13. Bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188 toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Overschiestraat 182 En 188
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Overschiestraat 182 en 188
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.F2207BPGST-VG01
Datum print
16 November 2023
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1
5 Inleiding
7
Aanleiding Vigerend juridisch planologisch kader Transformatie Schinkelkwartier Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier Crisis- en Herstelwet Leeswijzer
7 8 9 11 11 12
Beschrijving plangebied
13
Plangrenzen Onstaansgeschiedenis Ruimtelijke structuur Functionele structuur
13 13 14 15
Planbeschrijving
17
Transformatie Schinkelkwartier Riekerpark - Sloterstrip Functionele structuur Ruimtelijke structuur
17 18 20 21
Beleidskader
23
Algemeen ruimtelijk beleid Wonen Economie
23 31 33
Omgevingseffecten
37
Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier Duurzame inrichting Mobiliteit Gezonde en veilige leefomgeving Energie en circulariteit
37 40 76 90 132
Juridische planbeschrijving
139
Inleiding Verbeelding Planregels Artikelsgewijze toelichting
139 139 139 140
Economische uitvoerbaarheid
145
Inleiding Wet- en regelgeving Kostenverhaal Conclusie
145 145 145 146
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
147
Inleiding
147
Gemeente Amsterdam
blz. 4
8.2 8.3 8.4
Inspraak en maatschappelijk overleg Wettelijk vooroverleg Bestemmingsplanprocedure
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
147 147 149
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Amsterdam heeft als doel om Schinkelkwartier te transformeren van een geïsoleerd werkgebied tot een inclusieve, levendige en groene stadswijk die goed verbonden is met de omgeving. Onderdeel van dit voornemen is voorliggend plan om de huidige kantoren aan de Overschiestraat 182 en 188 te slopen en een nieuwbouw appartementencomplex met voorzieningen te realiseren. De locatie maakt onderdeel uit van het transformatiegebied Schinkelkwartier (deelgebied Sloterstrip grenzend aan deelgebied Riekerpark). Het totale programma heeft een omvang van maximaal 30.500 m2 bvo, waarvan maximaal 96 procent bestaat uit woningen en circa 4-10 procent uit voorzieningen. In absolute zin komt dit overeen met 380 tot 430 appartementen en maximaal 3.050 m2 bvo aan voorzieningen in de plint (begane grond). Tevens voorziet het plan in ontsluiting en een ondergrondse parkeervoorziening voor auto's en fietsen. De maximale bouwhoogte aan de westzijde en bedraagt 34 m. Dit programma en verschillende ruimtelijke en milieukundige randvoorwaarden zijn vastgelegd in de bij het plan behorende bouwenvelop (Gemeente Amsterdam, Bouwenvelop Overschiestraat 182 en 188, 23 december 2021). Deze bouwenvelop vormt de basis voor de ontwikkeling en de juridische vertaling daarvan in voorliggend bestemmingsplan. De bouwenvelop is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan.
Figuur 1: Transformatiegebied Schinkelkwartier met deelgebieden en plangebied Overschiestraat 182 en 188
Gemeente Amsterdam
blz. 8
1.2
Vigerend juridisch planologisch kader
Er gelden voor het plangebied de volgende bestemmingsplannen: 1. Nieuwe Meer e.o., vastgesteld op 26 juni 2013; 2. Grondwaterneutrale kelders, vastgesteld op 7 oktober 2021; 3. Drijvende bouwwerken, vastgesteld op 18 september 2019. Bestemmingsplan 'Nieuwe Meer e.o.' Het bestemmingsplan Nieuwe Meer e.o. is vastgesteld op 26-06-2013. De volgende bestemmingen zijn van toepassing op het plangebied: Enkelbestemming Kantoor; Enkelbestemming Groen-2; Enkelbestemming Verkeer-1; Maximale bouwhoogte 10, respectievelijk 18 m; Gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerszone (LIB artikel 2.2.3).
Figuur 2: Uitsnede vigerende bestemmingsplan Nieuwe Meer e.o. Het beoogde bouwplan is in strijd met deze bestemmingen en bouwregels en mede aanleiding voor het opstellen van voorliggend bestemmingsplan. Het nieuwe bestemmingsplan 'Overschiestraat 182 en 188' heeft de volgende doelstellingen: 1. Het borgen van het beoogde plan en de randvoorwaarden die daarvoor zijn opgenomen in de bouwenvelop; 2. Het functioneren als toetsingskader voor de transformatie van het gebied; 3. Het borgen van de uitkomsten van het OER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure. Bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 9
Het plangebied ligt in overige zone 2. Ter plaatse van de gebiedsaanduidingen 'overige zone 1' en 'overige zone 2' zijn de betreffende gronden, naast de daarvoor aangewezen andere bestemmingen en aanduidingen, mede bestemd voor de bescherming van het belang van grondwaterneutraal bouwen als genoemd in 1.13. 1.13: het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren, en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico's op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. Bestemmingsplan 'Drijvende bouwwerken' Het bestemmingsplan Drijvende bouwwerken is vastgesteld op 18 september 2019 en is opgesteld naar aanleiding van de op 1 januari 2018 in werking getreden Wet Verduidelijking voorschriften woonboten. Er zijn geen bestemmingen die van toepassing zijn op het plangebied van de Overschiestraat 182 en 188. Voorbereidingsbesluiten Op het plangebied liggen twee voorbereidingsbesluiten. Dit betreft; Darkstores/flitsbezorgers, gem. Amsterdam, voorbereidingsbesluit vastgesteld 26 januari 2022; Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voorbereidingsbesluit vastgesteld 16 februari 2022.
Zowel darkstores/flitsbezorgers en/of hyperscale datacenters zijn niet voorzien in het plangebied. Het plan is hiermee niet in strijd met beide voorbereidingsbesluiten.
1.3
Transformatie Schinkelkwartier
Schinkelkwartier is in de huidige situatie voornamelijk een werkgebied. Schinkelkwartier heeft een grote aantrekkingskracht op jonge innovatieve bedrijven en er liggen kansen om het gebied intensiever te gebruiken en te transformeren naar een divers en duurzaam werk- en woongebied. Schinkelkwartier kent echter ook beperkingen. Er ontbreekt een goede infrastructuur, het gebied is relatief slecht bereikbaar met openbaar vervoer en er liggen verschillende milieucontouren over het gebied heen. Principenota Het college van B&W heeft op 12 februari 2019 de principenota Schinkelkwartier vastgesteld, waarin een aantal hoofdlijnen geschetst zijn waarop in volgende fasen concrete plannen voor Schinkelkwartier kunnen worden uitgewerkt. De principenota geeft richting aan planontwikkeling van de gemeente en van private partijen om de volgende ambitie voor Schinkelkwartier waar te maken: transformatie van een perifere en monofunctionele stadsrand tot een intensief gebruikt, innovatief, divers en duurzaam Amsterdams stadsgebied. Een stadswijk die bij uitstek kan voldoen aan de vraag naar wonen en werken in een aantrekkelijke gemengde omgeving. Om de kansen binnen Schinkelkwartier te kunnen benutten en de uitdagingen aan te pakken is een samenhangend toekomstperspectief met haalbaarheidsonderzoek voor dit gebied gewenst. Dit heeft geleid tot de projectnota.
