CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

11. AO_Waterentree_in_Amsterdam_2-4-2019.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 25 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de afdoening toezeggingen m.b.t. PFAS vervuiling in het water van het Amsterdamse Bos en gebruik van staalslakken (VN2025-007639)18.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

projectnummer 0442277.100 definitief revisie 00 2 april 2019

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

projectnummer 0442277.100 definitief revisie 00 2 april 2019

Auteur Kirsten van de Groep Msc.

Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Nieuwe Meerlaan 3 1182 DB AMSTERDAM

datum vrijgave 2-4-2019

beschrijving revisie 00 definitief

goedkeuring Drs. P. Dirksen

vrijgave Ir. H.E Oosterbaan

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en situatie Vooronderzoek Doel Onderzoeksstrategie en kwaliteit

1 2 4 4

2

Veldwerk

5

2.1 2.2

Verrichte veldwerkzaamheden Resultaten veldwerk

5 5

3

Laboratoriumonderzoek

6

3.1 3.2 3.3 3.4

Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Toetsingskader Analyseresultaten grond Veiligheid

6 7 7 10

4

Conclusies en aanbevelingen

12

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Toelichting op bodemonderzoek, verantwoording uitvoering onderzoek BRL2000 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming Normen grond Wet bodembescherming Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit Normen Besluit bodemkwaliteit Analysecertificaten Voorgaand onderzoek

Tekening 0442277.100-S1

Situatie met boringen

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

1

Inleiding Door Antea Group is in opdracht van de gemeente Amsterdam in februari en maart 2019 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het Amsterdamse bos in Amsterdam.

1.1

Aanleiding en situatie Het project Waterentree zal worden gerealiseerd ten noorden van de Bosbaan in het Amsterdamse Bos. Hierbij zullen diverse eilanden, poelen en watergangen worden aangelegd en verbreed. Ten behoeve van het project is reeds bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos, Antea Group, projectnummer 431062, d.d. 20 november 2018). Sinds de uitvoering van het onderzoek is het ontwerp van een van de projectlocaties aangepast waardoor het onderzoek niet meer volstaat. Daarnaast blijkt uit voortschrijdend inzicht dat onderzoek naar PFOS/PFOA noodzakelijk is vanwege de nabijheid bij Schiphol. In onderstaande figuur is de globale ligging van de onderzoekslocaties in het Amsterdamse bos aangegeven. Het plan bestaat om waterpoelen en watergangen te graven op de zuidelijke deellocatie en om de grond die hierbij vrijkomt toe te passen op de noordelijke deellocatie, genaamd de Koenenkade. De zuidelijke deellocatie heeft een omvang van circa 3.500 m2, de contouren van de geplande ontgraving zijn opgenomen in de tekening 0442277.100-S1 in de bijlagen. De noordelijke deellocatie heeft een omvang van circa 4.000 m2.

Figuur 1.1: Overzicht onderzoekslocaties (bron: AGODP)

Blad 1 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

1.2

Vooronderzoek Voorafgaand aan het uitvoeren van het bodemonderzoek is conform de NEN 5725 een vooronderzoek uitgevoerd omtrent de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen en bekende gegevens. De aanleiding tot het vooronderzoek is het ‘opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’. De onderstaande onderzoeksvragen worden in dit hoofdstuk beantwoord:  wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?  is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters?  is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?  wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?  is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?  wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja,

waar bevindt deze zich?  is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Historie Het Amsterdamse Bos is grotendeels aangelegd in de periode voor de Tweede Wereldoorlog ten behoeve van de werkverschaffing. Bodemonderzoeken landbodem Uit het historisch onderzoek blijkt nabij deellocatie 7 (de nieuwe eilanden/Koenenkade) in 2010 een bodemsanering plaats te hebben gevonden (Oranjewoud, augustus 2010, ‘Saneringsonderzoek en saneringsplan Koenenkade’; kenmerk 176371sp08). De sanering heeft plaatsgevonden vanwege de sterk verhoogde concentraties aan zware metalen in de bodem die bijmengingen met slakken en vliegas bevat. In de jaren '50 van de vorige eeuw is het terrein in gebruikt geweest als depotlocatie en opslagterrein. Mogelijk zijn in die periode aan de westzijde van de locatie enkele vrachten vliegas en puinhoudend materiaal aangevoerd om een deel van het terrein te verstevigen en een inrit te creëren. Na het tijdelijke gebruik als depotruimte heeft het terrein weer een recreatieve functie gekregen. Als onderdeel hiervan zijn langs de oever enkele aanleg steigers gesitueerd. Dit tot dat in 2008 werd besloten het terrein weer tijdelijk te gebruiken voor de opslag van een partij grond.

Hierbij is grond afkomstig van een naastgelegen perceel tijdelijk opslagen om in te drogen alvorens te worden afgevoerd naar een hergebruikslocatie. De grond kwam vrij in het kader van een kwaliteitsimpuls waarbij een verland stuk rietland weer in zijn oude staat werd hersteld. De verontreiniging is middels de sanering afgedekt met leeflaag van 1 m dik. De leeflaag bestaat uit de gebiedseigen grond die op het terrein lag in te drogen, middels een partijkeuring is vastgesteld dat het materiaal voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie. Alleen direct aan de waterkant

Blad 2 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

is geen leeflaag van 1 m aangebracht omdat de kade dit gewicht niet kon houden. De saneringsgrens is destijds vastgesteld op een greppel die langs het terrein liep waarachter bomen stonden. Omdat het gesaneerde terrein in gebruik was als festivalterrein en een locatie waar mensen barbecueden, is alleen een leeflaag aangebracht op het onbegroeide deel ten oosten van de greppel. Uit het recent uitgevoerde onderzoek (Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos, Antea Group, projectnummer 431062, d.d. 20 november 2018) op de zuidelijke deellocatie blijkt dat de bodem zowel uit klei, zand als veen bestaat. Alle onderzochte grond voldoet indicatief aan de achtergrondwaarde (AW2000). De belangrijkste pagina’s uit het rapport zijn opgenomen in bijlage 10. Naar de zuidelijke deellocatie wordt verwezen als deellocatie 8. NGE (niet gesprongen explosieven) Volgens de NGE bodembelastingkaart van de gemeente Amsterdam is de locatie niet verdacht op het voorkomen van conventionele explosieven. Bodembedreigende activiteiten Vanwege de ligging van het onderzoeksgebied (in de nabijheid van Schiphol) houden wij bij het bodemonderzoek rekening met de stoffen PFOS en PFOA. PFOS (PerFluorOctaanSulfonzuur) en PFOA (PerFluorOctaanAcide) zijn de bekendste en meest kritische stoffen van de PFAS-groep, waarvoor inmiddels door de Europese Unie een verbod is uitgevaardigd.

