- 18 Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit (40) Bijlage A Rapport Bureau Gouda
Tekst van het document
Figuur 4.5: Effect van fietsparkeermaatregelen nabij Kinkerstraat (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
35
4.3
Pijler Het nieuwe fietsen
De pijler Het nieuwe fietsen houdt zich bezig met een diverse set aan maatregelen. Dit betreft maatregelen die het fietsgebruik moeten stimuleren. Primair richt de pijler zich volgens het MJPF op het stimuleren van het gebruik van de fiets, het vergroten van de fietstevredenheid door in te zetten op ‘passend’ gedrag van fietsers en het vergroten van de aantrekkelijkheid van de fietsrit. Tegelijk horen bij de pijler ook maatregelen die een minder duidelijke link hebben met het stimuleren van fietsgebruik en passend gedrag, zoals het opzetten van een Platform voor kennisdeling en innovatie (46), het Gemakkelijker en sneller terugvinden van de fiets bij het Fietsdepot (48) en het Onderzoeken van stadsdistributie per fiets (54). Daarmee lijkt de pijler ook enkele ‘overige’ maatregelen te bevatten: maatregelen die in ieder geval geen relatie hebben met fietsinfrastructuur of fietsparkeervoorzieningen maar die de gemeente toch belangrijk acht voor het faciliteren van de fiets en het promoten van Amsterdam Fietsstad. Dat maakt de pijler minder vast omlijnd, waardoor het lastig is te beschrijven waar de pijler precies voor staat en wat de kerntaken zijn. De volgende paragrafen beschrijven de voortgang, relatie met de doelstellingen en de aanbevelingen voor de pijler Het nieuwe fietsen. Tabel 4.3 geeft een overzicht van de resultaten per maatregel.
4.3.1
Activiteiten en voortgang
Alle maatregelen zijn in gang gezet en hebben tot concrete acties geleid. Twee maatregelen zijn reeds volledig uitgevoerd. Het gaat om de maatregelen 43 (Marktverkenning deelfietsen) en 54 (Onderzoek stadsdistributie per fiets). De marktverkenning deelfietsen heeft geleid tot besluitvorming, waarna op dit moment onder het programma Deelmobiliteit gebiedsgerichte experimenten worden uitgevoerd met (elektrische) deelfietsen van vier geselecteerde marktpartijen. Het onderzoek naar de stadsdistributie per fiets is uitgevoerd in samenwerking met de Hogeschool van Amsterdam. Na dit onderzoek is besloten om dit onderwerp verder bij het programma Stadslogistiek en Kennis & Kaders te beleggen. De voortgang van een deel van de maatregelen is minder dan gewenst. Het is echter niet altijd goed aan te geven wat de precieze voortgang is, omdat veel maatregelen in het meerjarenplan niet smart geformuleerd zijn. Veel maatregelen zijn omschreven als het inspelen op kansen en het uitvoeren van onderzoeken, experimenten en pilots, zonder duidelijk te maken wat voor actie, onderzoek, experiment of pilot wordt beoogd en wat het concreet moet opleveren. Toch geldt voor een aantal pilots en campagnes dat de inzet en ontplooide concrete activiteiten nog vrij beperkt zijn.
Dit betreft de maatregelen 45 (Fietsgebruik aanmoedigen in samenwerking met GGD en Stadsdelen), 47 (Fietsvriendelijke maatregelen), 50 (Campagne gedragsverandering bij fysieke ingrepen) en 53 (Inspelen op kansrijke initiatieven). Inmiddels zijn meerdere campagnes opgezet en is aan een communicatiestrategie gewerkt. Deze strategie is nu gereed om de campagnes beter te ondersteunen.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
36
Een belangrijke reden voor de vertraging is het dat de pijler in de beginfase moeite heeft gekost om een integrale visie op de inhoud met bijbehorend werkprogramma te ontwikkelen. De diversiteit aan maatregelen en de open formulering van veel maatregelen hebben hier een rol in gespeeld. Zo wordt in het MJPF gesproken over begrippen als ‘passend gedrag’ zonder dat hier concreet invulling aan wordt gegeven en daarmee de pijler een heldere richting wordt gegeven. Ook de term ‘campagne’ (maatregelen 49 en 50) leidde aanvankelijk tot interne discussie over hoe deze precies opgevat en ingevuld dienden te worden. De pijler had daarom, in vergelijking met de andere pijlers, een langere aanlooptijd nodig om vanuit een omvattend werkprogramma maatregelen concreet in te vullen en deze te starten. Inmiddels is de pijler gestart deze uit te voeren en meer focus aan te brengen in de onderdelen waarop inzet wordt gepleegd. Na de opstartfase weet de pijler steeds beter een eigen verhaal te ontwikkelen en uit te dragen, gericht op het belang van het stimuleren van de ‘emotionele beleving’ van fietsers tijdens hun fietsrit. Een belangrijk fundament hierin is het vormgeven van een nieuwe methode voor het meten van de fietstevredenheid. Deze nieuwe methode is succesvol uitgevoerd in de recente meting van de fietstevredenheid.
Deze meetmethode is geënt op de klanttevredenheidsonderzoeksmethode zoals deze onder NS-reizigers wordt gebruikt.1 Deze meetmethodiek geeft ten opzichte van de oude meetmethodiek meer inzicht in de onderliggende factoren van de fietstevredenheid. De resultaten van de laatste meting laten zien dat 30% van de fietstevredenheid wordt bepaald door de emotionele beleving van fietsers tijdens de rit. Dit geeft een rationale voor het verder inzetten op de aantrekkelijkheid van fietsroutes en het stimuleren van de fietsbeleving, onder andere door in te zetten op groen, prettige omgevingsstimuli en afwisseling. De pijler heeft in de beginfase echter relatief veel moeite moeten doen om het ontwikkelde overkoepelende ‘verhaal’ met betrekking tot de fietsbeleving en fietsgedrag te laten landen binnen de organisatie. Dit verhaal over de ‘softere’ kanten van fietsgebruik was en is relatief nieuw voor personen en afdelingen die zich binnen de gemeente met de fiets bezig houden. Er was, en is nog steeds, overtuigingskracht nodig om binnen de organisatie aandacht te vragen voor het belang van fietsbeleving wanneer het gaat om het faciliteren van de fiets in de stad. Het lukt de pijler steeds beter om hier aandacht voor te vragen.
Daarbij helpt het dat de pijler meer probeert stakeholders zelf hun vragen te laten formuleren als het gaat om gedrag, beleving en aantrekkelijkheid, en daar vervolgens op in speelt.
1
Meet4research (2019) Rapportage Fiets Belevings Monitor, november 2018-februari 2019; Van Hagen & Bron (2014) Enhancing the experience of the train journey: changing the focus from satisfaction to emotional experience of customers. Transport Research Procedia 1, 253-263.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
37
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
38
De pijler heeft in de beginfase op creatieve wijze gezocht naar invulling van de maatregelen, om deze vanuit een nadruk op fietsbeleving vorm te geven. Omdat veel maatregelen relatief ‘open’ zijn geformuleerd is daar vanuit het MJPF ook ruimte voor. Daarbij is echter in de beginfase meer aandacht gegaan naar de inhoud dan naar draagvlak binnen en buiten de organisatie. Dit heeft ertoe geleid dat ideeën en initiatieven niet altijd goed van de grond kwamen. Een voorbeeld is het initiatief Bridge Symphonies, waarbij de wachttijd voor fietsers bij een open brug door muziek veraangenaamd zou worden. Het draagvlak voor dit initiatief was echter, vanwege weerstand vanuit omwonenden, niet voldoende om het initiatief ten uitvoer te brengen. Inmiddels weet de pijler beter rekening te houden met de bestuurlijke en politieke randvoorwaarden voor succesvolle uitvoering van de maatregelen. De pijler weet goed aan te haken bij andere pijlers. Zo werkt de pijler samen met de pijler Comfortabel doorfietsen bij het adviseren over aantrekkelijke fietsroutes en het vormgeven van fietsvriendelijke maatregelen. Ook heeft de pijler een grote rol in opzetten van een gedragsaanpak gericht op fietsers en is de pijler betrokken bij acties rondom het stimuleren van omgevingsbewust parkeren binnen de pijler Gemakkelijk fietsparkeren. Dit zijn voorbeelden van goede kruisbestuivingen tussen de pijlers.