Projectnota De projectnota Schinkelkwartier is op 14 december 2021 door het college van B&W vastgesteld en is
Gemeente Amsterdam
blz. 10
het resultaat van de haalbaarheidsfase. In de projectnota is als ambitie geformuleerd: het transformeren van een geïsoleerd werkgebied tot een inclusieve, levendige en groene stadswijk die goed verbonden is met de omgeving. Met ruimte voor 11.000 woningen, 1.020.000 m2 werkruimte (ten opzichte van circa 700.000 m2 in de huidige situatie) en 450.000 m2 maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Schinkelkwartier als geheel heeft een goede hoofdstructuur nodig om de ambities in dit gebied waar te kunnen maken. Daarom is in de projectnota een stedenbouwkundig kader opgenomen, waarmee richting gegeven kan worden aan de definitieve uitwerking van stedenbouwkundige plannen. Gelijktijdig met de projectnota is een Omgevingseffectrapport (OER) opgesteld (Gemeente Amsterdam en Antea Group, Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier). De uitkomsten van het concept OER, waarin de effecten en alternatieven zijn beoordeeld, zijn richtinggevend geweest voor de hoofdkeuzes in de projectnota. Na vaststelling van de projectnota zijn in het OER de effecten van die vastgestelde projectnota beoordeeld. De projectnota bevat de volgende zes ambities voor Schinkelkwartier: Stedelijkheid: bij een intensief gebruikt woon- en werkgebied hoort een hoge dichtheid (floor space index van bijna 2).
En om de functies goed te mengen wordt een verhouding tussen wonen en werken aangehouden van 1:1; Ruimtelijke kwaliteit: Schinkelkwartier moet een aantrekkelijke en klimaatbestendige wijk worden. De openbare krijgt een hoge gebruiks- en belevingswaarde, waarbij verschillende waarden behouden en versterkt worden. Daarbij hoort een goede afwisseling tussen levendigheid en rust; Bereikbaarheid: bij een gebied met een hoge dichtheid hoort een centrum-stedelijk mobiliteitsprofiel. Dat draagt ook bij aan andere ambities als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. Goede loop/fietsvoorzieningen en goede bereikbaarheid per openbaar vervoer zijn randvoorwaarden; Gezondheid en veiligheid: Schinkelkwartier moet een gezonde en veilige leefomgeving zijn. De milieu-invloeden van verkeer en bedrijven op de gezondheid moeten zoveel mogelijk beperkt worden en mogen niet leiden tot onaanvaardbare risico's. De inrichting van Schinkelkwartier moet gezond leven stimuleren; Duurzaamheid: binnen de wijk wordt gebruik gemaakt van een duurzaam energiesysteem. Duurzaam ruimtegebruik vraagt ook een flexibel gebouwde omgeving die adaptief kan reageren op maatschappelijke verandering. Ingezet wordt op circulariteit en hergebruik van grondstoffen en reductie van afval Sociale inclusiviteit: segregatie op de woon/arbeidsmarkt moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
Andere wijken in stadsdelen Zuid en Nieuw-West kunnen ook profiteren van de nieuwe voorzieningen in Schinkelkwartier. Dat kan bijdragen aan sociale samenhang en gelijke kansen. Om de bovengenoemde ambities binnen Schinkelkwartier waar te kunnen maken in het transformatieproces heeft de gemeente de volgende ontwikkelstrategie vastgesteld. Omdat de transformatie alleen mogelijk is als private partijen investeren regisseert de gemeente waar het moet en faciliteert waar het kan. De gemeente schept de juiste voorwaarden voor private initiatieven en biedt per deelgebied toegesneden ontwikkelruimte en zorgt voor een helder stedenbouwkundig raamwerk. Tot slot zal de gemeente ook zelf investeringsruimte moeten maken voor bepaalde maatregelen in de openbare ruimte per project of een deelgebied. Actieve grondverwerving kan nodig zijn om maatschappelijke voorzieningen te realiseren of openbare ruimte aan te kunnen leggen. Het zal waarschijnlijk meer dan 25 jaar duren voordat de beoogde eindsituatie van Schinkelkwartier is bereikt. Er wordt ruimte geboden aan tijdelijke initiatieven, spontane ontwikkeling en ondernemerschap wordt aangemoedigd en gefaciliteerd. De gemeente stelt geen nieuw bestemmingsplan voor het gehele gebied vast om de volledige transformatie van Schinkelkwartier mogelijk de maken.
De transformatie zal geleidelijk gaan en op deze manier kan altijd maatwerk worden geboden per plan of project dat definitief tot ontwikkeling komt. Er zullen dus diverse planologische besluiten binnen Schinkelkwartier worden genomen, waaronder voorliggend plan voor Overschiestraat 182 en 188. bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 11
In paragraaf 3.1 en 3.2 wordt nader uiteengezet welk programma is bepaald voor Schinkelkwartier en op welke wijze de ontwikkeling Overschiestraat 182 en 188 passend is binnen de projectnota Schinkelkwartier.
1.4
Omgevingseffectrapport (OER) Schinkelkwartier
Bij nieuwe ontwikkelingen dient beoordeeld te worden of de beoogde ontwikkeling m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Een m.e.r.-beoordeling is een beoordeling of bij een ontwikkeling belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. De transformatie van Schinkelkwartier met het beoogde programma is een m.e.r.-beoordelingsplichtige ontwikkeling. De ontwikkeling valt onder de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Omdat belangrijke nadelige milieugevolgen voor de gehele ontwikkeling binnen Schinkelkwartier niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is voor Schinkelkwartier een Milieueffectrapport (MER) opgesteld en wordt een m.e.r. procedure doorlopen. In de geest van de aanstaande Omgevingswet is voor Schinkelkwartier het MER opgesteld als Omgevingseffectrapport (OER). Het OER Schinkelkwartier heeft een brede reikwijdte waarin alle aspecten van de fysieke leefomgeving zijn betrokken.
Het OER met bijbehorende bijlagen is opgenomen als bijlagen 2 t/m 6 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Het doel van een m.e.r.-procedure is om in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen het milieubelang volwaardig mee te nemen. De m.e.r.-procedure, waarmee het OER Schinkelkwartier uiteindelijk bestuurlijk wordt aanvaard, is gekoppeld aan een bestemmingsplan voor een concrete ontwikkeling in Schinkelkwartier. Het voorliggende plan, het bestemmingsplan voor Overschiestraat 182 en 188, is het eerste ruimtelijk besluit dat voorziet in de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. De m.e.r.-procedure voor Schinkelkwartier is dan ook aan dit bestemmingsplan gekoppeld. In voorliggend bestemmingsplan is waar mogelijk gebruik gemaakt van de (globale) onderzoeken uit het OER en zijn de uitkomsten van het OER geborgd. Het bestemmingsplan is aan de omgevingsaspecten en spelregels uit het OER getoetst. Deze toetsing is opgenomen in hoofdstuk 5 en is als bijlage 7 bij deze toelichting toegevoegd.