Het zijn in het verleden veel gebruikte stoffen met talloze toepassingen, bijvoorbeeld antiaanbaklagen in pannen, vuil- en vochtwerende coating voor kleding, tapijt en meubelstoffen en brandblusschuimen. De stoffen komen over het algemeen in de bodem voor in (zeer) lage concentraties, bij specifieke bronlocaties worden sterk verhoogde concentraties aangetoond. In 2008 is er brand geweest op Schiphol waarbij PFOS-houdend blusschuim is gebruikt. Via de Ringvaart heeft deze stof zich (naar verwachting) verspreid richting het Amsterdamse bos, waardoor met name de waterbodem hier extra verdacht is op het voorkomen van PFOS. Aangezien de stof zich goed verspreid wordt hier ook de landbodem onderzocht. PFOS behoren tot de groep poly- en perfluor alkyl-verbindingen (PFAS), organische verbindingen die bestaan uit een gefluorineerde alkylketen met daaraan een zogenaamde terminale functionele groep. In het geval van PFOS bestaat die functionele groep uit een sulfonaatgroep. Zelfs onder extreme condities, zoals hoge temperatuur en de aanwezigheid van agressieve stoffen, zoals basen, zuren en oxiderende stoffen, blijven de verbindingen zeer stabiel. PFOS en PFOA zijn persistent. Deze stoffen breken niet af in water of bodem, ook niet onder invloed van licht of door bacteriën.

De sulfonaatgroep in PFOS zorgt er verder voor dat de stof beter oplosbaar is in water dan fluorverbindingen met hetzelfde aantal koolstofatomen zonder deze groep. Bodemopbouw en geohydrologie De bodem op de zuidelijke deellocatie bestaat uit een wisseling van klei, zand en veen. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetoond. Langs de noordelijke deellocatie zijn tevens boringen verricht, hier bestaat de bodem vanaf maaiveld tot 2,0 m-mv. uit veen. Het freatische grondwater was bij voorgaand onderzoek zeer ondiep (0,03 m –mv.) aanwezig en stroomt richting het oppervlaktewater. Bodemkwaliteitskaart De zuidelijke deellocatie valt in de gemeente Amstelveen. Het onderzoeksgebied valt in de bodemfunctieklasse landbouw/natuur ( Nota bodembeheer Regio Amstelland Meerlanden) en in de zone B-K en O-k van de bodemkwaliteitskaart. De bovengrond voldoet in deze zone gemiddeld aan de kwaliteitsklasse wonen, de ondergrond voldoet gemiddeld aan de achtergrondwaarde.

Blad 3 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

De noordelijke deellocatie valt in de gemeente Amsterdam. Het onderzoeksgebied valt in de bodemfunctieklasse ‘Niet ingedeeld’ en in zone 1 waar de kwaliteit van de bodem gemiddeld voldoet aan de achtergrondwaarde (Nota bodembeheer gemeente Amsterdam). Samengevat is de locatie verdacht op het voorkomen van PFOA en PFOS, de andere stoffen zijn voldoende onderzocht.

1.3

Doel Het bodemonderzoek heeft als doelstelling het vaststellen van de algehele milieuhygiënische kwaliteit van de nog niet onderzochte grond ter hoogte van de zuidelijke deellocatie. Daarnaast dienen de gehalten aan PFOS en PFOA in de grond op de ontgravings- en toepassingslocatie te worden bepaald.

1.4

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het onderzoek wordt uitgevoerd met de NEN 5740+A1 (2016) als leidraad. Dit betekent dat op beide deellocaties 13 boringen zijn verricht tot 1 à 2 m –mv. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 4 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

2

Veldwerk

2.1

Verrichte veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden van het verkennend onderzoek zijn uitgevoerd op 5 en 7 maart 2019 door de heer M. van Bergen van Antea Group, volgens het protocol 2001 en eventuele aanvullende NEN-/NPR-normen conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Antea Group is volgens dit SIKBprocescertificaat gecertificeerd (zie verder bijlage 1). Voor het bodemonderzoek zijn de boringen 1 t/m 5 tot 2,0 m –mv. verricht op het nog niet onderzochte deel van de zuidelijke deellocatie. In het reeds onderzocht deel zijn de boringen 6 t/m 13 verricht tot 1,0 m –mv. Op de noordelijke deellocatie zijn de boringen 14 t/m 26 verricht tot 1,0 m –mv. De locaties van de boringen zijn weergegeven op tekening 0442277.100-S1.

2.2

Resultaten veldwerk De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2. Tijdens de werkzaamheden was het zicht goed. Noordelijke deellocatie De bovengrond bestaat over het algemeen uit veen, in een enkele boring (24) bestaat de bovengrond uit zand. De ondergrond bestaat zowel uit klei, als veen als zand. In de boringen 14 en 20 zijn op 0,7 m –mv. slakken aangetoond, dit betreft naar verwachting de verontreinigde laag die middels de sanering is afgedekt. Zuidelijke deellocatie De bodem in het nog niet onderzochte deel bestaat vanaf maaiveld tot 2,0 m –mv. uit klei. Alleen in boring 2 is een laagje veen van 5 cm dik aanwezig op het maaiveld. Het reeds onderzochte deel bestaat, net als bij het voorgaande onderzoek, uit een wisseling van zand, klei en veen. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetoond.

Blad 5 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

3

Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek is verricht door de door de Raad voor Accreditatie erkende laboratoria van Eurofins Analytico te Barneveld en Eurofins Omegam te Amsterdam. Deze accreditatie betekent dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. De grondmonsters zijn (voor)behandeld conform het accreditatieschema (AS)3000.

3.1

Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Het uitgevoerde laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.1. De samenstelling en selectie van de grond(meng)monsters is gebaseerd op monsterdiepte, bodemtype, onderzoeksdiepte en veldwaarnemingen en is weergegeven in bijlage 2. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Monsternaam

traject (m -mv.)

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Analyses

M01

0,00-0,05

002 (0,00-0,05)

Standaard pakket incl LUOS

MM02

0,00-0,50

001 (0,05-0,50) 003 (0,00-0,50) 004 (0,00-0,50) 005 (0,00-0,50)

Standaard pakket incl LUOS

MM03

0,50-1,00

001 (0,50-1,00) 002 (0,50-1,00) 003 (0,50-1,00) 005 (0,50-1,00)

Standaard pakket incl LUOS

MM04

1,50-2,00

001 (1,50-2,00) 002 (1,50-2,00) 004 (1,50-2,00) 005 (1,50-2,00)

Standaard pakket incl LUOS

PMM01

0,00-0,50

001 (0,05-0,50) 002 (0,05-0,50) 003 (0,00-0,50) 005 (0,00-0,50)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

PMM02

0,00-0,50

006 (0,00-0,30) 007 (0,00-0,50) 011 (0,00-0,30) 013 (0,00-0,30)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

PMM03

0,00-0,50

009 (0,00-0,40) 012 (0,00-0,50)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

PMM04

0,30-0,90

008 (0,30-0,60) 006 (0,30-0,50) 007 (0,50-0,90) 011 (0,30-0,50)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

PMM05

0,00-0,50

019 (0,00-0,50) 018 (0,00-0,50) 016 (0,00-0,50) 014 (0,00-0,50)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

PMM06

0,00-0,50

025 (0,00-0,30) 026 (0,00-0,50) 022 (0,00-0,50)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

Blad 6 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Monsternaam

traject (m -mv.)

