11 Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit (40) openbare voordracht aanschaf veren
Tekst van het document
Nummer VN2021-035662 Directie ruimte
Verkeer en openbare
Voordracht voor de Raadsvergadering van 16 februari 2022. Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit Portefeuille Agendapunt Datum besluit
11 College van B en W 15 februari 2022
Onderwerp
Beschikbaar stellen van een investeringskrediet voor vier plug-in elektrische veerponten en een uitvoeringsbudget voor de bijbehorende laadinfrastructuur (openbare versie raadsvoordracht). De gemeenteraad van Amsterdam besluit 1. Kennis te nemen van de noodzaak om vier plug-in elektrische veerponten en bijbehorende laadinfrastructuur aan te schaffen voor passagiersvervoer over het IJ. Drie verouderde en relatief kleine veerponten (capaciteit: 251 personen) zijn aan het einde van de technische levensduur en moeten in 2025 en 2026 vervangen worden. Eén van de bestaande veerponten (IJveer 55) wordt vanaf september 2022 voor een periode van zeven jaar ingezet op de tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland. Deze moet vervangen worden om de dienstregeling te waarborgen. De verouderde veerponten worden in de vaart gehouden tot nieuwe veerponten (stuk voor stuk) zijn geleverd. De ambitie uit het Actieplan Schone Lucht is het realiseren van ‘een uitstootvrij gebied met de omvang van de bebouwde kom voor alle modaliteiten per 2030’, terwijl de te vervangen veerponten op diesel varen. Uit de MKBA “Investering nieuwe veren” (2021) blijkt dat het aanschaffen van 4 elektrische veerponten en laadinfrastructuur een gunstigere maatschappelijke baten/kosten-verhouding heeft dan het renoveren van de oude veren of het kopen van diesel-hybride veren.
Het aantal fietsers en voetgangers op de veren blijft stijgen. Om dit op te kunnen vangen zijn grotere veerponten nodig. Nadere onderbouwing van de vervoersvraag staat in de Update Nota Veren 2021 die op 6 juli 2021 is vastgesteld door het College. 2. In te stemmen met de aanschaf van vier elektrische veerponten met een grotere passagierscapaciteit (310 personen) en bijkomende elementen: Oplaadfaciliteiten bij de aanlanding IJplein, bestaande uit een gelijkrichterstation, twee laadarmen en twee laadplateaus. De nieuwe veren zullen gaan varen op de verbinding Centraal Station - IJplein (verbinding F2). Een calamiteitenbudget voor levensduurverlengend onderhoud van de huidige ponten, waarmee deze inzetbaar blijven tot de nieuwe ponten zijn geleverd. Opleidingen (éénmalig) voor personeel voor varen met en onderhoud van de nieuwe veerponten en laadinfrastructuur. Aanpassingen in de Ponthaven zodat de nieuwe, grotere boten kunnen worden ingepast. 3. Kennis te nemen van het totaal benodigde investeringsbudget van € 33,94 mln. (excl. BTW, prijspeil jaar uitvoering) 4. Kennis te nemen van de dekking voor de investeringen à € 33,94 mln zoals
5.
6.
7.
8.
9.
opgenomen in bijlage 5. In te stemmen met de dekking voor deze investeringen zoals opgenomen in bijlage 5 en zodoende beschikbaar stellen van het benodigde investeringskrediet (voor de aanschaf van de veerponten en bijbehorende elementen) en het uitvoeringsbudget (voor de laadinfrastructuur en de aanpassingen aan de Ponthaven). Kennis te nemen van de consequenties voor de structurele kosten verbonden aan deze investering: A. Vervanging: De meerkosten voor het beheer en onderhoud van de nieuwe elektrische veerponten en laadinfrastructuur kunnen gedekt worden uit de besparingen op met name de brandstofkosten. B. Uitbreiding: De benodigde toename van het aantal vaaruren als gevolg van de groei van de stad wordt geraamd op gemiddeld 2,25% per jaar. De extra kosten hiervan ten opzichte van de begroting 2022 zullen naar verwachting oplopen naar € 1,2 mln. per jaar in 2025 en zullen worden betrokken bij de nadere uitwerking van het nieuwe investeringsstelsel (meer specifiek: de bij de begroting 2022 ingestelde stelpost “kapitaal- en exploitatielasten gerelateerd aan nieuwe investeringen”). Kennis te nemen van de belangrijkste geïnventariseerde risico’s en de beheersmaatregelen, te weten: a. Laadvoorzieningen aan wal niet op tijd werkend in verband met congestie op het elektriciteitsnetwerk: aanvragen voor de laadvoorzieningen/-aansluitingen zijn reeds ingediend bij Liander.
