1. Winterkoudeopvang en corona-noodopvang in Amsterdam 2021-22 onderzoek GGD.pdf
Tekst van het document
afdeling EGZ
Winterkoudeopvang en coronanoodopvang in Amsterdam 2021/22
Auteur(s)
Marcel Buster Afdeling Gezond Leven GGD Amsterdam
GGD Amsterdam, afdeling Gezond Leven Voorblad: Anthony Gormley, sleeping place II. Afbeelding MutualArt.com Juli 2022
2
Inhoud 1 Amsterdamse winterkoudeopvang/coronanoodopvang
4
2 Inleiding 2.1 Een korte geschiedenis: 2.2 Deze rapportage
7 7 8
Resultaten 10 3.1 Aantallen en kenmerken bezoekers winterkoudeopvang/coronanoodopvang 10 3.1.1 Aantal bezoekers 10 3.1.2 Demografie 13 3.1.3 Kwetsbaarheid 16 3.2 Gebruik van winterkoudeopvang/coronanoodopvang door mensen die een indicatie hebben voor, of al gebruik maken van een MO/BW voorziening 23 3.3 Ondanks winterkoudeopvang naar schatting 150 buitenslapers 24 3.4 Wat ging er goed, wat kan er beter? 25
3
1 Amsterdamse winterkoudeopvang/coronanoodopvang
Samenvatting Deze rapportage beschrijft de winterkoudeopvang en de coronanoodopvang in de periode vanaf maart 2020 tot en met 4 april 2022. De nadruk ligt daarbij op de laatste winterperiode 2021/22 van november 2021 tot april 2022. Voor de rapportage is gebruik gemaakt van de registraties van de winteropvang en een evaluatie met de betrokken hulpverleners bij de winteropvang, beveiligers, politie en belangenorganisaties betrokken bij deze locaties. Noodopvang ten tijde van corona De noodopvang is beïnvloed door de coronapandemie en de daaraan gerelateerde maatregelen. Mensen zijn niet alleen tijdens de periodes van vrieskou in de winter opgevangen maar gedurende een langere periode (tijdens lock downs waarbij het advies was zoveel mogelijk thuis te blijven op grond van de richtlijn ‘opvang voor dak- en thuisloze mensen’ die door het ministerie van VWS werd verstrekt)1. Er waren, behalve tijdens de afbouwfases, geen restricties tijdens deze opvang. Ook mensen die dakloos waren en geen recht hebben op Wmo voorzieningen konden gebruik maken van de coronanoodopvang. Om ook binnen de winterkoude- en coronanoodopvang voldoende afstand te kunnen houden werd het aantal personen per opvanglocatie beperkt. Daardoor moesten er meer locaties in gebruik genomen worden om hetzelfde aantal mensen te huisvesten. Aanvankelijk werden van 2020 de extra locaties gevonden in sporthallen.
In de winter van ‘20/’21 werden ook hotels bereid gevonden om onderdak te bieden. In ‘21/’22 vond de opvang plaats op enkele centrale locaties en inloopvoorzieningen van de Regenbooggroep. De 1,5m afstandregel met gebruik van 1persoonskamers en een langere periode voor ontbijt zorgde voor meer privacy en het gaf meer rust. Er hebben zich maar weinig incidenten voorgedaan. De coronanoodopvang in de winter ‘20/’21 kende met een maximum van 560 personen op 1 nacht een absoluut recordaantal bezoekers. Dit recordaantal vond plaats in een periode waarbij de avondklok en een langere periode van vrieskou samenvielen. De winter ‘21/’22 kende wel een periode van coronanoodopvang maar geen avondklok en/of langdurige periode met vrieskou en ook geen extreem hoge bezoekersaantallen. Het maximum aantal bezoekers op 1 nacht lag hier op 316. Minder mensen met Nederlandse nationaliteit Opvallend is het relatief laag aantal en aandeel van personen met een Nederlandse nationaliteit in de winter 2021/22. Dit in tegenstelling tot de eerdere twee periodes van 20/21 en 19/20. Mogelijk had dit te maken met:
1
Voor specifieke data zie tabel 1 in deze rapportage (inleiding)
4
Een tijdelijke uitbreiding van het aantal bedden in de kortdurende dag en nachtopvang voor de kwetsbare Amsterdammers. wegens corona er meer alternatieven voor verblijf waren voor de economisch daklozen (bijvoorbeeld in de vorm van hotelkamers) wegens corona er extra terughoudendheid m.b.t. huisuitzettingen bij woningbouwcorporaties is geweest.
Opmerkelijk is het lage aantal en aandeel Nederlanders onder de jongste groep (< 25 jaar). Bij deze jongste groep zijn mensen met een nationaliteit buiten de EU juist oververtegenwoordigd. Knipperlichtopvang
De winter ‘21/’22 kende maar liefst 7 afzonderlijke periodes van opvang. De opvang werd door belangenorganisaties ook wel “knipperlichtopvang” genoemd. De opvang moest telkens opnieuw worden op- en afgebouwd. Dit vergde het telkens opnieuw op en afschalen van de opvang veel improvisatievermogen en inzet van ZZP-ers voor hulpverlening en beveiliging. Ondanks dat alle ketenpartners geïnformeerd werden over het start en einde van de opvang kwam het voor dat niet iedere individuele politieagent hiervan op de hoogte was en er dakloze mensen bij de locatie werden afgezet. De winterkoudeopvang waarvan de duur vaak kort en moeilijk te voorspellen is leent zich minder goed voor het aanbieden van een traject op maat dan de doorlopende winteropvang. Een doorlopende winteropvang geeft mensen meer kans om tot rust te komen en te reflecteren over hun toekomst. Buitenslapers Een enquête bij de inloopvoorzieningen van de Regenboog laat zien dat zelfs in de situatie met winterkoudeopvang (met 199 bezoekers) er in Amsterdam nog naar schatting ±150 mensen buiten slapen. Opvallend is dat bij een kwart van deze buitenslapers niet bekend was dat er winterkoudeopvang was of waar deze precies was. Van de bezoekers van de winterkoudeopvang zegt de helft in de nacht voor aanmelding buiten te hebben geslapen.
