- 10 Grondzaken (31) 00 Voordracht Vaststellen warmteplan Strandeiland fase
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-001708 rve grond en ontwikkel
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021
Portefeuille
Grondzaken
Agendapunt
10
Datum besluit
College van B&W 1 december 2020 Onderwerp
Vaststellen warmteplan Strandeiland fase 1 De gemeenteraad van Amsterdam besluit
gezien de voordracht van burgemeester en wethouders, 1. 2.
3.
Kennis te nemen van de voortgang inzake de voorbereiding van de concessieaanbesteding voor de levering van warmte en koude op Strandeiland die voorjaar 2021 op de markt wordt gebracht en begin 2022 moet leiden door een concessieovereenkomst. Kennis te nemen van het besluit van het College van B&W d.d. 1 december 2020 tot het wijzigen van de “Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014” door het vervangen van de kaart van de “Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014” (bijlage 3). Hiermee wordt Strandeiland als interferentiegebied aangewezen. In te stemmen met het Warmteplan Strandeiland fase 1 als bedoeld in bijlage 1 “Bekendmaking vaststelling Warmteplan Strandeiland fase 1” met als belangrijkste onderdelen:
• I. Een aansluitplicht als totaal voor minimaal 5000 nieuwbouwwoningen (5000 woningequivalenten) en ca. 75.000 m² niet woonprogramma (750 woningequivalenten) op een collectief laagtemperatuur warmtenet. • II. De gelijkwaardigheidsbepaling voor energiezuinigheid, door middel van het hanteren van een Equivalent Opwekrendement (EOR) van minimaal 269% bij een gemiddeld opwekkingsrendement voor elektriciteit van 69% voor de woonfuncties en voorzieningen en bescherming van het milieu op grond waarvan afwijking van de aansluitplicht mogelijk is. • III. Het mandateren van het College van B&W om na gunning van de concessieovereenkomst voor de levering van warmte en koude het Warmteplan Strandeiland fase 1 te wijzigen op het onderdeel EOR. • IV. Het mandateren van het College van B&W om de ingangsdatum van het Warmteplan vast te stellen en deze ingangsdatum optimaal af te stemmen op de gebiedsontwikkeling. Wettelijke grondslag
Afdeling 3.4, Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (artikelen 3.10-3.18) Algemene wet bestuursrecht Het besluit tot vaststelling van de Warmteplannen wordt bekend gemaakt door publicatie in het gemeenteblad waarna er gedurende een periode van 6 weken bezwaar mogelijk is. Bij een eventuele aanpassing van het college van de Warmteplannen op grond van het door de gemeenteraad aan hen toegekende mandaat herhaalt dit proces zich. Artikel 1, eerste lid Bouwbesluit De gemeenteraad is bevoegd tot het vaststellen van Warmteplannen.
Gegenereerd: v1.9
1
Gemeenteraad
VN2021-001708 rve grond en ontwikkel
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021
Artikel 2.2b eerste lid 1, Besluit omgevingsrecht Ter voorkoming van interferentie tussen bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie, kan bij gemeentelijke verordening een interferentiegebied worden aangewezen. Bestuurlijke achtergrond
Gezien de ingang van de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) per 1 juli 2018 en daarmee het vervallen van de aansluitplicht op aardgas voor nieuwbouw alsmede de politieke wens om geen hoge temperatuur stadswarmte te gebruiken voor nieuwbouw zullen projectontwikkelaars naar andere oplossingen voor de warmtevoorziening gaan kijken. Regie op warmte in gebiedsontwikkeling Op 28 januari 2020 nam het College van B&W kennis van Het Amsterdamse Bronnenboek en het ontwikkelbeeld preferente warmtesystemen in gebiedsontwikkeling en stelde het afwegingskader betaalbaar-open-duurzaam voor uniforme besluitvorming warmtesystemen in gebiedsontwikkeling vast. Deze documenten zijn de bouwstenen om op eenduidige en transparante wijze besluiten te nemen over warmtesystemen in gebiedsontwikkeling en transformatiegebieden in Amsterdam. Op 9 september jl. heeft de raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit en Water kennisgenomen van deze stukken (Regie op warmte in gebiedsontwikkeling (BD2020-000517). Vanuit deze regie past het aanleggen van een collectief systeem op Strandeiland. Gevolgen uitspraak rechter Warmteplan Sluisbuurt Het voorliggende Warmteplan volgt de uitspraak van de rechter inzake het Warmteplan Sluisbuurt (zaaknummer AMS 19/4664). Deze uitspraak van de rechter is bindend voor het opstellen van nieuwe warmteplannen.