Er is een kans dat elektriciteit pas in 2025/2026 beschikbaar is. Indien elektriciteit niet op tijd geleverd wordt, kunnen de ponten tijdelijk hybride varen zonder negatieve impact op de dienstverlening. De primaire insteek blijft om in samenwerking met Liander tot een op tijd werkende aansluiting te komen. b. Te hoge of geen inschrijvingen, vanwege grote volatiliteit/stijgingen van de (grondstoffen)prijzen op dit moment: Marktverkenning is uitgevoerd, potentieel gegadigden worden actief benaderd. Aanbesteding zal direct na toekennen uitvoeringskrediet starten. In kredietaanvraag opgenomen bedragen zijn geïndexeerd naar prijspeil medio uitvoering (2024) en voor grondstoffen is een hoger indexpercentage opgenomen. Kennis te nemen van de voorbereiding en planning van de uitvoering: 2021: Voorbereiding aanbesteding. 2022: Aanbesteding (Q1), met gunning in Q4 2022. Q2 2024: Start exploitatie eerste schip (inclusief laadvoorziening). Eind 2025: Alle 4 veerponten geleverd en in exploitatie. Kennis te nemen van de geheimhouding die op grond van artikel 25, tweede lid van de Gemeentewet is opgelegd op een eerdere versie van deze raadsvoordracht en bijlage 5 en het verzoek aan de gemeenteraad om de geheimhouding op deze gewijzigde raadsvoordracht op te heffen en de geheimhouding op bijlage 5 tijdens de eerstvolgende vergadering na aanlevering bij de raadsgriffie te bekrachtigen.
Wettelijke grondslag
Artikel 25, lid 2 en 3 Gemeentewet 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met
betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. 4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht. Artikel 160 Gemeentewet 1 Het college is in ieder geval bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast; b. beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. Artikel 169 lid 2 Gemeentewet Het college geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Artikel 21 sub c van de Financiële verordening gemeente Amsterdam.
Het college stelt regels vast gericht op: Lid c: de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van toegewezen budgetten en investeringskredieten. Artikel 10, tweede lid onder b Wet openbaarheid van bestuur Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen.
Bestuurlijke achtergrond
De Update Nota Veren 2021. Vastgesteld door het college van B&W op 6 juli 2021. Deze update geeft de benodigde ontwikkeling van de verenvloot tot 2030 weer, met daarbij speciale aandacht voor de verduurzaming van de vloot. Ook wordt ingegaan op projecten die in het komend decennium op stapel staan, zoals de realisatie van een nieuwe Ponthaven en mogelijke nieuwe veerverbindingen conform het Advies van de commissie D’Hooghe. Deze nota is een actualisatie van de nota Veren 2018. Vastgesteld door de gemeenteraad op 5 november 2015. In de nota Veren 2018 wordt een strategie beschreven voor het toekomstbestendig maken van de veren, waarbij wordt ingezet op slimmer benutten van de bestaande capaciteit, passagiersmonitoring en oplossen van urgente capaciteitsproblemen door vlootuitbreiding. Medio 2019 is de Verenstrategie 2019 aan de commissie MLD aangeboden. In de begeleidende brief is het volgende over duurzaamheid opgenomen: ‘Daarnaast is het streven dat alle IJveren uiterlijk in 2025 (of zoveel eerder als mogelijk) uitstootvrij varen.’ Om het bestuur daarover te kunnen adviseren en om middelen in de begroting te reserveren is in 2019 een onderzoek naar de technische haalbaarheid, randvoorwaarden
en kosten van zero-emissie IJveren uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in de Update Nota Veren 2021 die in juli 2021 door het College is vastgesteld. Uitvoeringsbesluit aanleg en exploitatie tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland. Vastgesteld door de gemeenteraad op 11 november 2021 (VN2021-026039). Vanaf september 2022 zal voor zeven jaar een veerpont gaan varen op de route Sporenburg Sluisbuurt (Zeeburgereiland). GVB Veren zal deze pont in opdracht van de gemeente gaan exploiteren. Hiervoor wordt een bestaand IJveer ingezet. Genereus Verbonden: een concept inrichtingsplan voor het IJ als robuust en waterkruispunt - Adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam (D’Hooghe) (2020). Het inrichtingsplan voorziet in het aanleggen van twee bruggen, één aan de oostkant (tussen de Johan van Hasseltweg en het Azartplein) en één aan de westkant (tussen de NDSM-werf en de Danzigerkade). Ook een Voetgangerspassage van het Centraal Station naar Noord is als derde maatregel opgenomen in de geactualiseerde Nota van Uitgangspunten Sprong over het IJ (besluit door de raad in Q1 2022). Het aan passen van de Amsterdamsebrug en een veerverbinding naar de Sluisbuurt zijn onderdeel van het programma Bereikbaarheid IJburg en Zeeburgereiland.
