CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Concept wijziging verordening stadsdelen nav evaluatie 2025

RAAD 8 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening tot wijziging van de verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 (VN2025-013056)15.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

en; - Aanpassing van het artikel over de stadsdeelpanels naar aanleiding van de evaluatie. Daarnaast zijn verschillende technische wijzigingen doorgevoerd, waaronder enkele wijzigingen die noodzakelijk zijn voor het organiseren van de verkiezingen en de actualisatie van enkele taakomschrijvingen en bevoegdheden van de dagelijks besturen en de bestuurscommissie Weesp in de bijlagen bij de Verordening. De wijzigingen zijn hieronder nader toegelicht. Artikelsgewijze toelichting wijziging van de artikelen De wijzigingen worden hieronder toegelicht in een was/wordt tabel. De linker kolom is de huidige tekst van de artikelen, de middelste kolom geeft de wijzigingen weer (nieuw is dikgedrukt en wat vervalt is doorgehaald) en de rechter kolom geeft een toelichting op de wijzigingen.

25

Was wordt tabel wijzigingen Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 Bestaande tekst Nieuwe tekst Toelichting op de wijzigingen (dikgedrukt is nieuwe tekst, doorgehaalde tekst vervalt) Artikel 12: advies 1. […] 2. Als het college of de burgemeester voornemens is over de stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen waarbij de belangen van één of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij het voorbereiden van bestemmingsplannen dan wel het voorbereiden van een wijziging van het omgevingsplan, wordt het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld om advies te geven. 3. […] 4. […] 5. Het college of de burgemeester legt de volledige adviezen van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie samen met het voorstel aan het college en de raad voor. Indien het college of de burgemeester in het voorstel afwijkt van het advies van het dagelijks bestuur, motiveert het schriftelijk waarom van het advies wordt afgeweken.

Artikel 12: advies 1. [ongewijzigd] 2. Als het college of de burgemeester voornemens is over de stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen waarbij de belangen van één of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij het voorbereiden van bestemmingsplannen dan wel het voorbereiden van een wijziging van het omgevingsplan, wordt het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld om advies te geven. Er wordt in elk geval advies gevraagd bij het voorbereiden van bestemmingsplannen of een wijziging van het omgevingsplan. 2. [ongewijzigd] 3. [ongewijzigd] 4. Het dagelijks bestuur adviseert over de gevolgen van het voorgenomen besluit in het stadsdeel. 5. Het college of de burgemeester legt de volledige adviezen van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie samen met het voorstel aan het college en de raad voor. Het college of de burgemeester draagt zorg voor een terugkoppeling hoe de adviezen zijn verwerkt. Indien het college of de burgemeester in het voorstel afwijkt van het advies van het dagelijks bestuur, motiveert het schriftelijk waarom van het advies wordt afgeweken.

In verband met de focus op de relevantie van de adviezen is verduidelijkt dat het dagelijks bestuur adviseert vanuit het lokale perspectief. In het advies wordt dus bijvoorbeeld ingegaan op de consequenties van het voorstel in het stadsdeel en niet op stadsbrede gevolgen.

Artikel 19: verhouding dagelijks bestuur tot de stadsdeelcommissie 1. Het dagelijks bestuur legt alle adviesvragen van het college, bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, voor aan de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie kan besluiten advies uit te brengen over een adviesaanvraag. 2. Het dagelijks bestuur vraagt de stadsdeelcommissie om advies als het voornemens is gebiedsopgaven met de belangrijkste vierjaren

Artikel 19: verhouding dagelijks bestuur tot de stadsdeelcommissie 1. Het dagelijks bestuur legt alle adviesvragen van het college, bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, voor aan de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie kan besluiten advies uit te brengen over een adviesaanvraag. De stadsdeelcommissie adviseert over de (specifieke) gevolgen in het stadsdeel. 2. Het dagelijks bestuur vraagt de stadsdeelcommissie om advies: 26 a. als het voornemens is

Net als bij het dagelijks bestuur is verduidelijkt dat de adviezen zich richten op het lokale perspectief. De informatieverplichting van het db is verplaatst naar het nieuwe artikel over informatierecht stadsdeelcommissie. Tenslotte zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd om de structuur van het artikel te verbeteren. Zie de toelichting bij artikel 30 over schrappen van moties en voorstellen.

a.

b.

3.

4.

5. 6.

doelstellingen vast te stellen, alsmede de zo nodig jaarlijkse herijking daarvan of op eigen initiatief een taak of bevoegdheid uit te oefenen waarbij een uniforme openbare voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht aan de orde is. In die gevallen: maakt het dagelijks bestuur met de stadsdeelcommissie afspraken over de wijze waarop burgers en ondernemers bij de voorbereiding van de besluitvorming worden betrokken; wordt de stadsdeelcommissie in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. Bij het inwinnen van advies verstrekt het dagelijks bestuur de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen. Het dagelijks bestuur stelt voor het advies, bedoeld in het tweede lid, een termijn vast. Indien het advies tijdens de terinzagelegging of de inspraakperiode wordt gevraagd, is de termijn gelijk aan de periode van terinzagelegging of inspraak. In alle andere gevallen bedraagt de termijn minimaal een periode waarbinnen twee overlegvergaderingen van de stadsdeelcommissie vallen, of vier weken, indien binnen die termijn minder dan twee overlegvergaderingen vallen. In uitzonderlijke gevallen kan het dagelijks bestuur gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen. […] Het Dagelijks Bestuur legt significante ruimtelijke herinrichtingsprojecten tijdig voor advisering voor aan de stadsdeelcommissie.

Artikel 20: budget voor het dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur

3.

4.

5. 6.