Zo wordt dus in tegenstelling tot het oude Warmteplan Sluisbuurt, ook de elektriciteitsvraag en elektriciteitsproductie van een gebouw meegerekend bij het bepalen of er sprake is van een gelijkwaardige energieprestatie. Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte is op 30 september 2020 vastgesteld in de Gemeenteraad. De voorliggende ontwikkeling van het laagtemperatuurnet is volledig in lijn met de Transitievisie Warmte. Investeringsbesluit Strandeiland Op 7 november 2019 heeft de Gemeenteraad het Investeringsbesluit Strandeiland vastgesteld. Het stedenbouwkundig plan Strandeiland met ongeveer 8.000 woningen en ca. 125.000 m2 niet-woonfuncties is daarmee vastgesteld. Als onderdeel van het investeringsbesluit heeft de raad kennisgenomen van het van het Concept Warmteplan Strandeiland met als uitgangspunt dat er een aansluitplicht zal gelden op de te realiseren collectieve laagtemperatuur warmte- en koudevoorziening (aanvoer 15-20°C) gevoed door warmte uit afvalwater (grijswater uit nieuwe sanitatie) en oppervlaktewater uit het IJmeer aangevuld met warmte-koudeopslag (WKO) in de bodem. Het voorliggende warmteplan betreft de eerste planfase van het Strandeiland. Onderbouwing besluit
Aanwijzing Interferentiegebied en vaststelling Warmteplan
Gegenereerd: v1.9
2
Gemeenteraad
VN2021-001708 rve grond en ontwikkel
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021
Alvorens de aanbesteding te starten voegt het College van B&W het gebied Strandeiland toe aan de Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014 en stelt de Gemeenteraad het Warmteplan Strandeiland fase 1 vast. Deze wijziging Verordening Interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014 en het besluit tot vaststelling van het warmteplan worden bekend gemaakt door publicatie in het gemeenteblad. Vanaf dat moment geldt een bezwaartermijn van zes weken. Deze periode is voor het einde van de aanbesteding afgerond. Ad 1. Kennis te nemen van de voortgang inzake de voorbereiding van de concessieaanbesteding voor de levering van warmte en koude op Strandeiland die voorjaar 2021 op de markt wordt gebracht en begin 2022 moet leiden door een concessieovereenkomst. Bij het investeringsbesluit van Strandeiland (Gemeenteraad d.d. 7 november 2019) is aan de hand van stedelijke kaders gekozen voor een collectieve laagtemperatuur warmte- en koudenet (aanvoer variërend van 15-20 °C). De financiële gevolgen zijn hierin afgedekt. De bronnen voor het laagtemperatuur distributienet worden gevormd door oppervlaktewater en mogelijk warmte uit afvalwater (grijswater). De bodembronnen worden hierbij als (seizoen) buffer ingezet. In het kader van de aanbesteding wordt een inkoopstrategie opgesteld.