1.5
Crisis- en Herstelwet
De Crisis- en herstelwet (Chw) beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen ter bestrijding van de laatste economische crisis. De ontwikkeling van dit bestemmingsplan is aan te merken als een project als bedoeld in artikel 3.1 van bijlage 1 van de Chw. Schinkelkwartier is als onderdeel van Koers 2025 in de '17e tranche Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet' aangewezen als duurzaam innovatief experiment. Dit maakt het mogelijk om, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, met nieuw juridisch instrumentarium te kunnen werken. Zo kan worden geëxperimenteerd met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. Daardoor kan een plantermijn van 20 jaar worden gehanteerd, is globaal onderzoek mogelijk en kunnen flexibele kaders (spelregels uit het MER) worden opgesteld die passen bij gefaseerde ontwikkeling. De projecten in het kader van Koers 2025 zijn opgenomen in artikel 7c, lid 17 van het Besluit uitvoering
Gemeente Amsterdam
blz. 12
Crisis- en herstelwet. De bepalingen van artikel 7c zijn hierdoor op het bestemmingsplan 'Overschiestraat 182 en 188' van toepassing, waardoor een bestemmingsplan met een verbrede reikwijdte kan worden opgesteld. Hierdoor wordt het onder meer mogelijk om: In het bestemmingsplan regels op te nemen waarvan de uitleg bij de uitoefening van een bij die regels aan te geven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Daarbij kan worden bepaald dat de beleidsregels worden vastgesteld door de raad of door het college van B&W; Kostenverhaal uit te stellen tot bij een omgevingsvergunning voor het bouwen; Af te wijken van geluidwetgeving om het akoestisch onderzoek beter af te stemmen op het detailniveau en de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan; Het besluit hogere waarden deel uit te laten maken van het bestemmingsplan. Het bevoegd gezag mag deze experimenteerruimte benutten maar is daartoe niet gehouden. Tot slot brengt dit alles met zich mee dat bij een eventueel beroep alle beroepsgronden in het beroepschrift moeten worden opgenomen en deze na afloop van de beroepstermijn niet meer kunnen worden aangevuld. Verder verloopt de behandeling van het beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State versneld.
1.6
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden bij de bestemmingsplanregeling (relevant beleid en resultaten van uitgevoerde onderzoeken). De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 8 hoofdstukken. Volgend op deze inleiding zijn dat: Hoofdstuk 2: Beschrijving plangebied Hoofdstuk 3: Planbeschrijving Hoofdstuk 4: Beleidskader Hoofdstuk 5: Omgevingseffecten Hoofdstuk 6: Juridische planbeschrijving Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8: Maatschappelijke uitvoerbaarheid
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 13
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Plangrenzen
Het plangebied ligt ten noorden van de A4 en ten westen van de A10. Ten noorden van het plangebied ligt de Henk Sneevlietweg (s107). Ten oosten van het plangebied bevindt zich een metrospoor en treinspoor. Het dichtstbijzijnde metrostation is de Henk Sneevlietweg, op circa 5 minuten lopen. Kadastraal betreft het perceel 4996.
Figuur 3: Plangebied Overschiestraat 182 en 188 Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
2.2
Onstaansgeschiedenis
Het plangebied Overschiestraat ligt binnen Schinkelkwartier, dat tot het midden van de twintigste eeuw bestond uit de Riekerpolder, de Sloterbinnenpolder en de Middelveldse gecombineerde polders. Deze polders werden doorsneden door de Sloterweg, de historische route van Amsterdam naar Leiden tussen het dorp Sloten en de Overtoomsesluis. Als onderdeel van de uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan (1935) werden in de naoorlogse jaren het dijklichaam van het ringspoor en een bedrijventerrein langs de Schinkel aangelegd. In de jaren zestig werd begonnen met de aanleg van de tuinstad Westlandgracht en de ringweg A10. Ook verdween de
Gemeente Amsterdam
blz. 14
oude Sloterweg om plaats te maken voor de fabrieken en kantoren. Met de aanleg van de infrastructuur en het ophogen van de tussenliggende gebieden zijn de oorspronkelijke polderverkaveling en de historische bebouwing grotendeels verloren gegaan. De Henk Sneevlietweg werd als vervangende route voor de auto aangelegd, om niet veel later zelf deels overbodig te worden door de verlenging van de A4 tot knooppunt Nieuwe Meer. De tussenliggende poldergebieden werden opgehoogd en deels ingericht als bedrijventerrein en deels als sportterrein, terwijl zich langs de Johan Huizingalaan diverse medische instellingen vestigden. In jaren negentig werd ook de Riekerpolder bij de A4 ontwikkeld tot kantoorgebied. Schinkelkwartier kreeg een metro-ontsluiting toen bij aanleg van de ringlijn een station tussen de Henk Sneevlietweg en de Vlaardingenlaan werd gerealiseerd. De kantoren aan de Overschiestraat (182), zijn ook in de jaren negentig gebouwd.
2.3
Ruimtelijke structuur
Het plangebied ligt in het deelgebied Sloterstrip en grenst aan het deelgebied Riekerpark, in het stadsdeel Nieuw West. Ten noorden van het plangebied ligt de Henk Sneevlietweg, dit is de hoofdontsluiting van het autoverkeer in Schinkelkwartier naar de A10. Ten oosten van het plangebied ligt de A10 en ten zuiden de A4. Direct ten westen en ten zuiden van het plangebied zijn watergangen en een groenstrook aanwezig, die deel uitmaken van de hoofdgroenstructuur respectievelijk ecologische structuur.
Figuur 4: Aanzicht kantoorgebouwen Overschiestraat 182 en 188
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 15
2.4
Functionele structuur
Het plangebied Overschiestraat ligt binnen Schinkelkwartier. Van oudsher is Schinkelkwartier een vestigingslocatie voor ruimte-extensieve functies zoals bedrijven, kantoren, zorginstellingen en uiteenlopende perifere functies, zoals sportvelden, tijdelijk wooncomplex voor statushouders en studenten, distributiecentra, opslag en stalling, datacenters, hulpwarmtecentrale en stadsdeelwerf. Het plangebied heeft een kantoorfunctie, zie ook figuur 5.
