16. VO tbv watercompensatie.PDF
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Watercompensatie Amsterdamse Bos MF190916.011.R02.V1.0 25 november 2022
Verkennend bodemonderzoek Watercompensatie Amsterdamse Bos Rapportnummer MF190916.011.R02.V1.0 25 november 2022
Opdrachtgever FCC Construction S.A. Schurenbergweg 6 1105AR Amsterdam
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Adviseur Milieu
M. Dierkx
Projectleider Milieu
A. van Steenderen
MF190916.011.R02.V1.0
Paraaf
2 van 22
Inhoud 1
Inleiding ..........................................................................5
2
Achtergrondinformatie ............................................. 6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.10.1 2.10.2 2.10.3
Algemeen 6 Situering onderzoekslocatie 6 Historie 6 Vergunningen 7 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie 7 PFAS 9 Ontplofbare oorlogsresten (OO) 9 Archeologie 9 Terreininspectie 9 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie 10 Bodem ........................................................................................................................................................ 10 PFAS ........................................................................................................................................................... 10 Asbest in bodem..................................................................................................................................... 10
3
Veldwerk en analyses............................................... 11
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Onderzoeksprogramma Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Veldwerk verkennend bodemonderzoek Bodemprofiel Watermonstername
4
Analyseresultaten ...................................................... 14
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.2.1 4.2.3
Toetsingskader 14 Wet bodembescherming...................................................................................................................... 14 Handelingskader PFAS ........................................................................................................................ 14 Besluit en Regeling bodemkwaliteit ............................................................................................... 15 Asbest in bodem..................................................................................................................................... 15 Veiligheidsmaatregelen CROW 400................................................................................................. 15 Toetsing van de analyseresultaten 16 Bodem ........................................................................................................................................................ 16 Verontreinigingssituatie bodem ...................................................................................................... 19 Omvang sterke verontreiniging ....................................................................................................... 19 Asbest ........................................................................................................................................................ 19
5
Conclusies en aanbevelingen ................................ 21
5.1 5.2
Conclusies Aanbevelingen
MF190916.011.R02.V1.0
11 12 12 13 13
21 22
3 van 22
Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda Bijlage 4 Analysecertificaten Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek Bijlage 8 Situatietekening
MF190916.011.R02.V1.0
4 van 22
1 Inleiding
Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van FCC Construction S.A. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de oostelijke oever van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder, gelegen in het Amsterdamse bos. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen graafwerkzaamheden op de onderzoekslocatie ten behoeve van watercompensatie, waar bij graafwerkzaamheden tot 1 m-mv, grond vrij zal komen. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009 en wijzigingsblad NEN 5740/A1, februari 2016). Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V.
en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. streeft naar het uitvoeren van een representatief onderzoek. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een volgens de norm voorgeschreven aantal boringen en het laten analyseren van grond(meng)monsters op een standaard analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het analytisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies, en eventueel aanbevelingen, geformuleerd.
MF190916.011.R02.V1.0
5 van 22
2 Achtergrondinformatie 2.1 Algemeen Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 7. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.
2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een strook aan de oostzijde van de ringvaart Haarlemmermeerpolder. De onderzoekslocatie maakt onderdeel uit van Het Amsterdamse Bos. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 8 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Lengte/oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 400 m (ca. 1.500 m2)
Maaiveldhoogte
Circa 0,5 m + NAP
X-coördinaat, Y-coördinaat
X: 115896, Y: 480257
Kadastrale gegevens Kadastrale aanduiding
Gemeente Amstelveen, sectie V, nummer 845 (gedeeltelijk)
Oppervlakte kadastraal perceel
67.140 m2
Eigenaar
Gemeente Amsterdam, Amstel 1, 1011PN Amsterdam
Locatie in eigendom sinds
-
2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie tot 1850 op een smalle strook land in poldergebied is gelegen. Het Amsterdamse Bos ten oosten van de locatie bestaat nog niet, hier is enkel water aanwezig. Tussen 1850 en 1880 krijgt de polder (De Zwarte- of Schinkelpolder) meer vorm. Vanaf 1900 is een weg ter plaatse van de onderzoekslocatie zichtbaar, gelegen aan de oostzijde van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder. De polder aangrenzend aan de onderzoekslocatie is tot 1950 aanwezig; vanaf dit jaar wordt bosgebied ontwikkeld op de locatie als uitbreiding van het Amsterdamse Bos, de weg is nog steeds aanwezig. Rond 1970 verdwijnt de weg aan de oostzijde van de Ringvaart ter hoogte van de onderzoekslocatie. Na 1980 zijn diverse paden aanwezig in het bos nabij de locatie, tot op heden hebben er geen (op het kaartmateriaal zichtbare) wijzigingen meer plaatsgevonden. Enkele uitsneden van historisch kaartmateriaal zijn opgenomen in onderstaande Figuur 2.1.
MF190916.011.R02.V1.0
6 van 22
1900
1950
1980
2000
Figuur 2.1: uitsneden historische kaarten
2.4 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie.
2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.2 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld.
MF190916.011.R02.V1.0
7 van 22
Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en bodemkwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
0 - 11
Holocene afzettingen
Zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig, lokaal schelphoudend, ook klei en veen.
11 - 18
Formatie van Boxtel
Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus. Ook leem, klei en veen.
18 - 22
Formatie van Drenthe
Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus. Ook leem, klei en veen.
22 – 43
Gestuwde afzettingen
Heterogene opbouw (afhankelijk van de lithologische samenstelling van de lokale ondergrond)
Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater
Circa 1,0 m-mv
Stromingsrichting grondwater
Westelijk, richting ringvaart Haarlemmermeerpolder
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Ja, ringvaart Haarlemmermeerpolder
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Ja, tussen de 50 en 100 m-mv
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie
Nee
Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Kenmerk, datum
Omschrijving
-
Online bodemkwaliteitskaart Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Deelgebied
Amsterdamse Bos
Bodemfunctieklasse
Landbouw/Natuur
Ontgravingsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv): Achtergrondwaarde Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): Achtergrondwaarde
Bodemonderzoeken ter plaatse van onderzoekslocatie Auteur, kenmerk, datum
Omschrijving
Geonius, MF190916.011.R01.V1.0, 07-06-2022
AP04 in-situ partijkeuringen – Watercompensatie Amsterdamse Bos: Ter plaatse van de onderzoekslocatie blijkt dat de zandige bovengrond niet toepasbaar is op basis van het gehalte PFOS. De kleiige ondergrond (0,5-1,0 m-mv) is niet toepasbaar op basis van het gehalte PAK, PFOS en minerale olie. Er is geen asbest aangetoond in de monsters met sporen metselpuin.
Wareco, BJ07 RAP2014016, 16-10-2014
Verkennend bodemonderzoek Amsterdamsebos: Zowel de boven- als de ondergrond is licht verontreinigd me zware metalen. Zowel visueels als analytisch is geen asbest aangetoond.
Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie Auteur, kenmerk, datum
Omschrijving
Terrascan B.V., T.09.5582, 08-2009
Raamsaneringsplan ‘N201, aansluiting A9’ te Haarlemmermeer en Amstelveen: De onderzoekslocatie valt buiten het bereik van dit raamsaneringsplan. Echter wordt in dit raamsaneringsplan beschreven dat de dijklichamen van de ringvaart Haarlemmermeerpolder in het verleden mogelijk zijn opgehoogd met verontreinigd materiaal. Hierdoor zijn de dijklichamen heterogeen verontreinigd met zware metalen en PAK. Het gaat om matig tot sterk verhoogde gehalten.
MF190916.011.R02.V1.0
8 van 22
Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat de boven en ondergrond ter plaatse van de onderzoekslocatie niet toepasbaar is vanwege verhoogde gehalten PFOS. Tevens is de ondergrond niet toepasbaar op basis van het gehalte PAK. Hierdoor worden in dit onderzoek sterk verhoogde gehalten aan PAK verwacht. Tevens worden verhoogde gehalten PFOS verwacht, zonder dat deze de INEV (indicatief niveau voor ernstige verontreiniging) overschrijden.
2.6 PFAS Onderhavige onderzoekslocatie is een verdachte locatie voor PFAS vanwege de nabijheid van het naastgelegen vliegveld Schiphol. Van luchthavens is bekend dat er in de omgeving verhoogde gehalten PFAS aanwezig zijn. Daarnaast is PFAS (met name PFOS) al in verhoogde gehalten in de bodem aangetroffen. Hierdoor dient onderzoek naar deze kritische stofgroep te worden uitgevoerd.
2.7 Ontplofbare oorlogsresten (OO) Uit de CE-bodembelastingkaart van gemeente Amstelveen (11 juli 2018) blijkt dat het Amsterdamse Bos verdacht is op het voorkomen van afwerpmunitie, dit als gevolg van de ligging nabij vliegveld Schiphol. Ter plaatse van het zuidelijke uiteinde van de onderzoekslocatie is een krater bekend.
2.8 Archeologie Uit de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart van de gemeente Amstelveen blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is in het gebied ‘dijklichaam’, hier is de verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten van af de Late Middeleeuwen hoog. Er geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen dieper dan 30 cm en groter dan 100 m2. Het aangrenzende Amsterdamse Bos is ingedeeld in het gebied ‘verveend en drooggemaakt’, hier is een lage archeologische verwachting van toepassing ten aanzien van de perioden vanaf het Midden Neolithicum, er geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen dieper dan 30 cm en groter dan 10.000 m2.
2.9 Terreininspectie Op 21 november 2022 is door de heer A.P.M de Jeu van Grondslag B.V. een terreininspectie uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is aan de rand van het Amsterdamse Bos, aan de oostzijde van de ringvaart Haarlemmermeerpolder. Aan de westzijde van het water bevindt zich Schiphol Airport. De waterkant is begroeid met grote en kleinere bomen, ook zijn struiken aanwezig. Op of nabij de onderzoekslocatie zijn geen gebouwen aanwezig. Tevens zijn er geen aanwijzingen waargenomen die duiden op aanwezigheid van tanks, slootdempingen, stortplekken of andere verdachte activiteiten die mogelijk bodemverontreiniging hebben kunnen veroorzaken. Wel zijn er borden aanwezig die duiden op de aanwezigheid van kabels in de watergang. Ten tijde van de terreininspectie blijkt dat de sterk puinhoudende beschoeiing langs de waterkant deels verwijderd is, hierbij is materiaal vrijgekomen welke nabij boorpunt 5 op de oever is opgeslagen. Tijdens het terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Ter plaatse van boorpunten 3 en 5 is puinhoudende grond opgeslagen welke vrij is gekomen bij het verwijderen van de beschoeiing. Deze grond is sterk puinhoudend en daarmee verdacht op het voorkomen van asbest.
Naast deze recent opgebrachte puinhoudende grond zijn verder geen asbestverdachte materialen waargenomen.
MF190916.011.R02.V1.0
9 van 22
2.10 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie 2.10.1 Bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie activiteiten te verwachten zijn die tot een bodemverontreiniging hebben kunnen leiden, de dijklichamen van de ringvaart Haarlemmermeerpolder zijn in het verleden mogelijk opgehoogd met verontreinigd materiaal. Tevens zijn in voorgaand onderzoek sterk verhoogde gehalten PAK aangetoond in de ondergrond ter plaatse van de onderzoekslocatie. Derhalve is voor de onderzoekslocatie hypothese “verdacht” van toepassing. De onderzoeksstrategie voor een “diffuus belaste lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming” (VED-HE-L) is van toepassing.
2.10.2 PFAS Sinds december 2021 is het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” van kracht. Het Handelingskader biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Voor hergebruik is het noodzakelijk om onderzoek te doen naar de stofgroep PFAS (poly- en perfluor alkyl-verbindingen). Tijdens de uitvoering van dit verkennend bodemonderzoek wordt gebruik gemaakt van het zogenaamde standaard stoffenpakket. Dit pakket dient te worden uitgebreid met de stofgroep PFAS (poly- en perfluor alkylverbindingen) en GenX als op grond van het vooronderzoek aanleiding is te verwachten dat er een specifieke verdenking is op deze stoffen. Omdat deze verdenking in onderhavig onderzoek wel aanwezig is, wordt het standaard stoffenpakket in dit bodemonderzoek uitgebreid met PFAS.
2.10.3 Asbest in bodem Tijdens de terreininspectie is op de locatie sterk puinhoudend materiaal (voormalige beschoeiing) waargenomen. Middels een globale inspectie van dit materiaal is op visuele basis geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek (o.a. voorgaand onderzoek) blijkt dat voor de onderzoekslocatie met betrekking tot asbest in bodem de hypothese “onverdacht” van toepassing is. Voor deze hypothese zijn geen belastende bronnen/activiteiten voor asbest in bodem te verwachten op basis van het vooronderzoek. Conform de NEN 5707 is in dit geval een onderzoek naar asbest in bodem niet per definitie noodzakelijk. Om een verkennend onderzoek naar asbest in bodem achterwege te kunnen laten, moet, in aanvulling op het locatiebezoek tijdens het vooronderzoek, tijdens het verkennend bodemonderzoek ook een beoordeling van de uitgekomen grond worden uitgevoerd, waarbij geen asbestverdachte materialen (plaatjes, buis etc.) of bodemvreemde bijmengingen die worden geassocieerd met een mogelijke verontreiniging met asbest (puin, resten baksteen etc.) worden waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek wordt de opgeboorde grond beoordeeld op de eventuele aanwezigheid van asbest, ter onderbouwing en bevestiging van de hypothese niet verdacht voor asbest.
De hiervoor genoemde hypotheses wordt met behulp van dit bodemonderzoek getoetst. In de navolgende hoofdstukken worden de uitgevoerde werkzaamheden en de onderzoeksresultaten besproken.