Hierbij heeft afstemming plaatsvonden met de directie R&D en Waternet dat momenteel onderzoek doet naar de rol van de gemeente bij toekomstige warmtenetten stadsbreed. Ten behoeve van de inkoopstrategie is onderzocht welke aanbestedingsprocedure en contractvorm het best passend is voor Strandeiland. Gekozen is voor een concessie waarin zogenaamde bijsturingsopties zijn opgenomen die de Gemeente Amsterdam de mogelijkheid biedt om aansluiting te hebben op nieuwe ontwikkelingen gedurende de looptijd van de concessie. Om met de marktpartijen de bijsturingsopties verder uit werken zal een hiervoor geëigende aanbestedingsvorm zoals concurrentiegerichte dialoog, worden toegepast en zullen de bijsturingsopties besproken worden. In de aanbesteding wordt rekening gehouden met de mogelijkheid van een rol voor Waternet van contractbeheerder gedurende de realisatiefase als in de gebruiksfase van de concessie. Dit in verband met de mogelijke uitkomst van het lopende LTW-A onderzoek, waarbij een rol wordt voorzien voor Waternet als toekomstige contractbeheerder namens de gemeente. Concessies voor warmtenetten worden sinds 1 juli 2016 wettelijk gereguleerd door de aanbestedingswet. Op grond van de wet is de gemeente voornemens deze concessie aan te besteden. Middels een aanbesteding selecteert de gemeente een partij die de warmteleverancier wordt.
De inschrijvingen worden vergeleken op basis van prijs en duurzaamheidsaspecten. Vervolgens wordt met een vooraf bepaalde weging de winnende inschrijving bepaald. Bij gunning wordt uitgegaan van de beste-prijs-kwaliteit verhouding. Inschrijvers worden zo gestimuleerd om publieke belangen zo goed mogelijk te honoreren. Concreet betekent dat bijvoorbeeld een inschrijving met een lage(re) Bijdrage Aansluitkosten en een hoge(re) EOR (dan de minimale eisen zoals opgenomen in het Warmteplan) leidt tot de beste-prijs-kwaliteit-verhouding. De gemeente loopt als concessieverlener in beginsel geen risico. Dat ligt bij de winnende inschrijver, de concessiehouder. In het voorjaar van 2019 is in het kader van een marktconsultatie gesproken met geïnteresseerde warmtebedrijven. Hierbij is het beoogde energieconcept gebaseerd op een laag temperatuur net gevoed met thermische energie uit oppervlaktewater, bodembronnen en (eventueel) afvalwater voorgelegd. Alle partijen hebben te kennen gegeven dit als meest optimale voorziening te zien. Warmtebedrijven hebben in de marktconsultatie te kennen gegeven dat in het belang van de toekomstige concessiehouder en de gebruiker van te realiseren warmte- en koudevoorziening
Gegenereerd: v1.9
3
Gemeenteraad
VN2021-001708 rve grond en ontwikkel
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021
negatieve interferentie en ondoelmatig gebruik van bodemenergie voorkomen moet worden. De gemeente kan dit doen door het aanwijzen van een interferentiegebied. Het vaststellen van een Warmteplan is eveneens een belangrijke voorwaarde om een aanbieding te kunnen doen. Een Warmteplan biedt inschrijvers namelijk voldoende zekerheid dat ontwikkelaars zullen aansluiten op het netwerk Planning concessieovereenkomst De concessieaanbesteding start in voorjaar 2021. Voorlopige gunning is in december 2021 voorzien. Het College van B&W besluit tot ondertekening van de concessieovereenkomst vindt dan circa 2 maanden later plaats. De EOR van de gegunde inschrijver wordt zo nodig opgenomen in het warmteplan en ter besluitvorming voorgelegd aan het College op basis van het mandaat. Het gewijzigde Warmteplan dient vervolgens in het gemeenteblad gepubliceerd te worden waarna er weer gedurende een periode van 6 weken bezwaar mogelijk is. De aansluitverplichting op grond van het warmteplan wordt dan vanaf Q2 2022 voorzien. Wanneer de concessie conform planning wordt besloten kan (delen van) het warmte- en koudenet in bedrijf worden gesteld voor de aansluiting van de eerste woningen. Dit sluit aan bij de planning van de gebieden. Bij de werkzaamheden aan de openbare ruimte wordt nu reeds rekening gehouden met de realisatie van het warmte- en koudenet. Ad 2.