Dit zijn voornamelijk, maar niet uitsluitend, mensen zonder binding met Amsterdam met beperkte mogelijkheden voor opvang. Een deel van de doelgroep vindt de winterkoudeopvang te onrustig of onveilig en niet iedereen bleek op de hoogte van het bestaan ervan. Beveiliging De beveiliging is goed verlopen. Deze bestond uit een divers team bestaande uit meer en/of minder ervaren mensen met verschillende culturele achtergronden. Hierdoor sprak de beveiliging verschillende talen die ook door cliënten werden gesproken. De overlast (in de buurt van T6 de grootste locatie) was beperkt en er zijn geen ernstige incidenten geweest. Tijdens de evaluatie werd door belangenbehartigers vermeld dat de fouillering (standaard bij binnenkomst) door mensen als intimiderend ervaren wordt. Extra aandachtspunt verdient de registratie. In de laatste fase van de winterkoudeopvang 2021/22 vond de opvang decentraal plaats maar werd niet door alle opvangvoorzieningen direct in Trajectus
5
geregistreerd. Ook als het om de kenmerken van de groep gaat verdient de registratie van essentiële kenmerken als nationaliteit bezoeker meer aandacht.2 Tenslotte: Ondanks de uitbreiding van de kortdurende dag- en nachtopvang en de opvang voor EU burgers en ongedocumenteerden, laten de bezoekersaantallen zien dat de noodzaak voor winter(koude)opvang nog steeds bestaat.
2 Nationaliteit als proxy voor de vorm van opvang die geboden kan worden; beter zou het zijn om de mate van binding met
Amsterdam te registreren.
6
2 Inleiding
Dit rapport beschrijft de winterkoudeopvang en de coronanoodopvang in Amsterdam.
2.1 Een korte geschiedenis: De gemeente Amsterdam verzorgt samen met de instellingen voor maatschappelijke opvang (MO) aanvullende slaapplaatsen in de winterperiode. Deze opvang is kosteloos voor de bezoekers. Tijdens de opvang krijgen de bezoekers een bed, een warme avondmaaltijd en ontbijt en kunnen zij gebruik maken van de sanitaire voorzieningen. Deze opvang heeft in de verschillende jaren een andere vorm gekregen. Voor 2014 was er alleen sprake van opvang gedurende de extra koude periodes van vrieskou. In de winter 2014-’15 werd er een doorlopende winteropvang ingevoerd, eerst vanaf half december tot half maart, later van begin december tot eind maart met voor of na die datum opvang volgens de criteria van de winterkoudeopvang. In de winter van 2017/’18 leidde de cumulatie van bezoekers tot capaciteitsproblemen. Om deze capaciteitsproblemen te voorkomen werd voorgesteld om de duur van verblijf in de opvang voor de minder kwetsbare niet-Amsterdammers te beperken. In de winters van 2018/’19 en 2019/’20 werd tijdens de eerste 2 weken van verblijf middels een verdiepende screening bepaald of iemand kwetsbaar was of binding met de regio had en het verblijf voortgezet kon worden. Hierdoor werd het aantal bezoekers beperkt.
Bij EU-burgers die afgewezen werden konden een gerepatrieerd worden, de voor de extra kwetsbare groep of groep met binding met de regio kon een vervolgtraject in gang worden gezet. Een deel van de bezoekers was dusdanig kwetsbaar dat een 24-uurs opvang gedurende het gehele jaar beter werd geacht door de aanbieders en gemeente. Om dit voor elkaar te krijgen werd op de locatie Transformatorweg 6 (T6) de (kortdurende) dag- en nachtopvang op 1 augustus 2020 uitgebreid met 50 bedden en op 1 juni 2021 nog eens met 30 tijdelijke bedden (tot 22 december 2022 en “opvang met perspectief” genoemd). Op de T6 werd op 1 augustus 2020 tevens een voorziening voor de kwetsbare EUburgers (30 bedden) en kwetsbare ongedocumenteerden (tussen Wal en Schippers) met 24 bedden opgericht.3 De opvang tijdens de winter zou vanaf de winter 20/21 worden teruggebracht tot de nachten tijdens de periodes met een gevoelstemperatuur rond of onder het vriespunt (de winterkoudeopvang). Tijdens de corona-pandemie kreeg deze opvang echter een andere wending. De rijksoverheid verschafte richtlijnen voor de opvang van mensen die dakloos zijn, waaronder ook de mensen die conform de
3 Kortdurende dag- en nachtopvang, de opvang voor EU burgers en ongedocumenteerden tussen wal en schip op de
Transformatorweg 6. GGD Amsterdam, 2022
7
Wmo2015 geen recht hebben op opvang, zoals arbeidsmigranten uit de EU, mensen zonder verblijfsstatus van buiten de EU en ongedocumenteerden. Complicatie daarbij was dat het mogelijk moest blijven om afstand te houden (1,5 m regeling). Hierdoor konden per locatie minder mensen worden opvangen en waren er meer voorzieningen nodig om aan de vraag te kunnen voldoen. Onderstaande tijdslijn laat de landelijk geldende periodes zien waarop er coronanoodopvang werd geboden aan mensen die dakloos waren. Deze periodes vielen veelal samen de fases van de lockdown waarin de algemene bevolking geadviseerd werd zoveel mogelijk thuis te blijven.
Tabel 1: periodes met coronanoodopvang 1 april - 31 juli 2020
Noodopvang (ook voor mensen die doorgaans geen recht hebben op opvang)
Waarbinnen vanaf 1 Juli 2020
Afbouw noodopvang voor mensen die doorgaans geen recht hebben op opvang
3 - 18 nov.2020
Noodopvang (ook voor mensen die doorgaans geen recht hebben op opvang)
15 dec. 2020 – 2 juni 2021
Noodopvang (ook voor mensen die doorgaans geen recht hebben op opvang)
23 jan. – 28 april 2021
Avondklok
Waarbinnen vanaf 1 april 2021
Geen nieuwe mensen die doorgaans geen recht hebben op opvang toegelaten
19 mei-2 juni 2021
Geleidelijke afbouw noodopvang voor mensen die doorgaans geen recht hebben op opvang.
21 dec. 2021 – 9 feb. 2022
Noodopvang (ook voor mensen die doorgaans geen recht hebben op opvang)
26 jan.- 9 feb. 2022
Geleidelijke afbouw noodopvang
In de periodes buiten de door de rijksoverheid afgekondigde coronanoodopvang was de winterkoudeopvang van kracht als in G4-verband de winterkouderegeling werd afgekondigd. Op die dagen was de opvang eveneens opengesteld voor alle personen die dakloos waren. Deze regeling gold gelijktijdig in Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam (G4 ). In Den Haag was er in de winter van 2021/22 overigens een doorlopende winteropvang voor de daklozen die al geruime tijd in Den Haag verbleven.
