- 16 Grondzaken (31) Bijlage 7. Resultaten participatie (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Een verschil van 30m2 kan worden vertaald naar 2 ruime kinderslaapkamers. Het is daarom aannemelijk dat de appartementen in het Oostelijk Havengebied in trek zijn bij gezinnen. “In het Amstel III gebied wordt het proppen voor gezinnen; bovendien ze hebben wat het aantal woningen betreft, minder keus dan in het Oostelijk Havengebied.” ¨ De kans dat gezinnen uit het oude deel van Zuidoost een wooncarrière in de relatief kleine woningen in Amstel III zullen ambiëren is naar verwachting niet zo groot. De tijd zal het moeten uitwijzen. “Het is maar de vraag of de scholen überhaupt wel nodig zullen zijn omdat er vooral starterswoningen voor jonge mensen, zonder gezinnen wordt gebouwd.” ¨ In welke mate de schoolgaande populatie gemengd of juist overwegend wit zal zijn? Ook hierover zal de tijd meer leren. De kans dat van het laatste sprake zou kunnen zijn is reëel aanwezig. “De kans op het ontstaan van een elitaire en vrijwel homogene populatie met (kleine) gezinnen is reëel omdat gezinswoningen juist in het dure segment worden gebouwd (>85m2). Vermijd homogene wijken met eigen nieuwe scholen. Dit is
8
8.500 2 kamer woningen van <70m2; 4.750 middelgrote 3-4 kamerwoningen 70-85m2; 1.750 grote 3+ kamer woningen >85m2.
9
Bron: Oostelijk Havengebied, Amsterdam
25
op z’n zachts gezegd, onwenselijk te noemen en druist in tegen het voorgestane principe 1Zuidoost met verbonden gemeenschappen.” ¨ Een ander argument om de behoefte aan 5 nieuwe scholen situationeel te bepalen is dat het aantal leerlingen terugloopt bij bestaande scholen in Zuidoost. “Een school in Amsterdam, moet minimaal 195 leerlingen hebben om te blijven bestaan en minimaal 325 leerlingen om te kunnen worden gesticht.” Zie bijlage 1. Hierboven werd het belang en de meerwaarde van investering in bestaande scholen al besproken.
4.3 Identiteit vitaliteit, spiritualiteit, trots, karakter, schoonheid, authenticiteit De mate waarin de identiteit van Zuidoost wordt geborgd in het de programmering, wordt hier vastgesteld aan de hand van de indicatoren Vitaliteit, Karakter en Authenticiteit. Vanuit de vastgestelde (politieke) ontwikkelambitie ’het spoor als ruggengraat voor 1Zuidoost’, is het volstrekt logisch dat de gemeente kansen ziet in een programmatische verbondenheid van Amstel III met haar omgeving; p. 26: “Door het programma van woningbouw, werk, zorg, cultuur, winkels en recreatie af te stemmen met stadsdeel Zuidoost moet het mogelijk zijn om win-win situaties te creëren voor mensen aan beide kanten van het spoor”. De discussie over het belang van investeren in de daarvoor nodige, gemengde functies, tussen gemeente en investeerders en het spanningsveld van belangen, komt heel duidelijk naar voren in de programmering keuzes: investeren in gemengde functies van wonen-werkenondernemen-sporten-recreëren-ontmoeten vs. alleen wonen of alleen ondernemen. Investeerders zijn geneigd liever sec. te willen investeren in (vooral kleinere en duurdere) woningen. Ook lijkt de betaalbaarheid van voorzieningen onder druk te staan. Tijdens de werksessie wordt daarom het belang van gemengde functies aan de hand van de indicator Vitaliteit besproken.
De ontwerppraktijk volgens de Just City Index beschouwd functiemenging als een belangrijke ingreep voor het maken van vitale steden en buurten met meer kansen voor de (huidige) bewoners. In de praktijk blijken investeerders het echter lastig te vinden om verschillende functies in één gebouw te mengen. De gemeente streeft in in elk geval naar een menging van woonruimtes en werkruimtes, naast elkaar op buurtniveau in de plinten van gebouwen. “In een vitale buurt is functiemenging het sleutelwoord en de fysieke inrichting en infrastructuur vormt één geïntegreerd geheel.” Hoewel het niet lucratief is voor investeerders, is ruimte voor verschillende typen 26
ondernemers gewenst; dus ook voor sociaal-, creatief-, duurzaam-, startende ondernemers. De gemeente investeert in tijd en geld om op de begane grond van die gebouwen, een bepaalde verdiepingshoogte te realiseren zodat voldoende ondernemers er een plek kunnen vinden en daarbij een juiste mix tot stand kan komen (binnenkort met hulp van de plinten manager/-makelaar). De ruimtes voor lokale ondernemers zullen niet te groot worden zodat ze betaalbaar blijven en zo leegstand kan worden voorkomen. In samenwerking met lokale organisaties zoals Prospect Eleven en Lola Bae, wordt er geïnvesteerd in opkomend (creatief en sociaal) ondernemend talent uit Zuidoost en wordt er betaalbare, tijdelijke ruimte beschikbaar gesteld. WMS vindt het belangrijk om te bewerkstelligen dat dit ondernemend talent niet alleen in de tijdelijkheid kansen krijgt: “Faciliteer in het bestendigen van betaalbare plekken voor kansrijke (Social) Business Case houders na de transformatie van Amstel III. Alleen zo kan er na de transformatie daadwerkelijk sprake zijn van herkenbare Zuidoost kwaliteiten en (culturele) eigenschappen in Amstel III.” Hiermee wordt weer aansluiting gezocht bij het lokale Karakter en Authenticiteit van Zuidoost. Bij investeerders zal het inzicht verder moeten groeien dat een vitale buurt wordt gemaakt door de mensen en niet (alleen) door de stenen.
Maar ook voor de gemeente ligt er een verdere opgave in het borgen van haar ambities en doelen in de programmering: “De gemeente kan haar ontwikkelambitie - 1Zuidoost met het spoor als ruggengraat - en een programmatische verbondenheid van Amstel III met de Bijlmer, stevig funderen in het gegeven dat vitale wijken in ieders belang zijn.”
4.4 Veerkracht duurzaamheid, levensduur/toekomstbestendigheid, aanpassingsvermogen De mate waarin de Veerkracht van Zuidoost wordt geborgd in de programmering van het wonen, wordt hier vastgesteld aan de hand van de indicatoren Aanpassingsvermogen en Levensduur. Levensbestendig en integraal bouwen biedt meer perspectief voor een prettige en sociaal geïntegreerde wijk. Dit soort toekomstbestendige bouw keuzes geven de nieuwe wijk alleen maar nog meer Veerkracht omdat de zorgstructuur van families in stand wordt gehouden. Hierop is in hoofdstuk 7 uitvoeriger ingegaan. De potentiële kwaliteit van een plek kan worden versterkt door integratie en menging van functies en het vermogen om flexibel in te spelen op veranderende behoeftes en activiteiten (Aanpassingsvermogen). De gemeente beoogt met functiemenging en een integrale programmering van voorzieningen in Amstel III, mensen aan weerskanten van het spoor profijt te laten ondervinden van de transformatie. Dit plan biedt kansen voor integreren van gebieden en zo ook voor het vergroten van de veerkracht. “Als je voorzieningen multifunctioneler maakt is er veel meer kruisbestuiving, wordt de ruimte optimaal benut.” 27
Bijvoorbeeld: een sociale firma met horeca, met een buurthuis functie, theater/podium functie, winkel, vintage, repair café en met onderwijs. “Een plek waar er allerlei bedrijvigheid is, daar wil je als forens graag komen lunchen of borrelen.” Uiteraard is het belangrijk dat de gebruikers van welk (multifunctioneel) centrum dan ook, betrokken worden bij het ontwerpen daarvan.
4.5 Aspiratie inspiratie, hoop, geluk, genot, creatieve innovatie De mate waarin de programmering Aspiratie uitstraalt of bevorderd wordt hier bepaald aan de hand van de indicatoren Genot Inspiratie en Creative innovatie. Bewoners, bedrijven en instellingen laten hun vestigingskeuze mede afhangen van aanwezige voorzieningen en aantrekkelijke uitspanningen; het is een genot om er te vertoeven. Het woon- en leefklimaat in Amstel III daar nog verre van. “Het gebied is vooral toe aan een programma waarin ruimte voor creatieve innovatie; ook met inbreng van lokale creatievelingen, voor de ‘Zuidoost Touch’! En dit niet alleen in een pop-up fase.”
