CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Amsterdamse Bos Waterentree.PDF

RAAD 8 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de afdoening toezeggingen m.b.t. PFAS vervuiling in het water van het Amsterdamse Bos en gebruik van staalslakken (VN2025-012392)33.184 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos

projectnummer 431062 definitief 03 20 november 2018

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos

projectnummer 431062 definitief 04 20 november 2018

Opdrachtgever Gemeente Amsterdam – Amsterdams Bos Nieuwe Meerlaan 3 1282 DB Amstelveen

datum vrijgave 20-11-2018

beschrijving revisie 04 definitief

goedkeuring drs. Patrick Dirksen

vrijgave ir. H.E. Oosterbaan

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en situatie Vooronderzoek Doel Onderzoeksstrategie en kwaliteit

1 1 2 2

2

Veldwerk

3

2.1 2.2

Verrichte veldwerkzaamheden Resultaten veldwerk en veldwaarnemingen

3 3

3

Laboratoriumonderzoek

5

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Toetsingskaders Analyseresultaten grond Analyseresultaten grondwater Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Analyseresultaten waterbodem Veiligheid Risicobeoordeling

5 7 8 13 14 14 16 20

4

Conclusies en aanbevelingen

22

Bijlagen 1. Toelichting op bodemonderzoek 2. Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen 3. Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming 4. Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming 5. Normen grond Wet bodembescherming 6. Normen grondwater Wet bodembescherming 7. Toetsing grondmonsters aan Besluit bodemkwaliteit 8. Normen Besluit bodemkwaliteit 9. Toetsing waterbodemmonsters aan Besluit bodemkwaliteit 10. Normen waterbodem Besluit bodemkwaliteit 11. Analysecertificaten 12. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 13. CROW 400 14. Risicobeoordeling 15. Tekeningen

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

1

Inleiding Door Antea Group is in opdracht van de gemeente Amsterdam in de periode januari-september 2018 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het project Waterentree in het Amsterdamse Bos.

1.1

Aanleiding en situatie Het project Waterentree zal worden gerealiseerd ten noorden van de Bosbaan in het Amsterdamse Bos. Hierbij zullen diverse eilanden, poelen en watergangen worden aangelegd en verbreed. Ook zal een steiger worden gerealiseerd. Als onderzoeksdiepte is 2,0 m –mv. aangehouden. De te verbreden watergangen zijn reeds onderzocht (Antea Group, 2017), ter plaatse van de steiger dient de waterbodem nog onderzocht te worden. Tevens zijn er nog zes deelgebieden onderzocht voor de aanleg van steigers en zitbankjes, hiervoor geldt een onderzoeksdiepte van 0,5 m –mv. Het Amsterdamse Bos is aangelegd in de periode voor de Tweede Wereldoorlog. Een aantal watergangen ligt binnen munitie-verdachte gebieden. Aangenomen mag worden dat alle watergangen na de Tweede Wereldoorlog minimaal 1 keer zijn gebaggerd, waardoor de verdenking op het aantreffen van munitie geen invloed heeft op de werkwijze voor uitvoering van het waterbodemonderzoek.

1.2

Vooronderzoek Voorafgaand aan het (water)bodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725 (landbodem) en de NEN 5717 (waterbodem) uitgevoerd. Uit het historisch onderzoek blijkt nabij deellocatie 7 (de nieuwe eilanden/Koenenkade) in 2010 een bodemsanering plaats te hebben gevonden (Oranjewoud, augustus 2010, ‘Saneringsonderzoek en saneringsplan Koenenkade’; kenmerk 176371sp08). De sanering heeft plaatsgevonden vanwege de sterk verhoogde concentraties aan zware metalen in de bodem. De verontreiniging is toendertijd afgedekt met leeflaag van 1 m dik. Het saneringsgebied is gelegen direct naast het geplande werkgebied. Alleen direct aan de waterkant is geen leeflaag van 1 m aangebracht omdat de kade dit gewicht niet kon houden. De saneringsgrens is destijds vastgesteld op een greppel die langs het terrein liep waarachter bomen stonden. Omdat het gesaneerde terrein in gebruik was als festivalterrein en een locatie waar mensen barbecueden, is alleen een leeflaag aangebracht op het onbegroeide deel ten oosten van de greppel. Het huidige onderzoeksgebied bevindt zich ten westen van de greppel in het met bomen begroeide gebied. Op deellocatie 2 (het veeneiland) blijken een ophooglaag met grond en een erfverharding met puin en/of bouw- en sloopafval aanwezig te zijn. Vanuit de relevante onderzoeken zijn geen verontreinigingen bekend.

Voor deellocatie 8 (de waterpoelen) zijn geen relevante gegevens bekend. Uit het waterbeheerplan blijkt dat op verschillende plaatsen in het Amsterdamse Bos verhoogde gehalten aan arseen zijn gemeten. Vanwege de ligging van het onderzoeksgebied (in de nabijheid van Schiphol) houden wij bij het waterbodemonderzoek rekening met de stoffen PFOS en PFOA. PFOS (PerFluorOctaanSulfonzuur) en PFOA (PerFluorOctaanAcide) zijn de bekendste en meest kritische stoffen van de

Blad 1 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

PFAS-groep, waarvoor inmiddels door de Europese Unie een verbod is uitgevaardigd. Het zijn in het verleden veel gebruikte stoffen met talloze toepassingen, bijvoorbeeld antiaanbaklagen in pannen, vuil- en vochtwerende coating voor kleding, tapijt en meubelstoffen en brandblusschuimen. De stoffen komen over het algemeen in de bodem voor in (zeer) lage concentraties, bij specifieke bronlocaties worden sterk verhoogde concentraties aangetoond. In 2008 is er brand geweest op Schiphol waarbij PFOS-houdend blusschuim is gebruikt. Via de Ringvaart heeft deze stof zich (naar verwachting) verspreid richting het Amsterdamse bos, waardoor de waterbodem hier extra verdacht is op het voorkomen van PFOS. PFOS behoren tot de groep poly- en perfluor alkyl-verbindingen (PFAS), organische verbindingen die bestaan uit een gefluorineerde alkylketen met daaraan een zogenaamde terminale functionele groep. In het geval van PFOS bestaat die functionele groep uit een sulfonaatgroep. Zelfs onder extreme condities, zoals hoge temperatuur en de aanwezigheid van agressieve stoffen, zoals basen, zuren en oxiderende stoffen, blijven de verbindingen zeer stabiel. PFOS en PFOA zijn persistent. Deze stoffen breken niet af in water of bodem, ook niet onder invloed van licht of door bacteriën.

De sulfonaatgroep in PFOS zorgt er verder voor dat de stof beter oplosbaar is in water dan fluorverbindingen met hetzelfde aantal koolstofatomen zonder deze groep. Volgens de beleidsregel PFOS en PFOA dient in de gemeente Amsterdam aanvullend op PFOS/PFOA te worden onderzocht indien er een reële verdenking bestaat op het voorkomen van PFOS en/of PFOA. Van een reële verdenking is sprake wanneer PFOS- en/of PFOA houdend blusschuim is gebruikt of gewerkt is met PFOS en/of PFOA, dan wel wanneer het aannemelijk is dat de locatie door verspreiding van PFOS en/of PFOA belast is. Uit gegevens van het Amsterdamse bos blijkt dat er geen noemenswaardige branden zijn geweest en er op de onderzoekslocatie geen bagger op de kant is verspreid. De sanering op de Koenenkade is uitgevoerd met gebiedseigen grond afkomstig uit de Nieuwe Meer. Ons inziens is er geen reële verdenking op het voorkomen van gehalten aan PFOS/PFOA in de landbodem die een risico kunnen vormen. Derhalve wordt geen aanvullend onderzoek op PFOS en PFOA uitgevoerd voor de landbodem.