De Ping if you care-pilot is een erg succesvolle pilot geweest. In de pilot hebben in de maanden maart en april 2019 ruim 700 fietsers feedback gegeven over hun ervaringen tijdens hun fietsritten. Via een ‘pingknop’ konden zij tijdens het fietsen aangeven op welke locaties zij negatieve of positieve fietservaringen hadden. Dit leverde veel bruikbare inzichten op over het fietsgedrag en de fietsbeleving in de stad, zowel over patronen hierin (kwantitatief) als over de onderliggende redenen daarvan (kwalitatief). Ook hebben de resultaten voor een betere data-gedreven onderbouwing en prioritering geleid bij het aanpakken van infrastructurele knelpunten binnen de pijler Comfortabel doorfietsen. Waar mogelijk is de opbrengt van het Ping-onderzoek teruggekoppeld aan projectteams op plekken waar al een fysieke herinrichting gepland staat. De pilot heeft relatief veel investeringen gevergd, maar heeft ook veel publiciteit opgeleverd voor het programma.
4.3.2
Aanbevelingen
Algemene aanbevelingen Het is kansrijk om nader in te zetten op ‘aantrekkelijkheid’ en ‘fietsbeleving’ om daarmee de fietstevredenheid te verhogen. Uit het nieuwe fietstevredenheidsonderzoek blijkt dat een positieve stimulering van de fietsbeleving in grote mate de fietstevredenheid beïnvloedt. Daarnaast is het van belang om in de gedragsaanpak enerzijds in kaart te brengen wat de aard en omvang van het ‘gedragsprobleem’ is voor Amsterdammers en anderzijds actief in te zoomen op specifieke locaties in de stad waar zich regelmatig gedragsproblemen voordoen. Wel blijkt na meerdere pilots en campagnes dat gedrag lastig te sturen is, waardoor inzet op aantrekkelijkheid en beleving waarschijnlijk meer rendement oplevert in het streven naar een grotere fietstevredenheid.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
39
Het verdient aanbeveling om meer focus in de pijler aan te brengen. Er worden nu veel verschillende type maatregelen uitgevoerd, waarbij meerdere maatregelen tevens op te delen zijn in meerdere deelmaatregelen. Uitvoering hiervan resulteert in het opzetten van kleinschalige en gefragmenteerde projecten, waar relatief veel energie in gaat zitten terwijl deze naar verwachting relatief weinig opbrengen. Niet alleen zorgt focus voor een efficiëntere inzet van de beperkte capaciteit binnen de pijler, ook kunnen daarmee meer grootschalige, in het oog springende projecten worden gerealiseerd. Deze zijn nodig om de zichtbaarheid van de fietsmaatregelen te vergroten. Alleen wanneer fietsers ingrepen ook daadwerkelijk zien, horen of ervaren, en daadwerkelijk als verbetering opmerken, zullen zij positiever over hun fietsrit oordelen. Dat vraagt om groter denken en meer risico’s nemen dan nu het geval is. De open formuleringen van veel maatregelen uit het MJPF bieden hiervoor ruimte. Hiervoor is echter ook draagvlak vanuit de organisatie nodig, wat in de praktijk lastig blijkt. Het is zaak om de inmiddels ontwikkelde duidelijkere communicatiestrategie binnen de pijler verder uit te dragen. Een meer nadrukkelijke communicatie helpt om meer draagvlak binnen de organisatie te creëren en om de fietsers te laten zien dat de stad actief inzet op het veraangenamen van de fietsrit.
De pijler kan meer inzetten op het versterken van haar lokale netwerken om het stimuleren van het gebruik van de fiets in de beoogde stadsdelen meer vorm te geven. De pijler heeft de personen en organisaties die vanuit maatschappelijke betrokkenheid initiatieven doen op dit gebied niet altijd in vizier. Stadsdelen hebben die wel in het vizier, maar voor de pijler blijft het met de beperkte capaciteit lastig om die informatie te achterhalen en om netwerken uit te breiden. Deze netwerken zijn cruciaal om de kracht van lokale initiatieven te gebruiken om tegen relatief geringe kosten effectief in te zetten op fietsstimulering. Er kan meer aangesloten worden op initiatieven vanuit Agenda Autoluw die gericht zijn op fietsstimulering, bijvoorbeeld het aansluiten op de motie om i.p.v. gratis OV voor kinderen, gezinnen op de fiets te krijgen. Ook kan vanuit de motie fietscultuur kunnen kansen opgepakt worden die het fietsgebruik in de beoogde stadsdelen kunnen vergoten. Aanbevelingen per maatregel
Maatregel 46: Platform voor kennisdeling en innovatie Inmiddels is een consortium aangetrokken en is het raamwerk voor een online platform gereed. Het programma en het consortium boeken echter nog niet voldoende resultaat om het platform te vullen met relevante data. Ook kennisdeling buiten het digitale platform om komt onvoldoende van de grond. Kennisdeling en het digitale platform wordt van groot belang geacht om data te ontsluiten, resultaten en ervaringen uit te wisselen binnen de buiten de organisatie en om het imago van Amsterdam Fietsstad te bevorderen. Daarom is meer aandacht voor deze maatregel vanuit het programma gewenst.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
40
Maatregel 47: Fietsvriendelijke maatregelen De uitvoering loop achter vanwege diverse praktische en organisatorische obstakels. De in het MJPF genoemde acties zijn erg beperkt qua scope en de verwachte impact is gering. De verhouding tussen inzet en opbrengt is ongunstig. Vanuit de aanbeveling om meer focus in de pijler te brengen is het advies om de inzet op deze maatregel te verminderen en in plaats daarvan in te zetten op maatregelen waarvan inzet een hoger rendement heeft.
Maatregel 49: Campagne Het nieuwe fietsen Er zijn reeds verschillende initiatieven opgezet, deels in samenwerking met het programma Verkeersveiligheid. De initiatieven zijn echter gefragmenteerd. Een meer gestructureerde aanpak is nodig om meer opbrengst uit deze maatregel de genereren.
Maatregel 53: Inspelen op kansrijke initiatieven Tot nu toe zijn nog weinig initiatieven ontplooit. Daarom is meer inzet gewenst op deze maatregel. Het is kansrijk om de uitvoering van deze maatregel met maatregel 46 en 51 te bundelen. Het is van belang om aan opbouw van kennis en ervaringen in deze initiatieven te werken, ten behoeve van toekomstige projecten en initiatieven binnen en buiten de stad. Dit draagt bij aan het imago Amsterdam Fietsstad.
Figuur 4.6: Diversiteit in type (deel)fiets nabij buurthub (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
41
5 Evaluatie Programma en doelstellingen MJPF
Nadat in het vorige hoofdstuk de bevindingen per pijler en per maatregel zijn gegeven, gaat dit hoofdstuk in op meer algemene resultaten. Daarbij wordt allereerst aandacht gegeven aan enkele bevindingen en reflecties over de inhoud en de uitvoering van het MJPF. Daarna wordt nader ingegaan op de relatie van de uitvoering van het MJPF met de doelstellingen van het plan.
5.1
Programma algemeen
5.1.1
Bevindingen inhoud MJPF
Meerdere maatregelen zijn in het MJPF niet smart geformuleerd en kennen een open invulling. Deze maatregelen zijn in het MJPF geoperationaliseerd als het doen van onderzoek en verkenningen, het uitvoeren van experimenten en pilots, en het inspelen op kansen. Het MJPF vult meer dan eens niet in wat hiermee wordt bedoeld. Dit maakt het lastig om uitspraken te doen over de mate van voortgang en effectiviteit van de maatregelen, laat staan de unieke bijdrage aan de voortgang op de indicatoren. Tegelijk biedt een open formulering van deze maatregelen voor het programma ruimte om deze naar eigen inzichten in te vullen, gebaseerd op eigen creativiteit, voortschrijdend inzicht en kansen die zich op het moment voordoen. Die ruimte wordt door de pijlers Comfortabel doorfietsen en Gemakkelijk fietsparkeren succesvol opgepakt. Bij de pijler Het nieuwe fietsen heeft het daarentegen veel inspanning gekost om invulling te geven aan deze open maatregelen. Binnen het programma zijn enkele aansprekende innovatieve concepten ontwikkeld en uitgevoerd. Het gaat dan onder andere om het succesvol inzetten van kennis uit het vorig programma Fiets, de ‘frietzak’ en ‘banaan’, en nieuwe concepten als pop-up fietsparkeren met projectoren en Parkeer en Loop-voorzieningen.