4.6 Mobiliteit toegang, connectiviteit Vooral de mate waarin er in de programmering rekening wordt gehouden met verschillende perspectieven is van belang voor de Mobiliteit. Vanuit de JCI indicator Connectiviteit is vooral van belang om te bekijken hoe de mensen over en weer kunnen bewegen tussen de gebieden. Zijn er plekken of netwerken die de cohesie binnen de buurt en van de buurt met omliggende buurten bevorderen? Zijn die goed bereikbaar? Hoe staan die in verband met andere sociale netwerken? Hoe wordt de metrolijn straks niet weer een scheidslijn tussen de twee gebieden? ‘’Bekijk mobiliteit vanuit verschillende perspectieven, dus niet alleen vanuit het oogpunt van het openbare vervoer van a naar b maar ook, hoe gaan de mensen door dit gebied.’’ Vanuit de indicator Toegang is het van belang om vast te stellen in welke mate er in de programmering voorzieningen worden getroffen die de openbare ruimten, voorzieningen en openbaar vervoer evenredig toegankelijk maken voor een ieder. Wordt er rekening gehouden met mensen met een fysieke beperking? Het onderdeel mobiliteit is verder uitgebreid besproken in hoofdstuk 5.
28
4.7 Belangrijkste adviezen met betrekking tot het Programma Maak een divers aanbod van voorzieningen, wonen, werken, ondernemen en recreëren waarin iedereen uit Zuidoost en daarbuiten, zich kan herkennen en zich uitgenodigd voelt om erbij te horen. Om het 1Zuidoost beleid succesvol te kunnen realiseren zijn voorrangsregels nodig voor woningtoewijzing die goed aansluiten op de opleidings- en inkomenssituatie en behoeften van diverse typen huishoudens uit Zuidoost. Een woonvoorkeursbeleid zonder matchingsmogelijkheid is op het gebied van prijssegment, inkomenseisen, opleidingseisen of gezinsgrootte, wekt geen vertrouwen en is nog steed niet inclusief. Informeer bewoners goed welke voorrangsregels voor hen gelden en doe hen een serieus aanbod dat past bij hun situatie en financiële mogelijkheden. Maak voorzieningen zodaning dat zij ook beschikbaar zijn voor huidige bewoners (en ondernemers) waardoor er een fysieke en sociale verbinding kan ontstaan tussen bewoners van beide delen van Zuidoost.
Sociale huurwoningen in Amstel III dienen ook voor jongere Zuidoostenaren met een MBO opleiding toegankelijk te zijn; tot nu toe lijken zij systemisch te worden uitgesloten! Gezinnen met middeninkomens uit Zuidoost lijken een vergeten groep in de bouwplannen; herzie dit en beschouw dit als een gentrificatie afbreker! Vermijd ongewenste, sociaal-economische tweedeling en het ontstaan van een overwegend homogene, hoogopgeleide populatie door de kansen op een passende woning en/of werk te vergroten voor (m.n. gezinnen en jonge) bewoners uit Zuidoost. Faciliteer en investeer in de mensen van Zuidoost en maak hen deelgenoot van het nieuwe deel van Zuidoost. Beschouw deze investeringen als segregatie afbrekers! Verzilver de investeringen in de jonge, creatief-sociaal-ondernemers door te zorgen voor betaalbare ruimte zodat zij kunnen bestendigen. Dit zijn de social impact makers die het sociaal kapitaal van de wijk versterken en !ZO DNA meenemen naar Amstel III. Betrek jongeren uit Zuidoost bij de ontwikkeling en het ontwerp van jongerencentrum en discotheek; alleen zo zullen zij zich eraan kunnen verbinden (eigenaarschap).
29
Geef ruimte aan creatieve innovatie en maak gebruik van lokaal talent en ondernemerschap voor het borgen van de karakteristieke en authentieke kenmerken van Zuidoost. Vermijd het ontstaan van homogene wijken met eigen nieuwe scholen. Dit zijn segregatie versterkers! Benader de programmering van scholen in Amstel III situationeel-specifiek! Een school in Amsterdam, moet minimaal 195 leerlingen hebben om te blijven bestaan en minimaal 325 leerlingen om te kunnen worden gesticht. Bij de meeste scholen zit er nog groeicapaciteit! Investeer eerst in de fysieke uitstraling, kwaliteit en (maximale) groeicapaciteit van bestaande scholen en maak ze zo aantrekkelijk voor nieuwe bewoners. Monitor jaarlijks, de groei van het aantal schoolgaande kinderen ten opzichte van de groeicapaciteit van scholen. Bouw pas nieuwe scholen bij het bereiken van de bestaande maximale capaciteit. En bouw dan bij voorkeur op e8 en grensgebied; zo wordt verbinding tussen nieuw en oud mogelijk! De gemeente kan haar ontwikkelambitie - 1Zuidoost met het spoor als ruggengraat - en een programmatische verbondenheid van Amstel III met de Bijlmer, stevig funderen in het gegeven dat vitale wijken in ieders belang zijn. In een vitale en veerkrachtige buurt is functiemenging het sleutelwoord en de fysieke inrichting en infrastuctuur vormt één geïntegreerd geheel.
Stuur aan op levensbestendige, woningbouw; dit komt de vitaliteit van de wijk ten goede en borgt informele zorgstructuren; een van de DNA kenmerken van Zuidoost. Multifunctionaliteit en integraliteit van (fysieke) voorzieningen maken kruisbestuiving en creatieve innovatie mogelijk en bevorderen het optimaal gebruik van de ruimte.
30
5. Mobiliteit Autoluwheid De Nachtmetro Mogelijkheden voor WMS Spoor als ruggengraat
Het onderwerp Mobiliteit (P. 52-55, P. 90-91) draait om de bereikbaarheid van Amstel III. Hierbij staan vragen zoals; ‘’Hoe goed is Amstel III verbonden met omliggende buurten?’’ en “Hoe goed is Amstel III te bereiken vanuit andere delen van Amsterdam?” centraal. In het volgende hoofdstuk zullen de adviezen van WMS uiteengezet worden aan de hand van JCI-waarden die centraal staan op gebied van Mobiliteit. Uit ons vooronderzoek bleek dat de centrale waarden voor het onderwerp Mobiliteit Keuze, Mobiliteit, Betrokkenheid, Recht, Aspiratie en Macht zijn. In het huidige ontwikkelperspectief scoren deze waarden als volgt: De centrale waarden op gebied van Mobiliteit scoren volgens WMS in het huidige ontwikkelperspectief allemaal tussen de 2.1 en de 3. In de volgende paragrafen zal dieper worden ingegaan op deze score van laagst naar hoogst scorende waarde.
5.1 Betrokkenheid saamhorigheid, participatie, coöperatie, gemeenschap De waarde Betrokkenheid scoorde het laagste op gebied van Mobiliteit. Tijdens het gesprek in de break-out room wordt dit cijfer door de leden van WMS bevestigd. “Het is voor mij nog niet duidelijk hoe wij daar inspraak op hebben, en hoe dat eruit zal komen te zien.” Deze vraag wordt vanuit het projectteam beantwoord met het feit dat er al een aantal participatie- en informatieavonden zijn geweest over de invulling van het gebied. Het bereik van deze vorm van participatie blijkt echter laag te zijn als een paar bewoners uit Holendrecht aangeven hier niks 31
van af te weten. Bij de waarde Betrokkenheid hoort onder andere de indicator Saamhorigheid. Deze indicator komt naar voren in een vraag vanuit WMS; “Hoe zorgen we ervoor dat de huidige bewoners (van de omliggende gebieden) zich ook thuis voelen in het nieuwe Amstel III?” Hierop wordt gereageerd met dat er een gezondheidscentrum komt in Amstel III van wie de doelgroep ook de bewoners van de omliggende gebieden is. Een manier om jongeren te betrekken bij de ontwikkelingen van Amstel III is de komst van een jongerencentrum. Deze ideeën zijn voortgekomen uit de onderhandelingen tussen de gemeente en de eigenaren van de panden in Amstel III. De invulling en programmering van het jongerencentrum gebeurt in samenwerking met de partij die daar te zijner tijd in komt. Dit is in lijn met de indicator Coöperatie. Het is bij de invulling van de het jongerencentrum ook van belang de jongeren zelf te betrekken.