MF190916.011.R02.V1.0
10 van 22
3 Veldwerk en analyses 3.1 Onderzoeksprogramma In onderstaande Tabel 3.1 is het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek samengevat. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma bodemonderzoek Locatie en strategie Lengte Veldwerk
Grondwater
Grond
Watercompensatie Amsterdamse bos (VED-HE-L)
Ca. 400 m
4 * 1,2 m-mv 4 * 0,6/1,0 m-mv (gestuit) 1 * 0,5 m-mv (ruggetje) 1 * peilbuis
Analyses Grond Bovengrond / depot op maaiveld 3 * standaardpakket 3 * PFAS 2 * asbest Ondergrond 4 * standaardpakket 2 * PFAS 1 * asbest
Grondwater 1 * standaardpakket
Standaardpakket (landbodem en grond) organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB(7), som-PAK(10) en minerale olie Stofgroep PFAS poly‐ en perfluor alkyl‐verbindingen (30 verbindingen) Standaardpakket grondwater 9 zware metalen vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform) minerale olie
In afwijking op de NEN 5740 zijn niet alle boringen tot einddiepte van 1,2 m-mv uitgevoerd. Vier boringen zijn gestuit op dieptes variërend tussen 0,6 en 1,0 m-mv. De overige vier boringen zijn wel tot 1,2 m-mv uitgevoerd, ook de peilbuis is uitgevoerd. In aanvulling op de NEN 5740 zijn twee extra mengmonsters van de bovengrond en drie extra mengmonsters van de ondergrond samengesteld. Tevens is een extra boring uitgevoerd in een ruggetje grond wat op de onderzoekslocatie is aangetroffen, bestaand uit reeds ontgraven materiaal bij het verwijderen van beschoeiing. Ondanks de afwijkende boordiepten is dankzij het uitvoeren van aanvullende analyses de bodemkwaliteit wel afdoende in beeld gebracht. De chemische analyses van de grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn conform AS3000 uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en AS3000-erkend. De analyses op de stofgroep PFAS zijn eveneens uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. Om een indicatie te verkrijgen of de bijmengingen met puin in de bodem ook verhoogde concentraties aan asbest bevatten, is van alle (puinhoudende) bodemlagen een indicatieve analyse op asbest uitgevoerd. De grond(meng)monsters ten behoeve van het indicatief asbestonderzoek zijn geanalyseerd op asbest conform NEN 5898.
De (meng)monsters hebben een drooggewicht wat minder is dan de 10 kg als voorgeschreven in de NEN 5898. In het laboratorium is meer dan de in de NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5-1 mm en 1-2 mm onderzocht om te bewerkstelligen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg ds wordt gehaald.
MF190916.011.R02.V1.0
11 van 22
3.2 Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Naar aanleiding van het zintuiglijk onderzoek zijn conform de gevolgde strategie uit de NEN 5740 zeven grond(meng)monsters uit de opgeboorde grond samengesteld, dit zijn vijf monsters bovenop het voorgeschreven aantal. In afwijking op de strategie VED-HE-L uit de NEN 5740 is één mengmonster samengesteld uit vijf deelmonsters in plaats van het maximale aantal van vier deelmonsters. Gezien het monster vervolgens is uitgesplitst op de kritieke parameter (PAK), wordt de afwijking als niet kritiek beschouwd. De overige zes (meng)monsters bestaan wel uit maximaal vier deelmonsters. Gerelateerd aan de analyseresultaten zijn de volgende bijzonderheden te melden: • Op basis van de analyseresultaten van mengmonster MMBG2 zijn de individuele monsters van dit mengmonsters separaat geanalyseerd op de parameter PAK (in totaal vijf monsters) inclusief organische stof. • Op basis van de analyseresultaten van mengmonster MMTL2 zijn de individuele monsters van dit mengmonster separaat geanalyseerd op het metalen pakket (in totaal 2 monsters) inclusief lutum en organische stof. De grond(meng)monsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN 5740. In Tabel 4.2 (hoofdstuk 4) is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld.
Tevens is van elk grond(meng)monster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. Het grondwatermonster is conform de onderzoeksopzet onderzocht op het standaardpakket grondwater uit de NEN 5740:2009. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. Bij het samenstellen van de mengmonsters zijn in enkele gevallen mengmonsters samengesteld van zintuiglijk schone bodemmonsters met sporadisch- tot zwak baksteenhoudende bodemmonsters. Gezien het hier “homogene” bodemlagen betreft alsmede de mate van bijmengingen betreft het hier geen afwijking op de NEN 5740 en wordt ons inziens een representatief kwaliteitsbeeld verkregen. Dit wordt gestaafd op basis van de analyseresultaten van de monsters die zijn verkregen.
3.3 Veldwerk verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 21 november 2022 conform BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, 1 februari 2018). De veldmedewerker die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, de heer A.P.M de Jeu van Grondslag B.V., is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Een tekening met de ligging van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Tijdens de werkzaamheden zijn voor wat betreft de parameter PFAS maatregelen getroffen om contaminatie zoveel als mogelijk te voorkomen, zoals staat omschreven in het “Kennisdocument voor Bemonstering en analyse van PFAS-verbindingen in grond- en grondwater”. In verband met de spoedeisendheid van het onderzoek is, in afwijking op de NEN 5740, het grondwater uit de peilbuis na goed doorpompen direct bemonsterd. Daarnaast hebben er geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden.
MF190916.011.R02.V1.0
12 van 22
3.4 Bodemprofiel Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging(en) en eventuele bijzonderheden. De boorstaten zijn als bijlage 3 zijn toegevoegd. Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld een groenstrook betreft. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Vanaf het maaiveld wordt klei aangetroffen tot een diepte van circa 1,0 m-mv. Deze klei is zwak tot matig humeus en zwak zandig en in deze laag wordt veelal bijmenging met baksteen (gradatie sporen tot sterk) waargenomen. Lokaal (ter plaatse van boring 2) is vanaf 0,4 m-mv een sterk baksteenhoudende zandlaag aangetroffen. In boringen 3, 4, 5 en 9 is vanaf gemiddeld 0,6 m-mv tot maximaal 1,2 m-mv een zwak tot matig siltige kleilaag waargenomen. Vanaf circa 1,0 m-mv bestaat de bodem uit matig kleiig of lokaal sterk zandig veen tot de maximaal geboorde diepte van 2,5 m-mv. In de bodem is voornamelijk bijmenging met baksteen (gradaties sporen tot sterk) waargenomen. Ook zijn sporen tot zwakke bijmenging met beton, kool, slakken, aardewerk, glas en plastic waargenomen, evenals een matige bijmenging met hout(snippers). Lokaal (boring 1a) is puin met loze ruimte aangetroffen van 0,5-1,2 m-mv.
Bij diverse boorpunten is bij het omhooghalen van het materiaal langs meer puin geschraapt wat duid op een aanzienlijke bijmenging met pijn in de omliggende bodemlagen. Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.
