CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 12 Ruimtelijke Ordening (30) 00 Voordracht Vaststellen van het bestemming

RAAD 10 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening. Nr. VN2020-0299874.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

Portefeuille

Ruimtelijke Ordening

Agendapunt

12

Datum besluit

5 januari 2021, college van B&W Onderwerp

Vaststellen van het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming: a. dat naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening drie zienswijzen zijn ingebracht; b. het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel West over het ontwerpbestemmingsplan; 2. de zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1 te beantwoorden overeenkomstig is gesteld in de bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen, welke onderdeel uitmaakt van dit besluit; 3. dat de zienswijzen aanleiding geven het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; 4. het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening, bestaande uit de verbeelding, regels en vergezeld van een toelichting, met identificatienummer NL.IMRO.0363.E2001BPSTD-VG01 in elektronische en analoge vorm gewijzigd vast te stellen ten opzichte van het ontwerp zoals ter inzage heeft gelegen, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie, versie 1 januari 2017; 5. in te stemmen met de conclusie dat voorliggend bestemmingsplan niet gekwalificeerd moet worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.; 6. geen exploitatieplan vast te stellen; Wettelijke grondslag

Wet ruimtelijke ordening (Wro), artikel 3.1, eerste lid. De Gemeenteraad is bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. Hoofdstuk 7 Wet milieubeheer, in het bijzonder artikel 7.17 van de Milieubeheer Het bevoegd gezag moet beslissen of een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Deze beslissing vindt plaats op basis van een (aanmeld)notitie vormvrije m.e.r. beoordeling. Bestuurlijke achtergrond

Op 7 november 2019 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Oud West 2018 vastgesteld. Het vergunningvrij bouwen in het achtererfgebied kon nog niet in dat plan worden beperkt omdat de bestemmingsplanprocedure dermate ver gevorderd was, waardoor er een te groot risico op

Gegenereerd: v1.15

1

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

planschade zou ontstaan omdat creëren van zogenoemde voorzienbaarheid niet meer mogelijk zou zijn. In dezelfde vergadering heeft de raad een besluit genomen waarin het stadsdeel wordt verzocht een herziening van het bestemmingsplan aan te kondigen en voor te bereiden waarin het vergunningvrij bouwen in het achtererfgebied alsnog wordt beperkt. Aan dit verzoek wordt uitvoering gegeven door middel van voorliggende herziening van het bestemmingsplan. Naast de beperking van het vergunningvrij bouwen, is een maatregel opgenomen om nieuwe verharding in tuinen, bijvoorbeeld in de vorm van tegels, tegen te gaan. Daarnaast heeft het stadsdeelbestuur deze herziening aangegrepen om de nieuwe uitvoeringsrichtlijnen voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons (vastgesteld in het DB van 21 januari 2020) door te vertalen in het bouwregels van het bestemmingsplan Oud West 2018. Op 4 juni 2020 heeft het DB van stadsdeel West kennisgenomen van het ontwerpbestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening en besloten om het plan voor advies voor te leggen aan de stadsdeelcommissie. In de vergaderingen van 16 juni en 2 juli richtte de discussie in de stadsdeelcommissie zich op de criteria voor het toestaan van balkons.

Conform het advies van de stadsdeelcommissie is met betrekking tot het vergunnen van balkons de voorwaarde toegevoegd dat de negatieve gevolgen voor daglichttoetreding van de onderliggende woning door de aanvrager in beeld moet worden gebracht. Nadat het bestemmingsplan op dit onderdeel was aangepast, heeft het DB op 7 juli besloten het door te geleiden naar het college met verzoek tot terinzagelegging. Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft het college het ontwerpbestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening vrijgegeven voor terinzagelegging. Onderbouwing besluit

