisjes, op volkstuinen en bedrijfsgebouwen; Asbesthoudende afvoerpijpen.

BRONNEN/GERAADPLEEGDE INFORMATIE Ten behoeve van het vooronderzoek is eerst een bureauonderzoek uitgevoerd waarbij gebruik is gemaakt van de volgende bronnen:

HOOGHEEMRAADSCHAP Het hoogheemraadschap heeft interne gegevens aangeleverd ten behoeve van het vooronderzoek. De volgende gegevens zijn gebruikt: • Locaties riooloverstorten • Locaties lozingen • Bekende calamiteiten • Kunstwerken (duikers, stuwen, etc.)

OMGEVINGSDIENST NOORDZEEKANAALGEBIED Via omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied [REF 10] worden verontreinigingsbronnen in of nabij de te baggeren watergangen gelokaliseerd. Per watergang worden alle relevante bronnen genoteerd die mogelijk van invloed zijn op de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem.

LUCHTFOTO EN TOPOGRAFISCHE ONDERGRONDEN Op basis van actuele luchtfoto’s en topografische ondergronden zijn mogelijke bronnen van verontreiniging gesignaleerd. Hieronder vallen onder andere: stedelijke of industriële gebieden, A- en N-wegen, volkstuinen en boomgaarden.

DIVERSEN • •

Asbest in Kaart, Historisch onderzoek Asbestgebruik, Methode Asbestkansenkaart, ReGister, 10 maart 2006, Open bronnen internet (bijv. calamiteiten, landgebruik, etc.).

13

RESULTATEN VOORONDERZOEK UITVOERING De resultaten van de bureaustudie zijn geverifieerd tijdens een terreinverkenning waarbij de watergangen zijn bezocht. De resultaten uit het vooronderzoek (bureaustudie en terreinverkenning) zijn in bijlage 2 opgenomen. In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste conclusies samengevat van zowel de bureaustudie als de terreinverkenning.

LIGGING PROJECTGEBIED Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd in watergangenin de regio Amstelveense Poel, gelegen in de omgeving van Amstelveen. De watergangen liggen voornamelijk in landelijk gebied en zijn omringd door wegen, bebouwing en grasland. Het laatste baggerjaar is onbekend.

AFBEELDING 3.1. LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE

ONDERDELEN NEN5717 HOOFDDOELSTELLING Het onderzoek wordt uitgevoerd vanwege de voorgenomen baggerwerkzaamheden.

WATERTYPE De watergangen vallen onder de watertypen: lintvormig water en overig water. Het watertype per monstervak is weergegeven in bijlage 2.

BEBOUWING GEBIED In het projectgebied zijn de volgende soorten gebied aangemerkt: lintbebouwing en landelijk gebied.

TE BEMONSTEREN LAAGDIKTE De waterbodem wordt bemonsterd tot de oorspronkelijke bodem. In de onderstaande tabel is de te bemonsteren diepte per monstervak weergegeven.

14

TABEL 3.1. TE BEMONSTEREN DIEPTE PER MONSTERVAK

Monstervak 20444 20445 20446 20447 20448 20449 20450 20451 20452 20453

Te bemonsteren diepte Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag Volledige sliblaag

EERDER UITGEVOERDE BAGGERWERKZAAMHEDEN Van geen van de monstervakken zijn historische kwaliteitsgegevens bekend.

RIOOLOVERSTORTEN EN RWZI’S In het projectgebied zijn geen overstorten aanwezig. In het projectgebied zijn geen (voormalige) RWZI’s aanwezig. Overstorten van gemengde systemen of afvalwatersystemen zijn een mogelijke (punt)bron van bijvoorbeeld pathogene micro-organismen (virussen, bacteriën, parasieten). Deze vormen een risico voor bijvoorbeeld weidevee, de kwaliteit van dierlijk product en de teelt van gewassen. Daarom mag baggerspecie uit de omgeving van dergelijke overstorten in principe niet verspreid worden. In een toelichting op het verspreidingskader [REF 7] zijn handvatten opgenomen op basis waarvan verspreiden (onder voorwaarden) eventueel toch mogelijk is. Onder andere moet worden beoordeeld of de overstort terecht is aangewezen als (punt)bron van bijvoorbeeld pathogene micro-organismen. Vanuit de zorgplicht dient hier verantwoord mee te worden omgegaan. Daarnaast moet dit worden afgestemd met het bevoegd gezag.