D’Hooghe adviseerde ook twee nieuwe veerverbindingen te onderzoeken; een veerverbinding Java-Eiland Hamerkwartier en een optimalisatie van het Distelwegveer. Deze onderzoeken worden betrokken binnen programma Veren. Routekaart klimaatneutraal 2050 (Maart, 2020). In deze routekaart is de volgende ambitie voor de verduurzaming van de veren opgenomen: ‘De veerponten zorgen voor 25% van het dieselgebruik van het GVB. Op grond van een convenant tussen gemeente en GVB maken we net als de bussen ook de veren uiterlijk per 2025 uitstootvrij.’ Dit komt voort uit het Actieplan schone lucht (oktober 2019), waarin de ambitie is opgenomen dat de passagiersvaart en GVB veerponten uitstootvrij zijn op Amsterdams binnenwater in 2025. In de Update Nota Veren 2021 is geconstateerd dat de huidige financiële condities van de stad het niet toelaten om de gehele vloot voor 2025 uitstootvrij te maken. Besloten is om vooralsnog alleen de nieuw aan te schaffen veren uitstootvrij te maken. De ambitie om alle veren uitstootvrij te laten varen, blijft echter staan. Leidend daarin is de doelstelling van het Actieplan Schone Lucht om een ‘uitstootvrij gebied met de omvang van de bebouwde kom [te realiseren], voor alle modaliteiten per 2030’.
Onderbouwing besluit
Ad 1: Kennis te nemen van de noodzaak om vier plug-in elektrische veerponten en bijbehorende laadinfrastructuur aan te schaffen voor passagiersvervoer over het IJ. De aanschaf vloeit voort uit de vlootstrategie, zoals beschreven in de Update Nota Veren 2021 die op 6 juli 2021 is vastgesteld door het College. Op dit moment varen er 14 veren in Amsterdam. In 2025 / 2026 moeten drie verouderde en relatief kleine veerponten uit de vaart genomen worden. Deze worden pont voor pont vervangen door drie nieuwe veerponten. Daarnaast wordt één veerpont extra aangeschaft, omdat een van de bestaande veerponten (IJveer 55) vanaf september 2022 voor een periode van zeven jaar ingezet wordt op de tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland (route Sporenburg – Sluisbuurt, Zeeburgereiland). Op basis van actuele vervoersprognoses geldt dat het noodzakelijk is dat nog in Q1 2022 gestart wordt met de aanbesteding voor de vier nieuwe veren. Uitstel
zal leiden tot grotere kans op uitval van de verouderde veren en capaciteitsproblemen in de jaren 2024 en verder. In een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) zijn 3 opties voor de aanschaf van de 4 veren met elkaar vergeleken, inclusief een renovatie-variant: Nuloptie: de 3 verouderde veerponten worden gerenoveerd en er wordt 1 nieuwe serie-hybride dieselpont aangeschaft. De gerenoveerde dieselveerponten gaan naar verwachting 15 jaar mee. Daarna worden ze vervangen door 3 nieuwe serie-hybride dieselponten. Business as Usual (BaU): er worden 4 nieuwe serie-hybride diesel veerponten aangeschaft. Verduurzamen: Er worden 4 nieuwe elektrische veerponten aangeschaft en op de verbinding waar deze worden ingezet komt laadinfrastructuur. NB Ter verduidelijking van de nuloptie en de optie Business as Usual: een serie-hybride dieselpont wordt aangedreven door een elektromotor in combinatie met een verbrandingsmotor. Voor een deel van de oversteken zorgt de elektromotor voor de aandrijving. Zodra de accu's leeg raken wordt de verbrandingsmotor (lopend op dieselbrandstof) ingeschakeld om de accu’s op te laden. De elektrische veerponten varen alleen op een elektromotor en kunnen daarmee - met behulp van laadinfrastructuur op de wal de gehele dienstverlening uitstootvrij varen. De optie Verduurzamen, waar dit krediet op gebaseerd is, heeft de beste MKBA-score.
Deze optie leidt tot verbeteringen voor de passagiers in termen van comfort, wachttijd en betrouwbaarheid. Daarnaast heeft deze optie positieve effecten voor het milieu en vermindering van geluidsoverlast. De investeringskosten zijn hoger dan voor de andere twee opties, maar worden meer dan terugverdiend in maatschappelijke baten. De baten/kosten-verhouding is 3,2. Voor deze MKBA zijn noodzakelijkerwijs aannames gedaan over de toekomst. Echter, alle gevoeligheidsanalyses met gewijzigde aannames bevestigen de conclusie die hiervoor is geformuleerd. Zelfs als het aantal passagiers helemaal niet zou groeien, bijvoorbeeld als gevolg van de corona-pandemie, blijft de variant Verduurzamen het meest gunstig in MKBA-termen. In aanvulling op de resultaten van de MKBA geldt dat de optie Verduurzamen niet alleen de beste optie is vanuit welvaartsperspectief (waarbij alle maatschappelijke kosten en baten tegenover elkaar zijn afgewogen), maar ook als enige van de drie varianten uitstootvrij is en daarmee past binnen het Amsterdamse beleid. Het Actieplan Schone Lucht hanteert immers als doelstelling een ‘uitstootvrij gebied met de omvang van de bebouwde kom, voor alle modaliteiten per 2030’. De nieuwe veren zullen in hoofdzaak gaan varen op de verbinding Centraal Station IJplein (verbinding F2).