7.

gebiedsopgaven met de belangrijkste vierjaren doelstellingen vast te stellen, alsmede de zo nodig jaarlijkse herijking daarvan; b. bij significante ruimtelijke herinrichtingsprojecten; c. als het voornemens is op eigen initiatief een taak of bevoegdheid uit te oefenen waarbij een uniforme openbare voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht aan de orde is. In de gevallen bedoeld in het tweede lid maakt het dagelijks bestuur met de stadsdeelcommissie afspraken over de wijze waarop burgers en ondernemers bij de voorbereiding van de besluitvorming worden betrokken. wordt de stadsdeelcommissie in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. Bij het inwinnen van advies verstrekt het dagelijks bestuur de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen. [ongewijzigd] Bij de besluitvorming maakt het dagelijks bestuur inzichtelijk wat het advies van de stadsdeelcommissie is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in artikel 30, derde lid, zijn verwerkt.. Het dagelijks bestuur neemt een advies van de stadsdeelcommissie over indien het advies is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de stedelijke en budgettaire kaders past. Het dagelijks bestuur kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van een advies van de stadsdeelcommissie.

Het Dagelijks Bestuur legt significante ruimtelijke herinrichtingsprojecten tijdig voor advisering voor aan de stadsdeelcommissie.

Artikel 20: budgetten voor het taken dagelijks bestuur 3. Het dagelijks bestuur ontvangt

27

Met de aanpassingen aan het bestuurlijk stelsel en daarmee verordening in 2022, heeft de raad

2.

ontvangt jaarlijks een budget. Het budget van het dagelijks bestuur wordt vastgesteld in de gemeentebegroting.

4.

jaarlijks een budget. beslist over de inzet van de budgetten die zijn gekoppeld aan de aan hen opgedragen taken en bevoegdheden. Deze budgetten Het budget van het dagelijks bestuur worden wordt vastgesteld in de gemeentebegroting.

geëxpliciteerd dat bij zeggenschap van het lokaal bestuur ook financiële zeggenschap hoort. Dit heeft geleid tot 2 artikelen in de verordening waarin deze rol van dagelijks bestuur (art 20) en stadsdeelcommissie (art 31) benoemd wordt. Bij de start van de huidige bestuursperiode was nog niet helder hoe deze nieuwe rol van db en sdc in de praktijk vorm moest krijgen, hierbij ook in ogenschouw nemend dat de bestaande bestuurlijke praktijk per stadsdeel flink kon verschillen. Om deze reden heeft het college de opdracht gegeven om de ambitie van financiële zeggenschap concreet te maken en te voorzien van een werkwijze. Dit heeft geleid tot de Leidraad Zeggenschap die op 18 maart 2025 door het college is vastgesteld. Met de aanpassingen in de artikelen 20 en 31 wordt aangesloten bij (de terminologie van) de in de Leidraad uitgewerkte werkwijze.

Artikel 23: leden en voorzitter stadsdeelcommissie 1. In elk stadsdeel is er een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet met taken en bevoegdheden van de raad. 2. […]

Artikel 23: leden en voorzitter stadsdeelcommissie 1. In elk stadsdeel is er een bestuurscommissie van de raad als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet met taken en bevoegdheden van de raad, die de inwoners van het stadsdeel vertegenwoordigt, richting geeft aan het dagelijks bestuur en de uitoefening van taken en bevoegdheden door het dagelijks bestuur controleert. 2. [ongewijzigd]

Artikel 24: verkiezingen stadsdeelcommissie 1. Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing,

Artikel 24: verkiezingen stadsdeelcommissie 1. Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en

28

De kern hiervan is dat dagelijks bestuurders zeggenschap hebben over de budgetten die behoren tot de taken en bevoegdheden die aan hen zijn opdragen. Die koppeling aan de taken en bevoegdheden is in artikel 20 nadrukkelijker gemaakt In dit artikel is de rol van de stadsdeelcommissie verduidelijkt. De hoofdtaken van de stadsdeelcommissie als kaderstellend, controlerend en als volksvertegenwoordigend worden expliciet benoemd. Zie verder de toelichting bij artikel 23.

Er zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd vanwege wijzigingen in de Kieswet. De belangrijkste zijn: 1. Het gemeentelijk stembureau voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt ook gebruikt voor de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie.

waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeel, ‘stadsdeelcommissie’, ‘dagelijks bestuur’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. 2. […] 3. In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt het hoofdstembureau in de zin van artikel E 7 van de Kieswet en het centraal stembureau in de zin van artikel E 11 van de Kieswet per stadsdeel ingesteld. 4. […] 5. […] 6. […] 7. […] 8. Ten aanzien van het vervullen van een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 9. In aanvulling op hetgeen in het achtste lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. 10. In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting.

wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeel, ‘stadsdeelcommissie’, ‘dagelijks bestuur’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. 2. In afwijking van het eerste lid zijn hoofdstuk EA Digitale ondersteuning in het verkiezingsproces van de Kieswet en artikel Na27 betreffende het controleprotocol uitgezonderd. 3. [ongewijzigd] 4. In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt het hoofdstembureau in de zin van artikel E 7 van de Kieswet en het centraal stembureau in de zin van artikel E 11 E 15 van de Kieswet per stadsdeel ingesteld. 5. Het gemeentelijk stembureau, bedoeld in artikel E 7 van de Kieswet, dat is ingesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen, functioneert tevens als gemeentelijk stembureau voor de verkiezingen van de stadsdeelcommissie. 6. […] 7. […] 8. […] 9. […] 10. In afwijking van artikel N1 van de Kieswet geschiedt de vaststelling van het aantal stemmen dat op iedere kandidaat van een lijst is uitgebracht door het gemeentelijk stembureau (centrale stemopneming). 11. In afwijking van artikel Na35, eerste en tweede lid, van de Kieswet wordt per stadsdeel een afzonderlijk proces-verbaal en gegenereerd digitale bestand onverwijld overgebracht naar het desbetreffende centraal stembureau van dat stadsdeel. 12.