5.2 Macht verantwoording, daadkracht, empowerment, representatie Uit het gesprek tijdens de break-out room blijkt dat in essentie het knelpunt waardoor alle centrale waarden op gebied van Mobiliteit relatief laag scoren, ligt bij Macht en het gebrek aan de indicator Daadkracht. Het is moeilijk opbouwende adviezen te geven over een ontwikkelperspectief als je niet weet wie over de desbetreffende gebieden gaat. ‘’Ik vind het ingewikkeld om een advies te geven waarmee we vanuit WMS een impact kunnen creëren op gebied van Mobiliteit, als de partijen die daarover gaan hier nu niet aan tafel zitten.” Daarnaast wordt in het kader van Mobiliteit, gelijk de associatie met vervoer gemaakt. In het investeringsbesluit wordt genoemd dat de opwaardering van de metrostations op de agenda staat. “Hoe zou die opwaardering eruit moeten zien?’’ Uit het gesprek blijkt dat de vrouwen bang zijn dat de metrolijn een soort scheidslijn wordt tussen de twee gebieden. Hoe dat voorkomen kan worden is niet een directe oplossing voor te bedenken. De leden van het Projectteam Amstel III geven aan dat dit probleem momenteel in de K-buurt wordt onderzocht vanuit de gemeente met het project ‘Spoor als ruggengraat’. “Ik wil adviseren dat jullie gekoppeld gaan worden aan het projectteam van Spoor als ruggengraat.”
32
5.3 Rechten vrijheid, kennis, eigenaarschap De waarde Rechten is gelinkt aan de waarde Macht, beide kwamen duidelijk naar voren tijdens de werksessie over Mobiliteit in het Amstel-III-gebied. Rechten scoorde vrij laag in het huidige ontwikkelperspectief op gebied van Mobiliteit. Dit blijkt te komen door een gebrek aan de indicator Kennis over wie er daadwerkelijk macht heeft in het gebied en op wat voor manier de bewoners nog invulling kunnen geven aan de programmering. De indicator Eigenaarschap mist ook wat betreft Mobiliteit. Met het oog op de vermenging van beide wijken is het van belang mobiliteit ook te interpreteren als huidige en nieuwe bewoners die zich thuis voelen in elkaars buurt. ‘’Bekijk vanuit verschillende perspectieven van mobiliteit dus niet alleen uit het oogpunt van het openbare vervoer van A naar B maar ook, hoe gaan de mensen door dit gebied.’’ Huidige bewoners zouden zich meer thuis voelen in het nieuwe Amstel III als lokale ondernemers daar op langere termijn een ruimte krijgen. Dit idee sluit aan bij de Plintenstrategie van de gemeente. De leden van WMS opperen hierbij wel dat het bij deze methode van belang is dat er een ‘plintenregisseur’ wordt aangesteld uit de lokale gemeenschap. Deze plintenregisseur zou dan de vraag kunnen matchen aan het aanbod aan ondernemers uit Zuidoost.
5.4 Keuze diversiteit, spontaniteit De waarde Keuze scoorde vrij laag op gebied van mobiliteit (2.5). ‘’Er is weinig qua Keuze aan vervoersmogelijkheden toe te voegen aan Amstel III!’’ Toch kwam vanuit WMS naar voren dat op gebied van de indicator Diversiteit er zeker nog een keuze mist in het aanbod; de nachtmetro. De metrolijn is voor een groot deel van Amsterdam Zuidoost bepalend in de toegankelijkheid. Momenteel stopt de metro met rijden rond middernacht en sluit daarmee voor een groot aantal bewoners de poort naar Zuidoost. De mogelijkheid tot de indicator Spontaniteit zou met name vergroot worden bij de invoer van de nachtmetro. Het Projectteam Amstel III reageerde hierop met de opmerking dat ze zelf ook voorstander zijn van de nachtmetro en dat er bij de gemeente plannen liggen voor de invoer van ‘de verlengde dagmetro’.
33
5.5 Aspiratie creatieve innovatie, genot, hoop, geluk, inspiratie Op gebied van Aspiratie wordt door de leden van WMS genoemd dat, als het gaat om de indicator Creatieve innovatie, het idee voor een deeleconomie meer gestimuleerd mag worden. “Denk aan deelauto’s, deelbrommers en deelfietsen, zorg voor Openbare ruimten waar dit ingezet kan worden.” Verder blijkt de wijk hoge ambities neer te zetten voor autoluwheid en veel groen. ‘’Waarom niet in deze nieuwe woon en werkwijk hoge ambities neerzetten om fietsen, wandelen en OV te stimuleren?’’ Als er zulke grote ambities liggen moet er in de planning en ontwerp ook net zo hoog ingezet worden op die onderwerpen.
5.6 Mobiliteit toegang, connectiviteit De waarde Mobiliteit scoorde het hoogst, dit naar alle waarschijnlijkheid door de goede bereikbaarheid van Amstel III. Tijdens het gesprek kwam wel de indicator Toegang nog aan bod. Op het gebied van mobiliteit wordt in het ontwikkelperspectief de ambitie genoemd Amstel III autoluw te maken. Amstel III wordt ontwikkeld tot een wijk met autoluwe straatjes, autovrije pleinen, een fietsbar, park, etc. Dit is natuurlijk in lijn met de duurzaamheidsopgaves, echter verkleind dit de mate van toegang tot het gebied. Hierbij is het van belang om de belastbaarheid van de huidige woonwijken in acht te nemen. ‘’De ontwikkeling van het Arena gebied heeft gezorgd voor mobiliteitsproblemen in de Bijlmer, het lijkt mij naïef om te denken dat de herontwikkeling van Amstel III deze negatieve gevolgen niet zal hebben.’’ WMS leden geven aan in hun woonwijk parkeeroverlast te ervaren sinds de ontwikkeling van het Arenagebied. Het is belangrijk om deze ontwikkeling in gedachte te houden bij het ontwerp van Amstel III. ‘’Als hiermee van tevoren in het ontwerpproces rekening wordt gehouden, dan kan de overlast in de huidige woonwijken beperkt blijven.’’
34
5.7 Belangrijkste adviezen Mobiliteit
Maak concreet op wat voor manier bewoners inspraak en invloed hebben op gebied van mobiliteit; Denk na over mogelijkheden om meer bewoners te bereiken met participatie- en bewonersavonden; Ga door met onderhandelingen met eigenaren om openbare plekken die de sociale cohesie tussen nieuwe en bestaande wijk bevorderen; Denk na over manieren waarop jongeren een invloed kunnen hebben op de invulling van Amstel III; Geef concreet aan welke partijen besturend zijn in het Amstel-III-gebied; Koppel betrokken partijen, zoals WMS, aan het projectteam van ‘Spoor als ruggengraat’, aangezien het probleem dat dit team onderzoekt toepasbaar is op meerdere gebieden in Zuidoost; Vergroot het gevoel van eigenaarschap in Amstel III door lokale ondernemers een ruimte te geven op langere termijn met de Plintenstrategie; Bij de uitvoer van de Plintenstrategie is het van belang een Plintenregisseur aan te stellen die komt uit en bekend is met lokale gemeenschap; Ga door met het verleiden van eigenaren tot een voorrangsregeling voor bewoners uit Zuidoost; Maak in de stukken concreet wanneer iemand officieel uit Zuidoost komt; Ga door met de invoer van de Nachtmetro; Ontwerp de Openbare ruimte zo, dat er mogelijkheid tot een deeleconomie is op gebied van mobiliteit, denk aan deelauto’s, deelbrommers en deelfietsen; Neem de belastbaarheid van de omliggende gebieden in acht wat betreft de autoluwheid
van Amstel III. Ontwerp het gebied zo dat de omliggende gebieden geen parkeeroverlast krijgen.