3.5 Watermonstername Op 21 november 2022 is het grondwater bemonsterd conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters, versie 6.0, 1 februari 2018). De monsternemer, de heer A.P.M de Jeu van Grondslag B.V., is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Voor de watermonstername is de grondwaterstand, zuurgraad, turbiditeit en geleidbaarheid bepaald. Deze zijn weergegeven in Tabel 4.4. De grondwaterstand is locatie- en seizoensgebonden en kan derhalve variëren. Het grondwater is na goed doorpompen op dezelfde dag bemonsterd als wanneer de peilbuis is geplaatst, dit is een afwijking op de NEN 5740. De reden hiervoor is de gewenste doorlooptermijn van het project. Mogelijk dat hierdoor in hoogte afwijkende concentraties worden gemeten.
MF190916.011.R02.V1.0
13 van 22
4 Analyseresultaten 4.1 Toetsingskader 4.1.1 Wet bodembescherming De analyseresultaten zijn getoetst aan de streefwaarden (S) voor grondwater, de interventiewaarden (I) voor grond en grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De streefwaarden voor grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. De “tussenwaarde” (in onderhavig rapport aangeduid als T) betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde, maar maakt geen onderdeel meer uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire bodemsanering en Besluit bodemkwaliteit, maar fungeert in onderhavig rapport als triggerwaarde waarboven het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat en nader onderzoek wordt aanbevolen.
In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingssituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: • Licht verontreinigd: betreft gehalten tussen de achtergrondwaarde en de “tussenwaarde” (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde). • Matig verontreinigd: betreft gehalten tussen de “tussen”- en interventiewaarde. • Sterk verontreinigd: betreft gehalten die de interventiewaarden overschrijden.
4.1.2 Handelingskader PFAS De analyseresultaten van de stofgroep PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem) uit het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021). In Tabel 4.1 is het toepassingskader voor PFAS weergegeven.
MF190916.011.R02.V1.0
14 van 22
Tabel 4.1: toetsingskader PFAS bodem en oppervlaktewater Toepassingssituatie
Toepassingswaarde (vanaf december 2021, in μg/kg ds) PFOS
PFOA
Overige PFAS (incl. GenX)
Grond en baggerspecie toepassen op de bodem Landbouw/natuur (=achtergrondwaarde)
1,4
1,9
1,4
Wonen/Industrie
3,0
7,0
3,0
In grondwaterbeschermingsgebieden
0,1
0,1
0,1
(bepalingsgrens)
(bepalingsgrens)
(bepalingsgrens)
Grond en baggerspecie toepassen in oppervlaktewater In ander oppervlaktewaterlichaam (uitgezonderd diepe plas) In niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater
Rijkswater: 3,7
Rijkswater: 0,8
Rijkswater: 0,8
Anders: 1,1
Anders: 0,8
Anders: 0,8
3,7
0,8
0,8
1,1
0,8
0,8
110
1100
97
1)
In andere diepe plassen2) Indicatieve Niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV) In grond (μg/kg ds) 1) 2)
Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen De kwaliteit van grond of baggerspecie die wordt toegepast moet vergelijkbaar of schoner zijn dan de kwaliteit van de ontvangende bodem
4.1.3 Besluit en Regeling bodemkwaliteit In het geval van bodem c.q. grond zijn de analyseresultaten (indicatief) getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.
4.1.4 Asbest in bodem De resultaten van het indicatieve asbestonderzoek zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 (versie 1 juli 2013), dan wel aan de maximale samenstellingswaarden voor niet vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit en Regeling bodemkwaliteit. In zowel de Circulaire, als het Besluit en Regeling, wordt als interventiewaarde een gehalte van 100 mg/kg d.s. gehanteerd. Het gehalte asbest wordt berekend uit het gewogen serpentijnasbestgehalte vermeerderd met 10 maal het amfiboolgehalte.
4.1.5 Veiligheidsmaatregelen CROW 400 Bij graafwerkzaamheden dient rekening gehouden worden met de veiligheidsvoorschriften en Arbo-wetgeving voor grondwerk en bodemsanering. Indien een veiligheidsklasse van toepassing is dient de aannemer vóór aanvang van het werk een (beknopt) V&G-plan uitvoeringsfase op te stellen, welke onderdeel uit kan maken van het veiligheidsplan voor het gehele civiele werk. Het bepalen van de veiligheidsklassen heeft plaatsgevonden conform de CROW Publicatie 400 (werken in of met verontreinigde grond), de 2e gewijzigde druk: december 2017. Bij het bepalen van de veiligheidsklasse zijn de hoogst verkregen waarden van de geanalyseerde parameters gehanteerd. Ten aanzien van de berekeningen wordt vermeld dat het een indicatie geeft van de betreffende gezondheidsrisico's. Bij werkzaamheden waarbij mogelijke blootstelling aan toxische stoffen mogelijk is wordt geadviseerd contact op te nemen met een deskundige zoals omschreven in module 5 “eisen aan de deskundigheid” van CROW-publicatie 400, 2e gewijzigde druk, december 2017. De aannemer is verantwoordelijk voor de veiligheidsmaatregelen die hij bij de werkzaamheden voor zijn personeel doorvoert.
MF190916.011.R02.V1.0
15 van 22
4.2 Toetsing van de analyseresultaten 4.2.1 Bodem Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en/of organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10% organisch stof en 25% lutum). Bij het toetsen van de stofgroep PFAS aan de toepassingsnormen uit het Handelingskader hoeft bij een organisch stofpercentage tot 10% geen bodemtypecorrectie toegepast te worden, dit is van toepassing op onderstaande monsters. Als het organisch stofpercentage tussen 10% en 30% is gelegen, wordt wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd. In Tabel 4.2 (grondmonsters) en Tabel 4.4 (watermonsters) zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten dan wel concentraties de achtergrondwaarden (grondmonsters) c.q. streefwaarden (grondwater) overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5. In Tabel 4.3 staat per (meng)monster de indicatieve kwaliteitsklasse vermeld met betrekking tot de stofgroep PFAS.
MF190916.011.R02.V1.0
16 van 22
Tabel 4.2: getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kg ds (μg/kg ds voor PCB) Analysemonster
Boring
Traject (m -mv)
Textu ur
Visuele waarneming
Analyse pakket
> AW
GSSD
Toets Wbb
Toets Bbk
CROW 400
MM.puin
3 5A
0,00 - 0,20 0,00 - 0,50
Klei Klei
st. baksteenh., ma. grindh. st. baksteenh., ma. houth., zw. plastich., sp. glas
St.pakket
Kwik PAK-10
0,38 2,717
* *
MWI
Basishygiëne
PCB-7 Minerale olie
21 241
* *
MMBG1
1 2 3 4
0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,20 - 0,70 0,00 - 0,50
Klei Klei Klei Klei
sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen, sp. glas, sp. beton
St.pakket
Kwik Lood Zink PAK-10
0,58 81 160 10,237
* * * *
MWI
Basishygiëne
MMBG2
5 6 7 8 9
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Klei Klei Klei Klei Klei
zw. baksteenh. zw. baksteenh.