Ad 1. kennis te nemen van en te betrekken bij de voorliggende besluitvorming: a. dat naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening drie zienswijzen zijn ingebracht; Het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening heeft van 10 september tot en met 21 oktober 2020 ter inzage gelegen. Er zijn drie zienswijzen naar voren gebracht. De reacties van de adressanten zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de Nota van beantwoording zienswijzen, die als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. b. het advies van het dagelijks bestuur van stadsdeel West over het ontwerpbestemmingsplan; Op 4 juni 2020 heeft het DB van stadsdeel West kennisgenomen van het ontwerpbestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening en besloten om het plan voor advies voor te leggen aan de stadsdeelcommissie. In de vergaderingen van 16 juni en 2 juli richtte de discussie in de stadsdeelcommissie zich op de criteria voor het toestaan van balkons. Conform het advies van de stadsdeelcommissie is met betrekking tot het vergunnen van balkons de voorwaarde toegevoegd dat de negatieve gevolgen voor daglichttoetreding van de onderliggende woning door de aanvrager in beeld moet worden gebracht.

Nadat het bestemmingsplan op dit onderdeel was aangepast, heeft het DB op 7 juli besloten het door te geleiden naar het college met verzoek tot terinzagelegging (zie bijlage). Ad 2. de zienswijzen als bedoeld onder beslispunt 1 te beantwoorden overeenkomstig is gesteld in de bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen welke onderdeel uitmaakt van dit besluit;De zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie in de Nota van Beantwoording zienswijzen die onderdeel uitmaakt van dit besluit.

Gegenereerd: v1.15

2

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

Ad 3 en 4 Instemmen met het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening; Naar aanleiding van één van de zienswijzen is het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. In artikel 10 van de planregels zijn bestaande bouwwerken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze herziening vergunningvrij zijn gerealiseerd, positief bestemd. In de toelichting is een alinea toegevoegd waarin wordt uitgelegd dat deze herziening niet tot doel heeft om bestaande vergunningvrije bouwwerken weg te bestemmen. Voor wat betreft overgangsrecht zijn in artikel 13.2 de overgangsregels voor gebruik toegevoegd. Deze standaardregels zijn verplicht op grond van artikel 3.2.2. van het Besluit ruimtelijke ordening. Een ambtelijke wijziging betreft de aanpassing van de nummering van de leden van artikel 11 Toevoegen artikel Waarde – Landschap zodat deze op de juiste manier verwijzen naar artikel 24 van het bestemmingsplan Oud West 2018. Ad 5. In te stemmen met de conclusie dat voorliggend bestemmingsplan niet gekwalificeerd moet worden als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.;In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben.

Ook kan er sprake zijn van een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor activiteiten die wel worden genoemd in het Besluit m.e.r., maar vanwege de omvang van de activiteit (onder de drempelwaarde) geen m.e.r.(beoordelings)plicht kent. In voorliggend bestemmingsplan worden geen grote nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Op grond van toetsing aan de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de Europese M.e.r.-richtlijn kan uitgesloten worden dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Er bestaat derhalve geen plicht of aanleiding voor het volgen van een m.e.r.-(beoordelings)procedure. Ad 6. geen exploitatieplan vast te stellen. Ingevolge de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen (artikel 6.12 Wro). Bij de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan. Het bestemmingsplan maakt geen grote ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Omdat in geval van eventuele ontwikkelingen de te verhalen kosten via het erfpachtstelsel worden verhaald, wordt toepassing gegeven aan artikel 6.2.1. van de Wro en wordt geen exploitatieplan vastgesteld. Het bestemmingsplan is bovenal gericht op behoud van de bestaande situatie.

Formele aspecten In het onderstaande wordt ingegaan op formele aspecten van het bestemmingsplan, zoals de begrenzing, het geldend regime, de belangenafweging en de stedelijke kaders. Begrenzing plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan Oud-West 2018 1e herziening wordt begrensd door de Hugo de Grootgracht in het noorden, de Singelgracht in het oosten, het Zandpad en het Vondelpark in het zuiden, de Schinkel en de Kostverlorenvaart in het westen. Geldend regime Ter plaatse van het plangebied geldt bestemmingsplan Oud West 2018.