Hiermee wordt het IJpleinveer, dat zich in de komende jaren tot één van de drukste verbindingen van de stad zal ontwikkelen, de eerste volledig emissievrije verbinding van de stad. De veren kunnen - indien de dienstverlening daarom vraagt - ook als hybride aangedreven veerponten op andere verbindingen varen. De kosten voor de aanleg van laadinfrastructuur bij deze verbinding zijn ook opgenomen in deze kredietaanvraag. Na ingebruikname van de 4 nieuwe veren en het uit de vaart nemen van de 3 oude veren komt de totale IJveren vloot uit op 15 veerponten (incl. de pont voor het Zeeburgereiland). Deze zijn nodig om de - na de start van de tijdelijke pontverbinding Zeeburger-
eiland - 7 veerverbindingen in de stad te kunnen opereren. Naar verwachting zal het aantal veerponten tot 2028 verder moeten groeien naar 18. Ook is groot onderhoud aan een deel van de vloot nodig. Zie hiervoor verder de update Nota Veren 2021. In de Update Nota Veren wordt ook ingegaan op de rol van de veren na realisatie van de vaste oeververbindingen. In het advies van de commissie D’Hooghe is opgenomen dat het merendeel van de bestaande veerverbindingen op het IJ behouden (moeten) blijven. Tegen die tijd zal de afweging gemaakt worden welke veerverbindingen kunnen blijven en met welke frequentie. Bij realisatie van de Oostbrug, zal de Oostveer verdwijnen (deze ligt op hetzelfde tracé). De eindsituatie zal bestaan uit een combinatie van vaste oeververbindingen en veren om op deze manier een toekomstbestendige en fijnmazige oversteek te garanderen. De IJveren zullen ook na 2030 nog steeds een belangrijke rol vervullen in het vervoerssysteem van de stad. Ook wordt rekening gehouden met veerverbindingen in Havenstad. Investeringen in de veren anno 2022 zullen dus ook op de langere termijn hun nut behouden. Om verdere duurzame - volgens de huidige inzichten noodzakelijke - groei en groot onderhoud te kunnen realiseren volgt in 2023 of 2024 een tweede kredietaanvraag.
Voorafgaand daaraan zullen de vervoersprognoses worden geactualiseerd - waarbij ook meer bekend zal zijn over de (middel)lange termijn effecten van Corona op de vervoersvraag - en zal het aantal benodigde veren waar nodig worden bijgesteld op basis van die actuele prognoses. Ad 2: In te stemmen met de aanschaf van vier elektrische veerponten met een grotere passagierscapaciteit (310 personen) en bijkomende elementen. De nieuwe veerponten krijgen een plug-in elektrische aandrijving met oplaadfaciliteiten bij de aanlanding. Het IJpleinveer krijgt één oplaadvoorziening (gelijkrichterstation) aan de noordelijke zijde. Opladen vindt volautomatisch plaats via laadarmen. De ponten kunnen laden bij het in en uitstappen van passagiers. Hiermee wordt de dienstregeling niet verstoord. Het betreft een bewezen, veilige en betrouwbare techniek die elders al wordt ingezet. GVB en de gemeente Amsterdam doen al sinds medio 2021 naar tevredenheid ervaring op met deze techniek bij de nieuwe Noordzeekanaalponten. Onderzoeken van EVConsult (2019 en 2021, zie de Update Nota Veren, 2021) tonen aan dat de gekozen elektrische aandrijftechniek technisch haalbaar is, de voorkeur geniet boven andere duurzame aandrijfbronnen en ingepast kan worden in de huidige en toekomstige dienstverlening.
De veren worden aangedreven door 100% groene elektrische stroom van het duurzame energiecontract van de gemeente Amsterdam. Hiermee zorgen we ervoor dat de nieuwe veren volledig uitstootvrij varen. Bijkomend voordeel van de elektrische aandrijving is dat deze beduidend stiller zijn dan de oude diesel-aangedreven veerponten. De nieuwe veerponten zijn groter dan de drie veerponten die uit de vaart worden genomen. Waar de oude ponten per keer maximaal 251 personen kunnen vervoeren, kunnen de nieuwe veerponten 310 personen het IJ over zetten. In de Update Nota Veren (2021) is berekend dat grotere veerponten nodig zijn om het toenemende aantal passagiers veilig en efficiënt het IJ over te zetten. Een impressie van de nieuwe veren en het laadsysteem is te vinden in de bijlage ‘Impressie elektrische veren’.
