16. Bijlage C van NvB Ontwerp PWA_ gevraagd en ongevraagde SD adviezen gebundeld versie nov 2024 (1).pdf
Tekst van het document
1 Bijlage C: Adviezen stadsdelen en stadsgebied Weesp
In deze bijlage vindt u de integrale teksten van de gevraagde adviezen van de stadsdelen: • C1 Gevraagd advies Stadsdeel Nieuw-West • C2 Gevraagd advies Stadsdeel Noord • C3 Gevraagd advies Stadsgebied Weesp • C4 Gevraagd advies Stadsdeel Zuidoost • C5 Gevraagd advies Stadsdeel Oost • C6 Ongevraagd advies Stadsdeelcommissie Zuidoost
C.1 Gevraagd advies Stadsdeel Nieuw-West Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie Ruimte en Duurzaamheid: Onderwerp Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030. adviesaanvraag: Portefeuille: Duurzaamheid Directie: R&D/ afdeling Duurzaamheid Datum behandeling staf 22 april 2024 (staf WH vrijgave PWA) WH Datum adviesaanvraag: 14 mei 2024 (collegebesluit vrijgave PWA) Deadline ontvangst 17 juli 2024 (einde tervisielegging periode) advies: Advies mailen naar: RESAmsterdam@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: 1. Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2. Plan-MER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 3. Plan-MER Windenergie Amsterdam Technische bijlage 4. Notitie Reikwijdte en Detailniveau – plan-MER windenergie Amsterdam 5. Nota van beantwoording – Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER Programma Windenergie Amsterdam 12 juli 2023 6. Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon 7. Sociale aspecten zoekgebieden Programma Windenergie Amsterdam 8. SARA-Advies op hoofdlijnen 9. Reactie op SARA-advies cpt Plan-MER en cpt Programma Windenergie Amsterdam Heeft er consultatie Ja vooraf plaatsgevonden? Bij het proces van opstellen van het ontwerp-PWA en Plan-MER is het stadsdeel betrokken en geïnformeerd. Tijdens diverse BOSS overleggen is de portefeuillehouder geïnformeerd over het proces en de stand van zaken.
Tevens zijn de stadsdeelcollega’s op ambtelijk niveau betrokken en geconsulteerd bij de verschillende stappen in de voortgang. Van 23 mei 2024 t/m 17 juli 2024 loopt de zienswijzeperiode van het ontwerp-PWA en Plan-MER. Tijdens deze periode wordt het stadsdeel tevens benaderd voor gevraagd advies. 1
Als onderdeel van het participatieproces vinden er fysieke informatiemarkten plaats in de stadsdelen met aangewezen gebieden, een digitale informatiebijeenkomst (Webinar) en technische sessies waar portefeuillehouders, stadsdeelcommissieleden, gemeenteraadsleden en buurmeenten over de inhoud van beide producten vragen kunnen stellen. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Procesbegeleider: Datum weekstart/staf: Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):
Nieuw-West Duurzaamheidscoördinator stadsdeel Nieuw-West 11 juni 2024 25 juni & 09 juli 2024 (oordeelsvormend & besluitvormend) 16 juli 2024 ZD2024-006054
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en Stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of (art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5) Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
Het College vraagt het Dagelijks Bestuur te adviseren op het Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 waarin de voorgenomen beleidskeuzes staan en daarbij in ieder geval in te gaan op: • De aangewezen gebieden waar windturbines gerealiseerd mogen worden; • De afgevallen gebieden in Amsterdam windturbines niet mogelijk zijn; • De afweging die het College hanteert om tot deze keuzes te komen; en • De randvoorwaarden waaronder realisatie van windturbines in de projectfase mogelijk is. Het college verzoekt het Dagelijks Bestuur expliciet om, gezien het maatschappelijk debat over deze stadsbrede opgave, in het advies ook aandacht te besteden aan eventuele minderheidsstandpunten die de binnen het stadsdeel leven. Het advies dient uiterlijk 17 juli 2024 te zijn ontvangen, zodat dit kan worden meegenomen in de besluitvorming van het College.
2
De opgave in het ontwerp-PWA is om voor 2030 tenminste 127 MW opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het eigen grondgebied. Die 127 MW is als volgt onderverdeeld: • Begin 2021 staan er 28 windturbines in Amsterdam met een gezamenlijk vermogen van 75 MW. • De resterende opgave tot 2030 is om tenminste 52 MW aan windenergie te realiseren. o Een deel van de opgave, goed voor ongeveer 25 MW vermogen is recent al vergund (RWZI Westpoortweg, 9,2 MW) o of is in voorbereiding (Noorder IJ-plas / Cornelis Douwesterrein, ca. 16MW). • Daarmee resteert een opgave van 27 MW.
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Een belangrijk onderdeel van het PWA is het plan milieueffectenrapportage (plan-MER) waarin alle mogelijk aspecten van de windturbines zijn onderzocht. Uit het plan-MER blijkt dat er in theorie voldoende potentie is om binnen de gemeentegrenzen te voldoen aan de ambitie om in 2030 127 MW opgesteld vermogen te realiseren. Een van de aangewezen gebieden hiervoor is het Havengebied boven Nieuw-West. We zijn blij dat er tijdens het maken van het PWA er op verschillende momenten en met verschillende groepen (onder andere bewoners van Nieuw-West, het stadsdeel en Port of Amsterdam) afstemming heeft plaatsgevonden. Het DB Nieuw-West kan zich grotendeels vinden in het ontwerp PWA. Zowel de mogelijkheden als de negatieve aspecten zijn goed onderbouwd en toegelicht, en alle genoemde aspecten zijn zorgvuldig onderzocht. Daarnaast zijn de zorgpunten van zowel de inwoners van Nieuw-West, het DB en de SD-cie, zoals; afstand tot tuinparken, ruimte voor woningbouw en recreatie, die in de reflectiefase zijn opgehaald, meegenomen. We zijn blij dat voor vaststelling van de windturbines nogmaals nader onderzoek wordt gedaan naar alle aspecten en impact van de windturbines. Zo laten we zien dat we de zorgpunten van bewoners serieus nemen. Het DB Nieuw-West vindt het belangrijk dat onze bewoners en ondernemers gaan profiteren van de windturbines in het Havengebied.
Gezien de complexe situatie in het Havengebied en alle bestaande bedrijven en opgaves die er al zijn, vindt het DB het belangrijk dat er extra aandacht wordt besteed aan het bestendigen van de belangen van de bewoners en ondernemers, en is het juist belangrijk om dit van tevoren vast te leggen. Vanuit de gemeente zijn deze voorwaarden afdwingbaar in privaatrechtelijke overeenkomsten in het kader van gronduitgifte. Op de locaties waar Amsterdam eigenaar is van de grond in het Havengebied wordt het als voorwaarde opgenomen in de selectieprocedure voor de ontwikkelaar. Op locaties waar Port Of Amsterdam de tendervoorwaardes definieert adviseert het DB dat het college om met Port Of Amsterdam in gesprek gaat om de tendervoorwaardes dusdanig in te richten dat bewoners en ondernemers uit Nieuw-West op een toegankelijke en betaalbare manier profijt kunnen hebben van de windenergie uit het Havengebied. Lokale windenergie voor Nieuw-West Het DB adviseert dat in de tendervoorwaarden op wordt genomen dat bewoners en ondernemers op een toegankelijke en betaalbare manier profijt kunnen hebben van de windturbines in de haven. Stadsdeel Nieuw-West is divers wat betreft bewoners, ondernemers en initiatieven. Er zijn bewoners die zich niet met deze thema’s bezig kunnen houden omdat ze hier geen tijd of ruimte voor hebben.