Gegenereerd: v1.15

3

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

Belangenafweging Met de herziening van bestemmingsplan Oud West 2018 wordt beoogd het vergunningvrij bouwen in het achtererfgebied tegen te gaan en de tuinen groen te houden. In Oud-West spelen meerdere belangen als het gaat om bebouwing in de binnentuin. Ondernemers kunnen door aan te bouwen een hogere omzet behalen en zodoende (meer) rendabel hun onderneming exploiteren. Bewoners hebben baat bij een groter woonoppervlak, aangezien het gemiddelde woonoppervlak in Oud-West relatief laag is. Ze krijgen de mogelijkheid om langer in de woning en in de stad te blijven wonen, ook als de huishoudensamenstelling wijzigt. Bovendien wegen de bouwkosten op tegen de opbrengsten, vanwege de gestegen prijzen per vierkante meter. Deze uitbreidingswensen staan in bepaalde gevallen haaks op de andere belangen zoals de zorg voor een goed woon- en leelimaat, het behoud van de cultuurhistorische waarde van de binnentuinen en het anticiperen op klimaatveranderingen door het waterbergend vermogen van de binnentuinen op peil te houden en hittestress zoveel mogelijk te beperken. De druk op de binnenterreinen zal hoog blijven. Zonder maatregelen dreigen binnentuinen voor een groot deel vergunningvrij te worden volgebouwd, zonder dat daarbij mitigerende en compenserende maatregelen voorgeschreven kunnen worden, en dreigen de overgebleven tuinen te worden verhard en betegeld.

Het algemeen belang van klimaatadaptatie, volksgezondheid, waterberging, ecologie en cultuurhistorie enerzijds is afgewogen tegen het individuele belang van eigenaren met bouwrechten in het achtererfgebied anderzijds. In deze belangenafweging spelen de volgende aspecten spelen een rol: • Oud-West behoort tot de dichtst bebouwde woonomgevingen van Amsterdam. Om toch iedere bewoner van de wijk te kunnen voorzien van voldoende buitenruimte vormen de binnentuinen een belangrijk rustpunt binnen de bouwblokken. De tuinen in Oud-West zijn van groot belang voor een prettig leelimaat en de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Dit geldt voor de bewoners met een tuin, maar ook voor de bewoners die op de eerste verdieping of hoger wonen. De binnentuinen bieden rust en ruimte. In Oud-West, waar aan de voorzijde van de woning de drukte van de stad duidelijk aanwezig is en de mogelijkheden tot recreëren in een rustige omgeving zich op enige afstand bevinden, dient de rust aan de achterzijde van de woning als noodzakelijk tegenwicht. • Het behoud van de cultuurhistorische waarde van de binnentuinen als onderdeel van een voor de 19e eeuw kenmerkende bouwstijl. • Het behoud van een stedenbouwkundig waardevolle verhouding tussen groen en grijs. • Het anticiperen op klimaatveranderingen door het waterbergend vermogen van de binnentuinen op peil te houden.

In de toekomst is meer extreme neerslag te verwachten. Groen houdt het regenwater tijdelijk vast, zodat het riool niet overbelast raakt. Uit onderzoek van Amsterdam Rainproof blijkt dat Oud West, mede door de hoge mate van verharding en de hydrologische kenmerken (gemengd rioolstelsel en afstand tot oppervlaktewater) kwetsbaar is voor extreme neerslag. Extreme neerslag kan zowel op particulier als op openbaar terrein voor overlast zorgen en tot schade leiden. . • Het anticiperen op klimaatveranderingen door de verkoelende werking van groen op peil te houden. De binnentuinen dragen bij aan het mitigeren van de toenemende hitteproblematiek. Klimaatverandering leidt tot hetere zomers, meer warme en tropische nachten en meer hittegolven. Dit heeft invloed op de gezondheid en het welzijn van mensen, de leeaarheid van buurten en comfort in woningen en gebouwen. In dichtbebouwde en versteende gebieden zoals Oud-West zijn de effecten groter dan in groenere gebieden binnen en buiten de stad. Het behoud van groene tuinen draagt bij aan het beperken van hittestress.