35
6. Openbare ruimte Stakeholders in het proces Stapsgewijze inrichting Plantenbakken “De aorta van het gebied” Bij het onderwerp Openbare Ruimte hebben we het over de stedenbouwkundig ontwerp en de (her)inrichting van de openbare ruimte van het te ontwikkelen gebied van Amstel III. Welke ingrepen kan je op korte termijn al doen om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte gedurende het ontwikkelproces aantrekkelijk en sociaal veilig is? Hoe zorg je ervoor dat de openbare ruimte goed verbonden is met de omliggende buurten? De zes waarden die als belangrijkste zijn aangemerkt voor het onderwerp Openbare Ruimte zijn Betrokkenheid, Macht, Identiteit, Veerkracht, Welvaart en Aspiratie. Deze zijn door de vrouwen van de WMS beoordeeld aan de hand van de hoofdstukken uit het Ontwikkelperspectief die betrekking hebben op de openbare ruimte (p. 60-63;65-76;84-89). In dit hoofdstuk worden de waardes besproken op volgorde van laagst tot hoogst scorend.
36
6.1 Betrokkenheid saamhorigheid, participatie, coöperatie en gemeenschap. Betrokkenheid scoort veruit het laagst: 2.5 op 5. De vrouwen van WMS geven aan dat ze het kwalijk vinden dat er nu pas met bewoners wordt gesproken: “Er zijn al grote besluiten genomen en nu pas komen we hier. Waar zit de ruimte nog?” De gemeente geeft aan dat deze score te verwachten viel omdat het participatieproces net pas van start is gegaan. Op dit moment worden alleen de ontwikkelaars betrokken, het plan is om de (toekomstige) bewoners steeds meer te betrekken. Er zijn een aantal stakeholders nog niet genoemd in het Ontwikkelperspectief en er is nog met bijna niemand gesproken. WMS vraagt om een tijdspad met een helder overzicht van de mijlpalen in het ontwikkelproces en de momenten waarop er geparticipeerd kan worden. Op deze manier kan er gewerkt worden aan de indicatoren Participatie en Coöperatie. De gemeente geeft aan dat dit mogelijk is en dat er nog gewerkt wordt aan een handboek Openbare Ruimte waar ruimte is voor verbeelding. Het is van belang dat er voor het ontwerp van de openbare ruimte een cocreatief proces wordt ingericht waarin de stakeholders in kaart zijn gebracht en tijdig zijn betrokken. Zie meer hierover onder de waarde ‘Macht’.
Hoe kan je in de komende jaren al beginnen met kleine groepjes bewoners betrekken bij de inrichting van de openbare ruimte? WMS raadt aan om gewoon te beginnen, zodat de openbare ruimte snel karakter krijgt, sociaal veilig is en er meteen gewerkt wordt aan de verbinding met de omliggende buurten. Dit heeft een positieve invloed op de indicatoren Gemeenschap en Saamhorigheid. Met kleine stapjes, zonder dat bewoners 5-15 jaar moeten wachten tot het plan klaar is, kunnen al veel positieve effecten bereikt worden. Pak niet het hele gebied in een keer aan, maar richt je op de eerste bewoners en gebruikers van de wijk en werk vanuit daar verder. Projectteam Amstel III onderschrijft deze stapsgewijze aanpak: de aanpak van de openbare ruimte begint bij de Pietersbergweg - begin 2021 starten daar de werkzaamheden. Niet het hele gebied wordt dan onder handen genomen, maar alleen de delen waar mensen komen wonen. In de komende jaren wordt tevens geïnvesteerd in placemaking, dat betekent 37
dat de openbare ruimte met kleine ingrepen al aantrekkelijk gemaakt wordt terwijl er nieuwe woningen ontwikkeld worden. De gemeente zal hierin een faciliterende rol spelen, hiervoor wordt gezocht naar lokale partijen om mee samen te werken. De vrouwen van WMS zijn positief over deze aanpak, maar stellen daarbij wel een kritische noot; welke stakeholders worden hierbij betrokken? In het hoofdstuk ‘Participatie en Communicatie’ wordt hier uitgebreider op ingegaan.
6.2 Macht representatie, empowerment, daadkracht, verantwoording In het gesprek over het opzetten van een cocreatief proces met betrekking tot de openbare ruimte kwam naar voren waarom de waarde ‘Macht’ laag heeft gescoord. De leden van WMS merkten op, zoals bij de waarde ‘Betrokkenheid’ ook al naar voren kwam, dat er tot nu toe weinig ruimte is geweest voor de inbreng van bewoners. Er is daarom sprake van weinig Representatie van de bewoners van Zuidoost. In reactie op deze observaties merkte de gemeente op dat het ontwerp van de openbare ruimte een complex verhaal is waarin de gemeente zelf een aantal puzzels op te lossen heeft op het gebied van bereikbaarheid, breedte van de stoepen, kabels en leidingen, duurzaamheidseisen, etc. Pas als deze vraagstukken zijn opgelost heeft het nut om de plannen voor te leggen aan de bewoners - het idee hierachter is om de bewoners niet ‘lastig te vallen’ met complexe materie. De leden van WMS brachten hier tegenin dat het juist wenselijk is om te beginnen met visie, en te ontwerpen vanuit waarden als die van de JCI. Wat verstaan we onder duurzaamheid, voor wie moet het gebied bereikbaar zijn? Welke identiteit moet het gebied hebben? Daarna kan je kijken hoe deze wensen aansluiten op de regels uit het Programma van Eisen.
Bovendien willen betrokken bewoners liever worden meegenomen in complexe keuzes dan dat ze hier helemaal buiten worden gehouden. Hier zit ook een stukje Verantwoording in van de overheid naar de burger. Om de score voor deze waarde op te krikken is het belangrijk om te kijken naar manieren om de bewoners van Zuidoost in staat te stellen om als gelijkwaardig stakeholder samen met de gemeente te werken aan het ontwerp van de openbare ruimte en zo meer Daadkracht te creëren. De WMS Adviesraad is een van de stakeholders die in staat is om in co-creatie aan het gebied te werken, maar het is belangrijk om ook andere doelgroepen in kaart te brengen (zie hoofdstuk “Participatie & Communicatie”). Voor sommige groepen moet worden gewerkt aan Empowerment, zodat zij in positie gebracht kunnen worden om mee te doen. Met de huidige taal, vorm en manier van communiceren is dit niet het geval. Juist op het gebied van de inrichting van de openbare ruimte, waar relatief veel ruimte zit voor co-creatie, zitten hier kansen!
38
6.3 Identiteit Vitaliteit, spiritualiteit, trots, karakter, schoonheid, authenticiteit De waarde identiteit is heel belangrijk voor het succes van Amstel III omdat het gaat over het gevoel van thuis zijn, zowel voor nieuwe als huidige bewoners. Het is logisch dat Amstel III een nieuwe wijk wordt met een eigen identiteit, maar door die te baseren op wat er al is krijg je een Vitale wijk met bewoners die zich verbonden voelen met hun omgeving. Het unanieme advies van WMS luidt: kijk wat er al in Zuidoost is en breng daarvan een stukje terug in Amstel III, want dat is juist wat mensen interessant vinden. Op dit moment lezen ze niets van de bestaande Authenticiteit van Bijlmer Oost terug in het Ontwikkelperspectief. De gemeente erkent dat het Ontwikkelperspectief nog een vrij droge ambtelijke omschrijving is van wat voor wijk het wordt. De reden dat er weinig aansluiting is met de huidige identiteit van Zuidoost is dat er nog met bijna niemand gesproken is. WMS speelt hier, samen met andere partijen uit het gebied, graag een rol in. Het advies luidt: ga samen in gesprek over datgene wat het Karakter van Zuidoost bepaalt en hoe je hier samen vorm aan kan gaan geven in Amstel III. Partijen als WMS weten heel goed hoe je dat kan verbeelden, opschrijven, en communiceren.
‘’Dus zet hiervoor lokale partijen in!’’ Een concrete wens van WMS is om de nieuwe straten van Amstel III te vernoemen naar strijders van Zuidoost. Dit geeft een duidelijk signaal aan de nieuwe bewoners dat ze in een bestaand gebied komen wonen en zorgt voor een verhoogd gevoel van Trots onder de huidige bewoners.