OMGEVINGSDIENST NOORDZEEKANAALGEBIED In het projectgebied zijn diverse verdachte locaties aangetroffen via de Omgevingsdienst [REF 10] welke mogelijk invloed hebben op de kwaliteit van de waterbodem. In de overzichtstabel van het vooronderzoek (bijlage 2) zijn de relevante aangetroffen bronnen weergegeven. De omgevingsdienstgegevens zijn afdoende voor het vooronderzoek, daarom is bodemloket in dit projectgebied niet geraadpleegd.

NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN (NGE’S) EN ARCHEOLOGIE Een onderzoek naar NGE’s (Niet Gesprongen Explosieven) of archeologie is niet uitgevoerd in dit vooronderzoek. Het is aannemelijk dat de watergangen in de afgelopen 20 jaar gebaggerd zijn. De kans op het aantreffen van NGE’s en archeologische vondsten is te verwaarlozen.

VERKEERSINTENSITEIT Wegen met een hoge verkeersintensiteit zijn potentiële verontreinigingsbronnen. In het projectgebied zijn meerdere wegen aanwezig. 1 monstervak ligt aan een weg waar een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag wordt verwacht.

15

REGELMATIGE BEROEPS- OF PLEZIERMOTORVAART In de monstervakken 20444, 20445, 20446, 20447, 20448, 20451, 20452 en 20453 is sprake van beroeps- of pleziermotorvaart. Deze watergangen zijn mogelijk verontreinigd met minerale olie.

LANDGEBRUIK Binnen het projectgebied zijn soorten landgebruik aanwezig welke mogelijk invloed hebben op de kwaliteit van de waterbodem in de aangrenzende watergangen. In bijlage 2 is het landgebruik per monstervak weergegeven.

CALAMITEITEN Nabij de te onderzoeken watergangen zijn geen calamiteiten bekend die mogelijk invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de waterbodem.

(VOORMALIGE) STORTPLAATSEN Binnen de onderzoekslocatie zijn geen (voormalige) stortplaatsen bekend.

PFAS PFAS-verbindingen (Per- en PolyFluorAlkyl Stoffen) zijn een stofgroep die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS-verbindingen zijn water-, vet- en vuilafstotend en blijven stabiel bij hoge temperaturen. Deze eigenschappen maken PFAS-verbindingen geschikt voor industriële toepassingen en toepassingen in consumentenproducten. PFAS-verbindingen zijn schadelijk voor het bodem- en watersysteem, met uiteindelijk effecten op de mens.

POTENTIËLE PFAS-BRONLOCATIES Potentiële PFAS-bronnen zijn PFAS-producerende industrie, PFAS-verwerkende industrie, de inzet van brandblusschuim, en secundaire bronnen zoals stortplaatsen, RWZI’s en afvalverbrandingsinstallaties [REF 8], PFAS-verwerkende industrie betreft verschillende bedrijfsactiviteiten, waaronder textiel industrie, lak- en verfindustrie, glastuinbouw en meer. RWZI’s zijn verdacht wegens de afvalstromen van huishoudens, industrieën en stedelijk water. Zodoende moeten riooloverstorten ook als potentiële PFAS-bronnen worden beschouwd. Er zijn geen potentiële PFAS-bronlocaties aanwezig in het onderzoeksgebied.

DIFFUSE BELASTING MET PFAS Volgens het Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, aangepast op 13 december 2021 [REF 5], is heel Nederland verdacht op het voorkomen PFAS-verbindingen, met uitzondering van de PFAS-verbinding GenX. Oorzaken van de diffuse verontreiniging met PFAS-verbindingen zijn de veelvuldige en grootschalige toepassing van PFAS-verbindingen, en atmosferische depositie van PFASverbindingen vanwege de emissie van PFAS-verbindingen door PFAS producerende en PFAS verwerkende industrie.

POTENTIËLE GENX BRON LOCATIES Potentiële GenX-bronnen zijn teflon en andere gefluoreerde polymeren producerende en/of verwerkende industrie [REF 8]. Geen potentiële GenX-bronnen zijn waargenomen.