2.2 Deze rapportage Analyse registratiegegevens Iedere bezoeker en iedere overnachting in de winterkoudeopvang en coronanoodopvang dient te worden geregistreerd in Trajectus, het registratiesysteem van de MO/BW. In Trajectus worden ook de gegevens van de screeningen geregistreerd. Deze gegevens zijn geanonimiseerd gebruikt voor de kwantitatieve analyses in dit rapport. Hierbij wordt gekeken naar het aantal mensen dat gebruik maakt van de winterkoudeopvang en de kenmerken van deze groep. Tevens wordt gekeken naar de bekendheid van de huidige bezoekers: hebben ze al eerder gebruik gemaakt van de winter(koude)opvang? Zijn ze al bekend in Trajectus?
8
De gegevens zijn niet geheel compleet. Zo is in de zomer van 2020 de coronanoodopvang voor ongedocumenteerden in de Callandhal (± 25 bedden) niet in de registratie opgenomen. Stem van de bezoekers In eerdere jaren werd tijdens de bezoekersbijeenkomsten geleid door de MDHG (belangenbehartiger voor drugsgebruikers en dak- en thuislozen) en daklozenvakbond de mening van de bezoekers over de opvang opgehaald en gedeeld met de organiserende en uitvoerende partijen. Ten tijde van de corona- en de winterkoudeopvang hebben deze bezoekersbijeenkomsten echter niet plaatsgevonden. Wel is er in februari 2021 aan de medewerkers van de opvanglocaties gevraagd een korte enquête af te nemen bij de bezoekers. De vragenlijst was vertaald in verschillende talen. Deelname aan de enquête was vrijwillig. In totaal zijn er 122 vragenlijsten retour gekomen, ongeveer een kwart van de bezoekers. De verdeling naar leeftijd, geslacht en herkomst bleek vergelijkbaar met die van de gehele groep. De volledigheid en kwaliteit was echter wisselend. De uitkomsten moeten daarom terughoudend worden geïnterpreteerd. Daarnaast zijn in deze rapportage de belangrijkste uitkomsten van de evaluatie die op 14 april 2022 is gehouden met de belangenorganisaties, aanbieders van zorg (Arkin, GGD, Veldwerk) en de hulpverleners en beveiligers van de opvang locaties te vinden.
De belangrijkste succes- en verbeterpunten worden meegenomen in deze rapportage.
9
Resultaten
3.1 Aantallen en kenmerken bezoekers winterkoudeopvang/coronanoodopvang 3.1.1 Aantal bezoekers Figuur 1 laat het dagelijks aantal bezoekers tijdens de perioden van winterkoudeopvang en coronanoodopvang zien.
600 500 400 300 200 100
Corona
Corona (Avondklok)
1-4-2022
1-3-2022
1-2-2022
1-1-2022
1-12-2021
1-11-2021
1-10-2021
1-9-2021
1-8-2021
1-7-2021
1-6-2021
1-5-2021
1-4-2021
1-3-2021
1-2-2021
1-1-2021
1-12-2020
1-11-2020
1-9-2020
1-10-2020
1-8-2020
1-7-2020
1-6-2020
1-5-2020
1-4-2020
1-3-2020
0
Winterkoudeopvang
Figuur 1: dagelijks aantal bezoekers winterkoude/coronanoodopvang 2020, 2020/’21 en 2021/’22
10
Tabel 2: Aantal bezoekers van de winter(koude)opvang in de afgelopen 10 jaar; (inclusief coronanoodopvang gedurende de laatste 3 jaar).
Winter(koude)opvang
perioden†
Gemiddeld # per nacht
Nachten
Maximum # per nacht
Cumulatief # personen
2009/2010
4
52
178
279
1033
2010/2011
4
40
240
339
921
2011/2012
1
17
241
283
505
2012/2013
5
76
214
276
1143
1
6
144
165
201
2013/2014 †
1
87
176
263
785
2015/2016
1
122
215
274
932
2016/2017
1
124
272
362
1190
125
*
*
*
2014/2015
2017/2018
1
278
386
1316
2018/2019
2
133
206
338
1415
2019/2020#
3
249
283
379
1912
2020/2021#
3
192
354
560
1694
2021/2022#
7
95
254
344
1226
†:vóór 2014/2015 was er enkel opvang tijdens periodes met vrieskou; vanaf dat jaar een aaneengesloten periode van opvang in de wintermaanden met eventueel opvang tijdens periodes van vrieskou buiten deze periode. *:2017/18: inclusief de naar schatting 50 bezoekers enkel bij Regenboog (excl: 1266 personen) #: 2019/2020:2 korte perioden in november; overgegaan op Corona-opvang na 19-03-2020 In rood: hoogste cijfers
Tabel 2 geeft het gemiddelde, het maximum en het cumulatief aantal personen aan. Het cumulatieve aantal wordt groter naarmate er meer en langere periodes van opvang zijn. De totale periode van opvang in 2019/20 was het langste met 249 dagen inclusief 2 korte periodes van winterkoudeopvang in november 2019, de doorlopende winteropvang vanaf 1 december 2019 tot 19 maart 2020 en de coronanoodopvang in de laatste periode vanaf 19 maart tot eind juli 2020. Deze lange periode zorgde voor een recordaantal van 1912 unieke personen dat werd opgevangen. Het (grote) verschil tussen dit cumulatieve aantal en de aantallen op een gemiddelde dag is kenmerkend voor de dynamiek in deze groep. Achterliggend zijn er drie verschillende vormen van dynamiek: -
Dynamiek in slaapplaatsen van de mensen die dakloos zijn in Amsterdam. Op een gemiddelde dag maken niet alle mensen die dakloos zijn in Amsterdam gebruik van de opvang; ondanks de winterkoudeopvang wordt er nog op straat geslapen, of op plaatsen die niet voor wonen geschikt zijn (bijv. kelderbox), ook kunnen mensen gebruik maken laagdrempelige nachtopvang zoals Stoelenproject en vindt een deel van de groep kortdurend een alternatieve slaapplaats bij kenissen, familie of vrienden.