39
Hoe kan je nu al zorgen dat de nieuw te ontwikkelen Hoe laten we het karakter van gebieden beter verbonden worden met de Zuidoost terugkomen in de Openbare bestaande gebieden? Het spoor vormt nu een harde ruimte? scheidslijn tussen Bijlmer Oost en Bijlmer West, de eerste stap is om die te doorbreken. Meerdere “Bij Bullewijk metrostation zijn er aan de leden van WMS noemen het beter verbinden van de ene kant van het spoor al ingrepen gebieden rondom de metrostations als een kans: gedaan in de openbare ruimte, en aan de “De metrostations Bullewijk en Holendrecht zijn andere kant niet. Ik sta daar met mijn de aorta van dit gebied. Heel erg belangrijk om foodtruck en het valt me op dat het daar die openbare ruimte van beide kanten dezelfde ontzettend leeg is, terwijl er aan de uitstraling en identiteit te geven. Hier begint de andere kant veel is geïnvesteerd in de verbinding en samenwerking.” Een van de openbare ruimte. Bij Oma Ietje staan vrouwen stelt een simpele maar effectieve bijvoorbeeld plantenbakken en is er maatregel voor om het huidige Amstel III gebied ruimte om te zitten en elkaar te beter te verbinden met de woonwijk aan de andere ontmoeten. Je creëert al eenheid door kant van het spoor (zie kader).
Een ander advies is die aan de andere kant van het spoor, om elementen uit de openbare ruimte uit Bijlmer waar de kantoren liggen, ook Oost terug te laten komen in Amstel III, om zo meer plantenbakken neer te zetten. Dit is een eenheid te creëren. Dit draagt bij aan de makkelijke en betaalbare ingreep om de aantrekkelijkheid en Schoonheid van het gebied. verbinding tussen het oude en nieuwe Dit kan al op korte termijn en met simpele ingrepen, deel te bewerkstelligen.” bijvoorbeeld middels de voorgestelde Kunst- en Cultuurroute (vraag hiervoor lokale kunstenaars!). Of zet speeltoestellen neer, waardoor kinderen uit het bestaande gebied gelijk in het nieuwe gebied gaan spelen: “Dit zorgt ervoor dat mensen met kinderen uit hun comfortzone komen omdat de kinderen dat leuk vinden. Hierdoor zorg je ervoor dat ze weer een reden hebben om naar de andere kant van het spoor te komen.” Tenslotte luidt het advies om niet alleen de fysieke scheiding te doorbreken, maar ook de functionele scheiding tussen de twee gebieden. Wat betreft de indicator Spiritualiteit zijn de leden van de WMS adviesraad verheugd dat de bestaande drie kerken uit het gebied in de nieuwe wijk zullen terugkomen. Dit komt verder aan bod in het hoofdstuk Social return.
6.4 Veerkracht Duurzaamheid, levensduur, aanpassingsvermogen Als we het hebben over de veerkracht van de openbare ruimte hebben we het over de toekomstbestendigheid; wordt er een wijk gebouwd die duurzaam is, zich kan aanpassen aan 40
de veranderende behoeftes van de komende generaties, en die voor een lange tijd een kwalitatief hoge leefomgeving biedt? De gemeente gaf eerder al aan dat er duurzaamheidseisen zijn waarmee rekening moet worden gehouden. WMS denkt graag mee over zaken die met de duurzaamheid van de wijk te maken hebben, zoals het terugbrengen van de CO2 uitstoot in de nieuwe wijk, materiaalgebruik, het verbeteren van de lucht-, bodem-, en waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast. Tevens zien zij de overwegingen die gemaakt moeten worden in het kader van de betaalbaarheid van de nieuwe woningen en voorzieningen. Het Aanpassingsvermogen van de openbare ruimte zou ook een rol moeten krijgen in het Ontwikkelperspectief. De toekomst is onzeker, maar verandering is een gegeven. Denk hierbij aan eerder genoemde adviezen als het creëren van multifunctionele ruimtes die door verschillende soorten gebruikers kunnen worden gebruikt of met hun behoefte mee groeien, zoals makkelijk aan te passen speeltuinen voor opgroeiende kinderen. Een ander aspect is het open laten van flexibele ruimtes die door de gebruikers kunnen worden ingevuld. Bij de Levensduur van de wijk gaat het erom een wijk te creëren die zowel sociaal als fysiek voor lange tijd in een goede staat is.
Denk hierbij aan beheer en onderhoud, maar ook aan klimaatbestendigheid door de wijk bijvoorbeeld rainproof en hittebestendig in te richten. Een relevante opmerking hierover van de WMS adviesraad: “Er komt een Hondsrugpark, maar er staat ook in het Ontwikkelperspectief dat het groen beneden de eisen zal zijn. In het kader van klimaatverandering lijkt dat niet wenselijk. Wat zijn hier nog voor mogelijkheden?”
6.5 Welvaart veiligheid, geborgenheid, bescherming, voorspoed, gezondheid Op dit moment scoort de waarde ‘Welvaart’ 3.2 voor de voorgestelde Openbare Ruimte van Amstel III. De leden van WMS zijn blij dat de openbare ruimte, die zij nu ervaren als onpersoonlijk, onveilig en onoverzichtelijk, wordt heringericht. Er is veel te winnen als je kijkt naar de indicatoren Veiligheid, Geborgenheid en Bescherming. “Vooral overzichtelijk zijn en groen is altijd een pre. Bij een openbare ruimte denk ik ook aan rust (plekken waar je kan zitten), het geluid van spelende kinderen bijvoorbeeld.” De plinten zijn nu veelal gesloten en weinig verbonden met de openbare ruimte, waardoor er geen plekken zijn om te schuilen. In het geval van hoogbouw wordt geadviseerd om te zorgen dat de openbare ruimte haar menselijke maat behoudt door te zorgen voor een stapsgewijze opbouw van het straatniveau naar de woontorens. Werk met overkappingen, plekken waar je je kan terugtrekken, maar altijd met overzicht voor het gevoel van veiligheid. Uiteraard is goede verlichting van groot belang. De insteek van het projectteam Amstel III is om de openbare ruimte in de komende jaren in stapjes schoner, veiliger en leefbaarder te maken. Ze beginnen daarvoor bij de gebieden die het eerste worden ontwikkeld. Het idee is dat de gebruikers en bewoners van deze gebieden via 41
veilige en schone routes van gebouw naar gebouw en van station naar gebouw kunnen komen. De drie peilers voor het ontwerp van de openbare ruimte zijn gezond, verbonden en uitnodigend. Het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat de wijk tijdens de bouw van de nieuwe wijk toch een leefbare en veilige openbare ruimte heeft. Een advies van WMS is om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte ten alle tijde multifunctioneel is en door verschillende soorten gebruikers tegelijkertijd wordt gebruikt. “Dus niet een school hier, een sportvoorziening daar, wonen daar, kantoren daar. Zorg ervoor dat mensen elkaar altijd moeten ontmoeten.” Als je hier vanaf het begin mee werkt, door bijvoorbeeld bepaalde gebouwen in de tijdelijkheid te laten gebruiken voor voorzieningen terwijl ernaast woningen worden ontwikkeld, zorg je ervoor dat er altijd iemand op straat is die er belang bij heeft om zorg te dragen voor de openbare ruimte. Want zolang er mensen baat bij hebben, zullen zij eigenaarschap nemen over hun omgeving. De indicator Voorspoed geeft aan dat het belangrijk is dat de openbare ruimte ruimte biedt voor verschillende soorten mensen om zich te ontwikkelen om de buurt zo te laten bloeien. Zorg ervoor dat er vanaf het begin ruimte is voor verschillende soorten ideeën, activiteiten en werkzaamheden.
Denk hierbij aan mensen met verschillende werk- en leefritmes; hoe bewegen zij zich voort in de openbare ruimte en hoe kan je die zo stimulerend mogelijk inrichten? Laat vrije ruimte over die niet vooraf geprogrammeerd is maar waar plek is voor experiment en spontane invulling van onderaf.
6.6 Aspiratie inspiratie, hoop, geluk, genot, creatieve innovatie De leden van WMS merken op dat er in het Ontwikkelperspectief nog weinig Inspiratie en visie is terug te zien. Het hoofdstuk Openbare Ruimte zou moeten schetsen wat voor sfeer de wijk heeft, hoe het wordt om daar te leven, rond te lopen. Een van de leden raadt aan: “Werk met verbeelding en sfeerimpressies; waarom wordt dit een mooie wijk waar ik graag wil zijn?” Stel het Genot en het Geluk van de potentiële gebruiker van de wijk centraal. Breng in kaart wie er gebruik zullen maken van de openbare ruimte en bekijk per profiel welke wensen zij hebben. Hierbij kunnen groepen als WMS bij helpen, omdat zij een goed beeld hebben van hoe de huidige bewoners van Zuidoost de openbare ruimte gebruiken. In samenwerking met stedenbouwkundigen kunnen zo analyses worden gedaan om een zo inclusief mogelijk openbare ruimte te ontwerpen waar voor iedereen iets te beleven valt. Het idee om iets met Kunst & Cultuur in de openbare ruimte te doen wordt in een regeltje genoemd. Terwijl daar juist de kansen liggen om een wijk te ontwerpen waar ruimte is voor Creatieve innovatie! Op dit moment is er weinig van de sfeer aan de andere kant van het spoor terug te vinden in Amstel III. Natuurlijk wordt het een nieuwe wijk met een eigen sfeer, maar het is belangrijk om echt energie en geld te stoppen in de waarde aspiratie.