St.pakket
Kwik Lood PAK-10
0,47 66 30,86
* * **
MWI
Basishygiëne
1
0,50 - 0,70
Klei
ma. houth., zw. baksteenh., sp. grind
St.pakket
Kwik
0,58
*
MWI
Basishygiëne
3 4 5
0,70 - 0,90 0,60 - 1,00 0,50 - 0,85
Klei Klei Klei
Lood PAK-10
67 18,98
* *
MMOG2
6 7 8 9
0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,70 - 1,05
Klei Klei Klei Klei
zw. baksteenh.
St.pakket
Kwik Lood PAK-10
0,17 66 20,16
* * *
MWI
Basishygiëne
MMTL1
2
0,40 - 0,60
Zand
st. baksteenh., zw. grindh.
St.pakket
Cadmium Kwik Lood Zink PAK-10 PCB-7 Minerale olie
0,67 0,19 127 286 168,17 32,7 1333
* * * * *** * *
NT
Basishygiëne
MMTL2
4
0,50 - 0,60
Klei
St.pakket
Barium
1260
-
NT
Basishygiëne
9
0,50 - 0,70
Klei
st. baksteenh., zw. koolh., zw. slakh. ma. baksteenh., sp. glas
Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK-10
22 342 0,24 253 2,2 72 773 5,22
* *** * * * ** *** *
MMOG1
sp. baksteen sp. baksteen
sp. aardewerk, sp. baksteen
Uitsplitsing MMBG2 op basis van de parameter PAK-10 5-1
5
0,00 - 0,50
Klei
zw. baksteenh.
PAK-10
PAK-10
7,587
*
MWI
Basishygiëne
6-1
6
0,00 - 0,50
Klei
zw. baksteenh.
PAK-10
PAK-10
57,51
***
NT
Basishygiëne
7-1
7
0,00 - 0,50
Klei
PAK-10
PAK-10
265,07
***
NT
Basishygiëne
8-1
8
0,00 - 0,50
Klei
sp. baksteen
PAK-10
PAK-10
38,87
**
MWI
Basishygiëne
9-1
9
0,00 - 0,50
Klei
sp. baksteen
PAK-10
PAK-10
AW
Basishygiëne
Metalen (9)
Barium
2670
-
NT
Oranje, niet vluchtig
Cadmium Kobalt Koper Lood Molybdeen Nikkel Zink
1,08 53 1176 712 7,4 182 1746
* * *** *** * *** ***
Kwik Lood
0,23 69
* *
AW
Basishygiëne
Uitsplitsing MMTL2 op basis van het metalen pakket (9) 4-2
9-2
4
9
0,50 - 0,60
0,50 - 0,70
Klei
Klei
MF190916.011.R02.V1.0
st. baksteenh., zw. koolh., zw. slakh.
ma. baksteenh., sp. glas
Metalen (9)
17 van 22
Tabel 4.3: getoetste resultaten PFAS in grond Analysemonster
Boring
Traject (m -mv)
Textuur
Visuele waarneming
Analyse pakket
Verhoogd
Gehalte (μg/kg ds)
Toets handelingskader
MM.puin
3 5A
0,00 - 0,20 0,00 - 0,50
Klei Klei
st. baksteenh., ma. grindh. st. baksteenh., ma. houth., zw. plastich., sp. glas
PFAS (30)
Som PFOA PFHxS Som PFOS
0,9 0,2 3,5
NT
MMBG1
1 2 3 4
0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,20 - 0,70 0,00 - 0,50
Klei Klei Klei Klei
sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen sp. baksteen, sp. glas, sp. beton
PFAS (30)
PFBA PFPeA PFHxA PFHpA Som PFOA PFHxS Som PFOS
0,6 0,2 0,4 0,2 2,4 0,4 5,8
NT
MMBG2
5 6 7 8 9
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50
Klei Klei Klei Klei Klei
zw. baksteenh. zw. baksteenh.
PFAS (30)
PFBA PFPeA PFHxA PFHpA Som PFOA PFHxS Som PFOS
0,7 0,3 0,5 0,3 4 0,6 5,4
NT
1
0,50 - 0,70
Klei
ma. houth., zw. baksteenh., sp. grind
PFAS (30)
0,70 - 0,90 0,60 - 1,00 0,50 - 0,85
Klei Klei Klei
0,6 0,4 8,2
NT
3 4 5
Som PFOA PFHxS Som PFOS
6 7 8 9
0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,70 - 1,05
Klei Klei Klei Klei
PFAS (30)
PFHxA Som PFOA PFHxS Som PFOS
0,2 1,1 0,5 3,1
NT
MMOG1
MMOG2
sp. baksteen sp. Baksteen
sp. aardewerk, sp. baksteen zw. baksteenh.
Tabel 4.4: getoetste analyseresultaten grondwatermonsters in µg/l Nr. 6
Waterstand
Filtertraject
Zuurgraad
Geleidbaarheid
Turbiditeit
(m-mv)
(m-mv)
(pH)
(µS/cm)
(NTU)
1,0
1,5 – 2,5
7,5
480
31
Analyseparameter
Parameters
Conc.
>S St. pakket
-
Toets Wbb
-
-
In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan de onderzochte stoffen aangetroffen. Hiermee wordt verondersteld dat de monstername van het grondwater binnen één week na plaatsing van de peilbuis geen invloed heeft gehad en hiermee een juist beeld van de grondwaterkwaliteit weergeeft. Verklaring gebruikte afkortingen Wbb : Wet bodembescherming AW : achtergrondwaarde 2000 S : streefwaarde T : “tussenwaarde” I : interventiewaarde GSSD : gestandaardiseerde meetwaarde Bbk : Besluit bodemkwaliteit (indicatief) NVB : niet-vormgegeven bouwstof AW : voldoet indicatief aan klasse “achtergrondwaarde” MWW : voldoet indicatief aan klasse “wonen” MWI : voldoet indicatief aan klasse “industrie” NT : indicatief “niet toepasbaar” Verklaring der tekens * : groter dan AW/S en kleiner of gelijk aan T ** : groter dan T en kleiner of gelijk aan I *** : groter dan I : geen waarde vastgesteld
st. pakket sp. zw. ma. st. uit. vol. re. br. lg. -h. asbv. mat
: standaard pakket : sporen : zwak : matig : sterk : uiterst : volledig : resten : brokken : laagjes : -houdend : asbestverdacht materiaal
Gehalte Conc.
: gemeten gehalten in mg/kg d.s. PCB in µg/kg : gemeten concentratie in µg/l
Op certificaat 13774321 (bijlage 4) zijn twee aanvullende opmerkingen opgenomen: • “Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.” Deze opmerking is van toepassing op de parameters PCB 153 en PCB 180 van analysemonster MMOG1. Het gehalte PCB is niet boven de achtergrondwaarde aangetoond. Op basis van dit gegeven zal het gehalte PCB ook niet maatgevend worden voor de conclusie als gevolg van de vergrootte onzekerheid, derhalve betreft het geen kritieke afwijking.
