CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

121022 RIB afdoening motie precario woonschepen.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 3 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Afdoening motie 747 over precariobelasting voor woonschepen omzetten in huur (VN2022-034352)1.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 11 oktober 2022 Belastingen Wethouder van Buren Bestuurszaken.belastingen@amsterdam.nl Afdoening motie 747 van de leden Boomsma, Van Soest, Kuiper en Kreuger inzake de Begroting 2022 (precariobelasting voor woonschepen omzetten in huur)

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 10 november 2021 heeft uw raad bij de behandeling van de begroting 2022 bijgevoegde motie 747 van de raadsleden Kuiper (ChristenUnie), Van Soest (Partij van de Ouderen), Boomsma (CDA) en Kreuger (JA21) aangenomen, waarin het college gevraagd wordt om de mogelijkheid te onderzoeken om de precariobelasting die wordt geheven voor woonschepen om te zetten in een huurcontract om zo meer zekerheid en bescherming te bieden. In deze brief presenteren we de uitkomsten van de verkenning die de afgelopen periode is uitgevoerd. We gaan achtereenvolgens in op:  De vraag of het mogelijk is om precariobelasting voor woonboten te vervangen door verhuur.  De vraag of een eventuele overgang op een stelsel waarin met huurovereenkomsten wordt gewerkt meer rechtszekerheid/rechtsbescherming biedt dan precario, waarvoor geldt dat de raad een ruime beoordelingsvrijheid heeft om de tarieven jaarlijks vast te stellen. Daarbij is tevens de wet ‘Huurbescherming ligplaatsen voor woonboten’ betrokken, die inwerking getreden is per 1 juli 2022. Uit deze nieuwe wet volgt dat woonbooteigenaren met gehuurde ligplaatsen meer rechten gaan krijgen, waaronder tijdelijke begrenzing van huurverhoging.

 De vraag wat een eventuele overgang op huurovereenkomsten zou betekenen voor de uitvoerbaarheid en daarmee samenhangende uitvoeringslasten. Conclusies op hoofdlijnen Uit de verkenning volgen op hoofdlijnen de volgende conclusies:  Het wordt als zodanig fiscaal-juridisch mogelijk geacht om precario te vervangen door huurovereenkomsten voor woonboten.  Een overgang naar een verhuurstelsel zou voor de looptijd van een overeenkomst in beginsel meer zekerheid kunnen bieden over de lasten voor woonbootbewoners. Daar staat tegenover dat vanaf 2024 geen wettelijke begrenzing geldt van huurverhoging voor ligplaatsen. De gemeente zou derhalve als verhuurder van de ligplaatsen ook verantwoordelijk worden voor het vaststellen van een marktconforme huurprijs, die jaarlijks wordt geïndexeerd (vergelijkbaar met vrijesectorwoningen);

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 11 oktober 2022 Pagina 2 van 5

De rechtszekerheid die de wetgever beoogt te bieden aan woonbootbewoners met de Wet Huurbescherming ligplaatsen is reeds geborgd – en daarmee staande praktijk – in de huidige systematiek van precario in combinatie met ligplaatsvergunningen. Een overgang naar een verhuurstelsel zou bovendien aanzienlijke extra uitvoeringskosten met zich meebrengen, wat bij een budget neutrale benadering (i.c.: de netto baten worden gelijk gehouden) voor hogere woonlasten voor woonbootbewoners zou zorgen.

In het verlengde van het bovenstaande acht het college het vervangen van precario door verhuurovereenkomsten niet wenselijk. Het college ruimte ziet evenwel ruimte om woonbootbewoners binnen het huidige stelsel van precario met ligplaatvergunning meer zekerheid over de kosten van de ligplaats te bieden in de vorm van een gedragslijn die uitgaat van jaarlijkse indexatie van de tarieven. Achtergrond bij de wens van woonbootbewoners om precariobelasting te vervangen door huur Net als andere gemeenten waar op het water wordt gewoond, vraagt Amsterdam een vergoeding voor deze vorm van ‘bijzonder gebruik van het openbaar vaarwater’. In Amsterdam zijn er ongeveer 2.950 ligplaatsen voor woonschepen, waarvan 2.100 belast zijn met precariobelasting, 650 verhuurd en 200 uitgegeven in erfpacht. Precariobelasting is daarmee het meest voorkomende beprijzingsinstrument voor woonschepen. De raad heeft op 9 november 2016 de tarieven voor de precariobelasting woonschepen geharmoniseerd en in 2017 één tarief vastgesteld voor alle woonboten in de stad. Daarbij is aangekondigd dat de tarieven vanaf 2018 zouden gaan stijgen, omdat de tarieven in relatie tot de waarde van de gemeentegrond sinds 1995 maar in zeer beperkte mate zijn gestegen en marktconforme beprijzing van buitengewoon gebruik van water als vertrekpunt gold.