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Analyses

023 (0,00-0,50) PMM07

0,00-0,30

024 (0,00-0,30)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

PMM08

0,50-1,00

021 (0,50-1,00) 023 (0,50-1,00) 016 (0,50-0,80) 014 (0,70-1,00)

PFOS/PFOA lineair/vertakt Organische stof (gloeiverlies)

-

3.2

Geen waarnemingen; Standaard pakket incl LUOS: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC).

Toetsingskader De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in de bijlagen 3, 4 en 7. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 9. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in de bijlagen 5, 6 en 8. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt.

Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek.

3.3

Analyseresultaten grond In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden.

Tabel 3.2: Overschrijdingstabel grond (Meng)monster (traject m -mv.)

Boringen

M01 (0,00-0,05)

002 (0,00-0,05)

Grondsoort en veldwaarnemingen

Veen ,-

Parameters

Conclusie

> AW en index < 0,5 (licht verontreinigd)

> AW en index > 0,5 (matig verontreinigd)

>I (sterk verontreinigd)

-

-

-

Blad 7 van 13

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

Tabel 3.2: Overschrijdingstabel grond (Meng)monster (traject m -mv.)

Boringen

Grondsoort en veldwaarnemingen

MM02 (0,00-0,50)

001 (0,05-0,50), 003 (0,00-0,50), 004 (0,00-0,50), 005 (0,00-0,50)

MM03 (0,50-1,00)

MM04 (1,50-2,00)

Parameters

Conclusie

> AW en index < 0,5 (licht verontreinigd)

> AW en index > 0,5 (matig verontreinigd)

>I (sterk verontreinigd)

Klei, -

-

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

001 (0,50-1,00), 002 (0,50-1,00), 003 (0,50-1,00), 005 (0,50-1,00)

Klei, -

-

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

001 (1,50-2,00), 002 (1,50-2,00), 004 (1,50-2,00), 005 (1,50-2,00)

Klei, -

-

-

-

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

Verklaring bij de tabel: : Geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde; AW : Achtergrondwaarde; I : Interventiewaarde.

Uit de tabel blijkt dat in de grond op de zuidelijke deellocatie geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen zijn gemeten. De grond voldoet, net als de reeds onderzochte grond, indicatief aan de achtergrondwaarde (AW2000). PFAS onderzoek In de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit zijn nog geen normen opgenomen voor PFOS/PPOA in de grond en het grondwater. De gemeente Amsterdam heeft als het bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming, een Besluit genomen waarin beleidsregels met betrekking tot PFOS en PFOA in Amsterdam zijn vastgesteld (‘’Beleidsregel PFOS en PFOA gemeente Amsterdam”, d.d. 6 augustus 2018). De gemeente Amstelveen heeft als het bevoegd gezag in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, een Besluit genomen waarin beleidsregels met betrekking tot PFOS en PFOA in Amstelveen zijn vastgesteld (‘’Beleidsregel PFOS en PFOA gemeente Amstelveen”, d.d. 1 augustus 2018). Daarnaast heeft de provincie Noord-Holland heeft als het bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming voor deze provincie, een Besluit genomen waarin beleidsregels met betrekking tot PFOS en PFOA in Noord-Holland zijn vastgesteld (“Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 11 juli 2017 met kenmerk 966922/968949 tot vaststelling van de Beleidsregel PFOS en PFOA Noord-Holland”). In tabel 3.3 zijn de toetsingsresultaten van het PFAS-onderzoek aangegeven.

Tabel 3.3: Toetsresultaten PFAS Monster

PMM01

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) 001 (0,05-0,50) 002 (0,05-0,50) 003 (0,00-0,50) 005 (0,00-0,50)

Parameters

Standaard bodem

PFOS (µg/kg ds.)

PFOA (µg/kg ds.)

PFOS (µg/kg ds.)

PFOA (µg/kg ds.)

<0,1

<0,1

<0,1

<0,1

Blad 8 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

Monster

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Parameters

Standaard bodem

PFOS (µg/kg ds.)

PFOA (µg/kg ds.)

PFOS (µg/kg ds.)

PFOA (µg/kg ds.)

PMM02

006 (0,00-0,30) 007 (0,00-0,50) 011 (0,00-0,30) 013 (0,00-0,30)

0,51

1,4

0,68

1,87

PMM03

009 (0,00-0,40) 012 (0,00-0,50)

0,68

3,51

0,27

1,42

PMM04

008 (0,30-0,60) 006 (0,30-0,50) 007 (0,50-0,90) 011 (0,30-0,50)

0,11

0,31

0,34

0,97

PMM05

019 (0,00-0,50) 018 (0,00-0,50) 016 (0,00-0,50) 014 (0,00-0,50)

4,38

4,01

1,46

1,34

PMM06

025 (0,00-0,30) 026 (0,00-0,50) 022 (0,00-0,50) 023 (0,00-0,50)

6,8

5,42

2,27

1,81

PMM07

024 (0,00-0,30)

0,17

0,25

0,39

0,57

PMM08

021 (0,50-1,00) 023 (0,50-1,00) 016 (0,50-0,80) 014 (0,70-1,00)

5,33

2,3

1,86

0,80

Voor het onderzoek zijn de monsters op een PFAS-pakket onderzocht. Dit pakket bestaat uit PFOA, PFOA vertakt, PFOS en PFOS vertakt. De weergegeven waarden aan PFOS en PFOA zijn de som van beiden. De gemeten gehalten aan PFOS en PFOA zijn gecorrigeerd voor het gehalte aan organische stof (bodemtypecorrectie), de gecorrigeerde gehalten zijn tevens weergegeven in tabel 3.3. Stoffen behorend tot de PFAS-groep accumuleren zich in de bovengrond en in de grondlaag rond de grondwaterspiegel, aangezien het grondwater zeer ondiep aanwezig is op beide onderzoekslocaties, is de bovengrond de meest verdachte laag. Uit het onderzoek blijkt dat er PFOS/PFOA is aangetoond in het merendeel van de monsters op beide deellocaties. Zuidelijke deellocatie In monster PMM01, langs het water ter hoogte van de te graven poelen, is geen PFOS en PFOA aangetoond. In de overige monsters op de zuidelijke deellocaties (PMM02, PMM03 en PMM04) zijn gehalten aan PFOS en PFOA aangetoond die op basis van het beleid van de Provincie NoordHolland dienen te worden gezien als verontreinigd, maar niet saneringsplichtig. Volgens de klasse bodemkwaliteits-klassering van de gemeente Amstelveen voldoen de monsters aan de ‘Klasse Niet ingedeeld-PFOS/PFOA-Toepasbaar’. Noordelijke deellocatie In de leeflaag op de noordelijke locatie zijn hogere gehalten aan PFOS en PFOA aangetoond dan op de zuidelijke locatie.