Figuur 5: Huidige niet-woonfuncties in het Schinkelkwartier, plangebied Overschiestraat (rode kader)
Gemeente Amsterdam
blz. 16
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 17
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Transformatie Schinkelkwartier
In de projectnota Schinkelkwartier (vastgesteld op 14 december 2021) is de haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier beoordeeld en zijn keuzes gemaakt over de benodigde maatregelen, de ruimtelijke inpassing en het programma op hoofdlijnen. De ambitie van de gemeente voor Schinkelkwartier is het transformeren van een geïsoleerd werkgebied tot een inclusieve, levendige en groene stadswijk die goed verbonden is met de omgeving. Met ruimte voor 11.000 woningen, 1.020.000 m2 werkruimte (ten opzichte van circa 700.000 m2 in de huidige situatie) en 450.000 m2 maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Een gebied waar straks 22.000 mensen wonen en 45.500 mensen werken. Om deze ambitie te vertalen in een stedenbouwkundig kader en een ontwikkelstrategie zijn (mede in het kader van het OER) diverse adviezen ingewonnen, onderzoeken uitgevoerd en alternatieven beoordeeld en afgewogen. Op basis hiervan zijn in de projectnota de volgende richtinggevende keuzes gemaakt: Voorwaarde voor Schinkelkwartier is een uitbreiding en opwaardering van het groen. De voorkeur gaat uit naar buurtparken, groene binnenterreinen en groene routes, zodat groen op loopafstand bereikbaar is. De doorstroming, het bergend vermogen en de kwaliteit van het water moeten verbeterd worden om een toekomstbestendige waterhuishouding en -structuur te realiseren.
De binnen Schinkelkwartier aanwezige cultuurhistorische waarden moeten zo veel mogelijk worden gerespecteerd. De bereikbaarheid van Schinkelkwartier met openbaar vervoer moet worden verbeterd, door aanpassing van metrostation Henk Sneevlietweg naar een meer centrale ligging in het gebied en op termijn een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding. Er moeten nieuwe fietsverbindingen komen met een fietsbrug over de Schinkel. Tot slot wordt uitgegaan van een beperkter aantal autoparkeerplaatsen. Er zijn geluidafschermende maatregelen nodig om geluidgevoelige functies in Schinkelkwartier mogelijk te maken. Goede opties zijn geluidwerende voorzieningen langs de A4, langs de A10 en langs de spoorbanen. Woningen moeten een stille zijde hebben. De fasering en uitwerking van de maatregelen worden in een strategisch geluidplan nader uitgewerkt. Het plangebied ligt in de LIB-5 zone van Schiphol. Om de blootstelling aan luchtvaartgeluid te beperken worden gebiedsgerichte maatregelen getroffen, zoals afstanden tussen de gevels aanhouden, loggia's, geluidabsorberende gevelmaterialen, isolatie en veel groen. In Schinkelkwartier zijn bedrijven met een milieucontour aanwezig. Om wonen hier mogelijk te maken zal geluidzonering van Schinkelhaven moeten worden aangepast en zijn aanvullende keuzes nodig met betrekking tot de toekomst van enkele bedrijven.
In Schinkelkwartier moet een duurzame energievoorziening worden aangelegd. Definitieve beslissingen zullen per deelgebied in de volgende planfase worden genomen. Voor inzameling van afval is de wens om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande inzamelmethoden. Het is de ambitie om binnen of nabij Schinkelkwartier een circulair ambachts-/bouwmaterialencentrum te ontwikkelen.
Schinkelkwartier transformeert naar een inclusieve, levendige en groene stadswijk met circa 2.470.000 m² bvo woningen, kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het programma op hoofdlijnen is als volgt: 11.000 nieuwe woningen (40% sociale huur, 40% middelduur huur en koop en 20% vrije sector). Er ontstaat ruimte voor 1.020.000 m² bvo voor kantoren en bedrijven waardoor 45.000 arbeidsplaatsen kunnen ontstaan. Per deelgebied is ruimte voor een functiemix met elk hun eigen Gemeente Amsterdam
blz. 18
accent. Maatschappelijke voorzieningen moeten de sociale cohesie in de wijk versterken. Dit maakt een stadswijk leefbaar en toekomstbestendig. In Schinkelkwartier is ruimte voor 7 'alles in een scholen'. De scholen worden gecombineerd met andere maatschappelijke voorzieningen en de speelpleinen krijgen een openbaar karakter zodat het ook een ontmoetingsplek in de wijk wordt. Er is ruimte voor één gezondheidscentrum, zes huisartsenpraktijken, vier maatschappelijke centra, drie opvanglocaties en twee ruimten voor dagbesteding en opvang. Voorlopig wordt gedacht aan vier culturele voorzieningen en negen locaties voor kunst in de openbare ruimte. Sportvoorzieningen moeten mee kunnen groeien met de wijk. Voor elk deelgebied is een eigen sportprogramma opgesteld. Ook wordt rekening gehouden met dertig speelplekken en tien speelvelden. In Schinkelkwartier zijn al waardevolle groene gebieden aanwezig. Deze worden versterkt en beter ontsloten (Schinkeloever en park van IBM). Langs de spoordijken liggen groenstroken. In de directe omgeving van Schinkelkwartier liggen diverse parken die benut en bezocht kunnen worden door de inwoners. De planning van de transformatie van Schinkelkwartier wordt voornamelijk bepaald door private partijen. Een getailleerde planning kan dan ook niet worden vastgesteld.
Wel wordt al ingezet op investeren in infrastructuur en openbare ruimte waar dit de ontwikkeling van Schinkelkwartier het meeste stimuleert. Verplaatsing van kabels en leidingen en inrichten van openbare ruimte zal gekoppeld aan projecten plaatsvinden. Het realiseren van voorzieningen gaat zoveel mogelijk gelijk op met het realiseren van woningen. Tot 2030 worden al wel aan de volgende infrastructurele ingrepen en geluidmaatregelen in Schinkelkwartier gewerkt: Verbetering van het busvervoer over bestaande wegen; Een langzaamverkeersroute over de Nieuwe Sloterweg met een brug over de Schinkel; Voorbereiding van aanpassing van het metrostation Henk Sneevlietweg met aansluiting op Nieuwe Sloterweg; Herprofilering van de Johan Huizingalaan; Plaatsing van geluidsschermen langs de A10 en de sportvelden; Aanleg van het eerste deel van de parkwal langs de A4. De projectnota verdeelt Schinkelkwartier in verschillende deelgebieden (zie ook figuur 1). Per deelgebied zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten beschreven. De ontwikkeling aan de Overschiestraat 182 en 188 is gelegen binnen deelgebied Sloterstrip, maar sluit ook aan bij deelgebied Riekerpark. In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan.
3.2
Riekerpark - Sloterstrip
Het plangebied Overschiestraat 182 en 188 ligt in weliswaar in het deelgebied Sloterstrip aan de Henk Sneevlietweg, maar vanuit ruimtelijk oogpunt is het meer onderdeel van deelgebied Riekerpark. In deze paragraaf wordt daarom ook het deelgebied Riekerpark verder beschreven. Onderstaande afbeelding geeft de raamwerkkaart weer en de bredere context van de herontwikkeling van het plangebied (bron: bouwenvelop Overschiestraat 182 en 188, 23 december 2021).