16

DIFFUSE BELASTING MET GENX Het projectgebied ligt buiten de invloedsfeer van de GenX-verwerkende industrie. Een diffuse belasting van het projectgebied met de PFAS-verbinding GenX wordt niet verwacht.

ASBEST BUREAUSTUDIE Gedurende de bureaustudie zijn geen aanwijzingen voor de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudend puin of asbestverdachte objecten gevonden. Op basis van de bureaustudie zijn geen monstervakken als “Kans op asbest” of als “Verdacht” aangemerkt.

TERREINVERKENNING Tijdens de terreinverkenning zijn in geen van de ingedeelde monstervakken asbesthoudend puin of asbestverdachte objecten aangetroffen. Op basis van de terreinverkenning zijn geen monstervakken als asbestverdacht gekarakteriseerd.

ONDERZOEKSINSPANNING EN HYPOTHESE ONDERZOEKSINSPANNING MILIEUHYGIENISCH ONDERZOEK DEELLOCATIES Op basis van de onderscheiden watertypen en andere informatie uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie verdeeld in deellocaties op basis van belasting. Bij de monstervakindeling is daarnaast rekening gehouden met de potentieel verontreinigde delen. Bij het indelen van de monstervakken komt het voor dat losse deeltrajecten binnen 1 monstervak niet direct op elkaar aansluiten. Dit wordt veroorzaakt doordat tussenliggende deeltrajecten bijvoorbeeld voldoen aan de onderhoudsdiepte en niet onderzocht zijn. Ook kan voorkomen dat tussenliggende trajecten niet onder beheer van het waterschap vallen of dat ze onderbroken worden door wegen of andere objecten. Op basis van onderstaande voorwaarden zijn dergelijke losse deeltrajecten wel in 1 monstervak samengenomen: •

•

De (onderbroken) deeltrajecten (onderzochte en niet onderzochte) binnen 1 monstervak worden door dezelfde bronnen of type bronnen belast op basis van het vooronderzoek conform de NEN 5717. Ook de overige kenmerken, zoals sedimentatie of watertype, zijn hetzelfde; De (onderbroken) deeltrajecten (onderzochte en niet onderzochte) binnen 1 monstervak staan met elkaar in verbinding via duikers of oppervlaktewater.

Zodoende zijn 2 typen belastingen onderscheiden, namelijk: “Diffuus belast (landelijk)” en “Diffuus belast (stedelijk/industriegebied)”.

VERONTREINIGINGSSITUATIE BBK (HYPOTHESE BBK) Voor 9 van de 10 monstervakken wordt verwacht dat de baggerspecie verspreidbaar is op aangrenzend perceel. De hypothese is gebaseerd op het grondgebruik, de afwezigheid van puntbronnen en de waterhuishouding.

17

Voor de watergangen met de aanwezigheid van een verontreinigende bron geldt de hypothese dat de locatie verontreinigd is. De verwachting is dat de baggerspecie mogelijk niet verspreidbaar is op aangrenzend perceel. Dit geldt voor 1 van de 10 monstervakken.

VERONTREINIGINGSSITUATIE PFAS (HYPOTHESE PFAS) Op basis van het vooronderzoek wordt een diffuse PFAS-verontreiniging verwacht. Er wordt geen verontreiniging verwacht met de PFAS-verbinding GenX. De verwachting is dat alle monstervakken niet met de PFAS-verbinding GenX zijn belast. Voor alle monstervakken wordt baggerspecie verspreidbaar op aangrenzend perceel verwacht op basis van de normen voor verspreiden van baggerspecie uit het Handelingskader PFAS [REF 5].

ONDERZOEKSINSPANNING In tabel 3.2 is de onderzoeksinspanning voor het projectgebied samengevat. In de bijlage 3 is de ligging van de monstervakken per monstervak op kaart weergegeven. De totale scope van het voorliggende onderzoek omvat 1,74 km watergang (exclusief duikers). Hiervan is in uiteindelijk 1,74 km watergang milieuhygiënisch waterbodemonderzoek uitgevoerd bestaande uit 10 monstervakken. TABEL 3.2: SAMENVATTING ONDERZOEKSINSPANNING

Aantal monstervakken

Lengte (km)

5

1,46 km

5

NVT

Onderzoeksinspanning Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN) Overig water, normale onderzoeksinspanning (ON)

Max. lengte monstervakken (m)

Bemonsterde laag

500m

Sliblaag tot onderhoudsdiepte

NVT

Sliblaag tot onderhoudsdiepte

ONDERZOEKSINSPANNING ASBEST In het vooronderzoek (bureauonderzoek en terreinverkenning) zijn geen asbestverdachte monstervakken aangetroffen. Een milieuhygiënisch asbestonderzoek is niet uitgevoerd.