1.3

Doel Het doel van het onderzoek is vast te stellen of er op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk belemmeringen zijn voor de voorgenomen werkzaamheden.

1.4

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd met de Nederlandse Norm Bodem (NEN 5740_A1_2016) als leidraad, waarbij, gezien de bekende gegevens is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met heterogeen voorkomen van verontreinigingen (VED-HE NL). Met betrekking tot het asbestonderzoek wordt de strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld gehanteerd. Het waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720/A1 en de NTA 5727, waarbij de onderzoeksstrategie voor overig lintvormig water, normale onderzoeksinspanning is aangehouden. Voor het waterbodemonderzoek is uitgegaan van een totale lengte van ca. 100 meter. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 2 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

2

Veldwerk

2.1

Verrichte veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16, 23, 24 en 25 januari, op 17 en 18 april en op 18 juli 2018 door de heer M. van Bergen van Antea Group (protocollen 2001 en 2018), de heer S. Moolenaar en de heer T. Rood van Tijhuis Ingenieurs (2003) en de heer J. Kipp van Ground Research (2002). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd volgens de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018 en eventuele aanvullende NEN-/NPR-normen conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Antea Group, Tijhuis Ingenieurs en Ground Research zijn volgens dit SIKB-procescertificaat gecertificeerd (zie verder de bijlagen 1 en 12). Het uitgevoerde veldwerk is samengevat in tabel 2.1.

Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden Deellocatie Oppervlakte Boornummers (m²) Deelgebied 7: Nieuwe eilanden

2.000

Deelgebied 2: Veenland Deelgebied 8: Waterpoelen Deelgebieden zitelementen

850 3.300 -

01 t/m 14, 38 t/m 46, 54 t/m 69, S01 t/m S10 15 t/m 22 23 t/m 37 47 t/m 53

Proefgaten/boringen Tot circa 0,5 à 1,0 m – mv. 23

4 7 7

-

Tot circa 2,0 m –mv.

Waarvan peilbuis

16

1

4 8

1 1 -

De opgeboorde/opgegraven grond is beoordeeld op het voorkomen van verontreinigingen, beschreven en bemonsterd. Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt/gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve monsters samengesteld van de fractie <20 mm (zeven/harken). Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. De situering van de boringen, peilbuizen en asbestinspectiegaten is aangegeven op de tekeningen 431062-S1 t/m S4.

2.2

Resultaten veldwerk en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 2. Landbodem De bodem ter plaatse van deelgebied 7 bestaat voornamelijk uit veen. In sommige boringen wordt in de ondergrond zand aangetroffen of een kleilaag (vanaf 0,20 tot 1,4 m –mv.). In het veen zijn bijmengingen met slakken aangetroffen. De bijmengingen met slakken komen aan de westkant van het onderzoeksgebied in de bovengrond voor (boringen 2 en 12). Aan de rand van de hiervoor genoemde eerder uitgevoerde sanering komen de bijmengingen met slakken vanaf 1,0 m –mv. voor (boringen 7, 9 en 10). Om te bepalen of de bijmengingen met slakken zijn te relateren aan de reeds gesaneerde (afgedekte) verontreiniging en om te bepalen of de locaties waar de slakken in de boven- en in de ondergrond voorkomen met elkaar zijn verbonden, zijn aanvullende boringen verricht. Hieruit is gebleken dat onder de leeflaag ook slakken voorkomen in de bodem. Tussen de boringen 2 en 12 waar de slakken in de bovengrond voorkomen en boringen 7, 9 en 10 waar slakken in de ondergrond voorkomen, zijn geen slakken waargenomen in de bodem.

Blad 3 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

In de laatste veldwerkronde zijn de boringen 54 t/m 69 verricht. Hiermee is aangetoond dat de bodem op het eiland ten oosten van de Koenenkade geen slakken bevat (boringen 54 t/m 59). De slakken komen wel voor bij de boringen 61 en 62 ter plaatse van de geplande watergang. Richting het westen (boringen 60, 64 en 65) komen deze slakken niet meer voor. Aan de zuidkant van de Koenenkade zijn eveneens slakken aangetroffen in een enkele boring (68). De bodem ter plaatse van deelgebied 2 bestaat veelal uit zand. In de (diepere) ondergrond wordt veen aangetroffen. Ter plaatse van deelgebied 8 bestaat de bodem voornamelijk uit klei. Tussen het klei wordt in de (diepere) ondergrond vaak een veenlaag aangetroffen die varieert in dikte. In de boringen 31 t/m 34 wordt in de bovengrond zand aangetroffen. Bij de deellocaties waar bankjes en kano-inlaatpunten worden gerealiseerd, bestaat de bodem afwisselend uit klei, zand en/of veen. Boring 52 is ter plaatse van de sanering aan de waterkant gezet. Hier is op 20 cm diepte een bodemvreemde slakkenlaag (>50% bodemvreemd) aanwezig waar de boring op is gestaakt. Bij de waterrand is een dunnere leeflaag aanwezig doordat de kade het gewicht van een meter dikke leeflaag niet kon houden. Ook in boring 47 zijn in de kleiige ondergrond slakken aangetoond. Waterbodem De waterdiepte varieert van circa 0,6 m tot 1,36 m.

Er is geen slib aangetroffen, de vaste waterbodem bestaat in het algemeen uit veen. In één boring is zand aangetroffen.

Blad 4 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

3

Laboratoriumonderzoek Het laboratoriumonderzoek is verricht door de door de Raad voor Accreditatie erkende laboratoria van Eurofins Analytico te Barneveld en Eurofins Omegam te Amsterdam. Deze accreditatie betekent dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. De monsters zijn (voor)behandeld conform het accreditatieschema (AS)3000.

3.1

Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Het uitgevoerde laboratoriumonderzoek is weergegeven in tabel 3.1. De samenstelling en selectie van de grond(meng)monsters is gebaseerd op monsterdiepte, bodemtype en veldwaarnemingen en is weergegeven in bijlage 2. Vanwege de gemeten matig en sterk verhoogde gehalten zijn de mengmonsters MM01, MM04 en MM05 uitgesplitst en zijn de individuele monsters geanalyseerd op de relevante stof(fen). Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek (Mengmonster) (traject m -mv.)