Gegenereerd: v1.15

4

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

• Oud-West is één van de meest versteende gebieden van Amsterdam en Nederland. Binnentuinen en tuinen bevorderen de biodiversiteit maar zijn schaars en staan onder druk. Uit een data-analyse blijkt dat de particuliere tuinen in Amsterdam gemiddeld voor 11% bedekt zijn met vegetatie. In Oud-West zijn er uitschieters van 4%, 5% en 9% voor respectievelijk de Borgerbuurt, Vondelparkbuurt West en Bellamybuurt Zuid. Terwijl het groenpercentage voor de Nederlandse tuinen gemiddeld 36% is. Wat verandert er ten opzichte van het oude bestemmingsplan? Bovenstaande belangenafweging leidt tot twee maatregelen om het bestaande groen en de onverharde delen van het achtererfgebied te beschermen: 1. het vergunningvrij uitbouwen in het achtererfgebied wordt niet langer toegestaan. Dit houdt in dat bouwen in het achtererfgebied niet langer mogelijk is, alleen nog met een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken en waarbij stringente voorwaarden gesteld kunnen worden, ter bescherming van de benoemde waarden. 2. Het wordt verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning nieuwe verharding, bijvoorbeeld in de vorm van tegels, aan te brengen. Er zijn twee voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning verleend kan worden: a. als aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen van de tuin minstens 60 millimeter per uur bedraagt; b.

als de gronden voor niet meer dan 50% wordt verhard, waarbij de oppervlakte van bebouwde gronden als verharding wordt meegerekend. Bouwregels daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkon Daarnaast heeft het stadsdeelbestuur deze herziening aangegrepen om de nieuwe uitvoeringsrichtlijnen voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons (vastgesteld in het DB van 21 januari 2020) door te vertalen in de bouwregels van het bestemmingsplan Oud West 2018: 1. 2.

3.

Daktoegangsopbouwen worden niet langer toegestaan. Dakterrassen op het hoofdgebouw blijven toegestaan, maar voor maximaal 50% van het platte dak. Hierdoor wordt meervoudig ruimtegebruik van daken mogelijk, bijvoorbeeld om nu en in de toekomst ruimte te bieden voor daktuinen, regenwater-opvang en zonnepanelen, maar ook warmtepompsystemen. Balkons blijven toegestaan met toepassing van een binnenplanse afwijking. De diepte van balkons wordt teruggebracht van 2,00 meter naar 1,50 meter. Bovendien wordt voor het realiseren van balkons een voorwaarde opgenomen over daglichttoetreding voor onderliggende woningen.

Juridische haalbaarheid De regels voor vergunningvrij bouwen komen voort uit landelijke wetgeving. Een inperking van de landelijke wetgeving is mogelijk met een bestemmingsplan en dient gemotiveerd te zijn met een locatiespecifieke juridische onderbouwing die de toets van de Raad van State kan doorstaan. Het is niet op voorhand zeker dat de nu gebruikte onderbouwing houdbaar is. Deze herziening is pas het tweede bestemmingsplan waarin de gemeente Amsterdam het vergunningvrij bouwen en verharding in de binnentuinen probeert te beperken. Het vastgestelde bestemmingsplan De Pijp was een pilot. Tegen het desbetreffende onderdeel van dat bestemmingsplan is beroep

Gegenereerd: v1.15

5

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

ingesteld. Op 26 augustus 2020 is dit beroep behandeld in een zitting van de Raad van State. Uitspraak wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2021. Uit de uitspraak van de Raad van State zal blijken in hoeverre de maatregel specifiek voor het gebied De Pijp voldoende is onderbouwd in dat bestemmingsplan. De Pijp en Oud West lijken qua structuur en bebouwingsdichtheid op elkaar. Daarom is ervoor gekozen om een soortgelijke regeling uit het bestemmingplan van De Pijp over te nemen in het bestemmingsplan voor Oud West. Echter is de toelichting van het bestemmingsplan voor Oud West aangevuld met onderzoeken en adviezen die nog beter gebiedsspecifiek onderbouwen dat de maatregel dringend nodig is om onder andere wateroverlast en hittestress tegen te gaan en om een goed woon- en leelimaat te borgen. Een mogelijk negatieve uitspraak van de Raad van State over de Pijp wil daarom niet zeggen dat de regeling in Oud West niet mogelijk en niet juridisch houdbaar is. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State met de in dit bestemmingsplan gebruikte systematiek van een dubbelbestemming al eerder heeft ingestemd, onder andere bij een bestemmingsplan in Ermelo. Handhaving Handhaving op bestemmingsplannen zit nu al in het reguliere proces binnen het VTH-takenpakket. Handhaving op aanbouwen en verharding wordt daar onderdeel van.