MF190916.011.R02.V1.0
18 van 22
•
“Een gedeelte van het gehalte aan minerale olie wordt vermoedelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en/of humeuze verbindingen.” Deze opmerking is van toepassing op de fracties C12-C22, C22-C30 en C30-C40 minerale olie van analysemonster MMTL1 en is terug te zien in de het chromatogram. Hierdoor zal het daadwerkelijke gehalte minerale olie lager zijn dan gerapporteerd.
4.2.2 Verontreinigingssituatie bodem
De voormalig interventiewaarde voor barium wordt in MMTL2 en uitsplitsing 4-2 overschreden. In de betreffende bodemlaag zijn antropogene bijmengingen aanwezig. Derhalve wordt de interventiewaarde hier gehandhaafd en is sprake van grond dat sterk verontreinigd is met onder andere barium. Het ruggetje opgeslagen grond (reeds ontgraven oever ten behoeve van het verwijderen van de beschoeiing) is onderzocht middels analysemonster ‘MM.puin’. Hier zijn licht verhoogde gehalten kwik, PAK, PCB en minerale olie aangetoond. De bovengrond (0-0,5/0,7 m-mv) bestaand uit klei van de noordelijke helft van de onderzoekslocatie (boringen 1 t/m 5) is licht verontreinigd met diverse zware metalen en PAK (MMBG1, MMBG2 en uitsplitsing 5-1). De bovengrond (0-0,5 m-mv) van de zuidelijke helft van de onderzoekslocatie (boringen 6 t/m 8) is matig (boring 8) tot sterk (boringen 6 en 7) verontreinigd met PAK, in boring 9 is geen PAK boven de achtergrondwaarde aangetoond. De zandlaag waargenomen in boring 2 (0,4-0,6 m-mv) is eveneens sterk verontreinigd met PAK. Ter plaatse van boring 4 is een sterk baksteenhoudende laag waargenomen van 0,5-0,6 m-mv, deze is sterk verontreinigd met barium, koper, lood, nikkel en zink. Op basis van het gehalte lood geldt veiligheidsklasse ‘oranje, niet vluchtig’ volgens de CROW 400.
De ondergrond (0,5-1,05 m-mv) ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie (boringen 1 t/m 9, met uitzondering van boringen 2 en 4) is licht verontreinigd met kwik, lood en PAK. In zowel de boven- als ondergrond zijn over de gehele onderzoekslocatie verhoogde gehalten PFOS, PFOA en individuele PFAS aangetoond. Het gehalte som PFOS is maatgevend, de grond is niet toepasbaar op basis van de aangetoonde gehalten PFOS. De INEV’s worden niet overschreden.
4.2.2.1 Omvang sterke verontreiniging
De bodemlaag tussen 0,4 – 0,6 m-mv ter plaatse van boringen 2 en 4 (noordelijk deel onderzoekslocatie) wordt gecategoriseerd als sterk verontreinigd met zware metalen en PAK. Dit wordt representatief geacht voor een lengte van ca. 195 meter langs de oever aan de noordzijde en uitgaande van een breedte van 3,75 meter waarover de watercompensatie zal plaatsvinden. Hiermee betreft de omvang van de zware metalen en PAK verontreiniging in de tussenlaag circa 146 m3 (195 * 3,75 *0,2). De bovengrond (0 – 0,5 m-mv) ter plaatse van boringen 6 t/m 8 (zuidelijk deel onderzoekslocatie) wordt gecategoriseerd als sterk verontreinigd met PAK, dit betreft een lengte van circa 190 meter langs de oever en uitgaande van een breedte van 3,75 meter waarover de watercompensatie zal plaatsvinden. Hiermee betreft de omvang van de PAK verontreiniging in de bovengrond circa 356 m3 (190 * 3,75 * 0,5).
4.2.3 Asbest De (meng)monsters van de fijne fractie zijn indicatief onderzocht op de aanwezigheid van asbest conform NEN 5898. De (meng)monsters hebben een drooggewicht wat minder is dan de 10 kg als voorgeschreven in de NEN 5898. In het laboratorium is meer dan de in de NEN 5898 voorgeschreven hoeveelheid van de zeeffracties 0,5-1 mm en 1-2 mm onderzocht om te bewerkstelligen dat de vereiste bepalingsgrens van 2 mg/kg ds wordt gehaald. In Tabel 4.5 is een overzicht gegeven van het totale gehalte aan asbest per mengmonster. In bijlage 4 zijn de analysecertificaten en -resultaten weergegeven.
MF190916.011.R02.V1.0
19 van 22
Tabel 4.5: overzicht totaal gehalte asbest per mengmonster in mg/kg ds (Meng)monster
Boringen
fijne fractie M1
M2
M3
1 2 4 5 6 8 9 1 2 3 4 5 6 8 9 3 5A 7
Traject
Gewogen gehalte
Gecorrigeerd gewogen
Totaal gehalte gewogen
(m-mv)
grove fractie (mg/kg
gehalte fijne fractie
asbest (mg/kg ds)
ds) -
(mg/kg ds) <2
<2
-
<2
<2
-
<2
<2
0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 – 0,70 0,40 – 0,60 0,70 – 0,90 0,60 – 1,20 0,50 – 0,85 0,60 – 1,00 0,50 – 1,00 0,50 – 0,70 0,00 – 0,20 0,00 – 0,50 0,00 – 0,50
Uit de indicatieve toetsing van de puinhoudende bodemlagen blijkt dat er geen verhoogde gehalten aan asbest wordt aangetroffen. Het is derhalve aannemelijk dat er in het puinhoudende materiaal geen- tot slechts een geringe hoeveelheid asbest aanwezig is. Opgemerkt wordt dat geen correctie heeft plaatsgevonden gezien de detectiegrens niet wordt overschreden en geen sprake is van een grove fractie.
MF190916.011.R02.V1.0
20 van 22
5 Conclusies en aanbevelingen
Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van FCC Construction S.A. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de oostelijke oever van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder, gelegen in het Amsterdamse bos. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen graafwerkzaamheden op de onderzoekslocatie tot circa 1 m-mv ten behoeve van watercompensatie.
5.1 Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende. • De bovengrond (0-0,5/0,7 m-mv) ter plaatse van boringen 1 t/m 4 (noordelijke helft van de onderzoekslocatie) is licht verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK; • De bovengrond (0-0,5 m-mv) ter plaatse van boringen 5 t/m 9 (zuidelijke helft van de onderzoekslocatie) is matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met kwik en lood. Uit de individuele analysemonsters van boringen 5 t/m 9 (analysemonsters 5-1, 6-1, 7-1, 8-1 en 9-1) blijkt dat de bovengrond ter plaatse van boringen 6 en 7 sterk verontreinigd is met PAK, ter plaatse van boring 8 is een matige PAK verontreiniging aangetoond. De bovengrond in boring 5 is licht verontreinigd met PAK, ter plaatse van boring 9 is geen PAK boven de achtergrondwaarde aangetoond. • De ondergrond (0,5-1,05 m-mv) ter plaatse van boringen 1 t/m 9 (gehele onderzoekslocatie, met uitzondering van boringen 2 en 4) is licht verontreinigd met kwik, lood en PAK. • De sterk baksteenhoudende tussenlaag (0,5-0,7 m-mv) ter plaatse van boringen 4 en 9 is sterk verontreinigd met koper en zink, matig verontreinigd met nikkel en licht verontreinigd met overige zware metalen en PAK.