In aanvulling opafwijking van artikel P 20O 1, eerste lid, van de Kieswet, vindt de openbare zitting tot vaststelling van de uitslag van de verkiezing gelijktijdig plaats met de zitting van het centraal stembureau voor de gemeenteraadsverkiezingen.houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting. 13. Ten aanzien van het vervullen van

29

2.

3.

De verwijzing naar het hoofdstembureau vervalt, want dit is bij de gemeenteraadsverkiezingen afgeschaft in de kieswet We doen aan centrale stemopneming. Dat betekent dat de stembureaus op de avond van de verkiezingen alleen de stemmen per lijst tellen. Het gemeentelijk stembureau telt de volgende dag de stemmen per kandidaat. Dat is efficiënter. Hierna gaat het procesverbaal weer terug naar de stadsdelen.

Tenslotte zijn een aantal technische wijzigingen doorgevoerd. Enkele nieuwe bepalingen uit de Kieswet niet toepasbaar op de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie en deze zijn dus uitgezonderd. De volgorde van de leden in het artikel is wat aangepast zodat deze de volgorde van de Kieswet volgen.

een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 14. In aanvulling op hetgeen in het elfde achtste lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. Artikel 30: taken en bevoegdheden en instrumenten 1. De stadsdeelcommissie oefent de taken en bevoegdheden uit die de raad aan haar heeft overgedragen, zoals opgenomen in bijlagen 2 en 3 bij deze verordening. 2. De stadsdeelcommissie brengt gevraagd of ongevraagd advies uit aan het dagelijks bestuur over aangelegenheden die het stadsdeel betreffen. 3. De stadsdeelcommissie kan moties en voorstellen indienen bij het dagelijks bestuur en kan vragen stellen over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent. 4. De stadsdeelcommissie agendeert tevens voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur de overige onderwerpen die naar het oordeel van de stadsdeelcommissie noodzakelijk zijn en die het stadsdeel betreffen. 5. Als de standpunten van de leden van de stadsdeelcommissie bij het uitbrengen van een advies uiteenlopen, worden in het advies standaard alle verschillende standpunten binnen de commissie kenbaar gemaakt.

Artikel 30: taken en bevoegdheden en instrumenten 1. De stadsdeelcommissie oefent de taken en bevoegdheden uit die de raad aan haar heeft opgedragen overgedragen, zoals opgenomen in bijlagen 2 en 3 bij deze verordening. 2. De stadsdeelcommissie brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het dagelijks bestuur en kan vragen stellen over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent en over andere aangelegenheden die het stadsdeel betreffen. 3. De stadsdeelcommissie kan moties en voorstellen indienen bij het dagelijks bestuur en kan vragen stellen over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent. 4. De stadsdeelcommissie agendeert tevens voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur de overige onderwerpen die naar het oordeel van de stadsdeelcommissie noodzakelijk zijn en die het stadsdeel betreffen. 5. Als de standpunten van de leden van de stadsdeelcommissie bij het uitbrengen van een advies uiteenlopen, worden in het advies standaard alle verschillende standpunten binnen de commissie kenbaar gemaakt.

In dit artikel is het woord ‘overgedragen’ vervangen door ‘opgedragen’. Zo is het artikel in lijn met de formulering in artikel 9. Het woord ‘overdragen’ ziet specifiek op delegatie terwijl opdragen zowel delegatie als mandaat omvat. Opdragen is daarom passender.

Artikel 31: financiën

Artikel 31: financiën inzet budgetten taken

Zoals hierboven bij de wijzigingen

30

Moties en voorstellen als losstaande instrumenten voor de stadsdeelcommissie worden geschrapt. De complexiteit van het stelsel wordt hiermee verminderd. De doelen die nagestreefd worden met een motie of voorstel kunnen nog steeds bereikt worden met een advies. Dit is zwaarwegend en er kan alleen gemotiveerd van af worden geweken. De stadsdeelcommissie kan ook adviseren over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent. Om dit duidelijk te maken zijn het tweede en derde lid van het artikel samengevoegd.

1.

2.

3.

Het college maakt jaarlijks tegelijk met het vaststellen van de gemeentebegroting transparant welke budgetten beschikbaar worden gesteld aan de stadsdelen voor welke doeleinden. Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie vooraf over de inzet van de middelen en de stadsdeelcommissie wordt in de gelegenheid gesteld daar advies over uit te brengen, waaronder voorstellen voor een andere inzet. Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie over de daadwerkelijke inzet van de middelen en licht afwijkingen toe.

Artikel 32: overlegvergaderingen tussen stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur 1. […] 2. […] 3. […] 4. Voor de vergaderingen worden daarnaast de volgende onderwerpen geagendeerd: a. […] b. De onderwerpen die op grond van artikel 30, vierde lid, op initiatief van de stadsdeelcommissie op de agenda zijn geplaatst. c. […] 5. […] 6. […]

dagelijks bestuur 1. Het college maakt jaarlijks tegelijk met het vaststellen van de gemeentebegroting transparant welke budgetten beschikbaar worden gesteld aan de stadsdelen voor welke doeleinden. de budgetten inzichtelijk die beschikbaar zijn voor de aan het dagelijks bestuur opgedragen taken en bevoegdheden. 2. Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie vooraf over de inzet van de middelen en de stadsdeelcommissie wordt in de gelegenheid gesteld daar advies over uit te brengen, waaronder voorstellen voor een andere inzet. Het dagelijks bestuur vraagt de stadsdeelcommissie om advies over de prioriteiten ten behoeve van de inzet van de budgetten. 3. Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie over de daadwerkelijke inzet van de middelen en licht de gemaakte keuzes afwijkingen toe.