In de venige monsters (PMM05, PMM06 en PMM08) zijn hogere gehalten gemeten dan in het zandige monster (PMM07) welke waarschijnlijk buiten de saneringsgrens ligt. Volgens het beleid van de gemeente Amsterdam dienen alle onderzochte bodemlagen als

Blad 9 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

verontreinigd met PFOA/PFOA gezien te worden, maar is er geen sanering noodzakelijk. Volgens de klasse bodemkwaliteits-klassering van de gemeente Amsterdam voldoen de monsters aan de ‘Klasse Niet ingedeeld-PFOS/PFOA-Toepasbaar’.

3.4

Veiligheid CROW 400 Voor alle niet-vluchtige stoffen wordt de humane ernstige risicowaarde (Serious Risk Concentration Humane, SRChumaan) gehanteerd als grondslag voor het bepalen van de veiligheidsklassen. Deze waarde geeft de concentratie van een stof weer in een bepaalde matrix, te weten grond, grondwater en waterbodem. Als deze concentratie wordt overschreden, is er sprake van ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen. Er zijn risicoklassen opgesteld waarbij onderscheid gemaakt is in vluchtige en niet-vluchtige stoffen. In het kort ziet de verdeling van veiligheidsklassen er als volgt uit:   

Oranje Niet-vluchtig: o 75% ≤ SRC ≤ 100% Rood Niet-vluchtig:

o o Zwart Niet-vluchtig:

o o

Oranje Vluchtig:

Rood Vluchtig:

SRC > 100% + CM ≤ 1000 mg/kg of CM ≤ 1000 µg/l

o o o

SRC > 100% + CM > 1000 mg/kg of CM > 1000 µg/l of Asbest > 100 mg/kg > Tussenwaarde ≤ Interventiewaarde > Interventiewaarde + voldoende ventilatie in de werksituatie

Zwart Vluchtig:

o o o

> Interventiewaarde + mogelijk onvoldoende ventilatie in de werksituatie of CM-stoffen

Tabel 3.4: Voorlopige veiligheidsklasse monsterniveau MonsterMonstertype Veiligheidsklasse met maatgevende stof(fen) naam Vluchtige stoffen Niet-vluchtige stoffen M01 grond basishygiëne basishygiëne MM02 grond basishygiëne basishygiëne MM03 grond basishygiëne basishygiëne MM04 grond basishygiëne basishygiëne -

Uit de tabel blijkt dat de veiligheidsklasse basishygiëne volstaat bij eventuele graafwerkzaamheden op de locatie. In het handelingskader PFAS (Expertisecentrum PFAS, d.d. 25 juni 2018) zijn risicogrenswaarden en te nemen veiligheidsmaatregelen conform de CROW 400 opgenomen voor PFOS en PFOA. Op basis van de gemeten gehalten kan worden volstaan met de basishygiëne.

Blad 10 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

Tabel 3.7: Veiligheidsmaatregelen voor PFOS conform Handelingskader PFAS

Tabel 3.8: Veiligheidsmaatregelen voor PFOA conform Handelingskader PFAS

Blad 11 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

4

Conclusies en aanbevelingen Noordelijke deellocatie De bovengrond bestaat over het algemeen uit veen, in een enkele boring bestaat de bovengrond uit zand. De ondergrond bestaat zowel uit klei, als veen als zand. In de boringen 14 en 20 zijn op 0,7 m –mv. slakken aangetoond, dit betreft naar verwachting de verontreinigde laag die middels de sanering is afgedekt. Uit het vooronderzoek is reeds bekend dat de leeflaag bestaande uit ingedroogde gebiedseigen grond voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie. In de leeflaag op de noordelijke locatie zijn volgens het beleid van de gemeente Amsterdam gehalten aan PFOS en PFOA gemeten waarbij de grond als verontreinigd dient te worden gezien, een bodemsanering is niet noodzakelijk. Volgens de klasse bodemkwaliteits-klassering van de gemeente Amsterdam voldoen de monsters aan de ‘Klasse Niet ingedeeld-PFOS/PFOA-Toepasbaar’. Zuidelijke deellocatie De bodem in het nog niet onderzochte deel bestaat vanaf maaiveld tot 2,0 m –mv. uit klei. Alleen in boring 2 is een laagje veen van 5 cm dik aanwezig op het maaiveld. Het reeds onderzochte deel bestaat, net als bij het voorgaande onderzoek, uit een wisseling van zand, klei en veen. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetoond. In de grond zijn geen verhoogde gehalten van stoffen uit het standaardpakket gemeten, de grond voldoet indicatief aan de kwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’.

In de bodem langs het water ter hoogte van de te graven poelen, is geen PFOS en PFOA aangetoond. In de overige monsters zijn gehalten aan PFOS en PFOA aangetoond die op basis van het beleid van de Provincie Noord-Holland dienen te worden gezien als verontreinigd, maar niet saneringsplichtig. Volgens de klasse bodemkwaliteits-klassering van de gemeente Amstelveen voldoen de monsters aan de ‘Klasse Niet ingedeeld-PFOS/PFOA-Toepasbaar’. Veiligheidsklassen Conform de CROW 400 volstaat de basishygiëne bij eventuele graafwerkzaamheden op de locatie. Aanbevelingen Het Amsterdamse bos is voornmens om in het kader van natuurontwikkeling waterpoelen te graven in een deel van het Amsterdamse bos dat is gelegen in de gemeente Amstelveen. Bij dit project komt grond vrij die indicatief voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’ waarin daarnaast wel ‘licht verhoogde’ gehalten aan PFOS en PFOA zijn gemeten. Het plan bestaat om de grond toe te passen op de Koenenkade in een deel van het Amsterdamse bos in de gemeente Amsterdam. Op de Koenenkade is in het verleden een leeflaag aangebracht met gebiedseigen grond welke voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie. Uit dit onderzoek blijkt dat in deze grond ook ‘licht verhoogde’ gehalten aan PFOS en PFOA zijn gemeten.

Met de geplande uitvoering wordt voldaan aan het stand still principe, de kwaliteit van de toe te passen grond is beter dan de ontvangende bodem (Koenenkade). Beide locaties liggen circa 170 m van elkaar verwijderd en vallen binnen één herontwikkelingsproject. Met het bovenstaande in acht genomen adviseren wij in overleg te treden met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en voor te stellen om gebruik te maken van de op of nabij regeling benoemd in artikel 36 van het Besluit bodemkwaliteit. Het toepassen van de te ontgraven grond op de Koenenkade zorgt voor een verbetering van de kwaliteit van de contactzone en maakt natuurontwikkeling mogelijk.