ANALYSEPAKKET Het waterschap laat alle monsters analyseren (conform AS3000) op het standaardpakket rijkswateren (pakket C2) uit de NEN 5720, aangevuld met perfluorverbindingen (PFAS, 30- verbindingen). Het gehele analysepakket bestaat daarmee uit: • • • •

Droge stof; Gloeiverlies; Organische stof berekend; Lutum (fractie < 2 μm);

18

• • • • • • • • • • • • • •

Zware metalen (arseen, chroom, cadmium, koper, kwik, nikkel, lood, zink, barium, cobalt en molybdeen); Polycyclische Aromatisch Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM, individueel en som); Minerale olie (GC-gefractioneerd); Polychloorbifenylen (PCB’s, individueel en som); Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s, individueel en som); Pentachloorfenol; PFAS 30 verbindingen; pH; Calciumcarbonaat; Nutriënten Chloride; Zwavel; Zeefkromme 16, 32, 50, 63, 125, 500, 1000, 2000 μm.

Uit het vooronderzoek zijn geen parameters naar voren gekomen die niet reeds aanwezig zijn in dit analysepakket. Er worden daarom geen aanvullende parameters geanalyseerd tenzij tijdens de bemonstering een afwijkende/bijzondere situatie wordt aangetroffen die hier om vraagt. De geanalyseerde 30 PFAS-verbindingen omvatten alle 30 van de op 12 juli 2019 geadviseerde PFASverbindingen [REF 6].

19

WATERBODEMONDERZOEK KWALITEIT ONDERZOEKSSTRATEGIE Voor 5 van de 10 monstervakken is als onderzoeksinspanning de strategie “Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning” (LN) uit de NEN 5720 [REF 2] aangehouden. De LN-strategie houdt het volgende in: • • • •

De maximale lengte van een monstervak is 500 meter; Het verrichten van 10 boringen per monstervak; De deelmonsters moeten per onderscheidende textuur worden samengesteld; De deelmonsters mogen in het veld worden samengesteld tot een mengmonster en er dient minimaal 1 mengmonster per monstervak geanalyseerd moet worden.

Daarnaast is voor 5 van de 10 monstervakken als onderzoeksinspanning de strategie “Overig water, normale onderzoeksinspanning” (ON) uit de NEN 5720 [REF 2]. De ON-strategie houdt het volgende in: •

• •

het aantal monstervakken wordt bepaald aan de hand van de formule 𝑎𝑚 = 2√𝐴, waarbij geldt: am = aantal mengmonstervakken en A = oppervlakte van de deellocatie in hectaren het verrichten van 6 boringen per monstervak; De deelmonsters moeten per onderscheidende textuur worden samengesteld.

UITGEVOERDE VELDWERKZAAMHEDEN De bemonstering van de watergangen is uitgevoerd 31-8-2023 en 1-9-2023. De monstername is uitgevoerd met een zuigerboor. Per monstervak is bij elke boring een deelmonster genomen van de te bemonsteren slibof sedimentlaag. In het veld zijn per monstervak alle deelmonsters van de bemonsterde slib- of sedimentlaag in een emmer gedaan en zodoende tot een samengevoegd monster samengevoegd. Verschillende grondsoorten zijn apart bemonsterd. De monstername is uitgevoerd volgens het vooraf bepaalde boorplan. De steekmonsters zijn in de lengte op gelijkmatige afstand, en in de breedte aselect verdeeld over een lintvormig monstervak. Hierbij is rekening gehouden met de aanwezigheid van kunstwerken. De plaatsbepaling van de boorpunten is bepaald met rtkGPS. De rtk-GPS heeft een nauwkeurigheid van circa 0,03 m in x, y en z-richting. De exacte locaties van de boringen zijn weergegeven in bijlage 8. Bij een niet-lintvormig monstervak zijn de boringen gelijkmatig verdeeld over het waterlichaam. Als in een monstervak een sliblaag dikker dan 1,0 m is aangetroffen, dan is het slib dieper dan 1,0 m per laag van 0,5 m separaat bemonsterd. Het monster van de bovenlaag krijgt de toevoeging _S1 aan de monstervakcode, de monstervakcode van het monster van de daaropvolgende lagen krijgen een toevoeging _S2 enz.