Handhaving is reactief, naar aanleiding van handhavingsverzoeken. Hiervoor kunnen actuele luchtfoto’s en infraroodluchtfoto’s worden gebruikt. Planschaderisico Het planschaderisico van het wegnemen van de mogelijkheid om vergunningvrij te bouwen in het achtererfgebied is voorafgaand aan de vaststelling van bestemmingsplan Oud West 2018, op 7 november 2019, in beeld gebracht. Vanwege het aanzienlijke planschaderisico is het vergunningvrije bouwen toen (nog) niet beperkt in dat bestemmingsplan, maar heeft de gemeenteraad besloten spoedig na vaststelling een herziening in procedure te brengen. Hierbij is het van belang dat de termijn tussen de terinzagelegging van het voorontwerp en de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan voldoende ruim is voor belanghebbenden om de te vervallen bouwmogelijkheden te benutten. Het vervallen van bouwrechten moet voor een belanghebbende namelijk voorzienbaar zijn. De conclusie van twee planschaderisicoanalyses (zie bijlagen) is dat uit jurisprudentie blijkt dat minimaal zes maanden een voldoende lange benuttingsperiode is voor het realiseren van een aanbouw, er van uitgaande dat tussentijds géén voorbereidingsbesluit wordt genomen. Toekomstige planschadeverzoeken hebben dan vanwege zogenaamde passieve risicoaanvaarding geen kans van slagen.

De terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan lijkt in dit specifieke geval geen gevolgen te hebben voor de benuttingsperiode omdat op grond van de Wabo vergunningvrije bouwwerken niet kunnen worden aangehouden en het bouwrecht dus niet wordt bevroren. Omdat er geen jurisprudentie is over vergelijkbare casussen, adviseren beide externe planschade-experts echter om op zeker te spelen en zes maanden aan te houden tussen de algemeen kenbare aankondiging van de herziening en de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De herziening van het bestemmingsplan is aangekondigd op 19 december 2019. Het voorontwerp is gepubliceerd op 19 februari 2020. Omdat het ontwerpbestemmingsplan op 10 september 2020 ter inzage is gelegd, is voldaan aan een voldoende lange benuttingsperiode van zes maanden.

Gegenereerd: v1.15

6

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

Bovenstaande geldt niet alleen voor de vervallen bouwmogelijkheden in het achtererfgebied, maar ook voor de vervallen bouwmogelijkheden die op verzoek van het stadsdeelbestuur aan de herziening zijn toegevoegd (geen daktoegangsopbouwen meer toestaan en kleinere dakterrassen en balkons). Voorwaarden voor afwijkingen van bestemmingsplan Nadat de herziening van het bestemmingsplan in werking is getreden, zijn vergunningvrije bouwwerken in het achtererfgebied vergunningplichtig geworden en niet langer onvoorwaardelijk mogelijk. Het doel van het bestemmingsplan is niet een absoluut verbod op aanbouwen, maar het creëren van een vergunningstelsel. De afweging voor het al dan niet toestaan van een aanbouw wordt niet gemaakt in het kader van dit bestemmingsplan maar zal moeten plaats vinden in het kader van een buitenplanse afwijking (kruimelgeval, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 20 van de Wabo). De uitvoeringsrichtlijn kruimelgevallen van stadsdeel West zal daarvoor het vereiste kader bieden. Voordat de herziening van dit bestemmingsplan in werking treedt, zal het dagelijks bestuur van het stadsdeel West het vergunningstelsel uitwerken en de huidige uitvoeringsrichtlijn hiertoe aanpassen.