Blad 12 van 13

Rapport Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam projectnummer 0442277.100 2 april 2019 revisie 00

Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Almere, april 2019

Blad 13 van 13

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek, verantwoording uitvoering onderzoek BRL2000

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben.

Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group is uitgevoerd volgens de NEN 5740. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Toelichting op de toetsingskaders Toetsingskader achtergrond-, streef- en interventiewaarden Hieronder wordt uitgebreider op de begrippen achtergrond-, streef- en interventiewaarden en hun betekenis ingegaan. Bij de toetsing wordt een uitspraak gedaan op parameterniveau én op monsterniveau. Met betrekking tot het bepalen van de achtergrondwaarden kan in sommige gevallen de overall-conclusie op monsterniveau afwijken ten opzichte van de conclusie op parameterniveau als gevolg van de toetsregel die in artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit staat. In dit artikel wordt beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan. De achtergrondwaarden (AW) zijn landelijk geldende waarden voor een multifunctionele bodemkwaliteit en geven de bovengrens aan voor wat in de dagelijkse praktijk 'schone grond' wordt genoemd. Deze achtergrondwaarden zijn vastgesteld op basis van gehalten zoals deze voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden. Dit omdat in dergelijke gronden geen belasting door lokale verontreinigingsbronnen aanwezig wordt geacht. De streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau in grondwater aan waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging.

De interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau in de grond, waterbodem of grondwater aan waarboven de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant en dier heeft, in ernstige mate kunnen zijn verminderd. In het overheidsbeleid wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging, indien de gemiddelde concentratie aan één stof de interventiewaarde overschrijdt in tenminste 25 m³ grond/slib of voor het grondwater in tenminste 100 m³ bodemvolume. Over de hoeveelheid grond/slib of grondwater waarop een eventuele overschrijding van de interventiewaarde zich voordoet kan in een eerste onderzoek meestal nog geen betrouwbare uitspraak worden gedaan. Daarom kunnen op basis van de resultaten van dit eerste onderzoek dan ook geen conclusies worden getrokken ten aanzien van het al dan niet ernstig zijn van het verontreinigingsgeval. Bij de getoetste waarden is tevens een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW (of S) ) / (I - AW (of S) ). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde. Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt.

Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding tot het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Met een nader bodemonderzoek kunnen de ernst en de spoedeisendheid van het geval worden vastgesteld. Een nader onderzoek kan worden uitgevoerd als er een duidelijke indicatie bestaat dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Een geval van ernstige bodemverontreiniging kan zich ook voordoen zonder dat de interventiewaarden worden overschreden. Als een verontreiniging zich zodanig in een ander milieucompartiment (bijv. het grondwater) of objecten (bijv. consumptiegewassen) verspreidt dat daar schadelijke effecten kunnen optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ook als het bij puntbronnen van verontreinigingen (bijv. op grond van berekeningen) waarschijnlijk is dat zonder maatregelen op korte termijn (binnen maximaal enkele maanden) een verontreiniging van eerder genoemde 25 of 100 m³ bodemvolume kan optreden, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Bij de toetsing worden de gemeten gehalten in grondmonsters aan de hand van geanalyseerde of geschatte gehalten organisch stof en lutum gevalideerd omgerekend middels BOTOVA naar zogenaamde standaardbodemcondities (bodem met 10% organische stof en 25% lutum). Indien de gehalten of concentraties in grond- en grondwatermonsters lager zijn dan de gerapporteerde rapportagegrens worden deze gevalideerd herberekend middels BOTOVA tot een gestandaardiseerde meetwaarde (gerapporteerde rapportagegrens maal 0,7). Deze gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD) worden vergeleken met de normwaarden.

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Barium In de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 is aangegeven dat de norm voor barium tijdelijk is ingetrokken. Gebleken is namelijk dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (voor standaardbodem). Analyses op barium dienen wel nog te worden uitgevoerd, maar de resultaten hoeven dus niet meer getoetst te worden, tenzij een duidelijke antropogene bron aanwezig is. Het gemeten gehalte aan barium is conform de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, niet getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Dit in verband met het voor deze parameter ontbreken van een aanwijsbare antropogene bron. Toetsingskader asbest De resultaten van het NEN 5707+C2 onderzoek worden conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de interventiewaarde uit de Circulaire bodemsanering. De interventiewaarde voor asbest in bodem, grond en baggerspecie bedraagt 100 mg/kg ds, waarbij is uitgegaan van het zogenaamde 'gewogen gehalte' (het gehalte serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal het gehalte amfiboolasbest).

Het gewogen gehalte asbest dat aan de interventiewaarde wordt getoetst, is het berekende totaal van asbesthoudend materiaal (grootte > 20 mm) en asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Indien onderzoek is gedaan naar respirabele vezels, wordt de gemeten concentratie getoetst aan de risicogrenswaarde van 10 mg/kg (gewogen). Indien deze concentratie niet wordt overschreden is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s. Voor het bepalen van de spoedeisendheid van een sanering van een bodemverontreiniging met asbest die is ontstaan voor juni 1993 dient gebruik te worden gemaakt van het protocol 'Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem - protocol asbest'. Dit protocol is opgenomen als bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering. Op basis van het fysische en chemische karakter is er voor asbest geen sprake van verspreidingsrisico's en ecologische risico's, maar wel van humane risico's. In dit kader worden twee categorieën van (humane) risico's onderscheiden: Acceptabele risico's Hierbij dienen de plaats, mate en omvang van de bodemverontreiniging nauwkeurig geregistreerd te worden bij het Kadaster. Ook kan het bevoegd gezag voorschrijven om beheersmaatregelen te treffen om blootstelling aan de verontreiniging te voorkomen. Als de inrichting van de locatie wijzigt, dienen de locatiespecifieke risico's opnieuw te worden beoordeeld.

Onacceptabele risico's Naast kadastrale registratie dienen spoedig saneringsmaatregelen te worden genomen op het betreffende deel van de locatie. De termijn 'spoedig' dient uitgewerkt te worden door het bevoegd gezag in een beschikking. Puin De resultaten van het NEN 5897+C2 onderzoek worden conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de regelingeving zoals opgenomen in het Productenbesluit asbest. In het Productenbesluit asbest is vermeld dat het verboden is om asbest of asbesthoudende producten te vervaardigen, in Nederland in te voeren, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen, toe te passen of te bewerken. Een product wordt niet als asbesthoudend beschouwd als aan het product geen asbest opzettelijk is toegevoegd en het gehalte serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal het gehalte amfiboolasbest niet hoger is dan 100 mg/kg ds. Deze waarde wordt in voorliggende rapportage aangeduid als restconcentratienorm. Hergebruik van grond en puin Indien de grond en het puin worden hergebruikt, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. In dit besluit is opgenomen dat voor asbest in grond en puin een gewogen gehalte van 100 mg/kg ds (het gehalte serpentijnasbest, vermeerderd met tien maal het gehalte amfiboolasbest) als maximale samenstellingswaarde geldt.