20

Op basis van het vooronderzoek zijn 10 monstervakken ingedeeld. Hiervan zijn 10 monstervakken bemonsterd. In geen van de bemonsterde monstervakken is een sliblaag dikker dan 1,0 m aangetroffen.

BIJZONDERE VELDWAARNEMINGEN Van de boringen zijn boorbeschrijvingen gemaakt conform de NEN5104 voor een weergave van de bodemopbouw. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in de bijlage 8. Verder zijn eventuele zintuiglijke waarnemingen en bijzonderheden gerapporteerd. De baggerspecie in de onderzochte watergangen is in het algemeen steekvast, heeft een donkerbruine kleur en is uiterst humeus. De ondergrond bestaat voornamelijk uit veen. Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden geconstateerd die relevant zijn voor de uitkomsten en interpretatie van het onderzoek.

AFWIJKINGEN NORMEN, PROTOCOLLEN EN RICHTLIJNEN Er is niet afgeweken van de geldende normen. Daarmee is het gerechtvaardigd voor dit onderzoek het “kwaliteitswaarborg bodembeheer SIKB” te voeren.

LABORATORIUMONDERZOEK De samengevoegde monsters zijn na monstername gekoeld getransporteerd en opgeslagen waarna de monsters binnen een dag zijn overgedragen aan het laboratorium van Aquon. Al het monstermateriaal is aan het laboratorium van Aquon overgedragen. Om de milieuhygiënische kwaliteit te bepalen, zijn de samengevoegde monsters in het laboratorium per monstervak en per bemonsterde laag gemengd tot analysemonsters. De analysemonsters zijn onderzocht op het genoemde pakket in paragraaf 3.3.3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5.

RESULTATEN TOETSING TOETSING BESLUIT BODEMKWALITEIT In totaal zijn 10 monstervakken bemonsterd en 10 mengmonsters geanalyseerd. Na het analyseren zijn de resultaten met behulp van Schreurs Toets & Rapportage (STR400 versie 8.67) getoetst aan de huidige normen van het Besluit bodemkwaliteit [REF 3], waarbij een uitspraak is gedaan over de mogelijkheid tot het verspreiden over aangrenzend perceel, toepassen op/in landbodem en toepassen als/op waterbodem. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 7. In deze bijlage zijn een samenvatting van de toetsingsresultaten, alle klasse bepalende parameters per monstervak en de volledige toetsingsresultaten opgenomen. De voorlopige veiligheidsklassen in bijlage 7 zijn conform CROW protocol 400 bepaald.

21

TOETSING HANDELINGSKADER PFAS Tevens zijn de analyseresultaten met behulp van Schreurs PFAS Toets & Rapportage (SPR versie 3.13) getoetst aan de toepassingsnormen zoals vastgesteld in het Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, aangepast op 13 december 2021 [REF 5], waarbij een uitspraak is gedaan over de meest reële afzetmogelijkheden: 4.1 Toepassen op landbodem boven grondwaterniveau, 4.2 Verspreiden op aangrenzend perceel, 4.9.1 Toepassen in een niet-vrijliggende actieve diepe plas die in open verbinding staat met een rijkswater en 4.9.2 Toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld onder 4.9.1.

MILIEUHYGIENISCHE KWALITEIT In de onderstaande tabellen is per monstervak een overzicht van de verschillende toetsingsresultaten gegeven. Alle toetsingsresultaten per monstervak zijn ook weergegeven in bijlage 7. Daarnaast zijn de kwaliteiten van het reguliere onderzoek op kaart weergegeven in bijlage 9. TABEL 4.1. SAMENVATTING RESULTATEN TOETSINGSKADER ‘VERSPREIDEN OP AANGRENZEND PERCEEL’