Ook wordt ervaring opgedaan met FLIR-camera’s, die drukte meten op basis waarvan eerder groen gegeven kan worden aan fietsers bij verkeerslichten. Wat betreft fietsparkeren zijn dynamische verwijssystemen geïntroduceerd en wordt ervaring opgedaan met fietstags en bikelanes, automatische in- en uitcheckpoorten waar je met de OV-chipkaart of bankpas kan in- of uitchecken Deze innovaties dragen op positieve wijze bij aan het imago Amsterdam Fietsstad en aan kennisontwikkeling.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
42
Tegelijk wordt gesignaleerd dat meerdere pilots minder aandacht krijgen dan gewenst. Het gaat hier onder andere om de pilots met chips (buiten de pilot bij stationsstallingen), terwijl deze relevant zijn voor de toekomst van de fiets. Extra aandacht voor de pilots met chips is nodig omdat deze een potentieel interessant instrument vormen in het beter reguleren van het stallen van fietsen en het stimuleren van de doorstroming in de stad. Gegeven de druk van rijdende en gestalde fietsen en het feit dat Amsterdam leidend wil zijn in ontwikkelingen op het gebied van fiets moet Amsterdam zich verhouden tot deze technologische innovaties. Ten opzichte van de harde infrastructurele maatregelen dreigen deze pilots minder prioriteit te krijgen. De gemeentelijke Amsterdam kan zich sterker inzetten op het centraliseren, breder toegankelijk maken en stimuleren van het gebruik van binnen het programma opgehaalde data. Dit geldt bijvoorbeeld voor de resultaten van de Ping if you care-pilot. Deze pilot heeft een schat aan gegevens opgeleverd over knelpunten en ervaringen van fietsers, die ook in andere projecten en programma’s buiten het programma Fiets van waarde kunnen zijn. Datzelfde geldt ook voor tellingen en metingen die gedaan worden. Deze worden veelal projectmatig uitgevoerd, zonder dat deze centraal bijeengebracht worden.
Hierdoor worden kansen gemist om resultaten van metingen en tellingen breder toepasbaar te maken. Hoewel een platform voor kennisdeling en innovatie in ontwikkeling is, leeft onder het programma de zorg dat er onvoldoende structuur en capaciteit aanwezig is om data samen te brengen en meer uit de data te halen dan tot nu toe gedaan wordt.
5.1.2
Bevindingen proces uitvoering MJPF
Het programma laat zich bij meerdere maatregelen leiden door een dynamische aanpak, waarbij het acteert op basis van hernieuwde prioriteringen en kansen die voorbij komen (o.a. herinrichtingen). In de prioritering van aan te pakken knelpunten spelen de uitkomsten van de Ping if you care-pilot bijvoorbeeld een grote rol. Deze dynamische aanpak maakt het minder makkelijk om vooraf geformuleerde vaste doelen te halen, maar is van meerwaarde om een zo hoog mogelijk rendement op investeringen te halen. Wel moet er aandacht zijn voor een goede vastlegging van de onderbouwing. Deze moet ook voor actoren buiten het programma inzichtelijk gemaakt worden. De aanpassing van het bestuurlijk stelsel in 2018 heeft geleid tot enige vertraging in de uitvoering van de enkele maatregelen. De aanpassing heeft voor de uitvoering van het MJPF geleid tot het nieuw moeten inrichten van contacten en werkprocessen en gerelateerde onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. Ook is er minder geld voor de stadsdelen beschikbaar om vanuit de stadsdelen bij te dragen aan de doelen van het MJPF. Er is een goede samenwerking met externe partijen. In deze evaluatie is specifiek gesproken met de Vervoerregio en de Fietsersbond. Beide partijen geven aan dat er frequent overleg is en dat de contacten prettig zijn. Wel uiten beide partijen hun zorgen als het gaat om de uitvoering van het MJPF.
De Vervoerregio geeft als zorg aan dat de realisatie van nieuwe verbindingen vertraging oploopt. De Vervoerregio vindt de nieuwe verbindingen, vooral naar de gebieden aan de rand en buiten de stad belangrijk met het
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
43
oog op het realiseren van een hoogwaardig fietsnetwerk op regioniveau. Ook de Fietsersbond vindt de vertraging in het aanleggen van nieuwe verbindingen (vooral Groennet) zorgelijk. Verder is de bond kritisch op het functioneren van de Binnenring vanwege de hoge intensiteit van motorvoertuigen en risico op conflicten. Ook signaleert de Fietsersbond dat de fiets niet altijd de prioriteit krijgt die het volgens het MJPF zou moeten hebben. Het programma Fiets en Beleid werken intensiever samen. Medewerkers sluiten vaker aan bij elkaars overleggen. Dit is essentieel om het programma en Beleid beter op elkaar af te stemmen. Er is een gevaar dat het programma vanuit de drive om oplossingsgericht knelpunten op te lossen taken van Beleid op zich neemt. Dat kan zorgen voor verminderde capaciteit voor de uitvoering van het programma. Er is nadere afstemming nodig over wanneer het gewenst is om van ad hoc oplossingen tot stadsbreed beleid te komen, bijvoorbeeld als het gaat om fietsparkeren voor fietsers met een beperking.
5.2
Voortgang en reflectie op de indicatoren
De voortgang op de doelstellingen van het MJPF wordt jaarlijks gemonitord. Deze monitoring geschiedt aan de hand van 7 doelindicatoren en 5 outputindicatoren. In deze paragraaf beoordelen wij de voortgang op de indicatoren per pijler en geven wij daar een aantal reflecties over. Comfortabel doorfietsen Hoewel de effecten van de maatregelen over het algemeen positief worden ingeschat, is aan de hand van de indicatoren niet goed vast te stellen wat de bijdrage van de pijler is op de doeltellingen. Dat heeft met de keuze voor de indicatoren te maken. Deze dekken in onvoldoende mate de maatregelen. Er zijn twee doelindicatoren: ■ Twee maatregelen (maatregel 1 en 2) hebben een directe relatie met de doelindicator ‘Percentage fietspad waarvan minimale breedte 2,5 meter is’. Er zijn goede vorderingen gemaakt op deze indicator. In de programmaperiode is 11,4 kilometer van het Plusnet Fiets binnen de ring en ten zuiden van het IJ aan de gewenste breedte toegevoegd. Bij een nog groter deel is minder maar wel significante verbetering bereikt. Het is echter niet realistisch om overal te streven naar minimaal 2,5 meter brede Plusnetroutes. Op veel plekken in de stad is de fysieke ruimte beperkt. De mogelijkheden voor verbreding raken steeds meer uitgeput.
■ De andere doelindicator (‘Rapportcijfers kwaliteit fietsnetwerk’) is een erg brede indicator en wordt stadsbreed gemeten, op één moment in het jaar. Deze laat tot nu toe geen verbetering zien. In 2019 was het rapportcijfer een 6,7, even hoog als in de nulmeting (2017) terwijl de doelstelling een 7,0 in 2025 is. De indicator is maar in beperkte mate in staat om het effect van gerichte, lokale verbeteringen te vangen. Bovendien wordt de score bepaald door factoren die niet of nauwelijks door het programma kunnen worden beïnvloed,
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
44
zoals de sterke toename van het aantal fietsers en toenemende snelheidsverschillen op het fietspad (o.a. elektrische fietsen). Een eventuele stijging in de tevredenheid naar aanleiding van de maatregelen zal zich waarschijnlijk pas in een later stadium manifesteren. Veel grote maatregelen, die naar verwachting een significante impact op het netwerk hebben en ook opgemerkt zullen worden door de fietsers, zullen niet op korte termijn volledig gerealiseerd zullen zijn. Er zijn twee outputindicatoren: ■ ‘Ontbrekende schakels’: Er is één maatregel die een directe relatie heeft met deze outputindictor, namelijk maatregel 16. Deze indicator vraagt aandacht. De realisatie loopt aanzienlijk achter en het beoogde aantal van 20 zal waarschijnlijk niet gehaald worden binnen de looptijd van het MJPF. Verwacht wordt dat in ieder geval 13 en mogelijk nog enkele andere verbindingen worden gerealiseerd. Op dit moment is de stand de volgende: o Gerealiseerd: 5; o In uitvoering: 1 (Spaarndammerdijk); o In voorbereiding aanbesteed: 2 (Elzenhagensingel en Botonde – Noorderpark); o In voorbereiding, realisatie vrijwel zeker: 3 (waaronder Ruysdaelstraat en Noorderpark); o In voorbereiding, zeer kansrijk: 2 (Surinamestraat en Kadoelerbeek). ■ ‘Aantal KIM’s’: Er is één maatregel die een directe relatie heeft met deze outputindicator, namelijk maatregel 11. Het aantal KIM’s ligt goed op schema.