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Toetsingskader Besluit bodemkwaliteit De gemeten gehalten in een partij grond worden getoetst aan de maximale waarden en rekenregels uit het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit, specifiek de regels die gelden voor het volgens het generieke kader toepassen op landbodem. De mate van overschrijden van de bovengenoemde maximale waarden bepaalt tot welke klasse een toe te passen partij grond of de ontvangende landbodem behoort. Deze classificatie is echter alleen mogelijk indien de monsterneming en het laboratoriumonderzoek zijn uitgevoerd door bij regeling van Onze Ministers bepaalde methoden alsmede door een persoon of instelling die daarvoor beschikt over een erkenning. De op basis van de bovenstaande maximale waarden in te delen klassen zijn: Achtergrondwaarde De landbodem dan wel een toe te passen partij grond wordt geclassificeerd als 'voldoet aan de achtergrondwaarde' (oftewel schoon), wanneer de gemeten gehalten de achtergrondwaarden niet overschrijden. In artikel 4.2.2 van de Regeling is beschreven wat onder het overschrijden van de achtergrondwaarden wordt verstaan.

Kwaliteitsklasse 'wonen' De kwaliteit van een partij grond die op landbodem wordt toegepast, wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'wonen', wanneer de gemeten gehalten de bovengenoemde achtergrondwaarden overschrijden maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'wonen' (zie artikel 4.4.1 van de Regeling). De kwaliteit van de ontvangende landbodem wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'wonen', wanneer de gemeten gehalten de bovengenoemde achtergrondwaarden overschrijden maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'wonen'. In artikel 4.10.2 van de Regeling is beschreven wat onder het overschrijden van de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'wonen' wordt verstaan. Kwaliteitsklasse 'industrie' De kwaliteit van de ontvangende landbodem alsmede van een partij grond die op landbodem wordt toegepast, wordt beoordeeld als de kwaliteitsklasse 'industrie' wanneer de gemeten gehalten de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'wonen' overschrijden, maar lager zijn dan de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse 'industrie' (zie artikel 4.4.1 en 4.10.2 van de Regeling).

Niet toepasbare grond Wanneer de gemeten gehalten in een partij grond de maximale waarden voor de kwaliteitsklasse 'industrie' overschrijden (en wordt geclassificeerd als 'niet toepasbaar > industrie' of 'niet toepasbaar > interventiewaarde'), dan komt deze grond niet in aanmerking voor hergebruik volgens het generieke toetsingskader of verwerking in een grootschalige bodemtoepassing. In dat geval dient te worden nagegaan of mogelijk wordt voldaan aan de voorwaarden voor het gebiedsspecifieke toetsingskader (art. 44 t/m 53 van het Besluit).

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Bijlage 2 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen

amsterdamse bos

Projectnr.0442277.100

Boring: 001

Boring: 002

Datum:

7-3-2019

Datum:

7-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117836,72 482401,47

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117834,17 482410,26

0

1

6

2

7

0 (5) 5

(45)

klinker

Klei, zwak siltig, matig wortelhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

50

50

0

Klei, zwak zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

6

2

7

0 (5) 5

(45)

Klei, zwak siltig, matig wortelhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

Klei, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

8

100

Veen, sterk kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor

50

50 Klei, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

3

klinker

3

8

4

9

5

10

100

4

9

(150)

150

(150)

150

5

10

200

200

200

200

Boring: 003

Boring: 004

Datum:

7-3-2019

Datum:

7-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117832,62 482437,19

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117832,95 482442,44

0

0

1

5

(50)

klinker

1

50

50

0

0

Klei, zwak siltig, matig wortelhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor 5

(50)

7

(150)

150

6

3

7

4

8

(150)

150

4

Schaal:1: 30

2

100

3

200

Klei, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

6

100

Klei, zwak siltig, matig wortelhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

50

50 Klei, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

2

klinker

8

200

200

200

getekend volgens NEN 5104

amsterdamse bos

Projectnr.0442277.100

Boring: 005

Boring: 006

Datum:

7-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117831,95 482462,13

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117803,13 482390,52

0

0

1

5

(50)

klinker

0

Klei, zwak siltig, matig wortelhoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

1

50

50 3

6

4 5

100

100

3

7

4

8

(30)

Klei, sterk zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor

(20)

Zand, zeer fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak roesthoudend, Edelmanboor

50

Klei, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor 2

klinker

30

2 50

0

(20) 70 (10) 80

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor Klei, zwak siltig, laagjes veen, donkergrijs, Edelmanboor

(20) 100

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

0

klinker

(30)

Klei, sterk zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor

(150)

150

200

200

Boring: 007

Boring: 008

Datum:

5-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117796,65 482406,61

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117818,17 482410,21

0

0

klinker

0

Klei, zwak zandig, matig humeus, bruingrijs, Edelmanboor 1

(50) 30

50

50

1

2

50 Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

2

(30)

Zand, zeer fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak roesthoudend, Edelmanboor

60

(40)

3

(20)

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

80

3

100

90 (10) 100

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

4

Boring: 009

Boring: 010

Datum:

5-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat:

117770,84

X-coördinaat:

117784,46

Y-coördinaat:

482428,92

Y-coördinaat:

482441,53

0

0

klinker

0

Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor 1

2

100

Schaal:1: 30

Klei, zwak siltig, laagjes veen, donkergrijs, Edelmanboor

1

0 (10) 10

klinker

(30)

Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor

(40)

2 40 (10) 50

50

(20) 100

100

(50)

40

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak schelphoudend, zwak roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor, te weinig monstermateriaal

50 3

(30)

Veen, mineraalarm, donker zwartbruin, Edelmanboor, gestaakt op dakpanpuin

70

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

100

getekend volgens NEN 5104

amsterdamse bos

Projectnr.0442277.100

Boring: 011

Boring: 012

Datum:

5-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117801,80 482443,93

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117814,40 482444,56

0 1

0

klinker

(30)

Klei, zwak zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor

0

0

Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Edelmanboor 1

30

2

(20)

(50)

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, Edelmanboor

50

50

50

50 Veen, mineraalarm, donker zwartbruin, Edelmanboor

3

Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

(50)

2

100

100

Boring: 014

Datum:

5-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117808,58 482470,70

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117709,34 482568,58

1

0

klinker

(30)

Klei, zwak zandig, sterk humeus, donkerbruin, Edelmanboor

0

0

(20) 50

50

1 Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak schelphoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

(70)

50

Klei, zwak siltig, sterk veenhoudend, bruingrijs, Edelmanboor 3

70

(50)

2 100

100

Boring: 016

Datum:

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117696,78 482626,92

5-3-2019

0

klinker

(30)

0

0

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor 1

Veen, sterk kleiïg, zwak slakhoudend, donker bruingrijs, Edelmanboor

100

100

Boring: 015

0

klinker Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

30

2

(50)

100

100

Boring: 013

0

klinker

klinker Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

1

(60)

(80)

50

50 60

2

Klei, matig zandig, laagjes veen, donker bruingrijs, Edelmanboor 2

(40)

80

3 100

Schaal:1: 30

100

100

(20)

Veen, sterk kleiïg, donker bruingrijs, Edelmanboor

100

getekend volgens NEN 5104

amsterdamse bos

Projectnr.0442277.100

Boring: 017

Boring: 018

Datum:

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117705,89 482624,23

5-3-2019

0

0

klinker

0

0

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

klinker Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

1

(60)

(70)

1 50

50 60

Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

70

2

(30)

Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

100

100

2

100

100

Boring: 019

Boring: 020

Datum:

5-3-2019

Datum:

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117732,16 482605,03 0

0

klinker

(40)

5-3-2019

0

0

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor 1

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor 1

(60)

50

(40)

2

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsbeige, Edelmanboor

Boring: 022

Datum:

5-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117790,54 482656,13

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117752,77 482626,26

0

klinker

(30)

0

0

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

Schaal:1: 30

klinker

1

(100)

(100)

50

2

100

Edelmanboor, slakkenlaag

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, grijsbeige, Edelmanboor

100

100

Boring: 021

0

(20) 70

3 100

100

(50)

50

50 60

2

klinker

2

100

100

100

getekend volgens NEN 5104

amsterdamse bos

Projectnr.0442277.100

Boring: 023

Boring: 024

Datum:

5-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117756,93 482604,02

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117807,63 482595,76

0

0

klinker

0

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

1

1

0

klinker

(30)

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak schelphoudend, donkergrijs, Edelmanboor, gws20

30

Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor (100)

50

50 2

2

80

3 100

100

100

Boring: 026

Datum:

5-3-2019

Datum:

5-3-2019

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117797,42 482615,95

X-coördinaat: Y-coördinaat:

117769,45 482651,56

1

0

klinker

(30)

Veen, mineraalarm, sterk wortelhoudend, Edelmanboor, gws10

(20)

Zand, matig fijn, zwak siltig, laagjes veen, bruingrijs, Edelmanboor

100

Boring: 025

0

(50)

0

0

klinker Veen, mineraalarm, donkerbruin, Edelmanboor

1

30

(50)

Zand, matig fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor 50

50

50 2

Zand, zeer fijn, matig siltig, donkergrijs, Edelmanboor

(70)

2

(50)

3 100

Schaal:1: 30

100

100

100

getekend volgens NEN 5104

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Bijlage 3 Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Analyseresultaten grond

M01

MM02

MM03

Boringnummer Monstertraject (m -mv) Analysedatum Monsterconclusie Wbb

002 0,00-0,05 07-03-2019 Voldoet aan achtergrondwaarde

001, 003, 004, 005 0,00-0,50 07-03-2019 Voldoet aan achtergrondwaarde

001, 002, 003, 005 0,50-1,00 07-03-2019 Voldoet aan achtergrondwaarde

BODEMKUNDIG Droge stof Lutum Organische stof

% % ds % ds

40,70 20,6 31,6

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

Eenheid mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Meetw 48 0,28 10 13 0,16 41 < 1,5 21 56

GSSD

PAK Anthraceen

Eenheid mg/kg ds

Meetw < 0,05

GSSD 0,010

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

< 0,05

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

Benzo(g,h,i)peryleen

mg/kg ds

Benzo(k)fluorantheen

53,20 25,2 4,5 Meetw 27 < 0,2 9,2 7,4 < 0,05 14 < 1,5 21 48

GSSD

Meetw < 20 < 0,2 4,1 <5 < 0,05 < 10 < 1,5 11 22

GSSD

Index

25(6) 0,200 7,100 5 0,040 9 1,100 18 35

-0,03 -0,05 -0,23 0,00 -0,09 0,00 -0,26 -0,18

Meetw < 0,05

GSSD 0,040

Meetw < 0,05

GSSD 0,040

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

< 0,05

0,010

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

< 0,05

mg/kg ds

< 0,05

0,040

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

Chryseen

mg/kg ds

0,040

0,064

0,021

< 0,05

0,040

< 0,05

Fenanthreen

0,040

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Fluorantheen

mg/kg ds

0,094

0,031

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Naftaleen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

PAK 10 VROM

mg/kg ds

PAK 10 VROM (0,7 factor)

mg/kg ds

0,44

OVERIGE (ORG.) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16

Eenheid mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Meetw <3 85 <5

GSSD

Minerale olie C16 - C21

mg/kg ds

7

2(6)

31

10

(6)

13

(6)

1

(6)

Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

56(6) 0,180 12 10 0,150 34 1,100 24 49

0,150

39 <6

Index

72,80 11,3 0,9

-0,03 -0,02 -0,20 0,00 -0,03 0,00 -0,17 -0,16 Index

-0,04

0,350

Index -0,03 -0,03 -0,21 0,00 -0,07 0,00 -0,22 -0,15 Index

-0,03

0,35

1(6) 28 1(6)

Index -0,03

5(6) 100 8(6)

6,5 15 12 <6

0,350

Index

-0,03

0,35

Meetw <3 45 <5

TOELICHTING Wet bodembescherming (Wbb) Gehalte kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde Gehalte groter dan de achtergrondwaarde, maar index maximaal gelijk aan 0,5 Gehalte groter dan de achtergrondwaarde en index groter dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 Gehalte groter dan de interventiewaarde GSSD: Gestandaardiseerde meetwaarde 6: Heeft geen normwaarde

27(6) 0,200 9,100 8,100 0,040 15 1,100 21 51

GSSD

Index

Meetw <3 < 35 <5

GSSD

Index

11(6) 123 18(6)

-0,01

14,400(6)

<5

18(6)

33

(6)

< 11

39(6)

27

(6)

<5

18(6)

9

(6)

<6

21(6)

-0,02

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Analyseresultaten grond

M01 Meetw

GSSD 0,002

MM02 Index -0,02

Meetw

GSSD 0,025

Eenheid mg/kg ds

PCB (som 7, 0,7 factor)

mg/kg ds

0,0049

PCB 101

mg/kg ds

< 0,001

0

< 0,001

0,002

< 0,001

0,004

PCB 118

mg/kg ds

< 0,001

0

< 0,001

0,002

< 0,001

0,004

PCB 138

mg/kg ds

< 0,001

0

< 0,001

0,002

< 0,001

0,004

PCB 153

mg/kg ds

< 0,001

0

< 0,001

0,002

< 0,001

0,004

PCB 180

mg/kg ds

< 0,001

0

< 0,001

0,002

< 0,001

0,004

PCB 28

mg/kg ds

< 0,001

0

< 0,001

0,002

< 0,001

0,004

PCB 52

mg/kg ds

< 0,001

0

< 0,001

0,002

< 0,001

0,004

0,0049

TOELICHTING Wet bodembescherming (Wbb) Gehalte kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde Gehalte groter dan de achtergrondwaarde, maar index maximaal gelijk aan 0,5 Gehalte groter dan de achtergrondwaarde en index groter dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 Gehalte groter dan de interventiewaarde