Energiearmoede en andere sociale opgaves zijn in Nieuw-West relevante thema’s. Ook deze bewoners moeten kunnen profiteren van de windenergie, vandaar dat het DB zoveel belang hecht aan het goed formuleren van de tendervoorwaarden van de windturbines. Ook zijn bewonersinitiatieven zoals Duurzaam Oostoever en Duurzaam Slotervaart die zich als koplopers ontwikkelen binnen de energietransitie. Hiernaast zet de Green Business Club Sloterdijken zich als ondernemersverenigingen in voor duurzame bedrijfsvoering, en zijn er vele 3
maatschappelijke initiatieven die zich ontwikkelen rondom het thema duurzaamheid in brede zin. Ook helpt het Nationaal Programma Samen Nieuw-West verschillende bewoners- en ondernemersinitiatieven in verschillende duurzaamheidsopgaven in het kader van Community Wealth Building. Allemaal potentiële partijen om bij windturbineprojecten betrokken te raken in de toekomst. Momenteel wordt er in het ontwerp-PWA gesproken over financiële participatie en lokaal eigendom. Dit wordt nog niet gedefinieerd, aangezien dit afhankelijk gaat zijn van de specifieke locaties voor windturbines en de initiatiefnemer. De (toekomstige) initiatiefnemers moeten bij de planvorming in de zoekgebieden aanvullend onderzoek uitvoeren om de meest geschikte positie voor plaatsing van een of meerdere windmolens te bepalen. Het DB roept het college op om samen met het stadsdeel op te trekken bij het verdere proces en wordt ook graag betrokken wanneer er naar concrete locaties gekeken wordt.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
In de stadsdeelcommissievergadering Nieuw-West van 9 juli 2024 heeft de stadsdeelcommissie met 9 stemmen voor (van de fracties PvdA, GroenLinks en D66), 7 stemmen tegen (van de fracties VVD, FVD, DENK, GBW!) en 1 onthouding (van de fractie GBP) het advies van het dagelijks bestuur aangenomen. Ook heeft de stadsdeelcommissie op 9 juli 2024 naar aanleiding van het conceptadvies DB een gevraagd advies besproken, waarvan één van het advies aangenomen is met 10 stemmen voor (van de fracties GBP, PvdA, GroenLinks en D66), 4 tegen (GBW!, FvD en VVD) en 3 onthoudingen (DENK). Het gaat om het volgende advies: Advies 2: Onderzoek witte kleur op insecten Windturbines moeten volgens de regels wit zijn, maar deze kleur lijkt een negatief effect te hebben op insecten. Wij adviseren om bij de Rijksoverheid aan te dringen op meer onderzoek naar de ideale kleurstelling van windturbines die rekening houdt met vogels, insecten en vleermuizen.
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Een belangrijk onderdeel van het PWA is het plan milieueffectenrapportage (plan-MER) waarin alle mogelijk aspecten van de windturbines zijn onderzocht. Uit het plan-MER blijkt dat er in theorie voldoende potentie is om binnen de gemeentegrenzen te voldoen aan de ambitie om in 2030 127 MW opgesteld vermogen te realiseren. Een van de aangewezen gebieden hiervoor is het Havengebied boven Nieuw-West. We zijn blij dat er tijdens het maken van het PWA er op verschillende momenten en met verschillende groepen (onder andere bewoners van Nieuw-West, het stadsdeel en Port of Amsterdam) afstemming heeft plaatsgevonden. Het DB Nieuw-West kan zich grotendeels vinden in het ontwerp PWA. Zowel de mogelijkheden als de negatieve aspecten zijn goed onderbouwd en toegelicht, en alle genoemde aspecten zijn zorgvuldig onderzocht. Daarnaast zijn de zorgpunten van zowel de inwoners van Nieuw-West, het DB en de SD-cie, zoals; afstand tot tuinparken, ruimte voor woningbouw en recreatie, die in de reflectiefase zijn opgehaald, meegenomen. We zijn blij dat voor vaststelling van de windturbines nogmaals nader onderzoek wordt gedaan naar alle aspecten en impact van de windturbines. Zo laten we zien dat we de zorgpunten van bewoners serieus nemen. Het DB Nieuw-West vindt het belangrijk dat onze bewoners en ondernemers gaan profiteren van de windturbines in het Havengebied.
4
Gezien de complexe situatie in het Havengebied en alle bestaande bedrijven en opgaves die er al zijn, vindt het DB het belangrijk dat er extra aandacht wordt besteed aan het bestendigen van de belangen van de bewoners en ondernemers, en is het juist belangrijk om dit van tevoren vast te leggen. Vanuit de gemeente zijn deze voorwaarden afdwingbaar in privaatrechtelijke overeenkomsten in het kader van gronduitgifte. Op de locaties waar Amsterdam eigenaar is van de grond in het Havengebied wordt het als voorwaarde opgenomen in de selectieprocedure voor de ontwikkelaar. Op locaties waar Port Of Amsterdam de tendervoorwaardes definieert adviseert het DB dat het college om met Port Of Amsterdam in gesprek gaat om de tendervoorwaardes dusdanig in te richten dat bewoners en ondernemers uit Nieuw-West op een toegankelijke en betaalbare manier profijt kunnen hebben van de windenergie uit het Havengebied. Lokale windenergie voor Nieuw-West Het DB adviseert dat in de tendervoorwaarden op wordt genomen dat bewoners en ondernemers op een toegankelijke en betaalbare manier profijt kunnen hebben van de windturbines in de haven. Stadsdeel NieuwWest is divers wat betreft bewoners, ondernemers en initiatieven. Er zijn bewoners die zich niet met deze thema’s bezig kunnen houden omdat ze hier geen tijd of ruimte voor hebben.
Energiearmoede en andere sociale opgaves zijn in Nieuw-West relevante thema’s. Ook deze bewoners moeten kunnen profiteren van de windenergie, vandaar dat het DB zoveel belang hecht aan het goed formuleren van de tendervoorwaarden van de windturbines. Ook zijn bewonersinitiatieven zoals Duurzaam Oostoever en Duurzaam Slotervaart die zich als koplopers ontwikkelen binnen de energietransitie. Hiernaast zet de Green Business Club Sloterdijken zich als ondernemersverenigingen in voor duurzame bedrijfsvoering, en zijn er vele maatschappelijke initiatieven die zich ontwikkelen rondom het thema duurzaamheid in brede zin. Ook helpt het Nationaal Programma Samen Nieuw-West verschillende bewoners- en ondernemersinitiatieven in verschillende duurzaamheidsopgaven in het kader van Community Wealth Building. Allemaal potentiële partijen om bij windturbineprojecten betrokken te raken in de toekomst. Momenteel wordt er in het ontwerp-PWA gesproken over financiële participatie en lokaal eigendom. Dit wordt nog niet gedefinieerd, aangezien dit afhankelijk gaat zijn van de specifieke locaties voor windturbines en de initiatiefnemer. De (toekomstige) initiatiefnemers moeten bij de planvorming in de zoekgebieden aanvullend onderzoek uitvoeren om de meest geschikte positie voor plaatsing van een of meerdere windmolens te bepalen.