Artikel 32: overlegvergaderingen tussen stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur 1. [ongewijzigd] 2. [ongewijzigd] 3. [ongewijzigd] 4. [ongewijzigd] 5. Voor de vergaderingen worden daarnaast de volgende onderwerpen geagendeerd: a. [ongewijzigd] b. De onderwerpen die op grond van artikel 30, vierde derde lid, op initiatief van de stadsdeelcommissie op de agenda zijn geplaatst. c. [ongewijzigd] 6. [ongewijzigd]

31

van artikel 20 is toegelicht, is de ambitie van meer financiële zeggenschap de afgelopen periode uitgewerkt in de Leidraad Zeggenschap. Naast artikel 20 is ook artikel 31 aangepast op de in de Leidraad uitgewerkte werkwijze. In het eerste lid is verduidelijkt dat de budgetten gekoppeld zijn aan de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur. Belangrijk element bij het praktische vormgeven is dat de 8 dagelijks besturen een identiek takenpakket hebben en er per definitie schaarste is aan middelen die ingezet kunnen worden. Gezamenlijk keuzes maken en prioriteren is dus noodzakelijk om tot een effectieve en efficiënte taakuitvoering te komen. Hiervoor is bedacht dat er voor de belangrijkste taken zogenaamde inzetplannen worden opgesteld, zodat er gezamenlijk geprioriteerd kan worden en uiteindelijk keuze gemaakt kunnen worden. Dit gebeurt in de portefeuillehoudersoverleggen. De stadsdeelcommissie bespreekt voorafgaand de belangrijkste prioriteiten en adviseert het dagelijks bestuur hierover. De dagelijks besturen betrekken dit bij de verdere uitwerking ten behoeve van de inzet van middelen en informeren de stadsdeelcommissie hierover. Gedurende het jaar bespreken db en stadsdeelcommissie de voortgang. De verwijzing naar artikel 30 is aangepast, omdat de leden in dat artikel zijn vernummerd.

Artikel 34: commissiesecretaris 1. Voor elke stadsdeelcommissie wordt een ambtelijk commissiesecretaris aangewezen. Deze staat de voorzitter en de stadsdeelcommissie bij de uitoefening van hun taak terzijde. 2. De commissiesecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met de stadsdeelcommissie. -

-

Artikel 34: commissiesecretaris 1. Het college draagt zorg voor de aanwijzing van Voor elke stadsdeelcommissie wordt een ambtelijk commissiesecretaris en diens plaatsvervanger. aangewezen. 2. De commissiesecretaris Deze staat de voorzitter en de stadsdeelcommissie bij de uitoefening van hun taak terzijde. 3. De commissiesecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met de stadsdeelcommissie. Artikel 34a fractievertegenwoordigers 1. Elke fractie die vertegenwoordigd is in de stadsdeelcommissie kan maximaal een fractievertegenwoordiger aanwijzen. 2. De fractievertegenwoordiger is een inwoner uit hetzelfde stadsgebied. 3. Een lid van de stadsdeelcommissie kan zich in geval van verhindering bij een vergadering als bedoeld in artikel 32 of 33 laten vertegenwoordigen door de fractievertegenwoordiger. 4. Het lid van de stadsdeelcommissie informeert de voorzitter van de vergadering vooraf over de vertegenwoordiging. 5. De fractievertegenwoordiger kan, in een situatie als bedoeld in het derde lid, het woord voeren tijdens de vergadering, maar heeft geen stemrecht in de vergadering. 6. Een fractievertegenwoordiger heeft geen inzage in stukken waar geheimhouding op rust. 7. Een fractievertegenwoordiger kan deelnemen aan technische sessies en werkbezoeken.

De procedure voor de aanstelling van de commissiesecretaris van de stadsdeelcommissie wordt vereenvoudigd. Het is in de praktijk gebleken dat deze procedure te formeel was vormgegeven. Het college blijft verantwoordelijk dat er een commissiesecretaris beschikbaar wordt gesteld aan de stadsdeelcommissie. Daarnaast is toegevoegd dat een plaatsvervanger wordt aangewezen.

Artikel 34b: informatierecht stadsdeelcommissie 1. Het dagelijks bestuur geeft de stadsdeelcommissie alle gevraagde inlichtingen over de uitvoering van diens taken en

Er wordt een nieuw artikel voorgesteld over de informatievoorziening aan stadsdeelcommissieleden. De huidige bepalingen in de verordening over informatieverstrekking door het

32

Er is een nieuw artikel toegevoegd om vast te leggen dat fracties een fractievertegenwoordiger kunnen aanwijzen. Stadsdeelcommissie kunnen zich bij afwezigheid laten vervangen door de fractievertegenwoordiger. In dat geval mag de fractievertegenwoordiger ook het woord voeren. Het gaat nadrukkelijk om vervanging bij verhindering van een lid van de stadsdeelcommissie. De fractievertegenwoordiger mag niet deelnemen aan de vergadering als alle leden van een fractie al aanwezig zijn bij de vergadering. Fractievertegenwoordigers kunnen aansluiten bij technische sessies of werkbezoeken. In deze gevallen hoeft er geen sprake te zijn van vervanging. Een vertegenwoordiger is geen lid van de stadsdeelcommissie en ontvangt geen vergoeding van de gemeente. Wel is het mogelijk een bijdrage voor diens inspanningen voor de fractie te geven uit het fractiebudget.

bevoegdheden. Wanneer het dagelijks bestuur een adviesaanvraag van het college aan de stadsdeelcommissie voorlegt, draagt het dagelijks bestuur desgevraagd zorg voor verstrekking van informatie over stedelijk beleid die nodig is om advies te kunnen uitbrengen over de gevolgen van dit beleid in het stadsdeel. Bij het inwinnen van advies als bedoeld in artikel 19, tweede lid, verstrekt het dagelijks bestuur de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen. Het dagelijks bestuur verstrekt aan de stadsdeelcommissie de informatie die nodig is om een onderwerp op grond van artikel 30, vierde lid, voor een overlegvergadering te agenderen. Als de stadsdeelcommissie voornemens is een onderwerp op grond van artikel 30, vierde lid voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur te agenderen. Stadsdeelcommissieleden kunnen verzoeken om informatie doen via de commissiesecretaris.

dagelijks bestuur zijn versnipperd en dekken niet alle verzoeken die relevant kunnen zijn voor commissieleden.