Uit de individuele analysemonsters van de tussenlaag (analysemonsters 4-2 en 9-2) blijkt dat de laag ter plaatse van boring 4 sterk verontreinigd is met diverse zware metalen (barium, koper, lood, nikkel en zink). Ter plaatse van boring 9 zijn enkel licht verhoogde gehalten kwik en lood aangetoond. • De sterk puinhoudende grond opgeslagen in het ruggetje (reeds ontgraven oever) is licht verontreinigd met kwik, PAK, PCB en minerale olie. • Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie) uit het Handelingskader PFAS blijkt dat de kwaliteit van de onderzochte bodem voor de stofgroep PFAS indicatief “niet toepasbaar” is op basis van de gehalten PFOS. • Het grondwater is niet verontreinigd met de parameters uit het standaard pakket. • Indien de resultaten indicatief worden getoetst aan het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit varieert de kwaliteit van indicatief “industrie” tot “niet toepasbaar”. • Op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit dient de hypothese “verdacht” te worden aanvaard. • Op basis van de uitgevoerde inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond dient de hypothese “onverdacht” met betrekking tot asbest te worden verworpen. Echter op basis van de analytische resultaten wordt de hypothese “onverdacht” wel bevestigd. Dit heeft geen consequenties voor de gevolgde onderzoeksstrategie.
MF190916.011.R02.V1.0
21 van 22
•
• •
Op basis van de indicatieve asbestanalyses is vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Er is echter niet voldoende materiaal verzameld om te voldoen aan een asbestonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5798. Er is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk. Voor de graafwerkzaamheden rondom boring 4 geldt veiligheidsklasse ‘Oranje, niet vluchtig’ conform de CROW 400 op basis van het gehalte lood in de laag van 0,5-0,6 m-mv. Op basis van alle overige aangetoonde gehalten geldt veiligheidsklasse ‘Basishygiëne’ conform de CROW 400.
5.2 Aanbevelingen Op de onderzoekslocatie is sprake van twee locaties waarin zich sterk verhoogde gehalten bevinden. De bodemlaag tussen 0,4 – 0,6 m-mv ter plaatse van boringen 2 en 4 (noordelijk deel onderzoekslocatie) wordt gecategoriseerd als sterk verontreinigd met zware metalen en PAK. Dit wordt representatief geacht voor een lengte van ca. 195 meter langs de oever aan de noordzijde en uitgaande van een breedte van 3,75 meter waarover de watercompensatie zal plaatsvinden. Hiermee betreft de omvang van de zware metalen en PAK verontreiniging in de tussenlaag circa 146 m3. De bovengrond (0 – 0,5 m-mv) ter plaatse van boringen 6 t/m 8 (zuidelijk deel onderzoekslocatie) wordt gecategoriseerd als sterk verontreinigd met PAK, dit betreft een lengte van circa 190 meter langs de oever en uitgaande van een breedte van 3,75 meter waarover de watercompensatie zal plaatsvinden. Hiermee betreft de omvang van de verontreiniging met PAK in de bovengrond circa 356 m3 (190 * 3,75 * 0,5). Op basis van het gegeven dat de locaties van deze twee verontreinigingen aan elkaar gelegen zijn, de bodemlagen sterk geroerd zijn en de aangetroffen stoffen grotendeels met elkaar overeenkomen, mag worden verondersteld dat er sprake is van één geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK en zware metalen met een omvang van circa 500 m3.
De voorziene graafwerkzaamheden worden daarom gezien als een saneringshandeling waarvoor een saneringsplan noodzakelijk is. In onderhavig geval kan worden volstaan met een BUS-melding.
MF190916.011.R02.V1.0
22 van 22
Bijlagen
MF190916.011.R02.V1.0
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
MF190916.011.R02.V1.0
Onderzoekslocatie
project
Watercompensatie Amsterdamse Bos
onderdeel
topografische kaart
projectnr
MF190916.011
projectleider
G. Hofma
bijlagenr
T1
getekend
N. van Rijswijk
datum
25-11-2022
formaat
A4
Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600 1:25000 schaal 0
X:
115.764
Y:
480.076
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
1250
Bijlage 2 Foto’s locatie
MF190916.011.R02.V1.0
Bijlage 2 Foto's locatie
Foto 01
Foto 02
Foto 03
Foto 04
Foto 05
Foto 06
MF190916.011
blad: 1 van 3
Bijlage 2 Foto's locatie
Foto 07
Foto 08
Foto 09
Foto 010
Foto 011
Foto 012
MF190916.011
blad: 2 van 3
Bijlage 2 Foto's locatie
Foto 013
Foto 014
Foto 015
Foto 016
MF190916.011
blad: 3 van 3
Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda
MF190916.011.R02.V1.0
opdrachtnummer
: MF190916.011
projectomschrijving :Watercompensatie A,damsebos
Boring:
1
Boring:
1a
Datum:
21-11-2022
Datum:
21-11-2022
0.00
0.00
groenstrook
0.00
0.00
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen baksteen, bruin, Edelmanboor 1
M1
2
M2
Klei, zwak zandig, matig humeus, bruin, Edelmanboor 1
0.50
0.50
groenstrook
0.70 0.71
0.50
0.50 Klei, zwak zandig, matig humeus, matig houthoudend, zwak baksteenhoudend, sporen grind, bruin, Edelmanboor Gestuit
Edelmanboor, Puin met loze ruimte geen monstermateriaal omhoog gekregen 1.00 1.20
Boring:
2
Boring:
3
Datum:
21-11-2022
Datum:
21-11-2022
0.00
0.00 1
M1
2
M2
groenstrook
0.00
0.00
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen baksteen, bruin, Edelmanboor
1
M3 0.20
0.40
0.50
0.60 0.61
Zand, zeer fijn, matig zandig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, zwak grindhoudend, bruin, Edelmanboor
0.50
2
M1 0.70
3
M2 0.90 0.91
Edelmanboor, 3* gestuit
groenstrook Klei, zwak zandig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, matig grindhoudend, bruin, Edelmanboor, Ruggetje ontgraven grond Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen baksteen, bruin, Edelmanboor, Origineel maaiveld Klei, matig siltig, grijs, Edelmanboor Gestuit
Boring:
4
Boring:
5
Datum:
21-11-2022
Datum:
21-11-2022
0.00
0.00 1 0.50
groenstrook
M1 0.50
2
0.60
3 M2 1.00 4 1.20
0.00
0.00
Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen baksteen, sporen glas, sporen beton, bruin, Edelmanboor, + 1 x gestuit
1
M1
2
M2
Klei, matig siltig, sporen aardewerk, sporen baksteen, grijs, Edelmanboor, Er zit meer puin inde bodem, langs puin geschraapt