Ontwerpbestemmingsplan en zienswijzen Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft het college het ontwerpbestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening vrijgegeven voor terinzagelegging. Het bestemmingsplan heeft van 10 september tot en met 21 oktober 2020 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode konden bewoners en andere belanghebbenden reageren op het plan. In totaal hebben drie verschillende partijen inhoudelijk gereageerd op het ontwerp. De reacties zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de Nota van beantwoording zienswijzen. Eén zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen, de twee andere zienswijzen niet. De zienswijze van Kess Corporation leidt tot een wijziging van het bestemmingsplan. Adressant geeft aan dat in het overgangsrecht van het ontwerpbestemmingsplan geen voorziening wordt getroffen voor feitelijk bestaande situaties. Naar aanleiding van de zienswijze worden bestaande bouwwerken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze herziening vergunningvrij zijn gerealiseerd, positief bestemd in artikel 10 van de planregels. In de toelichting wordt een alinea toegevoegd waarin wordt uitgelegd dat deze herziening niet tot doel heeft om bestaande vergunningvrije bouwwerken weg te bestemmen. Voor wat betreft overgangsrecht worden in artikel 13.2 de overgangsregels voor gebruik toegevoegd.

Deze standaardregels zijn verplicht op grond van artikel 3.2.2. van het Besluit ruimtelijke ordening. De zienswijze van Woningstichting Rochdale heeft betrekking op een specifiek perceel waar de tuin achter het gebouw uitzonderlijk diep is (34 meter). Rochdale betoogt dat de generieke argumenten voor het beperken van vergunningvrij bouwen te kort schieten voor deze specifieke locatie. De beantwoording van de zienswijze luidt dat het perceel in de Bellamybuurt ligt, een buurt die in het advies van Rainproof gedefinieerd is als een extreem urgent regenwaterknelpunt, met kans op ernstige schade aan vastgoed en vitale infrastructuur en ontwrichting bereikbaarheid. Ook verzamelt zich veel water in de binnentuinen. De oorzaken hiervan zijn de hoge mate van verharding, de hydrologische kenmerken (gemengd rioolstelsel en polderrioolstelsel) en het lagergelegen niveau van het maaiveld in deze polder. Ter bescherming van het leelimaat van de bewoners in dit kwetsbare gebied is een vergunningsstelsel passend zodat per geval beoordeeld kan worden welk effect een toename van bebouwing heeft op de omgeving en welke voorwaarden aan een omgevingsvergunning voor bouwen verbonden kunnen worden. Voor elk bouwblok in Oud

Gegenereerd: v1.15

7

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

West, ook een bouwblok met diepere binnentuinen zoals degene waar het perceel van Rochdale ligt. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan. De zienswijze van een bewoner ziet op maatregelen om kelderbouw in te perken en de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. Deze onderwerpen liggen buiten de reikwijdte van deze herziening en kennen hun eigen traject voor besluitvorming. Het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam, inclusief de beantwoording van de participatiereacties en de adviezen van de stadsdelen, wordt naar verwachting in januari 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Ook de besluitvorming over de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht van een gedeelte van Oud West loopt nog. Het college neemt naar verwachting begin 2021 een besluit over het verzoek aan de minister om gebieden aan te wijzen als beschermd stadsgezicht. Deze zienswijze leidt niet tot een wijziging van het bestemmingsplan. Ambtelijke wijziging In artikel 11 Toevoegen artikel Waarde – Landschap is de nummering van de leden van het artikel gewijzigd zodat deze op de juiste manier verwijzen naar artikel 24 van het bestemmingsplan Oud West 2018. Wettelijke termijn De Wro bepaalt dat de vaststelling van een bestemmingsplan binnen 12 weken na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan moet plaatsvinden.

Aan deze wettelijke termijn wordt niet voldaan vanwege doorkruising door het kerstreces. De consequentie hiervan is dat vergunningaanvragen m.b.t. daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons, die waren aangehouden vanwege de terinzagelegging van het ontwerp, met ingang van 13 januari 2021 moeten worden getoetst aan de regels van het bestemmingsplan Oud West 2018. Stedelijke kaders Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de stedelijke kaders opgesteld en is niet strijdig met provinciaal en rijksbeleid. Groene, onverharde en onbebouwde binnenterreinen zijn waardevol voor de ecologische kwaliteit van de stad. Het beleid van de gemeente Amsterdam is gericht op het borgen van natuurwaarden en het beschermen van biotopen in de stad. Deze beleidsdoelen van Amsterdam zijn onder andere verwoord in de Structuurvisie 2040, de Agenda Groen (2016), en het ontwerp van de Groenvisie (2020). Het bestemmingsplan sluit aan op de strategie klimaatadaptatie. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt niet afgeweken van de parkeernormering gebaseerd op de Nota Parkeernormen Auto of de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter.