Het DB roept het college op om samen met het stadsdeel op te trekken bij het verdere proces en wordt ook graag betrokken wanneer er naar concrete locaties gekeken wordt. Hiernaast worden volgens de regels de te bouwen windturbines standaard wit van kleur, maar onderzoek toont aan dat deze kleur een negatief effect lijkt te hebben op insecten. Het DB adviseert het College om bij het Rijk te lobbyen voor het doen van meer onderzoek naar.de ideale kleurstelling van windturbines die rekening houdt met vogels, insecten en vleermuizen. Aldus vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw-West, Gemeente Amsterdam, 16 juli 2024. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Amsterdam Nieuw-West, gemeente Amsterdam: de heer E.C. Burke (stadsdeeldirecteur), de heer E. Ünver (stadsdeelvoorzitter)
5
6
C.2 Gevraagd advies Stadsdeel Noord Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur stadsdeel Noord Invullen door directie Ruimte en Duurzaamheid: Onderwerp Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030. adviesaanvraag: Portefeuille: Duurzaamheid Directie: R&D/ afdeling Duurzaamheid Datum behandeling staf 22 april 2024 (staf WH vrijgave PWA) WH Datum adviesaanvraag: 14 mei 2024 (collegebesluit vrijgave PWA) Deadline ontvangst 17 juli 2024 (einde tervisielegging periode) advies: Advies mailen naar: RESAmsterdam@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: 1. Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2. Plan-MER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 3. Plan-MER Windenergie Amsterdam Technische bijlage 4. Notitie Reikwijdte en Detailniveau – plan-MER windenergie Amsterdam 5. Nota van beantwoording – Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER Programma Windenergie Amsterdam 12 juli 2023 6. Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon 7. Sociale aspecten zoekgebieden Programma Windenergie Amsterdam 8. SARA-Advies op hoofdlijnen 9. Reactie op SARA-advies cpt Plan-MER en cpt Programma Windenergie Amsterdam Heeft er consultatie Ja vooraf plaatsgevonden? Bij het proces van opstellen van het ontwerp-PWA en Plan-MER is het stadsdeel betrokken en geïnformeerd.
Tijdens diverse BOSS overleggen is de portefeuillehouder geïnformeerd over het proces en de stand van zaken. Ook zijn de stadsdeelcollega’s op ambtelijk niveau betrokken en geconsulteerd bij de verschillende stappen in de voortgang. Van 23 mei 2024 t/m 17 juli 2024 loopt de zienswijzeperiode van het ontwerp-PWA en Plan-MER. Tijdens deze periode wordt het stadsdeel ook benaderd voor gevraagd advies. Als onderdeel van het participatieproces vinden er fysieke informatiemarkten plaats in de stadsdelen met aangewezen gebieden, een digitale informatiebijeenkomst (Webinar) en technische sessies waar portefeuillehouders, stadsdeelcommissieleden, gemeenteraadsleden en buurmeenten over de inhoud van beide producten vragen kunnen stellen. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Procesbegeleider: Datum weekstart/staf:
Noord Duurzaamheidscoördinator stadsdeel Noord; Ingrid Brekelmans 3 juni 2024
7
Datum stadsdeelcommissie: Datum dagelijks bestuur: Registratienr. (optioneel):
19 juni voorbereidend, 3 juli 2024 besluitvormend 11 juni 2024 …
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en Stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of (art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5) Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
Het College vraagt het Dagelijks Bestuur te adviseren op het Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 waarin de voorgenomen beleidskeuzes staan beschreven. De opgave in het ontwerp-PWA is om voor 2030 tenminste 127 MW opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het eigen grondgebied. Die 127 MW is als volgt onderverdeeld: • Begin 2021 staan er 28 windturbines in Amsterdam met een gezamenlijk vermogen van 75 MW. • De resterende opgave tot 2030 is om tenminste 52 MW aan windenergie te realiseren. o Een deel van de opgave, goed voor ongeveer 25 MW vermogen is recent al vergund (RWZI Westpoortweg, 9,2 MW) o Of is in voorbereiding (Noorder IJ-plas / Cornelis Douwesterrein, ca. 16MW). • Daarmee resteert een opgave van 27 MW.
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies Duurzaamheid coördinator actiehouder. Bij PFH en andere belanghebbenden de inhoud checken op lokaal gebied.Andere belanghebbenden moet DC benaderen en invullen, bijv.: Gebiedsmakelaars
Het DB Noord kan zich vinden in het ontwerp -PWA. Alle belangrijke aspecten zijn zorgvuldig onderzocht zoals: • verwachte milieueffecten • gezondheid, geluid • natuur, dier en plantsoorten • ruimtelijke inpassing en sociale aspecten • mitigerende maatregelen n.a.v. slagschaduw en ecologie 8
Zowel de mogelijkheden als de negatieve aspecten zijn goed onderbouwd en toegelicht. Daarnaast zijn de zorgpunten van inwoners van Noord, het DB en de SDC, waaronder de afstand tot tuinparken, ruimte voor woningbouw en recreatie en gezondheidsaspecten die in de reflectiefase zijn opgehaald, meegenomen. Zo ook is er bij de afweging rekening gehouden met de sociaal-kwetsbare wijken. Zoekgebieden Het DB is verder uiterst tevreden dat zorgvuldig is onderzocht wat wel en niet mogelijk is om in Amsterdam, grootverbruiker van energie, binnen de stadsgrenzen een deel van de RES-ambitie kunnen realiseren. Ook is er tegemoet gekomen aan de bewoners die voorstander van het plaatsen van windmolens zijn op locaties waar onderzoek uitwijst dat plaatsing mogelijk is binnen de gestelde wettelijke en gemeentelijke kaders. Bewoners kunnen tevreden zijn dat de gemeente haar uiterste best doet om, waar mogelijk, de RES ambitie qua opwek van energie via wind, in de stad te realiseren. De (toekomstige) initiatiefnemers moeten bij de planvorming in de zoekgebieden aanvullend onderzoek uitvoeren om de meest geschikte positie voor plaatsing van een of meerdere windmolens te bepalen. Het DB is ook content dat de reservegebieden zijn onderzocht in dit Plan-MER en staan benoemd in het PWA waardoor over deze gebieden duidelijkheid is ontstaan voor bewoners.
Richtlijnen Het proces en de richtlijnen van de uitvoeringsfase (hoofdstuk 3 en 4) zijn helder en we onderschrijven de ambitie voor lokaal eigendom. M.b.t. de financiële participatie hopen we dat inwoners van Noord de mogelijkheid krijgen om mee te doen. We realiseren ons dat dit ook afhangt van welke initiatiefnemers zich melden maar adviseren dit lokaal eigendom mee te nemen in de aanbesteding. Geleerde lessen Wel adviseren we om het participatiebeleid van Amsterdam nadrukkelijk aandacht te geven in de aanbesteding. Ook vinden wij het van belang om de stadsdelen waar de zoekgebieden zijn gekozen ook hier een belangrijke rol te geven. Wij adviseren de geleerde lessen van Wind Noorder-IJplas mee te nemen: 1. Het participatieproces en de kaders; maak vooral helder waarover bewoners wel en niet kunnen meepraten. 2. Organiseer bewonersbijeenkomsten en maak daarbij gebruik van VR brillen waarmee bewoners een beter inzicht krijgen hoe de plaats van een windmolen zich verhoudt tot bijv. hun woning of park. 3. Neem lokale bewoners mee naar het zoekgebieden en laat ze ter plekke zien waar exact in het zoekgebied een windmolen geplaatst kan worden. 4. Herhaal de vervolgstappen in het proces en leg uit wat de eisen zijn voor initiatiefnemers bij plaatsen van windmolens. 5.