De beoogde 10 zullen naar verwachting in 2022 gerealiseerd zijn. Op dit moment is het onvoldoende duidelijk op welke wijze ‘Het percentage fietspad dat ten minste 2,5 meter breed is’ gemeten wordt. Omdat dit op dit moment nergens centraal wordt geregistreerd werkt het programma aan een geografisch informatiesysteem, aan de hand waarvan de voortgang op deze indicator helderder te verantwoorden is. Dit systeem geeft ook inzicht in bijvoorbeeld het aantal ontbrekende schakels dat buiten het programma wordt opgepakt. Mogelijk leidt dit tot nieuwe inzichten over de uitgangssituatie en de haalbaarheid van de doelstelling. Verder is op basis van resultaten van de Ping if you care-pilot te overwegen om meer voorrang te geven aan de kwaliteit van het wegdek van het fietsnetwerk, en deze wellicht toe te voegen als indicator. Het valt op dat in deze pilot meer meldingen werden gemaakt over de kwaliteit van het wegdek dan over de breedte van het fietspad. Dit wekt de indruk dat (ook) effenheid een bepalende factor is in de tevredenheid over het fietsnetwerk. Gemakkelijk fietsparkeren De maatregelen uit de pijler Gemakkelijk fietsparken hebben over het algemeen een duidelijke link met de doelstellingen. Er zijn heldere indicatoren geformuleerd die de lading van de maatregelen grotendeels dekken.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
45
Er zijn drie doelindicatoren: ■ ‘Parkeerdruk hotspots’: De parkeerdruk in de hotspots is in 2019 aanzienlijk afgenomen. Deze was in 2019 129% ten opzichte van 145% in 2018. De doelstelling is 125% in 2025. ■ ‘Bezettingsgraad hotspots’: De bezettingsgraad in de hotspots is in 2019 afgenomen. Deze was in 2019 78% ten opzichte van 84% in 2018. De doelstelling is 85% in 2025. ■ ‘Rapportcijfer kwaliteit fietsparkeren’: Deze indicator laat aanzienlijke winst zien. In 2019 was het rapportcijfer een 6,7. In de nulmeting was dit een 5,7. Daarmee lijk het programma goed op weg om het doelstelling van een 7,0 in 2025 te halen. Een hele punt winst in klanttevredenheid is aanzienlijk. Er zijn 5 outputindicatoren: ■ ‘Parkeerdruk OV-locaties’: De parkeerdruk op de OV-locaties is gestegen, van 92% in 2018 naar 99% in 2019. Bij de parkeerdruk op OV-locaties is de streefwaarde 125%. ■ ‘Bezettingsgraad OV-locaties’: De bezettingsgraad op de OV-locaties is gestegen, van 78% in 2018 naar 83% in 2019. Bij de parkeerdruk op OV-locaties is de streefwaarde 85%. ■ ‘Percentage fietsen buiten de voorziening hotspots’: In 2019 stond 40% van de fietsen bij de hotspots buiten een parkeervoorziening. Dit is een daling ten opzichte van de gemeten 43% in de nulmeting (2016). De streefwaarde is 32%.
■ ‘Percentage fietsen buiten de voorziening OV-locaties’: Het aandeel fietsen buiten dat bij OV-locaties buiten een parkeervoorziening staat is niet afgenomen. In 2019 was dit 17% tegen 16% bij de nulmeting. ■ ‘Aantal gerealiseerde fietsparkeervoorzieningen’: in de periode 2017-2019 zijn 24.722 parkeervoorzieningen gerealiseerd. De streefwaarde is 30.000-40.000. Dit gaat naar alle waarschijnlijkheid gehaald worden. Er is behoefte aan aanvullende indicatoren voor gebouwde stallingen en stationsstallingen, naast het aantal fietsparkeerplaatsen, de parkeerdruk en de bezettingsgraad. HBF-systemen bieden mogelijkheid om bijvoorbeeld te monitoren op stallingsfrequentie en stallingsduur, om daarmee het daadwerkelijke gebruik van stallingen inzichtelijk te maken. Het nieuwe fietsen Het is onvoldoende duidelijk op welke manier de maatregelen van de pijler Het nieuwe fietsen bijdragen aan de doelstellingen van de pijler. De koppeling tussen de maatregelen en de doelstellingen is niet altijd evident. Daarbij worden de doelstellingen ook door andere factoren beïnvloed dan alleen de maatregelen van de pijler. De pijler heeft twee doelindicatoren: ■ Aandeel fietsverplaatsingen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Er is maar één maatregel die een duidelijke relatie heeft met het stimuleren van het fietsgebruik in deze stadsdelen, namelijk maatregel 45. Het aandeel
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
46
■
fietsverplaatsingen was in 2019 35% en is daarmee gelijk aan de doelstelling in 2025. In de nulmeting was het aandeel fietsverplaatsingen 34%.2 ‘Fietstevredenheidscijfer’: In 2019 was het fietstevredenheidscijfer een 6,9. In de nulmeting was dit een 7,0. De doelstelling is een 7,5 in 2025. Er is dus nog geen winst gemaakt in de fietstevredenheid volgens dit cijfer.
Er is één outputindicator: ■ ‘Aantal pilots’: In 2019 zijn 9 pilots uitgevoerd. Er is geen streefgetal geformuleerd. Een aantal maatregelen mist een duidelijke relatie met de fietstevredenheid, zoals maatregelen 46, 48, 51 en 52. Daarnaast is de indicator fietstevredenheid een indicator die ook door maatregelen buiten de pijler Het nieuwe fietsen wordt beïnvloed. Ook zijn er veel externe factoren van invloed op de fietstevredenheid, zoals de drukte op de fietspaden en de snorfiets naar de rijbaan. Daarom is het niet goed mogelijk om het succes van de pijler exclusief af te lezen aan de ontwikkeling in een algemeen fietstevredenheidscijfer. Fietsgedrag- en beleving, de hoofdthema’s van de pijler, zijn moeilijk te meten en in algemene indicatoren te vangen. De pijler heeft daarom (nietgekwantificeerde) subdoelen gedefinieerd aan de hand waarvan de voortgang beter in kaart kan worden gebracht. Lokale metingen werpen meer licht op de effectiviteit van (gedrags)maatregelen. Reflectie – de gebruiker centraal De huidige versie van het MJPF heeft tevredenheid (algemeen, kwaliteit netwerk, fietsparkeren) als doelstelling en indicator opgenomen. Dit is een waardevolle toevoeging en een goed begin van een aanpak waarin de gebruiker centraal staat.