Dit ontstaat niet vanzelf; hier moet je echt in investeren. 42
6.7 Belangrijkste adviezen met betrekking tot de openbare ruimte Wees niet bang om bewoners en andere stakeholders bij complexe processen te betrekken. Als je vanuit een gezamenlijke visie vertrekt krijg je de gezonde, verbonden en uitnodigende wijk die je wil zijn; We zijn positief over het voornemen om niet vanuit een masterplan voor de wijk te werken en de openbare ruimte niet in een keer, maar stapsgewijs in te richten en klein te beginnen. Zorg er wel voor dat je de juiste stakeholders hierbij betrekt (dus niet alleen externe of relatief nieuwe partijen); Er is nu weinig aspiratie als je kijkt naar de visie voor het gebied. Er is weinig verbeelding en de taal is vrij droog. Zet de creatieve innovatie die er al is in om gezamenlijk aan de verbeelding van het gebied te werken; Verbind het nieuwe Amstel III en de huidige buurten door de identiteit van Zuidoost terug te laten komen aan de andere kant van het spoor. Vraag hiervoor de mensen die het weten, die Zuidoost haar identiteit hebben gegeven. Een simpele ingreep als het plaatsen van plantenbakken aan de Amstel III kant van het spoor doet al heel veel: zo krijg je het idee dat de twee delen met elkaar verbonden zijn; Zorg ervoor dat de openbare ruimte vanaf het begin multifunctioneel is en door verschillende soorten gebruikers wordt gebruikt.
Functiescheiding is waar het mis ging in het oorspronkelijke ontwerp van de Bijlmer en wat de openbare ruimte sociaal onveilig maakte.
43
7. Social return Investeringen Transparantie kerken Plinten Foodtrucks “Onze kracht ligt in die tijdelijkheid!” Het onderwerp Social return gaat over de wat de meerwaarde is van de investeringen in Amstel III voor de rest van de omgeving. Op wat voor manier kunnen de omliggende buurten meeprofiteren van de investeringen in het Amstel-III-gebied? Op een grotere schaal, op wat voor manier heeft de rest van de stad baat bij de vernieuwing van Amstel III? In volgende hoofdstuk worden de adviezen van WMS uiteengezet op basis van de JCI-waarden. Uit ons vooronderzoek blijkt dat de zes waarden die centraal staan op gebied van Social return Welvaart, Betrokkenheid, Veerkracht, Acceptatie, Eerlijkheid en Keuze zijn. In het huidige ontwikkelperspectief scoren die waarden als volgt: De centrale waarden op gebied van Social return scoren allemaal tussen de 2.5 en 2.9. In de volgende paragrafen zal van alle centrale waarden bij Social return een analyse gemaakt worden van laagst naar hoogst scorende waarde.
7.1 Eerlijkheid gelijkwaardigheid, gelijkheid, verdienste, transparantie Wanneer we het hebben over Social return dan gaat het over wat de huidige bewoners hebben aan de investeringen in Amstel III. WMS laat blijken het eens te zijn met de ideeën die het ontwikkelperspectief biedt om de Social return te bevorderen. Hierbij komt wel kijken dat de tijdelijkheid van deze initiatieven zorgelijk is. “Hierbij krijg ik een soort pop-up idee.” De vraag “Hoe zorgen we ervoor dat deze initiatieven duurzamer worden?” blijft tijdens het gesprek onbeantwoord. Vanuit het projectteam van Amstel III komt terug dat vanwege het feit dat de gemeente geen eigenaar is van de panden in Amstel III, zij geen permanente invulling kunnen geven aan die panden. “Maar, onze kracht ligt in die tijdelijkheid!” Het is aan ons om de 44
invulling van Amstel III op korte termijn zo aantrekkelijk te maken dat de eigenaren daar op langere termijn mee doorgaan. Op die manier is een duurzame invulling te creëren. Het enthousiasme is hiermee aangewakkerd in de werkgroep. Dit sluit aan bij de indicatoren Verdienste en Transparantie. Social return vergroot de mate van Verdienste in Amstel III, ook op korte termijn. Het zou hierbij wel fijn zijn als de gemeente transparant is over beleidsmatige beperkingen in het ontwikkelperspectief. In het kader van de indicatoren Gelijkheid en Gelijkwaardigheid noemen de vrouwen van WMS dat het belangrijk is de sociaal-economische positie van bewoners uit Zuidoost als standaard te hanteren. “Neem de sociaal-economische positie van bewoners van Zuidoost als gegeven. Die is nu slecht, daar moet echt iets aan gedaan worden om meer gelijke kansen te creëren. Bijvoorbeeld door woningen aan banen te koppelen.” Als het gaat om inversteringen moet er niet uitgegaan worden van de commerciële belangen van projectontwikkelaars maar van de bestaande populatie in het gebied en de gebieden daaromheen.
7.2 Betrokkenheid saamhorigheid, participatie, coöperatie, gemeenschap Op gebied van Betrokkenheid vinden de vrouwen van WMS dat er te veel verantwoordelijkheid ligt bij de bewoners. ‘’Het wordt bij de bewoners neergelegd, maar bij welke initiatieven moet je zijn om inspraak te hebben?’’ Het projectteam van Amstel III reageert met dat op gebied van Social return voor de bewoners de meeste winst te behalen valt in de programmering van de openbare ruimte en de tijdelijke invulling van panden. “Ik denk dan gelijk aan Food Street, of een foodtruck festival!” Foodtrucks zijn de afgelopen jaren in Zuidoost steeds populairder geworden, een mooie manier van social return is die trucks ruimte geven in de openbare ruimte. “Een speelbos, zoals in de E-buurt zou ook mooi zijn.” Hoewel de Amstel III volgens de plannen voornamelijk is ingericht voor starters en jongeren zou het aanleggen van een speelbos gezinnen uit de omliggende gebieden aantrekken en daarmee de indicatoren ‘gemeenschap’ en ‘saamhorigheid’ versterken. Op deze suggestie is uitvoeriger ingegaan in het hoofdstuk 6 Openbare ruimte.
45
7.3 Welvaart gezondheid, voorspoed, bescherming, gezondheid, veiligheid Om de waarde Welvaart te vergroten op gebied van Social return werden door WMS ook een aantal suggesties gegeven. “Als uitgangspunt nemen dat alle opdrachten, aanbestedingen en opgaven eerst lokaal worden weggezet, zodat we allemaal profiteren van de ontwikkelingen én er gebouwd wordt aan het DNA en de identiteit van Zuidoost.” Als we willen doen aan social return is het van belang dat de uitgaven in eerste instantie in lokale ondernemingen wordt gedaan, hiermee versterk je de aanwezigheid van de indicator ‘voorspoed’.
7.4 Acceptatie erbij horen, empathie, inclusie, verzoening, respect, tolerantie, vertrouwen De waarde Acceptatie is ook belangrijk op gebied van Social return. “Het is belangrijk dat het DNA van Zuidoost terugkomt in Amstel III.” Op deze uitspraak reageerde het projectteam van Amstel III met de vraag “Maar wat is dat DNA van Zuidoost dan?”. Vanuit WMS kregen we daar allerlei verschillende antwoorden op; Geloof/ religie, eten & vooral samen eten, veel groen, kunst en cultuur, familie is belangrijk, zorgen voor elkaar, samenleven met andere culturen, etc. Geloof werd als eerste genoemd. Het projectteam van Amstel III reageerde hierop met het feit dat er drie kerken aanwezig zijn in Amstel III, en dat die blijven. Hier reageerde WMS instemmend op. ‘’Maar dat mag wel met meer trots genoemd worden in het ontwikkelperspectief!” Om de aanwezigheid van de indicatoren Respect en Tolerantie te vergroten is het ook van belang om in de plannen en investeringen de bestaande partijen die aanwezig zijn in Amstel III mee te nemen.