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 19
Figuur 6: Plangebied op de grens van Sloterstrip en Riekerpark 3.2.1
Riekerpark
Het deelgebied Riekerpark werd in de jaren zestig in gebruik genomen als sportpark, maar deze functie is de afgelopen jaren afgebouwd. Momenteel biedt het park ruimte aan twee bijzondere tijdelijke voorzieningen: het Startblok, een complex met 500 woningen voor een mix van studenten en statushouders, en de Kaskantine, een zelfvoorzienend café-restaurant dat in de zomer zijn deuren opent. Aan de Overschiestraat, in het noorden van de buurt, staan enkele kantoor- en bedrijfsgebouwen uit de jaren tachtig en negentig. Deelgebied Riekerpark wordt een woonbuurt waarin de nadruk ligt op gezinnen, veel groen en een breed scala aan voorzieningen. In de buurt komen ook kleinschalige bedrijfsruimten en woonwerkgebouwen voor kenniswerkers en creatieve ondernemers. Om wonen in Riekerpark mogelijk te maken zijn langs de randen geluidwerende maatregelen nodig (zie hoofdstuk 5). Gedacht wordt aan een parkwal aan de zuidzijde langs de A4, een aaneengesloten en relatief hoge eerstelijnsbebouwing aan de oostkant, geluidschermen langs de A10 en aan de westkant
Gemeente Amsterdam
blz. 20
aaneengesloten eerstelijnsbebouwing en geluidschermen langs het metrospoor. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is door de ligging naast het nieuwe metrostation Riekerpark erg goed. Dit station krijgt een uitgang aan de (door te trekken) Nieuwe Sloterweg. Voor het langzaam verkeer, komen er aantrekkelijke routes die aansluiten op het netwerk in de omgeving, zodat iedereen snel en veilig zijn bestemming kan bereiken. De autobereikbaarheid is goed, maar binnen het overgrote deel van de buurt heeft langzaam verkeer de prioriteit en geldt een 30 kilometerregime. Bepalend voor de structuur van Riekerpark is een centraal buurtpark, een groene ruimte met veel water en diverse faciliteiten voor informeel sport en spel. Het waterpeil wordt hier verlaagd, bij voorkeur naar een peil dat aansluit op het omliggende polderpeil. Het park krijgt daardoor een lage ligging om maximaal contact tussen land en water mogelijk te maken. 3.2.2
Sloterstrip
De Sloterstrip is een langgerekt deelgebied tussen de Henk Sneevlietweg en de Vlaardingenlaan/Aletta Jacobslaan, beginnend bij het Aalsmeerplein en eindigend bij de Johan Huizingalaan. Beeldbepalend is vooral de Henk Sneevlietweg, ooit onderdeel van de autosnelweg naar Den Haag, waar de auto dominant is. De verandering van Sloterstrip heeft veel te maken met de aanpassingen aan de Henk Sneevlietweg. Dit is nu vooral een straat voor autoverkeer. In de toekomst wordt het een stadstraat met meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Met een brede stoep, woningen, kantoren en winkels en voorzieningen op de begane grond. Deze functies richten zich dan meer naar de Henk Sneevlietweg toe. Een goed voorbeeld van de Henk Sneevlietweg van de toekomst is de Wibautstraat. Er blijft ruimte voor stadsverzorgende voorzieningen in het gebied. Ook wordt metrostation Henk Sneevlietweg aangepakt. Het station krijgt in de toekomst een nieuwe ingang aan de Henk Sneevlietweg. Zo zijn de andere deelgebieden beter verbonden met de metro. De huidige bebouwing van de Sloterstrip kent nog de losse opzet van de naoorlogse wijken en de functies verraden nog de perifere ligging. Een bebouwing met twee gezichten, zowel aan de Aletta Jacobslaan als aan de Henk Sneevlietweg.
Die dubbele oriëntatie blijft ook in de toekomst bestaan, de stoepen en entrees blijven aan de hoofdstraten, maar daartussen komen dwarsverbindingen die het binnengebied ontsluiten, waar onder meer het parkeren plaatsvindt, ondergronds of onder een dek. De bebouwing is gemiddeld 5 lagen hoog met een dubbelhoge plint aan de hoofdstraten en maximaal 2 extra verdiepingen die terug liggen. Om eenvormigheid te voorkomen zijn de panden maximaal tweemaal zo breed als ze hoog zijn. Daarbij vraagt de hellingbaan naar de A10 om slimme oplossingen om het hoogteverschil te overbruggen.
3.3
Functionele structuur
De gemeente Amsterdam heeft als doel Schinkelkwartier te transformeren naar een goed bereikbaar stedelijk woon-werkgebied. Onderdeel van dit voornemen is voorliggend plan om de huidige kantoren aan de Overschiestraat 182 en 188 te slopen en een nieuwbouw appartementencomplex met voorzieningen te realiseren. De gemeente heeft voor het plangebied Overschiestraat 182 en 188 een bouwenvelop opgesteld met daarin randvoorwaarden en ruimtelijke kaders van zowel programmatische, ruimtelijke als milieukundige aard die vertaald zijn in voorliggend bestemmingsplan. Deze randvoorwaarden sluiten aan bij de bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 21
projectnota Schinkelkwartier. Het totale programma heeft een omvang van maximaal 30.500 m2 bvo, waarvan maximaal 96 procent bestaat uit woningen en 4-10 procent uit voorzieningen. Dit betekent: 380 tot 430 appartementen; Maximaal 3.050 m2 bvo aan voorzieningen in de plint (begane grond), waarvan: 1. Maximaal 2.550 m2 bvo aan dienstverlenende voorzieningen (schoonheidssalon, kapper, makelaar, fotostudio, e.d.) en maatschappelijke voorzieningen (medisch, overheid, sociaal-cultureel, e.d.). De voorzieningen hebben een omvang van maximaal 350 m2 bvo per unit. 2. Maximaal 500 m2 bvo aan horeca, waarvan maximaal 2 units van maximaal 250 m2 bvo van: type A (lunchroom, koffie-/ theehuis, ijssalon) en/of type B (restaurant, brasserie). Ondergrondse parkeervoorziening voor auto's en ruimte voor fietsparkeren. Het programma voor de woningbouw is gebaseerd op gemeentelijk beleid en de bouwenvelop en kent een verdeling van: 40 procent sociale huur, 40-55 m2 GO (gemiddeld 47 m2 GO – 2 kamerwoningen); 40 procent midden huur, 50-70 m2 GO (gemiddeld 55 m2 GO – 2-3 kamerwoningen); 20 procent vrije sector, 50-75 m2 GO (gemiddeld 65 m2 GO – 3 kamerwoningen). Het gemiddelde gebruiksoppervlak van woonruimten bedraagt minimaal 49 m2 GO.