Toch is het goed om de maatregelen en indicatoren kritisch tegen het licht te houden wanneer het gaat om de bijdrage aan de doelstellingen van het MJPF. Vooral wanneer het gaat om infrastructurele maatregelen staat het realiseren van output in verkeerkundige termen centraal. Het MJPF mist een duidelijke argumentatie waarom de tevredenheid van fietsers omhoog gaat wanneer op deze infrastructurele output gestuurd wordt. Wanneer de fietstevredenheid het vertrekpunt zou zijn, zouden infrastructurele maatregelen idealiter continu aan de tevredenheid en beleving van de fietser getoetst moeten worden. De fietser is namelijk het doel en de infrastructurele output een middel. Het aanleggen van bredere fietspaden kan bijvoorbeeld effectief zijn in het meer ruimte voor de fiets geven, maar bredere fietspaden kunnen ook leiden tot meer drukte en een toename van snelheidsverschillen, met mogelijk een lagere tevredenheid als gevolg. De relatie tussen infrastructurele maatregelen en fietstevredenheid is dus niet altijd zonder meer evident. Daarbij geldt ook dat fietsers geen uniforme groep vormen, maar divers zijn in behoeften en wensen. Een fietspad dat voor een jong volwassene veilig is, kan door ouderen of
2
Aanvankelijk was het aandeel fietsverplaatsingen in de nulmeting (2015) vastgesteld op 27%. Dit is later gecorrigeerd naar 34% vanwege een niet correcte berekening. In 2017 was het aandeel echter teruggelopen tot 30%. Daarom is de doelstelling niet aangepast na de correctie.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
47
kinderen als onveilig ervaren worden. Een fietspad dat door een groen gebied gaat kan voor de ene fietsers aantrekkelijk zijn, terwijl de ander dit een saaie route vindt en graag op een drukke route geprikkeld wil worden. Het is aan te bevelen om het gedrag, de wensen en de beleving van de fietser meer centraal te stellen in het proces van het ontwerpen en uitvoeren van maatregelen. Hier is een goed begin mee gemaakt bij de ontwikkeling van de KIM’s. De KIM’s zijn ontworpen door op innovatieve en vooruitstrevende wijze het gedrag van fietsers als vertrekpunt te nemen. Hier is internationaal belangstelling voor geweest. Vervolgens is getoetst of deze KIM’s de effecten leveren die beoogd zijn en hoe fietsers deze ervaren. Bij voorkeur zouden alle infrastructurele maatregelen deze werkwijze volgen, wanneer vanuit de fietser wordt gedacht. Daarbij is aan te raden om een agile-werkwijze te volgen, waarbij snelle en doeltreffende metingen input vormen voor het verder aanscherpen van ingrepen en acties.
Figuur 5.1. Fietsers op Plantage Middenlaan
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
48
6 Overig beleid, trends en ontwikkelingen – meer kansen voor de fiets?
Niet alleen de evaluatie geven aanleiding tot aanscherping van het MJPF, ook aanpalend beleid en huidige trends en ontwikkelingen kunnen vragen om een aanscherping van het MJPF of kunnen aanvullende kansen bieden voor het realiseren van de doelstellingen van het MJPF. In dit hoofdstuk wordt daarom ingaan op aanpalend beleid, trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor de doelstellingen en de uitvoering van het MJPF.
6.1
Gemeentelijke ambities en koppelkansen met ander relevant beleid
Het huidige College wil inzetten op het stimuleren van de fiets. Mede daarom heeft het College vier maatregelen uit het MJPF als icoonprojecten aangewezen. Dat vraagt om extra inzet voor de realisatie van deze maatregelen. Ook is de fiets bij andere beleidsthema’s die het College belangrijk vindt, zoals verkeersveiligheid, een prominent onderwerp, waarin samenwerking kan worden opgezocht. Daarnaast kan het MJPF verder aanhaken op gemeentelijke agenda’s: ■ Het College heeft grote ambities uitgesproken in de Agenda Autoluw (2020), om het autogebruik terug te dringen en de fiets nóg meer prioriteit te geven. Zo moet het opheffen van autoparkeerplekken voor meer ruimte voor de fiets zorgen (inmiddels hebben volgens de gemeente al ruim 1.000 parkeerplekken plaatsgemaakt voor meer ruimte op straat en groen). Een ander doel is autocorridors te vervangen door fietscorridors, door onder andere herinrichting van openbare ruimte en aanpassingen in circulatieroutes (bijv. knips) die de fietser meer ruimte opleveren en fietsverkeersveiligheid ten goede zouden moeten komen. Bepaalde routes worden dan echt voor fietsers. In deze is het ook van belang om oversteekbaarheid voor voetgangers te waarborgen.
Hiervoor is afstemming tussen de verschillende beleidsprogramma’s van essentieel belang om bewuste en niet-conflicterende keuzes te maken, waarbij de positie van de auto, de fiets en de voetganger integraal wordt afgewogen vanuit een netwerkperspectief. ■ In onder andere Uitvoeringsagenda Mobiliteit is een breed pakket aan maatregelen genoemd waaraan komende jaren gewerkt wordt. De basis voor alle maatregelen is verkeersveiligheid. Het is zaak voor het programma Fiets
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
49
■
6.2
om hier zo goed mogelijk op aan te haken en om het perspectief van de fietser voldoende in te brengen (niet alleen als reiziger van A naar B maar ook als gebruiker en medevormgever van de openbare ruimte). Bijvoorbeeld op: o Meer ruimte in het centrum (autoluwer, invoering 30 km p/u gebied); o Nieuwe fietsbrug- en veerverbindingen over het IJ; o Meer hoogwaardige voetgangersgebieden; o Logistieke routes; o Verbinden van de binnenstad met de delen daarbuiten. Ook zet de gemeente zich in voor het ontwikkelen van hoogwaardige voorzieningen in buurthubs, waarin nieuwe vormen van mobiliteit (zoals ebikes, e-cargo bikes) geclusterd worden. Het denken vanuit hubs en combinaties van vervoerwijzen is op dit moment nog niet sterk aanwezig in het MJPF. De snelle ontwikkelingen op dit gebied vragen wel om na te denken over de vraag hoe in het huidige of toekomstige MJPF hierop in te spelen en deze trends te ondersteunen.
Trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor het MJPF
Er spelen momenteel drie grote mobiliteitstransities die kansen bieden voor het MJPF. Deze zijn in de huidige situatie van de dreiging van COVID-19 nog relevanter geworden: ■ Toegenomen populariteit actieve, gezonde mobiliteit. Deze trend wordt breed gesignaleerd, o.a. door het toegenomen aandeel bewoners dat zich per fiets verplaatst (MJPF, Agenda Autoluw 2020). De anderhalvemeter-maatregelen maken de fiets nog aantrekkelijker, een effect wat wellicht op de langere termijn aanhoudt. ■ Van bezit naar gebruik (deelmobiliteit). Deze trend wordt mogelijk nog verder versterkt door de afname in OV-gebruik (als gevolg van COVID-19) en toegenomen vraag naar fietsbeschikbaarheid. Onder andere de pilots met deelfietsen zijn extra belangrijk, om de potentie en effect van deelfietsen voor de stad nader te verkennen. ■ Van statisch naar dynamisch en flexibel ruimtegebruik. COVID-19 maatregelen geven hier een extra stimulans aan. Er worden als gevolg van de anderhalvemeter-maatregelen verschillende pilots uitgevoerd om (tijdelijke) aanpassingen te maken in de openbare ruimte om meer ruimte te creëren voor voetgangers en fietsers. Het is zaak om zulke pilots te evalueren en waar mogelijk tijdelijke aanpassingen definitief te maken.
Wat betreft realisatie van de maatregelen uit het MJPF heeft COVID-19 voor vertraging bij meerdere maatregelen geleid, vooral waar het pilots, campagnes en gedragsmaatregelen betreft. COVID-19 zorgt ook voor een dreiging van bezuinigingen, waardoor ambities uit het MJPF niet gehaald kunnen worden. Echter, het biedt daarentegen ook juist kansen voor het versnellen van bepaalde ontwikkelingen die al langer speelden op het gebied van mobiliteit. Wij signaleren ook de volgende trends en ontwikkelingen in Amsterdam, die van belang zijn vanuit het oogpunt van fietsbeleid en meegenomen kunnen worden in de huidige of een volgende versie van het MJPF:
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
50
■
■
■
■
■
■
3
www.goudappel.nl
Toename aantal fietsers. Van alle vervoermiddelen groeit het gebruik van de fiets in Amsterdam het snelst. De afgelopen 25 jaar is het aantal verplaatsingen per dag explosief gegroeid, van 445.000 naar 665.000 (MJPF). Uit recente cijfers van het KiM blijkt een relatieve toename van de binnenstedelijke verplaatsingen van meer dan 10%3, nog los van de absolute toename (groei aantal Amsterdammers sinds 2016) en de genoemde effecten als gevolg van COVID-19. Wij verwachten dat dit aantal nog verder toeneemt gezien de recente ontwikkelingen. Dit legt een grote druk op de openbare ruimte (meer infrastructuur en meer parkeervoorzieningen nodig). De focus zal zich meer moeten richten van het ‘oplossen van knelpunten en het op pijl houden van de huidige standaarden voor de fiets’ naar het ‘actief doordenken en sturen op een gewenste toekomst ten aanzien van de fiets in de stad’. Toename variëteit aan fietsen: er is een explosieve groei in aantallen e-bikes, e-delivery bikes, e-bakfiets, scooters, canta’s en biro’s. Dat zorgt voor grotere snelheidsverschillen en meer inhaalbewegingen. Dit leidt ook tot een groeiende vraag naar passende fietsinfrastructuur en stallingen.