Artikel 35: informatie dagelijks bestuur 1. […] 2. Het dagelijks bestuur verstrekt aan de stadsdeelcommissie de informatie die nodig is om dit onderwerp voor de overlegvergadering te agenderen. 3. […]

Artikel 35: informatie dagelijks bestuur agendering en terugkoppeling overlegvergadering 1. [ongewijzigd] 2. Het dagelijks bestuur verstrekt aan de stadsdeelcommissie de informatie die nodig is om dit onderwerp voor de overlegvergadering te agenderen. 2. [ongewijzigd]

Het tweede lid vervalt vanwege het nieuwe artikel 34b over de informatievoorziening voor stadsdeelcommissieleden. Het artikel krijgt daarom ook een nieuwe titel, die de inhoud beter beschrijft.

Artikel 36: toelichting en agendering raadscommissie 1. Indien in een vergadering van een raadscommissie een onderwerp behandeld wordt: a. […] b. […] c. Dat naar aanleiding van initiatief van de stadsdeelcommissie op grond van artikel 30, vierde lid voor de vergadering van de raadscommissie is geagendeerd, kunnen één of meer leden van de stadsdeelcommissie op

Artikel 36: toelichting en agendering raadscommissie 1. Indien in een vergadering van een raadscommissie een onderwerp behandeld wordt: a. [ongewijzigd] b. [ongewijzigd] c. Dat naar aanleiding van initiatief van de stadsdeelcommissie op grond van artikel 30, derde vierde lid voor de vergadering van de raadscommissie is geagendeerd, kunnen één of meer leden van de stadsdeelcommissie op eigen verzoek op of verzoek van de raadscommissie de behandeling

De verwijzing naar artikel 30 is aangepast, omdat de leden in dat artikel zijn vernummerd.

2.

3.

4.

5.

6.

33

Het informatierecht is niet onbeperkt, het richt zich op de informatie die nodig is voor stadsdeelcommissieleden om hun rol goed te kunnen vervullen.

2.

eigen verzoek op of verzoek van de raadscommissie de behandeling bijwonen en het standpunt van de stadsdeelcommissie toelichten. […]

-

2.

bijwonen en het standpunt van de stadsdeelcommissie toelichten. [ongewijzigd]

Artikel 36a Jaarverslag stadsdeelcommissie De stadsdeelcommissie legt verantwoording af door jaarlijks voor 1 maart aan de raad een jaarverslag voor te leggen, waarin zij haar taakuitoefening van het afgelopen jaar beschrijft.

Er wordt een nieuw artikel ingevoegd. Dit artikel geeft invulling aan de verplichting uit de Gemeentewet om de verantwoording van de bestuurscommissie aan het instellende orgaan vast te leggen. In het jaarverslag beschrijft de stadsdeelcommissie hoe zij haar rol het afgelopen jaar heeft uitgevoerd.

Artikel 38: Stadsdeelpanels 1. De stadsdeelcommissie stelt via loting een stadsdeelpanel in om de commissie te adviseren over onderwerpen of thema’s die relevant zijn voor het stadsdeel. De stadsdeelcommissie kan besluiten hiervoor een ander participatie-instrument in te zetten. 2. Het stadsdeelpanel bestaat uit inwoners uit het desbetreffende stadsdeel. 3. Het aantal deelnemers van het stadsdeelpanel is ten minste 250 leden. 4. Het voltallige stadsdeelpanel adviseert minimaal tweemaal per jaar. 5. De stadsdeelcommissie, de gemeenteraad en burgers woonachtig in het stadsdeel kunnen kwesties aan het stadsdeelpanel, dan wel leden daarvan voorleggen. 6. Om tot een gewogen oordeelsvorming te komen kan het stadsdeelpanel ondersteund worden door een deskundige op het gebied van participatie. 7. Leden van het stadsdeelpanel krijgen voor het bijwonen van een bijeenkomst, bedoeld in het vierde lid, een vacatie vergoeding van maximaal

Artikel 38: Stadsdeelpanels 1. De stadsdeelcommissie kan stelt via loting een stadsdeelpanel instellen om de commissie te adviseren over onderwerpen of thema’s die relevant zijn voor het stadsdeel. De stadsdeelcommissie kan besluiten hiervoor een ander participatieinstrument in te zetten. 2. Het stadsdeelpanel bestaat uit inwoners uit het desbetreffende stadsdeel. 3. Het aantal deelnemers van het stadsdeelpanel is ten minste 50 250 leden. 4. Het voltallige stadsdeelpanel adviseert minimaal een keer per bestuursperiode tweemaal per jaar. 5. De stadsdeelcommissie, de gemeenteraad en burgers woonachtig in het stadsdeel kunnen kwesties aan het stadsdeelpanel, dan wel leden daarvan voorleggen. 6. Om tot een gewogen oordeelsvorming te komen kan het stadsdeelpanel ondersteund worden door een deskundige op het gebied van participatie. 7. Leden van het stadsdeelpanel krijgen voor het bijwonen van een bijeenkomst van het stadsdeelpanel, bedoeld in het vierde lid, een vacatie vergoeding van maximaal €100,-. 8. Het stadsdeelpanel brengt schriftelijk advies uit aan de stadsdeelcommissie, gemeenteraad