7.5 Keuze diversiteit, spontaniteit “Hoezo mag er alleen geïnvesteerd worden binnen de grenzen van Amstel III?” deze vraag is in wezen de leidraad van het gesprek over Social return. Als de hele stad moet meeprofiteren van de investeringen, hoezo mag er dan alleen binnen de grenzen Amstel III geïnvesteerd worden. Het projectteam van Amstel III gaf aan dat dit een beleidsmatige kwestie is die al langer speelt. ‘’In Zuidoost moet geïnvesteerd worden om ervoor te zorgen dat Amstel III en Zuidoost dichter bij elkaar brengen.’’ Om de diversiteit aan voorzieningen te vergroten voor alle bewoners, zou er ook in de omliggende gebieden geïnvesteerd moeten worden. Hier is natuurlijk geld voor nodig, WMS gaf hiervoor ook een suggestie: “Het geld dat verdiend wordt in Amstel III door de erfpacht moet gebruikt worden voor Zuidoost als geheel en om Amstel 46
III en ZO goed op elkaar aan te laten sluiten.” Een manier voor social return is een deel van de opbrengsten van het nieuwe Amstel III, te investeren in de omliggende gebieden. Met deze suggestie wordt de eerder genoemde beleidsmatige kwestie omzeild en vergroot je diversiteit in keuze en voorzieningen voor het omliggende gebied. “Het is een vorm van wederzijds belang, als alle partijen hun steentje bijdragen leidt de transformatie uiteindelijk tot een sterker resultaat. Ook voor de ontwikkelende partijen zelf. Hun inzet geeft inhoud aan een stuk maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar leidt ook tot lagere beheerlasten, meer eigenaarschap van bewoners en gebruikers, en een hogere waarde van het vastgoed op de langere termijn.’’
7.6 Veerkracht aanpassingsvermogen, levensduur, duurzaamheid WMS benoemde al eerder de zorgen rond de duurzaamheid van de invulling van de plinten. “Dan krijg je weer zo’n verhaal dat wanneer het gebied eindelijk bruisend is, er ineens marktwerking gaat spelen en iedereen weg moet.” Hoe zorgen we ervoor dat de invulling van de plinten in cocreatie gaat en dat de lokale ondernemers daar langer kunnen blijven? Vanuit WMS komt terug dat er doorgroeimogelijkheden in de omgeving moeten worden gestimuleerd. ‘’Op een gegeven moment komt er iemand anders in, maar houdt die ondernemers dan wel in de buurt!” Omdat de gemeente geen eigenaar is van de panden in Amstel III moeten zulke voorwaarden in samenwerking met de daadwerkelijke eigenaren opgesteld worden. Nog een toevoeging voor die voorwaarden is dat leegstand voorkomen moet worden. Als een partij in een van de plinten weg komt te vallen, stimuleer dan de lokale economie door een andere lokale onderneming tegemoet te komen.
47
7.7 Belangrijkste adviezen met betrekking op Social return Probeer eigenaren te verleiden tot duurzame initiatieven die de mate van Social return bevorderen; Wees transparant en duidelijk over beleidsmatige beperkingen in het ontwikkelperspectief; Maak concreet waar bewoners inspraak hebben op gebied van Social return; Denk aan een foodtruck festival als invulling van de openbare ruimte en vorm van social return; Denk aan een speelbos zoals in de E-buurt in Amstel III; Neem als uitgangspunt dat uitbestedingen in eerste instantie naar lokale ondernemingen en initiatieven gaat; Onderzoek wat nou echt het DNA van Zuidoost is; Noem met trots in het Ontwikkelperspectief dat de drie kerken in het gebied blijven, zij zijn onderdeel van het karakter van Zuidoost; Bedenk manier waardoor er ook rechtstreeks geïnvesteerd kan worden in de omliggende gebieden om Amstel III zo beter aan te laten sluiten met de rest van de buurt; Stimuleer de lokale economie door als randvoorwaarde voor de invulling van de plinten te stellen dat leegstand voorkomen moet worden.
48
8. Participatie & Communicatie Placemaking De ambtelijke molen “Amstel III voor iedereen” Inkomens- en opleidingseisen Bij het onderwerp Participatie & Communicatie is besproken hoe bewoners en andere stakeholders geïnformeerd kunnen worden over de plannen voor Amstel III en hoe zij (beter) betrokken kunnen worden. Het blijkt een uitdaging voor de gemeente om bewoners uit Zuidoost te bereiken; groepen als WMS kunnen hierbij een verbindende rol spelen. De zes waarden die als belangrijkste zijn aangemerkt voor het onderwerp Participatie & Communicatie zijn Betrokkenheid, Macht, Identiteit, Rechten, Acceptatie en Eerlijkheid. Pagina 37-40 uit het Ontwikkelperspectief gaan over plannen rondom Communicatie & Participatie. In dit hoofdstuk worden de waardes besproken op volgorde van laagst tot hoogst scorend.
8.1 Rechten eigenaarschap, kennis en vrijheid De waarden Rechten springt eruit omdat de score duidelijk een stuk lager is dan de andere waarden. Dit heeft voornamelijk te maken met de informatieverstrekking over Amstel III, die tot dusver een zeer beperkte groep bereikt. heeft. Informatie op de website van de gemeente en informatiebijeenkomsten voor bewoners worden door weinig bewoners van Zuidoost gezien of bijgewoond. Degenen die er wel zijn, zijn partijen die al langer samenwerken met de gemeente of georganiseerde burgers die al vaker van zich laten horen. Het is van belang dat de communicatie meer mensen gaat bereiken zodat zij meer Kennis hebben en ook 49
Eigenaarschap kunnen gaan nemen over het ontwikkelproces. Hierbij gaat het juist om de bewoners die de weg naar participatie niet vanzelfsprekend vinden. Vaak ontvangen bewoners te laat informatie, een bericht plaatsen op de website of in een lokaal krantje is niet genoeg. De gemeente geeft aan dat dit inderdaad een lastig punt is. Je ziet vaak dezelfde mensen bij bijeenkomsten. WMS zou een goede partner zijn om meer mensen te bereiken. De gemeente geeft aan al vernieuwende kanalen te proberen te gebruiken - radio, social media, etc. Er is een nieuwe communicatieadviseur aangesteld die hier een plan voor gaat maken. Als de plannen hiervoor zijn in gang worden gezet en er meer bewoners worden bereikt zal deze waarde ongetwijfeld beter scoren.
8.2 Macht representatie, empowerment, daadkracht, verantwoording Ook de waarde ‘Macht’ scoort relatief een stuk lager dan de andere waarden. Vrouwen geven aan dat het proces, hoe het nu is ingericht, weinig ruimte biedt voor bewoners van Zuidoost om invloed uit te oefenen. Ze hebben het gevoel dat ze niet gerepresenteerd worden in het plan. De bewoners van Zuidoost worden wel genoemd, maar niemand van hen is nog bereikt. Dat maakt er verbetering zit bij de indicator Representatie. Een van de WMS leden stelt: “Zorg ervoor dat je mensen in de positie brengt om eigenaarschap te nemen. Zolang die mogelijkheden er niet zijn, blijft de betrokkenheid laag.” De Daadkracht, de mogelijkheid om te handelen namens het eigen belang of dat van het collectief, zal omhoog gaan als meer mensen weten waar het over gaat en hoe ze kunnen meedoen. Slechts communiceren over wat er gaat gebeuren via de website of nieuwsbrieven is niet genoeg. Via netwerken als dat van WMS moeten mensen echt ingelicht worden, en op die manier in positie worden gebracht, over wat het proces van gebiedsontwikkeling inhoudt en welke invloed zij daarop kunnen hebben. Huidige bewoners voelen zich vaak niet in de positie om mee te doen. Dat heeft te maken met taal en de helderheid van wat er wordt gecommuniceerd.