Ook zal de stad na moeten denken over vragen als: ‘Welke vervoerwijzen mogen waar rijden?’ Hoe de infrastructuur in te richten (volstaat bijvoorbeeld een minimale breedte van 2,5 meter)?’ ‘Is een maximumsnelheid voor voertuigen op termijn wenselijk?’ Van verplaatsen tot verblijven: de fiets wordt in toenemende mate als onwenselijk gezien in de centrumgebieden. Geparkeerde en rijdende fietsen zijn en masse aanwezig in een gebied dat steeds meer een aantrekkelijk verblijfsgebied wil zijn. De Agenda Autoluw zet in op het verminderen van de aanwezigheid van de auto binnen de ring. Wellicht zijn parallel hieraan ook hardere maatregelen nodig dan in het huidige MJPF om de binnenstad van de massaliteit van de fiets te verlichten (‘fiets als de nieuwe auto’). Maatregelen uit het huidige MJPF, die het gebruik van alternatieve routes in de centrumgebieden beogen te stimuleren hebben namelijk maar beperkt effect. Fiets heeft het primaat bij nieuwe stadsontwikkeling: Amsterdam wil de fiets het primaire vervoermiddel laten zijn bij nieuwe stadsontwikkeling. Dit zorgt voor een andere inrichting van de openbare ruime. In het huidige MJPF zijn veel maatregelen geformuleerd vanuit een reactief perspectief: het oplossen van knelpunten en het faciliteren van de fiets de er al is.
Deze trend vraagt om een andere benadering: het faciliteren van de fiets die er nog niet is en een directere koppeling tussen fietsvoorzieningen en de gebouwde omgeving. Fiets als onderdeel van een keten: Het aandeel ketenmobiliteit in de totale mobiliteit neemt toe. Het huidige MJPF is vrij unimodaal ingesteld. Maar onder andere de fiets+OV combinatie neemt toe. Het is van belang om nader te verkennen hoe het MJPF deze trend kan versterken en de fiets beter kan positioneren in het grotere mobiliteitsnetwerk (hubs, MaaS). Toenemende vraag naar participatie: Bewoners willen meer participatie en beslissingsbevoegdheid. Ook loopt men in de uitvoering van het MJPF tegen maatschappelijke weerstand aan. Door in te spelen op maatschappelijke trends en burgerinitiatieven kunnen projecten sneller van de grond komen en meer
Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2019), Mobiliteit in stedelijk Nederland.
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
51
draagvlak voor interventies ontstaan. In het huidige MJPF zijn zogenaamde Fietslabs gedefinieerd, om samen met fietsers en omwonenden tot creatieve oplossingen te komen als het gaat om het parkeren van fiets en fietsgedrag. Zeker vanuit de aanpak hotspots fietsparkeren wordt hier door het programma succesvol mee gewerkt. Bredere uitrol van dergelijke Fietslabs, zoals genoemd onder Het nieuwe fietsen, komen echter niet altijd even goed van de grond. Hier kan in het MJPF nader op ingezet worden.
Figuur 6.1: Fietsers op de Clercqstraat (gemeente Amsterdam)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
52
7 Conclusies en aanbevelingen
Dit hoofdstuk presenteert de conclusies van het onderzoek en doet aanbevelingen voor de aanscherping van het MJPF.
7.1
Conclusies
In 2017 is het MJPF vastgesteld en is het programma Fiets gestart met de uitvoering van alle 54 geformuleerde maatregelen uit het MJPF. De uitvoering van de maatregelen is belegd bij drie pijlers, namelijk Comfortabel Doorfietsen (infrastructuur), Gemakkelijk fietsparkeren (fietsparkeren) en Het nieuwe fietsen (gedrag). De drie pijlers van het huidige MJPF en de maatregelen hieruit zijn voor het grootste deel ‘nieuw’ ten opzichte van de maatregelen uit het vorige MJPF (2012-2016). Zij kennen vaak een flinke mate van complexiteit door het hoge aantal stakeholders, prioritering van andere modaliteiten, raakvlakken met, en inpassing in andere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen in de stad en afhankelijkheid van processen (deels) buiten de eigen invloedsfeer van het programma. Het programma Fiets boekt goede voortgang als het gaat om het uitvoeren van de maatregelen uit het MJPF. Wel zijn er verschillen tussen de pijlers als het gaat om de voortgang. Hier volgt een korte bespreking per pijlers. Daarna volgen enkele conclusies wat betreft het gehele programma. Comfortabel doorfietsen De voortgang van de infrastructuuropgave, waar de pijler Comfortabel doorfietsen verantwoordelijk voor is, ligt over het algemeen op schema.
Bij de meeste grotere herinrichtingsprojecten en gebiedsontwikkelingen is het programma tijdig en naar tevredenheid betrokken, al is extra inzet gewenst om de aansluiting te optimaliseren. Een risico voor de realisatie van verbeteringen door herinrichtingen is de grote afhankelijkheid van actoren en processen (zoals tijdvensters) buiten het programma. De ontwikkeling van nieuwe schakels in het fietsnetwerk kent vertraging. Onder andere de realisatie van nieuwe verbindingen (maatregel 16) en het Groennet (maatregel 19)
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
53
Tabel 7.1: Voortgang per pijler
kent een lange doorlooptijd. Ook weerstand van omwonenden vormt een risico. De realisatie van de Tweede fietsring (maatregel 9) ligt achter op schema vanwege complexe voorbereidingsprocessen. Realisatie van de Tweede fietsring op korte termijn is niet voorzien. Eerst zal het autoverkeer fors moeten afnemen op de route. Hoewel de effecten van de maatregelen over het algemeen positief worden ingeschat, is aan de hand van de indicatoren niet goed vast te stellen wat de bijdrage van de pijler en de afzonderlijke maatregelen op de doelstellingen is. Op de doelindicator ‘Percentage fietspad waarvan minimale breedte 2,5 meter is’ zijn goede vorderingen gemaakt, maar er zijn slechts twee maatregelen die een directe relatie hebben met deze indicator. Ook is het de vraag of de streefwaarde wel gehaald wordt omdat de mogelijkheden voor verbreding steeds meer uitgeput raken vanwege de beperkte ruimte in de stad. De andere doelindicator (‘Tevredenheid fietsers over de kwaliteit van het fietsnetwerk’) is een erg brede indicator en wordt stadsbreed gemeten. Deze laat tot nu toe geen verbetering zien. De indicator is maar in beperkte mate in staat om het effect van gerichte, lokale verbeteringen te vangen.