11
-
-
Dynamiek m.b.t. dakloosheid in Amsterdam. Een deel van de bezoekers is tijdens de periode dakloos geraakt en/of krijgt juist structureel onderdak en behoort daardoor niet de gehele periode tot doelgroep van dakloze personen. Dynamiek m.b.t. migratie naar en van Amsterdam. een deel van de bezoekers verbliojft niet de gehele periode in Amsterdam maar komt naar en/of vertrekt uit Amsterdam tijdens de winterperiode die beschreven wordt.
De corona opvang ‘20/’21 wordt vooral gekenmerkt door het hoge aantal personen per nacht en het recordaantal dat op 1 nacht is opgevangen (560) . Dit wordt ook veroorzaakt doordat de gemiddelde verblijfsduur per persoon is toegenomen. Hoewel de totale periode van opvang in de winterkoude en coronaopvang ‘20/’21 met 192 dagen korter was in vergelijking met de coronaopvang ’19/’20 (249 dagen) was het gemiddeld aantal dagen dat een persoon in de opvang verbleef met 40 dagen hoger dan het jaar daarvoor (gemiddeld 37 dagen). Er zijn verschillende redenen aan te wijzen voor de lagere uitstroom in de periode ‘20/’21: - Tijdens de coronanoodopvang kon iedereen tot aan het einde van de periode blijven (zie ook tabel 1). - De mogelijkheden om een alternatief te vinden in eigen netwerk waren beperkter in coronatijd. - De kwaliteit van de voorzieningen was beter dan in de eerste periode van coronanoodopvang (hotelkamer in plaats van sporthal) Winterkoudeopvang/coronanoodopvang 2021/’22 Tijdens de winterkoudeopvang/coronanoodopvang 2021/’22 waren de aantallen meer in lijn met de jaren ervoor. Het maximum aantal op 1 dag was 344 personen en gemiddeld waren er 254 bezoekers per nacht. Daarbij moet vermeld worden dat er in deze winter geen periode met avondklok is geweest de winter mild is geweest. De periodes met vrieskou bleven telkens tot enkele dagen beperkt.
Wel is er op 18 en 19 februari noodopvang geweest wegens storm (Eunice). Veel mensen maken slechts kort gebruik van de opvang. De helft van de mensen verbleef minder dan negen nachten, 29% minder dan vier. Het gemiddelde aantal ligt op 19 van de 95 nachten.
12
3.1.2 Demografie Tabel 3: Kenmerken van bezoekers van de winter(koude)opvang vergeleken met voorgaande jaren ‘16/’17
‘17/’18
‘18/’19
‘19/’20
’20 (C1)
20/'21
‘21/22
(n=1190)
(n=1266)
(n=1415)
(n=1365)
(n=1041)
(n=1694)
(n=1226)
%
%
%
%
%
%
%
89
89
89
89
87
90
93
Gem. leeftijd
39 jr
38 jr
37 jr
38 jr
39 jr
39 jr
37 jr
Nationaliteit*
%
%
%
%
%
%
%
Nederlands
45
32
29
32
37
36
22
EU ( lidstaten)
33
41
39
35
31
35
45
Buiten EU
22
27
32
33
31
29
34
Nieuw registratie
57%
62%
64%
63%
63%
56%
60%
Man
Indien bekend, nationaliteit wordt de laatste 3 jaar minder goed geregistreerd; zo is dit in de winter ‘21/’22 bij 19% onbekend. Bij dubbele nationaliteit telt de nationaliteit die het meest recht geeft op voorzieningen.
In 20/21 (inclusief de eerste coronagolf) weken de kenmerken van de bezoekers met betrekking tot geslacht (10% vrouw) en leeftijd (gemiddeld 39 jaar) en nationaliteit weinig af van de kenmerken uit eerdere periodes van de winter(koude)opvang. Onder bezoekers van de winter ‘21/’22 was het meest opvallend dat het percentage mensen met een Nederlandse nationaliteit lager is geworden.4 De bezoekers met de Nederlandse nationaliteit zijn gemiddeld ouder (42 jaar). De daling van de gemiddelde leeftijd van de bezoekers (37 jaar) is dan ook verklaarbaar doordat het percentage mensen met de Nederlandse nationaliteit lager is. Opvallend is het relatief lage aantal en aandeel van personen met een Nederlandse nationaliteit in de winter 21/22 (22%). Dit in tegenstelling tot de eerdere twee periodes van 20/21 (36%) en 19/20 (32%).Mogelijk had dit te maken met: Een tijdelijke uitbreiding van het aantal bedden in de kortdurende dag en nachtopvang voor de kwetsbare Amsterdammers. Meer alternatieven voor verblijf voor de economisch daklozen (bijvoorbeeld in de vorm van hotelkamers) als gevolg van de corona-maatregelen. Extra terughoudendheid m.b.t. huisuitzettingen bij woningbouwcorporaties is geweest tijdens de coronapandemie.
4 Een proxy voor de mate van rechthebbendheid.
13
Hoewel de afgelopen jaren de grote meerderheid (89%-90%) man was, is het (nog) hogere percentage mannen (93%) in de winter 2021/22 opvallend. 60% was nog onbekend De meerderheid van de bezoekers (60%) was op eind oktober ’21 nog onbekend in Trajectus, het registratiesysteem van de MOBW. Zij hebben niet eerder gebruik gemaakt van de Amsterdamse winter/coronaopvang en hebben zich nooit aangemeld voor de Amsterdamse MOBW. Dit wijkt, ondanks het lage percentage Nederlanders, weer weinig af van de voorgaande jaren. Mede door de coronanoodopvang zijn er veel mensen met een buitenlandse nationaliteit in beeld gekomen. Dat de meerderheid van de bezoekers ‘nieuw’ is, is kenmerkend voor opvang van dakloze mensen in Amsterdam en van belang voor het beleid. Zelfs als iedereen die dit jaar gebruik maakt van de winterkoude/coronanood-opvang uit de situatie van dakloosheid geraakt zal zich het jaar erop toch weer een aanzienlijke groep mensen aandienen die of (op)nieuw dakloos is geworden of naar de stad is gemigreerd maar hier geen huisvesting kan krijgen. Naast de Nederlandse is de Poolse nationaliteit meest voorkomend Tabel 4: Belangrijkste nationaliteiten: volgorde Trajectus coronanoodopvang ‘20/’21
19/20
20/21
21/22
1 Nederland (32%)
Nederland (36%)
Nederland (22%)
2 Polen (10%) 3 Roemenië (7%) 4 Nigeria (7%) 5 Eritrea (3%) 6 Hongarije (3%) 7 Marokko (2%)
Polen (11%)
Polen (13%)
Roemenië (6%)
Marokko (12%)
Marokko (5%)
Roemenië (8%)
Hongarije (3%)
Hongarije (4%)
Algerije (2%)
Duitsland (4%)
Letland (2%)
Algerije (3%)
Overeenkomsten met voorgaande winterkoudeopvang: naast de Nederlandse behoren de Poolse, de Roemeense, Hongaarse nationaliteit en Marokkaanse nationaliteit ook de afgelopen jaren tot de 7 meest voorkomende. Opvallende verschuivingen, het percentage bezoekers met een Marokkaanse nationaliteit neemt toe maar de Nigeriaanse en Eritreese nationaliteit is de laatste 2 jaar verdwenen uit de top 7.