Blijf in de vervolgstappen en in de communicatie naar bewoners en stakeholders uitleggen dat Programma Windenergie Amsterdam los staat van de ontwikkelingen van windturbines bij de Noorder IJ-plas.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De stadsdeelcommissie onderschrijft het advies van het db. Wel wil de stadsdeelcommissie graag nog drie punten onderstrepen: 1. Erken dat de zorgen over de effecten van windturbines op de gezondheid van omwonenden niet zijn weggenomen. 9
2. Leer van processen uit het verleden. De stadsdeelcommissie wil meegeven om de participatie met betrekking tot programma Windenergie Amsterdam 2030 opener en democratischer te maken. 3. De stadsdeelcommissie vindt het onterecht dat de Noorder IJplas binnen het Programma Windenergie Amsterdam 2030 een uitzonderingspositie heeft. 4. De stadsdeelcommissie onderschrijft het advies van Sara om het westelijk Havengebied te prioriteren als zoekgebied.
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het DB Noord kan zich vinden in het ontwerp -PWA. Alle belangrijke aspecten zijn zorgvuldig onderzocht zoals: • verwachte milieueffecten • gezondheid, geluid • natuur, dier en plantsoorten • ruimtelijke inpassing en sociale aspecten • mitigerende maatregelen n.a.v. slagschaduw en ecologie Zowel de mogelijkheden als de negatieve aspecten zijn goed onderbouwd en toegelicht. Daarnaast zijn de zorgpunten van inwoners van Noord, het DB en de SDC, waaronder de afstand tot tuinparken, ruimte voor woningbouw en recreatie en gezondheidsaspecten die in de reflectiefase zijn opgehaald, meegenomen. Zo ook is er bij de afweging rekening gehouden met de sociaal-kwetsbare wijken. Daarbij erkennen we dat we met deze uitkomst niet alle zorgen van bewoners met betrekking tot gezondheid kunnen wegnemen. Zoekgebieden Het DB is verder uiterst tevreden dat zorgvuldig is onderzocht wat wel en niet mogelijk is om in Amsterdam, grootverbruiker van energie, binnen de stadsgrenzen een deel van de RES-ambitie kunnen realiseren. Ook is er tegemoet gekomen aan de bewoners die voorstander van het plaatsen van windmolens zijn op locaties waar onderzoek uitwijst dat plaatsing mogelijk is binnen de gestelde wettelijke en gemeentelijke kaders. Bewoners kunnen tevreden zijn dat de gemeente haar uiterste best doet om, waar mogelijk, de RES ambitie qua opwek van energie via wind, in de stad te realiseren.
We onderstrepen het streven om het Havengebied als meest geschikte locatie aan te wijzen en daarop maximaal in te zetten. We realiseren ons ook dat we rekening moeten houden met het feit dat dit misschien niet haalbaar is en dat daarom een aantal locaties in Zuidoost worden aangewezen als mogelijk geschikt. De (toekomstige) initiatiefnemers moeten bij de planvorming in de zoekgebieden aanvullend onderzoek uitvoeren om de meest geschikte positie voor plaatsing van een of meerdere windmolens te bepalen. Het DB is ook content dat de reservegebieden zijn onderzocht in dit Plan-MER en staan benoemd in het PWA waardoor over deze gebieden duidelijkheid is ontstaan voor bewoners. De stadsdeelcommissie vindt het onterecht dat de NoorderIJplas binnen het Programma Windenergie Amsterdam 2030 een uitzonderingspositie heeft. Het DB wil hierbij echter benadrukken dat de locatie NoorderIJplas al eerder is vastgesteld in een ander traject (windvisie 2012) en dus losstaat van dit programma. Richtlijnen Het proces en de richtlijnen van de uitvoeringsfase (hoofdstuk 3 en 4) zijn helder en we onderschrijven de ambitie voor lokaal eigendom. M.b.t. de financiële participatie hopen we dat inwoners van Noord de 10
mogelijkheid krijgen om mee te doen. We realiseren ons dat dit ook afhangt van welke initiatiefnemers zich melden maar adviseren dit lokaal eigendom mee te nemen in de aanbesteding. Geleerde lessen Ook adviseren we om het participatiebeleid van Amsterdam nadrukkelijk aandacht te geven in de aanbesteding. Wij vinden het van belang om de stadsdelen waar de zoekgebieden zijn gekozen ook hier een belangrijke rol te geven. We adviseren de geleerde lessen van Wind Noorder-IJplas mee te nemen, met name met betrekking tot de participatie: 1. Het participatieproces en de kaders; maak vooral helder waarover bewoners wel en niet kunnen meepraten. 2. Organiseer bewonersbijeenkomsten en maak daarbij gebruik van VR brillen waarmee bewoners een beter inzicht krijgen hoe de plaats van een windmolen zich verhoudt tot bijv. hun woning of park. 3. Neem lokale bewoners mee naar het zoekgebieden en laat ze ter plekke zien waar exact in het zoekgebied een windmolen geplaatst kan worden. 4. Herhaal de vervolgstappen in het proces en leg uit wat de eisen zijn voor initiatiefnemers bij plaatsen van windmolens. 5. Blijf in de vervolgstappen en in de communicatie naar bewoners en stakeholders uitleggen dat Programma Windenergie Amsterdam los staat van de ontwikkelingen van windturbines bij de Noorder IJ-plas.
11
C.3 Gevraagd advies Stadsgebied Weesp Adviesaanvraag college aan Stadsgebied Weesp Invullen door directie Ruimte en Duurzaamheid:
Onderwerp adviesaanvraag:
Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030.
Portefeuille:
Duurzaamheid
Directie:
R&D/ afdeling Duurzaamheid
Datum behandeling staf WH
22 april 2024 (staf WH vrijgave PWA)
Datum adviesaanvraag:
14 mei 2024 (collegebesluit vrijgave PWA)
Deadline ontvangst advies:
17 juli 2024 (einde tervisielegging periode)
Advies mailen naar:
RESAmsterdam@amsterdam.nl
Meegestuurde stukken:
1. Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2. Plan-MER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 3. Plan-MER Windenergie Amsterdam Technische bijlage 4. Notitie Reikwijdte en Detailniveau – plan-MER windenergie Amsterdam 5. Nota van beantwoording – Notitie Reikwijdte en Detailniveau PlanMER Programma Windenergie Amsterdam 12 juli 2023 6. Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon 7. Sociale aspecten zoekgebieden Programma Windenergie Amsterdam 8. SARA-Advies op hoofdlijnen 9. Reactie op SARA-advies cpt Plan-MER en cpt Programma Windenergie Amsterdam
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Ja Bij het proces van opstellen van het ontwerp-PWA en Plan-MER is het stadsdeel betrokken en geïnformeerd. Tijdens diverse BOSS overleggen is de portefeuillehouder geïnformeerd over het proces en de stand van zaken. Tevens zijn de stadsdeelcollega’s op ambtelijk niveau betrokken en geconsulteerd bij de verschillende stappen in de voortgang. Van 23 mei 2024 t/m 17 juli 2024 loopt de zienswijzeperiode van het ontwerp-PWA en Plan-MER. Tijdens deze periode wordt het stadsdeel tevens benaderd voor gevraagd advies. Als onderdeel van het participatieproces vinden er fysieke informatiemarkten plaats in de stadsdelen met aangewezen gebieden, een digitale informatiebijeenkomst (Webinar) en technische sessies waar portefeuillehouders, stadsdeelcommissieleden, gemeenteraadsleden en buurmeenten over de inhoud van beide producten vragen kunnen stellen.