Deelmonsters

Grondsoort en veldwaarnemingen

Analyses

Veen,-

MM02 (0,00 - 0,70)

001-1; 003-1; 005-1; 010-1; 0131 007-2; 009-2; 014-1

MM03 (0,20 - 0,50)

003-2

Zand,-

MM04 (0,10 - 0,50)

002-2; 012-1

MM05 (1,00 - 1,90)

007-5; 009-4; 010-3

MM06 (0,50 - 1,20)

007-3; 009-3

Veen, matig tot sterk slakkenhoudend Veen, sterk slakkenhoudend Klei,-

MM07 (0,90 - 1,50)

002-4; 011-3; 013-3

Veen,-

Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam

001-1 (0,00 - 0,50) MM01

001-1

Veen,-

003-1 (0,00 - 0,20) MM01

003-1

Veen,-

005-1 (0,00 - 0,50) MM01

005-1

Veen,-

010-3 (1,00 - 1,30) MM01

010-3

Veen,-

013-1 (0,00 - 0,50) MM01

013-1

Veen,-

002-2 (0,20 - 0,40) MM04

002-2

012-1 (0,10 - 0,50) MM04

012-1

007-5 (1,40 - 1,70) MM05

007-5

009-4 (1,40 - 1,90) MM05

009-4

010-1 (0,00 - 0,50) MM05

010-1

Veen, sterk slakkenhoudend Veen, matig slakkenhoudend Veen, sterk slakkenhoudend Veen, sterk slakkenhoudend, gestaakt Veen, sterk slakkenhoudend

Deellocatie 7 Grond

MM01 (0,00 - 0,50)

Klei,-

Uitsplitsingen

Blad 5 van 22

9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaard pakket nieuw), Lutum + Organische stof

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek (Mengmonster) (traject m -mv.)

Deelmonsters

Grondsoort en veldwaarnemingen

054-1 (0,00 - 0,50)

054-1

Veen,-

056-1 (0,00 - 0,50)

056-1

060-1 (0,00 - 0,50)

060-1

060-2 (0,80 - 1,20)

060-2

061-1 (0,00 - 0,20)

061-1

061-2 (0,20 - 0,60)

061-2

061-3 (0,60 - 0,90)

061-3

061-4 (0,90 - 1,40)

061-4

062-2 (0,20 - 0,50)

062-2

063-1 (0,00 - 0,50)

063-1

064-1 (0,00 - 0,50)

064-1

065-1 (0,10 - 0,60)

065-1

065-2 (0,60 - 1,00)

065-2

066-1 (0,00 - 0,50)

066-1

067-1 (0,00 - 0,50)

067-1

068-2 (0,20 - 0,50)

068-2

068-3 (0,50 - 1,00)

068-3

069-1 (0,00 - 0,50)

069-1

Analyses

Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen, matig puinhou- Standaard pakket bodem dend, zwak slakhou- (nieuw)Amsterdam dend Veen, sterk slakhou- Standaard pakket bodem dend (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen, sterk slakhou- Standaard pakket bodem dend (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen, sterk slakhou- Standaard pakket bodem dend (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Veen,Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam

Grondwater

007-1-1 (1,00 - 2,00)

PB07

-

007-1-2 (1,00 - 2,00)

PB07

-

SMM01 (0,69 - 1,19)

S01-1

Zand

SMM02 (0,62 - 1,86)

S02-2; S03-3; S04-4; S05-5; S066; S7-7; S08-8; S09-9; S10-10

Veen

Gat01, Gat02, Gat05, Gat06 Gat03, Gat04, Gat07, Gat08, Gat09, Gat10, Gat11, Gat12, Gat13, Gat14

Veen Veen

Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016

015-1; 017-1; 018-1; 019-1; 021-1 015-2; 016-2; 019-2; 020-2; 022-2

Zand,-

Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam

Standaard pakket GW (nieuw) Amsterdam Lozingspakket uitgebreid

Waterbodem

Arseen, Pakket A: Standaard waterbodem regionale wateren, PFOS Arseen, Pakket A: Standaard waterbodem regionale wateren, PFOS

Asbest

AMM01 (0,00 - 0,50) AMM02 (0,00 - 0,50)

Deellocatie 2 Grond

MM08 (0,00 - 0,50) MM09 (0,10 - 0,80)

Blad 6 van 22

Zand,-

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek (Mengmonster) (traject m -mv.)

Deelmonsters

Grondsoort en veldwaarnemingen

Analyses

MM10 (0,60 - 1,30)

015-3; 017-3; 019-3; 022-3

Zand,-

MM11 (0,90 - 1,40)

022-4

Veen,-

Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam

Grondwater

019-1-1-1

PB19

-

019-1-2-2

PB19

-

Standaard pakket GW (nieuw) Amsterdam Lozingspakket uitgebreid

Gat15, Gat16, Gat17, Gat18, Gat19, Gat20, Gat21, Gat22

Zand

Asbest Grond NEN5898 2016

024-1; 025-1; 027-1; 029-1; 0301 031-2; 032-1; 033-1; 034-2

Klei,-

032-2; 034-1; 035-1; 036-1; 0371 023-2; 030-2; 032-3; 033-2; 0372 023-4; 029-4; 030-4; 037-4

Klei,-

Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw)Amsterdam

029-1-1-1

PB29

-

029-2-2-2

PB29

-

Standaard pakket GW (nieuw) Amsterdam Lozingspakket uitgebreid

Gat31, Gat32, Gat33, Gat34 Gat23, Gat24, Gat25, Gat26, Gat27, Gat28, Gat29, Gat30 Gat35, Gat36, Gat37

Klei Klei

Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016

Klei

Asbest Grond NEN5898 2016

047-2 (0,40 - 0,90)

047-2

Standaard pakket bodem (nieuw) Amsterdam

050-2 (0,30 - 0,80)

050-2

Klei, matig slakkenhoudend, zwak puinhoudend Klei, -

052-2 (0,20 - 0,50)

052-2

Slakkenlaag

053-1 (0,00 - 0,50)

053-1

Zand, -

M01 (0,00 - 0,60)

047-1; 048-1; 049-1; 050-1; 0511

Veen, -

Asbest

AMM07 (0,00 - 0,50) Deellocatie 8 Grond

MM12 (0,00 - 0,50) MM13 (0,00 - 0,60) MM14 (0,00 - 0,50) MM15 (0,20 - 1,20) MM16 (1,30 - 2,00)

Zand,-

Veen,Klei, -

Grondwater

Asbest

AMM04 (0,00 - 0,50) AMM05 (0,00 - 0,50) AMM06 (0,00 - 0,50) Deellocatie zitelementen Grond

3.2

Standaard pakket bodem (nieuw) Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw) Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw) Amsterdam Standaard pakket bodem (nieuw) Amsterdam

Toetsingskaders Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in de bijlagen 3 en 4. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 11. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in de bijlagen 5 en 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1.

Blad 7 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I). Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een nader onderzoek. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) In bijlage 7 zijn de analyseresultaten van de grond tevens indicatief getoetst aan de normen en rekenregels uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Voor de toetsing is uitgegaan van het, volgens het generieke kader, op landbodem toepassen van de partij grond. De bij deze toepassing behorende toetsingswaarden zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.

Het toetsingskader is toegelicht in bijlage 8. Bijlage 9 bevat een volledig overzicht van de getoetste analyseresultaten van de onderzochte waterbodemmonsters. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 10. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 11.

3.3

Analyseresultaten grond In tabel 3.2 (volgende pagina) zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrondof interventiewaarde overschrijden. Tabel 3.2: Analyseresultaten grond (Meng)monster Meetpunt(en) (traject in m –mv.)