14
Onder de jong-volwassenen onder de 25 heeft de helft een nationaliteit van buiten de EU 160
146
141
140 120
106
100
66
64 57
54
60
50
47
56
39
40 20
80
75
80
55 35
19
32
28 18
16 8
3
8
4
0 <25
25-34jr NL
35-44jr EU-elders
45-54jr Buiten EU
55-64jr
65+ jr
onbekend
Figuur 2: leeftijdsverdeling naar nationaliteit
Figuur 2 laat de leeftijdsverdeling naar nationaliteit zien. Opvallend is dat onder de jong-volwassenen (< 25 jaar) de groep met de Nederlandse nationaliteit beperkt is maar juist de groep met een nationaliteit buiten de EU het grootst is. Van de jong-volwassenen met een bekende nationaliteit heeft de helft een nationaliteit van een land buiten de EU. Een aantal minderjarige Marokkanen/Algerijnen die zich bij de winterkoudeopvang hebben gemeld, zijn door de GGD overgedragen aan Nidos5.
5 Voor minderjarige asielzoekers/vreemdelingen die zonder ouders in Nederland aankomen moet volgens de Nederlandse
wet de voogdij worden geregeld. Nidos vraagt bij de kinderen voogdij aan.
15
3.1.3 Kwetsbaarheid Bij aanmelding voor de winterkoudeopvang informeren GGD screeners aan de Jan van Galenstraat naar de situatie m.b.t. huisvesting, inkomen, lichamelijke gezondheid, geestelijke gezondheid en verslaving. Aan de hand van de antwoorden kan een score op deze domeinen van de zelfredzaamheidmatrix6 worden bepaald. Een score 1 -3 duidt op problemen of gebrek aan zelfredzaamheid op dit domein. Huisvesting 100% 80% 60% 40% 20% 0% 2015/16
2016/17
2017/18
1 Acute problematiek 4 Voldoende zelfredzaam
2018/19
2019/20
2 Niet zelfredzaam 5 Volledig zelfredzaam
2020/21
2021/22
3 Beperkt zelfredzaam
Figuur 3a: Zelfredzaamheid op domein huisvesting 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
42%
28%
42%
43%
15% 37% 28%
25%
30%
33%
2015/16
2016/17
20%
14%
35%
37%
43%
2017/18
2018/19
2019/20
op straat
32%
43%
MO/nachtopvang
52%
2020/21
2021/22
Elders
Figuur 3b: aard van verblijf gedurende laatste nacht voor screening? (2020/21: niet geregistreerd)
6 Meer info: www.zelfredzaamheidmatrix.nl
16
Opvallend is dat over de tijd geleidelijk aan een steeds groter gedeelte van de mensen zegt de voorgaande nacht op straat te hebben geslapen. In 2021/22 is dit bij iets meer dan de helft (52%) van de mensen aan wie deze vraag is gesteld7 het geval. Mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit geven dit (met 56%) vaker aan dan de mensen met een Nederlandse nationaliteit (38%). Het hogere percentage buitenslapers in de winter van ‘21/’22 is verklaarbaar door het hogere percentage personen met een niet-Nederlandse nationaliteit in de winterkoude/coronanoodopvang vergeleken met voorgaande jaren.
NL 16% Buiten EU 30%
EU 54%
NL
EU
Buiten EU
Figuur 3c: Verdeling van nationaliteit onder mensen die de nacht voor aanmelding aangeven buiten hebben geslapen.
7 Door tijdgebrek wordt deze vraag niet aan iedereen gesteld. In 2021/22 is deze vraag bij 60% gesteld.
17
Financien 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
3% 8%
3% 10%
4% 9%
4% 7%
4% 8%
20%
17%
14%
19%
16%
20%
22%
15%
17%
21%
49%
49%
58%
53%
50%
WO 2018/19
WO 2019/20
Corona 2020
WKO/Corona 2020/21
WKO/Corona 2021/22
1 Acute problematiek
2 Niet zelfredzaam
4 Voldoende zelfredzaam
5 Volledig zelfredzaam
3 Beperkt zelfredzaam
Figuur 4a: Zelfredzaamheid op domein Financien bij screening (W(K)O) winter(koude)opvang, Corona 2020: maart t/m juli 2020)
Over de jaren heen heeft ongeveer helft (49%-53%) van de groep in het geheel geen vaste inkomsten (acute problematiek). Alleen tijdens de eerste coronagolf in 2020 was dit aandeel met 58% opvallend hoog. Ongeveer een vijfde van de groep (15%-22%) heeft beperkte inkomsten en/of hoge of groeiende schulden (niet zelfredzaam. De categorie beperkt zelfredzaam bestaat voornamelijk uit mensen met beperkte inkomsten (bijv. uitkering) zonder problematische schulden en varieert tussen de 14% en 20%) Jaarlijks blijkt een beperkte groep (11%-13%) die zich bij de screening voor de winterkoude meldt een andere stabiele bron van inkomsten (werk) te hebben.
Soort inkomen Vergelijkbaar met de situatie bij aanmelding gaf in de enquête van februari 2021 iets meer dan de helft aan geen inkomsten uit uitkering of een baan te hebben. Bijna driekwart (73%) van de bezoekers geeft wel aan eerder gewerkt te hebben. Gevraagd naar de aard van het werk wordt werk in de horeca ,schoonmaakbranche, bezorgdiensten (post/maaltijden) en productiemedewerker (fabriek/kas) het vaakst genoemd. Er zijn ook bezoekers die in de ICT, gezondheidszorg hebben gewerkt, een leidinggevende functie of een eigen bedrijf of een veelheid aan verschillende banen hebben gehad.