Invullen door Stadsgebied Stadsgebied:
Weesp
Procesbegeleider:
Martin Jas
Datum weekstart/staf:
10 juni 2024 12
Datum stadsdeelcommissie:
25 juni en 9 juli 2024
Datum dagelijks bestuur:
18 juni 2024
Registratienr. (optioneel):
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en Stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of (art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art.
30, lid 5) Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur Het College vraagt het Dagelijks Bestuur te adviseren op het Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 waarin de voorgenomen beleidskeuzes staan en daarbij in ieder geval in te gaan op: • De aangewezen gebieden waar windturbines gerealiseerd mogen worden; • De afgevallen gebieden in Amsterdam windturbines niet mogelijk zijn; • De afweging die het College hanteert om tot deze keuzes te komen; en • De randvoorwaarden waaronder realisatie van windturbines in de projectfase mogelijk is. • Het college verzoekt het Dagelijks Bestuur expliciet om, gezien het maatschappelijk debat over deze stadsbrede opgave, in het advies ook aandacht te besteden aan eventuele minderheidsstandpunten die binnen het stadsdeel leven. Het advies dient uiterlijk 17 juli 2024 te zijn ontvangen, zodat dit kan worden meegenomen in de besluitvorming van het College. De opgave in het ontwerp-PWA is om voor 2030 tenminste 127 MW opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het eigen grondgebied. Die 127 MW is als volgt onderverdeeld: Begin 2021 staan er 28 windturbines in Amsterdam met een gezamenlijk vermogen van 75 MW. De resterende opgave tot 2030 is om tenminste 52 MW aan windenergie te realiseren.
Een deel van de opgave, goed voor ongeveer 25 MW vermogen is recent al vergund (RWZI Westpoortweg, 9,2 MW) of is in voorbereiding (Noorder IJ-plas / Cornelis Douwesterrein, ca. 16MW). Daarmee resteert een opgave van 27 MW.
Conceptadvies bestuurscommissie 25 juni 2024: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de vergadering een conceptadvies
Algemeen:
13
De voormalige gemeente Weesp heeft in haar omgevingsvisie verwoord dat het streeft om binnen afzienbare tijd klimaatneutraal te worden. Weesp vindt het van groot belang om hier stappen in te zetten, zowel als het gaat om energiebesparing en isolatie, alsook duurzame energie. Daarbij is echter ook duidelijk verwoord dat Weesp voor duurzame energieopwekking windenergie binnen haar grenzen niet als wenselijke bron ziet en de voorkeur aan zonnepanelen geeft. In eerste instantie zouden daken van woningen en bedrijven maximaal benut moeten worden en daarnaast terreinen in de nabijheid van infrastructuur en ook oplossingen als het overkappen van parkeerplaatsen. Daarbij zou de focus ook moeten liggen op het oplossen van de huidige congestieproblematiek, zodat de verduurzaming van bedrijven en woningen ook daadwerkelijk vaart kan maken. Juist het bijzondere landschap rondom Weesp en Driemond leent zich niet voor grootschalige opwek van windenergie, gezien de nabijheid van onder meer de Diemerscheg, Naardermeer en de Vechtplassen. Niet voor niets is bijvoorbeeld Natuurmonumenten kritisch op windmolens in de nabijheid van bijzondere natuur en landschappen. Daarnaast benadrukt het bestuur van Weesp dat niet alleen Amsterdam zoekgebieden heeft, maar dat ook bijvoorbeeld Diemen windmolens wenst te realiseren in de directe nabijheid van het Stadsgebied.
Tenslotte spelen nog ontwikkelingen in het gebied rondom Weesp voor extra voorzieningen voor de elektriciteits-infrastructuur vanuit Liander en Tennet. Het Stadsgebied vindt dat het college zich onvoldoende rekenschap geeft van deze optelsom die grote consequenties voor de Weespers kan hebben. Locaties In de nabijheid van het Stadsgebied heeft het college vier voorkeurszoekgebieden benoemd voor het realiseren van windmolens. Deze zoekgebieden zijn: Diemerscheg, zuidoostelijke oever van de Gaasperplas, Weesperkarspel en knooppunt Holendrecht. Het Stadsgebied constateert daarnaast dat het college maximaal wil inzetten op het realiseren van windmolens in de haven van Amsterdam. Voor het Stadsgebied is dat de enige locatie waar het voorstelbaar is om turbines te realiseren, mits dat qua regelgeving voor geluid, veiligheid, natuur en landschap ook hier aanvaardbaar is.Zoals eerder al geformuleerd, staat het Stadsgebied kritisch ten aanzien van alle zoekgebieden. Weesp is het niet eens met de gemaakte afwegingen en keuzes. Het college benoemt dat windturbines geplaatst kunnen worden als er geen “onaanvaardbare risico’s” ontstaan.
Hoe worden deze "onaanvaardbare risico's" gedefinieerd en welke boven-, en ondergrens is hierbij van toepassing? Hoe is het dan mogelijk dat de huidige voorkeurslocaties naar boven zijn gekomen? Ten aanzien van de voorkeurslocaties in de nabijheid van Weesp geeft het Stadsgebied graag het volgende mee: Diemerscheg: De locatie Diemerscheg ligt binnen de grenzen van het Stadsgebied. Weesp stemt dan ook niet in met deze voorkeurslocatie en wenst dat deze locatie geschrapt wordt uit de plannen. Dit is vanuit het Stadsgebied, zowel vanuit bewoners, organisaties als het bestuur ook in het vorige traject uitvoerig meegegeven, maar helaas moeten we constateren dat de bezwaren niet tot een andere besluitvorming hebben geleid. De landschappelijke impact is erg groot, de gevolgen voor de gezondheid (geluid, schaduwwerking etc.) en het uitzicht vanuit bijvoorbeeld Driemond en Weesp (specifiek Weespersluis) eveneens. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de nabijheid van de volkstuinparken Frankendael en Linnaeus. De impact op de recreatie in deze parken zal groot zijn. Hoewel deze parken niet zijn bedoeld voor permanente bewoning, worden ze van april tot oktober intensief gebruikt door mensen die in hun tuinen overnachten en recreëren.
Het Stadsgebied verzoekt het college om bij het beoordelen van geluidsoverlast meer rekening te houden met de milieu- en gezondheidsaspecten vanuit deze parken en deze als geluidsgevoelige objecten, vergelijkbaar met woningen te beschouwen. De Diemerscheg is daarnaast ongeschikt als locatie voor windmolens, vanwege de belangrijke recreatieve en landschappelijke waarde, het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en de ecologische structuur van Amsterdam. Het is essentieel dat deze verbindingen zorgvuldig worden beheerd en waar mogelijk worden versterkt en uitgebreid. Daarnaast wil het Stadsgebied erop wijzen dat uit eerdere projecten en onderzoeken langs het Amsterdam-Rijnkanaal is gebleken dat er een vleermuizenroute loopt die mogelijk negatief beïnvloed kan worden door de aanleg van windturbines.
14
Zuidoostelijke oever Gaasperplas, Weesperkarspel en Holendrecht Naast de Diemerscheg is een drietal andere voorkeurslocaties benoemd, Gaasperplas, Weesperkarspel en Holendrecht. Holendrecht levert voor het stadsgebied geen direct bezwaar op, gezien de afstand en de ligging nabij snelwegen. De andere twee locaties leiden echter wel tot grote bezwaren vanuit Weesp. De argumentatie is hierbij niet anders dan die voor de Diemerscheg. Weliswaar zijn de locaties Gaasperplas en Weesperkarspel niet binnen het Stadsgebied gelegen, de impact zal daarentegen vergelijkbaar zijn. Zeker met grote windturbines zullen de gevolgen voor landschap, gezondheid en uitzicht groot zijn. Ondanks de in de plan MER gehanteerde geluidsnormen vindt het Stadsgebied dat gezondheid onvoldoende meegewogen is in de keuzes van het college.