34

Het verslag creëert ook een contactmoment met de gemeenteraad en verstevigt daarmee de relatie tussen stadsdeelcommissie en raad. Het artikel over de stadsdeelpanels is aangepast naar aanleiding van een evaluatie van de Hogeschool van Amsterdam en de Haagse Hogeschool. In opvolging van de aanbevelingen krijgt de stadsdeelcommissie meer ruimte voor maatwerk in de invulling van de stadsdeelpanels en is de minimale frequentie en het minimale aantal leden naar beneden bijgesteld. Verder volgt uit het artikel dat alleen de stadsdeelcommissie kwesties aan het panel kan voorleggen. De mogelijkheid voor de gemeenteraad en burgers woonachtig in het stadsdeel om kwesties aan het stadsdeelpanel, dan wel leden daarvan, voor te leggen is geschrapt. In plaats daarvan is in de toelichtingstekst opgenomen dat de gemeenteraad, het stadsdeelbestuur, inwoners, maatschappelijke organisaties en buurtplatforms de stadsdeelcommissie kunnen adviseren over het (type) vraagstuk dat voorgelegd wordt aan het stadsdeelpanel. Het instellen van een stadsdeelpanel of inzet van een alternatief participatie-instrument is niet meer verplicht. De mogelijkheid voor stadsdeelcommissies om voor een alternatief instrument te kiezen, is daarom verplaatst van het artikel

8.

€100,-. Het stadsdeelpanel brengt schriftelijk advies uit aan de stadsdeelcommissie, gemeenteraad of burgers binnen maximaal vier weken nadat de kwestie is voorgelegd.

Er Artikel 40: verkiezingen bestuurscommissie 1. Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsgebied’, ‘bestuurscommissie’, ‘bestuurscommissie’ en ‘voorzitter van de bestuurscommissie’. 2. […] 3. […] 4. […] 5. […] 6. […] 7. Ten aanzien van het vervullen van een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 8. In aanvulling op hetgeen in het zevende lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. 9. In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting.

9.

of burgers binnen maximaal vier weken nadat de kwestie is voorgelegd. Het budget dat beschikbaar is voor de organisatie van stadsdeelpanels wordt vastgesteld in de gemeentebegroting.

Artikel 40: verkiezingen bestuurscommissie 1. Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsgebied’, ‘bestuurscommissie’, ‘bestuurscommissie’ en ‘voorzitter van de bestuurscommissie’. 2. In afwijking van het eerste lid zijn hoofdstuk EA Digitale ondersteuning in het verkiezingsproces en artikel Na27 betreffende het controleprotocol uitgezonderd. 3. [ongewijzigd] 4. Het gemeentelijk stembureau, bedoeld in artikel E 7 van de Kieswet, dat is ingesteld voor de gemeenteraadsverkiezingen, functioneert tevens als gemeentelijk stembureau voor de verkiezingen van de bestuurscommissie. 5. [ongewijzigd] 6. [ongewijzigd] 7. [ongewijzigd] 8. [ongewijzigd] 9. In afwijking van artikel N1 van de Kieswet geschiedt de vaststelling van het aantal stemmen dat op iedere kandidaat van een lijst is uitgebracht door het gemeentelijk stembureau (centrale stemopneming). 10. In afwijking van artikel Na35 van de Kieswet, wordt het procesverbaal en het gegenereerde digitale bestand voor stadsgebied Weesp onverwijld overgebracht naar het centraal stembureau van stadsgebied Weesp. 11.

In afwijking van artikel P 20O 1, eerste lid, van de Kieswet, vindt de openbare zitting tot vaststelling van de uitslag van de verkiezing

35

naar de toelichting. Hoeveel stadsdeelpanels en op welke wijze ze plaats kunnen vinden hangt af van het beschikbaar gestelde budget. Daarom wordt opgenomen dat het beschikbare budget vast wordt gesteld in de gemeentebegroting. Er zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd vanwege wijzigingen in de Kieswet. De belangrijkste zijn: 1. Het gemeentelijk stembureau voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt ook gebruikt voor de verkiezingen voor de bestuurscommissie. 2. De verwijzing naar het hoofdstembureau vervalt, want dit is bij de gemeenteraadsverkiezingen afgeschaft in de kieswet 3. We doen aan centrale stemopneming. Dat betekent dat de stembureaus op de avond van de verkiezingen alleen de stemmen per lijst tellen. Het gemeentelijk stembureau telt de volgende dag de stemmen per kandidaat. Dat is efficiënter. Hierna gaat het procesverbaal weer terug naar het centraal stembureau van het stadsgebied. Tenslotte zijn een aantal technische wijzigingen doorgevoerd. Enkele nieuwe bepalingen uit de Kieswet niet toepasbaar op de verkiezingen voor de bestuurscommissie en deze zijn dus uitgezonderd. De volgorde van de leden in het artikel is wat aangepast zodat deze de volgorde van de Kieswet volgen.

gelijktijdig plaats met de zitting van het centraal stembureau voor de gemeenteraadsverkiezingen houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting. 12. Ten aanzien van het vervullen van een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 13. In aanvulling op hetgeen in het elfde zevende lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. Artikel 56: de verhouding tot het college en de burgemeester De artikelen 12 tot en met 17 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ en voor ‘stadsdeel’ ‘stadsgebied’ wordt gelezen.

Artikel 56: de verhouding tot het college en de burgemeester en de raad De artikelen 12 tot en met 17 18 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ en voor ‘stadsdeel’ ‘stadsgebied’ wordt gelezen.