Inbegrepen bij het uitvoeringsbudget zijn de kosten voor noodzakelijke aanpassingen aan de aanlegsteigers in de Ponthaven. Deze zijn nodig om de nieuwe, grotere veren aan te laten leggen. Bij de uitwerking van deze aanpassingen wordt tevens rekening gehouden met de toekomstige invulling van de Ponthaven en een beoogde tweede Ponthaven in het Cornelis-Douweskanaal West (zie de Update Nota Veren). Ad 3: Kennis te nemen van het totaal benodigde investeringsbudget van € 33,94 mln. (excl. BTW, prijspeil jaar uitvoering). Het totale budget van € 33,94 mln. is nodig voor de hieronder getoonde investeringselementen. Een nadere detaillering wordt omwille van de marktgevoeligheid van de informatie i.r.t. de aankomende aanbestedingen niet getoond.
Overzicht investeringen
Bedragen ex btw
4 Schepen + 2 laadarmen 1 Set aan strategische reserve-onderdelen Calamiteitenbudget voor operationeel houden 3 oude veerponten Opleidingsbudget technische dienst en schippers Projectkosten (projectteam) 1 Laadvoorziening (gelijkrichterstation) 2 Laadplateaus (waarop de laadarmen in het water geplaatst worden) Aanpassingen Ponthaven TOTAAL
€ 33,94 mln.
Het nu geraamde investeringsbudget komt substantieel hoger uit dan voorzien in de Update Nota Veren (2021). Voor het bovenstaande pakket aan investeringen was initieel een bedrag van € 26,4 mln. geraamd. De toename in kosten van afgerond € 7,5 mln. wordt veroorzaakt door: Prijspeilcorrectie in combinatie met grote prijsstijgingen: Het nieuwe bedrag is gecorrigeerd van prijspeil begin/medio 2020 naar prijspeil medio bouw (begin 2024). Vanwege de oplopende inflatie werkt deze correctie relatief zwaar door. Er is sprake van grote tekorten en prijsstijgingen voor staal en aluminium. Beide producten worden ruimschoots toegepast. Zo is de staalprijs van november 2020 tot november 2021 meer dan verdubbeld en steeg de prijsindex voor Grond-, Weg- en Waterbouw tussen april 2020 en oktober 2021 met 10,5% (bron CBS). De post onvoorzien is vanwege de onzekerheden over de inschrijfsommen van bouwers/werven (a.g.v. onder meer de tekorten op de grondstoffen- en arbeidsmarkt) relatief omvangrijk geraamd. Ontwerpwijzigingen, onder meer a.g.v. veranderende regelgeving. Toevoegingen aan het pakket van investeringen. Toegevoegd zijn 1) een set van strategische reserve-onderdelen v0or de nieuwe ponten; 2) kosten voor implementatie in de vorm van opleidingen voor technische dienst en schippers om vertrouwd te raken met de nieuwe technieken en 3) aanpassingen in de Ponthaven.
In bijlage 5 zijn de bedragen bij deze oorzaken genoemd bij de toelichting bij ad 3.
Ad 4: Kennis te nemen van de dekking voor de investeringen à € 33,94 mln. zoals opgenomen in bijlage 5. Het bedrag van € 33,94 mln. is volledig gedekt in de gemeentebegroting 2022 inclusief investeringsportfolio. De dekking is als volgt: a. In het investeringsportfolio bij de Begroting 2022 is voor het programma 2 Uitbreiding Veren een investeringsbedrag opgenomen van € 33,0 mln. voor de periode 2021 – 2025. Dit bedrag is bedoeld voor zowel de IJveren als de tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland. Op 11 november 2021 heeft de gemeenteraad voor de tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland een investeringskrediet van € 7,82 mln. toekend. Wat nog resteert voor de periode 2021 – 2025 is een beschikbaar investeringsbudget van € 25,18 mln. Om 4 veren en toebehoren te kunnen realiseren moet nu een krediet beschikbaar gesteld worden. Voor de omvang van dit beschikbaar te stellen krediet: zie de vertrouwelijke bijlage 5, ad 4.a. b. Binnen de reserve Vervanging Veren zijn nog gelden beschikbaar. Hiervan wenden wij een deel aan voor de aanpassingen aan de Ponthaven. Het overige gedeelte van de reserve wordt ingezet als dekking van de nu gevraagde investeringen in de 4 veren (en toebehoren). Voor de omvang van de in te zetten reserve-gelden: zie de vertrouwelijke bijlage 5, ad 4.b. c.
