177 sv Khan NRC onderzoek bewijst het CIDI maakt onderdeel uit van Israëlische staatspropaganda.pdf
Tekst van het document
Schriftelijke vragen Datum Volgnummer
10 juli 2025 177/TA2025-001019
Onderwerp Schriftelijke vragen van het lid Khan inzake NRC onderzoek bewijst: het CIDI maakt onderdeel uit van Israëlische staatspropaganda
Aan het college van burgemeester en wethouders Toelichting: Op 23 maart 2025 werden 15 Palestijnse ambulancemedewerkers vermoord door het Israëlische bezettingsleger. Sommigen werden geëxecuteerd met een schot door het hoofd, terwijl hun handen geboeid waren. Dankzij videobeelden van Rifaat Radwan, één van de slachtoffers, kwam dit gruwelijke incident aan het licht. Deze beelden verschenen op 5 april en leidden tot brede maatschappelijke verontwaardiging. Vijf dagen later debatteerde de Tweede Kamer over dit incident. Hoewel de feiten ondubbelzinnig waren, bleef een deel van de Kamer het Israëlische narratief herhalen. Recent onderzoek van NRC laat zien dat dit kwam door het CIDI. Dit bevestigt de reeds kritische geluiden dat het CIDI geen neutrale voorlichtingsorganisatie is, maar actief deel uitmaakt van de Israëlische staatspropaganda. De gemeente Amsterdam heeft weleens samenwerkingen of contacten met het CIDI. Deze relatie roept in de stad steeds meer weerstand op en dat is begrijpelijk. Het CIDI verdedigt immers het genocidale geweld van het regime van Netanyahu. Dat het CIDI een antisemitismemeldpunt heeft, is an sich nodig, maar dat gaat nu ook worden getrokken in de sfeer haar propagandapraktijken en dat heeft het CIDI volledig op haarzelf afgeroepen.
Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van DENK op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen:
1 Is het college bekend met het recente NRC-onderzoek waarin het CIDI in verband wordt gebracht met Israëlische staatspropaganda? Wat is de reactie van het college op deze
Gemeente Amsterdam
Datun 10 juli 2025 Pagina 2 van 2
bevindingen? Ziet het college de politieke lobby van het CIDI als een vorm van ongewenste buitenlandse beïnvloeding1? 2 Wat is het standpunt van het college inzake contacten en relaties met organisaties die propaganda van buitenlandse mogendheden in ons land verspreiden en daarvoor ook actief lobbyen binnen de politiek? 3 Kan het college een overzicht geven van alle vormen van gemeentelijke samenwerking met het CIDI in de afgelopen vijf jaar, inclusief educatieve trajecten, beleidsinbreng en subsidierelaties? 4 Acht het college het wenselijk dat de gemeente nog contacten aangaat of relaties onderhoudt met een organisatie die de executie van Palestijnse hulpverleners – waaronder Rifaat Radwan – heeft gerechtvaardigd? 5 Deelt het college de zorg dat elke samenwerking of contact met het CIDI uitgelegd zal worden als het legitimeren van een verlengstuk van een regime dat zich, in de ogen van velen, schuldig maakt aan genocidaal geweld? 6 Hoe weegt het college de toenemende maatschappelijke weerstand tegen het CIDI, met name onder Amsterdammers van Palestijnse afkomst? Kan het college begrijpen dat het voor hen niet te verkroppen is als hun gemeente nog steeds contacten onderhoudt met een organisatie die het genocidale geweld van Israël goedpraat? 7 Is het college bereid om de samenwerking met het CIDI te heroverwegen en te stoppen met het legitimeren van deze organisatie als
gesprekspartner van de gemeente Amsterdam?
Indiener(s), S.Y. Khan
1 https://www.nrc.nl/nieuws/2025/07/04/de-zichtbare-en-onzichtbare-invloed-van-israel-in-de-tweede-kamer-a4899361