Grondsoort en veldwaarnemingen

Parameters > AW (i <= 0,5) licht

> AW & <= I (0,5 < i <= 1) matig

>I (i > 1) sterk

Conclusies BBK

Deellocatie 7 MM01 (0,00-0,50)

001, 003, 005, 010, 013

Veen,-

Kobalt, Molyb- Nikkel, Zink deen, Cadmium, Kwik, Lood, PAK

Koper

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Uitsplitsing MM01 001-1 (0,00-0,50)

001

Veen,-

Nikkel, Zink

003-1 (0,00-0,20)

003

Veen,-

Kobalt, Koper, Lood Molybdeen, Cadmium, Kwik Kwik, Lood -

005-1 (0,00-0,50)

005

Veen,-

Molybdeen, Kwik, Lood

-

-

010-1 (0,00-0,50)

010

Veen,-

Nikkel, Zink, Molybdeen, Kwik, Lood

Koper

-

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie

Blad 8 van 22

-

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

013-1 (0,00-0,50)

013

Veen,-

MM02 (0,00-0,70)

007, 009, 014

Klei,-

MM03 (0,20-0,50)

003

Zand,-

MM04 (0,10-0,50)

002, 012

Uitsplitsing MM04 002-2 (0,20-0,40) 012-1 (0,10-0,50) MM05 (1,00-1,90)

Uitsplitsing MM05 007-5 (1,40-1,70)

002

012

007, 009, 010

007

Nikkel, Koper, Zink, Cadmium, Kwik, Lood -

-

Kobalt, Zink, Kwik, Lood, PAK Veen, matig tot Minerale olie, sterk slakkenKobalt, Molybhoudend deen, Cadmium, Kwik, PAK

-

Veen, sterk slakkenhoudend Veen, matig slakkenhoudend Veen, sterk slakkenhoudend

Kobalt, Molyb- deen, Kwik

Nikkel, Koper, Zink, Lood

Kobalt, Koper Molybdeen, Cadmium, Kwik Kobalt, Nikkel, Zink Molybdeen, Kwik, Lood, PAK

Nikkel, Zink, Lood

Kobalt, Molybdeen, Kwik, Lood Kobalt, Zink, Molybdeen, Kwik, Lood

Nikkel, Zink

Koper

-

Nikkel, Koper

Kobalt, Koper, Molybdeen, Kwik, Lood -

Nikkel

-

-

-

Kwik, Lood

-

-

Koper, Zink, Kwik, Lood, PAK 10 VROM Kwik, Lood

-

-

-

-

Kobalt, Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM -

Nikkel, Koper

Zink, Lood

-

-

Minerale olie C10 - C40, Kobalt, Molybdeen, Cadmium,

PAK 10 VROM

Nikkel, Koper, Zink, Lood

MM06 (0,50-1,20)

007, 009

Veen, sterk slakkenhoudend Veen, sterk slakkenhoudend, gestaakt Veen, sterk slakkenhoudend Klei,-

MM07 (0,90-1,50)

002, 011,013

Veen,-

054-1 (0,00-0,50)

054 (0,00-0,50) Veen,-

056-1 (0,00-0,50)

056 (0,00-0,50) Veen,-

060-1 (0,00-0,50)

060 (0,00-0,50) Veen,-

060-2 (0,80-1,20)

060 (0,80-1,20) Veen,-

061-1 (0,00-0,20)

061 (0,00-0,20) Veen, matig puinhoudend, zwak slakhoudend

009-4 (1,40-1,90)

009

010-3 (1,00-1,30)

010

Blad 9 van 22

-

Nikkel, Koper, Zink, Lood

Koper

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

061-2 (0,20-0,60)

061 (0,20-0,60) Veen, sterk slakhoudend

061-3 (0,60-0,90)

061 (0,60-0,90) Veen,-

061-4 (0,90-1,40)

061 (0,90-1,40) Veen,-

062-2 (0,20-0,50)

Kwik Kobalt, Molybdeen, Kwik

PAK 10 VROM

Nikkel, Koper, Zink, Lood Zink, Lood

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Minerale olie C10 - C40, Kobalt, Nikkel, Koper, Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM Kwik, PAK 10 VROM

-

-

-

062 (0,20-0,50) Veen, sterk slakhoudend

Minerale olie C10 - C40, Molybdeen, Kwik

Kobalt

063-1 (0,00-0,50)

063 (0,00-0,50) Veen,-

-

064-1 (0,00-0,50)

064 (0,00-0,50) Veen,-

Lood

Zink

065-1 (0,10-0,60)

065 (0,10-0,60) Veen,-

-

Koper, Zink, Lood

065-2 (0,60-1,00)

065 (0,60-1,00) Veen,-

-

-

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen

066-1 (0,00-0,50)

066 (0,00-0,50) Veen,-

-

-

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie

067-1 (0,00-0,50)

067 (0,00-0,50) Veen,-

-

Lood

068-2 (0,20-0,50)

068 (0,20-0,50) Veen, sterk slakhoudend

-

Nikkel, Koper, Zink

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

068-3 (0,50-1,00)

068 (0,50-1,00) Veen,-

-

-

069-1 (0,00-0,50)

069 (0,00-0,50) Veen,-

Zink, Molybdeen, Cadmium, Kwik, Lood Koper, Kwik, PAK 10 VROM Nikkel, Molybdeen, Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM Kobalt, Nikkel, Molybdeen, Kwik Nikkel, Zink, Molybdeen, Cadmium, Kwik, Lood Nikkel, Zink, Kwik Kobalt, Molybdeen, Kwik, Lood, PAK 10 VROM Nikkel, Kwik, Lood Nikkel, Koper, Cadmium, Kwik, PAK 10 VROM

Nikkel, Koper, Zink, Lood, PAK 10 VROM -

-

Zink, Lood

Blad 10 van 22

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie

Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

Deellocatie 2 MM08 (0,00-0,50)

015, 017, 018 019, 021

Zand,-

Kwik

-

-

MM09 (0,10-0,80)

015, 016, 019 020, 022

Zand,-

-

-

-

MM10 (0,60-1,30)

015, 017, 019 022

Zand,-

-

-

-

MM11 (0,90-1,40)

022

Veen,-

Kwik, Lood

-

-

Deellocatie 8 MM12 (0,00-0,50)

024, 025, 027 029, 030

Klei,-

-

-

-

MM13 (0,00-0,60)

031 , 032, 033 034

Zand,-

-

-

-

MM14 (0,00-0,50)

Klei,-

-

-

-

MM15 (0,20-1,20)

035, 036, 032, 034 037 023, 030, 032, 033 , 037

Veen,-

-

-

-

MM16 (1,30-2,00)

023, 029, 030 , 037

Klei, -

-

-

-

Kobalt, Nikkel, Kwik, PAK 10 VROM -

Koper, Zink, Lood

-

Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse industrie

-

-

Kobalt, Kwik, Lood, PAK 10 VROM -

Nikkel, Zink

Koper

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding interventiewaarde, Bbk : Niet toepasbaar > interventiewaarde

-

-

Kwik, Lood, PAK 10 VROM

-

-

Deellocatie zitelementen 047-2 047 (0,40-0,90) Klei, matig slak(0,40-0,90) kenhoudend, zwak puinhoudend 050-2 050 (0,30-0,80) Klei, (0,30-0,80) 052-2 (0,20-0,50)

052 (0,20-0,50) slakkenlaag

053-1 (0,00-0,50)

053 (0,00-0,50) Zand, -

M01 (0,00-0,60)

047 (0,00-0,40), Veen, 048 (0,00-0,50), 049 (0,00-0,50), 050 (0,00-0,30), 051 (0,10-0,60)

Toelichting AW, I, i

: :

*

:

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde

Wbb: Voldoet aan achtergrondwaarde, Bbk : Voldoet aan achtergrondwaarde Wbb: Overschrijding achtergrondwaarde, Bbk : Kwaliteitsklasse wonen

geen waarneming/geen overschrijding AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij AW, I en index geen index te bepalen door ontbreken van achtergrond- of interventiewaard

Deellocatie 7 Uit de tabel blijkt dat in de mengmonsters MM01, MM04 en MM05 matig tot sterk verhoogde gehalten aan enkele zware metalen zijn gemeten. Na uitsplitsing van deze mengmonsters blijkt dat de venige bovengrond van de boringen 1, 2 en 12 en de venige ondergrond van de boringen 7

Blad 11 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

en 9 sterk verontreinigd zijn met zware metalen. De verontreinigingen hangen vooral samen met de bijmengingen met slakken. Uit de aanvullende boringen blijkt op basis van de zintuiglijke waarnemingen dat de verontreiniging met zware metalen in de boringen 7 en 9 samenhangt met de gesaneerde verontreiniging. De sterke verontreinigingen in de boven- en ondergrond zijn niet met elkaar verbonden aangezien in het tussenliggende gebied geen slakken zijn waargenomen. Naar verwachting is er sprake van twee individuele gevallen van ernstige bodemverontreiniging die in dezelfde periode door ophoging met verontreinigd materiaal zijn veroorzaakt. Om de exacte grens van de sterke verontreiniging in de bovengrond uit te karteren zijn aanvullende boringen en monsters ingezet. Hieruit blijkt dat het veen op het eiland ten oosten van de Koenenkade maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK bevat. Aan de zuidkant van de Koenenkade, aan de overzijde van de watergang, zijn in een enkele boring nog slakken aangetoond. Dit veen is sterk verontreinigd met zware metalen, de naastgelegen boring bevatte echter geen slakken en geen sterke verontreiniging. Voor de zuidkant wordt uitgegaan van een beperkte omvang van de verontreiniging. Op de Koenenkade zelf blijkt dat de hoogste gehalten aan zware metalen worden gemeten in de veenlagen waarin slakken zijn aangetoond.

In een enkel slakhoudend monster is tevens een sterk verhoogd gehalte aan PAK gemeten. Dit geldt voor de westelijke strook van de Koenenkade. Echter zijn ook in de boringen zonder bijmengingen met slakken sterk verhoogde gehalten aan zware metalen aangetoond. Hoe verder de boringen van de slakkenlaag staan, des te lager worden de gehalten aan zware metalen. Het totaalplaatje duidt erop dat de zware metalen in horizontale en verticale richting uitlogen. De bodemlaag vanaf maaiveld tot 0,9 m –mv. is sterk verontreinigd. Op basis van alle analyseresultaten is circa 1.050 m2 sterk verontreinigd, dit komt neer op circa 950 m3. De interventiewaardecontour is weergeven op tekening 431062-SAN-1. Deellocaties 2 en 8 Hier zijn ten hoogste licht verhoogde concentraties aan onderzochte stoffen aangetroffen. Deellocatie zitelementen De bodemvreemde slakkenlaag ter plaatse van de sanering is indicatief ingezet op een standaardpakket voor bodem. Hieruit blijkt dat deze laag een sterk verhoogd gehalte aan koper, matig verhoogde gehalten aan zink en nikkel en licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen en PAK bevat. De slakkenhoudende ondergrond ter hoogte van boring 47 bevat licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen en een licht verhoogd gehalte aan PAK. Dit toont nogmaals aan dat de verontreinigingen met zware metalen samenhangen met de aanwezigheid van slakken in de bodem.

In de overige zintuiglijk als schoon beoordeelde monsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK gemeten.

Blad 12 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

3.4

Analyseresultaten grondwater In tabel 3.3 zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarden overschrijden voor het grondwater. Tabel 3.3: Analyseresultaten grondwater Monster Peilbuis Grondwaterstand (datum) (filter, m -mv) m-mv

pH (-) EC (µS/cm) Troebelheid (NTU)

Overschrijdingen >S > S & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig

Conclusie >I (i > 1) sterk

Deellocatie 7 007-1-1 7 (02-02-2018) (1,00 - 2,00)

0,23

6,90 1.270 µS/cm 58 NTU

Barium, Naftaleen

-

-

Overschrijding streefwaarde

Deellocatie 2 019-1-1-1 19 (02-02-2018) (1,80 -2,80)

1,36

7,50 780 µS/cm 14 NTU

Barium

-

-

Overschrijding streefwaarde

Deellocatie 8 029-1-1-1 29 (02-02-2018) (1,00 - 2,00)

0,03

7,20 720 µS/cm 42 NTU

Barium, Naftaleen

-

-

Overschrijding streefwaarde

S, I, i

: :

Toelichting geen overschrijding S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek' voor uitleg bij S, I en index

De pH en EC geven geen aanleiding tot opmerkingen. In het bemonsterde grondwater is echter wel een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij dit onderzoek is de index van geen enkele organische parameter in het grondwater groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Uit de tabel blijkt dat in het grondwater ten hoogste licht verhoogde concentraties aan barium en naftaleen zijn aangetroffen. In bijlage 11 staan de analyseresultaten voor de onderzochte lozingsparameters weergegeven.

Blad 13 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

3.5

Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In tabel 3.4 zijn de resultaten van het indicatieve asbestonderzoek weergegeven. Tabel 3.4: Resultaten asbest in fijne fractie grond (gehalten in mg/kg) (Meng)monster Gaten Grondsoort en Gemeten ge(traject m -mv) veldwaarneminhalte gen serpentijn AM01 (0,00 - 0,50) Gat01, Gat02, Veen,<2,8 Gat05, Gat06 AM02 (0,00 - 0,50) Gat03, Gat04, Veen,<2,2 Gat07, Gat08, Gat09, Gat10, Gat11, Gat12, Gat13, Gat14 AM04 (0,00 - 0,50) Gat31, Gat32, Klei,<0,7 Gat33, Gat34 AM05 (0,00 - 0,50) Gat23, Gat24, Klei,<1,1 Gat25, Gat26, Gat27, Gat28, Gat29, Gat30 AM06 (0,00 - 0,50) Gat35, Gat36, Gat37 Klei,<1,7 AM07 (0,00 - 0,50) Gat15, Gat16, Zand,<0,8 Gat17, Gat18, Gat19, Gat20, Gat21, Gat22

Gemeten gehalte amfibool 0,0

Totaal gemeten gehalte asbest <2,8

Gewogen gehalte asbest <2,8

0,0

<2,2

<2,2

0,0

<0,7

<0,7

0,0

<1,1

<1,1

0,0 0,0

<1,7 <0,8

<1,7 <0,8

Toelichting: - : niet gemeten; Gewogen gehalte aan asbest: gemeten gehalte serpentijn + (10 maal gemeten concentratie amfibool)

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de kleiige, venige en zandige bovengrond zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest boven de detectiegrens is aangetroffen.

3.6

Analyseresultaten waterbodem In de samenvattende tabel 3.5 zijn de toetsingsresultaten van de verschillende monsters samengevat. Hierbij is per monster het volgende weergegeven: de klasse-indeling volgens het Besluit bodemkwaliteit voor wat betreft het verspreiden en toepassen in oppervlaktewater en het verspreiden op het aangrenzende perceel. Tevens zijn, voor zover van toepassing, de maatgevende componenten aangegeven. Tabel 3.5: Toetsingstabel waterbodemmonsters Monstercode (traject m –ws.)