Voor de dekking vanuit project tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland geldt (aanvullend op wat vermeld is onder ad 4.a): Voor deze verbinding wordt geen nieuwe pont aangeschaft, maar een bestaand IJ-veer ‘overgenomen’. Aan programma Veren wordt als vergoeding hiervoor een bedrag van € 4,4 mln. beschikbaar gesteld. Deze € 4,4 mln. zetten we nu in als bijdrage voor de aanschaf van een nieuw elektrisch veer ter vervanging van het op de tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland in te zetten IJveer 55. Het restant van het aan project tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland toegekende krediet (€ 7,82 mln. – € 4,4 mln.) is o.a. voor de bouw van de pontaanlandingen (zie verder VN2021-026039 voor nadere onderbouwing). d. Vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds zijn gelden beschikbaar beschikbaar voor elektrische veren, hiervan wordt bij honorering van deze voordracht een deel ingezet voor de aanleg van de benodigde laadinfrastructuur. Voor meer detailinformatie: zie de vertrouwelijke bijlage 5, ad 4.d. e. Door de rijksoverheid is de ‘specifieke uitkering Schone Lucht Akkoord’ in het leven geroepen. Deze regeling richt zich op het treffen van maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit in het kader van het Schone Lucht Akkoord door gemeentes. Het RVO heeft € 0,5 mln. (het maximaal mogelijke subsidiebedrag) toegekend voor de bouw van een uitstootvrije veerpont.
NB na het beschikbaar stellen van het krediet vanuit programma 2 Uitbreiding Veren blijven in het programmabudget nog gelden over voor additionele investeringen in de verenvloot. Ook in het Stedelijk Mobiliteitsfonds is na het beschikbaar stellen van het krediet nog een restbedrag over voor de elektrische veren. Bij de actualisatie van het gemeentelijke investeringsportfolio t.b.v. de begroting 2023 volgt een aanvullende, voorlopige aanvraag vanwege de kostenstijgingen en toevoeging van de jaarschijf 2026. Voor de begroting 2024 zal het totaal benodigde investeringsbedrag worden bijgesteld voor realisatie van de gehele vlootstrategie (zie de Update Nota Veren). Dit wordt gedaan
op basis van de resultaten uit de komende aanbesteding en – zoals reeds vermeld onder ad 1 - op basis van de dan actuele cijfers omtrent de ontwikkeling van het aantal reizigers. In de vertrouwelijke bijlage 5, bij de toelichting van ad 4 zijn de bedragen bij het investeringskrediet en het uitvoeringsbudget genoemd. Ook wordt aangegeven welke bedragen nog resteren voor de elektrische veren in het programmabudget en in het Stedelijk Mobiliteits Fonds. Ad 5. In te stemmen met de dekking voor deze investeringen zoals opgenomen in bijlage 5 en zodoende beschikbaar stellen van het benodigde investeringskrediet (voor de aanschaf van de veerponten en bijbehorende elementen) en het uitvoeringsbudget (voor de laadinfrastructuur en de aanpassingen aan de Ponthaven). Het investeringskrediet is samengesteld uit een bijdrage (zie bijlage 5, ad 5.a) vanuit programma 2 Uitbreiding veren, een bijdrage vanuit de reserve vervanging veren (zie eveneens bijlage 5, ad 5.a) en € 0,5 mln. vanuit de door het RVO toegekende subsidie. Het kredietdeel van € 4,4 mln. vanuit project tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland volmaakt het benodigde budget voor de aanschaf van de 4 veerponten en toebehoren. Het budget wordt in de vorm van een investeringssubsidie aan GVB Veren BV ter beschikking gesteld voor de realisatie van 4 elektrische veerponten en bijbehorende elementen.
De gemeente zal opdracht geven aan GVB Veren BV om de veren en toebehoren te laten bouwen. GVB Veren BV is verantwoordelijk voor de aanbesteding van de veren. Na oplevering door de werf komen de nieuwe veren rechtstreeks in eigendom van GVB Veren BV, waarbij sprake is van zogenoemd ‘geclausuleerde eigendom’. Het geclausuleerde eigendom voorziet erin dat het eigendom van de aandelen van GVB Veren BV (en de assets die zijn ondergebracht in de BV, zoals alle reeds varende veerponten en de nieuwe veerponten) kan overgaan van GVB Holding NV naar de gemeente. Deze verandering van de eigendomssituatie kan aan de orde zijn indien bijvoorbeeld het exploitatiecontract eindigt of GVB (Veren) failliet gaat. Indien faillissement of contractbeëindiging zich voordoet komen de veerponten - als onderdeel van de aandelen in de BV - dus in eigendom van de gemeente. Het uitvoeringsbudget is samengesteld uit een dekking vanuit het SMF voor de laadinfrastructuur en dekking vanuit de reserve vervanging veren voor de benodigde aanpassingen aan de Ponthaven. De laadinfrastructuur komt - evenals bijvoorbeeld de al bestaande pontaanlandingen - in eigendom van de gemeente. De Ponthaven is reeds eigendom van de gemeente. In bijlage 5, ad 5 zijn de bedragen bij het investeringskrediet en het uitvoeringsbudget genoemd en in detail omschreven. Ad.