Aangepast conceptadvies bestuurscommissie 9 juli 2024: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de vergadering een conceptadvies
Algemeen: De voormalige gemeente Weesp heeft in haar omgevingsvisie verwoord dat het streeft om binnen afzienbare tijd klimaatneutraal te worden. Weesp vindt het van groot belang om hier stappen in te zetten, zowel als het gaat om energiebesparing en isolatie, alsook duurzame energie. Daarbij is echter ook duidelijk verwoord dat Weesp voor duurzame energieopwekking windenergie binnen haar grenzen niet als wenselijke bron ziet en de voorkeur aan zonnepanelen geeft. In eerste instantie zouden daken van woningen en bedrijven maximaal benut moeten worden en daarnaast terreinen in de nabijheid van infrastructuur en ook oplossingen als het overkappen van parkeerplaatsen. Daarbij zou de focus ook moeten liggen op het oplossen van de huidige congestieproblematiek, zodat de verduurzaming van bedrijven en woningen ook daadwerkelijk vaart kan maken. Juist het bijzondere landschap rondom Weesp en Driemond leent zich niet voor grootschalige opwek van windenergie, gezien de nabijheid van onder meer de Diemerscheg, Naardermeer en de Vechtplassen. Niet voor niets is bijvoorbeeld Natuurmonumenten kritisch op windmolens in de nabijheid van bijzondere natuur en landschappen. Daarnaast benadrukt het bestuur van Weesp dat niet alleen Amsterdam zoekgebieden heeft, maar dat ook bijvoorbeeld Diemen windmolens wenst te realiseren in de directe nabijheid van het Stadsgebied.
Tenslotte spelen nog ontwikkelingen in het gebied rondom Weesp voor extra voorzieningen voor de elektriciteits-infrastructuur vanuit Liander en Tennet. Het Stadsgebied vindt dat het college zich onvoldoende rekenschap geeft van deze optelsom die grote consequenties voor de Weespers kan hebben. Locaties In de nabijheid van het Stadsgebied heeft het college vier voorkeurszoekgebieden benoemd voor het realiseren van windmolens. Deze zoekgebieden zijn: Diemerscheg, zuidoostelijke oever van de Gaasperplas, Weesperkarspel en knooppunt Holendrecht. Het Stadsgebied constateert daarnaast dat het college maximaal wil inzetten op het realiseren van windmolens in de haven van Amsterdam. Voor het Stadsgebied is dat de enige locatie waar het op dit moment voorstelbaar is om turbines te realiseren, mits dat qua regelgeving voor geluid, veiligheid, natuur en landschap ook hier aanvaardbaar is. Zoals eerder al geformuleerd, staat het Stadsgebied kritisch ten aanzien van alle zoekgebieden. Weesp is het niet eens met de gemaakte afwegingen en keuzes. Het college benoemt dat windturbines geplaatst kunnen worden als er geen “onaanvaardbare risico’s” ontstaan.
Hoe worden deze "onaanvaardbare risico's" gedefinieerd en welke boven-, en ondergrens is hierbij van toepassing? Hoe is het dan mogelijk dat de huidige voorkeurslocaties naar boven zijn gekomen en waarom zijn de andere locaties afgevallen? Ten aanzien van de voorkeurslocaties in de nabijheid van Weesp geeft het Stadsgebied graag het volgende mee: Diemerscheg:
15
De locatie Diemerscheg ligt binnen de grenzen van het Stadsgebied. Weesp stemt dan ook niet in met deze voorkeurslocatie en wenst dat deze locatie geschrapt wordt uit de plannen. Dit is vanuit het Stadsgebied, zowel vanuit bewoners, organisaties als het bestuur ook in het vorige traject uitvoerig meegegeven, maar helaas moeten we constateren dat de bezwaren niet tot een andere besluitvorming hebben geleid. De landschappelijke impact is erg groot, de gevolgen voor de gezondheid (geluid, schaduwwerking etc.) en het uitzicht vanuit bijvoorbeeld Driemond en Weesp (specifiek Weespersluis) eveneens. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de nabijheid van de volkstuinparken Frankendael en Linnaeus. De impact op de recreatie in deze parken zal groot zijn. Hoewel deze parken niet zijn bedoeld voor permanente bewoning, worden ze van april tot oktober intensief gebruikt door mensen die in hun tuinen overnachten en recreëren. Het Stadsgebied verzoekt het college om bij het beoordelen van geluidsoverlast meer rekening te houden met de milieu- en gezondheidsaspecten vanuit deze parken en deze als geluidsgevoelige objecten, vergelijkbaar met woningen te beschouwen.
De Diemerscheg is daarnaast ongeschikt als locatie voor windmolens, vanwege de belangrijke recreatieve en landschappelijke waarde, het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en de ecologische structuur van Amsterdam. Het is essentieel dat deze verbindingen zorgvuldig worden beheerd en waar mogelijk worden versterkt en uitgebreid. Daarnaast wil het Stadsgebied erop wijzen dat uit eerdere projecten en onderzoeken langs het Amsterdam-Rijnkanaal is gebleken dat er een vleermuizenroute loopt die mogelijk negatief beïnvloed kan worden door de aanleg van windturbines. Zuidoostelijke oever Gaasperplas, Weesperkarspel en Holendrecht Naast de Diemerscheg is een drietal andere voorkeurslocaties benoemd, Gaasperplas, Weesperkarspel en Holendrecht. Holendrecht levert voor het stadsgebied geen direct bezwaar op, gezien de afstand en de ligging nabij snelwegen. De andere twee locaties leiden echter wel tot grote bezwaren vanuit Weesp. De argumentatie is hierbij niet anders dan die voor de Diemerscheg. Weliswaar zijn de locaties Gaasperplas en Weesperkarspel niet binnen het Stadsgebied gelegen, de impact zal daarentegen vergelijkbaar zijn. Zeker met grote windturbines zullen de gevolgen voor landschap, gezondheid en uitzicht groot zijn.
Ondanks de in de plan MER gehanteerde geluidsnormen vindt het Stadsgebied dat gezondheid onvoldoende meegewogen is in de keuzes van het college. Voorwaardelijke volgorde Stadsgebied Weesp benadrukt graag dat het op een positieve wijze meedenkt met het college, ondanks de kritische houding ten aanzien van windmolens en de nu voorliggende locaties. Daarom stelt Weesp voor om een zogenaamde voorwaardelijke volgorde toe te passen. Dit om zowel tegemoet te komen aan de zorgen vanuit het Stadsgebied, zoals hiervoor benoemd, als de opgave om duurzame energie op te wekken. Deze volgorde is als volgt: 1. Als eerste dient de haven maximaal benut te worden voor het toevoegen van windmolens. Vervolgens is als secundaire locatie dan Holendrecht te benutten. Indien dat allemaal onvoldoende mogelijkheden biedt, zou opnieuw het gesprek geopend kunnen worden over de wenselijkheid om aanvullende locaties te onderzoeken, waarbij de bedenkingen vanuit Weesp ten aanzien van Gaasperplas, Weesperkarspel en Diemerscheg blijven bestaan. 2. Wanneer daadwerkelijk windmolens gerealiseerd worden, moeten deze de meest moderne en stille techniek toepassen om daarmee de hinder en impact zo minimaal mogelijk te houden. 3. Op het moment dat de windturbines in gebruik zijn, dienen deze uitgezet te worden op bepaalde momenten, zoals hinderlijke schaduw voor bewoners en bij migratie van vogels. 4.