18
Slechts een kleine minderheid van 12%, heeft nog steeds werk. Het gaat hier, op een uitzondering na, om mensen met een Nederlandse nationaliteit. Werk in een bezorgdienst is een van de banen waar tijdens de Coronapandemie extra vraag naar was en gecontinueerd kon worden. overig 3% betaald werk/klusjes 12%
geen inkomsten 52%
Uitkering 29%
uitkering aangevraagd 4% Figuur 4b: werk/inkomen; enquete februari 2021 100% 80% 60% 40% 20% 0% -20%
NL
EU
buiten EU
-40% niet beantwoord
geen invloed gehad
invloed op werk
invloed op huisvesting
invloed op werk en huisvesting Vraag 4c: Invloed van Corona(maatregelen) op werk en huisvesting naar nationaliteit (enquete feb. ’21)
Gevraagd naar de invloed van de Coronamaatregelen op van werk of huisvesting valt op dat dit bij de mensen met een buitenlandse nationaliteit het grootst is geweest. Bij deze groep ontbreekt veelal de rechtsbescherming (recht op uitkering, huurbescherming) die de Nederlanders wel hebben.
19
Gezondheid 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
40%
38%
38%
41%
50%
34% 18%
16% 4%
41%
41%
42%
40%
16% 15% 2% 2% WO 2018/19 WO 2019/20 Corona 2020 Corona 20/21 WKO/Corona (1) (2) 21/22 3%
12% 3%
Domein lichamelijke gezondheid 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
31%
25%
28%
40%
45%
43%
25%
22%
24%
23%
8%
8%
8%
6%
6%
WO 2018/19
WO 2019/20
27%
26%
39%
41%
25%
Corona 2020 Corona 20/21 WKO/Corona (1) (2) 21/22
Domein geestelijke gezondheid 100% 42%
42%
45%
38%
36%
40%
34%
32%
30%
37%
38%
20%
16% 8%
17% 8%
15% 8%
18% 7%
18% 6%
80% 60%
0%
WO 2018/19 WO 2019/20 Corona 2020 Corona 20/21 WKO/Corona (1) (2) 21/22 Domein verslaving/middelengebruik
1 Acute problematiek 3 Beperkt zelfredzaam 5 Volledig zelfredzaam
2 Niet zelfredzaam 4 Voldoende zelfredzaam
Figuur 5: Gezondheidsdomeinen: lichamelijke gezondheid, geestelijke gezondheid, middelengebruik.
20
De situatie op de gezondheidsdomeinen is een inschatting door de GGD bij de aanmelding voor de winterkoude/coronanoodopvang. Opvallend is dat dit door de jaren heen een redelijk constant beeld geeft. Bij 30%-35% worden er problemen op het gebied van de geestelijke gezondheid gesignaleerd, bij 15%-22% van de mensen op het gebied van lichamelijke gezondheid en jaarlijks bij ongeveer een kwart (24%-26%) vallen gezondheidsproblemen op het gebied van verslaving op. Wanneer de gezondheidsdomeinen gecombineerd worden is het percentage mensen dat zich aanmeldt en op tenminste 1 domein als ‘niet zelfredzaam’ ingeschat wordt in 20/21 en 21/22 met respectievelijk 13% en 14% iets lager is dan gedurende de eerste coronaperiode of eerdere periodes van winter(koude)opvang (16%-17%)8. Tijdens de corona-epidemie is de gezondheidssituatie van de mensen die zich aanmelden als groep niet verslechterd9. Mogelijk dat als gevolg van Corona meer mensen zonder gezondheidsproblemen hun werk en huisvesting hebben verloren. Daarnaast is er in augustus 2020 opvang aan kwetsbare dakloze EUburgers en ongedocumenteerden gestart. Deze opvang kan bijgedragen hebben aan het lagere percentage personen met ernstige zorgtekorten in de daaropvolgende jaren.
100% 90% 80% 70%
49%
51%
54%
53%
53%
34%
34%
29%
34%
34%
17%
16%
17%
13%
14%
WO 2018/19
WO 2019/20
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Corona 2020 (1) Corona 20/21 (2) WKO/Corona '21/'22
Alle domeinen 'zelfredzaam'
Tenminste 1 domein beperkt zelfredzaam
Tenminste 1 domein 'niet zelfredzaam'
Figuur 6: beoordeling gezondheidsdomeinen bij aanmelding (gecombineerd)
8
Dit percentage betreft alleen de gezondheidsdomeinen. GGD doet geen oordeel over algemene zelfredzaamheid in korte WKR-screening, wel over de vermoedelijke kwetsbaarheid. Zelfredzaamheid wordt alleen bij screening MO beoordeeld.
21
Duur van verblijf in Amsterdam
Het percentage van de bezoekers dat bij aanmelding langer dan een jaar in Amsterdam verbleef was met ongeveer 60% hoger bij de groep die zich in het voorjaar van 2020 en in de winter/voorjaar 2020/2021 voor de coronanoodopvang aanmeldde dan bij de groep die zich in de 2 jaar daarvoor de winteropvang aan heeft gemeld (ongeveer de helft). In de winter 2021/22 is de duur dat mensen bij aanmelding in Amsterdam verbleven weer vergelijkbaar met die van voor de coronanoodopvang. De Coronamaatregelen hebben vooral in de beginperiode geleid tot een verminderde mobiliteit tussen landen waardoor het aandeel aanmelders dat slechts kort in Amsterdam verbleef tijdelijk minder werd. Tegelijkertijd kunnen de corona-maatregelen ook geleid hebben tot de een hogere instroom van EUburgers die al langer in Amsterdam aanwezig waren, hier een baan en huisvesting hadden maar deze zijn kwijtgeraakt. 100% 90% 80%
48%
48%
50%
70%
61%
62%
60% 50% 40% 30%
10% 9%
13%
7%
13%
18%
14%
10%
12%
8% 6%
WO 2019/20
Corona 2020 (1)
0% WO 2018/19 < 1 week
1 week;< 1 maand
1; < 3 maanden
13%
12%
15%
20% 10%
12%
10%
10%
16%
10%
12%
Corona 2020/21 (2)
WKO/Corona 21/22
3 mnd; < 1 jaar
1 jaar of meer
Figuur 7: Duur van verblijf in Amsterdam bij aanmelding10:
Enquête: reden om naar Amsterdam te komen Van de buitenlandse groep die minder dan een jaar in Amsterdam verbleef kwam 64% rechtstreeks vanuit het land van herkomst naar Amsterdam, 36% via een ander land of stad. In de enquête is bij mensen die minder dan een jaar in Amsterdam waren gevraagd naar de reden om naar Amsterdam te komen. De meest genoemde reden om naar Amsterdam te komen is de verwachting hier werk te kunnen vinden, de positieve sfeer van stad zelf en het hebben van vrienden of geliefde in Amsterdam. In tijd met Corona-maatregelen komen daar redenen bij, twee respondenten geven aan tijdens hun bezoek aan Nederland gestrand te zijn wegens het gebrek aan vervoer. Ook noemt iemand de strenge corona maatregelen een reden voor vertrek uit het land. Twee personen geven aan dat ze naar Amsterdam zijn gekomen wegens de mogelijkheden voor opvang.