6: Kennis te nemen van de consequenties voor de structurele kosten verbonden aan deze investering: A. Vervanging EVConsult heeft onderzocht wat de operationele kosten zijn van zowel het varen met diesel veren als het varen met elektrisch aangedreven veren. De conclusies hiervan zijn opgenomen in de Update Nota Veren en in de MKBA. Het bureau constateert dat de jaarlijkse operationele kosten voor het varen met een dieselveer en het varen met een elektrisch veer vrijwel gelijk aan elkaar zijn. Het adviesbureau zegt hierover: ‘de
elektrische veren [hebben] aanzienlijk lagere kosten voor energie (brandstof) en lagere kosten voor onderhoud, maar hogere operationele kosten voor laadinfrastructuur dan diesel(hybride) aangedreven veren. Het toeval wil echter dat die effecten elkaar nagenoeg opheffen in termen van totale operationele kosten’. Verder geldt: Drie van de vier nieuwe veerponten vervangen de drie oude diesel veren. Omdat de operationele kosten van de nieuwe veren gelijk zijn aan die van de oude veren, is er geen sprake van meerkosten voor beheer en onderhoud van de schepen. Voor het vierde nieuwe veer geldt: dit veer vervangt de veerpont die nu nog ingezet wordt op de bestaande IJ-verbindingen, maar die in de toekomst wordt ingezet op de tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland. Ook hier geldt dat er geen meerkosten zullen zijn voor beheer en onderhoud van de schepen. NB De kosten voor de inzet van de tijdelijke pont van en naar Zeeburgereiland worden gedekt vanuit het project tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland. B. Uitbreiding: Door de groei van de stad in het algemeen, en Amsterdam Noord in het bijzonder, zal het aantal reizigers - ondanks de corona-pandemie – naar verwachting verder toenemen. Om reizigers veilig en comfortabel het IJ over te kunnen blijven zetten, zal de gehele verenvloot in de periode 2022 – 2025 (en verder) meer vaaruren moeten maken.
De exploitatiekosten stijgen daarmee dus ook. Bij de begroting 2022 / investeringsportfolio zijn deze meerkosten meerjarig ingediend, ten laste van de nieuwe gemeentebrede stelpost ‘kapitaal- en exploitatielasten gerelateerd aan nieuwe investeringen’. In het kredietbesluit voor de tijdelijke pontverbinding Zeeburgereiland zijn de exploitatiemeerkosten op dezelfde wijze ten laste van deze gemeentebrede stelpost gebracht. Uitwerking van (de spelregels omtrent) deze stelpost vindt plaats in aanloop naar de Voorjaarsnota / 4-maandsrapportage 2022. Op het moment van schrijven wordt een jaarlijkse groei van het aantal vaaruren van 2,25% voorzien. Dit vertaalt zich in € 1,2 mln. per jaar aan extra exploitatiekosten in 2025 (ten opzichte van 2022). Punt van aandacht daarbij is dat de meerkosten sterker op kunnen lopen als gevolg van de hoge inflatie. De exploitatievergoeding aan het GVB wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de ontwikkeling van enkele contractueel vastgelegde CBS-prijsindices. Ad 7: Kennis te nemen van de belangrijkste geïnventariseerde risico’s en de beheersmaatregelen. In aanvulling op punt 7.a geldt: De Taskforce Congestie (Alliander, TenneT, Port of Amsterdam en Gemeente Amsterdam) heeft als opdracht om z.s.m. oplossingen voor de energiecongestie in de stad c.q. Amsterdam Noord te implementeren.
Het doel is om oplossingen beschikbaar te maken voor alle ontwikkelingen in gebieden waar sprake is van congestie, hiervan is de laadinfrastructuur van de veerponten er één. Ook wordt gezocht naar mogelijkheden om te kunnen prioriteren tussen ontwikkelingen op basis van maatschappelijke afwegingen. Hiervoor is (1) inzicht nodig in de wachtlijst bij Liander (nu niet beschikbaar i.v.m. privacywetgeving) en (2) wijziging nodig in wet- en regelgeving van het Rijk (nu geldt first come, first served). Tevens is er vanuit het programma Veren ook rechtstreeks contact met Liander om te zoeken naar specifieke oplossingen. Er zijn nog twee risico’s waar de gemeente in meerdere projecten rekening mee houdt en die ook hier van toepassing zijn. Vanwege de mogelijk hoge kosten en/of risico’s die
hieruit voortvloeien worden ze hier genoemd. Nieuwe ponten worden later geleverd: De oude ponten langer operationeel houden betekent een groter risico op aanvullende kosten van achterstallig onderhoud; met de eerste nieuwe pont wordt de in minst goede staat verkerende oude pont vervangen (deze kan indien nodig gebruikt worden voor onderdelen). Werf gaat failliet tijdens bouw: Contractueel eigendom en betalingen worden vastgelegd zodat gemeente/GVB minste risico loopt, in gunningsproces worden marktpartijen getoetst, ook wordt het bouw- en betalingsproces zoveel als mogelijk serieel georganiseerd om kosten en risico te spreiden. Ad 8: Kennis te nemen van de voorbereiding en de planning van de uitvoering. Geen toelichting. Financiële onderbouwing
Financiële onderbouwing: < / Ja> Investeringsvoorstel Tabel: Basisgegevens investering Investeringssom (excl. bijdrage uit reserve)
Zie bijlage 5.