Stikstof Het bestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening heeft geen toename van stikstof als gevolg omdat het een conserverend plan is, waarbij de bestaande situatie als uitgangspunt genomen is en geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden. Advies en afstemming De maatregelen in het bestemmingsplan worden onderbouwd door adviezen van GGD, Programmateam Rainproof en Monumenten & Archeologie.

Gegenereerd: v1.15

8

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

Het bestemmingsplan is afgestemd met Waternet, Ruimte & Duurzaamheid, Vergunningen Bouw stadsdeel West, het gebiedsteam Oud-West /De Baarsjes en het Dagelijks Bestuur, de stadsdeelcommissie van stadsdeel West en het kernteam Bouwdynamiek. Participatie Het voorontwerpbestemmingsplan Oud West 2018 1e herziening heeft van 19 februari tot en met 30 april 2020 ter inzage gelegen. Bewoners en andere belanghebbenden konden per e-mail een reactie geven op het plan. Vanwege de maatregelen rond het coronavirus kon een geplande bewonersavond begin april geen doorgang vinden. Om bewoners toch goed te kunnen betrekken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, was alle informatie online beschikbaar op een projectenwebsite van de gemeente. Via Facebook is deze website extra onder de aandacht gebracht. Naast enkele steunbetuigingen hebben in totaal zeven verschillende partijen inhoudelijk gereageerd op het voorontwerp. De reacties zijn samengevat en van een antwoord voorzien in paragraaf 4.1 van de toelichting van het bestemmingsplan. De reacties hebben niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. In dat stadium hebben verschillende media aandacht besteed aan de maatregel om nieuwe verharding tegen te gaan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens van 10 september tot en met 21 oktober 2020 ter inzage gelegen.

Gedurende deze periode konden bewoners en andere belanghebbenden hun zienswijzen naar voren brengen. In totaal hebben drie verschillende partijen inhoudelijk gereageerd op het ontwerp. Eén zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen (zie besluitpunten 1 t/m 3)

Financiële onderbouwing Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding

N.v.t.

Welke stukken treft u aan

Gegenereerd: v1.15

9

Gemeenteraad

VN2020-029987 rve ruimte en duurzaamheid

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2021-002608

1. Oud West 2018 1e herziening_Verbeelding.pdf (pdf)

AD2021-002619

10. Nota van wijzigingen bp OW2018 1e herz.pdf (pdf)

AD2021-002609

2. DB besluit West ontwerpbp 1e herziening OW2018 4 juni 2020.pdf (pdf)

AD2021-002610

3. DB besluit West ontwerpbp 1e herziening OW2018 7 juli 2020.pdf (pdf)

AD2021-002611

4.Planschaderisicoanalyse BP Oud West 2018 .pdf (pdf)

AD2021-002612

5. Planschaderisicoanalyse BP Oud West 2018 second opinion.pdf (pdf)

AD2021-002613

6. Oud West 2018 1e herziening_Regels.pdf (pdf)

AD2021-002614

7. Oud West 2018 1e herziening_Toelichting.pdf (pdf)

AD2021-002615

7a. Oud West 2018 1e herziening_Bijlagen bij toelichting.pdf (pdf)

AD2021-002616

8. NvB zienswijzen geanonimiseerd totaal.pdf (pdf)

AD2021-002617

9. NvB zienswijzen NIET GEANONIMISEERD totaal.pdf (pdf)

AD2020-097952

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Marcel Zwaagman, 06-10518118, m.zwaagman@amsterdam.nl Frank Arents, 06-47946565, f.arents@amsterdam.nl

Gegenereerd: v1.15

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9707330/1