Besluit bodemkwaliteit

HK PFAS: Verspreiden aangrenzend perceel (Cat. 4.2) Aantal monstervakken

Verspreiden aangrenzend perceel

Aantal monstervakken

Verspreidbaar

Niet verspreidbaar

Niet onderzocht op PFAS

Vrij verspreidbaar Verspreidbaar Niet verspreidbaar Nooit verspreidbaar

0 5 4 1

0 0 0 1

0 5 4 0

0 0 0 0

TABEL 4.2. SAMENVATTING RESULTATEN TOETSINGSKADER ‘TOEPASSEN OP LANDBODEM’

Besluit bodemkwaliteit

HK PFAS: Toepassen op landbodem (Cat. 4.1) Aantal monstervakken

Toepassen op landbodem

Aantal monstervakken

Vrij toepasbaar Klasse Wonen Klasse Industrie Niet toepasbaar

Functieklasse Landbouw/Natuur

Functieklasse Wonen of Industrie

Niet toepasbaar

Niet onderzocht op PFAS

0 0 8

0 0 0

0 0 0

0 0 8

0 0 0

2

0

1

1

0

TABEL 4.3: SAMENVATTING RESULTATEN TOETSINGSKADER ‘TOEPASSEN ALS/OP WATERBODEM’

Besluit bodemkwaliteit

HK PFAS: Toepassen in oppervlaktewater (Cat. 4.9.1 & 4.9.2) Aantal monstervakken

Toepassen in/op waterbodem

Aantal monstervakken

Vrij toepasbaar Klasse A

0 1

Toepasbaar 4.9.1 & 4.9.2

Alleen toepasbaar 4.9.1

Niet toepasbaar

Niet onderzocht op PFAS

0 0

0 0

0 1

0 0

22

Besluit bodemkwaliteit

HK PFAS: Toepassen in oppervlaktewater (Cat. 4.9.1 & 4.9.2) Aantal monstervakken

Toepassen in/op waterbodem

Aantal monstervakken

Klasse B Niet toepasbaar

9 0

Toepasbaar 4.9.1 & 4.9.2

Alleen toepasbaar 4.9.1

Niet toepasbaar

Niet onderzocht op PFAS

0 0

2 0

7 0

0 0

Toepassen op waterbodem

CROW 400 Veiligheidsklasse$

TABEL 4.4. SAMENVATTING TOETSINGSRESULTATEN PER MONSTERVAK

Verspreiden op aangrenzend perceel

Toepassen op landbodem

Monstervak Bbk

PFAS (Cat 4.2) Niet verspreidba ar Niet verspreidba ar Niet verspreidba ar Niet verspreidba ar Niet verspreidba ar Niet verspreidba ar Niet verspreidba ar Niet verspreidba ar

Bbk

PFAS (Cat 4.1)

Bbk

PFAS (Cat 4.9.1 & 4.9.2)

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

Niet toepasbaar

Geen

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

Niet toepasbaar

Geen

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

Niet toepasbaar

Geen

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

Niet toepasbaar

Geen

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse A

Niet toepasbaar

Geen

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

Alleen toepasbaar 4.9.1

Geen

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

Niet toepasbaar

Geen

Niet toepasbaar

Niet toepasbaar

Klasse B

Niet toepasbaar

Geen

20444

Verspreidbaar

20445

Niet verspreidbaar

20446

Niet verspreidbaar

20447

Verspreidbaar

20448

Verspreidbaar

20449

Niet verspreidbaar

20450

Niet verspreidbaar

20451

Verspreidbaar

20452

Nooit verspreidbaar

Verspreidba ar

Niet toepasbaar

Functieklas se Wonen of Industrie

Klasse B

Alleen toepasbaar 4.9.1

Geen

20453

Verspreidbaar

Niet verspreidba ar

Klasse Industrie

Niet toepasbaar

Klasse B

Niet toepasbaar

Geen

23

INTERVENTIEWAARDE OVERSCHRIJDING WATERBODEM In monstervak 20452 is sprake van een overschrijding van de interventiewaarde voor landbodem voor de parameter Chroom. In dit monstervak is geen afperkend onderzoek uitgevoerd.