Artikel 58: stadsgebiedpanels Artikel 38 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op het stadsgebied Weesp, met dien verstande dat voor “stelt via loting een stadsdeelpanel in”, in het eerste lid moet worden gelezen “kan via loting een stadsdeelpanel instellen”, dat voor “stadsdeelpanel” moet worden gelezen “stadsgebiedpanel” en dat voor “stadsdeelcommissie” moet worden gelezen “bestuurscommissie”. HOOFDSTUK 5 – OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 58: stadsgebiedpanels Artikel 38 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op het stadsgebied Weesp, met dien verstande dat voor “stelt via loting een stadsdeelpanel in”, in het eerste lid moet worden gelezen “kan via loting een stadsdeelpanel instellen”, dat voor “stadsdeelpanel” moet worden gelezen “stadsgebiedpanel” en dat voor “stadsdeelcommissie” moet worden gelezen “bestuurscommissie”.

[artikelen 59 tot en met 73]

HOOFDSTUK 5 – OVERGANGSBEPALINGEN [artikelen 59 tot en met 73]

Ook artikel 18 wordt van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissie Weesp. Hierdoor kan de bestuurscommissie op uitnodiging van het college adviezen toelichten in de raadscommissie, zoals dat ook is vastgelegd voor DBleden van stadsdelen. De bestuurscommissie schuift dan aan als verlengd bestuur van het college. De wijziging van artikel 38 over stadsdeelpanels maakt de stadsdeelpanels bij stadsdelen niet meer verplicht, maar optioneel. Dat was al het geval voor de bestuurscommissie Weesp. Daarom is de toevoeging in artikel 58 niet meer nodig.

Hoofdstuk 5 komt geheel te vervallen. Deze overgangsbepalingen waren nodig voor de overgang naar de nieuwe verordening in 2022. Deze zijn nu niet meer nodig.

Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen in Bijlage 2: Takenlijst Algemene bepalingen en beperkingen (Artikel I, T) In de Algemene bepalingen en beperkingen is de tekst aangepast om aan te sluiten op de nieuwe Leidraad zeggenschap. Er worden niet meer per taak handleidingen opgesteld, maar per taak is een uitwerking opgenomen in de Leidraad. Algemene werkwijze (Artikel I, U) 36

In de tekst zijn de verwijzingen naar de instrumenten ‘motie’ en ‘voorstel’ van de stadsdeelcommissie geschrapt, omdat deze instrumenten komen te vervallen. Afval en grondstoffen (Artikel I, V) De wijzigingen in onderdeel 1. Afval en grondstoffen (rijen 3.3 en 3.4) zijn een juridische reparatie. De rijen nummer 3.3 en 3.4 (oud) zijn samengevoegd in de rij met nummer 3.3 (nieuw) en hierin is verduidelijkt welke aanwijsbesluiten vallen binnen de gemandateerde taken van de dagelijkse besturen van de stadsdelen. In rij 3.3 (nieuw) is niet langer opgenomen dat het vaststellen van het uitvoeringsbesluit een gemandateerde taak is. Dit is juridisch niet mogelijk, omdat het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023 (Uitvoeringsbesluit) een algemeen verbindend voorschrift is. Dit is met deze wijziging gerepareerd. Met de inwerkingtreding van het Uitvoeringsbesluit is er sinds 3 januari 2024 één centraal uitvoeringsbesluit voor de gehele stad. Hierdoor zijn alle uitvoeringsbesluiten per stadsdeel uit werking getreden en worden deze niet langer vastgesteld door de dagelijkse besturen van de stadsdelen. Het vaststellen van het centrale Uitvoeringsbesluit voor de gehele stad gebeurt door het college van burgemeesters en wethouders en het is daarom praktisch niet mogelijk om deze bevoegdheid lager te beleggen.

Tot slot zijn de rijen nummer 3.5 en 3.6 vernummerd tot de rijen nummer 3.4 en 3.5. Participatie (Artikel I, W) Er zijn verschillende aanpassingen en aanvullingen gedaan in de taken van de dagelijks besturen op het gebied van participatie (onderdeel 18. Burgerparticipatie, inspraak en initiatief): 1. In de tekst van taak 18 is eenzelfde indeling aangebracht als in de Participatieverordening met kopjes bewonersparticipatie, overheidsparticipatie en netwerkparticipatie 2. De taak in het erkennen van buurtplatforms is opgenomen en beschreven 3. Na het advies van sdc Nieuw-West is het opstellen van de eindverslagen toegevoegd aan de beschrijving van de taak

Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen in Bijlage 3: Bevoegdhedenregister Algemene bepalingen en beperkingen (Artikel I, X) Bij de algemene bepalingen en beperkingen is na de toelichting over mandaat ook een korte toelichting over delegatie opgenomen, ter verduidelijking. Afval en grondstoffen (Artikel I, Y) Actualiseren van de wettelijke grondslag van de bevoegdheden op het gebied van Afval en Grondstoffen (D.1 t/m D.13). De oude Afvalstoffenverordening is inmiddels vervallen en hoeft dus niet meer te worden genoemd. Wonen (Artikel I, Z) In onderdeel 5. Wonen is een bevoegdheid voor het verlenen van short-stay vergunningen opgenomen. Sinds 2014 hanteert de gemeente streng beleid ten aanzien van short stay in woningen vanwege onder andere het tekort aan woningen en misbruik van short stay voor toeristenovernachtingen. Dit strenge beleid blijft van kracht. Echter moeten de regels voor short stay wetgevingstechnisch op een andere wijze geregeld worden sinds de invoering van de Wet Toeristische Verhuur. Vanaf dat moment is short stay een vorm van toeristische verhuur. Volgens deze wet moet voor elke vorm van toeristische verhuur die een gemeente wil beperken/regelen in de Huisvestingsverordening worden opgenomen onder welke (strenge) voorwaarden het mogelijk is om aan short stay te doen. Tot 1 januari 2021 viel short stay onder het verzamelbegrip ‘woningonttrekking’.