Het advies is om participatie juist door lokale partijen te laten organiseren, die weten wat er speelt in de wijken, wat de bewoners aangaat en die hun taal spreken. De gemeente geeft aan dat het plan is om meer eigenaarschap te geven aan de bewoners door bepaalde taken die normaal door de overheid worden uitgevoerd uit handen te geven. Hoe dat moet gebeuren moet nog onderzocht worden. WMS benadrukt het belang van het uit handen geven van taken van de overheid, omdat dit betekent dat het level van Empowerment onder de gemeenschap omhoog gaat. “De Omgevingswet gaat verder dan alleen top-down participatie. Deze wet erkent de georganiseerde burger als stakeholder in het gebiedsontwikkelingsproces.” Het is hierbij wel belangrijk om de juiste partijen te betrekken, en niet alleen de ‘usual suspects’. Onder de waarde ‘Betrokkenheid’ worden een aantal partijen genoemd die hierin een rol zouden kunnen spelen.
50
8.3 Betrokkenheid saamhorigheid, participatie, coöperatie, gemeenschap Ook op de waarde Betrokkenheid is nog het een en ander te behalen. Er is voor de communicatie vrij breed nagedacht en er worden een flink aantal kanalen genoemd, maar er wordt daarin wel erg vanuit een kant gestuurd. Alles wordt vanuit de gemeente georganiseerd, geef hierin meer een rol voor lokale partijen. De gemeente geeft aan dat ze de intentie heeft om de participatie bottom up te organiseren en dat daarmee binnenkort gestart wordt. WMS is blij met deze intentie maar geeft ook aan dat de indicatoren Participatie en Coöperatie nu nog laag scoren omdat hierover niets is terug te vinden in het Ontwikkelperspectief. Er wordt gesproken over bewoners en het betrekken daarvan, maar wordt er ook echt moeite gedaan om bewoners die niet al in stichtingen zitten of actief zijn te bereiken? Ga outreachend de wijk in zodat je echt ook de andere bewoners meeneemt in de plannen. Het is belangrijk om te ontwerpen met en voor de Gemeenschap, zodat bewoners uit de buurt en de buurten eromheen zich verbonden zullen voelen met het nieuwe ontwerp en Amstel III een van de nieuwe gemeenschappen in Zuidoost wordt die in verbinding staat met haar omgeving.
Om Saamhorigheid te creëren moet ervoor gezorgd worden dat de nieuwe en bestaande bewoners zoveel met elkaar in contact worden gebracht, al vanaf het begin van het Ontwikkelproces. Zodat iedereen aan het einde van het proces het gevoel heeft: dit hebben we samen gedaan. De gemeente geeft aan dat er al gestart is met placemaking, oftewel het Tips voor partijen om te betrekken die aantrekkelijk maken van de wijk in de nu niet worden genoemd in het tijdelijkheid. Door placemaking zie je dat er veel Ontwikkelperspectief ruimte is voor jonge lokale ondernemers in de tijdelijkheid, maar vaak is er geen plek om te • Stichting Caribic landen in de permanente situatie. Het advies • Stichting Global Inclusion van WMS: zorg dat je op een duurzame manier • Marco Barsoum betrokkenheid vormgeeft door hier op in te • Bewonersplatform Holendrecht, zetten, dus niet alleen op ad hoc activiteiten als K-buurt, G-buurt, Reigersbos evenementen. De gemeente geeft aan dat een • UpriseZO, onderdeel van placemaking is om initiatieven als • Zo ZZP Platform, ZO city, Zuidoost partners en VAZO te • The Next Alliance, faciliteren om ervoor te zorgen dat • Groenplatform Zuidoost ontwikkelaars in contact worden gebracht met • Reboost (Renate Bosten) lokale ondernemers en initiatiefnemers.
WMS • Mi na Mi (Sieglien Emanuel) kaart aan dat de genoemde partijen al een tijd • Community Landtrust (Cecile betrokken zijn bij het ontwikkelproces en vaak Appiah) van buitenaf naar Zuidoost zijn gekomen. “Weten zij echt wat er speelt in de wijken en wat de behoeftes zijn?” 51
Een ander idee van de gemeente is om een plinten regisseur aan te stellen die ervoor gaat zorgen dat lokale ondernemers kunnen landen in het nieuwe gebied. Een van de criteria is dat de regisseur het netwerk en de community van Zuidoost kent en het liefst ook uit Zuidoost komt. Ook bij zaken als het aanstellen van de plinten regisseur moet echt zoveel mogelijk geworven worden in de community van Zuidoost. Momenteel wisten zelfs betrokken bewoners van WMS niet van de plintenstrategie en de zoektocht naar een regisseur, terwijl dit een belangrijk onderdeel is van het verbinden van de oude en nieuwe wijk.
8.4 Identiteit vitaliteit, spiritualiteit, trots, karakter, schoonheid, authenticiteit De waarde ‘Identiteit’ gaat in dit geval over herkenning, het gevoel dat de plannen voor Amstel III zijn afgestemd op de bestaande identiteit van Zuidoost en dat dat ook gecommuniceerd wordt in de participatie in communicatie. Op dit moment zien de leden van WMS dit niet terug: “Het komt op mij bijna over alsof de Bijlmer er bewust niet ingeschreven is. Er wordt wel genoemd dat het 1Zuidoost moet worden, maar nergens wordt benoemd wat dan die bestaande identiteit is.” Het advies luidt: als je gaat communiceren en mensen gaat betrekken, zorg dan dat je hun taal spreekt. Je moet echt een plan maken: hoe zorg je dat mensen van de andere kant van het spoor zich gaan herkennen in het gebied? Veel bewoners van Zuidoost zijn trots op hun buurt, het heeft een authentiek karakter dat je nergens anders vindt. De architectuur, de geschiedenis, de diversiteit aan bevolkingsgroepen, culturele en religieuze uitingen, de eetcultuur, de straatcultuur, de kunst die gemaakt wordt in het stadsdeel. Niets daarvan vind je momenteel terug in het Ontwikkelperspectief. Trots, Karakter en Authenticiteit zijn daarom belangrijke indicatoren die, als daaraan gewerkt wordt, de waarde Identiteit kunnen verbeteren.
Als de gemeente erin slaagt om, in samenwerking met bestaande bewoners, een verhaal te vertellen over Amstel III waarin de bewoners van Zuidoost zich herkennen, dan kan het co-creatie proces succesvol worden. Het begint allemaal bij de communicatie.
8.5 Eerlijkheid transparantie, verdienste, gelijkheid, gelijkwaardigheid Deze waarde, die nu 3 punten scoort, is vanzelfsprekend van toepassing op het onderwerp participatie en communicatie. Transparantie is van levensbelang voor een succesvol participatieproces; informeer de bewoners over de regels, rechten en procedures die horen bij gebiedsontwikkeling zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. Wees ook eerlijk over wat de bewoners kunnen verwachten van het nieuwe Amstel III. Als de woningen bijvoorbeeld te klein of te duur worden voor bepaalde doelgroepen uit Zuidoost, wees daar dan transparant over. “Met leuzen als ‘Amstel III voor iedereen’ wek je alleen maar argwaan op. Met name omdat 52
voorbeeldprojecten tot nu toe het tegendeel hebben bewezen.” Mocht het maar voor een beperkte groep uit Zuidoost (de meer kapitaalkrachtigen) mogelijk zijn om in het nieuwe gebied te gaan wonen, zorg dan dat alle bewoners hiervan op de hoogte zijn zodat zij mogelijk kunnen Voorbeeld casus: Change & Our Domain inspreken. Of, als bepaalde dingen Een voorbeeld van een project waar het niet goed is zoals gegaan en het vertrouwen van de bewoners in de woninggrootte al vastliggen, communiceer intenties van projectontwikkelaars en gemeente is dan helder waarover je wel gaat participeren. afgenomen zijn de nieuwe opgeleverde Is er bijvoorbeeld ruimte voor de invulling van woningbouwprojecten als Change en Our Domain. de plinten, of het meedenken over de In het geval van Change komt 98% van de inrichting van de openbare ruimte? Maak bewoners niet uit Zuidoost, maar 2% is gevuld door jongeren van Zuidoost. Hierdoor bekruipt de duidelijk waar de ruimte zit. bewoners een gevoel van gentrification; de nieuwe woningen worden niet voor ons gebouwd. Ook bij Our Domain zijn er steken laten vallen. De intentie was om voor 25% van de woningen voorrang te geven aan studenten van Zuidoost. Uiteindelijk wonen er van 900 studenten 90 uit Zuidoost. Dat is 10% in plaats van 25%. Wat hier is misgegaan is dat er te weinig aanmeldingen waren omdat de eisen te hoog waren: inkomen en opleiding.