Met het vaststellen van de Verordening op de Precariobelasting heeft de raad op 7 november 2019 gekozen voor een stapsgewijze verhoging van de tarieven (per m²) in 2020 en 2021: Tariefgebied/jaar Centrum, Zuid, Oost, West Nieuw West, Noord, Zuidoost, Westpoort

2019 € 6,69 € 6,69

2020 € 11,€ 9,-

2021 € 13,€ 11,-

Vertegenwoordigers van woonbootbewoners hebben zowel in 2020 als 2021 gepleit voor het terugdraaien van de verhoging, die als onredelijk wordt ervaren1. De Woonbotencoalitie Amsterdam heeft daarnaast gepleit voor een ‘eerlijke ligplaatsregeling’, waarin precario wordt vervangen door huurovereenkomsten met tarieven die gecorrigeerd worden voor de inflatie. Met huurovereenkomsten zou in de optiek van de Woonbotencoalitie kunnen worden helpen voorkomen dat woonbootbewoners elk jaar opnieuw met stijgingen van het tarief worden

1

Op 26 april 2022 heeft de rechtbank Amsterdam een vonnis gewezen naar aanleiding van het beroep van waterbewoners tegen de verhoging van de precariotarieven 1. De rechtbank Amsterdam heeft op 26 april 2022 geoordeeld dat de gemeenteraad bij het voorbereiden en het vaststellen van de precariotarieven de negatieve gevolgen heeft beoordeeld en dat de belangen van de waterbewoners zijn meegewogen. Er is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake dat het tarief leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 11 oktober 2022 Pagina 3 van 5

geconfronteerd. Motie 747 ligt daarmee in het verlengde van de wens van woonbootbewoners om meer zekerheid te krijgen over de ontwikkeling van de woonlasten over een langere periode. Vervangen precariobelasting door verhuur is fiscaal-juridisch mogelijk Uit een fiscaal-juridische analyse blijkt dat het vervangen van precario door (privaatrechtelijke) verhuurovereenkomsten voor woonschepen als zodanig mogelijk wordt geacht.  In de Gemeentewet is uitdrukkelijk een bevoegdheid opgenomen om een precariobelasting te heffen en geen verplichting. Hieruit kan worden afgeleid dat de gemeente als privaatrechtelijke eigenaar gebruik mag maken van zijn privaatrechtelijke mogelijkheid een vergoeding in de vorm van huur te bedingen  Als sprake is van bijzonder gebruik mag bij het inzetten van privaatrechtelijke bevoegdheden geen onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht plaatsvinden.  In artikel 8 van de Verordening op de Precariobelasting Amsterdam is aangegeven dat geen precariobelasting wordt geheven ter zake van het hebben van voorwerpen indien daarvoor een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen.

Mate van rechtsbescherming In het verlengde van het bovenstaande dient zich de vraag aan of het vervangen van precariobelasting door privaatrechtelijke verhuurovereenkomsten ook daadwerkelijk tot meer rechtszekerheid zou leiden (i.c.: de gewenste duidelijkheid voor waterbewoners in relatie tot de kosten voor het gebruik van de ligplaats). Een belangrijk verschil tussen publieke en private juridische instrumenten, is dat publieke instrumenten in het algemeen een grotere mate van rechtsbescherming borgen door een relatief laagdrempelige rechtsingang (zoals bezwaar en beroep tegen een belastingaanslag). Belastingverordeningen en de daarin opgenomen tarieven als zodanig bieden die mogelijkheid echter niet. De Algemene wet bestuursrecht bepaalt namelijk dat geen bezwaar (en dus ook geen beroep) kan worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een algemeen verbindend voorschrift, zoals een belastingverordening. De bestuursrechter kan enkel de hoogte van de tarieven toetsen aan hoger recht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur en ingrijpen indien deze leiden tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing. Een ander verschil tussen een huurovereenkomst en precario, is dat huurovereenkomsten betrekking hebben op een bepaalde tijd en daarmee duidelijkheid scheppen over de ontwikkeling van de lasten voor woonbootbewoners voor diezelfde periode.

Voor precario is dat in beginsel niet het geval omdat het de raad vrijstaat om jaarlijks de tarieven vast te stellen. Nieuwe Wet huurbescherming ligplaatsen Naast de ontwikkeling van de tarieven zijn er nog andere vormen van onzekerheid denkbaar. Een aantal van die vormen is onderdeel van de wet huurbescherming ligplaatsen voor woonboten. Die wet is voornamelijk gericht op het gelijkschakelen van de positie (en bescherming) van woonbootbewoners aan de positie (en huurbescherming) van huurders van een woning op de wal. De vraag is of deze nieuwe wetgeving verhuur van ligplaatsen aantrekkelijker maakt voor woonbootbewoners in relatie tot het bieden van zekerheden. Het college acht dat niet het geval