Bovendien wordt de score ook bepaald door factoren die niet of nauwelijks door het programma kunnen worden beïnvloed, zoals de sterke toename van het aantal fietsers en de toenemende snelheidsverschillen op het fietspad (o.a. door elektrische fietsen). Een eventuele stijging in de tevredenheid naar aanleiding van de maatregelen zal zich waarschijnlijk pas in een later stadium manifesteren. Veel grote maatregelen, die naar verwachting een significante impact op het netwerk zullen hebben en ook opgemerkt zullen worden door de fietsers, zullen niet op korte termijn volledig gerealiseerd zullen zijn. Gemakkelijk fietsparkeren De pijler Gemakkelijk fietsparkeren pakt de uitvoering van de maatregelen voortvarend op. Er zijn goede routines ontwikkeld om samen met de stadsdelen en andere stakeholders knelpunten gericht aan te pakken. De pijler werkt met enthousiasme aan zichtbare innovatieve fietsparkeerconcepten, die ook daadwerkelijk op belangrijke
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
54
hotspots bijdragen aan een nettere openbare ruimte. Deze concepten lijken omgevingsbewust parkeren te stimuleren en dragen ook bij aan de zichtbaarheid van de gemeente in het actief adresseren van de fietsparkeerproblematiek in de stad. Over de hele linie zullen de maatregelen grotendeels gerealiseerd zijn aan het eind van de programmaperiode. De maatregelen dragen sterk bij aan de doelstellingen van de pijler. De parkeerdruk en bezettingsgraad op hotspots neemt af. Ook het rapportcijfer over de kwaliteit van fietsparkeren is tussen 2016 en 2019 met 1,0 punt toegenomen, van 5,7 naar 6,7. Dit is een aanzienlijke stijging, waarmee het cijfer de streefwaarde van een 7,0 in 2025 nadert. Het nieuwe fietsen De pijler Het nieuwe fietsen kende een vertraagde start. Een belangrijke reden hiervoor is dat Het nieuwe fietsen als nieuw thema binnen het MJPF gepositioneerd is. Het heeft enige tijd geduurd voordat de pijler zich inhoudelijk goed had gedefinieerd en bijbehorende werkplan had geformuleerd. Het feit dat veel maatregelen niet smart zijn gedefinieerd en samenhang missen heeft daarbij als een nadeel gewerkt. De pijler heeft inmiddels een overkoepelende visie ontwikkeld op het belang van het veraangenamen van de fietsrit in het beïnvloeden van de fietstevredenheid. Deze visie is gefundeerd en kansrijk.
Het kost de pijler echter moeite om de visie te laten landen binnen de organisatie en om de visie om te zetten in concrete resultaten. Tot nu toe zijn bij alle maatregelen initiatieven gestart. Twee maatregelen zijn reeds geheel uitgevoerd, namelijk Marktverkenning deelfietsen (maatregel 43) en Onderzoek stadsdistributie per fiets (maatregel 54). De Ping if you care-pilot is een succes geweest voor het gehele programma. Het heeft een significante rol gespeeld in het inzichtelijk maken van knelpunten, prioriteren van projecten en vergroten van de zichtbaarheid van het programma. Bij meerdere maatregelen is de voortgang beperkt. Naast de lastige beginfase van de pijler, zijn belangrijke oorzaken de geringe capaciteit binnen de pijler en de gefragmenteerde set aan (deel)maatregelen, waardoor het lastig is om focus aan te brengen in de activiteiten van de pijler. Niettemin verwacht de pijler de meeste maatregelen grotendeels gerealiseerd te hebben in 2022. Wat betreft de voortgang op de doelindicatoren ligt ‘Het aandeel fietsverplaatsingen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost’ inmiddels op de streefwaarde. Het ‘Fietstevredenheidscijfer’ laat nog geen significante verbetering zien. Ook hier geldt dat het om een generieke indicator gaat, die zich moeilijk door lokale, kleinschalige maatregelen laat beïnvloeden.
Algemene conclusies Naast de conclusies per pijler, volgen hier nog enkele algemene conclusies ten aanzien van de uitvoering van de maatregelen uit het MJPF. ■ Meerdere maatregelen zijn in het MJPF niet smart geformuleerd en kennen een open invulling. Dit maakt het lastig om uitspraken te doen over de mate van voortgang en effectiviteit van de maatregelen. Tegelijk biedt de open
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
55
■
■
■
■
■
www.goudappel.nl
formulering van deze maatregelen het programma ruimte om deze naar eigen inzichten in te vullen, gebaseerd op eigen creativiteit, voortschrijdend inzicht en kansen die zich op het moment voordoen. Dit lukt bij de ene maatregel beter dan bij de andere. Het programma laat zich bij meerdere maatregelen leiden door een dynamische aanpak, waarbij het acteert op basis van hernieuwde prioriteringen en kansen die voorbij komen (o.a. herinrichtingen). In de prioritering van aan te pakken knelpunten spelen de uitkomsten van de Ping if you care-pilot bijvoorbeeld een rol. Deze dynamische aanpak maakt het minder makkelijk om vooraf geformuleerde vaste doelen te halen, maar is van meerwaarde om een zo hoog mogelijk rendement op investeringen te behalen. Binnen het programma zijn enkele aansprekende innovatieve concepten ontwikkeld. Het gaat dan onder andere om de kruispuntinrichtingen ‘frietzak’ en ‘banaan’ (die in het kader van het vorig MJPF zijn ontwikkeld), pop-up fietsparkeren met projectoren, en Parkeer en Loop-voorzieningen. Ook wordt bijvoorbeeld ervaring opgedaan met camera’s die drukte op fietspaden meten ten behoeve van het beter afstemmen van groentijden bij verkeerlichten. Wat betreft fietsparkeren worden ervaringen opgedaan met chips en bikelanes (automatische in- en uitcheckpoorten bij stallingen).
Deze innovaties dragen op positieve wijze bij aan het imago Amsterdam Fietsstad en aan kennisontwikkeling. Tegelijk krijgen meerdere pilots minder aandacht dan gewenst. Het gaat hier onder andere om de pilots met chips (exclusief de pilot bij stationsstallingen), terwijl deze relevant zijn voor de toekomst van de fiets. Ten opzichte van de harde infrastructurele maatregelen dreigen deze pilots minder prioriteit te krijgen. Bij het programma is een sterke drive om oplossingsgericht te werken. Dat levert het gevaar op dat het programma taken op zich neemt waar Beleid verantwoordelijk voor zou moeten zijn. Ten aanzien van het behalen van de doelstellingen uit het MJPF zijn er een aantal belangrijke risico’s: o Er is een grote afhankelijkheid van andere partijen in het realiseren van grote infrastructurele maatregelen; o De belangen van het programma botsen met andere belangen (andere modaliteiten, openbare ruimte, andere uitvoeringsprogramma’s); o De mogelijkheden voor het creëren van extra ruimte voor de fiets in de stad zijn beperkt; o Het aantal fietsers blijft toenemen. Dat zorgt voor blijvende druk op de infrastructuur en fietsparkeervoorzieningen. Het is pijl houden van de huidige condities is al een forse uitdaging.
Dit maakt dat het streven naar een significante verhoging van de tevredenheidscijfers een ambitieus streven is; o Er is ook sprake van een weerstand van omwonenden als het gaat om maatregelen voor de fiets (‘fiets is de nieuwe auto’); o COVID-19 zorgt voor vertraging bij de uitvoering van maatregelen (o.a. pilots en metingen). Ook dreigen er bezuinigingen.
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
56
Figuur 7.1: Voor en na ingreep fietsparkeren (gemeente Amsterdam)
7.2
Aanbevelingen
De evaluatie van het MJPF leidt tot de volgende aanbevelingen. Eerst volgen aanbevelingen per pijler. Daarna wordt nader ingegaan op aanbevelingen aangaande specifieke maatregelen. Ten slotte volgen enkele aanbevelingen voor het programma in het algemeen.
7.2.1
Aanbevelingen per pijler
Comfortabel doorfietsen ■ De opgave van de pijler is om verder te werken aan zichtbaarheid en aansluiting bij projecten. Vooral bij kleinere herinrichtingsprojecten is er een risico dat het programma te laat is aangehaakt, waardoor de belangen van de fiets niet altijd goed geborgd zijn. ■ Gegeven het risico op lange doorlooptijden bij het realiseren van nieuwe verbindingen is het van groot belang om alle mogelijkheden om werk met werk te maken aan te grijpen en om kansen voor het versneld uitvoeren van (delen van) maatregelen te benutten. ■ Naast de aandacht voor grotere projecten dient de pijler ook aandacht te behouden bij de pilots uit de pijler, die minder prioriteit dreigen te krijgen. Gemakkelijk fietsparkeren ■ Tot nu toe zijn er veel quick wins behaald op het gebied van fietsparkeren binnen de hotspots. Het is nu zaak om verder in te zetten op projecten bij de hotspots die meer inspanning vergen. Ook wordt aanbevolen om quick wins te behalen op knelpunten die ontstaan buiten de hotspots of zelfs buiten de Ring. Hier ontstaan in toenemende mate knelpunten. De inmiddels geleerde lessen en routines kunnen op deze nieuwe locaties relatief eenvoudig ingezet worden. ■ Gegeven de grotere variëteit aan fietsen (grotere afmetingen, zwaarder) is het belangrijk om aandacht te hebben voor een goede toegankelijkheid van stallingen.