Boringen

SMM01 (0,69-1,19) SMM02 (0,71-1,21)

S01 S02, S03, S04, S05, S06, S07, S08, S09

Materiaal

Zand Veen

Beoordeling Besluit bodemkwaliteit Toepassen Verspreiden Landbodem (T1) oppervlakte water (T6) Klasse industrie Verspreidbaar Altijd toepasbaar Verspreidbaar

Toepassen oppervlakte water (T3) Klasse A Altijd toepasbaar

Verspreiden aangrenzend perceel (T5) Verspreidbaar Verspreidbaar

Maatgevende componenten Minerale Olie -

Toelichting: m –ws.: meter beneden waterspiegel - : niet van toepassing.

Uit deze tabel blijkt dat de onderzochte zandige waterbodem licht verontreinigd is met minerale olie. Zowel het zand als het veen is verspreidbaar in het oppervlaktewater en op het aangrenzende perceel. Het zand valt in klasse A voor het toepassen in het oppervlaktewater.

Blad 14 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

Voor PFOS is nog geen norm vastgesteld in het Besluit bodemkwaliteit. Derhalve is voor de risicobeoordeling van vak V08 voor de aanwezigheid van PFOS uitgegaan van de normen zoals beschreven in het document ‘Milieukwaliteitswaarden voor PFOS, Uitwerking van generieke en gebiedsspecifieke waarden voor het gebied rond Schiphol’ van het RIVM (kenmerk ‘RIVM Briefrapport2016-0001’ van 2016). In figuur 3.1 zijn de waarden uit het RIVM Briefrapport weergegeven. Hierbij is aangegeven dat de bovengrenzen voor bodem en sediment tevens ‘interventieniveaus’ vormen die bij overschrijding aanleiding geven voor de beoordeling van de noodzaak voor maatregelen (beheren/saneren).

Figuur 3.1: Voorgestelde onder- en bovengrenzen voor PFOS uit het RIVM Briefrapport De gemeten gehalten aan PFOS zijn per monster samengevat in onderstaande tabel. Tabel 3.6: Gemeten gehalten aan PFOS (gehalten in µg/kg d.s.) Monstercode Boringen Gemeten gehalten (traject m –ws) PFOS lineair PFOS vertakt SMM01 (0,69-1,19) S01 0,87 0,18 SMM02 (0,71-1,21) S02 t/m S09 2,6 0,82

PFOA lineair <0,1 0,27

Tabel 3.7: Gehalten aan PFOS (gehalten in µg/kg d.s.) omgerekend naar standaardbodem Monstercode Boringen Gemeten gehalten (traject m –ws) PFOS totaal PFOA totaal Organische stof SMM01(0,69-1,19) S01 1,05 <0,1 3,8 SMM02(0,71 - 1,21) S02 t/m S09 3,42 0,27 30,4

PFOS µg/kg ds. 2,76 1,13

PFOA vertakt <0,1 <0,1

PFOA µg/kg ds. <0,1 0,09

In tabel 3.6 zijn de gemeten gehalten aan PFOS en PFOA weergegeven. In tabel 3.7 zijn de totale gehalten aan PFOS en PFOA (lineair en vertakt) omgerekend naar standaardbodem door voor het organische stof gehalte te corrigeren. In de zandige waterbodem is 2,76 µg/kg ds. aan PFOS gemeten, PFOA is analytisch niet aangetoond. In de venige waterbodem is 1,13 µg/kg ds. aan PFOS gemeten en 0,09 µg/kg ds. aan PFOA. Recent opgesteld beleid ‘’Beleidsregel PFOS en PFOA gemeente Amsterdam”, d.d. 6 augustus 2018 bevat regelgeving omtrent het toepassen van baggerspecie in de gemeente Amsterdam. Indien de ontvangende landbodem op PFOS wordt onderzocht en PFOS bevat en de specie daarnaast voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse en de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem, dan mag de PFOS-houdende specie worden toegepast op het aangrenzende perceel. Daarnaast mag het verspreiden op aangrenzend perceel alleen als de gemeten gehalten aan PFOS niet

Blad 15 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

hoger zijn dan 3,2 µg/kg ds. en aan PFOA niet hoger dan 7 µg/kg ds. Voor beide monsters geldt dat deze maximale waarden niet worden overtreden.

3.7

Veiligheid Aangezien nog niet bekend is wanneer het werk zal worden uitgevoerd, zijn op verzoek van de gemeente de veiligheidsklassen bepaald volgens zowel de CROW 132 als de CROW 400. Opgemerkt wordt dat hierdoor verschillende beoordelingen kunnen ontstaan en dat indien conform de CROW 400 geen kleur wordt toegekend, altijd sprake is van een ‘basishygiëne’. Op het moment van schrijven mogen werkzaamheden conform beide bepalingen worden uitgevoerd. Naar verwachting vervangt de CROW 400 per 1 januari 2019 de CROW 132 volledig.

CROW 132 Conform de CROW 132 zijn op basis van de analyseresultaten de veiligheidsklassen vastgesteld. Indien een overschrijding van de interventiewaarde is gemeten, dient dit te worden gedaan aan de hand van de module op de CROW 132 website. Indien de gemeten gehalten lager zijn dan de interventiewaarde dan worden de veiligheidsklassen vastgesteld op basis van de hergebruiksklassen uit het Besluit bodemkwaliteit. Voor grond die voldoet aan de achtergrondwaarde of de klasse Wonen zijn geen veiligheidsklassen van toepassing. Voor grond die voldoet aan klasse Industrie of 'niet toepasbaar' (doch gehalte <interventiewaarde) is de basisklasse van toepassing. Voor de werkzaamheden in de waterbodem geldt dat indien de waterbodem voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000) of Klasse A uit dit besluit, het treffen van veiligheidsmaatregelen in relatie tot verontreinigde bodem niet noodzakelijk is. Indien de waterbodem voldoet aan klasse B, dan is de basisklasse van toepassing. In tabel 3.8 zijn de veiligheidsklassen per monster weergegeven. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd in de landbodem op deellocatie 7 zijn de toxiciteitsklassen 3T en 1T van toepassing, waarbij zware metalen en PAK maatgevend zijn. Voor de deellocaties 2 en 8 zijn geen veiligheidsmaatregelen in relatie tot verontreinigde grond noodzakelijk.