Klei, zwak zandig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, bruin, Edelmanboor, 3x gestuit 0.50
0.50 Klei, zwak zandig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, zwak koolhoudend, zwak slakhoudend, bruin, Edelmanboor
groenstrook
Klei, matig siltig, grijs, Edelmanboor, Langs puin geschtaapt 0.85
3 1.00
1.00
4 1.20
Klei, sterk zandig, zwak schelphoudend, grijs, Edelmanboor Veen, sterk zandig, bruin, Edelmanboor
pagina
1/2
verticale schaal
1: 40
opdrachtnummer
: MF190916.011
projectomschrijving :Watercompensatie A,damsebos
Boring:
5A
Boring:
6
Datum:
21-11-2022
Datum:
21-11-2022
0.00
0.00 1
M3 0.50
0.50
groenstrook Klei, zwak zandig, matig humeus, sterk baksteenhoudend, matig houthoudend, zwak plastichoudend, sporen glas, grijsbruin, Edelmanboor, Ruggetje grond nabij bpnt 5
0.00
0.00 1
M1
2
M2
groenstrook Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, bruinbeige, Edelmanboor, Langs puin geschraapt, op circa 0,6m-mv brokken plastic
0.50
1.00
1.00
Veen, matig kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin, Edelmanboor, Veraard 3 1.50
1.50
Veen, matig kleiïg, bruin, Edelmanboor 4 2.00
2.50
2.50
Boring:
7
Boring:
8
Datum:
21-11-2022
Datum:
21-11-2022
0.00
0.00 1
groenstrook
M3 0.50
0.50 2
0.50
Klei, zwak zandig, matig humeus, bruin, Edelmanboor 2
M2 1.00
1.00 Edelmanboor, Gestuit
3 1.20
Boring:
9
Datum:
21-11-2022
0.00
0.00
groenstrook Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen baksteen, grijsbruin, Edelmanboor, Langs puin geschraapt
M1
0.50
1.00 1.01
1.00
1
Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor, origineel maaiveld
M1
0.00
0.00
Klei, zwak zandig, matig humeus, bruin, Edelmanboor, Veel houtsnippers, op ruggetje
Veen, matig kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor, Veraard
groenstrook Klei, zwak zandig, matig humeus, sporen baksteen, bruin, Edelmanboor
1
M1
2
M2
0.50
0.50
0.70
3 1.00
Klei, zwak zandig, matig humeus, matig baksteenhoudend, sporen glas, bruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, grijs, Edelmanboor
1.05
4
1.20
Veen, matig kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor, Veraard
pagina
2/2
verticale schaal
1: 40
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
zand
Klei, sterk zandig
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>1000 >10000
monsters geroerd monster
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
uiterste olie-water reactie
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting grind afdichting filter
MF190916.011.R02.V1.0
Bijlage 4 Analysecertificaten
MF190916.011.R02.V1.0
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
GEONIUS MILIEU BV Arjan Van Steenderen Postbus 1097 6160 BB GELEEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 18
: Watercompensatie A,damsebos : MF190916.011 : 13774321, versienummer: 1. : 7ADY7N42
Rotterdam, 23-11-2022
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project MF190916.011. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 18 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 18
Analyserapport GEONIUS MILIEU BV Arjan Van Steenderen Projectnaam Watercompensatie A,damsebos Projectnummer MF190916.011 Rapportnummer 13774321 - 1
Orderdatum 21-11-2022 Startdatum 21-11-2022 Rapportagedatum 23-11-2022
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM.puin 3 (0-20) 5A (0-50) MMBG1 1 (0-50) 2 (0-40) 3 (20-70) 4 (0-50) MMBG2 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50) 9 (0-50) MMOG1 1 (50-70) 3 (70-90) 4 (60-100) 5 (50-85) MMOG2 6 (50-100) 7 (50-100) 8 (50-100) 9 (70-105)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 72.0 <1 geen
Ja 71.8 <1 geen
Ja 74.5 <1 geen
Ja 67.1 <1 geen
Ja 71.7 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
2.9
6.4
7.0
5.4
6.4
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
8.1
8.8
11
16
18
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
43 0.29 4.0 15 0.29 33 <0.5 12 59
53 0.31 4.4 21 0.46 62 <0.5 13 98
54 0.27 5.1 19 0.39 53 0.63 15 75
65 0.22 7.0 15 0.51 56 0.80 19 81
82 0.31 6.9 17 0.15 58 0.54 21 93
<0.01 0.53 0.32 2.7 1.4 1.4 0.80 1.3 0.88 0.90 1) 10.237
0.01 2.1 0.85 8.7 4.6 4.7 2.0 3.6 2.1 2.2 1) 30.86
0.01 1.7 0.57 5.1 2.7 2.6 1.3 2.2 1.4 1.4 1) 18.98
0.02 0.94 0.40 4.9 3.0 2.7 1.6 2.8 1.8 2.0 1) 20.16
<1 <1 <1 <1 2.3 2.4
<1 <1 <1 <1 1.6 1.9
<1 <1 <1 <1 1.5 3) 1.6
<1 <1 <1 <1 <1 <1
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.19 antraceen mg/kgds S 0.06 fluoranteen mg/kgds S 0.65 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.36 chryseen mg/kgds S 0.36 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.21 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.37 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.26 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.25 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 2.717 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds
S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 1.4
002
003
004
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
005
Blad 3 van 18
Analyserapport GEONIUS MILIEU BV Arjan Van Steenderen Projectnaam Watercompensatie A,damsebos Projectnummer MF190916.011 Rapportnummer 13774321 - 1
Orderdatum 21-11-2022 Startdatum 21-11-2022 Rapportagedatum 23-11-2022
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002 003 004 005
Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM.puin 3 (0-20) 5A (0-50) MMBG1 1 (0-50) 2 (0-40) 3 (20-70) 4 (0-50) MMBG2 5 (0-50) 6 (0-50) 7 (0-50) 8 (0-50) 9 (0-50) MMOG1 1 (50-70) 3 (70-90) 4 (60-100) 5 (50-85) MMOG2 6 (50-100) 7 (50-100) 8 (50-100) 9 (70-105)
Analyse
Eenheid
Q
001
002
003
004
PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)
µg/kgds µg/kgds
S S
1.1 1) 6
1.6 1) 9.1
1.2 1) 7.5
1.2 1) 7.1
<1 1) 4.9
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
S
<5 12 29 27 70
<5 <5 15 17 30
<5 12 18 11 40
<5 <5 11 9 <20
<5 <5 14 11 30
Q Q Q Q
0.1 0.1 0.1 0.1
0.6 0.2 0.4 0.2
0.7 0.3 0.5 0.3
<0.1 <0.1 0.1 <0.1