Kennis te nemen van het besluit van het College van B&W d.d. 1 december 2020 tot het wijzigen van de “Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014” door het vervangen van de kaart van de “Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014” (bijlage 3). Hiermee wordt Strandeiland als interferentiegebied aangewezen. Met dit besluit door het College van B&W op 1 december 2020 is Strandeiland als interferentiegebied aangewezen. Hiermee wordt het ondoelmatig gebruik van bodemenergie voorkomen en het te realiseren open WKO systemen beschermd tegen negatieve beïnvloeding door andere (gesloten) bodemenergiesystemen. Op grond van het Warmteplan is een ontheffing van de aansluitplicht mogelijk. Projectontwikkelaars zouden in dergelijke gevallen zelf gebruik kunnen maken van bodemenergie door het realiseren van een eigen open of gesloten warmtekoudeopslagsysteem (WKO). Onderzoek laat zien dat er dan interferentie kan optreden met het collectieve systeem en er sprake is van ondoelmatig gebruik van de ondergrond. Met de aanwijzing van een interferentiegebied zijn alternatieve gesloten bodemenergiesystemen mogelijk indien er geen sprake is van interferentie met het collectieve bodemenergiesysteem.
Ter voorkoming van negatieve interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie heeft de Gemeenteraad reeds in november 2014 de Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014 vastgesteld (verder: de Verordening). Met aanwijzing van de interferentiegebieden wordt bescherming geboden aan collectieve, meer efficiënte bodemenergiesystemen. In interferentiegebieden dienen kleine individuele gesloten energiesystemen een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) vergunning aan te vragen waar dit in andere gebieden normaliter niet nodig is. Het aanvragen van de OBM vergunning heeft een doorlooptijd van 8 weken, in tegenstelling tot de meldingsplicht welke 4 weken voor realisatie dient te zijn gemeld. Wanneer het kleine individuele gesloten bodemenergiesysteem niet tot interferentie leidt met het collectieve systeem kan vergunning worden verleend. De Omgevingsdienst toetst of hier sprake van is. Indien hier geen sprake van is wordt de vergunning verleend.
Gegenereerd: v1.9
4
Gemeenteraad
VN2021-001708 rve grond en ontwikkel
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021
Ad 3. In te stemmen met het Warmteplan Strandeiland fase 1 als bedoeld in bijlage 1 “Bekendmaking vaststelling Warmteplan Strandeiland fase 1” met als belangrijkste onderdelen: • I. Een aansluitplicht als totaal voor minimaal 5000 nieuwbouwwoningen (5000 woningequivalenten) en ca. 75.000 m² niet woonprogramma (750 woningequivalenten) op een collectief laagtemperatuur warmtenet. Voor Strandeiland geldt een hoog ambitieniveau voor energieprestatie. Gelet op dit ambitieniveau en de stedelijke bebouwingsdichtheid ligt een collectieve oplossing voor de levering van warmte en koude voor de hand. In het kader van de ontwikkeling van Strandeiland is onderzoek gedaan naar het meest duurzame en passende warmte- en koudesysteem. Het op 28 januari 2020 door het College van B&W vastgestelde ‘afwegingskader betaalbaaropen-duurzaam voor uniforme besluitvorming warmtesystemen in gebiedsontwikkeling‘ is hierbij gehanteerd. Na toepassing van het afwegingskader lijkt een collectief laag temperatuurnet van ca. 15-20°C hier het meest passend te zijn. De uitkomsten van het onderzoek zijn overgenomen in het ‘Ontwikkelbeeld preferente warmtesystemen in gebiedsontwikkeling’. • II.
De gelijkwaardigheidsbepaling voor energiezuinigheid, door middel van het hanteren van een Equivalent Opwekrendement (EOR) van minimaal 269% bij een gemiddeld opwekkingsrendement voor elektriciteit van 69% voor de woonfuncties en voorzieningen en bescherming van het milieu op grond waarvan afwijking van de aansluitplicht mogelijk is. Om de realisatie en de betaalbaarheid te borgen is het belangrijk dat er zoveel mogelijk percelen worden aangesloten op het warmte- koude systeem. Daarom wordt gebruik gemaakt van het instrumentarium Warmteplan. Warmteplannen bieden inschrijvers voldoende zekerheid dat ontwikkelaars zullen aansluiten op het netwerk. Met een warmteplan wordt de aansluitverplichting op een collectief warmtesysteem geregeld; in principe dient een ontwikkelaar aan te sluiten op de collectieve voorziening tenzij de ontwikkelaar een gelijkwaardige energieprestatie kan realiseren. Het Warmteplan wordt vastgesteld voor een laag temperatuur warmte- en koudesysteem. Hierbij wordt, uitgaande van de huidige stand van de techniek, een minimale EOR haalbaar geacht van 269% voor de gemiddelde functies indien gebruik wordt gemaakt van WKO systemen en thermische energie uit oppervlakte water. EOR is een factor die aangeeft hoeveel primaire fossiele energie er nodig is om bruikbare energie in de woning af te leveren.
