CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 11 Openbare Orde en Veiligheid (4) bestuurlijke reactie initiatiefvoorste

RAAD 22 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het initiatiefvoorstel 'Van het lachgas af’ van het voormalig lid Ceder en het lid Mbarki en kennisnemen van de bestuurlijke reactie. Nr. VN2021-0105591.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl

Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam

Aan de leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum

15 december 2020

Ons kenmerk Behandeld door M. van de Westeringh Bijlage

Bijlage 1 Raadsbrief lachgas Bijlage 2 Kamerbrief lachgas

Onderwerp

Bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel van raadslid Ceder (CU) en Mbarki (PvdA) getiteld ‘van het lachgas af’

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 30-10-2020 hebben de raadsleden Ceder (CU) en Mbarki (PvdA) een initiatiefvoorstel ingediend getiteld ‘van het lachgas af’. Met dit voorstel wordt het college gevraagd om: 1. Vast te stellen dat in het belang van de veiligheid, openbare orde en volksgezondheid in Amsterdam, zowel een verbod op hinderlijk gebruik van lachgas als een uitgebreid verkoopverbod van lachgas wenselijk is; 2. Na artikel 2:7 lid 3 van de APV een vierde lid toe te voegen: ‘4. Het is voor personen verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, lachgas te gebruiken of tanks, ampullen en dergelijke met lachgas bij zich te hebben.’ 3. In de evenementenvergunning van de gemeente Amsterdam vast te leggen dat het verstrekken van lachgaspatronen en -ballonnen tijdens evenementen niet is toegestaan, om daarmee de openbare orde en veiligheid van (jonge) bezoekers aan evenementen te kunnen waarborgen; 4. De verkoop van lachgas in de horeca en detailhandel te verbieden op basis van de Wet Milieubeheer, onder de voorwaarde dat de ‘Arnhemse aanpak’ standhoudt in de bodemprocedure bij de Raad van State; Het college bedankt de raadsleden Ceder en Mbarki voor het initiatiefvoorstel en onderschrijft het achterliggende doel hiervan.

Het college neemt daarom verschillende maatregelen om de overlast door de verkoop van lachgas en het gebruik van lachgas te verminderen, benoemd in de raadsbrief van 20 juni 2020 (bijlage 1). Daarnaast treft u hieronder per onderdeel de reactie van het college aan. Onderdeel 1 & 2: Gezien de risico’s voor de volksgezondheid, het risico op verkeersongevallen en de overlast die lachgasverkoop en –gebruik met zich meebrengen heeft staatssecretaris Blokhuis een voorstel ingediend om lachgas op lijst II van de Opiumwet te plaatsen. Op 26 oktober 2020 heeft de staatsecretaris aangegeven er naar te streven het verbod in de eerste helft van 2021 in werking te laten treden (zie bijlage 2). Het college is niet voornemens om, vooruitlopend hierop, aanvullende maatregelen te nemen. Pas als de inzet van de huidige maatregelen en handhaving op de

Een routebeschrijving vindt u op www.amsterdam.nl.

Gemeente Amsterdam

Datum 15 december 2020 Kenmerk Pagina 2 van 4

Opiumwet onvoldoende effectief blijken, acht het college het wenselijk te onderzoeken of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Plaatsing onder de Opiumwet De verwachting is dat de beschikbaarheid van lachgas beperkt kan worden door plaatsing onder de Opiumwet. Vooral het terugdringen van de beschikbaarheid van cilinders, gasflessen en tanks is belangrijk omdat hierbij de gezondheidsrisico’s het grootst zijn omdat het gemakkelijk is grote hoeveelheden lachgas te gebruiken. Daarnaast kan na plaatsing onder de Opiumwet door de politie gehandhaafd worden op het bezit en de verkoop van lachgas voor oneigenlijk gebruik. Als duidelijk is hoe de wetswijziging er definitief uit komt te zien, kunnen er in de Driehoek afspraken gemaakt worden over de handhaving. Hierbij moet worden opgemerkt dat de politiecapaciteit beperkt is en handhaving op de Opiumwet arbeidsintensief is. Lachgasverbodsgebieden & Wet milieubeheer Sommige gemeenten hebben een artikel in de APV opgenomen dat het mogelijk maakt om gebieden aan te wijzen waarbinnen het bezit, gebruik en/of de verkoop van lachgas verboden wordt. Daarnaast gebruikt de gemeente Arnhem de Wet milieubeheer om te handhaven op de verkoop van lachgas in detailhandel en de horeca.