3.4
Ruimtelijke structuur
Met de sloop van het bestaande kantoorgebouw ontstaat er ruimte om circa 7.600 m2 te herontwikkelen. Voor deze herontwikkeling is door OZ Architecten een plan opgesteld bestaande uit een appartementengebouw met een (geluidluwe) binnenterrein en voorzieningen op de begane grond. Autoparkeren vindt plaats in verdiepte garages.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Figuur 7: Uitwerking VO, impressie [OZ Architecten] De ontsluiting van het plangebied kan op verschillende manieren plaatsvinden. Hiermee kan worden geanticipeerd op een gefaseerde uitwerking van de toekomstige ontsluitingssituatie. Het verkeer wordt in de basis via de bestaande wegenstructuur in oostelijke richting op de Overschiestraat afgewikkeld. Daarnaast wordt een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd om het verkeer via het Riekerpark te laten verlopen. Deze nieuwe ontsluitingsweg, die ook nodig is voor de verkeersafwikkeling van beoogde (tijdelijke) woningbouw in Riekerpark, is inmiddels vergund. Daarmee kan het verkeer via het westen over deze nieuwe weg worden ontsloten. Indien op termijn het bouwblok op het noordelijk gelegen buurperceel wordt ontwikkeld, ontstaat tevens de mogelijkheid om het verkeer vanaf het plangebied in de toekomst tevens via de westzijde rechtstreeks op de Henk Sneevlietweg af te wikkelen.
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 23
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Algemeen ruimtelijk beleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) is door de NOVI vervangen. De NOVI is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Het is de eerste integrale nationale beleidsvisie conform de Omgevingswet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de NOVI vastgesteld onder de Wet ruimtelijke ordening als structuurvisie. De inrichting van de NOVI sluit aan op de voorwaarden die op basis van de Omgevingswet aan de visie worden gesteld. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de Omgevingswet bedoeld. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. Visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip.
Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen opgenomen. De uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. In de uitvoeringsagenda worden de opgaven centraal gesteld aan de hand van vier prioriteiten. De uitvoeringsagenda beschrijft de volgende vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Om dit afwegingsproces tussen beschermen en ontwikkelen en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Conclusie
Gemeente Amsterdam
blz. 24
De transformatie van Schinkelkwartier en de herontwikkeling van het plangebied sluiten aan bij de doelstelling van het Rijk om sterke en gezonde steden en regio's te ontwikkelen. In het plangebied kunnen 380 tot 430 appartementen worden gerealiseerd, waarvan 40% sociale huur. Dit sluit aan bij de doelstelling van het Rijk om voldoende betaalbare woningen te realiseren. 4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De nationale belangen uit de SVIR worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geborgd. Het besluit is op 30 december 2011 deels in werking getreden. Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken tot in bestemmingsplannen. Onderwerpen waarvoor het rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. De eerste aanvulling op het Barro is op 1 oktober 2012 in werking getreden. Deze uitbreiding betreft rijksregels ten aanzien van de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening, de uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet, de veiligheid rond rijksvaarwegen, de verstedelijking in het IJsselmeer, de bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en de toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal het Barro worden vervangen voor het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Conclusie Voorliggend plan betreft een herontwikkeling in het stedelijk gebied van Amsterdam naar een woon-werkgebied. Het plan raakt niet aan nationale belangen waarvoor in het Barro (beschermende) regels zijn opgenomen. 4.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Het doel dat hiermee wordt beoogd, is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom worden afgewogen en gemotiveerd. In dit kader is de Ladder van duurzame verstedelijking doorlopen (Antea Group, Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Overschiestraat 182 en 188 Amsterdam). bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 25
Deze onderbouwing is opgenomen als bijlage 8 bij deze toelichting. Hieronder worden de belangrijkste bevindingen weergegeven: In de ladderonderbouwing is de toevoeging van 380 tot 430 woningen en maximaal 3.050 m2bvo aan stedelijke voorzieningen gemotiveerd. De voorzieningen kunnen grofweg in de volgende segmenten worden opgedeeld: 1. Maximaal 2.550 m2 bvo aan dienstverlenende voorzieningen (schoonheidssalon, kapper, makelaar, fotostudio, e.d.) en maatschappelijke voorzieningen (medisch, overheid, sociaal-cultureel, e.d.). De voorzieningen hebben een omvang van maximaal 350 m2 bvo per unit. 2. Maximaal 500 m2 bvo aan horeca, waarvan maximaal 2 units van maximaal 250 m2 bvo van: type A (lunchroom, koffie-/ theehuis, ijssalon) en/of type B (restaurant, brasserie). Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf een toename van circa 400-500 m2 bvo van een stedelijke functie sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarmee zijn de onderliggende stedelijke voorzieningen, wat betreft de horeca, niet ladderplichtig. In de ladderonderbouwing is de toevoeging van 380 tot 430 woningen en maximaal 2.550 m2 bvo aan dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen gemotiveerd. Het onderzoeksgebied voor wonen is afgebakend als de gemeente Amsterdam en voor de voorzieningen als het Schinkelkwartier. Tot 2031 is er vraag naar circa 81.188 woningen in Amsterdam.
Er zijn voor 59.450 woningen aan toekomstige harde bouwplannen, waardoor er nog behoefte is aan 21.738 woningen in de gemeente. Er is in het onderzoeksgebied vooral vraag naar appartementen in alle segmenten. Het plan volgt de beleidslijn van gemeente Amsterdam die uitgaat van 40% sociaal, 40% middensegment en 20% duur (vrije sector). Het plangebied is onderdeel van de grotere gebiedsontwikkeling Schinkelkwartier. Daarvoor is in de programmatische aanpak opgenomen dat 450.000 m² stedelijke voorzieningen, zoals scholen, sportfaciliteiten, commerciële ruimten en horeca wordt toegevoegd. De beoogde ontwikkeling van maximaal 2.550 m2 bvo aan stedelijke voorzieningen voorziet in de behoefte van de toekomstige bewoners, versterkt de sociale cohesie in de wijk en past ruim binnen de totale programmatische opgaven (450.000 m2 bvo) van het Schinkelkwartier. De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Gezien de sterke woningbehoefte en behoefte aan stedelijke voorzieningen in de gemeente Amsterdam is er geen aanleiding om onaanvaardbare ruimtelijk economische effecten (leegstand) te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Conclusie De herontwikkeling van de Overschiestraat 182 en 188 in Amsterdam voldoet aan de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.1.4
Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB)
Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) is gebaseerd op paragraaf 8.2.1 van de Wet luchtvaart (Wl). Met het LIB wordt met kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van het gebruik van gronden en de (hoogte van) bebouwing, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven. De genoemde beperkingen betreffen: bebouwing en het gebruik van gronden in verband met het externe veiligheidsrisico vanwege het
Gemeente Amsterdam
blz. 26
luchtvaartverkeer; bebouwing en het gebruik van gronden in verband met de geluidsbelasting vanwege het luchtvaartverkeer; maximale bouwhoogte van objecten in, op of boven de grond in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer (veiligheid en radar); bebouwing die, of een gebruik dat vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer. Schiphol bevindt zich op enkele kilometers ten zuidwesten van het plangebied. Voor dit bestemmingsplan is daarom een Plan-/Objectanalyse i.v.m. Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting. Op grond van het LIB Schiphol geldt een beperkingengebied in de omgeving van Schiphol. Gemeenten met gronden die (deels) gelegen zijn binnen het beperkingengebied rondom Schiphol moeten rekening houden met beperkingen die worden gesteld aan het ruimtegebruik uit het LIB. De regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij de totstandkoming van bestemmingsplannen en bij het beoordelen van aanvragen om een omgevingsvergunning. Het plangebied ligt binnen het planologisch afwegingsgebied LIB-5 zone, waarbinnen bij toevoeging van woningbouw een afwegingsplicht geldt ten aanzien van geluid en externe veiligheid.