■ Op een aantal thema’s is het van belang om werkzaamheden en verantwoordelijkheden nader met Beleid af te stemmen. Het gaat hier
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
57
■
bijvoorbeeld om scooterparkeren en fietsparkeren voor fietsers met een beperking. Nu worden hier veelal ad hoc oplossingen voor bedacht maar mogelijk is het wenselijk om hier stadsbreed beleid op te ontwikkelen. De focus van de pijler ligt sterk op het ‘oplossen van problemen’. Het is aan te bevelen om, samen met Beleid, een visie te ontwikkelen op de toekomst van het fietsparkeren en nader te verkennen waar structurele verlichting van de problematiek met meest kansrijk is (meer stallingen bouwen, meer inzetten op regulering met technologische innovaties, meer inzet op deelmobiliteit?).
Het nieuwe fietsen ■ Het is aan te bevelen om meer focus in de pijler te brengen. De maatregelen, en de vele acties, pilots en experimenten die onder de maatregelen vallen, zijn erg divers en gefragmenteerd. Het lijkt met het oog op het verhogen van het fietsgebruik en de fietstevredenheid effectiever om de beperkte capaciteit van de pijler te richten op enkele grootschalige, in het oog springende projecten, dan op veel kleinschalige projecten, die minder een verschil kunnen maken en weinig zichtbaar zijn. ■ De nadruk op de fietsbeleving van de fietsrit en het veraangenamen van de fietsrit als middelen om de fietstevredenheid te beïnvloeden is gefundeerd en kansrijk. Aanbevolen wordt om hier nader op in te zetten en deze visie sterker uit te dragen. Deze visie zou niet tot de pijler Het nieuwe fietsen beperkt moeten zijn maar verweven moeten zijn door het hele programma. ■ Er wordt nog in beperkte mate ingezet op fietsstimulering terwijl dit wel één van de hoofddoelen is van de pijler. Hoewel het streefcijfer van de indicator ‘Aandeel fietsverplaatsingen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost’ inmiddels gehaald is, liggen er nog mogelijkheden voor het verder stimuleren van fietsgebruik, zeker onder bepaalde doelgroepen.
Het is aan te bevelen om dit in samenhang te doen met de activiteiten die voortvloeien uit de motie die de Raad heeft aangenomen om de fietscultuur in de stad te stimuleren.
7.2.2
Aanbevelingen per maatregel
In deze paragraaf volgen aanbevelingen op maatregelniveau. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie typen aanbevelingen: 1. Maatregelen waarbij meer of minder inzet gewenst is vanuit het programma. 2. Maatregelen waarbij een scopewijziging wordt voorgesteld. 3. Maatregelen waarvoor extra bestuurlijke en politieke aandacht nodig is, omdat de uitvoering van deze maatregelen anders in gevaar komt. Maatregelen waarbij extra of minder inzet gewenst is Extra inzet voor een maatregel is aan te bevelen omdat de maatregel sterk kansrijk is voor het behalen van de doelen uit het MJPF maar de maatregel achter loopt of er belangrijke risico’s worden voorzien voor de uitvoering van de maatregel. Ook is extra inzet wenselijk wanneer de uitvoering van de maatregel naar wens verloopt maar met extra inzet eenvoudig nog meer winst behaald kan worden. Het kan ook zijn dat minder inzet gewenst is, omdat de maatregel niet uitvoerbaar blijkt te zijn of omdat de maatregel maar beperkt winst oplevert, tegen hoge kosten.
www.goudappel.nl
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
58
Tabel 7.1 geeft een overzicht van de maatregelen waarbij extra of minder inzet gewenst is, met de reden daarvoor. Maatregel
1. Bredere routes bij herprofilering 2. Slimme maatregelen voor nieuwe ruimteverdeling
15. Fietsbereikbaarheid gebieden
16. Aanleg nieuwe fietsverbindingen
17. Fietspaden asfalteren
19. Uitvoering van het Groennet
20. Betere verwijzingen bij wegwerkzaamheden
24. Handhaving ‘foutparkeerders’ 27. Meer plek in het rek: opschoonactie 31. Fietsparkeren integraal onderdeel van herinrichtingsprojecten
www.goudappel.nl
Meer/minder Reden inzet gewenst Op veel herinrichtingsprojecten is het programma goed aangehaakt, op een aantal niet zo goed. Met extra inzet kan dit beter. Verder werken aan zichtbaarheid is nodig. Het uitvoeren van herinrichtingen buiten regulier onderhoud of reeds geplande herinrichtingen is erg tijdrovend en kostbaar. Met de huidige capaciteit en middelen vanuit het programma is dit weinig kansrijk. Het is aan te bevelen om in plaats van deze maatregel extra in te zetten op maatregel 1. De realisatie van Sprong over het IJ (15A) loopt achter. Intensivering van de inzet is gewenst. Verder zijn er kansen om vanuit het programma Fiets ook in te zetten op de fietsbereikbaarheid in andere dan de vier genoemde gebieden, zoals IJburg tweede fase en Buiksloterham. Het aanleggen van nieuwe fietsverbindingen kent vertraging. Benodigde technische onderzoeken, wet- en regelgeving en maatschappelijke weerstand leiden tot lange planvormingsprocessen. Extra inzet is gewenst om de beoogde doelen met deze maatregel te realiseren. De maatregel is erg kosteneffectief en wordt voortvarend opgepakt. Met extra inzet kunnen kansen voor een versnelde uitvoering van de maatregel worden benut. Alle fietspaden in asfalt uitvoeren wordt echter niet haalbaar geacht vanwege o.a. het historische karakter van de binnenstad, rainproof of kabels en leidingen.
Er is inmiddels een uitvoeringsplan, maar realisatie van nieuwe schakels binnen het Groennet zal naar verwachting moeizaam verlopen. Gegeven het belang van de maatregel in het realiseren van de doelen uit het MJPF is extra inzet gewenst. Er zijn reeds enkele pilots uitgevoerd. Deze hebben echter niet het gewenste effect. Er is extra inzet nodig om tot een andere, effectievere aanpak te komen voor het verminderen van overlast van werkzaamheden bij fietsers. Inzet op optimaliseren samenwerkingsketen is gewenst.
+ -
+
+
+
+
+
+ + +
Inzet op optimaliseren samenwerkingsketen is gewenst. De aansluiting bij herinrichtingen en gebiedsontwikkelingen vanuit fietsparkeren is een quick win. Voor de laatste periode is extra inzet gewenst om de samenwerking met projectteams te intensiveren, nog eerder aan te haken in processen en benodigde aanpassingen in te brengen.
Evaluatie en aanscherping Meerjarenplan Fiets
59
37. Fiets- en scooterparkeernorm nieuwbouw 39. Subsidieregeling buurtfietsenstallingen
-
Advies om dit bij Beleid te beleggen.
De voorbereidingen voor de subsidieregeling vergde veel tijd. Voor de komende 2 jaar is extra inzet gewenst om de regeling onder de aandacht te brengen in buurten, om daarmee optimaal gebruik te laten maken van de regeling. 41. Pilots voor Voortgang tot nu toe is beperkt. De resultaten van de maatregel zijn van fietsparkeerregulering op belang voor visievorming op de toekomst van het fietsparkeren in de stad. hotspots Daarom is meer inzet gewenst. 46. Platform voor Het programma en het consortium dat het platform maakt boeken kennisdeling en innovatie onvoldoende resultaat in het vullen van het ontwikkelde online platform met relevante data. Het platform wordt van belang geacht om data te ontsluiten, resultaten en ervaringen uit te wisselen binnen en buiten de organisatie, en het imago van Amsterdam Fietsstad te bevorderen. Daarom is meer aandacht voor deze maatregel vanuit het programma gewenst. 47. Fietsvriendelijke Uitvoering loopt achter en verwacht rendement is gering. Vanuit de wens om meer focus in de activiteiten van de pijler Het nieuwe fietsen aan te maatregelen brengen is het advies om inzet op deze maatregel te verminderen ten gunste van kansrijkere maatregelen. 49. Campagne: Het nieuwe Er zijn reeds verschillende initiatieven opgezet, deels in samenwerking met fietsen het programma Verkeersveiligheid. De initiatieven zijn echter gefragmenteerd.