10 Geen verplichte vraag bij aanmelding; niet voor iedereen bekend
22
3.2 Gebruik van winterkoudeopvang/coronanoodopvang door mensen die een indicatie hebben voor, of al gebruik maken van een MO/BW voorziening Tabel 5 laat het gebruik van de winter-opvang zien bij de groep die op 1 november in de MO/BW1 of tijdelijke opvangvoorziening verblijft dan wel een MOBW-indicatie had en op de wachtlijst staat. Tabel 5: In hoeverre hebben mensen die op 1 november 2021 gebruik maken van MOBW of kortdurende opvang, of in aanmerking komen voor een MO/BW voorziening en in de winter 2021/22 gebruik gemaakt van winterkoudeopvang en/of coronanoodopvang.
aantal personen op 1 nov. 2021
waarvan tenminste 1 nacht winterkoude/corona-noodopvang (nov 2021-04 april 2022)
817
Aantal 18
Perc.
Wachtlijst MOBW zonder opvang Nachtopvang/Trajectbedden
312
21
6,7%
Noodopvang Gezinnen
205
1
0,5%
Passantenopvang
186
0
0,0%
Woonbegeleiding MOBW (incl. PGB)
4675 6195
14 54
0,3% 0,9%
Totaal
2,2%
Van de bezoekers van de winterkoudeopvang behoorden 54 personen tot de groep die op 1 november 2021 op de wachtlijst stond voor de MOBW en/of op dat moment in een opvangvoorziening verbleven. Dit is 4% van het totaal aantal van 1226 personen die gebruik hebben gemaakt van de coronanoodopvang/ winterkoudeopvang in de winter 2021/22. Van de groep kwetsbare mensen die op 1 november 2021 al op de wachtlijst voor MOBW stond maar destijds niet in de opvang verbleef maakte 2% in de maanden winter 2021/22 gebruik van de winterkoudeopvang. Enerzijds relativeren deze bevindingen de situatie van de mensen op de wachtlijst voor MO/BW. De grote meerderheid van de 816 personen op de wachtlijst heeft waarschijnlijk een alternatieve vorm van huisvesting en hoeft daarmee geen toevlucht te nemen tot de winterkoudeopvang. Anderzijds zullen in een situatie zonder extra winteropvang toch enkele tientallen mensen met een actuele zorgindicatie verstoken blijven van opvang. Bovendien zijn er signalen dat er mensen binnen deze OGGZ-groep mensen zijn die wegens drukte in de opvang of gevoelens van onveiligheid hier geen gebruik van maken. (zie ook paragraaf 3.3) Van de groep die op 1 november al 24-uurs opvang of woonbegeleiding in de MOBW krijgt maakt minder dan 0,3% gebruik van de WKR of coronanoodopvang, deze groep blijft stabiel in de opvang.
Bij tussengroep, die op 1 november in de nachtopvang of ‘trajectbed’ verblijft, maakte een hoger percentage (7%) later gebruik van de winterkoudeopvang. Dit kunnen mensen zijn die niet in aanmerking blijken te komen voor de MOBW of om een andere reden zijn vertrokken.
23
De andere kant van de medaille is dat de grote meerderheid van de mensen die gebruik maakt van de winterkoudeopvang niet op de wachtlijst voor de MO/BW staat. Dit betekent dat ook als de wachtlijst sterk wordt gereduceerd de behoefte aan winterkoudeopvang zal blijven bestaan. Hoewel de meerderheid van de mensen die gebruik maken van de winterkoudeopvang niet voor de MO/BW in aanmerking zal komen omdat ze niet tot de kwetsbare groep behoort of geen binding heeft met Amsterdam, zullen zich onder de bezoekers van de winterkoudeopvang mensen bevinden die wel tot de groep kwetsbare en ‘rechthebbende’ daklozen horen maar nog niet in beeld zijn gekomen.11 De winter(koude)opvang biedt een mogelijkheid om deze groep te identificeren.
3.3 Ondanks winterkoudeopvang naar schatting 150 buitenslapers Inventarisatie aantal buitenslapers Op 28 februari 2022 is bij de 9 inlooplocaties van de Regenboog tijdens de winteropvang nagevraagd waar mensen de afgelopen nacht geslapen hebben. In totaal maakten die dag 473 personen gebruik van de inloop en hadden in de nacht ervoor 199 mensen gebruik gemaakt van de winterkoudeopvang. Indien mensen de nacht op straat of in de publieke ruimte door hadden gebracht werd gevraagd waarom zij geen gebruik hadden gemaakt van de winterkoudeopvang. Bij 278 van de 473 personen is een antwoord op de vraag geregistreerd. Van hen meldden 102 personen dat zij de nacht in de winterkoudeopvang hadden doorgebracht. Daarnaast zeiden 66 personen dat zij de nacht op straat, in de publieke ruimte of bootje hadden doorgebracht. Rekening houdend met het feit dat niet bij iedereen het antwoord is geregistreerd wordt ingeschat dat van de Regenboog cliënten 175 mensen gebruik hebben gemaakt van de WKR en 113 de nacht op straat hebben doorgebracht. Verder extrapolerend zou dit betekenen dat 87% van de personen die gebruik hebben gemaakt van de WKR op die dag ook gebruik heeft gemaakt van de inloopvoorzieningen van de Regenbooggroep. Indien dit percentage ook geldt voor de buitenslapers zou dit aantal op 130 personen uitkomen.