Het college zou ambitieuzer moeten zijn qua lokaal eigenaarschap. Denk daarbij aan lokale bewonerscoöperaties, waar bijvoorbeeld ook verenigingen van kunnen profiteren.
16
Advies bestuurscommissie: Advies van de bestuurscommissie aan het college van burgemeester en wethouders
Algemeen: De voormalige gemeente Weesp heeft in haar omgevingsvisie verwoord dat het streeft om binnen afzienbare tijd klimaatneutraal te worden. Weesp vindt het van groot belang om hier stappen in te zetten, zowel als het gaat om energiebesparing en isolatie, alsook duurzame energie. Daarbij is echter ook duidelijk verwoord dat Weesp voor duurzame energieopwekking windenergie binnen haar grenzen niet als wenselijke bron ziet en de voorkeur aan zonnepanelen geeft. In eerste instantie zouden daken van woningen en bedrijven maximaal benut moeten worden en daarnaast terreinen in de nabijheid van infrastructuur en ook oplossingen als het overkappen van parkeerplaatsen. Daarbij zou de focus ook moeten liggen op het oplossen van de huidige congestieproblematiek, zodat de verduurzaming van bedrijven en woningen ook daadwerkelijk vaart kan maken. Juist het bijzondere landschap rondom Weesp en Driemond leent zich niet voor grootschalige opwek van windenergie, gezien de nabijheid van onder meer de Diemerscheg, Naardermeer en de Vechtplassen. Niet voor niets is bijvoorbeeld Natuurmonumenten kritisch op windmolens in de nabijheid van bijzondere natuur en landschappen. Daarnaast benadrukt het bestuur van Weesp dat niet alleen Amsterdam zoekgebieden heeft, maar dat ook bijvoorbeeld Diemen windmolens wenst te realiseren in de directe nabijheid van het Stadsgebied.
Tenslotte spelen nog ontwikkelingen in het gebied rondom Weesp voor extra voorzieningen voor de elektriciteits-infrastructuur vanuit Liander en Tennet. Het Stadsgebied vindt dat het college zich onvoldoende rekenschap geeft van deze optelsom die grote consequenties voor de Weespers kan hebben. Locaties In de nabijheid van het Stadsgebied heeft het college vier voorkeurszoekgebieden benoemd voor het realiseren van windmolens. Deze zoekgebieden zijn: Diemerscheg, zuidoostelijke oever van de Gaasperplas, Weesperkarspel en knooppunt Holendrecht. Het Stadsgebied constateert daarnaast dat het college maximaal wil inzetten op het realiseren van windmolens in de haven van Amsterdam. Het Stadsgebied ziet dit als een erkenning voor de visie dat industriegebieden de eerst aangewezen plekken zijn voor industriële windturbines. Wij vragen het stadsbestuur om zich niet blind te staren op de geformuleerde ambitie van 27 MW indien deze nét niet gehaald wordt in de havens. Dat zou namelijk de bewering teniet doen dat in de afweging gezondheid en natuur op de eerste plaats komen. Immers, als gezondheid écht op de eerste plaats komt, dan zou er een harde gezondheidseis geformuleerd moeten worden waaraan elk project buiten de haven zou moeten voldoen. In plaats van een relatieve afweging waarbij het ‘minst ongezonde’ project gekozen wordt om de ambitie te halen.
In dit laatste geval wordt ‘de geformuleerde ambitie’ het doorslaggevende argument, en niet ‘gezondheid en natuur’, zoals het college beweert. Zoals eerder al geformuleerd, staat het Stadsgebied kritisch ten aanzien van alle zoekgebieden, buiten het havengebied. Weesp is het niet eens met de gemaakte afwegingen en keuzes. Het college benoemt dat windturbines geplaatst kunnen worden als er geen “onaanvaardbare risico’s” ontstaan. Hoe worden deze "onaanvaardbare risico's" gedefinieerd en welke boven, en ondergrens is hierbij van toepassing? Hoe is het dan mogelijk dat de huidige voorkeurslocaties naar boven zijn gekomen en waarom zijn de andere locaties afgevallen? Ten aanzien van de voorkeurslocaties in de nabijheid van Weesp geeft het Stadsgebied graag het volgende mee: Diemerscheg: De locatie Diemerscheg ligt binnen de grenzen van het Stadsgebied. Weesp stemt dan ook niet in met deze voorkeurslocatie en wenst dat deze locatie geschrapt wordt uit de plannen. Dit is vanuit het Stadsgebied, zowel vanuit bewoners, organisaties als het bestuur ook in het vorige traject uitvoerig meegegeven, maar helaas moeten we constateren dat de bezwaren niet tot een andere besluitvorming hebben geleid. De landschappelijke impact is erg groot, de gevolgen voor de gezondheid (geluid, schaduwwerking etc.) en het uitzicht vanuit bijvoorbeeld Driemond en Weesp (specifiek Weespersluis) eveneens.
Ook is onvoldoende 17
rekening gehouden met de nabijheid van de volkstuinparken Frankendael en Linnaeus. De impact op de recreatie in deze parken zal groot zijn. Hoewel deze parken niet zijn bedoeld voor permanente bewoning, worden ze van april tot oktober intensief gebruikt door mensen die in hun tuinen overnachten en recreëren. Het Stadsgebied verzoekt het college om bij het beoordelen van geluidsoverlast meer rekening te houden met de milieu- en gezondheidsaspecten vanuit deze parken en deze als geluidsgevoelige objecten, vergelijkbaar met woningen te beschouwen. De Diemerscheg is daarnaast ongeschikt als locatie voor windmolens, vanwege de belangrijke recreatieve en landschappelijke waarde, het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en de ecologische structuur van Amsterdam. Het is essentieel dat deze verbindingen zorgvuldig worden beheerd en waar mogelijk worden versterkt en uitgebreid. Daarnaast wil het Stadsgebied erop wijzen dat uit eerdere projecten en onderzoeken langs het Amsterdam-Rijnkanaal is gebleken dat er een vleermuizenroute loopt die mogelijk negatief beïnvloed kan worden door de aanleg van windturbines. Zuidoostelijke oever Gaasperplas, Weesperkarspel en Holendrecht Naast de Diemerscheg is een drietal andere voorkeurslocaties benoemd, Gaasperplas, Weesperkarspel en Holendrecht.
Holendrecht levert voor het stadsgebied geen direct bezwaar op, gezien de afstand en de ligging nabij snelwegen. De andere twee locaties leiden echter wel tot grote bezwaren vanuit Weesp. De argumentatie is hierbij niet anders dan die voor de Diemerscheg. Weliswaar zijn de locaties Gaasperplas en Weesperkarspel niet binnen het Stadsgebied gelegen, de impact zal daarentegen vergelijkbaar zijn. Zeker met grote windturbines zullen de gevolgen voor landschap, gezondheid en uitzicht groot zijn. Ondanks de in de plan MER gehanteerde geluidsnormen vindt het Stadsgebied dat gezondheid onvoldoende meegewogen is in de keuzes van het college. Hier wijzen wij er wederom op dat in het beslismodel van het college ‘ambitie’ boven ‘gezondheid’ gaat. Aanvullende eisen aan initiatiefnemers Tot slot missen wij in het ontwerp-PWA aanvullende eisen die gesteld zouden moeten worden aan mogelijke initiatiefnemers: • Garanties dat de meest moderne en stille motors gebruikt worden, met het oog op omwonenden. • Garanties dat de windturbines stilgezet worden op momenten dat deze extra hinderlijk zijn voor omwonenden of natuur. • Garanties dat omwonenden gecompenseerd worden voor de overlast die zij ervaren. Niet zozeer door lokaal eigenaarschap, wat wij als een zeer onrealistisch en onhandig businessmodel zien.