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 11 oktober 2022 Pagina 4 van 5

omdat de wet toeziet op verbetering van de positie van huurders die reeds geborgd – en staande praktijk – is in de huidige systematiek van precario in combinatie met ligplaatsvergunningen. Voor de ligplaats wordt in Amsterdam een ligplaatsvergunning verleend. Een ligplaatsvergunning kent de volgende waarborgen voor woonbootbewoners:  

Bij tijdelijke afwezigheid van het woonschip blijft de ligplaats bestemd voor het woonschip met die ligplaatsvergunning. De beëindiging van een ligplaatsvergunning is omgeven met wettelijke waarborgen. Tegen een beëindiging van een ligplaatsvergunning staat bezwaar en beroep open. Gezien het grote belang bij een ligplaatsvergunning is voor de beëindiging een aanzienlijk gemeentebelang noodzakelijk. De gemeente is bij een beëindiging van een vergunning bovendien gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hoewel de ligplaatsvergunning voor een woonschip persoons-, object en locatie gebonden is, wordt bij overdacht van het woonschip (door koop of overlijden) de ligplaatsvergunning overgeschreven op de nieuwe rechtmatige eigenaar van het woonschip indien de woonfunctie behouden blijft.

De wet huurbescherming ligplaatsen voor woonboten voorziet tot 1 mei 2024 in begrenzing van huurverhoging. Daarmee worden huurders van ligplaatsen gelijk behandeld als huurders van woningen in de vrije sector. De huurprijs van vrijesectorwoningen is tot 1 mei 2024 gemaximaliseerd. Na deze datum is de verhoging van de huurprijs aan de vrije markt overgelaten. Extra uitvoeringscomplexiteit en uitvoeringslasten bij overgang naar verhuur Zoals aangegeven zijn in Amsterdam ongeveer 2.950 ligplaatsen voor woonschepen, waarvan er 2.100 belast zijn met precariobelasting. De heffing kan op doelmatige wijze worden uitgevoerd: voor gemeentelijke belastingen hoeven geen individuele overeenkomsten te worden afgesloten (voor aanslagoplegging is geen wilsovereenstemming nodig). Daarnaast beschikt de gemeente over een bredere bevoegdheid voor invordering van belastingschulden, waarmee ook de doelmatigheid van het invorderingsproces kan worden geborgd Indien de gemeente ervoor zou kiezen om precario te vervangen door huurovereenkomsten, zou de Directie Gemeentelijk Vastgoed hiervoor verantwoordelijk worden (en niet langer de Dienst Belastingen). De omzetting van precariobelasting naar huur zou tot aanzienlijke extra uitvoeringskosten leiden. Een inschatting bedraagt circa €3.2 miljoen aan incidentele lasten en €215.000 structureel aan jaarlijkse beheerskosten.

Wanneer dergelijke lasten omgeslagen zouden worden naar de tarieven zou dat een forse verhoging bedragen. De inschatting van zowel de incidentele als structurele lasten is onder andere op basis van: 

Het omzetten van alle reeds bestaande ligplaatsen die onder precario vallen naar verhuur. Onderdeel van dat proces zijn taxatie, het opstellen van verhuurovereenkomsten (dit vergt maatwerk en moet voor elke woonschip individueel gedaan worden), assetmanagement en financiële administratie. Daarbij gaat het o.a. om extra verhuuradministratie voor meer dan 2000 huurovereenkomsten, het doen van huuraanbiedingen, het beheer van de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 11 oktober 2022 Pagina 5 van 5

huurovereenkomsten, aanbieden van nieuwe overeenkomsten bij mutaties en inning van huur. Deze aanvullende uitvoeringslasten zullen in de tarieven doorwerken. De gemeente is als verhuurder van de ligplaatsen ook verantwoordelijk voor het vaststellen van een marktconforme huurprijs, die jaarlijks wordt geïndexeerd vergelijkbaar met vrijesectorwoningen. Er is geen verplichting tot het aangaan van een huurovereenkomst. Indien een huurovereenkomst wordt geweigerd, zal de ligplaats op basis van precariobelasting blijven worden belast. Op deze wijze blijven meerdere beprijzingsinstrumenten met eigen uitvoeringspraktijk bestaan.

Versterken zekerheid en rechtsbescherming woonbootbewoners Uit het voorgaande blijkt dat het weliswaar mogelijk is om precario door verhuurovereenkomsten te vervangen, maar dat een dergelijke overgang niet tot meer zekerheid over de kosten voor ligplaatsen leidt. De uitvoering van een verhuurstelsel zou tegelijkertijd extra kosten met zich meebrengen, die bij doorberekening in de tarieven bovendien tot hogere woonlasten zouden leiden bij woonbootbewoners. Het college ziet evenwel mogelijkheden om bewoners van woonboten binnen het huidige stelsel van precario met ligplaatvergunning meer zekerheid over de kosten van de ligplaats te bieden, door een vorm van indexatie van de tarieven van 2% als gedragslijn te hanteren. Aan een dergelijk voorstel is reeds invulling gegeven in de begroting 2023. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Hester van Buren Wethouder Financiën

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11963060/1