Short stay werd dus gereguleerd via de onttrekkingsregels. Deze houden 37

kortgezegd in dat woningen alleen mogen worden onttrokken als het gebruik een gewenste economische versterking biedt aan de buurt of maatschappelijk wenselijk is. Deze voorwaarden blijven gelijk, maar worden verplaatst onder een eigen ‘short stay’ categorie onder het hoofdstuk Toeristische verhuur. Door dezelfde voorwaarden te hanteren verandert er voor de burger niets. Vanwege de technische aard van deze aanpassing is er geen participatie doorlopen. Onder de mandaten van de stadsdelen staat nu nog het kunnen verlenen van onttrekkingsvergunningen. Vanaf 1 januari 2026 krijgen we een nieuwe smaak vergunning bij: ‘de short stay vergunning’. Hoewel er materieel niets veranderd (alle voorwaarden blijven gelijk), is het formeel wel een nieuwe vergunning-soort. Om de mandaten hierop goed te laten sluiten is het noodzakelijk om de nieuwe vergunning ook onder de mandaten op te nemen. Subsidieverlening (Artikel I, AA) Bij bijzonderheden en beperkingen in onderdeel 19. Subsidieverlening (regel W.1) wordt verduidelijkt dat de bevoegdheid om de ASA en titel 4.2 van de Awb uit te voeren alleen van toepassing is wanneer uit de kaders expliciet een taak van het dagelijks bestuur blijkt. Hier bleek in de praktijk onduidelijkheid over te zijn.

Uit de Herziene Handleiding wettelijke kaders bij subsidiëring, gemeente Amsterdam uit 2023 is ter verduidelijking overgenomen dat de bevoegdheid van het db om incidentele subsidies te verlenen niet wordt ondergemandateerd. Daarnaast is de wettelijke grondslag om subsidieregelingen vast te stellen in onderdeel 19. Subsidieverlening (rij W.3) geactualiseerd. Door de nieuwe Algemene subsidieverordening is de grondslag gewijzigd. Omgevingswet (Artikel I, BB en CC) In onderdeel 24. Omgevingswet, worden drie wijzigingen gedaan: 1. In AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift, rij n. wordt de wettelijke grondslag gewijzigd, omdat de (nummering van) de Algemene wet bestuursrecht is gewijzigd. 2. In AA1. Algemene bevoegdheden omgevingsvergunning, melding en maatwerkvoorschrift wordt de bevoegdheid voor het stellen van maatwerkvoorschriften toegevoegd. Deze bevoegdheid was per abuis weggevallen in het eerdere besluit. 3. In AA8, Financiële bepalingen (kostenverhaal en financiële zekerheid) wordt een typefout hersteld. Wijziging kaarten (Artikel I, DD en EE) De kaarten uit Bijlage A en Bijlage C behorend bij de bijlagen 2 en 3, takenlijst en bevoegdhedenregister, worden vervangen. Deze wijziging ziet niet op de kaart in bijlage 1, grenzen van de stadsdelen en gebieden.

In het besluit van 11 februari 2025 (Gemeenteblad 2025, 67971) is aangegeven dat voor de een aantal gebieden een wijziging in kaart A en/of C heeft plaatsgevonden. Helaas is dit niet in alle gevallen goed op de kaart verwerkt. Vandaar dat er twee nieuwe kaarten worden vastgesteld. Zowel de wijzigingen van de kaarten A en C in dit besluit als in het besluit van 11 februari zorgen niet voor extra administratieve lasten voor inwoners en ondernemers. Wijzigingen op kaart A en C ten opzichte van het besluit van 11 februari 2025: 1. De drie gebiedsaanduidingen betreffende de Sprong over het IJ zijn bij het besluit van 11 februari 2025 van kaart A gevallen, de aanduidingen worden nu weer op kaart A opgenomen.

38

Selectie Kaart A Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart A voorliggend besluit (nieuw)

Selectie Kaart A Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart A voorliggend besluit (nieuw)

Selectie Kaart A Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart A voorliggend besluit (nieuw)

2. De aanduidingen betreffende Sixhaven (en de brug NH kanaal) zijn bij het besluit van 11 februari 2025 niet van de kaarten A en C gehaald, dat wordt met dit besluit alsnog gedaan.

Selectie Kaart A Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart A voorliggend besluit (nieuw)

Selectie Kaart C Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart C voorliggend besluit (nieuw)

3. De aanduidingen betreffende de Nieuwe A2, Klipperbuurt en De Kleine Wereld zijn alleen in tekst op kaart A opgenomen en niet door middel van een gebiedsaanduiding. Dat wordt met dit besluit alsnog gedaan.

39

Selectie Kaart A Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart A voorliggend besluit (nieuw)

Selectie Kaart A Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart A voorliggend besluit (nieuw)

Selectie Kaart A Besluit 11 februari 2025 (oud)

Selectie kaart A voorliggend besluit (nieuw)

Artikelsgewijze toelichting op de wijzigingen in de Toelichting bij de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 De meeste wijzigingen van de toelichting vloeien voort uit de wijziging van de artikelen en worden hier niet nog eens toegelicht. In de toelichting op artikel 9 is een passage toegevoegd om de verhouding tussen de takenlijst en het bevoegdhedenregister te verduidelijken. Toelichting bij de inwerkingtreding De wijzigingen treden in werking vanaf de installatie van de nieuwe raadsleden, vanaf het begin van de nieuwe bestuursperiode. Op deze manier is er tijd om aanpassingen aan de bestaande werkwijze voor te bereiden en worden zittende commissieleden niet aan het einde van hun periode geconfronteerd met veranderingen. Een aantal wijzigingen gaan wel direct in werking na publicatie. Dit geldt voor de wijzigingen die samenhangen met de verkiezingen en technische wijzigingen in de bijlagen bij de Verordening.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16032889/1