TOETSING HYPOTHESE TOETSING HYPOTHESE BBK In 1 monstervak blijkt, tegen verwachtingen in, de baggerspecie toch verspreidbaar op aangrenzend perceel. De hypothese “Niet verspreidbaar” of “Nooit verspreidbaar” wordt voor monstervak 20444 verworpen. De baggerspecie in 4 monstervakken blijkt, tegen verwachtingen in, niet of nooit verspreidbaar op aangrenzend perceel. De hypothese “Verspreidbaar” wordt voor monstervakken 20445, 20446, 20449 en 20450 verworpen. De baggerspecie in 1 monstervak blijkt, tegen de verwachting in, in plaats van verspreidbaar toch nooit verspreidbaar op aangrenzend perceel. De hypothese “Verspreidbaar” wordt voor monstervak 20452 verworpen. 4 monstervakken zijn, overeenkomstig met de hypothese, verspreidbaar op aangrenzend perceel. De hypothese “Verspreidbaar” wordt voor deze monstervakken geaccepteerd. TABEL 4.5: MOGELIJKE VERKLARING SLECHTERE KWALITEIT DAN HYPOTHESE BBK

Monstervak

Hypothese

20445

Verspreidbaar

20446

Verspreidbaar

20449

Verspreidbaar

20450

Verspreidbaar

20452

Verspreidbaar

Toetsingsresultaat Bbk milieuhygiënisch waterbodemonderzoek Niet verspreidbaar (msPAF anorganisch) Niet verspreidbaar (msPAF anorganisch) Niet verspreidbaar (msPAF anorganisch) Niet verspreidbaar (msPAF anorganisch) Nooit verspreidbaar (Chroom)

Mogelijke bron(nen) Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

TOETSING HYPOTHESE PFAS Op basis van het vooronderzoek is voor alle monstervakken de hypothese “Verspreidbaar” geformuleerd. 1 van de 10 monstervakken zijn, overeenkomstig met de hypothese, voor wat betreft PFAS, verspreidbaar op aangrenzend perceel. De hypothese “Verspreidbaar” wordt voor deze monstervakken geaccepteerd. De baggerspecie in 9 monstervakken blijkt, tegen verwachtingen in, voor wat betreft PFAS, niet verspreidbaar op aangrenzend perceel. De hypothese “Verspreidbaar” wordt voor monstervakken 20444, 20445, 20446, 20447, 20448, 20449, 20450, 20451 en 20453 verworpen.

24

TABEL 4.6: MOGELIJKE VERKLARING SLECHTERE KWALITEIT DAN HYPOTHESE HK PFAS

Monstervak

Hypothese

20444

Verspreidbaar

20445

Verspreidbaar

20446

Verspreidbaar

20447

Verspreidbaar

20448

Verspreidbaar

20449

Verspreidbaar

20450

Verspreidbaar

20451

Verspreidbaar

20453

Verspreidbaar

Toetsingsresultaat HK PFAS milieuhygiënisch waterbodemonderzoek Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS) Niet verspreidbaar (PFOS)

Mogelijke bron(nen) Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend

ECOLOGISCH EFFFECT WATERBODEM Naast het bepalen van de chemische kwaliteit van de waterbodem is ook gekeken naar het directe en indirecte ecologische effect van de waterbodem.

DIRECT ECOLOGISCH EFFECT Vergiftigingsverschijnselen als gevolg van verontreinigingen in de waterbodem komen het sterkst tot uiting bij de organismen die in de betreffende waterbodem leven, zoals de macrofauna. Het direct ecologisch effect wordt getoetst aan de potentieel aangetaste fractie (msPAF macrofauna). Deze mag niet meer bedragen dan 50%. Voor de betreffende watergangen is geen sprake van een direct ecologisch effect. Het resultaat is weergegeven in tabel 4.7. TABEL 4.7: ECOLOGISCH EFFECT

Monstervak

20444 20445 20446 20447

Watergangcode 217-058-00072 217-058-00110 217-058-00005 217-058-00250_F 217-058-00250_B 217-058-00250_C 217-058-00250_A

Fractie msPAF macrofauna %

Mosseltoets

14,3

Geen overschrijding

18,5 13,7 11,6

Geen overschrijding Geen overschrijding Geen overschrijding

25

Monstervak

20448

20449

20450

20451

20452 20453

Watergangcode 217-058-00251 217-058-00230 217-058-00226 217-058-00153 217-058-00042 217-058-00045_A 217-058-00045_B 217-058-00250_G 217-058-00047_A 217-058-00165 217-058-00189_A 217-058-00189_B 217-058-00215 217-058-00107 217-058-00043 217-058-00047_B 217-058-00133 217-058-00115 217-058-00156 217-058-00192 217-058-00229 217-058-00250_E 217-058-00250_D