Zodra lachgas onder de Opiumwet valt wordt handhaving op basis van de APV of de Wet milieubeheer overbodig aangezien het dan in heel Nederland verboden is om lachgas voor oneigenlijk gebruik in bezit te hebben of te verkopen. Bovendien is het in beginsel niet mogelijk om in de APV het bezit en de verkoop van middelen te verbieden die ook in de Opiumwet verboden zijn. Een APV artikel met een verbod op het gebruik van lachgas is wel mogelijk omdat de Opiumwet niet toeziet op het gebruik van middelen. Huidige maatregelen Om lachgasgebruik te ontmoedigen zet de gemeente samen met betrokken partijen zoals Jellinek preventieve maatregelen in (zie ook bijlage 1). Jellinek investeert extra in begeleiding en advisering van jongerenwerk in wijken waar frequent lachgas gebruik speelt. De GGD besteedt aandacht aan lachgas in de ouderbijeenkomsten op scholen.

Naar aanleiding van het CAM onderzoek zijn er extra activiteiten opgestart die ook genoemd worden in de raadsbrief van 20 juni 2020: • Er is een flyer voor professionals ontwikkeld die met (hoogrisico) jongeren te maken krijgen zoals docenten, politieagenten, zorgcoördinatoren en jongerenwerkers; • Het opzetten van een interventie via Instagram, waarbij gebruik gemaakt zal worden van influencers met een goed bereik onder de groepen jongeren waar frequent, riskant, gebruik relatief veel voorkomt; • Het organiseren van vijftien ouderbijeenkomsten in West, Nieuw-West en Zuidoost, in 2020-2021, in samenwerking met Jellinek; • Voorlichting aan ouders met een niet westerse culturele achtergrond. Gericht op onderkennen van lachgasgebruik en het gesprek met het kind aan gaan. Op dit moment kan al opgetreden worden tegen lachgasverkoop op straat op basis van het ventverbod en op basis van artikel 2.7 lid 2 APV (openlijk gebruik en handel). Daarnaast kan opgetreden worden indien overlast plaatsvindt door lachgasgebruik zoals geluidshinder (Artikel 5.5 APV), hinderlijk gedrag in of bij gebouwen (Artikel 2.18 APV), algemeen overlast veroorzaken

Gemeente Amsterdam

Datum 15 december 2020 Kenmerk Pagina 3 van 4

(Artikel 2.2 APV) en het achterlaten van straatafval (Artikel 18 Afvalstoffenverordening). Door intensiever te handhaven in stadsdeel Centrum sinds de zomer van 2019 is veel overlast teruggedrongen en is het aantal lachgasverkopers afgenomen. Hierbij is gehandhaafd op het ventverbod (119 sancties in augustus, september en oktober 2019) in combinatie met het opleggen van last onder dwangsommen. Daarnaast is gehandhaafd op artikel 2.7 lid 2 APV (openlijk gebruik en handel) en zijn tientallen verwijderingsbevelen opgelegd op grond van artikel 2.9 van de APV. Sinds de coronacrisis is het aantal lachgasverkopers verder afgenomen en zien we dat vooral in de stadsdelen West, Nieuw-West, Noord, Oost en Zuidoost sprake is van aan lachgasgebruik gerelateerde overlast. Hierop wordt gehandhaafd indien de capaciteit dit toelaat. Gezien het bovenstaande adviseert het college de raad het voorstel op deze punten niet over te nemen. Onderdeel 3: Het gebruik en de verkoop van lachgas op evenementen is sinds 2014 verboden omdat het sindsdien verboden is ballonnen op te laten of uit te delen bij evenementen in het kader van dierenwelzijn. Aanvullend hierop wordt sinds de zomer van 2019 standaard in alle evenementenvergunningen een verbod op lachgas opgenomen. Gezien het bovenstaande is het college van mening dat reeds is voldaan aan dit voorstel.

Onderdeel 4: Verkoop van lachgas in de horeca wordt vrijwel niet meer aangetroffen. Het college vindt het dan ook niet noodzakelijk om, in afwachting van plaatsing onder de Opiumwet, extra maatregelen te nemen. Zowel politie, gemeente als Koninklijke Horeca Nederland, zijn in gesprek gegaan met de horeca over de schadelijke gevolgen van lachgasgebruik. Hierdoor zijn veel horecaondernemers, al voor de coronacrisis, vrijwillig gestopt met de verkoop van lachgas. Daarnaast kan in alcohol schenkende horeca gehandhaafd worden op het verbod op kleinhandel (Artikel 14 lid 2 Drank- en horecawet). Tot op heden is dit niet geconstateerd. Zodra lachgas onder de Opiumwet valt wordt handhaving op basis van de Drank- en horecawet in de horeca of op basis van de Wetmilieubeheer in detailhandel overbodig aangezien het dan in heel Nederland verboden is om lachgas voor oneigenlijk gebruik in bezit te hebben of te verkopen.

Gemeente Amsterdam

Datum 15 december 2020 Kenmerk Pagina 4 van 4

Gezien het bovenstaande adviseert het college de raad het voorstel op dit punt niet over te nemen. Gezien het bovenstaande ontraadt het college de raad in te stemmen met het initiatiefvoorstel. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

Femke Halsema burgemeester

Peter Teesink gemeentesecretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10006577/1