Index -0,01

Meetw

PCB`S PCB (som 7)

GSSD: Gestandaardiseerde meetwaarde

GSSD 0,011

MM03

0,0049

Index 0,01

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Analyseresultaten grond

MM04

Boringnummer Monstertraject (m -mv) Analysedatum Monsterconclusie Wbb

001, 002, 004, 005 1,50-2,00 07-03-2019 Voldoet aan achtergrondwaarde

BODEMKUNDIG Droge stof Lutum Organische stof

% % ds % ds

69,10 9,2 1,5

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

Eenheid mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Meetw < 20 < 0,2 4,3 <5 < 0,05 < 10 < 1,5 11 21

GSSD

Index

29(6) 0,200 8,500 6 0,050 10 1,100 20 36

-0,03 -0,04 -0,23 0,00 -0,08 0,00 -0,23 -0,18

PAK Anthraceen

Eenheid mg/kg ds

Meetw < 0,05

GSSD 0,040

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Benzo(g,h,i)peryleen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Chryseen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Fenanthreen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Fluorantheen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

Naftaleen

mg/kg ds

< 0,05

0,040

PAK 10 VROM

mg/kg ds

PAK 10 VROM (0,7 factor)

mg/kg ds

0,35

OVERIGE (ORG.) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C12 Minerale olie C10 - C40 Minerale olie C12 - C16

Eenheid mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

Meetw <3 < 35 5,9

GSSD

Index

11(6) 123 29,500(6)

-0,01

Minerale olie C16 - C21

mg/kg ds

6,1

30,500(6)

Minerale olie C21 - C30

mg/kg ds

Minerale olie C30 - C35

mg/kg ds

Minerale olie C35 - C40

mg/kg ds

0,350

< 11 7,7 <6

Index

-0,03

39(6) 38,500(6) 21(6)

TOELICHTING Wet bodembescherming (Wbb) Gehalte kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde Gehalte groter dan de achtergrondwaarde, maar index maximaal gelijk aan 0,5 Gehalte groter dan de achtergrondwaarde en index groter dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 Gehalte groter dan de interventiewaarde GSSD: Gestandaardiseerde meetwaarde 6: Heeft geen normwaarde

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Analyseresultaten grond

MM04

PCB`S PCB (som 7)

Eenheid mg/kg ds

Meetw

GSSD 0,025

PCB (som 7, 0,7 factor)

mg/kg ds

0,0049

PCB 101

mg/kg ds

< 0,001

0,004

PCB 118

mg/kg ds

< 0,001

0,004

PCB 138

mg/kg ds

< 0,001

0,004

PCB 153

mg/kg ds

< 0,001

0,004

PCB 180

mg/kg ds

< 0,001

0,004

PCB 28

mg/kg ds

< 0,001

0,004

PCB 52

mg/kg ds

< 0,001

0,004

Index 0,01

TOELICHTING Wet bodembescherming (Wbb) Gehalte kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde Gehalte groter dan de achtergrondwaarde, maar index maximaal gelijk aan 0,5 Gehalte groter dan de achtergrondwaarde en index groter dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 Gehalte groter dan de interventiewaarde GSSD: Gestandaardiseerde meetwaarde

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Bijlage 4 Normen grond Wet bodembescherming

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Bijlage 5 Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit

projectnummer 442277.100 Gemeente Amsterdam Aanvullend bodemonderzoek Waterentree in Amsterdam

Analyseresultaten grond

M01

MM02

MM03

Boringnummer Monstertraject (m -mv) Analysedatum Monsterconclusie Bbk

002 0,00-0,05 07-03-2019 Voldoet aan achtergrondwaarde

001, 003, 004, 005 0,00-0,50 07-03-2019 Voldoet aan achtergrondwaarde

001, 002, 003, 005 0,50-1,00 07-03-2019 Voldoet aan achtergrondwaarde

BODEMKUNDIG Droge stof Lutum Organische stof

% % ds % ds

40,70 20,6 31,6

53,20 25,2 4,5

72,80 11,3 0,9

METALEN

Eenheid

Meetw

GSSD

Meetw

GSSD

Meetw

GSSD

Barium

mg/kg ds

48

27

mg/kg ds

0,28

< 0,2

27(6) 0,200

< 20

Cadmium

56(6) 0,180

< 0,2

25(6) 0,200

Kobalt

mg/kg ds

10

12

9,2

9,100

4,1

7,100

Koper

mg/kg ds

13

10

7,4

8,100

<5

5

Kwik

mg/kg ds

0,16

0,150

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Lood

mg/kg ds

41

34

14

15

< 10

9

Molybdeen

mg/kg ds

< 1,5

1,100

< 1,5

1,100

< 1,5

1,100

Nikkel

mg/kg ds

21

24

21

21

11

18

Zink

mg/kg ds

56

49

48

51

22

35

PAK

Eenheid

Meetw

GSSD

Meetw

GSSD

Meetw

GSSD

Anthraceen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Benzo(g,h,i)peryleen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Chryseen

mg/kg ds

0,064

0,021

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Fenanthreen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Fluorantheen

mg/kg ds

0,094

0,031

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

Naftaleen

mg/kg ds

< 0,05

0,010

< 0,05

0,040

< 0,05

0,040

PAK 10 VROM

mg/kg ds

PAK 10 VROM (0,7 factor)

mg/kg ds

0,44

OVERIGE (ORG.) VERBINDINGEN

Eenheid

Meetw

Minerale olie C10 - C12

mg/kg ds

<3

Minerale olie C10 - C40

mg/kg ds

Minerale olie C12 - C16

mg/kg ds

Minerale olie C16 - C21 Minerale olie C21 - C30 Minerale olie C30 - C35 Minerale olie C35 - C40

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,150 0,35 GSSD

Meetw <3

85

1 28

(6)

<5

1(6)

<5

7

2

(6)

10

(6)

13

(6)

1

(6)

31 39 <6

45

TOELICHTING Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Voldoet aan achtergrondwaarde (altijd toepasbaar) Kwaliteitsklasse wonen Kwaliteitsklasse industrie Overschrijding kwaliteitsklasse industrie (niet toepasbaar > industrie) Overschrijding kwaliteitsklasse industrie (niet toepasbaar > interventiewaarde) GSSD: Gestandaardiseerde meetwaarde 6: Heeft geen normwaarde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15669789/1