Fractie msPAF macrofauna %

Mosseltoets

11,3

Geen overschrijding

27,6

Geen overschrijding

17,9

Geen overschrijding

11,8

Geen overschrijding

14,7 12,9

Geen overschrijding Geen overschrijding

INDIRECT ECOLOGISCH EFFECT Sommige verontreinigingen hopen zich op in hogere organismen in de voedselketen door middel van bioaccumulatie. De gehalten in het organisme kunnen daardoor hoger worden dan de gehalten waarin deze in het milieu aanwezig zijn. De hogere gehalten in organismen kunnen wel giftig zijn. Deze doorvergiftiging wordt getoetst aan de hand van de vergelijking tussen de berekende gehalten in ‘mosseleters’ met de betreffende biotanormen (KRW). Het berekende gehalte in de hogere organismen mag de biotanorm maximaal tien keer overschrijden. De biotanormen voor kwik, hexachloorbenzeen, heptachloor en heptachloorepoxide worden in de onderzochte mengmonsters niet overschreden.

26

LITERATUURLIJST LITERATUUR • • • • • • • • •

REF 1: Nederlands Normalisatie-Instituut, 2017. NEN 5717: Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. REF 2: Nederlands Normalisatie-Instituut, 2017. NEN 5720: Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek. REF 3: Besluit Van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit), staatsblad 2007 469. REF 4: VROM, 2007. Regeling Bodemkwaliteit. REF 5: Rijksoverheid, 13 december 2021. Handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie. REF 6: Bodem+, 2019. Advieslijst voor PFAS. REF 7: SenterNovem, 2008. Handvat implementatie Besluit bodemkwaliteit: Reikwijdte verspreiden van baggerspecie. REF 8: Expertisecentrum PFAS, 2018. Kennisdocument over stofeigenschappen, gebruik, toxicologie, onderzoek en sanering van PFAS in grond en grondwater REF 9: Circulaire bodemsanering 2013, Publicatie Staatscourant nr 16675, 27 juni 2013.

WEBSITES • REF 10: Website omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied: Rapportage via zoeken op adres op kaart (nazca4u.nl)

27

BIJLAGEN DE BIJLAGEN ZIJN BIJGEVOEGD IN DE PDF

DISCLAIMER (VERSIE MEI 2018)

AAN DIT DOCUMENT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. DE AUTEURS ZIJN NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE FOUTEN OF CONSEQUENTIES. DISCLAIMER (versie mei 2018) Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend. De auteurs zijn niet verantwoordelijk voor eventuele fouten of consequenties. ZIJN WELKOM VIA Het COMMUNICATIE@AQUON.NL. HET GEBRUIK VAN TEKSTDELEN EN/OF CIJFERS IS TOEGESTAAN Aanvullingen zijn welkom AANVULLINGEN via COMMUNICATIE@AQUON.NL. gebruik van tekstdelen en/of cijfers is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. MITS DE BRON DUIDELIJK WORDT VER Verveelvoudiging en/of openbaarmaking van deze publicatie is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van AQUON, kijk op WWW.AQUON.NL. DISCLAIMER (VERSIE MEI 2018) AAN DIT DOCUMENT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. DE AUTEURS ZIJN NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE FOUTEN OF CONSEQUENTIES.

AANVULLINGEN ZIJN WELKOM VIA COMMUNICATIE@AQUON.NL. HET GEBRUIK VAN TEKSTDELEN EN/OF CIJFERS IS TOEGESTAAN MITS DE BRON DUIDELIJK WORDT VER

WATERBODEMONDERZOEK – Pilot Amstelveense Poel 26-10-2023

VERVEELVOUDIGING EN/OF OPENBAARMAKING VAN DEZE PUBLICATIE IS NIET TOEGESTAAN ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AQUON, KIJK WWW.AQUON.NL.

VERVEELVOUDIGING EN/OF OPENBAARMAKING VAN DEZE PUBLICATIE IS NIET TOEGESTAAN ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AQUON, KIJK WWW.AQUON.NL.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15371768/1