Maar gewoon door een korting op de energierekening, van bijvoorbeeld 5 cent / KWh voor alle omwonenden binnen een straal van 2 km.
18
C.4 Gevraagd advies Stadsdeel Zuidoost Adviesaanvraag college aan Stadsgebied Zuidoost Invullen door de directie Ruimte en Duurzaamheid:
Onderwerp adviesaanvraag:
Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030
Portefeuille: Directie: Datum behandeling staf WH Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies: Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:
Duurzaamheid R&D/ afdeling Duurzaamheid 22 april 2024 (staf WH vrijgave PWA)
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Ja Bij het proces van opstellen van het ontwerp-PWA en Plan-MER is het stadsdeel betrokken en geïnformeerd. Tijdens diverse BOSS overleggen is de portefeuillehouder geïnformeerd over het proces en de stand van zaken. Tevens zijn de stadsdeelcollega’s op ambtelijk niveau betrokken en geconsulteerd bij de verschillende stappen in de voortgang. Van 23 mei 2024 t/m 17 juli 2024 loopt de zienswijzeperiode van het ontwerpPWA en Plan- MER. Tijdens deze periode wordt het stadsdeel tevens benaderd voor gevraagd advies.
14 mei 2024 (collegebesluit vrijgave PWA) 17 juli 2024 (einde tervisielegging periode) RESAmsterdam@amsterdam.nl 1. Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2. Plan-MER Windenergie t.b.v. Programma Windenergie Amsterdam 2030 3. Plan-MER Windenergie Amsterdam Technische bijlage 4. Notitie Reikwijdte en Detailniveau – plan-MER windenergie Amsterdam 5. Nota van beantwoording – Notitie Reikwijdte en Detailniveau Plan-MER Programma Windenergie Amsterdam 12 juli 2023 6. Onderzoek en advies financiële participatie Amsterdamse wind & zon 7. Sociale aspecten zoekgebieden Programma Windenergie Amsterdam 8. SARA-Advies op hoofdlijnen 9. Reactie op SARA-advies cpt Plan-MER en cpt Programma Windenergie Amsterdam
Als onderdeel van het participatieproces vinden er fysieke informatiemarkten plaats in de stadsdelen met aangewezen gebieden, een digitale informatiebijeenkomst (Webinar) en technische sessies waar portefeuillehouders, stadsdeelcommissieleden, gemeenteraadsleden en buurmeenten over de inhoud van beide producten vragen kunnen stellen.
Invullen door stadsdeel Stadsdeel: Procesbegeleider: Datum weekstart/staf: Datum stadsdeelcommissie:
Zuidoost Doritha Van Frederici, stadsdeel Zuidoost 11 juni 2024 11 juni, 25 juni & 9 juli 2024
19
Datum dagelijks bestuur: Registratienr.(optioneel):
16 juli 2024 …
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en Stadsgebied Amsterdam 2022: (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of (art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur Het college vraagt het dagelijks bestuur te adviseren op het Ontwerp-Programma Windenergie Amsterdam 2030 waarin de voorgenomen beleidskeuzes staan en daarbij in ieder geval in te gaan op: • De aangewezen gebieden waar windturbines gerealiseerd mogen worden; • De afgevallen gebieden in Amsterdam windturbines niet mogelijk zijn; • De afweging die het college hanteert om tot deze keuzes te komen; • En de randvoorwaarden waaronder realisatie van windturbines in de projectfase mogelijk is. Het college verzoekt het dagelijks Bestuur expliciet om, gezien het maatschappelijk debat over deze stadsbrede opgave, in het advies ook aandacht te besteden aan eventuele minderheidsstandpunten die de binnen het stadsdeel leven. Het advies dient uiterlijk 17 juli 2024 te zijn ontvangen, zodat dit kan worden meegenomen in de besluitvorming van het college. De opgave in het ontwerp-PWA is om voor 2030 tenminste 127 MW opgesteld vermogen windenergie te realiseren op het eigen grondgebied. Die 127 MW is als volgt onderverdeeld: • Begin 2021 staan er 28 windturbines in Amsterdam met een gezamenlijk vermogen van 75 MW • De resterende opgave tot 2030 is om tenminste 52 MW aan windenergie te realiseren.
• Een deel van de opgave, goed voor ongeveer 25 MW vermogen is recent al vergund (RWZI Westpoortweg, 9,2 MW) • of is in voorbereiding (Noorder IJ-plas / Cornelis Douwesterrein, ca. 16MW). • Daarmee resteert een opgave van 27 MW Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
20
Algemeen: Het dagelijks bestuur van Zuidoost wil een betekenisvolle bijdrage leveren aan de energietransitie en de opgave uit de Regionale Energiestrategie Amsterdam (RES). Het dagelijks bestuur staat positief tegenover de vastgestelde doelstelling van het college (coalitieakkoord) om in te zetten op het benutten van windenergie “zonder dat hiervoor onaanvaardbare gezondheidsrisico’s ontstaan of dat de natuur te veel wordt belast’’. Zo dragen we bij aan de vermindering van klimaatverandering en wekken we als stad zelf groene energie op. Het college heeft vier voorkeurszoekgebieden - onder voorwaarde dat deze voldoende geschikt bevonden worden - voor het realiseren van één of meer windturbines in Zuidoost. Deze voorkeurszoekgebieden zijn: Zuidoostelijke oever van de Gaasperplas, Weesperkarspel, Diemerscheg en knooppunt Holendrecht. Het dagelijks bestuur vindt het fijn om te lezen dat de selectie van de gebieden zorgvuldig is afgewogen op basis van aantal milieuaspecten, waaronder geluid, veiligheid, natuur en landschap. Tegelijkertijd vindt het dagelijks bestuur dat de manier hoe er is afgewogen, welk aspect meer impact heeft op het ander en waardoor er keuzes zijn gemaakt niet helder.
Het dagelijks bestuur vraagt het college inzicht te verschaffen in deze afwegingen (gemaakt aan de hand van verschillende criteria) en de weging van de criteria die leiden tot het besluit een gebied aan te merken als aangewezen gebied. Zo is er veel discussie over de afstand tussen een windtribune en gevoelige objecten. Het dagelijks bestuur vindt dat de voorkeur uitgaat naar het plaatsen van de windmolens in het havengebied. Op basis van uitvoerige consultatie met bewoners adviseert het dagelijks bestuur volgende: Zuidoostelijke oever Gaasperplas: Ondanks dat er onderzoek is gedaan naar de effecten van windturbines op de omgeving en de bewoners van het gebied zijn er vanuit Zuidoost grote bezwaren op het voorkeursalternatief Zuidoostelijke oever Gaasperplas. Het park Gaasperplas is ruim 40 jaar oud en daarmee is het hoog tijd om het gebied aan te pakken en gereed te maken voor de toekomst. Het wordt een toegankelijk park met goede verbindingen naar andere groene gebieden in de buurt, meer soorten planten en dieren en betere fiets- en wandelpaden. Een plek waar bewoners uit Zuidoost, andere Amsterdammers en inwoners uit de regio fijn kunnen sporten, spelen en ontspannen. Na een intensief participatietraject met bewoners is het ontwerp Vernieuwing Gaasperpark tot stand gekomen.