Bij de te plaatsen zitelementen en kano-inlaatpunten dient de veiligheidsklasse 1T gehanteerd te worden ter hoogte van de uitgevoerde sanering. Waar slakken in de ondergrond voorkomen, dient in de basisklasse gewerkt te worden. Voor de overige deellocaties zijn geen veiligheidsmaatregelen in het kader van de grondkwaliteit vereist. Tabel 3.8: Veiligheidsklasse landbodem per monster Locatie veiligheidsklasse Veiligheidsklasse met maatgevende stof T F

Deellocatie 7 (Koenenkade) MM01 (grond)

1T

Koper

Geen

001-1 (grond)

1T

Nikkel, Zink

Geen

003-1 (grond)

Geen

Geen

005-1 (grond)

Geen

Geen

010-1 (grond)

Basisklasse Koper, Kwik, Nikkel

Geen

013-1 (grond)

Basisklasse Kwik, Nikkel, Zink

Geen

MM02 (grond)

Geen

Geen

M03 (grond)

Geen

MM04 (grond)

3T

Lood

Geen

3T

Lood

Geen

Uitsplitsing MM01

Geen

Uitsplitsing MM04 002-2 (grond)

Blad 16 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

Locatie veiligheidsklasse 012-1 (grond)

Veiligheidsklasse met maatgevende stof T F 3T Lood Geen

MM05 (grond)

1T

Koper

Geen

007-5 (grond)

1T

Koper

Geen

009-4 (grond)

1T

Koper, Nikkel

Geen

010-3 (grond)

Basisklasse Kobalt, Koper, Nikkel

Geen

MM06 (grond)

Geen

Geen

MM07 (grond)

Geen

Geen

054-1 (grond)

Basisklasse Kwik, Lood

Geen

056-1 (grond)

Basisklasse Kwik

Geen

060-1 (grond)

3T

Lood

Geen

061-1 (grond)

3T

Lood

Geen

061-2 (grond)

3T

Lood

Geen

061-3 (grond)

3T

Lood

Geen

062-2 (grond)

3T

Uitsplitsing MM05

Geen

063-1 (grond)

Benzo(a)anthraceen, Benzo(a)pyreen, Lood, PAK 10 VROM Basisklasse Kwik, Lood, Zink

064-1 (grond)

1T

Zink

Geen

065-1 (grond)

3T

Lood

Geen

068-2 (grond)

1T

Koper, Nikkel, Zink

Geen

060-2 (grond)

Geen

Geen

061-4 (grond)

Geen

Geen

065-2 (grond)

Geen

Geen

066-1 (grond)

Basisklasse Zink

Geen

067-1 (grond)

3T

Geen

068-3 (grond)

Geen

069-1 (grond)

3T

Lood

Geen

Geen Lood

Geen

Deellocatie 2 MM08 (grond)

Geen

Geen

MM09 (grond)

Geen

Geen

MM10 (grond)

Geen

Geen

M11 (grond)

Geen

Geen

MM12 (grond)

Geen

Geen

MM13 (grond)

Geen

Geen

MM14 (grond)

Geen

Geen

MM15 (grond)

Geen

Geen

MM16 (grond)

Geen

Geen

M01 (grond)

Geen

Geen

047-2 (grond)

Geen

050-2 (grond)

Basisklasse Koper, Lood, Nikkel, Zink Geen

052-2 (grond)

1T

Geen

053-1 (grond)

Geen

Geen

019-1-1-1 (grondwater)

Geen

Geen

007-1-1 (grondwater)

Geen

Geen

029-1-1-1 (grondwater)

Geen

Geen

Deellocatie 8

Deellocatie zitelementen

Koper

Blad 17 van 22

Geen

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

CROW 400 De veiligheidsklassen zijn eveneens vastgesteld conform de nieuwe CROW 400. Voor alle niet-vluchtige stoffen wordt de humane ernstige risicowaarde (Serious Risk Concentration Humane, SRChumaan) gehanteerd als grondslag voor het bepalen van de veiligheidsklassen. Deze waarde geeft de concentratie van een stof weer in een bepaalde matrix, te weten grond, grondwater en waterbodem. Als deze concentratie wordt overschreden, is er sprake van ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen. Er zijn risicoklassen opgesteld waarbij onderscheid gemaakt is in vluchtige en niet-vluchtige stoffen. In het kort ziet de verdeling van veiligheidsklassen er als volgt uit:  Oranje Niet-vluchtig: o 75% ≤ SRC ≤ 100%  Rood Niet-vluchtig: o SRC > 100% + o CM ≤ 1000 mg/kg of CM ≤ 1000 µg/l  Zwart Niet-vluchtig: o SRC > 100% + o CM > 1000 mg/kg of CM > 1000 µg/l of Asbest > 100 mg/kg  Oranje Vluchtig: o > Tussenwaarde ≤ Interventiewaarde  Rood Vluchtig: o > Interventiewaarde + o voldoende ventilatie in de werksituatie  Zwart Vluchtig: o > Interventiewaarde + o mogelijk onvoldoende ventilatie in de werksituatie o of CM-stoffen In tabel 3.9 zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen per monster weergegeven conform de CROW 400.

Voor deellocatie 7 geldt dat de veiligheidsklasse rood niet-vluchtig dient te worden gehanteerd op basis van de gemeten gehalten aan kobalt en lood. Voor de deellocaties 2 en 8 zijn geen veiligheidsmaatregelen anders dan de basishygiëne noodzakelijk. Bij twee van de deellocaties waar zitelementen zijn gepland is de veiligheidsklasse oranje niet-vluchtig van toepassing. Tabel 3.9: Toetsing veiligheidsklassen conform CROW 400 MonsterMonstertype Veiligheidsklasse met maatgevende stof(fen) naam Vluchtige stoffen Niet-vluchtige stoffen Deellocatie 7 (Koenenkade) MM01 (*) grond basishygiëne basishygiëne Uitsplitsing MM01 001-1 grond niet getoetst rood Kobalt 003-1 grond niet getoetst basishygiëne 005-1 grond niet getoetst basishygiëne 010-1 grond niet getoetst basishygiëne 013-1 grond niet getoetst basishygiëne MM02 (*) grond basishygiëne basishygiëne M03 (*) grond basishygiëne basishygiëne MM04 (*) grond basishygiëne rood Kobalt, Lood Uitsplitsing MM04 002-2 grond niet getoetst rood Kobalt,

Blad 18 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

Monsternaam

Monstertype

Veiligheidsklasse met maatgevende stof(fen) Vluchtige stoffen

012-1 grond MM05 (*) grond Uitsplitsing MM05 007-5 grond 009-4 grond 010-3 grond MM06 (*) grond MM07 (*) grond 054-1 (*) grond 056-1 (*) grond 060-1 (*) grond 061-1 (*) grond 061-2 (*) grond

niet getoetst basishygiëne -

Niet-vluchtige stoffen Lood rood Kobalt rood Kobalt

niet getoetst niet getoetst niet getoetst basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne

oranje rood rood basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne rood rood rood

061-3 (*) 062-2 (*)

basishygiëne basishygiëne -

rood rood

basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne

-

basishygiëne basishygiëne rood rood basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne rood basishygiëne oranje

Kobalt Kobalt Kobalt Lood Lood Kobalt, Lood Lood Kobalt, Lood Lood Kobalt Lood Lood

basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne

-

basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne

-

basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne

-

basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne

-

basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne

-

basishygiëne oranje basishygiëne oranje basishygiëne

Lood Kobalt -

grond grond

063-1 (*) grond 064-1 (*) grond 065-1 (*) grond 068-2 (*) grond 060-2 (*) grond 061-4 (*) grond 065-2 (*) grond 066-1 (*) grond 067-1 (*) grond 068-3 (*) grond 069-1 (*) grond Deellocatie 2 MM08 (*) grond MM09 (*) grond MM10 (*) grond M11 (*) grond Deellocatie 8 MM12 (*) grond MM13 (*) grond MM14 (*) grond MM15 (*) grond MM16 (*) grond Deellocatie zitelementen M01 (*) grond 047-2 (*) grond 050-2 (*) grond 052-2 (*) grond 053-1 (*) grond Grondwater 007-1-1 (*) grondwater 019-1-1-1 (*) grondwater 029-1-1-1 (*) grondwater