Figuur 8: Plangebied binnen LIB- 5 zone Conclusie Ten behoeve van het plan is onderzoek gedaan naar de beperkingen die het LIB stelt. Voor de motivering en resultaten wordt verwezen naar verschillende paragrafen elders in dit bestemmingsplan. Omgevingsveiligheid (luchtvaartveiligheid) in paragraaf 5.4.4; Luchtvaartgeluid in paragraaf 5.4.1; Bouwhoogte in paragraaf 5.2.5; Vogelaantrekkende werking in hoofdstuk 6.
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 27
4.1.5
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050
De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. Deze vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De hoofdambitie is opgedeeld in de volgende aspecten met bijbehorende ambities: Leefomgeving a. Klimaatverandering: een klimaat bestendig en waterrobuust Noord-Holland. Stad, land en infrastructuur worden klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. c. Biodiversiteit en natuur: de biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor. De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. b.
Wonen en werken: woon- en werklocaties dienen beter met elkaar in overeenstemming te zijn. Woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. c. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen. d. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie a. De ambitie van de Provincie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. Daarnaast wordt met de Omgevingsvisie NH2050 een richting uitgezet en wordt een aantal bewegingen naar de toekomst toe benoemd: 1. Noord-Holland in beweging: Op weg naar een economisch duurzame toekomst; 2. Dynamisch schiereiland: Benutten van een unieke ligging; 3. Metropool in ontwikkeling: Vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem; 4. Sterke kernen, sterke regio's: Sterke kernen houden regio's vitaal; 5. Nieuwe energie: Economische kansen benutten van energietransitie; 6. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agrifoodsector.
Er wordt in de Omgevingsvisie NH2050 uitgegaan van het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet'. Hierbij wordt gelet op de diversiteit aan regio's en wordt ruimte geboden aan maatwerk en ruimte om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Gemeente Amsterdam
blz. 28
Conclusie Het initiatief sluit aan bij de ambities uit de Omgevingsvisie NH2050, vooral ten aanzien van het versterken van het bestaand verstedelijkt gebied en het aansluiten bij de kwalitatieve behoeftes en trends. 4.1.6
Provinciale Omgevingsverordening
In de Provinciale Omgevingsverordening NH2020 (POV) zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De POV geldt vanaf 17 november 2020. De POV stelt nadere eisen en/of regels aan de beoogde ontwikkeling ten aanzien van LIB-5 zone Schiphol, het peilbesluit en de regionale verdringingsreeks van Amstel Gooi en Vechtstreek. In hoofdstuk 6 van de POV staan de instructieregels van de provincie. Aan deze regels dient een bestemmingsplan te voldoen. Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende instructieregels van toepassing: Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen; Paragraaf 6.1.6 Wonen binnen de LIB 5-zone Schiphol; Artikel 6.62 Klimaatadaptatie. Voor de afwegingen op deze aspecten wordt verwezen naar de paragrafen 5.2.2, 5.2.3 en 5.4.1 van deze toelichting. Conclusie Met de provincie Noord-Holland heeft de gemeente Amsterdam een Woonakkoord 2021-2025 afgesloten. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.3. In paragraaf 5.2.2 en 5.2.3 wordt een nadere toelichting gegeven op de wijze waarop dit plan bijdraagt aan de klimaatadaptatie en in paragraaf 5.4.1 op het 'wonen binnen de LIB-5 zone Schiphol' en Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan voldoet aan de Provinciale Omgevingsverordening. 4.1.7
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en gemeenteraden van de aangesloten provincies en gemeenten. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk.
De Metropoolregio Amsterdam heeft de gezamenlijke ambitie om te streven naar een Metropoolregio Amsterdam als een internationale economische topregio met hoge leefkwaliteit in drie thema's verdeeld: bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 29
De meest inventieve regio van Europa, met de best opgeleide bevolking; Een regio voor iedereen, naar de menselijke maat; Een duurzaam verbonden regio. Conclusie De transformatie van het plangebied naar een gemengd woon- en werkgebied past binnen het thema 'een regio voor iedereen, naar menselijke maat' en sluit dan ook aan bij de doelstellingen van de Metropoolregio Amsterdam. 4.1.8
Omgevingsvisie Amsterdam 2050
De Omgevingsvisie Amsterdam 2050: een menselijke metropool is op 8 juli 2021 door de raad vastgesteld. De Omgevingsvisie vervangt daarmee de Structuurvisie Amsterdam 2040, met uitzondering van de onderwerpen hoofdgroenstructuur en hoogbouw. In de Omgevingsvisie staan de opgaven waar Amsterdam voor staat. De visie beschrijft de gewenste ontwikkeling op basis van vijf strategische keuzes: meerkernige ontwikkeling, groeien binnen grenzen, duurzaam en gezond bewegen, rigoureus vergroenen en samen stadmaken. De visie bevat ook een ruimtelijk-programmatisch kader en een beleidsagenda waarin al het bestaand beleid voor de fysieke leefomgeving is samengevat. Verder wordt aangegeven welke nieuwe richtingen nodig zijn.