Aangezien de respons juist onder de voorzieningen met de mogelijkheid voor winterkoudeopvang (bijv. Makom) hoog was is de inschatting van het percentage WKR mogelijk aan de hoge kant. Dit betekent dat ook 130 buitenslapers als een minimum moet worden beschouwd en een aantal van ±150 waarschijnlijk realistischer is. Reden om geen gebruik te maken van de winterkoudeopvang: Bij de mensen die buiten sliepen is gevraagd om de reden van het buitenslapen. Het bleek meestal een negatieve keuze, de meest genoemde reden is dat de winteropvang als te druk en/of onveilig ervaren. Daarnaast is de afstand tot de locaties een bezwaar. Ook wordt de bejegening genoemd, het gaat dan bijvoorbeeld om het preventief fouilleren. Opvallend is dat een kwart van de buitenslapers aangaf niet te weten dat er op dat moment winterkoudeopvang was en/of waar ze dan
11 Naar schatting 27%-50% van de bezoekers heeft een Nederlandse nationaliteit of een buitenlandse met (ernstige)
zorgtekorten. Ongeveer de helft van hen was voor de winterkoudeopvang nog onbekend bij de GGD.
24
terecht konden. Daarnaast waren er mensen die aangaven niet meer welkom te zijn in de winterkoudeopvang omdat zij geschorst waren. Een minderheid van 15% geef de positieve kanten van het buitenslapen als reden; dat het fijner is in de buitenlucht te verblijven en, specifiek voor de periode van de coronapandemie, werd de lagere kans op besmetting met het Coronavirus als reden genoemd. Voorgaande inventarisaties: Tabel 6: aantal buitenslapers onder bezoekers van de inloophuizen van de regenboog. bezoekers
Buitenslapers onder bezoekers
Inloophuizen Regenboog
Schatting
Aantal
Buitenslapers
Winterkoude
N
n
25%
±150
350
24%
±150
208
Aantal
aantal
%
Nov-19 (voor start)
503
254
50%
Feb-20 (tijdens WKR)
566
157
28%
Feb ’21 (tijdens WKR)
388
97
Feb ’22 (tijdens WKR)
473
113
Rekening houdend met het gegeven dat de helft van de 208 mensen die gebruik maken van de winterkoudeopvang in de nacht voordat ze zich aanmeldden buiten hebben geslapen kan aangenomen worden dat op een dag zonder winteropvang ongeveer (150+100=) 250 mensen de nacht buiten doorbrengen. Bij een eerdere telling (2019) in een situatie zonder winter(koude)opvang werd het aantal buitenslapers onder de bezoekers van de Regenboog op 254 geschat.1
3.4 Wat ging er goed, wat kan er beter?
Wat is goed gegaan in de winteropvang
Het in verband met de coronaregels beperkte aantal mensen per voorziening gaf voor de bezoekers meer rust en privacy. A&O hostel met eenpersoonskamers was favoriet.
Om drukte in de ochtend te voorkomen konden mensen langer gebruik maken van de opvang, deze spreiding van vertrek kwam de sfeer ten goede.
De mix van ervaren en minder ervaren hulpverleners en beveiligers gaf een goede dynamiek. De beveiliging met mensen met verschillende achtergronden die verschillende talen machtig waren had een meerwaarde. De winterkoudeopvang is zonder ernstige incidenten verlopen.
Samenwerking en afstemming tussen GGD, GGZ, Veldwerk en andere partijen verliep goed.
25
Verdeling van de verschillende doelgroepen (meer/minder kwetsbaren) in verschillende voorzieningen werd als positief ervaren.
Aandachtspunten in de winter(koude)opvang Bij de evaluatie kwam vooral naar voren dat de beperking van de opvang tot de extra koude dagen (winterkoudeopvang) in plaats van doorlopende winteropvang gepaard ging met veelvuldig opschalen en weer afschalen van de opvang zowel voor de aanbieders, de bezoekers als bij verwijzers zoals politie voor onduidelijkheid en onrust zorgde.
De veelvuldige op- en afschaling van de opvang zorgde voor onduidelijkheid en onrust bij cliënten. Dit was overdag ook terug te zien bij de cliënten in de inloop van de Regenboog Groep.
Het knipperlichtmodel zorgt ook dat er door aanbieders en andere partijen snel moeten worden opgeschaald. Dit was vaak maar net haalbaar en kostbaarder. Er worden veel ZZP-ers en flexwerkers ingezet. Er kon immers geen vast contract worden aangeboden door de onzekerheid of en wanneer er weer open wordt gegaan.
Ondanks de mailing aan alle betrokkenen over de start en einde van de opvang was er onduidelijkheid over de opening van de winterkoudeopvang bij derden. Er werden mensen ’s avonds door politie bij de voorziening afgezet terwijl er geen opvang was.
Tussentijds (bij omschakeling van coronanoodopvang naar winterkoudeopvang) veranderde bij de overgang van coronanoodopvang naar winterkoudeopvang de wijze van aanmelding van Jan van Galenstraat naar de voorziening op de Transformatorweg 6. Dit was verwarrend voor hulpverleners en cliënten.
Het zou de voorkeur hebben om tijdens de opvang verbeteringen door te kunnen voeren op basis van input van bezoekers en belangenbehartigers, bij een eventuele doorlopende winteropvang zouden weer bezoekersbijeenkomsten georganiseerd moeten worden (iets wat nu als gevolg van covid-19 ingewikkeld was) en laat belangenbehartigers vooraf meekijken en meedenken over de inrichting van de voorzieningen voor winter(koude)opvang.
Bejegening: inleven in de bezoekers, er rekening mee houden dat fouillering als intimiderend ervaren kan worden (trauma sensitief werken).
Aandacht om de potentieel kwetsbare groep met binding met Amsterdam zo snel mogelijk naar de Kortdurende dag en nachtopvang te verwijzen.
Duidelijkere routebeschrijvingen in verschillende talen. Aangepaste posters meesturen met de aankondigingsmail met de mededeling dat de winter(koude)opvang van start gaat.
Registratie: voor een kwalitatief goede beschrijving en evaluatie van de winter(koude)opvang is een goede en volledige registratie in Trajectus (het centraal registratiesysteem) noodzakelijk.
26
27