-

basishygiëne basishygiëne basishygiëne -

Blad 19 van 22

basishygiëne basishygiëne basishygiëne -

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

3.8

Risicobeoordeling Bij een risicobeoordeling wordt beoordeeld of er op basis van de gemeten gehalten sprake is van actuele risico’s voor mens, ecologie en/of voor verspreiding. Met behulp van het toetsingsprogramma Sanscrit is voor het onderzoeksgebied een risicobeoordeling uitgevoerd, de toetsing is opgenomen in bijlage 14. Humane risico’s De toetsing is uitgevoerd voor het gebruik bij ‘natuur’, ‘groen met natuurwaarden’ en ‘ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’. In een standaard-situatie wordt uitgegaan van de gemiddeld gemeten gehalten aan verontreinigingen binnen de interventiewaardecontour. De toetsing is uitgevoerd door eerst de hoogst gemeten gehalten binnen het onderzoek te toetsen. Indien in die situatie geen overschrijding van de risico-index optreedt, kan worden gesteld dat er geen actuele risico’s zijn. Voor deze 3 situaties blijkt dat er geen sprake is van een humaan risico bij het invoeren van de hoogst gemeten gehalten. Ecologische risico’s Bij ecologische risico’s wordt getoetst in hoeverre het bodemleven schade ondervindt van de aanwezige verontreiniging. Het Amsterdamse bos is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, dit maakt het gevoelige natuur. Op basis van de beoordeling geldt dat er voor gevoelige natuur sprake is van een ecologisch risico doordat het gebied waarin de toxische druk hoger is dan 65% groter is dan 50 m2.

De toxische druk mag bij gevoelige natuur de grens van 25% overschrijden voor een gebied van maximaal 500 m2. Met het aanvullend onderzoek is vastgesteld dat het gebied waarin de toxische druk de 65% grens overschrijdt 690 m2 betreft, het gebied waarin de 25% grens wordt overschreden blijkt nagenoeg gelijk. Met boring 61 is de verontreiniging naar de diepte afgeperkt. De laag van 0,6 – 0,9 m –mv. is nog sterk verontreinigd, de toxische druk hier betreft 53,8%. Om onder de 25% te komen dient tot 0,9 m –mv. gesaneerd te worden. Bij een eventuele sanering zal circa 620 m3 grond vrijkomen. Verspreidingsrisico’s Omdat de aangetroffen verontreinigingen een immobiel karakter hebben, is er geen sprake van verspreidingsrisico’s. Conclusie Er is sprake van een onaanvaardbaar ecologisch risico op een gebied van 690 m 2. De locatie dient in het kader van de Wbb met spoed te worden gesaneerd. Ten aanzien van de uitvoering daarvan adviseren wij in overleg te treden met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied.

Blad 20 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

4

Conclusies en aanbevelingen Uit de resultaten van het onderzoek (veldwaarnemingen en analyseresultaten) blijkt de bodem ter plaatse van de deellocaties 2 (veenland) en 8 (waterpoelen) ten hoogste licht verhoogde concentraties aan onderzochte stoffen te bevatten in grond en grondwater. Bij de diverse locaties waar zitelementen worden geplaatst, bevat de bodem over het algemeen maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK. Ter hoogte van de Koenenkade is een bodemvreemde slakkenlaag aanwezig, deze laag bevat indicatief een sterk verhoogd gehalte aan koper, matig verhoogde gehalten aan zink en nikkel en licht verhoogde gehalten aan overige zware metalen en PAK. De lokaal aangetroffen slakkenhoudende ondergrond bevat licht tot matig verhoogde gehalten aan zware metalen en een licht verhoogd gehalte aan PAK. Op deellocatie 7 (de nieuwe eilanden/Koenenkade) zijn sterk verhoogde concentraties gemeten aan zware metalen in de boven- en ondergrond. De betreffende boringen liggen verspreid aan de westkant van het werkgebied waar men voornemers is de watergang te verbreden en/of aan te leggen en de verontreinigingen hangen samen met de aangetroffen bijmengingen met slakken. De sterke verontreinigingen sluiten niet op elkaar aan maar betreffen wel dezelfde stoffen en worden naar verwachting veroorzaakt door de bijmengingen met slakken.

Aan de westkant van de Koenenkade is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, de omvang van de verontreiniging betreft circa 1.050 m2. De omvang van de sterke verontreiniging in de ondergrond is niet exact bekend, er is wel sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In het grondwater zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond. De waterbodem bestaat afwisselend uit zand en veen. Het zand en het veen zijn, afgezien van de gehalten aan PFOS, verspreidbaar in het oppervlaktewater en op het aangrenzende perceel. Het zand valt in klasse A voor het toepassen in het oppervlaktewater. Recent opgesteld beleid van de gemeente Amsterdam geeft de mogelijkheid om de waterbodem op het aangrenzende perceel te verspreiden. Voorwaarde hiervoor is dat de landbodem ook op PFOS onderzocht wordt, zie paragraaf 3.6 voor de eisen waaraan de landbodem moet voldoen. Overwogen kan worden dit onderzoek uit te voeren om de specie op de kant te kunnen verspreiden. Het Amsterdamse bos betreft gevoelige natuur, derhalve is er ter hoogte van de Koenenkade sprake van een onaanvaardbaar ecologisch risico en dient de aanwezige verontreiniging gesaneerd te worden tot beneden de criteria voor gevoelige natuur (toxische druk 65% max 50 m 2, toxische druk 25% max 500 m2). Geadviseerd wordt een gebied van 690 m2 af te graven tot 0,9 m –mv.

of af te dekken met een leeflaag van minimaal 1 m dikte. Voor de uitvoering van de sanering adviseren wij in contact te treden met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Er is sprake van twee gevallen van ernstige bodemverontreiniging in deelgebied 7. Voor de werkzaamheden in dit deelgebied dient een BUS-melding te worden verricht bij het bevoegd gezag. Tevens dient er rekening mee te worden gehouden dat een BUS-melding noodzakelijk is wanneer in de restverontreiniging onder de leeflaag op de Koenenkade wordt gegraven voor de aanleg van een watergang. De werkzaamheden ter plaatse van de sterke verontreinigingen dienen te worden uitgevoerd door een gecertificeerd aannemer (BRL 7000) en onder milieukundige begeleiding (BRL 6000).

Blad 21 van 22

Rapport Verkennend en aanvullend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse Bos projectnummer 431062 20 november 2018 revisie 04

Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het noodzakelijk een V&G-plan op te stellen. Dit onderzoek is niet geschikt om een uitspraak te doen over de definitieve hergebruiksmogelijkheden van deze grond of andere materialen buiten de locatie. Hiervoor dient een onderzoek te worden uitgevoerd zoals omschreven in het Besluit bodemkwaliteit. Hergebruik van de vrijkomende grond (zonder bijmengingen) binnen het onderzoeksterrein is wel mogelijk zonder verder bodemonderzoek uit te voeren. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Almere, november 2018

Blad 22 van 22

projectnummer 431062 Verkennend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse bos Gemeente Amsterdam

Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek

projectnummer 431062 Verkennend (water)bodemonderzoek Waterentree Amsterdamse bos Gemeente Amsterdam

Kwaliteitsaspecten van het onderzoek, de toegepaste methoden en strategieën en betrouwbaarheid/garanties Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). Antea Group is volgens dit SIKB-procescertificaat gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000' staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema (AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16033022/1