Rentepercentage
0,7 %
Afschrijvingstermijn (jaar)
20
Kapitaallasten
Zie bijlage 5.
Aanvang kapitaallasten
Zie bijlage 5.
MIP nummer
70.210.006
Consequenties gedekt?
Ja.
Overige Toelichting Investeringssom betreft de investeringssom exclusief de bijdrage uit de reserve veren (zie bijlage 5 voor de hoogte van deze bijdrage). Zie ad 3 tot en met ad 5 van deze voordracht voor een toelichting op de dekking van de investeringssom. Bijlage 5 (kabinet) geeft inzicht in de vertrouwelijke bedragen. De investeringen in de laadinfrastructuur en in de aanpassingen aan de Ponthaven hoeven niet geactiveerd te worden (zie onderbouwing in bijlage 5). Voor de investeringen in de veren geldt dat de systematiek zoals beschreven in de beleidsnota Activeren, Waarderen en Afschrijven (nota AWA 2021) wordt gevolgd. Artikel 18 uit de AWA vermeldt: ‘Bijdragen aan eigendommen van derden worden in beginsel niet geactiveerd […] Wettelijke bepalingen schrijven voor dat bijdragen van de gemeente aan activa die in eigendom zijn van derden kunnen worden geactiveerd, als
a. b. c. d.
er sprake is van een investering door een derde en de investering bijdraagt aan de publieke taak en de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en de bijdrage kan worden teruggevorderd als de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.’
De investeringen in de veren komen in aanmerking voor activering en afschrijving omdat wordt voldaan aan de bovengenoemde voorwaarden. Ten aanzien van de zwaarwegende voorwaarde d geldt dat er een expliciete regeling aanwezig is in de vorm van het geclausuleerd eigendom (zie ad 5) die erin voorziet dat het eigendom van de aandelen in GVB Veren BV – en daarmee ook het eigendom van de assets die zijn ondergebracht in de BV - kan overgaan van GVB Holding NV naar de gemeente. Deze verandering van de eigendomssituatie kan - zoals reeds omschreven onder ad 5 - aan de orde zijn indien bijvoorbeeld het exploitatiecontract eindigt of GVB Veren failliet gaat. De bedragen bij de toelichting zijn weergegeven in bijlage 5. Conclusie De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking).
Geheimhouding
Deze aangepaste voordracht is onder geheimhouding aangeleverd, omdat de raad ten aanzien van een eerdere versie van de voordracht al geheimhouding heeft bekrachtigd. Geheimhouding van bijlage 5 vindt plaats om de economische en financiële belangen van de gemeente te beschermen. In de voornoemde bijlagen is weergave van gedetailleerde financiële informatie nodig om de raad goed te kunnen informeren. Deze financiële informatie kan bij openbaring een prijsopdrijvend effect hebben op de aanbesteding. Geheimhouding is daarom nodig. De geheimhouding wordt opgelegd tot de aanbesteding is afgerond en alle projectonderdelen zijn gegund en uiterlijk tot 31 december 2026. De geheimhouding van de aangepaste voordracht wordt opgeheven, zodra de raad daarmee instemt. De voordracht is geheim, omdat de gemeenteraad ten aanzien van een eerdere versie van de voordracht geheimhouding heeft bekrachtigd. Nu de financiële informatie die geheim moet blijven naar bijlage 5 is verplaatst, kan de aangepaste voordracht openbaar worden, als de gemeenteraad daarmee instemt. De eerdere versie van de voordracht en de bijlage 2 en 4 blijven geheim, omdat het openbaar worden van de financiële informatie in deze stukken een prijsopdrijvend effect kan hebben. Welke stukken treft u aan? Registratienr.
Naam
< automatisch >
< Bestandsnaam >
< automatisch >
< Bestandsnaam >
Bijlagen: 1. Update Nota Veren 2021, gemeente Amsterdam, 2021. 2. MKBA Nieuwe Veren, gemeente Amsterdam, 2021. KABINET 3. Impressie elektrische veren, gemeente Amsterdam i.s.m. GVB Veren, 2021. 4. Overzicht investeringsramingen, gemeente Amsterdam i.s.m. GVB Veren, 2021 – KABINET 5. Bijlage met financiële bedragen bij de toelichting op de beslispunten 3, 4 en 5 en het investeringsvoorstel in de voordracht - KABINET De bijlagen 1 t/m 4 zijn al eerder aan de gemeenteraad gestuurd Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Erik Grootscholte, 06 – 34164885, e.grootscholte@amsterdam.nl Jan-Willem Sluyters, 06 – 12963312, j.sluyters@amsterdam.nl