Figuur 9: Uitsnede Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Een van de hoofddoelen van de Omgevingsvisie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de stad is mogelijk door gebieden te transformeren naar bruisende stadsbuurten. Schinkelkwartier wordt in de Omgevingsvisie benoemd als een van die grote ontwikkelingsgebieden. Het binnen Schinkelkwartier gelegen plangebied is aangeduid als hoogstedelijke buurt: ontwikkeling van woonbuurten met een hoogstedelijke dichtheid en meer ruimte voor niet-wonen. Groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en grote stadsparken. Maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor
Gemeente Amsterdam
blz. 30
nutsvoorzieningen, groen en sport zijn naast ruimte voor wonen en werken onderdeel van de opgave voor de ontwikkeling. Conclusie Het bestemmingsplan maakt de realisatie van woningen binnen de bestaande stad mogelijk in combinatie met passende werkfuncties en bijbehorende voorzieningen. Het ruimtegebruik wordt hierdoor geïntensiveerd. Er wordt ingezet op beperkt autogebruik. Daarnaast zal door de groene binnentuin de hoeveelheid groen in het gebied toenemen. De ontwikkeling Overschiestraat 182 en 188 past binnen de uitgangspunten en doelstellingen van de Omgevingsvisie. 4.1.9
Koers 2025 - Ruimte voor de Stad
Koers 2025 - Ruimte voor de Stad is op 24 mei 2016 vastgesteld door het college van B&W. In Koers 2025 is de ambitie neergelegd om tot 2025 binnen de stadsgrenzen de bouw van 50.000 woningen mogelijk te maken door nieuwbouw en voor een deel ook door transformatie van onder meer bedrijventerreinen. Om in de verwachte groei van Amsterdam te kunnen voorzien en de druk op de woningmarkt te verlichten is in Koers 2025 een integrale en stadsbrede inventarisatie gemaakt van concrete en mogelijke woningbouwlocaties.
Figuur 10: Uitsnede kaart Koers 2025 Conclusie De ontwikkeling van het plangebied valt binnen de mogelijke woningbouwlocaties, de locatie waarin dit project valt ligt binnen de zone (oranje) dat is aangewezen als versnellingslocatie. De planontwikkeling Overschiestraat past binnen de ambities van Koers 2025.
bestemmingsplan_Overschiestraat 182 en 188 (vastgesteld)
blz. 31
4.2
Wonen
4.2.1
Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020
In 2016 heeft de provincie Noord-Holland de gemeenten in de (toenmalige) Stadsregio Amsterdam gevraagd om, in navolging van de provinciale Woonvisie 2010, een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 tot 2020. Het RAP bevat de thema's woningbouwproductie, betaalbare voorraad en woonruimteverdeling. Dit zijn de thema's waarop de gemeenten op het gebied van de woningmarkt willen blijven samenwerken. Aanvullend op het RAP hebben de drie deelregio's Amstelland-Meerlanden, Zaanstreek-Waterland en Amsterdam in de Oplegger Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (juli 2017) een aanvulling gegeven op het regionale bouwprogramma. In de oplegger is onder meer in beeld gebracht wat de actuele woningbehoefte is, hoeveel plancapaciteit er op binnenstedelijke locaties is en hoeveel potentiële buitenstedelijke woningbouwplannen er zijn tot 2025. Uit de kwantitatieve en kwalitatieve match tussen vraag en aanbod blijkt dat er regionaal een tekort aan harde plancapaciteit is van ruim 17.000 woningen, in vrijwel alle marktsegmenten. Daarmee is voor binnenstedelijke plannen de actuele regionale kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aangetoond. Geconstateerd wordt dat de ontwikkeling van buitenstedelijke plannen van belang is om te voorzien in de actuele woningbehoefte en dat niet alle woningbehoefte binnenstedelijk kan worden opgevangen.
Conclusie De woningbouw binnen het plangebied komt tegemoet aan de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte, zoals omschreven in het RAP. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan voldoet aan het RAP. 4.2.2
Woonagenda 2025
Op 19 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2025 vastgesteld. De Woonagenda 2025 heeft als uitgangspunt voor de langer termijn: voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. Hiertoe zijn 25 acties geformuleerd. Met de woonagenda wordt in kaart gebracht waar de huidige woningmarkt tekortschiet, wat er nu reeds aan gedaan wordt en welke aanvullende acties nodig zijn. Kern van het nieuwe Amsterdamse woonbeleid is dat het college wil blijven investeren in een stad waar voldoende woningen zijn voor alle Amsterdammers, de woningen duurzaam en van goede kwaliteit zijn en betaalbaar voor de Amsterdammers die erin wonen of gaan wonen. In de Woonagenda 2025 staat de prognose dat er in 2025 een tekort zal zijn aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen. Ter voorkoming van dat tekort heeft de gemeente een stedelijk uitgangspunt voor de programmering van nieuwbouw geformuleerd: 40 procent sociale huurwoningen, 40 procent middeldure woningen (huur en koop) en 20 procent dure woningen (huur en koop). Daarnaast draagt de ontwikkeling van nieuwbouw bij aan de 'ongedeelde stad', een stad met zo min mogelijk ruimtelijke en sociale segregatie.
Het woningbouwprogramma van het projectgebied Overschiestraat 182 en 188 is gebaseerd op het gemeentelijk beleid, tevens vastgelegd in de bouwenvelop en kent een verdeling van: 40 procent sociale huur, 40 -55 m2 GO (gemiddeld 47 m2 GO – 2 kamerwoningen); 40 procent midden huur, 50- 70 m2 GO (gemiddeld 55 m2 GO – 2-3 kamerwoningen); 20 procent vrije sector, 50 - 75 m2 GO (gemiddeld 65 m2 GO – 3 kamerwoningen).
Gemeente Amsterdam
blz. 32
Conclusie Het woningbouwprogramma binnen de ontwikkeling Overschiestraat 182 en 188 sluit aan bij de Woonagenda 2025 en is als zodanig vastgelegd in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is dan ook in overeenstemming met dit beleid. 4.2.3
Woningbouwplan 2022-2028
Het gemeentebestuur heeft 7.500 woningen per jaar als doelstelling geformuleerd, in de verdeling 40 procent sociale huur, 40 procent middelduur en 20 procent duur. Er moeten nieuwe woningen komen in verschillende groottes en in verschillende prijsklassen, zodat meer mensen in de stad naar een passende woning verhuizen. Daarnaast is de wens om het bouwen van woningen te vereenvoudigen. Het Woningbouwplan 2022-2028 bevat daartoe de volgende doelstelling en aanpak: In afstemming met marktpartijen en corporaties wordt onderzocht hoe de stad invloed heeft op woninggrootte wanneer kantoorpanden worden verbouwd tot appartementen ('transformaties'). Het verkennen van de mogelijkheden voor de bouw van sociale koopwoningen gaat door en de grens van sociale koopwoningen wordt verhoogd naar € 355.000,- in 2023. Met een nieuwe gebiedsgerichte werkwijze wordt gekeken welk type woningen voor welke doelgroep tot de meeste verhuisbewegingen in een specifiek gebied leidt. Vereenvoudiging inschrijving ontwikkelaars voor nieuwe bouwlocaties ('tenders') en verduidelijking kaders aan het begin van het project. Op basis van vrijwilligheid worden ontwikkelende marktpartijen uitgedaagd tot bovenwettelijke duurzaamheidsprestaties. Verkenning mogelijkheden van modulair bouwen samen met marktpartijen en corporaties. Inzet op de versnelde bouw van 2.500 tot 3.000 flexwoningen in de stad.