Bepalend voor de systeemkeuze is de lokale warmtebronnen te benutten en niet aankelijk te willen zijn van hoge temperatuur stadswarmte. Daarnaast heeft dit systeem ten opzichte van de andere systemen een lage CO2-uitstoot en scoort het ook goed op betaalbaarheid en toekomstgerichtheid. De in het Warmteplan opgenomen EOR geldt als minimum. Bij de aanbesteding van de energievoorziening zal beoordeeld worden welke prestaties daadwerkelijk aangeboden worden. Inschrijvers met een hogere EOR maken een grotere kans op gunning. Wanneer de gegunde inschrijver een substantieel hogere EOR heeft aangeboden dan de minimaal vereiste (en in het Warmteplan opgenomen) wijzigt het College van B&W het Warmteplan door de in het Warmteplan opgenomen EOR te wijzigen in de aangeboden EOR. • III. Het mandateren van het College van B&W om na gunning van de concessieovereenkomst voor de levering van warmte en koude het Warmteplan Strandeiland fase 1 te wijzigen op het onderdeel EOR.
Gegenereerd: v1.9
5
Gemeenteraad
VN2021-001708 rve grond en ontwikkel
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021
Het College van B&W vraagt de Gemeenteraad haar te mandateren voor het wijzigen van het in de Warmteplan opgenomen EOR en de ingangsdatum. In het voorliggende Warmteplan zijn de voor de aanbesteding minimale inschrijvingsvereisten voor wat betreft de EOR opgenomen. Inschrijvers kunnen een hogere EOR aanbieden en maken daarmee een grotere kans op gunning. Wanneer de gegunde inschrijver een hogere EOR heeft aangeboden dan de minimaal vereiste (en in het Warmteplan opgenomen) wijzigt het College van B&W het warmteplan door de in het Warmteplan opgenomen EOR te wijzigen in de aangeboden EOR. Het gewijzigde Warmteplan dient vervolgens in het gemeenteblad gepubliceerd te worden waarna er gedurende een periode van 6 weken bezwaar mogelijk is. • IV. Het mandateren van het College van B&W om de ingangsdatum van het Warmteplan vast te stellen en deze ingangsdatum optimaal af te stemmen op de gebiedsontwikkeling. Omdat de geldigheidsduur van het Warmteplan wettelijk maximaal 10 jaar bedraagt en daarmee mogelijk korter is dan de ontwikkelingstijd van de 5.750 woningequivalenten, is het van belang om de ingangsdatum van het Warmteplan zo goed mogelijk af te stemmen op de gebiedsontwikkeling. Daarom wordt gevraagd om de bevoegdheid om de ingangsdatum van het Warmteplan aan te passen te mandateren aan het College van B&W.
Financiële onderbouwing Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
Niet van toepassing.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-006134
Bijlage 1 - 20201118 Bekendmaking vaststelling Warmteplan Strandeiland fase 1.docx (msw12)
AD2021-006048
Bijlage 2 - 20201118 Warmteplan Strandeiland fase 1 DEFINITIEF (4).docx (msw12)
AD2021-006050
Bijlage 3 - 20201118 -3a- Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014 inclusief bijlage 3b- Aangepaste kaart interferentiegebieden Amsterdam november 202 (1).pdf (pdf)
AD2021-006042
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Gegenereerd: v1.9
6
Gemeenteraad
VN2021-001708 rve grond en ontwikkel
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 10 februari 2021
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Grond & Ontwikkeling, Alfons Oude Ophuis, a.oude.ophuis@amsterdam.nl, 06 1505 1046
Gegenereerd: v1.9
7